Bijlage 3 bij RA21.0019 Verzelfstandigingsrapport Openbaar Onderwijs Emmen (RIS.10091)
Tekst van het document
portefeuille te houden en nominaal te laten uitkeren. Er is geen verplichting tot verkoop indien in een later stadium niet meer wordt voldaan aan de kredietratingeis. Rente-instrumenten zijn onderverdeeld in geldmarkt- en kapitaalmarktinstrumenten. Onder geldmarktinstrumenten worden producten met een looptijd korter dan één jaar bedoeld, bij kapitaalmarktinstrumenten langer dan één jaar. Het gebruik van rente-instrumenten is toegestaan na een besluit van het college van bestuur middels het treasuryplan of een uitzonderingsrapportage. Het ongedekt handelen in rente-instrumenten is uitgesloten evenals het creëren van 'open' posities. 2.4 Evaluatiecriteria t.a.v. de beleggingsportefeuille en de huisbank Voor de beleggingsportefeuille gelden de volgende evaluatiecriteria: Voldoen aan landeneis EU/EEG-lidstaat Voldoen aan kredietratingeisen Goede spreiding van de obligaties (landen, sectoren, aantal), dit ter voorkoming van concentratierisico Performance versus een benchmark/index Effectief rendement van de beleggingen (moet hoger zijn dan spaargeldrente) Voor de huisbankier gelden de volgende evaluatiecriteria: De huisbank is een bank gevestigd in Nederland en daarmee gevestigd in een land met minstens een AArating De huisbank heeft een minstens een A-rating De huisbank voorziet in de mogelijkheid van verschillende lagen in autorisatie 3.
Doelstelling treasuryfunctie De algehele doelstelling voor de treasuryfunctie bij Openbaar Onderwijs Emmen is dat deze de financiële continuïteit van de organisatie waarborgt. Treasury heeft bij Openbaar Onderwijs Emmen primair als doel het beheren van financiële risico’s en secundair het reduceren van financieringskosten. Als gevolg hiervan is het financieren en beleggen ondergeschikt en dienend aan deze primaire doelstelling. We onderscheiden de volgende doelstellingen en voorwaarden: Liquiditeit op korte en lange termijn (beschikbaarheid en rentemaximalisatie); Lage financieringskosten (kostenminimalisatie); Liquideerbare en risicomijdende beleggingen (risicominimalisatie); Kosteneffectief betalingsverkeer (kostenminimalisatie); Inzet rente-instrumenten. 3.1 liquiditeit (beschikbaarheid) Openbaar Onderwijs Emmen zal ervan verzekerd moeten zijn te allen tijde aan haar verplichtingen te kunnen voldoen en zo nodig ook altijd middelen te kunnen aantrekken. Het aantrekken van middelen zal zowel op korte als op lange termijn verzekerd moeten zijn. Voor het plannen van de omvang en het tijdstip waarop middelen benodigd zijn is een goede informatievoorziening vanuit de organisatie noodzakelijk. Het gaat dan met name om inzicht in de liquiditeits/kasstromen die de bedrijfsprocessen met zich meebrengen.
Openbaar Onderwijs Emmen zal een zodanige omvang aan liquide middelen c.q. kredietruimte aanhouden dat zij steeds aan haar korte termijn verplichtingen zal kunnen voldoen. Ter financiering van kortstondige liquiditeitsbehoefte (korter dan 1 jaar) zal er, indien nodig, een totale kredietfaciliteit van tenminste 20% van de totale bekostiging per jaar aangehouden worden, voldoende voor 1 tot 2 maanden. Wordt hierbij gebruik
gemaakt van korte termijn instrumenten (bijvoorbeeld kasgeldleningen) dan mogen deze het bedrag van de kredietfaciliteit niet te boven gaan. Rentemaximalisatie In het geval van (tijdelijk) overtollige middelen kan dit aanleiding zijn om een deel van de beschikbare middelen liquide aan te houden en het resterende deel zodanig te beleggen dat dit zonder al te veel kosten snel liquide te maken is. De hoogte van dit bedrag en de termijn van uitzetting zijn afhankelijk van de te verwachten inkomsten en uitgaven. In principe wordt een zo laag mogelijk saldo van direct beschikbare en dus liquide middelen nagestreefd. Wanneer het saldo structureel te hoog dreigt te worden dient onderzocht te worden hoe dit kan worden weggezet rekening houdend met risico’s en rendement. Eventuele beleggingen zullen voldoen aan de criteria van de Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016. 3.2 financieringskosten (kostenminimalisatie) Openbaar Onderwijs Emmen wil binnen aanvaardbare risico's financiering aantrekken tegen zo laag mogelijke financieringskosten. Daarnaast zal Openbaar Onderwijs Emmen vaste afspraken maken met de huisbankier over een overeen te komen kredietlimiet. In principe wordt geen langlopend vreemd vermogen aangetrokken. Vreemd vermogen wordt alleen aangetrokken als de omvang van de liquide middelen tijdelijk onvoldoende is om aan de verplichtingen te voldoen.
Er wordt geen vreemd vermogen aangetrokken om rentevoordeel te behalen. Indien vreemd vermogen wordt aangetrokken, wordt bij minimaal drie marktpartijen een offerte gevraagd. 3.3 beleggingen (risicominimalisatie) Met inachtneming van het onder 2.1 gestelde zullen overtollige middelen altijd worden belegd. Uit de beleggingen mogen nooit nieuwe risico's ontstaan. Gezien het feit dat de kredietwaardigheid van tegenpartijen onderhevig kan zijn aan veranderingen, zal de lijst met gegoede debiteuren periodiek herzien worden in het treasuryplan. Het beleggen en belenen van de liquide middelen kan worden gedaan bij de volgende geldnemers: 1 Financiële instellingen met minimaal een AA-minusrating, afgegeven door tenminste twee erkende ratingbureaus. 1
Rechtspersonen voor wier papier een solvabiliteitsratio van 0% geldt.
2
Financiële instellingen, met een kredietwaardigheid vergelijkbaar met het gestelde onder 1 voor zover vastgelegd en onderbouwd door de instelling.
Voor het beleggen en belenen van de tijdelijk overtollige middelen wordt gebruik gemaakt van de volgende instrumenten: Spaarrekeningen. Deposito’s. (Staats)obligaties. Schatkistbankieren 3.4 Betalingsverkeer (kostenminimalisatie) Gezien de omvang van het betalingsverkeer is het van belang dat de financiële logistiek optimaal is ingericht. Openbaar Onderwijs Emmen zal haar betalingsverkeer zo inrichten dat het kosteneffectief kan worden beheerd. De bankrelaties zullen minimaal 1 x per 2 jaar, afhankelijk van de met de bank(en) gemaakte afspraken, worden geëvalueerd. 3.5 Rente-instrumenten
De instrumenten zijn onderverdeeld in geldmarkt- en kapitaalmarktinstrumenten. Onder geldmarktinstrumenten worden producten met een looptijd korter dan één jaar bedoeld, bij kapitaalmarktinstrumenten langer dan één jaar. Het gebruik van rente-instrumenten is toegestaan na een besluit van het college van bestuur (met goedkeuring van de raad van toezicht) door middel de onder 3.3 bedoelde uitzonderingsrapportage.
4. Interne organisatie treasury functie Zaken op het gebied van administratieve organisatie en interne controle met betrekking tot treasury zullen worden opgenomen als een aparte paragraaf in het AO-handboek. Hierin gaat het met name over de uitvoering en mandatering/delegatie van de treasurytaken. In dit hoofdstuk van het treasurystatuut wordt een bondige AO-beschrijving gegeven van de treasuryfunctie. 4.1 Plaats binnen de organisatie
Het treasurystatuut wordt vastgesteld door het college van bestuur met goedkeuring van de raad van toezicht. De treasurycommissie adviseert het college van bestuur in deze. De uitvoering van de treasuryfunctie wordt opgedragen aan het college van bestuur.
Het college van bestuur is verantwoordelijk voor de totale uitvoering van het treasurybeleid. 4.2 Treasurycommissie Het college van bestuur laat zich in treasury-aangelegenheden bijstaan door een treasurycommissie. De samenstelling van de treasurycommissie is als volgt: Twee leden van de raad van toezicht (waarvan één met het kennisgebied financiën). Directeur Bedrijfsvoering. Adviseur financiën. De treasurycommissie vergadert 1 of 2 keer per jaar. Tijdens de vergadering worden in ieder geval de (eventuele) wijzigingen in de meerjarenontwikkeling en de omgevingsomstandigheden besproken. Voor het begin van het nieuwe jaar worden de data vastgesteld waarop de treasurycommissie vergadert. In elk geval bij het opstellen van het eerste jaarplan zal de treasurycommissie beoordelen in welke mate bij de financieringsbehoefte sprake zal zijn van jaarlijks terugkerende en dus structurele elementen die van invloed kunnen zijn op de afweging tussen korte en lange financiering. 4.3 Besluitvorming Beleid Voorstellen tot beleidswijzigingen zullen worden gedaan door de treasurycommissie en worden vervolgens vastgesteld door het college van bestuur. Treasuryplan Het treasuryplan maakt onderdeel uit van de begrotingsstukken en is daarbij onderdeel van beoordeling. De raad van toezicht keurt het treasuryplan goed. Het college van bestuur handelt volgens deze afspraken.
Uitzonderingen Indien er wijzigingen in de rentestructuur ontstaan, zodanig dat als gevolg hiervan andere beslissingen genomen moeten worden dan in het treasuryplan zijn opgenomen of indien het college van bestuur instrumenten in wil zetten die niet zijn aangegeven in het treasuryplan maakt de treasurycommissie een
uitzonderingsrapportage. Het college van bestuur bespreekt deze uitzonderingsrapportage. Slechts na verkregen goedkeuring van de raad van toezicht mag actie worden ondernomen. 4.4 Uitvoering beleid regeling beleggen, lenen en derivaten door instellingen voor onderwijs en onderzoek OCW 2016 Het treasurybeleid zal worden uitgevoerd door het college van bestuur. Voor het aangaan van kredietovereenkomsten (bijvoorbeeld rekening courant krediet, kasgeldleningen, onderhandse en andere meerjarige leningen) worden minstens drie offertes aangevraagd. Het besluit tot het aangaan van de betreffende overeenkomst van geldlening wordt genomen door het college van bestuur. 4.5 Evaluatie treasurystatuut Het statuut wordt uiterlijk na één boekjaar, voor het eerst uiterlijk op 31-12-2022, geëvalueerd en eventueel aangepast. Die evaluatie (en het besluit tot eventuele aanpassingen) vindt plaats binnen het college van bestuur. De treasurycommissie geeft een advies. De raad van toezicht wordt geïnformeerd over de evaluatie. 4.6 Controle accountant De externe accountant zal in de reguliere jaarlijkse controle van de boekhouding een rapportage opnemen over de financiële positie van Openbaar Onderwijs Emmen inclusief de aangegane off-balance instrumenten en mogelijk open posities. Impliciet betekent dit dat de accountant controleert in hoeverre het treasurystatuut wordt nageleefd.
5. Treasuryplan Het treasuryplan maakt onderdeel uit van de begroting. Jaarlijks voor 31-12 stelt het college van bestuur een treasuryplan vast, waarin de volgende zaken zijn opgenomen: Liquiditeitenplanning (korte en middellange termijn) De liquiditeitenplanning voor de eerstvolgende 12 maanden is grotendeels gebaseerd op historische patronen, aangevuld met exacte gegevens voor zover voorhanden. De planning op middellange termijn (2 jaar) is tevens een weergave van de verwachtingen ten aanzien van investeringen. Rentevisie banken De rentevisie van meerdere banken is gewenst om als basis voor rentescenario's te dienen. Renterisico (indien en voor zover van toepassing) De leenmomenten, de renteaanpassingen en de samenstelling van de huidige leningenportefeuille worden weergegeven, doorgerekend met enkele rentescenario's. Beschikbaarheid (korte en langere termijn) Op basis van de korte termijn planning kan worden aangegeven hoeveel kasgeld minimaal en maximaal noodzakelijk is. Tevens wordt aangegeven bij welke banken kasgeldfaciliteiten beschikbaar zijn voor Openbaar Onderwijs Emmen. Geld- en kapitaalmarktpartijen Hier wordt aangegeven (inclusief hoofdsommen en looptijden) waar Openbaar Onderwijs Emmen haar overtollige middelen mag beleggen. Uit het treasuryplan volgt een voorstel met geplande acties.
Per treasurytaak zal vooraf aangegeven moeten worden welke acties ondernomen zullen worden en bij welke renteniveaus de geanalyseerde risico's ingedekt worden en van welke instrumenten gebruik gemaakt mag worden. Indien het college van bestuur een bepaald rente-instrument verwacht in te zetten zal het hiervan in het treasuryplan melding maken. Het zal hierbij vermelden onder welke omstandigheden het instrument ingezet zal worden. Financiële instrumenten waarvoor geen expliciete toestemming is verkregen via het treasuryplan of een uitzonderingsrapportage zijn uitgesloten.
6. Verklaring beleggings- en beleningsbeleid Om aan de richtlijnen van het Ministerie van OC&W te voldoen heeft het bevoegd gezag het volgende beleid vastgesteld. Hierin wordt bepaald hoe met de beschikbare publieke financiële middelen van het bevoegd gezag wordt omgegaan. Betaalrekening: Van de beschikbare liquide middelen wordt een saldo op de rekening – courant aangehouden om aan de kortlopende verplichtingen te kunnen voldoen. Sparen: Van de resterende financiële middelen wordt een deel op een internetspaarrekening aangehouden, waarover op korte termijn kan worden beschikt. De financiële instelling waar deze spaarrekening loopt moet minimaal een AA-rating hebben. Het totale saldo van bovengenoemde rekeningen zal voldoende moeten zijn om de volgende betalingen per direct te kunnen verrichten: Verschil tussen huidige schulden en vorderingen op korte termijn. 2/12 deel van de jaarlijkse niet-personele kosten volgens de meest recente jaarrekening. 1/12 deel van de jaarlijkse personele kosten volgens de meest recente jaarrekening.
Eventueel extra te verwachten uitgaven, welke goedgekeurd zijn door de raad van toezicht. Bij het bepalen van het werkelijk aanwezige saldo dient rekening gehouden te worden met beleggingen en beleningen die in de loop van het jaar vrijkomen.
Beleggen: Het resterende saldo wordt op langlopende spaarrekeningen, deposito’s, obligaties en staatsleningen ingelegd, om een zo hoog mogelijk rendement te behalen. Hierbij wordt alleen belegd in beleggingsvormen en alleen bij de volgende aanbieders: Alleen bij financiële instellingen die onder toezicht staan van De Nederlandse Bank. Financiële instellingen met minimaal een AA-minusrating, afgegeven door tenminste twee erkende ratingbureaus. Rechtspersonen voor wier papier een solvabiliteitsratio van 0% geldt . Financiële instellingen, met een kredietwaardigheid vergelijkbaar met het gestelde onder a voor zover vastgelegd en onderbouwd door de instelling. Bovengenoemde regels zullen periodiek, maar tenminste éénmaal per jaar, door middel van het financieel jaarverslag worden verantwoord. Bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd in de procuratieregeling. Het college van bestuur is verantwoordelijk voor de uitvoering van bovenstaand en de jaarlijkse verslaglegging aan het ministerie via het jaarverslag De jaarlijkse verantwoording richting het ministerie bestaat uit:
Het beleid en de uitvoering van het beleid; Een opsomming met soort, omvang en looptijd van beleggingen en beleningen.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van bestuur
d.d…………..
Aldus goedgekeurd in de vergadering van de raad van toezicht
d.d……………
Handtekening
Handtekening
…………………………… Voorzitter CvB
…………………………. Voorzitter RvT