Notulen commissie Bestuur, Middelen en Economie 12 september 2024
Tekst van het document
Zaaknummer: 93263-2024 Beknopt verslag commissie Bestuur, Middelen & Economie van de gemeenteraad Emmen op donderdag 12 september 2024 vanaf 19.30 uur Aanwezig: Voorzitter Commissiegriffier Collegeleden
: : :
De commissieleden
:
Verslaglegging
:
de heer J.B.W. Wittendorp de heer F.W. te Winkel de heer J. Bos, de heer A.J. Jakobs, mevrouw D.S. Keen, de heer H.F. van Oosterhout, de heer G.P. Rink, de heer P.M. Schrik, de heer R. Wanders de heer K. Bosma (PVV), de heer T. Post (PVV), mevrouw C.P.M. Ester-Schokker (SP), de heer W.L.H. Moinat (SP), de heer M.P. Hornis (50PLUS), de heer H. van der Velde (Wakker Emmen), de heer R. van der Weide (Wakker Emmen), mevrouw M. KuipersHekhuis (Wakker Emmen), de heer L. Hoogenberg (Wakker Emmen), de heer M. Klaver (Wakker Emmen), de heer M. de Jonge (D66), mevrouw R. Gommer-Gelijk (CDA), de heer M.M. Tuik (CDA), mevrouw V.S.L.R. Spang (PvdA), mevrouw A.G. LouwesLinnemann (PvdA), de heer A. de Vries (PvdA), de heer J. de Boer (VVD), de heer P.M. de Jonge (VVD), mevrouw B. van der Woude (GroenLinks), de heer W.A.A.H. Tabak (GroenLinks), de heer M.J. Supheert (ChristenUnie), de heer H. Huttinga (ChristenUnie) de heer D.P. Drolenga (Notuleerservice Mooi Werk)
1. Opening en vaststelling agenda Voorzitter Wittendorp opent de vergadering om 19.30 uur en heet de aanwezigen welkom. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. Een van de geplande vijf insprekers heeft intern de verkeerde routing gevolgd. De commissie gaat ermee akkoord hem niettemin toe te staan om in te spreken. 2. Actuele mededelingen college/presidium Burgemeester Van Oosterhout meldt de start van een landelijke en regionale campagne van de VNG vanwege de oproep aan het kabinet met grote zorgen van alle gemeenten over de miljardenbezuinigingen van zowel het vorige als dit kabinet, die de uitvoerbaarheid van gemeentelijke taken bedreigen en essentiële zorg, veiligheid en ondersteuning van inwoners verschralen. Men luidt de noodklok omdat de tijd dringt, ook in Drenthe. Bij de Begroting volgt de B&W-reactie hierop voor Emmen. Verzoek aan de raad die boodschap ook via de landelijke partijlijnen over te brengen. Het overleg met de minister vóór de Troonrede heeft niet het gewenste resultaat gehad. In aanloop naar de buitengewone ledenvergadering eind november, waar ook raadsleden welkom zijn, komt de VNG met de nodige acties en statements. De nieuwe minister Asiel & Migratie heeft een werkbezoek afgelegd aan AZC Ter Apel; er was geen tijd naar Nieuw-Weerdinge te komen.
Zij is daartoe alsnog uitgenodigd, net als de burgemeester van Ter Apel om in gesprek te gaan over a) de continuering van de gelden voor beveiligingsmaatregelen die het Rijk tot 1 januari heeft toegezegd; b) de procesbeschikbaarheidslocatie (PBL) die eindelijk van start moet gaan – de minister is daar wat wankelmoedig over en c) de beperkte schaderegeling voor ondernemers in Ter Apel die ook voor Nieuw-Weerdinge moet gelden. Hopelijk gaat de minister snel (lees: dit najaar) in op de uitnodiging, die uiteraard ook geldt voor vertegenwoordigers van Plaatselijk Belang Nieuw-Weerdinge. Wethouder Rink deelt mee dat in vervolg op de motie ‘Herziening winkeltijden’ opdracht is verstrekt tot het onafhankelijk onderzoek aan een extern bureau, maar dit moet nog starten. Na het ad-
1
vies van De Koepel volgt in november het collegebesluit, de enquêteresultaten volgen later. Dat is te laat om ze mee te nemen in de besluitvorming rond de winkeltijden voor 2025. Maar met een collegebesluit in november weten de ondernemers in ieder geval waar zij voor 2025 aan toe zijn. B&W komen over een eventuele heroverweging zo snel mogelijk terug bij de raad. 3. Presentatie: Terugblik Koningsdag Wethouder Rink blikt terug op een mooie Koningsdag op 27 april. Hiervan is een fraaie film gemaakt. Bij de warme overdracht aan de burgemeester van Doetinchem is deze ‘aftermovie’ aangekondigd en die wordt vanavond vertoond. [Hierna wordt de video van Koningsdag getoond.] 4.
Spreekrecht niet-geagendeerde onderwerpen: n.v.t.
5. Rondvraag VVD heeft twee vragen. 1) Waarom kiezen B&W voor een extra mast met een vredesvlag naast het gemeentehuis? Op 29 februari was er een motie vreemd over de Oekraïense vlag op het gemeentehuis, met een felle raadsdiscussie tot gevolg. De motie werd ingetrokken om het college met verschillende opties te laten komen en deze rond de zomer in de commissie te bespreken. Waarom hebben B&W dit niet gedaan, zeker gezien de eerdere heftige discussie? Willen B&W hun besluit on hold zetten tot een raadscommissie over dit onderwerp? 2) Het vreselijke incident van januari in Weiteveen had veel impact gehad, met name voor de direct betrokkenen. Al bevestigt de brief medio juli van de burgemeester dit, de VVD wil meer helderheid. Hoe kan het dat een brede ambtelijke delegatie en de politie al sinds september 2023 op de hoogte waren van deze casus, maar de burgemeester pas veel later? Hoe is herhaling te voorkomen bij komende dossiers? Waarom is de situatie niet besproken in de driehoek? In het weekend vóór het fatale incident liep de situatie al flink uit de hand met onder meer een arrestatie.
Vindt de burgemeester ook dat ambtenaren nooit de verantwoordelijkheid kunnen dragen maar hij eindverantwoordelijk is voor de openbare orde en veiligheid? Is het nog te verschijnen politierapport met de raad te delen? Wakker Emmen leest in de brief van de burgemeester dat hij eerst niet was geïnformeerd over de periode tot aan het vreselijke incident in januari in Weiteveen. Elk incident is anders, maar wordt hij normaal wel op de hoogte gesteld van hoogoplopende conflicten? Zo ja, hoe verloopt die (interne) procedure? Is die aangepast naar aanleiding van deze werkwijze? Burgemeester Van Oosterhout geeft de VVD gelijk in de vlaggendiscussie, B&W zijn iets te voortvarend geweest. Het is inderdaad beter genoemde toezegging na te komen en met de commissie in gesprek te gaan. In de tussentijd is het collegebesluit on hold gezet. Het incident in Weiteveen is een reminder van hoe onvoorstelbaar het gebeurde is geweest, wat ook uit persoonlijke gesprekken met nabestaanden naar voren kwam. Hoe moeilijk ook, hopelijk pakken ze hun leven weer op. Zij krijgen hiervoor nazorg, net als de omgeving. In de gemeente zijn jaarlijks 1.500 meldingen van allerlei woonoverlast, op dit moment zijn er 170 in behandeling. Lang niet al die zaken komen bij de burgemeester; ambtenaren maken een voorselectie.
Met de kennis van nu had hij hierover wel geïnformeerd wíllen worden en dit had eerder samen met de driehoek (politie en OM) opgepakt moeten worden. Dat betrokkenen niet openstonden voor buurtbemiddeling, maakte de situatie nog complexer en daardoor stond het verder van de burgemeester af. Neemt niet weg dat hij hier toch eerder van had willen weten, al zegt dit niets over hoe de afloop dan was geweest. In het algemeen informeren de politie en ambtenaren de burgemeester heel goed: dat gaat 24/7 door. Over het incident in Weiteveen is hij niet eerder dan op de maandag voor het geweldsincident geïnformeerd. Dat is zeer ongebruikelijk: bij ernstige zaken (o.a. met arrestatie) gebeurt dat per definitie: in 17 jaar burgemeesterschap is dat de heer Van Oosterhout ook niet eerder overkomen. De politie heeft zich hiervoor verontschuldigd, zij presenteert dit najaar haar interne onderzoek naar haar rol en aandeel in het geweldsincident en welke lering daaruit is te trekken. De burgemeester is zeer benieuwd naar dat rapport. Hij zal de wens om het met de raad te delen, overbrengen, maar weet niet of dat mogelijk is. Hij vond dat hij de raad al medio juli moest informeren over het verloop van het incident.
2
Qua verdere informatie moet hij dus helaas pas op de plaats maken. Dit soort woonoverlast in combinatie met onbegrepen gedrag komt steeds meer voor, met grote conflicten. De casus-Weiteveen leert dat intensiever moet worden samengewerkt en eerder opgeschaald. Intern zijn die lijnen strakker getrokken via goede afspraken met alle betrokkenen, die verdergaan dan alleen maar wie de burgemeester informeert. Versneld is een woonteam ingesteld met wooncorporaties, politie, gemeente, welzijnsorganisaties en GGZ, die de zwaarste dossiers bespreken. Parallel worden deze al standaard wekelijks in een bestuurlijk overleg tussen burgemeester en politiechef besproken. Dat is geen garantie om een ernstige afloop als in Weiteveen te voorkomen, toch wordt gepoogd met deze strakke werkwijze beter in te spelen op steeds complexere incidenten in deze steeds complexere samenleving. De eindverantwoordelijkheid ligt uiteraard bij de burgemeester. Mede daarom heeft hij in de brief eerlijk uiteengezet over hoe de informatievoorziening richting hem i.c. is verlopen. VVD vernam in de persconferentie indertijd van de burgemeester dat de gemeente eerder op de hoogte was. Dat impliceerde dat hij dat ook zelf was, terwijl hij die uitspraak in zijn brief van medio juli tegenspreekt.
Was dat bij die persconferentie een verspreking? Burgemeester Van Oosterhout heeft dat toen heel bewust gezegd dat ‘de gemeente’ ervan wist, dat was geen verspreking. In de eerste reactie was hij geschokt door het incident en ook zeer druk met het vele regelwerk. Op weg naar de persconferentie wilde hij daarom voorzichtig zijn over wat hij precies wel of niet wist van de casus-Weiteveen en dit bij die bijeenkomst bewust openlaten. Hij twijfelde erover, hij kon zich op dat moment nog niet voorstellen dat zo’n ernstig incident zijn tafel was gepasseerd. Bij het later uitlopen met de politiechef bleek dat de burgemeester niet eerder was geïnformeerd. Het interne politierapport zal meer duidelijk maken. 6.
Bespreken C-stukken: n.v.t.
7. Bespreken B-stukken 7A. Sport- en Beweegcampus Eerste termijn insprekers De heer Idema (directeur Ondernemend Emmen) ziet de campus niet alleen als belangrijke aanzet voor de regionale infrastructuur, die heeft ook brede economische, sociale en gezondheidsvoordelen dankzij de clustering van sportfaciliteiten met bovenregionale aantrekkingskracht. Dit leidt tot meer bezoekers en dus meer bestedingen in (vooral) de lokale detailhandel en horeca, citymarketing en (in)directe werkgelegenheid. De campus bevordert een actieve levensstijl in Emmen e.o., niet overbodig gezien de Gezondheidskaart voor Nederland en Zuidoost-Drenthe. Op lange termijn leidt dit tot lagere gezondheidskosten en een productievere bevolking. Voorts zorgt de campus voor sociale cohesie middels sportieve activiteiten, zoals FC Emmen (wandelvoetbal, netwerken, Naoberschap United) nu al doet. Het Carmelcollege speelt een centrale rol in samenwerking met topsport, wat studenten unieke kansen biedt en bijdraagt aan het Emmense imago. Bovendien wordt de campus een broedplaats van jong sporttalent met positieve economische impact op de regio. Emmen wordt een moderne dynamische plek met uitstekende sport- en onderwijsfaciliteiten die sportevenementen en nieuwe inwoners en bedrijven aantrekt, met economische groei tot gevolg.
Ondernemend Emmen ziet deze campus daarom vanuit al deze facetten als cruciaal onderdeel in de regionale economisch-maatschappelijke strategie. Tot slot de oproep aan de gemeente zo snel mogelijk met de campus aan de slag te gaan. De heer Bleeker (algemeen directeur FC Emmen) ziet de campus als impuls voor de regio, maar zeker ook voor FC Emmen. Heel helder is dat de clubambities en –doelstellingen niet meer passen in het huidige stadion: men wil doorgroeien als stabiele eredivisieclub. Dat is geen luchtkasteel, de club bewees al enkele keren dat men terug kon naar de Eredivisie. Externe onderzoeken wezen uit dat de onderliggende businesscase haalbaar en positief is. Een nieuw, groter stadion is een absolute must om de ambities waar te maken, maar ook om te overleven. Vergelijkbare clubs kregen niet de tijd om te anticiperen op de toekomst en die bestaan niet meer. Met de campus als uniek concept
3
komt er de kans om door te pakken. FC Emmen zal uiteraard zelf zorgen dat de financiën (stadionhuur) op orde zijn en zal een eigen bijdrage leveren; hier is intern draagvlak voor. Dit zorgt voor voldoende perspectief voor het aandeel van de club aan de campus. De heer Bijl (bestuurslid De Koepel) maakt zich grote zorgen om detailhandel toe te staan in een commerciële plint van het nieuw te bouwen stadion van FC Emmen. De Koepel is voorstander van de campus en het nieuwe stadion als positieve impulsen voor de gemeente. Blijkbaar is deze ontwikkeling moeilijk rendabel te krijgen, maar detailhandel daar zal de winkelcentra elders in Emmen ernstig beschadigen. Volgens de Structuurvisie Detailhandel wordt het verspreide aanbod bij voorkeur teruggedrongen, omdat het niet bijdraagt aan synergie tussen winkeliers. Emmen-centrum en dorps- en wijkcentra worden daarom compacter. De Koepel staat nog steeds achter dit gemeentebeleid, waarmee uitbreiding van de winkelgebieden is uitgesloten. Dit wordt met de campus ineens met voeten getreden. Een grote fietsenzaak aan De Meerdijk wordt de nekslag voor de ruim twintig fietsenzaken elders in de gemeente. Wat blijft er over aan leefbaarheid in dorpen en wijken? Volgens het voorstel is er te weinig ruimte in bestaande winkelgebieden voor grote spelers.
Dat is niet waar: er staat zeker 10.000 m2 op de Nijbracht en 2.000 m2 op de Meubelboulevard leeg. Die ruimte moet worden benut voor nieuwe detailhandel. Gezien de enorme leegstand moet de gemeente naar minder winkelgebieden en niet naar meer. De liefde voor de campusontwikkeling is enorm, maar liefde maakt blind. De Koepel verzoekt raad en college om dit raadsvoorstel te heroverwegen tot een campus met alle voorgestelde franje, maar dan wel zonder detailhandel. VVD hoort over beschikbare plekken in de winkelgebieden. Zijn die aaneengesloten of versnipperd? In het voorstel staan bepaalde meters genoemd die de partijen nodig hebben. De heer Bijl bevestigt dat de leegstand niet aaneengesloten is: 2.000 m2 van het Office Centre, 1.000 m2 van de Meubelshop en 7.000 m2 op Woonboulevard Nijbracht, verspreid over verschillende panden. Wakker Emmen stelt dat het om een substantiële ontwikkeling voor Emmen gaat, waar de gemeente al lang mee bezig is. Ook De Koepel is betrokken als vertegenwoordiger van alle winkeliers; heeft men de eigen leden ook meegenomen in dit zonet uiteengezette, ferme standpunt? De heer Bijl antwoordt dat het bestuur maandelijks vergadert. Men is voor het algemeen belang en wil dat de winkelkernen overeind blijven. Het creëren van een derde periferie draagt niet bij aan de bestaande synergie.
Wakker Emmen stelt vast dat het bestuur in elk geval weinig heeft overlegd met de achterban. Enerzijds is De Koepel voor de campus als kans voor Emmen, maar over de additionele functies gebruikt men grote woorden. Los van leegstand en oorzaken, met welke extra functies wil De Koepel de campus dan wél gaan invullen? De heer Bijl denkt qua additionele campusfuncties aan leisure die niet in de periferie past. Wakker Emmen denkt dat dit problemen gaat geven met het voorgestelde bestemmingsplan. De economische potentie gaat over honderden banen en economische spin-off van 10-15 miljoen. Hoe kan inspreker het zware oordeel volhouden dat detailhandel aan de Meerdijk ‘de lokale economie ernstig gaat beschadigen’? Heeft De Koepel daar onderzoek naar gedaan of experts gesproken? De heer Bijl heeft daar zelf geen onderzoek naar gedaan. In het bestuur zitten mensen die weten hoe de hazen lopen. Winkels horen in winkelcentra thuis, fietsenzaken mogen nu ook niet naar de periferie en bouwmarkten horen in de periferie: daar is genoeg ruimte voor. Een spin-off van grote bedrijven zal veel groter zijn dan in de periferie, die daar ook veel meer aan heeft. Voorzitter Wittendorp verzoekt Wakker Emmen de vragen bondig te houden, zonder een mening te verkondigen.
Wakker Emmen informeert hoe De Koepel, los van discussies over (verborgen) leegstand, 5,5 hectare aan winkel- en overige campusfuncties wil huisvesten bij 10.000 m2 leegstand. Dat lijkt ingewikkeld. De campus heeft tot doel dat partijen niet alleen buren worden, maar synergie creëren. Door hen uit elkaar te trekken, is de vraag wat er overblijft bij al die losse locaties.
4
ChristenUnie vindt het kwalijk dat er nu een discussie wordt opgestart tussen vragensteller en inspreker. Een commissielid dient alleen vragen te stellen. Daarom had voorzitter Wittendorp Wakker Emmen zojuist ook gemaand om dat te doen. De heer Bijl staat hier namens de leden van De Koepel. Zij doen hun uiterste best om winstgevend te zijn op de door de gemeente aangewezen locaties en willen dat graag zo houden. GroenLinks vraagt of De Koepel contact gehad met het college over deze zorgen en hoe het college daarop reageerde. De heer Bijl denkt dat de standpunten uiteenliggen. De Koepel komt op voor de detailhandelgebieden om ze te handhaven zoals ze zijn. PVV informeert of er verdeeldheid is onder de Koepel-leden. Kan het ook zijn dat de winkeliers in de buitendorpen van de campusontwikkeling gaan profiteren? Bovendien is de ontwikkeling niet te realiseren zonder commerciële partijen ter plekke. De heer Bijl verkondigt het unanieme standpunt van de leden. De Koepel is enorm voorstander van de campus, maar niet van een extra commerciële plint aan de Meerdijk. De heer Meppelink (inwoner) kwam in 2001 als bestuurslid van het Drenthe College terug naar Emmen en richtte de sport- en bewegingsopleiding op. Daarna heeft hij als directeur bij Sportstad Heerenveen de bonus ervaren van een multifunctionele campus.
Hij werkt als voorzitter van Beachpark Emmen samen met diverse organisaties op de Meerdijk, die afbraaklocatie sterk verouderd is. De notitie van NOC*NSF, VSG en VWS bevestigt het belang van regionale topcompetitie, die behalve voetbal niet wordt ondersteund. De handbal-, volleybal, korfbal-, zwem- en hockeybond doen mee met dit initiatief. Die regio-impuls geeft jonge sporters, in samenwerking met het onderwijs, vele malen meer en duurzame inspiratie dan een eenmalig topevenement als de Olympische Spelen. Topsport kan niet zonder breedtesport, maar de laatste kan ook de topsport inspireren. Door de campusontwikkeling te ondersteunen gaat de gemeenteraad de afweging net zo zorgvuldig maken als rond het Raadhuisplein is gebeurd. Mevrouw Buist (voorzitter Sport Club Emmen, SCE) geeft aan de turn- en acrogymtakken in de vereniging erg in ontwikkeling zijn met veel talent, onder wie een Nederlands kampioen en deelname aan het hoogste landelijke niveau. Talent is er bij hand- of voetbal, maar ook bij veel meer sporten. Daarom is SCE voor de campusontwikkeling, omdat de huidige faciliteiten niet toereikend zijn voor topsport: geen scholen in de buurt en (de inventaris in) de ruim twintig jaar oude turnhal in Klazienaveen is verouderd. Talenten vertrekken naar Heerenveen en Zwolle, waar de campusontwikkelingen veel verder zijn en keren tussentijds niet terug.
Hopelijk raakt de raad overtuigd van het belang van de campus voor lokale sportclubs. Er is veel aandacht voor voetbal en handbal, maar de overige topsporters sporten moeten niet worden vergeten. De slechte staat van de gym- en sporthallen voldoet niet aan de eisen van de turnbond, zodat SCE geen wedstrijden kan organiseren. Er zijn nog maar één of twee hallen in de gemeente waar dat wel kan. Samenvoeging op de campus is de enige mogelijkheid om regionaal talent te ontwikkelen tot topsporter van (inter)nationaal niveau. Hopelijk stemt de raad in met dit raadsvoorstel en vergeet zij de kleinere sportverenigingen bij de uitwerking niet. Mevrouw Eising (rectrix Carmelcollege) ziet de campus als prachtige kans om in een multifunctionele omgeving onderwijs te bieden. Het huidige schoolpand is sterk verouderd met veel lekkages. Leerlingen worden via de campus nog beter bediend met omringende sportfaciliteiten. Zij dromen van een mooie sportieve, culturele en wetenschappelijke carrière. De recente Olympische en Paralympische Spelen onderstrepen opnieuw het belang van sport voor de maatschappij. Ze zorgen voor verbroedering en saamhorigheid. Het Carmel vindt essentieel dat leerlingen in verbinding staan met de omgeving, wat bijdraagt aan de vorming van identiteit en sociale cohesie.
Duurzaamheid en ecologie op de campuslocatie zijn zeer belangrijk: ruimtes moeten waar mogelijk worden gedeeld. Een school kan buiten schooltijden als vergaderlocatie dienen en derden kunnen gebruikmaken van
5
gymzalen en keukens. Leerlingen moeten bewust worden van hun omgeving, die hun tal van stageen werkervaringsmogelijkheiden oplevert. Naoberschap begint al op jonge leeftijd om klaar te staan voor de ander. Dat gebeurt ook bij het Carmel. Jonge talenten die met goede sportfaciliteiten trainen, geven een trots gevoel. Leerlingen lopen immers graag rond in tassen of kleding van hun eigen club. ‘#HierKomIkWeg’ wordt ‘hier hoor ik bij’ en dat mag niet verloren gaan. Eerste termijn raadscommissie Wakker Emmen vindt dat met dit voorstel serieuze vervolgstappen zijn te zetten in de realisatie van de Sport- en Beweegcampus en antwoorden geeft op de haalbaarheid en behoeften qua partijen en functies. Goed te zien dat B&W de regie hebben gepakt: dat is efficiënter dan de ontwikkelingen afzonderlijk aanvliegen. Dit leidt tot voordelen qua financiën, ruimte en samenwerking, waarvan ook bij de insprekers meerdere mooie intenties waren te horen. De topsporthal, het nieuwe voetbalstadion en de nieuwe huisvesting van het Carmelcollege zijn elk essentiële voorzieningen voor de gemeente, om deze te behouden en versterken voor de toekomst en daarmee het vestigingsklimaat te verbeteren met groei en vernieuwing in plaats van stilstand en achteruitgang. De huidige huisvestingen zijn sterk verouderd.
Hoe zorgt het college ervoor dat de partijen ook echt synergetisch gaan samenwerken en er echt een campus gaat ontstaat? Welke functies zijn nodig? Goed dat het eerste onderzoek de meerwaarde voor de gemeenschap inzichtelijk heeft gemaakt, zoals substantiële (in)directe werkgelegenheid met een plus van 10-15 miljoen euro. FC Emmen worstelt al jaren met zijn verouderde stadion; richting de toekomst is er een nieuw stadion nodig. De club kan dat niet alleen, maar bij de stadionontwikkeling is de campus hier een heel mooie kans voor. Betaald voetbal heeft absoluut meerwaarde voor de gemeente, de fractie keurt de inpassing hiervan op de campus dan ook goed, net als de overige functies. Het is echter geen gemeentetaak om een nieuw stadion te financieren, de fractie zit niet op een tweede Wildlands te wachten. PvdA ziet na jarenlange voorbereiding een eerste concreet voorstel in aanloop naar de Sport- en Beweegcampus, een van de grootste plannen van de afgelopen jaren met veel impact op inwoners, detailhandel, onderwijs en sportvoorzieningen. De functieverbreding betreft onder meer grote fietsen-, doe-het-zelfzaken en tuincentra: dit zou nauwelijks tot verdringing elders leiden. Dat lijkt wat koffiedik kijken: hier is de PvdA kritisch op. Verdere leegloop in de overige kernen dient te worden voorkomen vanwege de leefbaarheid.
Begrijpelijk dat naar uitbreiding van het projectgebied wordt gekeken, maar dan ook naar de impact op de directe omgeving. Blijft dit binnen het huidige Businesspark? Zowel Carmelcollege als Sport Club Emmen is echt aan nieuwe huisvesting toe; de raad stelde al het nieuwe Integrale Huisvestingsplan vast. Wordt met het Carmel over de timing gesproken? De staat van dat pand vraagt hierom. Houdt dat bestuur ook rekening met een eventuele scholenfusie en de optie voor op termijn een extra school op de campus? De gemeente is vanuit haar maatschappelijke en publiekrechtelijke rol niet voornemens te investeren in het nieuwe stadion van FC Emmen, maar onderstreept wel het belang van de club voor de gemeente. De fractie onderschrijft deze lijn. Want al draagt zij FC Emmen een warm hart toe, stadionbouw is geen kerntaak van de gemeente. Hoe kan de raad goed aan het stuur blijven qua governance en tijdlijn inclusief go/no-go-besluitmomenten? Het voorstel ademt ‘voorbereidend’ uit, er staat nog niets definitief vast gezien de significante kanttekeningen. Instemmen hiermee is wel een belangrijke aftrap voor het vervolg van dit grote project, een commitment tot op zekere hoogte. B&W geven aan: ‘nu of nooit’. In zekere zin is dit te volgen gezien de zich aandienende kansen die elkaar kunnen versterken op één campus.
De PvdA blijft wel scherp en kritisch, daar vele ontwikkelingen tegelijkertijd complex zijn met inherent grotere risico’s. De ruimte kan te beperkt blijken te zijn om alles te realiseren, vandaar de behoefte aan m2 op de plek van het huidige stadion. Wat zijn de gevolgen hiervan voor de Stadion BV? Op termijn komen de vrijkomende locaties van het Carmel en Sporthal Angelslo in een openbare verkoopprocedure. Voor de invulling geldt de Structuurvisie Angelslo als basis. Daar veel jongeren en starters op lange wachtlijsten voor een nieuwe woning, is particuliere huur of koop voor hen is bijna niet op te brengen. Wordt dit aspect onderdeel van de verkoopprocedure? De frac-
6
tie meent dat een substantieel deel van de vrijkomende locaties geschikt moet worden voor betaalbare huur- en koopwoningen voor jongeren en starters. Hoe ziet het college dit? CDA complimenteert het college voor het goed meenemen van de raad de afgelopen maanden in aanloop naar dit voorstel. De onderzoeken schetsen een reëel beeld van de mogelijkheden. Het CDA ziet zeker kansen met de functieverbreding op De Meerdijk, ook voor de gemeente en FC Emmen. Bij dit soort grote ontwikkelingen zijn er altijd kanttekeningen. Een grote bouwmarkt en andere functies kunnen tot verdringing elders leiden. De trends maken het geheel wellicht moeilijk haalbaar, maar zonder nieuwe functies is het behoud van betaald voetbal lastig. Voor de fractie weegt het positieve effect van FC Emmen op de trots en naamsbekendheid van de regio zwaarder. Of de onrendabele top van het nieuwe stadion is af te dekken met de nieuwe functies, moet nog blijken. Dit lijkt een lastige opgave voor de ontwikkelaar. Er wordt gezocht naar één investeerder. Geldt dat voor alle deelontwikkelingen of kunnen er ook meerdere investeerders zijn op onderdelen? Vreemd dat dit nog niet helder is of de beschikbare ruimte toereikend is. Is dat niet gewoon een kwestie van vierkante meters optellen? Voor één aan te kopen bestaand pand is tot begin september nog geen contact geweest met de eigenaar.
Dat kan en mag niet bij een dergelijke ontwikkeling. Hoe is die communicatie geweest? VVD ziet een raadsvoorstel met de eerste stap richting de Sport- en Beweegcampus. De haalbaarheid van het hele programma hangt in belangrijke mate samen met de toevoeging van commercieel rendement, een van de belangrijkste beslispunten dat aansluit bij de concrete initiatieven die zich hebben gemeld bij de gemeente. De fractie is voor ruimte en vrijheid om te ondernemen en staat eventueel open voor verdere verbreding naar sportgerelateerde detailhandel. Die is voorzichtigheidshalve niet toegevoegd, maar komen B&W hiermee terug naar de raad indien het om het laatste puzzelstukje voor realisatie gaat? De VVD wil ook een sterke Nijbracht, Meubelboulevard en De Weiert en verwacht dat de campus positief gaat uitpakken, zeker als ondernemers de kansen gaan benutten. Het Carmelcollege staat nu midden in Angelslo. Bij verhuizing naar De Meerdijk biedt de huidige locatie zeer veel kansen voor de flinke woningbouwopgave (4.000) met enorme impulsen voor Angelslo. Voor de sporthal idem dito. Al vaker vroeg de fractie naar de stadionplannen en die heeft men met FC Emmen besproken. De VVD wil niet direct investeren in het stadion, maar wel in de randvoorwaarden om de nieuwbouw mogelijk te maken. Dit voorstel past dus prima in de fractievisie.
De VVD heeft nog wel zorgen en vragen, want is er een plan B als er geen inschrijvingen komen? Hoe zit het met de extra functieverbreding? De gemeente moet niet in een fuik lopen waar zij niet meer uit kan. Dat kan als huurders na vijf jaar de huur opzeggen met leegstand tot gevolg, waarna er toch een beroep op de gemeente komt om een bijdrage te doen. Daarom lijkt het verstandig een risicoprofiel toe te voegen, om een tweede Wildlands-casus te voorkomen. Hoe worden de uitstaande leningen aan Stadion BV afgewikkeld? De campus wordt als ‘uithangbord van Drenthe’ geprofileerd. Hoe staat de provincie in deze ontwikkeling en zijn er al toezeggingen? Hoe denken andere partijen over de campus en welke zaken hun zijn opgevallen? Aanvankelijk werd ook het Hondsrug College genoemd als eventuele deelnemer: is dat helemaal van de baan? ChristenUnie vraagt hoe de VVD aankijkt tegen de andere functieverbreding die wordt voorgesteld naast sportgerelateerde detailhandel. VVD is sowieso eens met de vermelde functieverbreding, maar staat ook open voor verdere functieverbreding, waaronder de sportgerelateerde detailhandel. SP gaat ervan uit dat de raad, zoals het tot nu toe het geval is geweest, steeds nauw bij de campusontwikkeling wordt betrokken en tijdig en volledig in het vervolg wordt meegenomen, om na afloop hopelijk tevreden terug te kunnen blikken over het proces.
PVV ziet veel economische en sociale voordelen in dit megaproject van de Sport- en Beweegcampus. Wel zijn er zorgen, vooral over de financiële haalbaarheid en de impact van te veel detailhan-
7
del aan de Meerdijk op het bestaande winkelbestand in Emmen. Dit kan voor leegstand in het centrum zorgen, maar ook in Angelslo. De functies op de campus versus elders moeten dus goed worden overdacht. De fractie denkt aan specialistische sportgerelateerde winkels en/of horeca die inspelen op sporters en bezoekers. Een bouwmarkt of tuincentrum past minder in het sportief-educatieve karakter en kan een te grote concurrentie met de bestaande retail vormen. Ook valt op de campus te denken aan een politiepost of boa-huisvesting, die helpt de veiligheid op en dus de aantrekkelijkheid van de campus te waarborgen. Zijn de huisvesting en verblijfsaccommodaties alleen voor studenten bedoeld of krijgen die ook een hotelfunctie? Al wordt het project grotendeels door investeerders gefinancierd, een totaalinvestering van 140 miljoen met 55 miljoen gemeentebijdrage brengt substantiële risico’s voor de gemeente met zich mee. Grote infraprojecten gaan altijd gepaard met kostenoverschrijdingen en vertragingen. Het is cruciaal dat de gemeente duidelijke afspraken maakt over wie de risico’s draagt. Bij een goede realisatie kan de campus een aanzienlijke impuls geven aan de regio qua werkgelegenheid en het aantrekken van sporters, studenten en bezoekers van buitenaf. De huisvesting van het Carmelcollege past goed in de bredere visie.
Wel moeten de projectkosten beheersbaar blijven en de (doorslaggevende) hoogte van de huren en opbrengsten van commerciële partijen goed worden ingeschat. Te hoge huren schrikken ondernemers af. Publiekprivaatrechtelijke samenwerking en risicoverdeling kunnen de financiële druk op de gemeente verlichten. ChristenUnie dankt alle betrokkenen bij de totstandkoming van dit voorstel en heeft zich een goed beeld kunnen vormen bij de eerdere informatiebijeenkomsten. De fractie ziet absoluut het belang van een nieuw stadion, een nieuw schoolgebouw en een topsporthal voor Emmen, zeker vanwege de gegroeide trots op FC Emmen, die boven ieders verwachting in de Eredivisie mocht acteren plus de meerwaarde voor de citymarketing. Daarnaast heeft de fractie ook vragen en bedenkingen. In besluitpunt 5 zijn de verblijfsaccommodaties echt te vaag omschreven: een goede onderbouwing ontbreekt. De ChristenUnie vindt dit meer iets voor de verdere toekomst. Het hete hangijzer is de functieverbreding na een grondige analyse waarin de ruimte hiervoor ontbreekt. Daar dit de winkelkernen uit elkaar trekt, past die ook niet in de Detailhandelstructuurvisie. Volgens Trip Advocaten moet dit besluit tot aan de Raad van State juridisch stevig overeind blijven: de ChristenUnie heeft hier sterke bedenkingen bij.
Hoe denken B&W dit te bereiken? De financiële onderbouwing ontbreekt, maar die is absoluut nodig voor het finale akkoord van de fractie. Dus ook bij instemming met dit voorstel moet de raad zich vrij kunnen voelen om later, ondanks gezichtverlies, eventueel alsnog niet verder te gaan in deze ontwikkeling. Gezien de expliciete waarschuwingen van Trip wil de fractie de functieverbreding niet toestaan, maar een andere financieringsvorm zoeken: bijvoorbeeld de vorm die bij Wildlands is gekozen. D66 ziet een campus met een nieuw stadion, nieuwe topsportschool en -hal met horeca, commercie e.d. Deels is het het gevolg van verouderde voorzieningen die nodig aan een update toe zijn. Dit grote project is uiteindelijk minder duur dan afzonderlijke upgrading. Wel kleven er verschillende risico’s aan die de gemeente zo veel mogelijk bij de ontwikkelaars wil neerleggen. Hoe is te zorgen dat er voldoende inschrijvingen komen op de aanbesteding en de risico’s door meerdere ontwikkelaars worden gedragen? Hoe kijken B&W naar de invulling van het campusgebied in relatie tot de leegstand elders in Emmen? Hopelijk wordt een fastfoodketen uitgesloten van de horecafunctie, want dat past niet bij een sport- en beweegcampus. De fractie kijkt trots naar dit plan en hoopt dat al deze ambities waargemaakt worden. Want sporten en bewegen zijn essentieel voor de gemeente.
GroenLinks snapt de economische voordelen van de campus, maar heeft ook vraagtekens. De gemeente heeft een visie op de samenwerking tussen de Esdal, Hondsrug en Carmel bij het gebruik van lokale voorzieningen. Wat gaat daarin, gelet op de demografische ontwikkelingen, veranderen als het Carmel naar de Meerdijk verhuist? Deze huisvesting en de sporthal in Angelslo zijn verouderd, maar GroenLinks vraagt zich af of dat op de voorgestelde manier moet. Over het belang van
8
topsport en breedtesport: de laatste heeft prioriteit bij de fractie. De topsportfaciliteiten gaan gepaard met hoge kosten en mogen zeker niet ten koste gaan van andere (breedtesport)verenigingen. De vraag is in hoeverre deze ontwikkeling voldoende bijdraagt aan het mentale en fysieke welzijn onder jongeren. De ondernemers in Emmen-centrum moeten ook worden meegenomen in de commerciële campusontwikkelingen; GroenLinks heeft begrip voor de zorgen van Ondernemend Emmen. De fractie is trots op de prestaties en het imago van FC Emmen, maar een nieuw stadion bouwen is geenszins een gemeentetaak. In het verleden is hier al genoeg geld in gestoken via aankoopen verhuurconstructies: dat moet niet weer. 50PLUS denkt dat vrijwel alles wel gezegd is door de vorige sprekers. De fractie benadrukt dat er een plan B moet zijn als deze ontwikkeling niet haalbaar blijkt en te veel weerstand oproept door allerlei nevenactiviteiten toe te voegen aan de campus. Wel is de fractie blij met de campus, die een heel grote bijdrage kan leveren aan het onderwijs en de sport in Emmen. 50PLUS heeft daar in de vorige periode al meermalen voor gepleit. Reactie college Wethouder Schrik is heel blij met de positieve feedback uit de commissie, FC Emmen en het Carmelcollege. Desondanks waren er heel veel vragen. Over de samenwerkende campuspartners: enkele insprekers gaven daar al mooie voorbeelden van.
Bij een werkbezoek aan het nieuwe Cambuurstadion in Leeuwarden is opgepikt dat alle gebruikers goed moeten worden meegenomen, zodat het uiteindelijk hun campus wordt en de samenwerking organisch ontstaat. Uit het externe onderzoek blijkt er nauwelijks uitwerking van de campus op het centrumhart en de buitencentra te zijn. De governance wordt in de volgende fase ontwikkeld, in overleg met de ontwikkelaar. De afgelopen periode is de raad regelmatig geïnformeerd; dit wordt de volgende fasen voortgezet. De raad krijgt ter finale besluitvorming tezijnertijd een eindvoorstel met de financiële onderbouwing en het omgevingsplan voorgelegd. Voor de uitvraag bij de invulling van de vrijkomende locaties in Angelslo zal de stedenbouwkundige Structuurvisie de basis zijn. Daarin staat dat er al heel veel sociale huur is in de wijk en differentiatie moet plaatsvinden. Op dit moment is een fusie tussen het Carmel- en Hondsrug College niet aan de orde, wel werken ze intensief samen. En al komt er een fusie, dat wil niet zeggen dat ze in één gebouw worden gevestigd. Het voornemen in de volgende fase is op zoek te gaan naar één ontwikkelaar voor de hele ontwikkeling. Meerdere partijen hebben al interesse getoond. De onderhandelingen met de pandeigenaren op de Meerdijk zijn nog niet zijn opgestart: eerst moet de raad akkoord gaan met de functieverbreding.
Ambtelijk zijn de pandeigenaren al wel op de hoogte gesteld van de ontwikkelingen. De beschikbare ruimte op de Meerdijk is voldoende. Het project lijkt heel massief, maar het ruimtebeslag is beperkt. Het wordt nog een hele puzzel om de Meerdijk in te breiden. Dit hangt ook af van wat de ontwikkelaar precies van plan is na raadpleging van zijn eigen netwerk. De gemeente moet de ontwikkeling openbaar aanbesteden en heeft er, gezien het mooie totaalpakket met positieve businesscase, het volste vertrouwen in dat een geschikte ontwikkelaar gaat inschrijven. De businesscase is extern succesvol getoetst op haalbaarheid. Over plan B: mocht er niemand inschrijven – wat niet de verwachting is – dan staat het de gemeente vrij om een-op-een met ontwikkelaars in gesprek te gaan. Levert dat onverhoopt niets op, dan is er het Integraal Huisvestingsplan Binnensport om te investeren in de afzonderlijke locaties van de Sporthal Angelslo en het Carmelcollege. D66 hoort de wethouder over één ontwikkelaar praten die interesse heeft getoond. Klopt dat? Wethouder Schrik antwoordt dat meerdere partijen interesse hebben getoond in de ontwikkeling; uiteindelijk wordt bij voorkeur voor één ontwikkelaar gekozen. De lening van het Stadionbedrijf is inderdaad een uitdaging. Zodra de ontwikkelaar is gevonden, wordt bekeken of en in hoeverre dat is te verdisconteren in de businesscase.
De vraag van de VVD was gericht op de combinatie van de lening en het oude stadion. Wethouder Schrik zegt dat in later stadium het huidige stadion gesloopt wordt. Het wordt een uitdaging om aan de uitstaande lening van 5 miljoen een mouw te passen in samenspraak met de ont-
9
wikkelaar. Voor de functieverruiming vindt instemming met de provincie plaats vanwege haar omgevingsvisie. Daar is interesse voor de bovenregionale campusfunctie, maar men wil vooralsnog niet financieel bijdragen. Daarom wil de gemeente zelf aan de voorkant voor een sluitende businesscase zorgen. Het voorstel zet uiteen dat de verblijfsaccommodatie niet meteen tot ontwikkeling gaat komen. Net als bij Sportstad Heerenveen is dat iets van de lange termijn, zodat bezoekers van topsportwedstrijden en/of de sporters zelf ook op de campus kunnen verblijven. De afspraken over de exploitatie worden later uitgewerkt en die komen terug bij de raad. De gemeente gaat geen geld stoppen in de bouw van het nieuwe stadion, daar dat niet haar taak is. ChristenUnie denkt daarbij niet aan investeren of bijdragen aan de exploitatie maar faciliteren in de bereikbaar- of haalbaarheid, zoals bij Wildlands en Facet. Wethouder Schrik bevestigt dat dat indirect ook gebeurt door de randvoorwaarden voor de integrale campus te creëren, waaronder het stadiongedeelte. De huurders moeten de huur afdragen aan de commerciële partijen. De gemeente participeert niet-risicodragend in de exploitatie: dat is aan de ontwikkelaar. De campus mag zeker niet ten koste gaan van andere accommodaties in de gemeente.
In vervolg op het Integraal Huisvestingsplan Binnensport wordt elders in de gemeente volop geïnvesteerd in accommodaties voor bewegingsonderwijs en breedtesport. Wethouder Rink verwijst naar het onderzoek naar de sportgerelateerde detailhandel van bruto circa 10.000 m2. Aan de hand daarvan is hier niet voor gekozen op de campus. Het onderzoek wees ook uit dat fietsenzaken zich in een groeimarkt bevinden en hiervoor dus ruimte is op de campus. Het voorstel is voorts gebaseerd op de concrete marktvraag. De functieverruiming is beperkter dan in eerste instantie uitgevraagd. In de verdere planuitwerking komt het omgevingsplan nog aan bod, met daarin de nadere juridische onderbouwing conform wet- en regelgeving. Het college is zich dus zeker bewust van de juridische risico’s. Dat is nodig omdat de Raad van State hier strikt op is. Dan zal ook bekend worden welke partijen hoeveel m2 nodig hebben. Mocht een sportgerelateerde detaillist het sluitstuk zijn in de financiële haalbaarheid, dan beoordelen B&W het op dat moment. De keuze om dat soort winkels nu niet mee te nemen, doet recht aan de retail in Emmen-centrum. Het college heeft eerder een brief gestuurd met de meters leegstand, die versnipperd is en soms incourant op een bovenverdieping. Dat er leegstand is en dat dat zorgelijk is, is helder. Het is wel de vraag wat ‘leegstand’ en ‘courant’ precies inhouden.
Het is niet zomaar mogelijk de ene winkelafdeling in het ene pand en een andere afdeling in een ander pand te stoppen. Tweede termijn insprekers De heer Idema verwijst naar zijn notitie over de gesprekken met Praxis, Karwei en Gamma. Zij zijn akkoord met verruiming van de detailhandel op Meerdijk, maar daaraan gekoppeld het toestaan van extra koopzondagen en eventueel extra commerciële activiteiten binnen die bouwmarkten op de Nijbracht. Ondernemend Emmen heeft de 300 leden geraadpleegd, onder wie detaillisten die allemaal volmondig instemmen met dit raadsvoorstel. Veel bedrijven zijn al sponsor van FC Emmen; andere hebben alleen interesse om te sponsoren met de exposure van een nieuw stadion. De leegstand is goed in kaart bij Ondernemend Emmen: die is erg versnipperd over allerlei bedrijventerreinen. Men pleit bij een grote ruimtevraag voor de stevige kernen, met topprioriteit De Weiert en de Nijbracht en Businesspark Meerdijk als second best. De heer Bijl herhaalt dat het standpunt van De Koepel is gebaseerd op jarenlange praktijkervaring. Het winkelbestand in de dorpen is zo broos dat ze geen extra deuken mogen oplopen. Tweede termijn Wakker Emmen licht toe dat men graag extra functies ziet op de Meerdijk. Al is de juridische onderbouwing lastig, het Ginder-rapport geeft handvatten voor groeimarkten. Er zijn partijen die zich graag in de gemeente willen vestigen.
Speelt Emmen daar niet op in, dan is de vraag wat buurgemeenten gaan doen. Daarom moet Emmen daar zelf de ruimtelijk de regie over houden. De zorg van De Koepel is terecht over wat een commerciële plint met de detailhandel in de dorpskernen
10
doet. Bij fietsenzaken is het effect gering, het voorstel houdt hier rekening mee. B&W hebben een zorgvuldige afweging gemaakt over de partijen en functies op de Meerdijk. Wakker Emmen heeft daarbij begrip voor de afweging tussen de financiële haalbaarheid van de campusontwikkeling en de economische belangen van de detailhandel in de binnenstad en de periferie. Al zijn er mitsen, maren en risico’s, onder aan de streep gaat het voorstel uit van kansen en groei. De fractie ziet de voorgestelde campusinvulling als een heel mooie ontwikkeling voor de gemeente. PvdA denkt dat het goed is om bij de functieverbreding aandacht te houden voor verdringing elders. Bij de vrijgekomen locaties van het Carmel en Sporthal Angelslo noemde de fractie bij sociale huur ook het aspect betaalbaarheid. Deze nuance is een belangrijk punt voor de fractie, die hier graag in over in gesprek wil met het college als de invulling concreet wordt, met de Structuurvisie Angelslo als uitgangpunt. De campus is een heel mooie kans voor deze gemeente en de PvdA wil die met beide handen aanpakken. CDA hoopt dat de gemeente alsnog in gesprek gaat met de pandeigenaren op de Meerdijk. VVD complimenteert het college voor het werkbezoek aan het nieuwe Cambuurstadion, waar veel lessen uit zijn te trekken. Ook in Zwolle is er een mooi voorbeeld van een multifunctioneel stadion.
Voor de wijk Angelslo ligt er een mooie kans met de vrijkomende locaties: niet alleen sociale huur, maar ook andere woningen als mooie impuls. Dat verdient die wijk zeker. Enige zorgen baren de juridische en financiële risico’s in relatie tot een fuik waar de gemeente niet meer uit kan. De gemeente heeft te maken met meerdere grote projecten. Dat vergt veel capaciteit: ambitie is mooi, maar hier moet ook rekening mee worden gehouden. PVV hoort dat de provincie niet wil bijdragen. Volgens het Dagblad zou dat wel het geval zijn. Dat zou ook logisch zijn gezien het bovenregionale karakter van de campus. Graag een toelichting. ChristenUnie wil dat de gemeente niet zelf een nieuw stadion bouwt of erin investeert, enkel faciliteert. Te denken valt al een lening waaraan de gemeente zelf voorwaarden kan stellen. Wakker Emmen wijst op het effect van zo’n lening met garantstelling voor het risicoprofiel van de gemeente. In het verleden waren er genoeg problemen met dergelijke constructies rond het Stadionbedrijf, in Emmen maar ook elders in het land. Zit de ChristenUnie daarop te wachten? Volgens ChristenUnie is het nog niet zo ver. Als FC Emmen een stabiele eredivisieclub wordt, speelt dat soort discussies minder. Als een commerciële ontwikkelaar instapt die à la Facet de huur gaat betalen voor een voetbalclub, is het ook maar de vraag wat de huurprijs gaat worden.
Door daar zelf de regie op te voeren, bewandelt de gemeente de juiste weg. Wakker Emmen vindt het voorbeeld van Facet i.c. mank gaan. Gaat Facet uit het nieuwe onderkomen, dan kan er zo een andere partij instappen gezien de locatie in het stadscentrum. Dat risicoprofiel is niet te vergelijken met dat van een voetbalstadion. ChristenUnie doelde niet op het risicoprofiel, maar op de invloed op de huurprijs en dus de kosten voor FC Emmen. Dat argument is analoog aan de verhuizing van Facet. Hiermee voorkomt de gemeente om überhaupt over te gaan tot commerciële verbreding en kan zij vasthouden aan de eigen Structuurvisie Detailhandel. D66 vindt dat de Meerdijk gezien de huidige staat echt toe is aan een update. Daarom kijkt de fractie erg uit naar deze ontwikkeling. GroenLinks wijst op de financiële risico’s die een pittig vraagstuk zijn. Er moet voor worden gewaakt om niet overgeleverd te worden aan een ontwikkelaar met diens eigen netwerk, getuige andere voorbeelden in den lande. De gemeente moet dus te allen tijde de regie houden. Kunnen ook an-
11
dere middelbare scholen gebruikmaken van de nieuwe sporthal? Dit is belangrijk in het kader van de bestaande samenwerking. 50PLUS dankt de wethouders voor het beantwoorden van alle vragen. Reactie college Wethouder Schrik biedt zijn excuses aan als er inderdaad nog geen contact is geweest met enkele pandeigenaren aan de Meerdijk. Dat zal op korte termijn gebeuren als de raad heeft gestemd met de functieverbreding. Meermaals is met de provincie gespreken als lid van de stuurgroep. De provincie is steeds heel helder geweest: zij wil aan de voorkant geen geld in dit project steken. Andere middelbare scholen kunnen uiteraard ook gebruikmaken van de nieuwe sporthal, want daartoe worden bestaande hallen gesloopt. Voorzitter Wittendorp stelt vast dat dit raadsvoorstel als B-stuk naar de raad gaat. 7B. Inkoopbeleid en Inkoopwijzer Eerste termijn GroenLinks kan zich vinden in deze nota als goed fundament voor het inkoopbeleid. Wordt in de integrale kostenbeheersing ook op enige wijze de lokale economische kosten en baten meegewogen? Nemen B&W de burgers mee in de aanbestedingen bij de inkoop van diensten die hen direct raken, indien een partij eerder een aanbesteding voor de gemeente heeft uitgevoerd en zo ja, hoe? ChristenUnie is positief over de geformuleerde doelstellingen en pijlers, die de fractie geweldig aanspreken.
Dit beleid slaat een andere richting in dan in 2016: veel meer gericht op meerwaarde voor de gemeente en de samenleving dan op de financiële kaders. 50PLUS hoopt dat bij het loslaten van de drempelbedragen er meer strategische keuzes mogelijk zijn, waardoor het maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkoop meer gestalte krijgt. Met belangstelling ziet de fractie tezijnertijd het implementatieplan tegemoet. Wakker Emmen vindt deze actualisatie nodig om het inkoopproces verder te verbeteren. Het is wel lastig de accentverschuivingen te zien. Sinds de vorige nota (2016) is de wereld sterk veranderd. Op welke punten is het beleid anders dan het vorige, zoals voor de huidige subsidieontvangers? Hebben B&W rekening gehouden met een andere wijze van inkoop of aanbesteding bij maatschappelijke partners waar jarenlang naar tevredenheid mee wordt samengewerkt? Het stuk is zo algemeen mogelijk gehouden voor de toekomstbestendigheid. Dit gaat wel ten koste van de concreetheid en de prioriteiten. De doelstellingen zijn keurig omschreven, maar het zijn, los van een link met het Coalitieakkoord, wel open deuren: ‘we houden ons aan de wet’, ‘efficiënt en effectief inkopen’, ‘integer en betrouwbaar’ en ‘zoveel mogelijk waarde creëren voor de samenleving’ etc.
Hoe is met dit beleid beter te sturen en welke doelen zijn beter te halen? Welke voorbeelden en kansen ziet het college? Hoe zet het beleid in op social return on investment (SROI), circulaire inkoop en duurzaamheid? Hoe worden de doelen vertaald naar gunningscriteria, welke onderdelen worden eraan gehangen en met welke prioritering? Dit is onvoldoende terug te zien in de visie en de doelen. Het lokale bedrijfsleven moet volop kansen krijgen om mee te profiteren in de jaarlijkse gemeenteuitgaven ad 150 miljoen, zoals bij wegenonderhoud, bouwprojecten en groen. De meeste lokale bedrijven vinden het prachtig om iets in de eigen regio te realiseren: win-win. De gemeente moet scherp blijven op een goede prijs-kwaliteitverhouding, maar te strenge duurzaamheids- of circulariteitseisen kan lokale bedrijven uitsluiten. Hoe bewaken B&W dit? Positief is dat via de Gids Proportionaliteit meer werk lokaal kan landen. Het plafond is hoger dan de huidige bandbreedtes, vooral bij een-op-een- en meervoudig onderhandse aanbestedingen. Met alle prijsstijgingen en loonsverhogingen van de laatste jaren is de speelruimte kleiner geworden: het werk wordt duurder, maar de
12
drempelbedragen stijgen niet mee. Hoe wordt de ruimte in de Gids maximaal benut? De Inkoopwijzer hangt te veel af van een individuele medewerker of een projectteam. Wakker Emmen mist op dit punt visie bij het college. 50PLUS hoort Wakker Emmen spreken van een ‘vlak stuk’, maar het gaat wel in op SROI, circulariteit en maatschappelijk verantwoord. Dat zijn toch wel concrete zaken? Wakker Emmen verschilt daar van mening over. ChristenUnie is verbaasd over het betoog van Wakker Emmen, dat het stuk ‘vlak’ vindt maar tegelijk op allerlei details ingaat. De ChristenUnie heeft sterk de indruk dat Wakker Emmen liever zelf nauwkeurig bepaalt hoe het college met de inkoop moet omgaan. Het is toch juist goed dat de raad kaders stelt op globale lijnen? Dat is ook goed omschreven in de nota. Wakker Emmen kijkt hier iets anders tegenaan, zoals zojuist uiteengezet. D66 ziet veel onderwerpen die de fractie zeer aanspreken zoals circulariteit, klimaatambities, SROI, diversiteit etc. Complimenten voor deze doelstellingen. Kan dit in het proces nog wat concreter worden? Want veel passages laten ruimte voor interpretatie. Te denken valt aan standaarden voor beoordelingen. SROI wordt vooral ingezet op mensen met afstand tot de arbeidsmarkt.
Heel goed, maar biedt dit nog breder mogelijkheden, zoals bij een wegaanpak ook een aanpalende speelplaats vernieuwen? Zo kan de omgeving ook op een andere wijze een plus krijgen. CDA vindt het goed dat in dit nieuwe beleid speciale aandacht is voor rechtmatigheid en dat het MKB-vriendelijk is, ook voor ondernemers in de regio. Wel maakt de fracties zich zorgen over de belasting van de beleidsmedewerkers, die al een hele kluif hebben aan alle kaders, thema’s en uitgangspunten. Hoe reëel is het dat ze dit allemaal kunnen behappen? Is de rechtmatigheid van de inkopen met dit beleid verder te verbeteren? Prima dat wordt voorzien in voorlichting voor de teams. Wordt het proces geheel gedigitaliseerd? Dat zou de mensen nog meer helpen. PvdA vindt dat de gemeente haar uitgaven doelmatig en rechtmatig moet besteden. Dit beleid stelt de spelregels vast. Deze actualisatie vestigt meer aandacht op maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen, wat een andere werkwijze vergt. Wel sluit het goed aan op de Strategienota. Het lijkt goed dat de organisatie dit breed uitdraagt om het goede voorbeeld te geven. Het structurele werk moet zo veel mogelijk in vast dienstverband worden uitgevoerd, ook bij mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Welke mogelijkheden ziet het college? De Emmense ambitie om bij alle inkopen boven een drempelwaarde SROI-afspraken mee te nemen, is mooi.
Het is een morele plicht, want uitzicht op inkomen en werk neemt niet alleen zorgen weg, het zorgt ook voor participatie en perspectief voor inwoners. De andere manier van werken kan voor extra werkdruk zorgen op de inkoopafdeling. Is het realistisch dat de medewerkers dit aankunnen? De fractie kan zich alles overziend goed vinden in het inkoopbeleid en de Inkoopwijzer. VVD vindt dit een heel goede nota. Het is belangrijk dat het lokale MKB een faire kans krijgt om een gunning te krijgen. Men moet wel aan mogelijk onhaalbare eisen voldoen zoals SROI. De gemeente moet voorkomen dat het lokale MKB niet aanbestedingen gaat mislopen. Dus hanteer voor kleine percelen niet te moeilijke eisen, zodat men niet hoeft te concurreren met gesubsidieerde partijen. Het beleid wil meer met eigen algemene inkoopvoorwaarden werken en die van leveranciers terzijde schuiven. Die zijn doorgaans in het voordeel van de opdrachtgever (gemeente) en niet overal evenwichtig. De gemeente moet bereid zijn onevenwichtige punten in de contracten aan te passen zoals aansprakelijkheidsbepalingen, wat voor lokale bedrijven erg belangrijk is. De gemeente moet het gelijkwaardige partnership niet eenzijdig uitleggen, maar zorgen dat leveranciers dat ook zo ervaren om bij hen aanvullende kosten en inspanningen te vermijden.
Inbesteden bij diensten die namens de gemeente worden uitgevoerd zonder concurrentie (Sedna, Menso) is voorstelbaar. Bij partijen die structureel gemeentesubsidie ontvangen, is inkopen door de gemeente zinloos, anders lijkt het te veel op een ambtelijke afdeling. Met inbesteding krijgt de gemeente meer grip op zaken. Risi-
13
co bij een gemeente is dat in plaats van subsidie verstrekken in feite een inkoopproces had moeten plaatsvinden. Wat voor waarborgen zijn er om dit niet te laten gebeuren? Reactie college Wethouder J. Bos wijst op de meerdere plekken in de nota waar het belang van het lokale bedrijfsleven wordt onderstreept en dit waar mogelijk de voorkeur krijgt. Dit om de eigen bedrijven te ondersteunen en hun kennis binnen de gemeente te houden. Ook bij SROI gaat het om lokale burgers. Het nieuwe beleid is een leerproces om aan de voorkant heel goed te overdenken wat de gemeente met een inkoop wil bereiken met alle betrokken aspecten en dilemma’s, in plaats. Dit betekent bewust inkopen in plaats van sec regels stellen, met minder nadruk op prijs en grensbedragen. De Gids Proportionaliteit geeft daar ruimte voor, mits er een goede afweging is. Een gunning geschiedt op objectieve gronden, waardoor de beleving van inwoners minder een rol speelt. Het implementatieplan is een intern stuk en niet voor de raad bestemd. De Inkoopwijzer is de basis hiervoor. Qua accentverschuiving van bedragen naar inhoud houdt het stuk het bij enkele overkoepelende waarden. Hoe snel dit beleid is in te voeren, moet de praktijk uitwijzen. Doordat de nota meer het proces en de kaders beschrijft, zou die inderdaad in principe voor elke gemeente kunnen gelden.
Wakker Emmen is blij met de aandacht voor het lokale MKB en de ruimte die de Gids Proportionaliteit biedt voor hogere drempels en meervoudig onderhandse aanbestedingen (en dus meer lokale en regionale bedrijven). Er zijn bandbreedtes, maar hoe is te zorgen dat zoveel mogelijk intern de ruimte binnen het beleidskader wordt genomen? Wethouder J. Bos zegt dat die benoemd staat in de voorkeur voor lokale bedrijven bij een-op-eenen meervoudig onderhandse aanbestedingen (met minstens twee lokale bedrijven). Voorts moet dit beleid niet alleen in de procedures, maar ook in de bewustwording van de medewerkers indalen. Wakker Emmen hoort dat B&W de grens maximaal willen opzoeken, maar ziet dat niet als expliciete borging in de kaders staan, alleen als mogelijkheid. Wethouder J. Bos wijst op de paragrafen 4.1.2 en 4.1.3 waar dit expliciet benoemd wordt. Dit gesprek met de medewerkers moet dus echt plaatsvinden. Niet alle inkoopprocessen kunnen via het college gaan, dus het college moet vooraf heel goed bekijken wat men met een inkoop wil bereiken en onder welke randvoorwaarden. Als dat helder is, kan men het loslaten in een team. SROI en maatschappelijk verantwoord inkopen (MVOI) zijn belangrijke doelen, maar die laten zich niet makkelijk voorschrijven in regels. Ook in het bestaande beleid was de ervaring dat het uiteindelijk uit de bewustwording moet komen.
Dat geeft de ruimte om af te wegen wat bij een inkoop het beste past. De nota geeft hiervoor de inhoudelijke punten aan, waaronder het lokale bedrijfsleven. Bovendien gaat een centrale inkoopafdeling toetsen in hoeverre een inkoopvoorstel past in dit beleid en met een advies komen over de inhoud en recht- en doelmatigheid. Bij verschil in inzicht tussen dat advies en een inkoopmedewerker wordt het opgeschaald in de organisatie – in principe tot uiteindelijk de wethouder of het college. Dit beleid tussen de oren van de medewerkers krijgen is niet zomaar gebeurd: zij zullen het aankunnen, maar dit zal de nodige tijd vergen. De inkooprelaties met gesubsidieerde organisaties worden in het nieuwe beleid voortgezet via inbestedingen en subsidies; dat is wettelijk ook mogelijk. SROI en MVOI worden daar ook zeker in meegenomen. Als de conclusie is om een subsidie af te bouwen voor inkoop, dan zal dat fasegewijs en in goed overleg gebeuren met de strategische partners. Er kunnen situaties zijn waarbij het beter is om medewerkers van de EMCO en Menso in loondienst bij de gemeente aan te nemen. Daar is geen vaste beleidslijn voor, dat wordt per situatie beoordeeld. Dit heeft zeker de aandacht van B&W. Het klopt dat sommige eisen het lokale bedrijfsleven kunnen belemmeren.
De beleidsnota geeft de handvatten, maar in de praktijk wordt de afweging gemaakt tussen een lokaal bedrijf en het belang van bijvoorbeeld CO2-neutraal werken. Essentieel is dat de gemeente zo veel mogelijk met eigen algemene voorwaarden werkt. Bij een conflict wordt dat punt verder met een aannemer uitgesproken, zoals elke onderhandeling. De integrale afweging, zowel economisch, financieel als qua werkgelegenheid, van lokale (indirecte) kosten en baten vindt zeker plaats in het inkoopbeleid. De voorkeur ligt dan bij
14
lokale bedrijven, omdat de spin-off qua kennis, trots en geld in dat geval neerdaalt in de eigen gemeente. Tweede termijn VVD beluistert dat volgens het beleid de gemeente de leveranciers als gelijkwaardig beschouwt, maar dat als het erop aankomt, het eigen voordeel van de gemeente zwaarder weegt. Klopt het dat een partnership als eenzijdig wordt beschouwd? De VVD gaat liever uit van gelijkwaardigheid. De gemeente wil niet veel veranderen bij strategische partners met een subsidierelatie. Maar waarom niet breder kijken en bij partners die het werk beter of goedkoper kunnen uitvoeren, aanbesteden of inkopen? Anders kan de gemeente er net zo goed een eigen afdeling van maken. PvdA vindt het belangrijk dat bij partijen als Menso ook wordt gekeken naar de optie in vaste dienst nemen in plaats van inhuur en B&W een dergelijke kans aangrijpen als die zich voordoet. Bij D66 kwam het betoog van de wethouder over alsof voor elke inkoop moet worden bepaald op welke doelen de nadruk komt te liggen. Waarom niet meer met standaarden werken, uiteraard met ruimte voor maatwerk waar nodig? GroenLinks hoort dat de beleving van inwoners niet zomaar is mee te geven, daar de gunning plaatsvindt op basis van objectieve criteria. Ziet het college mogelijkheid om klanttevredenheid als objectieve grond mee te nemen? Reactie college Wethouder J.