Bijlage 4 - Bestemmingsplan bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
v3.1
Samenvatting Laagland Archeologie heeft in de periode juli - september 2022 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Zuidersloot ong. te Weiteveen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom het bouwen van nieuwe woningen. Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Op de geomorfologische kaart is het plangebied niet gekarteerd. Tegen de noordzijde van het plangebied ligt een ijsstroomrug (‘megaflute’, onderdeel van de Hondsrug) en ongeveer 60 m ten zuiden van het plangebied ligt een zone met een plateau-achtige veenrest. Verder ligt ongeveer 40 m ten noordwesten van het plangebied een ontgonnen veenvlakte. Op de kadastrale kaart van 1832 is te zien dat het plangebied nog overwegend woest is, maar dat er al wel voorbereidingen voor de ontginning zijn. Verder is op het AHN te zien dat het plangebied in een laagte ligt die overeenkomt met de ontgonnen veenvlakte op de geomorfologische kaart.
Daarom kan worden aangenomen dat het plangebied ook op een ontgonnen veenvlakte ligt. Bodemkundig ligt het gebied in een zone met veengronden met een veenkoloniaal dek op zand zonder humuspodzol, beginnend ondieper dan 1,2 m. In de omgeving van het plangebied zijn geen archeologische resten bekend. In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als ‘percelen’ (waarbij wordt aangegeven dat het terrein in ontginning is of binnenkort wordt genomen). Rond 1908 is het plangebied ontgonnen en in gebruik als woning met erf. Dit erf is rond 1929 verdwenen en rond 1935 wordt tegen de noordzijde van het plangebied een kanaal aangelegd. Rond 1975 wordt het kanaal ten noorden van het plangebied verlegd en rond 1988 wordt het gebied in gebruik genomen als voetbalveld. Op basis van het bureauonderzoek geldt een middelhoge tot hoge verwachting voor de periode Paleolithicum – Vroeg Neolithicum. Resten uit andere perioden worden niet verwacht, anders dan sporen van subrecente ontginning. Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zo nodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.
Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat, op boring 3 na, de bodem tot in de Chorizont is verstoord. Omdat het oorspronkelijke bodemtype voordat het terrein met veen overgroeid raakte, zeer waarschijnlijk uit beekeerdgronden bestond was het terrein waarschijnlijk ongeschikt voor langdurige bewoning. De kans dat het gebied nog archeologische resten met een intacte archeologische context bevat wordt daarom laag geacht.
Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geadviseerd geen archeologisch vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor het aspect archeologie. Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Emmen. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, de heer. O. Satijn. Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).
Samenvatting _________________________________________________ 3 1 Inleiding ___________________________________________________ 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7
Aanleiding onderzoek______________________________________________ 6 Afbakening plan- en onderzoeksgebied ________________________________ 6 Administratieve gegevens __________________________________________ 7 Huidige situatie en toekomstig gebruik ________________________________ 9 Geplande verstoring______________________________________________ 10 Gemeentelijk beleid ______________________________________________ 10 Onderzoeksdoel _________________________________________________ 10
2 Inventarisatie_______________________________________________ 11 2.1 2.2 2.3
Inleiding _______________________________________________________ 11 Landschappelijke ontwikkeling______________________________________ 11 Archeologie ____________________________________________________ 13
2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.4
Bekende archeologische waarden _________________________________ 13 Gemeentelijke verwachtingskaart _________________________________ 13 Eerder archeologisch onderzoek __________________________________ 13
Historie _______________________________________________________ 14
3 Conclusie en verwachtingsmodel ________________________________ 20 3.1 3.2 3.3
Conclusie ______________________________________________________ 20 Verwachtingsmodel ______________________________________________ 20 Advies ________________________________________________________ 21
4 Veldonderzoek ______________________________________________ 22 4.1 4.2 4.3
Beschrijving onderzoeksmethodiek __________________________________ 22 Resultaten: lithologie, lithogenese en bodemontwikkeling ________________ 22 Resultaten Archeologie ___________________________________________ 24
5 Conclusie en verwachting _____________________________________ 25 6 Selectieadvies/-besluit _______________________________________ 26 literatuur ____________________________________________________ 27 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus ________________________________________ 29 BIJLAGE 2 Archeologische perioden ______________________________ 30 BIJLAGE 3 Geomorfologische kaart _______________________________ 31 BIJLAGE 4 Actueel Hoogtebestand Nederland _______________________ 32 BIJLAGE 5 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart ___________ 33 BIJLAGE 6 Bodemkaart ________________________________________ 34 BIJLAGE 7 Waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen _____ 35 BIJLAGE 8 Boorpuntenkaart veldonderzoek ________________________ 36 BIJLAGE 9 Boorstaten veldonderzoek _____________________________ 37
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zuidersloot ong. te Weiteveen, gemeente Emmen, Drenthe
1I
NLEIDING
1.1 AANLEIDING ONDERZOEK
De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande bouw van nieuwe woningen aan de Zuidersloot te Weiteveen, gemeente Emmen (DR). Dit terrein is momenteel in gebruik als voetbalveldje. Voor de nieuwbouw is een bestemmingsplanwijziging vereist. De gemeente Emmen heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het bestemmingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.
1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED
Het plangebied betreft de Zuidersloot ong. in Weiteveen, gemeente Emmen (DR), zie onderstaande afbeelding.
Afbeelding 1. Ligging van het plan- en onderzoeksgebied. Bron: pdok.nl 6
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zuidersloot ong. te Weiteveen, gemeente Emmen, Drenthe
Het plangebied heeft een omvang van ongeveer 9.000 m2. Voor een beter begrip van de bodemkundige omstandigheden en de archeologie van de planlocatie is een groter gebied bestudeerd. Een zone van 500 m rondom het plangebied wordt voldoende geacht om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Deze zone wordt aangeduid als ‘onderzoeksgebied’.
1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie
Drenthe
Gemeente
Emmen
Plaats
Weiteveen
Beheerder/eigenaar grond
-
Toponiem
Zuidersloot ong.
Kadastrale perceelnummer(s) 1
SNB00-E-873
Laagland Archeologie projectnummer
EB-WEZU221
Datum conceptrapportage
13-09-2022
Datum definitief rapport
27-10-2022
XY-coördinaten
263386/521769 263382/521692 263265/521700 263270/521776
Kaartblad
2
23A
Oppervlakte/lengte Plangebied
ca 9000 m2
Datering
Paleolithicum tot en met Vroeg-Neolithicum
Complextype
bewoning (inclusief verdediging)
Onderzoeksmeldingsnr
5277753100
AMK-terrein
n.v.t.
Vondstmeldingsnr.
n.v.t.
Type onderzoek
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase
Datum begin veldonderzoek
21-7-2022
Datum eind veldonderzoek
21-7-2022
Opdrachtgever
BJZ.nu
Goedkeuring bevoegde overheid
21-10-2022
Bevoegde overheid
Gemeente Emmen
1
kadastralekaart.com
2
www.imergis.nl/htm/opentopo800.htm 7
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zuidersloot ong. te Weiteveen, gemeente Emmen, Drenthe
Adviseur namens bevoegde overheid
Dhr. O. Satijn
Beheer documentatie
Noordelijk Archeologisch Depot (NAD) E-depot voor de Nederlandse archeologie Archief Laagland archeologie BV
Uitvoerder
Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo 06 51 95 35 53
Projectleider/opsteller onderzoek
Erwin Brouwer erwin.brouwer@laaglandarcheologie.nl
Tabel 1. Objectgegevens.
8
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zuidersloot ong. te Weiteveen, gemeente Emmen, Drenthe
1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK
Het plangebied is momenteel in gebruik als grasland. Tot voor kort was het in gebruik als voetbalveld. Het terrein bevat voor zover bekend geen kelders of andere ondergrondse kunstwerken en er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig.3 In dit stadium is de exacte invulling van de plannen nog niet bekend, anders dan dat er nieuwe woningen gebouwd gaan worden. De milieutechnische condities, huidige en eventuele nieuwe waterpeil en of en zo ja wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden zijn in dit stadium evenmin bekend. Onderstaande afbeelding toont de huidige en de gewenste nieuwe situatie.
Afbeelding 2. Huidige situatie (boven) en nieuwe situatie (onder). Bron:pdok.nl
3
bron: gemeentelijke monumentenlijst 9
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zuidersloot ong. te Weiteveen, gemeente Emmen, Drenthe
1.5 GEPLANDE VERSTORING
De ingrepen vinden plaats binnen het plangebied. De diepte van de geplande verstoring reikt vermoedelijk overwegend niet dieper dan ongeveer 100 cm –mv. Rioleringsbuizen kunnen dieper aangelegd worden.
1.6 GEMEENTELIJK BELEID
Op grond van het gemeentelijk beleid dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Dit beleid is vertaald in het bestemmingsplan Emmen, Archeologie (facetbestemmingsplan), Artikel 7 Waarde - Archeologie 4. Archeologisch onderzoek is aan de orde bij ingrepen groter dan 1000 m2. Op de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart ligt het plangebied in een zone Waarde 4 (middelhoge/hoge verwachting). De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het vigerende gemeentelijk archeologiebeleid zijn aangegeven.
1.7 ONDERZOEKSDOEL
Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen, en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Het verwachtingsmodel wordt getoetst en zo nodig aangevuld door middel van een verkennend booronderzoek. Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen.
10
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zuidersloot ong. te Weiteveen, gemeente Emmen, Drenthe
2I
NVENTARISATIE
2.1 INLEIDING In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie. Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2.
2.2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING
Het plangebied ligt in het Drentse Zandgebied. Dit gebied is grotendeels gevormd onder invloed van het landijs tijdens de voorlaatste ijstijd (Saalien). Dit deel van Nederland was tijdens deze periode geheel met landijs bedekt. In de onderste laag van de gletsjers werd een mix van klei, zand, leem, grind en grotere keien meegevoerd (keileem). Geologisch wordt dit keileem gerekend tot de Formatie van Drenthe, Laagpakket van Gieten. Het plangebied ligt tegen een lage uitloper van de Hondsrug aan. Geomorfologisch wordt de Hondsrug gezien als een zogenaamde megaflute (ijsstroomrug). De Hondsrug is gevormd in de voorlaatste ijstijd (Saalien). De Hondsrug is gevormd uit leem, zand en grind. De toplaag wordt gerekend tot de Formatie van Drenthe, Laagpakket van Gieten. Wat dieper komen overwegend zanden van de Formatie van Drachten voor. Tegen het einde van de laatste ijstijd (Weichselien) en het begin van de huidige warme periode (Holoceen) raakte het terrein bedekt met dekzand. Uit geraadpleegde paleogeografische kaarten4 (niet afgebeeld) blijkt dat in het plangebied veengroei ontstond tussen circa 5500 en 3850 voor Chr. Dit veenpakket kon zich handhaven tot ver in de Nieuwe Tijd, toen de veengebieden op toenemend grotere schaal in ontginning werden genomen. Op de geomorfologische kaart (0) is het plangebied niet gekarteerd.
Tegen de noordzijde van het plangebied ligt een stroomrug ‘megaflute’ en ongeveer 60 m ten zuiden van het plangebied ligt een zone met plateau-achtige veenrest. Verder ligt ongeveer 40 m ten noordwesten van het plangebied een ontgonnen veenvlakte. Voorsorterend op het historisch onderzoek is te zien op de kadastrale kaart van 1832 (zie
4
Vos e.a., 2020 11
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zuidersloot ong. te Weiteveen, gemeente Emmen, Drenthe
Afbeelding 4) dat het plangebied zich bevindt in een zone aangegeven met percelen. Dit betreft vaak recent ontgonnen veengebieden. Verder is op het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), zie bijlage 4 te zien dat het plangebied in een laagte ligt die overeenkomt met de ontgonnen veenvlakte op de geomorfologische kaart. Daarom kan worden aangenomen dat het plangebied ook op een ontgonnen veenvlakte ligt, aan de voet van de Hondsrug. Op onderstaande detailopname van de AHN is te zien dat het plangebied meer dan een halve meter lager ligt dan de directe omgeving. Ook oogt het plangebied geëgaliseerd. Een ijsstroomheuvelrug of 'megaflute' is een heuvelrug die door drukverschillen en de schurende werking van smeltwater en ijs onder een relatief snelstromend landijstong is gevormd. Daar waar de druk onder het landijs hoog is werd materiaal zijwaarts weggedrukt en ontstond een patroon van langgerekte ruggen en laagtes. De ruggen zijn bedekt met keileem.5 Een ontgonnen veenvlakte is een gebied waar in de loop van de Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd veen is afgegraven. Nadat het terrein in cultuur was gebracht, bleef een tamelijk vlak gebied achter. Door ontwatering en inklinking oxideert het restveen en komt het onderliggende dekzandreliëf met ruggen, welvingen en vlakten meer en meer naar voren.
5
legendageomorfologie.wur.nl 12
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zuidersloot ong. te Weiteveen, gemeente Emmen, Drenthe
Afbeelding 3. Detailopname van het plangebied op het AHN. Bodemkundig (bijlage 6) ligt het gebied in een zone met veengronden met een veenkoloniaal dek op zand zonder humuspodzol, beginnend ondieper dan 1,2 m.
2.3 ARCHEOLOGIE 2.3.1 BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Bijlage 7 toont de locaties van de bekende archeologische waarden en de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied. In het plan- en onderzoeksgebied zijn geen bekende waarden geregistreerd.
2.3.2 GEMEENTELIJKE VERWACHTINGSKAART Op de gemeentelijke verwachtingskaart (bijlage 5) ligt het plangebied in een zone met Waarde 4 (middelhoge/hoge verwachting).
2.3.3 EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK In de omgeving van het plangebied hebben eerder archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De onderzochte locaties zijn afgebeeld in bijlage 7.
13
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zuidersloot ong. te Weiteveen, gemeente Emmen, Drenthe
Zaakidentificatie 2449079100 betreft een archeologisch booronderzoek dat is uitgevoerd door RAAP Archeologisch Adviesbureau in 2014.6 Het onderzoek bevindt zich ongeveer 450 m ten noordoosten van het plangebied. Voor dit onderzoek zijn alleen de resultaten van deelgebied Weiteveen van belang. Op basis van het bureauonderzoek worden resten uit de Nieuwe Tijd verwacht. Uit het veldonderzoek is gebleken dat het zuidwestelijke deel van het gebied niet verveend is. Dit deel is ook het minst verstoord. De rest van het plangebied bestaat uit veenafgravingen en heeft als zodanig een dik verstoord pakket. In het zuidoosten zijn resten van bodemopbouw (podzol) aangetroffen. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geadviseerd om vervolgonderzoek in de vorm van een karterend booronderzoek uit de voeren in de delen van het plangebied waarin een intacte bodemvorming is aangetroffen. Verder zijn er twee bureauonderzoeken in het onderzoeksgebied uitgevoerd. Zaakidentificatie 4638728100 betreft een archeologisch bureauonderzoek dat is uitgevoerd door Sweco in 2018. Zaakidentificatie 4834731100 betreft een archeologisch bureauonderzoek dat is uitgevoerd door Sweco in 2020. De onderzoeken bevinden zich op respectievelijk 70 m ten noorden en 200 m ten zuiden van het plangebied.
2.4 HISTORIE
Op de eerste kadastrale kaart (circa 1832)7 is het plangebied en haar omgeving nog onbebouwd (zie onderstaande afbeelding). Het terrein is op de OAT (Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel) aangeduid als perceel. Even ten zuiden ligt een groot veengebied dat, getuige de vele parallel aan elkaar lopende slootjes, in ontginning is genomen. De latere Zuidersloot(weg) vormt de grens tussen veengebied en ontgonnen gebied.
6
Van Hoof 2014
7
bron: hisgis.nl 14
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zuidersloot ong. te Weiteveen, gemeente Emmen, Drenthe
Afbeelding 4. Uitsnede uit de eerste kadastrale kaart, circa 1832. De locatie van het plangebied is blauw omlijnd. lichtgroen: percelen, paars: heide Bron: hisgis.nl. Op de topografische kaart van 1908 (zie
Afbeelding 5) is het plangebied ontgonnen en in gebruik als woning met erf. Dit erf is rond 1929 verdwenen en rond 1935 wordt tegen de noordzijde van het plangebied een kanaal aangelegd (Afbeelding 6 en Afbeelding 7). Rond 1955 wordt de 15
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zuidersloot ong. te Weiteveen, gemeente Emmen, Drenthe
zusterweg aangelegd tegen de noordzijde van het plangebied en rond 1963 verschijnt bebouwing ten zuidoosten van het plangebied (Afbeelding 8 en Afbeelding 9). Rond 1975 wordt het kanaal ten noorden van het plangebied verlegd en rond 1988 wordt het gebied weer in gebruik genomen (als voetbalveld, Afbeelding 10 en Afbeelding 11).
Afbeelding 5. Uitsnede uit de topografische kaart van 1908. Bron: topotijdreis.nl.
16
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zuidersloot ong. te Weiteveen, gemeente Emmen, Drenthe
Afbeelding 6. Uitsnede uit de topografische kaart van 1929. Bron: topotijdreis.nl.
Afbeelding 7. Uitsnede uit de topografische kaart van 1935. Bron: topotijdreis.nl.
17
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zuidersloot ong. te Weiteveen, gemeente Emmen, Drenthe
Afbeelding 8. Uitsnede uit de topografische kaart van 1955. Bron: topotijdreis.nl.
Afbeelding 9. Uitsnede uit de topografische kaart van 1963. Bron: topotijdreis.nl.
18
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zuidersloot ong. te Weiteveen, gemeente Emmen, Drenthe
Afbeelding 10. Uitsnede uit de topografische kaart van 1975. Bron: topotijdreis.nl.
Afbeelding 11. Uitsnede uit de topografische kaart van 1988. Bron: topotijdreis.nl.
19
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zuidersloot ong. te Weiteveen, gemeente Emmen, Drenthe
3C
ONCLUSIE EN
VERWACHTINGSMODEL 3.1 CONCLUSIE Op basis van de inventarisatie kan het volgende geconcludeerd worden. Op de geomorfologische kaart is het plangebied niet gekarteerd. Tegen de noordzijde van het plangebied ligt een stroomrug ‘megaflute’ en ongeveer 60 m ten zuiden van het plangebied ligt een zone met plateau-achtige veenrest. Verder ligt ongeveer 40 m ten noordwesten van het plangebied een ontgonnen veenvlakte. Op de kadastrale kaart van 1832 is te zien dat het plangebied zich bevindt in een zone aangegeven met percelen. Dit betreft vaak recent ontgonnen veengebieden. Verder is op het AHN te zien dat het plangebied in een laagte ligt die overeenkomt met de ontgonnen veenvlakte op de geomorfologische kaart. Daarom kan worden aangenomen dat het plangebied ook op een ontgonnen veenvlakte ligt. Bodemkundig ligt het gebied in een zone met veengronden met een veenkoloniaal dek op zand zonder humuspodzol, beginnend ondieper dan 1,2 m. In de omgeving van het plangebied zijn geen archeologische resten bekend. In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als percelen. Rond 1908 is het plangebied ontgonnen en in gebruik als woning met erf. Dit erf is rond 1929 verdwenen en rond 1935 wordt tegen de noordzijde van het plangebied een kanaal aangelegd.
Rond 1975 wordt het kanaal ten noorden van het plangebied verlegd en rond 1988 wordt het gebied weer in gebruik genomen (als voetbalveld).
3.2 VERWACHTINGSMODEL Op basis van de ligging op of aan de voet van de Hondsrug geldt een middelhoge tot hoge verwachting voor de periode Paleolithicum – Vroeg Neolithicum. Deze resten liggen in de top van het aanwezige dekzand, waarin zich geen podzolbodem heeft ontwikkeld. Tussen 5500 en 3850 voor Chr. raakte het plangebied volledig met veen bedekt en vanaf dat moment is het gebied nagenoeg ongeschikt voor bewoning. Pas in de loop van de late Nieuwe Tijd (begin 19e eeuw) wordt het gebied in ontginning genomen en vanaf dat moment zijn weer resten te verwachten. Die kans op resten uit de Nieuwe Tijd wordt echter laag ingeschat: tot circa 1908 bleef het plangebied onbebouwd. De toen aanwezige bebouwing lag overwegend elders. Eventuele nederzettingen uit de steentijd hebben een omvang van 50 – 200 m2 (kleine variant) of 200 – 1000 m2 (middelgrote variant). Nederzettingen uit de
20
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zuidersloot ong. te Weiteveen, gemeente Emmen, Drenthe
periode Bronstijd – middeleeuwen hebben meestal een omvang tussen 500 – 2000 m2 (huisplaats) of meer dan 8000 m2 (dorp).8 Deze resten liggen in de top van het aanwezige dekzand, mogelijk dicht onder het maaiveld onder een bouwvoor of eventuele ophogingslaag. De natuurlijke bodem wordt hier gevormd door dekzand waarin zich geen podzol heeft ontwikkeld. Eventuele resten bestaan uit vuursteenstrooiingen (voornamelijk Neolithicum, in mindere mate Bronstijd en IJzertijd). Daarnaast kan (gefragmenteerd) aardewerk worden verwacht, evenals houtskool, verbrande huttenleem en natuursteen. Vanaf ongeveer de 17e eeuw is ook baksteen te verwachten (rurale gebieden; in bewoningskernen al eerder). Deze vondstcategorieën bevinden zich aan of in het pleistocene zand, direct onder een bouwvoor. Daarnaast kunnen grondsporen worden verwacht. Het gaat daarbij overwegend om paalkuilen, greppels en afvalkuilen en dergelijke. Deze bevinden zich in de top van de pleistocene ondergrond en kunnen zich tot op grote diepte uitstrekken.
3.3 ADVIES
Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek worden archeologische resten verwacht. We adviseren daarom vervolgonderzoek aan in de vorm van een verkennend booronderzoek. Hierbij worden verspreid over de toegankelijke delen van het plangebied in circa zes grondboringen gezet. De boringen hebben tot doel het archeologische verwachtingsmodel te toetsen en zo nodig aan te vullen. Met dit booronderzoek wordt de bodemopbouw in kaart gebracht. Aangezien de daadwerkelijke bodemopbouw in het plangebied niet precies bekend is, vormt een verkennend booronderzoek de aangewezen onderzoeksmethode. Op basis van de resultaten van dit onderzoek kunnen kansrijke delen worden geselecteerd voor eventueel vervolgonderzoek, terwijl delen met geen of weinig kansrijke delen van vervolgonderzoek kunnen worden uitgesloten.
8
bron: Tol e.a., 2006. 21
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zuidersloot ong. te Weiteveen, gemeente Emmen, Drenthe
4V
ELDONDERZOEK
4.1 BESCHRIJVING ONDERZOEKSMETHODIEK
Het veldonderzoek heeft tot doel om meer inzicht te verkrijgen in de fysische situatie in het plangebied. Het dient de in het plangebied aanwezige bodems, de mate van verstoring en de aanwezigheid van potentiële archeologische niveaus in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kan er voor het plangebied een gespecificeerd verwachtingsmodel worden opgesteld dat gedetailleerder en nauwkeuriger is dan een verwachtingsmodel dat louter gebaseerd is op bronnen en globalere bodem- en geomorfologische kaarten. Het hele plangebied was toegankelijk voor archeologisch booronderzoek. Voor aanvang van het veldonderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld9 en gedeponeerd in Archis3. Het veldonderzoek bestond uit het zetten van zes verkennende boringen. Verkennend booronderzoek is een snelle en kostenefficiënte onderzoeksmethode om de archeologische potentie van een plangebied in kaart te brengen. Aangezien de specifieke bodemopbouw in het plangebied niet bekend is, is verkennend onderzoek in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode. De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boorkernen zijn visueel geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren. De boringen zijn gemeten met GPS met een nauwkeurigheid van 3 m. Het bodemprofiel is beschreven volgens de norm NEN 5104 en ASB.
De NAPmaaiveldhoogtes van de boringen zijn ook ingemeten met de GPS. De profielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 9. De boorpuntenkaart met de posities van de boringen is opgenomen in bijlage 8.
4.2 RESULTATEN: LITHOLOGIE, LITHOGENESE EN BODEMONTWIKKELING
Het typerende bodemprofiel bestaat uit een verstoord pakket met een gemiddelde dikte van 98 cm. Deze ligt meestal onscherp begrensd op een C-horizont (dekzand). De minimale verstoringsdikte is 70 cm (boring 6); de maximale verstoringsdikte is 120 (boring 3). De samenstelling van het verstoorde pakket varieert. In het algemeen bestaat de top
9
E. Brouwer, 2022 22
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zuidersloot ong. te Weiteveen, gemeente Emmen, Drenthe
van het verstoorde pakket uit matig fijn, zwak siltig zand. Dit zand is iets humeus en heeft een overwegend bruingrijze kleur. Deze gaat over in een verstoord veenpakket met gele zandvlekken die overgaat in een verstoorde C-horizont. Deze bestaat uit matig fijn, zwak siltig zand met een (donker)gele kleur. In boring 2 en 6 is geen veenpakket aangetroffen. De bodemverstoringen zijn vermoedelijk ontstaan tijdens de veenontginningen. Op onderstaande afbeelding is een interpolatie weergegeven van de dikte van het verstoorde pakket in centimeters. De verstoringsdikte binnen het plangebied is te onderscheiden tussen pakketten van 70-85 cm en 110 – 120 cm.
Afbeelding 12. Dikte van het verstoorde pakket in centimeters (interpolatie) Een afwijkende bodemopbouw is waargenomen in boring 3. Daar is een (verstoord) veenpakket aangetroffen op 35-45 cm -mv en op 50-120 cm -mv. Dit tweede veenpakket wordt op een diepte van 120 cm -mv schoon en gaat dan scherp over in de C-horizont (dekzand). Dit is de enige intacte dekzandtop die in het plangebied is aangetroffen. De C-horizont ligt gemiddeld op een diepte van circa 1 m -mv (14,36 m -NAP). Het hoogste punt is aangetroffen in boring 6 (14,51 m +NAP); het laagste punt in boring 3 (14,06 m +NAP). De C-horizont bestaat overwegend uit matig siltig, zeer fijn zand. Dit zand is lichtgeel/beige van kleur. In de top komen roestvlekken voor. In een veen–op–dekzand gebied is het chemische milieu reductief, waardoor geen roestvlekken ontstaan. Dit wijst erop dat de roestvlekken moeten zijn ontstaan vóór aanvang van de veengroei, zodat hier vermoedelijk sprake was van een beekeerdgrond. Op onderstaande afbeelding is een interpolatie weergegeven van de diepte van de intacte dekzandtop in M+NAP. Hierbij is te zien dat bij boring 3 de top van het dekzand het diepst ligt.
23
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zuidersloot ong. te Weiteveen, gemeente Emmen, Drenthe
Afbeelding 13. Top van het intacte dekzand in m +NAP (interpolatie)
4.3 RESULTATEN ARCHEOLOGIE Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Opsporing hiervan vergt meer intensieve vormen van archeologisch veldonderzoek en was niet het doel van het hier uitgevoerde verkennende booronderzoek (zie paragraaf 1.6).
24
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zuidersloot ong. te Weiteveen, gemeente Emmen, Drenthe
5C
ONCLUSIE EN
VERWACHTING Er is sprake van een verstoord pakket van gemiddeld ongeveer 1 m dik. Hierin is ook het veenpakket opgenomen. Alleen in boring 3 is een (deels) intact veenpakket aangetroffen. Alleen van deze boring kan met zekerheid worden aangenomen dat de top van het dekzand intact is. Bij de andere boringen waarin een veendek is aangetroffen is de eerste 5-20 cm van de top van het dekzand verstoord. Bij de boringen waarin het veen niet is aangetroffen is dit slechter in te schatten. Ook hier kan worden aangenomen dat de top van het dekzand verstoord is. Omdat het oorspronkelijke bodemtype voordat het terrein met veen overgroeid raakte, zeer waarschijnlijk uit beekeerdgronden bestond was het terrein waarschijnlijk ongeschikt (te nat) voor bewoning. Dit maakt de kans op het vinden van archeologische resten uit de Prehistorie onwaarschijnlijk.
25
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zuidersloot ong. te Weiteveen, gemeente Emmen, Drenthe
6S
ELECTIEADVIES/-BESLUIT
Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans klein dat het plangebied archeologische sporen bevat, afgezien van zeer diepe grondsporen. Dergelijke sporen zijn meestal alleen door intensief (gravend) onderzoek op te sporen. Aangezien ondiepe grondsporen en het vondstenniveau hier grotendeels ontbreken, is een groot deel van de archeologische context niet meer aanwezig, waardoor het bovendien lastig is deze restsporen te duiden. In de praktijk wordt in een dergelijk geval afgezien van nader onderzoek. Om deze reden adviseren we geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven. We adviseren in het bestemmingsplan geen aanduiding omtrent archeologie op te nemen. Dit advies is overgenomen door de gemeente Emmen, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer O. Satijn. Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.
26
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zuidersloot ong. te Weiteveen, gemeente Emmen, Drenthe
literatuur
Berendsen, H.J.A., 2005 (1997). Landschappelijk Nederland. De fysisch geografische regio’s. Assen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land. Assen. Borsboom, A.J. en J.W.H.P. Verhagen, 2012. KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Gouda. Bosch, J.H.A.,2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van de Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Hoof, van B.I., 2014. Drie locaties nabij het Bargerveen, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend veldonderzoek. Weesp. Mulder, E.F.J. de., 2003. De ondergrond van Nederland. Groningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut Delft. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen en M. Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts en J. Bazelmans 2020. Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu. Amsterdam. Brouwer, E. , 2022. Plan van Aanpak ivo-verkennend Plangebied Zuidersloot ong., Weiteveen, Emmen. Almelo. Archeologische databases/internetbronnen ArchisIII www.boorstaten.nl www.topotijdreis.nl www.hisgis.nl www.grondwatertools.nl www.kadastralekaart.com
Gebruikte kaarten Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2), nauwkeurigheid Z-waarde <= 5 cm. Bron: www.ahn.nl. Geraadpleegd op 28-7-2022 Kaart waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen. Bron: www.zoeken.cultureelerfgoed.nl. Geraadpleegd op 28-7-2022 Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 28-7-2022 gemeentelijke verwachtingskaart. Bron: gemeente Emmen. Geraadpleegd op 28-72022 Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 28-7-2022
27
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zuidersloot ong. te Weiteveen, gemeente Emmen, Drenthe
Topografische kaart, schaal 1:10.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 14-72022
28
BIJLAGE 1AMZ-CYCLUS
29
BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN
30
BIJLAGE 3 GEOMORFOLOGISCHE KAART
geomkaart
31
BIJLAGE 4 ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND
AHNkaart
32
BIJLAGE 5 GEMEENTELIJKE ARCHEOLOGISCHE VERWACHTINGSKAART
gwk
33
BIJLAGE 6 BODEMKAART
bodem
34
BIJLAGE 7 WAARNEMINGEN, AMKTERREINEN EN ONDERZOEKSMELDINGEN
archis
35
BIJLAGE 8 BOORPUNTENKAART VELDONDERZOEK
36
BIJLAGE 9 BOORSTATEN VELDONDERZOEK Boring 1
RD-coördinaten: 263367/521763
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 15,36 0
0,25
0,5
15,11
14,86
25
zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, grijs/ bruin, zwak doorworteld, onscherpe ondergrens, bouwvoor
55
zand, matig fijn, zwak siltig, grijs/ geel/ bruin, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord
65
0,75
14,61 85
1
14,36
veen, zwak zandig, donkerbruin/ zwart, weinig houtresten, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord, gele zandvlekken
zand, zeer fijn, matig siltig, donkergeel, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord, 120 veenbrokken 100
zand, zeer fijn, matig siltig, lichtgeel, matig roesthoudend, onscherpe ondergrens, C-horizont, dekzand zand, zeer fijn, matig siltig, lichtgeel, C-horizont, dekzand
Boring 2
RD-coördinaten: 263309/521767
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 16,7 0 15
0,25
16,45
0,5
16,2
30
50 60
0,75
15,95 85
1
15,7 110
zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, grijs, onscherpe ondergrens, bouwvoor zand, matig fijn, zwak siltig, grijs/ geel, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, zeer fijn, zwak siltig, grijs/ geel/ bruin, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, zeer fijn, zwak siltig, grijs/ geel/ bruin, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord, veenbrokken zand, zeer fijn, matig siltig, grijs/ geel, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord, veenbrokken zand, zeer fijn, matig siltig, lichtgeel/ geel, sterk roesthoudend, C-horizont, dekzand
37
Boring 3
RD-coördinaten: 263280/521740
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 15,36 0
0,25
15,11
30 35 45
0,5
0,75
14,86
14,61 85 90
1
1,25
1,5
14,36
14,11
zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, lichtgrijs/ bruin, onscherpe ondergrens, bouwvoor zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs/ bruin, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord veen, zwak zandig, donkerbruin/ zwart, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord, zandbrokken
zand, zeer fijn, matig siltig, grijs/ geel, weinig houtresten, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord, 120 veenbrokken 130 135
gevlekt/ verstoord, hout veen, zwak zandig, donkerbruin/ zwart, gevlekt/ verstoord, zandvlekken
13,86 160
veen onbepaald, donkerbruin/ zwart, weinig houtresten, scherpe ondergrens
Boring 4
RD-coördinaten: 263340/521737
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 15,53 0
20
0,25
15,28
0,5
15,03
zand, matig fijn, zwak siltig, grijs/ geel/ bruin, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord 60 65
0,75
1
14,78
14,53
zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs/ bruin, onscherpe ondergrens, bouwvoor
zand, zeer fijn, matig siltig, lichtgeel, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord
veen onbepaald, donkerbruin/ zwart, weinig plantenresten, onscherpe ondergrens, 100 gevlekt/ verstoord, zandbrokken 110
1,25
14,28 140
zand, zeer fijn, matig siltig, geel, onscherpe ondergrens, C-horizont, gevlekt/ verstoord, veenbrokken zand, zeer fijn, matig siltig, lichtgeel, zwak roesthoudend, C-horizont, dekzand
zand, zeer fijn, matig siltig, donkergeel, onscherpe ondergrens, C-horizont, dekzand zand, uiterst fijn, matig siltig, grijs, C-horizont, kez of fpg
38
Boring 5
RD-coördinaten: 263367/521713
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 15,32 0
20
0,25
0,5
0,75
1
15,07
14,82
30
50
14,57
14,32 110 115
1,25
14,07 140
zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, grijs/ bruin, scherpe ondergrens, bouwvoor zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord veen, zwak zandig, donkerbruin/ zwart, weinig plantenresten, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord, zandbrokken veen onbepaald, donkerbruin/ zwart, matig plantenresten, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord, zandbrokken zand, zeer fijn, matig siltig, lichtgrijs/ geel, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord, veenbrokken
Boring 6
RD-coördinaten: 263306/521715
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 15,21 0
20
0,25
0,5
14,96
14,71
zand, matig fijn, zwak siltig, geel, opgebracht
50
70
0,75
14,46
1
14,21
zand, matig fijn, zwak siltig, grijs/ bruin, scherpe ondergrens, bouwvoor
100
zand, zeer fijn, zwak siltig, grijs/ geel/ bruin, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord, veenbrokken en kleibrokken met roest zand, zeer fijn, zwak siltig geel, matig roesthoudend, onscherpe ondergrens, C-horizont, dekzand
zand, zeer fijn, matig siltig lichtgrijs/ geel, C-horizont, kez of 120 fpg
zand, zeer fijn, matig siltig, lichtgrijs/ geel, C-horizont, dekzand
39
AERIUS-Berekening
Lr. Biewengaweg, Weiteveen
November 2023
Status: Definitief
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
1
AERIUS-BEREKENING LR. BIEWENGAWEG, WEITEVEEN
Status: Datum: Projectnummer: Versienummer:
Definitief November 2023 2022-361 4
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
2
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1
INLEIDING .................................................................................. 4
HOOFDSTUK 2
VOORGENOMEN ONTWIKKELING ..................................................... 5
HOOFSTUK 3 UITGANGSPUNTEN ............................................................................. 6 3.1 3.2 3.3 3.4
Algemeen ............................................................................................................................................... 6 Aanlegfase ............................................................................................................................................. 6 Gebruiksfase .......................................................................................................................................... 8 Intern Salderen .................................................................................................................................... 10
HOOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3
RESULTATEN & CONCLUSIE ...........................................................13
Aanlegfase ........................................................................................................................................... 13 Gebruiksfase ........................................................................................................................................ 13 Conclusie.............................................................................................................................................. 13
BIJLAGEN BIJ DE STIKSTOFBEREKENING .....................................................................14 Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
Rekenresultaten aanlegfase........................................................................................................ 14 Rekenresultaten gebruiksfase..................................................................................................... 15 Rekenresultaten salderingsberekening aanlegfase .................................................................... 16 Rekenresultaten salderingsberekening gebruiksfase ................................................................. 17
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
3
AERIUS-Berekening Ir. Biewengaweg Definitief
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
Voorliggende AERIUS-berekening heeft betrekking op een onbebouwd perceel gelegen aan de ir. Biewengaweg te Weiteveen. Drie jaar geleden heeft de wijkvereniging Weiteveen contact gezocht met de gemeente om te praten over een mogelijke uitbreiding van de woningvoorraad. Weiteveen kent een hoog percentage eigenwoning bezit. Veel woningen zijn gebouwd in de jaren 70 en 80 op ruime kavels. Het merendeel van de bewoners is tussen de 60 en 80 jaar en een aantal wil kleiner wonen. Het aanbod is nu beperkt en bewoners wijken uit naar omliggende dorpen. Ook voor starters is weinig aanbod van betaalbare woningen. De gemeente staat open voor het toevoegen van woningen voor starters en senioren op een van de ongebruikte voetbalvelden (C-veld). In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied (rode ster) ten opzichte van de directe omgeving (rode omkadering) weergegeven worden.
Afbeelding 1.1
Ligging plangebied (Bron: OpenStreetMap)
In het kader van het voornemen is inzicht in de te verwachten effecten van stikstof op nabijgelegen Natura 2000-gebieden nodig. BJZ.nu is gevraagd om de te verwachten stikstofemissie als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling en de eventuele gevolgen daarvan inzichtelijk te maken. De stikstofberekening is uitgevoerd met behulp van de voorgeschreven rekentool AERIUS Calculator 2023. In voorliggend rapport wordt een toelichting op de AERIUS berekening gegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
4
AERIUS-Berekening Ir. Biewengaweg Definitief
HOOFDSTUK 2
VOORGENOMEN ONTWIKKELING
Het voornemen betreft de realisatie van 20 woningen op het C-veld. Het betreffen acht twee-onder-één-kap woningen en 12 tussen/hoekwoningen. Alle woningen worden gasloos gerealiseerd. In afbeelding 2.1 is het concept stedenbouwkundigplan weergegeven.
Afbeelding 2.1
Concept stedenbouwkundigplan (bron: gemeente Emmen)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5
AERIUS-Berekening Ir. Biewengaweg Definitief
HOOFSTUK 3 UITGANGSPUNTEN 3.1
Algemeen
Het plangebied bevindt zich op circa 112 meter van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ‘Bargerveen’. Om de stikstofdepositie van het voornemen op Natura 2000-gebieden te bepalen zijn twee berekeningen gemaakt, namelijk: een berekening van de stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase en als gevolg van de gebruiksfase. Hieronder worden de uitgangspunten per fase toegelicht.
3.2
Aanlegfase
Binnen de aanlegfase is er in onderhavige situatie enkel sprake van bouwactiviteiten die bijdragen aan de emissie van stikstof. Bouwactiviteiten zijn onder te verdelen in twee categorieën: • •
Verkeer van en naar het plangebied en het verkeer in het plangebied; Emissies mobiele werktuigen.
In de rest van deze paragraaf worden de bovenstaande bronnen nader toegelicht. 3.2.1
Verkeersgeneratie
De realisatie van het voornemen heeft een tijdelijke toename van vervoersbewegingen tot gevolg, namelijk door de komst van het personeel (bouwvakkers en aannemers) en de aan- en afvoer van bouwmateriaal en bouwafval. Dit heeft tijdelijke stikstofuitstoot tot gevolg. Op basis van de vorenstaande uitgangspunten is tijdens de aanlegfase van de voorgenomen ontwikkeling sprake van de volgende verkeersgeneratie: Type verkeer Licht verkeer Middelzwaar verkeer Zwaar verkeer
Aantal voertuigen 600 74 548
Aantal verkeersbewegingen (aantal voertuigen x2) 1.200 148 1.096
De vorenstaande gegevens zijn gebaseerd op ervaringscijfer van BJZ.nu 1. In voorliggend geval wordt er, gezien de ligging van het plangebied, vanuit gegaan dat het bouwverkeer de locatie bereikt en verlaat via de ir. Biewengaweg in westelijke richting. Wanneer het bouwverkeer de Wethouder G.H. Scherpenlaan oprijdt, komt het samen met het overige wegverkeer. Na circa 200 meter is het rij- en stopgedrag van het bouwverkeer niet meer te onderscheiden van het overige wegverkeer en gaat op in het heersende verkeersbeeld.
1 De ervaringscijfers zijn gebaseerd op basis van input geleverd door verschillende projectontwikkelaars, vastgoed- sloop en bouwpartijen.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
6
AERIUS-Berekening Ir. Biewengaweg Definitief 3.2.2
Emissie mobiele werktuigen
Tijdens de realisatie van het voornemen worden er werktuigen ingezet. Deze werktuigen stoten stikstof uit en dienen om deze reden in ogenschouw genomen te worden. Voor het berekenen van de emissie is de volgende formule aangehouden: LBPJ =0.095* Pmax +0.54*D LBPJ staat in de bovengenoemde formule voor literverbruik per jaar. Pmax is het maximale vermogen van het werktuig en D staat voor het aantal draaiuren. Daarnaast is er rekening gehouden met het gebruik van Ad-Blue. Ligterink et al 20212 constateert dat voor Stage IV en V werktuigen dit 6% van het totale dieselverbruik bedraagt. In de onderstaande tabel zijn de gegevens zoals ingevoerd in de AERIUS-Calculator weergegeven. Categorie
Graafmachine Shovel Heistelling Hijskraan (totaal) Trilplaat/stamper Shovel Graafmachine
Aantal Max. vermogen uren totaal (kW) Bouwfase 158 100 24 100 18 250 150 160 Afbouwfase 4 10 8 60 8 60
Dieselverbruik totaal
Aantal liter Ad-Blue
1.587 240,96 437,22 2361
95 14,4576 26,2332 141,66
5,96 27,12 27,12
-1,6272 1,6272
In de berekening is in totaal rekening gehouden met een NOx emissie van 18,5 kg/jr en een NH3 emissie van kleiner dan 0,8 kg/jr. De werktuigen zijn als oppervlakte bron in de AERIUS-calculator ingevoerd. 3.2.4
Resultaten
Uit de rekenresultaten blijkt dat er in de aanlegfase sprake is van een depositie van 0,11 mol/ha/jr. In afbeelding 3.1 zijn de resultaten weergegeven. In bijlage 1 zijn de rekenresultaten toegevoegd.
Afbeelding 3.1
Resultaten aanlegfase (Bron: AERIUS-calculator)
2 Ligterink et al., 2021. ‘AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen’.
TNO_2021_R12305
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
7
AERIUS-Berekening Ir. Biewengaweg Definitief
3.3
Gebruiksfase
In de gebruiksfase wordt inzicht gegeven in de te verwachten NOx en NH3 emissie. Om dit te bepalen zijn alle mogelijke emitterende bronnen geanalyseerd. In voorliggend geval betreft dit de onderstaande bronnen: • •
Gasverbruik nieuwe woningen; Verkeersgeneratie.
De twee bovenstaande emitterende bronnen worden in deze paragraaf nader onderzocht en toegelicht. 3.3.1
Gasverbruik nieuwe woningen
Het voornemen wordt gasloos gerealiseerd. Dat wil zeggen dat het gebouw niet op het gasnet worden aangesloten. Gelet op het vorenstaande zijn de woningen dan ook niet als opzichzelfstaande puntbron in de AERIUS-calculator ingevoerd. 3.3.3
Verkeersgeneratie
Het te realiseren voornemen brengt een bepaald aantal verkeersbewegingen met zich mee. Het aantal verkeersbewegingen heeft invloed op de AERIUS-berekening en dient in ogenschouw worden genomen. Om het aantal verkeersbewegingen te bepalen is gebruik gemaakt van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van CROW. De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd: • •
Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk / gemeente Emmen (Bron: CBS Statline) Stedelijke zone: rest bebouwde kom
In de CROW publicatie is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet met een minimum en een maximaal aantal verkeersbewegingen. In voorliggend geval is uitgegaan van het gemiddelde. In het kader van een worstcase scenario is voor elke woning uitgegaan van koopwoningen. Op basis van de vorenstaande uitgangspunten ontstaat er aangaande de verkeersgeneratie het volgende beeld: Functie Koop, huis, vrijstaand Koop, huis, tussen/hoek Koop, huis, twee-onder-één-kap Totaal
Verkeersgeneratie 8,2 7,4 7,8
Aantal te realiseren woningen 3 14 4
Totale verkeersgeneratie 24,6 88,8 62,4 175,8
De totale verkeersgeneratie voor de te realiseren woningen komt neer op afgerond 176 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Naast de hierboven genoemde verkeersbewegingen dient er tevens rekening gehouden te worden met vrachtverkeer. In de CROW publicatie in tabel A6 wordt gesteld dat per woning 0,02 vrachtbewegingen per etmaal plaatsvinden. In voorliggend geval is er dus sprake van 0,42 verkeersbewegingen van vrachtverkeer. In de AERIUS-calculator zijn deze bewegingen als zwaar verkeer gemodelleerd. In voorliggend geval wordt er, gezien de ligging van het plangebied, vanuit gegaan dat het gebruiksverkeer de woonzorglocatie bereikt en verlaat via één route. Deze route verloopt via de ir. Biewengaweg in westelijke richting. Wanneer het verkeer de Wethouder G.H. Scherpenlaan oprijdt, komt het samen met het overige wegverkeer. Na circa 200 meter is het rij- en stopgedrag van het gebruiksverkeer niet meer te onderscheiden van het overige wegverkeer en gaat op in het heersende verkeersbeeld.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
8
AERIUS-Berekening Ir. Biewengaweg Definitief 3.3.4
Resultaten
Uit de rekenresultaten blijkt dat er in de gebruiksfase sprake is van een depositie van 0,09 mol/ha/jr. In afbeelding 3.2 zijn de resultaten weergegeven. In bijlage 2 zijn de rekenresultaten toegevoegd.
Afbeelding 3.2
Resultaten gebruiksfase (Bron: AERIUS-calculator)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
9
AERIUS-Berekening Ir. Biewengaweg Definitief
3.4
Intern Salderen
Uit de resultaten van de aanlegfase en de gebruiksfase blijkt dat er sprake is van een depositie van 0,2 mol/ha/jr. Wanneer dit het geval is, dient te worden vastgesteld of intern salderen tot de mogelijkheden behoort. Intern salderen is mogelijk wanneer de activiteiten reeds voor de referentiedatum van het Natura 2000-gebied ‘Bargerveen’ aanwezig zijn. Deze datum is vastgesteld op 10 juni 1994. Het plangebied (0,85 ha) wordt momenteel gebruikt als voetbalveld voor de lokale voetbalvereniging s.v. Weiteveense Boys. Deze voetbalvereniging is opgericht in 1946 en bevind zich in ieder geval sinds 1975 een sportveld. Uit de resultaten van de gebruiksfase blijkt dat er sprake is van een depositie van 0,02 mol/ha/j. Wanneer dit het geval is, dient te worden vastgesteld of intern salderen tot de mogelijkheden behoort. Intern salderen behoort tot de mogelijkheid wanneer de activiteiten reeds voor de referentiedatum van het oudste Natura 2000-gebied werden geëxploiteerd. Dit is dan ook de geldende referentiedatum. 3.4.1
Bemesting sportveld
Een sportveld valt volgens de Rijksdienst voor ondernemend Nederland onder overige grond. In de tabel voor overige grond wordt voor sportvelden geen maximum aan bemesting (zowel kust alsook dierlijk) gegeven. De benodigde stikstof verschilt per grassoort. Grasvelden bestaan vaak uit Engels raaigras, Veldbeemd en straatgras. Voor elk van dit type gras geldt een andere N-behoefte per jaar. In de onderstaande tabel is dit per grassoort weergegeven: Grassoort Engels raaigras Veldbeemd Straatgras
N-behoefte per jaar (kg/jr) 120 – 320 100 – 240 170 – 320
Gemiddelde N-bemesting per jaar (kg/ha) 130 – 200 125 – 175 175 – 250
In de berekening is uitgegaan van de bemiddelde N-bemesting per jaar (kg/ha) van alle drie de grassoorten te samen. Dit resulteert in een gemiddelde N-bemesting per jaar (kg/ha) van 175. Niet alle toegediende stikstof zal emitteren. Dit is namelijk afhankelijk van de totale hoeveelheid ammoniakale stof (TAN), die in de mest aanwezig is. Het TAN-percentage voor drijfmest van graasdieren bedraagt 48% van het totale aangebracht kg N.3 Andere soorten drijfmest, bijvoorbeeld van staldieren, hebben een hogere TANpercentage (53%). In voorliggend geval wordt worst-case van een percentage van 48% uitgegaan. Tevens is de emissiefactor relevant. De ammoniakemissie ten aanzien van de bemesting is afhankelijk van de manier waarop de mest aan de bodem wordt toegediend. Elke toedieningstechniek heeft namelijk zijn eigen emissiefactor. Voor mesttoediening op grasland met een zodenbemester is een emissiefactor van 17% van de ammoniakale stikstof (TAN) vastgesteld.4 Overige manieren van mesttoediening kennen een hogere emissiefactor, zodat in voorliggend geval sprake is van een behoudend uitgangspunt. Voor de hoeveelheid NH 3 emissie van de kunstmest is een emissiefactor van 0,025 gehanteerd.5 Om de berekende NH3-N emissie van zowel de dierlijke mest als kunstmest om te rekenen naar NH3 emissie is een rekenfactor van 17/14 gehanteerd.6
3
Van Dijk ea, ‘Rekenregels van de KringloopWijzer 2020 – Achtergronden van BEX, BEA, BEN, BEP en BEC: actualisatie van de 2019-versie’
(Rapport WPR-1023), november 2020. Zie voor het percentage tabel 1.2 op pagina 14. 4
Van Bruggen ea ‘Emissies naar lucht uit de landbouw berekend met NEMA voor 1990-2019’, april 2021. Zie voor de emissiefactoren voor grasland o.a. tabel 2.7 uit dit rapport. 5
Idem, zie voor de emissiefactoren voor kunstmest o.a. tabel 3.1 uit dit rapport.
6
G.L. Velthof ea, ‘Methodiek voor berekening van ammoniakemissie uit de landbouw in Nederland’, maart 2009, pagina 51.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
10
AERIUS-Berekening Ir. Biewengaweg Definitief In de hierna volgende tabel wordt aan de hand van de eerder genoemde uitgangspunten de emissie voor de dierlijke mest en de kunstmest per deelgebied berekend.7 Dierlijk mest in kg N/ha/jr 175
TAN
Emissiefactor
Omrekenfactor
0,48
0,17
17/14
NH3 emissie dierlijk mest per hectare 17,34
Perceel oppervlakte in ha 1,2
Emissie NH3 in kg 20,80
Voor de bemesting zijn de default-waarden vanuit AERIUS gebruikt. 3.4.2
Verkeersgeneratie
Wanneer een geheel sportcomplex wordt verwijderd zal tevens de verkeersgeneratie bij het intern salderen meegewogen kunnen worden. Omdat in voorliggende situatie enkel sprake is een omzetting van één sportveld is de verkeersgeneratie lastig te bepalen. Om deze reden is salderen met de verkeersgeneratie achterwege gelaten. 3.4.3
Resultaten Salderingsberekening aanlegfase
Uit de salderingsberekening aangaande de aanlegfase blijkt dat er sprake is van een afname van 1,35 mol/ha/jr. Dit betreft het habitattype Herstellende hoogvenen, actief hoogveen (H7120ah). In afbeelding 3.3 zijn de resultaten weergegeven. In bijlage 3 zijn de rekenresultaten weergegeven.
Afbeelding 3.3
3.4.4
Resultaten salderingsberekening aanlegfase (Bron: AERIUS-calculator)
Resultaten Salderingsberekening gebruiksfase
Uit de salderingsberekening aangaande de gebruiksfase blijkt dat er sprake is van een afname van 1,39 mol/ha/jr. Dit betreft het habitattype Herstellende hoogvenen, actief hoogveen (H7120ah). In afbeelding 3.4 zijn de resultaten weergegeven. In bijlage 4 zijn de rekenresultaten weergegeven.
7
De formule om ammoniakemissie te berekenen komt uit Van Dijk ea, ‘Rekenregels van de KringloopWijzer 2020 – Achtergronden van BEX, BEA, BEN, BEP en BEC: actualisatie van de 2019-versie’ (Rapport WPR-1023), november 2020, pagina 56.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
11
AERIUS-Berekening Ir. Biewengaweg Definitief
Afbeelding 3.4
Resultaten salderingsberekening aanlegfase (Bron: AERIUS-calculator)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
12
AERIUS-Berekening Ir. Biewengaweg Definitief
HOOFDSTUK 4 4.1
RESULTATEN & CONCLUSIE
Aanlegfase
Uit de salderingsberekening aangaande de aanlegfase blijkt dat er sprake is van een afname van 1,35 mol/ha/jr. Dit betreft het habitattype Herstellende hoogvenen, actief hoogveen (H7120ah). In afbeelding 3.3 zijn de resultaten weergegeven. In bijlage 3 zijn de rekenresultaten weergegeven. Mogelijk significant negatieve effecten op het Natura 2000-gebied Bargerveen zijn hiermee uitgesloten.
4.2
Gebruiksfase
Uit de salderingsberekening aangaande de gebruiksfase blijkt dat er sprake is van een afname van 1,39 mol/ha/jr. Dit betreft het habitattype Herstellende hoogvenen, actief hoogveen (H7120ah). In afbeelding 3.4 zijn de resultaten weergegeven. In bijlage 4 zijn de rekenresultaten weergegeven. Mogelijk significant negatieve effecten op het Natura 2000-gebied Bargerveen zijn hiermee uitgesloten.
4.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase er geen is sprake van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Mogelijk significant negatieve effecten op het Natura 2000-gebied Bargerveen zijn op basis van deze AERIUS-berekening uit te sluiten. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming niet vergunningplichtig..
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
13
AERIUS-Berekening Ir. Biewengaweg Definitief
BIJLAGEN BIJ DE STIKSTOFBEREKENING Bijlage 1
Rekenresultaten aanlegfase
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
14
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
bjz.nu , Weiteveen Weiteveen, Ir Biewengaweg Aanlegfase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RzzwtPm3N1RS 20 november 2023, 10:11 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Aanlegfase - Beoogd Aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RzzwtPm3N1RS (20 november 2023)
2024
0,11 mol/ha/j 116,33 ha 0,00 ha 0,11 mol/ha/j 0,00 mol/ha/j
1,2 kg/j
6400260
29,8 kg/j
Bargerveen
2/7
Projectberekening
Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 3
Wonen en Werken | Woningen | Projectgebied Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Emissie mobiele werktuigen Verkeersnetwerk
RzzwtPm3N1RS (20 november 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
1,1 kg/j 61,7 g/j
26,7 kg/j 3,0 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RzzwtPm3N1RS (20 november 2023)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
116,33
Per gebied
Berekend (ha gekarteerd)
Bargerveen (33)
116,33
RzzwtPm3N1RS (20 november 2023)
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)