CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Bestemmingsplan Emmen Bargermeer industrie- en bedrijventerrein kabeltracé (aangepast blz 22)

Commissie Wonen en Ruimte 12 april 2023, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Emmen, Bargermeer industrie- en bedrijventerrein, kabeltracé' (29490-2023)29.819 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Natura 2000 Aanwezig binnen de invloedssfeer?

Ja

Effecten?

Vereiste vervolgstappen aan de orde?

Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?

6.2

Nee, mits uit nadere beschouwing blijkt dat er geen negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie zijn. Nee, tenzij nadere toetsing van eventuele stikstofdepositie noodzakelijk blijkt te zijn. Ja, mits er geen negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie zijn.

NNN Nee Nee, geen externe werking.

Nee

Ja

Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het projectgebied: Algemene broedvogels (mogelijk nestplaatsen aanwezig); Vleermuizen (mogelijk essentiële vliegroute ondersteuning aanwezig); In Tabel 6.2 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende project. Aangegeven is of een nader onderzoek nodig is, of

Blad 23 van 26

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

er sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming, of dit middels maatregelen voorkomen kan worden en of bij de uitvoering van het project een ontheffing nodig is. In hoofdstuk 5 van deze Natuurtoets staat de onderbouwing voor de gegeven conclusies. Tabel 6.2. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.

Essentieel leefgebied in projectgebied?

Soort (groep)

Algemene broedvogels

Ja, nestgelegenheid aanwezig op de grond, op platte daken, in bomen en bosschages.

Nader onderzoek nodig?

Nee

Is er sprake van een overtreding?

Nee, mits er voorafgaand aan werkzaamheden wordt gecontroleerd op broedvogels en/óf wordt gewerkt buiten het broedseizoen.

Is een ontheffing noodzakelijk

Nee

Zie paragraaf 5.2.1 voor werkwijze

Vleermuizen

Mogelijk essentiële vliegroute ondersteuning boven Bargermeerkanaal aanwezig.

Nee

Nee, mits geen bouwverlichting (amberkleurig) gericht wordt op mogelijk essentiële vliegroute ondersteuning (Bargermeerkanaal) in de actieve periode voor vleermuizen (15 april – 15 oktober) in de schemer en nacht (van 1 uur voor zonsondergang tot 1 uur na zonopkomst).

Nee

Vervolgstappen

Bij uitvoering van de werkzaamheden tijdens het broedseizoen dienen de projectgebieden voorafgaand gecontroleerd te worden op broedvogels en vrijgegeven te zijn.

Indien bouwverlichting gebruikt wordt, deze niet richten op mogelijk essentiële vliegroute ondersteuning in de actieve periode van vleermuizen (15 april - 15 oktober) in de schemer en nacht (van 1 uur voor zonsondergang tot 1 uur na zonopkomst).

Zie paragraaf 5.2.2 voor werkwijze.

6.3

Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. In het tekstkader in Bijlage I staat het wetsartikel uitgeschreven. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig

Blad 24 van 26

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

6.4

Conclusies in relatie tot de werkzaamheden De geplande werkzaamheden zijn de volgende: Een strook van 10 tot 15 meter rondom het tracé wordt gebruikt als werkterrein. Er zal machinaal worden gegraven op bedrijventerreinen, in braakliggende grond en in bermen van wegen. Ten behoeve van de gestuurde boringen zullen werkputten worden gegraven en een uitlegstrook worden geplaatst. Deze werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd zolang aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: Er dient te worden aangetoond dat de werkzaamheden geen negatieve effecten heeft op Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie. Er dient in de in tabel 6.2 opgesomde voorwaarden te worden voldaan om effecten op beschermde soorten te voorkomen. Er dient aan de zorgplicht (zie paragraaf 6.3) te worden voldaan bij het inrichten van de werkstrook en de uitvoering van de werkzaamheden.

Blad 25 van 26

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

7

Bronnen Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2009. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Augustus 2009. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. (z.d.). Informatiepagina Natura 2000gebieden. Geraadpleegd van https://www.natura2000.nl/ SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. SOVON, Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden. J. Melis, Ecologisch werkverslag Bargermeer-Emmen 110kV veldbezoek, 5-2021 Verspreidingsatlas vaatplanten (z.d.). Verspreidingsatlas vaatplanten. Geraadpleegd van https://www.verspreidingsatlas.nl/soortenlijst/vaatplanten Vlinderstichting (z.d.). Informatiepagina’s soorten. Geraadpleegd van https://www.vlinderstichting.nl/ RAVON (z.d.). Informatiepagina’s soorten. Geraadpleegd van https://www.ravon.nl/ Zoogdiervereniging (z.d.). Informatiepagina’s soorten. Geraadpleegd van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna). Geraadpleegd 31 maart 2021.

Blad 26 van 26

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Bijlagen

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Bijlage 1: Wettelijk kader Een van de doelen van de Wnb is de bescherming van inheemse flora en fauna. Vanuit deze wet is bij ruimtelijke ingrepen de initiatiefnemer verplicht op de hoogte te zijn van de mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde soorten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het ‘nee, tenzij’ – principe). Bepaalde handelingen, waaronder ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. Hiernavolgend wordt uitgelegd welke verbodsbepalingen gelden, welke vrijstellingen er gelden en op welke gronden ontheffingen kunnen worden aangevraagd.

Verbodsbepalingen soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die onder andere zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. In het tekstkader van deze Bijlage (zie volgende pagina) staan de artikelen uitgeschreven. Het gaat om de volgende drie categorieën: -

soorten van de Vogelrichtlijn; soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’), oftewel de Nationale soorten.

Voor soorten vallend onder bovenstaande beschermingsregimes geldt dat ze in principe niet (opzettelijk) gedood en verstoord mogen worden, ook verblijfplaatsen mogen niet vernietigd worden. Bij Vogelrichtlijnsoorten is opgenomen dat verstoring is toegestaan indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Dit geldt echter niet voor Habitatrichtlijnsoorten, inclusief bijlage I en II Bern en bijlage I Bonn (zie Tabel A van deze bijlage voor een uiteenzetting van soorten. Voor de ‘andere soorten’ geldt dat verstoring is toegestaan. Soorten die zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb (‘andere soorten’) zijn opgenomen in tabel B en C van deze Bijlage.

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming artikel 3.1, 3.5 en 3.10 Artikel 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn 1. 2. 3. 4. 5.

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Artikel 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn 1.

2. 3. 4. 5.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Artikel 3.10 Beschermingsregime andere soorten 1.

2.

3.

Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c.

ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Tabel A. Soorten die vallen onder artikel 3.5 (Habitatrichtlijn bijlage IV, Bern bijlage II, Bonn bijlage I). Soortgroep Nederlandse naam Soortgroep Nederlandse naam

Amfibieën

Dagvlinders

Haften

boomkikker

hamster

geelbuikvuurpad

otter

heikikker

bever

kamsalamander

Zoogdieren

knoflookpad

landzoogdieren lynx

rugstreeppad

noordse woelmuis

vroedmeesterpad

wilde kat

poelkikker

wolf

moerasparelmoervlinder

baardvleermuis

apollovlinder

bechsteins vleermuis

boszandoog

bosvleermuis

donker pimpernelblauwtje

brandts vleermuis

grote vuurvlinder

franjestaart

pimpernelblauwtje

gewone grootoorvleermuis

tijmblauwtje

grijze grootoorvleermuis

zilverstreephooibeestje

grote hoefijzerneus

oeveraas

grote rosse vleermuis

brede geelrandwaterroofkever

Kevers

Libellen

Nachtvlinders Reptielen

gestreepte waterroofkever juchtleerkever

Zaadplanten

vleermuizen

kleine dwergvleermuis kleine hoefijzerneus laatvlieger

mercuurwaterjuffer

meervleermuis

bronslibel

mopsvleermuis

gaffellibel

noordse vleermuis

gevlekte witsnuitlibel

rosse vleermuis

groene glazenmaker

ruige dwergvleermuis

noordse winterjuffer

tweekleurige vleermuis

oostelijke witsnuitlibel

vale vleermuis

rivierrombout

watervleermuis

sierlijke witsnuitlibel

gewone dwergvleermuis

teunisbloempijlstaart Dikkopschildpad, kemp’s zeeschildpad, lederschildpad, soepschilpad

walrus Bultrug, gewone vinvis bruinvis dwergpotvis

gladde slang

gestreepte dolfijn

muurhagedis

gewone dolfijn

zandhagedis

gewone spitsdolfijn

geel schorpioenmos

grijze dolfijn

kleine vlotvaren

Weekdieren

ingekorven vleermuis

Zoogdieren

vermiljoenkever

Sporenplanten tonghaarmuts Vissen

hazelmuis

steur

Zoogdieren

zeezoogdieren

kleine zwaardwalvis narwal orka

houting

tuimelaar

bataafse stroommossel

witflankdolfijn, witsnuitdolfijn

platte schijfhoren

noordse vinvis, potvis

liggende raket, zomerschroeforchis

butskop

drijvende waterweegbree

dwergvinvis

groenknolorchis

griend, witte dolfijn

kruipend moerasscherm

spitsdolfijn van gray

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Tabel B. “Overige Soorten” onderdeel A behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a. Soortgroep

Amfibieën

Nederlandse naam

Soortgroep

Nederlandse naam

Alpenwatersalamander

Beekdonderpad

Bruine kikker*

Beekprik

Gewone pad*

Elrits

Kleine watersalamander*

Europese rivierkreeft

Meerkikker*

Vissen

Gestippelde alver

Middelste groene kikker*

Grote modderkruiper

Vinpootsalamander

Kwabaal

Vuursalamander Aardbeivlinder Bosparelmoervlinder

Aardmuis*

Bruin dikkopje

Boommarter

Bruine eikenpage

Bosmuis*

Donker pimpernelblauwtje

Bunzing**

Duinparelmoervlinder

Damhert

Gentiaanblauwtje

Das

Grote parelmoervlinder

Dwergmuis*

Grote vos

Dwergspitsmuis*

Grote vuurvlinder

Edelhert

Grote weerschijnvlinder

Eekhoorn

Iepenpage

Egel*

Dagvlinders Kleine heivlinder

Gewone bosspitsmuis*

Kommavlinder

Gewone zeehond

Pimpernelblauwtje

Grote bosmuis

Sleedoornpage Spiegeldikkopje

Reptielen

Libellen

Eikelmuis

Kleine ijsvogelvlinder

Zoogdieren

Grijze zeehond Haas*

Veenbesblauwtje

Hermelijn**

Veenbesparelmoervlinder

Huisspitsmuis*

Veenhooibeestje

Konijn*

Veldparelmoervlinder

Molmuis

Zilveren maan Adder

Ondergrondse woelmuis*

Hazelworm

Rosse woelmuis*

Levendbarende hagedis

Steenmarter

Ringslang

Tweekleurige bosspitsmuis*

Beekkrombout

Veldmuis*

Bosbeekjuffer

Veldspitsmuis*

Donkere waterjuffer Gevlekte glanslibel

Vos* Waterspitsmuis

Gewone bronlibel

Wezel**

Hoogveenglanslibel

Wild zwijn

Kempense heidelibel

Woelrat*

Speerwaterjuffer

Ree*

Kevers

Vliegend hert

Soorten met een asterisk (*) zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen. Soorten met een dubbele asterisk (**) zijn in alle provincies, behalve Noord-Holland en Noord-Brabant, vrijgesteld. In Limburg is daarnaast de molmuis vrijgesteld, in Friesland de steenmarter en in Noord-Brabant het wild zwijn. Voor Limburg geldt dat in bepaalde perioden van het jaar de hazelworm, levendbarende hagedis, steenmarter en de eekhoorn vrijgesteld zijn.

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Tabel C. “Overige Soorten” onderdeel B behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel c. Soortgroep

Planten

Nederlandse naam Akkerboterbloem Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blaasvaren Blauw guichelheil Bokkenorchis Bosboterbloem Bosdravik Brave hendrik Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Echte gamander Franjegentiaan Geelgroene wespenorchis Geplooide vrouwenmantel Getande veldsla Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge Groene nachtorchis

Nederlandse naam

Nederlandse naam

Groensteel Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw Honingorchis Kalkboterbloem Kalketrip Karthuizeranjer Karwijselie Kleine ereprijs Kleine Schorseneer Kleine wolfsmelk Kluwenklokje Knollathyrus Knolspirea Korensla Kranskarwij Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende ereprijs Moerasgamander Muurbloem Naakte lathyrus Naaldenkervel Pijlscheefkalk

Roggelelie Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad Scherpkruid Schubvaren Schubzegge Smalle raai Spits havikskruid Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad Tengere distel Tengere veldmuur Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor Wilde weit Wolfskers Zandwolfsmelk Zinkviooltje Zweedse kornoelje

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 de zorgplicht opgenomen. In het tekstkader Hiernavolgend staat het wetsartikel uitgeschreven. Artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren niet mogen worden uitgevoerd.

Wanneer dergelijke handelingen toch uitgevoerd moeten worden, moeten maatregelen, voor zover dit in redelijkheid kan, worden genomen om de nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Er dient bijvoorbeeld zo gewerkt te worden dat dieren kunnen ontsnappen en het kan nodig zijn om soorten te verplaatsen (bijvoorbeeld planten en amfibieën). Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland.

Vrijstellingen Onder bepaalde voorwaarden geldt een algemene vrijstelling of een ontheffingsplicht van de verbodsbepalingen in de Wnb. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de vrijstelling of ontheffing hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het onderzoeksgebied en de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Hiertoe worden verschillende beschermingsregimes onderscheiden.

Provinciale Vrijstelling Nationale soorten (‘andere soorten’). Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. Het Rijk heeft ook een vrijstelling gemaakt voor projecten die vallen onder hun bevoegdheid (projecten van nationaal belang). Zoals ook te herleiden is uit de tabel (tabellen A en B), hangt het per provincie af welke soort is vrijgesteld van de verbodsbepalingen in artikel 3.10, ook de grond waarvoor een vrijstelling geldt kan ook variëren tussen provincies.. Indien de Nationale soorten niet zijn vrijgesteld en daarmee het voornemen de gestelde verboden in artikel 3.10 overtreedt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt.

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Ontheffingen Indien een soort niet onder een vrijstelling valt of niet gewerkt kan worden volgens een gedragscode, dient er een ontheffing te worden aangevraagd. Deze moet ingediend worden bij het bevoegd gezag. Dit is de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffingsaanvraag wordt getoetst aan drie criteria: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; 2. De activiteit leidt niet tot verslechtering van de staat van instandhouding; en 3. Er is sprake van een in de wet genoemd belang. In tabel D worden de belangen waaronder een ontheffing kan worden aangevraagd, opgesomd. Let daarbij op dat er voor Nationale soorten (‘andere soorten’) meer ontheffingsgronden beschikbaar zijn dan voor de beschermde soorten onder artikel 3.1 en 3.5. Indien de activiteit bestaat uit een ruimtelijke inrichting of ontwikkeling zou alleen een ontheffing afgegeven kunnen worden voor Nationale soorten. Mochten desondanks soorten uit de Vogel- en/of Habitatrichtlijn, Bern en Bonn voorkomen bij ruimtelijke ontwikkelingen, dan kunnen mitigerende maatregelen worden opgesteld. Er kan dan voor de zekerheid een ontheffing worden aangevraagd om de mitigerende maatregelen goed te keuren. Tabel D. Ontheffingsgronden waarop een ontheffing verleend mag worden per categorie (artikel 3.1, 3.5 en 3.10).

Ontheffingsgronden

1 2

3

Er bestaat geen andere bevredigende oplossing Leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding Opsomming van: volksgezondheid en openbare veiligheid veiligheid van luchtverkeer ter voorkoming van schade aan gewassen, vee, bossen, visserij ter bescherming van Flora en Fauna voor onderzoek, onderwijs, uitzetten en herinvoeren van soorten / teelt dwingende reden van groot openbaar belang, met inbegrip van sociale of economische aard en met inbegrip van voor milieuwezenlijke gunstige effecten ruimtelijke inrichting of ontwikkeling schade en overlast, ter beperking omvang populatie, ter bestrijding van lijden en ziekte, bestendig beheer en onderhoud, algemeen belang

Artikel 3.1

Artikel 3.5

Artikel 3.10

Soorten van de Vogelrichtlijn

Soorten van de Habitatrichtlijn, Bonn & Bern

Andere soorten

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

Nee

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

Nee

X

X

Nee

Nee

X

Nee

Nee

3.10 2a-g

Procedure ontheffingsaanvraag Voor Nationale soorten (‘andere soorten’) welke zijn opgenomen in de provinciale vrijstellingen geldt een vrijstelling. Dit betekent dat u geen ontheffing van de Wet natuurbescherming hoeft aan te vragen, maar u wel de zorgplicht moet nakomen. Voor Nationale soorten die niet zijn vrijgesteld, dient u een ontheffing beschermde soorten aan te vragen of te werken conform een gedragscode.

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Voor soorten van de Vogel- en Habitatrichtlijn, Conventie van Bern en Conventie van Bonn geldt dat als u kunt werken volgens een goedgekeurde gedragscode er een vrijstelling geldt. U hoeft geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen, maar u moet uw activiteiten aantoonbaar uitvoeren zoals in de gedragscode staat. Tevens blijft de zorgplicht gelden. Indien u niet kunt werken volgens een gedragscode, maar u kunt maatregelen nemen om de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats te garanderen (zogenoemde mitigerende maatregelen), dan hoeft u ook geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen. Wilt u zeker weten of uw mitigerende maatregelen voldoende zijn, en er inderdaad geen ontheffing nodig is? Vraag dan een ontheffing aan om uw maatregelen goed te keuren. Indien u geen mitigerende maatregelen kunt nemen, dan dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. Voor de ontheffingsaanvraag is het noodzakelijk te weten welke soorten aanwezig zijn, zodat gerichte mitigerende maatregelen kunnen worden getroffen. Het bevoegd gezag zal, indien het akkoord is met het aangeleverde stappenplan waarin de aanpak voor mitigatie beschreven wordt, een zogenoemde ‘verklaring van geen bedenkingen’ (vvgb) afgeven.

Daarmee zegt zij in feite dat een ontheffing niet noodzakelijk is wanneer men zich bij de uitvoering houdt aan het opgestelde stappenplan.

Overgangsrecht In het Besluit natuurbescherming is opgenomen dat de ontheffingen afgegeven onder het oude recht, gelden als ontheffingen onder de Wet natuurbescherming. Daarbij blijven dezelfde voorschriften, beperkingen en voorwaarden gelden. Dit geldt eveneens voor omgevingsvergunningen en vvgb’s. Op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wnb zullen de onafgeronde ontheffing aanvragen, ingediend vóór inwerkingtreding, conform de nieuwe wet worden behandeld. Ontheffing aanvragen van voor de inwerkingtreding zullen worden afgehandeld door RVO. Aanvragen die later ingediend worden zullen afgehandeld worden door de provincies (of het Rijk). De gedragscodes worden verlengd tot het moment van in werking treden van de Wet natuurbescherming en de nieuwe gedragscodes definitief zijn goedgekeurd.

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) De nieuwe naam voor de ecologische hoofdstructuur (EHS), het natuurnetwerk Nederland (NNN). De term EHS werd in 1990 geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan (NBP) van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). In 2013 is het natuurbeleid gedecentraliseerd naar de provincies. In hetzelfde jaar hebben de twaalf provincies met de staatssecretaris van het ministerie van EZ definitieve afspraken gemaakt in het Natuurpact. In 2014 werd de term ‘EHS’ vervangen door ‘NNN’. Dit beleid blijkt noodzakelijk te zijn doordat de Nederlandse natuur steeds meer onder druk staat, bijvoorbeeld door huizenbouw, aanleg van wegen en industrie. Toch leeft bij veel Nederlanders de wens om natuurgebieden in de buurt te hebben. Natuur geeft rust en biedt ruimte voor recreatie. De overheid heeft daarom extra geld uitgetrokken om de Nederlandse natuur te beschermen en verder te ontwikkelen. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft.

Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Het NNN bestaat uit: bestaande natuurgebieden, reservaten, natuurontwikkelingsgebieden en zogenaamde robuuste verbindingen; landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheergebieden); grote wateren (zoals de kustzone van de Noordzee, het IJsselmeer en de Waddenzee). Het NNN is een plan in uitvoering. De doelstelling van het Natuurpact is om 80.000 hectare nieuwe natuur in te richten vóór 2027.

Natura 2000-gebieden In de Wnb zijn bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn verwerkt. De Europese richtlijnen verplichten de lidstaten gebieden aan te wijzen met speciale beschermingszones (de Natura 2000-gebieden). Het doel hiervan is om de aangewezen habitattypes en habitats van soorten in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. De lidstaten moeten maatregelen treffen om de kwaliteit van deze habitats en habitats van soorten niet te laten verslechteren of te voorkomen dat er geen storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur, geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden. Meestal verlenen de provincies de vergunningen, maar soms doet het Ministerie van Economische Zaken dit.

Bestaand gebruik Voor handelingen die op 31 maart 2010 bekend waren bij het gevoegd gezag en die sinds deze datum niet meer in betekenende mate zijn gewijzigd is het niet meer noodzakelijk om een vergunning aan te vragen. Deze datum kan van een later tijdstip zijn indien een Natura 2000-gebied na 31 maart 2010 is aangewezen als beschermd gebied. Zie ook artikel 2.9 lid 2.

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Overgangsrecht In de Wnb (artikel 9.4) is opgenomen dat de vergunningen afgegeven onder het oude recht, gelden als vergunningen onder de Wet natuurbescherming. Daarbij blijven dezelfde voorschriften gelden. Dit geldt eveneens voor omgevingsvergunningen en vvgb’s. Beschermde Natuurmonumenten hebben vanaf inwerkingtreding van de Wnb niet langer een beschermde status. Daardoor zijn deze gebieden alleen nog ruimtelijk beschermd (Barro, bestemmingsplannen). Het volgende schema toont de vergunningprocedure in het kader van de Natuurbeschermingswet. Een Voortoets geeft aan of er wel of geen (negatieve) negatieve effecten zijn te verwachten. Zijn er geen negatieve effecten te verwachten, dan hoeft er geen vergunning beschermde gebieden aangevraagd te worden. Indien er kans is op negatieve effecten, kan een habitattoet een verdiepingsslag geven om aan te tonen hoe groot deze negatieve effecten zijn. Mocht er kans zijn op significant negatieve effecten, is het mogelijk om een ADC-toets uit te voeren. Wordt er voldaan aan de eisen, dan kan er een vergunning worden afgegeven met voorschriften en beperkingen.

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al bijna 70 jaar.

Contactgegevens Tolhuisweg 57 8443 DV HEERENVEEN Postbus 24 8440 AA HEERENVEEN E. jeroen.kruse@anteagroup.com

www.anteagroup.nl

Bijlage 2 Stikstofdepositie berekening

74 nterrein, kabeltracé" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Emmen, Bargermeer industrie- en bedrijve

Stikstofdepositie berekening Aanleg 110 kV-verbinding GETEC Bargermeer, Emmen

projectnummer 0469786.100 definitief revisie 00 3 juni 2021

Stikstofdepositie berekening Aanleg 110 kV-verbinding GETEC Bargermeer, Emmen

projectnummer 0469786.100 definitief, revisie 00 3 juni 2021

Auteurs J. (Jelte) Janzen

Opdrachtgever TenneT TSO B.V. Utrechtseweg 310 6812 AR ARNHEM

datum vrijgave 03-06-2021

beschrijving revisie 00 Concept

gecontroleerd J.A. Kruse

vrijgave R.S. Raap

Stikstofdepositie berekening Aanleg 110 kV-verbinding GETEC Bargermeer, Emmen projectnummer 0469786.100 3 juni 2021 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3

Nabijgelegen Natura-2000 gebieden Het project Leeswijzer

1 1 2

2

Wettelijk kader

3

2.1

Ontwikkelingen

3

3

Uitgangspunten berekening

6

3.1 3.2 3.3

Wegverkeer van en naar de locatie Mobiele werktuigen Vrachtwagens op locatie

6 8 9

4

Resultaat en conclusie

11

4.1 4.2 4.3

Resultaten Interpretatie Conclusie

11 11 13

Bijlage 1: Aanvoer en afvoer bouw verkeer

15

Bijlage 2: Emissies stationaire uren vrachtwagen en dieplader

18

Bijlage 3: Berekening emissie mobiele werktuigen

23

Bijlage 4: Emissies mobiele werktuigen

25

Bijlage 5: AERIUS berekening

27

Stikstofdepositie berekening Aanleg 110 kV-verbinding GETEC Bargermeer, Emmen projectnummer 0469786.100 3 juni 2021 revisie 00 TenneT TSO B.V.

1

Inleiding TenneT is voornemens op het industrieterrein Bargermeer te Emmen een tweetal nieuwe hoogspanningskabels (110 kV) aan te leggen. Om dit werk uit te kunnen voeren is inzet nodig van verkeer en (mobiele) werktuigen die stikstofoxide (NOx) en ammoniak (NH3) uitstoten. In het kader van de Wet natuurbescherming dient te worden onderzocht of een vergunning voor deze wet noodzakelijk is. Om deze vraag te kunnen beantwoorden is de stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen activiteit berekend op de Natura-2000 gebieden. Vervolgens is een conclusie getrokken betreffende de vergunningsplicht.

1.1

Nabijgelegen Natura-2000 gebieden In onderstaande figuur is de ligging van het werkgebied ten opzichte van de Natura-2000 gebieden weergegeven. De meest nabije Natura-2000 gebieden zijn:  Elperstroomgebied, gelegen op 20 km;  Mantingerzand, gelegen op 21 km;  Bargerveen, gelegen op 9,6 km.

Elperstroomgebied

Tracé

Mantingerzand

Bargerveen Figuur 1.1 Overzicht van de ligging van het werkgebied en nabijgelegen Natura 2000-gebieden.

1.2

Het project Het doel van het project is de aanleg van een tweetal nieuwe 110 kV hoogspanningsleidingen op het industrieterrein Bargermeer te Emmen. In onderstaande figuur is een globaal overzicht gegeven van de locatie van de leidingen. In bijlage 1 is een gedetailleerde weergave opgenomen.

Blad 1 van 13

Stikstofdepositie berekening Aanleg 110 kV-verbinding GETEC Bargermeer, Emmen projectnummer 0469786.100 3 juni 2021 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Legenda Noordelijke aansluiting (GETEC-terrein)

HDD-boring Open ontgraving

Zuidelijk aansluiting (110 kV station Bargermeer)

Figuur 1.2: aanduiding van de werkzaamheden. Bron achtergrond: Esri Nederland, Community Map Contributors

Het werk behelst de uitvoering van een 8-tal gestuurde boringen en een 5-tal ontgravingen. Ten behoeve van deze werkzaamheden zullen tijdelijk mobiele werktuigen, vrachtwagens en personenvoertuigen worden ingezet. Deze activiteiten leiden tot een emissie van stikstofoxiden (NOx) en/of ammoniak (NH3).

1.3

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader weergegeven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de voorgenomen activiteiten in de realisatiefase, en bijbehorende stikstofemissies. Hoofdstuk 4 beschrijft de resultaten en de conclusie.

Blad 2 van 13

Stikstofdepositie berekening Aanleg 110 kV-verbinding GETEC Bargermeer, Emmen projectnummer 0469786.100 3 juni 2021 revisie 00 TenneT TSO B.V.

2

Wettelijk kader Binnen de Europese Unie zijn de belangrijkste leefgebieden van de meest bedreigde en waardevolle soorten en habitattypen aangewezen als Natura 2000-gebied. Deze Natura 2000gebieden moeten samen een Europees ecologisch netwerk vormen om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. De juridische basis voor dit netwerk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen, die in Nederland zijn vertaald in de Wet natuurbescherming (Wnb). Per gebied zijn voor de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Dit kunnen behouds- of uitbreidings/verbeteringsdoelstellingen zijn. Het is verplicht om plannen en projecten te beoordelen op de gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Voor projecten geldt een vergunningsplicht als het project een significant gevolg kan hebben op een Nederlands Natura 2000-gebied (art. 2.7 lid 2, Wnb). Bij vaststelling van plannen moet het bevoegd gezag rekening houden met de gevolgen van het plan voor Natura 2000-gebieden (art. 2.7 lid 1, Wnb). In onderstaand schema is bovenstaande beschrijving weergegeven.

2.1

Ontwikkelingen PAS vernietigd Met het vernietigen van het PAS door de uitspraak van de Raad van State op 29 mei 20191 dient nu voor ieder plan of project te worden beoordeeld of het plan of project significante gevolgen kan hebben op een Natura 2000-gebied. Mogelijkheden Om vergunningverlening weer op gang te krijgen voor projecten waarbij mogelijk sprake is van (significante) gevolgen op Natura 2000-gebieden hebben het ministerie van LNV en de provincies beleidsregels vastgesteld2. Deze beleidsregels kunnen per provincie verschillen. In die beleidsregels zijn verschillende kaders opgenomen waarbinnen een vergunning te verkrijgen is, zoals voorwaarden voor intern salderen, extern salderen (en verleasen). Daarnaast zijn er nog meer mogelijkheden om activiteiten mogelijk te maken. Dit zijn onder andere het bijstellen van de invoergegevens, de ecologische voortoets een passende beoordeling en de zogenoemde ADCtoets. Voor plannen of projecten geldt dat in een oriënterende fase onderzocht dient te worden of de ontwikkeling een significant (negatief) gevolg op het betreffende Natura 2000-gebied kan hebben. Indien na onderzoek dit op voorhand niet kan worden uitgesloten, dan dient meer gedetailleerd in kaart te worden gebracht wat de effecten van de activiteit kunnen zijn. Deze analyse heet een ‘passende beoordeling’.

Wanneer uit deze passende beoordeling alsnog de zekerheid wordt verkregen dat de activiteit geen significant gevolg heeft, staat de Wet natuurbescherming besluitvorming (voor wat betreft gebiedsbescherming) niet in de weg. Bovenstaande mogelijkheden zijn weergegeven in onderstaande figuur. Onderstaande een uitleg:  Intern salderen In recente jurisprudentie3 is gebleken dat er geen sprake is van een vergunningplicht bij intern salderen. Dit ligt mogelijk anders indien er geen voortzetting is van hetzelfde project. ECLI:NL:RVS:2019:1603, d.d 29 mei 2019 https://www.bij12.nl/onderwerpen/stikstof-en-natura2000/vergunningen-en-toestemmingsbesluiten/provincialebeleidsregels-intern-en-extern-salderen/ 3 ECLI:NL:RVS:2021:71, d.d. 20 januari 2021 1 2

Blad 3 van 13

Stikstofdepositie berekening Aanleg 110 kV-verbinding GETEC Bargermeer, Emmen projectnummer 0469786.100 3 juni 2021 revisie 00 TenneT TSO B.V.

M.e.r.-plicht voor plannen Er is niet altijd sprake van een m.e.r.-plicht voor plannen bij het opstellen van een passende beoordeling4. Er is geen sprake van een plan-m.e.r.-plicht voor de volgende 2 categorieën van plannen. 1. Dit betreft plannen waarbij de gemeente het bevoegd gezag is, ze slechts het gebruik bepalen van kleine gebieden en via een plan-m.e.r.-beoordeling aangetoond moet zijn dat er geen aanzienlijke milieueffecten plaatsvinden. 2. Dit betreft plannen met enkel kleine wijzigingen en waarvoor eveneens aangetoond is dat er geen aanzienlijke milieueffecten plaatsvinden. Voor beide categorieën van plannen geldt dat, naast de plan-m.e.r.-beoordeling, het bevoegd gezag in het planbesluit moet verwerken dat er geen m.e.r.-procedure wordt gevolgd.

Figuur 2-1: Stroomschema stikstofdepositie.

AERIUS Calculator De stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied kan berekend worden met behulp van het verplicht te gebruiken rekenprogramma AERIUS Calculator (2020)5. Van elk te berekenen situatie wordt een model gemaakt met invoergegevens waarmee vervolgens de berekening wordt uitgevoerd. Het rekenprogramma bepaalt zelf de rekenpunten op de Nederlandse Natura 20004 5

20e tranche van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet, d.d. 18 december 2020 – Stb. 2020, 528 Artikel 2.1 lid 1 Regeling natuurbescherming.

Blad 4 van 13

Stikstofdepositie berekening Aanleg 110 kV-verbinding GETEC Bargermeer, Emmen projectnummer 0469786.100 3 juni 2021 revisie 00 TenneT TSO B.V.

gebieden. Indien noodzakelijk kan op buitenlandse Natura-2000 gebieden handmatig een rekenpunt worden neergelegd. De bijdrage aan de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden wordt berekend ter plaatse van stikstofgevoelige habitats. Wijziging van de Wet natuurbescherming De meest recente ontwikkeling betreft de wetswijziging, waarin onder andere een partiële vrijstelling is opgenomen voor bouwactiviteiten. Na een stemming in de Tweede en Eerste Kamer moet de vrijstelling nog in een AMvB opgenomen worden. Omdat deze wetwijziging nu nog niet van kracht is, is derhalve met deze wetswijziging nog geen rekening gehouden in voorliggend rapport.

Blad 5 van 13

Stikstofdepositie berekening Aanleg 110 kV-verbinding GETEC Bargermeer, Emmen projectnummer 0469786.100 3 juni 2021 revisie 00 TenneT TSO B.V.

3

Uitgangspunten berekening De uitgangspunten van de berekening zijn aangeleverd door de opdrachtgever. In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten van de berekening beschreven. Om de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden te berekenen wordt gebruik gemaakt van AERIUS Calculator (versie 2020). Gerekend is met het jaar 2021, het eerst mogelijke jaar van uitvoering.

3.1

Wegverkeer van en naar de locatie Opdrachtgever heeft een 5-tal ontgravingslocaties gespecificeerd (voor locatie van de nummers zie bijlage 1):  Locatie A: Nr. 2/3/14/15;  Locatie B: Nr. 16/17;  Locatie C: Nr. 18/19;  Locatie D: Nr. 9/10;  Locatie E: Nr. 11/12/13.

Figuur 3.1: locaties van de ontgravingen.

Ter plaatse van de ontgravingen zullen de werkzaamheden plaatsvinden. Het zijn deze locaties waar materieel wordt aangevoerd en afgevoerd. De opdrachtgever heeft in de aangeleverde gegevens deze vijf locaties samengevoegd tot drie. Aangezien er nu drie verschillende locaties zijn, zijn de verkeersbewegingen en werkzaamheden van (mobiele) werktuigen van en naar deze drie verschillende locaties in beeld gebracht. De locaties A en B zijn samengevoegd en de locaties D en E zijn samengevoegd.

Blad 6 van 13

Stikstofdepositie berekening Aanleg 110 kV-verbinding GETEC Bargermeer, Emmen projectnummer 0469786.100 3 juni 2021 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Van en naar elke locatie van het werk zullen transportbewegingen plaatsvinden voor personeel en materiaal/materieel. Het aantal voertuigbewegingen is aangeleverd door de opdrachtgever en of afgeleid uit door de opdrachtgever aangeleverde gegevens. Zie hiervoor bijlage 2. Het resultaat is in de onderstaande tabel weergegeven. Tabel 3-1: Uitgangspunten voertuigen en voertuigbewegingen van en naar de locatie A en B (route 1, figuur 3.2) Vervoer Locatie A en B

Aantal bewegingen aanvoer [/jaar]

Aantal bewegingen afvoer [/jaar]

Zwaar vrachtverkeer Middelzwaar verkeer Licht verkeer

26 8 150

26 8 150

Tabel 3-2: Uitgangspunten voertuigen en voertuigbewegingen van en naar de locatie C (route 2, figuur 3.2) Vervoer Locatie C

Aantal bewegingen aanvoer [1/jaar]

Aantal bewegingen [/jaar]

Zwaar vrachtverkeer Middelzwaar verkeer Licht verkeer

33 3 150

33 3 150

Tabel 3-3: Uitgangspunten voertuigen en voertuigbewegingen van en naar de locatie D en E (route 3, figuur 3.2) Vervoer Locatie D en E

Aantal bewegingen aanvoer [1/jaar]

Aantal bewegingen [/jaar]

Zwaar vrachtverkeer Middelzwaar verkeer Licht verkeer

37 3 150

37 3 150

Voor elk van de locaties is het verkeer gemodelleerd van het midden van de locatie tot aan rondweg N391. Verkeer dat zich op deze rondweg bevindt, wordt geacht in het heersende verkeersbeeld te zijn opgenomen. Deze verkeersbewegingen zijn in het model meegenomen als lijnbronnen en gemodelleerd als wegtype “binnen de bebouwde kom”. De rijroutes zijn weergegeven in figuur 3.2.

Blad 7 van 13

Stikstofdepositie berekening Aanleg 110 kV-verbinding GETEC Bargermeer, Emmen projectnummer 0469786.100 3 juni 2021 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Figuur 3.2: Rijroute naar het werk (route 1, 2 en 3) Bargermeer Emmen.

3.2

Mobiele werktuigen Tijdens de werkzaamheden worden verschillende mobiele werktuigen gebruikt. In deze paragraaf wordt de uitstoot van deze werktuigen berekend. Modelering Voor de modellering van de werkzaamheden van deze mobiele werktuigen is binnen AERIUS Calculator gebruik gemaakt van de sector ‘Mobiele werktuigen’ en de sub sector ‘Bouw en industrie’. De emissie afkomstig van mobiele werktuigen die benodigd zijn voor de werkzaamheden wordt bepaald met behulp van de opgegeven draaiuren, stageklassen en vermogen. Hierbij is de emissie berekend met behulp van de AERIUS handleiding gegevens invoer (bijlage 4: Berekening Emissie mobiele werktuigen). De draaiuren, de stageklasse en het vermogen zijn per werktuig door de opdrachtgever aangeleverd. Op basis hiervan is een berekening gemaakt van de NOx en NH3 emissies. Ook is ervan uitgegaan dan de werktuigen 30% van de tijd stationair draaien (stationaire tijd van 0,3)6. In de onderstaande tabel zijn de invoergegevens waaruit de emissie wordt berekend weergegeven.

6

Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020 (versie oktober 2020)

Blad 8 van 13

Stikstofdepositie berekening Aanleg 110 kV-verbinding GETEC Bargermeer, Emmen projectnummer 0469786.100 3 juni 2021 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Tabel 3-4: Informatie over werktuigen gebruikt als modelinput (Locatie A en B) Werktuig VerTotale Stationaire mogen draaiuren tijd

Stage klasse

Emissie NOx

Emissie NH3

[-]

[kW]

[uur/jaar]

[uur/jaar]

[-]

[kg/jaar]

[kg/jaar]

graafmachine mobiel

24,50

90

27,0

STAGE IIIb

24,50

0,01

graafmachine klein

3,64

90

27,0

STAGE V

3,64

0,00

shovel

30,19

160

48,0

STAGE V

30,19

0,06

booropstelling

20,49

45

13,5

STAGE IIIb

20,49

0,02

kraan

15,39

225

67,5

STAGE V

15,39

0,03

mengunit

18,03

135

40,5

STAGE IIIb

18,03

0,01

aggregaat klein

13,23

135

40,5

STAGE V

13,23

0,00

pompvrachtwagen

10,52

45

13,5

STAGE IV

10,52

0,02

zuigwagen

28,04

120

36,0

STAGE IV

28,04

0,06

164,02

0,22

Stage klasse

Emissie NOx

Emissie NH3

Tabel 3-5: Informatie over werktuigen gebruikt als modelinput (Locatie C) Werktuig VerTotale Stationaire mogen draaiuren tijd [-]

[kW]

[uur/jaar]

[uur/jaar]

[-]

[kg/jaar]

[kg/jaar]

graafmachine

128

450

135,0

STAGE V

30,99

0,07

shovel

380

160

48,0

STAGE V

30,19

0,06

booropstelling

273

180

54,0

STAGE IIIb

81,97

0,07

kraan

128

360

108,0

STAGE V

24,62

0,05

aggregaat

508

450

135,0

STAGE IIIb

381,30

0,32

aggregaat klein

50

360

108,0

STAGE V

Tabel 3-6:. Informatie over werktuigen gebruikt als modelinput (Locatie D en E) Werktuig VerTotale Stationaire mogen draaiuren tijd

35,27

0,01

584,34

0,58

Stage klasse

Emissie NOx

Emissie NH3

[kW]

[uur/jaar]

[uur/jaar]

[-]

[kg/jaar]

[kg/jaar]

graafmachine

128

225

67,5

STAGE V

15,49

0,03

graafmachine

128

45

13,5

STAGE V

3,10

0,01

shovel

380

45

13,5

STAGE V

8,49

0,02

booropstelling

273

315

94,5

STAGE IIIb

143,44

0,12

kraan

128

160

48,0

STAGE V

10,94

0,02

aggregaat

508

45

13,5

STAGE IIIb

38,13

0,03

aggregaat klein

50

135

40,5

STAGE V

13,23

0,00

hogedruk pomp

450

160

48,0

STAGE IIIb

120,10

0,10

352,92

0,34

De totale emissie is gemodelleerd als een vlakbron over het werkgebied. De standaard bronkenmerken voor mobiele werktuigen in AERIUS zijn aangehouden. In bijlage 5 is de tabel gegeven met alle specificaties van de werktuigen.

3.3

Vrachtwagens op locatie Op de locaties van de werkzaamheden moeten diverse mobiele werktuigen worden gebracht en gehaald. Verondersteld is dat dit plaatsvindt met een dieplader. In bijlage 2 is een overzicht op

Blad 9 van 13

Stikstofdepositie berekening Aanleg 110 kV-verbinding GETEC Bargermeer, Emmen projectnummer 0469786.100 3 juni 2021 revisie 00 TenneT TSO B.V.

genomen van hoe de berekening van het aantal dieplader bewegingen tot stand is gekomen. Daarnaast is verondersteld dat de dieplader bij elke breng actie en elke haal actie iedere keer 10 minuten stationair draait. De emissie van het stationair draaien wordt in deze paragraaf berekend. Naast de dieplader zijn er ook nog bewegingen van de vrachtwagens die zand, of ander materiaal af- en aanvoert en in- of uitlaadt. Op basis van de aangeleverde informatie is dit vertaald naar afvoer en aanvoer bewegingen van vrachtwagens. Zie hiervoor bijlage 2. Daarnaast is verondersteld dat de vrachtwagen bij elke breng- en haalactie 10 minuten draait, zowel stationair als niet stationair. Overweging hierbij is dat bij laad- en losacties hydrauliek van de vrachtwagen gedurende bepaalde tijd in bedrijf is en een aanzienlijk vermogen vraagt. Deze emissies van het niet-stationair en stationair draaien worden in deze paragraaf berekend. De emissie van het laden en lossen van vrachtwagens en diepladers op locatie wordt berekend met behulp van een voorbeeld machine (dumper 320 kW), die 30% stationair draait (bij vrachtwagens) en 100% stationair (diepladers) gedurende een aantal uren dat gespecificeerd is in bijlage 2. Een stage klasse IIIb is verondersteld. Hierbij is de emissie berekend zoals beschreven in bijlage 4. Tabel 3-7: Informatie over werktuigen gebruikt als modelinput Werktuig Vermogen

Totale draaiuren

Stage klasse

Emissie NOx

Emissie NH3

[kW]

[uur/jaar]

[-]

[kg/jaar]

[kg/jaar]

Dieplader Stationair

320

4,3

IIIb

0,98

0,00

Vrachtwagen stenen/zand stationair

320

4,3

IIIb

2,30

0,00

3,27

0,00

[-] Locatie A en B

Totaal Tabel 3-8: Informatie over werktuigen gebruikt als modelinput Werktuig Vermogen

Totale draaiuren

Stage klasse

Emissie NOx

Emissie NH3

[kW]

[uur/jaar]

[-]

[kg/jaar]

[kg/jaar]

Dieplader Stationair

320

5,3

IIIb

1,20

0,00

Vrachtwagen stenen/zand stationair

320

5,7

IIIb

3,04

0,00

4,25

0,00

[-] Locatie C

Totaal Tabel 3-9: Informatie over werktuigen gebruikt als modelinput Werktuig Vermogen [-]

[kW]

Totale draaiuren

Stage klasse

Emissie NOx

Emissie NH3

[uur/jaar]

[-]

[kg/jaar]

[kg/jaar]

Locatie D en E Dieplader Stationair

320

3,0

IIIb

0,68

0,00

Vrachtwagen stenen/zand stationair

320

10,3

IIIb

5,50

0,00

6,18

0,00

Totaal

Blad 10 van 13

Stikstofdepositie berekening Aanleg 110 kV-verbinding GETEC Bargermeer, Emmen projectnummer 0469786.100 3 juni 2021 revisie 00 TenneT TSO B.V.

4

Resultaat en conclusie In opdracht van Tennet heeft Antea Group een onderzoek naar stikstofdepositie uitgevoerd betreffende de aanleg van een tweetal hoogspanningskabels op het industrieterrein Bargermeer te Emmen. Dit hoofdstuk geeft het resultaat en de conclusies. In het kader van de Wet natuurbescherming is nagegaan of de stikstofdepositie in nabijgelegen Natura 2000-gebieden mogelijk significante gevolgen kan hebben. De stikstofdepositie van het reconstructieproject ontstaan door:  Bouw gerelateerd verkeer van en naar het bouwwerk;  Bouw gerelateerde werktuigen welke worden ingezet ten behoeve van het bouwwerk;  Stationair draaiend vrachtverkeer ten behoeve van het bouwwerk. Op basis van deze bronnen en de in voorgaande hoofdstukken besproken uitgangspunten zijn met AERIUS Calculator (versie 2020) berekeningen uitgevoerd. Met deze berekeningen zijn zowel de emissie (uitstoot) als de stikstofdepositie als gevolg van het project bepaald. Deze berekeningen zijn uitgevoerd voor het rekenjaar 2021.

4.1

Resultaten Uit de berekening van het project blijkt dat de eenmalige emissies (bouwwerkzaamheden) leiden tot een maximale depositie in Natura-2000 gebieden van 0,01 mol/ha/jaar. Bij dit rapport hoort een AERIUS bestand met het volgende kenmerk: Rx7phFGT75ab. Deze is opgenomen in bijlage 6.

4.2

Interpretatie Resultaat van de berekening Uit de berekening voor de beoogde situatie blijkt dat de voorgenomen werkzaamheden leiden tot een eenmalige, maximale stikstofdepositiebijdrage van 0,01 mol/ha/jaar op het Natura 2000gebied Bargerveen en Lieftingsbroek. Analyse en toetsing vergunningplicht De werkzaamheden veroorzaken een tijdelijke toename in de stikstofdepositie op een aantal habitattypen en/of leefgebieden. In volgende alinea is toegelicht dat deze toename ecologisch geen meetbaar effect heeft op de kwaliteit van habitattypen en leefgebieden van soorten. Vervolgens is nog ingegaan op de vervolgstappen binnen de toetsing aan de Wet natuurbescherming. Gevolgen kleine tijdelijke stikstoftoename Directe schade aan individuele planten, en daarmee aan vegetatietypen en habitattypen, en daarmee de leefgebieden van soorten7 als gevolg van dergelijke kleine (0,01 mol stikstof/ha/j) en tijdelijke deposities zijn met zekerheid uitgesloten. De huidige concentraties van NH3, NOx en SO2 zijn in Nederland namelijk zo laag dat directe toxische schade aan planten (bijna) niet meer voorkomt. Dit effectmechanisme ten aanzien van atmosferische depositie van stikstof speelt 7

Effecten van stikstofdepositie via effecten op de planten/vegetatie kunnen zijn: koeler en vochtiger microklimaat, afname kwantiteit en kwaliteit voedselplanten, afname kwaliteit voedselplanten, afname bloemdichtheid, afname beschikbaarheid gastheer, afname nestgelegenheid of afname prooibeschikbaarheid (bron: zie voetnoot 2).

Blad 11 van 13

Stikstofdepositie berekening Aanleg 110 kV-verbinding GETEC Bargermeer, Emmen projectnummer 0469786.100 3 juni 2021 revisie 00 TenneT TSO B.V.

daarom in Nederland geen rol8. Dergelijke kleine en tijdelijke depositietoenames leiden tevens niet tot een significante toename van de hoeveelheid stikstof in de plant, gerelateerd aan de hoeveelheid die een plant nodig heeft om te groeien. Dit is als volgt te onderbouwen (R. Kleijberg, 2019. Handreiking kleine en tijdelijke stikstofdeposities; Bouwstenen voor redeneerlijnen bij toestemmingsverlening voor tijdelijke projecten en activiteiten, Arcadis):  Een depositie van 1 mol N/ha komt overeen met 14 gram N per hectare;  De productie van natuurlijke habitattypen loopt uiteen tussen 2.000 en 6.000 kg droge stof/ha/jaar9;  Het aandeel stikstof varieert tussen plantensoorten en omstandigheden: het drooggewicht van een plant bestaat gemiddeld voor 1,5% uit stikstof. Dit gemiddelde varieert van 0,5% bij houtachtige planten tot 5,0% bij peulvruchten10;  Voor de biomassaproductie van natuurlijke habitattypen is dus gemiddeld 30 tot 90 kg N/ha/jaar nodig. Dit komt overeen met circa 2.150 en 6.400 mol N/ha/jaar.

Dit betreft de totale aanvoer van stikstof; dus ook vanuit bronnen naast atmosferische depositie zoals via grond- en oppervlaktewater, nalevering uit de bodem, mineralisatie van organisch materiaal en natuurlijke bemesting (via dieren of vee dat ingezet wordt bij natuurlijke begrazing);  Een eenmalige depositie van 1 mol/ha/jaar komt overeen met 0,02 en 0,05% van de jaarlijks benodigde hoeveelheid stikstof voor natuurlijke habitats. Ook wanneer deze dosis volledig ter beschikking komt aan de vegetatie (dus het uitspoelen van stikstok niet mee beschouwend), leidt dit niet tot meetbare veranderingen in groeisnelheid van individuele planten, en daarmee tot veranderingen in concurrentiepositie  Een eenmalige depositie van 1 mol/ha/jaar komt overeen met 0,02 en 0,05% van de jaarlijks benodigde hoeveelheid stikstof voor natuurlijke habitats. Ook wanneer deze dosis volledig ter beschikking komt aan de vegetatie (dus het uitspoelen van stikstok niet mee beschouwend), leidt dit niet tot meetbare veranderingen in groeisnelheid van individuele planten, en daarmee tot veranderingen in concurrentiepositie. De stikstofbehoefte van kleine planten is dus groter dan de kleine, tijdelijke toename. Dit wordt bevestigd door het feit dat deze kleine planten een wortelstelsel van 10 x 10 cm bij hebben.

Uitgaande van een gemiddeld grondoppervlak van één dm2 per plant, komt bij een depositiebijdrage van 1 mol N/ha/jaar ca. 14 microgram (= 0,000014 gram) extra stikstof per plant per jaar beschikbaar. Planten met een dergelijke omvang hebben gedurende het groeiseizoen voor hun groei en onderhoud een stikstofbehoefte van circa 0,1 gram stikstof per gram nieuw plantenmateriaal. De hoeveelheid van 14 μg is plantenfysiologisch dus volstrekt irrelevant (minder dan 0,015% van de jaarlijkse stikstofbehoefte per plant). Meetbare ecologische effecten als gevolg van bijdragen in de orde van 1 mol N/ha/jaar zijn dan ook uitgesloten. Een eenmalige en kleine toename van de depositie leidt dus niet tot meetbare verschillen in groeisnelheid van individuele planten. Daardoor ontstaan geen meetbare verschuivingen in de verhouding waarmee individuele soorten in de vegetatie voorkomen. Hieruit kan geconcludeerd worden dat een eenmalige kleine depositietoename van 1 mol/ha/jr of minder op een locatie 8

Smits, N.A.C. & D. Bal, 2014. Herstelstrategieën stikstofgevoelige habitats. Ecologische onderbouwing van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Deel I: Algemene inleiding herstelstrategieën: beleid, kennis en maatregelen. Alterra Wageningen UR & Programmadirectie Natura 2000 van het Ministerie van Economische Zaken. 9 Tolkamp, G.W., C.A. van den Berg, G.J. Nabuurs & A.F. Olsthoorn, 2006. Kwantificering van beschikbare biomassa voor bioenergie uit Staatsbosbeheerterreinen. Alterra, Wageningen. Alterra-rapport 1380. 10 https://www.nutrinorm.nl/nl-nl/Paginas/Hoofdelementen-Waarom-heeft-een-plant-stikstofnodig.aspx#.XR4CmGaP6fg

Blad 12 van 13

Stikstofdepositie berekening Aanleg 110 kV-verbinding GETEC Bargermeer, Emmen projectnummer 0469786.100 3 juni 2021 revisie 00 TenneT TSO B.V.

waar de KDW wordt overschreden de kwaliteit van habitattypen en leefgebieden niet meetbaar aantast.

4.3

Conclusie Op basis van de AERIUS-berekening is aangetoond dat de hoogste (tijdelijke) depositie op de meest nabij gelegen Natura-2000 gebieden (Bargerveen en Lieftinghsbroek) maximaal 0,01 mol/ha/j bedraagt. In de interpretatie (paragraaf 4.2) is op basis van literatuurgegevens een nadere onderbouwing opgenomen die aangeeft dat een extra belasting van 1 mol/ha/jaar stikstof op plantfysiologische basis verwaarloosbare gevolgen zal hebben. Aangezien de maximale belasting slechts 1% bedraagt van de eerdergenoemde 1 mol/ha/j (namelijk 0,01 mol/ha/j) zal ook voor de berekende belasting de conclusie opgaan dat de gevolgen hiervan verwaarloosbaar zijn. Op basis van het bovengenoemde kunnen significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden worden uitgesloten en is een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming voor het aspect stikstofdepositie dan ook niet nodig. Aanbevolen wordt deze conclusie ter goedkeuring aan het bevoegde gezag (Provincie Drenthe) voor te leggen.

Antea Group Heerenveen, mei 2021

Blad 13 van 13

Stikstofdepositie berekening Aanleg 110 kV-verbinding GETEC Bargermeer, Emmen projectnummer 0469786.100 3 juni 2021 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Bijlage 1: Aanvoer en afvoer bouw verkeer

Stikstofdepositie berekening Aanleg 110 kV-verbinding GETEC Bargermeer, Emmen projectnummer 0469786.100 3 juni 2021 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Bijlage 1: Aanvoer en afvoer bouw verkeer PROJECT

AERIUS berekening TenneT Bargermeer Emmen

Onderdeel Project nummer Door Datum

Tabel ter bepaling van het aantal aanvoer-/afvoer bewegingen a.g.v. Realisatie werkzaamheden 469.668 JJA woensdag 26 mei 2021

Tabel ter bepaling van het aantal aanvoer-/afvoer bewegingen

LOCATIE A en B: MOBIELE WERKTUIGEN

1 Graafmachine mobiel 2 Graafmachine klein 3 Shovel 4 Booropstelling 5 Kraan 6 Mengunit 7 Aggregaat klei n 8 Lierwagen 9 Haspels vrachtwagens 10 Keten en containers 11 Bentoniet 12 Aggregaat vrachtwagen 13 Gasolie tank vrachtwagen 14 Rijplaten vrachtwagen 15 Mantelbuizen 16 Pompvrachtwagen 17 Booropstelling vrachtwagen 18 Divers klein materieel 19 Afvoer zand 20 Zui gwagen 21 Personenwagens

0,3 Schatting kW Diesel Aantal uur Liter Aantal uur Aantal Aantal Aantal keren Aantal keren Aantal keren Aantal keren Werktuig ver- in gebruik totaal stationair aanvoer afvoer aanvoer afvoer aanvoer Middel afvoer Middel afgeleid uit bruik/u dit project [liter] [h] bewegingen bewegingen Zwaarverkeer Zwaarverkeer Zwaar verkeer Zwaarverkeer Dieselgebruik/h ur [l/h] [h] [kW] Stage 3b 116 15 90 1.350 27 1 1 1 1 0 Stage V 18 8 90 720 27 1 1 1 1 0 Stage V 380 15 160 2.400 48 1 1 1 1 0 Stage V 273 41 45 1.828 14 1 1 1 1 0 Stage V 128 15 225 3.375 68 1 1 1 1 0 Stage 3b 75 10 90 938 27 1 1 1 1 0 Stage V 50 5 90 450 27 1 1 1 1 0 Stage 3b 1 1 1 1 0 Stage 3b 2 2 2 2 0 Stage 3b 5 5 5 5 0 Stage 3b 1 1 1 1 0 Stage 3b 1 1 1 1 0 Stage 3b 1 1 1 1 0 Stage 3b 1 1 1 1 0 Stage 3b 2 2 2 2 0 EURO 6/Stage IV 368 25 45 1.125 14 1 1 1 1 0 Stage 3b 1 1 1 1 0 Stage 3b 8 8 0 0 8 Stage 3b 2 2 2 2 0 EURO 6/Stage IV 368 10 120 1.200 36 1 1 1 1 0 Auto 150 150 0 0 0 Stage klasse

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=6bc7f228-e329-463b-bb92-0340291e80d4