CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij 21.000119 - Beleidsplan VTH 2015-2020 (RIS.10039)

Commissie Wonen en Ruimte 8 maart 2021, gemeente EmmenBij agendapunt: Brief college inzake verlenging geldigheidsduur Beleidsplan VTH 2015-2020 + bijlage RIS.1003922.474 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Woningw et

5

4

4

1

5

5 24 hoog

kantoor tot 50 personen c.q. Ag < 1000 m2

Woningw et

5

4

1

4

4

kantoor 50 > dan 200 personen c.q. Ag > 1000 m2

Woningw et

5

4

1

4

4

4 22 hoog

Parkeergarage

Woningw et

5

3

1

3

2

3 17 middel

Station plus perrons

Woningw et

3

2

2

1

1

3 12 middel

Hinder bij gebruik pand (heien, trillingen, stof, geluid)

Gezondheid / kantoor en overig 3 21 hoog

Woningw et

3

3

2

3

3

2 16 middel

Centrum

Woningw et

3

1

1

3

2

3 13 middel

Overig

Woningw et

1

1

3

1

3

4 13 middel

Omvangrijke activiteiten met gevaarlijke afvalstoff en

Wet Milieubeheer

5

5

5

4

4

Omvangrijke activiteiten met gevaarlijke stoffen

Wet Milieubeheer

5

5

5

4

4

5 28 hoog

Omvangrijke activiteiten met geluidsvoorschriften

Wet Milieubeheer / Wet geluidhinder

3

4

4

4

4

4 23 hoog

Omvangrijke activiteiten bodemvoorschriften (WBB taken en gem. taken)

Wet Milieubeheer / Wet Bodembescherming4

4

5

5

4

Omvangrijke activiteiten luchtvoorschriften

Wet Milieubeheer / Wet Luchtverontreiniging4

4

4

4

4

4 24 hoog

Omvangrijke activiteiten w atervoorschriften

Wet Milieubeheer / Waterw et

3

4

3

3

3

3 19 middel

Activiteiten met gevaarlijke afvalstoffen

Wet Milieubeheer

4

4

3

3

3

3 20 middel

Realisatie reclame in af w ijking vergunning

Milieu, strijd met regels en voorschriften 5 28 hoog

4 26 hoog

Activiteiten met gevaarlijke stoffen

Wet Milieubeheer

4

4

3

3

3

3 20 middel

Activiteiten geluidsvoorschriften

Wet Milieubeheer

4

3

3

3

3

3 19 middel

Activiteiten bodemvoorschrif ten

Wet Milieubeheer /Besluit Bodemkw aliteit

4

3

3

3

3

3 19 middel

Activiteiten lucht-/stank-/w atervoorschriften

Wet Milieubeheer

4

3

3

3

4

3 20 middel

Activiteiten milieuvergunningen voorschriften

Wet Milieubeheer

4

4

3

3

3

3 20 middel

Meldingen Activiteitenbesluit

Wet Milieubeheer

3

3

2

2

2

2 14 middel

Niet-meldingsplicht inrichtingen Activiteitenbesluit

Wet Milieubeheer

2

2

1

1

2

2 10 laag

Evenementen C (grote evenementen incl. brandveiligheid) streefw . 80%

Gemeentew et/APV/Woningw et

5

4

4

4

4

5 26 hoog

Evenementen B (meer dan 100 pers. Incl. brandveiligheid) streefw . 75%

Gemeentew et/APV/Woningw et

4

3

3

3

3

4 20 middel

Evenementen A (buurt/straatfeesten incl brandveiligheid) streefw . 5%

Gemeentew et/APV/Woningw et

1

2

1

2

2

2 10 laag

Evenementen

2

BIJLAGE 9 DRENTSE MAAT De gemeenten en de provincie hebben bij de start van RUD Drenthe bestuurlijk afgesproken dat zij af willen van verschillen in de uitvoering, onder andere om bedrijven een gelijk speelveld te bieden en omdat de RUD Drenthe dan efficiënter kan werken. Bij de start van RUD Drenthe is bestuurlijk besloten dat RUD Drenthe vanaf 1 januari 2016 gaat werken volgens een voor alle opdrachtgevers uniform minimaal uitvoeringsniveau, de zogenoemde ‘Drentse Maat’. De Drentse Maat moet er voor zorgen dat RUD Drenthe niet onnodig zwaar wordt opgetuigd, en is toegesneden op de Drentse milieuproblematiek. De Drentse Maat is het uniform uitvoeringsniveau van RUD Drenthe voor alle bevoegde overheden, dat gezamenlijk wordt bepaald op basis van de Drentse milieuopgave en de daarbinnen gestelde Drentse Prioriteiten. De Drentse Maat 1.0 is een tussenstap op weg naar volledig risicogericht en outcomegericht werken. Een volgende stap om daar te komen is het gezamenlijk bepalen van: de omgevingseffecten (output/outcome) die met de Drentse Maat worden beoogd en de indicatoren om aan af te meten in hoeverre deze effecten zijn bereikt. De Drentse Maat 1.0 omvat niet alle taken van de RUD Drenthe. De Drentse Maat 1.0 betreft alle taken van vergunningverlening, toezicht en handhaving inzake milieu en bodem.

Ongeveer één derde van de taken van de RUD Drenthe is niet in deze versie ondergebracht. Dit betreft onder andere asbest en advisering bestemmingsplannen. Deze taken worden in 2016 uitgevoerd op het niveau zoals ze voorheen bij de individuele opdrachtgevers werden uitgevoerd.

Vooroverleg bij aanvragen milieudeel vergunningaanvraag Gemiddeld 2 x vooroverleg per aanvraag

Het vooroverleg is geen wettelijke verplichting , het wordt toepast om bedrijven tegemoet te komen, om niet volledige aanvragen te vermijden, om initiatieven zo goed mogelijk te helpen inpassen in de milieuregelgeving. Beoordelen van meldingen

1

Iedere melding inhoudelijk beoordelen

a. de systematiek van het Activiteitenbesluit, de Wet milieubeheer en de Wabo en eisen van behoorlijk bestuur vragen om een inhoudelijke melding: niet inhoudelijk op een melding reageren betekent het signaal dat de melder de gemelde activiteit kan starten, terwijl later wellicht blijkt dat dit niet mogelijk is, omdat er toch een vergunning vereist is; b. het Activiteitenbesluit dat zegt dat er in bepaalde gevallen aanvullend onderzoek moet worden gedaan (bijvoorbeeld akoestisch onderzoek of geuronderzoek); of dit nodig is kan alleen worden beoordeeld door meldingen inhoudelijk te beoordelen; Maatwerkvoorschriften Alleen bij meldingen van inrichtingen die vallen onder de Drentse Prioriteiten; raming: bij 3% van de meldingen maatwerkvoorschriften

Als een bedrijf een verzoek om maatwerkvoorschriften indient, is het bevoegd gezag c.q. de Omgevingsdienst verplicht daarop een besluit te nemen. Het ambtshalve stellen van maatwerkvoorschriften is geen wettelijke plicht. Wel zijn er duidelijke risico’s en nadelen aan het niet ambtshalve stellen van maatwerkvoorschriften: bevoegde overheden kunnen worden geconfronteerd met extra kosten voor onderzoek dat nodig is, terwijl dit onderzoek met maatwerkvoorschriften op het bord van het bedrijf was gelegd en initiatieven zullen vaker suboptimaal worden ingepast. Actualisatie vergunningen Beoordeling actualisatienoodzaak 1x per 5 jaar voor bedrijven waar externe veiligheid een rol speelt (BRZO en IPPC), 1x per 10 jaar voor alle overige vergunningplichtige bedrijven of wanneer actualisatie vanuit toezicht noodzakelijk blijkt Er geldt een wettelijke plicht voor het bevoegd gezag om regelmatig te beoordelen of de voorschriften die aan een omgevingsvergunning zijn verbonden, nog toereikend zijn 2

gezien de ontwikkelingen op het gebied van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu en de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu. Als uit de beoordeling blijkt de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu veroorzaakt, gezien de ontwikkeling van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu, verder kunnen, of, gezien de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu, verder moeten worden beperkt, geldt er een wettelijke plicht voor het bevoegd gezag om de voorschriften van de omgevingsvergunning te wijzigen. De wet schrijft niet voor wat ‘regelmatig beoordelen’ is. Voor IPPC bedrijven geldt dat als er een nieuwe BBT conclusie is (Best Beschikbare Technieken), deze binnen vier jaar na de publicatie van die BBT conclusie in werking moet zijn, wat aanpassing van de vergunning binnen deze termijn betekent. Als niet voldaan kan worden aan de nieuwe BBT conclusie en dit ook niet bereikt kan worden door het actualiseren van de vergunning, bestaat de wettelijke plicht voor het bevoegd gezag om de vergunning in te trekken. Voor overige bedrijven geldt ook een actualisatieplicht naar aanleiding van nieuwe BBT conclusies, maar is er geen wettelijke termijn voor aanpassing.

Dit scenario komt op een proactieve manier tegemoet aan de wettelijke vereisten met betrekking tot BBT conclusies, waardoor er geen risico is op verouderde vergunningen en de milieu en omgevingsrisico’s beperkt blijven. En ingeval van een calamiteit niet snel sprake is van aansprakelijkheid of verwijtbaarheid.

3

BIJLAGE 10 LANDELIJKE HANDHAVINGSTRATEGIE In 6.3.1 is een samenvatting van de Landelijke handhavingstrategie opgenomen. In deze bijlage staat de volledige tekst. Voor de leesbaarheid van het Beleidsdocument is er voor gekozen deze tekst in een bijlage op te nemen. Als er een overtreding wordt geconstateerd, dan wordt uitvoering gegeven aan het 5stappenplan, dat in landelijk verband is opgesteld (handhavingsstrategie): Stap 1: positioneren bevindingen in de interventiematrix. De handhaver bepaalt ten eerste in welk segment van de in figuur 2 opgenomen interventiematrix hij de bevinding positioneert door: het beoordelen van de gevolgen van de bevinding voor milieu, natuur, water, veiligheid, gezondheid en/of maatschappelijke relevantie en het typeren van de overtreder. De (mogelijke) gevolgen zijn

Aanzienlijk, dreigend en/of onomkeerbaar Van belang

Beperkt

Vrijwel Nihil

Goedwillende: - Onbedoeld - Proactief

Moet kunnen: - Onverschilling

Gedrag overtreder

Calculerend: -Bewust belemmerd en of risico nemend

Bewust en structureel /Crimineel -Fraude -Oplichting

Lichte segmenten. Bestuurlijk optreden is aangewezen Middensegment. Bestuursrechtelijk, bestuursrechtelijk én strafrechtelijk of strafrechtelijk optreden is aangewezen. Strafrechtelijk optreden komt vooral in beeld, naarmate er (meer) verzwarende aspecten zijn (zoals ‘verkregen financieel voordeel’). Zware segmenten. Strafrechtelijk optreden is in elk geval aangewezen, terwijl in veel gevallen ook bestuursrechtelijk optreden is aangewezen. Bij de typering van de overtreder kijkt de handhaver dus verder dan de bevinding op zich en neemt hij diens gedrag en toezicht- en handhavinghistorie mee in beschouwing. Als de handhaver niet in staat is om de overtreder te typeren, dan is typering B (onverschillig/reactief) het vertrekpunt. De handhaver bepaalt tot slot of er sprake is van verzachtende of verzwarende argumenten. Bij verzachtende argumenten wordt de in de interventiematrix gepositioneerde bevinding één segment naar links en vervolgens één segment naar onder

verplaatst. Bij verzwarende argumenten, waaronder recidive, is de verplaatsing één segment naar rechts en vervolgens één segment naar boven. Als er meer verzachtende of verzwarende argumenten zijn, levert dit toch maar één verplaatsing op. Als legalisatie van de bevinding mogelijk is, is dat de aangewezen weg gelet op de hieruit voortvloeiende rechtszekerheid voor alle betrokkenen. Dit laat het toepassen van de landelijke handhavingstrategie en de interventiematrix onverlet, omdat er maatregelen nodig kunnen zijn om de overtreding te beëindigen en de gevolgen te beperken of weg te nemen. Bij het toepassen van de interventiematrix is de mogelijkheid van legalisatie een verzachtende omstandigheid. Er kunnen tot slot omstandigheden zijn om bij een bevinding van handhaven af te zien op basis van een vastgestelde gedoogstrategie. Onder gedogen wordt verstaan het expliciete besluit van een bestuursorgaan om tegen een bepaalde overtreding niet handhavend op te treden. De nota ‘Gedogen in Nederland bevat het landelijke kader voor gedogen: een gedoogsituatie is van tijdelijke aard doordat het handelen binnen afziebare tijd ophoudt dan wel doordat waarschijnlijk een vergunning zal worden verleend. Ingeval tot gedogen wordt besloten dient het landelijke kader voor gedogen onverkort te worden gevolgd. Gedogen laat eventuele strafvervolging door het OM overigens onverlet.

Stap 2: Bepalen verzwarende aspecten De handhaver bepaalt of er verzwarende aspecten zijn die moeten worden betrokken bij de afweging om het bestuurs- en/of strafrecht toe te passen. Hoe meer verzwarende aspecten, des te groter de reden om naast bestuursrechtelijk ook strafrechtelijk te handhaven. Vooral voor bevindingen die na stap 1 in de middensegmenten van de interventiematrix zijn gepositioneerd (A4, B3, B4, C2 en D2), kunnen de verzwarende aspecten reden zijn om naast bestuursrechtelijk ook strafrechtelijk op te treden. De volgende verzwarende aspecten worden afgewogen: 1. Verkregen financieel voordeel (winst of besparing). De overtreder heeft door zijn handelen financieel voordeel behaald of financieel voordeel halen was het doel. 2. Status verdachte / voorbeeldfunctie. De overtreder is: een regionaal of landelijk maatschappelijk aansprekende of bekende (rechts)persoon, een overheid, een toonaangevend brancheonderdeel, een certificerende instelling, een persoon die een openbaar ambt bekleedt, de eigen organisatie. 3. Financiële sanctie heeft vermoedelijk geen effect. Een bestuurlijke boete kan waarschijnlijk niet geïnd worden of is waarschijnlijk door de overtreder als (bedrijfs)kosten ingecalculeerd. 4. Combinatie met andere relevante delicten. Andere handelingen zijn gepleegd ter verhulling van de feiten, zoals valsheid in geschrift, corruptie of witwassen. 5.

Medewerking van deskundige derden. De overtreder is bij zijn handelen ondersteund door deskundige derden, zoals vergunningverlenende of certificerende instellingen, keuringinstanties en brancheorganisaties. De handhaver moet onderbouwen op grond van welke aanwijzingen hij het vermoeden heeft dat de deskundige derde op de hoogte was en/of medewerking heeft verleend aan de geconstateerde bevinding(en). 6. Normbevestiging. Bij dit aspect geldt dat het doel van de handhaving ligt in het onder de aandacht brengen van het belang van een bepaalde norm bij de branche of bij het bredere publiek. Strafrechtelijke handhaving vindt mede plaats in het kader van normhandhaving of normbevestiging met het oog op grotere achterliggende te beschermen rechtsbelangen. Hierbij speelt de openbaarheid van het strafproces een grote rol. Als in het openbaar, door middel van een onderzoek ter terechtzitting of de publicatie van een persbericht bij een transactie of strafbeschikking, verantwoording 1

7.

wordt afgelegd van gepleegde strafbare feiten krijgt de normhandhaving of normbevestiging het juiste effect. Waarheidsvinding. Soms kan strafrechtelijk optreden met toepassing van opsporingsbevoegdheden met het oog op de strafrechtelijke waarheidsvinding en afdoening aangewezen zijn. Bijvoorbeeld als een controle of inspectie aanwijzingen aan het licht brengt dat er meer aan de hand is, maar de bestuursrechtelijke instrumenten ontoereikend zijn om de waarheid aan het licht te brengen.

Stap 3: Bepalen of overleg van het bestuur met politie en OM, dan wel van politie en OM met het bestuur, over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht geïndiceerd is. De handhaver bepaalt of overleg over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht geïndiceerd is op basis van de beoordeling van de bevinding met de interventiematrix (stap 1) en de afweging van verzwarende aspecten (stap 2). Dit overleg beoogt een weloverwogen inzet van het bestuursrecht, het bestuurs- én strafrecht of alleen het strafrecht. Dit overleg is derhalve tweerichtingsverkeer: bestuursrechtelijke handhavers zoeken indien noodzakelijk het overleg op met politie en OM en omgekeerd. Overleg over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht is altijd noodzakelijk als de handhaver de bevinding na stap 1 heeft gepositioneerd in de middensegmenten (A4, B3, B4, C2, D2 en D1) of zware segmenten (C3, C4, D3 en D4) van de interventiematrix. Overleg kan ook zinvol zijn bij bevindingen die de handhaver weliswaar heeft gepositioneerd in de lichte segmenten van de interventiematrix (A1, A2, A3, B1, B2 en C1), maar waarbij er op grond van stap 2 sprake is van één of meer verzwarende aspecten. In situaties waarin een handhavinginstantie een BSBm oplegt is overleg met het OM niet geïndiceerd en is strafrechtelijk optreden door het OM niet aan de orde.

Als de handhaver concludeert dat overleg over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht geïndiceerd is, wordt gehandeld op basis van vooraf tussen bestuursrechtelijke handhavinginstanties, politie en OM gemaakte algemene afspraken over hun samenspel. Alleen zo kan accuraat en effectief optreden in voorkomende gevallen worden gewaarborgd, in het bijzonder als er sprake is van spoed en heterdaad. Situaties waarin de vooraf gemaakte algemene afspraken niet voorzien, zullen apart door handhavinginstantie, politie en OM worden beoordeeld, in een regulier overleg of door middel van ad hoc overleg als snelheid vereist is. Uit het overleg volgt hoe de betreffende bevinding wordt opgepakt: alleen bestuursrechtelijk, bestuurs- én strafrechtelijk of alleen strafrechtelijk. Het laatste veelal startend met een opsporingsonderzoek onder leiding van de Officier van Justitie. Tenslotte is, afgezien van de interventiematrix, aangifte bij het OM standaard als toezichthouders de volgende ernstige bevindingen doen:  Situaties waarin bewust het toezicht onmogelijk wordt gemaakt, zoals het weigeren van toegang, intimidatie, geweldsdreiging, fraude, vernietiging van bewijs en poging tot omkoping.  Situaties waarin de toezichthouder constateert dat er opzettelijk mensen in gevaar worden gebracht, door onder andere: sabotage, vernieling of het bewust verstrekken van verkeerde informatie.

2

Stap 4: Optreden met de interventiematrix De landelijke handhavingstrategie gaat uit van het in principe zo licht mogelijk starten met interveniëren gericht op herstel en het vervolgens snel inzetten van zwaardere interventies als naleving uitblijft. De handhaver gebruikt de interventiematrix van figuur 3 daarbij als volgt: 1. De handhaver kijkt naar de interventies in het segment van deze interventiematrix waarin hij de bevinding eerder met behulp van stap 1 (paragraaf 3.1) heeft gepositioneerd. 2. De handhaver kiest voor de minst zware (combinatie) van de in het betreffende segment opgenomen interventies, tenzij de handhaver motiveert dat een andere (combinatie van) interventie(s) in de betreffende situatie passender is. De interventies in de (segmenten van de) matrix lopen van beneden naar boven op in zwaarte. Waar in de matrix van figuur 3 ‘PV’ staat betreft het de middelzware en zware segmenten die in stap 3 zijn afgestemd tussen handhavinginstantie en OM. Als in overleg is besloten dat het OM niet optreedt, zijn er in deze situaties de in figuur 3 aangegeven op herstel en/of op bestraffing gerichte bestuursrechtelijke interventies om te overwegen, en ook de BSBm als strafrechtelijke interventie.

3

Aanzienlijk, dreigend en/of onomkeerbaar

Strafrecht BSBm / PV

Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete

Van belang

Strafrecht BSBm / PV

Strafrecht BSBm / PV

Strafrecht PV

Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete

Bestuursrecht bestraffend Exploitatieverbod / sluiting, schorsen of intrekken vergunning certificaat of erkenning

Bestuursrecht bestraffend Exploitatieverbod / sluiting, schorsen of intrekken vergunning certificaat of erkenning

Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD

Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD

Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD, Verscherpt toezicht

De (mogelijke) gevolgen zijn

Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD Verscherpt toezicht Strafrecht BSBm / PV

Strafrecht BSBm / PV

Strafrecht BSBm / PV

Strafrecht PV

Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete

Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete

Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete

Bestuursrecht herstellend Bestuurlijk gesprek, Waarschuwen

Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD, Verscherpt toezicht

Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD, Verscherpt toezicht

Bestuursrecht bestraffend Exploitatieverbod / sluiting, schorsen of intrekken vergunning certificaat of erkenning

Bestuursrecht herstellend Aanspreken / informeren

Strafrecht BSBm / PV

Strafrecht BSBm / PV

Bestuursrecht herstellend Bestuurlijk gesprek, Waarschuwen

Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete

Beperkt

Bestuursrecht herstellend Aanspreken / informeren

Bestuursrecht herstellend Aanspreken / informeren

Vrijwel Nihil

Goedwillende: - Onbedoeld - Proactief

Moet kunnen: - Onverschilling

Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD, Verscherpt toezicht Strafrecht BSBm / PV

Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD Strafrecht PV Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD

Strafrecht PV

Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete

Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete

Bestuursrecht herstellend Bestuurlijk gesprek Waarschuwen

Bestuursrecht herstellend Bestuurlijk gesprek, Waarschuwen

Calculerend: -Bewust belemmerd en of risico nemend

Gedrag overtreder

Bewust en structureel /Crimineel -Fraude -Oplichting

4

De handhaver zet de betreffende (combinatie van) interventie(s) in totdat sprake is van naleving. Als naleving binnen de door de handhaver bepaalde termijn uitblijft, pakt de handhaver direct door, door middel van het inzetten van een zwaardere (combinatie van) interventie(s). In algemene zin geldt voor termijnen het volgende:  Gedragsvoorschriften dienen direct in acht genomen te worden. Hiervoor dient geen of hooguit een zeer korte termijn te worden gesteld om de overtreding te beëindigen en/of herhaling ervan te voorkomen.  In alle andere gevallen – waaronder ook plannen of voorzieningen waarvoor investeringen vereist zijn – geldt: hoe urgenter de situatie des te korter de termijn. Daarbij rekening houdend met de technische en organisatorische realiseerbaarheid in die termijn. Het optreden in stap 4, zoals tot nu toe beschreven, heeft betrekking op gedane bevinding(en) die op grond van de interventiematrix worden aangepakt. Uiteraard kunnen handhavinginstanties aanvullend ook hun toezichtstrategie bij het betreffende bedrijf als zodanig aanpassen, in de zin van bijvoorbeeld het verhogen/verlagen van de toezichtfrequentie, het initiëren van de herijking van de vergunningensituatie, et cetera.

Stap 5: Vastlegging De doorlopen stappen en genomen beslissingen worden verifieerbaar en transparant vastgelegd volgens de binnen de handhavinginstantie geldende administratieprocedures en -systemen, zodanig dat hieruit kan worden afgeleid dat is voldaan aan: het motiveringsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het verbod van willekeur en het verbod van misbruik van bevoegdheid.

5

BIJLAGE 11 STAPPENPLAN HANDHAVING DRANK EN HORECAWET De Drank- en horecawet geeft de burgemeester diverse instrumenten om de regels mb.t. deze wet te handhaven. Daarnaast moet op grond van artikel 43a van de wet een gemeentelijk preventie- en handhavingsbeleid worden vastgesteld. Het Preventie- en Handhavingsplan Drank- en Horecawet is op 18 december 2014 vastgesteld door de gemeenteraad. Dit plan richt zich met name op het voorkomen van alcoholmisbruik bij jongeren (preventie). In de inleiding bij dit plan is aangegeven dat zowel voor het preventie- als handhavingsdeel bepaalde zaken in de praktijk verder moeten worden geoperationaliseerd. Deze wens ligt er in ieder geval voor de horecabedrijven i.r.t. vergunningen- en handhavingsbeleid. Onder horecabedrijven worden tevens paracommerciele instellingen, zoals dorpshuizen en sportkantines verstaan. Uitgangspunten In hoofdstuk 7 van het Preventie- en Handhavingsplan is aangegeven dat handhaving DHW een integraal onderdeel uitmaakt van het uitvoeringsbeleid toezicht en handhaving Omgevingsrecht (collegebesluit 2-04-2013). Dit betekent dat het hier vastgestelde handhavingsmodel ook gevolgd wordt bij naleving van de Drank- en horecawet.

Afhankelijk van de ernst van de overtreding en/of aantoonbaar verwijtbaar handelen, wordt uitgegaan van een 3 stappenmodel: 1e stap = waarschuwing, 2e stap = voornemen bestuurlijke maatregelen, 3e stap = maatregel. Daarnaast is met betrekking tot de controlefrequentie aangeven dat horecaondernemingen jaarlijks worden gecontroleerd, waarbij tevens wordt beoordeeld of de vergunning nog actueel is. Hierbij is nog geen onderscheid gemaakt naar soort inrichting: snackbar/ restaurant/ café/ dancing etc. Tevens is de voor de controles benodigde capaciteit nog niet inzichtelijk gemaakt. Bij overname van een bestaande onderneming door een nieuwe eigenaar wordt uitgegaan van de startsituatie. In het beleid is overigens niet aangegeven wat dit betekent. Wanneer een bedrijf een erfelijke belasting heeft (slecht naleefgedrag, openbare orde problemen etc.), krijgt de nieuwe eigenaar hier ook mee te maken. Dit betekent in ieder geval dat dit bedrijf meer aandacht krijgt. Werkwijze Algemeen – controlefrequentie Vanaf januari 2013 is het toezicht op de horeca van de VWA overgegaan naar de burgemeester. Vanaf dat tijdstip kan aan de hand van de uitgevoerde controles en een eventueel klachtenpatroon het naleefgedrag worden vastgesteld. Horecabedrijven die de voorschriften van de vergunning goed naleven en waar geen tot nauwelijks klachten plaatsvinden zijn minder toezicht nodig.

Daarnaast kan ook onderscheid worden gemaakt in het soort bedrijf. Slijterijen en snackbars etc. vergen minder aandacht dan bijv. nachthoreca, zoals een café, bar-dancing of discotheek. De controlefrequentie voor de nachthoreca is gesteld op 1 keer per jaar een controle. Wanneer het horecabedrijf conform de vergunning wordt geëxploiteerd en er geen (gegronde) klachten zijn m.b.t. de exploitatie, bestaat de mogelijkheid om een jaar over te slaan.. 6

Handhavingstappenplan naar Landelijk Model Afhankelijk van de zwaarte van de overtreding en de recidive kunnen een of meer stappen van het handhavingstappenplan worden overgeslagen. Wanneer er sprake is van aantoonbaar verwijtbaar handelen en/of mogelijk gevaar wordt de 1e stap overgeslagen en volgt direct een voornemen tot het nemen van een bestuurlijke maatregel. Betreft het een overtreding met acuut gevaar, en/of onomkeerbaar is en/of gevolgen voor de veiligheid heeft, dan kan per direct een bestuurlijke maatregel worden opgelegd.De meest voorkomende overtredingen bij een horecabedrijf en de te nemen maatregelen worden hierna weergegeven. Bij de niet nader genoemde overtredingen wordt afhankelijk van de ernst van de overtreding en/of aantoonbaar verwijtbaar handelen beoordeeld of een of twee stappen worden overgeslagen. In werking zonder vergunning - overname bestaand horecabedrijf door bij ons bekende exploitant zonder dat een aanvraag is ingediend.v e 1 stap overslaan (waarschuwingsbrief) en direct een voornemen last onder dwangsom versturen. Het horecabedrijf moet gesloten blijven op straffe van een dwangsom. Indien binnen de termijn van het voornemen een volledige aanvraag is ingediend en uit de JDR gegevens blijkt dat de leidinggevenden van onbesproken gedrag zijn, mag het bedrijf gedurende de procedure ‘op eigen risico’ open zijn.

Op eigen risico betekent een extra waarschuwing naar de ondernemer dat wanneer de vergunning om de een of andere reden wordt geweigerd, er geen schadeclaim mogelijk is vanwege door de ondernemer gemaakte investeringen. - nieuw bedrijf/nieuwe eigenaar 1e stap overslaan en direct een voornemen last onder bestuursdwang versturen. Wanneer het horecabedrijf niet vrijwillig gesloten blijft voor het publiek, zal de burgemeester (doen) sluiten. Wanneer een volledige aanvraag is ingediend en uit de JDR gegevens blijkt dat de leidinggevenden ‘schoon’ zijn, mag het bedrijf gedurende de procedure ‘op eigen risico’ open zijn. Onjuiste gegevensverstrekking vergunningenprocedure - zonder opzet - waarschuwingsbrief - met opzet (= met oogmerk vergunning te verkrijgen, terwijl die zou zijn geweigerd, indien juiste gegevens zijn overgelegd) – voornemen besluit tot intrekking vergunning. Aangezien dit een negatieve beschikking betreft, moet vergunninghouder in de gelegenheid worden gesteld zijn zienswijze in te dienen. Geen afschrift vergunning in horecabedrijf 1e stap: waarschuwingsbrief. Blijkt dat bij een volgende controle nog geen afschrift van de vergunning ter inzage aanwezig is, volgt een voornemen tot een bestuurlijke maatregel (dwangsom). Leidt dit nog niet tot het gewenste resultaat, dan volgt een last onder dwangsom.

v Wanneer exploitant actief meewerkt en aanvragen & bijhorende bescheiden tijdig inlevert, kan hij tijdelijk als

leidinggevende worden bijgeschreven op de ‘oude vergunning’. De daadwerkelijke overname wordt dan uitgesteld totdat de nieuwe vergunning(en) is/zijn verleend. Dit voorkomt dat een bedrijf tijdelijk moet sluiten wegens overtreding artikel 3 D&H wet c.q. 3:10 APV.

7

Leidinggevende(n) - geen leidinggevende/beheerder aanwezig tijdens openingstijden - leidinggevende(n) niet gemeld/bijgeschreven op bijlage bij de vergunning - leidinggevende niet meer van goed levensgedrag Als er geen leidinggevende tijdens de openingstijden aanwezig is of als een leidinggevende niet is bijgeschreven op de vergunning, wordt eerst een waarschuwingsbrief verzonden. Bij herhaling van de overtreding volgt een voornemen tot bestuurlijke maatregelen met daarna een last onder dwangsom. Als een leidinggevende van slecht levensgedrag is, wordt deze van het aanhangsel bij de vergunning verwijderd. Barvrijwilligers paracommercie - geen instructie gevolgd - medewerkers jonger dan 16 jaar schenken alcohol - barvrijwilligers niet vermeld op registratie - reglement en/of registratie niet in inrichting aanwezig Beoordeling leidinggevenden op levensgedrag Artikel 8 van de DHW geeft bindende regels over de toetsing van de aanvaardbaarheid van de leidinggevende. In het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet 1999 staat limitatief opgesomd wanneer er een verplichte weigeringsgrond aanwezig is.

Indien bij toetsing blijkt dat betrokkene in de laatste 5 jaar meer dan één veroordeling tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden of tweemaal een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,- of meer heeft gehad ten aanzien van delicten die in het Besluit zijn genoemd volgt afwijzing van de leidinggevende. Daarnaast kan de burgemeester ook in andere gevallen bijschrijving van een leidinggevende op de vergunning weigeren, wanneer hij van oordeel is dat betrokken leidinggevende anderszins “niet van goed levensgedrag” is. Dit betreft een discretionaire bevoegdheid, dat wil zeggen dat de burgemeester de leidinggevende kan weigeren (in tegenstelling tot de verplichte weigeringsgrond in artikel 8). Let op: Als een exploitant tot 3 keer toe een leidinggevende meldt die niet schoon is, moet de vergunning worden ingetrokken. Verstoring openbare orde/geweldsdelicten - zonder vergunning: voornemen last onder bestuursdwang – doen sluiten van het horecabedrijf - met vergunning: voornemen tot tijdelijke schorsing van de vergunning met max. 12 weken Het voorhanden hebben van enig wapen uit welke categorievi dan ook in het publieke domein of in een horecabedrijf brengt risico's met zich mee en vraagt om een handhavingsreactie.

Wanneer er sprake is van een incident, waar de vergunninghouder niet direct verantwoordelijk voor is, wordt de politiemutatie opgeslagen in het horecadossier en krijgt het horecabedrijf hiervan schriftelijk bericht. Wanneer er meerdere incidenten in een bepaalde periode hebben plaatsgevonden, volgt een

vi Categorie I t/m IV Wet wapens en Munitie

8

waarschuwingsbrief. De vergunninghouder moet dan een plan van aanpak in dienen om het geweld tegen te gaan (deurbeleid etc.). Wanneer er ernstig geweld is gebruikt, zoals bij een schietincident, kan de vergunning in overleg met de burgemeester (en driehoek) gedurende een korte periode worden geschorst. Dit geeft de politie de gelegenheid voor sporenonderzoek etc. Wanneer de vergunninghouder/leidinggevende rechtstreeks bij het incident is betrokken, leidt dit tot een voortvarende en strenge aanpak. De vergunninghouder wordt z.s.m. na het incident uitgenodigd om te worden gehoord, onder oplegging van ( het voornemen tot) een bestuurlijke maatregel. Handel in drugs - incident door verhandelende bezoeker, blijkend uit een PV van bevindingen door de politie: waarschuwingsbrief. - meer dan 1 keer: voornemen tot bestuurlijke maatregelen in de vorm van tijdelijke schorsing gedurende maximaal 12 weken. Wordt dit nogmaals geconstateerd, volgt bestuurlijke maatregel = schorsing. Opgemerkt dient te worden dat er daadwerkelijk iets geconstateerd moet zijn om op te kunnen treden. Als er sprake is van vermoedens, leidt dit vanzelfsprekend tot meer aandacht van zowel de politie als de gemeente in de vorm van extra toezicht. Afschriften van de politiemutaties worden in het horecadossier bewaard.

Schenken van alcohol in horecabedrijf - aan minderjarigen - door medewerkers jonger dan 16 jaar - aan bezoekers in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder invloed van andere psychotrope stoffen - aanwezigheid bezoekers in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder invloed van andere psychotrope stoffen Three strikes out (vergelijkbaar supermarkten): waarschuwingsbrief, voornemen bestuurlijke sanctie, vergunning tijdelijk schorsen. Ook door de politie geconstateerde feiten tellen mee. Afschriften van de mutaties worden opgeslagen in het horecadossier. Geluidsoverlast Wanneer er sprake is van geluidsoverlast, wordt in overleg met de RUD beoordeeld of er een geluidmeting moet plaatsvinden. Het wettelijk kader hiervoor is het Activiteitenbesluit milieubeheer. Cumulatie van overtredingen Indien veel overtredingen bij een horecabedrijf zijn geconstateerd, dan kan dit een indicatie zijn dat de ondernemer c.q. leidinggevenden niet de juiste attitude hebben voor het exploiteren van een bedrijf. In dit geval kan stap 1 (waarschuwingsbrief) worden overgeslagen en de vergunninghouder op kantoor worden uitgenodigd om te worden gehoord. Afhankelijk van de geconstateerde overtredingen wordt de bestuurlijke maatregel bepaald op een last onder dwangsom, toepassen van bestuursdwang, tijdelijke schorsing, intrekking vergunning. 9

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=1e3e3dad-9871-4f76-9179-74639331589c