Bijlage bij RA21.0080 Toelichting 1-47 (RIS.10413)
Tekst van het document
Conclusie
Op basis van een ecologische quickscan is geconcludeerd dat er vervolgonderzoek noodzakelijk is om te bepalen of er vleermuisverblijfplaatsen en rust- of verblijfplaatsen van steenmarter in de bebouwing aanwezig zijn. Afhankelijk van de resultaten wordt bepaald of maatregelen en/of een ontheffing nodig zijn. Het vervolgonderzoek is inmiddels uitgezet. De resultaten van dit vervolgonderzoek worden in het ontwerpbestemmingsplan verwerkt. Ten aanzien van het aspect ‘gebiedsbescherming’ is het plan uitvoerbaar. Ten slotte is op basis van de Wnb altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat eenieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving. In het ecologische onderzoek is dit benoemd. 4.3
Fysieke veiligheid
Rijksoverheid stelt risiconormen op het gebied van veiligheid aan inrichtingen, ter bescherming van de omgeving. Naast de wet- en regelgeving mogen gemeenten invulling geven aan een eigen veiligheidsvisie. In de Beleidsnota externe veiligheid gemeente Emmen (april 2013) geeft de gemeente Emmen invulling aan deze beleidsruimte. In de gemeentelijke beleidsnota Externe Veiligheid zijn de ruimtelijke uitgangspunten van de structuurvisie verder uitgewerkt. In de Beleidsnota externe veiligheid heeft de gemeente Emmen gekozen voor een gebiedsgerichte benadering voor de vestiging van risicovolle activiteiten. Tevens is in het beleid een afwegingskader bij concrete ruimtelijke beslissingen en voor de inzet van bestuurlijke uitvoeringsinstrumenten om de kwetsbaarheid van een object of activiteit die niet rechtstreeks onder de begripsbepaling van het Bevi valt bepaald te beoordelen. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is rekening gehouden met deze nota externe veiligheid. Vanuit de Veiligheidsregio Drenthe en RUD Drenthe is richting gegeven aan het beoogde veiligheidsniveau van de gebouwen in en rondom het plangebied van het bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen).
Hierbij is getoetst aan bestaande regelgeving en normen voor (externe) veiligheid, bereikbaarheid, bluswatervoorziening, repressieve dekking en alarmsystemen welke onderdeel zijn van de veiligheidsketen. 4.3.1
Fysieke veiligheidssituatie
In het kader van regelgeving in relatie tot Externe Veiligheid gelden voor dit bestemmingsplan geen belemmeringen. Op de volgende uitsnede uit de risicokaart is dat weergegeven.
27
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)
Figuur 12. Uitsnede risicokaart. Bron: www.risicokaart.nl. 4.3.1.1 Risicobronnen binnen het plangebied Het plangebied is geïnventariseerd op de aanwezigheid van zogenoemde Bevi-bedrijven (vergunde situatie en feitelijke situatie). Binnen het plangebied Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) bevinden zich geen risicobronnen die invloed (kunnen) hebben op het plangebied. 4.3.1.2 Risicobronnen buiten het plangebied Buiten het plangebied zijn ook geen Bevi- bedrijven gesitueerd. 4.3.1.3 Laagvliegroute Er zijn 2 laagvliegroutes in Nederland, 1 van het zuiden naar het noorden via Almelo en Sleen en 1 van het noorden naar het zuiden via Zwolle en Deventer. Het plangebied ligt niet binnen het invloedgebied van één van deze laagvliegroutes. 4.3.2
Plaatsgebonden risico
Er zijn geen bedrijven met een plaatsgebonden risicocontour 10-6/jaar op basis van de Revi die van invloed zijn op het plangebied. 4.3.2.1 LPG-tankstations Het plangebied ligt eveneens buiten het invloedsgebied van het verder in oostelijke richting gelegen LPG-tankstation. Het LPG-tankstation levert geen belemmeringen op voor het ruimtelijk plan.
28
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)
4.3.2.2 Transport gevaarlijke stoffen Ten aanzien van transportrisico’s zijn Basisnet Spoor en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) van toepassing. Een ruimtelijk plan moet aan het Bevt worden getoetst als het plan binnen 200 meter vanaf de transportroute ligt. Het Bevt bevat externe veiligheidsnormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van transportroutes. De transporthoeveelheden zijn vastgelegd in de Regeling Basisnet Spoor en zijn bepalend voor de toetsing aan het Bevt. Voor het transport van gevaarlijke stoffen via het spoor gelden momenteel ten aanzien van externe veiligheid de eisen van het Bevt. Buiten het plangebied worden gevaarlijke stoffen via het spoor getransporteerd. Het transport van gevaarlijke stoffen via het spoor heeft een invloedsgebied ter grootte van circa 20 meter vanaf de spoorlijn. Het plangebied ligt op meer dan 200 meter vanaf de spoorlijn en ligt hiermee dus niet binnen het invloedgebied van de spoorlijn. 4.3.2.3 Buisleidingen Van belang bij Buisleidingen is de Wet informatie uitwisseling ondergrondse netten, WION, ook wel 'Grondroerdersregeling' (afspraken over graven), die per 1 juli 2010 officieel in werking is getreden. Alle gegevens over hogedrukaardgasleidingen binnen de gemeente kunnen op de provinciale risicokaart worden gevonden.
Het plangebied ligt niet binnen de invloedsfeer van een buisleiding. 4.3.2.4 Hoogspanningslijnen Binnen en in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen hoogspanningslijnen gesitueerd die nadelig op het plangebied kunnen werken. 4.3.3
Groepsrisico
Bij het vaststellen van het bestemmingsplan geeft de externe veiligheid regelgeving de verplichting om het groepsrisico te verantwoorden. De herziening van het bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) ligt niet binnen de invloedssfeer van bronnen op basis waarvan een berekening van het groepsrisico uitgevoerd dient te worden. 4.3.4 Gegevens ten behoeve van nadere inrichting en ontwikkeling in het plangebied Vanuit Veiligheidsregio Drenthe (brandweer) is richting gegeven aan het beoogde veiligheidsniveau van (de gebouwen in) het plangebied van het betreffende bestemmingsplan. Hierbij is getoetst aan: bestaande regelgeving en normen voor (externe) veiligheid; bereikbaarheid; bluswatervoorziening; dekkingsplan; alarmsystemen die onderdeel zijn van de veiligheidsketen. Ten aanzien van het plangebied is het niet noodzakelijk om aanvullende bluswatervoorzieningen aan te brengen. De locatie / plangebied valt binnen de dekking van het Waarschuwingsalarmeringsstelsel. Dit vraagt niet om aanpassingen in het plan. De locatie is gelegen aan het begin van een doodlopende straat. Hiermee kan redelijk voldaan worden aan de uitgangspunten van bereikbaarheid voor hulpdiensten. Idealiter wordt de Julianastraat middels een noodontsluiting, bijv. uitneembare klappaaltjes met een
29
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)
driehoekssleutel, weer ontsloten met de van Schaikweg of verbonden met de Beatrixstraat. De verantwoording van het groepsrisico is niet van toepassing. 4.4
Milieu
4.4.1
Vormvrije m.e.r.
In het Besluit m.e.r. zijn drempelwaarden opgenomen voor wanneer er een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Sinds de wijziging van het Besluit op 1 april 2011 is een beoordeling van een activiteit die op de D-lijst van het Besluit m.e.r. voorkomt noodzakelijk, ook al ligt de omvang van de activiteit (ver) onder de drempelwaarde. In voorliggend bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) komen activiteit(en) voor die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. Vanwege deze activiteit(en) dient met een vormvrije m.e.r. -beoordeling beoordeeld te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu. De conclusie van de beoordeling van de activiteit(en) in voorliggend bestemmingsplan is dat de activiteit(en) geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Ten behoeve van het ontwerpbestemmingsplan is een m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze beoordeling is als Bijlage 6 van het ontwerpbestemmingsplan opgenomen. Het besluit van het college op de aanmeldnotitie is als Bijlage 7 opgenomen. 4.4.2
Bedrijven en milieuzonering
In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden beoordeeld of bedrijven in de omgeving worden belemmerd door de ontwikkeling en of ter plaatse van gevoelige functies, zoals woningen, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de beoordeling is gebruik gemaakt van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering (VNG, editie 2009). Per milieucategorie geldt een minimaal gewenste afstand, de richtafstand. Deze richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds als uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. De in de handreiking opgenomen afstanden zijn indicatief en kunnen per gebiedstype, waarin de ontwikkeling zal plaatsvinden, verschillen. Hierbij is het uitgangspunt dat deze afstanden gemotiveerd worden toegepast. Wanneer het plangebied en omgeving getypeerd kunnen worden als 'gemengd gebied' bedragen de hindercontouren minder. De VNG-publicatie omschrijft een gemengd gebied als: ‘Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels horeca en kleine bedrijven.’
Analyse Het plan voorziet in het realiseren van woningen. Woningen zijn milieugevoelige objecten. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich diverse functies. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd worden dat er sprake is van een gemengd gebied. Voor de percelen aan de Julianastraat en de hoek Julianastraat-Kerkhoflaan geldt de bestemming – gemengd-7’. Binnen deze gemengde bestemming zijn de volgende functies toegestaan: detailhandel, supermarkt uitgesloten; dienstverlening; horeca categorie 1 en categorie 2; kantoren; 30
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)
maatschappelijke voorzieningen; wonen vanaf de eerste verdieping; wonen vanaf de begane grond toegestaan ter plaatse van de functieaanduiding wonen. In de huidige situatie wordt invulling gegeven aan de bestemming in de vorm van en (bedrijfs)woning en detailhandel. Van horeca en maatschappelijke voorzieningen is geen sprake. IN zijn algemeenheid geldt dat voor geen van de toegestane functies binnen de bestemming ‘Gemengd-7’ in een gemengd gebied een richtafstand geldt ten aanzien van woningen. Desondanks moet in het kader van de feitelijke situatie en in het kader van een goed woon- en leefklimaat worden beschouwd hoe aanwezige functies zich verhouden tot het voorziene bouwplan. In dat kader is het milieukundige (akoestische) effect van de groenteboer op de hoek van de Julianastraat-Kerkhoflaan beschouwd. De groenteboer beschikt over koelingen. Dit kan leiden tot akoestische effecten in het kader van industrielawaai. Op basis van onderzoek is echter aangetoond dat van negatieve effecten op de voorziene woningen geen sprake is (zie paragraaf 4.4.4). Van horeca is geen sprake dus er kan geen feitelijke toetsing plaatsvinden. Aan een horecabedrijf. Tegenover het plangebied, aan de Julianastraat, bevindt zich een perceel met een maatschappelijke bestemming.
Hier kunnen zich maatschappelijke voorzieningen vestigen: voorzieningen voor het uitoefenen van activiteiten gericht op de sociale, maatschappelijke, educatieve en openbare dienstverlening, waaronder: gezondheidszorg, zorg en welzijn, jeugd/ kinder/ ouderenopvang, onderwijs, religie, uitvaart, bibliotheken, openbare dienstverlening, culturele voorzieningen, verenigingsleven, nutsvoorzieningen, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; Op basis van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering geldt voor geen van de functies die op basis van deze bestemming mogelijk zijn dat er sprake is van enige milieuhinder, omdat de richtlijn voor alle functies in de bestemming ‘Maatschappelijk’ in een gemengd gebied nul meter bedraagt. Het plan is op basis van het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ uitvoerbaar. 4.4.3
Bodem
Het college van burgemeester en wethouders heeft op 5 maart 2013 de Beleidsregel Bodemkwaliteit vastgesteld. Om de kwaliteit te waarborgen, moet grondverzet worden gemeld bij het landelijke meldpunt. Om het verplaatsen van grond te vereenvoudigen, heeft de gemeente Emmen een aantal kaarten ontwikkeld. Deze bodemkwaliteitskaarten zijn als bijlage in de Nota Bodembeheer opgenomen. Aan de hand van deze kaarten is het mogelijk om zonder voorgaand onderzoek grond te ontgraven en toe te passen. Partijen grond en baggerspecie die niet voldoen aan de bodemkwaliteitskaart en de Nota Bodembeheer van de gemeente Emmen mogen alleen worden toegepast als er sprake is van een nuttige toepassing. Is het werk niet 'nuttig', dan is er sprake van het zich ontdoen van afvalstoffen. Tijdelijke opslag en grootschalige toepassingen van grond en bagger zijn vormen van 'nuttig' gebruik. Tijdelijke uitname zijn werkzaamheden waarbij de grond na korte tijd weer teruggebracht wordt. Een voorbeeld is het graven van een sleuf voor kabels en leidingen. In dat geval hoeft de kwaliteit van de te ontgraven bodem niet onderzocht te worden, tenzij er sprake is van (een verdenking van) bodemverontreiniging.
31
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)
4.4.3.1 Bodemonderzoek Voorliggend plan maakt een milieugevoelige functie (wonen) mogelijk. Daarom heeft in het kader van voorliggend bestemmingsplan een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden. Het onderzoek bestond uit historische onderzoek en uit het verrichten van grondboringen. Het verkennend onderzoek is als Bijlage 8 opgenomen. Doel van het onderzoek is het inventariseren van de bodemkwaliteit voor het doorlopen van de wijziging van de locatie naar de functie ‘wonen’, alsmede voor het bepalen van de kwaliteit van de af te voeren grond. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de bovengrond overschrijdingen van de achtergrondwaarden zijn aangetoond. De onderzoekshypothese, zijnde een onverdachte locatie, is hiermee derhalve verworpen. Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de bestemming van het terrein, wordt geconcludeerd dat verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. Een deel van het plangebied betreft een strook asfalt met een oppervlakte van circa 120 m2. Asfaltverhardingen zijn regelmatig gefundeerd op lagen van puin, slakken of dergelijke materialen. Daar¬door bestaat het risico dat de onderliggende bodem verontreinigd raakt. Een deel van de tuinen komt te liggen op de plaats van de huidige asfaltverharding.
Daarom is dit gedeelte van het plangebied aanvullend onderzocht. De resultaten van het onderzoek zijn als Bijlage 9 opgenomen. Uit het onderzoek komt naar voren dat de bodemkwaliteit van de locatie aan de Julianastraat geschikt is voor de geplande bestemmingswijziging. Uit verkennend en aanvullend bodemonderzoek is gebleken dat de bodem van de locatie hooguit licht verontreinigd is. Op basis daarvan worden er geen risico’s verwacht bij het voorgenomen gewijzigde gebruik van de locatie. Voorliggend plan is op basis van het aspect ‘bodem’ uitvoerbaar. 4.4.4
Geluid
Regels ten aanzien van geluidhinder zijn vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). Het doel van de Wet geluidhinder is tweeledig. Enerzijds de bescherming van het milieu en anderzijds de bescherming van de volksgezondheid. Bepalend is steeds de situering van geluidsbronnen ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen. De Wgh gaat uit van zones langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Binnen dergelijke zones zijn nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen alleen toegestaan indien de geluidsbelasting op de buitengevel onder of hoogstens gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde. Ontheffing van de voorkeursgrenswaarde is toegestaan indien maatregelen om de geluidsbelasting op de buitengevels te beperken niet mogelijk zijn of onvoldoende helpen en indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. 4.4.4.1 Geluidsbronnen in en nabij het plangebied Onderliggend plan maakt een woonfunctie mogelijk. Dit gebruik dient als geluidsgevoelig te worden aangemerkt. Het plangebied ligt binnen het invloedgebied van wegen en de naastgelegen groenteboer op de hoek Julianastraat – Kerkhoflaan. Tevens kent het plangebied de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’.
Ter plaatse van de aanduiding ‘geluidzone – industrie’ zijn de gronden, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting vanwege het industrieterrein op geluidsgevoelige bestemmingen. Op basis van voorgaande heeft in het kader van voorliggend initiatief akoestisch onderzoek plaatsgevonden naar de effecten van wegverkeerslawaai en industrielawaai.
32
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)
4.4.4.2 Wegverkeerslawaai De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen de van rechtswege aanwezige zone van een weg. Conform de Wet geluidhinder heeft elke weg een zone. Conform art. 74 lid 2 Wgh zijn de onderstaande wegen hiervan uitgezonderd: Wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied; Wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt. De breedte van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied. De wegen in het plangebied Emmen, Centrum- Oost zijn gelegen in stedelijk gebied. Hiervoor gelden de volgende zonebreedtes (conform art. 74 lid 1 Wgh) in stedelijk gebied: 1. voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken : 350 meter; 2. voor een weg, bestaande uit één of twee rijstroken : 200 meter. De afstanden zoals weergegeven worden aan weerszijden van de weg gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook. Bij de realisatie van woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen moeten de wettelijke grenswaarden in acht worden genomen. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai bedraagt 48 dB. Indien deze voorkeursgrenswaarde wordt overschreden moet er onderzoek worden gedaan naar mogelijke bron- en/of overdrachtsmaatregelen. Zijn maatregelen niet mogelijk dan kunnen Burgemeester en Wethouders ontheffing van de voorkeursgrenswaarde verlenen.
Indien met maatregelen niet kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB kan voor woningen in binnenstedelijk gebied een hogere waarde worden vastgesteld van ten hoogste 63 dB. De gemeente dient het vaststellen van de hogere waarde met eigen argumenten te motiveren en de vastgestelde hogere waardes zo snel mogelijk inschrijven in het kadaster. Gelet op de goede ruimtelijke onderbouwing bij ontwikkelingen moet ook langs de 30km wegen worden aangeven hoe met uitbreidingsmogelijkheden van met name geluidgevoelige ruimten als bedoeld in de Wet geluidhinder wordt omgegaan (algemene afwijking hogere waarden of alleen uitbreiden met Wro-afwijking en dan voor iedere situatie apart hogere waarde vaststellen) en of daadwerkelijk voldaan wordt aan de wettelijke geluidsnormen ongeacht wat art. 74 lid 2 Wgh hierover aangeeft. Rondom het bestemmingsplan liggen diverse 30 km/h wegen. Deze wegen hebben van rechtswege geen zone. In het kader van goede ruimtelijke ordening zijn deze wegen in het kader van voorliggend plan wel beschouwd. Onderzoek Het plangebied is gelegen binnen de van rechtswege aanwezige zones van Julianastraat, de Kerkhoflaan, de Wilhelminastraat en de Van Schaikweg. De wettelijke rijsnelheid op de wegen bedraagt 50 km/h. Aangezien de rijsnelheid op de wegen minder dan 70 km/h bedraagt, is de aftrek (art. 110g Wgh) 5 dB.
Vanwege de ligging ten opzichte van genoemde wegen heeft akoestisch onderzoek naar de invloed van wegverkeerslawaai plaatsgevonden. Het onderzoek is als Bijlage 10 opgenomen. Uit het onderzoek komt naar voren dat de te verwachten geluidsbelastingen [Lden] vanwege het wegverkeer op de gevels van de binnen het plangebied geprojecteerde appartementencomplex maximaal 48 dB of minder bedraagt. Hieruit blijkt dat de voorkeursgrenswaarde, ten gevolge van het wegverkeer op de nabijgelegen zone plichtige wegen, ter plaatse van het geprojecteerde bouwplan niet wordt overschreden. Het wegverkeerslawaai vormt overeenkomstig het gestelde in de Wet geluidhinder derhalve geen
33
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)
belemmering voor de realisatie van de voorgenomen plannen. 4.4.4.3 Spoorweglawaai De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen de van rechtswege aanwezige zone van een spoorweg. De spoorlijn Emmen - Zwolle (traject 121) heeft van rechtswege een zone van 100 meter. Bij de realisatie /verbouw van woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen binnen deze zone moeten de wettelijke grenswaarden in acht worden genomen. De voorkeursgrenswaarde voor railverkeerslawaai bedraagt 55 dB. Indien deze voorkeursgrenswaarde wordt overschreden moet er onderzoek worden gedaan naar mogelijke bron- en/of overdrachtsmaatregelen. Zijn maatregelen niet mogelijk dan kunnen Burgemeester en Wethouders ontheffing van de voorkeursgrenswaarde verlenen. Indien met maatregelen niet kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB kan er in binnenstedelijk gebied een hogere waarde worden verleend tot 68 dB. De gemeente dient het vaststellen van de hogere waarde met eigen argumenten te motiveren en de vastgestelde hogere waardes zo snel mogelijk inschrijven in het kadaster. Omdat het bestemmingsplan buiten deze zone ligt is voor het plangebied geen onderzoek uitgevoerd. 4.4.4.4 Industrielawaai Bargermeer Het bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) ligt gedeeltelijk binnen de van rechtswege aanwezige zone van het Industrieterreinen Bargermeer.
Om die reden kent een groot deel van het plangebied een gebiedsaanduiding geluidszone- industrie. In 1989 is een zone als bedoeld in de Wet geluidhinder vastgesteld rondom het industrieterrein. Voor de woningen die in de geluidzone van het Bargermeer liggen heeft de Minister van Vrom in 1999 de maximaal toelaatbare geluidsbelastingen (MTG) vastgesteld. Het college van burgemeester en wethouders zorgt door geluidbeheer van het industrieterrein dat deze MTG's niet overschreden worden. In het bestemmingsplan zijn hierdoor de uitbreidingsmogelijkheden van de woningen zodanig geformuleerd dat de MTG's worden gerespecteerd. Bij de realisatie van geluidsgevoelige bestemmingen binnen de zone van het industrieterrein geldt een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Indien deze voorkeursgrenswaarde wordt overschreden moet er onderzoek worden gedaan naar mogelijke bron- en/of overdrachtsmaatregelen. Zijn maatregelen niet mogelijk dan kunnen Burgemeester en Wethouders ontheffing van de voorkeursgrenswaarde verlenen. Onderzoek industrielawaai Industrieterrein Dit geprojecteerde woningbouwplan ligt binnen de 50 dB(A)-contour (geluidzone) van een in de directe omgeving aanwezig gezoneerde industrieterrein Bargermeer. Daarom heeft onderzoek naar industrielawaai plaatsgevonden. Het onderzoek is als Bijlage 11 opgenomen.
De geluidbelasting van het industrieterrein wordt bepaald door een zeer groot aantal geluidsbronnen van alle bedrijven op het industrieterrein. Deze ruimte ligt deels vast in vergunningen van de ruim 600 bedrijven op het terrein en deels in toekomstruimte die o.a. nodig is voor nieuwvestigingen op lege kavels. Bij de geluidsanering van het industrieterrein in 1997 zijn maatregelen onderzocht en getroffen om de belasting van het industrieterrein te reduceren. Sindsdien wordt de geluidbelasting bewaakt door middel van zonebeheer. Bij vergunningverlening aan bedrijven wordt deze getoetst aan de beste beschikbare technieken en aan de beschikbare ruimte van het industrieterrein. Reductie van de geluidbelasting vanwege het industrieterrein door het 34
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)
treffen van geluidbeperkende maatregelen ten behoeve van de bouw van deze woningen is redelijkerwijs niet mogelijk. Het doel van het ingestelde onderzoek is om na te gaan hoe hoog de optredende geluidbelasting op de gevels van het geprojecteerde nieuwbouwproject is als gevolg van het planologisch ‘maximaal’ in bedrijf zijn van alle binnen het gezoneerde industrieterrein aanwezige en overige inrichtingen gezamenlijk. Redelijkerwijs mag de nieuwe ontwikkeling de huidige bedrijfsvoering van in deze inrichtingen niet beperken en dient er ter plaatse van de voorgenomen nieuwbouwlocatie tevens te worden getoetst of er op basis van de cumulatieve geluidbelastingen nog sprake is van een goed woon- en leefklimaat De geprojecteerde woonlocaties zijn gelegen binnen de wettelijke geluidzone van het industrieterrein Bargermeer. De geluidbelasting als gevolg van dit industrieterrein bedraagt op alle oost- en zuidgevels, de beoordelingspunten TP002 t/m TP005 op de eerste en tweede verdieping 51 à 55 dB(A). De voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) wordt hierbij overschreden. Het treffen van maatregelen ter beperking van de geluidbelasting vanwege het industrieterrein ten behoeve van de bouw van deze appartementen is redelijkerwijs niet mogelijk. De geluidbelasting voldoet aan de ten hoogste vast te stellen hogere waarde van 55 dB(A) voor nieuwe woonbestemmingen binnen de zone.
Op grond van de cumulatieve geluidbelastingen van de optredende geluidbronnen in de directe omgeving (Industrieterrein Bargermeer, wegverkeerlawaai en groentezaak) moet worden beoordeeld in hoeverre er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat alvorens er hogere grenswaarde kunnen worden vastgesteld. Om de realisatie van de voorgenomen plannen te kunnen realiseren, zal moet worden aangetoond dat het geprojecteerde bouwplan niet zal leiden tot een onaanvaardbare optredende geluidbelasting op de nieuw te bouwen woonfuncties, danwel een belemmering zal vormen voor de aanwezige inrichtingen in de directe omgeving hiervan. Naastgelegen bedrijf (solitaire inrichting) Naast de ligging binnen de zone van het gezoneerde industrieterrein Bargermeer, is de geprojecteerde woningbouwlocatie eveneens gelegen in de directe nabijheid van een groentezaak. Nagegaan dient te worden in hoeverre de ter plaatse aanwezige installaties invloed zullen hebben op het woon- en leefklimaat ter plaatse van de geprojecteerde woningen. Daarnaast dient te worden nagegaan in hoeverre de projectie van deze woningbestemmingen de belangen van de betreffende inrichting mogelijk zouden kunnen schaden. Deze fictieve geluidbron is opgenomen om geluidsruimte te reserveren voor het in gebruik zijn van de groentezaak.
De gevelbelastingen zijn uitgewerkt om de cumulatieve geluidbelasting op de gevels van de geprojecteerde appartementen te kunnen bepalen. Cumulatie Om te kunnen beoordelen of er ook na cumulatie nog sprake is van een goed woon- en leefklimaat zijn de optredende geluidbelastingen afkomstig van het gezoneerde industrieterrein Bargermeer, de groentezaak en van het wegverkeerslawaai in een cumulatieberekening verwerkt tot een optredende gecumuleerde geluidbelasting per appartement. Uit de uitgewerkte cumulatieberekeningen blijkt dat de maximale gecumuleerde geluidbelasting op het appartementencomplex 58 dB(A) bedraagt. Volgens de methode Miedema wordt een gecumuleerde optredende geluidbelasting tussen 56 en 60 dB(A) beoordeeld als ‘Matig’ en derhalve gezien de ligging van de ontwikkelingssituatie als aanvaardbaar aangemerkt. Hogere waarde De vast te stellen hogere grenswaarde voor het industriegeluid moet zijn: 55 dB(A) op alle
35
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)
beoordelingspunten TP002 t/m TP005 op de eerste en tweede verdieping. De waarde op deze punten moeten aan de hand van de indeling van het complex worden toegekend aan de verschillende appartementen (huisnummers). Indien de geluidbelastingen niet tot de grenswaarde worden verlaagd en hogere waarden moeten worden vastgesteld, zoals in het onderhavige geval, dan dient bij de aanvraag omgevingsvergunning een aanvullend akoestisch onderzoek naar de geluidwerende kwaliteit van de gevels te worden toegevoegd waarop een hogere grenswaarde is vastgesteld. Hierbij dient te worden aangetoond dat de karakteristieke geluidswering Ga,k van de uitwendige scheidingsconstructies (gevels en daken) ter plaatse van geluidsgevoelige ruimten voldoet aan de hiervoor gestelde grenswaarden uit het Bouwbesluit. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 14. 4.4.4.5 Gevolgen voor bestemmingsplan Als gevolg van het industrielawaai afkomstig van het Bargermeer dient een besluit hogere waarde genomen te worden. Tot het verlenen van hogere waarden mag worden overgegaan als is gebleken dat maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein, ondoeltreffend zijn. Stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijk of financiële afwegingen kunnen daarbij een rol spelen. Het hiervoor beschreven onderzoek heeft dat uitgewezen.
In nieuwe situaties dient gestreefd te worden (beleid van de gemeente Emmen) naar ten minste een geluidluwe gevel. Geluidluw betekent in deze situatie een gevel waarop aan de voorkeursgrenswaarde (van 48 dB ten gevolge van wegverkeerslawaai en 50 dB(A) vanwege industrielawaai) wordt voldaan. Onderhavige situatie voldoet in alle gevallen aan dit beleidstreven. De achtergevel is geluidluw. Als Bijlage 12 is het ontwerpbesluit Hogere grenswaarden opgenomen en als Bijlage 13 het definitieve besluit. 4.4.5
Lucht
De Wet luchtkwaliteit is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging. Anderzijds heeft de wet tot doel mogelijkheden te creëren voor ruimtelijke ontwikkeling. Volgens de nieuwe regeling vormt luchtkwaliteit in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van een ruimtelijk project als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIMB) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. 4.4.5.1 Algemeen beeld luchtkwaliteit plangebied Omdat er geen significante ontwikkelingen in het plangebied of rondom het plangebied gepland zijn, zal de concentratie van de NOX en fijnstof niet veranderen. Hierdoor betekent de luchtkwaliteit geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.
36
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)
4.5
Waterparagraaf
Belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). In deze waterparagraaf wordt beschreven hoe het huidige waterhuishoudkundig systeem voor het plangebied van het bestemmingsplan "Julianastraat Emmen" is ingericht, welke fysieke omstandigheden voor het gebied gelden en of speciale functies voor het plangebied gelden. Naast een beschrijving van de waterhuishoudkundige consequenties van het plan en de stedelijke wateropgave heeft het wateradvies van het waterschap een duidelijke plaats gekregen. 4.5.1
Waterbeleid
De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nota Ruimte en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021. De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn waterveiligheid, klimaatbestendigheid omgeving en ruimte voor waterberging. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen. 4.5.1.1 Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd.
Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem.
37
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)
4.5.1.2 Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. 4.5.2
Wateradvies waterschap
De gemeente Emmen heeft het waterschap tijdig ingelicht over de planvorming door middel van de digitale watertoets (zie Bijlage 15) en telefonische afstemming. Hierdoor heeft het waterschap de gemeente goed op de hoogte kunnen stellen van de waterhuishoudkundige aspecten binnen het plan. Er wordt rekening gehouden met bestaande wetten en regels op het gebied van de waterhuishouding. De inrichting van het plangebied is in samenspraak met waterschap Vechtstromen tot stand gekomen. De hydrologische effecten van de inrichting van het plangebied zijn voldoende onderzocht en afgestemd. Het waterschap heeft geen bezwaar tegen de wijziging van het bestemmingsplan om de inrichting van nieuwe natuur mogelijk te maken. Het advies is als Bijlage 16 opgenomen. Indien verder volgens de Waterwet werkzaamheden vergunningplichtig zijn, dan dient er bij het waterschap een watervergunning aangevraagd te worden. Het bestemmingsplan is voor overleg aan het waterschap voorgelegd. Naar aanleiding van dit overleg heeft het waterschap het bestemmingsplan akkoord bevonden. 4.5.3 Gegevens ten behoeve van nadere inrichting en ontwikkeling in het plangebied Regenwater heeft van nature een goede kwaliteit. Door allerlei oorzaken kan het verontreinigd worden en hiermee bodem en oppervlaktewater belasten.
Het is daarom van belang om er in eerste instantie voor te waken dat regenwater verder wordt verontreinigd. Dat kan worden bereikt door de oppervlaktes waarop regenwater valt schoon te houden (bijv. wegen en parkeerterreinen) door geen bestrijdingsmiddelen te gebruiken en rekening te houden met het gebruik van strooizout of het gebruik van uitlogende materialen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet zoveel mogelijk worden voorkomen dat regenwater wordt gemengd met andere waterstromen. Denk bijvoorbeeld aan het mengen met huishoudelijk afvalwater in het gemengde rioolstelsel. Bij nieuwe ontwikkelingen moet daarom worden onderzocht of het regenwater gescheiden kan worden afgevoerd. Water is belangrijk voor het welzijn van mens en dier. In bebouwd gebied vormt het tevens een belangrijk ordenend en esthetisch element. Om aan dit doel te voldoen is het belangrijk dat het water van goede kwaliteit is en voldoende zuurstof bevat. Voor het plangebied betekent dit dat bij nieuwe ontwikkelingen er op moet worden gelet dat: alleen water wordt aangelegd op plaatsen waar dit op natuurlijke wijze kan; water verbonden is met de rest van het watersysteem;
38
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)
er voldoende oeverbegroeiing is; afstromend regenwater schoon is en blijft; lozingen vanuit de riolering worden voorkomen. Regenwater van mogelijk verontreinigde oppervlakken mag in dit gebied niet worden geïnfiltreerd in de bodem of direct geloosd op het oppervlaktewater. Het moet op eigen terrein worden geborgen en vervolgens gedoseerd, via het vuilwater rioolstelsel naar de RWZI worden afgevoerd.
39
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)
Hoofdstuk 5 5.1
Toelichting op de planregels en verbeelding
Algemeen
Het bestemmingsplan bestaat uit de plantoelichting, regels en verbeelding. De regels en de verbeelding vormen het juridisch bindende gedeelte van een bestemmingsplan. De verbeelding en de regels moeten altijd in samenhang worden gebruikt. De plantoelichting is bedoeld om de verbeelding en de regels te verduidelijken en om gemaakte keuzes te verantwoorden aan de hand van ruimtelijk beleid. Het doel van dit bestemmingsplan is de planologische verankering van het realiseren van een appartementengebouw met twaalf appartementen en omliggend (parkeer)terrein. Met de indeling van het bestemmingsplan zoals de naamgeving van de bestemmingen, opbouw van de regels en de weergave van op de verbeelding wordt aangesloten op landelijk geldende standaarden, onder meer Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO2012) en de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). 5.2
Toelichting op de verbeelding
Voor de verbeelding wordt als ondergrond de basiskaart BGT gehanteerd. De ondergrond zal nooit een volledige weergave van de werkelijkheid zijn. De op de verbeelding aangegeven bebouwing moet dan ook als illustratief worden beschouwd. Alle gronden die binnen het plangebied vallen hebben een bestemming en/of aanduiding gekregen op de verbeelding. Deze bestemmingen en aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien in de regels hieraan een betekenis wordt gegeven. De begrenzingen van de bestemmingen volgen zoveel mogelijk geografische, topografische en/of kadastrale grenzen. Daar waar dat niet mogelijk bleek, is gekozen voor een meer praktische benadering. De schaal van de verbeelding kan met behulp van de computer door de gebruiker naar keuze worden ingesteld. 5.3
Toelichting op de regels
De regels zijn een juridische vertaling van het planologische -en ruimtelijk beleid van de gemeente, provincie en het rijk. De regels zijn een juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bebouwing, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bebouwing. Bij het opstellen van de regels is geprobeerd om de regels zo beperkt mogelijk te houden door alleen te regelen wat nodig is. Gebruiksregels Per bestemming is aangegeven voor welk gebruik de gronden zijn bedoeld. Indien daar aanleiding voor aanleiding voor bestaat, wordt via de specifieke gebruiksregels expliciet aangegeven waarvoor de gronden niet zijn bedoeld en of waarvoor en op welke wijze de gronden wel gebruikt kunnen worden. Bouwregels In een groot aantal bestemmingen zijn bouwregels opgenomen. Met deze bouwregels worden de bouwmogelijkheden gereguleerd. Uitgangspunt bij het bouwen van hoofdgebouwen is dat hoofdgebouwen altijd binnen een bouwvlak worden gebouwd en voorgevels van deze hoofdgebouwen in de gevellijn. Dit betekent dat indien er vervangende bebouwing wordt geprojecteerd, deze in de gevellijn moet worden teruggebouwd. Verder worden in de bouwregels onder anderen regels ten aanzien maximale bebouwing , bouwhoogtes, dakhelling opgenomen.
40
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)
Flexibiliteit Soms is het gewenst om af te wijken van de gestelde regels. Hiervoor zijn in het bestemmingsplan flexibiliteitbepalingen opgenomen om op specifieke situaties in te kunnen spelen. De uitvoering van de flexibiliteitregelingen ligt bij het college van burgemeester en wethouders. Het toepassen van deze regelingen is geen automatisme. Voordat wordt besloten dat van de geldende regels in het bestemmingsplan kan worden afgeweken zal eerst bekeken worden wat de consequenties zijn van de afwijking op de leefomgeving. In het bestemmingsplan zijn diverse flexibiliteitregelingen opgenomen, deze zijn: Afwijken van de bouwregels; Afwijken van de gebruiksregels; Nadere eisen; Algemene afwijkingsregels; De afwijkingen van de bouw- of gebruiksregels maken afwijkingen van geringe aard mogelijk, waarbij de aan de grond toegekende bestemming gehandhaafd dient te blijven. Door het inwerkingtreden van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) worden verschillende vergunningen en besluiten, zoals de milieuvergunning, de omgevingsvergunning, afwijkingen van het bestemmingsplan en de kapvergunning gebundeld in een integrale omgevingsvergunning.
Toestemming van burgemeester en wethouders voor een afwijking van de bouw- of gebruiksregels kan zodoende worden verkregen door het aanvragen van een omgevingsvergunning Met de nadere eisen kunnen ondergeschikte zaken aan gebouwen worden aangepast. Het gaat hierbij om zaken zoals het aanpassen van de vorm of de situering van een bouwwerk of de inrichting van een terrein. Met 'nadere eisen' kunnen geen ingrijpende veranderingen plaatsvinden in de bestemmingen. Bij toepassing van een afwijking en / of nadere eisen wordt het beoordelingskader gehanteerd zoals in de onderstaande tabel is weergegeven. Deze lijst geeft de afwegingscriteria aan die meegewogen moeten worden bij de afweging of een omgevingsvergunning wordt verleend en/ of het toepassen van de nadere eisen. Op deze wijze kunnen interpretatieproblemen worden vermeden en wordt aan gebruikers van de in het plangebied gelegen gronden zoveel mogelijk rechtszekerheid geboden. Het bestemmingsplan biedt mogelijkheden voor het afwijken van de nadere eisen, de uitvoering van deze flexibiliteitsbepalingen zal plaatsvinden via de omgevingsvergunning. Bij toepassing van een afwijking en/ of nadere eis mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de in de afwijkingsregels opgenomen criteria.
In de afweging om af te wijken van het bestemmingsplan worden in ieder geval de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, de cultuurhistorie, de verkeersveiligheid, de (sociale) veiligheid, brandveiligheid/externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen in acht genomen. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad wordt de omgevingsvergunning niet verleend. Opzet regels De planregels van dit bestemmingsplan zijn opgedeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1. Inleidende regels; Hoofdstuk 2. Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3. Algemene regels; Hoofdstuk 4. Overgang - en slotregels. De inhoud van de verschillende hoofdstukken wordt als volgt toegelicht:
41
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)
5.3.1
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
In hoofdstuk 1 worden diverse begrippen welke in de planregels worden gehanteerd nader verklaard. Dit om mogelijke interpretatieproblemen te voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. De begripsbepalingen in artikel 1 zijn noodzakelijk bij de interpretatie van de regels. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. De begrippen die hierin zijn opgenomen zijn terug te vinden in de bestemmingsbepalingen. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Met uitzondering van de eerste twee begrippen (plan en bestemmingsplan) zijn de begrippen alfabetisch gerangschikt. De begrippen zijn zoveel mogelijk gebaseerd op vaste jurisprudentie. In de loop der tijd hebben de meeste begrippen zich ontwikkeld tot een standaard, waarvan ook in dit bestemmingsplan gebruik is gemaakt. De bepalingen over de wijze van meten zijn in artikel 2 opgenomen. Dit artikel geeft aan hoe de hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. 5.3.2
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
In hoofdstuk worden artikelsgewijs de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en wordt toegelicht op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Behalve bestemmingen en dubbelbestemmingen zijn binnen het bestemmingsplan aanduidingen te onderscheiden. Deze aanduidingen bevatten specificaties van bestemmingen en dubbelbestemmingen met betrekking tot gebruik of bouwen. 5.3.2.1 Artikel Wonen - Gestapeld Bij ‘Wonen – Gestapeld’ gaat het om regels die gelden voor woongebouwen. Woongebouwen zijn gebouwen die meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen wooneenheden omvat. De bouwwerken dienen te voldoen aan de nadere eisen van het Beeldkwaliteitsplan en Stedenbouwkundig ontwerp dat is opgesteld voor het plangebied. Voor Wonen - Gestapeld geldt dat het hoofdgebouw in het bouwvlak wordt gebouwd. Er rust een aanduiding van maximum aantal wooneenheden op het hoofdgebouw. Het hoofdgebouw dient in de gevellijn te worden opgericht. Daarnaast gelden maximum (goot-) en bouwhoogten. Tevens is een bouwvlak opgenomen voor het realiseren van een bijgebouw met 6 bergingen en een gezamenlijke berging voor de bewoners van de appartementen met een gezamenlijk oppervlakte van maximaal 90 vierkante meter. Deze bergingen worden in de bestaande bebouwing gerealiseerd.
In de regels van het bestemmingsplan is opgenomen dat dit het enige bijgebouw is binnen het plangebied. Omdat er sprake is van bestaande bebouwing mag dit bijgebouw de huidige bouwhoogte behouden. Indien er gesloopt wordt mag het bijgebouw dat teruggebouwd wordt een maximale bouwhoogte van 3 meter hebben. Dat is in de regels opgenomen. 5.3.3
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Hoofdstuk 3 van de regels bevat bepalingen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen, zodat het uit praktische overwegingen de voorkeur verdient deze in afzonderlijke artikelen onder te brengen. Met dit artikel wordt voorkomen dat meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt. Dit is bijvoorbeeld mogelijk als (onderdelen van) bouwpercelen van eigenaars in maatvoering
42
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)
verschillen en wisselen. Door verwerving van een extra (bouw)perceel of een gedeelte daarvan, kunnen de gronden niet meegenomen worden met de berekening van de bouwmogelijkheden van het nieuwe perceel als de nieuw verworven gronden reeds meegenomen zijn bij de berekening van een eerdere bouwplannen. Het is dus niet toegestaan gronden twee keer in te zetten om een omgevingsvergunning te verkrijgen. In artikel zijn regels opgenomen voor het bouwen van ondergeschikte bouwonderdelen. De genoemde onderdelen mogen de in de regels bepaalde maximale bouwhoogte overschrijden met de in artikel genoemde maten. Hiervoor is bewust gekozen omdat dit duidelijkheid en enige vrijheid aan ontwerpers biedt. Tevens wordt in dit artikel, artikel 9 lid 2 van de Woningwet buiten toepassing verklaard met uitzondering van een zestal onderwerpen dit o.a. in verband met de bereikbaarheid, beheer en gebruik van het openbaar gebied. Geluidzone- Industrie De aanduiding Geluidzone - industrie is een geluidzone afkomstig van het bedrijventerrein Bargermeer en is opgenomen in de aanduidingsregels. De aanduiding is bedoeld om te voorkomen dat binnen de geluidszone van het terrein nieuwe geluidgevoelige bebouwing wordt gerealiseerd of dat bestaande geluidgevoelige bebouwing wordt uitgebreid en daardoor een te hoge geluidbelasting optreedt.
Voor eventuele realisatie van nieuwe geluidgevoelige bebouwing en of uitbreidingen van bestaande geluidgevoelige bebouwing zal vooraf eerst bekeken moeten worden of realisatie of uitbreiding mogelijk is binnen de gestelde geluidswaarden dan wel of het mogelijk is om een hogere grenswaarde geluid vast te stellen. Indien om een of andere reden het industrieterrein niet meer zone plichtig is, kan deze aanduiding van de verbeelding worden verwijderd middels een hiertoe opgenomen wijzigingsbevoegdheid. Artikel Algemene afwijkingsregels Afwijkingsregels zijn regels waardoor aan de bestemmingsbepalingen de nodige extra flexibiliteit wordt meegegeven. Toestemming voor afwijking gebeurt door het verlenen van een omgevingsvergunning. Het college van burgemeester en wethouders kan bijvoorbeeld een omgevingsvergunning verlenen voor het 10 % vergroten van de bouwmogelijkheden voor goot- en nokhoogte, het bouwen van bijgebouwen in de voorgevel van het hoofdgebouw, het bouwen van het hoofdgebouw maximaal 5 meter achter de gevellijn en het bouwen met een minder steile dakhelling. Daarnaast zijn ten aanzien van het gebruik afwijkingsmogelijkheden opgenomen voor de uitoefening van een aan huis gebonden kleinschalige beroeps- of bedrijfsactiviteiten voor alle woningen of het uitoefenen van bed en breakfast.
De omgevingsvergunningen mogen alleen gebruikt worden indien niet op grond van een andere bepaling in deze regels omgevingsvergunning kan worden verleend. Dit betekent dat niet 2 keer omgevingsvergunning kan worden verleend van eenzelfde bepalingen of dat bepalingen die extra bouwmogelijkheden geven niet cumulatief gebruikt mogen worden. Het bestemmingsplan bevat in een aantal gevallen een mogelijkheid tot het wijzigen van het plan op basis van de wijzigingsbevoegdheid op grond van artikel 3.6 Wro. De procedure van de wijzigingsbevoegdheid is geregeld in de Wro. 5.3.4
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Het laatste hoofdstuk ‘Overgangs- en slotregels’ bevat in artikel 12 het overgangsrecht , zoals beschreven in het besluit Ruimtelijke Ordening. Artikel 13 is de slotregel. In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald. In dit geval kunnen de regels van het bestemmingsplan aangehaald worden als regels van het bestemmingsplan "Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen)".
43
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)
5.4
Handhaving
In dit bestemmingsplan heeft actueel beleid zijn doorwerking in de regels gekregen. Hierdoor is het juridisch kader van het bestemmingsplan voor gemeente als publiek beter toepasbaar geworden. Van de gemeente mag verwacht worden dat opgetreden wordt als de regels van het bestemmingsplan niet worden nageleefd. Bestemmingsplannen zijn immers bindend voor overheid en publiek ter bescherming van een goede ruimtelijke kwaliteit en een veilige leefomgeving. Het college van de gemeente Emmen heeft het beleidsplan Vergunningverlening Toezicht en Handhaving (VTH) vastgesteld. Dit beleidsplan VTH beschrijft de visie en ambitie op het terrein van de gemeentelijke VTH-taken, waaronder ook valt het toepassen en naleven van de regels in het bestemmingsplan. Daarnaast geeft het beleidsplan VTH invulling aan de wettelijke plicht om vastgesteld VTH-beleid te hebben. Voor wat betreft handhaving kan de gemeente onmogelijk continu alles controleren. De gemeente vertrouwt erop dat inwoners en bedrijven de regels naleven en zij er alles aan doen om risico's en nadelige effecten voor de maatschappij te voorkomen. Risico's bepalen de inzet van de beschikbare capaciteit. Op basis van kennis en ervaring is vastgesteld welke bedrijfscategorieën en activiteiten het grootste risico vormen voor fysieke veiligheid, leefbaarheid, volksgezondheid, milieu en imago.
Deze uitgangspunten zijn gebruikt bij het opstellen van dit bestemmingsplan en worden ook toegepast bij de naleving van de regels van het bestemmingsplan.
44
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)
Hoofdstuk 6
Maatschappelijke betrokkenheid
6.1
Overleg ex. artikel 3.1.1 Bro en zienswijzen
6.1.1
Overleg
Het college heeft het bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) vrijgegeven voor overleg artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro), Het voorontwerpbestemmingsplan is voor overleg verzonden naar verschillende overlegpartners. Vanuit de overlegpartners is aangegeven dat er ingestemd kan worden met het voorontwerpbestemmingsplan. Waar de adviezen en reacties leidden tot aanpassingen van het bestemmingsplan, zijn de aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan verwerkt. Het advies van de provincie is opgenomen als Bijlage 17 , behorende bij het bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen). 6.1.2
Participatie
De initiatiefnemer van het plan heeft direct omwonenden en belanghebbenden over het plan geïnformeerd. 6.2
Zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan
Bij publicatie van 10 augustus 2021 (Bijlage 18) is bekend gemaakt dat het ontwerpbestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianalaan (12 appartementen) tezamen met het ontwerpbesluit Hogere grenswaarde industrielawaai ter inzage lagen van 11 augustus 2021 tot en met 21 september 2021. Een ieder kon gedurende de ter inzage termijn een zienswijze indienen. Zowel tegen het ontwerpbestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) als tegen het ontwerpbesluit Hogere grenswaarde industrielawaai zijn geen zienswijzen ontvangen. Aanleiding tot het aanpassen van het ontwerpbestemmingsplan was er niet. Het vast te stellen bestemmingsplan is dan ook ongewijzigd gebleven.
45
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
Per 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente tot het verhalen van kosten bij grondexploitatie via een exploitatieplan, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. In voorliggend geval is het kostenverhaal geborgd in een anterieure overeenkomst die is gesloten tussen de ontwikkelende partij en de gemeente waarin ook afspraken zijn gemaakt over de afhandeling van planschadeverzoeken.
46
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)
Bijlagen bij toelichting
47