Bijlage 8 - Reglement van orde gemeenteraad Emmen 2026
Tekst van het document
Lid 5 Wijzigen en intrekken Tijdens de beraadslaging kunnen moties worden gewijzigd of worden ingetrokken. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de eerste indiener van de motie. Eventuele mede-indieners kunnen hun steun terugtrekken, maar de volledige motie niet intrekken. Lid 6 Oordeel college Tijdens de beraadslaging, bij voorkeur na de raadsbehandeling in eerste termijn, krijgt het college de gelegenheid zijn oordeel te geven over een ingediende motie. Het college kan verschillende oordelen geven. −
Geen bezwaar/ omarmen: Het college maakt geen bezwaar en omarmt de motie. Het college geeft hiermee een positief signaal naar de raad om deze motie aan te nemen.
−
Oordeel raad: Het college kan het advies geven om het oordeel aan de raad te laten. Het college neemt dan geen standpunt in en kan zich vinden in de zodanige uitkomst.
−
Ontraden: Indien het college (ernstig) bezwaar heeft tegen de inhoud van de motie of deze geen meerwaarde vindt hebben, dan ontraadt hij de raad deze aan te nemen.
−
Verzoek tot aanhouden: Het college kan adviseren om de behandeling van een ingediende motie aan te houden, indien hij meer informatie over dit onderwerp naar de raad wil sturen. Deze informatie moet voorafgaand aan een daaropvolgende raadscommissie- en raadsvergadering worden verstuurd, zodat de beraadslaging en stemming kan worden vervolgd.
Amendementen
Artikel 7.8 1.
Ieder lid van de raad kan in de raadsvergadering amendementen indienen tot het sluiten van de beraadslagingen van het onderwerp waarop deze betrekking hebben. Deze wordt (bij voorkeur) ruimschoots voor de raadsvergadering door de indiener gedeeld met
Reglement van Orde gemeenteraad Emmen 2026
43
2.
3. 4.
5.
de fracties en via de griffier met het college. Een voornemen tot het indienen van een amendement wordt tijdig gedeeld. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend een wijziging voor te stellen Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. Intrekking door de indiener(s) van het (sub)amendement is mogelijk tot het moment waarop de voorzitter de beraadslagingen heeft gesloten en de stemming aan de orde stelt
Toelichting
Het recht van amendement is neergelegd in artikel 147b van de wet. Hier wordt de raad verplicht nadere regels te stellen. Deze nadere regels staan in dit artikel Elk lid van de raad kan wijzigingen op het voorstel van het college of op initiatiefvoorstellen indienen ter behandeling in de raad, de zogenaamde amendementen. Wanneer een amendement is ingediend, kan dit voor een ander raadslid aanleiding zijn op dit amendement nog een wijziging voor te stellen, het subamendement. Een (sub)amendement kan ingediend worden op een voorgesteld besluit, dat aanhangig is. De beraadslaging over het (sub)amendement vindt plaats in ten hoogste twee termijnen. Indien een ingediend amendement verdere beraadslaging noodzakelijk maakt, kan de raad besluiten tot een derde termijn. Voorstel tot splitsing van een voorgesteld beslissing kan, indien aangenomen, meebrengen dat één onderdeel van een besluit wel en een ander niet wordt aanvaard. Amendementen moeten schriftelijk worden overhandigd aan de voorzitter om onderdeel uit te maken van de beraadslaging. Een digitale versie kan met de griffier worden gedeeld, zodat deze snel in het raadsinformatiesysteem kan worden geplaatst. Een uitzondering vormt een kleine wijziging van een ingediend amendement; de voorzitter kan oordelen dat dit mondeling kan worden aangepast en toegelicht.
Inlichtingen
Artikel 7.9 1.
2.
3. 4.
5.
44
Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet via de griffier schriftelijk in bij de voorzitter. De griffier brengt een afschrift van dit verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden, commissieleden niet zijnde raadsleden en het college of de burgemeester. De verlangde inlichtingen worden mondeling in de eerstvolgende raadsvergadering gegeven. Indien de raadsvergadering binnen 7 dagen nadat het verzoek is ingediend plaatsvindt, en het niet mogelijk is om binnen de gestelde termijn de verlangde inlichtingen te geven, zal dit in de daaropvolgende raadsvergadering gebeuren. De termijn van 7 dagen blijft gelden, waardoor de vragen alvast schriftelijk beantwoord dienen te worden. Mocht beantwoording niet binnen deze termijnen plaatsvinden, stelt het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt waarbinnen beantwoording plaats zal vinden.
6.
De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de raadsvergadering waarin de antwoorden zullen worden gegeven. Toelichting
In dit artikel wordt een procedurele uitwerking gegeven van de inlichtingenplicht die het college en de burgemeester hebben ten opzichte van de raad. De passieve inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 169, derde lid, van de wet is de klassieke informatieplicht die het college opdraagt de door de raad gevraagde inlichtingen te verstrekken, tenzij het openbare belang zich daartegen verzet. Dit recht om inlichtingen te vragen komt eveneens toe aan individuele raadsleden. Daarmee wordt voorkomen dat een raadsmeerderheid om (partij)politieke redenen belemmeringen opwerpt tegen het vragen van inlichtingen door een raadslid of raadsminderheid. Vervolgens kent de wet een algemene actieve inlichtingenplicht. Artikel 169, tweede lid, van de wet verplicht het college uit eigen beweging de raad alle inlichtingen te verstrekken die de raad nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het college moet permanent nagaan welke informatie de raad behoeft voor een goede taakvervulling. Hier liggen grote politieke risico’s als de raad het college in het ongewisse laat over de aard en omvang van de gewenste informatie. In het geval dat raad en college daarover geen afspraken maken is de kans groot dat het college de raad veiligheidshalve overstelpt met papier. Van controleren komt dan weinig terecht.
Dezelfde risico’s doen zich voor met betrekking tot een tweede actieve, meer specifieke inlichtingenplicht. Artikel 169, vierde lid, van de wet verplicht het college de raad vooraf te informeren over de voorgenomen uitoefening van een gemeente wettelijke bestuursbevoegdheid als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder e, f, g en h, van de wet indien de toepassing daarvan ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente of indien de raad daarom verzoekt. Het college mag dan niet eerder een besluit nemen dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen naar voren te brengen. De weigeringsgrond ‘strijd met het openbaar belang’ is, zo blijkt uit de bewoordingen van artikel 169 van de wet, wettelijk objectief en algemeen omschreven. Het moet dan gaan om zwaarwegende belangen.
Interpellatie
Artikel 7.10 1.
2.
3. 4. 5.
6.
Ieder lid van de raad kan een debat aanvragen om één of meer leden van het college verantwoording af te laten leggen over een onderwerp dat niet staat vermeld op de agenda. Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt ten minste 48 uur voor de aanvang van de raadsvergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. De voorzitter kan een verzoek dat niet binnen de termijn is ingediend ter besluitvorming voorleggen aan de raad. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college. In de eerstvolgende raadsvergadering na indiening wordt het verzoek in stemming gebracht bij het vaststellen van de agenda. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. De interpellant begint in de eerste termijn, waarna het college hierop reageert. In de eerste termijn zijn er geen interrupties mogelijk. De tweede termijn wordt begonnen met een reactie van de interpellant, waarna eerst de raad en vervolgens het college kan reageren. De interpellant krijgt het slotwoord. De raad kan afwijken van de voorgeschreven procedure.
Reglement van Orde gemeenteraad Emmen 2026
45
Toelichting Dit artikel stelt nadere regels bij artikel 155, tweede lid, van de wet. Het interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht en is een zwaarder instrument. Het gaat om het recht van een volksvertegenwoordiger om tijdens een raadsvergadering over een niet geagendeerd onderwerp inlichtingen aan het college of de burgemeester te vragen. In de praktijk zal een interpellatiedebat geagendeerd worden in aansluiting op de rondvraag. Daarvoor is wel toestemming van de raad nodig, omdat de vergaderorde wordt doorbroken.
Initiatiefvoorstel
Artikel 7.11 1.
2.
3.
4.
Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter, via de griffier. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college. Het college kan binnen 4 weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt, hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadscommissie- en raadsvergadering geplaatst. Als de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadscommissievergadering geplaatst. De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld. Toelichting
Het is de taak van het college aan de raad de nodige voorstellen te doen, maar de raadsleden kunnen ook zelf een voorstel voor een verordening of beslissing ter behandeling bij de raad indienen. Hiervoor is het recht van initiatief toegekend. Een voorstel voor een ontwerpverordening moet de raad in behandeling nemen. Voor andere initiatiefvoorstellen is geen verplichte behandeling voorgeschreven. Dit betekent dat de raad (aanvullende) voorwaarden kan stellen aan het in behandeling nemen van een ander initiatiefvoorstel. Het presidium zal de behandeling van het initiatiefvoorstel niet eerder op de concept agenda zetten, dan nadat het college in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen over het initiatiefvoorstel te uiten. In de praktijk zal het college, zodra de voorzitter het voorstel conform lid 1 heeft ontvangen, een dergelijk verzoek worden gedaan. Het college moet immers de besluiten van de raad uitvoeren. Het is in eerste instantie aan de indiener om te beslissen wat hij met die inbreng doet. Indien de wensen of bedenkingen van het college daar aanleiding toe geven kan de indiener van het voorstel eventuele wijzigingen doorvoeren. Hij of zij is daartoe echter niet verplicht, omdat de wet alleen aangeeft dat het college de mogelijkheid moet hebben om een visie op het initiatiefvoorstel te hebben.
Er is geen verplichting om de wensen of bedenkingen ook daadwerkelijk in het voorstel te verwerken. Uiteindelijk beslist de raad over het al dan niet gewijzigde voorstel.
Collegevoorstel
Artikel 7.12 1.
2.
46
Een collegevoorstel aan de raad dat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering of raadscommissievergadering staat, wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad of raadscommissie. Als de raad van oordeel is dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug te zenden aan het college, bepaalt de
raad, gehoord hebbende het college, binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Toelichting Dit artikel heeft betrekking op het agenderingsrecht van de raad. De raad is de enige die een voorstel, dat het college heeft voorbereid, voor een verordening of een ander voorstel kan agenderen. Indien de raad van oordeel is dat een voorstel voor een verordening of een ander voorstel niet voldoende is voorbereid, kan de raad het voorstel voor een verordening of een ander voorstel op grond van het tweede lid nogmaals voor advies aan het college zenden. De raad kan het college bijvoorbeeld verzoeken het voorstel voor een verordening of ander voorstel nader te onderbouwen. Een raadscommissie kan dit ook, indien dit unaniem wordt besloten (om te voorkomen dat er politiek bedreven wordt over de mate van besluitrijpheid). De raad bepaalt echter wanneer het voorstel voor een verordening of ander voorstel dat door het college verder voorbereid is, opnieuw behandeld wordt. De raad kan dit in dezelfde raadsvergadering regelen, maar kan dit ook aan het presidium overlaten.
Als het college het voorstel heeft overgedragen aan de griffie voor behandeling en besluitvorming van de raad, betekent dit niet dat het college het door hen voorbereide voorstel kan intrekken indien het college van oordeel is dat verdere behandeling van het voorstel niet wenselijk is (bijvoorbeeld omdat zij een voorstel willen wijzigen). De raad moet hier toestemming voor geven (eerste lid). Als het college een voorstel wil intrekken, is het wenselijk dat er – indien mogelijk - tijdig bij het presidium wordt aangekondigd dat er bij de raads- of raadscommissiebehandeling een verzoek wordt ingediend.
Voorstel van de
Artikel 7.13 1.
2. 3.
Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel ter behandeling in de raad kan worden ingediend door: a. Het presidium, voor zover het taken betreft die uit dit of andere reglementen en verordeningen volgen; b. Een andere commissie of werkgroep, voor zover het een onderwerp betreft dat deze andere commissie of werkgroep aangaat. Een voorstel moet om in behandeling te kunnen worden genomen schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. De voorzitter legt het voorstel voor aan het presidium dat beslist over de agendering in de eerstvolgende vergadering van een raadscommissie of de raad, tenzij de oproep van de desbetreffende vergadering reeds verzonden is. In dat geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst. Toelichting
De verschillende gremia van de gemeenteraad hebben verschillende bevoegdheden. Onderdeel daarvan is het doen van voorstellen voor een verordening of een ander voorstel waarover de raad moet besluiten. Een voorbeeld is de vaststelling van dit reglement of besluiten in het belang van het functioneren van de raad. Andere commissies of werkgroepen hebben een specifieke opdracht die kan leiden tot een voorstel dat door de raad moet worden vastgesteld. Dit artikel biedt een grondslag voor dergelijke voorstellen en regelt de wijze waarop het wordt ingediend en behandeld.
Reglement van Orde gemeenteraad Emmen 2026
47
raad
Hoofdstuk 8 Slotbepalingen Artikel 8.1
Uitleg reglement
In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van dit reglement, beslist de raad of de raadscommissie op voorstel van de voorzitter respectievelijk de commissievoorzitter. Toelichting In de praktijk kunnen situaties voorkomen waar bij de vaststelling van dit reglement geen rekening is gehouden. Ook kan de toepassing van het reglement in bepaalde omstandigheden leiden tot uitkomsten die niet zijn voorzien, of door de raad, raadscommissie of voorzitter onwenselijk wordt geacht. De (commissie)voorzitter kan een voorstel doen hoe daar mee om te gaan. In specifieke gevallen kan ook worden afgeweken van het reglement. Afwijkingen mogen nooit in strijd zijn met de wet.
Intrekking oude reglement
Artikel 8.2 Het Reglement van orde raad gemeente Emmen 2024 wordt ingetrokken
Inwerkingtreding en
Artikel 8.3
citeertitel
1. 2.
Dit reglement treedt in werking op 1 april 2026. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde gemeenteraad Emmen 2026
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 februari 2026 De griffier,
De voorzitter,
S. Engelen
H.F. van Oosterhout
48