CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij RA21.0069 - Bestemmingsplan Barger-Compascuum, Verlengde Oosterdiep WZ tussen 44 en 45' (RIS.10324)

Commissie Wonen en Ruimte 11 oktober 2021, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Barger-Compascuum, Verlengde Oosterdiep WZ tussen 44 en 45' + bijlagen RIS.10323, RIS.10324 en RIS.1032522.265 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Dit betekent dat er geen activiteiten plaats mogen vinden waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN in het geding komen, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang, tenzij er geen reële alternatieven zijn of tenzij negatieve effecten zo veel mogelijk beperkt worden en de overblijvende effecten worden gecompenseerd.

Ecologische Quickscan Barger-Compascuüm

11

Rijk en provincies hebben in 2011 met elkaar afgesproken dat natuurbeheer meer een regionale verantwoordelijkheid wordt. Dat is vastgelegd in het Natuurakkoord. Als gebiedsregisseurs van het landelijke gebied zetten de provincies zich in voor een versterking van de natuur. Zij dienen de begrenzing van het NNN vast te leggen in een provinciale verordening, waar ook de regels omtrent de inhoud van en de toelichting bij bestemmingsplannen in het belang van de realisatie, bescherming, instandhouding en verdere ontwikkeling van de beoogde natuurkwaliteit van het NNN worden beschreven. De provincies dienen hierbij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN vast te leggen. Dit zijn de huidige en potentiële waarden, gebaseerd op de natuurdoelen van het desbetreffende gebied. Per perceel worden deze doelen vaak in natuurdoeltypen en/of beheertypen vastgelegd. Bij een aanvraag voor een ecologische Quickscan en/of flora- en fauna-onderzoek gaat Alcedo Natuurprojecten dus ook altijd na of het plangebied binnen de begrenzingen van het NNN ligt en wat de effecten van de voorgenomen ingreep/activiteit zullen zijn. De onderzochte locatie ligt op minder dan 3 kilometer afstand van de dichtstbijzijnde grens van het NNN.

12

Figuur 1 : Ligging van de onderzochte locatie (rode cirkel) t.o.v. NNN (groene velden).

Ecologische Quickscan Barger-Compascuüm

3.8. Natura 2000 Bij een aanvraag voor een ecologische quickscan en/of flora- en fauna-onderzoek wordt ook onderzocht of het plangebied binnen de begrenzingen of directe invloedsfeer (minder dan 3 kilometer) van een N2000 gebied ligt en wat de effecten van de voorgenomen ingreep/activiteit op dat gebied zullen zijn. De onderzochte locatie ligt op meer dan 3 kilometer afstand van de dichtstbijzijnde grens van het dichtstbijzijnde N2000 gebied. (Bargerveen) Bron: Synbiosis Alterra.

13

Figuur 2: Ligging van de onderzochte locatie (rode cirkel) t.o.v. N2000 (gele velden).

Ecologische Quickscan Barger-Compascuüm

14

Figuur 3. Stroomdiagram Wnb. Bron: Ecologica.

Ecologische Quickscan Barger-Compascuüm

4. Beschrijving locatie en ingrepen 4.1.

Beschrijving locatie

De onderzochte locatie bevindt zich aan Verlengde Oosterdiep WZ tussen 44 en 45 7884 TM, Barger-Compascuüm (DR) en bestaat uit een ruderaal terrein (voormalig weiland en/of oude tuin) met daarachter enkele oude schuren. De toegang tot de schuren bestaat uit een met klinkers bestrate oprijlaan. De schuren zijn opgetrokken uit golfplaat, hebben geen spouwmuren en geen pannendaken. Het geheel is gelegen in een landelijke en groene agrarische omgeving. Aan de voorzijde van het perceel loopt een kanaal (het Oosterdiep) en daarlangs loopt een doorgaande weg. Langs het kanaal is een doorgaande bomenrij aanwezig.

15

Figuur 4: Ligging van de onderzochte locatie. In rode cirkel. (bron: Google Maps).

Ecologische Quickscan Barger-Compascuüm

Figuur 5. Exacte ligging en begrenzing van de onderzochte locatie.

4.2.

Beschrijving ingreep

Het voorgenomen plan is om ter plaatse alle bebouwing te slopen en er een nieuwe woning te plaatsen. Het is een grote ruimtelijke ingreep waarbij nogal wat gebouwen worden gesloopt. Daarna zal het terrein bouwrijp worden gemaakt en de gehele situatie ingrijpend veranderen. Er zal veel sprake zijn van verstoring en mogelijk periodiek ook van geluidshinder of lichthinder (nachtelijke aanlichting).

Ecologische Quickscan Barger-Compascuüm

16

5. Resultaten In dit hoofdstuk zijn de (potentiële) aan- of afwezigheid van de onderzochte plant- en diersoorten in het onderzoeksgebied onderbouwd. De relevante soorten zijn nader toegelicht. 5.1.

Veldbezoek Tijdens het veldbezoek is voor zover mogelijk een inventarisatie uitgevoerd van de beschermde soorten binnen de Wnb met de nadruk op de niet vrijgestelde beschermde soorten. In onderstaande tabel zijn de tijdstippen en de waarnemings-condities van het uitgevoerde veldbezoek weergegeven.

Waarnemingscondities veldbezoek Datum 12.09.2019

Begintijd 16.00 uur

Eindtijd 17.30 uur

Weersomstandigheden Wind: 2 bft, bewolking 20%, circa 20° C., geen regen

Tabel 2. Waarnemingscondities veldbezoek 5.2.

Flora Tijdens dit veldonderzoek is het totale perceel onderzocht op het voorkomen van beschermde plantensoorten. Het betreft een ruderaal terrein met daarop vooral grassoorten en ridderzuring. Voorts zijn er restanten van een tuin aanwezig in de vorm van twee appelboompjes, een fijnspar en een zeeden. Er zijn geen bijzondere c.q. beschermde wilde plantensoorten aangetroffen.

5.3.

Grondgebonden zoogdieren Tijdens dit onderzoek zijn op de onderzochte locatie geen vaste rust- of verblijfplaatsen van grondgebonden beschermde zoogdieren aangetroffen. Wel zijn er sporen aangetroffen die duiden op vaste bewoning of verblijfplaatsen door zoogdieren zoals huismuis, huisspitsmuis, bruine rat en egel. In de directe omgeving van de locatie komen zeker diverse soorten muizen voor alsmede steenmarter, bunzing, wezel, ree en vos. (Bron. NDFF). De genoemde diersoorten zullen mogelijk incidenteel gebruik maken van het terrein om er te foerageren, maar benutten het niet als vaste verblijfplaats.

5.4.

Vleermuizen Er is geen gericht onderzoek verricht naar de geschiktheid voor de locatie als verblijfplaats voor vleermuizen. Op basis van een visuele inspectie en inschatting van de aard van de bebouwing kan worden gesteld dat de locatie niet geschikt is als vaste zomer- of winterverblijfplaats en/of kraamkolonie voor vleermuizen. Mogelijk dat soorten als de Gewone dwergvleermuis en Gewone grootoorvleermuis de locatie benutten om er toe foerageren.

5.5.

Vogels Tijdens deze scan is vooral gelet op de aanwezigheid (aanwezigheid van of sporen) van huismus, spreeuw en uilen. Deze werden niet aangetroffen. Tevens is onderzocht of de bebouwing geschikt is als broedplaats voor gierzwaluwen. Dat laatste is zeker niet het geval. Ecologische Quickscan Barger-Compascuüm

17

5.6.

Amfibieën, reptielen en vissen Er is geen gericht onderzoek naar het voorkomen van deze soorten en/of soortgroepen verricht. De reden hiervoor is dat op basis van een visuele inspectie kon worden volstaan met de constatering dat er geen belangrijk biotoop voor deze soortgroepen zal worden aangetast.

5.7.

Dagvlinders, libellen en overige ongewervelden Er is geen gericht onderzoek naar het voorkomen van deze soorten en/of soortgroepen verricht. De reden hiervoor is dat op basis van een visuele inspectie kon worden volstaan met de constatering dat er geen belangrijk biotoop voor deze soortgroepen zal worden aangetast.

18

Ecologische Quickscan Barger-Compascuüm

6. Toetsing aan de Wnb Welke verbodsbepalingen kunnen worden overtreden? Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Artikel 3.1. lid 2 ‘het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eigen van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen’ en lid 4 en 5 ‘het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort’  Dit is niet van toepassing omdat er op de onderzochte locatie geen jaarrond beschermde nesten zijn aangetroffen. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Tijdens dit onderzoek zijn geen habitatrichtlijnsoorten werden aangetroffen. Er gaat vanwege de voorgenomen plannen geen belangrijk biotoop voor vleermuizen verloren. Beschermingsregie andere soorten § 3.3 Artikel 3.10 lid 1b ‘het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen’ 

Dit is niet van toepassing omdat er geen vaste voortplantings- of rustplaatsen zijn aangetroffen.

NB: In de Wet natuurbescherming is bij meer verbodsbepalingen dan onder de Flora- en faunawet het opzetvereiste toegevoegd, in lijn met de artikelen van de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. In de Flora- en faunawet was alleen sprake van het opzetvereiste bij verontrusting (art 10). Hierdoor was de Flora- en faunawet strenger dan de verbodsbepalingen van de Habitatrichtlijn. Niet opzettelijke handelingen waarbij de verbodsbepalingen overtreden worden, zijn nu niet langer verboden. Daarbij is van belang dat het Europees Hof van Justitie in zijn jurisprudentie heeft bepaald dat onder opzet ook voorwaardelijke opzet moet worden begrepen: “Daarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of plant.

Ecologische Quickscan Barger-Compascuüm

19

Natuur Netwerk Nederland (NNN) en Natura 2000 (N2000) De onderzochte locatie ligt niet binnen het NNN of Natura 2000. De dichtstbijzijnde grens van NNN ligt echter op minder dan 3 kilometer afstand van de onderzocht locatie. De dichtstbijzijnde grens van Natura 2000 gebied ligt op meer dan 3 kilometer afstand van de onderzochte locatie. De voorgenomen werkzaamheden zijn echter van dien aard dat het uitgesloten is de kernwaarden van het NNN en N2000 zullen worden aangetast.

20

Ecologische Quickscan Barger-Compascuüm

7. Conclusies en aanbevelingen Op basis van deze Quickscan kan het volgende worden geconcludeerd:    

Op de onderzochte locatie is het voorkomen van middels de Wnb beschermde plantof diersoorten niet aangetoond; Er zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels aangetroffen; Ten aanzien van de voorgenomen plannen is het niet noodzakelijk vervolgonderzoek uit te laten voeren volgens vleermuisprotocol; Ten aanzien van de voorgenomen plannen is het niet noodzakelijk vervolgonderzoek uit te voeren volgens kennisdocumenten huismus en kerkuil. Op basis van deze quickscan wordt het volgende geadviseerd: Omdat is gebleken dat de onderzochte locatie nogal soortenarm is, wordt geadviseerd om de nieuwbouw en de nieuwe in te richten locatie op een zogeheten natuurinclusieve wijze in te richten. Dit kan door middel van gebruikmaking van ingebouwde huismussenkasten, ingebouwde vleermuiskasten en het gebruikmaken van inheems streekeigen plantgoed.

21

Ecologische Quickscan Barger-Compascuüm

8. Bronvermeldingen  

  

 

   

Bestemmingsplan Barger-Compascuum Verlengede Oosterdiep WZ tussen 44 en 45 Rapportnummer RB 10.404 Lange, R., P. Twisk , A. van Winden & A. van Diepenbeek, 2003. Zoogdieren van WestEuropa. Stichting Uitgeverij van de KNNV en VZZ i.s.m. Vereniging Natuurmonumenten. Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers (red.), 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen, Stichting Uitgeverij van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, Utrecht. Ministerie van LNV, 2004. Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit TRCJZ/2004/5727, houdende vaststelling van rode lijsten flora en fauna. SOVON, 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels. Nederlands Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij en EIS-Nederland, Leiden. Twisk, P. et al, 2010. Veldgids Europese Zoogdieren. KNNV Uitgeverij en Zoogdiervereniging. www.natuurindegemeente.nl/aandeslagmetdenatuurwet/wpcontent/uploads/2016/12/Soortenbescherming_bij_ruimtelijke_ingrepen_1.3_15122 016.pdf www.quickscanhulp.nl www.ravon.nl www.sovon.nl www.synbiosis.alterra.nl www.waarneming.nl www.zoogdiervereniging.nl

Ecologische Quickscan Barger-Compascuüm

22

Foto-overzicht

23

Ecologische Quickscan Barger-Compascuüm

24

Ecologische Quickscan Barger-Compascuüm

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Barger-Compascuum, Verlengde Oosterdiep WZ tussen 44 en 45 (vastgesteld)

88

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Barger-Compascuum, Verlengde Oosterdiep WZ tussen 44 en 45 (vastgesteld)

Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek

89

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 www.sigma-bm.nl E-mail info@sigma-bm.nl

augustus ’19

Onderwerp:

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Verlengde Oosterdiep WZ perceel sectie AD nr. 190 te Barger-Compascuum

Projectnummer:

19-M8982

Opdrachtgever:

RooBeek Advies

Datum:

19 augustus 2019

0

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Oosterdiep WZ perceel sectie AD nr. 190 te Barger-Compascuum

onderwerp

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Verlengde Oosterdiep WZ perceel sectie AD nr. 190 te Barger-Compascuum

datum

19 augustus 2019

projectnummer

19-M8990

in opdracht van

RooBeek Advies Nautiliusstraat 7B 7821 AG Emmen

uitgevoerd door

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Milieukundige begeleiding (water)bodemsaneringen en nazorg SIKB 6000, protocol 6001: Milieukundige begeleiding landbodemsanering met conventionele methoden”

(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.

augustus ’19

1

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Oosterdiep WZ perceel sectie AD nr. 190 te Barger-Compascuum

Inhoudsopgave 1

2

INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1

Algemeen................................................................................................................................. 3

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3

1.3

Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3

1.4

Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4

1.5

Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4

VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1

3

4

Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 12

VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 13 3.1

Uitvoering van het veldonderzoek ......................................................................................... 13

3.2

Resultaten van het veldonderzoek ........................................................................................ 14

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 16 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 16

4.2

Toetsingscriteria .................................................................................................................... 17

4.3

Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 18

4.3.1

Milieuhygiënische kwaliteit grond ...................................................................................... 18

4.3.2

Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ............................................................................. 20

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 22

6

LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 26

7

COLOFON ...................................................................................................................................... 27

Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring

augustus ’19

2

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Oosterdiep WZ perceel sectie AD nr. 190 te Barger-Compascuum

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van RooBeek Advies is in juli 2019 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op het onbebouwde deel van de locatie aan het Verlengde Oosterdiep WZ perceel sectie AD nr. 190 te BargerCompascuum (gemeente Emmen). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.

De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek

Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de een bestemmingsplanwijziging en de geplande nieuwbouw van een woning op de onderzoekslocatie.

1.3

Doel van het onderzoek

Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.

augustus ’19

3

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Oosterdiep WZ perceel sectie AD nr. 190 te Barger-Compascuum

1.4

Referentiekader van het onderzoek

Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde:  vooronderzoek, (hoofdstuk 2)  veldonderzoek, (hoofdstuk 3)  chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4)  conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).

augustus ’19

4

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Oosterdiep WZ perceel sectie AD nr. 190 te Barger-Compascuum

2

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in Tabel 1. Tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek

Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens

Aanleiding tot vooronderzoek Eigendomssituatie

A 0

B 0

C

D

Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie 3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken

4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

F

G

✓

Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie Bodemopbouw

E

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ 0

✓

✓

✓

✓

✓

Voormalig Huidig

✓

Toekomstig Asbestverdacht?

✓

✓

✓

✓

5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

augustus ’19

5

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Oosterdiep WZ perceel sectie AD nr. 190 te Barger-Compascuum

aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van een bestemmingsplanwijziging en de geplande nieuwbouw van een woning op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie verstrekt door de gemeente Emmen (via RUD Drenthe email d.d. 03-07-2019); • informatie bodemloket.nl; • informatie van het geoportaal Drenthe; • www.topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • ahn.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In Tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven. Tabel 2: overzicht basisinformatie

Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (onbebouwde deel van het plangebied) Algemene omschrijving

Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG)

Terreinverharding

augustus ’19

Verlengde Oosterdiep WZ tussen 44 en 45 Barger-Compascuum Emmen Zie bijlage 1 X = 266,665 Y= 531,369 Gemeente Emmen, sectie AD nr. 190 Niet nagegaan. 2 1.200 m De onderzoekslocatie betreft het onbebouwde deel van het perceel gemeente Emmen, sectie AD nr. 190, gelegen tussen het Verl. Oosterdiep WZ 44 en 45 te Barger-Compascuum. Op de onderzoekslocatie bevindt zich een bestaande schuur met diverse aangebouwde dierenverblijven. Het onbebouwde deel van het plangebied is in gebruik als grasveld een kippenren. Vanaf het Verl. Oosterdiep WZ naar de schuur loopt een met betonklinkers verharde oprit. De bestaande schuur op de locatie dateert van 1976. De aangebouwde dierenhokken van latere data. De onderzoekslocatie is grotendeels onverhard. Vanaf het Verl. Oosterdiep WZ naar de schuur loopt een met betonklinkers verharde oprit.

6

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Oosterdiep WZ perceel sectie AD nr. 190 te Barger-Compascuum

Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -

Geen informatie, bij grondwerk dient een KLICmelding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "lage trefkans". De nieuwbouw van een woning.

afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte onderzoekslocatie, zoals weergegeven in bijlage 2. bodemgebruik In de onderstaande Tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Tabel 3: beschrijving bodemgebruik

Omschrijving

Gebruik

Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis)

Huidig

Toekomstig

Op de onderzoekslocatie op basis van topografische Geen. kaarten tot 1999 geen bebouwing te herkennen. Op kaarten vanaf 2000 is een deel van de bestaande bebouwing te herkennen. Op luchtfoto’s uit 2005 is alleen het centrale deel van de aanwezige schuur te zien. De achterbebouwde dierenhokken dateren van na. 2005. Op de onderzoekslocatie bevindt zich een bestaande Geen. schuur met diverse aangebouwde dierenverblijven. Het onbebouwde deel van het plangebied is in gebruik als grasveld een kippenren. Vanaf het Verl. Oosterdiep WZ naar de schuur loopt een met betonklinkers verharde oprit. De nieuwbouw van een woning. Geen.

Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Vanaf rond 1930 is nabij de onderzoekslocatie hier en basis van daar enige bebouwing te herkennen. De bebouwing topografische is in de loop der tijd uitgebreid. kaarten, Topotijdreis) Huidig en Noordzijde: woning. toekomstig Oostzijde: Verl. Oosterdiep WZ en aangelegen Oosterdiep. Zuidzijde: woning. Westzijde: akkers.

augustus ’19

Geen.

Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

7

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Oosterdiep WZ perceel sectie AD nr. 190 te Barger-Compascuum

bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In Tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. Tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten

Gebruik

De onderzoekslocatie betreft het onbebouwde deel van het perceel gemeente Emmen, sectie AD nr. 190, gelegen tussen het Verl. Oosterdiep WZ 44 en 45 te BargerCompascuum. Op de onderzoekslocatie bevindt zich een bestaande schuur met diverse aangebouwde dierenverblijven. Het onbebouwde deel van het plangebied is in gebruik als grasveld een kippenren. Vanaf het Verl. Oosterdiep WZ naar de schuur loopt een met betonklinkers verharde oprit. De eigenaar houdt op de locatie op hobbymatige basis pluimvee.

Bouwvergunning Milieuvergunning

Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) of bedrijfsmatige activiteiten op de onderzoekslocatie. T.b.v. de bestaande bebouwing zijn in het verleden voor zover geen bouwvergunningen verleend. Niet bekend.

Handelsregister

De locatie wordt vermeld in het handelsregister van de Kamer van Koophandel niet vermeld.

Aanwezigheid brandstoftanks

Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie, t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. Op basis van de asbestdakenkaart van de gemeente Emmen geldt voor de schuur op de locatie dat het dak waarschijnlijk asbesthoudend is. Het dak van het centrale deel van de schuur welke zich op de onderzoekslocatie bevindt bestaat uit asbestverdachte dakplaten. Het dak is deels voorzien van dakgoten. Het dak watert deels af op aangebouwde hokken. De daken van de aangebouwde hokken zijn aangezien deze dicht op elkaar zijn gebouwd niet goed te beoordelen. De aanwezigheid van asbesthoudend materiaal elders in bestaande bebouwing is niet uit te sluiten (niet onderzocht).

Aanwezigheid asbest

Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend.

augustus ’19

8

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Oosterdiep WZ perceel sectie AD nr. 190 te Barger-Compascuum

Ophogingen/dempingen/stortingen Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Niet gesprongen explosieven Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Verdachte activiteiten < 25 m De locatie Verl. Oosterdiep WZ 45 wordt aangemerkt als een verdachte locatie. Op basis van de informatie uit het Historisch BodemBestand is op deze locatie in het kader van de bodemsaneringsoperatie geen vervolgonderzoek noodzakelijk.

Op deze locaties is pas op termijn, of eerder bij locatieontwikkeling, een vervolgonderzoek noodzakelijk om de aard en ernst van de mogelijke verontreiniging vast te stellen. Op de locaties Verl. Oosterdiep WZ 44 wordt melding gemaakt van een bovengrondse gasolietank 1.200 l met pomp en opslag van afgewerkte olie. Op de locatie is asbesthoudend materiaal toegepast op aanwezige schuren.

augustus ’19

9

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Oosterdiep WZ perceel sectie AD nr. 190 te Barger-Compascuum

voorgaande bodemonderzoeken in Tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. Tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart

voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie

Niet bekend

Omgeving <25 m

Verl. Oosterdiep WZ 44 ► historisch onderzoek, d.d. 22-09-2005, ref. ReGister, HO 05012//422 Uit het historisch onderzoek is gebleken dat op de locatie mogelijk sprake is van bodemverontreiniging. Het betreft vermoedelijk een heterogene bodemverontreiniging. Tijdens het onderzoek zijn de volgende verdachte deellocaties aangetroffen: - Bovengrondse gasolietank 1.200 l met pomp - Opslag van afgewerkte olie Op de locatie is voor zover bekend nog geen bodemonderzoek uitgevoerd. Uit het historisch onderzoek komt naar voren dat de verontreinigingstatus van de locatie potentieel ernstig en urgent is. Aanbevolen wordt om op de locatie de volgende vervolgactie uit te voeren: uitvoeren oriënterend bodemonderzoek. Niet bekend.

Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart

augustus ’19

De locatie bevindt zich in de zone wonen.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=0bfe4a4f-5708-4ea7-9ec6-a9906afb957b