CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij RA21.0080 Toelichting 1-47 (RIS.10413)

Commissie Bestuur, Middelen en Economie 11 november 2021, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) + bijlagen RIS.10413 t/m RIS.10421 en RIS.10379 t/m RIS.1038116.464 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen)

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding

4

Hoofdstuk 2 Beleid

6

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving en Stedenbouwkundige structuur

18

Hoofdstuk 4 Onderzoeken

21

Hoofdstuk 5 Toelichting op de planregels en verbeelding

40

Hoofdstuk 6 Maatschappelijke betrokkenheid

45

Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid

46

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Stedenbouwkundige verkenning Bijlage 2 Archeologisch onderzoek Bijlage 3 QuickScan ecologie Bijlage 4 Vervolgonderzoek ecologie Bijlage 5 AERIUS-berekening Bijlage 6 Vormvrije M.e.r.-beoordeling Bijlage 7 Besluit aanmeldnotitie Bijlage 8 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 9 Vervolgonderzoek bodem Bijlage 10 Onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 11 Onderzoek industrielawaai Bijlage 12 Ontwerpbesluit hogere grenswaarde Bijlage 13 Besluit hogere grenswaarde Bijlage 14 Geluidwering gevels Bijlage 15 Digitale watertoets Bijlage 16 Memo afstemming waterschap Bijlage 17 Vooroverlegreactie provincie Bijlage 18 Publicatie Ontwerpbestemmingsplan en Ontwerpbesluit HGW

47 48 65 93 114 128 144 160 162 230 274 323 390 396 402 449 455 457 460

2

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)

Toelichting

3

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding tot nieuw bestemmingsplan

Het plan ligt voor om aan de Julianastraat te Emmen, percelen kadastraal bekend Emmen F 17532 en F 10642 (gedeeltelijk), een appartementengebouw voor 12 appartementen te realiseren. Het appartementengebouw wordt ruimtelijk en functioneel ingepast in het bestaande bebouwingslint van de Julianastraat. Ter plaatse bevinden zich een parkeerterrein en verouderde bebouwing in de vorm van een oude sportschool. Deze bebouwing wordt gesloopt. Onderdeel van het plan is het realiseren van parkeerplaatsen ten behoeve van de appartementen en een ontsluiting vanaf het terrein richting de Julianastraat. Het voorliggend plan wordt een ruimtelijke en functionele kwaliteitsslag gemaakt binnen dit deel van het centrumgebied van Emmen. Het realiseren van het appartementengebouw past niet binnen de regels van de bestemming ‘Gemengd-7’ zoals opgenomen in het geldende bestemmingsplan ‘Emmen, Centrum - Oost. Om het plan mogelijk te maken wordt het bestemmingsplan herzien. Dit bestemmingsplan ‘Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen)’ heeft als doel de voorziene situatie vast te leggen in een adequaat en actueel ruimtelijk- en juridisch kader. 1.2

Ligging plangebied

Het plangebied van het bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan ‘Emmen, Centrum-Oost’. Dit bestemmingsplan behelst het plangebied dat aan weerszijden van de spoorlijn Emmen- Zwolle ligt. Op figuur 1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1. De ligging van het plangebied Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) in de gemeente Emmen. Het plangebied is globaal gelegen tussen de Julianastraat, Kerkhoflaan en de Wilhelminastraat. Op onderstaande afbeelding is dat weergegeven.

4

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)

Figuur 2. Indicatie begrenzing plangebied. 1.3

Huidige planologische regelingen

Binnen het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: bestemmingsplan ‘Emmen, Centrum-Oost’ (2013) parapluplan Parkeernormen gemeente Emmen (2018) parapluplan Standplaatsen (2018) Het voorliggende bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) vervangt bestemmingsplan ‘Emmen, Centrum-Oost’ (2013) gedeeltelijk. De overige bestemmingsplannen blijven van toepassing. 1.4

Opzet bestemmingsplan

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. Op de verbeelding worden de percelen in het gebied aangegeven met bestemming dan wel een aanduiding. In de regels worden de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het plangebied geregeld. Tot slot wordt in de toelichting een verantwoording gegeven van de in het plan gemaakte keuzes.

5

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)

Hoofdstuk 2

Beleid

2.1

Gemeentelijk beleid

2.1.1

Structuurvisie gemeente Emmen 2020, veelzijdigheid troef

Structuurvisie Emmen 2020, Veelzijdigheid Troef, is 24 september 2009 vastgesteld door de raad. Het document is opgesteld als ruimtelijke vertaling van de ambities gesteld in de Strategienota Emmen 2020, vastgesteld in de raadsvergadering van september 2001. De structuurvisie geeft de hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Emmen weer. In de structuurvisie wordt de ruimtelijke structuur van 2020 geschetst aan de hand van een aantal thema's, te weten landschap, duurzaamheid, verkeer, werken, wonen, voorzieningen en veiligheid. Voor ieder thema is een hoofdkoers bepaald. Voor het bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) zijn vooral de thema’s duurzaamheid en wonen van belang. Emmen zet in op aantrekkelijke, sterk gevarieerde woonmilieus. Variatie is nodig om verschillende doelgroepen aan Emmen te binden. De opgave ligt er om de woningvoorraad in lijn te brengen en te houden met de woonwensen van huidige én toekomstige inwoners. Dit vertaalde zich aanvankelijk in het gemeentelijk woonplan, thans in de woonvisie. Op basis van een actueel behoefte wordt invulling gegeven aan een woonvraag. De keuze voor een duurzame structuur betekent dat locaties en functies veelal multifunctioneel benaderd worden. In voorliggend plan is hier sprake van.

De locatie verliest haar oude functie en wordt op duurzame wijze vervangen door een nieuwe (woon) functie. Hierdoor is sprake van efficiënt ruimtegebruik. Daarnaast wordt rekening gehouden met bestaande structuren en wordt groen in het plan geïntegreerd, wat bijdraagt aan een duurzame ontwikkeling. 2.1.2

Omgevingsvisie Emmen Centrum

De Omgevingsvisie Emmen Centrum vormt de visie op de ontwikkeling van het centrum van Emmen. De visie is mede tot stand gekomen op basis van afstemming tussen de inwoners en ondernemers van Emmen. Onderwerpen die in de omgevingsvisie terug komen zijn het kernwinkelgebied, bereikbaarheid, wonen, demografische ontwikkelingen, horeca en evenementen en de vitale binnenstad. Voor dit bestemmingsplan is met name het aspect ‘wonen’ van belang. De stad Emmen vervult een opvangfunctie voor ouderen uit de regio en de gemeente. Met name oudere huishoudens zijn daarom sterk oververtegenwoordigd. Ook wonen er veel (jongere) alleenstaanden, terwijl er relatief minder stellen en gezinnen tussen 45 en 65 jaar wonen. De aantrekkingskracht op ouderen en in mindere mate starters leidt tot een positief binnengemeentelijk migratiesaldo. Deze instroom is echter niet omvangrijk genoeg om de trend van een afnemend inwoneraantal te keren. In de periode 2016 tot 2031 neemt het aantal inwoners naar verwachting verder af. Dit geldt op korte termijn niet voor het aantal huishoudens. Tot 2026 neemt het aantal huishoudens nog toe, waarna een lichte afname wordt verwacht. De toename van het aantal huishoudens bestaat vooral uit oudere eigenaar-bewoners. Deze groep houdt grondgebonden koopwoningen ‘bezet’ voor aankomende gezinnen, waardoor de behoefte aan grondgebonden koopwoningen toeneemt.

Vanwege de vergrijzing neemt ook de behoefte aan voor ouderen geschikte woningen (waaronder appartementen) licht toe, terwijl de behoefte aan grondgebonden huurwoningen afneemt. Voorliggend plan geeft invulling aan de hiervoor beschreven ontwikkelingen en behoeften.

6

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)

In navolging van voorgaande is in de omgevingsvisie opgenomen dat in Emmen de komende tien jaar ook nog een uitbreidingsbehoefte van tussen de 640 en 950 woningen bestaat. Het gaat hier om de laatste ronde van uitbreidingen, want na 2026 neemt de behoefte af. Daarom is het belangrijk dat nieuwbouw kwalitatief iets toevoegt én flexibel is, dat wil zeggen geschikt voor meerdere doelgroepen. Dit vraagt aandacht bij de woningbouwprogrammering en de beoordeling van initiatieven. Een goede mix van grondgebonden koopwoningen en appartementen in de koop en huur op kansrijke (kwalitatief goede) locaties is belangrijk. Voorliggend plan voldoet hier aan. Het project is kleinschalig, maar in de vorm van appartementen is het plan voor meerdere doelgroepen geschikt en wordt invulling gegeven aan de genoemde uitbreidingsopgave voor de komende jaren. Naast kwantiteit (behoefte) is in de omgevingsvisie ook aandacht voor kwaliteit. Zo is in de visie opgenomen dat problemen met leegstaand vastgoed neergelegd moeten worden bij de markt. In voorliggend plan is hier min of meer sprake van. Het plan voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve impuls voor een deels bebouwd gebied waar de ruimtelijke kwaliteit op dit moment niet hoog is. Wonen moet voor iedereen in het centrum aantrekkelijk zijn.

De uitstraling van de verschillende gebieden in het centrum bieden aanknopingspunten voor verschillende woonsferen: centrum stedelijk (wonen boven winkels in het kernwinkelgebied), centrum compact (compacte stadswoningen, wonen in het centrum tussen centrumvoorzieningen), groen stedelijk (veelal grondgebonden wonen langs de randen van het centrum) bijzonder (tijdelijk) verblijf in het mensenpark. Aandachtspunten bij woningbouwontwikkelingen in het centrum kwaliteit wonen voorop inzetten op groen centrum wonen onderscheid maken in woonsferen op basis van kwaliteiten en karakteristieken stimuleren functies ter ondersteuning van het wonen parkeren voor bewoners ieder woongebied voldoende mix en differentiatie Binnen de Omgevingsvisie is het plangebied gelegen in het ‘Groen stedelijk woonmilieu’. Op de volgende afbeelding is dat weergegeven.

7

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)

Figuur 3. Ligging plangebied binnen het groen stedelijke woonmilieu in het centrum van Emmen. Het groen stedelijke woonmilieu waarbinnen het plangebied bestaat veelal uit grondgebonden woningen. Het plan voorziet hier niet in. Maar omdat in dit woonmilieu ook gestreefd wordt naar een mix en differentiatie, kwaliteit en vergroening en voldoende parkeergelegenheid voor bewoners in de stad, sluit het plan aan op de uitgangspunten van de omgevingsvisie. 2.1.3

Woonbeleid

De Woonvisie 2018-2023 richt zich op een nieuwbouwopgave passend bij de kwalitatieve behoefte en aanvullend op de bestaande voorraad. Daarbij moet de bestaande woningvoorraad beter benut worden. In de Woonvisie is een strategie opgenomen voor woningbouw: 1. Woningbouwinitiatieven worden niet individueel, maar in samenhang bekeken. 2. Prioriteit wordt gegeven aan plannen voor herstructurering en transformatie. 3. Bij het maken van de woon- en leefbaarheidsvisies voor dorpen en wijken komen plekken naar voren waar inbreiding (verdichting) mogelijk en gewenst is. 4. Bestaande uitbreidingslocaties worden afgerond. 5. Woningbouwplannen dragen bij aan een gevarieerd woonmilieu (ruimte bieden aan plannen die een nichemarkt bedienen en aan kleinschalige experimentele, innovatieve en duurzame woonvormen). 6. Woningbouwplannen dragen bij aan ruimtelijke kwaliteit. 8

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)

Met het woningbouwprogramma wordt ruimte geboden voor goede woningbouwinitiatieven van particulieren, ontwikkelaars en corporaties. Op het niveau van de gemeente kunnen tussen 2016 en 2026 per saldo 640 tot 960 woningen toegevoegd worden. Een deel van deze woningen is reeds gerealiseerd. Wij constateren als gemeente dat in Emmen de woningmarkt is aangetrokken. Er worden weer meer woningen verkocht en er komen meer initiatieven voor nieuwbouw binnen. Dit zijn niet alleen initiatieven die passen binnen de bestaande bestemmingsplancapaciteit. Er zijn ook veel initiatieven voor nieuwe locaties en nieuwe/andere woningtypen en woonvormen. Dit zijn vaak initiatieven die aansluiten op de vraag en nieuwe, gewenste woonkwaliteiten toevoegen aan de bestaande woningvoorraad. Tot ongeveer 2026 voorzien wij een lichte groei van het aantal huishoudens, daarna slaat de groei om in krimp. Huishoudenskrimp leidt niet alleen tot een lagere woningbehoefte, maar ook tot een andere woningvraag. Krimp is selectief: jongeren vertrekken, ouderen blijven achter. In termen van woningbehoefte: de vraag naar levensloopbestendige woningen (voor kleine huishoudens) groeit, de vraag naar grote gezinswoningen neemt af. De Emmense woningmarkt is in kwantitatief opzicht redelijk ontspannen, hoewel het aantal beschikbare koopwoningen op dit ogenblik sterk is afgenomen.

Vertaling naar voorliggend plan Voorliggend plan voldoet aan de ‘strategie woningbouwplannen’. Het plan wordt in samenhang met de omgeving bekeken. Het plangebied grenst aan percelen die zijn georiënteerd op de Wilhelminastraat. Voor dit aangrenzende perceel zijn ook ruimtelijke plannen in voorbereiding. Beide plannen worden op elkaar afgestemd. Daarnaast is er sprake van een inbreidingslocatie op een locatie waar de ruimtelijke kwaliteit te wensen over laat. Van een uitbreidingslocatie is geen sprake. Het plan voorziet in een behoefte naar appartementen in een specifiek woonmilieu en het plan wordt ruimtelijk zodanig ingepast dat er sprake is van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Het plan is hiermee in lijn met de doelstellingen uit de gemeentelijke woonvisie. 2.1.4

Woningmarktonderzoek 2020

De gemeente Emmen heeft samen met de gemeenten Borger-Odoorn en Coevorden een woningmarktonderzoek uit laten voeren. Uit dit onderzoek worden voor de regio en voor de individuele gemeenten woningmarktontwikkelingen benoemd. Wat volgens het onderzoek in Emmen mist is een Levendig stedelijk woonmilieu, daarmee is de uitstraling van Emmen minder stedelijk. Er is meer vraag naar dan aanbod van woningen in stedelijke woonmilieus. Het benutten van transformatielocaties voor het toevoegen van woningen voor starters maar ook voor de empty nester en oudere senioren verhoogt de kwaliteit van het gebied en het draagvlak voor voorzieningen. De 'stedelijkheid' in het centrum is aantrekkelijk. Waar mogelijk is het aan te raden het aanbod hier te verhogen. De prijzen zijn goed en de toekomstwaarde van woningen ook. Transformatie van leegstaande panden naar wonen heeft een positieve invloed op de leefbaarheid en biedt aanbod voor de vraag naar meer stedelijk wonen. Nu al bestaat een groot deel van de bevolking van Emmen uit kleine huishoudens boven de 55 jaar en deze groep zal in de toekomst sterkt stijgen. De opgave is om minimaal 50% van de nieuwbouwproductie aantrekkelijk te maken voor medioren en senioren (kleine huishoudens vanaf 55 en 75 jaar). Doorstroming van deze groep naar nieuwbouw zorgt voor aantrekkelijk en betaalbaar aanbod voor jongere kleine huishoudens en gezinnen.

Daarnaast wordt opgemerkt dat het aanbod van appartementen in zowel de koop- als huursector in Emmen beperkt is.

9

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)

Voorliggend plan geeft invulling aan een binnenstedelijke transformatieopgave. Hiermee worden diverse doelgroepen bediend en ontstaan mogelijkheden voor doorstroming. Het plan is hierdoor in lijn met de opgaven uit het woningmarktonderzoek. 2.1.5

Integrale parkeervisie

In oktober 2017 heeft de gemeenteraad van Emmen de ‘Integrale parkeervisie gemeente Emmen’ vastgesteld. Deze visie vervangt de parkeernota van 2010. De visie is het kader voor het bepalen van de parkeeropgave bij fysieke ontwikkelingen op alle niveaus. Het is een leidraad voor het beoordelen van de parkeeropgave van stedenbouwkundige visies & plannen voor (her-)ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en is ook het kader dat invulling geeft aan het begrip “voldoende parkeer- of stallingsruimte dan wel voldoende laad- of losruimte in bestaande en op ontwikkeling gerichte nieuwe bestemmingsplannen. De visie bevat ten aanzien van de hoeveelheid parkvoorzieningen en het aantal los- en laadplaatsen het beoordelingskader voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en- of wijzigen gebruik. Voor toekomstige (nieuwbouw)ontwikkelingen is in de parkeervisie de landelijke richtlijnen van het CROW leidraad. Uitgangspunt blijft in beginsel voldoende parkeerruimte op eigen terrein. Als dit niet kan, kan eventueel teruggevallen worden op parkeren in de openbare ruimte, waarvoor aan de gemeente een afkoopsom wordt betaald. In hoofdstuk 3 wordt het plan getoetst aan de geldende parkeernormen. 2.1.6

Welstandsbeleid

De welstandsnota 2016, gemeente Emmen is opgesteld uitgaande van het motto: “Loslaten wat kan, regelen wat ertoe doet”. De gemeente hecht waarde aan de omgevingskwaliteit, en ziet daarbij onderscheid tussen de verschillende gebieden die de gemeente rijk is. Niet ieder gebied vraagt om dezelfde benadering. De welstandsnota 2016 kent drie welstandsniveaus: welstandsvrij, welstandsluw en welstandsniveau hoog. Voor een aantal gebieden is de ambitie naar beneden bijgesteld ,waardoor welstandsvrije gebieden zijn toegenomen. Het niveau welstandsluw is geïntroduceerd. In de luwe gebieden wordt op een aantal basale aspecten van welstand gestuurd en wordt afstand genomen van gedetailleerde beoordelingen. Daarnaast moeten gebieden die van meer waarde zijn - niveau hoog – goed beschermd blijven. Deze gebieden leveren een belangrijke bijdrage aan de identiteit van Emmen. Voornamelijk zijn dit de centra van dorpen, wijken en de beschermde dorpsgezichten. Voor deze gebieden geldt een hoog ambitieniveau. Het gemeentebestuur beoogt met deze nota een dynamische welstand in Emmen, waarbinnen ruimte is voor dialoog en “kwalitatief herstel” met de samenleving. Het bestemmingsplan en de welstandsnota zorgen samen voor het behoud van de ruimtelijke kwaliteit. Het bestemmingsplan geeft aan wat, hoeveel, in welke vorm en waar er gebouwd mag worden.

Het welstandsbeleid geeft aan hoe het gebouw er uit mag komen te zien. Dit wil zeggen dat het welstandsbeleid moet voorkomen dat er gebouwen gebouwd worden die afbreuk doen aan de omgeving. Het plangebied is gelegen in een gebied waarvoor het welstandsniveau 'Hoog' geldt. Het ambitieniveau ‘hoog’ is van toepassing voor een aantal specifieke plekken in de gemeente. Deze gebieden dragen in ruimtelijke opzicht in grote mate bij aan de identiteit van de gemeente. Het betreft de centra van de grote en kleine dorpen, winkelcentra, beschermde dorpsgezichten, monumenten en belangrijke invalswegen. Hier volgt een beknopte beschrijving van de belangrijkste gebieden van dit niveau. Voorliggend plan ligt binnen het centrum van Emmen. Het beleid en de ambitie voor het centrum van Emmen is gericht op behoud en herstel van (cultuurhistorische) 10

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)

karakteristieken van de ruimtelijke structuur, de openbare ruimte en de bebouwing. Voor de gebieden die zijn aangetast, wordt gekozen voor kwalitatief herstel. Daarbij is het behoud van de individuele opzet van de bebouwing en de relatie met de openbare ruimte een belangrijk uitgangspunt.

Vertaling naar voorliggend plan In de welstandsnota zijn diverse welstandscriteria benoemd waar een plan aan dient te voldoen. Op voorliggend plan is het volgende van toepassing. De bebouwing is wat betreft de structuur, positie en oriëntatie afgestemd op de aangrenzende bebouwing. De bebouwing is georiënteerd op de Julianastraat. De hoofdmassa is helder vormgegeven en qua maat en schaal passend bij de bebouwing in de omgeving. Met name de verspringing in de gevel draagt hier aan bij. Ook de hoogte van de bebouwing is afgestemd op de bebouwing aan de oostzijde van de Julianastraat. Aan de overzijde is de bebouwing lager, maar dat is niet storend in het straatbeeld. Kleur en materiaalgebruik zijn afgestemd op de omliggende bebouwing. De kapvorm van de bebouwing wijkt af van de naastgelegen bebouwing. Het algehele beeld van dit deel van de Julianastraat is dat kapvormen elkaar afwisselen. Daarom is voorliggend plan passend in dit gevarieerde beeld, het geeft een eigen identiteit aan de plek. 2.2

Provinciaal beleid

2.2.1

Omgevingsvisie Drenthe

De Omgevingsvisie is hét strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein. De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe in de periode tot 2030, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode daarna. Als in de tekst wordt gesproken over ‘lange termijn’, betreft het de periode na 2030. De Omgevingsvisie heeft voor de provincie vooral een interne binding. Dit betekent dat de provincie bij de uitoefening van haar taken aan de Omgevingsvisie gebonden is. Missie De missie van de provincie is het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij de kernkwaliteiten. Deze missie is ingegeven door wat inwoners, medeoverheden en maatschappelijke partners belangrijk vinden voor de toekomst van Drenthe. De kernkwaliteiten zijn samen met partners en de inwoners van Drenthe benoemd, te weten landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Kernkwaliteiten De kernkwaliteiten zijn de kwaliteiten die bijdragen aan de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe.

Samen met vertegenwoordigers van overheden, belangengroepen, marktpartijen en inwoners heeft de provincie de volgende kernkwaliteiten van Drenthe benoemd : rust, ruimte, natuur en landschap; oorspronkelijkheid (authenticiteit, Drents eigen); noaberschap; kleinschaligheid (Drentse schaal); menselijke maat;

11

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)

veiligheid. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteiten. In hoofdstuk 4 van de Omgevingsvisie is voor alle kernkwaliteiten een uitwerking naar meer concrete indicatoren gemaakt, namelijk landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Zorgvuldig Ruimtegebruik In Drenthe kunnen mensen nog ruimte beleven. Dat wil de provincie bewaken, ook wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn. Zorgvuldig ruimtegebruik is van provinciaal belang. In voorliggend plan wordt hier door middel inbreiding invulling aan gegeven. Milieu- en leefomgevingskwaliteit De provincie streeft naar een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, plant en dier. Het beschermen van de kwaliteit van milieu en leefomgeving is veelal op Europees en nationaal niveau geregeld. Daarbij zijn diverse taken en verantwoordelijkheden bij de provincies neergelegd. Deze taken, gericht op het beschermen van de kwaliteit van lucht, water en bodem en het verbeteren van de verkeersveiligheid, waterveiligheid en externe veiligheid, zijn daarmee van provinciaal belang. Kaarten en doelstellingen Op kaarten behorende bij de Omgevingsvisie Drenthe zijn de kernkwaliteiten nader weergegeven.

Op een aantal kaarten (wanneer relevant) is het plangebied als volgt aangeduid: Landschap Ten aanzien van de kernkwaliteit Landschap ligt het plangebied in het esdorpenlandschap. Dit landschapstype bevat enkele telkens terugkerende onderdelen, namelijk het dorp, de es, het beekdal en de velden/bossen/heide. Het esdorpenlandschap is een agrarisch cultuurlandschap ten voeten uit. Elk onderdeel van het landschap komt voort uit het agrarisch gebruik en is gerelateerd aan het functioneren van de lokale agrarische dorpsgemeenschap, met de boermarken als het oorspronkelijke gezag. De esdorpen vormen vanouds de ontginningsbasis van het landschap. Ze liggen veelal op landschappelijke overgangen van nat (beekdal) naar droog (es/heide/bos). Het plangebied betreft bestaand stedelijk gebied en tast geen essen of beekdalen aan. De kernkwaliteit is dan ook niet in het geding. Cultuurhistorie Het beleid van de provincie Drenthe ten aanzien van cultuurhistorie is beschreven in de beleidsnota Cultuurhistorisch Kompas Drenthe. Het plangebied is gelegen binnen het gebied Emmen en haar venen. Het generieke beleid 'respecteren' is van toepassing. Het is bedoeld om de cultuurhistorische samenhang, zoals die is vastgelegd in de hoofdstructuur, te borgen.

De ambitie voor de Veenkoloniën richt zich specifiek op het zichtbaar houden van de machinale veenwinning en veenverwerking op het Amsterdamscheveld en het Bargerveen, zowel in het landschap als in de bebouwing.

Figuur 4. Ligging plangebied Cultuurhistorische hoofdstructuur. Het provinciale beleid ten aanzien van cultuurhistorie is beschreven in de beleidsnota 12

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)

‘Cultuurhistorisch Kompas Drenthe’. Twee doelstellingen staan hierin centraal. Ten eerste wil de provincie de cultuurhistorie herkenbaar houden. Het provinciaal belang Cultuurhistorie is vastgelegd in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur. Ten tweede wil de provincie de ruimtelijke identiteit versterken. Dat doet de provincie door ruimtelijke ontwikkelingen te sturen vanuit samenhangende cultuurhistorische kwaliteiten, met respect en durf. Daarin is ruimte voor inspiratie en eigen afwegingen van onze partners. De Cultuurhistorische Hoofdstructuur verbindt alle elementen, structuren en gebieden die in hun onderlinge samenhang van provinciaal belang worden geacht. Voor het bepalen welke onderdelen van provinciaal belang zijn worden de volgende criteria toegepast: De onderlinge, samenhangende relatie van elementen, structuren en gebieden; De bovenlokale betekenis van de elementen, structuren en gebieden; De mate waarin de elementen, structuren en gebieden nu ruimtelijk dominant zijn; De mate waarin zij karakteristiek zijn voor de provincie Drenthe en voor het deelgebied. Het plangebied valt binnen de cultuurhistorische hoofdstructuur binnen het deelgebied ‘Emmen en haar venen’. Bepalend in dit gebied is de positie van Emmen als naoorlogse stad, in een veengebied dat vrij laat is ontgonnen en nog de concrete sporen toont van de machinale veenontginningen.

Binnen het plangebied bevindt zich geen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en de Julianastraat is geen weg met een cultuurhistorisch karakter. Het plan heeft derhalve geen (negatieve) invloed op de cultuurhistorische hoofdstructuur. Archeologie De inhoudelijke kaart Archeologie geeft een overzicht van de archeologische waarden en verwachtingen die de provincie van provinciaal belang achten. In gebieden of terreinen met een archeologische verwachting op de archeologiekaarten, wordt gestuurd op een goede uitvoering van archeologisch onderzoek. Niet voor alle bodemingrepen is archeologisch onderzoek vereist. Dit hangt af van de omvang en aard van de ingreep, de waarde/verwachting van de locatie en het vrijstellingenbeleid zoals dat is uitgewerkt in de gemeentelijke archeologiekaarten. Aardkundige waarden Aardkundige waarden die bijdragen aan het specifieke Drentse karakter wil de provincie behouden en, waar mogelijk, herstellen. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteit aardkundige waarden. De provincie wil inhoud geven aan ruimtelijke kwaliteit, om de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe te behouden en te versterken.

Het doel is de archiefwaarde van de bodem te behouden en de landvormen, die karakteristiek zijn voor het Drentse landschap, te behouden en te versterken, als onderdeel van de kernkwaliteit oorspronkelijkheid. Het plangebied is gelegen binnen een gebied met een generiek beschermingsniveau voor aardkundige waarden. In deze gebieden wil de provincie de lokale, aardkundige kenmerken voor de toekomst bewaren.

Figuur 5. Ligging plangebied binnen generieke bescherming.

13

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)

Rust De kernkwaliteit ‘rust’ is voor het plangebied niet van toepassing.

Natuur De kernkwaliteit ‘natuur’ is voor het plangebied niet van toepassing. 2.2.2

Provinciale omgevingsverordening

Provinciale Staten van Drenthe hebben de Provinciale omgevingsverordening Drenthe vastgesteld. In de omgevingsverordening is het perceel gelegen binnen een gebied aangeduid als 'Bestaand Stedelijk Gebied'. Binnen Bestaand Stedelijk Gebied ligt de verantwoordelijkheid ten aanzien van woningbouw primair bij de gemeente. De verordening geeft verder geen specifieke bepalingen voor percelen met deze aanduiding. Artikel 2.17 lid 1 van de POV bepaalt dat een ruimtelijk plan kan voorzien in nieuwe woningbouw mits de behoefte op basis van de gemeentelijke woonvisie kan worden aangetoond en aansluit bij bestaand stedelijk gebied. Dit is in paragraaf 2.1.3 aangetoond. 2.3

Rijksbeleid

2.3.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld en geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteitsaanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 2.3.2

Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro)

De juridische borging van de nationale belangen uit de SVIR vindt plaats in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 22 augustus 2011 vastgesteld (en aangevuld op 28 augustus 2012) en heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een goede ruimtelijke ordening te bevorderen. De algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Relatie met initiatief Onderliggend initiatief maakt geen onderdeel uit van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur, waardoor de Barro niet van toepassing is. 2.3.3

Besluit ruimtelijke ordening (Bro)

Artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), zoals die geldt vanaf 1 juli 2017, bevat de verplichting om in de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te geven van de behoefte aan die ontwikkeling. Daarnaast, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient een motivering te worden gegeven waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In artikel 1.1.1 van het Bro is omschreven wat verstaan moet worden onder een stedelijke ontwikkeling. Namelijk een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of

14

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)

zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Volgens de Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) vallen onder het begrip 'andere stedelijke voorzieningen' onder meer accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. Bovendien zijn er inmiddels meerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, waarin het begrip stedelijke ontwikkeling verder is verduidelijkt. Of bij een bovengenoemde voorziening sprake is van een stedelijke ontwikkeling, hangt af van de omvang en de gebruiksmogelijkheden. In de uitspraak van 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953 is bepaald dat woningbouwplannen met een omvang vanaf 12 woningen als stedelijke ontwikkeling kunnen worden gezien, terwijl in de uitspraak van de Afdeling van 16 september 2015 (ECLI:NBL:RVS:2015:2921) een plan van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling werd gezien vanwege de beperkte omvang. Stedelijke ontwikkeling Voordat de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt doorlopen, moet de vraag worden beantwoord of er wel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Artikel 1.1.1 Bro definieert een stedelijke ontwikkeling als 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Onderliggend bestemmingsplan biedt de juridische basis voor de realisatie van 12 wooneenheden, waardoor sprake is een woningbouwlocatie die is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling. Derhalve is de ladder van duurzame verstedelijking van toepassing. Nu de ladder van toepassing is, moet worden omschreven wat de behoefte is aan de woningen die mogelijk gemaakt worden binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. Daarbij zijn de aard en omvang van de ontwikkeling leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Tevens moet op basis van de aard en omvang van het woningbouwplan worden bepaald of er regionale afstemming nodig is. Indien het plan voorziet in een behoefte en gepland is buiten het bestaand stedelijk gebied, dient te worden gemotiveerd waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Daarvan is hier geen sprake aangezien het plangebied in bestaand stedelijk gebied ligt.

Behoefte binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied Kort gezegd is de 'behoefte' het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). Kwantitatieve behoefte De gemeente Emmen heeft samen met de woningbouwcorporaties Lefier, Domesta en Woonservice in 2016 een woningmarktonderzoek laten uitvoeren. Dit onderzoek geeft inzicht de huidige en toekomstige woningvraag en in de vernieuwingsopgave in de bestaande voorraad (verbetering, sloop & vervangende nieuwbouw). Het woningmarktonderzoek 2016 geeft een doorkijk voor de periode 2016-2026 en is gebruikt als onderlegger voor de Woonvisie 2018-2023. Het uitgevoerde woningmarktonderzoek uit 2016 heeft een aantal belangrijke inzichten opgeleverd. Zo is de woningmarkt in de gemeente Emmen over het algemeen ontspannen. Vraag en aanbod zijn kwantitatief redelijk in evenwicht. Er doen zich wel kwalitatieve tekorten en overschotten voor. Na ongeveer 2026 wordt als uitvloeisel van de bevolkingskrimp ook een afname van het aantal huishoudens verwacht. Tot die tijd is er sprake van een lichte 15

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)

groei. Gemeente breed moeten, afhankelijk van de gehanteerde bevolkings- en huishoudensprognose en de aannames over de economische ontwikkeling, nog 640 tot 960 woningen worden toegevoegd. In de kern Emmen zal de groei van het aantal huishoudens het grootst zijn. Voorliggend plan geeft invulling aan de kwantitatieve opgave. Kwalitatieve woningbehoefte Als gevolg van de vergrijzing wordt een beperkt tekort aan appartementen/ levensloopbestendige woningen en een overschot aan rijwoningen in zowel de huur- als de koopsector voorzien. Op onderstaande afbeelding is dat weergegeven.

Figuur 6. Woningbouwvraag Emmen, woningmarktonderzoek 2016. Voorliggend plan voorziet in 12 appartementen en geeft daarmee invulling aan een kwalitatieve behoefte. In 2020 is een geactualiseerd woningmarktonderzoek gepresenteerd voor de gemeenten Emmen, Borger-Odoorn en Coevorden. Net zoals dat voor het onderzoek uit 2016 geldt, is ook in dit onderzoek de behoefte aan appartementen in een binnenstedelijk woonmilieu als opgave gepresenteerd. In paragraaf 2.1.4 is reeds onderbouwd dat voorliggend plan niet invulling aan geeft.

16

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)

2.4

Conclusie

De conclusie van de in dit bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) beschreven beleidsuitgangspunten is dat het rijksbeleid niet direct door werkt in het plangebied. Hierdoor is het bestemmingsplan in niet in strijd met het rijksbeleid. Het rijksbeleid werkt indirect door via het provinciaal beleid. Het provinciaal beleid vormt op zijn beurt weer de input voor het gemeentelijk beleid. Voor het voorliggende bestemmingsplan kan eveneens geconcludeerd worden dat het plan passend is in het provinciale beleid. Wat betreft het gemeentelijk beleid kan gesteld worden dat wordt voldaan aan een kwalitatieve en kwantitatieve woningbehoefte.

17

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 structuur 3.1

Planbeschrijving en Stedenbouwkundige

Algemene planbeschrijving

Van oudsher is de Julianastraat een woonstraat voor kleine zelfstandigen. De straat had vroeger een slechte naam. De bebouwing, maar ook de openbare ruimte, van de Julianastraat is sleets geworden en nieuwe impulsen met eigentijdse passende woonvormen kunnen een bijdrage leveren aan een opwaardering van de straat als woonomgeving. Het verdwijnen van non-wonen functies is voor het verhogen van de kwaliteit van de woonsfeer wenselijk en biedt tevens extra programmatische ruimte. Binnen het plangebied bevindt zich oude bebouwing die lange tijd in gebruik is geweest als sportschool. Marktontwikkelingen en de bouwkundige staat van het gebouw maken dat geen behoefte meer is aan deze functie. Er zijn ook geen partijen gevonden die op een andere passende wijze binnen de geldende bestemming invulling willen geven aan de locatie. Langdurige leegstand van de bebouwing tast de woon- en leefomgeving van het gebied aan. Dit is onwenselijk. Daarom is gezocht naar een passende invulling van de locatie die enerzijds bijdraagt aan een marktbehoefte en anderzijds bijdraagt aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Deze invulling is gevonden in een woonfunctie in de vorm van een appartementengebouw. In lijn met deze ontwikkeling wordt ook de achterliggende bebouwing aan de Wilhelminastraat opgewaardeerd. Hiervoor wordt een separate procedure doorlopen. 3.2

Stedenbouwkundige hoofdstructuur

Stedenbouwkundige inpassing Binnen het plangebied bevindt zich in de bestaande situatie een parkeerterrein aan de voorzijde van het perceel en gedateerde bebouwing (voormalige sprotschool) aan de achterzijde van het perceel. Het plan voorziet in de sloop van de bestaande bebouwing. Ter plaatse van de huidige parkeerplaatsen wordt, aan de straatzijde, verdeeld over drie lagen een appartementengebouw met 12 wooneenheden gerealiseerd. Op de volgende afbeelding is de stedenbouwkundige invulling van het plangebied weergegeven.

Figuur 7. Stedenbouwkundige invulling plangebied. In de bestaande bebouwing worden bergingen gerealiseerd voor de bewoners. In de regels

18

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)

van het bestemmingsplan is opgenomen dat dit het enige bijgebouw is binnen het plangebied. Omdat er sprake is van bestaande bebouwing mag dit bijgebouw de huidige bouwhoogte behouden. Indien er gesloopt wordt mag het bijgebouw dat teruggebouwd wordt een maximale bouwhoogte van 3 meter hebben. Dat is in de regels opgenomen. Het plangebied grens aan de achterzijde aan de Wilhelminastraat. Ook deze locatie wordt getransformeerd. In augustus 2020 hebben de gemeente en de initiatiefnemer daarvoor een startdocument opgesteld dat als uitgangspunt is gehanteerd voor de verdere ontwikkeling. Het startdocument is als Bijlage 1 Stedenbouwkundige verkenning opgenomen. De positionering van het appartementengebouw is afgestemd om de naast- en achtergelegen bebouwing. Vanaf de Julianastraat gezien bevindt zich aan de rechterzijde van het plangebied een schuur die bedrijfsmatig wordt gebruikt door de groenteboer. Deze schuur heeft een diepte van circa 16 meter en is uitgevoerd in de vorm van een wolfsdak. Deze bebouwing heeft de uitstraling van een woning en staat vrij dicht aan de weg. Aan de linkerzijde van het plangebied bevinden zich op korte afstand van de weg drie vrijstaande woningen. Deze woningen hebben een kap die in hoofdzaak dwars op de weg staat. De woningen hebben een ondiepe voortuin. Het voorziene appartementengebouw wordt tussen de bestaande bebouwing gepositioneerd.

De afstand van de bebouwing tot de weg is in lijn met de aangrenzende bebouwing. Door een verspringing in de voorgevel is er geen sprake van een massief bebouwingsbeeld dat contrasteert met de naastgelegen bebouwing. Er is sprake van fragmentatie van de woonvolumes waardoor het programma van de twee appartementenvolumes lezen als één gebouw. Door de verspringing sluit de bebouwing aan op de bestaande rooilijn en door de aanleg van een voortuin is er sprake van een goede stedenbouwkundige inpassing. De voortuinen zorgen voor privacy en een vergroting van de woonsfeer ten opzichte van de bestaande vrijstaande particuliere woningen. Parkeren vindt plaats aan de achterzijde van het gebouw. Ook de bergingen die behoren bij de woningen zijn hier gesitueerd. De ontsluiting van het terrein is aan de zijde van de Julianastraat. Programma Het plan voorziet in 12 appartementen en hebben een omvang die varieert van circa 55 m² 67 m². Dit maakt dat ze geschikt zijn voor starters en een- en tweepersoonshuishoudens. De ligging van het plangebied nabij voorzieningen maakt eveneens dat de appartementen geschikt zijn voor deze doelgroep. Naast het appartementengebouw voorziet het plan in een bijgebouw met 6 bergingen en een gemeenschappelijke fietsenberging. Deze bergingen bevinden zich aan de achterzijde van het plangebied, tegen de bestaande bebouwing aan de Wilhelminastraat.

Tussen de bergingen en het appartementengebouw bevindt zich een gemeenschappelijk terrein. Op dit terrein is ruimte voor groen en wordt de parkeeropgave ingevuld. Verschijningsvorm Het appartementengebouw bestaat twee geschakelde blokken met ieder drie lagen. Per laag zijn twee appartementen aanwezig. Ieder blok heeft een eigen entree. Op de volgende afbeelding is een impressie van de voorzijde van de voorziene bebouwing vanaf de Julianastraat gegeven.

19

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)

Figuur 8. Impressie gevelaanzicht vanaf Julianastraat. De bebouwing bestaat voor een belangrijk deel uit baksteen en hout en kent door het gebruik van veel glas een open uitstraling. De bovenste laag van de bebouwing is als een setback teruggelegd, waardoor in combinatie met de verspringing in de voorgevel en het gebruik van veel glas, geen massief bebouwingsbeeld ontstaat. 3.3

Verkeersstructuur

3.3.1

Parkeren

Ten behoeve van het plan worden 23 parkeerplaatsen gerealiseerd. Dit aantal is, in navolging van het gemeentelijk parkeerbeleid, gebaseerd op de kencijfers van de CROW. Het plangebied bestaat uit 12 appartementen in de volgende sector: huur appartement midden/goedkoop matig stedelijk, centrum schil parkeernorm tussen 0,7 en 1,5 aandeel bezoekersparkeren 0,3 pp/appartement Dat resulteert in een norm van 1,2 parkeerplaats per appartement, inclusief bezoekersparkeren. Voor 12 appartementen betekent dit 12 x 1,2 = 15 (14,4) parkeerplaatsen. Er wordt in de vorm van 23 parkeerplaatsen ruim voldoende voorzien in de parkeeropgave. 3.4

Groenstructuur

3.4.1

Buitenruimte

De bebouwing wordt aan de voorzijde van het perceel gerealiseerd. Tussen de stoep en de bebouwing bevinden zich tuinen van de woningen op de begane grond. Ook zijn hier twee centrale entrees aanwezig. De voortuin wordt omzoomd met een lage haag. Aan de linkerzijde van het perceel bevindt zich een inrit. Via deze inrit is het gemeenschappelijke achterterrein te bereiken. Hier bevinden zich bergingen voor de appartementen en parkeerplaatsen voor de bewoners. Ook is groen aanwezig, wat hittestress tegengaat, op beperkte schaal zorgt voor biodiversiteit en bijdraagt aan een opname van hemelwater. Ook draagt het groen bij aan een prettig woon- en leefklimaat.

20

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)

Hoofdstuk 4

Onderzoeken

4.1

Archeologie en monumenten

4.1.1

Algemeen

De gemeente Emmen heeft archeologie beleid vastgesteld, d.d. 30 mei 2013. Hiervoor is een archeologische beleidsadvieskaart gemaakt met daarbij een rapport, dit rapport dient als toelichting op de kaart. Het doel van deze documenten is om aan te geven wat de kern vormt van het archeologie beleid en waar de beleidskeuzen zijn gemaakt. De verschillende archeologische waarden en verwachtingen en de maatregelen die daaraan zijn gekoppeld zijn in gemeentelijk archeologische beleidsadvieskaart vertaald naar diverse categorieën ‘Waarde – Archeologie’ in het bestemmingsplan. Met de vertaling is op eenvoudige wijze voor het gehele gebied van de gemeente Emmen in beeld gebracht of archeologische waarden in het geding zijn of kunnen zijn en zo ja, op welke manier daarmee dient te worden omgegaan. Onderstaande tabel geeft de onderverdeling van de vier gemaakte categorieën weer.

Deze beleidskeuzen zijn vertaald in een dubbelbestemmingen. Per archeologische kwaliteit zijn planregels opgenomen voor de te bebouwen oppervlakte en een omgevingsvergunningsstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. De maatvoering voor afwijking is afhankelijk van de te verwachten waarden of verwachtingen en de uitkomsten van archeologisch onderzoek. 4.1.2

Archeologische waarden in het plangebied

Het plangebied Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) is volgens de beleidskaart gelegen in een gebied met archeologische waarde 4. Op de volgende afbeelding is dat weergegeven.

21

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)

Figuur 9. Uitsnede beleidskaart, plangebied gelegen in waarde - archeologie 4: Gebieden met (middel)hoge verwachtingswaarden.

Gebieden gecategoriseerd als waarde- 4 zijn gebieden waar op basis van de geologische en bodemkundige opbouw, landschappelijke kenmerken en reeds aangetroffen archeologische resten een (middel)hoge kans op het aantreffen van (intacte) archeologische vindplaatsen bestaat. Deze zones worden gekenmerkt door een - al dan niet verscholen onder het huidige maaiveld - redelijk gaaf landschap met dekzandruggen en dekzandkoppen. Delen van dit landschap kunnen bovendien zijn afgedekt door esdekken. Van concrete vindplaatsen is hier echter vooralsnog geen sprake. In hoofdzaak geldt een grote trefkans op nederzettingen, grafvelden, losse boerderijen, wegen, dijken, linies, kleine jachtkampen en losse vondsten uit alle perioden. Voor gebieden aangeduid met Waarde - archeologie 4 is algemeen aanvaard dat een minimumoppervlak voor bodemverstoringen geldt van 1000 m² en een bouwvoordiepte van 30 cm (30 cm +10 cm principe). De Waarde - Archeologie 4 is apart opgenomen omdat dit terreinen zijn waar naast bovenstaande bepalingen geen drainageverbod geldt. Op basis van de hiervoor benoemde verwachtingswaarde, kent het plangebied binnen het bestemmingsplan de (dubbel)bestemming Waarde - Archeologie 3 en Waarde - Archeologie 4. De voor Waarde - Archeologie 3 en 4 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a.

terreinen van middelhoge of hoge archeologische verwachtingen; b. bescherming en veiligstelling van de vastgestelde archeologische waarden, met dien verstande dat de bestemming niet geldt voor het gebied dat is gelegen binnen de dubbelbestemming Leiding – Gas en of de Leiding – Nam leiding. De aanvrager van een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, die betrekking heeft op gronden, die op de plankaart zijn aangewezen als Waarde - Archeologie 3, legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld. In het kader van voorliggend plan wordt archeologisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn als Bijlage 2 opgenomen. Het doel van het onderzoek is het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over de bekende of verwachte archeologische resten, binnen een omschreven gebied, om daarmee tot een gespecificeerde archeologische verwachting te komen. Deze

22

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)

verwachting is vervolgens in het veld getoetst aan de hand van een booronderzoek. Op basis van het bureauonderzoek kan worden gesteld dat voor het plangebied een (middel)hoge verwachting geldt voor alle archeologische perioden. Er kunnen archeologische resten verwacht worden in de vorm van verspreide begraving, (periodieke) bewoning en landgebruik. Archeologische resten kunnen bestaan uit nederzettingsresten en voor de betreffende periode kenmerkend vondstmateriaal, zoals vuurstenen artefacten, houtskoolresten, aardewerk, bouwkeramiek en glas. Het veldonderzoek heeft uitgewezen dat in het plangebied gedeeltelijk (een restant van) een podzolprofiel aanwezig is, gevormd in dekzand. Het plangebied is tevens tot op verschillende dieptes verstoord. Hieruit kan worden geconcludeerd dat het plan geen negatieve archeologische impact heeft en vanwege de verstoring van de bodem de aanwezige dubbelbestemmingen van het plangebied gehaald kunnen worden. 4.1.2.1 Cultuurhistorie In de toelichting van ruimtelijke plannen moet naast een toets aan archeologie ook een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en/of monumenten rekening is gehouden. In paragraaf 2.2 is beschreven dat het plangebied onderdeel uit maakt van de provinciale cultuurhistorische hoofdstructuur, binnen het deelgebied ‘Emmen en haar venen’.

Bepalend in dit gebied is de positie van Emmen als naoorlogse stad, in een veengebied dat vrij laat is ontgonnen en nog de concrete sporen toont van de machinale veenontginningen. Op basis van de gemeentelijke Cultuurhistorische waardenkaart geldt voor het plangebied: Herkenbaar houden van de historische en ruimtelijke structuur en samenhang.

Figuur 10. Ligging plangebied binnen cultuurhistorische waardenkaart. In de gemeente Emmen zijn er plekken die met elkaar verbonden zijn. Dat noemen we structuren. Dit zijn bijvoorbeeld wijken, dorpen, erven tuinen of groen, wegen en kanalen. We willen ze graag als een geheel houden, want ze laten de geschiedenis goed zien. Kortom, ze hebben een hoge cultuurhistorische waarde. We vragen onze inwoners om deze structuren niet zomaar te veranderen en hier zuinig op te zijn. Wij zien graag dat de karakteristieke onderdelen bewaard en herkenbaar blijven. We maken verschil in vier soorten: Landschappelijke gebieden en structuren van hoge cultuurhistorische waarde. 23

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)

Stedenbouwkundige gebieden en structuren van hoge cultuurhistorische waarde. Groenstructuren van hoge cultuurhistorische waarde. Infrastructuur en waterwegen van hoge cultuurhistorische waarde Voor het plangebied is de stedenbouwkundige structuur, met de Julianastraat als drager, van belang. Langs deze weg heeft zich de afgelopen decennia bebouwing gevormd. Op de volgende afbeeldingen is dat zichtbaar.

Figuur 11. Ontwikkeling plangebied door de tijd, met de Julianastraat als constante stedenbouwkundige structuur.

Het behoud van deze structuur draagt bij aan de cultuurhistorische waarden van het gebied. De structuur van de Julianastraat gaat ten gevolge van voorliggend plan niet verloren. Binnen het plangebied bevindt zich geen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en de Julianastraat is geen weg met een cultuurhistorisch karakter. Het plan heeft derhalve geen (negatieve) invloed op de cultuurhistorische hoofdstructuur. 4.1.3

Conclusie

Op basis van de archeologische verwachtingswaarde die aan het plangebied is toegekend en is vertaald in het geldende bestemmingsplan, wordt de dubbelbestemming ‘Waarde -archeologie 4’ in het bestemmingsplan opgenomen. Wanneer uit het uit te voeren onderzoek blijkt dat er geen sprake is van archeologische lagen dan wel dat deze reeds verstoord zijn dan wel geborgd zijn, kan deze dubbelbestemming weggelaten worden in het bestemmingsplan.

24

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)

4.2

Ecologie

De Wet natuurbescherming (Wnb) is in werking getreden op 1 januari 2017. Deze wet vervangt de volgende drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (houtopstanden). De provincie is bij de Wnb het bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en handelingen bij Natura 2000-gebieden en dier- en plantensoorten. Het Rijk blijft bevoegd gezag bij ruimtelijke ingrepen met grote nationale belangen. Voor gemeenten geldt dat zij het bevoegd gezag zijn voor omgevingsvergunningen. Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) -voorheen Ecologische Hoofdstructuur- is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'.

Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor de provincie Drenthe uitgewerkt in de Provinciale Omgevingsvisie en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening. Soortenbescherming Het uitgangspunt van de Wnb is dat er geen (opzettelijke) schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. De soortenbescherming binnen de Wnb is daarbij opgedeeld in drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Bij beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen dier- en plantensoorten.

Er dient een ontheffing op grond van artikel 3.3, 3.8 en/of 3.10 Wnb te worden aangevraagd voor een (bouw)werkzaamheid of activiteit indien het volgende van toepassing is: uit gegevens of onderzoek blijkt dat er sprake is van verstoring of doden van (een) beschermde soort(en); het bouwwerk en/of de activiteit veroorzaakt beschadiging of vernieling van voortplantingof rustplaatsen van dieren, dan wel ontworteling of vernieling van plantensoorten; er kan geen gebruik gemaakt worden van een vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming; er kan niet gewerkt worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Houtopstanden In de Wnb is de bescherming van houtopstanden buiten de, door de gemeenteraad vastgestelde, bebouwde kom geregeld. Doel is de instandhouding van het bosareaal. In de Provinciale Omgevingsverordening van de provincie Drenthe is geregeld hoe een kapmelding moet worden ingediend, waaraan herbeplanting moet voldoen en wanneer ontheffing van de herbeplantingsplicht kan worden verleend. Voor houtopstanden binnen de bebouwde kom geldt de Bomenverordening gemeente Emmen 2011. In het bijbehorende bomenregister zijn de monumentale en waardevolle bomen en waardevolle houtopstanden vastgelegd. Zonder ontheffing is het verboden deze te kappen.

25

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)

4.2.1

Natuurwaarden in het plangebied

Voorafgaand aan de wijziging van het bestemmingsplan dient te worden onderzocht of binnen en in de nabijheid van het plangebied beschermde plant- en diersoorten en/of natuurgebieden aanwezig zijn en of deze worden aangetast. Deze eerste stap om de aanwezigheid van beschermde soorten en/of gebieden te bepalen, is het uitvoeren van een quickscan flora en fauna. De quickscan is als Bijlage 3 opgenomen. De quickscan flora en fauna beschrijft in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) de effecten van de ingreep op soortenbescherming en gebiedsbescherming (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland) en op houtopstanden. Uit deze quickscan blijkt of de plannen (mogelijk) leiden tot aantasting van beschermde soorten en/of gebieden en of vervolgstappen noodzakelijk zijn, zoals nader onderzoek, een ontheffing en/of een vergunning. De quickscan bestaat uit een onderzoek naar soortenbescherming en gebiedsbescherming. De resultaten van het onderzoek zijn als volgt. Gebiedsbescherming Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van gebiedsbescherming wordt het volgende geconcludeerd: Natura 2000 Het plangebied ligt buiten Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde gebied ligt op circa 12 kilometer afstand.

Vanwege deze afstand, de potentiële effecten, bekende dosis-effectrelaties en de aard/omvang van de voorgenomen ontwikkeling, zijn indirecte effecten op voorhand uitgesloten. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland. Het voorgenomen plan heeft gezien de afstand tot deze gebieden (>850 meter), de ligging binnen de bebouwde kom en de aard en omvang van de plannen geen effect op deze gebieden. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde. Om te bepalen of ten gevolge van het plan sprake is van een toename van stikstofdepositie op natuurgebieden, heeft een AERIUS-berekening plaatsgevonden. Hieruit blijkt dat zowel in de sloop-, aanleg- als in de gebruiksfase geen toename van stikstofdepositie plaatsvindt. De resultaten van de AERIUS-berekening zijn als Bijlage 5 opgenomen. Soortenbescherming Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van soortenbescherming wordt het volgende geconcludeerd: Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen algemene vogelsoorten tot broeden komen. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn vanwege de aanwezigheid van open stootvoegen en geschikte ruimte naar de spouw via de gevel en boeiboord, niet uit te sluiten. Mogelijk vormt het plangebied onderdeel van een vliegroute en foerageergebied.

Dit betreft echter geen essentieel leefgebied en de ontwikkeling heeft geen negatief effect op de functionaliteit ervan. Verblijfplaatsen of rustplaatsen van steenmarters zijn vanwege de toegankelijkheid tot het gebouw voor deze soort niet uit te sluiten binnen het plangebied. Overige beschermde grondgebonden zoogdieren worden gezien de habitateisen uitgesloten. Groei- en verblijfplaatsen van beschermde flora, vissen, amfibieën, reptielen en ongewervelden zijn gezien de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. In het plangebied zijn enkele algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren te

26

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmen, Centrum-Oost, Julianastraat (12 appartementen) (vastgesteld)

verwachten. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van de verbodsartikelen. Om te bepalen of er vleermuisverblijfplaatsen en rust- of verblijfplaatsen van steenmarter in de bebouwing aanwezig zijn, is aanvullend onderzoek nodig. Uit het onderzoek is gebleken dat er geen verblijfplaatsen of essentiële foerageergebieden of vliegroutes van middelzwaar tot zwaar beschermde soorten aangetroffen zijn. Bij de voorgenomen werkzaamheden wordt ten aanzien van vleermuis en steenmarter dan ook geen overtreding verwacht op de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Er zijn wel enkele kauwnesten aangetroffen in de gaten bij de gevels. In het broedseizoen zijn alle nesten van vogels beschermd, van het begin met het aanleggen van takjes tot het uitvliegen van jongen. Een overtreding van de Wet natuurbescherming wordt voorkomen door de sloopwerkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen. Voor het broedseizoen staat geen vaste periode. Van belang is of een broedgeval aanwezig is. Tevens geldt dat te allen tijde de zorgplicht blijft gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. De zorgplicht geldt voor alle planten en dieren, beschermd of niet. 4.2.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=9eb9a4a4-327d-47dc-a70b-8dc6f8ab476e