Notulen Openbare Raadsvergadering 29 januari 2026
Tekst van het document
Handelingen van de raad van de gemeente Emmen Jaar 2026
Bijlagenr.
Categorie/agendanr.
Onderwerp __________________________________________________________________________________ Openbare vergadering van de raad van de gemeente Emmen, gehouden op donderdag 29 januari 2026 vanaf 19.30 uur in de raadszaal _______________________________ Voorzitter : de heer H.F. van Oosterhout Waarnemend voorzitter : de heer G.J. Horstman Griffier : de heer S. Engelen Aanwezige raadsleden (30) : de heer G.J. Bijlsma (Wakker Emmen), de heer K. Bosma (Hart voor Emmen), de heer D. Dekker (Wakker Emmen), de heer D.H. van Dijken (CDA), mevrouw R. Gommer-Gelijk (CDA), de heer L.H. Herbers (Wakker Emmen), de heer L. Hoogenberg (Wakker Emmen), de heer G.J. Horstman (PvdA), de heer R.S. de Jong (Hart voor Emmen), de heer H.M. Kasteleijn (50PLUS), de heer M. Katerbarg (Wakker Emmen), mevrouw U.H. Kilinçci (PvdA), de heer M. Klaver (Wakker Emmen), de heer J.H. Koops (D66), de heer M. Kuiper (SP), mevrouw M. Kuipers-Hekhuis (Wakker Emmen), mevrouw A.G. Louwes-Linnemann (PvdA), de heer M. Meijer (VVD), de heer B.J. Mulder (PvdA), de heer D.M. Poelman (Wakker Emmen), de heer R.R. Pruisscher (ChristenUnie), mevrouw A.W. Scheper (VVD), mevrouw V.S.L.R. Spang (PvdA), de heer M.J. Supheert (ChristenUnie), mevrouw A.K. Velzing (Wakker Emmen), de heer R. van der Weide (Wakker Emmen), de heer J.B.W. Wittendorp (CDA), de heer M. Woltman (Wakker Emmen), mevrouw B. van der Woude (GroenLinks), de heer R.
Zuiderveld (PvdA) Afwezige raadsleden (8) : de heer H.A. Bos (Wakker Emmen), mevrouw C.P.M. EsterSchokker (SP), de heer P.M. de Jonge (VVD), de heer M.M. Tuik (CDA), de heer H. van der Velde (Wakker Emmen), de heer A. de Vries (PvdA), de heer D.E. de Vries (Wakker Emmen), de heer R. Woltman (Wakker Emmen), Aanwezige collegeleden (7) : de heer J. Bos, de heer A.J. Jakobs, mevrouw D.S. Keen, de heer H.F. van Oosterhout, de heer G.P. Rink, de heer P.M. Schrik, de heer R. Wanders Afwezige collegeleden (--)
:
---
Gemeentesecretaris
:
mevrouw N. Plantinga
1
A1.
Opening en vaststelling agenda
Opening, welkom en mededelingen De voorzitter: Dames en heren, hartelijk welkom. Ik stel voor om deze raadsvergadering te openen. We hebben een hele lijst met berichten van verhindering – ik lijk de leerplichtambtenaar wel. De heer R. Woltman van Wakker Emmen, de heer Van der Velde van Wakker Emmen, de heer H.A. Bos van Wakker Emmen, de heer D.E. de Vries van Wakker Emmen, de heer Tuik van het CDA, de heer De Jonge van de VVD, mevrouw Ester van de SP en de heer A. de Vries van de Partij van de Arbeid. En we verwachten van diezelfde fractie mevrouw Spang nog en dan ben ik volgens mij compleet. Ja, die is nog aan het flyeren, ja. Vaststelling agenda De voorzitter: Dan gaan wij naar de agenda: die hebt u voor u. Ik heb begrepen dat er twee moties vreemd aan de orde van de dag zijn aangekondigd. Ik geef eerst even het woord aan de heer Bosma en dan een mevrouw Van der Woude. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Wij willen de motie vreemd ‘Zichtbaar toezicht op straat’ vanavond indienen. Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): GroenLinks wil graag een motie indienen betreffende de leegstandsverordening en het onderzoek naar een leegstandsheffing. De voorzitter: Dus twee moties vreemd aan de orde van de dag aangekondigd.
Dus het voorstel is om de motie van Hart voor Emmen rondom zichtbaar toezicht op straat als agendapunt B1, dus na de behandeling van de A-stukken, te behandelen en de motie rond het thema leegstandsverordening vanuit GroenLinks bij agendapunt B2. Kan dat uw goedkeuring wegdragen? Dan gaan we dat zo doen en is daarmee de agenda voor vanavond vastgesteld. A1a.
Verklaring en belofte raadsadviseur de heer D. Bouwman
De voorzitter: Dan komen we bij A1a. We gaan even aan de slag met twee zaken rondom de griffie. Om te beginnen de verklaring en belofte van raadsadviseur, de heer D. Bouwman. Zoals gebruikelijk leggen alle nieuwe medewerkers van de gemeente een eed of belofte af bij hun aanstelling. Dat doen we met alle nieuwe ambtenaren hier in deze zaal. Dat zijn altijd wel heel wat: zo’n beetje twintig, dertig elke maand. Voor raadsadviseurs is dat net even wat anders en dat geldt dus voor de heer Bouwman. Zij werken namelijk in dienst van de raad en hebben een rol tijdens de openbare commissievergaderingen. Dit maakt hun rol uniek en daarmee van groot belang voor het functioneren van u als gemeenteraad. Vandaag verwelkomen we officieel onze raadsadviseur Dennis Bouwman. U hebt hem in de afgelopen periode al in actie kunnen zien tijdens meerdere commissievergadering. Toen was dat nog op tijdelijke basis, maar inmiddels heeft hij de overstap gemaakt naar onze gemeente. Dat lijkt mij een verstandig besluit. Nu is het tijd voor het formele deel van zijn aanstelling en dat is het afleggen van de belofte. Ik verzoek de heer Bouwman naar voren te komen en de anderen om te gaan staan. [Hierna neemt de voorzitter de verklaring en belofte af bij de heer Bouwman, waarna hij is beëdigd als adviseur van de raad van de gemeente Emmen.
Applaus] Gefeliciteerd bij dezen! (…) En wij wensen Dennis alle succes! A1b.
Aanwijzing en installatie plaatsvervangend griffier mevrouw J.T.M. Herder-Idema
De voorzitter: Dan komen we bij A1b, de aanwijzing en installatie van de plaatsvervangend griffier, mevrouw Idema. Ook bij dit agendapunt staan we stil bij een formeel moment voor onze raad. Dat is het afleggen van de verklaring en belofte door onze nieuwe plaatsvervangend griffier, Dorithe Idema.
2
Zij is sinds 2024 in dienst bij de griffie als raadsadviseur en zij kent de raad en haar werkwijze inmiddels goed en andersom is dat ook het geval. Vanuit die vertrouwde positie maakt zij de nu stap naar de functie van plaatsvervangend griffier. Dat betekent dat zij de eerste vervanger van de griffier is en bevoegd is om bij afwezigheid van de griffier besluiten namens de raad te ondertekenen. Daarmee vervult zij een belangrijke rol voor de raad en de griffie. Daarbij is het goed om te vermelden, voor de volledigheid, dat de huidige plaatsvervangend griffier, de heer Te Winkel, tweede plaatsvervanger blijft. En ook voor deze benoeming geldt dat het afleggen van de verklaring en belofte onderdeel is van de aanstelling. Daarom verzoek ik mevrouw Idema naar voren te komen. [Hierna neemt de voorzitter de verklaring en belofte af bij mevrouw Herder-Idema, waarna zij is beëdigd als plaatsvervangend griffier van de raad van de gemeente Emmen. Applaus] Gefeliciteerd! A2.
Rondvraag
De voorzitter: Dan zijn we bij agendapunt A2, de rondvraag. Er zijn drie rondvragen ingediend. Ik begin met mevrouw Van der Woude van GroenLinks, die een vraag heeft ingediend over het Wijkcentrum Emmerhout. Aan u het woord. Wijkcentrum Emmerhout Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): Onlangs heeft GroenLinks de informatieve avond bijgewoond in Emmerhout waar onder meer de enthousiaste en betrokken wijkvereniging vertelde over de Emmerhoutfabriek, namens de aanwezige partijen in de toekomst van de wijk en het wijkcentrum. Want de plannen rondom dit centrum lopen al behoorlijk lang en de bewoners kunnen niet wachten totdat de bouw van start gaat. Nu lijkt het erop dat er weer een onderzoek zal moeten plaatsvinden. U kunt zich voorstellen dat dit tot de nodige frustratie leidt. Onze vraag aan de wethouder: wat is de stand van zaken nu precies rondom de bouw van het Wijkcentrum Emmerhout en klopt het dat u nu weer een onderzoek wilt laten uitvoeren? Reactie college De heer J. Bos (wethouder): Er is een motie van de raad gekomen over een behoefte-onderzoek naar wijkcentra in de Rietlanden en Emmerhout. Daar hebben wij in het najaar een presentatie over gegeven, over de uitkomsten tot op dat moment. En daar zijn door de raad aanvullende vragen gesteld en ook verdiepingsvragen. Die vragen: dat is het onderzoek dat daarna gaande is.
Er zullen op dit moment nog met een extern bureau de laatste verdiepingsvragen uitgezocht moeten worden, maar dat is de stand van zaken. En u spreekt in uw vraag over ‘de bouw van het wijkcentrum’, maar zo ver is het nog niet. We zullen eerst naar de raad moeten en die zal moeten besluiten óf er gebouwd wordt. Maar dit is de stand van zaken en dat is het onderzoek dat gaande is. Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): Een aanvullende vraag: is er redelijk zicht op de termijn hoelang dit onderzoek zal duren en wanneer het een en ander naar de raad komt? De heer J. Bos (wethouder): Daar heb ik op dit moment geen zicht op. Maar ik kan weleens even kijken wat de planning is en dan de raad even daarover informeren. Suïcidepreventiebeleid De heer Pruisscher (ChristenUnie): Op maandag 19 januari zijn de nieuwe suïcidecijfers over 2025 gepresenteerd, waaruit blijkt dat er een daling is onder mensen van middelbare leeftijd, maar een stijgende trend onder jongeren tot dertig jaar en zelfs ook nog meer onder tieners. De Commissie 113 noemde dat terecht ‘zorgwekkend en verontrustend’. In november 2024 hebben wij in de raad een motie aangenomen om daarover met beleid te starten en ons daar ook voor de Kadernota 2026 over te informeren. In november 2025 heb ik bij de behandeling van de Begroting daarnaar geïnformeerd en uit die beantwoording bleek dat er aan gewerkt wordt in
3
samenwerking met de GGD, de GGZ, 113 en alle Drentse gemeenten en dat dat uiterlijk 31 december 2027 moet zijn verankerd in beleid. Voorzitter, als ‘elk leven telt’, is 31 december 2027 wel heel ver weg. Daarom de volgende vragen. 1) Welke stappen worden er gezet – laten we dat een routekaart noemen – om die eind 2027 te realiseren? Dus die sluitende aanpak te hebben? En wanneer worden wij daar als gemeenteraad over geïnformeerd en bij betrokken? 2) Hoe voorkomen we dat die samenwerking met allerlei organisaties niet alleen bestuurlijke drukte is, maar ook echt helpt voor onze inwoners? 3) Welke concrete maatregelen worden er in de tussentijd genomen om suïcide te voorkomen? Dank u wel. Reactie college De heer Wanders (wethouder): Het klopt wat u zegt. U hebt daar bij de Begroting ook navraag naar gedaan, naar de stand van zaken. En inderdaad, de nieuwe cijfers zijn bekend en in Drenthe is er sprake van één suïcide per week gemiddeld genomen. Dat is, zoals u zei, er al één te veel, zeker als je daar maatregelen voor kunt nemen om dat te voorkomen. Zoals u net zelf ook al aangaf: met een aantal organisaties trekken wij nu samen op om daar het plan voor op te stellen. De eerste stap daarin is nu – hoewel er niet heel veel is – om te kijken hoe onze data zijn opgebouwd, ook naar specifieke doelgroepen, zodat je die kunt duiden.
En ondertussen worden er ook andere stappen gezet, natuurlijk. Er wordt nu gewerkt aan het aanstellen van regionale coördinatoren, zodat je de interventies ook met elkaar verder kunt brengen. Bestuurlijke drukte willen wij – gelooft u mij – om allerlei reden vermijden. En daarom kiezen we ook echt wel voor de praktische aanpak en sluiten we op dit moment ook aan, om nu al wat te doen, bij het landelijke 113-actieprogramma. Daar is een aantal lijnen is, zoals voor het trainen van professionals, het proberen met vroegsignalering te komen, het voorkomen van toegang tot dodelijke middelen. Dat hebben we onlangs ook gezien: dat laatste is ook een hot item. Dus wij laten daarin zeker geen maatregelen na die we nu al kunnen nemen. Tegelijkertijd moeten we dat wel verder opbouwen in het hele Drentse ‘samen’. We volgen daarbij het EAAD-model, de European Alliance Against Depression. Tegelijkertijd: hoe wordt u daarbij betrokken? Dat puzzelde mij ook.
Want inderdaad, 31 december 2027 is een eind weg en ik kan mij voorstellen dat ik – wij doen dit in GGD-verband – ook eens bij de GGD ga vragen of we dat ook niet in een wat grotere setting met andere raden die er ook in geïnteresseerd zijn, eens mee kunnen nemen binnenkort – in ieder geval vóór de Kadernota, voor de zomer – in waar we staan, welke stappen er moeten worden gezet, welke er zij gezet, zodat we er ook allemaal gevoel bij krijgen dat we ermee aan het werk zijn. En ook wat concreet kunnen doen. Nogmaals, wat ik zei: ondertussen laten wij niet na, bij gesprekken over vroegsignalering en misschien bij eenzaamheid, om te kijken of we daar in de preventieve sfeer iets kunnen. Maar dat werkt misschien voor mensen die zich bij ons melden. Van jongeren – dat zei u al – willen we ook die signalen herkennen en ja, dan heb je wel wat signalen en data nodig om te kijken waar dat nou uit blijkt. We kunnen ook zeggen dat dat zich gelukkig niet heel hard opbouwt, maar tegelijkertijd zit er misschien wel een aantal herkenbare dingen in waar we wat van kunnen leren. De heer Pruisscher (ChristenUnie): Ja, voorzitter, allereerst dank.
Zou de wethouder ook iets meer concreet richting kunnen geven in dat tijdpad naar eind 2027 toe? Ook als we met de GGD dat soort trajecten samen ontwikkelen: wat voor piketpalen kunnen we daarin verwachten? De heer Wanders (wethouder): Nou, net wat ik zei: het eerste wat we nu doen, is proberen die data op te bouwen en dat straks monitoren. Tegelijkertijd werken we nu met die regionale coördinatoren, zodat je ook een aantal van die programmalijnen uit kunt werken. Ik heb het hier ook staan: wij sluiten ons ook aan bij de European Alliance Against Depression. Wij proberen een begin te maken met trainen van die professionals. Ik heb daar geen exacte data voor of echt stappen en doorlooptijden voor. Vandaar dat ik ook graag met de GGD verder dat wil uitwerken en u daar meteen in mee wil nemen, zodat u weet welke stappen we daarin zetten. De voorzitter: Oké, dank u wel. De volgende vraag behoort tot de portefeuille van de burgemeester, dus ik draag het voorzitterschap over aan de vicevoorzitter.
4
De wnd. voorzitter: Bedankt. Dan wil ik graag de heer Bosma de gelegenheid geven om zijn vraag te stellen. Bevoegdheden van boa’s in winkelcentrum De Weiert, Emmen De heer Bosma (Hart voor Emmen): Op 21 januari 2026 heeft de gemeente Emmen winkeliers in het overdekte centrum De Weiert een brief gestuurd waarin wordt aangegeven dat de buitengewoon opsporingsambtenaren, de boa’s, binnen winkelcentrum De Weiert geen handhavingsbevoegdheden hebben. Dit omdat het winkelcentrum privaat eigendom is. Tevens wordt gesteld dat de aanwezigheid van boa’s daar niet structureel is en geen onderdeel vormt van de handhavingstaak. Naar aanleiding van deze brief heeft onze fractie de volgende vragen aan de burgemeester.
1) Deelt u de opvatting dat hiermee feitelijk wordt bevestigd dat in winkelcentrum De Weiert sprake is van een handhavingsvrij gebied, ondanks structurele meldingen van overlast en onveiligheid? En zo nee, hoe waarborgt u dan de openbare orde en veiligheid in dit gebied? 2) Welke concrete verantwoordelijkheid neemt u als burgemeester voor de openbare orde en veiligheid in en rond De Weiert, nu de gemeente zelf aangeeft dat boa’s binnen het winkelcentrum geen bevoegdheden hebben en het toezicht volledig bij private partijen ligt? 3) Bent u bereid te onderzoeken welke juridische of bestuurlijke mogelijkheden er zijn om structurele en effectieve handhaving in winkelcentrum De Weiert alsnog mogelijk te maken, bijvoorbeeld via aanvullende afspraken, aanwijzing als openbare ruimte of een andere vorm van publiek toezicht? En zo nee, waarom niet? Tot zover. Reactie college De heer Van Oosterhout (burgemeester): Even in de volle breedte. Er waren nogal wat signalen als het gaat om aanhoudende overlast in en rond het gehele centrum. We hebben de hele club maar eens even rond de tafel gezet. Dat geldt voor ondernemersvereniging Vlinderstad, Koninklijke Horeca Nederland, de ondernemers, de vastgoedeigenaren en ook waar uw vraag op doelt: de beheerder van het overdekte winkelcentrum De Weiert.
In die gesprekken hebben we het gehad over de recent gestuurd brandbrief, die hier eerder aan de orde was. We hebben het gehad over de ervaren overlast, de zorgen bij ondernemers en over de onduidelijkheid over de inzet en bevoegdheden van boa’s in het overdekte winkelcentrum hebben we gesproken. Inderdaad, die brief die gestuurd was, was niet helemaal helder – laat dat ook duidelijk zijn. Die sloot onvoldoende aan bij de actuele situatie en heeft onbedoeld de nadruk gelegd op wat er níét mogelijk is. Dat is richting betrokkenen gecorrigeerd. Vandaag nog hebben we alle ondernemers in winkelcentrum De Weiert daar ook rechtstreeks over geïnformeerd. Concreet betekent dit dat we hebben aangegeven dat het winkelcentrum De Weiert gewoon behoort tot het werkgebied van de boa’s, met als doel bijdragen aan een veilige en prettige omgeving voor ondernemers, bezoekers en omwonenden. Vervolgens hebben we daar ook nog weer een aparte overlegstructuur over opgezet om daar goed de vinger bij aan de pols te houden. Dat geldt zowel voor De Weiert als voor het oude centrum. Kortom, we proberen de onderlinge communicatie wat te versterken, we proberen de signalen snel te delen, korte lijntjes en het gezamenlijk oppakken van eventuele knelpunten. En dat is niet alleen voor het oude centrum, maar dat geldt evengoed voor winkelcentrum De Weiert.
Dus de brief gaf wat onduidelijkheid, maar volgens mij hebben wij dat nu gecorrigeerd en de boa’s kunnen gewoon optreden in winkelcentrum De Weiert. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Ja, ik had nog één vervolgvraag. Hoe zit het dan bij andere winkelcentra, zoals bijvoorbeeld het overdekte winkelcentrum in Angelslo? Geldt daar hetzelfde? De heer Van Oosterhout (burgemeester): Daar geldt hetzelfde. De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Toch even een aanvullende vraag. Want als ik het goed hoor, stond in de brief dat de boa’s niet bevoegd zijn en dat is gecorrigeerd naar ‘wel bevoegd’. Maar dan ben ik wel benieuwd waar die discrepantie vandaan komt. Want dat moet toch van tevoren toch vrij duidelijk zijn? Het is toch echt wel een 180-gradendraai, dus ik ben wel benieuwd waar dat vandaan komt.
5
De heer Van Oosterhout (burgemeester): Ik zou haast zeggen: ik weet dat niet, ik zag die brief ook voorbijkomen. Volgens mij was de brief onjuist en dat hebben we nu gecorrigeerd. De wnd. voorzitter: Oké, bedankt. Dan draag ik het voorzitterschap weer over aan de burgemeester. De voorzitter: Dan komen we nu bij de A-stukken. A3.
Notulen openbare raadsvergadering van 18 december 2025
De notulen van de openbare raadsvergadering van 18 december 2025 worden ongewijzigd vastgesteld. A4.
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Emmen – Emmen, Oude Roswinkelerweg’
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt het onder nummer A4 vermelde raadsvoorstel met algemene stemmen aangenomen. A5.
Voordracht tot benoeming lid van de Raad van Toezicht Aurelia Onderwijs
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt het onder nummer A5 vermelde raadsvoorstel met algemene stemmen aangenomen. A6.
Opvang Oekraïense ontheemden in het pand Nieuw Amsterdamsestraat 40 te Emmen
De heer Bosma (Hart voor Emmen): Wij zullen tegen dit voorstel stemmen, want onze partij is tegen grootschalige opvang en vindt het voorstel financieel onzeker. Het is onduidelijk hoelang de oorlog in Oekraïne nog duurt en daarmee ook hoelang deze opvang nodig blijft, terwijl de financiële verplichtingen voor meerdere jaren vastliggen. En dat risico vinden wij onverantwoord. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt het onder nummer A6 vermelde raadsvoorstel aangenomen, waarbij de fractie van Hart voor Emmen wordt geacht tegen te hebben gestemd. A7.
Nieuwbouw Handelsweg
De heer Bosma (Hart voor Emmen): Ook hier zullen wij tegen stemmen, omdat volgens ons bij de nieuwbouw bewust gekozen is voor circulair bouwen. Daardoor lopen de kosten zeker 10 procent hoger op en wij vinden het onacceptabel dat deze kosten worden neergelegd bij de inwoners van onze gemeente. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt het onder nummer A7 vermelde raadsvoorstel aangenomen, waarbij de fractie van Hart voor Emmen wordt geacht tegen te hebben gestemd. A8.
Algemene subsidieverordening gemeente Emmen 2026
De heer Meijer (VVD): Wij hadden dit eerst als B-stuk gelaten. Nadat we een toevoeging van de wethouder hebben gekregen, zijn wij hiermee akkoord als A-stuk en is het zo gegaan. Wij zijn altijd een beetje kritisch op subsidies, maar het is goed zo. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt het onder nummer A8 vermelde raadsvoorstel met algemene stemmen aangenomen, met inachtneming van de stemverklaring van de fractie van de VVD.
6
De voorzitter: Dan zijn we toe aan agendapunt B1, ik draag het voorzitterschap weer over aan de vicevoorzitter. B1.
Motie vreemd aan de orde van de dag ‘Zichtbaar toezicht op straat’ (ingediend door de fractie van Hart voor Emmen)
De wnd. voorzitter: Bedankt. Dat is de motie ‘Zichtbaar toezicht op straat’, in te dienen door Hart voor Emmen en ik wil graag de heer Bosma de gelegenheid geven, als eerste het woord te geven. Dit doen we in twee termijn, zoals gebruikelijk is. Aan u het woord. Eerste termijn De heer Bosma (Hart voor Emmen): In het centrum van Emmen is al langere tijd sprake van structurele overlast. Ondernemers, personeel en bezoekers hebben te maken met winkeldiefstal, intimidatie en een toenemend gevoel van onveiligheid. Tegelijkertijd moeten we vaststellen dat politie en boa’s te weinig capaciteit hebben om hier voortdurend en zichtbaar te zijn. Voorzitter, Emmen staat hierin niet alleen. In veel gemeenten in Nederland speelt dezelfde situatie. Juist daarom werken inwoners daar al samen aan veiligheid via buurtpreventie en buurtwachten en dit vaak als vrijwilligersteams. Gemeenten zoals Almere, Tilburg en Wijchen zetten dit in als aanvulling op de handhaving, maar niet als vervanging daarvan. En voorzitter, laat één misverstand meteen duidelijk zijn. Deze vrijwilligers nemen geen handhavende taken over, ze signaleren onveilige situaties en overlast en melden dit bij de politie, boa’s of de gemeente. Handhaving blijft volledig bij de bevoegde instanties. Voorzitter, volgens ons is één ding effectief bewezen, namelijk zichtbaar toezicht.
Herkenbare kleding zoals een hesje of een jasje heeft een duidelijke preventieve werking. Het schrikt af en geeft bewoners en ondernemers een veilig gevoel. In de praktijk zien we dat overlast vaak al afneemt, zodra duidelijk is dat er wordt opgelet. Voorzitter, dit is goed en verantwoord te organiseren. Vrijwillige burgerparticipatieteams werken onder regie van de gemeente, met duidelijke afspraken en instructies en de gemeente zorgt voor een goede begeleiding. Voorzitter, wij laten hiermee zien dat we de inwoners en ondernemers serieus nemen in plaats van toe te kijken terwijl het onveiligheidsgevoel verder groeit.
En daarom vragen we het college niet om morgen iets in te voeren, maar om dit zorgvuldig te onderzoeken en met concrete, uitvoerbare voorstellen naar de raad terug te komen, zoals vastgelegd in deze motie: Motie vreemd aan de orde van de dag ‘Zichtbaar toezicht op straat’ (ingediend door de fractie van Hart voor Emmen) ‘De raad van de gemeente Emmen, in vergadering bijeen op 29 januari 2026, Constaterende dat • het centrum van Emmen al geruime tijd kampt met ernstige en structurele overlast; • winkeldiefstal, intimidatie en een toenemend gevoel van onveiligheid aan de orde van de dag zijn; • ondernemers en winkelpersoneel structureel melding maken van doelgerichte overlast en criminaliteit; • politie en boa’s onvoldoende capaciteit hebben om deze problematiek structureel en zichtbaar aan te pakken; • extra camera’s, aanvullende regels en bestuurlijke maatregelen tot op heden onvoldoende effect hebben gehad; Overwegende dat • zichtbaar toezicht in de openbare ruimte een van de meest effectieve middelen is om overlast en criminaliteit te ontmoedigen; • inwoners van Emmen bereid zijn zich op vrijwillige basis in te zetten voor de veiligheid en leefbaarheid van hun stad; • niets doen geen optie meer is en het vertrouwen van inwoners en ondernemers onder druk staat;
7
Draagt het college op om: • te onderzoeken of een vrijwillig burgerparticipatieteam kan worden ingezet in (delen van) het centrum van Emmen; • daarbij concrete uitvoeringsopties, juridische randvoorwaarden en een helder evaluatiekader uit te werken; • dit onderzoek binnen vier maanden uit te voeren en de uitkomsten te verwerken in een raadsvoorstel dat aan de gemeenteraad wordt voorgelegd; En gaat over tot de orde van de dag.’ De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Hart voor Emmen roept in deze motie op om te onderzoeken of er een vrijwillig burgerparticipatieteam kan worden ingezet in in ieder geval delen van het centrum van Emmen. Wakker Emmen kan daar eigenlijk heel kort en duidelijk over zijn: dat vinden wij geen goed idee. Ik zal het ook nog even iets verder toelichten. Wij zijn absoluut voorstander van meer veiligheid op straat, daarom zijn wij ook blij met de uitbreiding van het aantal boa’s. Maar wij moeten niet willen dat inwoners in teams toezicht gaan houden in de openbare ruimte. Niet alleen juridisch roept dit heel veel vragen op, maar ook praktisch.
Een aantal werd wel net iets meer ingevuld door de heer Bosma, maar ja, de vraag is wel: wie gaat deze mensen dan opleiden? Welke bevoegdheden krijgen zij precies? Is dat alleen toezichthouden? Maar ook: wat voor inwoners trek je hiermee aan? Bestaat niet het risico dat juist mensen die je liever niet in een toezichthoudende rol ziet, zich hiervoor aanmelden? En misschien wel de belangrijkste vraag, voorzitter: wie is er verantwoordelijk als er iets misgaat? Kortom, Wakker Emmen is altijd bereid om te praten over maatregelen om de veiligheid te verbeteren. Dat hebben we de afgelopen jaren ook gedaan: de moties over de wapenstok, het veiligheidsrisicogebied, de uitbreiding van de boa’s en steun voor extra cameratoezicht. Maar dit voorstel is wat ons betreft onvoldoende doordacht en ook gewoon praktisch niet haalbaar. Tot zover. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Hoe verklaart meneer Katerbarg dat dit in andere gemeenten wél werkt? De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Nou, het is niet uit te sluiten dat het wel werkt. Alleen, wij zien heel veel risico’s. Als je inwoners een dergelijke toezichthoudende rol gaat geven, ja, wat voor mensen trek je daarvoor aan? En wie gaat ze begeleiden? Wat voor bevoegdheden krijgen ze precies? De heer Bosma (Hart voor Emmen): Ja, maar de kans bestaat natuurlijk ook dat als we zoiets niet gaan doen, de mensen het zelf gaan doen.
Dus ik denk dat, met de regie van de gemeente, we juist de veilige weg kiezen. Er is ontzettend veel onvrede onder de ondernemers in Emmen en deze motie is ook tot stand gekomen mét winkeliers uit het centrum, die ook voornemens hebben om misschien zelf een burgerwacht op te richten. En we vragen ook naar een onderzoek van het college. Ik bedoel, ga eens in contact met de betreffende gemeenten waar het wél goed werkt. Volgens mij is het een aanvulling op het bestaande beleid. De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Ja, uit die vraag zou ik twee dingen willen halen. Allereerst, de gemeente is verantwoordelijk als het gaat om veiligheid. Daarom hebben we ook gemeentelijke handhavers en volgens mij moeten wij die daarvoor inzetten. En ik hoor de heer Bosma zeggen dat er ook winkeliers hiervoor zijn, maar is dat dan de winkeliersvereniging? Is dat Koninklijke Horeca Nederland? Of waren dat individuele winkeliers? Ja, ik weet niet of ik een vraag terug mag stellen, maar die vraag zou ik dan toch willen stellen dan. De wnd. voorzitter: Dan mag u, maar wel voor de laatste keer een reactie van de heer Bosma. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Ja, ik vind het jammer dat Wakker Emmen hier niet in meegaat. Ik kan alleen zeggen: het waren winkeliers die ons erop aangesproken hebben, geen winkeliersvereniging.
8
De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Nou ja, een laatste opmerking. Het staat winkeliers natuurlijk vrij om hun eigen winkel te beschermen. Dus, ja... De heer Mulder (PvdA): Ik herhaal de woorden die ik in december uitsprak. Toen begon ik met een citaat uit het hoofdredactioneel commentaar in het Dagblad van het Noorden. Ik citeer het nog maar een keer: ‘In maart zijn er nieuwe gemeenteraadsverkiezingen en het is zorgelijk als deze in Emmen volledig om de veiligheid gaan draaien. Het thema verdient aandacht, maar het moet niet de agenda gaan domineren.’ Ja, het feit dat ik nu weer het woord voer over dit thema, zegt in elk geval dat het een repeterend thema is, waarmee we beslist niet ontkennen dat ondernemers in Emmen geconfronteerd worden met zaken die het daglicht niet verdragen. Maar ons standpunt is niet veranderd: onze fractie ziet geen samenleving, geen Emmen voor zich waar we met ‘burgerparticipatieteams’, met burgers dus, toezicht gaan houden in het veiligheidsdomein. Zichtbaar door middel van herkenbare kenmerken: je zit al snel in een discussie over het mandaat, de bevoegdheden als we zulke mensen of zulke teams hebben. Dat is het domein van de politie en opgeleide handhavers en wat ons betreft blijft dat zo. Bovendien, in december spraken we als raad over het Integraal Veiligheidsplan.
In dat kader zijn er mede als resultaat van moties extra maatregelen ingesteld en de raad is beloofd dat zij regelmatig meegenomen wordt in monitoring van het effect van deze maatregelen. Dat was in december en niet een jaar of twee jaar geleden, maar december jongstleden. En vier weken later dan nog roepen dat deze maatregelen onvoldoende effect hebben, lijkt ons wat prematuur. Kortom, voorzitter, wij zullen ook deze motie niet steunen. De heer Wittendorp (CDA): Ik wil beginnen met de titel van deze motie vreemd aan de orde van de dag. Die spreekt ons wel erg heel aan: ‘Zichtbaar toezicht op straat’. Einde citaat. Ik wil nog graag iets citeren, dat is de eerste overweging: die spreekt ons eigenlijk ook wel heel erg aan – en ik citeer weer: ‘Zichtbaar toezicht in de openbare ruimte is een van de meest effectieve middelen om overlast en criminaliteit te ontmoedigen.’ Einde citaat. Ja, voorzitter, blijkbaar is de verkiezingstijd begonnen en daarom dank aan Hart voor Emmen voor de mogelijkheid dat ik hier nu ook vier minuten heb om gewoon te citeren uit ons verkiezingsprogramma. Dus dat ga ik dan nu ook maar even doen. Ik citeer: ‘Veiligheid is na wonen misschien wel het belangrijkste thema voor veel inwoners van de gemeente Emmen. En hoewel het CDA heeft aangegeven dat de geweldscriminaliteit al jaren daalt, daalt toch het gevoel van onveiligheid.
Als incidenten elkaar snel opvolgen, doet dat wat met ons. We zien een verhuftering en verharding van de samenleving. Meer agressie, meer rotzooi en minder omgangsvormen. Meer individualisme en meer ‘ieder voor zich’. En dat is niet waar we naartoe moeten. Het CDA kiest voor een fatsoenlijke samenleving. En lokale handhaving blijft belangrijk om onze gemeente veilig en leefbaar te houden. De wijkagent moet zichtbaar en bereikbaar zijn. We willen meer blauw op straat. Dus aanwezig in wijken, dorpen en bij scholen.’ Einde citaat. En voorzitter, dat is ook wat wij willen. We willen meer blauw op straat en dat in de vorm van politie, boa’s of beveiligingsbedrijven – niet meer. Tot zover, voorzitter. De heer Meijer (VVD): In aansluiting op wat de vorige partijen hebben gezegd, onder andere Wakker Emmen inderdaad: we hebben het de laatste tijd vaak gehad over veiligheid. Meneer Mulder gaf het ook al aan: we hebben inderdaad gepleit voor extra boa’s, die gelukkig nu overal mogen komen. We hebben gepleit voor inderdaad meer blauw op straat, beter opgeleid. Dat zijn de taken die die mensen moeten doen en die moet je niet overlaten aan burgerparticipatieteams of burgerwachten. Dat is niet hun taak om te doen. Wij begrijpen wel de zorgen van ondernemers. En als ondernemers elkaar helpen middels hun groepsapp of als er bijvoorbeeld een aanhouding is, dat je elkaar dan helpt.
Dat snappen we. Maar voor de rest ligt die taak puur bij de politie of bij de boa’s en niet bij burgerwachten. De heer Kuiper (SP): Ja, ook wij kunnen ons aansluiten bij de vorige sprekers. Wij vinden ook dat dit te veel op een burgerwacht lijkt. Wij vinden ook dat het gezag gewoon moet blijven bij de politie en de boa’s. Die mensen zijn hiervoor opgeleid en zijn hier bevoegd voor. Wij hebben ook onze zorgen
9
wel over de toenemende criminaliteit in het centrum van Emmen, maar niet op deze manier. Het geeft ons een beetje een rare nasmaak, als we hierover gaan nadenken. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Ja, er wordt gezegd dat dit niet de manier is. Heeft meneer Kuiper een beter idee dan? De heer Kuiper (SP): Ja, meer blauw op straat: dat lijkt me een heel goed plan. Er komen meer boa’s. En ik vind niet dat burgers zich moeten aankleden met hesjes en dan rond moeten lopen. Vaak lopen dingen uit de hand, dan krijg je rare situaties. Dat moeten we niet willen. Je ziet het ook al in Amerika met ICE. Dat is dan ook weer zo’n soort organisatie. De maatschappij verhardt al zo en nee, dit lijkt ons geen goed plan. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Nou ja, de vergelijking met ICE slaat natuurlijk helemaal nergens op, lijkt mij. Alleen, weet u? Elke keer worden de ondernemers de dupe van criminaliteit. Ik wil nogmaals zeggen dat het geen extra bevoegdheid is ten opzichte van een normale burger. Een normale burger kan ook met twee of drie mensen door het centrum lopen. Alleen, het heeft aan afschrikwekkend effect. Dat is de inzet, niets meer. Zij mogen niets meer doen dan een normale burger. De heer Kuiper (SP): Ja, wij blijven toch tegen en wij vinden niet dat burgers met hesjes rond moeten lopen in het centrum. Dat lijkt ons geen goed plan. Laat het gewoon aan de politie over en aan de boa’s.
Dat zijn mensen die ervoor geleerd hebben en die bevoegd hiervoor zijn. De wnd. voorzitter: Bedankt. Dan ga ik naar de ChristenUnie, dus niet naar D66. Maar naar de ChristenUnie, de heer Supheert. Aan u het woord. (…) Er wordt hier gezegd: ‘U bent altijd hierna.’ Maar volgens mij kondigde u hem net al aan en ik had de vraag niet gezien, dus dat was de reden. De heer Supheert (ChristenUnie): Ja, voorzitter, ik was nog niet overgestapt naar D66. Dat had ik ook niet in de planning, overigens. Nee. Dank aan Hart voor Emmen voor de motie, die wat mij betreft de urgentie schetst die er is op het dossier veiligheid. Wij zien ook dat er actie nodig is op veiligheid en we hebben daartoe dan ook afgelopen maand een amendement ingediend samen met een x aantal partijen in deze raad op het Integraal Veiligheidsplan. De ChristenUnie vindt het belangrijk om dit proces in gang te laten gaan, zonder dat wij er als raad vooraf te veel van inkleuren. Om dan toch even op de inhoud te reageren. Een burgerparticipatieteam, een hele mondvol, moet je wat ons betreft gewoon niet willen. Dit heeft vooral te maken met beperkte bevoegdheden die zo’n groepering zal hebben, maar ook zeker met de risico’s die eraan verbonden zijn. Tot zover. De heer Koops (D66): Het aanpakken van de overlast in het centrum van Emmen en rond het stationsgebied is belangrijk.
Dat beaam ik niet alleen als gemeenteraadslid, maar, zoals ik wel vaker zeg, ook als inwoner van het stationsgebied. En een nog persoonlijker noot: ook als medewerker van de IND in Ter Apel, waar ik mij beroepmatig elke dag bezighoud met overlast. Het is om die reden dat wij ook veel voorstellen hebben gesteund, bijvoorbeeld rondom het instellen van het veiligheidsrisicogebied. En wij zijn blij en dankbaar dat er op ons aangeven inmiddels ook een gebiedsproces in het stationsgebied is gestart rond veiligheid, waardoor er onlangs bijvoorbeeld een schouw heeft plaatsgevonden met omwonenden en ondernemers. We willen het ook blijven herhalen: de meeste voorstellen die tot op heden passeren, zijn vooral pleisters. Camera’s, de wapenstok en preventief fouilleren zijn geen manieren om een gebied veiliger te maken, maar manieren waarop je omgaat met onveiligheid. Om daadwerkelijk de overlast in het centrum en het stationsgebied te verkleinen, zijn ingrijpende maatregelen nodig en een andere bestuurlijke inzet. Door een eerlijke spreiding van overlastgevende asielzoekers over het land, het sneller overgaan tot inbewaringstelling van deze groep en door kritisch te kijken naar de inrichting van het stationsgebied, kan veel onveiligheid wat ons betreft snel worden weggenomen.
10
En laat ik dan heel duidelijk zijn: het inzetten van een burgerwacht, zoals Hart voor Emmen met deze motie voorstelt, vinden wij een bijzonder slecht idee. Het zal het centrum ook zeker niet veiliger maken. Het is ondermijnend, de motie is slecht gestoeld, het kan leiden tot eigenrichting en we begrijpen ook echt niet dat een partij die zegt te staan voor stabiliteit en verantwoord bestuur, met een dergelijk voorstel komt. Als je de krant wilt halen met een dergelijke motie zo vlak voor de verkiezingen, dan had ik zelf daar een verstandiger voorstel voor verwacht. Tot zover. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Ja, dat is totale onzin waar het nu weer over gaat. Maar meneer Koops gaat eraan voorbij dat ik hier onderzoek naar heb gedaan. Er zijn verschillende gemeenten in Nederland waar dit wél gebeurt en daar gaat het wél goed. Waarom zou het in Emmen dan niet kunnen? De heer Koops (D66): Ja, voorzitter, ik ben erg benieuwd naar die voorbeelden. Ik ken ze zelf niet en wellicht kan ik de heer Bosma voor de volgende keer meegeven dat het goed is om die voorbeelden dan ook op te nemen in de motie, zodat wij het ook kunnen voorbereiden en ter overweging kunnen nemen. Want zo’n opmerking, daar heb ik eerlijk gezegd niet veel aan. De heer Bosma (Hart voor Emmen): Ja, en ik heb niet veel aan die opmerking van meneer Koops.
Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): Ja, voorzitter, ik kan kort zijn. Voor ons is een buurt- of een burgerparticipatieteam niet gewenst. Voor ons is er onvoldoende overtuigend bewijs van de meerwaarde, ondanks dat de heer Bosma aangeeft dat het in een aantal gemeenten wellicht wél kan werken. Ik heb ook genoeg incidenten in de krant gezien dat het instellen van buurtwachten of het hebben van buurtwachten een heel andere effect heeft en juist escalerend werkt, in plaats van dat het de zaken sust en het de veiligheid verhoogt. Dus wat ons betreft geen steun voor deze motie. De heer Kasteleijn (50PLUS): Als een oudere ’s avonds niet meer over straat durft, dan is dat natuurlijk een heel verkeerd signaal. Tegelijkertijd, als we praten, zoals nu, over een burgerparticipatieteam – een mondvol – dan denk ik: dan krijg je toch ook als een burger daar die drie mensen ziet lopen, een heel ander verwachtingspatroon? En dat lijkt me voor de duidelijkheid binnen het gebied helemaal geen goede zaak. Dus ondanks dat wij wel die angst en die onveiligheid bemerken in het centrum van Emmen, gaan wij toch niet met deze motie mee. Wel zou ik aan de burgemeester nog het volgende willen vragen. Kunt u ook dit uitleggen: er schijnen verschillende gradaties te zijn van boa’s. Welke boa’s mogen we nou hier inzetten? Daar graag even een verhelderende uitleg over.
Reactie college De heer Van Oosterhout (burgemeester): Laat duidelijk zijn: volgens mij zijn we het er allemaal over eens dat het op dit moment onrustig is in Emmen-centrum. Daar hebben we nu in een aantal verschillende sessies ook over gesproken en daar heeft ook een heel aantal maatregelen al plaatsgevonden, onder andere de instelling van een veiligheidsrisicogebied, de uitbreiding van het aantal boa’s – en zo kan ik nog wel een aantal zaken noemen. Daar zijn we het denk ik wel over eens. U stelde, meneer Bosma, aan een van de raadsleden de vraag: hebt u een beter idee? Nou, het betere idee begint met de voorzet die meneer Koops gaf – dat had ik ook al wel aangekondigd: het overleg met het COA. Want laat duidelijk zijn: op het moment dat er honderden mensen zijn – laten we ze maar even noemen ‘kansloze’ asielzoekers, daar zijn verschillende benamingen voor – dan blijft het toch wel heel ingewikkeld om aan de achterkant in die zin achter elkaar meer politie, meer handhavers en alles wat daarmee samenhangt, te doen. Dus kortom, de burgemeester van Westerwolde, de heer Velema, en ik hebben overleg gevoerd met de directie van het COA. Dat vond deze week plaats. En de waarnemend directeur van het COA heeft ons toegezegd dat het COA vóór 1 maart een substantiële verlaging van het aantal veiligelanders wil realiseren. Op dit moment zitten we rond de vier- à vijfhonderd.
Dat betekent dat het aantal aanzienlijk kleiner zal worden. En er ligt volgens mij een direct verband tussen het hoge aantal kansarme
11
asielzoekers en het aantal incidenten in het centrum. Dat laatste aantal zal nooit nul zijn, maar die hoogte zoals nu is nog maar zeer de vraag. De vraag is meteen – en dat zeg ik maar even in alle eerlijkheid aan deze tafel, omdat ik het ook rechtstreeks tegen de waarnemend COA-directeur heb gezegd: we moeten het dus altijd eerst zien en dan geloven. Dat is best ingewikkeld in deze tijd, dat uitplaatsen van kansloze asielzoekers. Maar hij heeft het ons beloofd en het COA doet op dit moment serieus een poging om links en rechts in den lande de kansarme asielzoekers een plekje te geven. En dat heet in die zin ook gewoon de uitvoering van de Spreidingswet en die Spreidingswet ligt er. Dat is één. Daarnaast hebben we met het Ministerie van Asiel en Migratie – dat sluit een beetje aan bij de vraag vanuit 50PLUS – gekeken welk type handhavingsarrangement daar nu bij hoort. Even los van het feit dat er vier extra boa’s zijn toegezegd, maar vanuit het Ministerie van Asiel en Migratie – een beetje naar analogie van datgene wat er in Budel gebeurt – zijn er nog wel meer mogelijkheden met een soort team eromheen, waarin we de handhaving uitdrukkelijk kunnen uitbreiden. We hebben begin van deze week overleg gevoerd met het Ministerie van Asiel en Migratie en dat begint volgende week.
Dat betekent dat we dus vaart willen zetten achter de uitbreiding van handhavingsarrangementen met wat verschillende soorten boa’s, met ook wel wat ideeën hierover vanuit het Ministerie van Asiel en Migratie. Geld is daarbij niet het eerste probleem, het is vooral even de beschikbaarheid van mensen. En het laatste – dat kwam hier ook al langs – even los van het feit wat ik daarstraks zei over het overleg met ondernemers. We hebben voor de tweede keer een schouw gehouden met de omwonenden en de ondernemers in het stationsgebied en dat leidt op de korte termijn tot een aantal wat materiële maatregelen. Dan kunt u denken aan betere verlichting, het weghalen van bosjes et cetera, zodat het stationsgebied wat overzichtelijker wordt. In de kern is er met name die toezegging vanuit de directeur van het COA dat we op weg gaan naar minder kansarme asielzoekers. Daar zullen we goed de vinger aan de pols houden en wij hebben goede hoop dat dat voor 1 maart in ieder geval resulteert in daling van het aantal kansarme asielzoekers en daarmee ook van het aantal incidenten. Laatste opmerking, voorzitter, als ik even mag. Ook de burgemeester is niet zo’n fan burgerwachten. Ik hoef niet eens andere voorbeelden uit den lande, we hebben een voorbeeld vrij dichtbij. U kunt zich herinneren dat vorig jaar ook in Nieuw-Weerdinge een dergelijke beweging ontstond.
Laat duidelijk zijn dat daar in Nieuw-Weerdinge ook wat verschillend over gedacht wordt. En laat duidelijk zijn dat dat ook een aantal nare effecten heeft. Overigens, dat was ook in werking in Ter Apel zelf en dat heeft daar ook geleid tot een veroordeling van een van de inwoners van Nieuw-Weerdinge. In die zin lijkt de grens tussen wat je mag doen als burger en wat je niet mag doen als burger, heel simpel, maar in een wat hectische situatie is dat niet heel helder. We hebben daar toen over gesproken met de mensen in Nieuw-Weerdinge en op dit moment hebben ze er ook geen animo meer voor om dat nog een keer in te voeren. Laat staan dat we het idee hebben dat we iets soortgelijks gaan doen in het centrum van Emmen. Kortom, volgens mij hebben we een aantal maatregelen nu voldoende in gang gezet qua handhaving. Ik heb in die zin vooralsnog maar het vertrouwen in de toezegging van de directeur van het COA. En het college voelt eigenlijk heel weinig voor het voorstel vanuit Hart voor Emmen. De wnd. voorzitter: Goed. Er is ook een aantal dingen net door de burgemeester benoemd. Ik stel voor dat de heer Bosma wat mij betreft daar één keer op reageren. Want het is natuurlijk de bedoeling van deze motie dat wij onderling hierover praten wat we ervan vinden, om elkaar eventueel te overtuigen.
Maar er is wat informatie geweest en ik verzoek anderen, als die nog een vraag hebben, om die dan even in de tweede termijn eventueel te stellen. Kan iedereen zich daarin vinden? Ja? De heer Bosma. De heer Bosma (Hart voor Emmen): De burgemeester refereert aan de burgerwacht van NieuwWeerdinge en Ter Apel. Maar dat zijn juist burgerwachten die zonder samenwerking met de gemeente zijn opgericht. Dit gaat over burgerwachten die onder de verantwoordelijkheid van de gemeente vallen en dat is denk ik een heel andere zaak. De heer Van Oosterhout (burgemeester): Ja, u zegt het: ‘De burgemeester heeft de verantwoordelijkheid.’ Ik heb een verantwoordelijkheid in de richting van de politie, ik heb een
12
verantwoordelijkheid richting boa’s. Maar ik voel er eigenlijk weinig voor om een team inwoners aan te sturen op het terrein van openbare orde en veiligheid. Dus u geeft wel een richting aan, maar daar voel ik juist heel weinig voor. Juist omdat we dan in een wat schemergebied komen van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Volgens mij hebben we dat helder gedefinieerd en een aantal fracties heeft dat ook benoemd waar het gaat om de politie, waar het gaat om toezichthouders. Dat is een heel juridisch stelsel omheen. Maar ik kan me hier nauwelijks bij voorstellen dat de burgemeester respectievelijk het college een soort juridische verantwoordelijkheid heeft waar het gaat om de inzet van een aantal burgers, juist op dat ingewikkelde terrein van openbare orde en veiligheid. De wnd. voorzitter: Bedankt. Dan ga ik nog even kijken wie er voor de tweede termijn nog het woord wil voeren. Dan kijk ik even rond. De heer Bosma, neem ik aan. Anderen? Niet? De heer Bosma. Het hoeft niet, hè? Ik zag u uw vinger niet opsteken, maar ik dacht: ik kan me niet voorstellen dat u niet nog een keer wil reageren. Tweede termijn De heer Bosma (Hart voor Emmen): Nou ja, ik heb zo’n gevoel dat die motie het niet haalt. Ja, ook na de beantwoording van de burgemeester denk ik dat ik de motie bij dezen intrek. De wnd. voorzitter: De motie is dus ingetrokken.
Dan draag ik nu het voorzitterschap weer over aan de burgemeester. B2.
Motie vreemd aan de orde van de dag ‘Leegstandsverordening’ (ingediend door de fractie van GroenLinks)
De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn we bij het laatste agendapunt van deze vergadering. Dat is agendapunt B2. Dat hebben we toegevoegd bij de vaststelling van de agenda. En dan zijn wij bij de motie ‘Leegstandsverordening’ door GroenLinks en die zal worden toegelicht door mevrouw Van der Woude. Aan u het woord. Eerste termijn Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): Wij als GroenLinks hebben ook een motie vreemd aan de orde van de dag, die wij graag willen inbrengen. En dat betreft de leegstandsverordening. Dan zult u denken: goh, dat hebben we al een eerder gehoord vanuit GroenLinks. In 2019 hebben wij daar ook al een keer aandacht voor gevraagd en een motie ingediend. Die bleek toen niet uitvoerbaar te zijn. Nu, in de afgelopen maanden, is er een ontwikkeling geweest met een amendement in de Tweede Kamer dat is ingediend door GroenLinks-PvdA, waardoor wij dit wederom tóch denken in te kunnen dienen. De constatering is dus dat er leegstand is in Emmen. Recente cijfers laten zien dat het om 2 procent van de woningen gaat en 11 procent van de bedrijfspanden. In tijden van hoge woningnood vinden wij dat niet wenselijk. E wordt veel gesproken over veiligheid afgelopen maanden. Maar de woningnood is des te belangrijker en eigenlijk ook een thema dat misschien nog wel meer aandacht zou moeten krijgen.
En daarom hebben wij deze motie, waarin wij het college het volgende verzoeken: Motie vreemd aan de orde van de dag ‘Leegstandverordening’ (ingediend door de fractie van Hart voor Emmen) ‘De raad van de gemeente Emmen, in vergadering bijeen op 29 januari 2026, Constaterende dat • er sprake is van structurele leegstand van vastgoed in onze gemeente; • de gemeente Emmen momenteel alleen de uitvoering van de landelijke leegstandswet kent, waarmee tijdelijk verhuur mogelijk is, maar er geen gemeentelijke verplichting of stimulans bestaat om langdurige leegstand actief aan te pakken; • andere Nederlandse gemeenten hebben aangetoond dat leegstandsverordeningen, gekoppeld aan meldplichten en heffingen, effectieve instrumenten zijn om leegstand te verminderen en actief hergebruik te stimuleren;
13
Overwegende dat • leegstand van woningen en ander geschikt vastgoed in tijden van woningnood maatschappelijk onacceptabel is, zeker in een gemeente als Emmen waar jongeren, starters en mensen met lagere inkomens moeite hebben om passende en betaalbare woonruimte te vinden; • leegstand de aantrekkingskracht van winkelgebieden en woonwijken negatief beïnvloedt; • een leegstandsverordening met een meldplicht, leegstandsregister en een gerichte leegstandsbelasting eigenaren kan stimuleren om leegstaande panden sneller te herontwikkelen, te verhuren of in gebruik te geven voor maatschappelijke doeleinden; Verzoekt het college om: • te onderzoeken of en op welke wijze de gemeente Emmen kan komen tot een leegstandverordening; • dit onderzoek in ieder geval te richten op: o de invoering van een meldplicht voor leegstand van meer dan zes maanden; o het opzetten van een leegstandsregister; o de juridische, financiële en uitvoeringsaspecten van een leegstandsbelasting als instrument om langdurige leegstand tegen te gaan; • de resultaten van dit onderzoek, inclusief een concreet voorstel, in het derde kwartaal van 2026 voor te leggen aan de gemeenteraad; En gaat over tot de orde van de dag.’ De heer Koops (D66): Ik wilde nog even terugkomen op die motie uit 2019, want die wilde u toen indienen en die hebt u ingetrokken onder een toezegging van de wethouder.
De wethouder heeft daar vervolgens brieven over verstuurd waarin hij heeft uitgelegd dat de motie geen meerwaarde had, in ieder geval in de ogen van het college. Er zaten meer nadelen dan voordelen aan. Ik hoorde u net zeggen dat de motie niet uitvoerbaar was. Volgens mij was dat het punt niet zo, dus ik hoor daar nog graag uw reactie op. Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): Nou, wat wij vooral in de raad meekrijgen vanuit de andere fracties, is dat het niet uitvoerbaar zou zijn. Maar indertijd was er op zich een goede suggestie van de heer Oldenbeuving vanuit het CDA, die ook nog wel andere voorstellen had om leegstand aan te pakken. Maar de motie was in de vorm die we hadden, toch niet helemaal goed uit te voeren. Zoals ik zei: onlangs is die mogelijkheid toch wat meer naar voren gekomen en beter uitvoerbaar. De heer Van Dijken (CDA): Ja, mijn vraag was of u met die leegstandsverordening wilde focussen op winkels en/of woningen. Maar dat hebt u net gezegd. U noemde dat 2 procent van de woningen leegstaat en 11 procent van de winkels. Maar gaat dat dan hier ook echt over langdurige leegstand van woningen, langer dan zes maanden? Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): Ja, in dit geval gaat het inderdaad om de meer langdurige leegstand. De heer Pruisscher (ChristenUnie): Er zitten eigenlijk drie maatregelen waar het onderzoek om gaat: een meldplicht, een register en een belasting.
Wat moet nou precies het effect van die maatregelen zijn? Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): Het effect moet zijn dat eigenaren proactiever zijn in het bewoonbaar maken en het omvormen van panden, om te zorgen dat de leegstand wordt tegengegaan. Eerst ga je in gesprek met eigenaren en daarna, wanneer dat niet tot resultaat leidt, kun je tot een heffing overgaan om meer de prikkel te veroorzaken om eigenaren te stimuleren de leegstand aan te pakken. De heer Kasteleijn (50PLUS): Ik vraag mij iets af. Ik hoor ‘meldplicht’. Hoe ziet u dat voor zich? Moet die meldplicht direct ingaan? Moet dat na zes maanden ingaan? Ik begrijp het niet helemaal.
14
Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): De meldplicht is er dus wanneer een woning of pand langer dan zes maanden leegstaat. Dan moet er een melding komen dat die dus inderdaad leegstaat voor langer dan zes maanden. De heer Kasteleijn (50PLUS): En u geeft net aan dat er ook een gesprek zal plaatsvinden. Gaat dat dan daarna gebeuren? Hoe zit dat dan? Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): In vervolg op de meldplicht begin je inderdaad een gesprek met de eigenaar, om te kijken of je op die manier tot iets kunt komen zodat die leegstand wordt aangepakt, om te bereiken wat de drempels zijn. Waar kun je iemand in tegemoetkomen? Wanneer dit uitblijft, dan pas ga je naar volgende instrumenten, zoals een leegstandsheffing die je dan kunt aanwenden. Mevrouw Louwes (PvdA): Ik vroeg mij even iets af, want er staat inderdaad iets over die leegstandsbelasting. Ik heb ook nog even die brief erbij gezocht die we van het college hebben gekregen. Ik heb natuurlijk ook kennisgenomen van het voorstel dat gedaan is door GroenLinks-Partij van de Arbeid in de Tweede Kamer. Daar lees ik eigenlijk over die leegstandsbelasting dat dat niet kan omdat het gewoon niet in het belastingstelsel past.
Wat is daar volgens GroenLinks nu anders in dan het dat in 2020 was? Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): In september is er toch via een amendement een mogelijkheid gekomen om een heffing te hanteren, om in ieder geval eigenaren meer te prikkelen om die leegstand aan te pakken. Dat is in de Kamer aangenomen in september. En mede daardoor zie je ook in verschillende gemeenten dat het beleid wordt aangescherpt in de verordening om wel die heffing in te voeren. De heer De Jong (Hart voor Emmen): Dank u wel, voorzitter, ik zal het niet te lang maken. Voorzitter, leegstand is vervelend en kan leiden tot verloedering. Maar deze motie zet het college wat ons betreft op een spoor van een meldplicht, een register en zelfs een uiterst progressieve leegstandsbelasting. Dat is wat onze fractie betreft niet neutraal onderzoek, dat is kiezen voor meer regels en meer druk. Hart voor Emmen wil de leegstand best aanpakken, maar nuchter en rechtvaardig. Eerst het versnellen van de transformatie en vergunningen en sámenwerken met eigenaren. Wij gaan als fractie niet mee in een systeem dat ook de gewone eigenaren raakt, die misschien in een legitiem langdurig traject zitten en vervolgens risico op schade, waardedaling en juridisch gedoe lopen. Zonder harde uitzonderingen en zonder garantie dat dit uitmondt in feitelijk dwang en drang, zullen wij tegen deze motie stemmen.
Mevrouw Louwes (PvdA): Voor ons de motie om een onderzoek te doen naar het opzetten van een leegstandsverordening in onze gemeente. Op het eerste oog een bruikbare tool in de strijd tegen de woningnood. Maar is dat ook voor onze gemeente een oplossing? Dat vragen wij als Partij van de Arbeid ons wel af. Als we ons wat meer verdiepen in deze materie, dan wordt wel duidelijk dat niet voor iedere gemeente een dergelijke verordening nuttig en/of noodzakelijk is. Het gaat er vooral om wat er al is ingericht. Draagt het instellen van een dergelijke verordening daar dan ook daadwerkelijk aan bij? Met name de winkelgebieden worden genoemd in de motie. Voorzitter, wij vragen ons af dit helpend is. Immers hebben we een Centrumvisie, een Woonvisie en diverse uitvoeringsplannen. Of kan de uitvoering hierdoor dan ook mogelijk in de weg gaan zitten? Wij zijn ook benieuwd hoe het college daartegenaan kijkt. Overigens, voorzitter, kunnen wij ons bijna niet voorstellen dat de gemeente niet op de hoogte is van de leegstand van grote panden. Kan het college hier ook duidelijkheid over geven? Naast het effect van de leegstandsverordening betekent dit ook extra werk. Er moet een register bijgehouden worden, daar moet dan vervolgens ook weer iets mee gedaan worden. Met andere woorden: het zal ook kostbare en schaarse tijd van ons ambtelijk apparaat vergen.
Nu wordt in eerste instantie om een onderzoek gevraagd – dat hebben we gelezen in de motie. Ook hier zal de nodige tijd en geld in gestoken moeten worden en daarom vinden wij het belangrijk om deze afwegingen nu al te maken.
15
Wij ronden onze eerste termijn af. Wij zijn niet heel enthousiast over deze motie. Zoals wij eerder al hebben aangegeven, hebben wij twijfels over de toegevoegde waarde hiervan in onze gemeente. De heer Van Dijken (CDA): Ook het CDA ziet structurele leegstand in het centrum van Emmen en zou dat graag zoals iedereen anders zien. Wij denken dat dat ook geldt voor ondernemers en vastgoedeigenaren. Al met al draagt leegstand niet bij aan een positieve beleving van Emmen. GroenLinks ziet de oplossing in plichten en heffingen. Wij zien meer in echt contact en samen naar oplossingen zoeken. Een goed voorbeeld is de wens om het centrum compacter te maken door winkeliers te verleiden om te verhuizen naar het kerngebied of het pand Derksen & Derksen, waar winkels beneden zijn gekomen met woningen erboven. Niet met plichten en heffingen, maar door samen te zoeken naar oplossingen, zoals het vergoeden van de verhuiskosten. Want met stroop vang je meer vliegen dan met azijn. Veel steden hebben een binnenstadsregisseur en zoals het bij ons heet een centrummanager. Deze persoon kan een dergelijke taak mooi oppakken, denken wij. Kortom, structurele leegstand aanpakken met structurele aandacht. Dank u wel. De heer Van der Weide (Wakker Emmen): Wij hebben het al een keer eerder gehad over een mogelijke invoering van een leegstandsverordening. Die mogelijkheid is er al jaren.
We hebben ook eens even wat onderzoek gedaan naar hoe effectief nou eigenlijk zo’n maatregel is. Dit even los van de heffing en de belasting die dan sinds recent mogelijk is om te heffen. Als we dan kijken naar het aantal gemeenten in Nederland dat dit doet, zijn dat er slechts 25 van de 342. Nou, dat lijkt ons al een signaal als het gaat over de effectiviteit, maar ook de populariteit van deze maatregel. Ook het ministerie heeft in 2024 onderzoek gedaan naar het effect van een leegstandsverordening. Ja, en eigenlijk is de conclusie dat je geen conclusies kunt trekken. Dat het heel erg afhankelijk is van lokale omstandigheden en dat er ook geen verband is tussen de afname van leegstand en een leegstandverordening. Ja, dus wat ons betreft staat de conclusie van destijds om die leegstandsverordening niet in te voeren, nog steeds voorop. Dan komen we bij de vraag: geeft de extra mogelijkheid tot het heffen van een belasting of een beboeten van leegstand een ander inzicht? Wij hebben grote vraagtekens of dat zo is. Eigenlijk zijn die vraagtekens ook al grotendeels beantwoord, want onzes inziens is dat niet het geval. Want het beboeten – zoals wij dat zien – van leegstaand zal naar alle waarschijnlijkheid weinig effect hebben.
Wij denken dat we dat met de huidige aanpak – zoals we die ook hebben voor het centrum in Emmen om met het Regiostedenfonds ook heel bewust te kiezen voor welke panden en welke gebieden we mogen transformeren – verstandig doen, dat we dat met beleid doen en dat we dat we dat ook stimuleren en samenwerken om dat voor elkaar te krijgen. Daar zien wij veel meer heil in dan het beboeten van leegstand. Kijken we naar de categorie bedrijfspanden, dan denk ik dat je het niet moet willen om daar wonen te gaan toestaan. Want dat betekent gewoon heel eenvoudig dat andere bedrijven worden beperkt en dat je de mogelijkheden voor economische ontwikkeling op slot zet of stagneert. Dat is gewoon onverstandig. Dan hebben we laatste categorie en komen we bij de woningen. Je kunt dan een hele discussie voeren over in hoeverre er leegstand is als het gaat om bestaande woningen. Er is altijd enige vorm van leegstand: frictieleegstand door verhuizen, door overlijden et cetera. Ik denk dat we ook gewoon moeten accepteren dat die frictieleegstand er is. Met andere woorden: er is minimale leegstand als we kijken naar de bestaande woningvoorraad. Ja, dan lijkt ons wel een beetje met een kanon schieten op een mug met dit middel voor deze categorie. Dan hebben we het nog uitvoeringskosten. Nou, onze inschatting dat dat ook wel in de papieren loopt.