CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp-omgevingsvisie Emmen 2040 Sterke stad vitale dorpen veelzijdig buitengebied

Informatiebijeenkomst 8 december 2025, gemeente Emmen28.518 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

63

9.

Met voldoende groen, rustplekken zoals bankjes en sporten speelmogelijkheden in de buitenruimte, werken we aan een openbare ruimte die uitnodigt tot (spontane) ontmoeting, ontspanning en bewegen. We investeren in aantrekkelijke, veilige en schaduwrijke fietsroutes die de woonwijken verbinden met elkaar, het centrum van Emmen en de bedrijventerreinen. Ook versterken we bestaande wandel- en fietsverbindingen vanuit de woonwijken naar het buitengebied en nabijgelegen natuurgebieden zoals het Noordbargerbos en de Emmerdennen. Met uitnodigende ommetjes voor groen- en natuurbeleving zorgen we voor een sterke verbinding tussen de woonomgeving en het ruime groenaanbod. Met aanpassingen in de infrastructuur en openbare ruimte werken we aan een woonomgeving die ook voor mindervalide inwoners toegankelijk is.

we mogelijkheden voor vraagafhankelijk vervoer en deelmobiliteit. Door het autoverkeer van bestaande en nieuwe wijken af te wikkelen via de rondweg, zetten we in op het scheiden van verkeersstromen. In aansluiting op woningbouwontwikkelingen zoals Delftlanden, ontwikkelen we station Emmen-Zuid door als mobiliteitshub met overstapmogelijkheden op de (streek)bus, de fiets en/ of verschillende vormen van deelmobiliteit. Ter hoogte van Sport- en Businesspark Meerdijk verkennen we mogelijkheden voor het ontwikkelen van een nieuwe mobiliteitshub nabij de Rondweg (N391). Bij het onderzoeken van de haalbaarheid van de aanleg van een noordelijke Rondweg, nemen we ook de inzet op ontwikkeling van een mobiliteitshub mee.

10. We treffen maatregelen voor een natuurinclusieve en klimaatbestendige openbare ruimte. Bij (her)inrichting van de openbare ruimte is groen de norm, verharding wordt alleen functioneel toegepast. Op particulier terrein moedigen we inwoners en ondernemers aan om maatregelen op het gebied van vergroening te treffen. We stellen ons uitnodigend op tegenover inwonersinitiatieven die een positieve bijdrage leveren op het gebied van biodiversiteit en/of klimaatbestendigheid. 11. Zowel bovengronds als in de ondergrond reserveren we voldoende ruimte voor de voorzieningen die horen bij de energie- en warmtetransitie, zoals transformatorhuisjes en kabels. We hebben aandacht voor een zorgvuldige inpassing van deze energie-infrastructuur in de openbare ruimte, de stedenbouwkundige omgeving en in de bodem. 12. We kiezen voor een inrichting van de woonomgeving ervoor om vooral ruimte te bieden aan langzaam verkeer (voetganger en fietsers) en openbaar vervoer. We werken aan directe en veilige (door)fietsroutes die de wijken verbinden met elkaar, het centrum van Emmen en nabijgelegen dorpen. Ook vinden we het belangrijk dat voorzieningen binnen en buiten de wijk goed met het openbaar vervoer te bereiken zijn. In wijken waar geen busverbinding loopt, verkennen

64

Sterke stad. Vitale dorpen. Veelzijdig buitengebied.

Bron: gemeente Emmen.

Ontwerp-omgevingsvisie Emmen 2040

65

Figuur 21. Gebiedsspecifieke keuzes voor Dorpen.

66

Sterke stad. Vitale dorpen. Veelzijdig buitengebied.

4.3

Dorpen

Kenschets Emmen wordt niet zomaar stad van dorpen genoemd. Binnen de gemeentegrenzen bevindt zich een groot aantal karakteristieke dorpen, met elk hun eigen identiteit, opbouw en ontstaansgeschiedenis. De dorpen in de gemeente variëren in omvang en ruimtelijk karakter. Klazienaveen, EmmerCompascuum, Nieuw-Amsterdam/Veenoord en Schoonebeek kennen als grootste dorpen de status van kerndorpen: dorpen met een voorzieningenaanbod voor de lokale omgeving. Andere dorpen die zich verspreid over de gemeente bevinden, zijn Erica, Zwartemeer, Nieuw-Schoonebeek, Weiteveen, Nieuw-Dordrecht, Barger-Compascuum, Barger-Oosterveld, Nieuw-Weerdinge en Roswinkel. Verspreid over het buitengebied bevinden zich daarnaast ook diverse kleine dorpen en buurtschappen: Westenesch, Noordbarge, Zuidbarge, Weerdinge, Zandpol, Emmer-Erfscheidenveen, Oranjedorp en Klazienaveen-Noord. Ook zijn er op enkele plekken in het buitengebied nog bebouwingsconcentraties te vinden, in veel gevallen nabij woonwijken van de stad Emmen of de grotere dorpen. Het betreft hier kleinere buurtschappen zoals Amsterdamscheveld, Barger-Oosterveen, Oosterse Bos, Westerse Bos en Middendorp. De gebiedsspecifieke keuzes voor deze buurtschappen zijn ondergebracht onder de uitwerking van ‘Buitengebied’ (zie hoofdstuk 4.5). In de dorpen in onze gemeente spelen verscheidene gebiedsspecifieke opgaven.

Tegelijkertijd zijn de dorpen ook verenigbaar door vergelijkbare ontwikkelingen die op de leefomgeving en de lokale bevolking afkomen. Zo liggen er voor de verschillende dorpen opgaven voor op het gebied van leefbaarheid, een toekomstbestendig woningaanbod, bereikbaarheid, behoud van landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten en het verkleinen van nadelige gevolgen van klimaatverandering.

Ontwerp-omgevingsvisie Emmen 2040

Gebiedsspecifieke keuzes voor dorpen: 1. We investeren in het behoud van sterke en veerkrachtige dorpse gemeenschappen. We faciliteren de lokale gemeenschap om een brede sociale basis in elk dorp te behouden en versterken. In ieder dorp zetten we ons in voor het behoud van reeds aanwezige maatschappelijke basisvoorzieningen zoals basisonderwijs, ontmoetingsplek(ken), huisarts en sport. Dit betekent dat we initiatieven stimuleren die bijdragen aan een laagdrempelig aanbod van activiteiten en ondersteuning in de directe omgeving. Om bij te dragen aan de sociale basis, willen we de lokale gemeenschap fysieke ruimte bieden om elkaar te kunnen treffen. Dit vertaalt zich naar een inzet voor tenminste één laagdrempelige en toegankelijke ontmoetingsplek in elk dorp. Deze ontmoetingsplekken kunnen per dorp verschillen in vorm, afhankelijk van de lokale behoefte en draagkracht. We zien het als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners om de plekken voor ontmoeting en activiteiten in stand te houden. Daar waar een duidelijke ontmoetingsplek nu nog ontbreekt, verkennen we in samenwerking met het dorp mogelijkheden voor de ontwikkeling van zo’n plek. In dorpen met een klein aantal inwoners kan het lastig zijn om voldoende draagkracht voor een fysieke ontmoetingsplek te genereren en kosten te dekken.

Wanneer dit het geval is, zoeken we naar mogelijkheden voor informele ontmoeting in de buitenruimte zoals het toevoegen van zitplekken. 2.

Vanuit een gedachte van behoud en waar mogelijk versterking van het voorzieningenaanbod in de kernen, van kwaliteit boven kwantiteit en om winkeliers, ondernemers en maatschappelijke organisaties te ondersteunen bij het instandhouden van hun diensten en winkels, kiezen

67

Figuur 22. Dorpshart van Emmer-Compascuum. Bron foto: gemeente Emmen.

we voor een ruimtelijke concentratie van dagelijkse voorzieningen in Klazienaveen, Schoonebeek, EmmerCompascuum en Nieuw Amsterdam/Veenoord. In deze dorpen zetten we in op een sterk aanbod van voorzieningen bestaande uit een supermarkt/detailhandel, huisarts, apotheek, welzijn, basisschool, kinderopvang, bilbiotheek, sport en horeca, voor eigen inwoners en die van de omliggende (kleinere) dorpen en buurtschappen. Dat betekent niet dat bestaande voorzieningen in de kleinere dorpen hoeven te verdwijnen, wel dat bij nieuwe kansen en ontwikkelingen clustering in de kerndorpen prioriteit heeft. In de kleinere dorpen is ons streven (het behoud van) een basisniveau van voorzieningen bestaande uit basisonderwijs, sport, huisarts en ontmoetingsplek. De exacte samenstelling van het voorzieningenaanbod in de kerndorpen is afhankelijk van de lokale behoefte en de grootte van het kerndorp. Op het gebied van detailhandel en horeca zetten we in op een voorzieningenaanbod dat ondersteunend is aan het aanbod in Emmen centrum. De winkelcentra in deze dorpen richten zich op de dagelijkse aankopen - met uitzondering van Klazienaveen, waar het winkelcentrum ook een subregionale functie heeft.

68

3.

De dorpscentra beschouwen we als het hart en ontmoetingspunt van alle dorpen. In met name de kerndorpen, is dit dan ook de plek waar functiemenging plaatsvindt met winkelen, wonen, ontspannen, ontmoeten en verblijven. We vinden het belangrijk dat deze plekken een aantrekkelijk en levendig karakter hebben en richten de openbare ruimte in met aandacht voor de verblijfskwaliteit en toegankelijkheid. In deze centrumgebieden bieden we volop ruimte aan de voetganger en fietser. We onderzoeken mogelijkheden voor het terugdringen van autoverkeer, zonder dat dit ten koste gaat van de bereikbaarheid van de voorzieningen voor bezoekers van verder weg. Vanwege de nabijheid van verschillende voorzieningen, zetten we in de dorpscentra in op geclusterde en collectieve parkeeroplossingen en veilige fiets- en wandelroutes. Hiermee wordt de ontmoetingsfunctie van de centra versterkt.

4.

We streven in ieder dorp naar een divers woningbouwprogramma, dat aansluit bij de wensen en behoeften van verschillende doelgroepen: gezinnen, starters en ouderen. Om dit te faciliteren, bieden we in de dorpen

Sterke stad. Vitale dorpen. Veelzijdig buitengebied.

ruimte aan kleinschalige woningbouwontwikkelingen, die passen binnen de aantoonbare lokale behoefte en aansluiten bij de schaal en ruimtelijke kenmerken van het dorp. Qua woningbouwprogramma ligt de focus op het stimuleren van doorstroming en het vergroten van het aanbod aan betaalbare woningen. We spelen in op een veranderende woonbehoefte en vergroten het aanbod aan kleinere en levensloopbestendige woningen. Bij woningbouwontwikkelingen gaat aandacht uit naar duurzaam, biobased en circulair materiaalgebruik en het beperken van het energiegebruik. Vanwege het voorzieningenaanbod en de fysieke ontwikkelruimte van de dorpen Klazienaveen, Schoonebeek, Emmer-Compascuum en Nieuw Amsterdam/Veenoord, zien we mogelijkheden om in deze dorpen ook ruimte te bieden aan grotere woningbouwontwikkelingen die bijdragen aan onze groeiambitie. Daarbij gaat aandacht uit naar het voorzien in de lokale woonbehoefte, maar wordt ook ruimte geboden voor woningbouw gericht op huishoudens van buiten de gemeente. 5.

In de zoektocht naar geschikte locaties voor woningbouw, geven we prioriteit aan plannen voor inbreiding, herstructurering en transformatie. Binnen de contouren van een dorp verkennen we kansen voor het toevoegen van woningen door onder andere slimme verkaveling, woningsplitsing en het aanpakken van ‘rotte kiezen’. In dorpen waar inbreidingsmogelijkheden beperkt zijn, zien we in bepaalde gevallen kansen voor kleinschalige uitbreiding aan de dorpsranden. Ook in de kerndorpen zien we hier op bepaalde plekken mogelijkheden voor. Zo is voor het kerndorp Klazienaveen een dorpsuitbreiding met ruim 200 woningen aan de weg Rozemarijn in voorbereiding. Voor de kerndorpen Nieuw-Amsterdam en Emmer-Compascuum zijn globale uitbreidingsrichtingen in beeld. In overleg met de EOP van Schoonebeek wordt bekeken waar in dit dorp woningbouwmogelijkheden liggen, met inbegrip van de omringende landschappelijke kwaliteiten. Voor alle woningbouwontwikkelingen geldt dat de draagkracht van het bodem- en watersysteem, het energiesysteem en het landschap hierbij bepalend

Ontwerp-omgevingsvisie Emmen 2040

Bron: gemeente Emmen.

69

Figuur 23. Het Oosterdiep is de belangrijkste ruimtelijke drager van Barger-Compascuum. Bron foto: gemeente Emmen.

verduurzaming. Ook in de dorpen voeren we het gesprek over alternatieven voor aardgas. Waar mogelijk, pakken we de opgave via uitvoering van (Wijk)uitvoeringsplannen aan. We beginnen daarbij met uitvoeringsplannen voor de dorpen Nieuw-Dordrecht en Oranjedorp. Daarnaast leggen we in een lokaal warmteprogramma vast welke stappen we zetten om tot een aardgasvrije gebouwde omgeving te komen. Ook verkennen we gebiedsgericht de nut, noodzaak en geschiktheid voor het vergroten van planologische ruimte en regels, om ruimte te bieden voor concepten zoals woningsplitsing, optoppen, transformatie, (pré)mantelzorg en erfwonen.

zijn voor de mogelijkheden. Dat betekent onder andere dat we kwetsbare gebieden voor overstroming en bodemdaling zoveel mogelijk vrijhouden van woningbouw. Wanneer alternatieven beperkt zijn, verkennen we welke maatregelen nodig zijn om bij woningbouw negatieve effecten van de water- en bodemvraagstukken in te perken. We zetten in op woningbouw die voortborduurt op de huidige kenmerken en kwaliteiten. We letten erop dat woningbouwinitiatieven passen bij de huidige omvang van het dorp en het dorpse en groene karakter. Ook hebben we oog voor landschappelijke kenmerken en zorgvuldige vormgeving van de overgang tussen bebouwd en onbebouwd gebied. 7. 6.

70

De bestaande woningen in de dorpen spelen een belangrijke rol in het voorzien in de toekomstige woonbehoefte. We investeren daarom in de toekomstbestendigheid van de huidige woningvoorraad en stimuleren woningeigenaren om aanpassingen te doen op het gebied van

We waarderen het eigen karakter van de dorpen en ruimtelijke identiteitsdragers zoals dorpslinten, esgronden bij de dorpskernen, monumenten en kenmerkende groenstructuren en watergangen. We gaan zorgvuldig om met de aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. We zetten in op ‘behoud

Sterke stad. Vitale dorpen. Veelzijdig buitengebied.

door ontwikkeling’. Dit houdt in dat we op zoek gaan naar manieren om via het inpassen van nieuwe en eigentijdse functies bij te dragen aan het behouden en versterken van de aanwezige kwaliteiten. 8.

De verschillende dorpen kenmerken zich door de aanwezigheid van groen en zijn vaak nauw verweven met het omringende buitengebied. Dit biedt een goede basis voor een beweegvriendelijke leefomgeving. We stimuleren gezond gedrag door de leefomgeving zo in te richten dat deze aantrekkelijk is om in te verblijven en uitnodigt tot (spontane) ontmoeting, ontspanning en bewegen. Denk daarbij aan het voorzien in sport- en speelplekken, maar ook het werken aan een netwerk van wandel- en fietsroutes dat uitnodigt tot ommetjes en de dorpen meer verweven met het buitengebied en in het bijzonder met natuurgebieden. Bij de inrichting van de openbare ruimte en infrastructuur gaat aandacht uit naar toegankelijkheid voor mindervalide inwoners.

9.

We zetten ons in voor een klimaatbestendige en natuurinclusieve openbare ruimte. In de inrichting van de openbare ruimte ligt de nadruk op het verder vergroenen van dorpen, het bieden van voldoende ruimte voor wateropvang en het verbinden van groen-blauwe structuren tussen het dorp en het omringende buitengebied en nabijgelegen natuurgebieden. Dit doen we door behoud en versterking van bestaande groenstructuren en het tegengaan van onnodige verharding. Ook op particulier terrein moedigen we maatregelen op het gebied van vergroening aan. We stellen ons uitnodigend op tegenover inwonersinitiatieven die een positieve bijdrage leveren op het gebied van klimaatbestendigheid. Bij het beheer en onderhoud van de openbare ruimte streven we zo veel mogelijk naar het benutten van koppelkansen ten behoeve van het vergroten van klimaatbestendigheid en ecologische waarden.

zien we als randvoorwaardelijk voor het bewaken van de leefbaarheid. We blijven werken aan een goede autobereikbaarheid, maar zien daarnaast ook kansen voor andere vervoermiddelen. Door te investeren in comfortabele en veilige (door)fietsroutes tussen de dorpen, moedigen we de fiets als duurzamer en gezonder alternatief aan. Samen met de Provincie Drenthe en buurgemeenten werken we aan regionale (door)fietsroutes, die ook voordelen met zich meebrengen voor de lokale bereikbaarheid. We realiseren de doorfietsroute Coevorden - Emmen langs Nieuw-Amsterdam en Veenoord (F34) en de aansluiting tussen Klazienaveen en Emmen (F862) en verkennen aanvullende mogelijkheden voor doorfietsroutes, waaronder de trajecten Emmen - Emmer-Compascuum, Emmen - Ter Apel (via Nieuw-Weerdinge) en Schoonebeek Coevorden. Daarnaast zetten we in op het realiseren van een basisvorm van openbaar vervoer voor alle dorpen. Hierbij gaat het voor de kerndorpen om hoogwaardig openbaar vervoer, maar willen we voor de kleinere dorpen ook alternatieven zoals vraaggestuurd vervoer verkennen. Met regelmatig onderhoud en gerichte ingrepen van de wegen en fietspaden die de dorpen met elkaar en de stad Emmen verbinden, vergroten we verkeersveiligheid en doorstroming. 11. We hebben aandacht voor een zorgvuldige inpassing van de energie- en warmtetransitie in de openbare ruimte en in de bodem.

Zowel bovengronds als ondergronds reserveren we daarom voldoende ruimte voor benodigde voorzieningen zoals transformatorhuisjes en kabels.

10. We zetten ons in voor een multimodale bereikbaarheid van dorpen: per auto, fiets en (vraaggestuurd) openbaar vervoer. Een goede bereikbaarheid vanuit elk dorp naar de voorzieningenclusters in Emmen Centrum en de kerndorpen

Ontwerp-omgevingsvisie Emmen 2040

71

Figuur 24. Gebiedsspecifieke keuzes voor Bedrijventerreinen.

72

Sterke stad. Vitale dorpen. Veelzijdig buitengebied.

4.4

Bedrijventerreinen

Kenschets Een groot deel van de Emmense werkgelegenheid bevindt zich op de verschillende bedrijventerreinen van de gemeente. Om de toekomstbestendigheid en aantrekkelijkheid van de bedrijventerreinen te vergroten, en voor effectief ruimtelijk en economisch beleid, zetten we in op duidelijke profielen met een eigen ruimtelijke en programmatische agenda. We onderscheiden daarbij de volgende gebieden:

gebied van bedrijvigheid mee als bedrijventerrein. Ook de tuinbouwgebieden van Klazienaveen en Erica worden tot bedrijventerreinen gerekend. Hoewel de binnenstad van Emmen en de Greenwise Campus ook belangrijke werklocaties vormen, komen deze niet nader aan de orde binnen dit thema. De gebiedsgerichte uitgangspunten voor de binnenstad en de Greenwise Campus zijn ondergebracht onder de uitwerking van ‘Emmen Centrum’ (zie hoofdstuk 4.1).

•

Gebiedsspecifieke keuzes voor bedrijventerreinen in het algemeen: 1. Voor het behoud van een veerkrachtige en duurzame economie hebben bedrijven in onze gemeente ruimte nodig om te kunnen ondernemen. We bieden deze benodigde ruimte door onze bestaande bedrijventerreinen toekomstbestendig te maken door middel van herstructurering en inbreiding, maar ook door op enkele plekken binnen de gemeentegrenzen extra ruimte voor bedrijvigheid te bieden. We faciliteren vestiging van bedrijven die bijdragen aan onze krachtsectoren groene chemie en circulaire maakindustrie en lokale ketens versterken. Ook vinden we het belangrijk dat bedrijven een maatschappelijke meerwaarde leveren en hebben we oog voor de hoeveelheid werkgelegenheid die bedrijvigheid met zich meebrengt.

•

•

•

• •

(Boven)regionaal grootschalige bedrijventerreinen – Rundedal (te ontwikkelen) Regionaal grootschalige bedrijventerreinen: – Bargermeer Emmen – Tweeling (Oost en West) Emmen – De Vierslagen Schoonebeek – Bedrijvenpark A37 Klazienaveen Regionale bedrijventerreinen: – Bedrijvenpark Eigenhaard Emmen – Bedrijventerrein Barger-Oosterveld – Pollux Klazienaveen – Waanderveld Emmen Lokale bedrijventerreinen (kavelomvang van 5.000 m2 of kleiner): – Bedrijventerrein Emmer-Compascuum – Bedrijventerrein Nieuw-Weerdinge – Bedrijventerrein Klazienaveen – Bedrijventerrein Weiteveen – Bedrijventerrein Zwartemeer Gemengde bedrijventerreinen: – Sport- en Businesspark Meerdijk Glastuinbouw – Tuinbouwgebied Klazienaveen – Tuinbouwgebied Erica

Hoewel Businesspark Meerdijk een veelzijdige invulling kent met onder andere sport en onderwijs, rekenen we dit gemengde gebied vanwege de belangrijke functie op het

Ontwerp-omgevingsvisie Emmen 2040

2.

Als partner van het bedrijfsleven zorgen we ervoor dat de randvoorwaarden voor toekomstbestendige bedrijvigheid op orde zijn. Dit betekent dat we bedrijven faciliteren en ondersteunen op het gebied van kennisuitwisseling, innovatie, de transitie naar een circulaire en digitale economie en de verduurzaming van productieprocessen. We hebben daarbij oog voor de ruimtevraag van functies en infrastructuur die de energietransitie, warmtetransitie en overgang naar de circulaire economie en digitale economie mogelijk maken.

73

Bron: gemeente Emmen.

74

3.

Op de bedrijventerreinen zetten we samen met betrokken partijen stevig in op verduurzaming. Als gemeente nemen we een faciliterende rol in op het gebied van de energieen warmtetransitie. We stimuleren het zoveel mogelijk zelf duurzaam opwekken en opslaan van de benodigde energie, bijvoorbeeld via optimaal benutten van de daken van bedrijfspanden voor zonnepanelen maar ook via de realisatie van energiehubs. Tegelijkertijd verkennen we met partners ook mogelijkheden voor alternatieve energie- en warmtebronnen voor productieprocessen, bijvoorbeeld op het gebied van groene waterstof of andere gassen. Vanuit het programma ORTESE (Ontwerpen en Realiseren van een Toekomstbestendig Energiesysteem) werken we samen met overheden, netbeheerders, kennisinstellingen en ondernemers aan het ontwerpen en realiseren van een toekomstbestendig energiesysteem. Een concreet voorbeeld van de gezamenlijke inzet is de ontwikkeling van energiehub GZI Next op de locatie van de voormalige gaszuiveringsinstallatie.

4.

Samen met ondernemers investeren we in het vergroenen van de verschillende bedrijventerreinen door groen toe te voegen en onnodige verstening tegen te gaan. Zo verhogen we de verblijfskwaliteit en creëren we een gezonde werkomgeving. Ook gaan we met vergroening hittestress tegen en vergroten we het waterbergend vermogen op de terreinen. In de openbare ruimte staan we hiervoor als gemeente aan de lat, op privéterrein moedigen we vergroening door particulieren aan en wijzen we bedrijven op de risico’s van wateroverlast door piekbuien op eigen terrein.

5.

We spannen ons in voor een optimale bereikbaarheid van de bedrijventerreinen. We hebben belang bij goede, veilige en vlotte verbindingen van en naar deze locaties voor goederenvervoer en woon-werk verkeer. Hiertoe investeren we in nodige ingrepen op het gebied van verkeerscirculatie en doorstroming. Met de ontwikkeling van mobiliteitshubs, (door)ontwikkeling van regionale en lokale doorfietsroutes en het faciliteren van initiatieven voor deelmobiliteit zetten we in op een betere fiets- en OV-bereikbaarheid voor werknemers. Ook hebben we daarbij oog voor

Sterke stad. Vitale dorpen. Veelzijdig buitengebied.

verkeersveiligheid op de bedrijventerreinen. Samen met ondernemers verkennen we hiervoor mogelijke ingrepen, zoals het scheiden van gemotoriseerd en niet-gemotoriseerd verkeer. b. 6.

We faciliteren elektrische mobiliteit en zetten daartoe op de bedrijventerreinen in op de realisatie van een toereikende laadinfrastructuur, zowel voor vrachtverkeer en (bouw) materieel, auto als voor de fiets. Aan de A37 verkennen we mogelijkheden voor de ontwikkeling van zogenaamde ‘tank hubs’ met duurzame tank- en laadfaciliteiten voor het (toekomstige) vrachtverkeer van de bedrijventerreinen.

7.

We streven ernaar dat het toevoegen van bedrijvigheid (uitbreiding of nieuwvestiging) altijd in goede balans staat met het zoveel mogelijk beperken van de milieubelasting, negatieve gezondheidseffecten en externe veiligheidsrisico’s. Hiervoor zoeken we de samenwerking op met het bedrijfsleven en adviserende partners zoals de Omgevingsdienst, de GGD en de Veiligheidsregio. Tegelijkertijd gaat ook aandacht uit naar sociale veiligheid en zetten we in op preventie van ondermijnende criminaliteit.

c.

d. Gebiedsspecifieke keuzes voor (grootschalige) (boven)regionale bedrijventerreinen: 1. Bedrijventerreinen zijn van belang voor economische groei en aantrekkelijk vestigingsklimaat. Ook dragen ze bij aan voldoende werkgelegenheid. Om dit in de toekomst zo te houden en om ruimte te geven aan de transitie naar een circulaire economie, is extra ruimte nodig. Binnen de gemeentegrenzen willen we voorzien in deze ruimtevraag door in te zetten op herstructurering van bestaande bedrijventerreinen, maar kijken we ook naar noodzakelijke uitbreiding en het aanwijzen van nieuwe locaties. In een programma Bedrijventerreinen geven we hier nader invulling aan. a. Op bedrijventerrein Bargermeer zetten we in op herstructurering en intensivering van het bestaande terrein. Door in te zetten op het juiste bedrijf op de juiste plek, gaan we zorgvuldig om met de beschikbare milieuruimte. We onderzoeken hierbij ook

Ontwerp-omgevingsvisie Emmen 2040

2.

eventuele verplaatsingsmogelijkheden voor aanwezige bedrijven om de afstand tussen bedrijven met hoge milieucategorieën en omliggende woningen te vergroten. Op de toekomstige locatie Rundedal zien we potentie voor het faciliteren van nieuwvestiging van grootschalige bedrijven (> 10 ha) die een substantiële bijdrage leveren aan de lokale en regionale economie en werkgelegenheid. We hanteren daarbij de uitgangspunten uit de Provinciale Omgevingsverordening op het gebied van grootschalige bedrijvigheid. Om de ontwikkeling van het bedrijventerrein in goede banen te leiden, wordt zorgvuldig omgegaan met keuzes ten aanzien van het type bedrijf, bijbehorende milieueffecten en aspecten als landschappelijke inpassing, ontsluiting en de inrichting van de openbare ruimte. In regionaal verband verkennen we de mogelijkheden voor ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein aan de A37 voor vestiging van regionaal MKB met een omvang van 30 - 60 hectare. Op het kaartbeeld is hiervoor indicatief de zoeklocatie ten noorden van de A37 nabij Nieuw-Amsterdam weergegeven. Op de verschillende bestaande (grootschalige) bedrijfslocaties kiezen we voor optimaal ruimtegebruik via inbreiding en transformatie. Als uitwerking van de omgevingsvisie geven we hier in een Programma Bedrijventerreinen nader invulling aan.

Via diverse sporen stimuleren we bedrijven in de zoektocht naar mogelijkheden voor besparing en verduurzaming van het warmte- en elektriciteitsverbruik door grootverbruikers. Naast het faciliteren van zonne-energie op bedrijfsdaken, bieden we ruimte aan experimenten met nieuwe vormen van energiegebruik en -opslag. Industriepark Bargermeer en bedrijventerrein De Tweeling vormen hierbinnen twee proeftuinen waar ondernemers, overheden en onderzoekers werken aan lokale oplossingen op het gebied van energieopslag, netcongestie en de warmtetransitie. Ook op het gebied van waterstof zijn partijen in onze gemeente vooruitstrevend. Door (planologische) ruimte voor testfaciliteiten te bieden, dragen

75

Figuur 25. Glastuinbouw nabij Klazienaveen. Bron foto: gemeente Emmen.

richting de toekomst zo blijft en willen ruimte (blijven) bieden voor een sterke MKB sector. Bij initiatieven voor nieuwvestiging of uitbreiding van bestaande bedrijven valt de keuze op herstructurering en inbreiding boven uitbreiding van de terreinen. We benutten koppelkansen en maken werk met werk, door herstructurering en inbreiding te combineren met investeringen op het gebied van verduurzaming en klimaatadaptatie. In gevallen dat voortzetting van het huidige bedrijfsprofiel van een lokaal bedrijventerrein onder druk komt te staan, gaan we samen met ondernemers en de omgeving op zoek naar een nieuw toekomstperspectief. In een Programma Bedrijventerreinen werken we onze visie op de lokale bedrijventerreinen nader uit.

we als gemeente bij aan verkenning van de kansen voor productie en gebruik van groene waterstof als energiedrager voor de industrie. 3.

Met oog op het behoud van een goed ondernemersklimaat en het aanjagen van innovatie stimuleren we de uitwisseling van kennis en ervaringen tussen de regionale bedrijventerreinen binnen de gemeentegrenzen en daarbuiten. Hiervoor benutten we onze samenwerkingsverbanden in de Dutch Techzone en vanuit het regiodealtraject Toekomstbestendige bedrijventerreinen.

Gebiedsspecifieke keuzes voor lokale bedrijventerreinen: 1. Het lokaal MKB op de verschillende lokale bedrijventerreinen heeft een belangrijke functie voor de dorpen en de directe omgeving op het gebied van werkgelegenheid en leefbaarheid. We vinden het belangrijk dat dit ook

76

2.

Ook op de lokale bedrijventerreinen is het streven het juiste bedrijf op de juiste plek. We zetten in op het uitbouwen

Sterke stad. Vitale dorpen. Veelzijdig buitengebied.

van een eigen profiel per bedrijventerrein, passend bij de lokale context en schaal. Daarbij hebben we oog voor het bewaken van een gezonde en veilige leefomgeving op de bedrijventerreinen én voor naastgelegen functies zoals woningen. Onevenredige belasting door bedrijvigheid op bijvoorbeeld het gebied van verkeer, geluid of geur willen we vermijden. Wanneer blijkt dat een bedrijf (niet langer) past in de omgeving, denken we actief mee over mogelijkheden voor verplaatsing. Gebiedsspecifieke keuzes voor gemengde gebieden: 1. We continueren de doorontwikkeling van Sport- en Businesspark Meerdijk. We faciliteren de versteviging van de positie en uitstraling van de Meerdijk als sport- en beweegcampus met bovenregionale aantrekkingskracht. Belangrijke aspecten van de beoogde gebiedsontwikkeling zijn het ontwikkelen van een nieuw voetbalstadion voor FC Emmen en een topsporthal. Ter versterking van het programma, de uitstraling en de synergie van de sport- en beweegcampus zien we ook mogelijkheden voor vestiging van hoger onderwijs en ondersteunende commerciële ontwikkelingen. Bij het nader vormgeven aan het programma voor het sport- en businesspark gaat aandacht uit naar de bredere maatschappelijke invulling van dit goed bereikbare gemengde gebied.

2.

We zien dat er in de glastuinbouwsector hard gewerkt wordt om doelen rondom klimaatneutrale glastuinbouw in 2040 te halen, maar dat er ook forse uitdagingen zijn. Binnen de gebiedsgerichte aanpak van de glastuinbouwgebieden, vormt (energetische) verduurzaming een belangrijke pijler.

3.

Innovatie en het leggen van slimme samenwerkingsverbanden tussen de tuinbouw en het bedrijfsleven en onderwijs) moedigen we aan. Een concreet voorbeeld hiervan is de realisatie van een energiehub in tuinbouwgebied Erica vanuit het project ORTESE. In de nadere uitwerking van de gezamenlijke visie op de glastuinbouw, verkennen we welke rol we als gemeente hebben daar waar het gaat over het bieden van de juiste (planologische) randvoorwaarden.

Gebiedsspecifieke keuzes voor glastuinbouwgebieden: 1. In de glastuinbouwgebieden op Erica en in Klazienaveen liggen verschillende opgaven en kansen. Via een gebiedsgerichte aanpak verkennen we als uitwerking van deze omgevingsvisie de mogelijkheden voor revitalisering van deze gebieden. Dit doen we uiteraard in samenwerking met aanwezige ondernemers. Het streven is om in de glastuinbouwgebieden te komen tot een samenspel van rendabele bedrijfsvoering voor ondernemers, een gezond werkklimaat, verduurzaming en de beperking van nadelige milieueffecten op de omgeving en het bodem- en watersysteem. Het onderzoeken van mogelijkheden voor clustering door middel van herverkaveling, maar ook het verkennen van tuinbouwgerelateerde functieverbreding, vormen hier onderdeel van.

Ontwerp-omgevingsvisie Emmen 2040

77

Figuur 26. Gebiedsspecifieke keuzes voor Buitengebied.

78

Sterke stad. Vitale dorpen. Veelzijdig buitengebied.

4.5

Buitengebied

Kenschets Het omvangrijke buitengebied in de gemeente Emmen kent een lange ontstaansgeschiedenis en herbergt bijzondere landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Het buitengebied is een rijk palet aan landschappelijke structuren en gebruiksvormen, gevormd door een samenspel van natuurlijke processen en menselijke invloeden. Agrarische bedrijvigheid, recreatie, andere vormen van bedrijvigheid, natuur, waterberging, cultuurhistorie en wonen - al deze functies komen in het buitengebied voor. De buurtschappen Amsterdamscheveld, Barger-Oosterveen, Oosterse Bos, Westerse Bos, Middendorp en overige kleine bebouwingsconcentraties Barger-Erfscheidenveen, Ermerveen, Foxel en Wilhelmsoord scharen we in de omgevingsvisie onder het buitengebied van de gemeente.

de grootschalige veenontginningen en de kleinschalige (rand)veenontginningen. In het gehele buitengebied zoeken we naar een toekomstbestendige inrichting waar het landschap, het bodem- en watersysteem en het landgebruik in samenspel functioneren. Deze gezonde balans tussen gebruik (zoals landbouw, natuur, recreatie, wonen, waterberging en duurzame energieopwek), landschappelijke kwaliteiten, en water- en bodemsysteem zijn het uitgangspunt. 2.

In het buitengebied komen verschillende ruimtelijke en sociaal-economische opgaven samen. We zoeken daarom actief de samenwerking met ondernemers, inwoners, grondeigenaren, belangenorganisaties en ketenpartners op. Vanuit verschillende samenwerkingsverbanden en in diverse programma’s en projecten gaan we gezamenlijk aan de slag met een toekomstbestendig buitengebied.

3.

Met het oog op een toekomstbestendige en klimaatrobuuste inrichting van het buitengebied, stellen we de capaciteit van het bodem- en watersysteem centraal in het bepalen van het landgebruik. De diepte van grondwater, het afwateringssysteem, risico’s op wateroverlast en bodemdaling, kansrijkheid voor waterberging en de draagkracht van de bodem en de vruchtbaarheid van de bodem (organische stof gehalte) vormen kenmerken die we beschouwen als richtinggevende principes bij de integrale beoordeling van de passendheid van (nieuwe) functies. Door deze benadering te hanteren, werken we toe naar een buitengebied met een robuust water- en bodemsysteem, waar klimaatextremen zo goed mogelijk worden opgevangen en niet worden afgewenteld op toekomstige generaties. Daarbij biedt het buitengebied mogelijkheden om overtollig water uit het stedelijk gebied te bergen.

Binnen het buitengebied onderscheid we grofweg drie landschapstypes, te weten: • • •

Esdorpenlandschap Grootschalige veenontginningen Kleinschalige (rand)veenontginningen

Het buitengebied staat voor een aantal belangrijke opgaven, die nauw met elkaar verweven zijn. Daarbij gaat het onder andere om opgaven op het gebied van klimaat, natuurbehoud en -ontwikkeling, landschapsontwikkeling, het vormgeven aan de transitie van de agrarische sector en het behoud van leefbaarheid. Gebiedsspecifieke keuzes voor het buitengebied in het algemeen: 1. Het buitengebied van gemeente Emmen is divers en herbergt verschillende deelgebieden met elk hun eigen landschappelijk karakter, ontstaansgeschiedenis, dynamiek en (ruimtelijke) opgaven. In de omgevingsvisie onderscheiden we drie gebieden: het esdorpenlandschap,

Ontwerp-omgevingsvisie Emmen 2040

79

Figuur 27. Woning aan het Oosterdiep. Bron foto: RUIMTEVOLK.

4.

In samenwerking met de agrarische sector en andere partners werken we aan een vitaal buitengebied met een toekomstbestendige landbouwsector. Samen verkennen we mogelijkheden voor innovatie en meer duurzame en klimaatrobuuste vormen van landbouw, waarbij voedselproductie en/of verdienmodellen in balans zijn met de draagkracht van het bodem- en watersysteem, natuur, het landschap en cultuurhistorische kwaliteiten. Als gemeente onderzoeken we hoe we hier de benodigde (planologische) ruimte voor kunnen geven, in afstemming op de beleidsvorming vanuit het Rijk en de Provincie Drenthe.

5.

Op verschillende plekken in het buitengebied, bovengronds en in de ondergrond, zijn waardevolle cultuurhistorische en archeologische elementen aanwezig die het verhaal van het gebruik door de jaren heen vertellen. Bij nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied is het uitgangspunt behoud en versterking van waardevolle cultuurhistorische landschapselementen. Dit betekent ook dat we zorgvuldig omgaan met archeologische verwachtingswaarden.

80

6.

Het buitengebied is ook een plek waar gewoond wordt. We zetten ons in op het behoud van een aangenaam landelijk woonmilieu voor bewoners van de buurtschappen en overige woningen verspreid in het landschap. Voor woningbouw in het buitengebied vormt maatwerk en een gebiedsgerichte aanpak het uitgangspunt. Daar waar de bodem, het watersysteem, het landschap en landbouwkundig gebruik de juiste condities bieden, zien we op enkele plekken mogelijkheden voor kleinschalige woningbouw, bijvoorbeeld door transformatie van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB), het bouwen van woningen in de vorm van “ruimte voor ruimte” en het bebouwen van bepaalde plekken binnen dorpslinten.

7.

Samen met eigenaar en gebruiker(s) zoeken we in geval van bedrijfsbeëindiging naar een passende invulling van vrijkomende agrarische bebouwing en bijbehorende gronden. Bij het bepalen van (on)mogelijkheden voor nieuwe invullingen, streven we altijd naar een goed evenwicht tussen de nieuwe functies, bestaande agrarische bedrijvigheid in de omgeving, het landschap en de

Sterke stad. Vitale dorpen. Veelzijdig buitengebied.

draagkracht van het bodem- en watersysteem. Met het oog op bereikbaarheid van voorzieningen, bevinden eventuele woningbouwontwikkelingen en/of kleinschalige zorginitatieven zich bij voorkeur in de directe nabijheid van een dorp of de stad Emmen. Dergelijke initiatieven beoordelen we op basis van te actualiseren “VAB beleid” en het “ruimte voor ruimte” beleid. 8.

9.

Wij zijn zuinig op de natuurlijke kwaliteiten van de (beschermde) natuurgebieden in het buitengebied. Voor verschillende natuurgebieden zoals het Bargerveen, maar ook het Oosterbos, Valtherbos en Emmerdennen, Oosteindse Veen en de Runde zijn vanuit Europese en/ of nationale wetgeving diverse doelen op het gebied van behoud en versterking van de natuurkwaliteiten gesteld. We vinden het belangrijk om bij te dragen aan de realisatie van deze doelstellingen. We spannen ons in samenwerking met de Provincie Drenthe, Staatsbosbeheer en natuurorganisaties in voor behoud, herstel en ontwikkeling van natuurlijke habitats. In zones tussen de verschillende natuurgebieden faciliteren we de ontwikkeling van nieuwe (agrarische) natuur in de vorm van provinciaal aangewezen ecologische verbindingen zoals De Runde en de verbinding tussen het Bargerveen en het Dalerveensche Veen in gemeente Coevorden. Ook zetten we in op de aanleg en inpassing van kleinschalige groen-blauwe elementen tussen de natuurgebieden in de gemeente, die bijdragen aan de verbetering van biodiversiteit en aansluiten bij het bestaande landgebruik. De natuurlijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het buitengebied maken het gebied aantrekkelijk om te recreëren. We willen deze recreatieve potentie beter benutten en hiermee de beleefbaarheid van het buitengebied vergroten.

Hiertoe zetten we in op het verbeteren van het netwerk aan recreatieve fiets-, wandelen vaarroutes, in combinatie met landschapsontwikkeling rond deze routes. We stellen ons uitnodigend op tegenover initiatieven die het recreatieve aanbod aan dag- en verblijfsrecreatie in het buitengebied verstevigen. De focus ligt hierbij op kwaliteit boven kwantiteit en het bewaken van de balans tussen rust en reuring voor inwoners,

Ontwerp-omgevingsvisie Emmen 2040

ondernemers en bezoekers. We hebben er oog voor dat initiatieven voldoende aansluiten bij het karakter en de opbouw van het landschap en het bestaand grondgebruik in de omgeving. 10. We zetten in op een veilige en gezonde leefomgeving volgens de geldende normen voor luchtkwaliteit, geuren geluid en externe veiligheid. Bij initiatieven voor nieuwvestiging, uitbreiding of functiewijziging in het buitengebied gaat aandacht uit naar het minimaliseren van gezondheidsrisico’s voor de omgeving. Over het algemeen zijn we terughoudend in het toestaan van nieuwe milieubelastende bedrijfsactiviteiten in de directe nabijheid van de dorpen. 11. Voor grootschalige duurzame energieopwek in het buitengebied is landelijk en provinciaal beleid leidend. Vanuit de nationaal aangescherpte ‘Voorkeursvolgorde zonne-energie’ zijn we over het algemeen terughoudend in het faciliteren van nieuwe ontwikkelingen van zonneakkers in het buitengebied en op landbouwgronden. Ten westen van Emmen, bij de N34, wordt gewerkt aan windturbines die gezamenlijk 21 megawatt aan energie kunnen opwekken. Voor kleinschalige vormen van duurzame energieopwek stimuleren we vooral het toepassen van zon op (bedrijfs)daken. Daarnaast zien we in het buitengebied mogelijkheden voor kleinschalige initiatieven op eigen agrarische bedrijfspercelen, zoals erfmolens en alternatieve vormen zoals biovergisting.

Naast ruimte voor duurzame energieopwek, reserveren we ook de benodigde ruimte voor de opslag, omzetting en transport van opgewekte energie. Combinaties van duurzame energieopwek met andere functies moedigen we aan, mits initiatieven passen binnen geldende normen op het gebied van milieu en externe veiligheid. We hebben er oog voor dat ingrepen ten behoeve van de energie- en warmtetransitie zo zorgvuldig mogelijk worden ingepast in het landschap.

81

Gebiedsspecifieke keuzes voor esdorpenlandschap (Hondsrug): 1. Het esdorpenlandschap op het Emmense deel van de Hondsrug is een cultuurhistorisch en aardkundig waardevol gebied met veelal een agrarisch grondgebruik met akkerbouwbedrijven en enkele melkveehouderijen. De landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden in het gebied stellen we bij nieuwe ontwikkeling voorop. Hierbij kiezen we voor ’behoud door ontwikkeling’: nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan het zichtbaar en beleefbaar maken van deze bestaande kwaliteiten. We streven ernaar om ruimtevragers zoals woningbouw, de energietransitie en klimaatadaptatie zo duurzaam mogelijk in te passen, in harmonie met de aanwezige waarden. In het bijzonder hebben we aandacht voor een zorgvuldige omgang met beschermde en waardevolle dorpsgezichten van de esdorpen Westenesch, Zuidbarge, Noordbarge en Weerdinge.

Bron: Adobe Stock.

82

2.

Unesco Global Geopark de Hondsrug biedt een uiteenlopend recreatief aanbod voor liefhebbers van natuur en (cultuur)historie. We omarmen mogelijkheden om de beleving van de Hondsrug te versterken voor inwoners en voor bezoekers. We bieden ruimte aan recreatieve voorzieningen en zetten ons in voor de doorontwikkeling van een sterk (regionaal) netwerk van recreatieve routes. Om onevenredige recreatieve druk op het landschap en de natuur te voorkomen, zetten we in op ruimtelijke spreiding van toeristische en recreatieve trekkers. Bij beoordeling van nieuwe initiatieven vormen de instandhouding van de balans tussen rust en reuring en het functioneren van bestaande functies belangrijke uitgangspunten.

3.

Vanuit de wens om bestaande landschappelijke en natuurlijke waarden in het gebied te behouden en versterken, zetten we met verschillende partners in op natuurherstel en -ontwikkeling. Met ingrepen zoals het aanleggen van houtwallen en singels, het versterken van bomenlanen, het creëren van natuurlijke oevers van beken en het aanplanten van bos werken we aan robuuste kleinschalige ecologische verbindingen en versterken we de identiteit van het landschap.

Sterke stad. Vitale dorpen. Veelzijdig buitengebied.

4.

In het esdorpenlandschap werken we aan een robuust watersysteem waarbij de focus ligt op het langer vasthouden van water. In de westelijke en zuidelijke flanken van de Hondsrug, de beekdalen en andere lager gelegen gebieden bieden we ruimte voor ingrepen die bijdragen aan het vergroten van de waterbergende functie en ten goede komen aan de waterkwaliteit, zoals toepassing van vernattingsmaatregelen en meandering van beeklopen. Met dergelijke investeringen in het (grond)watersysteem dragen we tevens bij aan duurzame veiligstelling van grondwaterwinning in het gebied ValtherbosNoordbargeres.

Gebiedsspecifieke keuzes voor veenontginningen (grootschalig en kleinschalig): 1. We bewaken de karakteristieke uitstraling van de grootschalige veenontginningen en de kleinschalige (rand)veenontginningen. Bij nieuwe ontwikkelingen is de instandhouding en versterking van de landschappelijke en cultuurhistorische kavel- en bebouwingsstructuren en de kanalen met wijken en sloten een belangrijk uitgangspunt. Ook hebben we aandacht voor de openheid van het landschap en weidse uitzichten van de grootschalige veenontginningen, door (bedrijfs)bebouwing en andere verdichtingen zoveel mogelijk te concentreren.

2.

In de grootschalige en kleinschalige veenontginningen nemen we maatregelen om bodemdaling door veenoxidatie en het indrogen van krimpgevoelige bodemlagen (klei- en leemlagen) zoveel mogelijk te beperken. Dit gebeurt in samenwerking met partners zoals de Provincie Drenthe en de Waterschappen, maar ook grondeigenaren en gebruikers van het gebied. In gebieden waar bodemdaling optreedt, richten we ons op een klimaatrobuuste inrichting met een zorgvuldig beheer van de oppervlaktewater- en grondwaterpeilen, het terugdringen van de hoeveelheid grondwateronttrekkingen en het klimaatrobuust bouwen en funderen. De focus ligt hier op de bebouwde omgeving. Maatregelen die veenoxidatie en het indrogen van krimpgevoelige lagen tegengaan, zoals het voldoende hoog houden van de grondwaterstand, worden in de basis aangemoedigd en waar mogelijk ondersteund. De overcapaciteit van de veenwijkenstructuur behouden en benutten we voor waterberging. Waar mogelijk herstellen we hiervoor onderdelen van deze structuur die in het verleden zijn gedempt.

3.

Samen met de Provincie Drenthe, het Waterschap Vechtstromen en Duitse organisaties werken we aan beheer en herstel van het Natura2000 gebied Bargerveen

Figuur 28. Boerderij in het veenontginningenlandschap. Bron foto: gemeente Emmen.

Ontwerp-omgevingsvisie Emmen 2040

83

als onderdeel van het unieke hoogveengebied Bourtanger Moor - Bargerveen. Door het creëren van bufferzone voor het vasthouden van water aan verschillende zijden van het hoogveengebied, wordt het veen nat gehouden en de unieke flora en fauna zoveel mogelijk behouden. Behalve vernatting van het gebied, draagt de herinrichting ook bij aan het verminderen van wateroverlast voor de landbouw en omwonenden buiten de bufferzones. De bufferzone wordt stapsgewijs ontwikkeld. Na ingrepen aan de noordzijde van het natuurgebied, wordt in 2025 en 2026 aan de zuidzijde een nieuwe buffer ontwikkeld. Een volgende stap is het hervatten van het project voor de inrichting van de Buffer Noordwest. 4.

84

5.

We verkennen de mogelijkheden voor het vergroten van kansen voor recreatief medegebruik van het landschap en de natuur van de veenontginningen. In het bijzonder hebben we daarbij aandacht voor het versterken van het recreatieve aanbod in de grootschalige veenontginningen. We bouwen daarbij voort op de aanwezige natuurlijke en cultuurhistorische kwaliteiten. In het natuurgebied Bargerveen wordt geïnvesteerd in de kwaliteit van de bestaande wandel- en fietsinfrastructuur. Met een aantrekkelijk (recreatief) fietsnetwerk verbeteren we de recreatieve verbindingen van en naar het natuurgebied.

Op rijks- en provinciaal niveau wordt bepaald hoe moet worden omgegaan met beschermde Natura2000 gebieden, zoals het Bargerveen. Deze koers zullen wij te zijner tijd vertalen naar (de omgeving van) het Bargerveen. Te verwachten is een afweging van belangen vanuit water, natuur, klimaat en landbouw. Om deze reden is er op de visiekaart van de Omgevingsvisie een indicatieve zone rondom het Bargerveen aangeduid. In deze zone, en de verdere omgeving, staan we bij concrete ontwikkelingen stil bij de afweging tussen de verschillende belangen en denken we mee bij gewenste transities naar extensievere vormen van landbouw. In samenwerking met de Provincie Drenthe, grondeigenaren en agrariërs grijpen we kansen aan om agrarische activiteiten te combineren met waterberging, recreatie en natuurontwikkeling. Ook zien we in het kader van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) en “ruimte voor ruimte” mogelijkheden voor omschakeling naar recreatieve functies of natuur en kleinschalige woningbouw. We bieden hiervoor de (planologische) ruimte.

Sterke stad. Vitale dorpen. Veelzijdig buitengebied.

Bron: Adobe Stock.

Ontwerp-omgevingsvisie Emmen 2040

85

Bron: Gemeente Emmen.

86

Sterke stad. Vitale dorpen. Veelzijdig buitengebied.

Hoofdstuk 5

Van visie naar uitvoering Werken vanuit de bedoeling van de Omgevingswet

De Omgevingswet vraagt om een fundamenteel andere manier van werken. Centraal staat het realiseren van een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet staat voor heldere regels, snelle en transparante besluitvorming en ruimte voor lokaal maatwerk. De kern hiervan is integraal werken. Integraal werken houdt in dat wij beleidsvelden, thema’s en activiteiten in samenhang benaderen. Opgaven als woningbouw, mobiliteit, energietransitie, gezondheid en klimaatadaptatie worden niet los van elkaar beschouwd, maar in hun onderlinge verwevenheid. Daarbij worden belangen op verschillende schaalniveaus zichtbaar gemaakt en zorgvuldig afgewogen: tussen inwoners, initiatiefnemers, overheden en ketenpartners, maar ook tussen beleidsdomeinen en uitvoeringsinstrumenten. In de uitvoering betekent dit dat wij streven naar één samenhangend besluit, of het nu gaat om een omgevingsplanwijziging, vergunning of omgevingsprogramma. De Omgevingsvisie vormt daarvoor het ruimtelijk kompas en strategische kader. Deze uitvoeringsparagraaf beschrijft hoe wij deze integrale manier van werken toepassen, welke instrumenten we inzetten en hoe we samenwerken met partners en samenleving om de ambities voor onze leefomgeving te realiseren.

Ontwerp-omgevingsvisie Emmen 2040

87

5.1

Samen bouwen, binnen de beschikbare ruimte

Realisatie via verbinding Ons gedeelde toekomstbeeld van de gemeente Emmen kan enkel worden gerealiseerd door middel van verbinding. De diverse opgaven en uitdagingen richting 2040 zijn groot. Op het eerste oog lijken ze erg divers, maar in de praktijk zullen ze erg met elkaar samenhangen. De drie kernambities kunnen niet afzonderlijk van elkaar worden gerealiseerd. Zo hangt bijvoorbeeld het realiseren van groei naar 120.000 inwoners sterk samen met de keuze voor meer werkgelegenheid, het versterken van onze bedrijvigheid en bijvoorbeeld de ontwikkeling van de Greenwise Campus. Tegelijkertijd is hiervoor ook de inzet op een goede bereikbaarheid via diverse vormen van mobiliteit randvoorwaardelijk. En aanvullend is de inzet op het behoud van goede voorzieningen en een aantrekkelijke gezonde en veilige leefomgeving van belang om nieuwe inwoners te kunnen binden aan onze gemeente (en natuurlijk ook om huidige inwoners te behouden). Het besef dat de diverse individuele keuzes met elkaar samenhangen en in sommige gevallen randvoorwaardelijk zijn voor de realisatie van andere bouwstenen heeft een belangrijke invloed op hoe we ons toekomstbeeld, onze visie, tot uitvoering kunnen brengen. Verbinding is het sleutelwoord. Verbinding tussen de diverse opgaven en bouwstenen bij het nader uitwerken en uitvoeren ervan. Dit betekent integraal en gebiedsgericht werken.

Daarnaast is verbinding tussen de gemeentelijke organisatie en de Emmense samenleving, met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere overheden bij de uitvoering essentieel. We kunnen de grote opgaven niet alleen oppakken en oplossen. Dit lukt alleen door de handen ineen te slaan en samen te werken aan de toekomst van de gemeente Emmen. Samen werken aan een toekomstbestendige leefomgeving De (fysieke) leefomgeving in Emmen is voortdurend in beweging. Ontwikkelingen hierin raken vaak meerdere partijen met uiteenlopende belangen, wensen en bevoegdheden.

88

Als gemeente hebben wij een publieke en maatschappelijke taak om het algemeen belang te bewaken en ontwikkelingen te faciliteren of in gang te zetten die bijdragen aan een toekomstbestendige leefomgeving. De Omgevingsvisie Emmen 2040 geeft richting aan deze ontwikkelingen en biedt een kader voor de integrale afweging van nieuwe initiatieven. De Omgevingsvisie schetst onze ambities voor de leefomgeving. We nodigen de samenleving en onze partners uit om dit samen tot uitvoering te brengen. Veel ontwikkelingen beginnen met een initiatief van inwoners, bedrijven en instellingen. De Omgevingsvisie biedt initiatiefnemers inzicht in de gemeentelijke doelen en afwegingskaders, zodat zij vooraf hun mogelijkheden kunnen verkennen en plannen hierop kunnen afstemmen om zo de kansrijkheid van hun initiatief te vergroten. Of het nu gaat om het aanpassen van een speeltuin, het ontwikkelen van een nieuw woongebied of het vormgeven van een dorpsvisie, we willen graag iedereen de kans geven om hun stem te laten horen. Bij de beoordeling van initiatieven hanteren we het uitgangspunt ‘ja, mits, in plaats van ‘nee, tenzij’. Dit betekent dat we initiatieven in principe positief benaderen, mits ze bijdragen aan de gewenste toekomst en passen binnen de geldende kaders.

We maken daarbij een integrale afweging van belangen en kijken naar de samenhang met diverse beleidsthema’s en andere ruimtelijke ontwikkelingen. Ook wet- en regelgeving en ander bestaand beleid spelen een rol in deze beoordeling. Emmen kent een grote diversiteit aan lokale gemeenschappen met actieve inwoners, betrokken ondernemers en bevlogen organisaties. Hun kennis, inzet en betrokkenheid zijn van grote waarde en hebben bijgedragen aan het vormgeven van deze visie. Samen willen we werken aan gebiedsgerichte oplossingen voor opgaven op het gebied van leefbaarheid, zorg, ontmoeting, klimaatadaptatie en energietransitie.

Sterke stad. Vitale dorpen. Veelzijdig buitengebied.

Initiatieven die goed passen bij onze gewenste toekomst juichen we toe en zetten we waar mogelijk extra kracht bij. Kritisch zijn we op initiatieven die weinig of nauwelijks bijdragen aan de gestelde doelen. In paragraaf 5.3 wordt toegelicht hoe we de omgevingsvisie toepassen als afwegingskader bij ruimtelijke initiatieven. Participatie Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. De Omgevingswet zet in op het zo vroeg mogelijk betrekken van alle ideeën, meningen en belangen door middel van een participatieproces. Dit vinden we belangrijk omdat dit bijdraagt aan draagvlak voor een initiatief en de omgevingskwaliteit van het plan kan versterken. Daarmee neemt ook de kans toe dat er minder bezwaren en zienswijzen worden ingediend. Vroegtijdige participatie wordt gestimuleerd bij de verschillende instrumenten van de Omgevingswet: de Omgevingsvisie en Programma’s, het Omgevingsplan en de Omgevingsvergunning. De gemeente Emmen werkt op deze wijze bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie (en bij eventuele vernieuwing/aanvulling van de omgevingsvisie), bij het opstellen van Omgevingsprogramma’s en het Omgevingsplan, maar ook bij uitvoeringsprojecten. Initiatiefnemers (bijv. inwoners, een ondernemer, een organisatie en de gemeente) zijn zelf verantwoordelijk voor het organiseren van participatie met de omgeving voor hun plan(initiatief).

Dit kan bijvoorbeeld door middel van (inloop)bijeenkomsten, werksessies, keukentafelgesprekken, enquêtes of online consultaties. Het is belangrijk om een vorm te kiezen die past bij het project en de betrokken partijen. En ook om daarbij breed te kijken naar belanghebbenden, zoals direct omwonenden, maar ook andere gebruikers, initiatiefnemers en bijvoorbeeld woningzoekenden. De gemeente biedt handvatten voor initiatiefnemers als het gaat om participatie. Onze uitgangspunten voor participatie zijn vastgelegd in het gemeentelijk participatiebeleid en er

Ontwerp-omgevingsvisie Emmen 2040

Figuur 29. Participatie in het kader van de omgevingsvisie: straatgesprekken. Bron foto: RUIMTEVOLK.

89

wordt gewerkt aan een participatieverordening om dit verder te borgen. Daarnaast bestaat er voor initiatiefnemers een handreiking Participatie met aanvullende uitleg en tips over het organiseren van participatie. Deze handreiking is samengevat op onze gemeentelijke website: https://gemeente.emmen.nl/welkeparticipatie-past-bij-u. Op de website staat ook een Quickscan Participatie, waarmee initiatiefnemers snel kunnen bepalen welke mate van participatie passend is voor het initiatief. Indien gewenst kan de gemeente de initiatiefnemer(s) verder op gang helpen. We hebben goede contacten in de verschillende wijken en dorpen en kunnen helpen bij het bereiken van de juiste mensen. Een paar belangrijke uitgangspunten voor participatie in Emmen zijn: • • • •

5.2

Inclusiviteit: iedereen moet mee kunnen doen, ongeacht achtergrond of mogelijkheden. Voldoende tijd: deelnemers moeten voldoende tijd krijgen om zich te informeren en hun mening te geven. Vroegtijdige betrokkenheid: inwoners worden vanaf het begin betrokken bij de plannen. Open communicatie: er is sprake van open en transparante communicatie over de plannen en de voortgang.

Helderheid in rollen en posities: we verschaffen aan de voorkant helderheid over de rollen en posities van partijen en inwoners (participatieladder) bij de ontwikkeling van beleid of plannen.

Samenwerken over grenzen heen Veel van de ruimtelijke en maatschappelijke opgaven zijn grensoverstijgend. In de zin van bestuurlijke gemeentegrenzen, maar ook omdat ze vragen om een integrale blik en aanpak vanuit een samenwerking tussen overheden, maatschappelijke partners en samenleving. We hechten daarom veel waarde aan een sterke samenwerking met onze lokale partners en bedrijven. We ervaren daarbij het belang van regionale samenwerking en afstemming, met de Provincie Drenthe en (Duitse) buurgemeenten, waarbij we onze krachten bundelen als het gaat om het vinden van slimme oplossingen voor complexe, gebiedsoverstijgende opgaven. Ook werken we al jaren samen met andere regionale partners, zoals de GGD Drenthe, de waterschappen Vechtstromen en Hunze en Aa’s, de Veiligheidsregio Drenthe en de Omgevingsdienst Drenthe en blijven met hen samenwerken, zeker waar hun werkzaamheden raken aan de uitvoering van de omgevingsvisie.

Verbinding via de nieuwe beleidscyclus

De Omgevingsvisie is een van de instrumenten van de Omgevingswet. In de Omgevingswet zijn daarnaast drie andere relevante beleidsinstrumenten geformuleerd, elk met hun eigen rol: het omgevingsprogramma, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning. De omgevingsvisie maakt deel uit van de beleidscyclus van de Omgevingswet. Deze beleidscyclus biedt structuur om de instrumenten van de Omgevingswet te ordenen volgens een logisch proces: beleidsontwikkeling, beleidsdoorwerking, uitvoering en terugkoppeling. We werken daarmee toe naar overzichtelijk en integraal beleid voor de leefomgeving van onze gemeente, met één omgevingsvisie, een aantal omgevingsprogramma’s en één

90

•

omgevingsplan. Periodieke evaluatie Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Emmen 2040 is een dynamisch document dat we periodiek toetsen op relevantie, actualiteit en volledigheid. Monitoring en evaluatie zijn cruciaal om snel te kunnen inspelen op nieuwe inzichten en (maatschappelijke) ontwikkelingen, nieuw nationaal, provinciaal of lokaal beleid en om te beoordelen of onze ambities worden behaald of bijstelling nodig is. We hanteren hiervoor een beleidscyclus en evalueren de visie minimaal elke vier jaar. De eerste evaluatie vindt plaats in 2028, twee jaar na vaststelling, zodat we kunnen nagaan of

Sterke stad. Vitale dorpen. Veelzijdig buitengebied.

Figuur 30. Schematische weergave van de beleidscyclus van de Omgevingswet. De figuur toont ook de relatie van de omgevingsvisie met bestaande beleids- en visiedocumenten en de onderlinge doorwerking van de beleidsinstrumenten onder de Omgevingswet.

het document in de praktijk werkt zoals beoogd. Elke evaluatie kan leiden tot herijking of tot het toevoegen van een addendum over een specifiek onderwerp. Afhankelijk van de aard van de aanpassing wordt een passend participatietraject doorlopen. De wijze waarop we dit vormgeven, stemmen we vooraf af met de gemeenteraad. De gemeenteraad is uiteindelijk verantwoordelijk voor de vaststelling van een (herijkte) Omgevingsvisie. Omgevingsprogramma’s In een omgevingsprogramma worden ambities en keuzes die in de omgevingsvisie zijn vastgelegd nader uitgewerkt voor specifieke thema’s of gebieden. Het omgevingsprogramma is het instrument van het college van burgemeester en wethouders, waarin zij de bovenliggende beleidslijnen uit de omgevingsvisie verder uitwerken. Een programma bevat (uitvoerings) maatregelen voor bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. In een programma worden de ambities uitgewerkt in concrete (uitvoerings) maatregelen. Er staat ook in welke middelen nodig zijn om het doel te

Ontwerp-omgevingsvisie Emmen 2040

behalen en op welke manier we als gemeente hierop gaan sturen (sturingsfilosofie). Daarbij gaat het om aspecten zoals financiering en benodigde ruimtelijke en juridische instrumenten. Er zijn twee soorten omgevingsprogramma’s: *verplichte en onverplichte (vrijwillige) programma’s*. Er is op dit moment één wettelijk verplicht omgevingsprogramma dat ook geldt voor de gemeente Emmen, namelijk het *Actieplan geluid*. De komende jaren komen verplichte omgevingsprogramma’s vaker aan de orde, bijvoorbeeld in de vorm van een *volkshuisvestingsprogramma*, in het kader van de voorgenomen Wet versterking regie volkshuisvesting. Dit programma vervangt de huidige Woonvisie en Woonzorgvisie. Daarnaast is er het *warmteprogramma* dat in 2026 wordt vastgesteld in het kader van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie. Dit vervangt de warmtetransitievisie. Daarnaast geldt dat het opstellen van een programma ook verplicht is bij een dreigende overschrijding van een omgevingswaarde (zie verder bij omgevingsplan).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=5e2e202f-4916-4e42-8ecf-e8a2a615989b