bijlage 3 - Gewijzigde vaststelling bv Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat
Tekst van het document
Afwijken van de gebruiksregels
4.6.1 Bevoegdheid Burgemeester en Wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. artikel 4.1 en toestaan dat andere bedrijven en activiteiten die in aard en omvang gelijk zijn aan de bestemming 'Gemengd' zich mogen vestigen. 34
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
4.6.2 Afweging De toepassing van de in artikel 4.6.1 genoemde afwijking is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de bestemming begrepen doeleinden en omliggende bestemmingen niet mag worden aangetast. In de afweging om omgevingsvergunning te verlenen worden in ieder geval de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, de cultuurhistorie, de verkeersveiligheid, de (sociale) veiligheid, brandveiligheid/ externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen in acht genomen. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad wordt de omgevingsvergunning niet verleend.
35
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
Artikel 5 5.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groen(voorzieningen); b. water; met bijbehorende: c. andere bouwwerken; d. sport- en speelgelegenheden; e. fiets- en voetpaden; f. toegangswegen in- en uitritten. g. nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. 5.2
Bouwregels
5.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 5.2.2 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen geen overkappingen worden gebouwd; b. de gezamenlijke oppervlakte aan andere bouwwerken mag maximaal 50 m² bedragen; c. de bouwhoogte van een ander bouwwerk mag maximaal 3 meter bedragen, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte van erf-en terreinafscheidingen gelegen langs een openbare weg en/ of langs het gedeelte van het zijerf, dat loopt vanaf de openbare weg tot aan de voorgevel van het hoofdgebouw, mag maximaal 1 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevellijn maximaal 2 meter mag bedragen; 2. de maximale bouwhoogte van lichtmasten en vlaggenmasten maximaal 5 meter mag bedragen. 5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1 Bevoegdheid Burgemeester en Wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. artikel 5.2.2 sub c, onder 1 en toestaan dat de bouwhoogte van een erf- en terreinafscheiding langs de openbare weg maximaal 3 meter mag bedragen. 5.3.2 Afweging De toepassing van de in artikel 5.3.1 genoemde afwijking is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de bestemming begrepen doeleinden en omliggende bestemmingen niet mag worden aangetast. In de afweging om omgevingsvergunning te verlenen worden in ieder geval de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, de cultuurhistorie, de verkeersveiligheid, de (sociale) veiligheid, brandveiligheid/externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen in acht genomen. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad wordt de omgevingsvergunning niet verleend.
36
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
5.3.3 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden voor buitenopslag; b. het gebruik van gronden voor parkeren in openbaar gebied.
37
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
Artikel 6 6.1
Maatschappelijk
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen; b. bijbehorende bouwwerken; met bijbehorende: c. andere bouwwerken; d. horeca categorie 1 ten dienste van de bestemming; e. sport- en speelgelegenheden; f. fiets- en voetpaden; g. toegangswegen in- en uitritten; h. parkeervoorzieningen; i. groenvoorzieningen; j. nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. 6.2
Bouwregels
6.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan de bestaande bouwhoogte; c. de goothoogte bedraagt niet meer dan de bestaande goothoogte. 6.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken dienen ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw; b. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken binnen 3 meter afstand van de perceelsgrens mag maximaal 3,5 meter bedragen; c. de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal 3 meter bedragen; d. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal 6 meter bedragen. 6.2.3 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte aan andere bouwwerken mag maximaal 50 m² bedragen, mits niet meer dan 50% van het bouwvlak wordt bebouwd; b. de bouwhoogte van een ander bouwwerk mag voor de voorgevellijn maximaal 1 meter bedragen; c. de bouwhoogte van erf-en terreinafscheidingen gelegen langs een openbare weg en/of langs het gedeelte van het zijerf, dat loopt vanaf de openbare weg tot aan de voorgevel van het hoofdgebouw, mag maximaal 1 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf-en terreinafscheidingen achter de voorgevellijn maximaal 2 meter mag bedragen; d.
de bouwhoogte van andere bouwwerken binnen het bouwvlak bedraagt maximaal 6 meter; e. de bouwhoogte van andere bouwwerken buiten het bouwvlak bedraagt maximaal 3 meter.
38
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
6.3
Nadere eisen
6.3.1 Bevoegdheid Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de gebouwen, wat betreft: a. de woonsituatie; b. het straat- en bebouwingsbeeld; c. cultuurhistorie; d. verkeersveiligheid; e. sociale veiligheid; f. brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding; g. milieusituatie; h. de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen. 6.4
Afwijken van de bouwregels
6.4.1 Bevoegdheid Burgemeester en Wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. artikel 6.2.1 sub a en toestaan dat gebouwen gerealiseerd mogen buiten het bouwvlak worden met een maximum vloeroppervlak van 50 m² en een maximale bouwhoogte van 3 meter. 6.4.2 Afweging De toepassing van de in artikel 6.4.1 genoemde afwijking is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de bestemming begrepen doeleinden en omliggende bestemmingen niet mag worden aangetast. In de afweging om omgevingsvergunning te verlenen worden in ieder geval de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, de cultuurhistorie, de verkeersveiligheid, de (sociale) veiligheid, brandveiligheid/externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen in acht genomen. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad wordt de omgevingsvergunning niet verleend.
39
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
Artikel 7 7.1
Maatschappelijk - Zorginstelling
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk - Zorginstelling' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woonzorginstelling, hospice, verpleeghuis, beschermd wonen; b. wonen, ter plaatse van de aanduiding 'wonen'; c. bijbehorende bouwwerken; d. detailhandel, zakelijke- en maatschappelijke dienstverlening op de begane grond; met bijbehorende: e. andere bouwwerken; f. horeca categorie 1 en horeca categorie 2 ten dienste van de bestemming; g. sport- en speelgelegenheden; h. fiets- en voetpaden; i. toegangswegen, in- en uitritten; j. parkeervoorzieningen; k. groenvoorzieningen; l. nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. 7.2
Bouwregels
7.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan de bestaande bouwhoogte; c. de goothoogte bedraagt niet meer dan de bestaande goothoogte; d. ter plaatse van de aanduiding 'wonen' zijn op de begane grond woonstudio's toegestaan, waabij het aantal niet meer mg bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'. 7.2.2 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte aan andere bouwwerken mag maximaal 50 m² bedragen, mits niet meer dan 50% van het bouwperceel wordt bebouwd; b. de bouwhoogte van een ander bouwwerk mag voor de voorgevellijn maximaal 1 meter bedragen; c. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen gelegen langs een openbare weg en/ of langs het gedeelte van het zijerf, dat loopt vanaf de openbare weg tot aan de voorgevel van het hoofdgebouw, mag maximaal 1 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevellijn maximaal 2 meter mag bedragen; d. de bouwhoogte van andere bouwwerken binnen het bouwvlak bedraagt maximaal 6 meter; e. de bouwhoogte van andere bouwwerken buiten het bouwvlak bedraagt maximaal 3 meter. 7.3
Nadere eisen
7.3.1 Bevoegdheid Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de gebouwen, wat betreft: a. de woonsituatie; b. het straat- en bebouwingsbeeld; 40
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
c. d. e. f. g. h. 7.4
cultuurhistorie; verkeersveiligheid; sociale veiligheid; brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding; milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen. Afwijken van de bouwregels
7.4.1 Bevoegdheid Burgemeester en Wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. artikel 7.2.1 sub a en toestaan dat maximaal 100 m² bijbehorende bouwwerken met een maximale bouwhoogte van 3 meter buiten het bouwvlak gerealiseerd mogen worden, mits het maximale bebouwingspercentage niet wordt overschreden. 7.4.2 Afweging De toepassing van de in artikel 7.4.1 genoemde afwijking is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de bestemming begrepen doeleinden en omliggende bestemmingen niet mag worden aangetast. In de afweging om omgevingsvergunning te verlenen worden in ieder geval de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, de cultuurhistorie, de verkeersveiligheid, de (sociale) veiligheid, brandveiligheid/ externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen in acht genomen. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad wordt de omgevingsvergunning niet verleend. 7.5
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van de functies horeca categorie 1 en horeca categorie 2 als zelfstandige horeca (dus niet ten dienste van de zorginstelling) op de begane grond.
41
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
Artikel 8 8.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, fietspaden met hoofdzakelijk een functie voor het doorgaande verkeer; b. informatiesystemen/signaleringsborden; c. parkeervoorzieningen; d. voorzieningen voor het openbaar vervoer; met bijbehorende: e. andere bouwwerken; f. kunstwerken en waterwerken; g. toegangswegen, in- en uitritten; h. groenvoorzieningen; i. nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. 8.2
Bouwregels
8.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 8.2.2 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van een ander bouwwerk mag maximaal 5 meter bedragen, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte van lichtmasten, informatiesystemen, signaleringsborden en vlaggenmasten maximaal 10 meter mag bedragen; 2. de bouwhoogte van de erf- en terreinafscheidingen gelegen langs een openbare weg maximaal 1 meter mag bedragen; 3. de bouwhoogte van geluidswerende voorzieningen maximaal 6 meter mag bedragen. 8.3
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het veranderen van het profiel, dan wel het veranderen van bestaande geluidsreducerende maatregelen waardoor de voorkeurgrenswaarde of een hogere verkregen grenswaarde op grond van de Wet geluidhinder wordt overschreden; b. het gebruik van de gronden ten behoeve van het plaatsen van reclameuitingen; c. het gebruik van gronden voor buitenopslag; d. het gebruik van gronden voor parkeren in openbaar gebied.
42
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
Artikel 9 9.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer- Verblijfgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woonstraten en wegen voor de ontsluiting van de aanliggende percelen; b. erven en pleinen; c. voorzieningen voor het openbaar vervoer; d. informatiesystemen/signaleringsborden; e. geluidswerende voorzieningen; f. standplaatsen; met bijbehorende: g. andere bouwwerken; h. kunstwerken en waterwerken; i. sport- en speelgelegenheden; j. fiets- en voetpaden; k. parkeervoorzieningen; l. groenvoorzieningen; m. nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. 9.2
Bouwregels
9.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 9.2.2 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van een ander bouwwerk mag maximaal 5 meter bedragen met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte van de erf- en terreinafscheidingen gelegen langs een openbare weg maximaal 1 meter mag bedragen; de bouwhoogte van geluidswerende voorzieningen maximaal 6 meter mag bedragen; 2. de bouwhoogte van kunstwerken van artistieke aard, lichtmasten, informatiesystemen, signaleringsborden mag maximaal 10 meter bedragen. 9.3
Afwijken van de bouwregels
9.3.1 Bevoegdheid Burgemeester en Wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. artikel 9.2.2 sub a, onder 1, en toestaan dat de bouwhoogte van een erf- en terreinafscheiding langs de openbare weg maximaal 3 meter mag bedragen. 9.3.2 Afweging De toepassing van de in artikel 9.3.1 genoemde afwijking is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de bestemming begrepen doeleinden en omliggende bestemmingen niet mag worden aangetast. In de afweging om omgevingsvergunning te verlenen worden in ieder geval de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, de cultuurhistorie, de verkeersveiligheid, de (sociale) veiligheid, brandveiligheid/ externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen in acht genomen. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad wordt de omgevingsvergunning niet verleend.
43
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
Artikel 10 10.1
Wonen - Aaneengebouwd
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - Aaneengebouwd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen - aaneengebouwd, aaneengebouwde woningen; b. bijbehorende bouwwerken; c. tuin en erven; met bijbehorende: d. andere bouwwerken; e. toegangswegen, in- en uitritten, achterpaden; f. parkeervoorzieningen; g. groenvoorzieningen; h. nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. 10.2
Bouwregels
10.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van een hoofdgebouw gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mag uitsluitend een aaneengebouwde woning worden gebouwd; b. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd worden; c. het bouwvlak mag volledig bebouwd worden; d. het aantal wooneenheden bedraagt niet meer dan het bestaande aantal wooneenheden; e. de maximale bouwhoogte bedraagt 8 meter, tenzij de bestaande bouwhoogte meer bedraagt, in welk geval de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de bestaande bouwhoogte. 10.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken mag buiten het bouwvlak maximaal 35 m² bedragen, met in achtneming dat niet meer dan 50% van de oppervlakte van het bouwperceel bebouwd wordt; b. voor hoekwoningen of woningen op de hoek van een woningblok geldt dat maximaal 50 m² bijbehorende bouwwerken gerealiseerd mogen worden mits: 1. niet meer dan 50% van de oppervlakte van het bouwperceel bebouwd wordt; 2. de oppervlakte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken niet meer mag bedragen dan de oppervlakte van het hoofdgebouw; 3. de oppervlakte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk niet meer dan 35 m² bedraagt; c. bijbehorende bouwwerken dienen minimaal 3 meter achter de voorgevellijn van de woning te worden opgericht; d.
aangebouwde bijbehorende bouwwerken mogen maximaal 5 meter achter de oorspronkelijke achtergevel van de woning worden gebouwd; e. bij twee naar de weg gekeerde gevels (hoeksituatie) van het hoofdgebouw dienen vrijstaande bijbehorende bouwwerken achter de naar de weg gekeerde gevels van het hoofdgebouw dan wel in of achter het verlengde daarvan te worden gebouwd; f. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken binnen 3 meter afstand van de perceelsgrens mag maximaal 3,5 meter bedragen; g. de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal 3 meter bedragen; h. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal 6 meter bedragen.
44
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
10.2.3 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van een ander bouwwerk mag voor de voorgevellijn maximaal 1 meter en achter de voorgevellijn maximaal 3 meter bedragen met dien verstande dat: 1. de totale gezamenlijke oppervlakte aan andere bouwwerken mag maximaal 25 m² bedragen, mits niet meer dan 50% van het achtererf wordt bebouwd; 2. overkappingen binnen het bouwvlak worden gerealiseerd; 3. de maximale bouwhoogte van een erf- en terreinafscheiding voor de voorgevellijn maximaal 1 meter mag bedragen en achter de voorgevellijn maximaal 2 meter; 4. een luifel aan het hoofdgebouw maximaal 1,50 meter uit steken. 10.3
Nadere eisen
10.3.1 Bevoegdheid Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de gebouwen, wat betreft: a. de woonsituatie; b. het straat- en bebouwingsbeeld; c. cultuurhistorie; d. verkeersveiligheid; e. sociale veiligheid; f. brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding; g. milieusituatie; h. de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen. 10.4
Afwijken van de bouwregels
10.4.1 Bevoegdheid Burgemeester en Wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. artikel 10.2.1 sub e en toestaan dat de maximale bouwhoogte van het hoofdgebouw 1 meter hoger mag bedragen; b. artikel 10.2.2 sub a en toestaan dat de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken maximaal 50 m² bedraagt, met in achtneming dat: 1. niet meer dan 50% van de oppervlakte van het bouwperceel bebouwd wordt, 2. een vrijstaand bijbehorend bouwwerk niet meer dan maximaal 35 m² bedraagt; c. artikel 10.2.2 sub e en toestaan dat bij twee naar de weg gekeerde gevels (hoeksituatie) van het hoofdgebouw het vrijstaande bijbehorende bouwwerk niet in het verlengde van de naar de weg gekeerde gevels van het hoofdgebouw gebouwd hoeft te worden. 10.4.2 Afweging De toepassing van de in artikel 10.4.1 genoemde afwijking(en) is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de bestemming begrepen doeleinden en omliggende bestemmingen niet mag worden aangetast. In de afweging om omgevingsvergunning te verlenen worden in ieder geval de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, de cultuurhistorie, de verkeersveiligheid, de (sociale) veiligheid, brandveiligheid/ externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen in acht genomen.
Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad wordt de omgevingsvergunning niet verleend; 10.5
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend:
45
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
a. het gebruik van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk als zelfstandige woning.
46
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
Artikel 11 11.1
Wonen - Gestapeld
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - Gestapeld' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. appartementsgebouwen, flatgebouwen, gestapelde woningen; b. een ondergrondse en of inpandige parkeergarage; c. bergingen; d. tuin en erven; met bijbehorende: e. onderdoorgangen; f. andere bouwwerken; g. parkeervoorzieningen; h. nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. 11.2
Bouwregels
11.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. het aantal woningen bedraagt niet meer dan het bestaande aantal woningen; c. het bouwvlak mag volledig bebouwd worden; d. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan de bestaande bouwhoogte; e. de dakhelling van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan de bestaande dakhelling. 11.2.2 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte aan andere bouwwerken mag maximaal 20 m² bedragen, mits niet meer dan 50% van de oppervlakte van het bouwperceel bebouwd wordt; b. de bouwhoogte van een ander bouwwerk mag voor de voorgevellijn maximaal 1 meter bedragen; c. de bouwhoogte van erf-en terreinafscheidingen gelegen langs een openbare weg en/ of langs het gedeelte van het zijerf, dat loopt vanaf de openbare weg tot aan de voorgevel van het hoofdgebouw, mag maximaal 1 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevellijn maximaal 2 meter mag bedragen; d. de bouwhoogte van andere bouwwerken binnen het bouwvlak bedraagt maximaal 5 meter; e. de bouwhoogte van andere bouwwerken buiten het bouwvlak bedraagt maximaal 3 meter. 11.3
Nadere eisen
11.3.1 Bevoegdheid Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de gebouwen, wat betreft: a. de woonsituatie; b. cultuurhistorie; c. verkeersveiligheid; d. sociale veiligheid; e. brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding; f. milieusituatie; 47
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
g. de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen. 11.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van een bijbehorend bouwwerk als zelfstandige woning; b. het gebruik van de gronden ten behoeve van horeca.
48
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
Artikel 12 12.1
Wonen - Twee aaneen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - Twee aaneen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. twee-onder- een kapwoningen (twee aaneen); b. bijbehorende bouwwerken; c. tuin en erven; met bijbehorende: d. andere bouwwerken; e. toegangswegen, in- en uitritten; f. parkeervoorzieningen; g. nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. 12.2
Bouwregels
12.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mag uitsluitend een twee-onder- een kapwoning worden gebouwd; b. het aantal woningen bedraagt niet meer dan het bestaande aantal woningen; c. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; d. het bouwvlak mag volledig bebouwd worden; e. de afstand van een niet aangebouwde zijde van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrens dient minimaal 3 meter te bedragen, tenzij de bestaande afstand kleiner is, in welk geval de bestaande afstand als minimum geldt; f. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan de bestaande bouwhoogte; g. de goothoogte bedraagt niet meer dan de bestaande goothoogte; h. de dakhelling van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan de bestaande dakhelling. 12.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken mag buiten het bouwvlak maximaal 50 m² bedragen, met in achtneming dat: 1. niet meer dan 50% van de oppervlakte van het bouwperceel bebouwd wordt; 2. de oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken gebouwd op dat gedeelte van het bouwperceel, waar het hoofdgebouw nog volgens het bepaalde in artikel 12.2.1 sub d en e kan worden vergroot, niet wordt gerekend tot de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken; 3.
de oppervlakte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken mag niet meer mag bedragen dan de oppervlakte van het hoofdgebouw. Met dien verstande dat, indien het vloeroppervlak van het hoofdgebouw 50 m² of minder bedraagt dan mag het aangebouwde bijbehorende bouwwerk 1,5 keer de omvang van het hoofdgebouw bedragen; 4. de voorgevel van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag maximaal 30 meter achter de achtergevel van het hoofdgebouw worden opgericht; b. bijbehorende bouwwerken dienen minimaal 3 meter achter de voorgevellijn van de woning te worden opgericht, danwel indien sprake is van een kleinere afstand, de reeds bestaande afstand; c. maximaal 50% van de gronden voor de voorgevel mogen worden bebouwd mits: 1. bij de eerste oplevering van het hoofdgebouw een bijbehorend bouwwerk voor de voorgevel gerealiseerd is;
49
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
2. de maximale bouwhoogte niet meer dan 3,5 m bedraagt; d. bij twee naar de weg gekeerde gevels (hoeksituatie) van het hoofdgebouw dienen vrijstaande bijbehorende bouwwerken achter de naar de weg gekeerde gevels van het hoofdgebouw dan wel in of achter het verlengde daarvan te worden gebouwd; e. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken binnen 3 meter afstand van de perceelsgrens mag maximaal 3,5 meter bedragen; f. de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal 3 meter bedragen; g. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal 6 meter bedragen. 12.2.3 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwerken gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte aan andere bouwwerken mag maximaal 20 m² bedragen, mits niet meer dan 50% van de oppervlakte van het bouwperceel bebouwd wordt; b. de bouwhoogte van een ander bouwwerk mag voor de voorgevellijn maximaal 1 meter bedragen; c. de bouwhoogte van erf-en terreinafscheidingen gelegen langs een openbare weg en/ of langs het gedeelte van het zijerf, dat loopt vanaf de openbare weg tot aan de voorgevellijn van het hoofdgebouw, mag maximaal 1 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevellijn maximaal 2 meter mag bedragen; d. de bouwhoogte van andere bouwwerken binnen het bouwvlak bedraagt maximaal 5 meter; e.
de bouwhoogte van andere bouwwerken buiten het bouwvlak bedraagt maximaal 3 meter. 12.3
Nadere eisen
12.3.1 Bevoegdheid Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de gebouwen, wat betreft: a. de woonsituatie; b. het straat- en bebouwingsbeeld; c. cultuurhistorie; d. verkeersveiligheid; e. sociale veiligheid; f. brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding; g. milieusituatie; h. de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen. 12.4
Afwijken van de bouwregels
12.4.1 Bevoegdheid Burgemeester en Wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. artikel 12.2.1 sub c en toestaan dat een hoofdgebouw gedeeltelijk buiten het bouwvlak wordt gebouwd, mits: 1. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast indien uitbreiding van het hoofdgebouw binnen het bouwvlak niet meer mogelijk is; 2. de uitbreiding niet groter is dan 0,25 keer het bestaande hoofdgebouw en niet meer dan 50% van de oppervlakte van het bouwperceel bebouwd wordt; 3. de afstand van het hoofdgebouw tot de zijerfscheiding aan 1 zijde minimaal 3 meter bedraagt; 4. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de karakteristieke hoofdvorm van de
50
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
bebouwing; b. artikel 12.2.1 sub f en toestaan dat de maximale bouwhoogte van het hoofdgebouw 1 meter hoger mag bedragen; c. artikel 12.2.1 sub g en toestaan dat de maximale goothoogte van het hoofdgebouw 1 meter hoger mag bedragen; d. artikel 12.2.2 sub a en toestaan dat de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bij een per woning maximaal 75m² bedragen, mits; 1. de totale bebouwing op het bouwperceel niet meer dan 225m² bedraagt; 2. niet meer dan 50% van de oppervlakte van het achtererfgebied bebouwd wordt; 3. de oppervlakte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk niet meer dan 50m² bedraagt; e. artikel 12.2.2 sub b en toestaan dat bijbehorende bouwwerken vanaf de voorgevellijn mogen worden opgericht; f. artikel 12.2.2 sub d en toestaan dat bij twee naar de weg gekeerde gevels (hoeksituatie) van het hoofdgebouw het vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet in het verlengde van de naar de weg gekeerde gevels van het hoofdgebouw hoeft te worden gebouwd. 12.4.2 Beperking De toepassing van de in artikel 12.4 genoemde afwijking is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de bestemming begrepen doeleinden en omliggende bestemmingen niet mag worden aangetast.
In de afweging om omgevingsvergunning te verlenen worden in ieder geval de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, de cultuurhistorie, de verkeersveiligheid, de (sociale) veiligheid, brandveiligheid/ externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen in acht genomen. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad wordt de omgevingsvergunning niet verleend; 12.5
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk als zelfstandige woning.
51
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
Artikel 13 13.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde - Archeologie 2 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. terreinen van hoge archeologische verwachting (historische dorpskernen en buffers rondom AMK-terreinen); b. bescherming en veiligstelling van de vastgestelde archeologische waarden, met dien verstande dat de bestemming niet geldt voor het gebied dat is gelegen binnen de dubbelbestemmingen 'Leiding – Gas' en 'Leiding – Nam leiding (boven- en ondergronds)'. 13.2
Bouwregels
13.2.1 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, die betrekking heeft op gronden, die zijn aangewezen a;s 'Waarde-Archeologie 2', legt een rapport over waarin de archeologische waarde, van het terrein dat mogelijk zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld. 13.2.2 Afwegingskader omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld in artikel 13.2.1 blijkt dat: a. geen archeologische waarden (meer) zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; b. schade door de bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de vergunning verbonden regels. 13.2.3 Voorwaarden omgevingsvergunning In de situatie als bedoeld in artikel 13.2.2 onder b kunnen burgemeester en wethouders de volgende regels aan de omgevingsvergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden 'in situ' in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, waardoor archeologische waarden 'ex situ', door middel van onderzoek worden behouden; c.
de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. In de regels wordt geregeld wat de gevolgen zijn bij vodsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden of werken; d. de verplichting tot het doen van een melding bij de archeologische deskundige van de gemeente, indien tijdens de werkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet. 13.2.4 Uitzondering onderzoeksplicht Artikel 13.2.1 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. één of meer bouwwerken waarvan de totale oppervlakte kleiner is dan 100 m 2 , waarbij het gaat om een totaal aan te verstoren bodemoppervlak binnen een plangebied of bouwvlak van een samenhangend project dat niet opgedeeld kan worden in deeluitwerkingen; c. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd met een 52
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
bouwhoogte van ten hoogste 3 meter; d. bouwwerken indien op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad. 13.2.5 Herleving onderzoeksplicht Op een aanvraag die betrekking heeft op een terrein waarvoor reeds eerder een omgevingsvergunning is afgegeven, zoals bedoeld in artikel 13.2.1, waaraan regels zijn verbonden, zoals bedoeld in artikel 13.2.3, is artikel 13.2.4 sub b en sub c niet van toepassing. Burgemeester en wethouders kunnen in een zodanig geval bepalen dat de aanvrager een nieuw rapport moet overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag mogelijk zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld. Artikel 13.2.2 en artikel 13.2.3 zijn van overeenkomstige toepassing. 13.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.3.1 Vergunningplichtige werken en werkzaamheden Ongeacht het bepaalde in de regels bij andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. drainage van de gronden; b.
bodemingrepen meer dan 100m² op een grotere diepte dan dan 30 centimeter. 1. Het verbod als bedoeld in artikel 13.3 onder 1 is niet van toepassing op werken en / of werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer betreffen; b. bodemingrepen met een totale oppervlakte van meer dan 100 m 2 en dieper dan 30 cm; c. het planten of rooien van bomen of gewassen waar bij de oogst van de plant, dan wel het verwijderen van de gehele plant, de bodem dieper dn 30 cm zal worden geroerd; d. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dn 30 cm, met uitzondering van het aanbrengen van ondergrondse leidingen ter plaatse van de dubbelbestemmingen 'Leiding-Gas' en 'Leiding- NAM leiding (boven- en ondergronds)', zoals in artikel 13.1 sub b genoemd. 13.3.2 Uitzondering vergunningplicht Het verbod als bedoeld in artikel 13.3.1 is niet van toepassing op: a. werken en/of werkzaamheden die normaal onderhoud en beheer betreffen; b. bodemingrepen tot een diepte van ten hoogste 30 cm; c. bodemingrepen met een totale oppervlakte tot ten hoogste 100 m 2 ; d. niet-bodemkerende werkzaamheden ten behoeve van het verbeteren van de verdichte bodemstructuur (niet-kerend woelen) tot ten hoogste 10 cm onder de bouwvoor (de zogenaamde woellaag); e.
werken en/of werkzaamheden die al in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; f. werken en/of werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingsvergunning; g. werken en/of werkzaamheden die ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; h. werken en/of werkzaamheden indien op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat de archeologische waarden door de
53
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
werken en/of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad. 13.3.3 Combinaties Voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden aangevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken. 13.3.4 Onderzoeksplicht Bij de beoordeling van de aanvraag van de omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 13.3.1, vindt overleg plaats met de archeologisch deskundige. Door de deskundige wordt bepaald of en op welke wijze archeologisch onderzoek noodzakelijk is. De aanvrager van een omgevingsvergunning legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein voldoende is vastgesteld. Hier kunnen meerdere fasen in archeologisch onderzoek voor nodig zijn. Indien de deskundige schriftelijk heeft verklaard dat een onderzoek niet (meer) noodzakelijk is, vervalt de verplichting tot onderzoek. 13.3.5 Afwegingskader omgevingsvergunning De in artikel13.3.1 bedoelde omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt verleend als: a. de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; b. er geen archeologische waarden (meer) zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; c.
schade door de werkzaamheden of werken kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden regels; d. de archeologische deskundige aan burgemeester n wethouders positief heeft geadviseerd omtrent het uitvoeren van de omgevingsvergunning. 13.3.6 Voorwaarden omgevingsvergunning Voor zover de in artikel 13.3.1 genoemde bodemingrepen, dan wel de gevolgen van deze bodemingrepen, kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de omgevingsvergunning alleen worden verleend, indien aan de omgevingsvergunning de volgende regels worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden 'in situ' in de bodem kunnenc worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, waardoor archeologische waarden 'ex situ', door middel van onderzoek worden behouden; c. de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. In de regels wordt geregeld wat de gevolgen zijn bij vodsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden of werken; d.
de verplichting tot het doen van een melding bij de archeologische deskundige van de gemeente indien tijdens de werkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet.
54
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
Artikel 14 14.1
Waarde - Archeologie 3
Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde - Archeologie 3 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. terreinen van middelhoge of hoge archeologische verwachtingen; b. bescherming en veiligstelling van de vastgestelde archeologische waarden, met dien verstande dat de bestemming niet geldt voor het gebied dat is gelegen binnen de dubbelbestemmingen 'Leiding – Gas' en 'Leiding – Nam leiding (boven- en ondergronds)'. 14.2
Bouwregels
14.2.1 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, die betrekking heeft op gronden, die zijn aangewezen a;s 'Waarde-Archeologie 3', legt een rapport over waarin de archeologische waarde, van het terrein dat mogelijk zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld. 14.2.2 Afwegingskader omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld in artikel 14.2.1 blijkt dat: a. geen archeologische waarden (meer) zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; b. schade door de bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de vergunning verbonden regels. 14.2.3 Voorwaarden omgevingsvergunning In de situatie als bedoeld in artikel 14.2.2 onder b kunnen burgemeester en wethouders de volgende regels aan de omgevingsvergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden 'in situ' in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, waardoor archeologische waarden 'ex situ', door middel van onderzoek worden behouden; c.
de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. In de regels wordt geregeld wat de gevolgen zijn bij vodsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden of werken; d. de verplichting tot het doen van een melding bij de archeologische deskundige van de gemeente, indien tijdens de werkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet. 14.2.4 Uitzondering onderzoeksplicht Artikel 14.2.1 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. één of meer bouwwerken waarvan de totale oppervlakte kleiner is dan 1.000 m 2 , waarbij het gaat om een totaal aan te verstoren bodemoppervlak binnen een plangebied of bouwvlak van een samenhangend project dat niet opgedeeld kan worden in deeluitwerkingen; c. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 meter; 55
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
d. bouwwerken indien op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad. 14.2.5 Herleving onderzoeksplicht Op een aanvraag die betrekking heeft op een terrein waarvoor reeds eerder een omgevingsvergunning is afgegeven, zoals bedoeld in artikel 14.2.1, waaraan regels zijn verbonden, zoals bedoeld in artikel 14.2.3, is artikel 14.2.4 sub b en sub c niet van toepassing. Burgemeester en wethouders kunnen in een zodanig geval bepalen dat de aanvrager een nieuw rapport moet overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag mogelijk zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld. Artikel 14.2.2 en artikel 14.2.3 zijn van overeenkomstige toepassing. 14.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.3.1 Vergunningplichtige werken en werkzaamheden Ongeacht het bepaalde in de regels bij andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. drainage van de gronden; b. bodemingrepen meer dan 1.000m² op een grotere diepte dan dan 30 centimeter; c.
het planten of rooien van bomen of gewassen waar bij de oogst van de plant, dan wel het verwijderen van de gehele plant, de bodem dieper dn 30 cm zal worden geroerd; d. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dn 30 cm, met uitzondering van het aanbrengen van ondergrondse leidingen ter plaatse van de dubbelbestemmingen 'Leiding-Gas' en 'Leiding- NAM leiding (boven- en ondergronds)', zoals in artikel 14.1 sub b genoemd. 14.3.2 Uitzondering vergunningplicht Het verbod als bedoeld in artikel 14.3.1 is niet van toepassing op: a. werken en/of werkzaamheden die normaal onderhoud en beheer betreffen; b. bodemingrepen tot een diepte van ten hoogste 30 cm; c. bodemingrepen met een totale oppervlakte tot ten hoogste 1.000 m 2 ; d. niet-bodemkerende werkzaamheden ten behoeve van het verbeteren van de verdichte bodemstructuur (niet-kerend woelen) tot ten hoogste 10 cm onder de bouwvoor (de zogenaamde woellaag); e. werken en/of werkzaamheden die al in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; f. werken en/of werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingsvergunning; g. werken en/of werkzaamheden die ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; h.
werken en/of werkzaamheden indien op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en/of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad. 14.3.3 Combinaties Voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden aangevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken.
56
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
14.3.4 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein is vastgesteld. Hiervoor wordt standaard een archeologisch bureauonderzoek met verkennend booronderzoek (van 6 boringen per ha) gevcraagd. Alvorens tot onderzoek over te gaan, kan de archeologische deskundige advies worden gevraagd omtrent de noodzaak tot onderzoek en de wijze van onderzoek. Indien deze schriftelijk heeft verklaard dat een onderzoek niet noodzakelijk is, vervalt de verplichting tot onderzoek. 14.3.5 Afwegingskader omgevingsvergunning De in artikel14.3.1 bedoelde omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt verleend als: a. de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; b. er geen archeologische waarden (meer) zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; c. schade door de werkzaamheden of werken kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden regels; d. de archeologische deskundige aan burgemeester n wethouders positief heeft geadviseerd omtrent het uitvoeren van de omgevingsvergunning.
14.3.6 Voorwaarden omgevingsvergunning Voor zover de in artikel 14.3.1 genoemde bodemingrepen, dan wel de gevolgen van deze bodemingrepen, kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de omgevingsvergunning alleen worden verleend, indien aan de omgevingsvergunning de volgende regels worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden 'in situ' in de bodem kunnenc worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, waardoor archeologische waarden 'ex situ', door middel van onderzoek worden behouden; c. de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. In de regels wordt geregeld wat de gevolgen zijn bij vodsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden of werken; d. de verplichting tot het doen van een melding bij de archeologische deskundige van de gemeente indien tijdens de werkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet.
57
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
Hoofdstuk 3 Artikel 15
Algemene regels
Anti-dubbeltelregeling
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
58
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
Artikel 16
Algemene bouwregels
16.1 Ondergeschikte bouwonderdelen a. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouwgrens dan wel de maximale bouwhoogte niet meer dan maximaal 1 meter wordt overschreden; b. Vlaggenmasten en antennemasten, voorzover deze direct ten dienste staan van -en onderdeel uitmaken van een gebouw, mogen de toegestane maximale bouwhoogte met maximaal 1,5 meter overschrijden; c. Dakopbouwen, noodtrappen, luchtbehandeling- en liftinstallaties mogen niet hoger zijn dan 1,5 meter ten opzichte van de bouwhoogte van een gebouw, en mogen geen groter oppervlakte beslaan dan 15% van de vloeroppervlakte van de bovenste laag van het gebouw, waarop zij worden geplaatst.
59
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
Artikel 17 17.1
Algemene gebruiksregels
Vormen van verboden gebruik (onbebouwd)
Als een verboden gebruik wordt in ieder geval beschouwd een gebruik van gronden en/of water: a. als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voor zover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. als terrein voor het al dan niet voor de verkoop opslaan of opstellen van ongebruikte en/of gebruikte, dan wel geheel of gedeeltelijk uit gebruikte onderdelen samengestelde machines, voer-, vaar- of vliegtuigen c.q. onderdelen daarvan, die bruikbaar en niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken zijn, behoudens voor zover het betreft parkeren en overigens voor zover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. als opslagplaats van materialen en voertuigen, behoudens voor zover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond, of ten behoeve van bouwwerkzaamheden of andere tijdelijke werkzaamheden; d. het gebruik van gronden en bouwwerken voor een prostitutiebedrijf, seksinrichting en/of tippelzone; e. voor het (doen) uitoefenen van straatprostitutie en/of tippelzone. 17.2
Vormen van verboden gebruik (gebouwen)
Als een verboden gebruik wordt in ieder geval beschouwd het gebruik: a. van gebouwen voor het verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen als detailhandel, met uitzondering van het verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen, waarvan de verkoop ondergeschikt deel uitmaakt van de normale dienstverlening behorende bij het op hetzelfde perceel uitgeoefende bedrijf; b. van niet voor bewoning bestemde gebouwen of ruimten, daaronder begrepen kampeermiddelen, voor permanente bewoning; c. het plaatsen van of geplaatst houden van onderkomens; d. van gebouwen ten behoeve van het (doen) exploiteren van een seksinrichting, een escortbedrijf of (het laten uitoefenen van) (raam)prostitutie.
60
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
Artikel 18 18.1
Algemene aanduidingsregels
Geluidzone - Industrie
18.1.1 Bouwregels In afwijking van het bepaalde in de daar voorkomende bestemming(en) geldt, ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone-industrie', de vlgende regel: a. een op grond van de daar voorkomende bestemming(en) toelaatbaar gebouw of de uitbreiding daarvan, welke kan worden aangemerkt als een geluidsgevoelig object, mag slechts worden gebouwd indien de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein van de gevels van dit gebouw niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde. 18.1.2 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze gebiedsaanduiding wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van niet-geluidsgevoelige objecten als geluidsgevoelig object. 18.1.3 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat: a. het bepaalde in lid 18.1.1 en lid 18.1.2 buiten toepassing blijft, teneinde de toegelaten geluidsgevoelige objecten binnen de daar voorkomende bestemming(en) te kunnen bouwen of gebruiken, mits: 1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de met deze gebiedsaanduiding gereserveerde ruimte voor het industrieterrein; 2. de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein op de gevels van geluidsgevoelige objecten niet hoger mag zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, dan wel een vastgestelde hogere grenswaarde. 18.2
Milieuzone-Grondwaterbeschermingsgebied
De gronden ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone-grondwaterbeschermingsgebied' zijn, naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens bestemd voor het behoud en herstel van de drinkwatervoorziening waaronder begrepen de winning en de bewerking van drinkwater met daarbij behorende bebouwing en erven. 18.2.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het opslaan of het ondergrondse transport van schadelijke en bodembedreigende stoffen; 2. het fysisch aantasten van de bodem; 3. het opnemen van oppervlaktewater voor het vullen en spoelen van machines voor het verspuiten van bestrijdingsmiddelen; 4. het gebruik van bestrijdingsmiddelen binnen een afstand van 5 meter vanaf de rand van het grondwaterbeschermingsgebied; 5. het ophogen, ontgronden, egaliseren, ontginnen en diepploegen; 6. het graven en dempen van wijken, sloten en waterlopen; 7. het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen en het zoeken naar delfstoffen. b. Het verbod als bedoeld in sub a is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die:
61
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
1. het normale onderhoud en beheer betreffen, waaronder normaal spit- en ploegwerk, anders dan diepploegen; 2. noodzakelijk zijn in verband met het op de bestemming gerichte beheer of gebruik van de grond; 3. plaatsvinden in relatie tot archeologisch onderzoek; 4. al in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan of verordening; 5. mogen worden uitgevoerd krachtens een al verleende vergunning. c. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen, wordt schriftelijk advies van het waterschap en de beheerder van het grondwaterbeschermingsgebied ingewonnen; d. De in sub b bedoelde vergunning wordt in ieder geval geweigerd wanneer de voorgenomen werken of werkzaamheden de mogelijkheden tot grondwaterwinvoorziening zodanig zullen aantasten of de mogelijkheden tot herstel daarvan zodanig zullen verkleinen, dat dit niet door het stellen van voorwaarden aan de vergunning kan worden voorkomen.
62
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
Artikel 19 19.1
Algemene afwijkingsregels
Bevoegdheid
Indien niet op grond van een andere regel in deze regels kan worden afgeweken, kunnen burgemeester en wethouders op grond van dit artikel afwijken van de regels door: a. het afwijken van de voorgeschreven bouw - en hoogtematen, oppervlaktes, afmetingen, afstanden en percentages met maximaal 10%; b. het binnen de bestemming in geringe mate verschuiven (maximaal 2 meter) van het bouwvlak; c. het toestaan van geringe afwijkingen, welke in het belang van zijn een ruimtelijke of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, mits de afwijking in de situering maximaal 3.00 meter bedraagt; d. het toestaan van in geringe mate, doch maximaal 5.00 meter afwijken van een bestemmingsgrens, van het profiel van een straat of de vorm van een plein, alsmede van de vorm van bebouwde oppervlakken (bouwpercelen), voor zover zulks noodzakelijk en/of wenselijk is om het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein aan te passen; e. het in geringe mate aanpassen van het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven, mits de afwijking in de situering maximaal 3.00 meter bedraagt; f.
het oprichten van niet voor bewoning bestemde bouwwerken ten behoeve van het openbaar net aangesloten nutsvoorzieningen, telecommunicatieverkeer openbaar vervoer of het wegverkeer, kunstwerken van artistieke aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwwerken, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen, met dien verstande dat: 1. de goothoogte van een gebouw maximaal 3.00 meter mag bedragen; 2. de oppervlakte van een gebouw maximaal 50m² mag bedragen; 3. de bouwhoogte van een ander bouwwerk maximaal 10.00 meter mag bedragen; g. de hoogte van andere bouwwerken zijnde, te vergroten en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt verhoogd tot niet meer dan 10 m; h. het overschrijden van de voorgevellijn door: 1. erkers, balkons, luifels en bordessen en naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwwerken tot maximaal 1 meter, over de gehele breedte van de voorgevel; 2. ingangspartijen tot maximaal 2 meter, mits de bebouwde oppervlakte maximaal 6 meter² en de bouwhoogte maximaal 3 meter zal bedragen; i. het toestaan van erf- en terreinafscheiding langs de openbare weg met een maximaal bouwhoogte tot 1,5 meter; j. de uitoefening van een aan huis gebonden kleinschalige beroeps- of bedrijfsactiviteiten toe te staan in een deel van de woning, waarbij de volgende bepalingen gelden: 1.
de verblijfsruimten moeten blijven voldoen aan het Bouwbesluit en de bouwverordening; 2. de woonfunctie moet in overwegende mate gehandhaafd blijven en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden mogen niet onevenredig worden aangetast; 3. de woonfunctie moet in ruimtelijke zin en visuele zin primair blijven; 4. de beroeps- of bedrijfsactiviteit wordt uitgeoefend door in ieder geval één van de bewoners van de woning; 5. maximaal 40% van het te bebouwen vloeroppervlak mag gebruikt worden voor huisverbonden activiteiten met een maximum van 50m²; 6. detailhandel mag niet plaatsvinden behoudens een beperkte verkoop in het klein in
63
Gemeente Emmen, beheersverordening Emmen Centrum, omgeving Klokkenslag Wilhelminastraat (vastgesteld)
direct verband met het aan huis verbonden beroep/ en bedrijf; 7. er mogen geen reclameborden groter dan 0,5m² bij of aan de woning worden geplaatst; 8. er geen onevenredige parkeerdruk voor de omgeving optreedt; k. het laten gebruiken van een deel van de woning voor bed en breakfast, waarbij de volgende bepalingen gelden: 1. de activiteit is uitvoerbaar binnen de bestaande bebouwing; 2. de activiteit is ruimtelijk ondergeschikt ten opzichte van de woonfunctie; 3. er mag geen onevenredige parkeerdruk voor de omgeving optreden; l. het gebruik van gronden of bouwwerken ten behoeve van evenementen met een maximum van drie per jaar per locatie en een duur van ten hoogste vijftien dagen per evenement, het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement hieronder begrepen. 19.2