2.Dekkingsplan 2024-2027 VRNHN
Tekst van het document
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
27
2.6 Het redvoertuig Hoewel het een zekere mate van specialisme en vakbekwaamheid vereist, scharen we in dit dekkingsplan het redvoertuig onder de basisbrandweerzorg. De beschrijving van de dekking van het redvoertuig plaatsen we dan ook hier en niet in de bijlagen, zoals we dat bijvoorbeeld wel met het hulpverleningsvoertuig en het waterongevallenvoertuig doen. Veiligheidsregio Noord-Holland Noord heeft momenteel zes redvoertuigen: Post
Uitvoering
Alkmaar
Vrijwillig
Den Burg
Vrijwillig
Den Helder
Spring beroeps en/of vrijwillig
Enkhuizen
Vrijwillig
Heerhugowaard
Vrijwillig
Hoorn
Dag beroeps, ANW vrijwillig
Kijkend naar de factor snelheid kunnen we voor de redvoertuigen dezelfde berekeningen maken als voor de basisbrandweereenheid. Hieronder laten we de prestaties van het eerste redvoertuig voor de factor snelheid geografisch zien in de dag- en ANW-situatie. Dit geven we in zogenoemde ‘spiders‘ weer, dus hoe snel een redvoertuig over de bestaande infrastructuur ergens kan zijn.
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
28
Legenda Gemeentegrens Kazerne NHN V.I.P. Gekazerneerd Combinatie
0 - 15 min 15 - 18 min 18 - 20 min 20 - 25 min 25 - 30 min 30 - 45 min
Figuur 20: Opkomst RV in “spiders” dagsituatie
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
29
Legenda Gemeentegrens Kazerne NHN V.I.P. Gekazerneerd Combinatie
0 - 15 min 15 - 18 min 18 - 20 min 20 - 25 min 25 - 30 min 30 - 45 min
Figuur 21: Opkomst RV in “spiders” ANW-situatie
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
30
3 Dekking beoordelen, processtap 3 In de voorgaande processtap hebben we de verwachte prestatie voor wat betreft de repressieve dekking van de tankautospuit (en het redvoertuig) voor de factoren snelheid, capaciteit/slagkracht, paraatheid en werkdruk inzichtelijk gemaakt. In dit hoofdstuk volgt de beoordeling van deze repressieve prestaties op basis van de beoordelingskaders, zoals die zijn opgenomen in de handreiking. Op basis van de totale beoordeling van deze factoren kan de veiligheidsregio constateren en analyseren in hoeverre de verwachte repressieve dekking past binnen het wettelijk kader en waar eventuele overschrijdingen zichtbaar worden. Op basis van deze beoordeling kan de veiligheidsregio periodiek in gesprek gaan met de gemeentes over hoe we brandrisico’s in die gemeente het beste kunnen afdekken, waar vooral de aandacht moet liggen, waar we het al goed georganiseerd hebben en waar we mogelijk restrisico’s moeten accepteren en hierover transparant kunnen communiceren.
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
31
3.1 Gebiedsindeling in categorieën De eerste stap in de beoordeling is de indeling van Noord-Holland Noord in risicocategorieën. In de handreiking wordt aangegeven dat we het verzorgingsgebied moeten indelen op basis van de buurtindeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS-wijk en buurtindeling 2012). Vervolgens delen we op basis van de hiernaast weergegeven tabel elke buurt in een risicocategorie in: van 1 tot 3, waarbij 1 het hoogste risico weergeeft. Per CBS-buurt categorie bepalen Cat.
Thema
Details
Bron
1
CBS-buurten met een stedelijkheid van een, twee of drie waar minimaal een derde van de objecten (A-E) tot onderstaande objecten behoort: BAG voor de bouwjaren en CBS buurt voor de stedelijkheid.
A. Oude binnenstad
Objecten van het jaar 1900 of ouder in een CBS-buurt met een stedelijkheid van 1, 2 of 3.
B. Gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen (gezondheidszorg)
Gebouwen die meetellen voor de object- Witte kaart (GGD), kleurenkaart Zelfredzaamheid. categorie gezondheidszorg: Voor zover niet privacygevoelig. - Verpleeg- en verzorgingsinstellingen - Ziekenhuizen - Categorale woonvormen - Gehandicaptenzorg - Revalidatiecentrum
C. G ebouwen voor slapen- Cel-functie de niet-zelfredzame personen (celfunctie)
BAG
D. W oongebouwen hoger dan 20 meter
Panden met een hoogste verblijfsvloer hoger dan 20 meter. Let op; bij gebouwhoogte zit de verdiepingshoogte er nog in.
Gebruik waar beschikbaar eigen woongebouwgegevens. Alternatief proxies zoals de selectie hoogbouw uit de TOP10NL Basisregistratie topografie, 3D BAG Viewer of hoogtes uit de KRO.
E. Portiekwoningen
Portiekwoningen zijn woningen in portiekflats. Dat wil zeggen woningen zijn rechtstreeks ontsloten in hetzelfde gezamenlijke inpandige trappenhuis.
Gebruik waar beschikbaar eigen portiekflat gegevens. Alternatief methodes zoals het algoritme in het inspectierapport Ter plaatse of andere best practices.
2
CBS buurten met een stedelijkheid van Woningen algemeen en gebouwen voor zelfredza- een, twee of drie en met minder dan een derde objecten uit de categorie 1. me personen CBS buurt met een stedelijkheid van 4, 5 of geen waarde en meer dan 500 verblijfsobjecten/km2.
CBS buurt statistiek BAG verblijfsobjecten alleen ‘pand in gebruik’
3
Verspreid liggende wonin- CBS buurt met een stedelijkheid van 4, gen en gebouwen 5 of geen waarde en minder dan 500 verblijfsobjecten/km2.
CBS buurt statistiek BAG verblijfsobjecten alleen ‘pand in gebruik’
Het eindresultaat van deze indeling is hieronder geografisch te zien. Van de 710 buurten, vallen er vijftien in categorie 1. Dit zijn de voornamelijk binnenstedelijke gebieden, waar een hoog aantal aandachtobjecten, zoals oude bouw, hoogbouw, portiek en locaties voor niet-zelfredzame mensen zich geconcentreerd in een enkele buurt bevinden. Er zijn 437 buurten in categorie 2. Dit zijn de buurten met stads- en dorpskernen en -wijken, waarin voornamelijk gewoond wordt en waar nog wel redelijk dicht bebouwd is. Tenslotte zijn er 258 buurten in categorie 3. Dit zijn de meer rurale gebieden, waarin wel mensen wonen, maar waar de bebouwingsdichtheid laag is en bebouwing meer verspreid of zelfs niet aanwezig is.
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
32
Legenda Gemeentegrens Buurten op categorie 1 2 3
Figuur 22: Categorie-indeling NHN
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
33
Aan elke risicocategorie hangt een normtijd, zoals in onderstaande tabel te zien is. Per categorie is er een referentiewaarde, de uiterste opkomsttijd waarnaar idealiter gestreefd moet worden, en een bandbreedte, de uiterste opkomsttijd waarbij het nog ‘voldoende’ is. Categorie 1
• Oude binnensteden • Gebouwen voor slapende niet zelfredzame personen • Portiekwoningen • Woongebouwen hoger dan 20 meter
4-10 minuten Referentie 7 minuten
Categorie 2
• Woningen • Gebouwen voor zelfredzamen personen
7-13 minuten Referentie 10 minuten
Categorie 3
• Verspreid liggende woningen • Verspreid liggende gebouwen voor zelfredzame personen (inclusief industrie)
12-18 minuten Referentie 15 minuten
3.2 Beoordeling op snelheid De beschreven prestaties in hoofdstuk 2 beoordelen we per buurt op basis van de risicocategorie en opkomsttijd. Het beoordelingskader ziet er als volgt uit:
Figuur 23: B eoordelingskader gebiedsgerichte opkomsttijden (op basis van buurtmediaan)
Bij het beoordelingskader is sprake van een bandbreedte en een referentiewaarde. De referentiewaarde ligt in het midden van de brandbreedte. De objecten die in een buurt met categorie 1 liggen, moeten binnen de bandbreedte van tien minuten worden bereikt. De referentiewaarde is dan zeven minuten. Een opkomsttijd van minder dan zeven minuten in categorie 1 is goed en daarmee wordt de buurt groen. Een opkomsttijd tussen de zeven en de tien minuten is binnen de bandbreedte. Daarmee wordt de prestatie als voldoende beoordeeld en krijgt de buurt een blauwe kleur. Een tijd van meer dan tien minuten is onvoldoende en daarmee wordt de buurt rood. De brandweer moet in principe haar inspanningen richten op het behalen van de referentiewaarde. Nadat we de 710 buurten hebben ingedeeld in een categorie houden we de theoretische prestaties langs de meetlat van het beoordelingskader. Hieronder hebben we vier situaties uitgewerkt. We hebben onderscheid gemaakt tussen de dag- en ANW-situatie en dat onder-
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
34
scheid hebben we ook weergegeven in TS6-uitruk, alsook de TS-flexvariant. Bij deze laatste hebben we simpelweg de eerste aankomende basisbrandweereenheid ‘uitgezet’, immers de tweede opkomende eenheid vervult dan pas de wettelijke vereisten voor bezetting bij het maatgevend scenario ‘brand gebouw’. Met al deze afbeeldingen moet wel in het achterhoofd gehouden worden dat dit een beoordeling is op de theoretisch haalbare prestaties. De factor paraatheid bepaalt in grotere mate of deze prestaties ook daadwerkelijk gehaald worden. In deze afbeeldingen van de beoordeling hebben we ook de vereiste opkomst van de tweede en derde eenheid verwerkt, gekoppeld aan de risicocategorieën. Hier gaan we in paragraaf 3.3 nader op in (Beoordeling op capaciteit).
Legenda
Goed Voldoende Onvoldoende
Figuur 24: Waardering TS6 dagsituatie
Figuur 25: Waardering TS-flex dagsituatie
Figuur 26: Waardering TS6 ANW-situatie
Figuur 27: Waardering TS-flex ANW-situatie
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
35
De afbeeldingen laten zien dat de veiligheidsregio fijnmazig georganiseerd is. Daarnaast is er een aantal gebieden waar de brandweer echt de maximale bandbreedtes overschrijdt. Als posten TS-flex uitrukken, wordt de wettelijke opkomst (zes functionarissen) minder rooskleurig. Binnen Veiligheidsregio Noord-Holland Noord kunnen we tijdens de dagsituatie 658 van de 710 buurten binnen de referentietijd bereiken. 44 buurten bereiken we buiten de referentietijd, maar binnen de bandbreedte. Bij acht buurten overschrijden we ook de volledige bandbreedte. Dit zijn de buurten rondom Petten in de gemeente Schagen en Oosterend op Texel. Gedurende de ANW-situatie bereiken we 650 van de 710 buurten binnen de referentietijd. 54 buurten bereiken we buiten de referentietijd, maar binnen de bandbreedte. Bij zes buurten overschrijden we ook de volledige bandbreedte. Dit zijn de buurten rondom Petten in de gemeente Schagen en Oosterend op Texel. Beoordeling aandachtsobjecten Het dekkingsplan is gebiedsgericht. Dit wil zeggen dat we naar de prestatie in een buurt kijken en niet naar één specifiek gebouw. Uitzondering zijn de zogenaamde aandachtobjecten.
Dit zijn de gebouwen met slapende en niet zelfredzame personen, portiekwoningen of woongebouwen hoger dan twintig meter die, ongeacht de gebiedscategorie waarin ze staan, een opkomsttijd hebben van zeven minuten met een bandbreedte van drie minuten. Aan alle aandachtobjecten die een opkomsttijd van meer dan tien minuten hebben, moeten we aandacht besteden in het gesprek met de gemeente. Deze plaatsen we op een aandachtspuntenlijst. Noord-Holland Noord heeft conform de huidige databronnen 15.981 aandachtobjecten. Hiervan bereiken we 339 van deze objecten niet binnen de opkomsttijd van tien minuten met een TS6-dag. Bij opkomst van een TS-ANW zijn er 687 aandachtobjecten die niet binnen de opkomsttijd van tien minuten bereikt worden. In bijlage 7.09 is een lijst opgenomen van deze ‘aandachtobjecten met overschrijding’, onderverdeeld per gemeente (per straat en plaats, niet per individueel object). Binnen Noord-Holland Noord zijn er ook nog een aantal objecten die we niet binnen de maximale opkomsttijd van achttien minuten kunnen bereiken. Overschrijding 18 minuten Dag TS6: Gemeente
Plaats
Straat
Omschrijving
Opkomsttijd TS1
Castricum
de Woude
Stierop
logiesfunctie
00:18:05
Schagen
Petten
Burg. Breebaartweg
woonfunctie
00:20:24
Schagen
Petten
Strandslag Sint Maartenszee woonfunctie
00:18:56
Schagen
Petten
Burg. Breebaartweg
00:20:31
Schagen
Petten
Strandslag Sint Maartenszee bijeenkomstfunctie
woonfunctie
00:18:38
Texel
Den Burg
Pontweg
gezondheidszorgfunctie 00:19:37
Texel
Oudeschild
IJsdijk
woonfunctie
00:27:43
Texel
De Cocksdorp
Zanddijk
overige gebruiksfunctie
00:19:31
Texel
Den Hoorn
Mokweg
bijeenkomstfunctie
00:18:43
Texel
Den Burg
Pontweg
gezondheidszorgfunctie 00:19:37
Texel
Den Burg
Pontweg
logiesfunctie
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
00:19:37
36
Extra bij dag TS-flex: Gemeente
Plaats
Straat
Omschrijving
Opkomsttijd TS1
Bergen
Bergen aan Zee
Verspyckweg
woonfunctie portiekwoningen
00:18:18
Bij TS6 en flex in de ANW vallen geen extra objecten meer in overschrijding.
3.3 Beoordeling op capaciteit Naast snelheid is totale capaciteit ook essentieel om slachtoffers te voorkomen en schade te beperken. Goede brandweerzorg is meer dan alleen een snelle eerste eenheid. Daarom is het tweede beoordelingskader de capaciteit. Dit beoordelen we op slagkracht en op de het grootschalig optreden. In de handreiking is een beoogd beoordelingskader opgenomen voor slagkracht. Het beoogde beoordelingskader is gebaseerd op de inzichten van de eerder gehanteerde methodiek en zal na landelijk onderzoek herijkt worden. De gehanteerde methodiek is onder andere gerelateerd aan de brandveiligheidssituatie en ontvluchtingsmogelijkheden in een gebouw. De waarden in deze methodiek zijn referentiewaarden. Bij het toepassen van de referentiewaarden in gebieden komt naar boven dat er situaties zijn, waarbij we niet aan de norm voldoen (net als bij het in beeld brengen van de eerste tankautospuit). We beschrijven daar welke eventuele aanvullende maatregelen genomen kunnen worden. Beoordeling slagkracht Onderstaande geeft het beoogd beoordelingskader weer voor de slagkracht, de opkomsttijd voor de eerste drie tankautospuiten. Gebiedscategorie
Eerste TS (min)
Tweede TS (min)
Derde TS (min)
1
4-10 (7)
6-12 (9)
8-12 (10)
2
7-13 (10)
12-18 (15)
3
12-18 (15)
Op basis van de snelheidsberekeningen volgens de beschreven werkwijze in processtap 2 kunnen we bepalen of een tweede en derde tankautospuit binnen de genoemde bandbreedte in een bepaalde buurt kan zijn. Dit maken we inzichtelijk door een tabel toe te voegen waarin we aangeven in hoeveel buurten we de bandbreedte overschrijden. Onderstaande tabellen geven het aantal buurten weer waar de opkomsttijd van de eerste, tweede of derde tankautospuit buiten de norm valt.
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
37
TS6 dag categorie
capaciteit Onder referentiewaarde (Goed)
Tussen referentiewaarde-bandbreedte (Voldoende)
Boven bandbreedte (Aandacht)
Aantal buurten
1
1e TS
8
7
0
15
2e TS
1
9
5
3e TS
0
4
11
1e TS
395
35
7
2e TS
425
11
1
1e TS
255
2
1
2 3
Totaal aantal buurten
437 258 710
TS6 ANW categorie
capaciteit Onder referentiewaarde (Goed)
Tussen referentiewaarde-bandbreedte (Voldoende)
Boven bandbreedte (Aandacht)
Aantal buurten
1
1e TS
5
10
0
15
2e TS
1
12
2
3e TS
0
7
8
2 3
1e TS
390
42
5
2e TS
426
11
0
1e TS
255
2
1
Totaal aantal buurten
437 258 710
TS4/flex dag categorie
capaciteit Onder referentiewaarde (Goed)
Tussen referentiewaarde-bandbreedte (Voldoende)
Boven bandbreedte (Aandacht)
Aantal buurten
1
1e TS
0
4
11
15
2e TS
0
4
11
3e TS
0
0
15
1e TS
156
241
40
2e TS
383
47
7
1e TS
234
18
6
2 3
Totaal aantal buurten
437 258 710
TS4/flex ANW categorie
capaciteit Onder referentiewaarde (Goed)
Tussen referentiewaarde-bandbreedte (Voldoende)
Boven bandbreedte (Aandacht)
Aantal buurten
1
1e TS
0
3
12
15
2e TS
0
7
8
3e TS
0
3
12
1e TS
146
256
35
2e TS
386
45
6
1e TS
239
14
5
2 3
Totaal aantal buurten
437 258 710
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
38
Beoordeling grootschalig optreden, basis en natuurbrand Noord-Holland Noord moet één peloton kunnen leveren (vier tankautospuiten) binnen een opkomsttijd van zestig minuten op de grens van de regio voor ondersteuning van andere veiligheidsregio’s. Hieraan kunnen we voldoen met het vooraf vastgestelde peloton. Zoals in hoofdstuk 2 beschreven, hebben we drie basispelotons aangewezen, met als voornaamste reden de geografische afstanden richting de buurregio’s. Veiligheidsregio Noord-Holland Noord levert er uiteraard wel slechts één tegelijk, zoals gesteld in de visie Grootschalig Brandweeroptreden. Afhankelijk van welke buurregio om bijstand vraagt, roept de meldkamer peloton Noord, Oost of Zuid op. Als we het basispeloton inzetten in een buurregio, vermindert de dekking binnen de eigen regio logischerwijs. Dit peloton is tenslotte niet meer beschikbaar in het eigen gebied. Hieronder geven we per ingezet peloton weer, in de dag- en ANW-situatie, hoe de dekking er in dat geval uitziet. Dit is wel beperkt tot uitruk van een eerste TS6.
Legenda Buurten op waardering Goed Voldoende Onvoldoende
Figuur 28: Waardering TS6 dagsituatie bij inzet peloton Zuid
Figuur 29: W aardering TS6 ANW-situatie bij inzet peloton Zuid
Figuur 30: Waardering TS6 dagsituatie bij inzet peloton Noord
Figuur 31: Waardering TS6 ANW-situatie bij inzet peloton Noord D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
39
Figuur 32: W aardering TS6 dagsituatie bij inzet peloton Oost
Figuur 33: Waardering TS6 ANW-situatie bij inzet peloton Oost
Als we het natuurbrandbestrijdingspeloton inzetten, bijvoorbeeld in een buurregio, vermindert de dekking binnen de eigen regio. De eenheden zijn dan niet meer beschikbaar in het eigen gebied. Hier komt bij dat de pelotonsposten dicht bij elkaar liggen, in het gebied in onze eigen regio waar het natuurbrandrisico het hoogste is. Bovendien heeft een aantal van de posten paraatheidsproblemen. Onderstaand laten we zien hoe de dekking eruit ziet als we het peloton hebben ingezet. Dit beeld is hetzelfde als de posten buiten dienst staan door onderbezetting.
Legenda Buurten op waardering Goed Voldoende Onvoldoende
Figuur 34: Waardering TS6 bij inzet NBB-peloton of indien de posten uit dienst staan. D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
40
3.4 Beschikbaarheid Beoordeling op paraatheid Paraatheid bestaat uit beschikbaarheid, gelijktijdigheid en restdekking. Hiervoor zijn in de handreiking geen beoordelingskaders opgenomen. Maar paraatheid is natuurlijk van wezenlijk belang. De theoretische beschrijving klopt alleen als de theorie ook daadwerkelijk praktisch gehaald kan worden. Beschikbaarheid Uit de analyse van de gesprekken met postcommandanten komt een genuanceerd beeld van de beschikbaarheid van kazernes binnen Veiligheidsregio Noord-Holland Noord. We zien vooral onderscheid tussen de dag- en de ANW-situatie, waarbij we de situatie gedurende de dag bij enkele posten zorgwekkend kunnen noemen en het bij een substantieel aantal posten knelt. Gedurende de ANW-situatie is het beeld iets rooskleuriger. Hieronder tonen we in een aantal geografische afbeeldingen hoe de dekking volgens de gehanteerde beoordelingsmethodiek eruit ziet als de posten met de grootste zorg op het gebied van beschikbaarheid (‘rood’, zie 2.4 Beschikbaarheid) niet uit kunnen rukken en ad hoc buiten dienst staan. Specifiek tonen we dit zowel bij TS6 als bij TS-flex, behalve bij De Cocksdorp, daar Den Burg niet TS-flex uitrukt.
Legenda Buurten op waardering Goed Voldoende Onvoldoende
Figuur 35: Waardering in de dagsituatie als post De Cocksdorp buiten dienst staat
Figuur 36: Waardering in de dagsituatie als post Hippolytushoef buiten dienst staat, naastgelegen posten TS6
Figuur 37: W aardering in de dagsituatie, als post Hippolytushoef buiten dienst staat, naastgelegen posten TS-flex
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
41
Figuur 38: Waardering in de dagsituatie als post Callantsoog buiten dienst staat, naastgelegen posten TS6
Figuur 39: Waardering in de dagsituatie als post Callantsoog buiten dienst staat, naastgelegen posten TS-flex
Figuur 40: Waardering in de dagsituatie als post Alkmaar V buiten dienst staat, naastgelegen posten TS6
Figuur 41: W aardering in de dagsituatie als post Alkmaar V buiten dienst staat, naastgelegen posten TS-flex
Figuur 42: Waardering in de dagsituatie als post Bergen buiten dienst staat, naastgelegen posten TS6
Figuur 43: W aardering in de dagsituatie als post Bergen buiten dienst staat, naastgelegen posten TS-flex
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
42
Figuur 44: Waardering in de dagsituatie als post Schoorl buiten dienst staat, naastgelegen posten TS6
Figuur 45: W aardering in de ANW-situatie als post Schoorl buiten dienst staat, naastgelegen posten TS-flex
Figuur 46: Waardering in de dagsituatie als post Castricum buiten dienst staat, naastgelegen posten TS6
Figuur 47: W aardering in de dagsituatie als post Castricum buiten dienst staat, naastgelegen posten TS-flex
We hebben post Heerhugowaard in dit overzicht niet meegenomen, omdat de eerste eenheid overdag geborgd is door dubbelprofessionals. Daarnaast hebben we post Groet niet vermeld, omdat deze als deelnemer van het experiment ‘First Responder’ geen wettelijke dekking invult. Gelijktijdigheid Gelijktijdige meldingen binnen het verzorgingsgebied van eenzelfde kazerne komen binnen Veiligheidsregio Noord-Holland Noord weinig voor. De kans op deze gelijktijdige incidenten, waarbij het nodig is om een buurpost alarmeren, is het grootst bij de kazernes in de stedelijke gebieden. Dit komt doordat deze kazernes een groot verzorgingsgebied hebben door de relatief snelle uitruktijd en verreweg de hoogste uitrukfrequentie hebben door de hoge mate van verstedelijking (grotere kans op een incident, dus een grotere kans op een gelijktijdig incident). Door de gunstige ligging en fijnmazigheid van de posten binnen Veiligheidsregio Noord-Holland Noord zal bij een gelijktijdig incident een eenheid van een omliggende kazerne nog steeds snel genoeg ter plaatse zijn. Ter vergelijking kunnen we hiervoor de beoordeling van de TS-flex-situatie gebruiken. Immers, bij TS-flex doet de eerste eenheid ook niet mee voor de dekking en borgen omliggende posten dit. Hieruit blijkt wel dat, net als bij de Flex-uitruk, de dekking voor wat betreft de risicocategorie 1-gebieden dan direct penibeler wordt.
Voor de herbezetting van deze gebieden hebben de posten Alkmaar, Den Helder en Hoorn werkafspraken gemaakt.
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
43
Restdekking Met name bij grootschalige of langdurige inzetten is het van belang restdekking te organiseren. Dit doen we binnen Noord-Holland Noord door bij deze incidenten de Algemeen Commandant Brandweer (ACB) standaard mee te laten alarmeren of door de meldkamer te laten informeren. Op basis van de beschikbare informatie over het incident, de duur en de nog beschikbare eenheden kan de ACB kazernes met een groter risico en/ of een gat in de dekking laten herbezetten door voertuigen en personeel van kazernes met een lager risico of een nog stevige dekking (verplaatsing van voertuigen en personeel). Daarmee garanderen we ook tijdens een grootschalig incident snelle inzet voor overige alarmeringen. Dit is een dynamisch proces met teveel variabelen om hier op te nemen. De ACB’s hebben hierover met elkaar werkafspraken gemaakt en gebruiken hiervoor een beperkte tool.
3.5 Beoordeling op werkdruk Werkdruk van zowel de beroepskazernes als de vrijwillige kazernes in Noord-Holland Noord lijkt acceptabel. Qua alarmeringsaantallen zijn wij vergeleken met diverse andere regio’s bescheiden te noemen. Binnen de regio zijn er geen postcommandanten die aangeven de werkdruk op het gebied van repressie te hoog te vinden. Uit de gesprekken komt zelfs het tegengestelde beeld naar voren: er mag wel vaker (nuttig) gealarmeerd worden. Uit de gesprekken blijkt echter dat er wel werkdruk op andere zaken ervaren wordt. Zo geven de postcommandanten aan dat de tijdsbelasting voor het organiseren van de oefenavond is toegenomen en de verdeling van lasten en lusten binnen een post niet gelijkwaardig zijn. Zo zijn er bijvoorbeeld posten met weinig bevelvoerders, die meer beschikbaar moeten zijn om de eenheid in dienst te houden.
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
44
3.6 Beoordeling van het redvoertuig De wet stelt in algemene zin geen maximale opkomsttijd voor een redvoertuig (RV), tenzij het bestuur besluit dat het voor bepaalde (risico)objecten noodzakelijk is. De handreiking geeft de optie om het redvoertuig als basis mee te nemen in de beoordelingssystematiek of niet. De keuze is hierin vooral gebaseerd op het vraagstuk of redvoertuigen in categorie 1-gebieden snel noodzakelijk zijn voor het bestrijden van het incident (snelle branduitbreiding voorkomen) of nodig zijn voor ontvluchting. De handreiking stelt ook, dat als we de keuze maken dat de redvoertuigen inderdaad noodzakelijk zijn in de risicocategorie 1-gebieden, we de prestaties net zo moeten beoordelen als wat geldt voor de eerste basisbrandweereenheid. We raden in dit dekkingsplan aan (zie ook de aanbevelingen) om als uitgangspunt te nemen dat het noodzakelijk is dat redvoertuigen snel ter plaatse moeten zijn in risicocategorie 1-gebieden. Dit is gebaseerd op inhoud: tijdens de gesprekken met de relevante postcommandanten en met inhoudsdeskundigen op het gebied van incidentbestrijding en risicobeheersing komt duidelijk naar voren dat juist daar waar de meeste aandachtobjecten staan waarbij een redvoertuig nodig is (zoals portiek, hoogbouw, maar ook oudbouw), deze ook het snelst ter plaatse zou moeten zijn.
Dit omdat hier de hoogste kans is op branduitbreiding en mensen moeilijker kunnen vluchten. Dit betekent voor de beoordeling dat onderstaande norm geldt voor het redvoertuig: Gebiedscategorie
Eerste TS (min)
Tweede TS (min) Derde TS (min) Redvoertuig (min)
1
4-10 (7)
6-12 (9)
2
7-13 (10)
12-18 (15)
3
12-18 (15)
8-12 (10)
4-10 (7)
Onderstaand hebben we de beoordeling van de redvoertuigprestaties visueel weergegeven in de dag- en de ANW-situatie, gekoppeld aan de categorie 1-gebieden. Vooral in Alkmaar halen we de streeftijden niet. Dit komt vooral door de hoge uitruktijden. Het is voor vrijwilligers lastig om tijdig de kazerne te bereiken, vooral in de dagsituatie. Daarnaast overschrijdt de hoogwerker van Hoorn in de ANW-situatie ook de opkomsttijden voor risicocategorie 1-gebieden. Dit komt door de hogere opkomsttijden van vrijwilligers ten opzichte van overdag, als dubbelprofessionals de hoogwerker bemensen.
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
45
Legenda Gemeentegrens Buurten op waardering Goed Onvoldoende
Figuur 48: Waardering opkomst RV naar risicocategorie 1-gebieden op 10 min (dag)
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
46
Legenda Gemeentegrens Buurten op waardering Goed Onvoldoende
Figuur 49: Waardering opkomst RV naar risicocategorie 1-gebieden op 10 min (ANW)
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
47
3.7 Conclusies en aanbevelingen Veiligheidsregio Noord-Holland Noord is een geografisch uitdagende regio, met een hoog fijnmazig netwerk van brandweerposten, veelal gestoeld op vrijwilligheid. Grote delen van het totale gebied zijn landelijk te noemen, met vele kleine dorpskernen. Maar ook heeft Noord-Holland Noord een aantal zeer verdichte stedelijke gebieden, waar flinke groei zichtbaar is. Demografisch gezien wordt het uitdagender om vrijwilligers te vinden en te binden. Regionaal beeld Algemeen kijkend naar de beoordelingskaders van snelheid en capaciteit en naar wat de theoretische prestaties zijn, is Noord-Holland Noord in basis stevig georganiseerd. In meer dan 95% van het gebied kan zowel de eerste tankautospuit (indien TS6), alsmede de vereiste tweede en/of derde eenheid op tijd zijn. Regionaal gezien is paraatheid echter een veel grotere uitdaging dan de theoretische dekking. De gesprekken met postcommandanten hebben duidelijk gemaakt dat een substantieel aantal posten grote uitdagingen ziet om de eenheden in dienst te houden, zeker in de dagsituatie, ondanks TS-flex mogelijkheden. Als dit dan ook nog posten zijn die ietwat geïsoleerder liggen of als meerdere posten naast elkaar tegelijkertijd de paraatheid niet kunnen garanderen, geeft dit grote dekkingsproblemen.
Op de posten Alkmaar beroeps (voornamelijk ANW), Hoorn en Heerhugowaard (in de dag) is de paraatheid op TS4 georganiseerd, met repressieve medewerkers of dubbelprofessionals. Hier komt niemand VIP (volgens het vrije instroomprofiel) meer bij tijdens een alarmering. Daar waar het bij de vrijwillige posten een uiterste noodgreep is, is het bij deze beroepsbezetting zo vastgesteld. Door in hoofdstuk 2 niet alleen de theoretische dekking zichtbaar te maken, maar ook de beschikbaarheidsproblematiek, hebben we in hoofdstuk 3 een reëlere beoordeling kunnen doen van de daadwerkelijke situatie. Hieruit kunnen we een aantal conclusies met aanbevelingen formuleren. Daarnaast doen we een aantal overstijgende organisatorische aanbevelingen. Conclusie 1: Post Alkmaar ontoereikend voor dekking Het verstedelijkte gebied Alkmaar heeft door het aantal aandachtobjecten en dichte bebouwing de meeste risicocategorie 1- en 2-buurten van de regio. Doordat de beroepspost TS4 is georganiseerd, in dagsituatie deels aangevuld met twee dubbelprofessionals, halen we hier de normen vanuit het beoordelingskader niet. Voor zowel de snelheid om met een basisbrandweereenheid van zes personen ergens te zijn als voor de totale slagkracht valt de repressieve dekking buiten de bandbreedtes.
Juist in Alkmaar waar de bijzondere risicogebieden en objecten in hoge aantallen aanwezig zijn, is het een ongewenste situatie om met TS4 te blijven uitrukken. Aanbeveling 1.1: beroepsformatie Alkmaar uitbreiden Breid de komende jaren de beroepsorganisatie van Alkmaar uit, zodat de eerste eenheid altijd als TS6 kan uitrukken. Dit zorgt voor de juiste wettelijke invulling van het maatgevend scenario gebouwbrand binnen de gestelde normen uit de handreiking.
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
48
Onderstaand geven we aan wat de te verwachten verbetering is als de aanbeveling doorgevoerd wordt:
Legenda Gemeentegrens Kazerne NHN V.I.P. Gekazerneerd Combinatie Buurten op waardering Goed Voldoende Onvoldoende
Figuur 50: Huidige situatie TS4 Alkmaar (dag)
Figuur 51: Verbeterde situatie TS6 Alkmaar (dag)
Conclusie 2: Dagbezetting post Heerhugowaard, tweede tankautospuit en duiken Post Heerhugowaard hebben we momenteel overdag met TS4 gebord. en een Snel inzetbare eenheid met twee personen (SI-2) geborgd. De SI-2 verdwijnt binnenkort als eenheid binnen de post. De postcommandanten vrijwillig van Heerhugowaard hebben tijdens de gevoerde gesprekken duidelijk aangegeven dat de post nu niet ingericht is op de dagsituatie, daar er al langere tijd een beroepsbezetting is. Bovendien zijn er in Heerhugowaard de komende jaren flinke ruimtelijke ontwikkelingen gepland, waardoor het verstedelijkt gebied nog dichter wordt en buurten in het risicoprofiel zullen kantelen naar risicocategorie 1. De duiktaak van Heerhugowaard is in de dagsituatie geborgd met springbemensing vanuit de TS4, maar is in de ANW-situatie niet geborgd en uitgevoerd door de vrijwillige post. Tenslotte heeft post Heerhugowaard als enige binnen de regio nog een tweede tankautospuit die als eerstelijns eenheid gealarmeerd kan worden. Aanbeveling 2.1: Behouden beroepsorganisatie post Heerhugowaard in de dag Aangezien het vrijwilligersgedeelte van de post momenteel niet ingericht is op paraatheidsborging in de dagsituatie is het onverstandig om de beroepsbezetting met dubbelprofessionals gedurende de dag los te laten.
Daar er momenteel nog geen risicocategorie 1-gebieden binnen het verzorgingsgebied van de post zijn (of omliggende posten) is uitrukken met TS4 op dit moment voldoende. Bij het maatgevend scenario kan een tweede eenheid vanuit een omliggende post nog tijdig aanvullen tot de wettelijke vereiste zes personen.
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
49
Aanbeveling 2.2: Verplaatsen duiktaak naar beroeps Alkmaar Organiseer de borging van de duiktaak door deze te verplaatsen naar Alkmaar beroeps, mits deze uitgebreid wordt naar TS6. In bijlage 7.5 hebben we de dekking en argumentatie van deze verplaatsing gedetailleerder uitgewerkt. Aanbeveling 2.3: Aanvullend onderzoek toekomst gemeente Dijk en Waard Voer de komende periode nader onderzoek uit voor het gebied, waarin de veiligheidsregio de ruimtelijke ontwikkelingen, opkomsttijden van de eerste basisbrandweereenheid en gehele slagkracht meeneemt. De toekomstige samenvoeging van de posten Noord- en ZuidScharwoude kan de veiligheidsregio hierin meenemen. Tevens raden we aan om hier ook na te denken over de positie van de tweede tankautospuit op post Heerhugowaard. Momenteel staat deze als tweede ‘eerstelijns’, wat niet handig is bij onderbezetting. Conclusie 3: Hoorn kraakt Ook het verstedelijkte gebied van Hoorn heeft een hoog aantal categorie 2- en een aantal categorie 1-gebieden. In de dagsituatie is post Hoorn georganiseerd op TS4 en is het redvoertuig apart geborgd. Beide zijn bemenst met dubbelprofessionals. De duiktaak borgen we door springbemensing vanuit de tankautospuit. Doordat we de beroepspost TS4 hebben georganiseerd, halen we de normen vanuit het beoordelingskader niet.
Zowel op het gebied van snelheid om met een basisbrandweereenheid van zes personen ergens te zijn als op het gebied van totale slagkracht valt de repressieve dekking buiten de bandbreedtes. Daarnaast hebben de postcommandanten tijdens de gesprekken hun zorgen geuit over de beschikbaarheid van vrijwilligers in de dagsituatie voor de tweede eenheid. Ook hebben zij aangegeven dat de duiktaak in de ANW-situatie (belegd bij post Hoorn vrijwillig) fragiel is georganiseerd en op termijn onhoudbaar wordt.
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
50
Aanbeveling 3.1: Uitbreiding beroepsorganisatie Hoorn in de dag Organiseer dat in de dagsituatie de eerste basisbrandweereenheid in Hoorn als TS6 gegarandeerd kan uitrukken. Hieronder wat de te verwachten verbetering is als de veiligheidsregio de aanbeveling doorvoert:
Legenda Gemeentegrens Kazerne NHN V.I.P. Gekazerneerd Combinatie Buurten op waardering Goed Voldoende Onvoldoende
Figuur 52: Huidige situatie TS4 Hoorn (dag)
Figuur 53: Verbeterde situatie TS6 Hoorn (dag)
Aanbeveling 3.2: Aanvullend onderzoek toekomst gebied Hoorn Voer de komende periode nader onderzoek uit om te komen tot een bredere oplossing, waarbij zowel de slagkracht voor het gebied als de duiktaak stevig geborgd kunnen worden voor zowel de dag- als de ANW-situatie.
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
51
Conclusie 4: De duinstreek droogt op In de duinstreek komen een aantal zaken samen: rijafstanden zijn lang, het gebied grenst aan water waardoor fijnmazigheid beperkt is, risico’s op het gebied van natuurbrandbestrijding nemen toe en de beschikbaarheid van een groot aantal van de posten rondom de duinstreek neemt fors af. Zoals we eerder hebben aangegeven, heeft elke uitdiensttreding van een dergelijke post direct tot gevolg dat we de wettelijke kaders overschrijden bij het maatgevend scenario gebouwbrand. Daarnaast wordt dan de opkomsttijd ongewenst hoog in relatie tot verhoogde natuurbrandrisico’s. Ook hebben we weergegeven wat het cumulatieve effect is als er meerdere posten tegelijkertijd uit dienst moeten, waar ook een reële kans op is. Tenslotte is er zelfs in rusttoestand, waarbij alle posten theoretisch inzetbaar zijn, hier en daar een wettelijke overschrijding van de dekking. Aanbeveling 4.1: Nader onderzoek duinstreek (lange termijn) en versteviging hele duinstreek (korte termijn) Om op lange termijn de repressie voor zowel de natuurbrandbestrijding als de basisbrandweerzorg adequaat in te kunnen blijven vullen, is het noodzakelijk om hier zo spoedig mogelijk met voldoende capaciteit aanvullend onderzoek op te doen. Voor wat betreft de natuurbrandbestrijding is het aan te raden Texel hier ook in mee te nemen.
Voor de nabije toekomst is het noodzakelijk om de posten substantieel te blijven ondersteunen, zowel voor wat betreft de basisbrandweerzorg als voor de natuurbrandbestrijding. Hierbij moeten we rekening houden met het cumulatieve effect van het uit dienst zetten van meerdere posten naast elkaar alsook met de actuele risico’s op het gebied van natuurbrand. Conclusie 5: Rode en oranje posten Op dit moment ligt het gros van de posten dat aangegeven heeft paraatheidsproblemen te hebben in de duinstreek. Deze hebben we in conclusie 4 behandeld. Hiernaast zijn er echter nog een aantal andere posten die zeker overdag paraatheidsproblemen zien. Dit zijn De Cocksdorp, Hippolytushoef, Alkmaar vrijwillig en Heerhugowaard vrijwillig. Deze laatste hebben we in conclusie 2 al besproken. Los van deze posten geeft een substantieel aantal posten het signaal dat paraatheid iets minder acuut is, maar wel meer en meer begint te knellen (code oranje). Verwachting is, dat in ieder geval een deel van deze posten ook meer en meer problemen begint te krijgen in de (nabije) toekomst. Zoals al eerder gezegd zijn deze signalen en de kleurbepaling wel volledig gebaseerd op de gesprekken met postcommandanten. Aanbeveling 5.1: Verbeter en optimaliseer het werving- en selectieproces Stel duidelijke beleidslijnen op voor de prioritering van de toewijzing van opleidingsplekken en wervingsinspanningen.
Houd halfjaarlijkse vitaliteits- en opleidingsgesprekken om knelpunten voor te blijven. Aanbeveling 5.2: Verbeter de paraatheidsmonitoring Organiseer dat we meer datagestuurd kunnen bepalen in hoeverre een post ‘gezond’ is of niet (in combinatie met postcommandantgesprekken) en bewaak de actuele paraatheid. Bewaak dit postoverstijgend, zodat niet meerdere posten naast elkaar buiten dienst staan. Houd in algemene zin aan dat twee posten naast elkaar nooit uit dienst mogen. Om een post in dienst te kunnen houden, zal het soms noodzakelijk zijn dubbelprofessionals in te zetten. Hiervoor zijn restdekkingstools beschikbaar, die de actuele paraatheid kunnen laten zien en voorstellen kunnen doen voor restdekking of versteviging van omliggende posten.
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
52
Conclusie 6: TS-flex knelt Zoals beschreven en weergegeven, hanteert Noord-Holland Noord het principe ‘TS6 als het kan, TS-flex als het moet’. Bij de meeste posten is TS-flex geïmplementeerd en gebruiken we dit als de beschikbaarheid van menskracht echt beperkt blijkt. De postcommandanten hebben in gesprekken aangegeven dat het veelal in de dagsituatie hier en daar noodzakelijk is en uitkomst biedt. Aangezien TS-flex niet de geldende opkomsttijden vanuit de norm conform de handreiking invult bij het maatgevend scenario gebouwbrand vervult de tweede opkomende eenheid deze rol. De wet vereist tenslotte bij maatgevend scenario dat de basisbrandweereenheid met zes personen ter plaatse komt. In hoofdstuk 2 hebben we visueel weergegeven hoe deze tweede eenheid de dekking invult. Hier gaan we echter wel theoretisch uit van gelijktijdige alarmering. Dit is nu in de praktijk niet het geval. Dit kunnen we oplossen door standaard twee eenheden te alarmeren bij gebouwbranden. Dit vraagt echter wel wat nuancering: standaard twee eenheden alarmeren vervult dan wel de dekking, maar leidt ook tot nodeloos dubbel alarmeren (als toch met TS6 wordt uitgerukt), vaker met optische- en geluidsignalen rijden met alle gevaren van dien en het is bij veel incidenten simpelweg niet nodig: het maatgevende scenario gebouwbrand komt gewoon niet zo vaak voor bij de gemiddelde post.
Het heeft bovendien ook een stimulerende werking op het ‘wedstrijdelement’, wat voor een bevelvoerder verstorend werkt op het uitrukproces. Aanbeveling 6.1: Organiseer alarmeren twee eenheden bij ‘brand gebouw’ in de DAG Voor het steviger borgen van het beoordelingskader snelheid: zorg ervoor dat de meldkamer in de dagsituatie bij een incident brand gebouw twee basiseenheden alarmeert in de hele regio, met uitzondering van de door beroeps TS6 geborgde verzorgingsgebieden (Alkmaar, Den Helder en Hoorn, mits aanbeveling 1.1 en 3.1 overgenomen worden). Conclusie 7: Slagkracht en risicocategorie 1 Het beschrijvende deel van de regionale dekking in hoofdstuk 2 laat zien dat hoewel nog op tijd, de dekking in risicocategorie 1-gebieden qua slagkracht op de rand van de bandbreedtes zit. Deze dekking gaat daarnaast ook nog eens uit van gelijktijdige alarmering. Mocht opschaling later gebeuren, dan komt de slagkracht laat op gang, juist in gebieden waar deze sneller wenselijk is. Tevens zijn de redvoertuigen niet standaard gekoppeld aan deze gebieden, terwijl deze juist in die gebieden de meerwaarde kunnen hebben op het gebied van ontvluchting en brandbestrijding, zoals bijvoorbeeld bij portiek, oude binnenstad of hoogbouw.
Aanbeveling 7.1: Organiseer alarmeren twee basiseenheden, redvoertuig en officier van dienst in risicocategorie 1-gebieden, 24/7 bij ‘brand gebouw’ Voor het steviger borgen van het beoordelingskader slagkracht: zorg ervoor dat de meldkamer bij een incident gebouwbrand in een risicocategorie 1-gebied 24/7 twee basiseenheden, een redvoertuig en een officier van dienst brandweer direct alarmeert. Conclusie 8: Poststerktes Naast de al eerder beschreven specifieke beschikbaarheidsproblematiek rond bijvoorbeeld de duinstreek zijn er nog andere posten die beschikbaarheidsproblemen hebben. In de hoofdstukken hiervoor hebben we de effecten van het uit dienst zetten van deze
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
53
posten bij onderbezetting al beschreven en beoordeeld. Voor een aantal posten geldt dat het sporadisch niet uit kunnen rukken geen grote gevolgen heeft voor de dekking. Bij een aantal andere posten gaat dit meer knellen. Daarnaast hebben we met de postcommandanten ook de vitaliteit en opleidingsbehoefte besproken. Hieruit blijkt ook dat de voorgeschreven poststerktes vanuit het dekkingsplan 2015 niet altijd meer aansluiten op de huidige behoeftes. Aanbeveling 8.1: Poststerkte uniformeren en opleidingsbehoefte Stel de poststerktes uniform vast per postconfiguratie. Nu wisselt die nog per post op basis van het verleden. Het uniform vaststellen geeft richting voor zowel de strategische personeelsplanning, de opleidingsbehoefte en -planning, alsook de prioritering van de invulling van opleidingsplekken. Bepaal de prioriteit van invulling van opleidingsplekken niet alleen op het niveau van poststerkte, maar ook op basis van de dekking: hoe ruimer de overschrijding van de dekkingsnorm bij uitval van een post, hoe hoger de prioriteit voor invulling van de opleidingsbehoefte. Daarnaast kan de status van naastgelegen posten ook invloed hebben (en vica versa). Combineer jaarlijkse vitaliteit/opleidingsgesprekken dan ook met een inhoudelijk gesprek over de dekking. Voor wat betreft de poststerktes, stellen we het volgende voor: Postconfiguratie
Totaal BV
1x TS
Totaal chauffeur TS
Aanvulling extra taak
Totaal post
4-8
4-8
n.v.t.
18-24
1x TS + HV1 / RV / HA / AAD/BV 4-8
4-8
8
24-32
1x TS + VE
4-8
4-8
8
24-32
1x TS + SBV
4-8
4-8
12
24-36
1x TS + meerdere taken
4-8
4-8
12
24-36
Hierbij geldt dat de invulling van de functies voor de extra taak in dubbelfunctie mogelijk is. De voorgestelde poststerktes geven een minimum en een maximum aan. Dit geeft een flexibele bandbreedte voor de post specifieke werving. Een aantal kanttekeningen als richtlijn voor vitaliteitsgesprekken: • Het is niet de bedoeling altijd voor het maximum te gaan als post. Als de post met minder mensen ‘gezond’ is, zijn extra mensen niet nodig en werkt dit zelfs misschien averechts (ervaringsgetal omlaag en vakbekwaamheidsverplichtingen omhoog); • Hetzelfde geldt voor een minimum of ondergrens: een post die net iets minder heeft maar het al jaren goed doet, hoeft niet opeens heel snel mensen te werven. Maar het geeft wel richting voor het gesprek: is het wel gezond, is het houdbaar op termijn, vragen we niet teveel als werkgever?; • De bandbreedte geeft flexibele ruimte: huidige generaties brandweermensen zijn anders beschikbaar. Wat het ene jaar met achttien mensen prima kan, kan het jaar daarop opeens knellen met dezelfde achttien. Jaarlijkse vitaliteitsgesprekken dwingen om hier aan de voorkant over na te denken.
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
54
Voor de posten met een duiktaak zoals deze nu ingericht zijn, blijft momenteel de poststerkte uit de werkinstructie ‘Werken onder overdruk bij de brandweer’ gelden: Functie
Aantal per post
Duikploegleider
8
Assistent duikploeg/chauffeur 8 waterongevallenvoertuig Brandweerduiker
16
Duikinstructeur
3
Hierbij geldt dat dubbelfuncties mogen. Ook mag de bovengrens van de postconfiguratie geen belemmering zijn voor het werven van brandweerduikers. Met andere woorden: brandweerduikers werven mag altijd, ongeacht de huidige poststerkte. Dit heeft vooral te maken met de uitdagingen in het vinden van geschikte brandweerduikers, die simpelweg niet altijd binnen actuele postconfiguraties te vinden zijn. Conclusie 9: Gelijktijdigheid en restdekking Noord-Holland Noord is fijnmazig georganiseerd en zolang niet meerdere naastgelegen posten uit dienst gaan door paraatheidsproblemen is gelijktijdigheid in algemene zin geen probleem voor de regio. Naastgelegen posten borgen dan nog adequaat de vereiste dekking. Om van een kwantitatieve beoordeling een kwalitatieve kansberekening te kunnen maken, zijn meer data, kennis en kunde nodig. Door dezelfde fijnmazigheid is ook het organiseren van restdekking in algemene zin geen probleem binnen Noord-Holland Noord. Restdekking valt onder de verantwoordelijkheid van de algemeen commandanten brandweer (ACB’s). Zij hebben hiervoor werkafspraken gemaakt, en gebruiken een beperkte tool. Hier zijn modernere tools voor, die direct op basis van gebiedsgerichte opkomsttijden de actuele gaten in de dekking kunnen laten zien.
Aanbeveling 9.1: Tool voor restdekking aanschaffen Schaf naar aanleiding van dit dekkingsplan een tool aan (project/aanbesteding) waarmee de Algemeen Commandant Brandweerzorg de restdekking op de actualiteit gebaseerd kan inschatten en gerichte maatregelen kan nemen. Zie ook conclusie 5. Deze tool moet bijvoorbeeld aan de hand van de systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden direct kunnen beoordelen waar bandbreedtes overschreden gaan worden bij uit dienst gaan van posten. Conclusie 10: Redvoertuigen Door het koppelen van de redvoertuigen aan de risicocategorie 1-buurten staan er in principe momenteel drie redvoertuigen vast, die niet ergens anders heen kunnen. Veiligheidsregio Noord-Holland Noord heeft echter gebieden waarin de opkomsttijd richting de dertig minuten gaat. Een totale herplaatsing van de redvoertuigen is mede door de koppeling niet mogelijk (en niet realistisch haalbaar). Maar met een kleinere verplaatsing kunnen we de dekking wel verbeteren. In bijlage 7.3 gaan we dieper op het redvoertuig in en geven we een alternatief op een theoretische basis. Hieruit kunnen we concluderen dat daar waar we een redvoertuig weghalen en ergens anders plaatsen er een vergelijkbare verslechtering optreedt. Daarnaast laat bijlage 7.3
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
55
zien dat de redvoertuigen het meest nodig zijn daar waar zij nu staan, kijkende naar de locaties van de incidenten de afgelopen jaren. Aanbeveling 10.1: Plaatsing redvoertuigen, onderzoek naar extra redvoertuig Stel de huidige plaatsing van de redvoertuigen vast. Stel bestuurlijk de opkomsttijden van het redvoertuig vast, gekoppeld aan risicocategorie 1-gebieden. Doe nader onderzoek naar een extra hoogwerker voor algemene dekkingsverbetering in brede zin: aantal incidenten, ervaringsgetal, vakbekwaamheid, geschikte locatie etc. Kijk naar kosten en baten. Redvoertuigen blijven een schaars goed. Met de noodzakelijke koppeling aan risicocategorie 1- buurten, bevelen we hier ook aan om bij langdurige uitval van een van de drie redvoertuigen die voor deze categorie1-buurten beschikbaar zijn één van de overige twee redvoertuigen tijdelijk te verplaatsen. Zet dit vast in heldere werkafspraken. Conclusie 11: Aandachtsobjecten In bijlage 7.09 is de lijst van aandachtobjecten met overschrijding te zien per gemeente. Er zijn aandachtobjecten die gecategoriseerd zijn als categorie 1-objecten, maar in een lagere risicocategorie zijn ingedeeld. Hierbij vereist de norm evengoed dat brandweer daar binnen de bandbreedte van de categorie 1-norm aanwezig is. Daar waar we dus later dan tien minuten ter plaatse zijn, overschrijden we de norm.
Hiernaast is er ook een beperkt aantal objecten waarbij we de 18-minuten grens overschrijden. Aanbeveling 11.1: Aanvullende maatregelen aandachtsobjecten met overschrijding Laat de gemeenten en veiligheidsregio (afdelingen Risicobeheersing en Veilig leven) in gesprek gaan met eigenaren/gebruikers van de aandachtobjecten met overschrijding, zodat een gewenst brandveiligheidsniveau behaald kan worden. Zij kunnen aanvullende maatregelen bespreken, zoals bijvoorbeeld: •v eilig leven, door bijvoorbeeld meer aandacht te besteden aan voorlichting, bewustwording en gedragsverandering; •h et toepassen van risico beheersende maatregelen bouwkundig, installatietechnisch of organisatorisch (BIO); •v oorlichtingsbijeenkomsten na een brand in een wijk of dorp; •d e relevante brandweerpost(en) meer vakbekwaam maken op het betreffende object. Ook het accepteren van een zeker restrisico met de juiste communicatie hierover richting de samenleving kan onderdeel zijn van het gesprek.
Aanbeveling 11.2: Vaststelling overschrijding opkomsttijden Stel bestuurlijk de wettelijke overschrijding vast voor de genoemde objecten in paragraaf 3.2. Communiceer dit transparant richting relevante partijen en objecten. Laat de afdeling Risicobeheersing aan de slag gaan met de vastgestelde overschrijdingen en houd er rekening mee bij de ruimtelijke ontwikkelingen in de relevante gebieden.
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
56
4 Dekkingsplan vaststellen, processtap 4 Door het gebruiken van de nieuwe systematiek wijkt Veiligheidsregio Noord-Holland Noord formeel af van de huidige in het Besluit veiligheidsregio’s genoemde tijdsnormen. De minister van Justitie en Veiligheid heeft echter in een brief aan het bestuur van de veiligheidsregio duidelijk gemaakt dat een stap richting wetswijziging en verankering van de nieuwe systematiek in de wet is gezet. De minister stelde dat nieuw op te stellen dekkingsplannen al gebaseerd moeten worden op deze nieuwe systematiek. Noord-Holland Noord adviseert daarnaast ook om de nieuwe systematiek te omarmen, op basis van onderstaande redenen: •E en dekkingsplan op basis van de nieuwe methodiek geeft een realistisch beeld van de prestaties die van de brandweer verwacht mogen worden. Dit omdat we niet alleen naar de opkomst van een eerste eenheid (snelheid) kijken, maar ook naar de tijd waarin drie eenheden op een locatie kunnen zijn (slagkracht). Verder geeft de nieuwe methodiek ook handvatten om eventueel inzicht te kunnen geven in de paraatheid en werkdruk van de brandweer. Tot slot heeft de nieuwe systematiek ook meer informatiewaarde voor het bestuur en biedt het een betere basis voor verantwoording en besluitvorming. Hiermee maken we een kwaliteitsslag in het niveau van het dekkingsplan.
•D e nieuwe normen uit de handreiking worden binnen afzienbare termijn de nieuwe landelijke norm, verankerd in regelgeving. In ieder geval verwachten we dit binnen de geldigheidsduur van het nieuwe dekkingsplan. •D e nieuwe methodiek sluit beter aan bij het beschouwen van de mogelijke locaties (buurten en/of objecten) waar we de norm overschrijden en geeft hiermee meer richting voor doeltreffende aanbevelingen alsook transparantie en acceptatie. Hieronder geven we de planning van het besluitvormingsproces voor het nieuw vast te stellen dekkingsplan weer: Data
Mijlpalen
24 okt ‘22
MT Brandweer/Bedrijfsvoering - vaststelling projectplan Dekkingsplan
2 juni ‘23
Concept dekkingsplan gereed
5 juni ‘23
MT Brandweer/Bedrijfsvoering – consultatie nieuw dekkingsplan
Juni ‘23
Klankbordgroep Incidentbestrijding – presentatie nieuw dekkingsplan
Juni/juli ‘23
Postcommandanten-overleggen – consultatie dekkingsplan
24 juli ‘23
MT Brandweer/Bedrijfsvoering – besluitvorming nieuw dekkingsplan
8 aug ‘23
MT VR – voorgenomen besluit nieuw dekkingsplan
14 aug’23 – 25 sep ‘23
Ondernemingsraad – informeren
22 sept ‘23
Themadag AB – onder andere dekkingsplan
17 okt ‘23
MT VR –b esluitvorming nieuw dekkingsplan
21 nov ‘23
Commissie BFV – besluitvorming nieuw dekkingsplan
1 dec ‘23
Algemeen Bestuur – ter informatie nieuw dekkingsplan aanbieden
7 dec ‘23
Dagelijks Bestuur – besluitvorming nieuw dekkingsplan
11 dec ’23 – 22 jan ‘24
Gemeenteraden – zienswijze
Maart ‘24
Algemeen Bestuur – vaststelling nieuw dekkingsplan
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
57
5 Uitvoering bijstellen, processtap 5 Met processtap 5 start de implementatie van het dekkingsplan. Het plan vormt kortom het vertrekpunt voor de uitvoering.
Kazerne volgorde tabellen De handreiking bevat rekenregels voor onder andere het berekenen van de uitruktijden. Deze zijn anders dan die Veiligheidsregio Noord-Holland Noord tot dan toe heeft toegepast voor het bepalen van de verzorgingsgebieden van elke kazerne, de zogenaamde kazerne volgorde tabellen (KVT). De uitruktijden zijn bepalend voor de grootte van het verzorgings gebied van elke kazerne en liggen daardoor gevoelig, met name bij de vrijwillige kazernes. Tijdens de gesprekken met de postcommandanten is het onderwerp kazerne volgorde tabellen ook aan de orde geweest. Uit analyse van deze gesprekken blijkt dat geen enkele post voorstander is van het continue aanpassen van het verzorgingsgebied voor maar een zeer gering theoretisch aantal seconden winst voor wat betreft de opkomsttijd. In meer of minder mate vragen alle posten om meer vaste gebieden. Dit heeft de volgende voordelen: •E en post kan voor een langere tijd geconcentreerd oefenen op de eigen specifieke bijzondere risicogebieden of -objecten. Dit zorgt op termijn voor kwalitatief betere brandweerzorg. Ook bij vakbekwaamheidsinspanningen biedt dit voordelen; •S amenwerking met buurposten en ‘dezelfde taal’ spreken tijdens incidentbestrijding bij bijzondere objecten verstevigen we op deze wijze; •H et ‘wedstrijdelement’ van het zo snel mogelijk de kazerne uitrijden halen we hier (deels) mee weg.
Dit geeft rust richting de kazerne (veiligheid) en tijdens de uitruk- en planvormingsfase gedurende een incident; •D e benodigde capaciteit voor het telkens wijzigen van de kazerne volgorde tabellen is aanzienlijk. Deze capaciteit kunnen we dan efficiënter elders inzetten. Bovenstaande zaken hebben we in de klankbordgroep Incidentbestrijding besproken en samen met deze groep hebben we de volgende nieuwe spelregels geformuleerd: •N a vaststelling van dit dekkingsplan (maart 2024) volgt er nog één uitrol van de kazerne volgorde tabellen, met de nieuwe rekenregels volgens de handreiking. Deze kazerne volgorde tabellen bespreken we bij wijzigingen ten opzichte van de oude, en aldaar op verzoek, met relevante postcommandanten om een zo breed mogelijk gedragen verzorgingsgebied per post te krijgen. •O pvolgende wijzigingen van de kazerne volgorde tabellen rollen we pas daadwerkelijk uit als bij het niet-wijzigen uit beoordeling blijkt dat de brandweerzorg zowel op het gebied van snelheid als capaciteit boven de referentiewaarde uitkomt of de bandbreedte overschrijdt (dus van groen naar blauw, of van blauw naar rood). Dit geldt ook vice versa. Ook deze noodzakelijke wijzigingen bespreken we eerst met relevante postcommandanten.
•B innen het district Noord-West 4 hebben we afgesproken dat er twee keer per jaar de ruimte is voor een uitrol van de kazerne volgorde tabellen met wijzigingen. Dit is in juni en in december. Achter de schermen vindt deze twee keer wel nog steeds plaats, maar alleen om de beoordeling te kunnen doen voor bovenstaand punt. Als uit de beoordeling geen wijzigingen zichtbaar zijn, passen we niets aan. Met bovenstaande wijkt Noord-Holland Noord af van het theoretische fenomeen ‘snelste hulp’ en hanteren we ‘snelle hulp, goed genoeg conform de norm’ als richtlijn. We stellen dat bovengenoemde voordelen zwaarder wegen dan de theoretische opkomstversnelling van een aantal seconden die de continue wijzigingen van de kazerne volgorde tabellen opbrengen. D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
58
Implementatie aanbevelingen We kunnen al een start maken met de aanbevelingen uit dit dekkingsplan. Sommige vereisen een aparte projectgroep voor nader onderzoek, andere vereisen het opstellen van een implementatieplan. Hieronder geven we een beknopt overzicht van de aanbevelingen. Aanbevelingen
Prio Toelichting
1.1
Beroepsformatie Alkmaar uitbreiden
1
Om te voldoen aan wettelijk beoordelingskader TS6
2.1
Behouden beroepsorganisatie post Heerhugowaard in de DAG
1
Voor toekomstige ontwikkelingen en huidig vrijwillig bestand noodzakelijk momenteel beroeps te behouden
2.2
Verplaatsen duiktaak naar beroeps Alkmaar
2
Winst in opkomsttijden, verdere professionalisering, duiken vrijwillig op termijn onhoudbaar
2.3
Aanvullend onderzoek toekomst gemeente Dijk en Waard
2
Ruimtelijke ontwikkelingen, samenvoeging kazernes Scharwoude
3.1
Uitbreiding beroepsorganisatie Hoorn in de DAG
1
Om te voldoen aan wettelijk beoordelingskader TS6
3.2
Aanvullend onderzoek toekomst gebied Hoorn
2
Knelpunten paraatheid, duiken vrijwillig op termijn onhoudbaar
4.1
Nader onderzoek duinstreek (lange termijn) en versteviging hele duinstreek (korte termijn)
1
Knelpunten paraatheid basisbrandweerzorg en natuurbrandbestrijding
5.1
Verbeter en optimaliseer het wervingsen selectieproces
2
Versteviging en juiste capaciteit op juiste plek voor paraatheid en ondersteuning posten
5.2
Verbeter de paraatheidsmonitoring
1
Bewaking van dekking bij paraatheidsproblemen
6.1
Organiseer alarmeren twee eenheden bij gebouwbrand in de DAG
1
Om te voldoen aan wettelijk beoordelingskader TS6 bij uitruk flex
7.1
Organiseer alarmeren twee basiseenheden, RV en OvD in risicocategorie 1 gebieden, 24/7 bij gebouwbrand
2
Vanuit inhoud: risicocategorie 1 heeft snel juiste capaciteit nodig
8.1
Poststerkte uniformeren en opleidingsbehoefte
2
Voor strategische personeelsplanning, paraatheid verstevigen met juiste prioriteit
9.1
Tool voor restdekking aanschaffen
2
Bewaking van dekking bij paraatheidsproblemen
10.1 Plaatsing redvoertuigen, onderzoek naar extra redvoertuigen
2
Vanuit inhoud: risicocategorie 1 heeft snel juiste capaciteit nodig. Achttien minuten overschrijdingen onderzoeken.
11.1
Aanvullende maatregelen aandacht objecten met overschrijding
2
Versteviging van brandveiligheidsniveau daar waar dat het belangrijkst is
11.2 Vaststelling overschrijding opkomsttijden
2
Transparantie en communicatie; Versteviging van brandveiligheidsniveau daar waar dat het belangrijkst is
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
59
6 Overige processtappen uit de handreiking Dekking uitvoeren, processtap 6 In processtap 6 begint de uitvoering van de dekking zoals die is vastgelegd in het dekkingsplan. De uitvoering van de dekking gaat feitelijk over alarmeren, uitrukken, ter plaatse komen en hulp verlenen aan mens en dier. Deze stap focust op de realisatie van de prestatieafspraken tussen de brandweer en haar bestuur, inclusief de registratie van de realisatie. Het resultaat van deze stap is in de eerste plaats de verlening van hulp. In de tweede plaats is dat de registratie van die hulpverlening, zodat de repressieve organisatie (in processtap 7) haar prestaties kan monitoren, zich kan verantwoorden en zichzelf cyclisch kan verbeteren.
Uitvoering beoordelen, processtap 7 In processtap 7 beoordelen we onze dekkingsprestatie op basis van daadwerkelijk bestreden incidenten. Het doel van deze processtap is beoordeling van de uitvoering. Dit geeft inzicht in de repressieve dekking zoals die is uitgevoerd of gerealiseerd. Daarnaast geeft het een antwoord op de vraag of de oorspronkelijke prestatieafspraken in het dekkingsplan daadwerkelijk recht hebben gedaan aan de realiteit. De beoordeling kunnen we gebruiken om van te leren, cyclisch te verbeteren en verantwoording af te leggen. Als het nodig is, stellen we op basis van de inzichten, de uitvoering en/of inrichting van de dekking bij. Door de dekkingsprestatie te monitoren, kunnen we bovendien een afwijking van de verwachte prestatie verklaren. Zeker bij implementatie van de aanbevelingen is het raadzaam om hiervoor registratiesystematiek in te richten. Hierdoor kunnen we gericht onderzoeken of aanbevelingen wel tot verbetering leiden.
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
60
7 Bijlagen
7.1 Samenvatting Handreiking Landelijk Uniforme systematiek Dekkingsplannen
7.2 Technische en algemene uitgangspunten en berekeningen
7.3 Het redvoertuig
7.4 Het Hulpverleningsvoertuig
7.5 Waterongevallenbestrijding
7.6 IBGS
7.7 GWV
7.8 GBO & operationele leiding 7.8.1 GBO 7.8.2 Operationele leiding
7.9 Overzicht per gemeente 7.10 Afkortingenlijst
D e k k i n g s p l a n
V R N H N
2 0 2 4 - 2 0 2 7
61
7.1 Samenvatting Handreiking Landelijk Uniforme systematiek Dekkingsplannen De landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen beoogt een landelijk uniforme werkwijze voor de brandweer. De systematiek is vastgelegd in een handreiking. Door deze toe te passen, kan de brandweer met het dekkingsplanproces meer recht doen aan de huidige praktijk. Dat doet zij door niet alleen inzicht te geven in de factor snelheid, maar ook in factoren als capaciteit, paraatheid en werkdruk. Naast een beschrijving van de systematiek in zeven processtappen, biedt de handreiking ook rekenvoorschriften, waardoor regionale dekkingsplannen vergelijkbaar worden. Beoordelingskader De systematiek bevat ook het beoordelingskader Gebiedsgerichte opkomsttijden. Samen bieden zij een betrouwbaar instrument dat de brandweer inzicht geeft in prognose en realisatie van de repressieve dekking, inclusief de motivatie van afwijkingen en flankerend beleid. Het kader past de brandweer toe bij de beoordeling van de dekking. Hierin ligt wel nog de nadruk op de opkomsttijd van de eerste basisbrandweereenheid (TS6) bij het maatgevende scenario “brand gebouw”. Toelichting op het proces Zowel de totstandkoming van het dekkingsplan als de uitvoering en de rapportage verloopt via de landelijk uniforme systematiek. Deze bestaat uit zeven stappen.