Bijlagen toelichting Schoonebeek, Europaweg 186, 187 en 188
Tekst van het document
De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande herontwikkeling van de onderzoekslocatie.
1.3
Doel van het onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.
december ’21
3
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Europaweg tussen nr. 185 en 187 te Schoonebeek
1.4
Referentiekader van het onderzoek
Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: vooronderzoek, (hoofdstuk 2) veldonderzoek, (hoofdstuk 3) chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
december ’21
4
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Europaweg tussen nr. 185 en 187 te Schoonebeek
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in Tabel 1. Tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek
Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Aanleiding tot vooronderzoek Eigendomssituatie
A 0
B 0
C
D
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
F
G
✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie
E
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Antropogene lagen in de bodem
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Geohydrologie
✓
✓
Geval van ernstige bodemverontreiniging?
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Kwaliteit o.b.v. BKK
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ 0
✓
✓
✓
✓
✓
Bodemopbouw
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval Voormalig Huidig
✓
Toekomstig Asbestverdacht?
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
december ’21
5
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Europaweg tussen nr. 185 en 187 te Schoonebeek
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • aanvraag bodeminformatie gemeente Emmen (e-mail RUD, 06-10-2021); • informatie bodemloket.nl; • informatie van de bodematlas van de Provincie Drenthe; • www.topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • ahn.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In Tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven. Tabel 2: overzicht basisinformatie
Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (onderzochte deel van de locatie, plangebied) Algemene omschrijving Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden
Geplande herinrichting bijzonderheden: -
december ’21
Europaweg tussen 185 en 187 Schoonebeek Emmen Zie bijlage 1 X = 255,295 Y= 520,600 Gemeente Schoonebeek, sectie A nr. 9976 Niet onderzocht 5.000 m2. De onderzoekslocatie betreft een agrarisch perceel. Voor de locatie is geen bouwjaar vermeld. De locatie is deels verhard met asfalt, beton en klinkers. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLICmelding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding “middelhoge trefkans”. nieuwbouw woning.
6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Europaweg tussen nr. 185 en 187 te Schoonebeek
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte onderzoekslocatie, zoals weergegeven in bijlage 2. Figuur 1. onderzoekslocatie
bodemgebruik In de onderstaande Tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Tabel 3: beschrijving bodemgebruik
Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig
Op basis van topografische kaarten vanaf 1900 tot heden wordt op de aangegeven als agrarisch perceel.
Geen.
Agrarisch perceel.
Geen.
Toekomstig
Woning.
Geen.
Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op kaarten vanaf 1902 is in de directe omgeving van Geen. basis van de locatie reeds enige bebouwing te herkennen die in topografische de loop der jaren verder wordt uitgebreid. kaarten, Topotijdreis) Huidig en Noordzijde: Europaweg en tegenover gelegen Geen. toekomstig agrarisch perceel. Oostzijde: naast gelegen woonboerderij. Westzijde: naastgelegen woonboerderij en vm. veestal. Zuidzijde: achtergelegen agrarische percelen. december ’21
7
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Europaweg tussen nr. 185 en 187 te Schoonebeek
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In Tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. Tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten
Gebruik
Bouwvergunning Milieuvergunning Handelsregister Aanwezigheid brandstoftanks
Aanwezigheid asbest
De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, betreft een agrarisch perceel. Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. Voor de onderzoekslocatie zijn in het verleden geen bouwvergunningen verleend. Niet bekend. De locatie wordt niet vermeld in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. Op basis van de asbestdakenkaart van de gemeente Emmen zijn plaatselijk de daken van bebouwing op aangrenzende percelen asbestverdacht.
Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Ophogingen/dempingen/stortingen Er is geen andere informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. PFAS-verdachtheid Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Niet gesprongen explosieven
december ’21
Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden 8
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Europaweg tussen nr. 185 en 187 te Schoonebeek
Verdachte activiteiten < 25 m
december ’21
bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op de locatie Europaweg 183-185 wordt melding gemaakt van een saneringslocatie (NAM locatie S166).
9
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Europaweg tussen nr. 185 en 187 te Schoonebeek
voorgaande bodemonderzoeken in Tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. Tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart
voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
-
Omgeving <25 m
-
Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
-
-
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 12 m+NAP. In Tabel 6. staat de geohydrologische opbouw weergegeven. Tabel 6: geohydrologische opbouw
diepte m-mv 0-2
beschrijving
formatie
zand, matig fijn
Boxtel
2-5,5
leem, sterk zandig
Drente, laagpakket van Gieten
5,5-35,5
zand, fijne categorie
Peelo
35,5-37
zand, matig grof, sterk grindig
Urk, laagpakket van Veenhuizen
37-48
zand, grove cat., sterk grindig
48-60
zand, matig fijn
Appelscha Peize
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.
december ’21
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Europaweg tussen nr. 185 en 187 te Schoonebeek
(financieel-) juridische situatie In Tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. Tabel 7: financieel/juridische aspecten
kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen
Gemeente Schoonebeek, sectie A, nr. 9976 -
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.
2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de locatie geruime tijd in gebruik is geweest als agrarisch perceel. T.a.v. het plangebied is geen andere informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten. De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1). In Tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. Tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie
mogelijke verontreiniging (deel)locatie
grond
grondwater
onderzoeksstrategie
-
-
ONV-NL
NEN-5740+A1 plangebied (ca. 5.000 m2)
december ’21
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Europaweg tussen nr. 185 en 187 te Schoonebeek
Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.
december ’21
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Europaweg tussen nr. 185 en 187 te Schoonebeek
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. Het uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuis en het nemen van grondmonsters heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2021. Het bemonsteren van het grondwater is (conform NEN-5740+A1) ruim een week na plaatsing van de peilbuizen op 09 november 2021 uitgevoerd. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door en onder toezicht van dhr. M. van Wuykhuyse geregistreerd veldwerker van Sigma Bouw & Milieu te Emmen. Bedrijfs- en persoonserkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Voorafgaand aan het plaatsen van boringen is een locatie-inspectie gehouden. De locatie betreft een akker. Op basis van de locatie-inspectie geen bijzonderheden waargenomen. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in Tabel 9. Tabel 9: veldwerkprogramma
Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
2
Onderzoekslocatie (5.000 m ) Boringen Peilbuis
15
0,5
4 t/m 14
3
2
2, 3 en 15
1
2,7
1
De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0,5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.
monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. december ’21
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Europaweg tussen nr. 185 en 187 te Schoonebeek
monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2
Resultaten van het veldonderzoek
bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In Tabel 10 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. Tabel 10: lokale bodemopbouw
bodemlaag m-mv 0,0-0,3 0,3-1,6 1,6-2,1 2,1-2,7
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
zand zand leem zand
zwak siltig zwak siltig sterk zandig zwak siltig
donker bruin licht beige-geel licht grijs licht beige-grijs
Veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn in weergegeven in Tabel 11. Tabel 11: veldwaarnemingen grondwater
Peilbuis filtertraject grondwaterstand voorpompen pH EGV troebelheid m-mv m-mv liter geleidingsvermogen (NTU) µS/cm 1 1,7-2,7 1,05 6 6,2 750 8,0
december ’21
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Europaweg tussen nr. 185 en 187 te Schoonebeek
Zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn geen afwijkingen waargenomen welke duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. In het opgeboorde monstermateriaal zijn geen afwijkingen waargenomen. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 7 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.
Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.
december ’21
15
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Europaweg tussen nr. 185 en 187 te Schoonebeek
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. Van het totaal aantal genomen grondmonsters op de locatie zijn drie grond(meng)monsters samengesteld en geanalyseerd. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. Tabel 12: analyseschema
Monstercode boringnummer(s)
diepte (m-mv) zintuigelijke waarnemingen
analysepakket
grond 1 (MM1) 2 (MM2) 3 (MM3)
1+2+4 t/m 8 3+9 t/m 15 1+2+3
0-0,5 0-0,5 0,3-1,8
-
NEN-grond(*)+AS3000 NEN-grond(*)+AS3000 NEN-grond(*)+AS3000
Grondwater 1 (peilbuis)
1
1,7-2,7
-
NEN-grondw.(**)+AS3000
verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan
december ’21
16
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Europaweg tussen nr. 185 en 187 te Schoonebeek
4.2
Toetsingscriteria
Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0,5:; De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.
december ’21
17
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Europaweg tussen nr. 185 en 187 te Schoonebeek
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van Omegam opgenomen. 4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond
boven- en ondergrond (0,0-2,0 m-mv) In Tabel 13 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. Tabel 13: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project Certificaten Toetsing Toetsversie
OPID 30776606#21-M10122-Europaweg tussen nr. 185 en nr. 187 Schoonebeek 1266813 T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb BoToVa 3-1-2000 Toetsdatum: 6 december 2021 11:28
Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds cadmium (Cd) mg/kg ds kobalt (Co) mg/kg ds koper (Cu) mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds lood (Pb) mg/kg ds molybdeen (Mo) mg/kg ds nikkel (Ni) mg/kg ds zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)mg/kg ds Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds
AW
Legenda @ N.B.
T
Monster 6929474 Monster 6929475 Monster 6929476 2, 03:, 09:, 11: 0-30, 10: 0-40, 12:, 13: , 14: 0-40, 15: 0-50 1, 01:, 02:, 06, 08: 0-30, 04: 0-40, 05: 0-50, 07: 0-50 3, 01: 30-130, 02: 300-180, 03: 30-130 Max. Bodemindex 0 Max. Bodemindex 0 Max. Bodemindex 0,004 Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrond.w.Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrond Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondw. Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index
I
5,6 1
10 25
82,6
82,6
0 0
4,3 1
10 25
@
0
85,2
85,2
0 0
0,3 1
10 25
0 0
@
0
86,2
86,2
@
0
190 0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140
555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
< 20 < 0.2 <3 7,4 < 0.05 < 10 < 1.5 <4 25
< 54 < 0.21 < 7.4 14 < 0.05 < 10 < 1.0 <8 54
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 20 < 0.2 <3 7,3 < 0.05 < 10 < 1.5 <4 23
< 54 < 0.22 < 7.4 14 < 0.05 < 11 < 1.0 <8 52
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 20 < 0.2 <3 <5 < 0.05 < 10 < 1.5 <4 < 20
< 54 < 0.24 < 7.4 < 7.2 < 0.05 < 11 < 1.0 <8 < 33
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
190
2595
5000
< 35
< 44
-
0
< 35
< 57
-
0
< 35
< 120
-
0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0,35
< 0.35
0
0,35
< 0.35
0
0,35
< 0.35
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0012 < 0.0012 < 0.0012 < 0.0012 < 0.0012 < 0.0012 < 0.0012
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0016 < 0.0016 < 0.0016 < 0.0016 < 0.0016 < 0.0016 < 0.0016
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035
0,005
< 0.0088
0
0,005
< 0.011
0
0,005
< 0.024
1,5
0,02
20,75
0,51
40
1
-
-
-
-
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -
0 0 0 0 0 0 0 0
-
0,004
Geen toetsoordeel mogelijk <= Achtergrondwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
december ’21
18
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Europaweg tussen nr. 185 en 187 te Schoonebeek
interpretatie onderzoeksresultaten grond In Tabel 14 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. Tabel 14: samenvatting toetsresultaten per mengmonster
Mengmonster 1 (MM1)
Boringen 1+2+4 t/m 8
Diepte 0-0,5
Zintuigelijk -
>AW -
>T -
>I -
Indicatieve toetsing Bbk* AW*
2 (MM2)
3+9 t/m 15
0-0,5
-
-
-
-
AW*
3 (MM3)
1+2+3
0,3-1,8
-
-
-
-
AW*
Legenda >AW
overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)
>T >I
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5) overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
bovengrond (0-0,5 m-mv) De bovengrondmengmonster MM1 (boring 1+2+4 t/m 8) en MM2 (boring 3+ 9 t/m 15) bevatten geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (0,3-1,8 m-mv) Ondergrondmengmonster MM3 (boring 1+2+3) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.
december ’21
19
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Europaweg tussen nr. 185 en 187 te Schoonebeek
Algemeen In gebieden welke reeds langere tijd door de mens in gebruik zijn (o.a. langdurige bewoning of menselijk gebruik) worden vaker verhoogde gehalten aan o.a. zware metalen en PAK’s in de grond gemeten. In algemene zin wordt opgemerkt dat antropogene beïnvloeding van een locatie in de meeste gevallen een negatief effect heeft op de kwaliteit van de bodem. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofbevattende materialen. Het zijn teerachtige stoffen die ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofhoudende materialen als hout, fossiele brandstoffen, tabak of levensmiddelen. De aanwezigheid van PAK’s in de bodem zijn vaak het gevolg van de aanwezigheid van teerhoudende of koolstofhoudende stoffen, zoals bv. koolas, verbrandingsresten of teerresten. PCB’s zijn meer dan 100 jaar geleden ontdekt. De productie en het commerciële gebruik van deze stoffen begon rond 1929. In Nederland is productie en gebruik van PCB’s sinds 1998 verboden. PCB’s zijn vanwege hun eigenschappen (bestand tegen hoge temperatuur en druk, vrijwel onbrandbaar, goed oplosbaar in olie en vet) in veel producten toegepast.
Voorbeelden hiervan zijn de toepassing ervan in condensatoren, transformatoren, hydraulische-of warmtegeleidingssystemen, koelvloeistof, smeermiddel en weekmaker in kunststoffen, in verf, inkt, lak, kit, lijm, koolstofvrij kopieerpapier, (organochloor)bestrijdingsmiddelen (die vooral zijn toegepast als insecticiden) etc. Tegenwoordig zijn PCB’s vooral nog aanwezig in transformatoren die gefabriceerd zijn voor ca. 1980. PCB's (polychloorbifenylen) staan al tientallen jaren in de belangstelling als bedreiging voor de volksgezondheid. Dat danken ze aan een slechte afbreekbaarheid, een neiging tot stapelen in dierlijk (en dus ook humaan) vetweefsel en uiteenlopende toxische eigenschappen. Verspreiding van persistente verontreinigingen gaat hoofdzakelijk via de lucht, ze komen vervolgens terecht op gewassen, de bodem en in water. Door hun lipofiele eigenschappen (vetoplosbaar) treedt vervolgens stapeling op in met name dierlijk vetweefsel. In het milieu hechten PCB's zich in sterke mate aan grond en slib. PCB’s zijn geen natuurlijk voorkomende stoffen. De aanwezigheid van PCB's in het milieu is met name het gevolg van industriële productie en het gebruik van PCB's van ongeveer 1929 tot 1980.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000). Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.
december ’21
20
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Europaweg tussen nr. 185 en 187 te Schoonebeek
4.3.2 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater In Tabel 15 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. Tabel 15: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project Certificaten Toetsing Toetsversie
OPID 59627019#21-M10122-Europaweg tussen nr. 185 en nr. 187 Schoonebeek 1271053 T.13 - Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb BoToVa 2-1-2000 Toetsdatum: 6 december 2021 11:27
Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid Metalen ICP-MS (opgelost) barium (Ba) µg/l cadmium (Cd) µg/l kobalt (Co) µg/l koper (Cu) µg/l Kwik (Hg) (niet vluchtig) µg/l lood (Pb) µg/l molybdeen (Mo) µg/l nikkel (Ni) µg/l zink (Zn) µg/l Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) µg/l Vluchtige aromaten benzeen µg/l ethylbenzeen µg/l naftaleen µg/l o-xyleen µg/l styreen µg/l tolueen µg/l xyleen (som m+p) µg/l Sommaties aromaten som xylenen µg/l Vluchtige chlooralifaten 1,1,1-trichloorethaan µg/l 1,1,2-trichloorethaan µg/l 1,1-dichloorethaan µg/l 1,1-dichlooretheen µg/l 1,1-dichloorpropaan µg/l 1,2-dichloorethaan µg/l 1,2-dichloorpropaan µg/l 1,3-dichloorpropaan µg/l cis-1,2-dichlooretheen µg/l dichloormethaan µg/l monochlooretheen (vinylchloride) µg/l tetrachlooretheen µg/l tetrachloormethaan µg/l trans-1,2-dichlooretheen µg/l trichlooretheen µg/l trichloormethaan µg/l Sommaties som C+T dichlooretheen µg/l som dichloorpropanen µg/l Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers tribroommethaan (bromoform)µg/l
S
Legenda @ xT N.B.
T
Monster 6942238 1, 01-1: 170-270 Max. Bodemindex 0,661 Toetsoordeel Overschrijding Tussenw. Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index
I
50 0,4 20 15 0,05 15 5 15 65
337,5 3,2 60 45 0,175 45 152,5 45 432,5
625 6 100 75 0,3 75 300 75 800
430 0,23 3,5 13 < 0.05 <2 <2 11 43
1.3 T -
0,661 0 0 0 0 0 0 0 0
50
325
600
< 50
-
0
0,2 4 0,01
15,1 77 35,005
30 150 70
-
6 7
153 503,5
300 1000
< 0.2 < 0.2 < 0.02 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2
0 0 0 0 0 0 0
0,2
35,1
70
0,2
-
0
0,01 0,01 7 0,01
150,005 65,005 453,5 5,005
300 130 900 10
-
7
203,5
400
0,01 0,01 0,01 0,01
500,005 2,505 20,005 5,005
1000 5 40 10
24 6
262 203
500 400
< 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.2
-
0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0
0,01 0,8
10,005 40,4
20 80
0,1 0,4
-
0,007 0
630
< 0.2
@
0
-
-
-
Geen toetsoordeel mogelijk <= Streefwaarde x maal Tussenwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
december ’21
21
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Europaweg tussen nr. 185 en 187 te Schoonebeek
interpretatie resultaten grondwater In Tabel 16 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van het onderzochte grondwatermonster. Tabel 16: samenvatting toetsresultaten per grondwatermonster Grondwatermonster
Diepte filter
Zintuigelijk
>S
>T
>I
Pb1
1,7-2,7
-
-
barium
-
Legenda >S
overschrijding streefwaarde (bodemindex <=0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
peilbuis 1 (1,7-2,7 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde. Het verhoogd gemeten gehalte barium overschrijdt de tussenwaarde en bodemindex en geeft daardoor formeel aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. Het matig verhoogd gemeten gehalte barium in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 is niet direct te relateren aan het bekende bodemgebruik van de locatie. Daarnaast is er voor zover bekend geen aanwijsbare bron aanwezig. Er is op basis van de bekende gegevens voor zover bekend geen reden te verwachten dat het verhoogde gehalte barium en te relateren is aan historische bedrijfsactiviteiten of de aanwezigheid van bodemvreemd materiaal in de ondergrond. Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen.
Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen. Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen.
december ’21
22
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Europaweg tussen nr. 185 en 187 te Schoonebeek
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen afwijkingen waargenomen. Een samenvatting van de onderzoeksresultaten staat weergegeven in Tabel 17. Tabel 17: samenvatting onderzoeksresultaten
Mengmonster
Boringen
Diepte
Zintuigelijk
>AW of >S
>T
>I
Indicatieve toetsing Bbk*
Grond 1 (MM1)
1+2+4 t/m 8
0-0,5
-
-
-
-
AW*
2 (MM2)
3+9 t/m 15
0-0,5
-
-
-
-
AW*
3 (MM3)
1+2+3
0,3-1,8
-
-
-
-
AW*
Grondwater Pb1
1
1,7-2,7
-
-
barium
-
n.v.t.
Legenda >AW / >S
overschrijding achtergrondwaarde/streefwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
grond bovengrond (0-0,5 m-mv) De bovengrondmengmonster MM1 (boring 1+2+4 t/m 8) en MM2 (boring 3+ 9 t/m 15) bevatten geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (0,3-1,8 m-mv) Ondergrondmengmonster MM3 (boring 1+2+3) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.
grondwater Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde. Het verhoogd gemeten gehalte barium overschrijdt de tussenwaarde en bodemindex en geeft daardoor formeel aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. Het matig verhoogd gemeten gehalte barium in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 is niet direct te relateren aan het bekende bodemgebruik van de locatie. Daarnaast is er voor zover bekend geen aanwijsbare bron aanwezig. Er is op basis van de bekende gegevens voor zover bekend geen reden te verwachten dat het verhoogde gehalte barium en te relateren is aan historische bedrijfsactiviteiten of de aanwezigheid van bodemvreemd materiaal in de ondergrond.
december ’21
23
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Europaweg tussen nr. 185 en 187 te Schoonebeek
toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch verdacht aangemerkt. In Tabel 18 is de noodzaak tot vervolgonderzoek beoordeeld aan de hand van de onderzoeksresultaten. Tabel 18: Noodzaak vervolgonderzoek Locatie
Hypothese
Correct?
Verkennend onderzoek met nieuwe hypothese?
Nader onderzoek?
Europaweg tussen 185 en 187
onverdacht
nee, er zijn verhoogde gehalten aangetoond
nee, onderzoeksinspanning voldoende
ja, er is een matig verhoogde gehalten in het grondwater gemeten.
Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet vrij is van bodemverontreiniging. Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat barium verhoogd t.o.v. de tussenwaarde, aanvullend onderzoek in de vorm van een herbemonstering en heranalyse van het grondwater wordt in dit geval aanbevolen. De vooraf gehanteerde hypothese is gezien de doelstelling van het onderzoek alsmede de bekende onderzoeksresultaten formeel onvoldoende om conclusies te verbinden betreffende de kwaliteit van de bodem t.p.v. de onderzoekslocatie. Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C1 resp. NEN 5897 maakt geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin. Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C1 of NEN 5897.
Afwijkingen in de werkzaamheden Er hebben bij de uitvoering van veldwerkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. het geldende protocol BRL SIKB 2001. Er hebben bij de uitvoering van analysewerkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen AS3000 en/of overige geldende analysemethoden. I.v.m. de aanwezigheid van een dubbele vloer (geen werkhoogte) ter plaatse van het tankcluster is afgeweken van de onderzoeksstrategie uit de NEN-5740. Formeel gezien ligt het tankcluster buiten het onderhavige onderzoeksgebied. Indien het noodzakelijk geacht wordt meer onderzoek ter plaatse van het tankcluster uit te voeren wordt geadviseerd deze werkzaamheden uit te voeren na de sloop van de bebouwing.
december ’21
24
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Europaweg tussen nr. 185 en 187 te Schoonebeek
Aanbevelingen 1) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat barium verhoogd t.o.v. de tussenwaarde, aanvullend onderzoek in de vorm van een herbemonstering en heranalyse van het grondwater wordt in dit geval aanbevolen. 2) Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Middels het Besluit is het mogelijk om door het lokaal bevoegd gezag lokale maximale bodemgebruikswaarden vast te stellen, of om deze bodemgebruikswaarden te conformeren aan de maximale waarden uit het (landelijke) generieke model. Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. De mogelijkheden hiertoe kunnen worden vastgesteld na overleg met de betrokken overheidsinstanties. Volledige duidelijkheid omtrent de bodemkwaliteitsklasse van vrijkomende grond wordt pas verkregen op basis van een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit. Opgemerkt dient te worden dat de vertaalslag van verkennend bodemonderzoek naar hergebruik van grond volgens het Besluit Bodemkwaliteit, veelal, niet mogelijk is. In de meeste gevallen zijn aanvullende gegevens noodzakelijk, het bevoegd gezag (de gemeente waarin de grond wordt toegepast) kan hier uitsluitsel over geven. Op 8 juli jl.
heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een tijdelijk handelingskader vastgesteld voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Vanaf 8 juli 2019 is het verplicht om onderzoek naar de stofgroep PFAS uit te voeren bij o.a. partijkeuringen in het kader van afvoer van grond. In dit verkennend bodemonderzoek is geen onderzoek uitgevoerd naar PFAS stoffen in de bodem. De in dit onderzoek opgenomen indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit is excl. onderzoek naar PFAS-stoffen, onderzoek naar deze verbindingen is bij definitieve beoordeling van evt. hergebruiksmogelijkheden van evt. af te voeren grond alsnog nodig. Indien het noodzakelijk is dat er grond afgevoerd moet worden van de locatie zal er een melding grondverzet gedaan moeten worden via het landelijk meldpunt: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Opgemerkt wordt dat evt. afvoer van grond met de bodemkwaliteitsklasse “wonen”, “industrie” en “niet toepasbare grond” meer kosten met zich meebrengt dan de afvoer van schone grond “achtergrondwaarde”. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.
december ’21
25
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Europaweg tussen nr. 185 en 187 te Schoonebeek
Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen Het onderhavige onderzoek heeft betrekking gehad op het perceel gelegen aan de Europaweg tussen nr. 185 en 187 te Schoonebeek (zie bijlage 2). Op basis van het onderhavige derzoek kan alleen een uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van het onderzochte terreindeel, zie bijlage 2. Op basis van het onderhavige onderzoek kan geen uitspraak worden gedaan: omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte terreindelen, de bodemkwaliteit van niet bekende verdachte terreindelen, de bodemkwaliteit onder gebouwen en/of gesloten verharding, de bodemkwaliteit van niet verkende bodemlagen, de milieuhygiënische kwaliteit van het diepere grondwater etc. Daarnaast kan op basis van dit onderzoek geen uitspraak worden gedaan omtrent de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem/puin. Indien echter een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2. Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters de gehalten in de individuele deelmonsters van een mengmonster zowel hoger als lager kunnen zijn dan de aangetoonde gehalten in het betreffende mengmonster.
Er kan in gevallen waarbij sprake is van ruime overschrijdingen van de achtergrondwaarde, gemeten in een mengmonster, niet worden uitgesloten dat individuele deelmonsters gehalten boven de tussen- of interventiewaarde bevatten. T.a.v. historische (bodem) informatie van de locatie wordt opgemerkt dat de geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Sigma Bouw & Milieu afhankelijk van deze bronnen, waardoor Sigma Bouw & Milieu niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving en methoden. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het, conform de geldende richtlijnen, steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem d.m.v. een representatief geacht aantal monsters, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is om garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Een verkennend bodemonderzoek geeft nooit volledige zekerheid omtrent de toestand van de bodem ter plaatse van een locatie.
Het onderzoek dient geïnterpreteerd worden als een inschatting van de verontreinigingssituatie op een bepaald moment. Het is echter op basis van dit onderzoek nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen. Het kan op basis van dit onderzoek niet uitgesloten worden dat zich op de locatie verontreiniging bevindt welke in dit onderzoek niet is aangetroffen/ontdekt. Het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is dan ook indicatief en een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd.
Sigma Bouw & Milieu aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor de gevolgen/schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade welke voortvloeien uit beslissingen welke worden genomen op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavige onderzoek als in de praktijk blijkt dat de verontreinigingssituatie anders is dan in dit onderzoek vermeld.
december ’21
26
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Europaweg tussen nr. 185 en 187 te Schoonebeek
LITERTUURLIJST 1. Bodemonderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek volgens de Nederlandse norm, NEN 5740+A1 (NNI, april 2016). 2. Boringen zijn geplaatst volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie). 3. Grondmonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie), grondwatermonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2002 (vigerende versie). 4. De conservering van monsters in het veld is uitgevoerd volgens de eisen uit de SIKBprotocollen 2001 en 2002 (vigerende versie). 5. Regeling Bodemkwaliteit” (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl) 6. Circulaire Bodemsanering (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl) 7. Classificatie van onverharde grondmonsters, NEN 5104, september 1989. 8. Geologische overzichtskaarten van Nederland, Rijks Geologische Dienst, 1995. 9. Grondwaterstromingsstelsels in Nederland, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 1989. 10. Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek, NEN 5725, (oktober 2017). 11. Bodem-Monsterneming van grondwater, NEN 5744, (NNI maart 2011). 12. NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017.
december ’21
27
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Europaweg tussen nr. 185 en 187 te Schoonebeek
COLOFON opdrachtgever project omvang rapport datum projectleider
: : : : :
Auteur Ing. A.D.M. van Wuykhuyse
december ’21
Wilbus B.V. Europaweg tussen nr. 185 en 187 te Schoonebeek 28 blz. 06 december 2021 ing. A.D.M. van Wuykhuyse
Paraaf
Gecontroleerd door ing. M.J.A. van Wuykhuyse
Paraaf
Datum
Status
06 december 2021
definitief
28
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT jB axIJi F
Adviesgroepen: Bouw Milieu
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
Situatie rond 1900
Situatie rond 1920
Situatie rond 1965
Situatie rond 1995
Situatie rond 2005
Asbestdakenkaart Emmen
BIJLAGE 3
Foto 1. Europaweg tussen 185 en 187, Schoonebeek
Foto 2. Europaweg tussen 185 en 187, Schoonebeek
01
1
akker / cm t ov m aaiveld
0
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an
1
-30 50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an
2
100
3
150 -160
leem , st erk zandig, licht grijs, edelm an
170 4 200
-210
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, grijs, edelm an 250 270
-270 t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 2 8 -1 0 -2 0 2 1 M . va n W u yk h u yse
02
akker / cm t ov m aaiveld
0
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an
1
-30 50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an
2
100
3
150
4
-190 200 t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 2 8 -1 0 -2 0 2 1 M . va n W u yk h u yse
leem , st erk zandig, licht grijs, edelm an -200
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
Eu r op a w e g t u sse n n r . 1 8 5 e n n r . 1 8 7 , Sch oon e b e e k 2 1 -M 1 0 1 2 2 N EN 5 1 0 4
03
akker / cm t ov m aaiveld
0
-30
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an
2
100
3
150
-150
leem , st erk zandig, licht beige, grijs, edelm an
4 200 t ype dat um boorm eest er
-200
g r on d b or in g 2 8 -1 0 -2 0 2 1 M . va n W u yk h u yse
04
akker / cm t ov m aaiveld
0
-40
50
g r on d b or in g 2 8 -1 0 -2 0 2 1 M . va n W u yk h u yse
05
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an -50
akker / cm t ov m aaiveld
0 1
-50
g r on d b or in g 2 8 -1 0 -2 0 2 1 M . va n W u yk h u yse
06
akker / cm t ov m aaiveld
0
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, oranje, edelm an
1
-30
50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, oranje, edelm an
1
t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, oranje, edelm an
1
g r on d b or in g 2 8 -1 0 -2 0 2 1 M . va n W u yk h u yse
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an -50
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
Eu r op a w e g t u sse n n r . 1 8 5 e n n r . 1 8 7 , Sch oon e b e e k 2 1 -M 1 0 1 2 2 N EN 5 1 0 4
07
akker / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
-50
g r on d b or in g 2 8 -1 0 -2 0 2 1 M . va n W u yk h u yse
08
akker / cm t ov m aaiveld
0
-30
50
g r on d b or in g 2 8 -1 0 -2 0 2 1 M . va n W u yk h u yse
09
0
-30
50
g r on d b or in g 2 8 -1 0 -2 0 2 1 M . va n W u yk h u yse
10
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an -50
akker / cm t ov m aaiveld
0
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, oranje, edelm an
1
-40
50
g r on d b or in g 2 8 -1 0 -2 0 2 1 M . va n W u yk h u yse
11
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an -50
akker / cm t ov m aaiveld
0
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, oranje, edelm an
1
-30
50 t ype dat um boorm eest er
-50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, oranje, edelm an
1
t ype dat um boorm eest er
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an
akker / cm t ov m aaiveld
0
t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, oranje, edelm an
1
t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an
g r on d b or in g 2 8 -1 0 -2 0 2 1 M . va n W u yk h u yse
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an -50
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
Eu r op a w e g t u sse n n r . 1 8 5 e n n r . 1 8 7 , Sch oon e b e e k 2 1 -M 1 0 1 2 2 N EN 5 1 0 4