CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Plan-milieueffectrapportage Omgevingsvisie Emmen 2040

Informatiebijeenkomst 8 december 2025, gemeente Emmen22.174 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

50 | 65

Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief

7 DOELBEREIK In de Omgevingsvisie heeft de gemeente Emmen haar visie beschreven. De gemeente stelt het doel om in 2040 een fijne, aantrekkelijke en veilige gemeente te zijn. Om daartoe te zijn drie strategische kernambities uitgewerkt. De kernambities dragen bij aan de visie en zijn gebaseerd op de verschillende inventarisaties die de gemeente in fase 1 (verkennen) heeft uitgevoerd: 1 kernambitie 1 Sterke stad, vitale dorpen; 2 kernambitie 2 Een duurzame en veerkrachtige economie met impact; 3 kernambitie 3 Landschap en groen als drager van ruimtelijke ontwikkelingen.

7.1

Beoordeling doelbereik

In onderstaande paragrafen is beschreven in hoeverre het VKA bijdraagt aan het bereiken van de drie ambities van de gemeente Emmen. Dit wordt gedaan door per de mogelijke kansen en risico’s te noemen die het VKA heeft voor de kernambities. De kansen en risico’s zijn afgeleid uit de ingreep-effectrelaties (bijlage II van het achtergrondrapport, dat is bijlage II van voorliggend rapport).

7.1.1

Kernambitie 1 Sterke stad, vitale dorpen

De kernambitie Sterke stad, vitale kernen zet in op een goed leven voor iedereen. Iedereen krijgt overal in de gemeente gelijke kansen en waardoor een prettige leefomgeving ontstaat. Met deze ambitie wordt ingezet op bevolkingsgroei, voldoende woningen, basisvoorzieningen in Emmen-stad en de kerndorpen (Klazienaveen, Schoonebeek, Emmer-Compascuum en Nieuw Amsterdam), sociale samenhang, bereikbaarheid voor voetganger, fietsen en OV en beschermen en versterken van cultuurhistorische en landschappelijke waarden. In het voorkeursalternatief bestaan kansen voor ‘landschap’ en ‘cultuurhistorie en erfgoed’. Met het versterken van cultuurhistorische en landschapselementen, beleid rond Vrijkomende Agrarische Bebouwing en behoud van natuur en een groen en open landschap, worden de juiste stappen gezet om deze ambitie waar te maken. Het realiseren van woningbouw, onder andere bij voorzieningen, herbestemming van bedrijventerreinen en agrarische gebouwen, optoppen en woningbouw op de flanken van de Hondsrug, plus betere voorzieningen, meer ontmoetingsplekken, vergroening en verbeterde bereikbaarheid, biedt kansen voor de het thema ‘wonen’. Deze voorzieningen zorgen ook voor meer ontmoetingen en biedt kansen voor sociale ontmoetingen. Dit sluit aan op het doel van de ambitie om Emmen een plek te maken waar iedereen prettig kan leven en waar sociale samenhang is.

Het verdichting en clusteren rond mobiliteitspunten of kernen met veel voorzieningen zorgt voor een betere bereikbaarheid van het OV, ook dit is in lijn met de kernambitie. Bevolkingsgroei, bedrijvigheid en het uitbreiden van infrastructuur brengt risico’s mee voor de kernambitie omdat deze ontwikkelingen de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van Emmen kunnen aantasten. Daarnaast neemt het aantal vervoersbewegingen van de auto toe door dezelfde sociaaleconomische ontwikkelingen. Daarmee is er een risico dat het aandeel reizigers met OV, fiets of te voet in thema ‘mobiliteit’ zich verminderd ten gunste van de auto. Door de grote afstanden binnen de

51 | 65

Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief

gemeente blijft het autogebruik belangrijk. Het VKA biedt daarmee hoge potentie om een sterke stad en vitale dorpen in gemeente Emmen te realiseren.

7.1.2

Kernambitie 2 Een duurzame en veerkrachtige economie met impact

De kernambitie Een duurzame en veerkrachtige economie met impact raakt aan een veerkrachtige, duurzame economie met impact die aansluit op de behoefte van alle inwoners en waar ruimte is voor ontwikkeling en innovatie. Met deze ambitie wordt ingezet op extra ruimte voor bedrijventerreinen, herstructurering van bestaande locaties (zoals Bargermeer) en transformatie van verouderde bedrijventerreinen. Ook wordt ingezet op investeren in de bereikbaarheid van de gemeente per weg en per spoor, en in de versterking van het elektriciteitsnetwerk. In het voorkeursalternatief bestaan kansen voor het ‘arbeid en inkomen’. Door medewerking te verlenen aan het versterken van het elektriciteitsnetwerk en het uitbreiden van werklocaties, wordt positief bijgedragen aan het behalen van deze ambitie. Het thema ‘mobiliteit’ biedt zowel kansen als risico’s voor investeren in de bereikbaarheid van de gemeente per weg en per spoor. De ontwikkeling van de Nedersaksenlijn en realisatie van woon- en werklocaties nabij mobiliteitshubs hebben een positief effect op een verschuiving naar duurzame vervoerswijzen (OV). Een toename van vervoersbeweging met de auto (onder andere door verbetering van N-wegen) is als negatief beschouwd doordat dit leidt tot een toename van uitstoot.

Het behoud van het open landschap en beschermen van kernkarakteristieken en natuur brengen risico’s met zich mee voor het realiseren van de ambitie, doordat dit afstanden binnen de gemeente vergroot en de mogelijkheden voor infrastructurele ontwikkelingen beperkt. Bovendien leidt de uitbreiding van bedrijventerreinen tot veiligheidsrisico’s ten aanzien van kwetsbare gebouwen, tot afname van luchtkwaliteit door een toename van uitstoot. Ook leiden de infrastructurele ontwikkelingen (zoals de Nedersaksenlijn en N-wegen) en toename van industriële activiteiten tot meer geluidoverlast. Het VKA biedt daarmee beperkte potentie om in de gemeente Emmen een duurzame en veerkrachtige economie met impact te creëren.

7.1.3

Kernambitie 3 Landschap en groen als drager van ruimtelijke ontwikkelingen

De kernambitie Landschap en groen als drager van ruimtelijke ontwikkelingen ziet op de unieke geografische positie, natuur, bijzondere landschappen en rijke landbouwcultuur van de gemeente. Met deze ambitie wordt ingezet op ontwikkelen vanuit het water- en bodemsysteem, klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen, versterken van cultuurhistorie, landschap en recreatie en toerisme. Daarnaast wordt beleid gevoerd op transformatie van landbouw naar en combinatie met recreatie, natuurontwikkeling en klimaatadaptatie. In het voorkeursalternatief bestaan kansen voor ‘landschap’ en ‘cultuurhistorie en erfgoed’. Het versterken van cultuurhistorische en natuurlijke landschapselementen, beleid rond Vrijkomende Agrarische Bebouwing en behoud van natuur en een groen en open landschap, dragen bij aan het versterken van cultuurhistorie en landschap. Hiermee worden de juiste stappen gezet om deze ambitie waar te maken.

Voor ‘bodem’ is het beperken van ontwatering, rekening houden met het water en bodemsysteem en transformeren van bedrijventerreinen en landbouwgronden positief en draagt bij aan het bereiken van de ambitie Ook het voor ‘natuur’ en ‘klimaat’ liggen er veel kansen: ecologische corridors, het transformeren van agrarisch land naar natuur of benutten voor klimaatopgaven, en het ontwerpen van natuurinclusieve en klimaatadaptieve gebouwen, openbare ruimtes en het creëren van watercapaciteit in veengebieden en beekdalen. Daarnaast biedt verdichting kansen om verlies van groen in het buitengebied te beperken.

52 | 65

Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief

Bevolkingsgroei, bedrijvigheid en het uitbreiden van infrastructuur brengt risico’s met zich mee voor het thema ‘landschap’ doordat groen verdwijnt en er meer bebouwing in en rond de kerndorpen wordt bijgebouwd en daarmee karakteristiek dorpsgezicht en agrarisch landschap veranderd. Daarnaast is het bouwen van nieuwe bedrijventerreinen, wegen en woningen nadelig voor de thema’s ‘klimaat’ en ‘natuur’, met name als deze gerealiseerd worden op laaggelegen plekken en in beekdalen, plekken met hoge of lage grondwaterstanden, of in de buurt van beschermde natuurgebieden. Het VKA biedt daarmee beperkte potentie om in de gemeente Emmen landschap en groen als drager van ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren.

53 | 65

Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief

8 PASSENDE BEOORDELING Wanneer significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten, is een Passende beoordeling op grond van de Omgevingswet noodzakelijk. De omgevingsvisie van de gemeente Emmen schetst een beeld voor de fysieke leefomgeving van de gemeente op de langere termijn (2040). In de Omgevingsvisie worden keuzes gemaakt, waarvan het op voorhand niet is uit te sluiten dat deze keuzes afzonderlijk of in samenhang kunnen leiden tot significante gevolgen op Natura 2000-gebieden in en rondom de gemeente. Het doel van de passende beoordeling is: - het in beeld brengen van de risico’s op significant negatieve effecten op de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-netwerk als gevolg van het nieuwe beleid uit de Omgevingsvisie; - het beschrijven van bronmaatregelen, mitigerende maatregelen en/of beleidsaanpassingen die nodig zijn om significante effecten te voorkomen. De Passende beoordeling voor de Omgevingsvisie sluit aan bij het abstractieniveau van de Omgevingsvisie. Gezien het abstracte karakter van de beleidskeuzes is de Passende beoordeling op hoofdlijnen. De Passende beoordeling bestaat uit een beschrijving van de relevante Natura 2000-gebieden binnen de gemeente Emmen. Vervolgens wordt ingegaan op de belangrijkste knelpunten voor het behalen van de Natura 2000doelen en worden de risico’s op significante effecten in kaart gebracht.

8.1

Wettelijk kader

Onder de Omgevingswet (Ow) maakt natuur onderdeel uit van de fysieke leefomgeving. Hierdoor valt natuur(bescherming) onder de reikwijdte van de Omgevingswet. De Omgevingswet bevat instrumenten om natuurgebieden te beschermen. De instrumenten zien op Natura 2000-gebieden, NNN-gebieden en aangewezen bijzondere natuurgebieden en landschappen (artikel 2.44 Ow). Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. In juridische zin komt Natura 2000 voort uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen. Elk Natura 2000-gebied wordt vastgesteld door middel van een aanwijzingsbesluit. In dit besluit is, behalve onder andere de begrenzing van het gebied, vastgesteld welke natuurwaarden in dat gebied beschermd zijn, de zogeheten instandhoudingsdoelstellingen. Instandhoudingsdoelstellingen betreffen zowel habitattypen als habitat- en vogelsoorten. Natura 2000-activiteiten die invloed hebben op Natura 2000-gebieden worden onder de Omgevingswet Natura 2000-activiteiten genoemd.

Een Natura 2000-actitiviteit wordt gedefinieerd als: ‘activiteit, inhoudende het realiseren van een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000gebied.’. Natura 2000-activiteiten zijn vergunningplichtig op grond van artikel 5.1 lid 1 sub e Ow. Dit artikel vormt de Nederlandse implementatie van artikel 6 van de Habitatrichtlijn. Het is voorts verboden om te handelen in strijd met een voorschrift van een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit (artikel 5.5 lid 2 onder f Ow). Activiteiten waarvan significante gevolgen op voorhand op grond van objectieve gegevens kunnen worden uitgesloten, zijn niet vergunningplichtig. Daarnaast zijn er in hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) nog andere gevallen aangewezen die zijn vrijgesteld van de vergunningplicht. Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied, maar ook activiteiten buiten een Natura

54 | 65

Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief

2000-gebied kunnen effect hebben op het Natura 2000-gebied. Als deze effecten significant zijn dan is er vanwege de ‘externe werking van een Natura 2000-gebied’ ook sprake van een Natura 2000-activiteit.

8.2

Huidige situatie

Zowel de biodiversiteit als het areaal en de kwaliteit van beschermde natuurgebieden in de gemeente Emmen staan onder druk. De soortenrijkdom in de gemeente Emmen staat onder druk. Met onder andere insecten in algemeenheid gaat het slecht, en ook met boerenlandvogels gaat het niet goed. In de natuurgebieden is de soortenrijkdom over het algemeen groter en ook in gebieden met veel landschapselementen is de soortenrijkdom hoger. Op grote schaal is er echter sprake van het verlies van landschapselementen. Het natuurbeleid dringt de afname van biodiversiteit terug, maar nog onvoldoende om de totale afname in biodiversiteit tegen te houden. De huidige situatie voor biodiversiteit wordt beoordeeld als ‘slecht, er zijn redelijk veel tot veel knelpunten’. Belangrijke knelpunten voor een goede kwaliteit van de natuur zijn onder andere overmatige stikstofdepositie en verdroging. Daarnaast zijn ruimtegebrek voor de ontwikkeling van nieuwe natuur, gebrek aan overgangsgebieden, gebrek aan specifieke habitats en recreatiedruk knelpunten voor de natuur. De huidige situatie voor areaal en kwaliteit van beschermde natuurgebieden wordt beoordeeld als ‘slecht, er zijn redelijk veel tot veel knelpunten’.

8.2.1

Natura 2000-gebied in Emmen

In Nederland liggen 162 Natura 2000-gebieden. Binnen 25 km vanaf de gemeente Emmen liggen elf Natura 2000-gebieden. Dit zijn Bargerveen, Drouwenerzand, Elperstroomgebied, Drentsche Aa-gebied, Lieftinghsbroek, Mantingerbos, Mantingerzand, Engbertsdijksvenen, Springendal & Dal van de Mosbeek, Bergvennen & Brecklenkampse Veld en Dwingelderveld. In de gehele provincie Drenthe is (peildatum november 2024) 22.100 ha aangewezen als Natura 2000-gebied. Natura 2000-gebied Bargerveen is het enige Natura 2000-gebied dat binnen de gemeente Emmen gelegen is (zie afbeelding 8.1). Dit is een Vogel- en Habitatrichtlijngebied. Het Natura 2000-gebied heeft te maken met stikstofdepositie, verdroging, guanotrofie (vermesting door vogeluitwerpselen), exoten en de effecten van klimaatverandering1. Deze knelpunten zetten de kwaliteit van het gebied onder druk. Om verbetering te bewerkstelligen zijn maatregelen binnen én in de omgeving van het Natura 2000-gebied nodig (een overgangszone). Voor de verder gelegen Natura 2000-gebieden geldt dat stikstofdepositie en verdroging knelpunten zijn2.

1

NDA Bargerveen.

2

NDA Elperstroomgebied, Drouwenerzand en Mantingerzand.

55 | 65

Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief

Afbeelding 8.1 Ligging Natura 2000-gebied ‘Bargerveen’ in de gemeente Emmen

Typering van het Natura 2000-gebied Bargerveen Het Bargerveen in het zuidoosten van Drenthe is het grootste van de hoogveenrestanten van ons land, en deel van het ooit zeer uitgestrekte Bourtangerveen op de grens van Nederland en Duitsland. Er komen verlande meerstallen en hoogveenherstelvlakten voor, de laatste op door boekweitbrandcultuur aangetast hoogveen. Waar het veen tot dicht aan de minerale ondergrond is verwijderd zijn na vernatting grote plassen ontstaan. Een groot deel van het Bargerveen is door grootschalige industriële vervening en vervolgens vernatting omgevormd tot een water-, insecten- en vogelrijk landschap. Voor het herstel van hoogveen is gebruik gemaakt van compartimentering met veendammen. Vrij grote gebiedsdelen zijn door langdurig gebruik met lichte drainage omgevormd tot schraal grasland (bovenveengraslanden: de enige locatie in Nederland). Mede door de grote variatie aan biotopen en de gradiënt naar de Hondsrug herbergt het Bargerveen een aantal zeer zeldzame planten en dieren. Het betreft een bijzonder belangrijk broedgebied voor vogels van gevarieerd halfopen veenlandschap met kleinschalige waterpartijen, zoals geoorde fuut, porseleinhoen, nachtzwaluw, blauwborst, paapje, roodborsttapuit en grauwe klauwier.

Meer dan de helft van de Nederlandse grauwe klauwieren broedt jaarlijks in het Bargerveen en het is één van de weinige gebieden buiten de Waddeneilanden waar blauwe kiekendief en velduil af en toe broeden. Het gebied is tevens van grote betekenis als slaapplaats voor taigarietganzen. Voor deze soort is het Bargerveen het belangrijkste gebied in Nederland.1

1

Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (z.d.). Bargerveen.

56 | 65

Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief

8.2.2

Autonome ontwikkelingen

Voor de autonome ontwikkeling geldt dat diverse woningbouwprojecten worden gerealiseerd. Enkele gebieden waar woningbouw plaatsvindt bevatten groen (zoals Barger-Oosterveld en Emmermeer). Wanneer woningen in het groen worden gerealiseerd neemt het groen af wat negatieve effecten heeft op de soortendiversiteit, soorten verspreiding en populatie omvang omdat leefgebied voor soorten afneemt. Door de woningbouwprojecten nemen stikstofdepositie en verstoring op beschermde gebieden ook toe, en komt de kwaliteit van deze gebieden onder druk te staan. Er vinden geen autonome ontwikkelingen binnen beschermde gebieden plaats.

8.3

Het voorkeursalternatief: de Omgevingsvisie gemeente Emmen

Het samenstelsel aan bouwstenen dat uiteindelijk is opgenomen in het voorkeursalternaties is weergegeven in hoofdstuk 6, in tabel 6.1. In zijn alle bouwstenen die deel uit maken van het voorkeursalternatief opgenomen waarvan niet uitgesloten kan worden dat deze significant negatieve gevolgen hebben voor instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. In de tweede kolom ‘potentiële effecten’ zijn de thans bekende en mogelijke effecten op Natura 2000-gebieden binnen de gemeente Emmen weergegeven.

Tabel 8.1 Bouwstenen uit het VKA met mogelijke significante gevolgen voor instandhoudingsdoelstellingen Natura 2000-gebieden Bouwsteen VKA

Potentiële effecten

inzet op behoud van de glastuinbouw door ruimte te bieden aan intensivering en clustering in de huidige kassengebieden

verzuring van bodem gevolg van de uitstoot (emissie) van stikstof (stikstofoxide (NOx) in de uitvoeringsfase, met name ten aanzien van het gebied Bargerveen

verkennen Rundedal als locatie voor het huisvesten van grootschalige bedrijvigheid

verzuring van bodem gevolg van de uitstoot (emissie) van stikstof (stikstofoxide (NOx) in de uitvoeringsfase, met name ten aanzien van het gebied Bargerveen

ontwikkelen Nedersaksenlijn

verzuring van bodem gevolg van de uitstoot (emissie) van stikstof (stikstofoxide (NOx) in de uitvoeringsfase, met name ten aanzien van het gebied Bargerveen

verkennen mogelijkheden voor ontwikkeling van een regionaal bedrijventerrein langs de A37

verzuring van bodem gevolg van de uitstoot (emissie) van stikstof (stikstofoxide (NOx) in de uitvoeringsfase, met name ten aanzien van het gebied Bargerveen

tot en met 2030 een regionale ruimtevraag van ca. 140 ha (uitbreidings-, vervangings- en additionele ruimtevraag)

verzuring van bodem gevolg van de uitstoot (emissie) van stikstof (stikstofoxide (NOx) in de uitvoeringsfase, met name ten aanzien van het gebied Bargerveen

in het noordoosten van de gemeente ruimte blijven bieden voor duurzame productie en voor grootschaliger bedrijven op het gebied van landbouw

verzuring van bodem gevolg van de uitstoot (emissie) van stikstof (stikstofoxide (NOx) in de uitvoeringsfase, met name ten aanzien van het gebied Bargerveen

onderzoeken van de mogelijkheden voor het aanleggen van een noordelijke rondweg om het centrum heen

verzuring van bodem gevolg van de uitstoot (emissie) van stikstof (stikstofoxide (NOx) in de uitvoeringsfase, met name ten aanzien van het gebied Bargerveen

8.3.1

Effecten van het voorkeursalternatief

Op basis van voorgenoemde kan geconcludeerd worden dat significant negatieve gevolgen voor instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden als gevolg van de uitvoering van de Omgevingsvisie niet zijn uitgesloten. Deze gevolgen komen voort uit de depositie van stikstof op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.

57 | 65

Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief

8.3.2

Mitigerende maatregelen

Deze Passende Beoordeling is op een abstractieniveau uitgevoerd dat aansluit bij het abstractieniveau van de Omgevingsvisie. Op ditzelfde abstractieniveau zijn aanbevelingen/maatregelen benoemd om effecten te voorkomen, beperken of compenseren. Natuurinclusieve uitwerking van de Omgevingsvisie De Natura 2000-doelen zijn ook afhankelijk van de natuurwaarden en milieucondities buiten het Natura 2000-netwerk. Het verdient daarom sterke aanbeveling om bij de uitvoering van de Omgevingsvisie een natuur-inclusieve aanpak te hanteren waarbij wordt gekeken op welke wijze natuur per saldo versterkt kan worden. Daarnaast kunnen natuurwaarden worden versterkt bij de vergroening van gebieden. Ook kan de milieudruk binnen het Natura 2000-netwerk worden verlaagd door bijvoorbeeld een goede invulling van kringlooplandbouw waardoor de milieudruk als gevolg van vermesting wordt verlaagd. Met name in de gebieden rondom Bargerveen kunnen de effecten van milieudruk verlagende maatregelen positief zijn. Ook de toepassing van innovatieve technieken om de uitstoot van individuele agrarische ondernemers (versneld) significant omlaag te brengen. De mogelijke toenames van stikstofdepositie kunnen gemitigeerd worden door maatregelen te treffen waardoor stikstofemissies afnemen.

Dit kan gaan om het beperken van de emissies van de voorgenomen ontwikkeling of het wegnemen van stikstofbronnen in de huidige situatie. Het is ook mogelijk om de uitstoot van stikstof tijdens de uitvoeringsfase van bouwprojecten te minimaliseren, bijvoorbeeld door de toepassing van nieuwe technieken en emissiearm materieel. Daarnaast kan verstoring door menselijke activiteit in Natura 2000-gebieden worden geminimaliseerd, door stedelijke ontwikkelingen niet te projecteren in de directe nabijheid van Natura 2000-gebieden. Dit speelt in Emmen vooral een rol voor de woningbouwprojecten die in de gemeente gerealiseerd worden.

8.4

Conclusie Passende Beoordeling

De Omgevingsvisie van de gemeente omvat een aantal ontwikkelingen die een risico op significante gevolgen en een verhoging van de milieudruk met zich meebrengen. Omdat significante gevolgen niet zonder meer uit te sluiten zijn vanwege de mogelijke stikstofdepositie-effecten, is er een passende beoordeling opgesteld. Het doel van deze passende beoordeling is het signaleren van die bouwstenen uit de Omgevingsvisie waarvan de uitvoerbaarheid, vanwege effecten op het Natura 2000-netwerk, onzeker is. In dat geval moeten in de Omgevingsvisie en de verdere uitwerking daarvan maatregelen worden getroffen die de negatieve effecten voldoende verzachten zodat aannemelijk gemaakt kan worden dat het beleid uitvoerbaar is en negatieve effecten in voldoende mate worden voorkomen. Meerdere bouwstenen uit het voorkeursalternatief leiden tot een risico op een verhoging van de milieudruk en daarmee significante effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Deze effecten verdienen aandacht in de vervolgbesluiten. Een deel van de in de Omgevingsvisie opgenomen bouwstenen en beleidsdoelstellingen leiden tot effecten vanuit verzuring door de depositie van stikstof op Natura 2000-gebied.

Het is zaak om bij de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie het voorkomen dan wel zo veel mogelijk vermijden van deze potentiële effecten van deze afzonderlijke activiteiten op Natura 2000-gebieden als uitgangspunt te hanteren. Dit kan op uiteenlopende manieren, zoals: - het voorkomen van de uitstoot van stikstof tijdens de uitvoeringsfase van bouwprojecten, bijvoorbeeld door de toepassing van nieuwe technieken en emissiearm materieel;

58 | 65

Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief

-

-

het verminderen van de depositie van stikstof door de verdere introductie van bijvoorbeeld kringlooplandbouw en de toepassing van innovatieve technieken om de uitstoot van individuele agrarische ondernemers (versneld) significant omlaag te brengen; het voorkomen van verstoring door menselijke activiteit, door stedelijke ontwikkelingen niet te projecteren in de directe nabijheid van Natura 2000-gebieden. Dit speelt in Emmen met name bij de verdere uitwerking van woningbouwplannen rond het Natura 2000-gebied Bargerveen.

Het beleid uit de Omgevingsvisie van de gemeente Emmen is niet zo concreet uitgewerkt dat uit de passende beoordeling blijkt dat onderdelen niet uitvoerbaar zijn en dat in de Omgevingsvisie concrete mitigerende maatregelen getroffen moeten worden. Wel zijn er bouwstenen die een duidelijk risico op significant negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden met zich meebrengen.

59 | 65

Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief

9 AANBEVELINGEN, LEEMTEN IN KENNIS EN MONITORING Uit de effectbeoordeling volgen aandachtspunten voor verdere besluitvorming omtrent de Omgevingsvisie van de gemeente Emmen. Vervolgens wordt ingegaan op enkele leemten in kennis die in ogenschouw moeten worden genomen tijdens het lezen van dit planMER. Ook wordt ingegaan op het onderdeel ‘monitoring’.

9.1

Aandachtspunten voor verdere besluitvorming

Uit de effectbeoordeling volgen aandachtspunten voor de verdere besluitvorming. Deze zijn hieronder toegelicht. Gebiedsgericht uitwerking van bouwstenen In de planMER zijn met name bouwstenen opgenomen die tot kansen en risico’s leiden ten aanzien van de gehele gemeente Emmen. Hierbij is tekstueel benoemd dat effecten van bepaalde bouwstenen met name lokaal merkbaar zijn. Bij het concretiseren van de Omgevingsvisie in toekomstig beleid, moet daarom aandacht worden besteed aan de lokale effecten van de bouwstenen en aan de verdeling van negatieve en positieve effecten over de hele gemeente Emmen. Samenhangende bouwstenen Tussen bepaalde bouwstenen zit een onoverkomelijke samenhang. Dit houdt in dat de ene bouwsteen niet gerealiseerd kan worden zonder de andere bouwsteen, en vice versa. Dit geldt onder andere voor het uitbreiden van infrastructurele capaciteit en het (door)ontwikkelen van bedrijventerreinen of uitbreiden van de woningvoorraad. Een ander voorbeeld is het uitbreiden van bedrijventerreinen en het mee laten groeien van het energienetwerk. Hier dient rekening mee te worden gehouden bij de uitvoering van de Omgevingsvisie en verdient de aanbeveling om de bouwstenen in samenhang te blijven beschouwen. Mitigerende maatregelen Het opnemen van mitigerende maatregelen is een manier om risico’s van bouwstenen weg te nemen of te verkleinen.

Hieronder worden enkele voorstellen gedaan voor mitigerende maatregelen (niet uitputtende lijst): - het aanwijzen van veiligheidszones rondom het bedrijventerreinen kan leiden tot het niet kunnen realiseren van kwetsbare functies binnen deze zones. In de omgevingsverordening kan een inspanningsverplichting worden opgenomen om risico’s te mitigeren, zodat wel kwetsbare functies mogelijk zijn binnen de zones; - om significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden te voorkomen worden (wettelijke) mitigerende maatregelen of compenserende maatregelen niet uitgesloten. Dit verdient de aanbeveling voor verdere besluitvorming; - bij grotere ruimtelijke ontwikkelingen is aandacht voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Zo kan verlies van de kernkwaliteiten van de landschappen van de gemeente worden beperkt en/of voorkomen; - zonering kan worden toegepast voor ontwikkelingen die effecten kunnen hebben op bijvoorbeeld Natura 2000-gebieden; - onderzoek de mogelijkheden voor vereisten aan het beperken van emissies door nieuwe bedrijvigheid in de omgevingsverordening.

60 | 65

Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief

Bij vertaling van de Omgevingsvisie naar concrete projecten is een aandachtspunt voor de gemeente om bij bouwstenen met veel risico’s te onderzoeken welke mitigerende maatregelen genomen kunnen worden om risico’s te verminderen. Procesmaatregelen Naast de hierboven genoemde concrete mitigerende maatregelen is er nog een manier om risico’s van bouwstenen weg te nemen of te verkleinen, dit is door het nemen van procesmaatregelen. De gemeente Emmen neemt als procesmaatregel het integraalwerken. Door bouwstenen in de uitvoering/uitwerking/realisatie integraal te benaderen, worden kansen voor positieve effecten en risico's op negatieve effecten meegenomen bij toekomstige afwegingen. Kortom, zo wordt geborgd dat de resultaten van voorliggend planMER worden meegenomen in beslissingen van de gemeente Emmen. Ook de samenhang tussen bouwstenen en de kernambities wordt hiermee geborgd. Conclusie Om een goede leefomgeving voor iedereen in de gemeente Emmen te realiseren moeten de hierboven beschreven aandachtspunten in acht genomen worden bij de uitwerking van concreet vervolgbeleid.

Samengevat betekent dit: - bij het concretiseren van de Omgevingsvisie in toekomstig beleid, moet daarom aandacht besteed worden aan de lokale effecten van bouwstenen en aan de verdeling van negatieve en positieve effecten over de gehele gemeente; - risico’s op (zeer) negatieve effecten kunnen bij uitwerking van een bouwsteen verlicht worden door het toepassen van mitigerende maatregelen; - de bouwstenen van de Omgevingsvisie dienen in samenhang te worden beschouwd. Het inzetten van een selectie van bouwstenen leidt mogelijk niet tot de geconstateerde kansen.

9.2

Leemten in kennis: omgaan met onzekerheden

In het planMER zitten drie typen onzekerheden die meegenomen moeten worden bij het lezen van de resultaten. Deze onzekerheden zijn hieronder toegelicht. Onzekerheden door abstractieniveau en planhorizon De effectbeoordeling in dit planMER is kwalitatief van aard, gericht op kansen en risico’s. Dit sluit aan bij het strategische en langetermijnkarakter van het instrument Omgevingsvisie. Op dit abstractieniveau bestaat onzekerheid over de concrete uitwerking van bouwstenen (maatregelen) en daarmee op de daadwerkelijke effecten op de leefomgeving. Door in de effectbeoordeling te werken met kansen en risico’s is deze onzekerheid in beeld gebracht. Vanwege het abstractieniveau van de alternatieven en de beoordeling is het niet mogelijk om met zekerheid te zeggen of doelen bereikt worden of niet. Verder maakt planhorizon in de verre toekomst het lastig om een betrouwbare inschatting van de referentiesituatie te geven. Zo is het nu bijvoorbeeld nog onzeker om te voorspellen hoe werkloosheid, klimaatverandering of woningbouw zich de komende twintig jaar zal ontwikkelen. Ook concrete uitwerking van maatregelen die nu in voorbereiding zijn op bijvoorbeeld het gebied van klimaatadaptatie en circulariteit is nog onzeker. Deze onzekerheid kan een vertekend beeld geven van de referentiesituatie en daarmee ook van de effectbeoordeling van de alternatieven.

Onzekerheden over effectiviteit van beleidskeuzes De alternatieven zijn opgebouwd uit een pakket van beleidsopties en maatregelen die gezamenlijk leiden tot een duidelijk onderscheidende (ruimtelijke) ontwikkelrichting voor de provincie. In het bereiken van de ambities van de gemeente zijn de rol en sturingsmogelijkheden van de gemeente en de reactie van andere overheden, bedrijven en burgers daarop bepalend. Afhankelijk van het thema, de opgave, het gebied of het schaalniveau zijn de rollen, bevoegdheden, instrumenten en dus sturingsmogelijkheden van de gemeente verschillend. De rol die de gemeente inneemt en de wijze waarop de gemeente sturing wil en kan geven in specifieke opgaven kan bepalend zijn voor de waarschijnlijkheid dat kansen kunnen worden verzilverd en risico’s

61 | 65

Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief

kunnen worden beheerst. Daarmee heeft de keuze voor sturing dus invloed op de effecten op de leefomgeving. Dit planMER bevat echter geen beoordeling van de ‘effectiviteit’ van de rol van de gemeente. In de beoordeling van de alternatieven is uitgegaan van de geschetste (ruimtelijke) uitwerking van de perspectieven. Hoe het beleid in de alternatieven invulling krijgt en of dat effectief is, is geen onderdeel van dit planMER. Onzekerheid over werkzaamheid van technische oplossingen Tot slot zijn er onzekerheden omtrent de effecten en werkbaarheid van technische oplossingen. Deze onzekerheid speelt met name bij de bouwstenen die toezien op bedrijventerreinen, groene chemie, en netwerkuitbreiding. In dit planMER zijn bijvoorbeeld risico’s ten aanzien van het aspect omgevingsveiligheid opgenomen bij bouwstenen over hoogspanningsstations en bedrijventerreinen. Concrete uitwerking van deze bouwstenen kan er echter voor zorgen dat deze risico’s niet meer van toepassing zijn en zelfs omgebogen kunnen worden naar kansen om de staat van de omgevingsveiligheid in gemeente Emmen te verbeteren.

Bij dezelfde bouwstenen speelt ook onzekerheid over de kosten van de ‘nieuwe’ energie voor huishoudens en bedrijven: afhankelijk van concrete uitwerking van de bouwstenen en factoren van buitenaf, zoals bijvoorbeeld subsidies van de (Rijks)overheid of een veranderende gasprijs, kunnen deze nieuwe vormen van energie zorgen voor zowel kansen als risico’s ten aanzien van de betaalbaarheid van energie en mogelijkheden voor (circulaire) bedrijven. Onzekerheid over de werkzaamheid van technische oplossingen speelt lokaal ook bij enkele infrastructurele en woningbouw gerelateerde bouwstenen. Zo moet uit vervolgonderzoek bijvoorbeeld blijken of (of tegen welke prijs) een infrastructurele voorziening zoals de Nedersaksenlijn gerealiseerd kan worden op zachte veengronden.

9.3

Monitoring en evaluatie

In het MER wordt geconstateerd dat de (ruimtelijke) keuzes van het voorkeursalternatief mogelijk leiden tot een toename van (milieu)druk op de leefomgeving. Tegelijkertijd zijn in het voorkeursalternatief bouwstenen opgenomen die een grens stellen aan de mate van hinder. Monitoring is daarom essentieel. Het is aan te raden om gebiedsgericht milieuhinder te monitoren in aandachtsgebieden. Zeker in gebieden waarin veel infrastructurele ontwikkelingen gerealiseerd worden is monitoring van belang. Daarnaast is het aan te raden om ook belevingsdata over gezondheid/milieuhinder te monitoren. Het beoordelingskader van dit planMER biedt een basis voor de te hanteren monitoringsparameters. Belangrijke aandachtspunten zijn de risico’s die bij de beoordeling van het doelbereik zijn genoemd. Dit zijn de ontwikkelingen die niet bijdragen aan de realisatie van de kernambities van de gemeente.

Het gaat om de volgende belangrijkste aandachtspunten: - jaargemiddelde concentraties fijnstof en stikstofdioxide: door het toenemen van industriële activiteiten en vervoersbewegingen, is sprake van toename van deze concentraties; - geluid: door het toenemen van industriële activiteiten en vervoersbewegingen, is sprake van toename van ervaren hinder door geluid; - landschap: het ontwikkelen van (nieuwe) infrastructuur en hoogspanningsstations worden de landschapstypen en kernkwaliteiten aangetast; - natuur: het ontwikkelen van (nieuwe) infrastructuur en hoogspanningsstations leidt tot aantasting van de natuur en het toenemen van de stikstofdepositie heeft negatieve gevolgen voor natuurgebieden.

62 | 65

Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief

10 REFERENTIELIJST 1

Fase 1 Omgevingsvisie Emmen, Gemeente Emmen (referentie 138806/24-004.652), 29 maart 2024.

63 | 65

Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief

11 BEGRIPPEN EN AFKORTINGEN In onderstaande tabellen zijn de definities bij van de begrippen en afkortingen die gebruik worden in dit planMER beschreven.

Tabel 11.1 Begrippen met definities Begrip/afkorting

Definitie

alternatieven

twee uiterste samenstellingen van bouwstenen die onderzocht zijn in het planMER: 1. 2. Ook het voorkeursalternatief is onderdeel van de onderzocht alternatieven.

autonome ontwikkelingen

alle met besluitvorming vastgesteld beleid, ontwikkelingen of projecten en planoverstijgende ontwikkelingen

beleidsinstrument

middel dat een overheid inzet om beleid uit te voeren, bijvoorbeeld: Omgevingsvisie, programma, omgevingsvergunning, subsidieregeling

bouwsteen

een concrete individuele (beleids)keuze of maatregel voor het behoud of de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de provincie. Een bouwsteen kan zowel een generieke beleidsmaatregel als een maatregel in de vorm van een plan (zoals een woningbouwlocatie) of project (zoals de Nedersaksenlijn) zijn

Commissie m.e.r.

een bij wet ingestelde landelijke commissie van onafhankelijke milieudeskundigen. Zij adviseren het bevoegd gezag over de kwaliteit van de informatie in het milieueffectrapport en naar wens ook over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport

huidige situatie

de situatie op dit moment

m.e.r.(-procedure) (plan-m.e.r.)

M.e.r. staat voor ‘milieueffectrapportage’ en is de procedure waarbinnen een MER wordt opgesteld. De toevoeging ‘Plan’ wil zeggen dat het om een m.e.r. voor een plan gaat, zoals een Omgevingsvisie

MER ((plan)MER)

MER staat voor ‘Milieueffectrapport’ en bevat de resultaten van het onderzoek naar de (milieu)effecten binnen een m.e.r. De toevoeging ‘Plan’ wil zeggen dat het om een MER voor een plan gaat, zoals een Omgevingsvisie

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD)

de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) beschrijft de reikwijdte en het detailniveau van het MER. De NRD definieert de nut en noodzaak van het plan, welke alternatieven de initiatiefnemer wil onderzoeken, welke milieuaspecten relevant zijn in het onderzoek en hoe het onderzoek plaatsvindt. Met de NRD informeert de gemeente Emmen alle betrokkenen en geïnteresseerde partijen over de achtergrond en de aard van de Omgevingsvisie

Omgevingsvisie

plan waarin een overheid haar beleid voor de leefomgeving op lange termijn vastlegt

Rad van de Leefomgeving

het beoordelingskader van onderwerpen die in dit planMER beoordeeld zijn

referentiesituatie

de verwachte situatie in de toekomst die optreedt zonder de veranderingen waar de Omgevingsvisie specifiek in voorziet. Hiertoe behoren de autonome ontwikkelingen

scenario’s

hulpmiddel voor het bepalen van ‘de hoeken van het speelveld’ waarbinnen de Omgevingsvisie gevormd kan worden

voorkeursalternatief

het voorgenomen beleid van de gemeente Emmen. Met andere woorden: de Omgevingsvisie

zienswijze

reactie die een belanghebbende aan het bevoegd gezag kan sturen als reactie op de kennisgeving over een voornemen

64 | 65

Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief

Tabel 11.2 Afkortingen Begrip/afkorting

Definitie

Cmer

Commissie m.e.r.

KRW

Kaderrichtlijn Water

mer

Milieueffectrapportage

MER

Milieueffectrapport

NRD

Notitie Reikwijdte en Detailniveau

Ow

Omgevingswet

VKA

Voorkeursalternatief

ZZS

Zeer Zorgwekkende Stoffen

65 | 65

Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief

Bijlage(n)

I BIJLAGE: BEOORDELINGSKADER RAD VAN DE LEEFOMGEVING Hieronder is het beoordelingskader weergegeven dat in het planMER gehanteerd is.

Tabel I.1 Beoordelingskader planMER Subthema’s

Aspecten

Criteria

landschap

landschap

landschapstypen en kernkwaliteiten

cultuurhistorie/erfgoed

cultuurhistorie

monumenten en hun karakteristieke elementen

archeologie

archeologische monumenten

wateroverlast

waterbergend en spons vermogen

klimaat

overlast door hoge grondwaterstanden droogte

zoetwaterbeschikbaarheid lage grondwaterstanden door ontwatering

veiligheid

hittestress

stedelijk hitte eiland

sociale veiligheid

aantal geregistreerde misdrijven/jaar

verkeersveiligheid

aantal ongevallen met dodelijke afloop/jaar aantal ongevallen met letsel tot gevolg/jaar

omgevingsveiligheid

aantal kwetsbare gebouwen binnen aandachtsgebieden

woningtekort

woningcapaciteit ten opzichte van woningbehoefte

woongenot

tevredenheid met woning en woonomgeving

voorzieningen

beschikbaarheid voorzieningen (dorpsniveau)

leefstijl

gezondheidsfactoren (beweegt voldoende, overgewicht, eenzaamheid)

levensverwachting

het aantal jaren vanaf geboorte naar verwachting

welzijn

sociale samenhang

sociale samenhang score

mobiliteit

modal split

gemiddeld aandeel reizigerskilometers per vervoerswijze (auto, ov, fiets, voet) per persoon per dag

bereikbaarheid en toegankelijkheid auto

vervoersbewegingen auto

wonen

Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Bijlage I | Definitief

Subthema’s

natuur

Aspecten

Criteria

bereikbaarheid OV

afstand tot OV-halte (km)

bereikbaarheid fiets

omrijdfactor fiets

biodiversiteit

soortendiversiteit, soorten verspreiding en populatie omvang aanwezigheid natuurlijke landschapselementen, inclusief groenblauwe dooradering

bodem

milieu en gezondheidsbescherming

energie

arbeid en inkomen

beschermde natuurgebieden (provinciaal beschermde natuurgebieden en Natura 2000)

areaal en kwaliteit beschermde natuurgebieden

bodemdaling

bodemdaling (mm/jaar)

bodemkwaliteit

aantal en omvang bodemverontreinigingen

luchtkwaliteit

jaargemiddelde concentraties fijnstof en stikstofdioxide

geluid

geluid door bronnen (lcum) (gem. dB/jaar)

geurhinder

geurgevoelige object binnen een slecht leefklimaat op basis van geur

lichtvervuiling

opgaand licht (nanowatt per cm2 per sterradiaal)

zeer zorgwekkende stoffen

zeer zorgwekkende stoffen

energieverbruik

energieverbruik (TJ/jaar)

aandeel hernieuwbare energie

aandeel hernieuwbare energie in totale energievoorziening (%)

inkomen

besteedbaar inkomen per inwoner

werkgelegenheid en werkloosheid

werkloosheidspercentage

vestigingsklimaat

aantal deelnemers hoger beroepsonderwijs aandeel innovatieve hightech bedrijven (Hightech innovatiescore)

agrarische sector

woon-werk afstand

reistijd van en naar werk of studie

beschikbare landbouwgrond

areaal landbouwgrond (ha) aantal agrarische bedrijven

Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Bijlage I | Definitief

II BIJLAGE: ACHTERGRONDRAPPORT (SEPARAAT BIJGEVOEGD)

Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Bijlage II | Definitief

www.witteveenbos.com

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=fd412897-a2b4-4da5-896c-a4f55a8f0891