CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 - Reglement van orde gemeenteraad Emmen 2026

Raadsvergadering 19 februari 2026, gemeente EmmenBij agendapunt: Vaststellen interne verordeningen, reglement van orde en ambtsinstructie griffier20.139 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Artikel 26 van de wet geeft aan dat de voorzitter bij raadsvergaderingen bevoegd is om de orde in de vergadering te handhaven. Voor raadscommissievergaderingen ontbreekt een dergelijke bepaling, deze is daarom in dit artikel opgenomen. Ingevolge het eerste lid is de commissievoorzitter belast met de handhaving van de orde in de raadscommissievergaderingen. Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, de vergadering sluiten (derde lid). In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd (vierde lid).

Reglement van Orde gemeenteraad Emmen 2026

23

Handhaving orde

Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet belemmerd voelen om hun mening te uiten, bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de wet bovendien dat artikel 22 van de wet van overeenkomstige toepassing is op leden van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel raadsleden als niet-raadsleden.

Hoofdstuk 5 Raadsvergadering Paragraaf 1 Algemene bepalingen Artikel 5.1

Vergaderfrequentie

1.

en tijdsduur

2.

3.

De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op de laatste donderdag van de maand, vangen aan om 19.30 uur en worden gehouden in het gemeentehuis. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met het presidium. Als de voorzitter om 22.30 uur constateert dat de resterende agendapunten niet voor 23.00 uur kunnen worden behandeld, doet hij de raad een ordevoorstel, inhoudende: a. schorsing van de beraadslagingen en verdaging van de resterende agendapunten naar een vergadering op een ander tijdstip, of b. afronding van de beraadslagingen over het agendapunt en verdaging van de resterende agendapunten naar een vergadering op een ander tijdstip, c. of voortzetting en afronding van de agenda van de raad. Toelichting

Ingevolge artikel 17 van de wet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt. Lid 3 is opgenomen om te voorkomen dat vergaderingen uitlopen tot ver na middernacht. Indien de vergadering uitloopt en er een extra vergadering nodig is, wordt deze in principe de eerste dinsdag volgend op de dag van de reguliere raadsvergadering belegd. De resterende agenda wordt in principe op deze avond behandeld, tenzij de raad beslist dat bepaalde agendapunten kunnen opschuiven naar de eerstvolgende reguliere vergadering. Onverminderd het bepaalde in de wet geschiedt de voorbereiding, de behandeling en de vaststelling van de jaarrekening en het jaarverslag, de kadernota en de begroting volgens een procedure dat het presidium voorstelt.

Artikel 5.2

Oproep en agenda

1.

24

Behoudens in spoedeisende gevallen, wordt door de voorzitter tenminste 7 dagen voor een vergadering aan de leden van de raad een digitale oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering toegezonden of beschikbaar gesteld, inclusief de voorlopige agenda met bijbehorende stukken vastgesteld door het presidium.

2.

In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een digitale oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 5.3, derde lid, van toepassing. 4. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad besluiten om de volgorde van de geagendeerde onderwerpen gewijzigd vast te stellen, onderwerpen aan de agenda toe te voegen dan wel van de agenda af te voeren. Toelichting Raadsleden horen op tijd op de hoogte te worden gebracht van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. Tegelijkertijd krijgen zij ook de voorlopige agenda en de stukken toegestuurd. Onder zenden, versturen of (toe)sturen wordt verstaan het beschikbaar stellen van de agenda en stukken op het raadsinformatiesysteem. Wanneer agenda en stukken digitaal op een website beschikbaar worden gesteld, gaat daar een melding aan vooraf. Stukken waarop geheimhouding rust, liggen ter inzage in het gemeentehuis. Het presidium bepaalt hoe de voorlopige agenda er uit ziet. Dit is echter een voorlopige agenda. In de dagelijkse praktijk zal het niet altijd mogelijk zijn om ruim voor de vergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de actualiteiten.

In een dergelijke situatie kan de voorzitter na het verzenden of beschikbaar stellen van de oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondsturen. Indien er een voorstel wordt gedaan om de agenda aan te passen, bijvoorbeeld het doorschuiven van een agendapunt naar de volgende raadsvergadering, en de stemmen staken, is artikel 32, vierde lid, van de wet niet van toepassing.

Artikel 5.3 1.

2. 3.

De voorlopige agenda en de stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van de wet geheimhouding is opgelegd, liggen in afwijking van het eerste en tweede lid ter inzage bij de griffier. Toelichting

In dit artikel gaat het, naast raadsvoorstellen en geheime stukken, ook om de zogenaamde ‘achterliggende’ stukken waarvan vaak in de raadsvoorstellen melding wordt gemaakt (ambtelijke adviezen, toelichtende nota's, etc.). Geïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om stukken in te zien. Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het verzenden of beschikbaar stellen van de oproep ter inzage aangeboden. Naast de terinzagelegging in het gemeentehuis, zullen de stukken doorgaans op elektronische wijze worden aangeboden via het raadsinformatiesysteem. Een stuk is een ‘document’ in de zin van de Wet open overheid (hierna: Woo). Een ‘document’ houdt in: een bij een bestuursorgaan berustend stuk of ander materiaal dat gegevens bevat. Onder documenten vallen niet alleen de door de overheidsorganen gecreëerde stukken of ander materiaal. Ook alle van buiten komende stukken en ander voor overheidsorganen bestemd materiaal zoals agenda’s, verslagen, (concept)adviezen, al dan niet in elektronische vorm, verkrijgen de status van ‘document’ in de zin van de Woo.

Reglement van Orde gemeenteraad Emmen 2026

25

Ter inzage leggen van stukken

Indien het gaat om stukken waarop geheimhouding is gelegd door het bestuursorgaan dat het document aanbiedt aan de raad, dient dit duidelijk op het stuk te zijn aangegeven. Hiervan worden geen kopieën of foto’s gemaakt, omdat het gevaar bestaat dat de stukken toch in de openbaarheid komen. Indien de geheimhouding op informatie anders dan in schríftelijke vorm rust, moet de verplichting op een passende wijze kenbaar worden gemaakt (artikel 89, eerste lid, van de wet).

Artikel 5.4

Openbare

1.

kennisgeving

2.

De raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in één of meer nieuwsbladen en door publicatie op de website van de gemeenteraad. In spoedeisende gevallen zal de openbare kennisgeving uitsluitend digitaal worden gepubliceerd Toelichting

Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 19, tweede lid, van de wet. In dit artikel wordt vastgelegd op welke wijze raadsvergaderingen worden aangekondigd.

Presentielijst

Artikel 5.5 Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld. Toelichting De verplichting tot het hebben van een presentielijst vloeit voort uit artikel 20 van de wet. In dit artikel wordt de procedure vastgelegd. De handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum bereikt is. De lijst kan niet dienen om het stemquorum vast te stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de wet. Artikel 20 van de wet voorziet in een procedure voor het opnieuw beleggen van een vergadering indien het vereiste aantal leden niet op komt dagen. De griffier geeft de ambtelijke ondersteuning die de raad nodig heeft. Daarom zorgt hij voor het bijhouden van de presentielijst en stelt hij samen met de voorzitter deze vast en ondertekent deze. Deze ondertekening dient te waarborgen dat de lijst volledig is en het quorum aanwezig was. De vergadering kan beginnen indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende raadsleden aanwezig is en de presentielijst heeft getekend. Artikel 20 van de wet voorziet in een procedure voor het opnieuw beleggen van een vergadering indien het vereiste aantal leden niet op komt dagen.

Artikel 5.6

Zitplaatsen

1.

2.

3.

De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, die door de voorzitter, in overleg met de fractievoorzitters, bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad worden aangewezen. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, gemeentesecretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien. Toelichting

De voorzitter draagt zorg voor zitplaatsen voor de leden van de raad, de griffier, de wethouders, gemeentesecretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd.

26

Belangstellenden kunnen plaats nemen op de publieke tribune in de raadszaal. Indien er geen vrije plaatsen meer beschikbaar zijn op de publieke tribune, kunnen belangstellenden de vergadering d.m.v. een live-uitzending volgen in een andere – daarvoor aangewezen – ruimte.

Paragraaf 2 Beraadslaging Artikel 5.8 1. 2. 3. 4.

De voorzitter bepaalt de volgorde van de sprekers; tenzij de raad anders bepaalt. Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid van de raad het woord vraagt over de orde van de vergadering. De beraadslaging over een onderwerp of een bespreekvoorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. De beraadslaging over een ander voorstel geschiedt in één termijn, tenzij de raad anders beslist. Artikel 5.9

1.

2. 3. 4. 5.

6.

Over hamerstukken wordt in de regel niet beraadslaagd. Voor de bespreekstukken geldt de volgende spreektijdregeling: − fracties spreken in eerste termijn maximaal 4 minuten en in tweede termijn maximaal 2 minuten; − het college spreekt in eerste termijn maximaal 8 minuten en in tweede termijn maximaal 4 minuten; als meerdere collegeleden willen reageren, wordt de spreektijd per collegelid met 4 minuten in de eerste termijn en 2 minuten in de tweede termijn verlengd. Het presidium en de voorzitter kunnen bepalen dat in bijzondere omstandigheden van deze spreektijden wordt afgeweken. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. Het vierde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel 5.10

1.

2. 3.

In de eerste termijn wordt er vanaf het spreekgestoelte gesproken en, indien de voorzitter dit toestaat, in tweede en eventueel volgende termijnen vanaf hun plaats en richten zich tot de voorzitter. Bij bijzondere omstandigheden kan de voorzitter bepalen dat er vanaf een andere plaats gesproken wordt. Tijdens de beraadslaging over een onderwerp of voorstel heeft iedere fractie in principe één woordvoerder.

Reglement van Orde gemeenteraad Emmen 2026

27

Spreekvolgorde

Spreektermijnen

Spreekregels

Toelichting In de praktijk zal in beginsel de voorzitter bij politiek gevoelige onderwerpen de spreekvolgorde hanteren van grootste naar kleinste fractie. Dit artikel geldt niet voor interrupties. Indien de raad van mening is, dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk besluiten. De beraadslaging over amendementen en moties vinden niet plaats in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het betreffende, aan de orde zijnde onderwerp. Tenzij het een motie vreemd aan de orde van de dag betreft. Voor de behandeling van de kadernota en de begroting wordt door het presidium een afwijkende spreektijd vastgesteld.

Artikel 5.11

Interrupties

1.

2. 3.

Artikel 5.12

Handhaving orde

1.

2.

3.

Deelname aan de beraadslaging door anderen

Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren of een lid van de raad hem interrumpeert. Interrupties dienen te bestaan uit vragen zonder inleiding of korte mededeling. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.

De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de vergadering en is bevoegd, wanneer die orde op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te laten vertrekken. Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven, kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp. Hij kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten. Artikel 5.13

Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid, van de wet, kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Toelichting Deze bepaling is noodzakelijk in verband met de in artikel 22 van de wet geregelde immuniteit. Het is uiteraard ook mogelijk dat de raad bepaalt dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen. De burgemeester en de wethouder(s) hebben het recht (het woord te voeren en) deel te nemen aan de beraadslagingen op grond van artikel 21, eerste en tweede lid, van de wet.

28

Paragraaf 3 Besluitvorming Stemverklaring

Artikel 5.14 Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden in maximaal 30 seconden hun voorgenomen stemgedrag toelichten. Toelichting Stemverklaringen zullen kort moeten zijn en mogen niet het karakter krijgen van een derde termijn of van een reactie op de vorige spreker. De stemverklaringen worden gegeven vóór de stemming begint. Gedurende maximaal 30 seconden per raadsvoorstel geeft een raadslid een korte toelichting op de voorgenomen afweging.

Artikel 5.15 1. 2.

3.

De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. Na de beraadslaging en de stemming over eventuele (sub)amendementen, wordt over het voorstel in zijn geheel, zoals het dan luidt, gestemd. Tenzij geen stemming wordt gevraagd. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.

Beslissing

Toelichting Deze bepaling beoogt niet meer, dan vast te leggen dat ook nog een beslissing over het voorstel (indien een amendement is aangenomen, in zijn geamendeerde vorm) moet worden genomen. Indien over een voorstel geen stemming wordt gevraagd, is het voorstel aangenomen op grond van artikel 32. Lid 3 van de wet. Indien wenselijk kan er over afzonderlijke beslispunten in amendementen en moties gestemd worden. De voorzitter kan de beraadslaging sluiten als hij vaststelt dat een onderwerp voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. De voorzitter formuleert daarna de te nemen eindbeslissing. Indien geen stemming wordt gevraagd, is het voorstel aangenomen op grond van artikel 32, derde lid, van de wet.

Artikel 5.16 1.

2.

3. 4.

5.

Inzake voorstellen die door de raad als hamerstuk op de agenda zijn geplaatst, stelt de voorzitter in principe vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen, tenzij door één of meer leden om stemming wordt gevraagd of de voorzitter dit verlangt. De voorzitter kan een voorstel in stemming brengen. Dit kan door de raad te verzoeken bij handopsteken of via de stemkastjes kenbaar te maken wie “voor” dan wel “tegen” het voorstel is. Indien door één of meer leden om hoofdelijke stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daar mededeling van. Alvorens bij een hoofdelijke stemming deze aan te vangen, deelt de voorzitter mede bij welk lid van de raad de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming. De voorzitter roept bij hoofdelijke stemming de leden van de raad bij

Reglement van Orde gemeenteraad Emmen 2026

29

Algemene bepalingen over stemming

6.

7. 8.

9.

naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig het vierde lid is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming op grond van de wet moet onthouden, verplicht zijn stem uit te brengen. De leden brengen bij hoofdelijke stemming hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. Heeft een lid zich bij hoofdelijke stemming bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. Met uitzondering van stemming over de hamerstukken, waarover geen stemming is gevraagd of wordt verlangd, deelt de voorzitter de uitslag na afloop van de stemming mede met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Toelichting

Indien een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet de stemming plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling van artikel 32 van de wet af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen. Hierbij wordt volledigheidshalve nog verwezen naar artikel 209, lid 2 van de wet, welke in een bepaald geval een hoofdelijke stemming verplicht. De regeling in het tweede lid kan toepassing krijgen, indien de uitkomst van de stemming tevoren duidelijk is en slechts enkele leden zouden tegenstemmen. Een raadslid kan zich alleen onthouden van stemming op grond van artikel 28 van de wet. Daarnaast is artikel 2:4 van de Awb van belang. Over vraagstukken m.b.t. persoonlijk belang en de schijn van belangenverstrengeling wordt tevens verwezen naar de jurisprudentie hierover. Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de wet van toepassing. Indien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen. Op grond van de wet bestaat de mogelijkheid om een elektronisch stemsysteem te gebruiken

Artikel 5.17

Stemming over

1.

amendementen en moties

2.

3.

4.

30

Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement. Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie.

Toelichting Voor alle duidelijkheid wordt hier een verschil in procedure aangegeven tussen een motie en een amendement. Een amendement strekt tot wijziging van een voorstel en komt daarom in stemming voorafgaand aan de stemming over dat voorstel. Een motie strekt niet tot wijziging van een voorgesteld besluit; over een motie wordt een apart besluit genomen, nadat de besluitvorming over het aanhangige voorstel is afgerond. Bij een motie over een afzonderlijk onderwerp (vreemd aan de orde van de dag) geldt dit uiteraard niet.

Artikel 5.18 1.

2.

3.

4. 5.

Bij de stemming over een voorstel tot benoeming, voordracht of aanbeveling worden de leden van de commissie voor onderzoek van de geloofsbrieven {drie raadsleden} door de voorzitter aangesteld tot leden van het stembureau. Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de wet van stemming moet onthouden, is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau. Indien geen der aanwezige leden van de raad zich daartegen verzet, kan de voorzitter de raad voorstellen dat voorgedragen personen geacht worden met algemene stemmen schriftelijk te zijn benoemd. Toelichting

De wet geeft aan dat een stemming over personen voor het doen van benoemingen (niet ontslag) van personen of het opstellen van een voordracht of aanbeveling geheim dient te zijn (artikel 31 van de wet). Dit gebeurt schriftelijk. Een voordracht is voor de raad bindend; de raad kan geen andere kandidaten voordragen dan op de voordracht staan. Een aanbeveling is een voorstel waarvan de raad mag afwijken. Wanneer er veel benoemingen te doen zijn (bijvoorbeeld aan het begin van een nieuwe zittingsperiode) mag een gecombineerd stembiljet gebruikt worden. In geval van een schriftelijke stemming wordt geen rekening gehouden met blanco stembriefjes. Een blanco of verkeerd ingevuld stembriefje telt wel mee bij de bepaling van het stemquorum. Bij de bepaling van het stemquorum wordt bepaald hoeveel leden hun stem moeten uitbrengen. Wanneer er bijvoorbeeld 30 leden in de raadszaal aanwezig zijn, dan dienen er 30 stembriefjes bij het stembureau ingeleverd te worden. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt onder andere verstaan: a.

een blanco, niet ingevuld, stembriefje;

b.

een ondertekend stembriefje;

c.

een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;

d.

een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;

e.

een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt;

f.

een voorbedrukt stembriefje waarop een naam is doorgehaald zonder daarbij een andere naam te vermelden;

g.

een stembriefje waarop een uitlating is vermeld die geen relatie heeft met de aan de orde zijnde stemming;

Reglement van Orde gemeenteraad Emmen 2026

31

Stemming over personen

Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes na vaststelling van de uitslag vernietigd.

Herstemming over

Artikel 5.19

personen

1. 2.

3.

Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, vindt er een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Toelichting

Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.

Hoofdstuk 6 Openbaarheid en verslaglegging Paragraaf 1 Openbaarheid Artikel 6.1

Toehoorders en pers

1. 2.

De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. Het verstoren van de orde van de vergadering, waaronder applaudisseren en het blijk geven van andere tekenen van goed- of afkeuring, is verboden. Toelichting

De in dit artikel aangegeven bepalingen worden wat betreft het handhaven van de orde aangevuld door artikel 26 van de wet. De voorzitter heeft de bevoegdheid om toehoorders die de orde doen verstoren, te doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toegang te ontzeggen.

Geluid- en beeldregistraties

Artikel 6.2 Degenen die van een openbare raads- of raadscommissievergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.

32

Toelichting Aangezien de vergaderingen van de raad in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft. Wel dient rekening gehouden te worden met de privacy van insprekers en publiek. Raadsleden daarentegen hebben een publieke functie. Het is mogelijk om een aanwijzing te geven dat publiek slechts vanaf een bepaalde afstand in beeld mag worden gebracht. Ook kan een aanwijzing zijn dat insprekers niet gefilmd mogen worden, uiteraard in overleg met de insprekers.

Paragraaf 2 Besloten vergaderingen Artikel 6.3 Op besloten vergaderingen van de gemeenteraad en van de raadscommissie is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is

Toepassing reglement op besloten

met het besloten karakter van de vergadering.

vergaderingen

Toelichting Dit artikel bepaalt dat de bepalingen van dit Reglement van orde van overeenkomstige toepassing zijn op een raadsvergadering en raadscommissievergadering achter gesloten deuren. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het recht van amendement, het recht van motie en het opstellen van een besluitenlijst. De bepalingen van dit Reglement van orde zijn echter niet van toepassing, voor zover het toepassen van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het behandelde zal de raad moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in de artikel 23, vierde lid van de wet wordt opgeheven. In artikel 23 van de wet zijn procedurevoorschriften opgenomen voor 'het sluiten van de deuren', de wijze waarop een vergadering een besloten vergadering wordt.

Artikel 6.4 1.

2.

3.

Besluitenlijst

Concept besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen liggen uitsluitend voor raadsleden ter inzage bij de griffier en worden niet verspreid. Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op de vastgestelde besluitenlijst. De vastgestelde besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.

besloten raadsvergadering

Toelichting In dit artikel wordt uitwerking gegeven aan artikel 23, vierde lid, van de wet. In overeenstemming met de bepaling over de verslaglegging van de raadsvergadering is de griffier ook verantwoordelijk voor de verslaglegging van een besloten vergadering. Concept besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen liggen voor de raadsleden ter inzage bij de griffier.

Artikel 6.5 1.

Besluitenlijst

Concept besluitenlijsten van besloten vergaderingen worden uitsluitend voor de commissieleden ter inzage gelegd bij de

besloten raadscommissievergadering

Reglement van Orde gemeenteraad Emmen 2026

33

2.

3.

commissiegriffier en niet verspreid. Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op de besluitenlijst. De vastgestelde besluitenlijsten worden door de commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend. Toelichting

Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de wet is artikel 23 van de wet van overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de wet schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij de raad en in casu dus een raadscommissie anders beslist. In aanvulling hierop bepaalt het eerste lid dat de besluitenlijst van een besloten vergadering ter inzage ligt bij de commissiegriffier.

Opheffing geheimhouding gemeenteraad

Artikel 6.6 Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Toelichting Op grond van artikel 87, van de wet, kan geheimhouding op informatie worden opgelegd door de raad, het college, de burgemeester en een commissie. De opgelegde geheimhouding met betrekking tot aan de raad verstrekte informatie vervalt, indien de raad de verplichting tot geheimhouding opheft (artikel 89, vierde lid, van de wet). Wel bestaat er een overlegverplichting, waarmee recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor. Als de raad een opgelegde geheimhouding opheft, wil dat niet zeggen dat de desbetreffende informatie dan actief openbaar gemaakt moet worden. De Woo is nog steeds op deze informatie van toepassing. Wanneer om openbaarmaking wordt verzocht, moet dat verzoek dus aan de uitzonderingsgronden in de Woo worden getoetst om tot een besluit te komen over het al dan niet openbaar maken van de betreffende informatie. Dan kan uiteraard blijken dat er inmiddels geen grond meer is om openbaarmaking te weigeren.

Opheffing geheimhouding raadscommissie

Artikel 6.7 Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd. Toelichting Een raadscommissie kan geheimhouding op informatie leggen en die informatie tevens aan de raad verstrekken. De raad kan de geheimhouding opheffen van aan de raad verstrekte informatie (artikel 89, vierde lid, van de wet). Wel bestaat er een overlegverplichting, waarmee recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor.

34

Paragraaf 3 Verslaglegging Besluitenlijst

Artikel 6.8 1. 2. 3.

4.

5. 6.

Het videoverslag van elke openbare raadsvergadering is te raadplegen via de website van de gemeenteraad. De griffier draagt zorg voor besluitenlijsten van raadsvergaderingen. Uit de besluitenlijst blijkt in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke raadsleden afwezig waren; c. een vermelding van de onderwerpen die aan de orde zijn geweest; d. een verslag van het gesprokene met vermelding van de namen van de sprekers; e. een overzicht van het verloop van elke stemming met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; f. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; g. een overzicht van de gedane toezeggingen door leden van het college of de burgemeester; h. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 5.13 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.

Een concept besluitenlijst wordt gelijktijdig met de verzending van de stukken voor de eerstvolgende raadsvergadering aan de raadsleden verzonden. Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de voorzitter en griffier. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt en op het raadsinformatiesysteem geplaatst.

gemeenteraad

Toelichting Dit artikel regelt de verslag leggende taak van de griffier en de wijze waarop de besluitenlijst wordt vastgesteld. Het maken van een verslag is niet verplicht. In de wet wordt alleen gesproken over de verplichting een besluitenlijst openbaar te maken (artikel 23, lid 5 en lid 6 van de wet). Naast de schriftelijke besluitenlijst zijn er beeld- en geluidsregistraties van de raadsvergaderingen met een overzicht van de sprekers en de onderwerpen – voorzien van tijdscodes – zichtbaar op de gemeentelijke website.

Artikel 6.9 1.

Het videoverslag van elke openbare vergadering van een raadscommissie is binnen drie werkdagen te raadplegen via de website van de gemeenteraad.

Reglement van Orde gemeenteraad Emmen 2026

35

Besluitenlijst raadscommissie

2. 3.

4.

5. 6.

Een commissiegriffier draagt zorg voor de besluitenlijsten van de raadscommissies. Uit een besluitenlijst blijkt in ieder geval: a. de namen van de commissievoorzitter, de commissiegriffier, de commissieleden en collegeleden die deelnemen aan de vergadering, alsmede van de overige personen wie het op grond van artikel 4.9 door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen; b. een aantekening van welke fracties afwezig waren; c. een vermelding van de onderwerpen die aan de orde zijn geweest; d. een verslag van het gesprokene met vermelding van de namen van de sprekers; e. het advies aan de raad, met een vermelding van de fracties die mededeling hebben gedaan van hun goed- of afkeuring; f. een overzicht van de gedane toezeggingen door leden van het college of de burgemeester; Een concept besluitenlijst wordt gelijktijdig met de verzending aan de commissieleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de vergadering waarop het betrekking heeft. De vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de commissievoorzitter en commissiegriffier. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst binnen vijf werkdagen na de desbetreffende vergadering openbaar gemaakt en op het raadsinformatiesysteem geplaatst. Toelichting

Naast de schriftelijke besluitenlijst zijn er beeld- en geluidsregistraties van de vergaderingen van de raadscommissies met een overzicht van de sprekers en de onderwerpen – voorzien van tijdscodes – zichtbaar op de gemeentelijke website.

Hoofdstuk 7 Instrumenten Toelichting Raadsleden en commissieleden niet zijnde raadsleden hebben bijzondere bevoegdheden om hun taken uit te voeren en kunnen daarvoor verschillende instrumenten inzetten. Daarbij kunnen zij ondersteuning vragen van de griffier of griffiemedewerkers, en in bijzondere gevallen zelfs een beroep doen op ambtelijke bijstand. De griffier adviseert over de inzet van de juiste instrumenten, maar kijkt ook naar de formele eisen waar de instrumenten aan moeten voldoen. Daaronder vallen de motivering, de ondertekening of indieners, het taalgebruik, tijdigheid, het feit of door één of meer raadsleden al een ander instrument is ingezet voor hetzelfde onderwerp, en het feit dat het onderwerp niet onlangs is besproken in de raad of een raadscommissie of op korte termijn wordt geagendeerd. Sommige bevoegdheden in dit hoofdstuk hebben betrekking op uitsluitend leden van de raad of een raadsvergadering. Andere bevoegdheden gelden ook voor commissieleden en zijn van toepassing op raadscommissievergaderingen. In elk artikel is aangegeven op wie en welk orgaan de bevoegdheid betrekking heeft.

36

Artikel 7.1 1.

2.

3.

4.

5.

Schriftelijke vragen

Schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Raadsleden dienen schriftelijke vragen in bij de griffier. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. Het college draagt zorg voor een zo spoedig mogelijke schriftelijke beantwoording van de vragen, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn ingediend. Indien schriftelijke beantwoording niet binnen 30 dagen kan plaatsvinden, stelt het college de vragensteller en de griffer daarvan op de hoogte, waarbij uitstel van de beantwoording wordt geacht te zijn verleend tot maximaal 60 dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn wordt aangegeven waarbinnen beantwoording plaatsvindt. Dit bericht van uitstel wordt behandeld als een antwoord. De schriftelijke antwoorden worden via de griffier aan de vragensteller en aan de raad medegedeeld en geplaatst in het raadsinformatiesysteem. De vragen en antwoorden worden na ontvangst geplaatst op het raadsinformatiesysteem. Toelichting

Het vragenrecht geeft aan de leden van de raad het recht informatie te vragen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester behoren. Het karakter van deze vragen is primair van informatieve en politieke strekking en niet technisch en feitelijk van aard. De schriftelijke vragen op grond van dit artikel worden via de griffier bij het college ingediend. De griffie blijft de termijnen van afhandeling volgen. Het college is verantwoordelijk voor de tijdigheid van het beantwoorden. Indien de vragensteller van mening is dat de beantwoording van de vragen niet afdoende is, kan het worden geagendeerd in een raadscommissie. Ook kan de beantwoording aanzetten tot de inzet van andere instrumenten, zoals het aanvragen van een interpellatie of het doen van een initiatiefvoorstel.

Artikel 7.2 1.

2.

3.

4. 5.

Bij de raad ingekomen stukken worden in het raadsinformatiesysteem gezet. Deze lijst wordt door het presidium, of in geval van spoed door de griffier, voorzien van een voorstel ter afdoening. De raad stelt de wijze van afdoening vast. Ieder commissielid kan in een raadscommissie een verzoek doen om een (ingekomen) collegebrief dat op de lijst van ingekomen stukken staat, te agenderen voor de vergadering van een volgende raadscommissie. Het agenderen van een ingekomen stuk heeft vooral als doel om met andere fracties het debat te kunnen voeren. Er kunnen ook vragen gesteld worden aan het college. Het verzoek moet uiterlijk 12:00 uur op de dag dat het presidium vergadert, schriftelijk gemotiveerd bij de griffier zijn ingediend. Het presidium beslist op basis van de motivering of het stuk op de

Reglement van Orde gemeenteraad Emmen 2026

37

Agenderen ingekomen stuk

6.

voorlopige agenda van de raadscommissie wordt geplaatst. Over een ingekomen stuk kan door een commissielid een enkelvoudige vraag worden gesteld, onder de voorwaarde dat. a. deze ten behoeve van de voorbereiding minimaal 24 uur voorafgaand aan de eerste commissievergadering van de commissieweek via de griffier wordt ingediend. b. de wethouder doet deze waar mogelijk af met een korte mondelinge mededeling ter vergadering. Is schriftelijke beantwoording gewenst, dan wordt dit op de lijst toezeggingen geplaatst. Toelichting

Over aan de raad gerichte inkomende stukken worden alleen voorstellen gedaan en besluiten genomen van procedurele aard, bijvoorbeeld kennisnemen of in behandeling nemen en doorsturen naar het college. De schriftelijke mededelingen van het college aan de raad komen ook bij de raad binnen als een ingekomen stuk. Wanneer die betrekking hebben op een voorstel dat op de agenda staat, kan het ingekomen stuk bij de behandeling worden betrokken. De raad stelt op voorstel van het presidium, of in geval van onverwijlde spoed de griffier, de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. De schriftelijke motivering bij ingekomen stukken die op verzoek van een commissielid of fractie(s) als onderwerp ter bespreking worden geagendeerd, moet ingediend zijn uiterlijk 12.00 uur op de dag dat het presidium de voorlopige agenda vaststelt. Het agenderen van een ingekomen stuk heeft vooral als doel om met andere fracties onderlinge discussies te kunnen voeren. Daarmee ontstaat er een debat waarmee de mening en standpunten van de verschillende fracties duidelijk worden. In de motivering moet beschreven staan wat van andere fracties wordt gevraagd, zodat zij zich kunnen voorbereiden op de bespreking. Het gaat bijvoorbeeld om meningen, standpunten of opinies t.a.v. de inhoud van de collegebrief.

Daarnaast kunnen er ook vragen gesteld worden aan het college, die ondersteunend zijn aan de controlerende taak van de raad.

Artikel 7.3

Discussienota

1.

2. 3.

4.

38

Een discussienota is een schriftelijk stuk dat niet leidt tot besluitvorming, maar dat is opgesteld om in de raadscommissie een discussie te voeren over een bepaald probleem of de standpunten van de commissieleden in te winnen, eventueel ter voorbereiding op de inzet van andere raadsinstrumenten of verdere beleidsvorming. Leden van de raad(scommissie) en leden van het college kunnen een discussienota indienen. Een discussienota wordt ingediend bij het presidium, via de griffier, en bevat in ieder geval: a. een korte omschrijving van het onderwerp, inclusief de maatschappelijke of bestuurlijke achtergrond; b. een duidelijke probleemstelling of vraag waarop reactie van de commissieleden wordt gevraagd; c. een toelichting op het beoogde vervolg na de bespreking. Een discussienota dat is ingediend door commissieleden wordt alleen in behandeling genomen indien deze: a. wordt ondersteund door ten minste twee andere leden (van de raad), afkomstig uit verschillende fracties, of b. is ingediend door één of meer leden van een fractie die gezamenlijk ten minste tien raadszetels vertegenwoordigen.

5.

6.

7.

Indien een discussienota door commissieleden is ingediend wordt de burgemeester of het college in de gelegenheid gesteld om binnen een redelijke termijn van twee weken aanvullende informatie aan de raadscommissie te sturen. Indien zij hiervan uit eigen beweging geen gebruik maken, kan het presidium hen nadrukkelijk verzoeken dit alsnog te doen. Het presidium zendt de discussienota voor behandeling aan de raadscommissie, indien het onderwerp niet recentelijk is behandeld of wordt behandeld. Na afloop van de bespreking geven de indieners, op basis van de bespreking, aan welk vervolg zij aan de uitkomsten wensen te geven. Toelichting

Ieder lid van de raad(scommissie) kan met een discussienota een onderwerp op de agenda plaatsen. Daarmee ontstaat een consulterend debat waarmee de mening en standpunten van de verschillende fracties duidelijk worden. Zo kan een discussienota gebruikt worden voor volgende politieke acties, zoals bijvoorbeeld een motie of een initiatiefvoorstel. Om een discussienota van commissieleden in behandeling te nemen, moet de nota door twee mede-indieners van verschillende fracties worden ondersteund (in totaal staan er dus drie verschillende personen van drie verschillende fracties onder de nota). De uitzondering hierop is als de indiener(s) tien of meer raadszetels vanuit de eigen fractie(s) vertegenwoordigen. Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht dat een substantieel deel van de raad, gelet op de politieke samenstelling, de discussie wil voeren. Voordat een discussienota van commissieleden wordt behandeld in een raadscommissie, wordt de burgemeester of het college in de gelegenheid gesteld aanvullende informatie te geven. Het moet gaan om feitelijke achtergrondinformatie, zonder politiek waardeoordeel, ten behoeve van een goed debat. Een redelijke termijn om dit aan te leveren is twee weken. Het college kan met een discussienota een onderwerp ter bespreking op de agenda van een raadscommissie plaatsen om in een vroeg stadium de opvattingen en aandachtspunten van de raad op te halen.

De nota leidt niet direct tot besluitvorming. De opgehaalde input kan worden gebruikt voor verschillende vervolgstappen, zoals het richting geven aan een raadsvoorstel, de uitwerking van beleid, het vormen van een zienswijze of andere trajecten. De discussienota van het college bevat geen uitgewerkt beleidsvoorstel. Het betreft een beknopt schriftelijk stuk van het college en heeft veelal de vorm van een brief, gericht op het ophalen van opvattingen van de raad. De consultatie wordt vormgegeven aan de hand van concrete vragen of stellingen, die richting geven aan de bespreking. Daarbij wordt gestreefd naar maximaal vijf vragen of stellingen. Om de nota in behandeling te nemen moet het voldoen aan een aantal eisen. Zo moet het schriftelijk zijn ingediend bij het presidium, via de griffier. Daarvoor wordt een format gebruikt. Ook moet het onderwerp duidelijk zijn omschreven. Daaronder valt ook een toelichting en aanleiding van het te bespreken onderwerp, waarbij wordt ingegaan op de maatschappelijke of bestuurlijke achtergrond. De discussiepunten moeten in de motivering als duidelijke vragen (of stellingen) worden omschreven. Ook wordt aangegeven wat het mogelijke vervolg is na de bespreking. Het presidium zendt de discussienota door naar de raadscommissie. Daarvoor wordt er gekeken of er voldoende ruimte op de agenda is om deze nota te bespreken.

Onderdeel van die afweging is ook de hoeveelheid verzoeken tot agendering die de betreffende fractie heeft gedaan en het aantal zetels dat de indieners vertegenwoordigt. Ook wordt gekeken of het onderwerp recentelijk is behandeld. Bijvoorbeeld in de maand voorafgaand aan het verzoek of de maand die volgt op het verzoek. Als uit de Lange Termijn Agenda blijkt dat het onderwerp binnen circa een jaar wordt behandeld, kan de griffier met de indieners overleggen over de inzet van het meest geschikte instrumentarium.

Reglement van Orde gemeenteraad Emmen 2026

39

Tijdens de behandeling van een discussienota van commissieleden krijgen de indiener(s) als eerste het woord om de discussienota toe te lichten. Ook in de tweede termijn krijgen zij als eerste het woord, waarin zij eventuele onduidelijkheden kunnen toelichten, verduidelijkingsvragen aan de andere partijen kunnen stellen of standpunten kunnen inbrengen. Het college krijgt aan het einde van iedere termijn het woord om te reageren. Omdat een discussienota is bedoeld om het debat tussen commissieleden te bevorderen, heeft het college een bescheiden rol. Na afloop van de bespreking geeft de indiener(s) aan welk vervolg aan de discussie wordt gegeven. Deze terugkoppeling vindt in beginsel plaats aan het einde van de bespreking of, indien dit niet mogelijk is, zo spoedig mogelijk daarna. Tijdens de behandeling van een discussienota van het college krijgen commissieleden in de eerste termijn de gelegenheid hun standpunten, aandachtspunten en vragen in te brengen. Na afloop van deze termijn kan het college (de indiener) eventuele onduidelijkheden toelichten en verduidelijkingsvragen aan de commissie stellen. Vervolgens krijgt de raadscommissie in een tweede termijn de gelegenheid om nadere richting te geven, standpunten te verduidelijken of het debat te verdiepen, zodat de indiener(s) deze input kan betrekken bij het vormen van een conclusie en het bepalen van het vervolg.

Omdat een discussienota is bedoeld om het debat tussen commissieleden te bevorderen, heeft het college een bescheiden rol. Na afloop van de bespreking geeft het college (indiener) in de tweede termijn aan welk vervolg aan de discussie wordt gegeven. Deze terugkoppeling vindt in beginsel plaats aan het einde van de bespreking of, indien dit niet mogelijk is, zo spoedig mogelijk daarna.

Voorstellen van orde

Artikel 7.4 1.

2. 3.

De voorzitter en ieder lid van de raad of raadscommissie kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen dat kort kan worden toegelicht. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. Over een voorstel van orde beslist de raad terstond. Toelichting

De voorzitter legt aan de raad of raadscommissie ter beslissing voor of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de raad of raadscommissie. Bij het staken van de stemmen is het voorstel niet aangenomen (artikel 32, lid 4 van de wet is hierop niet van toepassing) Op verzoek van een lid van de raad of raadscommissie of op voorstel van de voorzitter kan de raad of raadscommissie besluiten de vergadering voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde een fractie, fractie(s), leden dan wel een of meer collegeleden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De vergadering wordt hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Indien het gaat om een niet geagendeerd voorstel, dient de procedure van een initiatiefvoorstel of een motie vreemd aan de orde van de dag gevolgd te worden.

Rondvraag

Artikel 7.5

gemeenteraad

1.

2.

40

Ieder lid van de raad kan de burgemeester of het college mondelinge vragen stellen tijdens de rondvraag, dat aan het begin van elke raadsvergadering is. Een verzoek tot het stellen van mondelinge vragen wordt alleen in behandeling genomen als: a. het uiterlijk 24 uur voor aanvang wordt ingediend bij de voorzitter, via de griffier; b. de vragen bondig geformuleerd zijn, politiek en niet technisch van aard zijn en de actualiteit betreffen. c. de voorzitter kan een verzoek weigeren dat naar zijn oordeel niet voldoet aan de voorwaarden.

3.

4.

5. 6.

De voorzitter kan een verzoek dat niet binnen de termijn is ingediend toelaten, indien dat naar zijn oordeel in de gegeven omstandigheden redelijk is. Een verzoek wordt geweigerd als de vragen reeds via schriftelijke vragen zijn gesteld en de termijn voor beantwoording nog niet is verstreken, of de vragen niet onder de bevoegdheid van de burgemeester of het college vallen. De voorzitter kan de indiener en andere leden het woord geven om in de tweede termijn een korte verduidelijkingsvraag te stellen. Tijdens de rondvraag kunnen geen moties worden ingediend en worden er geen interrupties toegelaten. Toelichting

Deze bepaling vormt een aanvulling op het voorgestelde in artikel 155, eerste lid, van de wet met betrekking tot het vragenrecht. De rondvraag dient in de raadsvergadering als een mogelijkheid tot het stellen van vragen, omdat het de herkenbaarheid van de controlerende taak van de raad ten goede komt. Vragen moeten aan bepaalde eisen voldoen om toegelaten te kunnen worden tot behandeling tijdens de rondvraag. Ten eerste moeten de vragen uiterlijk 24 uur voor aanvang van de raadsvergadering worden ingediend bij de griffie. Ten tweede moeten de vragen bondig zijn geformuleerd, dat wil zeggen dat zij concreet zijn waarop een duidelijk antwoord is te verwachten. Daarbij hoort ook dat de vraagstelling kort is. Bij een te lange inleiding kan de voorzitter ingrijpen en manen tot het stellen van de vraag. Voor een uitgebreide behandeling of een debat zijn andere instrumenten. Ten derde moeten de vragen politiek van aard zijn; het moet gaan om vragen die niet technisch zijn, maar juist een politieke betekenis hebben en een politiek antwoord ontlokken. Technische vragen kunnen tijdens de rondvraag in een raadscommissie aan de orde komen, of via een schriftelijke procedure worden gesteld. Tot slot moet de vraag ook actueel zijn. Dit betekent dat het stellen van de vraag niet kan wachten tot behandeling in een raadscommissie.

De voorzitter heeft de mogelijkheid om vragen te weigeren die niet voldoen aan de voorwaarden. Wanneer vragen worden ingediend die niet uiterlijk 24 uur van tevoren kenbaar zijn gemaakt, kan de voorzitter besluiten deze toch toe te laten. Het moet gaan om uitzonderlijke gevallen, waarin de voorzitter van oordeel is dat het belang van de vragensteller (of het belang van de vraag en het antwoord daarop) zwaarder weegt dan het belang van naleving van deze termijn. In het vijfde lid wordt de mogelijkheid aan andere raadsleden geboden om een korte verduidelijkingsvraag te stellen. Het moet gaan om één vraag die duidelijk tot doel heeft om het antwoord van de burgemeester of het college te verduidelijken. Een uitgebreide behandeling of een debat moet worden voorkomen. Dit blijkt ook uit het zesde lid, op grond waarvan interrupties en de indiening van moties niet is toegestaan.

Rondvraag

Artikel 7.6 1.

2.

3. 4. 5.

In de vergadering is er gelegenheid voor een rondvraag en kan ieder lid van de raadscommissie de burgemeester of het college mondelinge vragen stellen over een onderwerp dat onder de betreffende raadscommissie valt. Een verzoek tot het stellen van mondelinge vragen wordt alleen in behandeling genomen als het uiterlijk 24 uur voor aanvang van de eerste commissievergadering van de week wordt ingediend bij de griffie, de vragen bondig geformuleerd zijn en politiek van aard zijn. De commissievoorzitter kan een voorstel doen ten aanzien van de afdoening van de gestelde vragen. De commissievoorzitter kan de indiener en andere leden het woord geven om in tweede termijn een korte verduidelijkingsvraag te stellen. Tijdens de rondvraag worden geen interrupties toegelaten.

Reglement van Orde gemeenteraad Emmen 2026

41

raadscommissie

Toelichting Vragen voor de rondvraag moeten uiterlijk 24 uur voor aanvang van de eerste vergadering in de commissieweek worden ingediend bij de griffie, bondig geformuleerd zijn en politiek van aard zijn. De commissievoorzitter kan een verzoek tot het stellen van een mondelinge vraag weigeren als het naar zijn oordeel niet voldoet aan de voorwaarden. De commissievoorzitter kan een verzoek dat niet binnen de termijn is ingediend toelaten, indien dat naar zijn oordeel in de gegeven omstandigheden redelijk is, bijvoorbeeld spoedeisend en actueel. De voorzitter kan een voorstel doen ten aanzien van de afdoening van de gestelde vragen, bijvoorbeeld door de vraag schriftelijk te beantwoorden. Dit kan leiden dan tot een toezegging van de wethouder of het college.

Moties

Artikel 7.7 1.

2.

3.

4.

5. 6.

Ieder lid van de raad dat in de raadsvergadering aanwezig is kan een motie indienen. Een voornemen tot het indienen van een motie wordt tijdig met de andere leden gedeeld. De motie moet kort en duidelijk geformuleerd zijn, op schrift zijn gebracht en aan de voorzitter worden overhandigd. Het lid leest minimaal het dictum van de motie voor. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. Deze wordt (bij voorkeur) ruimschoots voor de raadsvergadering door de indiener gedeeld met de fracties en via de griffier met het college. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld. Deze wordt (bij voorkeur) uiterlijk zeven dagen voor de raadsvergadering door de indiener gedeeld met de fracties en via de griffier met het college. De eerste ondertekenaar kan de motie wijzigen of intrekken totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. Voorafgaand aan de stemming over een motie kan het college de gelegenheid krijgen daarover een oordeel te geven. Toelichting

Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke, procedurele aard) of het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen. Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat op rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politieke betekenis. Daarom zijn burgemeester en wethouders formeel niet aan een motie gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel kan het naast zich neerleggen van een motie door het college leiden tot een vertrouwensbreuk tussen raad en college en hieruit kan het college dan zijn consequentie trekken. Lid 1 Indiening Een motie kan alleen worden ingediend door een raadslid dat in de vergadering aanwezig is. Het kan door één of meerdere leden worden ingediend, die allemaal aanwezig moeten zijn. Gevraagd wordt een motie, of het voornemen tot het indienen van een motie, tijdig met de andere raadsleden te delen. Op die manier zijn alle fracties in de gelegenheid geweest om een oordeel te vormen over de motie en kan het debat goed plaatsvinden in de vergadering. Bij een aanhangig onderwerp of voorstel zou de motie bijvoorbeeld aangekondigd kunnen worden tijdens de raadscommissiebehandeling. De ontwerptekst kan dan ruimschoots voor de raadsvergadering worden gedeeld.

Bij een motie vreemd aan de orde van de dag (hierna ‘motie vreemd’) geldt een voorkeurstermijn van zeven dagen (lid 4). Overigens blijft het voor leden altijd mogelijk om tijdens de beraadslaging een motie in te dienen.

42

Lid 2 Vormvereiste Om moties begrijpelijk te houden moeten ze kort en duidelijk zijn geformuleerd. Zeker wanneer de motie ziet op een aanhangig onderwerp of voorstel, kunnen overwegingen en constateringen beperkt blijven tot het doel van de motie. Ook een motie vreemd moet kort en duidelijk zijn geformuleerd. Voorkomen moet worden dat moties gebruikt worden als discussienota en te veel gaan lijken op een initiatiefvoorstel. Moties moeten schriftelijk worden overhandigd aan de voorzitter om onderdeel uit te maken van de beraadslaging. Een digitale versie kan met de griffier worden gedeeld, zodat deze snel in het raadsinformatiesysteem kan worden geplaatst. Een uitzondering vormt een kleine wijziging van een ingediende motie; de voorzitter kan oordelen dat dit mondeling kan worden aangepast en toegelicht. Aangezien een motie ziet op een uitspraak van de raad moet het dictum worden uitgesproken, binnen de geldende spreektijden. Lid 3 Agendering Voor wat betreft de besluitvormingsprocedure omtrent een motie, wordt opgemerkt dat over een motie een apart besluit wordt genomen. Voor de beraadslaging over een motie over een aanhangig onderwerp geldt dat deze niet plaatsvindt in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het onderwerp waarop de motie betrekking heeft.

Omdat een motie geen wijzigingen aanbrengt in het voorstel, vindt de stemming plaats nadat over het voorstel is gestemd. Lid 4 Motie vreemd aan de orde van de dag (motie vreemd) De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt aan het einde van de vergadering plaats. Om een goede voorbereiding, behandeling van en besluitvorming over een motie vreemd mogelijk te maken, wordt deze (bij voorkeur) zeven dagen voor de raadsvergadering door de indiener gedeeld met de fracties en via de griffier met het college. Indien een motie vreemd niet vroegtijdig wordt gedeeld, kunnen de voorzitter, het college en de raad het verzoek doen tot aanhouden. De raad neemt hier een besluit over. De behandeling van de motie vreemd begint bij het indienen van de motie vreemd door de indiener in zijn 1e termijn. De indiener leest ten minste het dictum voor. Indien er vragen over de motie vreemd zijn, kunnen deze via een interruptie gesteld worden. De indiener of de voorzitter kan het college verzoeken om na het indienen van de motie, maar voorafgaand aan de eerste termijn van de fracties, kort te reageren m.b.t. de uitvoerbaarheid. Vervolgens begint de eerste termijn voor fracties, gevolgd het college. Daarna is er ruimte voor een tweede termijn, gevolgd door de stemming.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=7936ccd8-6c80-4b2d-b5f2-98eff4b5819d