Bijlage 2 - Transponeringstabel Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Emmen 2025
Tekst van het document
Eerder verstrekte middelen
Toelichting Artikel 3.2.1 Paginanummer 16
In principe zal een hulpmiddel voor verplaatsing in, om en nabij het huis verstrekt worden als men een dergelijke voorziening voor dagelijks zittend gebruik nodig heeft. Aan een dergelijke noodzaak gaat vaak een periode vooraf waarin gebruik wordt gemaakt van andere hulpmiddelen, (ooit) verstrekt op basis van de Zorgverzekeringswet of AWBZ of zelf aangeschaft.
Collectief vervoer naar betaalde arbeid
Toelichting Artikel 3.2.2 Paginanummer 17
Uitgesloten zijn verplaatsingen die met een speciaal middel gemaakt moeten worden in verband met betaalde arbeid.
AWBZ kan eruit. Dit is verouderd.
Speciaal middel = collectief vervoer Daarnaast was de zin onduidelijk, deze vereenvoudigt.
Verplaatsingen dichtbij huis
Toelichting Artikel 3.2.2 Paginanummer 17-18
Het gaat hier om het zich kunnen verplaatsen binnen de eigen woonplaats en het direct daaromheen gelegen gebied Die verplaatsingen moeten passen in het kader van het leven van alledag. Dat zijn alle verplaatsingen die niet uitsluitend te maken hebben met verplaatsingen in het kader van een betaalde baan. Het gaat om een breed scala van verplaatsingen. Als gebruik kan worden gemaakt van het collectief vraagafhankelijk vervoer, gaat deze voorziening voor andere maatwerkvoorzieningen omdat dit de goedkoopste geschikte voorziening is (artikel 2.3 lid 3). Uitgesloten zijn verplaatsingen die met een speciaal middel gemaakt moeten worden in verband met betaalde arbeid. Verder zijn ook vakanties en ander verblijf buiten het gebied uitgesloten. Voor deze laatste verplaatsingen wordt door het Ministerie van VWS Valys beschikbaar gesteld. Valys is aanvullend op de Wmo te verstrekken maatwerkvoorzieningen en valt buiten de verantwoordelijkheid van de gemeente. Valys regelt het vervoer wanneer de pashouder een vervoersbehoefte heeft die verder reikt dan 5 OV-zones vanaf het woonadres van de pashouder of
Bij verplaatsingen dichtbij huis gaat het om het kunnen verplaatsen binnen de eigen woonomgeving voor het dagelijks leven. Hierbij gaat het om verplaatsingen voor het doen van boodschappen, maatschappelijke participatie, bezoek aan artsen, specialisten en voor ziekenhuisonderzoek, voor zover het zogenaamde zittend ziekenvervoer daar geen oplossing voor biedt. Voor de maatschappelijke participatie is het van belang om contacten te hebben met medemensen en deel te kunnen nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten bestaat naar keuze. Daarbij kan gedacht worden aan familiebezoek, aan het bezoeken van bijeenkomsten of het bezoeken van kerkdiensten, het deelnemen aan het verenigingsleven, maar ook het volgen van cursussen om de vrije tijd op een aangename wijze te kunnen invullen. Wanneer bij het verplaatsen dichtbij huis een inwoner gebruik kan maken van het collectief taxivervoer of een aanwezige scootmobielpool gaat dit voor op andere ondersteuning op maat Het collectief vervoer mag niet gebruikt worden voor vervoer in verband met betaalde arbeid. Verder zijn ook vakanties en ander verblijf buiten het gebied uitgesloten. Voor
Verplaatsingen in het kader van het leven van alledag moet beter uitgelegd worden. Verplaatsingen naar betaalde arbeid hoort hier niet bij. Stuk is onduidelijk. Is leesbaarder gemaakt.
wanneer het vertrekadres is gelegen op een afstand van meer dan 5 OVzones vanaf het woonadres van de pashouder. De gemeente is verantwoordelijk voor de vervoersbehoefte van de pashouder tot en met vijf OV-zones vanaf diens woonadres of wanneer het vertrekadres is gelegen op een afstand tot en met 5 OV-zones vanaf het woonadres van de pashouder. Wel gaat het om verplaatsingen nodig voor het doen van boodschappen, nodig om maatschappelijk te kunnen participeren, nodig om naar artsen, paramedici, specialisten en voor ziekenhuisonderzoek, voor zover het zogenaamde zittend ziekenvervoer daar geen oplossing voor biedt. Dit medisch vervoer betreft vooral situaties waarbij dat vervoer zo frequent is dat het beschikbaar gestelde vervoer bijna geheel aan dit medisch vervoer gebruikt zou worden. In deze situatie kan extra vervoer worden geboden. De omvang van het te bieden vervoer voor het zich lokaal kunnen verplaatsen ligt tussen 1500 en 2000 kilometer per jaar. Het kan voorkomen dat er een grotere vervoersbehoefte bestaat. Van
deze laatste verplaatsingen wordt door het Ministerie van VWS Valys beschikbaar gesteld. Valys is aanvullend op de Wmo te verstrekken maatwerkvoorzieningen en valt buiten de verantwoordelijkheid van de gemeente. Valys regelt het vervoer wanneer de pashouder een vervoersbehoefte heeft die verder reikt dan 5 OV-zones vanaf het woonadres van de pashouder of wanneer het vertrekadres is gelegen op een afstand van meer dan 5 OVzones vanaf het woonadres van de pashouder. De gemeente is verantwoordelijk voor de vervoersbehoefte van de pashouder tot en met vijf OV-zones vanaf diens woonadres of wanneer het vertrekadres is gelegen op een afstand tot en met 5 OV-zones vanaf het woonadres van de pashouder. Als gebruik kan worden gemaakt van het collectief vraagafhankelijk vervoer, gaat deze voorziening voor andere maatwerkvoorzieningen omdat dit de goedkoopste geschikte voorziening is (artikel 2.3 lid 3). De omvang van het te bieden vervoer voor het zich lokaal kunnen verplaatsen is in beginsel maximaal 2000 kilometer per jaar. Het kan voorkomen dat er een grotere vervoersbehoefte bestaat. Van
belang is allereerst vast te stellen of dat een realistische vervoersbehoefte is, gezien de medische, maar ook gezien de financiële situatie van de aanvrager. Immers, met een laag inkomen kan men wel de wens hebben veel verplaatsingen te maken, maar omdat voor iedere Nederlander verplaatsen een prijskaartje heeft zal dat ook voor mensen met een handicap gelden. Daarbij is het van belang vast te stellen of de vervoersbehoefte hiermee spoort.
belang is allereerst vast te stellen of dat een realistische vervoersbehoefte is, gezien de medische, maar ook gezien de financiële situatie van de aanvrager. Immers, met een laag inkomen kan men wel de wens hebben veel verplaatsingen te maken, maar omdat voor iedere Nederlander verplaatsen een prijskaartje heeft zal dat ook voor mensen met een handicap gelden. Daarbij is het van belang vast te stellen of de vervoersbehoefte hiermee spoort.
Voor de participatie is het van belang om contacten te hebben met medemensen en deel te kunnen nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten bestaat naar keuze. Daarbij kan gedacht worden aan familiebezoek, aan het bezoeken van bijeenkomsten of het bezoeken van kerkdiensten, het deelnemen aan het verenigingsleven, maar ook het volgen van cursussen om de vrije tijd op een aangename wijze te kunnen invullen. Voorwaarden hiervoor zijn bijvoorbeeld het zich kunnen verplaatsen naar deze bestemmingen. Maximaal aantal kilometers collectief vervoer
Toelichting artikel 3.2.2 Paginanummer 17
De omvang van het te bieden vervoer voor het zich lokaal kunnen verplaatsen ligt tussen 1500 en 2000 kilometer per jaar.
De omvang van het te bieden vervoer voor het zich lokaal kunnen verplaatsen is in beginsel maximaal 2000 kilometer per jaar.
Maximaal 2.000 kilometer of er moet uit onderzoek naar voren komen dat er een 'realistische' grotere vervoersbehoefte is.
Geschikte woning
Toelichting Artikel 4.1.1 Paginanummer 18-19
4.1.1 Geschikte woning Bij woonvoorziening gaat het om zowel om bouwkundige als niet bouwkundige voorzieningen. Uitgangspunt is daarbij dat men zelf al beschikt of zal beschikken over een woning. Het is niet zo dat een gemeente voor een woning moet zorgen: dat is een eigen verantwoordelijkheid van de aanvrager. Daarbij is uitgangspunt dat iedereen altijd zoekt naar een voor hem op dat moment meest geschikte beschikbare woning, uiteraard passend bij het bestedingspatroon. Het gaat om woningen op het niveau sociale woningbouw. De ruimten zijn dan de woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimten, berging, tuin of balkon. Ook de toegankelijkheid en bereikbaarheid wordt beoordeeld. Er kan altijd afgeweken worden naar boven of beneden, maar omvangrijke woningen en zeer grote ruimten zullen niet als uitgangspunt voor het verstrekken van een woonvoorziening gelden. Het kan mogelijk zijn dat de woning wordt aangepast, maar ook kan het mogelijk zijn dat er een andere woning beschikbaar is die geschikt is, of een woning die gemakkelijker geschikt te maken is.
Bij woonvoorziening gaat het om zowel bouwkundige als niet bouwkundige voorzieningen. Uitgangspunt is daarbij dat men zelf al beschikt of zal beschikken over een woning. De gemeente hoeft niet voor een woning te zorgen, dat is een eigen verantwoordelijkheid van de aanvrager. Daarbij is het uitgangspunt dat iedereen altijd zoekt naar een voor hem op dat moment meest geschikte beschikbare woning, uiteraard passend bij het bestedingspatroon. Bij een woningaanpassing worden alleen de essentiële woonruimten (woonkamer, slaapkamers, keuken, sanitaire ruimten, berging, tuin of balkon) aangepast. Bij woningaanpassingen geldt het primaat van verhuizen. Het gaat dan niet alleen om verhuizingen naar een passende woning, maar ook om verhuizing naar een woning die makkelijker passend te maken is. Bij de afweging tussen een woningaanpassing en het primaat van verhuizen wordt aan de ene kant gekeken naar het noodzakelijk te leveren maatwerk en aan de andere kant de noodzaak om tot een doelmatige besteding van
Er moet beter omschreven worden dat het eerst om het primaat van verhuizen gaat. Eerst wordt er gekeken naar een andere woning als daar geen mogelijkheid voor is, dan wordt gekeken naar een aanpassing. Je gaat eerst voor de goedkoopst, adequate oplossing. Tekst over unit of wooningaanpassing kan eruit. Je plaats niet voor alle vragen een unit. Goedkoopst adequate oplossing wordt gekozen. Dat kan een unit zijn, maar ook een woningaanpassing
In die situatie zal een afweging moeten worden gemaakt van de diverse mogelijkheden. Bij de afweging wordt aan de ene kant gekeken naar het noodzakelijk te leveren maatwerk en aan de andere kant de noodzaak om tot een doelmatige besteding van gemeenschapsgelden te komen. De kosten voor onderhoud of voor renovatie van woningen worden niet via de Wmo 2015 vergoed. Deze kosten zijn voor de verhuurder. Zo valt bijvoorbeeld het plaatsen van een verhoogd toilet bij renovatie niet onder de Wmo 2015. Ten aanzien van de vraag of er aangepast dient te worden of dat het plaatsen van een herplaatsbare woonunit ook een oplossing kan zijn, spelen afwegingen over afschrijving van de voorziening en over de vraag of de voorziening later hergebruikt kan worden een belangrijke rol. Gestreefd wordt aanpassingen die bestaan uit een aanbouw alleen te realiseren als vastgelegd kan worden dat deze aanpassing tijdens de gehele looptijd beschikbaar kan blijven voor een gehandicapte. Dit zal over het algemeen uitsluitend te realiseren zijn bij huurwoningen
gemeenschapsgelden te komen. Uitzondering op het primaat van verhuizen zijn woningaanpassingen tot € 7.500,00 en trapliften. Als het woonprobleem niet opgelost kan worden met een verhuizing, geldt het primaat van verhuizing niet. Ook de toegankelijkheid en bereikbaarheid worden hierin meegenomen. Een verhuizing brengt kosten met zich mee. Daarvoor kan een verhuiskostenvergoeding verstrekt worden. De kosten voor onderhoud of voor renovatie van woningen worden niet via de Wmo 2015 vergoed. Deze kosten zijn voor de verhuurder. Zo valt bijvoorbeeld het plaatsen van een verhoogd toilet bij renovatie niet onder de Wmo 2015.
van sociaal verhuurders. In andere situaties zal indien mogelijk gekozen worden voor het plaatsen van een losse woonunit. Verhuizing naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning kan een snelle(re) oplossing bieden dan het aanpassen van een woning. Bovendien kan een woning zich niet lenen voor aanpassing. Dat kan betekenen dat er eerst naar alternatieven gekeken zal moeten worden. Daarbij zal zo mogelijk rekening gehouden worden met de behoeften van de aanvrager. Dat wil zeggen dat in een afweging bepaald zal worden hoe die behoeften zich verhouden tot de belangen (met name financiële) van de gemeente. In dergelijke gevallen kan een verhuiskostenvergoeding worden verstrekt. Een dergelijke verhuizing brengt meerkosten met zich mee. Schone en leefbare woning bij beschermd wonen
Toelichting Artikel 4.1.2 Paginanummer 19
In de artikelen 4.1.3, 4.1.4 en 4.1.5 zijn bepalingen opgenomen voor inwoners die om wat voor reden niet in staat zijn om in de eigen woning te wonen of niet zelfstandig kunnen wonen. Dit kan zijn omdat zij (tijdelijk) dakloos zijn (artikel 4.1.3) er sprake is van huiselijk geweld waardoor de
In de voorzieningen beschermd wonen zit schoonmaakondersteuning opgenomen in het pakket. De schoonmaakondersteuning wordt door de woonvorm uitgevoerd (of de aanbieder huurt dit in binnen het tarief).
Per abuis staat er een stuk tekst over beschermd wonen bij schoonmaakondersteuning. Dit moet weg. Wel moet er een stuk toegevoegd worden over
thuissituatie is verlaten (artikel 4.1.4), of dat het noodzakelijk is dat er 24 uurs begeleiding aanwezig moet zijn bij het wonen of het beschermd worden, (artikel 4.1.5). De verschillen binnen het aanbod van beschermd wonen zitten in de intensiteit van de begeleiding en de woonvariant waar een cliënt verblijft. Omdat iedere zorgvraag uniek is en een andere aanpak vereist, dient er gekeken te worden naar een vorm die aansluit bij de ondersteuningsbehoefte van de inwoner. Dit vraagt om een differentiatie in het aanbod van beschermd wonen. Hier wordt invulling aan gegeven door met een modulair systeem te werken. Dit maakt het mogelijk om meer maatwerk te kunnen leveren. Aangezien het herstelproces van de inwoner veelal geen rechtlijnig verloop kent, is het wenselijk om binnen het aanbod van Beschermd Wonen voldoende mogelijkheden te hebben om te kunnen op- en afschalen. Op die manier kan er blijvend in de benodigde ondersteuning worden voorzien en kan hierin worden ‘meebewogen’ (artikel 4.1.6).
Bij een Thuis Plus indicatie kan wel apart schoonmaakondersteuning geïndiceerd worden op dezelfde voorwaarden als ‘reguliere’ schoonmaakondersteuning.
schoonmaak binnen het beschermd wonen.
Beschermd wonen
Ondersteuning mantelzorger
Toelichting Artikel 4.1.3 Paginanummer 18
Toelichting Artikel 5.2.1 Paginanummer 20
-
Het werk van een mantelzorger is belangrijk. Om er voor te zorgen dat het werk niet te belastend wordt, kan het werk (tijdelijk) worden overgenomen door een professional. Zowel de mantelzorger als de inwoner kunnen hierom vragen.
4.1.3. Beschermd wonen De verschillen binnen het aanbod van beschermd wonen zitten in de intensiteit van de begeleiding en de woonvariant waar een cliënt verblijft. Omdat iedere zorgvraag uniek is en een andere aanpak vereist, dient er gekeken te worden naar een vorm die aansluit bij de ondersteuningsbehoefte van de inwoner. Dit vraagt om een differentiatie in het aanbod van beschermd wonen. Door te werken met een modulair systeem voor beschermd wonen wordt hier invulling aan gegeven. Aangezien het herstelproces van de inwoner veelal geen rechtlijnig verloop kent, is het wenselijk om binnen het aanbod van beschermd wonen voldoende mogelijkheden te hebben om de ondersteuning op en af te kunnen schalen. Op deze wijze ontvangt de inwoner de juiste ondersteuning. Het werk van een mantelzorger is belangrijk. Om ervoor te zorgen dat een mantelzorger niet overbelast raakt, kan de ondersteuning (tijdelijk) worden overgenomen door een professional. Zowel de mantelzorger als de inwoner kunnen hierom vragen.
Dit ontbreekt in de huidige toelichting
Het gaat om ondersteuning i.p.v. werk.
De vorm van ondersteuning
Toelichting Hoofdstuk 6 Paginanummer 20
De ondersteuning kan in verschillende vormen worden geboden. Het kan gaan om ondersteuning in natura, in de vorm van een pgb of een financiële tegemoetkoming. Hulpmiddelen worden veelal in bruikleen verstrekt. In dit hoofdstuk zijn de vormen nader uitgewerkt.
Financiële tegemoetkoming
Toelichting Artikel 6.2 Paginanummer 20
De hoogte van een pgb bij ondersteuning door personen uit het sociale netwerk
Toelichting Artikel 6.3.2 Paginanummer 20
6.2 Financiële tegemoetkoming De financiële tegemoetkomingen werden onder de Wmo 2007 onder meer verstrekt als een verhuiskostenvergoeding of een taxivergoeding voor mensen die niet met het collectief vervoer kunnen reizen. Dit gebeurde in de vorm van forfaitaire bedragen. Dit artikel is een uitwerking van artikel 2.1.7 van de wet. Op grond van dit artikel worden de tegemoetkomingen verstrekt. 6.3.2 de hoogte van een pgb bij ondersteuning door personen uit het sociale netwerk De cliënt kan ondersteuning betrekken bij een persoon die behoort tot het sociaal netwerk of van een mantelzorger, het pgb wordt vastgesteld op maximaal
De maatwerkvoorziening kan in verschillende vormen worden geboden. Het kan gaan om ondersteuning in natura, in de vorm van een pgb of een financiële tegemoetkoming. Hulpmiddelen worden veelal in bruikleen verstrekt. In dit hoofdstuk zijn de vormen nader uitgewerkt. -
We hebben het hier over een maatwerkvoorziening i.p.v. ondersteuning
6.3.2 de hoogte van een pgb bij ondersteuning door personen uit het sociale netwerk
Percentages komt te vervallen. Tarief blijft gelijk. Alleen naam verandert.
De cliënt kan ondersteuning betrekken bij een persoon die behoort tot het sociaal netwerk of van een mantelzorger. Hiervoor krijgt de inwoner een pgb tarief voor
Dit wordt boven in de verordening duidelijk beschreven en hoeft hier daarom niet opnieuw te staan.
50% van het referentietarief. Bij de behandeling van het wetsvoorstel is door de regering ten aanzien van de ondersteuning van uit het sociale netwerk onder meer aangegeven dat in de omslag die met dit wetsvoorstel in gang wordt gezet, het niet meer vanzelfsprekend is dat de overheid bij iedere ondersteuningsvraag bijspringt. Uitgangspunt is dat iedere ingezetene eerst kijkt wat hij zelf kan doen, wat zijn sociale omgeving voor hem kan doen of wat hij zelf voor een ander kan doen (MvT p. 20). De regering is van mening ( MvT p. 22-23) dat het heel normaal is dat je je inspant om je eigen situatie te verbeteren of dat je iets doet voor een partner of familielid als die niet geheel op eigen kracht kan deelnemen aan de samenleving. De regering stapt af van het automatisme dat de overheid per definitie deze rol naar zich toetrekt, maar gaat niet zo ver om het sociaal netwerk te verplichten om ondersteuning te bieden waar dat mogelijk is.
ondersteuning vanuit het sociaal netwerk. Bij de behandeling van het wetsvoorstel is door de regering ten aanzien van de ondersteuning van uit het sociale netwerk onder meer aangegeven dat in de omslag die met dit wetsvoorstel in gang wordt gezet, het niet meer vanzelfsprekend is dat de overheid bij iedere ondersteuningsvraag bijspringt. Uitgangspunt is dat iedere ingezetene eerst kijkt wat hij zelf kan doen, wat zijn sociale omgeving voor hem kan doen of wat hij zelf voor een ander kan doen (MvT p. 20). De regering is van mening ( MvT p. 22-23) dat het heel normaal is dat je je inspant om je eigen situatie te verbeteren of dat je iets doet voor een partner of familielid als die niet geheel op eigen kracht kan deelnemen aan de samenleving. De regering stapt af van het automatisme dat de overheid per definitie deze rol naar zich toetrekt, maar gaat niet zo ver om het sociaal netwerk te verplichten om ondersteuning te bieden waar dat mogelijk is.
Het verstrekken van een pgb voor ondersteuning van iemand die behoort tot het sociale netwerk is dus van een andere orde dan wanneer de ondersteuning van professionele hulpverleners of
Het verstrekken van een pgb voor ondersteuning van iemand die behoort tot het sociale netwerk is dus van een andere orde dan wanneer de ondersteuning van beroepsmatige
Hoogte en tarieven pgb
Toelichting Artikel 6.3.3 t/m 6.3.11 Paginanummer 20-22
derden komt. Met het tarief van 50% maakt dit duidelijk en is zodanig dat ondersteuning uit het sociale netwerk niet wordt uitgesloten. 6.3.3 t/m 6.3.11 hoogte en tarieven pgb In de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr. 3, blz. 39) is vermeld dat de gemeente bijvoorbeeld kan bepalen dat het pgb niet hoger mag zijn dan een percentage van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan het verlenen van adequate ondersteuning in natura. Daarmee is er ook de mogelijkheid om differentiatie aan te brengen in de hoogte van het pgb. Het is mogelijk verschillende tarieven te hanteren voor verschillende vormen van ondersteuning en voor verschillende typen hulpverleners. Er kan bijvoorbeeld onderscheid gemaakt worden tussen ondersteuning die wordt geleverd door het sociale netwerk, door hulpverleners die werken volgens de kwaliteitsstandaarden en hulpverleners die dat niet doen (zoals werkstudenten, zzp’ers zonder diploma’s e.d.). In deze artikelen is bepaald op
hulpverleners komt. Een lager tarief is daarom gerechtvaardigd. 6.3.3 t/m 6.3.11 hoogte en tarieven pgb In de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr. 3, blz. 39) is vermeld dat de gemeente bijvoorbeeld kan bepalen dat het pgb niet hoger mag zijn dan een percentage van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan het verlenen van adequate ondersteuning in natura. Daarmee is er ook de mogelijkheid om differentiatie aan te brengen in de hoogte van het pgb. Het is mogelijk verschillende tarieven te hanteren voor verschillende vormen van ondersteuning en voor verschillende typen hulpverleners. Er kan bijvoorbeeld onderscheid gemaakt worden tussen ondersteuning die wordt geleverd door het sociale netwerk, door hulpverleners die werken volgens de kwaliteitsstandaarden en hulpverleners die dat niet doen (zoals werkstudenten, zzp’ers zonder diploma’s e.d.). Er is sprake van beroepsmatige ondersteuning als deze wordt geleverd door een aanbieder die ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel. Daarnaast maken we
welke wijze de hoogte van het pgb wordt bepaald. Voor de vaststelling van het pgb voor roerende zaken zoals hulpmiddelen, autoaanpassingen, sportrolstoelen, woningaanpassingen, etc. is geen referentietarief te bepalen. Het pgb wordt vastgesteld basis van het programma van eisen en twee offertes, dan wel de tegenwaarde van het bedrag indien de gemeente zelf de voorziening zou hebben gekocht. Daarnaast dient gewaarborgd te zijn dat deze zaken veilig doeltreffend en cliënt gericht zijn. Er is sprake van beroepsmatige ondersteuning als deze wordt geleverd door een aanbieder die ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel. Daarnaast dienen de aanbieders te voldoen aan de volgende kwaliteitseisen: •
Een aantoonbaar werkzaam kwaliteitszorgsysteem, bijvoorbeeld ISO90001, EN 15224, HKZ, Prezo, Kwaliteitskader gehandicaptenzorg;
•
Een vergelijkbaar kwaliteitszorgsysteem dat voldoet aan de volgende
onderscheid tussen beroepsmatige ondersteuning A en B. Aanbieders komen in aanmerking voor beroepsmatige ondersteuning A indien zij voldoen aan de volgende kwaliteitseisen: •
Een aantoonbaar werkzaam kwaliteitszorgsysteem, bijvoorbeeld ISO90001, EN 15224, HKZ, Prezo, Kwaliteitskader gehandicaptenzorg;
•
Een vergelijkbaar kwaliteitszorgsysteem dat voldoet aan de volgende kenmerken: kwaliteitszorg is organisatiebreed verankert (in beleid) en door de directie uitgedragen (kwaliteitshandboek), de aanwezigheid en organisatiebrede uitvoering van relevante procedures met betrekking tot dienstverlening/eindproducte n en beheer van middelen en documenten, waarbij continue verbetering een belangrijk aandachtspunt is, de aanwezigheid van de interne kwaliteitscyclus (meting, analyse en verbetering van kwaliteitsniveaus);
kenmerken: kwaliteitszorg is organisatiebreed verankert (in beleid) en door de directie uitgedragen (kwaliteitshandboek), de aanwezigheid en organisatiebrede uitvoering van relevante procedures met betrekking tot dienstverlening/eindprodu cten en beheer van middelen en documenten, waarbij continue verbetering een belangrijk aandachtspunt is, de aanwezigheid van de interne kwaliteitscyclus (meting, analyse en verbetering van kwaliteitsniveaus); •
•
Het zich in algemeenheid houden aan de eisen omtrent de verlening van ondersteuning, zoals deze in de wetten worden gesteld waar de te leveren ondersteuning op rust (Wmo, Wbp, wet- en regelgeving met betrekking tot het aanhouden van cao’s en minimumlonen); De in te zetten medewerkers dienen
•
Het zich in algemeenheid houden aan de eisen omtrent de verlening van ondersteuning, zoals deze in de wetten worden gesteld waar de te leveren ondersteuning op rust (Wmo, Wbp, wet- en regelgeving met betrekking tot het aanhouden van cao’s en minimumlonen);
•
De in te zetten medewerkers dienen geregistreerd te zijn volgens de daartoe in de wet gestelde eisen aan de beroepsregistratie.
•
Ook dienen aanbieders in geval van ziekte of vakantie zorg te dragen voor vervanging. Daarnaast geldt op grond van de wet dat van aanbieders wordt verlangd dat zij een klachtenregeling en een medezeggenschapsregeling hebben.
Bij beroepsmatige ondersteuning B valt te denken aan een kleine aanbieder met een beperkt aantal werknemers, een ZZP’er of een student die wil bijverdienen. Omdat hierbij niet wordt voldaan aan de voorwaarden zoals gesteld voor beroepsmatig A is er hierbij sprake van lagere kosten
geregistreerd te zijn volgens de daartoe in de wet gestelde eisen aan de beroepsregistratie. •
Ook dienen aanbieders in geval van ziekte of vakantie zorg te dragen voor vervanging. Daarnaast geldt op grond van de wet dat van aanbieders wordt verlangd dat zij een klachtenregeling en een medezeggenschapsregeling hebben.
De motivering voor het percentage van 90% is tweeledig: in het algemeen is er sprake van lagere overheadkosten bij degene die de ondersteuning uitvoert tegen betaling van het pgb (doordat het vaak gaat om kleinere organisaties of zelfstandige professionals met minder overhead dan Zorg in natura-aanbieders en omdat de klant zelf coördinerende activiteiten uitvoert). Op de tweede plaats omdat gecontracteerde aanbieders (ZIN) aan extra eisen moeten voldoen die gesteld zijn in de aanbestedingsofferte. Hierbij valt te denken aan: innoveren, verantwoording afleggen, verplicht meewerken aan cliëntervaringsonderzoeken en op
waardoor een lager tarief gerechtvaardigd is. Tot het sociale netwerk behoren personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt (artikel 1.1.1 Wmo 2015). Dit is ook het geval als de persoon uit het sociale netwerk een professionele zorgverlener is of in het bezit is een relevant diploma. Deze persoon wordt dus niet aangemerkt als beroepskracht. Het pgb voor roerende zaken zoals hulpmiddelen, autoaanpassingen, sportrolstoelen, woningaanpassingen, etc. wordt vastgesteld op basis van het programma van eisen en twee offertes, dan wel de tegenwaarde van het bedrag indien de gemeente zelf de voorziening zou hebben gekocht. Daarnaast dient gewaarborgd te zijn dat deze zaken veilig doeltreffend en cliënt gericht zijn. Het gaat om maximale tarieven. Als de aanbieder een lager tarief hanteert, dan wordt het pgb hierop afgestemd.
gezette tijden overleg met de gemeente. Zij ontvangen hierdoor een hogere vergoeding. Bij ondersteuning die niet beroepsmatig wordt geboden, valt te denken aan een ‘witte werkster’, of de student die wil bijverdienen. Tot het sociale netwerk behoren personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt (artikel 1.1.1 Wmo 2015). Dit is ook het geval als de persoon uit het sociale netwerk een professionele zorgverlener is of in het bezit is een relevant diploma. Deze persoon wordt dus niet aangemerkt als beroepskracht. Er is aangegeven dat het om maximale tarieven gaat. Als de aanbieder een lager tarief hanteert, dan wordt het pgb hierop afgestemd. Bij de aanbesteding en inkoop van de ondersteuning zijn de volgende tarieven gehanteerd die gelden als referentietarieven c.q. kostprijs: De genoemde tarieven zijn geldig voor 2019 (met uitzondering van de nieuwe instroom voor beschermd wonen).
Normbedragen tarieven 2019
Toelichting Artikel 6.3.3 / 6.3.11 Paginanummer 22
Normbedragen liften 2019 volgens contract, exclusief BTW Liften Rechte trap € 2.006,55 Buitenbocht Binnenbocht Rechte trap met onder of boven bocht 90° € 2.754,96 € 2.754,96 Rechte trap met 2 bochten 90°/90 € 3.182,15
€ 3.182,15
Referentietarief schoonmaakondersteuning € 22,07 per uur Functie eenheden per tarief Uurtarief Dagdeeltarief, (4 uur) Reguliere begeleiding € 46,28 € 185,12 Gespecialiseerde begeleiding € 79,20 € 316,80 Reguliere dagbesteding € 8,74
€ 34,96
Normbedragen Jaarlijks, per 1 januari kan de beschikbare loon- en prijsindexaties worden vertaald naar indexering van de tarieven.Voor de uitwerking en bedragen, zie de nadere regel, inclusief financieel besluit wmo gemeente Emmen (jaartal).
Alle tarieven van 2019 worden weggehaald. In de verordening verwijzen we naar een financieel besluit, die elk jaar wordt vastgesteld. In dit besluit staan de geldende bedragen voor het komende jaar. Deze veranderen door onder andere indexering.
Gespecialiseerde dagbesteding € 13,18 € 52,72 Persoonlijke verzorging € 43,57 Beschermd wonen Beschermd wonen intramuraal € 151,85 Beschermd wonen nabij € 134,72 Begeleid wonen € 117,88 Thuis plus € 98,13 Module begeleiding plus € 71,34 Module dagbesteding € 31,50 Module vervoer Hier worden maatwerk afspraken over gemaakt
Bijdrage in de kosten
Toelichting Artikel 6.3 Paginanummer 21
6.3 Wat is de eigen bijdrage? In de wet, artikel 2.1.4, is bepaald dat in de verordening wordt geregeld of een inwoner een bijdrage in de kosten moet betalen voor het gebruik van voorzieningen.
6.4 Wat is uw bijdrage in de kosten? In de wet, artikel 2.1.4, is bepaald dat in de verordening wordt geregeld of een inwoner een bijdrage in de kosten moet betalen voor het gebruik van
Wijziging in verband met wijziging abonnementstarief Wmo. Minimabeleid is niet nodig omdat er al rekening met inkomen wordt gehouden.
De hoogte van de eigen bijdrage kan voor verschillende voorzieningen worden vastgesteld en onder meer afhankelijk worden gesteld van het inkomen en vermogen.
voorzieningen. Sinds 2018 is het abonnementstarief Wmo van kracht. Het kabinet heeft aangekondigd dat uw bijdrage in de kosten vanaf 2026 weer inkomensafhankelijk wordt.
Aanvullend op het landelijke Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 treft de gemeente Emmen minimabeleid voor de eigen bijdrage Wmo. Dat wil zeggen dat cliënten met een verzamelinkomen tot 110% van het sociaal minimum, een fictieve eigen bijdrage van € 0-, krijgen opgelegd krijgen door het CAK. Niet pensioengerechtigde meerpersoonshuishoudens zijn vanuit wettelijke regeling vrijgesteld van het betalen van een eigen bijdrage.
Aanvullend op het landelijke Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 treft de gemeente Emmen minimabeleid voor uw bijdrage in de kosten Wmo. Dat wil zeggen dat cliënten met een verzamelinkomen tot 110% van het sociaal minimum, een fictieve eigen bijdrage van € 0-, krijgen opgelegd krijgen door het CAK. Niet pensioengerechtigde meerpersoonshuishoudens zijn vanuit wettelijke regeling vrijgesteld van het betalen van een eigen bijdrage.
Voor 2019 gelden de volgende inkomensgrenzen voor het minimabeleid:
Voor 2025 gelden de volgende inkomensgrenzen voor het minimabeleid:
Huishouden
De juiste bedragen voor 2025 worden hier later ingevoegd.
Inkomensgrens Eenpersoonshuishouden niet pensioengerechtigd € 20.967,Eenpersoonshuishouden, pensioengerechtigd € 16.018,Meerpersoonshuishouden, pensioengerechtigd € 22.117,-
Jaarlijks worden de inkomensgrenzen geïndexeerd aan de hand van het consumentenprijsindexcijfer. De genoemde inkomensgrenzen komen voort uit de Wmo 2015. Hierbij werd 120% van het sociaal minimum gehanteerd, dit is teruggerekend naar
Meerpersoonshuishouden, niet pensioengerechtigd Vrijgesteld van eigen bijdrage
110% van het sociaal minimum. De bedragen genoemd in deze verordening zijn de grondslag voor indexering.
Jaarlijks worden de inkomensgrenzen geïndexeerd aan de hand van het consumentenprijsindexcijfer. De genoemde inkomensgrenzen komen voort uit de Wmo 2015. Hierbij werd 120% van het sociaal minimum gehanteerd, dit is teruggerekend naar 110% van het sociaal minimum. Met het verdwijnen van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage (per 2019) zijn ook de inkomensgrenzen komen te vervallen De bedragen genoemd in deze verordening zijn daarom de grondslag voor indexering. Hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen?
Toelichting Artikel 7.2 Paginanummer 24
7.2 Hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen? Om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen, is geregeld contact met de inwoners van belang. De insteek van een dergelijk contact is in eerste instantie te bekijken of de ondersteuning nog voldoet, of eventueel aangepast moet worden, maar is ook van belang om na te gaan of de ondersteuning nog op de juiste wijze wordt ingezet. Om de rechtmatigheid van de
7.2 Hoe controleert de gemeente of een voorziening nog passend is en of afspraken worden nagekomen? Om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen, is geregeld contact met de inwoners van belang. De insteek van een dergelijk contact is in eerste instantie te bekijken of de ondersteuning nog voldoet, of eventueel aangepast moet worden, maar is ook van belang om na te gaan of de ondersteuning nog op de juiste wijze
In de toelichting moet uitgelegd worden wie de periodieke controles doet, waar op gecontroleerd wordt en waarom.
verleende ondersteuning te kunnen onderzoeken, heeft de gemeente toezichthouders aangewezen, artikel 7.2.3 .
wordt ingezet. Deze onderzoeken worden gedaan door de Toegang. Het uitgangspunt hierbij is dat er bij langere indicaties periodiek gecontroleerd wordt of de maatwerkvoorziening nog past bij de problematiek van de inwoner. Om de rechtmatigheid van de verleende ondersteuning te kunnen onderzoeken, heeft de gemeente toezichthouders aangewezen, artikel 6.1 Wmo 2015