CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen openbare vergadering van de commissie Samenleving van 10 juni 2025

Commissie Samenleving 2 december 2025, gemeente EmmenBij agendapunt: Notulen openbare vergadering van de commissie Samenleving van 10 juni 202511.630 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beknopt verslag commissie Samenleving en Wonen & Ruimte van de gemeenteraad Emmen op maandag 10 juni 2025 vanaf 19.30 uur Aanwezig: Voorzitter Commissiegriffier Collegeleden De commissieleden

: : : :

Verslaglegging

:

de heer P.M. de Jonge mevrouw D. Idema-Herder de heer A.J. Jakobs, mevrouw D.S. Keen, de heer R. Wanders de heer W.L.H. Moinat (SP), mevrouw C.P.M. Ester-Schokker (SP), mevrouw M. Stulp (D66), de heer G. Prins (ChristenUnie), de heer R.R. Pruisscher (ChristenUnie), de heer M. Katerbarg (Wakker Emmen), mevrouw A.K. Velzing (Wakker Emmen), de heer M. Woltman (Wakker Emmen), de heer D. Dekker (Wakker Emmen), de heer D.E. de Vries (Wakker Emmen), de heer C.M.S. van den Berg (CDA), mevrouw A.G. Louwes-Linnemann (PvdA), de heer M.M. Tuik (CDA), de heer H. Smit (PvdA), de heer R. Zuiderveld (PvdA), de heer W.A.A.H. Tabak (GroenLinks), de heer H.M. Kasteleijn (50PLUS), mevrouw A.W. Scheper (VVD), de heer J. de Boer (VVD), de heer R.S. de Jong (Hart voor Emmen), de heer D.P. Drolenga (Notuleerservice Mooi Werk)

1. Opening en vaststelling agenda Voorzitter De Jonge opent de vergadering om 19.30 uur en heet de aanwezigen welkom. Voorstel is punt 7A na punt 4 te behandelen. De agenda wordt met deze volgordewijziging vastgesteld. 2.

Actuele mededelingen college/presidium: n.v.t.

3. Spreekrecht niet-geagendeerde onderwerpen De heer Neef (inwoner Weerdingerstraat Emmen) ervaart als huurder van een parkeerplek onder het appartementencomplex van Lefier aan de Weerdingerstraat structureel heel veel overlast van rondhangende drugsgebruikers en groepen jongeren. Naast onveiligheid verloedert het parkeerdek ook door veel afval en wildplassen, niet alleen ’s nachts maar ook in de namiddag. Ondanks tientallen meldingen aan en een gesprek met Lefier kwam daarvan geen terugkoppeling. Men schuift de problemen van zich af omdat men naar eigen zeggen niets kan doen. De overlastgevers wegsturen is geen optie: zeker als het donker is of men drugs heeft gebruikt, is het maar afwachten hoe zij dan reageren. Op 30 mei vond de heer Neef een groot mes op het parkeerdek. Na een melding heeft de politie het opgehaald, maar opnieuw geeft Lefier niet thuis. De laatste keer gaf Lefier aan, het parkeerdek van de gemeente te huren en daarom niets te aan de overlast te kunnen doen. Maar zij hebben nooit contact opgenomen met de politie of gemeente. Zo is de veiligheid van de huurders niet is te waarborgen. Inspreker stelt daarom een nooddeur of een hermetische afsluiting voor om het parkeerdek af te sluiten of parkeerplaatsen elders in de buurt van het complex te creëren. Wakker Emmen vraagt of inspreker ook zelf meldingen bij de politie heeft gedaan.

De heer Neef herhaalt de vondst van het mes daar te hebben gemeld, naast de vele meldingen bij Lefier. Ooit heeft hij een klacht ingediend bij de gemeente, maar behalve een toezegging over meer oplettendheid gaf de gemeente in een korte reactie aan, hier ook niet veel aan te kunnen doen. SP vraagt de wethouder of de gemeente in dezen een zorgplicht heeft. Vanaf wanneer dateert de eerste melding van inspreker?

1

Volgens de heer Neef was dat vijf jaar geleden was, toen hij er kwam wonen. Hij krijgt bij Lefier wel telefonisch medewerkers te spreken en één keer persoonlijk. Hiervan komt dan steeds geen terugkoppeling. Het contact met Lefier wordt door hem als een dichte deur ervaren. 50PLUS vraagt om welke parkeerplaatsen het gaat: bij Facet of verderop bij de kapper. Volgens de heer Neef gaat het om het complex naast de Hondsrugtoren. Op de begane grond is een openbare parkeerplaats, op de eerste verdieping een parkeerdek voor abonnementhouders. PvdA informeert voor wie het dek precies toegankelijk is. Volgens de heer Neef voor bewoners en winkeliers. Er staat een bord met ‘verboden toegang voor onbevoegden’ en ‘privéterrein’ maar de overlastgevers houden zich daar niet aan. GroenLinks vraagt hoe het parkeerdek het beste is af te sluiten. Kunnen B&W daarvoor zorgen? De heer Neef zegt dat de brandtrap waar de meeste mensen naar boven lopen, is af te sluiten met een deur die alleen door bevoegden is te openen. Aan de voorkant rijden ook weleens auto’s of scooters: die toegang moet eigenlijk ook hermetisch worden afgesloten. Wethouder Jakobs bevestigt dat de parkeerplaatsen worden gehuurd van de gemeente. Belangrijkste is eerst om alle meldingen in kaart te brengen: vandalisme of onveiligheid. Zo te horen worden geen auto’s vernield of ingebroken.

De wethouder zal dit dan aankaarten bij Lefier, dat al loopt naar aanleiding van berichtgeving in de media: dit om de situatie aan te pakken. De wethouder zal dit daarna ook terugkoppelen naar de inspreker. De heer De Jong (inwoner Weerdingerstraat Emmen) woont in hetzelfde appartementencomplex als de heer Neef en ervaart al jaren overlast van een drugsdealer. Diens drugsklanten bellen 24/7, ook ’s nachts, aan bij bewoners om binnen te komen. Andere klanten hebben een sleutel en wonen blijkbaar illegaal bij de dealer in; anders schoppen ze een raam van toegangsdeur kapot om binnen te komen (dit jaar al 5-8 keer). Meerdere bewoners zijn de afgelopen jaren letterlijk uit het complex gevlucht omdat Lefier helemaal niets aan de drugsoverlast deed. De dealer breekt ook in bij schuurtjes van medebewoners (driemaal in de afgelopen vijf jaar) en steelt daar fietsen, elektrische steps, dure sportattributen etc., die deels in zijn eigen schuur zijn aangetroffen. Al weet Lefier hiervan, men ontkent dit en heeft de dealer er nooit op aangesproken. Tot op heden heeft de politie niets gedaan met de aangiftes van diefstal. De dealer heeft geen taak- of celstraf gekregen en kan gewoon doorgaan met strafbare feiten. In het verleden zijn huurders voor minder overlast uit hun appartement gezet.

Wie is de dealer? Waarom lijken Lefier en de politie hem te beschermen? Is het soms een familielid van de burgemeester? Op 10 mei hebben de bewoners alle fractievoorzitters en de burgemeester een noodkreet gestuurd. Alleen van de burgemeester en drie fractievoorzitters is een reactie vernomen. Hopelijk gaat de hele gemeenteraad achter de complexbewoners staan om de druk vol op te voeren op Lefier. Ook hebben andere bewoners verzoeken gedaan aan de raad: die zijn in het bezit van de griffie. VVD informeert of de wethouder in casu de regierol kan pakken in verband met de veiligheid. Voorzitter De Jonge laat deze vraag niet door hem beantwoorden, daar diens toezegging van zonet al duidelijk genoeg was. 50PLUS vraagt of Lefier invloed kan uitoefenen als de drugsdealer eigenaar is en geen huurder. Immers, meerdere appartementen lijken in eigendom te zijn. De heer De Jong ontkent dit. Er zijn alleen huurappartementen in het complex, dus Lefier is er verantwoordelijk voor om de rust weer te laten terugkeren. Wakker Emmen informeert of alle meldingen over strafbare feiten goed bij Lefier terechtkomen. De heer De Jong antwoordt dat die goed terechtkomen, ook bij de politie, net als meerdere aangiftes afgelopen jaren van inbraak en diefstal. Tot op heden is daar helemaal niets mee gebeurd.

Vorig jaar nog is er bij een bewoner ingebroken en toen heeft Lefier niet eens de moeite genomen om contact op te nemen. De heer De Jong (oud-voorzitter Cliëntenraad Participatiewet Emmen) verwijst naar zijn schriftelijke reactie aan raad en college van 6 mei over de harmonisatie van de adviesraden voor

2

cliëntenparticipatie. Daarin staan feiten en voorbeelden uit Amsterdam, citaten van de Ombudsman en andere organisatie en een concreet plan van aanpak voor de herstart van de Cliëntenraad Participatiewet. Na vijf weken is er nog geen enkele reactie van de gemeente, zelfs geen ontvangstbevestiging. Hiervoor ziet inspreker drie redenen: 1) nonchalance: bestuurders laten inwoners uit gemakzucht zitten; 2) moedwil: wachten tot de kritiek overwaait, een vaker toegepaste politieke tactiek; 3) gebrek aan kennis: onvoldoende besef wat cliëntenparticipatie is en waarom die niet opgaat in een brede adviesraad. Daarnaast is het voor inspreker verontrustend dat hij, ondanks zijn inzet, bereidheid tot dialoog, wantrouwen begint te voelen richting de politiek. Als meedenken niets oplevert, is dat het falen van de politiek. Zo verdwijnt vertrouwen, in stilte. De heer De Jong staat voor inwoners die nauwelijks gehoord worden: zij die leven van een uitkering, die worstelen met schulden, minima die voor bestaanzekerheid afhankelijk zijn van gemeentebeleid. De Cliëntenraad bestaat nog steeds als zelfstandig adviesorgaan, maar de harmonisatie met vergaande samenwerking legt grote druk op de zelfstandigheid. Zij is gericht op efficiënte ambtelijke inzet en betere advieskwaliteit.

Maar voor wie wordt het beter? Cliëntenparticipatie vraagt om een eigen gezicht met eigen mandaat en vertegenwoordiging, die nu dreigen te verdwijnen. Inspreker vraagt de raad om B&W om een inhoudelijke reactie te vragen en om heropening van het debat over de zelfstandige positie van de Cliëntenraad met duidelijke kaders en echte invloed. CDA vraagt naar de huidige rol van inspreker. De heer De Jong probeert de vinger te leggen op wat i.c. misgaat. Dat doet hij namens de inwoners die met de Participatiewet te maken hebben. 4. Rondvraag VVD noemt de vele onrust rond het stationsgebied van Emmen: een combinatie van de ongelukkige vergunningaanvraag voor het pand aan de Boslaan, de Leger des Heils-opvang, aankomst en vertrek van asielzoekers en de opvang van Oekraïners. Wat gaat de gemeente met het Yorneo-pand doen? Nog meer zorg in dit gebied lijkt niet wenselijk. Zijn B&W het daarmee eens? Wethouder Wanders memoreert dat na een tragisch ongeval de gemeente het Yorneo-pand heeft gekocht, door gebruik te maken van het terugkooprecht om de regie op die plek te houden. Toen waren er nog geen concrete plannen voor het pand. Het heeft nog steeds een brede maatschappelijke zorgbestemming: dit kan ook woon-zorg, verpleging of ouderenzorg zijn. De invulling wordt nog steeds nader verkend, maar moet wel passend zijn bij de andere functies in het stationsgebied.

B&W nemen hier de tijd voor vanuit zorgvuldigheid. VVD informeert of omzetting van zorg- naar woonfunctie een overweging kan zijn. Wethouder Wanders zegt dat dat een optie kan zijn, net als een tijdelijke invulling. Hoe dan ook moet dit zorgvuldig gebeuren gezien de druk die er al is op de omgeving. 7. Bespreken A-stukken: 7A. Beslissing op bezwaar Derksweg 56-59 te Klazienaveen Eerste termijn inspreker De heer Suelmann (bewoner) woonde in april de hoorzitting bij de bezwarencommissie bij naar aanleiding van de afwijzing van een vergunning voor de bouw van twee woningen op zijn erf voor zijn kinderen. De gemeente meet een afstand van 12 meter tussen de bestaande woning en het bedrijf 2RG (v/h Rademakers), waar eerder 30 meter werd aangehouden. De commissie nam dit klakkeloos over, ondanks het verweer van inspreker. Blijkbaar spreekt een ambtenaar wel de waarheid, maar de heer Suelmann niet. Daarom spreekt hij opnieuw in. De nieuwe eigenaar van 2RG heeft de laatste vier jaar veel maatregelen doorgevoerd. Er werken nu 65 man tegen vroeger minimaal 150. Gietwerkzaamheden gebeuren nog maar twee dagen per week. Een nieuwe installatie zuigt alle interne lucht af en stoot deze gefilterd naar buiten. De aanpassing van de oven leidt tot 99% minder uitstoot en dus geur (‘hangers’), wat ook bekend is bij de ODD.

De uitlaat via het filter bij de oven zit zeker 250 meter van de Derksweg af. Bovendien ligt er op het erf van de Suelmanns een wal van bijna 10 meter hoog met bomen van 6-8 meter, die het zicht op het bedrijf helemaal

3

wegneemt en denkelijk ook geuruitstoot tegenhoudt. Vlak achter de wal zit ook nog 100 meter bos. Per 1 januari 2028 moet het bedrijf voldoen aan de nieuwe EU-regels (800 pagina’s) met significant minder uitstoot. 2RG is hier al serieus mee bezig. Zo worden filters tijdig vernieuwd. De gemeente kan zelf bepalen welke mate van geurhinder toelaatbaar is, wat meer dan genoeg ruimte geeft om de bouwaanvraag van de Suelmanns te honoreren. Tot op heden is er nog geen Emmens geurbeleid; het college hanteert eerst het beleid van de gemeente Groningen. Onlangs zijn de normen verruimd, wat sneller zou moeten leiden tot een goed leefklimaat, dat de familie drie generaties al als goed heeft ervaren. Geur blijft iets persoonlijks: deze tast het woongenot voor de Suelmanns niet aan. Iets meer geluidsproductie blijft mogelijk, maar alleen tussen 6-7 uur ’s morgens. Dit heeft inspreker al meermalen ingebracht, maar de gemeente doet er niets mee. Blijkbaar wil zij alles erger laten zijn dan het werkelijk is. Inspreker is bereid tot een akte te ondertekenen dat de familie en toekomstige bewoners afzien van alle bezwaren tegen 2RG, dat van zijn kant ook geen problemen heeft met de omringende woningen. Al met al lijkt niemand te weten waar het i.c. echt over gaat. In de eerdere commissie hield één raadslid een verhaal, de rest sloot er zich stilzwijgend bij aan.

Niemand is sindsdien ter plekke komen kijken: dit voelt als onrechtvaardige behandeling. Het raadsbesluit druist in tegen het beleid om de jeugd in de gemeente van een woning te voorzien. Hart voor Emmen vraagt aan wie inspreker de bereidheid heeft voorgesteld om af te zien van toekomstige bezwaren. De heer Suelmann heeft dat in een overleg met de gemeente en andere partijen voorgesteld, maar dit zou volgens hen niet toegestaan zijn. Maar bij de Markt moesten eigenaren van acht nieuwe woningen in de koopakte laten opnemen dat zij geen bezwaar maken tegen maximaal zeven activiteiten per jaar. Dit lijkt dus op willekeur of onwil. Wakker Emmen informeert hoe dit zou werken als 2RG een nieuwe eigenaar krijgt. In de beleving van de heer Suelmann geldt: ‘afspraak is afspraak’, ook bij een nieuwe eigenaar. Eerste termijn raadscommissie CDA leest dat de bezwarencommissie het bezwaar tegen afwijzing van de bouw van twee woningen voor beide kinderen van inspreker ongegrond verklaart. De fractie wil een gemeente Emmen waar jongeren kunnen blijven wonen en waar ruimte is voor initiatief, maar ook een gezonde en veilige leefomgeving voor iedereen. Uitgaand van het speerpunt rentmeesterschap moet de ruimte ook voor toekomstige generaties leefbaar blijven bij geluids- en geurbelasting.

Hoe lastig het voor jongeren ook is om een woning te vinden, het CDA stelt vast dat dat in dit geval helaas niet mogelijk is. PvdA kan het advies van de commissie volgen om het bezwaar tegen afwijzing van het bouwplan van onderhavige twee woningen ongegrond te verklaren. GroenLinks ziet dat de argumentatie voor afwijzing is gebaseerd op een duidelijke juridische afweging. Die is begrijpelijk. Volgens het college is het niet ruimtelijke relevant dat de bewoners gewend zijn aan de overlast. Maar i.c. is dat wel degelijk relevant vanwege het individuele belang en de woningnood die onvoldoende als kanttekeningen zijn meegenomen. GroenLinks gaat mee in het bezwaar, door het belang van aanvrager te stellen boven dat van de betreffende onderneming. 50PLUS heeft grote moeite met deze afwijzing. Was het anders geweest als de aanvraag later was ingediend en dus onder de huidige Omgevingswet viel? Hoe valt de beoordeling uit als een van beide woningen als mantelzorgwoning zou worden gebouwd? Hart voor Emmen vindt dat waar wonen mogelijk is, de gemeente het zou moeten faciliteren. Inspreker vroeg om een contractuele mogelijkheid om af te zien van toekomstige bezwaren tegen het aanpalende bedrijf. Hoe staan B&W daarin?

4

SP ziet geen aanleiding om het raadsbesluit terug te draaien. Daarmee mogen de zorgen van de bewoners niet genegeerd worden. Het is dus des te belangrijker dat de gemeente wel luistert naar de signalen uit de omgeving – of het nu om geluid, geur of verkeer gaat. Dit vraagt om actieve betrokkenheid van het college, los van de hoorzitting. B&W moeten werk maken van een leefbare omgeving en met omwonenden in gesprek blijven over aanvullende maatregelen, zodat zij niet met lege handen blijven staan. GroenLinks vraagt zich af of de SP hiermee B&W oproept naar andere opties te kijken om alsnog iets aan de bouw van de geplande woningen te doen. SP denkt dat het altijd goed is naar andere opties te blijven kijken om de situatie te verbeteren. Wakker Emmen stemde in oktober 2024 met tegenzin in met de afwijzing van het omgevingsplan in kwestie, met name vanwege het ontbrekende geurbeleid in Emmen. Hoofdreden was dat er geen goed woon- en leefklimaat was te waarborgen. Helaas is de ‘ja’ hier niet voorhanden. Het advies van de bezwarencommissie is helder: het eerdere raadsbesluit is zorgvuldig en het bezwaar ongegrond. Voldoende onderbouwd is dat de toevoeging van beide woningen in strijd is met de goede ruimtelijke ordening. Wakker Emmen kan het advies daarom overnemen. Reactie college Wethouder Jakobs verwijst naar het heldere, zorgvuldige besluit op bezwaar dat ongegrond is.

Hij is indertijd op bezoek geweest bij heer Suelmann en heeft begrip voor diens standpunt. Het omgevingsplan buitengebied staat op de planning; de verwachting is om begin 2026 het geurbeleid op Emmens niveau te hebben. Een definitieve afspraak tussen 2RG en de Suelmanns over het afzien van toekomstige bezwaren is niet mogelijk, omdat in de toekomst andere personen op het erf van de Suelmanns kunnen gaan wonen. Voor het beoordelen van een nieuwe mantelzorgwoning op dit erf is wijziging van het omgevingsplan nodig. Voorzitter De Jonge stelt vast dat dit raadsvoorstel als A-stuk naar de raad gaat. 5. Bespreken C-stukken 5A. C-discussie Hervormingsagenda Jeugd voor gemeente Emmen Eerste termijn inspreker De heer Kamphuis (bestuurder Hondsrug College) spreekt ook in namens het basis- en grotendeels voortgezet onderwijs. Het is zorgelijk dat al vijftig jaar vergeefs wordt gepoogd om het aantal ondersteuningsaanvragen voor jongeren te verminderen. Er ligt dus een grote uitdaging voor de zorg, gemeente, ouders, buurt én scholen. De Lokale Educatie Jeugd Agenda kan helpen een en ander vorm te geven en te coördineren. De focus ligt vaak op de kinderen als probleem. Leerlingen hebben geen ander DNA gekregen sinds 1975, maar hun omgeving is wel veranderd. Gelukkig onderschrijft de Hervormingsagenda dat. Als kinderen niet aan de norm voldoen, moet er een hulpplan en ondersteuning komen.

Terwijl het heel normaal is dat zij problemen ervaren bij het groter worden. Zij moeten ook van alles kunnen, maar sommigen kunnen nu eenmaal niet rekenen: ook dat is normaal. Zij kunnen andere dingen wel goed. Inspreker wil inzetten op het ondersteunen van de relaties rondom het kind en niet alles tot een probleem maken. Alle kinderen moeten het gevoel krijgen ertoe te doen. Jammer dat het hun zo ingewikkeld is gemaakt. Dus stop met indiceren of stickers plakken of overleggen over hen als het niet nodig is of niet helpt. Praat met het kind zelf en de ouders, luister naar de vraag achter de vraag, waardeer wat goed gaat, versterk de sociale relaties rondom het kind en laat elke instelling verantwoordelijkheid nemen voor haar deel van de sociale en pedagogische relatie. Die lijn kiezen B&W ook. Er moet een Emmens beweging komen om het wezenlijk anders te doen: de gemeente moet hiervoor de professionals de ruimte geven.

5

ChristenUnie wil de vraag opwerpen waarom die verandering na 50 jaar nu wel zou lukken. Wetenschapper mevrouw Stellaard vraagt zich dat ook af. De raad moet ook op de inwoners letten. Tot hoever reikt de ruimte die gemeente aan de professionals moet geven? De heer Kamphuis antwoordt dat het onderwijs gevangen is in systemen: scholen worden afgerekend op resultaten. Deze focus ligt op de cognitieve ontwikkeling van kinderen, terwijl het antwoord op de vraag in de brede aanpak zit. Dat vraagt om moed van de schoolbestuurders. De heer Kamphuis steekt de hand ook in eigen boezem en geeft geen garanties voor succes. Het zou fijn zijn als, rondom het loslaten van de indicering, het lokale veld de vrije hand krijgt in lichte ondersteuning en de betrokken middelen worden ingezet voor de zorg/ondersteuning dichtbij. Verder moet het veld ruim de tijd krijgen om wat in 50 jaar is misgegaan, te verbeteren. Als het veld die mogelijkheid niet krijgt, zal het zeker niet beter worden. 50PLUS oppert vóór een zwaarwegend besluit over verandering eerst een pilot te houden. En wat als de lichte ondersteuning door het veld na 1-2 jaar niet tot het gewenste resultaat leidt? De heer Kamphuis denkt dat de tijd van pilots wel voorbij is. Die zijn er al heel veel geweest op microniveau bij scholen. Zij geven een bepaalde richting, maar hier is niet op doorgepakt.

Het levert niet de benodigde massa op voor wezenlijke verandering. Die kans moet nu gegrepen worden als alle betrokken partijen het samen doen. Want dagelijks is te zien dat de huidige aanpak scheef loopt. Er nog langer mee doorgaan is sowieso geen optie: het aantal leerlingen met een ondersteuningsvraag is schrikbarend toegenomen van 1 op de 30 naar 1 op de 7. Dat ligt niet aan de kinderen zelf, maar aan de partijen die om hen heen staan. De heer Hartog (directeur-bestuurder De Toegang) is diepgeraakt door het verhaal van wetenschapper Stellaard over het boemerangbeleid, omdat het niet goed gaat in de jeugdsector. 26 jaar geleden was 1 op 25 kinderen in zorg, nu is dat 1 op 7 – in Emmen zelfs nog iets meer. Het gemiddelde van 2,5 jaar in jeugdzorg is te lang, net als dat trauma’s van uithuisplaatsingen voor kinderen te schadelijk zijn. Dezelfde urgentie wordt ook bij de GGD en Sedna gevoeld. De zorg wordt overschat: een kind in zorg brengen lost niet een conflictsituatie tussen ouders op en ook niet armoedestress of te zware maatschappijdruk. De veerkracht van een kind, de draagkracht van elk mens en de kracht van het sociale kapitaal in families, wijken en scholen worden overschat. De weg ernaartoe is niet eenvoudig. Veranderen op korte termijn is niet mogelijk, daarvoor is een krachtige beweging nodig met een echt andere visie en werkwijze bij onderwijs, zorg én gemeente.

Dit betekent: meer kijken naar de context van het kind en oplossingen uit andere domeinen toepassen, in gezamenlijkheid van alle partijen vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid. ChristenUnie beluistert opnieuw ‘vraag achter de vraag’ en integraal werken: beide zijn doelen uit de huidige Jeugdwet. Hoe ziet inspreker de rol van De Toegang om het anders te gaan doen? De heer Hartog antwoordt dat De Toegang jeugdzorg laat indiceren op een opdracht. Dus moet De Toegang veel meer collega-professionals laten meelopen, bijvoorbeeld een welzijnsinstelling, in plaats van direct passende zorg of de indicatie bij complexe gezinnen al na zeven maanden beëindigen. De Toegang heeft een eigen verantwoordelijkheid in de opleiding van medewerkers en de aard van de in te kopen zorg vanaf 2028 door de Drentse gemeenten. Die laatste moeten ook goed gaan nadenken over hun opdracht aan De Toegang, GGZ en Sedna. Wakker Emmen verwacht dat de hervorming nu nog niet helemaal is uitgedacht. Dit betekent maatwerk, maar dat gaat heel erg in de kosten lopen omdat de professionals daar dicht op moeten gaan zitten. De heer Hartog houdt voor dat geen maatwerk ook duur kan zijn. Aan de achterkant ((gesloten) plaatsingen) kan ook zeven keer niet naar ‘de vraag achter de vraag’ zijn gekeken.

De zorg wordt nu getraind om in aantallen te denken: het aantal aanbieders in Nederland is in 25 jaar gestegen van 400 naar 6.000 (200 in Emmen). Als inwoners te snel meegaan in de visie van een aanbieder, kan dat er ook toe leiden dat mensen van de regen in de drup terechtkomen – met nog meer kosten tot gevolg.

6

Inleiding college Wethouder Keen begint met de uitspraak: ‘If you see it, you can’t unsee it’. Mevrouw Stellaard hield een jaar geleden in Emmen haar wetenschappelijke onderbouwde presentatie over het boemerangbeleid als patroon in de jeugdzorg, dat al decennialang de verkeerde kant op gaat. Hoe confronterend en pijnlijk ook, de gemeente – dus ook de wethouder jeugd zelf – is onderdeel van dit systeem. Dat werpt de vraag op of de Hervormingsagenda daadwerkelijk het beoogde effect zal hebben: minder kinderen in jeugdzorg en dat ze goed, veilig en met perspectief kunnen opgroeien in Emmen. Dit lukt nu nog niet. ‘Alle betrokken instanties moeten het echt anders gaan doen’ is ook de afgelopen jaren keer op keer herhaald; kennelijk wordt dit niet (voldoende) opgepakt. De instanties kunnen nu ook niet anders meer. Het college heeft met de Hervormingsagenda niet het volledige antwoord op hóé het dan anders moet. Het document gaat uit van historisch besef: het ontwikkelde beleid en acties van de gemeente Emmen sinds de decentralisatie in 2015. Prettig dat het onderwijs en De Toegang hun steun laten blijken voor die verandering, want de gemeente kan dat niet alleen. Het college heeft daar de gemeenteraad ook keihard bij nodig. De wethouder is zeer benieuwd naar de reflectie van de raadscommissie op de stellingen in het voorstel en daarmee haar visie op de hervorming.

Hopelijk gaan de commissieleden vooral ook met elkaar in gesprek. Eerste termijn Wakker Emmen ziet dat het aantal kinderen in jeugdzorg vanaf 2000 is toegenomen van 1 op 27 naar 1 op 7,5. Daarnaast zijn er zorgelijke trends als langere wachtlijsten en trajecten en stijging van vraag naar en aanbod van individuele ambulante hulp. Mevrouw Stellaard beschrijft treffend de aanhoudende tragiek in passend onderwijs en jeugdzorgbeleid. Zij wijst terecht op onbedoelde neveneffecten bij een verandering. Er zijn heel veel overeenkomsten te zien met de vorige Hervormingsagenda en de vorige jeugdwetten (1989, 2005, 2015). De kosten stegen, er was te weinig grip op sturing en een te grote druk op de jeugdzorg. In 2022 deed het kabinet enkele verbetervoorstellen, maar dat waren repeterende oplossingen in een negatieve probleemoplossingsspiraal. De marktwerking in de jeugdzorg is doorgeslagen in de nationale koers van neoliberalisme: het verdienmodel met aanbodsturende werking is een onbedoeld gevolg. Bij complexere gevallen raken steeds meer professionals betrokken. Toch waren er wel degelijk goede redenen voor eerdere hervorming: de wachtlijsten waren indertijd vaak langer. Minder jongeren in de jeugdzorg krijgen vraagt om keuzes: niet alles moet op het bordje van de professional terechtkomen.

De gemeente heeft de zorgplicht en de opvoeding door de ouders speelt ook een belangrijke rol bij gedragsproblemen. Dus de nadruk moet meer liggen op jongeren met de grootste zorgvraag: dus geen beschikkingen meer voor lichte hulp, maar een focus op versteviging van de pedagogische basis. ChristenUnie vraagt zich af, als de gemeente moet inzetten op complexe zorg met sterkere pedagogische basis, wat de balans is tussen die twee factoren. Welke rol heeft de gemeente daarbij? Wakker Emmen stelt dat minder indiceren leidt tot minder professionals op een kind. De Angelslo Academy is ook een vorm van verbinding van jongeren (met problemen). De fractie ziet dat meer als stevige pedagogische basis in wijken, ondersteund door de gemeenten met minder professionals. ChristenUnie begrijpt dat dit niet een terugtrekkende beweging van de overheid is. Volgens Wakker Emmen wel enigszins: minder direct dan ondersteuning door professionals. Op de lange termijn moet dat soort initiatieven echt uit de samenleving zelf komen. De gemeente beoordeelt de hulpvragen, belegd bij De Toegang. De jeugdzorg moest meer aansluiten op de lokale behoeften: dat gebeurde vaak niet, de gemeente waren te aftastend zodat vaak in regionaal (GR-) verband dezelfde contracten met dezelfde partners werden afgesloten.

Daardoor bleef van het ideaal van lokale sturing helemaal weinig over: heeft dat wel een eerlijke kans gekregen? De roep om minder regeldruk is terecht en wordt al langer gehoord, maar blijkt in de praktijk lastig op heel veel beleidsterreinen. Dus hoe reëel is die roep? ‘Geen verandering zonder risico’s’: dat klopt, maar elke verandering gaat gepaard met risico’s. Prima om de grenzen van de regelgeving op te zoeken, maar vaak wel voor de onbedoelde negatieve effecten. Wakker Emmen wordt alles overziend niet

7

helemaal enthousiast van deze Hervormingsagenda, die te veel op de vorige lijkt die niet het gewenste resultaat heeft gebracht. Toch kan de hervorming, met de kennis van nu, wel tot verbeteringen leiden. De gemeente moet leren van beleidsprocessen uit het verleden en bestaande patronen moeten doorbroken worden. Prettig dat de wethouder dit ook erkent en hiertoe mevrouw Stellaard onlangs heeft uitgenodigd voor een presentatie. ChristenUnie ziet de verplichte samenwerking oppoppen uit deze Hervormingsagenda als reactie op het mislopen van het niet goed aansluiten van het aanbod op de vraag. Geeft dat ook de kans om die meer specialistische jeugdzorg te parkeren, zodat de gemeente dat elders kan neerleggen? Wakker Emmen beaamt dat. Zeker bij specialistische jeugdzorg biedt dat kansen. Lokale inkoop is duurder dan regionaal, maar de gemeente raakt dan wel meer de regie kwijt. De vorige hervorming is niet zo heel lang geleden: de vraag is of die verandering echt wel de kans heeft gehad. ChristenUnie denkt van niet. Decentralisaties gingen destijds vaak gepaard met de toverformule van bezuinigingen waardoor de lokale autonomie een lege huls is geworden. PvdA memoreert het eerdere beleidsstuk met normaliseren als uitgangspunt: preventie, nabijheid, versterken van de eerste lijn – termen die terugkomen in deze Hervormingsagenda.

Al deelt de fractie het doel van een menselijker en effectiever systeem, zij deelt ook de zorgen. B&W leggen stevige ambities neer terwijl de praktijk al jarenlang piept en kraakt. Kinderen en jongeren moeten in Emmen een eerlijke kans krijgen om veilig, gezond en weerbaar op te groeien. Ondanks alle inzet is er een wachtlijst van 50 kinderen voor zware zorg, professionals die soms pas in actie kunnen komen als het al mis is gegaan en vertragingen door de complexe beschikkingsprocedure. Tegelijk is in het voorstel voor de PvdA de juiste richting te zien: dichter bij gezinnen, minder bureaucratie, meer samenwerking, in de haarvaten van de samenleving, vanuit solidariteit, bestaanszekerheid en publieke regie. ‘Lichte hulp zonder beschikking’ klinkt goed, maar de uitvoerbaarheid is zorgelijk. Dit vraagt veel van ouders, scholen, kinderopvang, buurten en mantelzorgers. Dit zijn geen zorgprofessionals. Wel gelooft de PvdA in ondersteuning dichtbij. ‘Geen beschikking’ kan alleen als ondersteuning daarbuiten stevig en bereikbaar is: niet als bezuiniging maar als verbetering. ‘Geen verandering zonder risico’s’: de wens om minder verkokerd te werken met minder formulieren en doorverwijzingen is begrijpelijk. Een digitaal loket kan helpen, maar hervormen vraagt meer dan goede bedoelingen: zicht op uitvoering en haalbaarheid. Anders vallen kwetsbare kinderen tussen wal en schip.

Ook van belang: wat zien Sedna, De Toegang en de scholen als wel of niet haalbaar? De raad ruimte geven door regels los te laten, vraagt ook om verantwoordelijkheid nemen: hervormen mag niet ten koste gaan van bestaanszekerheid. De PvdA wil dus eerst weten wie die risico’s loopt en of de samenleving die wil en kan dragen. Stellaard houdt de sector een spiegel voor: beleidskeuzes die problemen moeten oplossen, reproduceren of verergeren ze vaak. De verantwoordelijkheden worden naar de gezinnen, scholen en de samenleving geschoven. De PvdA-kernwaarde solidariteit betekent: samen optrekken, waarbij de overheid pal staat voor kwetsbare kinderen met tijdige en passende ondersteuning. De fractie wil waken voor dezelfde fouten als in eerdere hervormingsrondes. Een Emmen dat vooroploopt in een koerswijziging onder één visie, is alleen mogelijk met een antwoord op de volgende drie vragen. Zijn er gemeenten die voorgingen? Wat waren de resultaten? Heeft de gemeente zelf voldoende expertise in huis? De PvdA wil investeren in preventie en hulp dicht bij huis om zware jeugdzorg te voorkomen. Ondertussen slokt de laatste het grootste deel van het budget op. Dit maakt een verschuiving lastig, zeker met de dreigende nieuwe landelijke bezuinigingen, waar de fractie op tegen is. Preventie mag geen papieren belofte zijn bij een overbelaste eerste lijn.

Hervormen is nodig, maar niet als experiment en niet alleen. Jeugdzorg is een collectieve verantwoordelijkheid van Rijk en gemeenten. Lokale verandering moet plaatsvinden op basis van breedgedragen steun van ouders en praktijk, realistische verwachtingen van onderwijs en instanties en een lange adem: beleid met wortels en zonder boemerang. B&W stellen dat de vraag naar zware zorg daalt als de voorkant versterkt wordt: dat klinkt logisch. Zijn er voorbeelden in andere gemeenten? Want in de praktijk komen kinderen met zware problemen te laat in beeld en groeien wachtlijsten. Emmen moet straks

8

niet minder gespecialiseerde zorg bieden terwijl de vraag gelijkblijft. Dus moet de gemeente kritisch blijven op de eigen aannames. De PvdA wil minder jeugdhulp. Niet omdat het niet te betalen is, maar omdat het écht minder nodig is. Dat vraagt om meer visie, een gedeelde praktijk en eerlijk geëvalueerd en lokaal gedragen beleid. Betrek ouders, jongeren en professionals structureel bij de vervolgstappen. Maak richting het Rijk duidelijk dat structurele problemen niet zijn op te lossen met tijdelijke potjes of bezuinigingen. Kinderen zijn geen sluitpost. ChristenUnie vraagt, als de gemeente niets doet met de ‘spiegel van Stellaard’ en braaf de Hervormingsagenda volgt, welk nut die spiegel dan heeft gehad. PvdA noemt dat inderdaad de kern. Dat spanningsveld kwam ook naar voren in haar betoog: enerzijds gebonden aan gebaande paden, anderzijds moet dat eigenlijk niet. Dat is de spiegel die Emmen zichzelf nu voorhoudt. Op hoe een doorbraak is te forceren, heeft de PvdA nu niet het antwoord. Wakker Emmen beluistert bij de PvdA dat de verantwoordelijkheid richting ouders wordt verschoven. Maar daar hoort die toch ook voor een substantieel deel thuis? PvdA heeft dat niet zo gezegd. Ouders zijn geen zorgprofessionals. Van hen is niet te verwachten dat zij overal en altijd in de behoeften van hun kinderen kunnen voorzien.

Ouders moeten meer betrokken worden, net als de jongeren zelf en professionals. Dus mét mensen meedenken in plaats van vóór mensen denken. VVD ziet in de Hervormingsagenda een stuk vernieuwing terug. De PvdA spreekt van ‘aannames’ door de gemeente. Is de PvdA bereid die te laten varen? Als een systeem vernieuwing nodig heeft, moet men het oude loslaten. In het artikel van hoogleraar Van Dam in het FD komt dat leren loslaten ook naar voren. PvdA beaamt dat vernieuwing niet zonder loslaten kan. Zij wil er wel voor waken dat er zomaar aannames worden gedaan, zoals dat meer investeren in preventie automatisch tot minder zware zorg leidt. De gemeente moet eerst de ontwikkelingen afwachten. CDA hoort in de afgelopen informatieve sessies, ook in deze, de vraag hangen: ‘Hoe dan anders?’ Het systeem loopt vast, er gaat te veel geld in om: dus is (creatieve) vernieuwing nodig. Preventie en een stevige pedagogische basis vormen de beste denkrichting. Dat de oplossing ook in de maatschappij ligt, is te vaag. Daar ligt ook een rol, maar zorg mag niet ten koste van onderwijs gaan. Bovendien, een goede thuisbasis is geen garantie voor een zorgeloze jeugd. ‘Geen beschikkingen voor lichte zorg’ klinkt onwennig. Het CDA wil daarin meegaan als het inderdaad niet nodig is, maar wil er wel voorzichtig mee omspringen. De sociale teams van Sedna leveren prima werk in de preventieve sfeer.

Wakker Emmen beaamt dat minder beschikkingen voor lichte zorg onwennig voelt, toch is de zorgvraag gestegen. De jongeren zijn eigenlijk niet veranderd. Is een groter beroep op professionals wel nodig? De verantwoordelijkheid voor lichte zorgvraag, gestimuleerd door de potjes voor ‘rugzakjes’, ligt toch ook meer in het gezin zelf? Dit is iets wat het CDA zou moeten aanspreken. CDA gaat daarin mee qua gezinsrol voor de lichte vorm. Maar daar ligt niet altijd de oplossing. Het is goed dat er ook lichte zorg geboden wordt. ‘Geen beschikking’ klinkt wat te hard. Verandering is noodzakelijk, want met nog meer jongeren in zorg is het systeem niet houdbaar. Kijk naar mooie lopende projecten, die de fractie van harte steunt. Dat conflicteert soms met de roep vanuit de raad om meer data: zij moet meer vertrouwen op preventie. Mevrouw Stellaard maakte goed duidelijk dat de eerdere problemen nog steeds bestaan en geld en wetten niet de oplossingen zijn. Maar daarin ontbrak de oplossing. Zijn er voorbeelden van waar het wél goed gaat? Zo investeert men in Scandinavië veel in preventie en begeleiding van gezinnen en scholen – dit als suggestie om als gemeente van te leren. VVD is voorstander van een sterke pedagogische basis, maar gelooft vooral in zelfredzaamheid en eigen kracht van gezin en samenleving om opvoedvragen vroegtijdig op te vangen.

Het artikel van hoogleraar Van Dam schetst dat mentale problemen bij de opvoeding horen. De oplossing is niet

9

altijd therapie, maar ook in de eigen omgeving – dus minder beschikkingen voor lichte zorg. Dit proeft de fractie ook in de Hervormingsagenda. Er is geen keus: de kosten van jeugdzorg zijn onbeheersbaar geworden. Voorkomen moet worden dat kinderen pas hulp krijgen als het te laat is: dus is een goede balans nodig. Is ‘minder beschikkingen’ juridisch wel houdbaar? Bij deze stelling is niet heel duidelijk hoe het eruit moet gaan zien. Beide insprekers gaven wel wat richting, maar bleven ook enigszins vaag. De VVD ziet wel dat het verstandig is om de randen van regelgeving op te zoeken voor meer resultaat. Maar de juridische kaders van de Jeugdwet blijven een gegeven. Hoeveel ruimte heeft de gemeente dan feitelijk? ChristenUnie werpt de volgende vraag op: steunt de raad het als het college die ruimte opzoekt, ook in de lobby in Den Haag? Dat gaat verder dan de wettelijke kaders. VVD bedoelde dat: zij wil die ruimte opzoeken maar wel met beleid: B&W kunnen niet van alles ongelimiteerd doen. De randjes overgaan gaat te ver, maar ze opzoeken in het grijze gebied kan wel. Mevrouw Stellaard gaf een indrukwekkende analyse van wat fout is gegaan. Wat onbevredigend was dat zij niet echt oplossingsrichtingen gaf. Daar is deze C-discussie voor bedoeld, maar raadsleden zijn geen specialisten.

1 op de 7 kinderen in zorg is niet houdbaar, temeer omdat de komende jaren de rijksmiddelen lijken te gaan afnemen. De gemeente moet niet verder afglijden naar 1 op 5, maar de andere kant op. De VVD ziet als bron van ellende de gezinssituatie, vapen, drugs en social media. De omgeving is veranderd: daar moet de aanpak liggen, bijvoorbeeld een vapeverbod – al moet dat gehandhaafd worden. Dat is landelijk beleid waar de gemeente niet over gaat. ChristenUnie hoort tot haar verrassing een sterk betuttelend beleidsvoorstel van de VVD. Maar de vraag daarbij is wel: zijn die negatieve uitwassen de bron of een symptoom? Welke dieperliggende oorzaken ervaren jongeren? VVD deelt die stelling. De onderliggende redenen onder de symptomen zijn moeilijk te vinden, ook voor de VVD. PvdA hoort de VVD over juridische houdbaarheid en financiën. Maar hoe ziet zij de inrichting voor zich? Welke ideeën heeft zij over de voorwaarden waar de hervorming aan moet voldoen? Volgens de VVD is beheersbaarheid slechts mogelijk door meer zelfredzaamheid bij ouders, minder snel indiceren en meer acceptatie dat opgroeien met de nodige tegenslagen gaat. Dus meer (selectieve) focus op complexe situaties. PvdA is niet zo voor hogere drempels en dat ouders hun problemen zelf maar moeten oplossen. Dit is te makkelijk.

Heeft de VVD geen oplossingen met meer diepgang? VVD wil wel meer de verantwoordelijkheid voor een goede opvoeding bij de ouders neerleggen. Zo is er aan de zware gevallen meer aandacht te geven. PvdA is blij met deze nuancering. Er zijn echter ook ouders die er echt niet toe in staat zijn. VVD betoogt dat dat dan ook echt duidelijk moet zijn, voordat naar professionele ondersteuning en/of zorg wordt gekeken. Dus niet te snel inderdaad. GroenLinks vraagt wat de VVD als oplossing ziet om niet te indiceren ziet, maar terwijl tegelijk de problemen wel moeten worden opgelost. Is er ook een tussenoplossing mogelijk? VVD vindt dat het primair in de thuissituatie moeten worden opgelost. Gaat dat echt niet meer, dan pas kan externe ondersteuning worden geboden. De VVD ziet niet direct een tussenoplossing. D66 hoort de VVD over grote zelfredzaamheid van ouders. Maar opvoeden in deze wereld is toch veel complexer geworden: invloed van sociale media, groepsdruk en minder toezicht. Wat ziet de VVD als juiste balans tussen de rol van ouders versus overheid? VVD erkent dat die balans moeilijk is. Maar voortgaan op de huidige manier van omgaan met de zorgbehoefte betekent dat er nooit een draagbare balans komt. 1 op de 7 kinderen in de zorg is onhoudbaar omdat ouders kennelijk onvoldoende in staat zijn op te voeden zonder hulp. Hier moet dus wat strenger mee omgegaan worden.

D66 begrijpt het betoog wel over de complexe balans tussen minder indiceren en meer bij de ouders laten. Alleen, het gaat ook om de invloed die de gemeente op andere manieren kan uitoefenen, via bijvoorbeeld samenwerking met scholen of (een lobby voor) een vapeverbod aankondigen.

10

VVD is een groot voorstander van een vapeverbod als goede richting. Volgens de ChristenUnie is de balans omgekeerd. De VVD wenst de lichte problemen lekker thuis te laten en de gemeente pas te laten ingrijpen als het zwaar wordt. Maar de zoektocht is juist hoe de lichte zorg aan de voorkant is te stimuleren. Hoe is dit totaal contraire VVD-betoog te duiden? VVD vraagt zich af of meer in lichte zorg investeren wel tot minder zware zorg leidt. De PvdA vroeg zich ook af of die aanname wel klopt. Blijft die zware zorg gelijk, dan worden de kosten nog hoger en dat is niet houdbaar. Dit vraagt om keuzes. Daarom is het belangrijk dat kinderen die het echt nodig hebben, die zware zorg krijgen, maar dat lichtere zorg minder snel verleend wordt. ChristenUnie erkent dat die causaliteit erg moeilijk is aan te tonen. Maar wat als die investeringen uit het voorveld weg worden gehaald en dat tot meer zware zorg leidt? Dat laatste gebeurt, dus dat is het dilemma. Dan is er nog steeds geen oplossing voor de problemen van nu. VVD vindt dat van beide causaliteiten in gelijke mate sprake kan zijn. Daarom prefereert de fractie de inzet op minder lichte zorg. ChristenUnie stelt vast dat de VVD dus geen oplossing heeft voor de toename van zware zorg. VVD vindt dat die oplossing te complex is om zomaar op te lossen. Er zijn geen gewoon eenvoudige recepten om de hoeveelheid zware zorg te verminderen.

SP hoort de VVD stellen dat het gezin eerst zelf de problemen moet oplossen. Tegelijk wil de VVD dat moeders fulltime gaan werken. Hoe is dat te rijmen met elkaar? VVD vindt dat een andere discussie. Of in een gezin één of beide ouders werken, is hun eigen keuze. De overheid moet de jeugdzorg niet faciliteren op basis van privékeuzes. Bovendien, ook met twee werkende ouders is opvoeden goed mogelijk. SP is ervoor dat een van beide ouders thuis is. Zo is er meer tijd voor de kinderen. VVD vindt dat die keus aan de ouders zelf is. Daar hoeft de overheid toch geen rol in te spelen? PvdA heeft het gevoel nu helemaal terug te moeten in de tijd van ‘het gezin als hoeksteen van de samenleving’. De VVD maakt de indruk te willen stoppen met al het lichte zorgaanbod en preventie lijkt niet te helpen. Ook dat is een aanname. Het baart de PvdA echt zorgen dat de VVD geen andere oplossing ziet in deze hervorming dan de lichte hulp gewoon maar af te schaffen. VVD vindt dit een heel genuanceerde samenvatting. Zij wil de lichte zorg niet afschaffen, maar de drempels verhogen. Als er goede maatregelen zijn zoals investeren in de pedagogische basis, is dat goed. Als het er maar niet toe leidt dat voor dezelfde uitkomst veel meer geld nodig is. PvdA vindt dat investeren met rendement in de lichte zorg de VVD juist zou moeten aanspreken. VVD beaamt dat.

Maar dan moet wel duidelijk zijn dat dat rendement er komt. PvdA wil juist om die reden buiten de grenzen kijken en het toch proberen. SP ziet als doel van de Hervormingsagenda Jeugd: verandering in wachtlijsten en bureaucratie. In plaats van achter het Haagse bureau verbeteringen doorvoeren, moet de gemeente Emmen zich verdiepen in daadwerkelijk kwalitatieve goede oplossingen en het verminderen van de bureaucratie in de sector. Met loslaten van regels en systemen zijn de wachtlijsten te verkorten en de marktwerking te verkleinen. De fractie vindt dat de gemeente al op de goede weg is. De informatieavonden helpen daarbij, zoals de andere kijk van mevrouw Stellaard op regelgeving. Dat proces vergt jaren, maar de SP wil nu beginnen met bijsturen van het beleid – zij het met vallen en opstaan. De kinderen zijn de toekomst en een blije jeugd met kansen is belangrijk. De fractie wil het college steunen in het omdenken in het jeugdzorgbeleid. Ook dank aan beide insprekers die pleiten voor het loslaten van systemen. De gemeente moet het beleid zo goed mogelijk uitvoeren met de kennis van nu. ChristenUnie gaan kinderen en jongeren aan het hart. Goed dat er goed gedebatteerd over dit onderwerp. Het onderzoek van mevrouw Stellaard naar het boemerangbeleid in de afgelopen 50 jaar bevestigt het gevoel van het terugkerende probleem van te weinig grip op de jeugdzorg.

Het is ook een klap in het gezicht. Haar enige aanbeveling is niet ‘hoe dan wel?’, maar om de tijd te nemen voor reflectie. Volgens Stellaard gaat deze nieuwe Hervormingsagenda niet veel uithalen, daar hij

11

een oplossing voor problemen suggereert die voortvloeien uit oplossingen etc. Al voor 1989 was er geen match tussen behoefte en vraag, geen samenhang, een wankele positie voor de meest kwetsbare jeugd en de financiële beheersbaarheid. Die problemen zijn er nog steeds. Elke keer is de aanpak dezelfde, zonder de problemen voor de jeugd op te lossen. Waarom zou deze agenda nu wel werken? Zijn daar wel aannames voor? Volgens Stellaard helemaal niet, ook niet met deze agenda. De drie stellingen zijn al jarenlang bekend. ‘Meer preventie in het voorveld, sterkere teams en inzet op minder zware zorg’ staat al sinds 2015 in de beleidsteksten. Eén gezin met één plan en de doorbraakmethode staan al in de Jeugdwet. De ChristenUnie heeft ook het antwoord niet. Gunnen raad en college elkaar wel de tijd om te reflecteren of experimenteren, in plaats van dingen overhaast te doen? Het systeem zit vast, de gemeente moet van rijkswege wel iets met de bovenregionale jeugdhulpregio’s, maar samen met de partners wel in het besef dat daar grenzen aan zitten. De gemeente mag daar de ruimte in zoeken en desnoods over grenzen heen gaan in het grijze gebied, maar daarmee, maar daarmee zou zij zich wel onttrekken aan de landelijke beweging. Het dilemma is wel dat de gemeente daar eigenlijk niet aan ontkomt.

De ChristenUnie roept college, raad en het veld op, uitgebreid terug te blikken op waar in het afgelopen decennium daadwerkelijk de problemen liggen. Liever niet eerst richten op de organisatie, maar op de aanpak van de diepliggende oorzaken voor de problemen van jongeren. Daarvoor de tijd nemen is cruciaal. GroenLinks beluistert dat de ChristenUnie het spannend vindt om van de landelijke weg af te stappen. Hoe wil zij anders tot verandering komen? Of moet de gemeente terugkeren op het oude pad? ChristenUnie vindt terugkeren naar de status quo geen optie: dat is eigenlijk geen pad meer. Maar de grenzen opzoeken is spannend omdat het Rijk bij wet allerlei maatregelen oplegt, zoals de beweging van zware naar meer voorliggende zorg. Dat zijn communicerende vaten: het een is niet zomaar af te schalen, dat moet geleidelijk gaan. De gemeente moet meegaan met het lopende systeem, daar is niet aan te ontkomen, maar wel met het besef dat dat niet het einddoel is. Dat sec is al winst. D66 hoort jarenlang verhalen over wachtlijsten, hoge kosten, professionals die meer tijd kwijt zijn aan administratie dan jeugdzorg zelf, groeiend wantrouwen tussen gezin en instellingen. De Algemene Rekenkamer sprak in 2023 over ‘georganiseerde onmacht’. Steeds gaat men op zoek naar de oplossing.

Hoe te komen tot lassobeleid, ondanks continue verandering door korte kabinetsperiodes, nieuwe regels en veranderende financieringen? D66 vindt het een zeer complexe vraag en heeft daarom gepraat met jeugdzorgaanbieders, ouders van kinderen in zorg en het onderwijs. Zij komen steeds met nieuwe oplossingen: dat is de valkuil. Hoe af te stappen van het hapsnapbeleid? Goed dat B&W aangeven hier goed over na te willen denken, bevestigd door de inleidende reflectie van de wethouder. De fractie wil eerst kijken naar de psychologische basisbehoeften van het kind zelf, Die veranderen nooit, in tegenstelling tot beleid en schijnoplossingen en al helemaal niet in deze complexe wereld. Zo willen kinderen graag weer samen optrekken of hun talenten ontdekken tijdens de Rijke Schooldag of de preventieve aanpak van de Angelslo Academy. De gemeente moet lef tonen met gedurfd beleid in samenspraak met zorgaanbieders en de jongeren zelf: veranderingen gaan niet zonder risico’s. Dat mag ambitieus zijn, maar niet voor niks gaat deze discussie over 50 jaar falend beleid. De gemeente moet toe naar één plan en één gezicht voor het gezin. Iets anders lijkt niet mogelijk, dus dat is het onderzoeken waard. Er komen steeds meer professionals, ook zorgcowboys, terwijl de intermenselijke relatie steeds meer naar de achtergrond verdwijnt.

Emmen moet echt werken aan integrale samenwerking tussen jeugdzorg, onderwijs, sociale teams en GGZ. Ga van marktwerking en goedkope aanbestedingen, puur vanwege bezuinigingen, naar langdurige samenwerking op kwaliteit. Investeer in lokale en regionale aanbieders met wortels in de lokale gemeenschap. Investeer meer in preventie op school, in de wijk en bij jonge ouders. Geen beschikkingen meer afgeven voor lichte zorg is een begrijpelijke move: die mogen zware zorg niet in de weg staan. Maar D66 vindt dit nog best wel spannend. Investeer eerst in de pedagogische basis en maak laagdrempelige hulp van

12

maatschappelijk werkers e.a. mogelijk, bijvoorbeeld op school. De zorgbehoeften moeten helder voor de bril blijven. Jeugdzorg is geen spreadsheet, het zijn levens van kinderen. Door de decentralisatie is het kind afhankelijk van de lokale zorgkwaliteit. Emmen moet in zijn ongelukkige ongelijkheid een gemeente zijn waar de kinderen een steentje voor hebben. Emmen moet niet wachten op Den Haag, maar kiezen voor rust, regie en relatie. Geen boemerangs meer, maar beleid dat landt. De raad moet haar verantwoordelijkheid nemen: niet alles in één keer willen oplossen, maar koersvast kiezen voor een blijvende verbetering. GroenLinks ziet dat de wachtlijsten verkort moeten worden om het aantal beroepen op jeugdzorg te verminderen. Dat doel geldt al decennialang. Volgens het onderzoek van mevrouw Stellaard wordt er meer beroep op jeugdzorg gedaan onder meer door het gebrek aan evaluatie van eerdere hervormingen. Maar is dit ook niet omdat mensen de weg naar jeugdhulp eenvoudiger kunnen vinden? Door misbruik en oneigenlijk gebruik van beleid wordt beleid verscherpt en daarmee inefficiënter. Dit ondersteunt het uitgangspunt van GroenLinks om beleid te baseren op visie en vertrouwen, ook als dit extra (fraude)risico’s met zich meebrengt. Een rigide beleid gebaseerd op dogma’s en regeling werkt juist averechts.

Geluiden uit het werkveld ondersteunen dit: de gemeente moet laagdrempeliger zorgprofessionals in contact met elkaar laten zijn. Niet verplichtend maar faciliterend, bijvoorbeeld via appgroepen of inloopmomenten voor jongerenwerkers. GroenLinks wil zeker het college de ruimte geven om de regels op te rekken om jongeren te helpen. Toch mag de toegang tot hulp niet in het geding komen door bezuinigingsdrift, zeker niet als dit echt nodig. De fractie is fel tegen op bezuinigingen die leiden tot verdere verslechtering van de situatie voor hulpbehoevende kinderen en jongeren. De voorgenomen nieuwe bezuinigingsronde in Den Haag lijkt op een tweede decentralisatie. Kinderen kunnen en mogen hier niet opnieuw de dupe van worden. Anderszins heeft het streven de jeugdhulp te verbeteren via maatschappelijke inzet en versterking van de pedagogische basis, een hervorming nodig. De professionele zorg moet wel beschikbaar blijven, ook voor lichte gevallen. Kwetsbare groepen moeten niet aan hun lot worden overgelaten in de informele zorgsector en voorts zwaardere indicaties nodig hebben. Leveren van lichte zorg zonder beschikking kan voordelen hebben: zo is die sneller te leveren en financieren. Het college moet de mogelijkheden hiertoe onderzoeken.

Hart voor Emmen wil het bij de toekomst voor kinderen niet alleen over structuren, zorgvormen en budgetten hebben, maar over verantwoordelijkheid, toewijding en het besef dat geen enkele overheid of beleidsplan ooit het hart van een ouder kan vervangen. In de Hervormingsagenda staan veel goede bedoelingen, maar achter al die mooie woorden mist de fundamentele herwaardering van het gezin. In de samenleving is vanzelfsprekend geworden dat beide ouders voltijds werken en kinderen hun dagen doorbrengen in opvang, onderwijs en begeleiding. Waar is hun vaste rustpunt dat hun thuis zou moeten zijn? Dit is het begin van de hulpvraag, maar die vraag gaan sommigen uit de weg. Dat vraagt erom dat ouders de ruimte, waardering en vertrouwen moeten krijgen om echt ouders te zijn. Niet alles wat schuurt is een stoornis, niet elke worsteling is een diagnose waard en niet elk zoekend kind heeft een indicatie nodig. Soms is er vooral behoefte aan liefdevolle grenzen, rust en tijd. Dat vraagt om een cultuurverandering, ook in beleid. Als de overheid blijft uitstralen dat de beste ouder de werkende ouder is en de opvang net zo goed is als thuis, dan raakt de samenleving iets kostbaars kwijt: de ruimte om te kiezen voor het gezin.

Vandaar de ongemakkelijke vraag aan fracties die kinderopvang vooral zien als economische hefboom: is de aanwezigheid van de ouder thuis bij kinderen nog van onschatbare waarde? Of is de haast naar arbeidsparticipatie een ongemakkelijke waarheid geworden? Hart voor Emmen vindt het gezin geen bijzaak, maar de hoeksteen in jeugdbeleid. PvdA wijst erop dat elke ouder een eigen keus heeft. Hart voor Emmen doet voorkomen dat werk te allen tijde een economische overweging is. Soms is dat ook zo voor mensen met een kleine portemonnee, die ook graag kinderen willen krijgen. Voor hen is kinderopvang dan heel fijn. Maar het gaat om de individuele keuzevrijheid. De PvdA gelooft erin dat het afhangt van het gezin en het

13

kind en dat een beetje ouder met verantwoordelijkheidsgevoel zelf een afweging kan maken in het belang van het kind. Daar moet een raadslid geen waardeoordeel over geven. Hart voor Emmen neemt deze opmerking mee, die redelijk overeenkomt met het standpunt van Hart voor Emmen. Als kinderen minder in jeugdzorg moeten belanden, moet de basis sterker worden en niet pas als het misgaat. Daarom kiest de fractie voor een jeugdbeleid dat het gezin centraal stelt. Niet omdat het makkelijker is, maar omdat dat dat op lange termijn beter is, vooral voor kinderen en daarna voor iedereen. 50PLUS vindt het van belang dat jongeren en gezinnen dicht bij huis passende ondersteuning krijgen zonder onnodige bureaucratie. Wel heeft de fractie vragen over hoe dit uitpakt voor eenoudergezinnen en grootouders die voor kleinkinderen zorgen. Wordt rekening gehouden met specifieke situaties? Hoe is te voorkomen dat lichte hulp verdwijnt terwijl die soms juist escalatie naar zwaardere zorg kan voorkomen? ‘Geen verandering zonder risico’s’: flexibiliteit kan waardevol zijn, maar 50PLUS heeft ook behoefte aan duidelijkheid en rechtszekerheid en wil voorkomen dat experimenten leiden tot willekeur en onbedoeld uitsluiten van oudere mantelzorgers die niet bekend zijn met nieuwe procedures.

Is niet eerst te leren van pilots met duidelijke evaluatiecriteria? Hoe is te borgen dat alle gezinnen, ook met beperkte digitale en administratieve vaardigheden, toegang houden tot hulp? Het onderzoek van Stellaard klinkt als een waardevolle les uit het verleden. In hoeverre worden intergenerationele effecten meegenomen, zoals de rol van grootouders of het feit dat problemen bij jongeren vaak samenhangen met armoede en eenzaamheid onder ouders? Graag ter beoordeling een samenvatting van het onderzoek van Stellaard, zodat deze agenda generaties kan binden. Voorzitter De Jonge informeert of 50PLUS deze vragen aan de commissie stelt of aan het college. 50PLUS stelde deze vragen aan zichzelf. De fractie benadrukt dat jeugdbeleid niet op zichzelf staat. Het raakt het gezin en alle levensfasen. Reactie college Wethouder Keen complimenteert de commissie voor de waardevolle C-discussie. Het onderzoek van mevrouw Stellaard komt uit 2023; dit verhaal wordt op steeds meer plekken verteld. Daarom komt de wethouder pas de laatste tijd in contact met andere gemeenten die dezelfde kant op willen – Amsterdam maar ook in Drenthe – om te sparren en elkaar te helpen. Er zijn nog geen goede voorbeelden, want het verhaal is best ‘vers van de pers’ en het kost tijd de boodschap van Stellaard goed te laten landen.

Fracties gebruiken termen als ‘preventie’, ‘voorliggend veld’, ‘sociale basis’ en ‘pedagogische basis’: allemaal heel brede termen. Maar hoe is de Hervormingsagenda hiermee te laden? Hoe zien de fracties concreet de investeringen op die onderdelen? Graag ook voor de tweede termijn meer scherpte in welke ruimte de raad het college precies wil meegeven in de regelgeving. Tweede termijn Wakker Emmen ziet de Hervormingsagenda als dik pakket aan voorstellen en maatregelen vol niet-concrete beleidsteksten. Dit biedt kansen om eigen beleid te maken en uit te voeren. Het versterkt het beeld van een overgeorganiseerde sector die lastig te doorgronden is. Hierdoor zijn de kinderen bijna niet meer te zien. Minder beschikken is in beginsel positief: minder professionals. Dat is wel onwennig. Bij een echte hulpvraag moet de professionele ondersteuning altijd blijven. Het gezin als basis is voor Wakker Emmen een belangrijk uitgangspunt. Dat beide ouders werken of dat er andere problemen zijn, is niet altijd een keuze en ook niet altijd erg. Sterke gezinnen kunnen veel problemen bij kinderen voorkomen: gezinnen waar twee ouders werken of één (alleenstaande) ouder. Het blijft lastig te rijmen dat indicaties wel lokaal gedaan worden, omdat het de vraag is of dat aansluit bij de intergemeentelijke samenwerking.

Doorvoeren van lokale hervormingen kan tot herhaling van het patroon van vastlopen leiden. Dit vergt meer reflectie en onderzoek, bijvoorbeeld over het lokale jeugdbeleid van de afgelopen jaren. Dat is lastig gezien de urgentie. Wakker Emmen durft dat risico wel aan, maar ontvangt dan wel graag een duidelijke afbakening van de inhoud

14

vooraf met een scherpe planning. Een concreet mooi voorbeeld is de Angelslo Academy. Wakker Emmen ziet meer in initiatieven vanuit de samenleving (lees: het voorveld) dan die vanuit de gemeente worden aangestuurd. Het gaat daarbij om de lichte indicaties. Voor zware hulpvragen moet de gemeente altijd professionals beschikbaar houden. PvdA is blij te horen van de wethouder dat meerdere gemeenten de verbinding met Emmen zoeken, ook elders in Drenthe. Dat sec is al een goed voorbeeld van dat er verder wordt gekeken dan de eigen gemeente. Met meer gemeenten is ook meer te bedenken: dat biedt perspectief. De fractie hangt wel wat aan tegen de drie stellingen qua spanningsveld tussen bezuinigingen en de Hervormingsagenda. Sterke gezinnen goed faciliteren kost gewoon geld. Naast de Angelslo Academy valt ook te denken aan versterking van het onderwijs en wel boven op de parttime schoolmaatschappelijk werker of psycholoog. Als die altijd aanspreekbaar is voor docenten, ontstaat een meer gesloten systeem aan de voorkant. Voorts roept de PvdA B&W op, in gesprek te gaan met de scholen, De Toegang en Sedna, die alle werkzaam zijn in het jeugdveld. Dus bedenk niet alles binnen de gemeente. Voor de hervorming is een lange adem nodig: de gemeente moet de tijd nemen om beleid met wortels te maken waar zij lang op kan voortborduren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=b2ac3f5c-505c-49ab-90b9-f7df4519b2b0