Bijlage 3: Onderzoeksrapport afvalinzamelingsbeleid Coevorden 20220208
Tekst van het document
leesbare uitleg. Een verbeterpunt voor de informatiepagina is dat er op de hoofdpagina niet direct verwezen wordt naar contactgegevens en/of de Area website. Informatie website Area Ook deze website is goed vindbaar via de zoekmachines, en via de website van de gemeente. Op de hoofdpagina van Area staan (te) veel opties waar inwoners uit kunnen kiezen. Dat kan verwarrend zijn voor inwoners. Er is geen apart menu voor inwoners uit een van de drie gemeenten, waar bijvoorbeeld alle voor Coevorden specifieke informatie direct onder elkaar staat (o.a. de milieustraten, milieupas). Contactgegevens staan wel goed vermeld op de pagina, en de pagina’s voor inwoners zijn duidelijk leesbaar.
3.2.4 Cijfer uitvoering afvalbeleid Het gemiddelde cijfer dat respondenten de huidige afvalinzameling geven is een 7,0 (zie figuur 4). De modus, het vaakst genoemde cijfer, is een 8. De mediaan, het ‘middelste’ getal van de cijfers die respondenten hebben gegeven voor de afvalinzameling, is een 7. In totaal geeft 85% van de respondenten de afvalinzameling een voldoende, tegenover 15% van de respondenten die hiervoor een onvoldoende geeft (een 5 of lager).
Figuur 4: Cijfer respondenten voor de huidige afvalinzameling.
Vergeleken met een paar vergelijkbare gemeenten (stedelijkheidsklasse ‘weinig stedelijk’ en ‘niet stedelijk’) is het cijfer dat respondenten geven voor de afvalinzameling in Coevorden lager (zie tabel 1 op de volgende pagina). Desondanks is het gemiddelde cijfer dat respondenten geven een duidelijke voldoende.
pagina 27
Gemeente 19
Hardenberg Heerde20 Dinkelland21 Borger-Odoorn22 Coevorden Tabel 1:
Inwonersaantal (2020)
Stedelijkheidsklasse
Cijfer afvalinzameling
60,900 18.600 26.500 25.600 35.300
Weinig stedelijk Weinig stedelijk Niet stedelijk Niet stedelijk Niet stedelijk
7,6 (2018) 7,6 (2020) 7,5 (2020) 7,4 (2020) 7,0 (2021)
Cijfers van inwoners voor afvalinzameling in verschillende gemeenten.
3.2.5 Verbeterpunten afvalbeleid volgens respondenten Respondenten is gevraagd aan te geven welke verbeterpunten zij nog zien aan het afvalbeleid. De antwoorden die veel terugkwamen in de open antwoorden van respondenten zijn de volgende (in willekeurige volgorde): ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
GFT in zomermaanden vaker ophalen; De wens dat oud papier wordt opgehaald; Hogere inzamelfrequentie gewenst voor restafval, bij voorkeur twee keer per maand en vooral in de zomermaanden; Het invoeren van een aparte luiercontainer; Beter toezicht op het scheiden van afval door inwoners; Milieustraat toegankelijker maken/langer openen, bijvoorbeeld door ruimere openingstijden; Betere communicatie, o.a. over hoe afval (beter) te scheiden.
Hieronder een aantal quotes die respondenten als verbeterpunten noemden en bij de genoemde categorieën horen: GFT ‘’Ik zou het fijn vinden als de groente container in de zomermaanden vaker geleegd wordt dan in de winter. In de zomer heb ik hem altijd helemaal vol, in de winter zit er bijna niks in.’’ Oud papier ‘’Ook oud papier afhalen en een container bij huis voor het oud papier.’’ Restafval “Restafval vaker ophalen, plastic kan minder vaak.” ‘’Dat de restafval container vaker geleegd wordt. Deze zit altijd helemaal vol en in de zomer, stinkt deze enorm.’’ Luiercontainer ‘’Restafval vaker legen, met luiers van 2 kinderen is 1x per maand echt te weinig, zeker met warme dagen stinkt die container vreselijk! Er wordt geen goed alternatief hiervoor geboden door de gemeente.’’
19 Gemeente Hardenberg, Evaluatie afval en grondstoffen, februari 2020. 20
Integron, Rapportage Bewonersonderzoek 2020 Heerde, oktober 2020.
21 Integron, Rapportage Bewonersonderzoek 2020 Dinkelland, oktober 2020. 22 Gemeente Borger-Odoorn, Resultaten bewonersonderzoek afvalscheiding, januari 2021.
pagina 28
Luiercontainer ‘’Dat je ook een aparte bak krijgt voor luiers.’’ Toezicht afvalscheiding ‘’Wij doen juist wel aan afvalscheiding. We betalen de gemeente genoeg, ik zou het belachelijk vinden als wij nog extra moeten betalen. We zijn dan wel met meer mensen maar wij doen wel aan afvalscheiding, dan dient daar maar strengere toezicht en boetes op.’’ Toegankelijkheid milieustraat ‘’De milieustraat langer openen. Het is zeer uit de tijd dat deze al om 12:00 sluit. Doordeweek is hij laat open en vroeg dicht. Voor en na het werk kan niet. Op zaterdag is hij laat open (9:00) en belachelijk vroeg dicht (al om 12:00). Hierdoor kan een werkende burger met sport op zaterdagochtend nimmer de milieustraat aandoen. Dat hebben andere gemeenten veel beter voor elkaar. Coevorden loopt hier echt zeer achter.’’ ‘’Openingstijden milieustraat uitbreiden. Ik vind het niet meer van deze tijd dat dit op zaterdagochtend alleen geopend is. Je moet altijd haasten als je met een grote klus bezig bent om het op tijd naar de stort te brengen.’’ Communicatie ‘’Beter communiceren hoe je afval moet scheiden.’’ ‘’Communicatie en informatie. Wat moet/mag in welke container…kan helpen afval beter te scheiden.’’ Citaten respondenten enquête afvalbeleid
In bijlage 7 staat de respons op de enquête beschreven evenals de achtergrondgegevens van respondenten. In bijlage 8 zijn alle inhoudelijke resultaten van de enquête opgenomen. De onderzoekers hebben aanvullende analyses uitgevoerd op de gegeven antwoorden van respondenten. Daarbij zijn de antwoorden van respondenten uitgesplitst op woonplaats en leeftijd. De resultaten van deze aanvullende analyses zijn te vinden in bijlagen 9 en 10.
3.3 Analyse en bevindingen De gemeente heeft een duidelijke dienstverleningsovereenkomst, waarin duidelijk is vastgelegd wat van Area en van de gemeente mag worden verwacht. Op basis van een raamovereenkomst sluiten gemeente en Area jaarlijks een productovereenkomst af. De productovereenkomst bestaat uit de inhoudelijke productovereenkomst en de financiële bijlage. Deze overeenkomsten zijn duidelijk in structuur. De productenovereenkomst biedt goed inzicht in de onderlinge taakverdeling van Area en de gemeente. De overeenkomst biedt inzicht in de verschillende diensten die Area uitvoert. In de financiële bijlage staan de vergoedingen en tarieven op een gebruikelijke en duidelijke wijze gespecificeerd. pagina 29
De uitvoering van het afvalbeleid verloopt voor zover onderzoekers daar zicht op hebben goed en volgens het beleid en de overeenkomst. Een aandachtspunt is dat Area zichzelf als uitvoeringsorganisatie ziet, en dat de eerdere beleidsontwikkeling die zij deed tussen wal en schip is gevallen. Een ander aandachtspunt is de controle vanuit de gemeente op de uitvoering door Area. Hier heeft de gemeente, bijvoorbeeld als het gaat om de milieustraat en niet-afvalproducten, nog beperkt zicht op. De enquête laat zien dat respondenten over het algemeen tevreden zijn over de dienstverlening van het afval. Het gemiddelde cijfer voor de uitvoering van het afvalbeleid is een 7. Dat is een duidelijke voldoende. Een onderdeel dat er in negatieve zin uitspringt, is de tevredenheid met de dienstverlening ten aanzien van restafval en dan met name de frequentie waarmee restafval wordt opgehaald. Dit laat zich verklaren doordat de gemeente juist maatregelen heeft genomen om de hoeveelheid restafval te beperken, zoals de frequentieverlaging en het invoeren van de PMDbakken. Deze maatregelen ervaren respondenten mogelijk als onprettig, maar hebben wel ‘zin’ kijkend naar de effecten van deze maatregelen op de hoeveelheid restafval. Over de communicatie vanuit de gemeente ten aanzien van afvalbeheer zijn respondenten verdeeld.
Ongeveer de helft van de respondenten geeft op stellingen hierover een neutraal antwoord, weet het niet of geeft geen antwoord. Dit duidt er mogelijk op dat respondenten niet (goed) bekend zijn met communicatie over afval en mogelijkheden om hun wensen en ideeën hierover kenbaar te maken. Tot slot heeft de raad als doel gesteld om in 2020 het serviceniveau van het gescheiden aanbieden van afval te vergroten ten opzichte van het ongescheiden aanbieden van restafval.23 In de routekaart beschrijft het college meerdere manieren waarmee de gemeente haar dienstverlening voor inwoners ten aanzien van het gescheiden aanbieden van afval heeft vergroot, namelijk het invoeren van een PMD-container, het plaatsen van mini sorteerstraten bij supermarkten het verhogen van de frequentie voor de inzameling van PMD. Daarmee heeft het college het zichzelf gestelde doel bereikt en het serviceniveau van het gescheiden aanbieden van afval vergroot. Samengevat zijn de bevindingen als volgt: Bevindingen ▪ De structuur van aandeelhoudersovereenkomst, raamovereenkomst en productenovereenkomst met financiële bijlage is gebruikelijk en logisch. ▪ De productenovereenkomst is goed uitgewerkt. Daarin is duidelijk geregeld wat van Area en van de gemeente verwacht mag worden. De financiële bijlage biedt inzicht in de vergoedingen. Er is sprake van een gebruikelijke vergoedingenstructuur.
▪ Controle op uitvoering door Area is aandachtspunt (milieustraat, niet-afvalproducten zoals vegen/kolken). Een ander aandachtspunt is dat Area zichzelf als uitvoeringsorganisatie ziet en afvalbeleidsontwikkeling tussen wal en schip is gevallen. ▪ Over het algemeen zijn respondenten tevreden over de uitvoering van het afvalbeleid (gemiddeld cijfer van een 7), al ligt deze score lager dan in vergelijkbare gemeenten. Respondenten zijn minder tevreden over de restafvalinzameling en specifiek over de frequentie van de restafvalinzameling.
23 Gemeente Coevorden, Beleidsnotitie Van Afval naar Grondstof in 2020, 13 december 2016.
pagina 30
▪ Uit de enquête komt het beeld naar voren dat respondenten niet goed weten/neutraal zijn over de communicatie door de gemeente over het afvalbeleid en in hoeverre zij hierin worden meegenomen. ▪ De raad heeft in 2016 als doel gesteld om het serviceniveau van het gescheiden aanbieden van afval te vergroten. Dit doel heeft het college bereikt door maatregelen als het invoeren van de PMD-container, de frequentiewijziging en het plaatsen van mini sorteerstraten.
pagina 31
4.
Milieu
Dit hoofdstuk gaat in op de volgende onderzoeksvragen: ▪ Wat zijn de milieuprestaties van de gemeente Coevorden (hoeveelheid restafval en afvalscheiding) en hoe verhoudt zich dat tot de landelijke doelstellingen en de prestaties van andere met Coevorden vergelijkbare gemeenten (benchmark)? ▪ Wat is de achtergrond van een eventuele achterblijvende prestatie op het vlak van milieudoelen? 4.1
Milieuprestaties
De centrale indicatoren voor de milieuprestatie van Coevorden als het gaat om afval, zijn de hoeveelheid ingezameld afval en het scheidingspercentage. Een belangrijke indicator is de hoeveelheid huishoudelijk restafval per inwoner. Het doel was om dit in 2020 te reduceren tot maximaal 100 kilo per inwoner. Het is niet gelukt dit doel te realiseren: er is 172 kilo restafval ingezameld in 2020.24 Hiermee bevindt Coevorden zich precies op het Drents gemiddelde en doet de gemeente het ongeveer even goed als Hoogeveen (170 kilo) en beter dan Emmen (199 kilo).25 Er is sprake van een dalende trend in de hoeveelheid huishoudelijk restafval in Coevorden. De systeemaanpassing in Coevorden in 2019 (invoering PMD-bak en verlaging inzamelfrequentie restafval) heeft geresulteerd in een substantiële toename van PMD en een afname van restafval. Een issue was een hoog percentage afgekeurd PMD vanwege vervuiling in het aangeboden PMD. Vanaf 2019 is ook sprake van een flinke toename van het ingezamelde GFT (zie bijlage 5), hetgeen een goede zaak is in het licht van de milieudoelen. In figuur 5 zijn de totale inzamelhoeveelheden vergeleken met de andere Area-gemeenten en een aantal gemeenten in de buurt. Hier zitten twee gemeenten met variabele tarieven tussen: Hardenberg (tarief op volume-frequentie) en Tynaarlo (tarief op gewicht).
Figuur 5: Hoeveelheid ingezameld afval in kilo’s per inwoner per jaar (afvalcijfers CBS, 2020)
24
Noot: Coevorden en Markerein corrigeren voor nascheiding fijn restafval (5 kg/inw) en nemen verbouwingsrestafval (22 kg/inw) mee als gescheiden afval. Zonder die correctie bedraagt het ongescheiden restafval 200 kg/inw en het scheidingspercentage 78%. 25 Markerein, Grondstoffenmonitor Coevorden 2020, 10 mei 2021.
pagina 32
Uit figuur 5 blijkt dat de inwoners van Coevorden relatief veel afval produceren. Dit geldt niet alleen in vergelijking met bovengenoemde gemeenten. Ook in vergelijking met gemeenten die in dezelfde stedelijkheidsklasse vallen (niet-stedelijk), springt Coevorden eruit (zie bijlage 5). Coevorden zit in de top tien van Nederlandse gemeenten die per inwoner de meeste afval inzamelen. Dit komt vooral door de grove afvalstromen die op de milieustraat zijn gebracht (zie paragraaf 4.2). Een andere indicator is het scheidingspercentage. Onderstaande figuur 6 toont het scheidingspercentage van Coevorden in vergelijking met de andere Area-gemeenten en gemeenten in de buurt.
Figuur 6: Afvalscheidingspercentage (afvalcijfers CBS, 2020)
Het eerste dat opvalt is dat Coevorden er op het eerste gezicht positief uitspringt ten opzichte van de andere gemeenten. Het scheidingspercentage in Coevorden ligt op 78%. Dit is hoger dan Hoogeveen, Emmen en de andere referentiegemeenten en ook hoger dan het Drents gemiddelde (68%). Hiermee realiseert Coevorden het eigen doel van 75% afvalscheiding. Tegelijk is duidelijk dat dit hoge scheidingspercentage in Coevorden in belangrijke mate komt door de grote hoeveelheid afval die bij de milieustraten wordt ingeleverd in combinatie met de hoge scheidingsgraad van 94% die daar van toepassing is (zie paragraaf 4.2).
4.2
Milieustraten
De hoeveelheid afval die per inwoner wordt ingeleverd bij de milieustraten van Coevorden is beduidend groter dan elders in Drenthe (zie figuur 7 op de volgende pagina).26 Ter illustratie: per inwoner betreft het meer dan 400 kilo per jaar, per huishouden gaat het om bijna 1.000 kilo per jaar en per bezoek levert een inwoner gemiddeld 550 kilo in.
26 Markerein, Grondstoffenmonitor Coevorden 2020, 10 mei 2021.
pagina 33
Figuur 7: Hoeveelheid grondstoffen ingeleverd bij de milieustraat in kilo’s per inwoner per jaar (Grondstoffenmonitor Markerein, 2020)
De hoeveelheid op de milieustraat ingeleverde afval is zodanig dat zowel de gemeente als Area vermoeden dat niet alleen inwoners van Coevorden, maar ook inwoners van andere gemeenten en bedrijven hun afval naar de Coevordense milieustraten brengen. Dit verstoort niet alleen de afvalcijfers; de kosten van de inzameling en verwerking komen voor rekening van de inwoners van Coevorden. Het college heeft dit vraagstuk al eerder gesignaleerd en in 2019 een interventie gepleegd met de implementatie van een milieupas per huishouden. Deze pas is adresgebonden en alleen het betreffende huishouden mag daarmee zijn afval inleveren. Voor elke eerste m3 betaalt de inwoner € 6,00 en voor elke volgende m3 (of een gedeelte daarvan) € 8,50. Inwoners mogen een onbeperkt aantal keren per jaar afval inleveren en er geldt geen maximum hoeveelheid of gewicht waarboven extra betaald moet worden. Er is bij de milieustraten geen toegangscontrole door middel van toegangspoorten of slagbomen. De controle van de milieupassen gebeurt met handscanners, door medewerkers van Area. Area geeft aan niet te kunnen controleren in hoeverre inwoners uit andere gemeenten of bedrijven onrechtmatig met een Coevordense milieupas op de milieustraten komen. Uit de ingeleverde hoeveelheden in de periode 2018 tot en met de eerste helft van 2021 is geen structurele daling af te lezen na de invoering van de milieupas in 2019.
Met andere woorden: de milieupas heeft zonder aanpassing van het acceptatie- en tarievenbeleid niet gezorgd voor een afname van de hoeveelheden bij de milieustraten.
pagina 34
4.3
Analyse en bevindingen
Een deel van de milieuprestaties van Coevorden vertoont een positieve tendens. Zo is er een afname van huishoudelijk restafval en een substantiële toename van het ingezamelde PMD en GFT-afval. Wat betreft huishoudelijk restafval, PMD en GFT liggen de prestaties van Coevorden ongeveer op hetzelfde niveau als die van vergelijkbare gemeenten. Voor de afvalstromen oud papier, glas, textiel en grof afval presteert Coevorden minder dan vergelijkbare gemeenten. Feitelijk is echter te constateren dat Coevorden er de afgelopen tien jaar niet in slaagt de milieudoelen van het eigen afvalbeleid te realiseren (zie ook hoofdstuk 1). De belangrijkste reden hiervoor is dat het college en de raad niet de beleidsmaatregelen hebben getroffen die nodig zijn om te komen tot de voorgenomen afvalreductie. De Coevordense milieustraten ontvangen uitzonderlijk veel grof afval. Het is zodanig veel dat het niet aannemelijk is dat dit uitsluitend afkomstig is van Coevordense huishoudens. De implementatie van de milieupas in combinatie met de huidige wijze van controle daarvan door Area, is niet succesvol. Het huidige beleid en daaruit volgende regulering door de gemeente, in combinatie met de huidige wijze van controle door Area, voorkomt naar alle waarschijnlijkheid niet dat er afval van andere gemeenten en bedrijfsafval wordt ingeleverd.
Het vraagstuk is na de invoering van de milieupas niet afdoende geadresseerd in de zin dat nader onderzoek is gedaan of aanvullende maatregelen zijn getroffen. Dit is een issue omdat de kosten voor rekening van de inwoners van Coevorden zijn (zie hoofdstuk 5). Samengevat zijn de bevindingen als volgt: Bevindingen ▪ Het scheidingspercentage ligt ongeveer op hetzelfde niveau, maar de hoeveelheid restafval is beduidend meer dan in vergelijkbare gemeenten. Een aandachtspunt is vervuiling in het PMDafval. ▪ Coevorden slaagt er niet in de eigen milieudoelen te realiseren. Dit komt doordat college en raad niet de beleidsmaatregelen hebben getroffen die nodig zijn om deze doelen te realiseren. ▪ Het huidige milieustraatbeleid van de gemeente en de controle daarop door Area voorkomen naar alle waarschijnlijkheid niet dat er afval van andere gemeenten en bedrijfsafval wordt ingeleverd.
pagina 35
5.
Kosten en tariefstelling
Dit hoofdstuk gaat in op de volgende onderzoeksvragen: ▪ Wat zijn de kosten en baten van het afvalbeheer, onderverdeeld naar kostenposten? ▪ Hoe verhouden de afvalbeheerkosten en de afvalstoffenheffing zich tot die van vergelijkbare gemeenten zowel binnen het werkgebied van Area als daarbuiten?
5.1
Kosten en kostenontwikkeling
De kosten van de afvalinzameling en -verwerking in Coevorden zijn gaandeweg toegenomen tot € 4,4 miljoen per jaar in 2020. Deze afvalbeheerskosten bestaan voor het leeuwendeel (90%) uit kosten van Area voor inzamelen, verwerken, containerbeheer, milieustraat en overige kosten (zie bijlage 6). De kosten bedragen omgerekend ongeveer € 283,- per huishouden per jaar. Daarvan is ongeveer € 105,- (incl BTW) gerelateerd aan de milieustraten. De kosten per huishouden lagen in Coevorden bijna € 70,- per jaar hoger dan in vergelijkbare gemeenten (zie bijlage 4).
5.2
Afvalstoffenheffing
De gemeente brengt de afvalstoffenheffing bij huishoudens in rekening ter dekking van de afvalbeheerskosten. De afvalstoffenheffing mag niet hoger zijn dan de werkelijke afvalbeheerskosten, vermeerderd met de BTW, de overhead, toerekening van veegkosten en de gederfde inkomsten voor kwijtschelding. Het tarief is afhankelijk van het aantal inwoners per huishouden. Voor een tweede container berekent de gemeente een vaste toeslag. Figuur 8 toont de ontwikkeling van de afvalstoffenheffing van de afgelopen jaren.
Figuur 8: Ontwikkeling afvalstoffenheffing in Coevorden per aansluiting (landelijke cijfers COELO en CBS, 2021)
pagina 36
De grafiek laat zien dat de afvalstoffenheffing de afgelopen vijf jaar geleidelijk aan steeg. Het college geeft aan te kiezen voor optimistische, maar reële scenario’s bij de bepaling van de afvalstoffenheffing.27 In 2016 tot en met 2018 waren er geen grote afwijkingen. In 2019 en 2020 vielen de werkelijke kosten respectievelijk € 394.000,- en € 296.000,- hoger uit dan de opbrengst van de afvalstoffenheffing. De achtergrond was onder meer een hoog percentage afgekeurd PMD vanwege vervuiling (2019) en lagere opbrengsten voor PMD en hogere kosten voor papier, GFT en de milieustraat (2020).
Figuur 9: Gemiddelde afvalstoffenheffing per huishouden in 2021 (bron: COELO)
Uit figuur 9 is af te lezen dat Coevorden ten opzichte van de meeste referentiegemeenten een relatief hoge afvalstoffenheffing hanteert.
5.3
Analyse en bevindingen
Coevorden heeft relatief hoge afvalbeheerskosten. Dit heeft twee belangrijke oorzaken. In de eerste plaats is Area naar verhouding een relatief duur afvalbedrijf. Andere partijen zouden de dienstverlening mogelijk tegen lagere tarieven kunnen uitvoeren dan Area. Dit komt doordat Area te maken heeft met een beperkte schaalgrootte, waardoor het minder schaalvoordelen heeft dan sommige concurrenten. Daarnaast is er geen sprake van een afvalbeleid dat door de drie deelnemende gemeenten is afgestemd met het oog op zo laag mogelijke kosten. Het college van Coevorden bevestigt dat in haar ogen met het bevorderen van de samenwerking tussen de drie gemeenten, de kosten voor Area verder omlaag kunnen worden gebracht. Area geeft daarbij aan dat het bedrijf met diftar goedkoper zou kunnen werken. In de tweede plaats vormen de kosten van de twee milieustraten ruim 30% van de totale afvalbeheerkosten in Coevorden. De kosten van de Coevordense milieustraten liggen twee tot drie keer hoger dan de benchmark. Dit komt door de gekozen systematiek waarbij sprake is van weinig regulering en controle. Zowel bij het college als bij Area bestaat het vermoeden dat er aanzienlijke hoeveelheden grof afval van buiten de gemeente en bedrijfsafval wordt ingeleverd (zie hoofdstuk 3).
De kosten van de verwerking daarvan zijn voor rekening van Coevorden en haar 27 Gemeente Coevorden, Routekaart Van afval naar grondstof, 24 augustus 2021.
pagina 37
inwoners. Daarnaast kiest Coevorden er voor om twee milieustraten te exploiteren. Dit is een politiek-bestuurlijke keuze. Vanuit het oogpunt van doelmatigheid en kostenverlaging zou een keuze voor één Coevordense milieustraat logisch zijn. Samengevat zijn de bevindingen als volgt: Bevindingen ▪ Coevorden heeft hoge afvalbeheerkosten ten opzichte van vergelijkbare gemeenten doordat Area een relatief duur afvalbedrijf is (beperkte schaalgrootte en het afvalbeheerbeleid) en doordat de huidige exploitatie van de twee milieustraten (onnodig) hoge kosten met zich mee brengt. ▪ Door eenzelfde beleid in de deelnemende gemeenten en optimalisatie van de milieustraten is het voor Coevorden mogelijk te sturen op de afvalbeheerkosten en deze te verlagen.
pagina 38
6.
Sturing, monitoring en controle
Dit hoofdstuk gaat in op de volgende onderzoeksvragen: ▪ Hoe worden de doelen en ambities gemonitord? ▪ Op welke wijze en in welke mate is de raad geïnformeerd over de ontwikkelingen in het afvalinzamelingsbeleid en de uitvoering van de inzameling? 6.1 Monitoring en bereik doelen en ambities Deze paragraaf beschrijft de doelen en ambities van het college voor het afvalbeleid en in hoeverre deze zijn behaald. Ook komt de monitoring en evaluatie van de doelen en ambities aan bod. Doelen en ambities Het college beschreef in 2016 haar doelen en ambities in de beleidsnotitie ‘Van Afval Naar Grondstof in 2020’. Deze notitie is in december 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Het college wilde de hoeveelheid restafval per inwoner terugbrengen van 287 kilo in 2015 naar 100 kilo in 2020, en het scheidingspercentage verhogen van 64% in 2015 naar minstens 75% in 2020 (zie hoofdstuk 1).28 29 De gemeente heeft de ambitie om in 2020 het restafval terug te brengen naar 100 kilo niet behaald: in 2020 werd er nog 172 kilo restafval per inwoner ingezameld (incl. 28 kg/inw correctie voor nascheiding).30 De ambitie voor een scheidingspercentage van minstens 75% is wel behaald in 2020.
Het college heeft tijdens een ‘raadsthema-avond’ op 9 september 2020 met de raad besproken om vast te houden aan de eerdere doelstelling van 100 kilo restafval.31 De huidige doelstelling/ambitie van het college is het terugbrengen van de hoeveelheid restafval van 172 kilo in 2020 naar maximaal 100 kilo restafval in 2024.32 In de routekaart wordt hierbij als kanttekening geplaatst dat de 100 kilo ‘geen einddoel is maar een richtpunt’. De gemeente ziet het behalen van de 100 kilo als een tussendoel in ‘de transitie naar een circulaire economie zonder afval’. Volgens betrokkenen binnen de gemeente is deze doelstelling van maximaal 100 kilo restafval in 2024 realistisch, en is daar ook een veiligheidsmarge voor ingebouwd. Monitoring en evaluatie doelen/ambities De gemeente heeft de beschikking over de monitoringsgegevens van de regionale Werkgroep Markerein (Grondstoffenmonitor). Area verstrekt de informatie voor de afvalinzameling van Coevorden aan de werkgroep. Deze monitoringsgegevens geven de gemeente (jaarlijks) inzicht in hoeverre zij haar prestaties en doelen ten aanzien van restafval en afvalscheiding behaalt. Ook is een benchmark met andere Drentse gemeenten mogelijk. In de monitoringsgegevens van Markerein ontbrak het eerder echter aan specifieke informatie over de inzameling in verschillende wijken en dorpen van de gemeente.
Verder heeft de gemeente, als onderdeel van de routekaart, het uitgevoerde afvalbeleid tussen 2016 en 2020 geëvalueerd. De evaluatie gaf inzicht in de ontwikkeling van de afvalstoffenheffing, de ontwikkelingen van de hoeveelheden ingezamelde afvalstromen en tot slot de door de gemeente genomen maatregelen van de afgelopen jaren en de effecten daarvan. Daarmee geeft 28 Werkgroep Markerein, Afvalbeheerprestaties gemeente Coevorden 2015, 2016. 29 Gemeente Coevorden, Beleidsnotitie Van Afval Naar Grondstof in 2020, 13 december 2016. 30
Gemeente Coevorden, Routekaart Van Afval naar Grondstof, 24 augustus 2021.
31 Gemeente Coevorden, Routekaart Van Afval naar Grondstof, 24 augustus 2021. 32 Gemeente Coevorden, Routekaart Van Afval naar Grondstof, 24 augustus 2021.
pagina 39
de evaluatie niet alleen inzicht in hoeverre de hierboven beschreven doelen door het college zijn gerealiseerd, maar ook in hoeverre bepaalde maatregelen (zoals de frequentiewijziging en de invoering van de PMD container) effect hebben gehad.
6.2 Informatievoorziening aan de raad Jaarlijks brengt het college de raad met de grondstoffenmonitor van Markerein cijfermatig op de hoogte van de ontwikkelingen. Ook informeerde het college de raad over maatregelen waarover de raad een besluit diende te nemen of waarvan de raad kennis diende te nemen, waaronder de frequentiewijziging en de invoering van de milieupas.33 De afgelopen jaren zijn er enkele raadsthema-avonden geweest waarbij het college de stand van zaken rondom afval heeft toegelicht aan de raad. Dit zou volgens een betrokkene binnen de gemeente nog beter kunnen. Nu gaat het bij een thema-avond in de raad vaak over een gevoelig onderwerp, waardoor de discussie gelijk op scherp staat. Met de routekaart wilde het college de raad duidelijkheid geven over hoe het college de doelen wil bereiken (zie hoofdstuk 1). Bij iedere afzonderlijke stap die het college binnen de routekaart wil zetten, wil het college de raad betrekken. De precieze data en planning voor de te nemen stappen zijn nog niet duidelijk in de routekaart opgenomen. Dit heeft er onder meer mee te maken dat de gemeente graag fysiek met betrokken partijen spreekt over afval (o.a. verenigingen en scholen), wat in coronatijd lastig is. Raadsleden geven desgevraagd aan dat de informatievoorziening van het college vooral in voorgaande jaren summier was.
Nadat de raad het college heeft gewezen op de gebrekkige informatievoorziening over de uitvoering van het afvalbeleid, is de informatievoorziening volgens raadsleden actiever en beter geworden. Volgens een betrokkene binnen de gemeente kan de raad nog meer en beter worden meegenomen in rapportage en monitoring. De routekaart kan hierbij als handvat dienen om het gesprek met de raad beter te kunnen voeren.
6.3 Analyse en bevindingen Het college heeft met de grondstoffenmonitor van de Werkgroep Markerein zicht op de afvalcijfers van de gemeente. De cijfers uit deze monitor kunnen ook worden vergeleken met andere gemeenten in Drenthe. Een verbeterpunt aan de grondstoffenmonitor is het toevoegen van een overzicht van kosten en service. Met de cijfers uit de grondstoffenmonitor en de routekaart waarin het uitgevoerde afvalbeleid tussen 2016 en 2020 is geëvalueerd, heeft het college duidelijk zicht (gehad) op het behalen van de doelen en ambities. De grondstoffenmonitor wordt aangeboden aan de raad, maar niet structureel jaarlijks gebruikt om het gesprek met de raad te voeren over de voortgang in het afvalbeleid. De informatievoorziening van het college aan de raad was in voorgaande jaren summier, maar deze is, nadat de raad hierover het gesprek is aangegaan met het college, inmiddels beter. Met de routekaart heeft het college een mooi product in handen om het gesprek met de raad beter aan te gaan over toch vaak gevoelige en complexe onderwerpen. Hoewel de routekaart een nuttig globaal 33 Gemeente Coevorden, College van Burgemeester en Wethouders, Raadsinformatiebrief frequentiewijziging en invoering
milieupassen, 7 maart 2019.
pagina 40
stappenplan biedt, bestaat het gevaar dat besluitvorming uitblijft omdat er geen precieze(re) data genoemd staan voor te nemen maatregelen (o.a. diftar, papier). Samengevat zijn de bevindingen als volgt: Bevindingen ▪ Door middel van de grondstoffenmonitor vindt monitoring van de prestaties plaats. In het instrument ontbreekt nog een overzicht van kosten en service. Ook vindt er niet structureel jaarlijks een gesprek over de voortgang van het afvalbeleid plaats. ▪ De raad werd in voorgaande jaren summier op de hoogte gehouden van de uitvoering van het afvalbeleid. De informatievoorziening van het college aan de raad over de uitvoering van het afvalbeleid is, nadat de raad daar actief om heeft gevraagd, inmiddels wat beter op orde.
pagina 41
7.
Ontwikkelingsmogelijkheden
Dit hoofdstuk gaat in op de volgende onderzoeksvragen: ▪ Welke mogelijkheden hebben de gemeente en Area om andere keuzes voor de inzameling van afval te maken? In hoeverre past dat binnen de huidige werkwijze en het (opdrachtgeverschap/aandeelhouderschap van Area)? ▪ Welke actuele ontwikkelingen zijn er op het gebied van (de techniek van) afvalinzameling en afvalscheiding, milieuaspecten en/of verdeling van lastendruk? In hoeverre kunnen deze voor de gemeenteraad aanleiding zijn het afvalinzamelingsbeleid te wijzigen?
7.1 Strategieën voor betere afvalscheiding Gemeenten hanteren verschillende aanpakken voor de verbetering van de afvalscheiding. Deze aanpakken kunnen worden ingedeeld in vijf soorten strategieën.34 Zie de volgende tabel. Strategie 1. Financieel stimuleren
Type maatregelen en toelichting De inwoner betaalt per keer dat restafval wordt aangeboden of op basis van gewicht. Deze vorm van gedifferentieerde tarieven (diftar) kan worden ingestoken vanuit het principe “de vervuiler betaalt” of “de afvalscheider wordt beloond”. Diftar is een bewezen strategie en is al in een groot aantal Nederlandse gemeenten ingevoerd. De variant “betalen per aanbieding” komt het meeste voor.
2. Service grondstoffen vergroten
Aparte kliko voor PMD en oud papier, hogere inzamelfrequentie grondstoffen, meer / betere wijkbakken voor glas, textiel, papier of (doelgroepgerichte) inzameling luiers.
3. Service restafval verlagen
Langere loopafstand naar verzamelcontainer en/of lagere inzamelfrequentie restkliko’s. In Coevorden is de inzamelfrequentie al verlaagd tot vierwekelijks.
4. Omgekeerd inzamelen
‘Omgekeerd inzamelen’ betekent dat grondstoffen (PMD, GFT en papier) aan huis worden ingezameld en dat inwoners het beetje restafval dat overblijft moeten brengen naar ondergrondse wijkcontainers. Dus hoge service voor gewenste grondstoffen en lagere service voor ongewenst restafval.
5. Nascheiding
Het ongescheiden afval wordt in een fabriek nagescheiden in grondstoffen. Omrin doet dit al voor PMD en binnenkort ook voor luiers. Bronscheiding van textiel, GFT, papier en glas blijft nodig omdat deze grondstoffen bij nascheiding door vocht te veel worden vervuild. Vanwege de hoge investeringen is nascheiding relatief duur en niet meer doelmatig in combinatie met bronscheiding.
34 Deze vijf strategieën volgen uit de Benchmark Huishoudelijk afval die CyclusManagement jaarlijks in opdracht van Rijkwaterstaat en
de NVRD uitvoert.
pagina 42
7.2 Mogelijkheden en keuzes afvalinzameling Coevorden Uit de gesprekken en de bestudering van de stukken komen een aantal mogelijke keuzes die de gemeente en Area kunnen maken voor de afvalinzameling. Hieronder volgt een globaal overzicht. ▪
▪ ▪
Andere beprijzing restafval. Om te komen tot de 100 kilo restafval is het invoeren van tariefdifferentiatie noodzakelijk. In vergelijkbare gemeenten zorgt diftar na invoering direct voor een lagere hoeveelheid restafval en een betere afvalscheiding(spercentage). Voor deze maatregel is het noodzakelijk dat de raad een keuze maakt, Area kan er daarna als uitvoeringsorganisatie die al in Emmen bezig is met diftar mee aan de slag. GFT uit restafval halen. De grootste winst voor de gemeente voor wat betreft afvalscheiding zit in het reduceren van de hoeveelheid GFT in het restafval. Regulering milieustraten. Zoals te lezen in hoofdstuk 4 zijn de kosten van de milieustraten in vergelijking tot benchmarkgemeenten hoog. De gemeente en Area hebben grofweg twee mogelijkheden om deze kosten terug te brengen. De eerste is een strengere controle ‘aan de poort’ door bijvoorbeeld de adresgegevens van milieupassen te verifiëren. Ook bieden een maximering van het aantal aanleveringen per jaar, een betalingssysteem per keer, of per ingeleverde kilo boven een bepaald maximum mogelijkheden om op milieupasniveau te registreren en te controleren. Een tweede mogelijkheid is het sluiten van een van de milieustraten om de hoge exploitatiekosten van twee milieustraten terug te brengen. Ook deze maatregel, die waarschijnlijk ook politiek gevoelig ligt, vereist een keuze door de gemeenteraad.
Samengevat zijn de bevindingen als volgt: Bevindingen ▪ Om de ambitie van 100 kilo restafval in 2024 te halen is het nodig dat de gemeente verdergaande maatregelen treft. bijvoorbeeld door uiterlijk in 2023 beprijzing (tariefdifferentiatie) van restafval in te voeren. ▪ Er is milieuwinst en kostenreductie te realiseren door de hoeveelheid GFT die nu nog in het restafval zit, te verminderen. ▪ Door regulering van de milieustraten en eventueel het sluiten van één milieustraat kan de gemeente een aanzienlijke kostenreductie realiseren.
pagina 43
Bijlage 2. Geraadpleegde personen Gemeente Coevorden ▪ Wethouder ▪ Beleidsmedewerker ▪ Financieel adviseurs Area Reiniging ▪ Directeur
pagina 44
Bijlage 3. Wettelijk kader en landelijke doelen Wet milieubeheer In de Wet milieubeheer is geregeld dat “een ieder de zorgplicht heeft om nadelige milieugevolgen te voorkomen”. In artikel 10.21 t/m 10.29 staat dat de gemeente een zorgplicht heeft voor de gescheiden inzameling van huishoudelijk afval. De gemeente is verplicht het huishoudelijk afval aan huis op te halen. De lokale regels voor de afvalinzameling moeten worden vastgelegd in een afvalstoffenverordening (vastgesteld door de gemeenteraad) en een bijbehorend uitvoeringsbesluit van het college van B&W. Op grond van artikel 10.21 moet het huishoudelijk afval wekelijks bij alle percelen worden ingezameld. De gemeenteraad kan daar op grond van artikel 10.26 lid 1 bij afvalstoffenverordening van afwijken. In dat geval dient de gemeenteraad de ingezetenen en belanghebbenden conform artikel 10.26 lid 2 te betrekken conform de gemeentelijke inspraakverordening Gemeenten hebben geen wettelijke zorgplicht voor de inzameling van niet-huishoudelijk afval. Bedrijven en instellingen (scholen, sportverenigingen, campings) zijn dus zelf verantwoordelijk de afvalinzameling te regelen. Gemeenten mogen op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en artikel 229 van de gemeentewet de afvalbeheerkosten aan de inwoners doorbelasten via de afvalstoffenheffing of het reinigingsrecht.
Deze doelbelasting mag niet hoger zijn dan de werkelijk gemaakte afvalbeheerskosten, inclusief compensabele BTW, overhead en kwijtscheldingskosten. Activiteitenbesluit milieustraat Milieustraten vallen onder het Besluit algemene regelgeving voor inrichtingen milieubeheer en bijbehorende Regeling (Activiteitenbesluit en Activiteitenregeling). Op een milieustraat moeten voldoende en geschikte voorzieningen aanwezig zijn voor de gescheiden inzameling van (grove) afvalstromen. Op de milieustraten in Coevorden en Zweeloo zijn voorzieningen aanwezig voor alle gangbare grove afvalstromen. Sinds 2017 moeten ook matrassen en piepschuim apart worden gehouden. Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen (18 juni 2020) Het Rijk heeft in het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen vastgelegd dat gemeenten verplicht zijn de volgende huishoudelijke afvalstoffen gescheiden in te zamelen: bioafval, papier, metaal, kunststof, glas, textiel, gevaarlijke afvalstoffen en afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.
Hoofdregel is bronscheiding, maar in specifieke omstandigheden (zie artikel 10 lid 3 van de EU Kaderrichtlijn afvalstoffen) mag van bronscheiding worden afgeweken voor bioafval als bronscheiding technisch niet haalbaar is en/of sprake is van buitensporig hoge economische kosten en bij metaal, kunststof en glas als met nascheiding eenzelfde recyclingsresultaat kan worden behaald. Landelijk Afvalbeheersplan (LAP3) De Europese Kaderrichtlijn geeft richtlijnen voor verdergaande afvalscheiding gericht op nuttige toepassing. Insteek is het bevorderen van een circulaire economie en duurzaamheid. De Rijksoverheid heeft het programma Circulaire Economie opgezet, waar het derde Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3) deel van uit maakt. “Slimmer omgaan met grondstoffen” is het devies. De doelstelling is om in 2020 een scheidingspercentage van 75% van huishoudelijk afval te realiseren pagina 45
en in de jaren daarna het scheidingspercentage verder te verhogen. Omgerekend betekent dit de ambitie om de hoeveelheid restafval te reduceren tot maximaal 100 kg/inw restafval in 2020, 30 kg/inw in 2025 en afvalloos in 2050. In de transitie naar een circulaire economie zijn steeds minder afvalverbrandingsovens nodig en steeds meer grondstofverwerkingsfabrieken.
Producentenverantwoordelijkheid Producentenverantwoordelijkheid betekent dat producenten of importeurs (mede) verantwoordelijk zijn voor het afvalbeheer van de producten die door hen op de markt zijn (of worden) gebracht. Voor 5 producten heeft het Rijk regels opgesteld: elektrische en elektronische apparatuur, batterijen en accu’s, autowrakken, autobanden en verpakkingen. Voor textiel en matrassen is uitgebreide productenverantwoordelijkheid in ontwikkeling. Over de verpakkingen (plastic, metaal, drankpakken, glas en papier) hebben gemeenten afspraken gemaakt met de Stichting Afvalfonds Verpakkingen dat bestuurd wordt door vertegenwoordigers van het verpakkende bedrijfsleven. Vanaf april 2020 hebben gemeenten nieuwe afspraken gemaakt met het Afvalfonds Verpakkingen: gemeenten blijven verantwoordelijk voor de inzameling (en krijgen daarvoor een inzamelvergoeding), maar kunnen de verantwoordelijkheid voor het traject in de keten daarna overdragen aan het Afvalfonds. Vóór die tijd waren gemeenten verantwoordelijk voor het hele traject van inzameling tot nasortering en vermarkting van het ingezamelde PMDafval en ontvingen een all-in tonnagevergoeding voor het geheel aan inzameling tot en met nasortering en vermarkting. Enkele jaren geleden was er sprake van afschaffing van statiegeld op flessen. Dit is inmiddels geheel van de baan.
Inmiddels is per 1 juli 2021 statiegeld op kleine plastic flesjes ingevoerd en statiegeld op blikjes staat per 31 december 2022 in de planning.
pagina 46
Landelijke afvalstoffenbelasting op verbranden van restafval Het Rijk berekent een afvalstoffenbelasting op de verbranding van restafval met als oogmerk om de verwerking van ongescheiden restafval onaantrekkelijker te maken. Deze heffing is verhoogd van € 13 per ton in 2015 tot € 32 per ton vanaf 1 januari 2019. Op basis van de ingezamelde hoeveelheden fijn en grof restafval in 2020 bedraagt in Coevorden de verbrandingsheffing € 16 per aansluiting inclusief BTW.
pagina 47
Bijlage 4. Gegevens afvalinzameling Coevorden Kerngegevens Coevorden Coevorden 2020 aantal inwoners (1 jan) aantal huisaansluitingen (1 jan) % aansluitingen laagbouw (1 jan) % aansluitingen hoogbouw (1 jan) % gescheiden afval
35.297 15.501 87% 13% 78%
ongescheiden restafval (fijn+grof)
216 kg/inw (2019) 200 kg/inw (2020)
totaal huishoudelijk afval
825 kg/inw (2019) 891 kg/inw (2020) € 220 (2020) € 283 (2020) € 269 (2019) € 273 (2020) € 290 (2021)
afvalbeheerkosten per aansluiting Incl. toerekeningen gemiddelde afvalstoffenheffing per aansluiting
inzamelstrategie
Landelijke doelstelling VANG
Benchmark 0 - 19% hoogbouw
75% (2020)
75%
100 kg/inw (2020) 127 kg/inw (2019) 30 kg/inw 137 kg/inw (2020) 35 (2025) 511 kg/inw (2019) 542 kg/inw (2020) € 157 (2019) € 182 (2020) € 244 (2019) € 265 (2020) € 305 (2021) (RWS, Coelo)
frequentieverlaging rest
Bron gegevens Coevorden: ▪ gewichten, inwoners, aansluitingen, % hoogbouw afkomstig van CBS. ▪ kosten per aansluiting berekend op basis van kostencijfers uit paragraaf lokale heffingen van de jaarstukken. Noot: over scheidingspercentage en kg restafval (2020) ▪ ongescheiden afval (CBS-cijfers) bestaat uit fijn restafval (153 kg/inw), grof restafval (24 kg/inw) en verbouwingsrestafval (22 kg). Samen is dat afgerond 200 kg/inw. ▪ In de Drentse monitor van Markerein is verbouwingsafval (22 kg/inw) vanwege nascheiding niet meegeteld en verder is een correctie op fijn restafval van 2,5% (5 kg/inw) toegepast vanwege nascheiding van plastic, drankenkartons en metalen bij de afvalverbrander. Samen geeft dat afgerond 172 kg/inw. Het scheidingspercentage komt dan uit op 81%.
Bestaande afvalinzamelsystemen In de volgende tabel staat welke inzamelsystemen in Coevorden van toepassing zijn.
35 Dit is geen officieel vastgestelde VANG-doelstelling geweest, maar dit is een stip op de horizon of een ‘wensbeeld’ zoals het Publiek
Kader dit benoemt.
pagina 48
afvalstroom restafval (grijze bak)
GFT (groene bak)
inzamelwijze laagbouw: minicontainers aan huis, 4-wekelijkse lediging hoogbouw: ondergrondse wijkcontainers met toegangsregistratie verder ook inzameling met bovengrondse / inpandige 1100 liter bakken laagbouw: minicontainers, tweewekelijks in hoogbouw en binnenstad: geen GFT-inzameling
PMD (oranje bak) laagbouw: minicontainers aan huis, 2-wekelijkse lediging in hoogbouw en binnenstad: met doorzichtige zakken en verzamelbakken oud papier
het oud papier wordt op verschillende manieren en in verschillende inzamelfrequenties ingezameld door verenigingen met een door de gemeente afgegeven vergunning. Verenigingen voeren dit uit en Area coördineert dit.
flessenglas
collectieve glasbakken, driekleurenscheiding (circa 50 stuks)
textiel
collectieve textielbakken van Sympany (19 stuks, 16 locaties) aan huis met zakken, vergunningensysteem, 4x /jaar
PMD, papier, glas, textiel
7 mini-sorteerstraten met ondergrondse bakken bij supermarkten
luiers
geen gescheiden inzameling. Op aanvraag wordt gratis (en tijdelijk) een extra restafvalcontainer verschaft indien sprake is van meerdere kinderen in de luiers of van medischincontinentiemateriaal.
grof tuinafval
op afroep en tegen betaling ophalen aan huis Gescheiden brengen naar milieustraten
grof restafval
op afroep en tegen betaling ophalen aan huis gescheiden brengen naar milieustraten (tegen beperkt poorttarief) € 6 voor de 1e m3. Daarboven € 8,50 per m3.
gescheiden grof afval
brengen naar milieustraten in Coevorden (Morseweg) en Zweeloo (Kieveen). Ieder 5 dagdelen per week open. 15 uur / week di t/m vr 13.00 – 16.00 uur en za 9.00 – 12.00 uur wit- en bruingoed, vlakglas, gips, kca, afgewerkte olie, gasflessen, frituurvet, A/B-hout, C-hout, puin, groenafval, harde kunststoffen, matrassen, piepschuim, metalen, schone grond, asbest en ongescheiden grof restafval
pagina 49
afvalstroom kca
inzamelwijze brengen naar milieustraten
bedrijfsafval
Bedrijven mogen geen gebruik maken van het gemeentelijke inzamelsysteem. In praktijk is waarschijnlijk wel sprake van gratis meeliften met het gemeentelijke inzamelsysteem.
pagina 50
Bijlage 5. Milieuresultaten De volgende grafieken laten de ontwikkelingen van de afvalcijfers uit de afgelopen jaren zien. Afvalcijfers 2011 - 2020 (van CBS) gemeente Coevorden
ingezameld afval (kg/inw)
ingezameld afval (kg/inw)
1000
1000
900
900
800
200
700 600
302
291
286
293
288
263
216
256
500
700
36
28
600
266
263
247
242
63
60
32
35
254
259
281
297
33
48
40
42
43
254
223
214
173
350
363
388
394
47
47
49
153
168
190
500
400 300
200
800
443
449
506
506
562
572
610
588
690
400 300 200
100
100
0
0 2012
2014
2016
gescheiden
2018
2020
133 2012
ongescheiden
gft
percentage bronscheiding
146
71
52
48
50
154
156
164
159
2014
oudpapier
2016
2018
ov gescheiden
rest
153
452
2020
rest grof
gescheiden ingezameld afval (kg/inw)
100% 90% 80%
41%
39%
36%
37%
34%
31%
26%
30%
22%
70% 60% 50% 40% 30%
59%
61%
64%
63%
66%
69%
74%
70%
78%
20% 10% 0%
2012
2014
2016
% gescheiden
2018
2020
800
745
739
500
443
449
799
849
835
891
844
825
6
159
153
52
48
50
8
9
16
47 26
156
71
6
506
22 21 20 20 19 19 19 18 17 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 oudpaper
506
562
572
glas
PMD
51
250
610
588
200
7 19 63
6 18 60
6 17 71
52
9 19 48
154
156
164
8 19
100
286
51 49
350
150
291
47 39
300
300 302
7
60
154
690
400
200
63
146
168
164
gescheiden ingezameld afval (kg/inw)
700 600
133
gft
1000
792
190
% ongescheiden
ingezameld afval (kg/inw) 900
200 180 160 140 120 100 80 60 40 20 0
293
288
263
256
2017
2018
100
216
200
2019
2020
0
50
133
146
16 21 50
26 20 47
159
153
39 20 47
22
168
190
49
0 2012
2013
2014
gescheiden
2015
2016
ongescheiden
totaal
2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 gft
oudpaper
glas
PMD
Wat valt op? • vanaf 2012 is een geleidelijke toename van de totale hoeveelheid afval te zien. De stijging in 2020 heeft waarschijnlijk te maken met de coronapandemie; • de hoeveelheid ongescheiden restafval is substantieel afgenomen. De hoeveelheid gescheiden afval is nog meer toegenomen; • de systeemaanpassing in 2019 (invoering PMD-bak en verlaging inzamelfrequentie restafval) heeft geresulteerd in een substantiële toename van PMD en een afname van restafval. Vanaf 2019 is ook sprake van een flinke toename van het GFT; • voor oud papier is een afname in 2015 zichtbaar en daarna een stabilisatie van de hoeveelheid; • de hoeveelheid brongescheiden afval is in 2020 met ruim 73 kg/inw) toegenomen ten opzichte van 2019. Dat zit in de toename van gft (22 kg/inw), hout (12 kg/inw) en grof tuinafval (14 kg/inw). pagina 51
In de volgende grafiek is de inzamelhoeveelheid in Coevorden vergeleken met de andere gemeenten in stedelijkheidsklasse 5 (niet stedelijk). Uit de grafiek volgt dat Coevorden in verhouding tot andere Nederlandse gemeenten in dezelfde stedelijkheidsklasse, beduidend meer afval produceert. Ook wanneer vergeleken wordt met stedelijkheidsklassen 4 en 5 (weinig en niet stedelijk), blijkt dat Coevorden in de top vier te staan wat betreft hoeveelheid afval per inwoner.
pagina 52
Bijlage 6. Afvalbeheerskosten De afvalbeheerskosten bestaan voor het leeuwendeel (90%) uit kosten van Area voor inzamelen, verwerken, containerbeheer, milieustraat en overig. In de volgende tabel staat een overzicht op basis van de rekening 2020. financiële afvalrekening 2020
inzamelen verwerken beheren containers exploiteren milieustraten gemeente: personeel en tractie overig inkomsten poorttarief inkomsten afvalfonds netto afvallasten toerekening gemeentelijke overhead vegen BTW totaal toerekening
x 1.000 euro euro /aansl 1.454 € 94 1.315 € 85 218 € 14 729 € 47 235 € 15 111 € 7 -239 € -15 -414 € -27 3.409 € 220
104 62 817 983
€ € € €
7 4 53 63
totaal
4.392
€
283
aansluitingen per 1jan20
15.501
De overhead van Area is versleuteld in de Area-tarieven. Vanaf 2022 is de manier van toerekening Area-overhead aangepast. Er zijn voortaan drie manieren: ▪ opslag van 23,1% op kosten ureninzet personeel en tractie (A-kosten van € 1,9 miljoen); ▪ opslag van 15% op de inzet derden (B-kosten van € 0,4 miljoen); ▪ opslag van 5% op alle verwerkingskosten (C-kosten van € 1,3 miljoen). Hoogte tarieven Area Manuur kost € 39,17. In het directe uurtarief zit € 5,48 aan lasten voor sociaal plan (opgave Area)
pagina 53
Kosten verwerking De kosten voor de verwerking zijn afhankelijk van de tonnages en het ton-tarief.
Bron: specificatie afrekening Area 2020, excl. overhead-opslag
Bron: paragraaf lokale heffingen begroting/rekening Coevorden
pagina 54
Bijlage 7. Achtergrondkenmerken respondenten enquête Dorpskern Coevorden Dalen Sleen Schoonoord Oosterhesselen Aalden Geesbrug De Kiel Meppen Dalerpeel Noord-Sleen Steenwijksmoer Den Hool/Holsloot Benneveld Erm Gees Dalerveen Wachtum Zwinderen Stieltjeskanaal Nieuwe Krim Zweeloo Wezuperbrug 't Haantje Wezup Kibbelveen Achterste Erm Diphoorn Totaal
Aantal respondenten 1.025 277 227 112 90 86 67 65 58 56 51 45 42 41 34 33 27 25 24 22 17 14 10 9 8 3 2 0 2470
Percentage van totaal 41,5% 11,2% 9,2% 4,5% 3,6% 3,5% 2,7% 2,6% 2,3% 2,3% 2,1% 1,8% 1,7% 1,7% 1,4% 1,3% 1,1% 1,0% 1,0% 0,9% 0,7% 0,6% 0,4% 0,4% 0,3% 0,1% 0,1% 0,0% 100%
In totaal hebben 2470 respondenten uit de gemeente Coevorden de enquête (serieus) ingevuld tot en met vraag 10. Dit komt neer op een responspercentage van 7% van het totaal aantal inwoners van de gemeente. De respons uit de verschillende kernen is afgezet tegen de inwonersaantallen van de kernen. Hieruit blijkt dat uit 2% tot 23% van alle inwoners uit de verschillende kernen de enquête heeft ingevuld. Alleen uit de kern Diphoorn (60 inwoners) zijn geen vragenlijsten binnengekomen.
pagina 55
De leeftijd van respondenten vormt een redelijk goede afspiegeling van de leeftijd van inwoners in Coevorden. Twee groepen zijn minder goed vertegenwoordigd. Allereerst de groep respondenten ‘jonger dan 31 jaar’. In de gemeente Coevorden is 30% van de inwoners 30 jaar of jonger; dit zijn echter voor een deel respondenten die niet tot de doelgroep van de enquête behoorden en jonger zijn dan 20 jaar (ongeveer 20% van de inwoners). Als we de groep inwoners tot 20 jaar buiten beschouwing laten, vormt het aandeel respondenten binnen de groep ‘jonger dan 31 jaar’ een goede afspiegeling van de samenstelling in Coevorden. De zeventig plussers zijn minder vertegenwoordigd in de enquête: in de gemeente is 18% van de inwoners boven de zeventig jaar.
pagina 56
De meeste respondenten komen uit meerpersoonshuishoudens (89%). Een kleiner deel van de respondenten komt uit eenpersoonshuishoudens (12%). In vergelijking tot CBS-cijfers van Coevorden is er een ondervertegenwoordiging van eenpersoonshuishoudens in de respons: in Coevorden behoort 31,8% van de huishoudens tot eenpersoonshuishoudens. Dit heeft mogelijk overlap met de ondervertegenwoordiging in de jongere leeftijdsgroep (jonger dan 31 jaar) en de oudere leeftijdsgroep (ouder dan 70 jaar), die vaker behoren tot de eenpersoonshuishoudens.
pagina 57
Het grootste deel van de respondenten (97%) beschikt over een tuin. Een klein deel van de respondenten (3%) heeft geen tuin bij hun woning.
pagina 58
Bijlage 8. Resultaten enquête
Over de wijze van het aanbieden van restafval zijn de respondenten eenduidig: 98% biedt restafval vooral aan in de grijze container. Ongeveer 1% van de respondenten zegt hun restafval vooral aan te bieden in een vaste (ondergrondse) verzamelcontainer waar meerdere inwoners gebruik van maken. De overige 1% van de respondenten biedt hun restafval op een andere manier aan.
pagina 59
Restafval: ongeveer de helft van de respondenten (54%) geeft aan dat het restafval (iets of veel) te weinig wordt opgehaald. Ongeveer een derde (35%) vindt de inzamelfrequentie precies goed en 10% van de respondenten vindt dat het ook (iets of veel) minder vaak kan. GFT: ongeveer de helft van de respondenten (57%) vindt de huidige inzamelfrequentie voor GFT precies goed. Ongeveer een kwart van de respondenten (26%) vindt dat GFT (iets of veel) te weinig wordt opgehaald en 14% van de respondenten vindt dat het ophalen (iets of veel) van GFT minder vaak kan. PMD: ongeveer twee derde van de respondenten (64%) vindt de huidige inzamelfrequentie voor PMD precies goed. Voor 22% van de respondenten mag het ophalen van PMD ook (iets of veel) minder vaak, en 14% van de respondenten vindt dat PMD (iets of veel) te weinig wordt opgehaald.
pagina 60
Het gemiddelde cijfer dat respondenten de huidige afvalinzameling geven is een 7. De modus, het vaakst genoemde cijfer, is een 8. De mediaan, het ‘middelste’ getal van de cijfers die respondenten hebben gegeven voor de afvalinzameling, is een 7.
pagina 61
Inzameling restafval: de helft van de respondenten is (heel) tevreden met de inzameling van restafval, en 32% van de respondenten is hier (heel) ontevreden over. Inzameling GFT: twee derde van de respondenten is (heel) tevreden met het onderdeel GFT, en 11% van de respondenten is (heel) ontevreden over dit onderdeel. Inzameling papier: ongeveer de helft van de respondenten (51%) is (heel) tevreden over de inzameling van papier en een vijfde van de respondenten is hier (heel) ontevreden over. Inzameling glas: de helft van de respondenten is (heel) tevreden over de inzameling van glas, een kwart van de respondenten is hier neutraal over en 10% van de respondenten is (heel) ontevreden met dit onderdeel. Milieustraat: 60% van de respondenten is (heel) tevreden met de milieustraat, 18% staat hier neutraal tegenover en 13% is (heel) ontevreden over de milieustraat. Communicatie: ongeveer de helft van de respondenten (53%) is neutraal over de communicatie, weet het niet, of heeft hier geen mening over. Ongeveer een derde van de respondenten (37%) is (heel) tevreden met de communicatie.
pagina 62
Milieu/hergebruik/duurzaamheid: 70% van de respondenten vindt dit aspect (heel) belangrijk en ongeveer een kwart van de respondenten (24%) staat hier neutraal tegenover. Service (gemak): 80% van de respondenten vindt service een (heel) belangrijk aspect en 17% van de respondenten heeft een neutrale mening. Kosten: 84% van de respondenten vindt kosten (heel) belangrijk en 13% van de respondenten staat hier neutraal tegenover.
pagina 63
Wanneer respondenten moeten kiezen blijkt het aspect ‘kosten’ het belangrijkste aspect voor respondenten. Ongeveer de helft van de respondenten (52%) vindt kosten het belangrijkste aspect.
pagina 64
46% van de respondenten zijn van mening dat zij hun afval goed scheiden, maar vinden dat het nog beter kan. Ongeveer even zoveel respondenten (45%) vinden dat zij hun afval ‘echt heel goed scheiden’. 7% van de respondenten scheiden hun afval niet goed omdat zij hierin belemmeringen ervaren en 1% scheidt hun afval niet of nauwelijks.
pagina 65
Bij deze vraag waren meerdere antwoorden mogelijk, daarom tellen getoonde percentages niet op tot 100%. Als ik zeker weet dat het ook daadwerkelijk gerecycled wordt: ongeveer de helft van de respondenten (46%) zou hun afval beter willen scheiden als zij zeker weten dat hun afval wordt gerecycled. Als het makkelijker wordt om afval te scheiden: 41% van de respondenten zouden hun afval beter willen scheiden als dit makkelijker wordt gemaakt. Als het financieel beloond wordt: ongeveer een derde van de respondenten (36%) geeft aan hun afval beter te willen scheiden als zij hiervoor financieel worden beloond. Als de gemeente meer toezicht en controle uitvoert op de juiste scheiding: bij meer toezicht en controle van de gemeente geeft 5% van de respondenten aan hun afval beter te willen scheiden. Als het minder makkelijk wordt restafval aan te bieden: als het lastiger wordt om restafval aan te bieden, geeft 3% van de respondenten aan hun afval beter te willen scheiden. Nooit: 3% van de respondenten wil hun afval niet beter scheiden. Anders: 14% van de respondenten noemen andere opties waarmee zij hun afval beter zouden scheiden, bijvoorbeeld het vaker legen van de grijze of groene container.
pagina 66
Bij deze vraag waren meerdere antwoorden mogelijk, daarom tellen getoonde percentages niet op tot 100%. 41% van de respondenten heeft aangegeven geen drempels te ervaren om hun afval volledig te scheiden. Ongeveer een kwart van de respondenten (29%) geeft aan dat het afval niet (vaak genoeg) wordt opgehaald en dat zij daarom hun afval niet volledig kunnen scheiden. 14% van de respondenten geeft aan geen ruimte in huis te hebben om afval volledig te kunnen scheiden, en 13% is onzeker wat bij PMD hoort. 14% van de respondenten ervaart andere drempels, en noemen bijvoorbeeld dat het ophalen van oud papier is gestopt, en dat het in het algemeen onduidelijk is welk afval in welke bak moet.
pagina 67
Ik word goed geïnformeerd over afvalbeheer: ongeveer de helft van de respondenten (47%) is neutraal over deze stelling, weet het niet of heeft hier geen mening over. 30% van de respondenten is het (helemaal) eens met de stelling, en vinden dat zij goed worden geïnformeerd. 23% van de respondenten is het (helemaal) oneens met de stelling en vinden dat zij niet goed worden geïnformeerd. Ik kan mijn wensen en ideeën ten aanzien van het afvalbeleid kenbaar maken: 60% van de respondenten is neutraal over deze stelling, weet het niet, of heeft hierover geen mening. Ongeveer een kwart van de respondenten (27%) is het (helemaal) oneens met deze stelling, en vinden dat zij hun wensen en ideeën niet kenbaar kunnen maken. 14% is het (helemaal) eens met de stelling, en vinden dat zij hun wensen en ideeën wel kenbaar kunnen maken.
pagina 68
A: Hoe meer inwoners in een huishouden, hoe hoger de afvalstoffenheffing moet zijn. 41% van de respondenten is het (helemaal) oneens met deze stelling, en vinden niet dat de afvalstoffenheffing hoger moet zijn naarmate een huishouden groter is. 38% van de respondenten is het (helemaal) eens met deze stelling en vinden dat de heffing dan wel hoger moet zijn. B: Hoe meer restafval een huishouden aanbiedt, hoe hoger de afvalstoffenheffing moet zijn. Meer dan de helft van de respondenten (61%) is het (helemaal) oneens met deze stelling. Zij vinden dat de afvalstoffenheffing niet hoger moet zijn als een huishouden meer restafval aanbiedt. C: De afvalstoffenheffing moet voor ieder huishouden precies hetzelfde zijn. Ongeveer de helft van de respondenten (47%) is het (helemaal) oneens met deze stelling en vinden een gelijke afvalstoffenheffing voor elk huishouden geen goed idee. 29% van de respondenten is het (helemaal) eens met de stelling, en 24% is hier neutraal over. D: Betalen per keer dat je restafval inlevert is een goed idee. Ongeveer driekwart van de respondenten (79%) is het (helemaal) oneens met deze stelling, en vinden het geen goed idee om per keer te betalen voor het inleveren van restafval. E: Ik wil wel iets meer betalen als het afval vaker wordt opgehaald.
Twee derde van de respondenten is het (helemaal) oneens met deze stelling, en willen niet meer betalen als het afval vaker wordt opgehaald. F: Ik wil wel iets meer betalen als dat zorgt voor een betere afvalscheiding. Ongeveer twee derde van de respondenten (66%) is het (helemaal) oneens met deze stelling, en willen niet meer betalen
pagina 69
als dit zorgt voor betere afvalscheiding. Ongeveer een kwart van de respondenten (23%) is neutraal voer deze stelling. G: Goed afval scheiden moet worden beloond. 63% van de respondenten is het (helemaal) eens met deze stelling, en vinden dat het goed scheiden van afval beloning verdient. Ongeveer een kwart van de respondenten (24%) is neutraal over deze stelling.
pagina 70
Bijlage 9. Resultaten enquête - verdiepende analyse leeftijdsgroepen Vraag
50 jaar en jonger
51 plussers
Duiding verschil
V6 – Wat vindt u van de
•
•
•
‘Jongeren’ zijn vaker dan ouderen van mening dat met name restafval (en in mindere mate plastic) te weinig wordt opgehaald
•
Ouderen beoordelen de afvalinzameling in Coevorden met een (iets) positiever cijfer
inzamelfrequentie van de volgende soorten afval?
•
•
V7- Welk cijfer geeft u de
69,8% geeft aan dat het restafval veel of iets te weinig wordt opgehaald 3,7% geeft aan dat restafval ook iets/veel minder vaak hoeft te worden opgehaald 16,1% geeft aan dat PMD iets of veel te weinig wordt opgehaald
•
•
42,1% geeft aan dat restafval veel of iets te weinig wordt opgehaald 14,1% geeft aan dat restafval ook iets/veel minder vaak hoeft te worden opgehaald 8,4% geeft aan dat PMD iets of veel te weinig wordt opgehaald