Plan-milieueffectrapportage Omgevingsvisie Emmen 2040
Tekst van het document
PlanMER Omgevingsvisie gemeente Emmen Plan-milieueffectrapportage
Gemeente Emmen 19 september 2025
Project Opdrachtgever
Document Status Datum Referentie
Projectcode Projectleider Projectdirecteur
Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door
PlanMER Omgevingsvisie gemeente Emmen Gemeente Emmen
Plan-milieueffectrapportage Definitief 19 september 2025 145326/25-014.685
145326 Drs. M.J. Schilt A.M. Springer-Rouwette MSc
S. Hoekstra MSc, E. Nijssen MSc, ir. D. Vlierboom Drs. M.J. Schilt Drs. M.J. Schilt
Paraaf
Adres
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Hoogoorddreef 15 Postbus 12205 1100 AE Amsterdam +31 (0)20 312 55 55 www.witteveenbos.com KvK 38020751
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos, noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Tekst- en datamining van (delen van) dit document, evenals enige verwerking of reproductie ervan door middel van kunstmatige intelligentie technologieën is uitdrukkelijk niet toegestaan, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Dit document (of delen ervan) mag niet worden verveelvoudigd en/of anderszins worden gebruikt op enigerlei wijze voor het trainen van kunstmatige intelligentie technologieën, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
6
1.1
Aanleiding Omgevingsvisie
6
1.2
Aanleiding PlanMER
6
1.3
Samenhang PlanMER en Omgevingsvisie
7
1.4
Leeswijzer
8
2
DOELEN EN AMBITIES OMGEVINGSVISIE
9
2.1
Thema’s uit de huidige structuurvisie
9
2.2
Vertrekpunt nieuwe omgevingsvisie
10
2.3
Participatie
11
3
ONDERZOEKSAANPAK
12
3.1
Aanpak op hoofdlijnen
12
3.1.1 3.1.2 3.1.3
12 15 16
Het opstellen van bouwstenen aan de hand van scenario’s Het opstellen van alternatieven Het koppelen van bouwstenen aan de alternatieven
3.2
Beoordeling met het Rad van de Leefomgeving
18
3.3
Beoordelingswijze
19
3.3.1 3.3.2
19 20
Plan- en studiegebied MER Wijze van beoordeling
4
REFERENTIESITUATIE
24
4.1
Autonome ontwikkelingen
24
4.1.1 4.1.2 4.1.3
24 24 24
4.2
Reeds vastgestelde visies en beleidsplannen Projecten die planologisch worden vastgesteld/onherroepelijk Belangrijkste planoverstijgende autonome ontwikkelingen
Uitkomsten referentiesituatie
25
4.2.1
27
Probleemanalyse
5
EFFECTEN VAN DE ALTERNATIEVEN
28
5.1
Effectbeoordeling van de alternatieven
28
5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.1.5 5.1.6 5.1.7 5.1.8 5.1.9 5.1.10 5.1.11 5.1.12 5.1.13
Subthema Landschap Subthema Cultuurhistorie / Erfgoed Subthema Klimaat Subthema Veiligheid Subthema Wonen Subthema Welzijn Subthema Mobiliteit Subthema Natuur Subthema Bodem Subthema Milieu en Gezondheidsbescherming Subthema Energie Subthema Arbeid en Inkomen Subthema Agrarische Sector
28 29 30 31 32 34 34 36 37 38 39 40 42
5.2
Visualisatie effectbeoordeling alternatieven
43
6
HET VOORKEURSALTERNATIEF
45
6.1
Van alternatieven naar een voorkeursalternatief
45
6.2
Beschrijving van het voorkeursalternatief
45
6.3
Effecten van het voorkeursalternatief
47
6.4
Visualisatie effectbeoordeling voorkeursalternatief
49
6.5
Grensoverschrijdende effecten voorkeursalternatief
49
7
DOELBEREIK
51
7.1
Beoordeling doelbereik
51
7.1.1 7.1.2 7.1.3
51 52 52
Kernambitie 1 Sterke stad, vitale dorpen Kernambitie 2 Een duurzame en veerkrachtige economie met impact Kernambitie 3 Landschap en groen als drager van ruimtelijke ontwikkelingen
8
PASSENDE BEOORDELING
54
8.1
Wettelijk kader
54
8.2
Huidige situatie
55
8.2.1 8.2.2
55 57
8.3
Natura 2000-gebied in Emmen Autonome ontwikkelingen
Het voorkeursalternatief: de Omgevingsvisie gemeente Emmen
57
8.3.1 8.3.2
57 58
Effecten van het voorkeursalternatief Mitigerende maatregelen
8.4
Conclusie Passende Beoordeling
58
9
AANBEVELINGEN, LEEMTEN IN KENNIS EN MONITORING
60
9.1
Aandachtspunten voor verdere besluitvorming
60
9.2
Leemten in kennis: omgaan met onzekerheden
61
9.3
Monitoring en evaluatie
62
10
REFERENTIELIJST
63
11
BEGRIPPEN EN AFKORTINGEN
64
Laatste pagina
65
Bijlage(n)
Aantal pagina's
I
Beoordelingskader Rad van de Leefomgeving
2
II
Achtergrondrapport (separaat bijgevoegd)
287
1 INLEIDING 1.1
Aanleiding Omgevingsvisie
De Omgevingsvisie is een integrale visie met strategische hoofdkeuzes van beleid voor de fysieke leefomgeving voor de langere termijn, tot 2040. In de Omgevingsvisie gaat de gemeente Emmen onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, energie, infrastructuur en cultureel erfgoed. Inhoudelijk bevat de Omgevingsvisie in ieder geval de volgende onderdelen: - de Omgevingsvisie bevat een beschrijving van hoe het ervoor staat in de gemeente, op hoofdlijnen welke ontwikkelingen gewenst zijn, wat juist behouden moet blijven en het te voeren integrale beleid op hoofdlijnen; - de Omgevingsvisie houdt rekening met een aantal leidende principes: · ontwikkelingen zijn multifunctioneel en aanpasbaar; · bij ontwikkelingen is er altijd oog voor de effecten op lange termijn; · ontwikkelingen worden in samenspraak met belanghebbenden en hun omgeving vormgegeven; · ontwikkelingen komen stand vanuit de kwaliteiten en identiteit van Emmen; · ontwikkelingen gaan uit van de menselijke maat; · ontwikkelingen moeten bijdragen aan de brede welvaart. De Omgevingsvisie is vormvrij en bindt alleen de gemeente zelf. Daar waar de doelen en ambities van de Omgevingsvisie doorwerken naar derden (bedrijven, burgers, de gemeenteraad) kunnen daartoe regels en normen worden opgenomen in het omgevingsplan.
Aanleiding nieuwe Omgevingsvisie gemeente Emmen De nieuwe Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Emmen 2020 uit 2009 en creëert een kapstok voor het omgevingsplan en ruimtelijke ontwikkelingen. Emmen ziet de Omgevingsvisie als kans om ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving mogelijk te maken met behoud van de kwaliteit van de gemeente door middel van een integrale belangenafweging. De visie is daarmee meer dan een optelsom van verschillende beleidsterreinen. Ze vormt een integraal document dat verwoordt wat voor de gemeente Emmen wil zijn. De Omgevingsvisie borduurt voort op de Strategienota Emmen (2021). Daarnaast moeten de gemeenten met de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2027 beschikken over een Omgevingsvisie die voldoet aan de eisen van de Omgevingswet.
1.2
Aanleiding PlanMER
Aanleiding voor de mer-procedure De in de Omgevingsvisie geschetste ontwikkelingen kunnen effect hebben op de leefomgeving in de gemeente Emmen. De Omgevingsvisie vormt een kader voor mer-(beoordelings)plichtige vervolgbesluiten. Voor kaderstellende plannen met effect op de leefomgeving is het verplicht om deze effecten te onderzoeken in een milieueffectrapportage. Ook dient een mer-procedure te worden doorlopen indien de in de Omgevingsvisie geschetste ontwikkelingen tot significante gevolgen kunnen leiden voor Natura 2000-
6 | 65
Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief
gebieden, waardoor een Passende beoordeling nodig is. Aangezien beide mogelijkheden niet op voorhand zijn uit te sluiten, heeft de gemeente besloten om een mer-procedure te doorlopen. De milieueffectrapportage (mer) is de procedure om tot het MER (milieueffectrapport) te komen. Doel van het planMER Het doel van het planMER (plan-milieueffectrapport) is het inzichtelijk maken van de effecten van de te maken keuzes in de Omgevingsvisie op de leefomgeving en in hoeverre de voorgestelde koers bijdraagt aan het halen van de gestelde ambities. In andere woorden: het planMER geeft de kansen en risico's op verbetering en verslechtering van de referentiesituatie (zie hoofdstuk4) weer, gebruik makend van de bouwstenen die in de visie zijn opgenomen. Dus, wanneer in de Omgevingsvisie wordt gekozen voor een concrete individuele (beleids)keuze, laat het planMER de kansen en risico’s van die (beleids)keuze zien voor de mogelijke verbetering of verslechtering van de referentiesituatie. Initiatiefnemer en bevoegd gezag In de plan-mer-procedure voor de Omgevingsvisie is de gemeente Emmen zowel initiatiefnemer als bevoegd gezag. Het college van burgemeester en wethouders is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de Omgevingsvisie en de plan-mer. Zij treden op als initiatiefnemer.
Het college van burgemeester en wethouders heeft de Notitie Reikwijdte en Detailniveau vastgesteld (op 22 april 2025). De Omgevingsvisie en de plan-mer worden vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeenteraad vormt daarmee het bevoegd gezag. Naast de initiatiefnemer en bevoegd gezag zijn er ook diverse bestuursorganen en instanties die adviseren over de inhoud van het plan-mer zoals de onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie mer). Procedure Omgevingsvisie en planMER Een mer-procedure is opgebouwd uit een aantal stappen. Deze worden in tabel 1.1 toegelicht.
Tabel 1.1 Stappen mer-procedure Stap
Inhoud
1
Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD)
de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) beschrijft de reikwijdte en het detailniveau van het MER. De NRD definieert de nut en noodzaak van het plan, welke alternatieven de initiatiefnemer wil onderzoeken, welke milieuaspecten relevant zijn in het onderzoek en hoe het onderzoek plaatsvindt. Met de NRD informeert de gemeente Emmen alle betrokkenen en geïnteresseerde partijen over de achtergrond en de aard van de Omgevingsvisie. Het bevoegd gezag heeft de reikwijdte en het detailniveau van het MER op 22 april 2025 vastgesteld
2
opstellen MER
de initiatiefnemer stelt het MER op. Bij het opstellen van het MER wordt het advies van De Commissie voor de milieueffectrapportage betrokken
3
ter inzage leggen ontwerpOmgevingsvisie en MER
het MER wordt tegelijk met de ontwerp-Omgevingsvisie ter inzage gelegd: iedereen mag zich uitspreken over de kwaliteit en volledigheid van het MER. En zijn mening geven over de inhoud van de ontwerp-Omgevingsvisie. Ook in dit stadium worden adviseurs en bestuursorganen om hun mening gevraagd, zowel over de kwaliteit van het MER als de inhoud van de ontwerp-Omgevingsvisie. De Commissie voor de mer geeft een oordeel over de kwaliteit van het MER en toetst of het MER voldoende beslisinformatie biedt om een besluit te nemen over de Omgevingsvisie
4
verwerking zienswijzen en toetsingsadvies op het MER
in de definitieve Omgevingsvisie wordt verwerkt of en hoe zienswijzen op de Omgevingsvisie en het MER hebben geleid tot aanpassingen in de Omgevingsvisie
1.3
Samenhang PlanMER en Omgevingsvisie
Ten behoeve van de nieuwe Omgevingsvisie wordt een plan-mer-procedure doorlopen. Afbeelding 1.1 toont de samenhang tussen de plan-mer-procedure en de nieuwe Omgevingsvisie op hooflijnen. Met deze werkwijze worden de uitkomsten van het MER gebruikt om de Omgevingsvisie tussentijds aan te scherpen.
7 | 65
Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief
Afbeelding 1.1 Samenhang Omgevingsvisie en plan-mer-procedure
1.4
Leeswijzer
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de opbouw van dit planMER.
Tabel 1.2 Leeswijzer planMER Omgevingsvisie gemeente Emmen Hoofdstuk
Geeft antwoord op de vraag:
0. Samenvatting
wat zijn de belangrijkste uitkomsten van het planMER?
1. Inleiding
waarom een nieuwe Omgevingsvisie en een planMER?
2. Doelen en ambities Omgevingsvisie
waar wil de gemeente Emmen naartoe?
3. Onderzoeksaanpak
op welke wijze wordt het onderzoek uitgevoerd?
4. Referentiesituatie
waar staat de gemeente Emmen nu en wat komt er op de gemeente Emmen af? En wat zijn de opgaven per deelgebied op korte (voor 2035) en lange termijn (voor 2050)?
5. Effecten van de alternatieven
wat zijn de omgevingseffecten van de verschillende alternatieven voor de Omgevingsvisie op het Rad van de Leefomgeving?
6. Het voorkeursalternatief
voor welk beleid kiest de gemeente Emmen en welke effecten op het Rad van de Leefomgeving horen daarbij?
7. Doelbereik
in hoeverre draagt het voorkeursalternatief bij aan de ambities uit de Omgevingsvisie van de gemeente Emmen?
8. Passende Beoordeling
welke risico’s zijn er ten aanzien van significant negatieve effecten op de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden?
9. Aanbevelingen, leemten in kennis en monitoring
welke inzichten voor verdere besluitvorming kunnen er worden meegegeven?
10. Referentielijst
welke bronnen zijn gebruikt?
11. Begrippen en afkortingen
wat houden de begrippen en afkortingen in?
8 | 65
Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief
2 DOELEN EN AMBITIES OMGEVINGSVISIE 2.1
Thema’s uit de huidige structuurvisie
De voorganger van de Omgevingsvisie is de structuurvisie. De Structuurvisie ‘gemeente eMMen 2020 Veelzijdigheid Troef’ is tot het vaststellen van de Omgevingsvisie geldend. Een aantal ambities is opgenomen in de structuurvisie: - méér en andere werkgelegenheid: met name in kansrijke economische sectoren (dienstverlening, moderne industrie, glastuinbouw, transport en distributie, zorg en leisure); - inzet op een groei richting 120.000 inwoners: gedifferentieerde woonmilieus gericht op de vraag van huidige én nieuwe inwoners, afgestemd op de (herstructurering) van de bestaande voorraad; - Emmen, stedelijk centrum van én voor de regio: sterke, stedelijke kern gelegen binnen diverse (inter)nationale samenwerkingsverbanden; - optimale bereikbaarheid van Emmen via de A37, N34 en het spoor. De belangrijkste uitgangspunten bij deze ambities zijn: - kwaliteit voor kwantiteit; - keuze voor een duurzame inrichting van de ruimte: door nieuwe ontwikkelingen aan te laten sluiten op bestaande structuren en opbouw, behouden en versterken van balans tussen stad en buitengebied, bundeling en functiecombinaties waar mogelijk, en door rekeningen te houden met klimaatverandering. In de huidige structuurvisie is het beleid voor de fysieke leefomgeving geformuleerd en geordend in zeven samenhangende thema’s, te weten: landschap, duurzaamheid, verkeer, werken, wonen, voorzieningen en veiligheid.
Elk thema bevat gemeentelijke belangen. Deze belangen vormen het uitgangspunt voor strategische keuzes. In de huidige structuurvisie is per belang aangegeven welke doelen en waarden worden nagestreefd.
Tabel 2.1 Samenhangende thema’s Structuurvisie met bijbehorende gemeentelijke belangen Thema
Gemeentelijke belangen
landschap
behouden en versterken van bestaande en aanwezige karakteristieke waarden
duurzaamheid
multifunctionele benadering van locaties en functies, vergroten waterbergende functie, stimuleren van (ver)nieuw(bare) vormen van energie
verkeer
externe en interne bereikbaarheid
werken
inzet op economische diversificatie, geen uitbreiding van bedrijventerreinen
wonen
differentiatie van woonmilieus
voorzieningen
versterken centrumfunctie en behoud bestaande structuur niet-commerciële voorzieningen
veiligheid
scheiding van risicovolle en kwetsbare activiteiten
9 | 65
Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief
2.2
Vertrekpunt nieuwe omgevingsvisie
De nieuwe Omgevingsvisie bouwt deels voort op de samenhangende thema’s in de structuurvisie. In fase 1 van de Omgevingsvisie zijn dilemma’s geïdentificeerd aan de hand van de in die fase opgestelde beleidsanalyse, nulmeting en verhaal van Emmen. Deze dilemma’s zijn ruimtelijk gemaakt en beschreven in de eindrapportage Fase 1 Omgevingsvisie Emmen [ref. 1]. De dilemma’s zijn per beleidsdomein besproken in de eindrapportage Fase 1 Omgevingsvisie Emmen: - ruimtelijke ontwikkeling en wonen; - mobiliteit; - sociaal domein; - buitengebied; - economie en werkgelegenheid; - milieu, water en bodem; - cultuur en erfgoed; - duurzaamheid. Leidende principes Op basis van de uitkomsten van fase 1 zijn leidende principes voor de Omgevingsvisie benoemd. Deze zes principes vormen de uitgangspunten en helpen de gemeente met het beoordelen of ontwikkelingen bijdragen aan toekomstbestendigheid: 1 ontwikkelingen zijn multifunctioneel en aanpasbaar; 2 ontwikkelingen hebben oog voor de lange termijn effecten; 3 ontwikkelingen worden in samenspraak met de omgeving vormgegeven; 4 ontwikkelingen op basis van de kwaliteiten en identiteit van Emmen; 5 ontwikkelingen op menselijke maat; 6 ontwikkelingen dragen bij aan brede welvaart.
Kernambities Aan de hand van de dilemma’s en de leidende principes zijn drie strategische kernambities uitgewerkt: 1 kernambitie 1: Sterke stad, vitale dorpen; 2 kernambitie 2: Een duurzame en veerkrachtige economie met impact; 3 kernambitie 3: Landschap en groen als drager van ruimtelijke ontwikkelingen. Kernambitie 1: Sterke stad, vitale dorpen De eerste kernambitie staat in het teken van het creëren van randvoorwaarden voor een goed leven en brede welvaart voor iedereen. De stad Emmen, de dorpen en het buitengebied moeten een leefomgeving blijven bieden waar iedereen, ongeacht achtergrond of leeftijd, gelijke kansen krijgt om zich te ontwikkelen. Een leefomgeving waar iedereen zich thuis voelt, belangrijke voorzieningen goed bereikbaar zijn en waar naar elkaar omgekeken wordt. Een leefomgeving die veilig en duurzaam is en waarin gezonde keuzes worden aangemoedigd. En een omgeving waarin mensen elkaar kunnen ontmoeten, en sterke sociale netwerken bijdragen aan de zelf- en samenredzaamheid van inwoners en ondernemers. Kernambitie 2: Een duurzame en veerkrachtige economie met impact Met de blik op 2040 werkt de gemeente aan een veerkrachtige en duurzame economie met impact. De gemeente biedt ruimte voor ondernemerschap dat in balans staat met de draagkracht van de omgeving. Samen met bedrijven en onderwijs wordt een economie gecreëerd die werkt voor alle inwoners.
Daarbij wordt aansluiting gezocht bij de potentie van de bedrijven, organisaties en inwoners. Sterke bestaande sectoren worden doorontwikkeld. Dit gaat hand in hand met kwalitatief hoogwaardige leef- en werkomgevingen die de juiste randvoorwaarden bieden op het gebied van onder andere aantrekkelijkheid, verduurzaming, goede (regionale) bereikbaarheid en het bieden van ruimte voor kennisontwikkeling en innovatie. Kernambitie 3: Landschap en groen als drager van ruimtelijke ontwikkelingen De geschiedenis en toekomst van de gemeente Emmen worden in belangrijke mate bepaald door de unieke geografische positie aan de rand van Nederland en ligging op zowel zandgronden als hoogveengebieden.
10 | 65
Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief
Dit heeft de gemeente unieke natuur, bijzondere landschappen en rijke landbouwcultuur opgeleverd. Deze landbouw, natuur, en de rust en ruimte zijn belangrijke kwaliteiten die worden behouden en waar mogelijk versterken. Dat vraagt om keuzes en inspanningen, zeker gelet op klimaatverandering, de landbouwtransitie, de toenemende druk op het dagelijks leven en de vraag naar ruimte vanuit talloze opgaven.
2.3
Participatie
Nota van Participatie Participatie vormt een onlosmakelijk onderdeel van een goede Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie heeft betrekking op de omgeving die inwoners, ondernemers, bezoekers allen gebruiken. Om tot een gedragen Omgevingsvisie te komen, vinden vindt Emmen het belangrijk om de verschillende gebruikers van deze leefomgeving goed te betrekken bij het maken van de Omgevingsvisie Emmen 2040. Om verschillende doelgroepen (inwoners, bedrijven, maatschappelijke partners, de interne organisatie en gemeenteraad) op gepaste wijze te betrekken in de totstandkoming, is gekozen voor een participatietraject bestaande uit een diversiteit aan (online en offline) middelen. Zo hebben is een digitale enquête uitgezet, op diverse plekken in de gemeente zijn straatgesprekken gevoerd, verschillende bijeenkomsten met maatschappelijke (keten)partners zijn gehouden en voor de jongere generatie is een Swipocratie peiling en een creatieve opdracht uitgezet. In de Nota van Participatie is te lezen wat er (in hoofdlijnen) uit die participatiemomenten is gekomen, inclusief een korte beschrijving van wat er met de opbrengst is gebeurd. De Nota van Participatie focust zich op de participatiemiddelen die zijn ingezet richting externe partijen: inwoners, ondernemers en belangenorganisaties, maar ook maatschappelijke (keten)partners.
Naast deze partijen zijn uiteraard ook interne doelgroepen, zoals de interne organisatie/teams, het CMT, het college en de gemeenteraad meermaals betrokken bij het opstellen van de Omgevingsvisie. Formele participatiemomenten De Omgevingsvisie gaat samen het plan-mer ter inzage. Dan hebben belanghebbenden de kans om een zienswijze in te dienen. Een zienswijze is een formele, schriftelijke of digitale reactie van een belanghebbende op een voorgenomen besluit of plan, in dit geval de Omgevingsvisie en het plan-mer. In de definitieve Omgevingsvisie wordt verwerkt of en hoe zienswijzen op de Omgevingsvisie en het MER hebben geleid tot aanpassingen in de Omgevingsvisie.
11 | 65
Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief
3 ONDERZOEKSAANPAK Dit hoofdstuk geeft een beschrijving van de gehanteerde methodiek. Het hoofdstuk begint met een korte toelichting op het onderzoeksproces op hoofdlijnen (paragraaf 3.1). De volgende paragrafen gaan dieper in op de gehanteerde onderzoeksaanpak. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met een paragraaf over de wijze van beoordelen.
3.1
Aanpak op hoofdlijnen
Het planMER brengt in beeld wat de effecten van de nieuwe Omgevingsvisie zijn op de leefomgeving. Dit doet het planMER door de effecten op de leefomgeving van een voornemen (‘voorkeursalternatief’), en mogelijk alternatieve invullingen daarvan, op hoofdlijnen te beschrijven. Dit houdt in dat de ruimte die potentieel kan worden benut als toekomstige oplossing voor een opgave of probleem wordt onderzocht. Het planMER onderzoekt daarom geen concrete initiatieven in detail (zoals verschillende tracés voor een spoorwegverbinding). Het planMER sluit aan op het abstractieniveau van de omgevingsvisie. De effectbeoordeling is kwalitatief van aard. Om tot de effecten van het voorkeursalternatief (hierna: VKA) op de leefomgeving te komen zijn in het planMER te komen, worden de volgende stappen doorlopen: 1 het opstellen van bouwstenen aan de hand van scenario’s; 2 het opstellen van alternatieven; 3 het koppelen van bouwstenen aan de alternatieven; 4 beoordeling van alternatieven aan de hand van het Rad van de Leefomgeving. In de volgende paragrafen worden deze stappen verder toegelicht.
3.1.1
Het opstellen van bouwstenen aan de hand van scenario’s
Om te komen tot de definitieve invulling van de Omgevingsvisie, moeten diverse beleidskeuzes worden afgewogen. De nieuwe Omgevingsvisie vormt het afwegingskader voor strategische keuzes voor 2040. 2040 is met veel onzekerheden omgeven. Tegelijkertijd vragen verschillende transities zoals klimaatverandering en demografische veranderingen om hedendaagse keuzes met effecten die doorwerken tot in 2040. In de visie laten 3 scenario’s laten zien dat 2040 er onder verschillende omstandigheden en op basis van verschillende uitgangspunten anders uit kan komen te zien. In drie scenario’s voor de toekomst van de gemeente Emmen is vanuit drie invalshoeken in de visie een blik vooruit geworpen richting 2040. In ieder scenario staat de samenhang tussen de grote ruimtelijke (kern)ambities centraal. De scenario’s schetsen verschillende denkbare ontwikkelingen in de samenleving, de technologie en de verhoudingen tussen maatschappelijke partijen. Ze maken voorstelbaar hoe de ambities die de gemeente Emmen wil realiseren eruit kunnen gaan zien en hoe je daarmee kunt omgaan. In elk scenario wordt gestreefd naar een toekomstbestendige ruimte voor de gemeente Emmen, maar de manier waarop dit gebeurt verschilt. Per scenario worden andere accenten gelegd, die leiden tot andere
12 | 65
Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief
ruimtelijke keuzes. Door te werken met scenario’s is de gemeente Emmen in staat om het brede speelveld en de effecten van mogelijke beleidskeuzes zo volledig mogelijk in beeld te brengen. De scenario’s zijn theoretische uitersten en geen concrete beleidsvoornemens. De scenario’s dienen als kapstok voor het vormen van toetsbare alternatieve manieren om doelen voor de fysieke leefomgeving te behalen. Aan deze kapstok worden zogenaamde ‘bouwstenen’ opgehangen. Elke bouwsteen is een concrete individuele (beleids)keuze voor het behoud of de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de gemeente. Een bouwsteen kan zowel een generieke beleidsmaatregel als een maatregel in de vorm van een plan (zoals een woningbouwlocatie) of project (zoals de Nedersaksenlijn) zijn. De bouwstenen schetsen hoe bepaalde opgaven op verschillende plekken (waar) en op een verschillende manier (hoe) worden ontwikkeld. Een bouwsteen, voor bijvoorbeeld woningbouw, kan op verschillende manieren worden vormgegeven (bijvoorbeeld spreiding of concentratie van woningen) en in verschillende bandbreedtes (bijvoorbeeld 10.000 of 50.000 woningen) worden opgenomen. Met de scenario’s als hulpmiddel heeft de gemeente Emmen bouwstenen uitgewerkt aan de hand van de Hoofdlijnennotitie1. Hiervoor wordt weer teruggegrepen op de kernambities. In tabel 3.1 zijn de bouwstenen beschreven.
Bij de formulering van de bouwstenen is rekening gehouden met onder andere de volgende elementen: - realisme (het onmogelijke wordt niet onderzocht); - vertaling van het voornemen (alleen mogelijke ruimtelijke keuzes voor het behalen van de opgaven worden onderzocht); - de fase waarin een ruimtelijke keuze zich bevindt (ruimtelijke keuzes waarover al besluitvorming is geweest worden niet onderzocht); - de ruimte die potentieel kan worden benut als toekomstige oplossing voor een opgave of probleem (de zogenoemde ‘hoeken van het speelveld’); - de sturingsfilosofie van de gemeente (de sturing om ambities te realiseren door de gemeente en de eigen rol in relatie tot anderen wordt in verschillende bandbreedtes toegepast).
Tabel 3.1 Overzicht bouwstenen in het planMER Bouwstenen in het planMER inzet op compleet aanbod aan maatschappelijke en dagelijkse voorzieningen in wijkcentra van Emmen en in de gebieden de Blokken, de Monden en de Velden lokale initiatieven en basisonderwijs faciliteren in Barger-Compascuum, Erica, Nieuw-Dordrecht, Nieuw-Schoonebeek, NieuwWeerdinge, Roswinkel, Veenoord, Weiteveen en Zwartemeer faciliteren en instandhouden van minimaal één ontmoetingsplek per dorp en wijk nieuwe woningen zoveel mogelijk op plekken met basisvoorzieningen nabij: Emmen-stad en Klazienaveen, Schoonebeek, Emmer-Compascuum en Nieuw Amsterdam (kerndorpen) verkennen mogelijkheden functiemenging verouderde bedrijventerreinen inzet op behoud van de glastuinbouw door ruimte te bieden aan intensivering en clustering in de huidige kassengebieden beleid voeren rondom Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB): in de nabijheid van de dorpen meer ruimte voor herbestemming naar wonen met mogelijk een combinatie met geclusterde zorg vergroten van het openbaar groen en groen-blauw om hittestress tegen te gaan: in het bijzonder in de wijken in de stad nieuwe woningen zoveel mogelijk op plekken die goed bereikbaar zijn: rondom sterke voorzieningencentra en mobiliteitshubs groei inwoners naar ca. 120.000 groei woningvoorraad met 10.000 woningen ontwikkelen Nedersaksenlijn
1
De bouwstenen zijn in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) op 22 april 2025 vastgelegd en vastgesteld.
13 | 65
Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief
Bouwstenen in het planMER in 2050 CO2-neutraal verkennen Rundedal als locatie voor het huisvesten van grootschalige bedrijvigheid verkennen mogelijkheden voor ontwikkeling van een regionaal bedrijventerrein langs de A37 medewerking verlenen aan de 110kV-netversterking (onder andere nieuwe hoogspanningsstations in de buurt van het bestaande hoogspanningsstation Emmen Weerdinge en Emmen Bargermeer en nieuwe ondergrondse kabelverbindingen en het reserveren van ruimte voor middenstations en kleine trafostations in en rondom de bebouwde omgeving) medewerking verlenen aan de ontwikkeling van een nieuw hoogspanningsstation ten noorden van de A37 bij Veenoord realisatie van een nieuwe Greenwise Campus nieuwe werklocaties worden bij voorkeur geplaatst naast of dichtbij regionale infrastructurele assen zoals de A37 mobiliteitsknooppunten benutten door bij elkaar brengen van functies op het gebied van publieksvriendelijke bedrijvigheid (onder andere kantoren, ZZP en start-ups), onderwijs, wonen en voorzieningen (bijv.
bij station Emmen Zuid) faciliteren duurzame doorontwikkeling van de (circulaire) maakindustrie en groene chemie door ruimte te bieden aan clustervorming en ketensamenwerking: zoveel mogelijk op en rond Bargermeer omgeving van het ziekenhuis (als onderdeel van de Greenwise Campus) doorontwikkelen tot een gebied waarin wordt gewerkt aan het beantwoorden van de zorgvraag van de toekomst bouw van windmolens langs de N34 tot en met 2040 een extra ruimtevraag van ca. 65 ha voor transitie naar circulaire economie tot en met 2030 een regionale ruimtevraag van ca. 140 ha (uitbreidings-, vervangings- en additionele ruimtevraag) waar nodig en wenselijk biedt de gemeente planologische ruimte voor agrariërs om werk te maken van bijvoorbeeld meervoudige verdienmodellen (recreatie, energieopwek, etc.), innovatie en experimenten om hun bedrijfsmodel te verduurzamen open, groene karakter van Emmen behouden door dit als vertrekpunt te nemen bij ruimtelijke ontwikkelingen gebiedsgericht vastgoedeigenaren (particulieren, verhuurders) ruimte geven om te investeren in hun vastgoed en woningen (bijv.
verduurzaming, optoppen, woningsplitsing, transformatie, bijgebouwen of mantelzorgwoningen en meervoudig ruimtegebruik) in het noordoosten van de gemeente ruimte blijven bieden voor duurzame productie en voor grootschaliger bedrijven op het gebied van landbouw in het zuidoosten, rondom het Bargerveen, inzet op extensivering en ruimte bieden voor verwevenheid met natuur en recreatie & toerisme: hier géén ruimte voor nieuwvestiging van intensieve veehouderijen ruimtevraag invullen door verdichting en herstructurering industrieel en bedrijvengebied Bargermeer verdichting en herstructurering van overige bedrijventerreinen inzet op ruimtelijke spreiding om balans tussen rust en reuring te hebben met betrekking tot recreatieve voorzieningen beleid voeren rondom Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB): op plekken met klimaat opgaven transformatie naar initiatieven die bijdragen aan natuurherstel en klimaatadaptatie het bodem- en watersysteem zijn leidend bij ruimtelijke ontwikkelingen creëren van voldoende watercapaciteit in de beekdalen en het watersysteem in de veengebieden zoveel mogelijk natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen op de flanken van de Hondsrug unieke woonconcepten creëren door natuur met woningbouw te combineren aanleggen van ecologische verbindingszones tussen de verschillende natuurgebieden het zichtbaarder maken van cultuurhistorische elementen, zoals de dorpen
en dorpslinten, ontginningsstructuren, waterwegen, hunebedden, grafheuvels enzovoort toeristische trekpleisters (bijvoorbeeld Wildlands, de Hondsrug, het Bargerveen, het Veenpark en de hunebedden) worden via een netwerk van recreatieve fiets-, wandel- en vaarroutes beter met elkaar en de wijde regio verbonden
14 | 65
Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief
Bouwstenen in het planMER beleid voeren rondom Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB): rondom recreatiegebieden transformatie voor recreatieve doeleinden verbetering van de Rondweg (N391) verbetering van de verbinding Emmen - Klazienaveen (N862) onderzoeken van de mogelijkheden voor het aanleggen van een noordelijke rondweg om het centrum heen op werk- en woningbouwlocaties het stimuleren en toepassen van hernieuwbare en herbruikbare grondstoffen en materialen binnen de bouw, onderhoud en gebiedsontwikkelingen
3.1.2
Het opstellen van alternatieven
Vanuit de drie scenario’s (visie terminologie) zijn drie alternatieven (plan-mer terminologie) opgesteld. De alternatieven komen grotendeels overeen met de scenario’s, de alternatieven zijn als volgt aangeduid: 1 alternatief 1 - Bruisend Emmen: een focus op het creëren van een dynamische gemeente Emmen. Hierbij ligt nadruk op het ontwikkelen van voorzieningen, bedrijvigheid, onderwijs, woningen en bereikbaarheid; 2 alternatief 2 - Zelfstandig Emmen: een focus op realiseren van economische groei, bereikbaarheid en lokale ontwikkelingen. De kern is zelfstandige en onafhankelijke wijken en dorpen door een autonoom karakter en aansluiting op de lokale behoefte, organische ontwikkeling en een faciliterende gemeente; 3 alternatief 3 - Emmen als Unieke Leefomgeving: een focus op het beschermen en versterken van het unieke groene karakter van de gemeente Emmen. Er ligt hierbij nadruk op het realiseren van ontwikkelingen binnen de natuurlijke grenzen en het versterken van het natuurlijke landschap. Een alternatief bestaat uit een kwalitatieve beschrijving van de mogelijke richtingen voor de toekomst van de gemeente Emmen met een bijbehorende set aan concrete beleidsvoornemens (bouwstenen). Als uitgangspunt zijn alle bouwstenen opgenomen in een alternatief. Aan de hand van de focus van het alternatief zijn diverse bouwstenen ‘uitgezet’ in een alternatief (oftewel niet opgenomen).
De drie alternatieven zijn beoordeeld in dit planMER (zie hoofdstuk 5 voor de effectbeschrijving). In onderstaande afbeelding is het proces ten aanzien van de totstandkoming van de alternatieven voor het planMER gevisualiseerd.
Afbeelding 3.1 Processchema van de totstandkoming van de alternatieven
15 | 65
Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief
3.1.3
Het koppelen van bouwstenen aan de alternatieven
In onderstaande paragrafen wordt elk alternatief nader beschreven en toegelicht welke bouwstenen niet zijn opgenomen. Alternatief 1 - Bruisend Emmen In alternatief 1 zijn alle ambities vanuit de Omgevingsvisie meegenomen. In alternatief 1 concentreert de woningbouw zich voornamelijk in en rond de stad Emmen, waardoor de stad verdicht en stedelijke functies versterkt worden, terwijl de dorpen hun kleinschalige, landelijke karakter behouden. Groen wordt mee ontwikkeld met de stad en dorpen, fungeert als wateropvang en draagt bij aan leefbaarheid. Voorzieningen en kennisinstellingen worden geclusterd in Emmen, onder andere via de groei van de Greenwise Campus, waarmee Emmen aantrekkelijker wordt voor studenten en werkzoekenden. Economisch zet Emmen in op het worden van een koploper in groene chemie en circulaire maakindustrie, met uitbreiding van bedrijventerreinen. Ook landbouw, glastuinbouw en het energiesysteem worden verduurzaamd en innovatie krijgt volop ruimte. Voor de effectbeoordeling van dit alternatief zijn daarom alle bouwstenen opgenomen. Alternatief 2 - Zelfstandig Emmen In alternatief 2 wordt volop ingezet om in de lokale behoefte te voorzien. Doordat nieuwbouw verspreid door de gemeente wordt ingezet, kan hierbij rekening worden gehouden met de schaal, het karakter en de vraag van de omgeving.
Het resultaat: gevarieerde wijken en dorpen, die samen zelfredzaamheid, ontmoeting en gezond leven stimuleren passend bij de plek. Ook de kleinere voorzieningen (basisscholen, kinderopvang, buurtwinkels, huisartsen, zorginstellingen) worden zoveel mogelijk behouden en geregeld in de wijken en dorpen. Er vindt dus een concentratie van de voorzieningen plaats. De grotere voorzieningen, zoals specialistische zorg, hoger onderwijs of sporthallen, worden geclusterd in Klazienaveen, EmmerCompascuum, Nieuw-Amsterdam Veenoord en Emmen. Goede bereikbaarheid voor iedereen op alle niveaus binnen de gemeente Emmen is essentieel. Bij de beoordeling van dit alternatief zijn diverse bouwstenen achterwege gelaten (t.o.v. alle bouwstenen die zijn gebruikt in de effectbeoordeling van alternatief 1) omdat deze niet in lijn zijn met de beschrijving van het alternatief. In tabel 3.1 zijn de bouwstenen opgenomen die niet zijn meegenomen in de effectbeoordeling van alternatief 2. Specifiek zijn deze bouwstenen weggelaten om de volgende redenen: - bouwstenen die leiden tot grote afstanden en lage dichtheden: door het behouden van het open en groene karakter van Emmen bij ruimtelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen zoals unieke woonconcepten op de flanken van de Hondsrug ontstaan grote afstanden tussen voorzieningen en woningen in de gemeente.
Deze grote afstanden en lage dichtheden zorgen ervoor dat spreiding in plaats van concentratie plaatsvindt, dit staat in contrast met de uitgangspunten van het alternatief; - bouwstenen die zorgen voor beperkingen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen: bouwstenen die de realisatie van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen beperken (zoals beperkingen vanuit het bodem- en watersysteem) zorgen er inherent voor dat deze minder doorgang vinden. Hierdoor zijn de mogelijkheden voor o.a. woningbouw, landbouw en bedrijvigheid beperkt in de gemeente. Het autonome karakter van Emmen wordt hier niet door versterkt en Emmen blijft hierdoor (mede)afhankelijk van de regio voor woningbouw, landbouw en bedrijvigheid.
Tabel 3.2 Bouwstenen weggelaten uit de effectbeoordeling van alternatief 2 Bouwsteen lokale initiatieven en basisonderwijs faciliteren in Barger-Compascuum, Erica, Nieuw-Dordrecht, Nieuw-Schoonebeek, NieuwWeerdinge, Roswinkel, Veenoord, Weiteveen en Zwartemeer waar nodig en wenselijk biedt de gemeente planologische ruimte voor agrariërs om werk te maken van bijvoorbeeld meervoudige verdienmodellen (recreatie, energieopwek, etc.), innovatie en experimenten om hun bedrijfsmodel te verduurzamen
16 | 65
Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief
Bouwsteen open, groene karakter van Emmen behouden door dit als vertrekpunt te nemen bij ruimtelijke ontwikkelingen in het zuidoosten, rondom het Bargerveen, inzet op extensivering en ruimte bieden voor verwevenheid met natuur en recreatie & toerisme: hier géén ruimte voor nieuwvestiging van intensieve veehouderijen inzet op ruimtelijke spreiding om balans tussen rust en reuring te hebben met betrekking tot recreatieve voorzieningen beleid voeren rondom Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB): op plekken met klimaat opgaven transformatie naar initiatieven die bijdragen aan natuurherstel en klimaatadaptatie het bodem- en watersysteem zijn leidend bij ruimtelijke ontwikkelingen creëren van voldoende watercapaciteit in de beekdalen en het watersysteem in de veengebieden op de flanken van de Hondsrug unieke woonconcepten creëren door natuur met woningbouw te combineren
Alternatief 3 - Emmen als Unieke Leefomgeving In alternatief 3 richt de gemeente Emmen op het versterken van het groene, open karakter van de gemeente. Het bestaande landschap en natuurinclusiviteit vormen een belangrijk uitgangspunt voor ruimtelijke ontwikkelingen door (strikte) landschappelijke kaders te formuleren. Zo wordt de industrie geclusterd en verduurzaamd en ontwikkelt de agrarische sector zich richting natuurinclusieve landbouw. Door het zichtbaar maken van cultuurhistorische elementen en verbinden van toeristische trekpleisters, zoals Wildlands, de Hondsrug en hunebedden, worden duurzaam toerisme en uitbreiding van verblijfsrecreatie economische pijlers van de gemeente Emmen. Verder vindt woningbouw plaats op uitbreidingslocaties én via inbreiding nabij voorzieningen, met behoud van het voorzieningenniveau in de kerndorpen. Industrie wordt geclusterd en verduurzaamd, terwijl kleine bedrijventerreinen en glastuinbouw transformeren naar gemengde woon-werkgebieden. Bij de beoordeling van dit alternatief zijn diverse bouwstenen achterwege gelaten (t.o.v. alle bouwstenen die zijn gebruikt in de effectbeoordeling van alternatief 1) omdat deze niet in lijn zijn met de beschrijving van het alternatief. In tabel 3.2 zijn de bouwstenen opgenomen die niet zijn meegenomen in de effectbeoordeling van alternatief 3.
Specifiek zijn deze bouwstenen weggelaten om de volgende redenen: - bouwstenen die bijdragen aan een toename van stikstofemissie: de uitbreiding en verbetering van de Nwegen en het creëren van nieuwe bedrijventerreinen zorgen voor een toename van verkeersstromen (auto’s en zwaar verkeer) en bedrijvigheid wat leidt tot een toename van stikstofemissies binnen de gemeente Emmen. Dit heeft negatieve gevolgen voor natuurgebieden; - bouwstenen die leiden tot verstoring van het landschap: het ontwikkelen van nieuwe infrastructuur, zoals de Nedersaksenlijn, hoogspanningsstations, en windmolen zorgen van een verstoring van het open landschap en (unieke) karakteristieken; - bouwstenen die leiden tot verstoring van natuurgebieden en soorten: de ruimtelijke inpassingen zullen een negatief effect veroorzaken op natuurgebieden en biodiversiteit in de gemeente Emmen door het afnemen van het areaal en verstoringen zoals lichthinder.
Tabel 3.3 Bouwstenen weggelaten uit de effectbeoordeling van alternatief 3 Bouwsteen inzet op behoud van de glastuinbouw door ruimte te bieden aan intensivering en clustering in de huidige kassengebieden; groei inwoners naar ca. 120.000 groei woningvoorraad met 10.000 woningen ontwikkelen Nedersaksenlijn verkennen Rundedal als locatie voor het huisvesten van grootschalige bedrijvigheid verkennen mogelijkheden voor ontwikkeling van een regionaal bedrijventerrein langs de A37
17 | 65
Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief
Bouwsteen medewerking verlenen aan de 110kV-netversterking (onder andere nieuwe hoogspanningsstations in de buurt van het bestaande hoogspanningsstation Emmen Weerdinge en Emmen Bargermeer en nieuwe ondergrondse kabelverbindingen en het reserveren van ruimte voor middenstations en kleine trafostations in en rondom de bebouwde omgeving). medewerking verlenen aan de ontwikkeling van een nieuw hoogspanningsstation ten noorden van de A37 bij Veenoord bouw van windmolens langs de N34 tot en met 2040 een extra ruimtevraag van ca. 65 ha voor transitie naar circulaire economie tot en met 2030 een regionale ruimtevraag van ca. 140 ha (uitbreidings-, vervangings- en additionele ruimtevraag) ruimtevraag invullen door verdichting en herstructurering industrieel en bedrijvengebied Bargermeer verdichting en herstructurering van overige bedrijventerreinen verbetering van de Rondweg (N391) verbetering van de verbinding Emmen - Klazienaveen (N862) onderzoeken van de mogelijkheden voor het aanleggen van een noordelijke rondweg om het centrum heen
3.2
Beoordeling met het Rad van de Leefomgeving
Om de huidige staat en de milieueffecten te beoordelen, is het Rad van de Leefomgeving gebruikt. Het Rad van de Leefomgeving is een raamwerk dat is opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie, en legt nadruk op het maatschappelijke doel van de omgevingswet (artikel 1.3): het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en het beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van de maatschappelijke behoeften. Het rad bestaat uit twee helften, waarvan de bovenste helft focust op de fysieke leefomgeving en de onderste helft op maatschappelijke behoeften. Deze twee helften zijn verder onderverdeeld in vier perspectieven: een veilige en gezonde leefomgeving (fysiek), een goede omgevingskwaliteit (fysiek), de woonomgeving (maatschappelijk) en de economische omgeving (maatschappelijk). Afbeelding 3.2 toont een versie van het Rad van de Leefomgeving. Op basis hiervan zijn de vier perspectieven van het rad verder opgesplitst in twaalf categorieën. Deze categorieën zijn vervolgens beoordeeld aan de hand van gekoppelde aspecten, die helpen om beleidskeuzes te evalueren en de foto van de Leefomgeving te bepalen. Hierdoor biedt het rad een duidelijke methodiek voor het in kaart brengen en analyseren van de effecten van gemeentelijk beleid op de leefomgeving.
18 | 65
Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief
Afbeelding 3.2 Rad van de Leefomgeving
3.3
Beoordelingswijze
De referentiesituatie, de effecten van de alternatieven en het voorkeursalternatief worden in het MER systematisch beschreven en beoordeeld aan de hand van Het Rad van de Leefomgeving. Bij de beschrijving van de effecten aan de hand van de thema’s uit het Rad van de Leefomgeving ontstaat een samenhangend beeld van de impact van de nieuwe Omgevingsvisie op de leefomgeving, en de mate waarin met de nieuwe Omgevingsvisie de gestelde doelen worden gerealiseerd. Een uitwerking en onderbouwing van de beoordeling van de referentiesituatie terug te vinden in de achtergrondrapport bij dit MER (bijlage II). In hoofdstuk 4, 5 en 6 van dit planMER worden de belangrijkste bevindingen beschreven.
3.3.1
Plan- en studiegebied MER
In het MER wordt onderscheid gemaakt tussen de begrippen plangebied en studiegebied. Plangebied Het plangebied van de nieuwe Omgevingsvisie omvat het gehele grondgebied van de gemeente Emmen, zie afbeelding 3.3.
19 | 65
Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief
Afbeelding 3.3 Gemeente Emmen, plangebied nieuwe Omgevingsvisie en dit MER
Studiegebied Het studiegebied is het totale gebied waarin milieueffecten als gevolg van de nieuwe Omgevingsvisie kunnen optreden. Het studiegebied kan per milieuaspect verschillen. Voor milieuaspecten zoals bodemkwaliteit treden de effecten alleen binnen het plangebied zelf op (het studiegebied is hier gelijk aan het plangebied). Voor milieuaspecten zoals stikstof en water kunnen ook buiten het plangebied effecten optreden (het studiegebied is hier dus groter dan het plangebied).
3.3.2
Wijze van beoordeling
Beschrijving en beoordeling referentiesituatie Op basis van de criteria uit het beoordelingskader (in bijlage I) is de referentiesituatie beschreven en beoordeeld. Hierbij is gebruik gemaakt van bestaande informatie en studies (bureauonderzoek) en overleg tussen specialisten. Per criterium is de huidige situatie en de autonome ontwikkeling van de leefomgeving in de gemeente Emmen beoordeeld op basis van de beoordelingsschaal in tabel 3.4 en tabel 3.5. In het achtergrondrapport is bij de verschillende criteria aangegeven hoe de beoordeling tot stand is gekomen. Er wordt een totaalbeoordeling per criterium gegeven over de gehele gemeente Emmen. Daar waar de situatie wezenlijk verschilt binnen de gemeente, is dit toegelicht in het achtergrondrapport.
20 | 65
Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief
Tabel 3.4 Beoordeling van huidige situatie Beoordeling
Beoordeling huidige situatie
Uitleg beoordeling
+
de huidige situatie is goed
er is geen verbetering nodig voor het behalen van de maximaal te behalen doelstelling
+/-
de huidige situatie is redelijk
verbetering is wenselijk voor het overtreffen van de minimaal gestelde doelstelling
-
de huidige situatie is slecht
verbetering is noodzakelijk voor het behalen van de minimaal gestelde doelstelling
In algemene zin geldt dat de huidige situatie per criterium in beeld wordt gebracht. De eerste stap is hierbij is het formuleren van een specifieke maatlat per criterium dat aan de hand van het beoordelingskader in beeld is gebracht. Ieder individueel criterium krijgt daarmee zijn eigen specifieke maatlat. In het achtergrondrapport is tabel 3.4 dus verder geoperationaliseerd op basis van (landelijke, provinciale of gemeentelijke) beleidsdoelstellingen. In tabel 3.5 is een voorbeeld gegeven van deze uitwerking voor het aspect luchtkwaliteit.
Tabel 3.5 Beoordelingskader huidige situatie jaargemiddelde concentraties fijnstof en stikstofdioxide Beoordeling
Beoordeling huidige situatie
Maatlat
+
de huidige situatie is goed, er is geen verbetering nodig
de huidige situatie van het jaargemiddelde concentraties fijnstof en stikstofdioxide wordt als goed beoordeeld wanneer deze voldoen aan de advieswaarden van de WHO als rijksomgevingswaarden
+/-
de huidige situatie is redelijk verbetering is wenselijk
de huidige situatie van het jaargemiddelde concentraties fijnstof en stikstofdioxide wordt als redelijk beoordeeld wanneer deze deels boven de advieswaarden van de WHO liggen maar voldoen aan de rijksomgevingswaarden
-
de huidige situatie is slecht, verbetering is noodzakelijk
de huidige situatie van het jaargemiddelde concentraties fijnstof en stikstofdioxide wordt als slecht beoordeeld wanneer deze boven de advieswaarden van de WHO en rijksomgevingswaarden
Vervolgens worden per aspect de autonome ontwikkeling en de planoverstijgende ontwikkeling los van elkaar beschreven. Per aspect worden de autonome ontwikkeling en de planoverstijgende ontwikkeling geduid (zie tabel 3.6). In alle gevallen worden de huidige situatie en de autonome ontwikkeling/planoverstijgende ontwikkeling op kwalitatieve wijze per aspect onderbouwd.
21 | 65
Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief
Tabel 3.6 Duiding autonome ontwikkeling Beoordeling
Beoordeling autonome ontwikkeling positief/verbetering t.o.v. huidige situatie
neutraal/geen verandering t.o.v. huidige situatie
negatief/verslechtering t.o.v. huidige situatie
Beschrijving en beoordeling effecten alternatieven Het bepalen van de integrale effecten van de drie alternatieven is als volgt tot stand gekomen: - ieder alternatief bestaat uit een verzameling individuele bouwstenen. Van iedere afzonderlijke bouwsteen zijn ingreep-effectrelaties bepaald ten aanzien van alle afzonderlijke in het beoordelingskader opgenomen onderzoekscriteria. Dit is gedaan op kwalitatieve wijze en in termen van kansen en risico’s. Alle bouwstenen en alle bijbehorende ingreep-effectrelaties zijn opgenomen in een online effectendatabase. Dit maakt het mogelijk om gedurende het mer-proces nog wijzigingen aan te brengen in de bouwstenen bij de alternatieven; - per alternatief en per onderzoekscriterium zijn de vanuit de bouwstenen voortkomende ingreepeffectrelaties samengevoegd tot één overkoepelende effectbeschrijving. De effectbeschrijving vindt per criterium plaats aan de hand van een vierpuntsschaal en is tekstueel, en waar van meerwaarde met kaarten en/of tabellen, onderbouwd.
De online effectendatabase helpt bij het identificeren van dominante effecten, omdat deze inzicht geeft in de cumulatie van effecten voor bepaalde thema’s of in bepaalde gebieden binnen de gemeente Emmen; - in dit hoofdrapport zijn de overkoepelende, integrale effectbeschrijvingen per alternatief in hoofdlijnen samengevat, zodat het hoofdrapport zich beperkt tot het weergeven van de dominante beslisinformatie ten aanzien van de te maken keuzes voor het VKA. In het achtergrondrapport (bijlage II) is per onderzoekscriterium uitgebreider ingegaan op de effecten. Per alternatief, inclusief het VKA, laat het achtergrondrapport zien welke effecten optreden ten aanzien van het Rad van de Leefomgeving in de gemeente Emmen: · themagewijs worden de belangrijkste effecten behandeld, in tekst en waar relevant ondersteund met kaartmateriaal, tabellen en cijfers. Mogelijke mitigerende maatregelen worden benoemd, daar waar mogelijke effecten leiden tot onwenselijke of ontoelaatbare verslechtering van de kwaliteit van de leefomgeving; · bij het VKA worden de mitigerende maatregelen die worden getroffen om effecten leiden tot onwenselijke of ontoelaatbare verslechtering van de kwaliteit van de leefomgeving te voorkomen of te beheersen. De beoordeling van de effecten is gedaan ten opzichte van de referentiesituatie met behulp van de beoordelingsschaal in tabel 3.8.
De drie alternatieven zijn door middel van een expert judgement beoordeeld aan de hand van de aspecten uit het Rad voor de Leefomgeving. De effecten van de alternatieven op de kwaliteit van de leefomgeving zijn vanwege het abstractieniveau van de nieuwe Omgevingsvisie en de lange termijn waarover ze plaatsvinden behoorlijk onzeker. Daarom is in de effectbeoordeling door middel van kansen en risico’s per alternatief de bandbreedte van de effectbeoordeling aangegeven. De kansen en risico’s zijn in beeld gebracht ten opzichte van de referentiesituatie. Zo wordt duidelijk wat de voor- en nadelen van de alternatieven zijn en wat de randvoorwaarden, aandachtspunten en kansen zijn voor de diverse alternatieven voor de nieuwe Omgevingsvisie.
22 | 65
Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief
Tabel 3.7 Beoordelingsschaal van de effecten van de onderzochte alternatieven Score
Toelichting
+
positief effect; er zijn meer kansen dan risico’s ten opzichte van de referentiesituatie
0
neutraal; er zijn geen of nauwelijks kansen en risico’s ten opzichte van de referentiesituatie
-
negatief effect; er zijn meer risico’s dan kansen ten opzichte van de referentiesituatie
+ en -
positief en negatief effect; er zijn ongeveer evenveel kansen als risico’s ten opzichte van de referentiesituatie
Beoordeling doelbereik Naast de beoordeling van effecten op de thema’s uit het beoordelingskader wordt ook bekeken in welke mate het voorkeursalternatief bijdraagt aan het behalen van de doelen van de gemeente Emmen. De toetsing van het doelbereik wordt gedaan voor de drie gestelde kernambities, zoals beschreven in paragraaf 2.2 van dit MER. Het doelbereik is bepaald aan de hand van de onderstaande maten: - hoge potentie voor behalen van de ambitie; - beperkte potentie voor behalen van de ambitie; - geen potentie voor behalen van de ambitie; - geen invloed op het behalen van de ambitie (niet van toepassing).
23 | 65
Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief
4 REFERENTIESITUATIE Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van de beoordeling van de referentiesituatie voor de gemeente Emmen. Daarnaast worden de grootste uitdagingen benoemd. Voor een volledige toelichting op de beoordeling van de huidige situatie en autonome ontwikkeling (referentiesituatie) wordt verwezen naar het achtergrondrapport in bijlage II. In dit achtergrondrapport wordt ook ingegaan op relevante wet- en regelgeving en beleid.
4.1
Autonome ontwikkelingen
Voordat wordt ingegaan op de beoordeling van de referentiesituatie, worden (algemene) autonome ontwikkelingen hieronder beschreven. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen reeds 1) vastgestelde visies en beleidsplannen, 2) projecten die planologisch worden vastgesteld of onherroepelijk zijn en 3) planoverstijgende autonome ontwikkelingen.
4.1.1
Reeds vastgestelde visies en beleidsplannen
In het achtergrondrapport is voor ieder subthema aangegeven welke reeds vastgestelde visies en beleidsplannen zijn beschouwd. Het ijkpunt daarbij is dat het beleid is vastgesteld door de gemeenteraad, of dat dit nog wordt gedaan binnen één jaar.
4.1.2
Projecten die planologisch worden vastgesteld/onherroepelijk
Projecten die meegenomen zijn als autonome ontwikkeling zijn projecten waarvoor bijvoorbeeld een bestemmingsplan is opgesteld of een vergunning is verleend. Ook de projecten waarvoor ontwerp-besluiten zijn genomen en waarvan de verwachting gis dat deze besluiten onherroepelijk worden vastgesteld zijn meegenomen. Deze projecten zijn, indien relevant, opgenomen in het achtergrondrapport. De projecten die worden meegenomen zijn: - diverse woningbouwprojecten; - trafostation TenneT Boerdijk - Veenoord; - zonneroute A37; - recreatiepark Nordic Nature - Erica; - GZI-Next.
4.1.3
Belangrijkste planoverstijgende autonome ontwikkelingen
Naast beleid en projecten waarvoor besluiten zijn genomen, zijn er een aantal generieke ontwikkelingen te benoemen die het gebiedsniveau overstijgen. Op het gebied van milieu is dit bijvoorbeeld de trendmatige verbetering van de luchtkwaliteit door (inter)nationale afspraken of de klimaatverandering die op basis van verschillende scenario´s te verwachten is.
24 | 65
Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief
Ook zijn er technologische, demografische, politieke, economische en sociale ontwikkelingen op nationaal en regionaal niveau die in meer of mindere mate invloed hebben op de autonome ontwikkeling van het plangebied. Ook technologische innovaties, zoals zelfgestuurd of emissieloos rijden, zijn vanaf 2030 van grote invloed op de verplaatsingspatronen en milieucondities in en rondom het plangebied. Deze generieke planoverstijgende ontwikkelingen worden in het MER niet betrokken.
4.2
Uitkomsten referentiesituatie
In onderstaande tabel is een samenvatting van de beoordeling van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling gegeven voor de verschillende subthema’s. In het achtergrondrapport is dit nader toegelicht.
Tabel 4.1 Samenvatting huidige situatie en autonome ontwikkelingen
Beoordeling huidige situatie
Subthema
Aspect
Criteria
landschap
landschap
landschapstypen en kernkarakteristieken
+/-
cultuurhistorie en erfgoed
Cultuurhistorie
monumenten en hun karakteristieke elementen
+
cultuurhistorie en erfgoed
Archeologie
archeologische monumenten
+/-
klimaat
wateroverlast
waterbergend en spons vermogen
-
klimaat
wateroverlast
overlast door hoge grondwaterstanden
+/-
klimaat
droogte
zoetwaterbeschikbaarheid
+/-
klimaat
droogte
lage grondwaterstanden door ontwatering
+/-
klimaat
hittestress
stedelijk hitte eiland
+
veiligheid
sociale veiligheid
aantal geregistreerde misdrijven/jaar
+/-
veiligheid
verkeersveiligheid
aantal ongevallen met dodelijke afloop/jaar
+/-
veiligheid
verkeersveiligheid
aantal ongevallen met letsel tot gevolg/jaar
+/-
veiligheid
omgevingsveiligheid
aantal kwetsbare gebouwen binnen aandachtsgebieden
-
woningcapaciteit ten opzichte van woningbehoefte
+/-
wonen
woningtekort
wonen
woongenot
tevredenheid met woning en woonomgeving
+/-
wonen
voorzieningen
beschikbaarheid voorzieningen (dorpsniveau)
+/-
gezondheidsfactoren (beweegt voldoende,
-
wonen
25 | 65
leefstijl
Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief
Duiding autonome ontwikkeling en planoverstijgende ontwikkeling
Subthema
Aspect
Criteria
Beoordeling huidige situatie
overgewicht, eenzaamheid) wonen
levensverwachting
het aantal jaren vanaf geboorte naar verwachting
-
welzijn
sociale samenhang
sociale samenhang score
+
mobiliteit
modal split
gemiddeld aandeel reizigerskilometers per vervoerswijze (auto, ov, fiets, voet) per persoon per dag
-
mobiliteit
bereikbaarheid en toegankelijkheid auto
vervoersbewegingen auto
mobiliteit
bereikbaarheid OV
afstand tot OV-halte (km)
+/-
mobiliteit
bereikbaarheid fiets
omrijdfactor fiets
-
natuur
biodiversiteit
soortendiversiteit, soortenverspreiding en populatieomvang
-
aanwezigheid groene landschapselementen, inclusief groenblauwe dooradering
-
natuur
biodiversiteit
natuur
+/-
beschermde natuurgebieden (provinciaal en nationaal beleid en Natura 2000)
areaal en kwaliteit beschermde natuurgebieden
-
bodem
bodemdaling
bodemdaling (mm/jaar)
+/-
bodemkwaliteit
bodemkwaliteit
aantal en omvang bodemverontreinigingen
-
milieu en gezondheidsbescherming
luchtkwaliteit
jaargemiddelde concentraties fijnstof stikstofdioxide
+/-
milieu en gezondheidsbescherming
geluid
geluid alle bronnen (lcum) (gemiddeld dB/jaar)
+
milieu en gezondheidsbescherming
geurhinder
geurgevoelige object binnen een slecht leefklimaat op basis van geur
+/-
milieu en gezondheidsbescherming
lichtvervuiling
opgaan licht (nanowatt per cm2 per sterradiaal)
+/-
milieu en gezondheidsbescherming
zeer zorgwekkende stoffen (zzs)
zeer zorgwekkende stoffen (zzs)
+/-
energie
energieverbruik
energieverbruik (TJ/jaar)
-
energie
aandeel hernieuwbare energie
aandeel hernieuwbare energie in totale energievoorziening ([%)
26 | 65
Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief
+/-
Duiding autonome ontwikkeling en planoverstijgende ontwikkeling
Beoordeling huidige situatie
Subthema
Aspect
Criteria
arbeid en inkomen
inkomen
besteedbaar inkomen per inwoner
arbeid en inkomen
werkgelegenheid en werkloosheid
werkloosheidpercentage
arbeid en inkomen
vestigingsklimaat
aantal deelnemers hoger beroepsonderwijs
-
arbeid en inkomen
vestigingsklimaat
aandeel innovatieve hightech bedrijven
+
arbeid en inkomen
woon-werk afstand
reistijd van en naar werk of studie
-
agrarische sector
beschikbare landbouwgrond
areaal landbouwgrond (ha)
+
agrarische sector
beschikbare landbouwgrond
aantal agrarische bedrijven
+
4.2.1
Duiding autonome ontwikkeling en planoverstijgende ontwikkeling
+/-
Probleemanalyse
Over het algemeen is te concluderen dat aan de meeste criteria een redelijke beoordeling (+/-) is toegekend, maar er zijn ook een aantal criteria met een slechte beoordeling (-). Zo hebben de criteria binnen natuur een negatieve beoordeling en ook met de autonome ontwikkelingen is een dalende trend voorzien. Binnen dit subthema bestaan dus kansen om te verbeteren. De autonome ontwikkelingen hebben overwegend een neutraal of negatief effect op de criteria. Enkel op het aandeel hernieuwbare energie en het aandeel innovatieve bedrijven wordt een stijgende lijn voorzien. Bij de overige criteria liggen daarom grote kansen om beleid op te stellen wat de situatie verbetert. Samenvattend valt op te merken dat er voor thema’s aanvullend beleid nodig is om gestelde ambities te halen.
27 | 65
Witteveen+Bos | 145326/25-014.685 | Definitief
5 EFFECTEN VAN DE ALTERNATIEVEN In dit hoofdstuk is de effectbeschrijving van de alternatieven per subthema samengevat. De gehele effectbeschrijving is opgenomen in het achtergrondrapport in bijlage II. Deze milieueffectrapportage onderzoekt de effecten van drie alternatieven: 1 Bruisend Emmen; 2 Zelfstandig Emmen; 3 Emmen als Unieke Leefomgeving. De samenstelling aan bouwstenen per alternatief is beschreven in paragraaf 3.1.3.