CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Bestemmingsplan Emmen Bargermeer industrie- en bedrijventerrein kabeltracé (aangepast blz 22)

Commissie Wonen en Ruimte 12 april 2023, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Emmen, Bargermeer industrie- en bedrijventerrein, kabeltracé' (29490-2023)29.819 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Dubbelbestemmingen

DUBBELBESTEMMINGEN Dubbelbestemmingen worden opgenomen als meerdere functies onafhankelijk van elkaar op dezelfde plaats voorkomen. In feite betreft het hier twee (of meer) afzonderlijke bestemmingen voor één (deel van een) gebied. Daar waar een dubbelbestemming is gelegen, geldt zowel de bepaling van de betreffende (hoofd)bestemming als de bepaling zoals gesteld in de dubbelbestemming. Aan een dubbelbestemming bestaat behoefte, wanneer een bestemming onvoldoende recht doet aan de functies/gebruiksdoelen die 26 nterrein, kabeltracé" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Emmen, Bargermeer industrie- en bedrijve

op de betrokken gronden toelaatbaar (moeten) zijn of wanneer ruimtelijk relevante belangen veilig moeten worden gesteld die niet of onvoldoende met een bestemming kunnen worden gewaarborgd. Dubbelbestemmingen hebben voorrang op de hoofdbestemmingen. Dit betekent dat bepalingen van bestemmingen alleen van toepassing zijn als deze niet strijdig zijn met bepalingen die horen bij dubbelbestemmingen. Door deze dubbelbestemmingen worden Afwegingen opgelegd aan onderliggende (hoofd) bestemmingen. In de bestemmingsomschrijving van de dubbelbestemming worden niet alle doeleinden opnieuw genoemd maar alleen die waarvoor de dubbelbestemming is opgenomen. Het plangebied Emmen, Bargermeer industrie- en bedrijventerrein, kabeltracé kent twee dubbelbestemmingen te weten: Leiding - hoogspanning en leiding - Gas Artikel 4 Leiding - Gas Deze bestemming is overgenomen uit de beheersverordening Emmen, Bargermeer Industrie- en bedrijventerrein. Artikel 5 Leiding - Hoogspanning In het plangebied ligt een leiding ten behoeve van de energievoorzieningen. De bestemming Leiding Hoogspanning is opgenomen vanwege de 110 kV leiding die in het plangebied ligt. Daar waar een dubbelbestemming is gelegen, geldt dus zowel de bepaling van de betreffende (hoofd)bestemming als de bepaling zoals gesteld in de dubbelbestemming. 5.4.3

Hoofdstuk3 Algemene regels

Hoofdstuk 3 van de regels bevat bepalingen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen, zodat het uit praktische overwegingen de voorkeur verdient deze in afzonderlijke artikelen onder te brengen. Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Met dit artikel wordt voorkomen dat meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt. Dit is bijvoorbeeld mogelijk als (onderdelen van) bouwpercelen van eigenaars in maatvoering verschillen en wisselen. Door verwerving van een extra (bouw)perceel of een gedeelte daarvan, kunnen de gronden niet meegenomen worden met de berekening van de bouwmogelijkheden van het nieuwe perceel als de nieuw verworven gronden reeds meegenomen zijn bij de berekening van een eerdere bouwplannen. Het is dus niet toegestaan gronden twee keer in te zetten om een omgevingsvergunning te verkrijgen. 5.4.4

Hoofdstuk4 overgangs- en slotregels

Het laatste hoofdstuk "Overgangs en slotregels" bevat in artikel 8 het overgangsrecht , zoals beschreven in het besluit Ruimtelijke Ordening. Artikel 9 is de slotregel. In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald. In dit geval kunnen de regels van het bestemmingsplan aangehaald worden als regels van het bestemmingsplan Emmen, Bargermeer industrie- en bedrijventerrein, kabeltracé".

bestemmingsplan "Emmen, Bargermeer industrie- en bedrijventerrein, kabeltracé" (vastgesteld) 27

5.5

Handhaving

In dit bestemmingsplan heeft actueel beleid zijn doorwerking in de regels gekregen. Hierdoor is het juridisch kader van het bestemmingsplan voor gemeente als publiek beter toepasbaar geworden. Van de gemeente mag verwacht worden dat opgetreden wordt als de regels van het bestemmingsplan niet worden nageleefd. Bestemmingsplannen zijn immers bindend voor overheid en publiek ter bescherming van een goede ruimtelijke kwaliteit en een veilige leefomgeving. Het college van de gemeente Emmen heeft het beleidsplan Vergunningverlening Toezicht en Handhaving (VTH) vastgesteld. Dit beleidsplan VTH beschrijft de visie en ambitie op het terrein van de gemeentelijke VTH-taken, waaronder ook valt het toepassen en naleven van de regels in het bestemmingsplan. Daarnaast geeft het beleidsplan VTH invulling aan de wettelijke plicht om vastgesteld VTH-beleid te hebben. Voor wat betreft handhaving kan de gemeente onmogelijk continu alles controleren. De gemeente vertrouwt erop dat inwoners en bedrijven de regels naleven en zij er alles aan doen om risico's en nadelige effecten voor de maatschappij te voorkomen. Risico's bepalen de inzet van de beschikbare capaciteit. Op basis van kennis en ervaring is vastgesteld welke bedrijfscategorieën en activiteiten het grootste risico vormen voor fysieke veiligheid, leefbaarheid, volksgezondheid, milieu en imago.

Deze uitgangspunten zijn gebruikt bij het opstellen van dit bestemmingsplan en worden ook toegepast bij de naleving van de regels van het bestemmingsplan.

28 nterrein, kabeltracé" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Emmen, Bargermeer industrie- en bedrijve

Hoofdstuk 6

Maatschappelijke betrokkenheid

6.1

Overleg ex. artikel 3.1.1 Bro en zienswijzen

6.1.1

Overleg

Het college heeft het bestemmingsplan Emmen, Bargermeer industrie- en bedrijventerrein, kabeltracé vrijgegeven voor overleg artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro), Het conceptontwerpbestemmingsplan is voor overleg verzonden naar verschillende overlegpartners. Er zijn geen inhoudelijke reacties ontvangen van de overlegpartners.

6.2

Zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan

Tegen het bestemmingsplan Emmen, Bargermeer industrie- en bedrijventerrein, kabeltracé zijn wel zienswijzen ingediend. De zienswijzen hebben geen aanleiding gegeven tot het inhoudelijk aanpassen van het ontwerpbestemmingsplan. Alleen de term 'belemmerde strook' is vervangen door de term 'belemmeringenstrook'.

bestemmingsplan "Emmen, Bargermeer industrie- en bedrijventerrein, kabeltracé" (vastgesteld) 29

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

Per 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente tot het verhalen van kosten bij grondexploitatie via een exploitatieplan, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan, is opgenomen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Uit dit artikel blijkt dat onder een bouwplan o.a. wordt verstaan de bouw van een woning of de uitbreiding van een gebouw van 1000 m2 of meer. De kosten van het maken van het voorliggend bestemmingsplan worden in dit geval gedekt op grond van de Verordening op de heffing en invordering van leges 2021. Voor dit plan zijn (vooralsnog) door de gemeente geen aanvullende kosten voor onderzoek begroot en gemaakt. De vaststelling van een exploitatieplan is zodoende niet nodig, aangezien het kostenverhaal nu anderszins verzekerd is.

30 nterrein, kabeltracé" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Emmen, Bargermeer industrie- en bedrijve

Bijlagen bij de toelichting

bestemmingsplan "Emmen, Bargermeer industrie- en bedrijventerrein, kabeltracé" (vastgesteld) 31

Bijlage 1 Ecologisch onderzoek

32 nterrein, kabeltracé" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Emmen, Bargermeer industrie- en bedrijve

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen Toetsing Wet natuurbescherming en NNN TenneT-projectnummer 003.345

projectnummer 469786 definitief revisie 01 21 mei 2021

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN TenneT-projectnummer 003.345 projectnummer 469786 documentnummer 469786-NT-001 definitief revisie 01 21 mei 2021

Auteur R. Ploeg

Opdrachtgever TenneT TSO B.V. Postbus 718 6800 AS ARNHEM

Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus

De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

datum vrijgave 21-5-2021

beschrijving revisie 01 definitief

gecontroleerd J.A. Kruse

vrijgave R.S. Raap

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3

Aanleiding en planvoornemen Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer

5 6 6

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming

7

2.1 2.2 2.3

Algemeen Soortbescherming Gebiedsbescherming Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland

7 7 8 8 8

3

Methodiek

9

3.1 3.2 3.3 3.4

Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoek Effectbeoordeling en advies vervolgtraject

9 9 10 10

4

Resultaten

11

4.1 4.2 4.3

Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Beschermde gebieden

11 13 18

5

Toetsing

21

5.1 5.2 5.3

Effectbepaling plan Effecten op beschermde soorten Effecten op beschermde gebieden

21 21 22

6

Conclusies

23

6.1 6.2 6.3 6.4

Conclusies: Beschermde gebieden Conclusies: Beschermde soorten Zorgplicht Conclusies in relatie tot de werkzaamheden

23 23 24 25

7

Bronnen

26

Bijlage 1: Wettelijk kader

Blad 1 van 26

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Conclusies en advies TenneT TSO is voornemens de bestaande 110 kV-verbinding tussen 110 kV-station Bargermeer en het GETEC-terrein te vervangen door een nieuwe 110 kV-verbinding op een ander tracé dan de bestaande verbinding. Omdat de huidige 110 kV-verbinding nog in bedrijf is tijdens de vervangingsopgave kan de nieuwe kabel niet op het huidige tracé worden aangelegd. Daarom wordt er een nieuw tracé aangelegd. Indien tijdig alle onderzoeken en publiekrechtelijke en privaatrechtelijke toestemmingen zijn afgerond, wil TenneT de nieuwe verbinding in de zomer van 2021 reeds aanleggen. Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is dat de ingrepen niet in strijd zijn met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland en aanvullend provinciaal beleid. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het projectgebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een ecologisch onderzoek (Natuurtoets). In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van het uitgevoerde ecologische onderzoek (de natuurtoets). Conclusies: Beschermde gebieden Het projectgebied is niet gelegen in een NNN-gebied of Natura 2000-gebied. Wel zijn in de omgeving van het projectgebied beschermde gebieden aanwezig.

Natura 2000 Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, “Bargerveen” is gelegen op circa 8 kilometer afstand tot het projectgebied. Gezien de relatief kleine en kortdurende ingreep, de afstand en tussenliggende afschermende elementen, kunnen effecten door storingsfactoren zoals verdroging, versnippering, of verstoring door geluid, licht en trillingen op voorhand worden uitgesloten. Effecten ten gevolge van vermesting en verzuring door stikstofdepositie via de lucht op Natura 2000-gebieden kunnen niet op voorhand uitgesloten worden, aangezien deze over grote afstand plaats kunnen vinden. Om te bepalen of al dan niet sprake is van (significant) negatieve effecten op de Natura 2000-gebieden als gevolg van de stikstofemissie door het project, is een nadere beschouwing van de stikstofdepositie door middel van een AERIUSberekening noodzakelijk. Deze wordt separaat uitgevoerd en gerapporteerd. NNN Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa 1.5 kilometer afstand van het projectgebied. De provincie Drenthe hanteert geen externe werking op NNN-gebieden, waardoor effecten kunnen worden uitgesloten. Tabel 0.1. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.

Natura 2000 Aanwezig binnen de invloedssfeer?

Ja

Effecten?

Vereiste vervolgstappen aan de orde?

Nee, mits uit nadere beschouwing blijkt dat er geen negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie zijn. Nee, tenzij nadere toetsing van eventuele stikstofdepositie noodzakelijk blijkt te zijn.

Blad 2 van 26

NNN Nee Nee, geen externe werking.

Nee

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?

Ja, mits er geen negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie zijn.

Ja

Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het projectgebied: Algemene broedvogels (mogelijk nestplaatsen aanwezig); Vleermuizen (mogelijk essentiële vliegroute ondersteuning aanwezig); In Tabel 0.2 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende project. Aangegeven is of een nader onderzoek nodig is, of er sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming, of dit middels maatregelen voorkomen kan worden en of bij de uitvoering van het project een ontheffing nodig is. In hoofdstuk 5 van deze Natuurtoets staat de onderbouwing voor de gegeven conclusies. Tabel 0.2. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.

Soort (groep)

Algemene broedvogels

Essentieel leefgebied in projectgebied?

Ja, nestgelegenheid aanwezig op de grond, op platte daken, in bomen en bosschages.

Nader onderzoek nodig?

Nee

Is er sprake van een overtreding?

Nee, mits er voorafgaand aan werkzaamheden wordt gecontroleerd op broedvogels. Zie paragraaf 5.2.1 voor werkwijze

Blad 3 van 26

Is een ontheffing noodzakelijk

Nee

Vervolgstappen

Bij uitvoering van de werkzaamheden tijdens het broedseizoen dienen de projectgebieden voorafgaand gecontroleerd te worden op broedvogels en vrijgegeven te zijn.

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Vleermuizen

Mogelijk essentiële vliegroute ondersteuning boven Bargermeerkanaal aanwezig.

Nee

Nee, mits geen bouwverlichting (amberkleurig) gericht wordt op mogelijk essentiële vliegroute ondersteuning (Bargermeerkanaal) in de actieve periode voor vleermuizen (15 april – 15 oktober) in de schemer en nacht (van 1 uur voor zonsondergang tot 1 uur na zonopkomst).

Nee

Indien bouwverlichting gebruikt wordt, deze niet richten op mogelijk essentiële vliegroute ondersteuning in de actieve periode van vleermuizen (15 april - 15 oktober) in de schemer en nacht (van 1 uur voor zonsondergang tot 1 uur na zonopkomst).

Zie paragraaf 5.2.2 voor werkwijze.

Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. In het tekstkader in Bijlage I staat het wetsartikel uitgeschreven. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

Conclusies in relatie tot de werkzaamheden De geplande werkzaamheden zijn de volgende: Een strook van 10 tot 15 meter rondom het tracé wordt gebruikt als werkterrein. Er zal machinaal worden gegraven op bedrijventerreinen, in braakliggende grond en in bermen van wegen. Ten behoeve van de gestuurde boringen zullen werkputten worden gegraven en een uitlegstrook worden geplaatst. Deze werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd zolang aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: Er dient te worden aangetoond dat de werkzaamheden geen negatieve effecten heeft op Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie. Er dient in de in tabel 0.2 opgesomde voorwaarden te worden voldaan om effecten op beschermde soorten te voorkomen. Er dient aan de zorgplicht (zie bovenstaand) te worden voldaan bij het inrichten van de werkstrook en de uitvoering van de werkzaamheden.

Blad 4 van 26

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en planvoornemen TenneT TSO is voornemens de bestaande 110 kV-verbinding tussen 110 kV-station Bargermeer en het GETEC-terrein te vervangen door een nieuwe 110 kV-verbinding op een ander tracé dan de bestaande verbinding. Omdat de huidige 110 kV-verbinding nog in bedrijf is tijdens de vervangingsopgave kan de nieuwe kabel niet op het huidige tracé worden aangelegd. Daarom wordt er een nieuw tracé aangelegd. Indien tijdig alle onderzoeken en publiekrechtelijke en privaatrechtelijke toestemmingen zijn afgerond, wil TenneT de nieuwe verbinding in de zomer van 2021 reeds aanleggen. Het ontwerp is nog in ontwikkeling. Uitgangspunt is dat er geen bomen of watergangen aangetast worden tijdens de werkzaamheden.

Tracé

Figuur 1.1. Globale ligging van het projectgebied in Emmen met het tracé in rood. (bron achtergrond: ESRI).

Blad 5 van 26

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Bij ruimtelijke ingrepen moet rekening worden gehouden met beschermde planten- en diersoorten en met beschermde gebieden. Er dient onderzocht te worden of de geplande ingrepen effect hebben op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van een ecologisch onderzoek (een zogenaamde Natuurtoets). In dit rapport zijn de resultaten van het ecologische onderzoek (de natuurtoets) beschreven.

1.2

Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van de voorgenomen ingreep met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland) en het bepalen of de aanvraag van een ontheffing/vergunning noodzakelijk is. Om hiertoe te komen worden onder andere de volgende vragen beantwoord: Welke in het kader van de Wnb (Wet natuurbescherming) beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van de voorgenomen activiteit? Vinden er als gevolg van de ontwikkeling effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het noodzakelijk om mitigerende maatregelen te nemen en welke zijn dit? Dient in het kader van de Wnb een ontheffing aangevraagd te worden? Komen in de beïnvloedingszone van het projectgebied beschermde natuurgebieden voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een uitwerking- of een compensatieplan opgesteld te worden? Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).

1.3

Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: De Natuurtoets begint met de belangrijkste conclusies gedestilleerd uit de resultaten van voorliggende Natuurtoets; Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het projectvoornemen; Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het projectgebied; Hoofdstuk 5 toetst de activiteiten aan de Wet natuurbescherming en het NNN.

Blad 6 van 26

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets.

2.1

Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen).

2.2

Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in het projectgebied. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen.

Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage). Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding.

Blad 7 van 26

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb, zie ook Bijlage tabel B en C van voorliggende rapportage. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Ook zijn de provincies niet altijd het bevoegd gezag. In bepaalde gevallen1 is dit het rijk (via RVO). Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het voornemen gestelde verboden in artikel 3.1, 3.5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode.

Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie. Zie de bijlage voor een uitgebreide toelichting.

2.3

Gebiedsbescherming Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden.

Natuurnetwerk Nederland Het NatuurNetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Dit is onderdeel van de actieve soortbescherming uit de Wet natuurbescherming; bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit realiseren is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd NatuurNetwerk Nederland. De natuurgebieden die behoren tot het NNN en hun functies worden planologisch beschermd, hier geldt het ‘nee, tenzij’- principe. De planologische bescherming betekent in het kort dat geen nieuwe bestemmingen worden toegestaan die per saldo leiden tot een significante aantasting van de oppervlakte, de kwaliteit en de samenhang van het NNN. Hieraan wordt getoetst bij de verlening van een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De provincie Drenthe hanteert geen externe werking op NNN gebieden.

1

https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/wetnatuurbescherming/taken-en-rolverdeling-bevoegdheden

Blad 8 van 26

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

3

Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (paragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie.

3.1

Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het plan; 2. Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten.

3.2

Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Bij vogels zal met name speciale aandacht geschonken worden aan soorten die in het projectgebied een essentieel leefgebied kunnen hebben. Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het projecteffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. Een aantal soorten is door de provincies vrijgesteld en zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel B en C in de bijlage). Deze zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt bij het voorliggende project. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd.

Hierbij kan gedacht worden aan het rekening houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten en de manier van werken (zoals het aanhouden van vaste rijroutes en het zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de soorten). Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het projectgebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Hierbij is nagegaan of er in de periode 2016-2021 beschermde soorten zijn aangetroffen binnen een straal van 2,5 kilometer tot het projectgebied. Daarnaast is gebruikt gemaakt van de digitale verspreidingsatlas (Verspreidingsatlas z.d.). Deze atlas maakt gebruik van atlasblokken (5 x 5 kilometer). De soortgegevens hebben daarom betrekking op de regio en niet specifiek op het projectgebied. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het projectgebied voor zouden kunnen komen. Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van provinciale digitale atlassen. Om inzicht te krijgen in de ligging van het projectgebied ten opzichte van het NNN is de provinciale website geraadpleegd.

Blad 9 van 26

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

3.3

Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemde bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan dan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten op de locatie. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Op 31 maart 2021 is door ecologen Gerben Krösschell en Thijs de Haan een terreinbezoek uitgevoerd bij droog onbewolkt weer, een temperatuur van 17 graden en een windkracht van 1Bft. Tijdens het terreinbezoek is de omgeving van het projectgebied beoordeeld op aanwezige soorten en habitats om een beeld te krijgen van aanwezige en mogelijke aanwezige beschermde flora en fauna.

3.4

Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het verkennend terreinbezoek kan worden bepaald of het plan uitvoerbaar is en of een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.

Blad 10 van 26

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

4

Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het projectgebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 ingegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek), waarna in paragraaf 4.3 de ligging van gebieden beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming en volgens provinciaal beleid in de omgeving van het projectgebied aangegeven wordt.

4.1

Gebiedsbeschrijving Het tracé ligt in het zuidwesten van Emmen. Het tracé loopt vanaf het 110 kV-trafostation op het GETEC-terrein en loopt tot aan 110 kV-station Bargermeer dat ruim anderhalve kilometer ten zuidoosten hiervan ligt. Het tracé loopt voornamelijk door industrieel gebied en zal voornamelijk aangelegd worden door middel van sleufloze technieken. Op het 110 kV-station Bargermeer wordt een korte veldstrekking aangelegd (ca. 30 m) en vervolgens een horizontaal gestuurde boring (HDD) gemaakt naar een bedrijfsterrein ten westen ervan. Na opnieuw een korte veldstrekking (ca. 20 m) wordt een HDD gemaakt tot direct ten zuiden van het GETEC-terrein, parallel aan en deel onder het Bargermeerkanaal. Tot de volgende HDD wordt een korte veldstrekking aangelegd (ca. 20 m). Op het GETEC-terrein wordt met drie HDD’s (één parallel aan en één loodrecht op het Bargermeerkanaal) gescheiden door een korte veldstrekking (ca. 20 m). Vervolgens wordt met een laatste veldstrekking van circa 110 m het trafostation op het GETEC-terrein bereikt. Tijdens de eerste ecologische begeleiding is een uitgebreide gebiedsbeschrijving opgesteld van de veldstrekkingen. De rapportage hiervan is verwerkt in het ecologisch werkverslag (Ecologisch werkverslag, 2021). In figuren 4.1 t/m 4.8 is een impressie van het tracé gegeven.

Trafostation GETEC-terrein

Trafostation Bargermeer Grens GETECterrein

Figuur 4.1. Ligging van het tracé (rood(open ontgraving) en paars (gestuurde boring)). (bron achtergrond: ESRI)

Blad 11 van 26

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Figuur 4.2. Trafostation GETEC-terrein.

Figuur 4.3. tracé op GETEC-terrein.

Figuur 4.4. Open ontgraving GETEC-terrein.

Figuur 4.5. Open ontgraving direct ten zuiden van GETEC-terrein.

Figuur 4.6. Open ontgraving zuidelijk deel tracé.

Figuur 4.7. Vanaf 110 kV-station Bargermeer.

Figuur 4.8. 110 kV-station Bargermeer.

Blad 12 van 26

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

4.2

Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het projectgebied in de afgelopen 5 jaar diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer). Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV-onderdeel a en b) en de niet-vrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming alsook vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in Tabel 4.1. Tabel 4.1. Overzicht van waargenomen beschermde soorten in de omgeving van het projectgebied (binnen een straal van 2,5km) die in de NDFF door derden zijn ingevoerd. De soorten zijn in te delen in Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (JRB) en zijn aangegeven met een ‘X’ (NDFF, 2016-2021).

Soortgroep

Vogels**

Zoogdieren

Amfibieën Vlinders Planten Overige soortgroepen

Soort

JRB

X Boomvalk X Buizerd X Gierzwaluw Grote Gele Kwikstaart X X Havik X Huismus X Kerkuil X Oehoe X Ooievaar X Ransuil X Roek X Slechtvalk X Sperwer X Wespendief Boommarter Eekhoorn Grote bosmuis Otter Steenmarter Vleermuizen* Wolf Poelkikker Grote weerschijnvlinder Kartuizer anjer Geen waarnemingen

HR

A/B

X X X X X X X X X X

*Gewone dwergvleermuis **Categorie 5: de afweging of er sprake is van een jaarrond beschermd nest uit categorie 5 wordt gemaakt bij de beschrijving van de resultaten van het terreinbezoek (paragraaf 4.2.2).

Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het projectgebied een functie vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden in paragraaf 4.2.2. (behandeling terreinbezoek) uiteengezet. Tevens worden soorten die niet bekend aanwezig zijn, maar mogelijk wel verwacht worden, op basis van het terreinbezoek toegevoegd.

Blad 13 van 26

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het projectgebied.

Vogels Jaarrond beschermd nest In de omgeving van het projectgebied komen diverse soorten vogels met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) voor. Tijdens het terreinbezoek is een straal van 75 meter rondom het projectgebied, de zogenaamde verstoringzone, gecontroleerd op de aanwezigheid van jaarrond beschermde vogelnesten. In de aanwezige bomen, masten en palen zijn geen nesten aangetroffen van boomvalk, buizerd, havik, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer of wespendief. In het projectgebied en binnen de verstoringszone hiervan zijn geen geschikte gebouwen aanwezig waar huismus, gierzwaluw of kerkuil tot broeden kunnen komen. De aanwezige gebouwen binnen de verstoringszone van het tracé bevatten geen dakpannen of open ruimten die toegankelijk zijn voor deze vogelsoorten. Ook voor de steenuil zijn geen geschikte nestholtes of nestkasten aanwezig in bomen of gebouwen. Ten slotte is het aanwezige habitat ongeschikt als broedbiotoop voor de grote gele kwikstaart. Deze soort broedt bij voorkeur langs stromend water van rivieren en beken. Het Bargermeerkanaal dat langs het tracé loopt is hiervoor niet geschikt daar het weinig tot geen stroming heeft. Daarnaast bevat het kanaal steile oeverzones zonder stortstenen en zandbanken. De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten is daarmee uitgesloten.

Soorten met mogelijk een jaarrond beschermd nest Naast de jaarrond beschermde nesten van categorie 1 t/m 4 zijn er categorie 5-vogelsoorten, waarvan de nesten alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Alle bomen, masten en palen binnen de verstoringszone zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van mogelijk jaarrond beschermde nesten en boomholtes waarin soorten met een mogelijk jaarrond beschermd nest tot broeden kunnen komen. Er zijn geen mogelijk jaarrond beschermde nesten binnen de verstoringszone van het gebied aangetroffen. De aanwezigheid van mogelijk jaarrond beschermde nesten is daarmee uitgesloten. Algemene broedvogels Overal binnen het projectgebied kunnen algemene vogelsoorten tot broeden komen. Op het gras en grind en op platte daken kunnen grondbroeders als scholekster tot broeden komen en in de bosschage, bomen en struiken zangvogels. Mogelijke consequenties van de ingreep op algemene broedvogels worden behandeld in paragraaf 5.2.1.

Vleermuizen Alle vleermuizen zijn zwaar beschermd (alle in Nederland voorkomende soorten staan vermeld in de Habitatrichtlijn). Vleermuizen kunnen een projectgebied gebruiken als verblijfplaats, vaste vliegroute en/of foerageergebied. Verblijfplaatsen kunnen uitgesplitst worden in vier categorieën, te weten kraam-, zomer-, paaren winterverblijven. Vleermuizen maken op verschillende manieren en in verschillende seizoenen gebruik van deze verblijfplaatsen. De eisen die vleermuizen stellen aan hun verblijfplaatsen zijn afhankelijk van de vleermuissoort en het gebruik van de verblijfplaats.

Blad 14 van 26

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Kraamverblijven worden in het voorjaar en de vroege zomer gebruikt door grote groepen drachtige vrouwtjes om hun jongen te baren en groot te brengen. Tegelijkertijd bevinden kleinere groepen mannetjes zich in de zomerverblijfplaatsen. Later in de zomer en in het najaar verplaatsen de mannetjes zich naar de paarverblijven, waaromheen ze een territorium bezetten en verdedigen tegen andere mannetjes. Binnen het territorium proberen de mannetjes langskomende vrouwtjes te lokken naar de paarverblijven, waar vervolgens de paring plaatsvindt. Het paarseizoen eindigt in de herfst, waarna de vleermuizen de winterverblijven opzoeken om te overwinteren. Sommige soorten migreren hiervoor over behoorlijke afstanden. Vleermuizen gebruiken vliegroutes voor dagelijkse verplaatsingen tussen verblijfplaats en foerageergebieden en in het geval van migrerende soorten, voor de jaarlijkse trek van en naar de winterverblijven. Meestal maken vleermuizen langdurig gebruik van vaste routes die ze onthouden. Daarbij worden lijnvormige elementen zoals bomenrijen, dijken en watergangen gebruikt als vliegrouteondersteuning. Het onderbreken of verwijderen van deze elementen bij een (potentiële) vliegroute kan een negatief effect hebben op de mogelijkheid van vleermuizen om hun doel te bereiken. Ten slotte kunnen vleermuizen een projectgebied gebruiken als foerageergebied.

De vleermuizen komen via vaste routes naar het foerageergebied om daar in de buurt van bomen en water te jagen op vliegende insecten. Net zoals vaste vliegroutes die veelvuldig gebruikt worden, maken vleermuizen ook gebruik van vaste foerageergebieden. Het ongeschikt maken van een foerageergebied door bijvoorbeeld het kappen of verlichten van bomen of het dempen van waterpartijen, kan tot gevolg hebben dat vleermuizen geen toegang meer hebben tot voldoende voedsel. Verblijf- en rustplaatsen Binnen de verstoringszone van het tracé zijn alle aanwezige bomen gecontroleerd op de aanwezigheid van geschikte holtes die dienst kunnen doen als vleermuisverblijfplaats. Dergelijke holtes zijn niet aangetroffen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuissoorten kan daarmee uitgesloten worden. De aanwezige bebouwing op het begin- en eindpunt is daarnaast ook ongeschikt als vleermuisverblijfplaats. Er zijn geen stootvoegen aanwezig en er zijn geen andere holtes waar een vleermuis gebruik van zou kunnen maken. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuissoorten kan daarmee uitgesloten worden. Vliegrouteondersteuning Binnen de verstoringszone van het projectgebied zijn een aantal lijnvormige elementen die dienst kunnen doen als vliegrouteondersteuning voor vleermuizen.

Het Bargermeerkanaal kan mogelijk dienen als een essentiële vliegrouteondersteuning. De lijnvormige elementen langs de open ontgraving direct ten zuiden van het GETEC-terrein kunnen mogelijk ook dienen als vliegrouteondersteuning. In de buurt van deze elementen zijn echter genoeg alternatieven en deze vliegroute wordt daarom ook niet als essentieel beschouwd. Foerageergebied De bosschages binnen de verstoringszone van het tracé zijn geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Er is in de directe omgeving van het projectgebied voldoende alternatief en minstens even geschikt foerageergebied aanwezig. Het aanwezige foerageergebied in en binnen de verstoringszone van het projectgebied wordt daarom niet aangemerkt als essentieel foerageergebied. Aanwezigheid van essentieel foerageergebied is daarmee uitgesloten. Consequenties van de ingreep op essentiële vliegroute langs het Bargermeerkanaal worden behandeld in hoofdstuk 5.2.2.

Blad 15 van 26

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Overige zoogdieren Uit het bureauonderzoek is naar voren gekomen dat er binnen een straal van 2.5 kilometer tot het projectgebied diverse beschermde, niet vrijgestelde zoogdieren zijn waargenomen. Het gaat om de boommarter, eekhoorn, grote bosmuis, otter en wolf. Boommarter De boommarter is een soort van een bosrijke omgeving. Verblijfplaatsen van de soort bevinden zich vaak in oude spechten- en inrottingsholten van bomen. De boommarter kan echter ook verblijfplaatsen hebben onder takkenhopen. Rustplaatsen bevinden zich ook op andere plekken, zoals in konijnen- en vossenholen en tussen boomwortels (Zoogdiervereniging, z.d.). In en binnen de verstoringszone van het projectgebied ontbreken geschikte verblijfplaatsen, de omgeving is te open en de bomen binnen de verstoringszone bevatten geen geschikte holtes. Er is tevens geen geschikt foerageergebied aanwezig in de omgeving van het projectgebied. De enige aanwezige bosschage is daarvoor veel te klein en te geïsoleerd gelegen. De aanwezigheid van leefgebied van de boommarter in en binnen de verstoringszone van het projectgebied kan daarmee uitgesloten worden. Eekhoorn Eekhoorns leven met name in bossen, maar ook in parken, tuinen en houtwallen in de buurt van bossen. De eekhoorn maakt nesten in bomen of gebruikt boomholtes als verblijfplaats (Zoogdiervereniging, z.d.).

Er zijn in en binnen de verstoringszone van het projectgebied geen nesten van eekhoorn of geschikte holtes in bomen aangetroffen. Wel is er geschikt foerageergebied aanwezig in het projectgebied. Echter is er genoeg alternatief foerageergebied beschikbaar in de omgeving. De aanwezigheid van leefgebied van de eekhoorn in en binnen de verstoringszone van het plangebied is uitgesloten. Steenmarter De steenmarter is een typische cultuurvolger. Binnen het territorium heeft de soort soms wel tientallen rustplaatsen. Rustplaatsen kunnen zich op veel plaatsen bevinden, zowel in bebouwd gebied alsook in het buitengebied. Verblijfplaatsen of nesten bevinden zich bijvoorbeeld in holtes of in openingen tussen platen en stenen (Zoogdiervereniging, z.d.). Binnen en in de verstoringszone van het plangebied bevindt zich geen mogelijk geschikte verblijfof rustplaatsen van steenmarter. De open ontgravingen nemen plaats in open velden of in bestrate ondergrond. Ook is geen sprake van essentieel foerageergebied. De aanwezigheid van de steenmarter in en binnen de verstoringszone van het plangebied is hiermee uitgesloten. Otter Er is één waarneming bekend van de otter in de omgeving van het projectgebied. Otters leven in oeverzones die liggen in gebieden met voldoende dekking en rust van allerlei soorten stromende wateren, zoals meren, plassen, rivieren, kanalen, beken en moerassen.

(Zoogdiervereniging, z.d.). Het projectgebied bevindt zich voor een klein deel langs het Bargermeerkanaal. De aanwezige oevers zijn hier erg steil en bevatten te weinig dekking en rust om als verblijfplaats te dienen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen en essentiëel leefgebied van de otter nabij of op het tracé zijn uitgesloten Wolf De wolf is nabij het projectgebied waargenomen. Echter is er geen geschikt vestigingshabitat aanwezig rondom het projectgebied. Wolven zijn namelijk schuwe dieren en vestigen zich in de grotere bossen in Nederland (Zoogdiervereniging (z.d.), 2020). De waarneming die bekend is nabij het projectgebied betreft een passerende wolf die geen enkele binding met de habitats

Blad 16 van 26

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

nabij het projectgebied heeft. De aanwezigheid van essentieel leefgebied van de wolf in en binnen de verstoringszone van het projectgebied is daarmee uitgesloten. Grote bosmuis De grote bosmuis was in Nederland van oorsprong gebonden aan oudere bosgebieden, maar komt in Nederland in toenemende mate ook voor in struwelen, bosranden en bosschages. De grote bosmuis breidt zich sinds circa 20 jaar enorm uit, waarschijnlijk door een combinatie van gunstige factoren. Regelmatig worden nieuwe vindplaatsen ver buiten het tot dan toe bekende verspreidingsgebied waargenomen (Zoogdiervereniging, z.d.). Binnen het projectgebied ontbreekt geschikt habitat grotendeels vanwege het ontbreken van bossen of bosschages. De kleine bosschage bij de derde op het bedrijfsterrein ten noordwesten van het 110 kV-station Bargermeer bevat geschikte habitat maar ligt te geïsoleerd van andere leefgebieden, waardoor de aanwezigheid van grote bosmuis hier ook uit te sluiten is.

Amfibieen Uit het bureauonderzoek is gebleken dat binnen een straal van 2,5 kilometer rondom het projectgebied diverse algemene amfibieënsoorten leven zoals kleine watersalamander, gewone pad en bruine kikker. Voor deze soorten geldt echter een vrijstelling in de provincie Drenthe. Er is wel een recente waarnemingen bekend van de beschermde amfibieënsoort de poelkikker. Poelkikker De poelkikker komt voor in schone, stilstaande, vrij voedselarme wateren zoals vennen, poelen en watergangen in hoogveengebieden, uiterwaarden, agrarisch gebied en laagveen. Niet alleen tijdens de voortplanting, maar een groot deel van het zomerhalfjaar is de poelkikker in en om het water te vinden. De soort overwintert meestal op het land, bijvoorbeeld ingegraven in de grond, in muizenholletjes, onder stronken of in dammetjes waar puin aanwezig is (BIJ12, 2017; RAVON, z.d.). Rondom het projectgebied zijn geen geschikte voortplantingswateren aanwezig. Het Bargermeerkanaal is vrij breed en verbonden met andere watergangen en zal daarom vis bevatten. Water met vis is ongeschikt als voortplantingswater voor poelkikker dit omdat de kikkerdril als voedsel kan dienen voor vis. Vanwege het ontbreken van voortplantingswater, is ook de aanwezigheid van landhabitat in en binnen de verstoringszone van het plangebied uit te sluiten.

Planten Kartuizer anjer De Kartuizer anjer groeit op droge, schrale en warme plaatsen, zoals in kalkgrasland, maar ook in droge, kalkhoudende, matig voedselarme graslanden in bermen en op dijken (verspreidingsatlas, z.d.). Op het tracé is bovengenoemd habitat afwezig waardoor de aanwezigheid van de kartuizer anjer uitgesloten kan worden. Daarnaast is de enige bekende waarneming in de omgeving in een park aan de noordoostzijde van Emmen, bij deze waarneming is aangegeven dat het gaat om een “escape”. Escapes genieten geen bescherming onder de Wet natuurbescherming.

Overige flora en fauna Van de overige beschermde diersoorten, zoals vlinders, libellen, haften, kevers, weekdieren en kreeftachtigen, is alleen de grote weerschijnvlinder waargenomen in de omgeving van het plangebied. Overige soorten beschermde fauna kunnen op basis van het bekende verspreidingspatroon en de terreinkarakteristieken uitgesloten worden binnen het projectgebied.

Blad 17 van 26

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Grote weerschijnvlinder De grote weerschijnvlinder leeft in open plekken in bossen, zoals langs bospaden en bosranden. Als waardplant worden boswilg en grauwe wilg gebruikt, de imago’s leven van sap van bloedende bomen (Vlinderstichting, z.d.). In de verstoringszone van het tracé zijn geen geschikte waardplanten aanwezig. De aanwezigheid van grote weerschijnvlinder kan hiermee worden uitgesloten.

Samenvatting beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat de soorten weergegeven in tabel 4.2 en die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming mogelijk voor kunnen komen in het projectgebied. In hoofdstuk 5 wordt nader op deze soorten in gegaan. Tabel 4.2. Mogelijk aanwezige beschermde soorten in het projectgebied. Beschermings Aanwezigheid Soort regime

4.3

Algemene broedvogels

Artikel 3.1

Mogelijk

Vleermuizen

Artikel 3.5

Mogelijk

Toelichting In en binnen de verstoringszone van het projectgebied is geschikt broedbiotoop aanwezig voor algemene broedvogels. Mogelijk essentiële vliegroute binnen projectgebied.

Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Bargerveen’ is op circa 8 kilometer afstand tot het projectgebied gelegen. Het Bargerveen is het grootste hoogveen restant van Nederland. Het gebied is aangewezen als habitatrichtlijngebied met instandhoudingsdoelstellingen voor de habitattypen heischrale graslanden, actieve hoogvenen en herstellende hoogvenen. Daarnaast is het gebied aangewezen als vogelrichtlijngebied met instandhoudingsdoelstellingen voor de broedvogels: Geoorde fuut, Blauwe kiekendief, Porseleinhoen, Watersnip, Velduil, Nachtzwaluw, Blauwborst, Paapje, Roodborsttapuit en Grauwe klauwier. En voor de niet broedvogels Kleine zwaan en Toendrarietgans.

Blad 18 van 26

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Figuur 4.9. Ligging van het projectgebied (donker rood omlijnd) ten opzichte Natura 2000-gebieden (rood gearceerd) (bron ESRI).

NNN Het projectgebied is niet gelegen in een NNN-gebied. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op 1500 meter ten zuidoosten van het projectgebied. Het gebied is aangewezen als natuurbeheertype kruiden- en faunarijk grasland en hoog- en laagveenbos.

Blad 19 van 26

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Figuur 4.10. Ligging het projectgebied (rood omlijnd) ten opzichte van het NNN (paars gearceerd). (bron achtergrond: ESRI).

Blad 20 van 26

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

5

Toetsing In paragraaf 5.1 is de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 5.2 worden de werkzaamheden getoetst aan de soortenbescherming (Wnb). Indien vervolgstappen aan de orde zijn, is dit aangeven in een tekstkader. In paragraaf 5.3 wordt het plan getoetst aan het beschermingsregime van het NNN-gebied, aanvullend provinciaal beleid en de Wet natuurbescherming (Wnb).

5.1

Effectbepaling plan Van de volgende aspecten van de werkzaamheden moet het effect op de aanwezige beschermde natuurwaarden bepaald worden: Een strook van 10 tot 15 meter rondom het tracé wordt gebruikt als werkterrein. Er zal machinaal worden gegraven op bedrijventerreinen, in braakliggende grond en in bermen van wegen. Ten behoeve van de gestuurde boringen zullen werkputten worden gegraven en een uitlegstrook worden geplaatst. Ten behoeve van de werkzaamheden wordt er niet aan gebouwen gewerkt.

5.2

Effecten op beschermde soorten Vogels Algemene broedvogels Alle inheemse broedvogels zijn tijdens het broeden wettelijk beschermd volgens de Vogelrichtlijn. Als er ten tijde van de beoogde start van de werkzaamheden vogels in, of binnen de verstoringszone van het projectgebied broeden, kunnen de werkzaamheden ter plaatse geen doorgang vinden totdat de jongen zijn uitgevlogen. Het is niet mogelijk om een ontheffing te verkrijgen voor het verstoren of verjagen van broedende vogels. Het verdient daarom de aanbeveling om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Een wettelijk vastgestelde periode voor het broedseizoen bestaat niet, bepalend is of broedgevallen aanwezig zijn. Indicatieve datumgrenzen zijn 15 maart tot 15 juli, maar er bestaan, afhankelijk van het weer en de vogelsoort, vele uitzonderingen op deze regel. Voor het onderhavige project starten de werkzaamheden midden in het broedseizoen. In verband hiermee dient het plan- en verstoringsgebied eerst door een ter zake kundige ecoloog gecontroleerd te worden op aanwezigheid van broedvogels.

Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plan- of verstoringsgebied, worden door de ter zake kundige ecoloog specifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt (een deel van) het projectgebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot alle nesten, vanuit eigen beweging van de vogels, niet meer in gebruik zijn.

Vleermuizen Vleermuizen zijn beschermde soorten en staan vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn. In het kader van de Wet natuurbescherming is daarom een aantal verbodsbepalingen ten aanzien van vleermuizen opgesteld die in principe niet overtreden mogen worden door onder andere een ruimtelijke ontwikkeling. De bebouwing op het terrein vervult mogelijk een functie als vliegrouteondersteuning. Indien ‘s avonds of ’s nachts wordt gewerkt, gedurende de actieve periode voor vleermuizen (circa 15 april

Blad 21 van 26

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

t/m 15 oktober), kan lichtverstoring door het gebruik van bouwverlichting optreden. Hierdoor kunnen mogelijk aanwezige vleermuizen gedesoriënteerd raken. Ten gevolge daarvan kan het functioneren van de mogelijk aanwezige vliegroutes verminderen of geheel verdwijnen. Een dergelijk effect op vliegroutes is in strijd met de Wet Natuurbescherming. Om effecten van lichtuitstraling te voorkomen wordt geadviseerd om de gebruikte verlichting weg te draaien van het Bargermeerkanaal. Dit is zeker noodzakelijk in de schemer en nacht (van 1 uur voor zonsondergang tot 1 uur na zonopkomst) gedurende de actieve periode van vleermuizen (circa 15 april t/m 15 oktober). Dit houdt in dat de verlichting naar beneden gericht dient te zijn en niet naar de omgeving mag uitstralen. In onderstaande figuur is een dergelijke werkwijze schematisch weergegeven. De V in de tekening geeft weer hoe de lichtuitstraling naar de omgeving zoveel mogelijk kan worden beperkt. In de situatie met een X is er sprake van significante lichtuitstraling naar de omgeving waardoor een mogelijk effect op vliegroutes van vleermuizen niet is uit te sluiten. Bij voorkeur wordt er bij het plaatsen van een licht gekozen voor amberkleurige verlichting. Wanneer bovenstaande werkwijze toegepast wordt, zijn er voor wat betreft vleermuizen geen belemmeringen ten aanzien van de Wet Natuurbescherming.

Figuur 5.1 Voorbeeld van toepassing bouwverlichting. X= verlichting veroorzaakt uitstraling naar omgeving, V= verlichting veroorzaakt geen uitstraling richting de omgeving (Bron: JM ecologie).

5.3

Effecten op beschermde gebieden Effecten op Natura 2000-gebieden Uit de bureaustudie blijkt dat Natura-2000 gebied “Bargerveen” is gelegen op ongeveer 9 kilometer afstand tot het projectgebied. Gezien de relatief kleine en kortdurende ingreep, de afstand en de aanwezigheid van tussenliggende afschermende elementen, kunnen effecten door storingsfactoren zoals verdroging, versnippering, of verstoring door geluid, licht en trillingen op voorhand worden uitgesloten. Om te bepalen of er sprake is van (significant) negatieve effecten op de Natura 2000-gebieden als gevolg van de stikstofemissie door het project, dient een nadere beschouwing door middel van een AERIUS-berekening uitgevoerd te worden.

Effecten op het NNN Het projectgebied is niet gelegen binnen een NNN-gebied. De provincie Drenthe hanteert geen externe werking op NNN-gebieden, waardoor negatieve effecten op het NNN uitgesloten zijn. Er is daarom geen belemmering voor uitvoering van de geplande werkzaamheden vanuit provinciaal beleid ten aanzien van gebiedsbescherming.

Blad 22 van 26

Ecologisch onderzoek tracé 110 kV kabeltracé BGMR110-AKU110 op bedrijventerrein Bargermeer te Emmen - Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469786 21 mei 2021 revisie 01 TenneT TSO B.V.

6

Conclusies

6.1

Conclusies: Beschermde gebieden Het projectgebied is niet gelegen in een NNN-gebied of Natura 2000-gebied. Wel zijn in de omgeving van het projectgebied beschermde gebieden aanwezig. Natura 2000 Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, “Bargerveen” is gelegen op circa 8 kilometer afstand tot het projectgebied. Gezien de relatief kleine en kortdurende ingreep, de afstand en tussenliggende afschermende elementen, kunnen effecten door storingsfactoren zoals verdroging, versnippering, of verstoring door geluid, licht en trillingen op voorhand worden uitgesloten. Effecten ten gevolge van vermesting en verzuring door stikstofdepositie via de lucht op Natura 2000-gebieden kunnen niet op voorhand uitgesloten worden, aangezien deze over grote afstand plaats kunnen vinden. Om te bepalen of al dan niet sprake is van (significant) negatieve effecten op de Natura 2000-gebieden als gevolg van de stikstofemissie door het project, is een nadere beschouwing van de stikstofdepositie door middel van een AERIUSberekening noodzakelijk. Deze wordt separaat uitgevoerd en gerapporteerd. NNN Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa 1.5 kilometer afstand van het projectgebied. De provincie Drenthe hanteert geen externe werking op NNN-gebieden, waardoor effecten kunnen worden uitgesloten. Tabel 6.1. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=6bc7f228-e329-463b-bb92-0340291e80d4