CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij RA21.0080 Toelichting 48-128 (RIS.10414)

Commissie Bestuur, Middelen en Economie 11 november 2021, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) + bijlagen RIS.10413 t/m RIS.10421 en RIS.10379 t/m RIS.1038113.598 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Wilhelminastraat 37 tot en met 40a te Emmen (kenmerk: 200959)

3. EFFECTBEOORDELING GEBIEDSBESCHERMING EN HOUTOPSTANDEN 3.1

Natura 2000

Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden betreft Bargerveen op respectievelijk meer dan 12 kilometer afstand (zie figuur 3.1).

Figuur 3.1 Globale ligging plangebied (rode asterisk) ten opzichte van de dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden (Bron: AERIUS Calculator).

Mogelijke effecten Op basis van de effectenindicator (Broekmeyer et al. 2014, 2006) kan de categorie sloop in relatie tot de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden mogelijk leiden tot: verontreiniging, trillingen en mechanische effecten. Als aanvulling hierop kan ook sprake zijn van verzuring/vermesting als gevolg van stikstofdepositie. Effectbeoordeling Aangezien het plangebied buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied ligt, beperken eventuele effecten zich tot externe werking. Vanwege de afstand tot de meest nabij gelegen Natura 2000gebieden (>12 kilometer), de potentiële effecten, bekende dosis-effectrelaties (Vegte et al. 2014, Krijgsveld et al. 2008, Broekmeyer 2006) en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, zijn negatieve effecten op Natura 2000-gebieden op voorhand uitgesloten. Er zijn geen vervolgstappen ten aanzien van Natura 2000 nodig. Effecten stikstofdepositie Door de voorgenomen ontwikkeling kan in de aanleg- en/of gebruiksfase stikstofdepositie ontstaan. Stikstofdepositie kan tot vele kilometers ver reiken en negatieve (verzurende/vermestende) effecten hebben op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Significante negatieve effecten op Natuur 2000gebieden worden gezien de ruime afstand (>12 kilometer) op voorhand uitgesloten en er zijn geen vervolgstappen, zoals een nadere ecologische beoordeling, saldering en/of een vergunning nodig.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Wilhelminastraat 37 tot en met 40a te Emmen (kenmerk: 200959)

3.2

Natuurnetwerk Nederland

Ligging plangebied t.o.v. het NNN Op de kaart in figuur 3.2 is te zien dat het plangebied niet binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa één kilometer afstand. Effectbeoordeling Gezien de ruime afstand (>850 meter), de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling en het tussenliggende bebouwde gebied dat een afschermde werking heeft, is geen sprake van aantasting van wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde.

Figuur 3.2 Ligging plangebied (rode asterisk) ten opzichte van het NNN (groen)(Bron: Provincie Drenthe).

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Wilhelminastraat 37 tot en met 40a te Emmen (kenmerk: 200959)

3.3

Natuur buiten het NNN

In het Drentse ruimtelijk beleid is naast bescherming van natuur binnen het NNN ook aandacht voor bescherming van natuur buiten het NNN, namelijk in bijzonder provinciale natuurgebieden, ecologische verbindingen en ganzenrustgebieden (Provincie Drenthe – Omgevingsvisie, 2018). In Drenthe is momenteel één gebied aangewezen als bijzonder provinciaal natuurgebied: Landgoed Overcingel. Dit gebied ligt in Assen, op meer dan 30 kilometer afstand. Ook ligt het plangebied niet in/nabij ecologische verbindingen en ganzenrustgebieden (Provincie Drenthe – Omgevingsvisie, 2018). In Drenthe is alleen het Leekstermeer als ganzenrustgebied aangewezen. Gezien de afstanden tot deze gebieden en het tussenliggende bebouwde gebied dat een afschermde werking heeft, is geen sprake van negatieve effecten. Vervolgstappen zijn niet aan de orde.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Wilhelminastraat 37 tot en met 40a te Emmen (kenmerk: 200959)

4. EFFECTENBEOORDELING SOORTENBESCHERMING 4.1

Voorselectie soortgroepen

Vanwege de eigenschappen van het plangebied zijn niet op alle beschermde soortgroepen effecten te verwachten. Aangezien binnen het plangebied oppervlaktewater ontbreekt, is aanwezigheid van vissen en (voortplanting van) amfibieën en libellen op voorhand uitgesloten.

4.2

Flora

Binnen het plangebied bestaat het voornamelijk uit verhardingen. Beschermde flora wordt op basis van de terreinkenmerken (verharding) en de bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van flora zijn niet aan de orde.

4.3

?

Broedvogels

Huismus en gierzwaluw Voor huismus en gierzwaluw ontbreken geschikte nestmogelijkheden, aangezien het dak van het projectgebouw plat is, waardoor hieronder geen ruimte is voor potentiele nestlocaties. Tijdens het veldbezoek zijn in de nabije buurt van het plangebied ter plaatse van Kerkhoflaan 3 nestindicerende waarnemingen van de huismus gedaan bij de onderste rij dakpan. Het is tevens mogelijk dat onder het dak ook nestlocaties van gierzwaluwen aanwezig zijn. Overige soorten met jaarrond beschermde nesten Andere soorten met jaarrond beschermde nesten worden uitgesloten vanwege het ontbreken van geschikte broedgelegenheid, onder andere in de vorm van bomen. Ook in de directe omgeving van het plangebied zijn geen nesten van deze soorten waargenomen en/of bekend. Voor de in de nabijheid bekende categorie 5 soorten (zie tabel 2.1) zijn in de omgeving van het plangebied voldoende alternatieven aanwezig. Vervolgstappen ten aanzien van soorten met jaarrond beschermde nesten zijn niet aan de orde. Overige broedvogels Het plangebied biedt geschikte broedgelegenheid voor overige niet-jaarrond beschermde nesten van broedvogels (zie figuur 4.1).

Figuur 4.1. Nestlocatie van een niet-jaarrond beschermd nest.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Wilhelminastraat 37 tot en met 40a te Emmen (kenmerk: 200959)

Grondbroedende vogels worden gezien de terreinkenmerken (veel verstoring en verhardingen) uitgesloten. Het plangebied maakt tevens onderdeel uit van het foerageergebied van diverse vogels van stedelijk milieu. Tijdens het veldbezoek zijn huismussen foeragerend waargenomen. Gezien het beperkte oppervlak en de terreinkenmerken betreft het geen essentieel foerageergebied. In de directe omgeving is echter voldoende beschikbaar alternatief foerageergebied beschikbaar. In de directe omgeving van het plangebied kunnen vogels in het aanwezige opgaand groen tot broeden komen. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen. Verstoring van broedgevallen is toegestaan zolang dit geen wezenlijke invloed op de gunstige staat van instandhouding heeft.

4.4

Vleermuizen

Verblijfplaatsen Aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen kan niet op voorhand worden uitgesloten. Tijdens het veldbezoek bleek dat er open stootvoegen aanwezig zijn in het gebouw (zie figuur 4.2). Hier hebben vleermuizen de mogelijkheid om in de spouw een verblijfplaats te hebben.

Figuur 4.2. Aanwezige open stootvoegen in het gebouw binnen het plangebied.

Ook is er voldoende ruimte aanwezig tussen de gevel en boeiboord, waardoor vleermuizen mogelijk de spouw binnen kunnen treden (zie figuur 4.3).

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Wilhelminastraat 37 tot en met 40a te Emmen (kenmerk: 200959)

Figuur 4.3. Aanwezige ruimte tussen gevel en boeiboord.

Het gebouw binnen het plangebied is daarmee potentieel geschikt als paar- zomer-, kraam- of overwinteringslocatie van gebouwbewonende soorten, zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis of laatvlieger. Daarnaast kunnen gewone dwergvleermuizen in grote groepen overwinteren. In de nazomer worden deze massawinterverblijfplaatsen in grote groepen verkend door voor een dergelijke verblijfplaats te zwermen. Dit gedrag is tot nu toe met name aangetoond bij grotere, hoge gebouwen, zoals flats of kerken. Een zwermlocatie van gewone dwergvleermuizen wordt zodoende niet verwacht binnen het plangebied. Door de voorgenomen ontwikkeling kunnen deze mogelijk aanwezige verblijfplaatsen aangetast en/of verstoord worden. Nader soortgericht onderzoek is noodzakelijk om eventuele verblijfplaatsen vast te stellen dan wel te kunnen uitsluiten. Vliegroute De straten in de omgeving vormen lijnvormige elementen die als vliegroute kunnen worden gebruikt door vleermuizen. Gezien de aanwezigheid van alternatieven in de directe omgeving betreft het geen essentiële vliegroutes. Bovendien worden bij de werkzaamheden deze mogelijke vliegroutes niet aangetast. Werkzaamheden vinden uitsluitend overdag plaats, zodat ook geen sprake is van lichtverstoring. Vervolgstappen ten aanzien van vliegroutes van vleermuizen zijn zodoende niet aan de orde.

Foerageergebied Het plangebied kan onderdeel uitmaken van het van het foerageergebied van in de omgeving voorkomende soorten vleermuizen. Aangezien de werkzaamheden overdag plaatsvinden en de locatie en omgeving na ontwikkeling voldoende geschikt blijven als foerageergebied is verder onderzoek naar het voorkomen van foerageergebieden van vleermuizen niet noodzakelijk.

4.5

Grondgebonden zoogdieren

Verblijfplaatsen van de beschermde grondgebonden steenmarter (zonder provinciale vrijstelling) wordt op basis van de habitateisen, de terreinkenmerken en het veldbezoek niet uitgesloten. Het

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Wilhelminastraat 37 tot en met 40a te Emmen (kenmerk: 200959)

gebouw is toegankelijk voor de steenmarter, waardoor het gebouw potentieel geschikt is als verblijfplaats of rustplaats van de steenmarter (zie figuur 4.4).

Figuur 4.4. Toegang tot het gebouw voor steenmarters.

Overige beschermde grondgebonden zoogdieren worden door het ontbreken van geschikte habitatseisen niet verwacht binnen het plangebied. Overige zoogdieren In het plangebied zijn vaste verblijfplaatsen van algemene grondgebonden zoogdiersoorten zoals muizen te verwachten. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele verblijfplaatsen en/of exemplaren van deze grondgebonden zoogdieren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Drenthe vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming (zie bijlage 1), waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze zoogdieren niet aan de orde is.

4.6

Overige soorten

Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater (in de ruime omgeving) worden vissen en (voortplanting van) amfibieën en libellen uitgesloten (zie ook paragraaf 2.1). Gelet op de terreinkenmerken, de habitateisen en verspreidingsgegevens wordt het voorkomen van beschermde reptielen, vlinders en overige ongewervelden ter plaatse van het plangebied uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van de soortgroepen vissen, amfibieën, reptielen en ongewervelden zijn niet aan de orde.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Wilhelminastraat 37 tot en met 40a te Emmen (kenmerk: 200959)

5. CONCLUSIE EN ADVIES 5.1

Soortenbescherming

Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van soortenbescherming wordt het volgende geconcludeerd: - Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen algemene vogelsoorten tot broeden komen. - Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn vanwege de aanwezigheid van open stootvoegen en geschikte ruimte naar de spouw via de gevel en boeiboord, niet uit te sluiten. Mogelijk vormt het plangebied onderdeel van een vliegroute en foerageergebied. Dit betreft echter geen essentieel leefgebied en de ontwikkeling heeft geen negatief effect op de functionaliteit ervan. - Verblijfplaatsen of rustplaatsen van steenmarters zijn vanwege de toegankelijkheid tot het gebouw voor deze soort niet uit te sluiten binnen het plangebied. Overige beschermde grondgebonden zoogdieren worden gezien de habitateisen uitgesloten. - Groei- en verblijfplaatsen van beschermde flora, vissen, amfibieën, reptielen en ongewervelden zijn gezien de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. - In het plangebied zijn enkele algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren te verwachten. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van de verbodsartikelen.

5.2

Gebiedsbescherming

Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van gebiedsbescherming wordt het volgende geconcludeerd: Natura 2000 Het plangebied ligt buiten Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde gebied ligt op circa 12 kilometer afstand. Vanwege deze afstand, de potentiële effecten, bekende dosis-effectrelaties en de aard/omvang van de voorgenomen ontwikkeling, zijn indirecte effecten op voorhand uitgesloten. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland. Het voorgenomen plan heeft gezien de afstand tot deze gebieden (>850 meter), de ligging binnen de bebouwde kom en de aard en omvang van de plannen geen effect op deze gebieden. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde.

5.3

Advies en vervolgstappen

Soortgericht nader onderzoek vleermuizen en steenmarter Om te bepalen of er vleermuisverblijfplaatsen en rust- of verblijfplaatsen van steenmarter in de bebouwing aanwezig zijn, is aanvullend onderzoek nodig. Alleen dan kan bepaald worden of er bij de voorgenomen werkzaamheden sprake is van overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Leidraad voor vleermuisonderzoek is het vleermuisprotocol van 2017 (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017). Voor een volledig vleermuisonderzoek zijn meerdere veldbezoeken nodig in de periode half mei - september. Het nader onderzoek naar steenmarter kan jaarrond worden uitgevoerd en bestaat uit het plaatsen en controleren van wildcamera’s en sporenonderzoek. Het onderzoek neemt enkele weken in beslag.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Wilhelminastraat 37 tot en met 40a te Emmen (kenmerk: 200959)

Afhankelijk van de resultaten wordt bepaald of maatregelen en/of een ontheffing nodig zijn. Overige broedvogels Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen diverse (niet jaarrond beschermde) vogels tot broeden komen. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Voor de meeste soorten kan de periode tussen maart en september worden aangehouden als broedseizoen. Dit is echter afhankelijk van de soort en van de klimatologische omstandigheden. Bij uitvoering van de werkzaamheden in het broedseizoen wordt geadviseerd potentiële nestlocaties vóór het broedseizoen ongeschikt te maken voor vogels. Ook kan ervoor worden gekozen de werkzaamheden voor het broedseizoen op te starten en continue door te werken, zodat vogels buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden geschikte broedgelegenheid zullen zoeken.

Wanneer de werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart en de locaties niet van te voren dicht gezet kunnen worden, moet de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden worden vrijgegeven door een ervaren ecoloog (broedvogelcheck). Indien bij de controle in gebruik zijnde nesten van vogels, of in aanbouw zijnde nesten worden aangetroffen moet een zorgvuldige werkwijze worden bepaald of dienen de werkzaamheden worden uitgesteld tot het nest niet meer in gebruik is.

5.3.1 Zorgplicht Wij merken op dat te allen tijde de zorgplicht blijft gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend.

5.4

Verantwoording

De conclusies en adviezen zijn van toepassing op de door de opdrachtgever aangegeven en in hoofdstuk 1.4 beschreven ontwikkelingen. Indien deze wijzigen of er ook andere werkzaamheden worden uitgevoerd, dient er een herbeoordeling plaats te vinden. De initiatiefnemer of opdrachtgever is verantwoordelijk voor het gebruik van de rapportage. Eco Reest BV aanvaardt dan ook geen aansprakelijkheid voor de inhoud, interpretaties of conclusies indien gebruik wordt gemaakt van deelaspecten van deze rapportage, zonder verwijzing naar de volledige rapportage. Bovendien aanvaardt Eco Reest BV geen aansprakelijkheid voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en fauna.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Wilhelminastraat 37 tot en met 40a te Emmen (kenmerk: 200959)

GERAADPLEEGDE BRONNEN Literatuur / documenten Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J. & Buys, J.C. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden. Leiden. Broekmeyer, M.E.A. et al. (2014). Update effectenindicator Natura 2000. Wageningen, Alterra, voorjaar 2014. Broekmeyer, M.E.A. (redactie) (2006). Effectenindicator Natura 2000-gebieden; achtergronden en verantwoording ecologische randvoorwaarden en storende factoren. Wageningen, Alterra, Alterrapport 1375, oktober 2006. BIJ122 (2017). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12. (2017). Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. Versie 1.0, juli 2017. Dietz, C., O. von Helversen, D. Nill (2011): Vleermuizen; Alle soorten van Europa en noordwest-Afrika, De Fontein / Tirion Uitgevers B.V., Utrecht. Krijgsveld, K.L., R.R. Smits en J. van der Winden (2008). Verstoringsgevoeligheid van vogels - Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie. 23 december 2008. Netwerk Groene Bureaus, werkgroep 'Standaarden en protocollen' (2017). Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, versie juli 2017. Provincie Drenthe (2018). Omgevingsverordening 2018.

Versie 3 oktober 2018, vastgesteld door Provinciale Staten. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017). Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. Internet Ministerie van LNV - Natura 2000-gebieden. Geraadpleegd op 17 juni 2020, van https://www.natura2000.nl/ Nationale Databank Flora en Fauna. Geraadpleegd op 17 juni 2020, van www.NDFF.nl1 Overheid (2020). Wetstekst Wet natuurbescherming. Geraadpleegd op 17 juni 2020, van https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2020-01-01. Rijksoverheid (2020). AERIUS Calculator, versie 2019A. Geraadpleegd op 17 juni 2020, van https://calculator.aerius.nl/calculator/

1

In dit rapport worden gegevens gebruikt welke (deels) afkomstig zijn uit de NDFF. Deze mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Wilhelminastraat 37 tot en met 40a te Emmen (kenmerk: 200959)

BIJLAGE 1 OVERZICHT VRIJGESTELDE SOORTEN PROVINCIE DRENTHE Vrijgestelde soorten (artikel 3.10 eerste lid, onderdeel c) Provincie Drenthe Zoogdieren Aardmuis (Microtus agrestis) Bosmuis (Apodemus sylvaticus) Bunzing (Mustela putorius) Dwergmuis (Micromys minutus) Dwergspitsmuis (Sorex minutus) Egel (Erinaceus europaeus) Gewone bosspitsmuis (Sorex araneus) Haas (Lepus europeus) Hermelijn (Mustela erminea) Huisspitsmuis (Crocidura russula) Konijn (Oryctolagus cuniculus) Ondergrondse woelmuis (Pitymys subterraneus) Ree (Capreolus capreolus) Rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus) Tweekleurige bosspitsmuis (Sorex coronatus) Veldmuis (Microtus arvalis) Vos (Vulpes vulpes) Wezel (Mustela nivalis) Woelrat (Arvicola terrestris) Amfibieën

Bruine kikker (Rana temporaria) Gewone pad (Bufo bufo) Kleine watersalamander (Triturus vulgaris) Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana ridibunda) Middelste groene kikker / Bastaardkikker (Pelophylax klepton esculentus Rana esculenta)

Bron: Provincie Drenthe (2018) Omgevingsverordening 2018 - Bijlage IV: Soortenvrijstellingslijst voor ruimtelijke ingrepen en bestendig beheer.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Wilhelminastraat 37 tot en met 40a te Emmen (kenmerk: 200959)

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)

Bijlage 4 Vervolgonderzoek ecologie

114

Nader onderzoek vleermuizen en steenmarter ter plaatse van: Wilhelminastraat 37 - 40a te Emmen

projectnummer

201800

Pagina 2 van 13

TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Auteur Controle en vrijgave Versie rapport

Nader onderzoek vleermuizen en steenmarter Wilhelminastraat 37 - 40a te Emmen 201800 K.E. Harmsen M.K. Pinxterhuis Versienummer: Datum: Reden vervallen: 1.0 5 oktober Vigerende versie 2021

Paraaf vrijgave

OPDRACHTGEVER Naam Contactpersoon Adres

Noorderbaken Vastgoed BV dhr. J. Rigterink Hooggoorns 14, 7812 AM EMMEN

UITGEVOERD DOOR info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde Tel: 0528 373 982

Kantoor Appingedam Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam Tel: 0596 633 355

Kantoor Almere Transistorstraat 91-34 1322 CL Almere 036 82 00 397

Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van ecologisch onderzoek. Dit onderzoek en advies is tot stand gekomen onafhankelijk van de belangen van de opdrachtgever en derden. Eco Reest BV is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en is gemachtigd gebruik te maken van de ontheffingen en correspondentie met bevoegde gezagen van het Netwerk Groene Bureaus met betrekking tot Wet natuurbescherming. DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een nader onderzoek vleermuizen dat is uitgevoerd ter plaatse van Wilhelminastraat 37 - 40a te Emmen, in opdracht van Noorderbaken Vastgoed BV. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen.

Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is, de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken en het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt. © 2021 Eco Reest BV. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Wijze van citeren: Eco Reest 2021 Emmen_201800_Wilhelminastraat 37 - 40a_NO We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

Nader onderzoek vleermuizen en steenmarter Wilhelminastraat 37-40a te Emmen (kenmerk: 201800 v1.0)

Pagina 3 van 13

INHOUD 1.

INLEIDING.................................................................................................................... 4

1.1 1.2 1.2.1 1.2.2 1.3

Aanleiding en doelstelling ............................................................................................................. 4 Wettelijk kader.............................................................................................................................. 4 Habitatrichtlijn, bijlage II van verdrag van Bern en Bijlage I van verdrag van Bonn ......................... 4 Overige nationaal beschermde soorten ........................................................................................... 4 Leeswijzer ..................................................................................................................................... 5

2.

PLANGEBIED EN VOORGENOMEN WERKZAAMHEDEN .................................................. 6

2.1 2.2

Beschrijving plangebied ................................................................................................................. 6 Voorgenomen werkzaamheden en planning ................................................................................. 8

3.

ONDERZOEKSOPZET ..................................................................................................... 9

3.1 3.2

Vleermuizen .................................................................................................................................. 9 Steenmarter .................................................................................................................................. 9

4.

RESULTATEN .............................................................................................................. 10

4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.2 4.3 4.3.1

Vleermuizen ................................................................................................................................ 10 Verblijfplaatsen .............................................................................................................................. 10 Foerageergebied ............................................................................................................................. 10 Vliegroutes...................................................................................................................................... 11 Steenmarter ................................................................................................................................ 11 Overige waarnemingen ............................................................................................................... 11 Nestplaatsen ................................................................................................................................... 11

5.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .............................................................................. 12

5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.2 5.2.1 5.3

Functie van het plangebied en effectbeoordeling ........................................................................ 12 Vleermuizen .................................................................................................................................... 12 Steenmarter.................................................................................................................................... 12 Vogelnesten .................................................................................................................................... 12 Vervolgstappen ........................................................................................................................... 12 Zorgplicht ........................................................................................................................................ 12 Verantwoording .......................................................................................................................... 12

LITERATUURLIJST........................................................................................................................ 13

Nader onderzoek vleermuizen en steenmarter Wilhelminastraat 37-40a te Emmen (kenmerk: 201800 v1.0)

Pagina 4 van 13

1. INLEIDING In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en de doelstelling van het onderzoek en het wettelijk kader.

1.1

Aanleiding en doelstelling

Aanleiding tot het onderzoek is het voornemen om een deel van het pand te slopen en mogelijk een aantal appartementen te bouwen en de daarmee samenhangende wijziging van het bestemmingsplan. In dat kader is door Eco Reest een quickscan uitgevoerd (rapportnummer 200959, datum 19 juni 2020). Hieruit is naar voren gekomen dat de locatie geschikt is voor verblijfplaatsen van vleermuizen en steenmarter. Om vast te stellen of uit te sluiten dat zich verblijfplaatsen van één of meerdere soorten op de locatie bevinden is Eco Reest BV gevraagd nader onderzoek uit te voeren naar vleermuizen en steenmarter ter plaatse van Wilhelminastraat 37 - 40a te Emmen. Doel van het nader onderzoek is tweeledig: 1. Er wordt vastgesteld of en zo ja op welke manier, het plangebied deel uitmaakt van het functioneel leefgebied van: - Vleermuizen - Steenmarter 2. Daarnaast wordt bepaald of de voorgenomen werkzaamheden een overtreding van de Wet natuurbescherming (Wnb) tot gevolg hebben.

1.2

Wettelijk kader

1.2.1 Habitatrichtlijn, bijlage II van verdrag van Bern en Bijlage I van verdrag van Bonn Vleermuizen zijn beschermde inheemsen soorten als bedoeld in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn en is zodoende beschermd op grond van artikel 3.5 van de Wnb. -

Op grond van artikel 3.5 lid 2 van de Wnb is het verboden om dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Op grond van artikel 3.5 lid 4 van de Wnb is het verboden om de voorplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.

Onder voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van vleermuizen als bedoeld in artikel 3.5 lid 4 van de Wnb vallen onder andere kraamverblijven, zomerverblijven, paarverblijven en winterverblijven maar ook essentiële vliegroutes en foerageergebieden die van belang zijn voor de instandhouding van de voortplantingsplaats of rustplaats worden hieronder gerekend. Tijdelijke, seizoensgebonden verblijfplaatsen als holen die van belang zijn voor de gunstige staat van instandhouding van een soort op populatieniveau of per individu zijn ook beschermd door artikel 3.5 lid 4 van de Wnb.

1.2.2 Overige nationaal beschermde soorten In de Wet natuurbescherming is een lijst met nationaal beschermde soorten opgenomen. Hierop is artikel 3.10 van deze wet van toepassing. Lid 1 luidt als volgt: Nader onderzoek vleermuizen en steenmarter Wilhelminastraat 37-40a te Emmen (kenmerk: 201800 v1.0)

Pagina 5 van 13

Het is verboden: a) in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of; c) vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In provincie Drenthe is voor steenmarter geen vrijstelling van toepassing en deze soort valt derhalve onder dit beschermingsregime.

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt het plangebied besproken. Hoofdstuk 3 bevat een onderzoeksopzet. Hoofdstuk 4 beschrijft de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Besloten wordt met hoofdstuk 5; de conclusies en advies voor eventueel benodigde vervolgstappen voor het project.

Nader onderzoek vleermuizen en steenmarter Wilhelminastraat 37-40a te Emmen (kenmerk: 201800 v1.0)

Pagina 6 van 13

2. PLANGEBIED EN VOORGENOMEN WERKZAAMHEDEN In dit hoofdstuk zijn het plangebied en de voorgenomen werkzaamheden binnen het plangebied beschreven.

2.1

Beschrijving plangebied

Het plangebied is gelegen ter plaatse van Wilhelminstraat 37 tot en met 40a te Emmen (figuur 2.1). Het onderzoeksterrein heeft een oppervlakte van circa 2.000 m² en is grotendeels bebouwd. Het betreft een pizzeria met bovenwoning (Wilhelminastraat 40 en 40a) en een winkelpand met bovenwoningen (Wilhelminastraat 37, 38, 38a, 38b, 39 en 39a). De omgeving bestaat uit meerdere gebouwen met her en der groenstructuren. In of nabij het plangebied zijn geen watervoerende elementen aanwezig. Figuren 2.2, 2.3 en 2.4 geven een beeld van het plangebied.

Figuur 2.1 Plangebied (rood omlijnd) (bron achtergrondkaart: ArcGIS).

Nader onderzoek vleermuizen en steenmarter Wilhelminastraat 37-40a te Emmen (kenmerk: 201800 v1.0)

Pagina 7 van 13

Figuur 2.2. Oostkant van het plangebied.

Figuur 2.3. Zuidkant van het plangebied.

Figuur 2.4. Westkant van het plangebied.

Nader onderzoek vleermuizen en steenmarter Wilhelminastraat 37-40a te Emmen (kenmerk: 201800 v1.0)

Pagina 8 van 13

2.2

Voorgenomen werkzaamheden en planning

De wens van de opdrachtgever is om te onderzoeken of het mogelijk/rendabel is om een deel van het pand te slopen en achter op het perceel, nabij de Julianastraat, appartementen te realiseren. De datum wanneer de werkzaamheden van start gaan is nog niet bekend.

Nader onderzoek vleermuizen en steenmarter Wilhelminastraat 37-40a te Emmen (kenmerk: 201800 v1.0)

Pagina 9 van 13

3. ONDERZOEKSOPZET In dit hoofdstuk zijn de methoden van het veldonderzoek per onderzochte soort(groep) beschreven.

3.1

Vleermuizen

Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen uit de meest recente versie van het Vleermuisprotocol (versie 2021). Het vleermuisonderzoek heeft plaatsgevonden door middel van vier bezoekronden. Hiervan zijn twee ronden uitgevoerd tijdens de kraamtijd van vleermuizen. Daarnaast zijn twee bezoekronden uitgevoerd tijdens de paartijd van vleermuizen. Tegelijkertijd met het onderzoek naar verblijfplaatsen zijn ook de functie vliegroute en leefgebied onderzocht. Met behulp van een batdetector (Pettersson D240x) is de aanwezigheid van kraam-, zomer- of paarverblijfplaatsen van vleermuizen in het pand in beeld gebracht. Gedurende de bezoeken is het plangebied twee uur lang onderzocht op verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. Drie onderzoeksronden hebben plaatsgevonden in de avonduren, na zonsondergang. Een onderzoeksronde is uitgevoerd vanaf twee uur voor zonsopkomst. Hierbij zijn geluids- en visuele waarnemingen genoteerd en ultrasone geluiden van vleermuizen opgenomen. De onderzoeken in de kraamperiode zijn met meer veldwerkers uitgevoerd dan in de paarperiode, omdat hierbij extra is gelet op in- en uitvliegende dieren, terwijl bij het onderzoek naar paarverblijven de nadruk lag op geluidswaarnemingen (baltsgeluiden). Analyse van opgenomen vleermuisgeluiden heeft, waar nodig, plaatsgevonden met behulp van het programma Wavesurfer of BatExplorer.

Hierbij is met behulp van sonogrammen het in het veld opgenomen geluid op soort gedetermineerd. Het onderzoek naar vleermuizen heeft op de volgende data en bij de onderstaande weersomstandigheden plaatsgevonden: Tabel 3.1 Uitgevoerde onderzoeksronden vleermuizen Ronde* KR1 KR2 PA1 PA2

Datum (2021) 17 mei 10 juni 30 augustus 21 september

Zon op/onder 21:27 05:09 20:25 19:33

Begintijd

Eindtijd

21:27 03:09 22:00 20:33

23:30 05:09 00:00 22:33

Temp (oC) 1210 1413 1615 1514

Wind (Bft) 2 1 3 1

Bewolking

Neerslag

Veldwerkers

Half bewolkt Half bewolkt Half bewolkt Geheel bewolkt

Droog Droog Droog Droog

2 2 1 1

*KR: Ronde kraam- en zomerverblijfplaatsen, PA: Ronde paarverblijfplaatsen,

3.2 Steenmarter Uit de vooronderzoek bleek dat er enkele gaten aanwezig zijn die toegang tot het pand bieden aan steenmarter. Tijdens de quickscan kon de binnenkant en het dak van het pand niet bekeken worden. Om te bepalen of de binnenzijde en het dak geschikt zijn voor steenmarter is er een nader onderzoek uitgevoerd. Tijdens dit onderzoek is er ook gezocht naar sporen van steenmarter, zoals uitwerpselen.

Nader onderzoek vleermuizen en steenmarter Wilhelminastraat 37-40a te Emmen (kenmerk: 201800 v1.0)

Pagina 10 van 13

4. RESULTATEN In dit hoofdstuk zijn de resultaten van het veldonderzoek per onderzochte soort(groep) beschreven.

4.1

Vleermuizen

4.1.1 Verblijfplaatsen Tijdens het onderzoek zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen binnen het plangebied aangetroffen. Wel is een verblijfplaats in de directe omgeving vastgesteld (figuur 4.1) Tijdens het onderzoek zijn geen in- of uitvliegende vleermuizen waargenomen binnen het plangebied. Bovendien is binnen het plangebied geen (zwerm)gedrag waargenomen dat wijst op een verblijfplaats van vleermuizen. Hieruit wordt geconcludeerd dat er geen verblijfplaatsen aanwezig zijn binnen het plangebied. Buiten het plangebied is een zomerverblijf van gewone dwergvleermuis vastgesteld. Dit verblijf bevindt zich onder de overstekende rand van Wilhelminastraat 34 (figuur 4.2). In de nabije omgeving zijn ook twee paarterritoria van gewone dwergvleermuis waargenomen. Deze territoria hadden echter geen verbintenis met het plangebied.

Figuur 4.1 Waarnemingen vleermuizen en steenmarter

4.1.2 Foerageergebied Er zijn geen foerageergebieden vastgesteld binnen het plangebied. Essentiele foerageergebieden binnen het plangebied zijn daarom uit te sluiten.

Nader onderzoek vleermuizen en steenmarter Wilhelminastraat 37-40a te Emmen (kenmerk: 201800 v1.0)

Pagina 11 van 13

4.1.3 Vliegroutes Overvliegende dieren zijn in lage aantallen waargenomen. Er wordt daarom binnen of rond het plangebied geen essentiële vliegroutes verwacht. Vervolgstappen ten aanzien van vleermuizen is niet aan de orde gezien verblijfplaatsen, essentiële foerageergebieden en vliegroutes binnen het plangebied niet zijn vastgesteld.

4.2

Steenmarter

Uit het onderzoek is gebleken dat het gebouw niet geschikt is al vaste verblijfplaats voor steenmarter. Ook zijn er geen sporen gevonden die duiden op de aanwezigheid van deze soort in het gebouw. Steenmarter is wel één keer waargenomen nabij het plangebied tijdens vleermuizenonderzoek. Dat de soort incidenteel gebruik maakt van het plangebied is niet uit te sluiten, er zal echter geen spraken zijn van essentieel leefgebied voor de soort.

4.3

Overige waarnemingen

4.3.1 Nestplaatsen Tijdens het veldbezoek is binnen het plangebied nest van de kauw waargenomen in de oostelijke muur (figuur 4.2). Alle broedvogels zijn tijdens het broedseizoen beschermd en mogen dan niet worden verstoord.

Figuur 4.2 Kauwen hebben een nest gebouwd in een gat van de oostelijke muur (locatie met een rode pijl aangegeven).

Nader onderzoek vleermuizen en steenmarter Wilhelminastraat 37-40a te Emmen (kenmerk: 201800 v1.0)

Pagina 12 van 13

5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN In dit hoofdstuk zijn de conclusies en aanbevelingen opgenomen die uit de resultaten van de veldbezoeken voortvloeien. De resultaten worden behandeld per soort(groep).

5.1

Functie van het plangebied en effectbeoordeling

5.1.1 Vleermuizen Uit de resultaten van het vleermuisonderzoek komt het volgende naar voren dat er geen verblijfplaatsen en foerageergebieden van vleermuizen zijn in het plangebied. Binnen het plangebied zijn doortrekkende vleermuizen waargenomen. Gezien de lage aantallen gaat het hier niet om een essentieel foerageergebied of essentiële vliegroutes. Bovendien zijn in de directe omgeving voldoende alternatieven aanwezig. Vervolgstappen ten aanzien van vleermuizen voor het uitvoeren van de geplande werkzaamheden zijn niet nodig.

5.1.2 Steenmarter Het plangebied wordt mogelijk incidenteel gebruikt door steenmarter. Er is echter geen sprake van essentieel leefgebied. Vervolgstappen ten aanzien van deze soort in niet aan de orde.

5.1.3 Vogelnesten Bij voorgenomen de sloopwerkzaamheden worden nestplaatsen van kauw weggenomen. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen. Bij het verwijderen van nesten in het broedseizoen is sprake van een overtreding van artikel 3.1 (2e lid) van de Wnb. Een overtreding kan voorkomen worden door de sloopwerkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen. Voor het broedseizoen staat geen vaste periode. Van belang is of een broedgeval aanwezig is.

5.2

Vervolgstappen

Er is zijn geen verblijfplaatsen of essentiële foerageergebieden of vliegroutes van middelzwaar tot zwaar beschermde soorten aangetroffen. Daarom is in dit geval geen ontheffing van de Wet Natuurbescherming nodig.

5.2.1 Zorgplicht Wij merken op dat te allen tijde de zorgplicht blijft gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. De zorgplicht geldt voor alle planten en dieren, beschermd of niet.

5.3

Verantwoording

De initiatiefnemer of opdrachtgever is verantwoordelijk voor het gebruik van de rapportage. Eco Reest BV aanvaardt dan ook geen aansprakelijkheid voor de inhoud, interpretaties of conclusies, indien gebruik wordt gemaakt van deelaspecten van deze rapportage, zonder verwijzing naar de volledige rapportage. Bovendien aanvaardt Eco Reest geen aansprakelijkheid voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en fauna.

Nader onderzoek vleermuizen en steenmarter Wilhelminastraat 37-40a te Emmen (kenmerk: 201800 v1.0)

Pagina 13 van 13

LITERATUURLIJST Boeken / documenten BIJ12 (2017). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017 BIJ12 (2017). Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. Versie 1.0, juli 2017 Eco Reest (2020). Quickscan Wet natuurbescherming Wilhelminastraat 37 tot en met 40a te Emmen. Versie 1.0, juni 2020 Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2021) Vleermuisprotocol 2021, januari 2021 Websites Zoogdierenvereniging (z.d.). Steenmarter. Geraadpleegd op 4 oktober 2021, van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/steenmarter

Nader onderzoek vleermuizen en steenmarter Wilhelminastraat 37-40a te Emmen (kenmerk: 201800 v1.0)

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)

Bijlage 5 AERIUS-berekening

128

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=fd1f8ca9-7ec0-4eef-a3c3-97b517dc9764