CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Rapport van Berenschot mbt MKBA

Commissie Samenleving 3 december 2024, gemeente EmmenBij agendapunt: Motie Beschut Werk14.859 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

•

Uitvoeringskosten LKS: de uitvoeringskosten LKS gaan omhoog door het hogere aantal loonkostensubsidies.

•

Ontwikkelingskosten: Voor de ontwikkeling en toeleiding van een groter aantal mensen naar werk, gaan de jaarlijkse ontwikkelingskosten omhoog.

•

Begeleidingsvergoeding: Door het grotere aantal mensen met LKS, gaat de begeleidingsvergoeding omhoog.

•

Effect op cluster Participatie AU/GF: Voor de mensen die van de bijstand naar LKS gaan, is er geen effect op het budget in het gemeentefonds. De gemeente gaat wel een vergoeding ontvangen voor de mensen die als nugger aan de slag zijn geholpen met LKS. Daardoor gaat het berekende basisbedrag in de algemene uitkering omhoog en daalt de uitkeringsfactor. Dat leidt tot een lager budget voor de andere gemeenten in Nederland en voor de betreffende gemeente in het algemeen.

•

Totaal maatschappelijke kosten en baten: De totale netto baten van gemeente X zijn in dit voorbeeld in dit geval ruim 127 duizend euro per jaar. De verschillen tussen gemeenten kunnen groot zijn, afhankelijk van de doorwerking in het BUIG-budget.

5.2.2

Andere gemeentelijke afdelingen

Bij de andere gemeentelijke afdelingen (in dit geval gemeente X) ontstaan de volgende kosten en baten: •

Effect op Cluster Participatie AU/GF: hiervoor gaven we aan dat door de toename van het cluster Participatie voor de betreffende gemeente, de uitkeringsfactor omlaag gaat, die ook van toepassing is op de betreffende gemeente zelf. Dat heeft voor de betreffende gemeente een nadelig effect.

•

Maatschappelijke ondersteuning: De kosten voor maatschappelijke ondersteuning gaan voor de gemeente omlaag, naarmate meer mensen vanuit een situatie van werkloosheid aan de slag worden geholpen.

•

Aanvullende financiële ondersteuning: De kosten voor schuldhulpverlening en voor bijzondere bijtstand gaan omlaag als meer mensen gaan werken. Met name de lagere kosten aan bijzondere bijstand hebben effect op de inkomenssituatie voor de kandidaten. De besparing bij de gemeente leidt daarom tot een kostenpost aan de kant van de kandidaten.

MKBA Loonkostensubsidie

5.2.3 •

27/43

Sociaal ontwikkelbedrijf

Bruto loonkosten: Het sociaal ontwikkelbedrijf maakt loonkosten voor de medewerkers op een beschutte werkplek en bij reguliere werkgevers.

•

Loonkostensubsidie: Het sociaal ontwikkelbedrijf ontvangt LKS van de gemeente.

•

Operationeel resultaat: De groepen op een beschutte werkplek en in dienst bij het sociaal ontwikkelbedrijf realiseren toegevoegde waarde. Het saldo met de bedrijfskosten (alle kosten met uitzonderding van de loonkosten van de medewerkers op een beschutte werkplek en in dienst bij het sociaal ontwikkelbedrijf) vormt het operationeel resultaat.

•

Begeleidingsvergoeding: Het sociaal ontwikkelbedrijf ontvangt naast de LKS een vergoeding voor de begeleiding van de kandidaten.

5.2.4 •

Overige Nederlandse gemeenten

Effect op BUIG-budget: Door de systematiek van het BUIG-budget gaat het budget – onder de veronderstelling dat er verder niets verandert - voor de andere Nederlandse gemeenten omlaag. Dit effect doet zich nadrukkelijk voor als de bijstandsuitkeringen worden bespaard bij grotere gemeenten. Dat komt doordat de besparing op de bijstandsuitkering op macroniveau wordt afgeroomd en via de verdeling leidt tot een lager budget voor alle Nederlandse gemeenten.

•

Effect op Cluster Participatie AU/GF : Doordat nuggers aan de slag worden geholpen met LKS, gaat het budget in het cluster Participatie omhoog. Doordat het macrobudget gelijk blijft, gaat het budget bij de andere gemeenten omlaag.

5.3 •

Rijksoverheid

Inkomstenbelasting: de inkomstenbelasting gaat omhoog, omdat mensen meer gaan verdienen. De inkomstenbelasting wordt betaald door de kandidaten.

•

Effect op BUIG-budget: De besparing op de uitkeringen wordt op macroniveau afgeroomd. Daar staat tegenover dat het BUIG-budget omhoog gaat doordat meer LKS wordt uitgegeven.

•

Veiligheid: De kosten voor veiligheid zoals de gerechtelijke macht en politie, gaan omlaag als meer mensen aan het werk gaan. De besparingen op de zorgkosten laten we neerslaan in de private sector, bij zorgpartijen.

5.4

Privaat domein

De kandidaten, reguliere werkgevers en andere partijen behoren tot het privaat domein. De optelsom van de kosten en baten die in het privaat domein worden gerealiseerd staan in kolom (3).

5.4.1 •

Kandidaten

Bruto loonkosten: Mensen die aan het werk zijn gegaan ontvangen loon. Let op dat we hier ook de werkgeverslasten meenemen.

•

Inkomstenbelasting: Van de bruto loonkosten gaat een deel naar de rijksoverheid in de vorm van belasting en premies. Het bedrag betreft een saldopost van belastingen, premies en toeslagen.

•

Werkgerelateerde kosten: Mensen die werken maken kosten, bijvoorbeeld voor kleding en het woon-werkverkeer.

•

Bijstandsuitkering: mensen die aan de slag gaan in een betaalde baan krijgen een lagere uitkering of de uitkering verdwijnt volledig.

MKBA Loonkostensubsidie

•

28/43

Aanvullende financiële ondersteuning: Mensen die gaan werken en meer verdienen ontvangen in het algemeen minder bijzondere bijstand. De inkomsten van de kandidaten gaan daardoor omlaag.

•

Algemene kwaliteit van leven: Mensen die werken ervaren een hogere kwaliteit van leven dan mensen die werkloos zijn. In dit voorbeeld gaat het uitgedrukt in euro’s om maatschappelijke waarde van 105 duizend euro.

•

Totaal maatschappelijke kosten en baten: In totaal leidt de inzet van loonkostensubsidies voor de kandidaten in dit voorbeeld tot een maatschappelijk voordeel van 395 duizend euro.

5.4.2

Reguliere werkgevers

•

Bruto loonkosten: Werkgevers maken loonkosten voor de betrokken medewerkers.

•

Loonkostensubsidie: Werkgevers ontvangen voor betrokkenen een loonkostensubsidie van de gemeente.

•

Operationeel resultaat: De betrokken medewerkers realiseren toegevoegde waarde. Daarnaast maakt het bedrijf andere kosten dan alleen de loonkosten. Het saldo van deze zogenoemde bedrijfskosten en de toegevoegde waarde is het operationeel resultaat. Het operationeel resultaat is in de rekentool een saldo post. Gemiddeld gaan wij ervan uit dat reguliere werkgevers financieel noch voordeel noch nadeel ondervinden door mensen met een verminderde loonwaarde in dienst te nemen. Daarom zijn de totale kosten en baten gelijk aan nul. Als daarnaast de bruto loonkosten en de loonkostensubsidie bekend zijn, kan daaruit het operationeel resultaat worden afgeleid.

•

Totaal maatschappelijke kosten en baten: Zoals hiervoor aangegeven veronderstellen wij deze post in de rekentool gelijk aan nul.

5.4.3

Andere partijen

•

Zorg: Betreft de besparingen bij met name zorgpartijen.

•

Veiligheid: Betreft de kosten van overlast en criminaliteit. Deze gaan gemiddeld genomen omlaag, als meer mensen aan het werk gaan.

5.5

Totaal

De optelsom van de cluster gemeenten, rijksoverheid en privaat leiden tot het totaal van de maatschappelijke kosten en baten, uitgesplitst in de clusters economie, werk en inkomen en extern.

5.5.1

Economische effecten

Met name de onderdelen werkgerelateerde kosten en het operationeel resultaat leiden tot een bijdrage aan de totale maatschappelijke kosten en baten. Bij de bruto loonkosten, inkomstenbelasting en de loonkostensubsidie gaat het vooral om herverdeeleffecten. Wij kennen in de berekening van de maatschappelijke kosten en baten geen waarde toe aan herverdeling van middelen.

5.5.2

Publieke middelen W&I

De uitvoerings-, ontwikkelings- en begeleidingskosten hebben vooral invloed op de maatschappelijke kosten en baten. Dat komt doordat als deze kosten niet zouden worden gemaakt, ze aan andere zaken in de samenleving zouden kunnen worden besteed. Het effect van de bijstandsuitkeringen de effecten op het BUIG-budget en het Cluster Participatie AU/GF zijn nihil. Dat komt doordat het hier vooral gaat om de herverdeling van middelen binnen de samenleving.

MKBA Loonkostensubsidie

5.5.3

29/43

Externe effecten

Bij de externe effecten zijn alle kosten- en batenposten relevant voor de totale maatschappelijke kosten en baten.

5.5.4

Totale maatschappelijke kosten en baten

Het totaal van alle kosten en baten door de inzet van LKS leiden tot de totale maatschappelijke kosten en baten. In dit voorbeeld gaat het in totaal om (afgerond) 295 duizend euro per jaar.

5.6

Uitsplitsing effect op BUIG-budget

Het effect op BUIG-budget - dat in de resultaten staat weergegeven voor de gemeentelijke afdeling W&I, overige NL-gemeenten, Totaal gemeenten en bij de rijksoverheid – splitsen we in een voetnoot op in de doorwerking van de bespaarde uitkering en de doorwerking van de inzet van LKS. De bespaarde uitkering wordt afgeroomd van het macrobudget. Dat is een voordeel voor het Rijk. De verlaging van het macrobudget werkt naar rato van het gemeentelijk aandeel in het BUIGbudget door in de gemeentelijke budgetten. De inzet van LKS wordt op macroniveau gecompenseerd door de rijksoverheid. Er is meestal sprake van een herverdeeleffect voor gemeenten waar het budget op basis van objectieve maatstaven wordt verdeeld. Voor het deel dat het budget objectief wordt verdeeld, staat tegenover de volledige compensatie van de LKS (LKS naar realisatie) een negatief herverdeeleffect van gemiddeld 1/3e van de bespaarde uitkering.

MKBA Loonkostensubsidie

30/43

HOOFDSTUK 6

Resultaten MKBA LKS Voor een toelichting op de resultaten van de maatschappelijke kosten en baten werken we verschillende voorbeelden uit. Eerst brengen we één persoon structureel aan de slag met respectievelijk beschut werk, werk bij een sociaal ontwikkelbedrijf en werk bij een reguliere werkgever. Vervolgens brengen we 40.000 personen aan de slag met LKS. En tot slot illustreren we de financiële effecten voor de afdeling werk en inkomen van het aan de slag helpen van mensen met een LKS voor een kleine, middelgrote en grote gemeente.

6.1

Eén persoon aan de slag met LKS

In de volgende tabel laten we de kosten en de baten zien als één persoon vanuit de uitkering aan de slag wordt geholpen op een beschutte werkplek, bij het sociaal ontwikkelbedrijf en bij een reguliere werkgever. Verder passen we de aantallen en bedragen in de basisopstelling niet aan. Werkgerelateerde kosten Operationeel resultaat Uitvoeringskosten bijstand Uitvoeringskosten LKS Ontwikkelingskosten Begeleidingsvergoeding Zorg Maatschapelijke ondersteuning Aanvullende financiële ondersteuning Veiligheid Algemene kwaliteit van leven Totaal maatschappelijke kosten en baten

LKS-NBW -€ 825 -€ 2.103 € 4.034 -€ 1.874 -€ 909 €0 € 1.158 € 649 € 151 € 103 € 2.000 € 2.383

LKS-BIJ -€ 937 € 2.179 € 4.034 -€ 1.874 -€ 2.065 €0 € 1.158 € 649 € 151 € 103 € 2.500 € 5.898

LKS-VIA -€ 944 € 13.210 € 4.034 -€ 1.874 -€ 1.982 -€ 4.902 € 1.158 € 649 € 151 € 103 € 3.000 € 12.603

In alle gevallen zijn de effecten voor de maatschappij positief; de baten zijn hoger dan de kosten. De totale maatschappelijke baten van één persoon met beschut werk bedragen €2.383, van één persoon met werk bij het sociaal ontwikkelbedrijf €5.898 en van één persoon met werk bij een reguliere werkgever €12.603. In de tabel kunnen we nagaan waardoor de verschillen worden verklaard. We zien dat de verschillen vooral worden verklaard door verschillen in het operationeel resultaat, in de ontwikkelingskosten, in de begeleidingsvergoeding en door de algemene kwaliteit van leven. We gaan hierna een voor een in op de afzonderlijke posten. •

Operationeel resultaat: In het operationeel resultaat is de toegevoegde waarde opgenomen die door betrokkenen kan worden gerealiseerd. Mensen met een indicatie beschut realiseren in het algemeen een negatief operationeel resultaat. Mensen zonder indicatie beschut die in dienst zijn bij het sociaal ontwikkelbedrijf kunnen vaak een hoger operationeel resultaat realiseren. Gemiddeld realiseren zij een positief operationeel resultaat. Het hoogste operationeel resultaat

MKBA Loonkostensubsidie

31/43

wordt gerealiseerd bij reguliere werkgevers. Zij zullen – gemiddeld gesproken – alleen mensen met LKS in dienst nemen als zij per saldo geen verlies realiseren. Onder die voorwaarde berekent de tool dat betrokkenen een substantieel hoger operationeel resultaat (moeten) realiseren, zodat zij bij reguliere werkgevers in dienst kunnen treden. Voorts worden de verschillen in operationeel resultaat verklaard doordat de begeleidingskosten voor medewerkers met LKS in dienst bij het sociaal ontwikkelbedrijf en op een beschutte werkplek onderdeel uitmaken van het operationeel resultaat. Voor medewerkers in dienst bij reguliere werkgevers worden de begeleidingskosten apart gespecificeerd. Zie ook hierna. •

Ontwikkelingskosten: Het verschil in de ontwikkelingskosten wordt vooral verklaard door het verschil in de kans dat mensen uitvallen uit de beschutte baan, de dienstbetrekking bij het sociaal ontwikkelbedrijf en de baan bij de reguliere werkgever. De tool berekent de maatschappelijke kosten en baten als het aantal LKS – in dit geval – met één persoon omhoog wordt gebracht. De kans dat mensen in dienst bij het sociaal ontwikkelbedrijf (vaak een tijdelijk arbeidscontract) en aan de slag bij reguliere werkgevers uitvallen is groter dan de kans dat iemand op een beschutte werkplek uitvalt (gegarandeerde baan). Naarmate er vaker mensen uitvallen, moet er meer aan ontwikkeling worden gedaan om (opnieuw) mensen vanuit de uitkering aan de slag te krijgen met een LKS. Dat leidt tot hogere kosten.

•

Begeleidingsvergoeding: In de werking van de rekentool, ontstaan per saldo kosten voor begeleiding bij medewerkers met LKS in dienst bij een reguliere werkgever. Dat zijn met name de kosten voor de jobcoach om mensen zoveel mogelijk aan de slag te houden. Deze kosten maken voor de beschutte werkplek en de dienstbetrekking bij het sociaal ontwikkelbedrijf onderdeel uit van de bedrijfskosten van het sociaal ontwikkelbedrijf. De bedrijfskosten van het sociaal ontwikkelbedrijf zijn onderdeel van het operationeel resultaat.

•

Algemene kwaliteit van leven: De kwaliteit van leven verbetert als mensen aan het werk gaan. Hiervoor hebben we het in euro’s uitgedrukte voordeel onderbouwd. Ook zien we dat de kwaliteit van leven verder verbetert naarmate mensen meer regulier aan de slag gaan.

6.2

40.000 mensen met LKS aan de slag

We hebben berekend wat – uitgaand van de basisopstelling van de rekentool – de maatschappelijke kosten en baten zijn van het structureel aan de slag helpen van 40.000 personen met LKS aan een zo regulier mogelijke baan bij het sociaal ontwikkelbedrijf of een reguliere werkgever. We gaan ervan uit dat er 13.500 medewerkers met LKS in dienst bij het sociaal ontwikkelbedrijf en 26.500 medewerkers bij een reguliere werkgever aan de slag gaan. Daarbij gaat het om respectievelijk 1350 en 2650 nuggers. De resultaten staan in de volgende tabel. Werkgerelateerde kosten Operationeel resultaat Uitvoeringskosten bijstand Uitvoeringskosten LKS Ontwikkelingskosten Begeleidingsvergoeding Zorg Maatschapelijke ondersteuning Aanvullende financiële ondersteuning Veiligheid Algemene kwaliteit van leven Totaal maatschappelijke kosten en baten

-€ 37.650.790 € 379.473.679 € 145.224.000 -€ 74.960.000 -€ 80.411.100 -€ 129.903.000 € 46.307.708 € 25.963.303 € 6.042.614 € 4.113.748 € 113.250.000 € 397.450.162

De totale maatschappelijke baten bedragen (afgerond) €397 mln/jr. We zien dat de baten worden gerealiseerd door de volgende posten: •

Operationeel resultaat: mensen die aan het werk gaan, realiseren toegevoegde waarde. De toegevoegde waarde is onderdeel van het operationeel resultaat.

MKBA Loonkostensubsidie

•

32/43

Uitvoeringskosten bijstand: Er zijn minder mensen afhankelijk van een bijstandsuitkering. De uitvoeringsorganisatie bespaart kosten op de uitvoering.

•

De maatschappij bespaart op kosten voor zorg, maatschappelijke ondersteuning, aanvullende financiële ondersteuning en veiligheid naarmate er meer mensen aan het werk gaan.

•

Algemene kwaliteit van leven: De algemene kwaliteit van leven neemt toe, naarmate er meer mensen aan de slag gaan. In de rekentool rekenen we alleen bedragen toe aan de betreffende medewerkers. Echter, de kwaliteit van leven zal ook op andere terreinen toenemen. Denk bijvoorbeeld aan de leefbaarheid in wijken en steden. Naarmate meer mensen werken en minder mensen werkloos zijn, neemt de leefbaarheid toe. In de rekentool zijn hiervoor geen bedragen opgenomen, omdat die niet bekend zijn uit onderzoek, maar het het is wel een effect

Naast baten worden er ook (lagere) kosten gerealiseerd. Het gaat om de volgende kosten: •

Werkgerelateerde kosten: betreft met name extra kosten die mensen gaan maken om te kunnen werken. Het gaat dan bijvoorbeeld om kleding en reiskosten.

•

Uitvoeringskosten LKS: De LKS moet door de uitvoeringsorganisatie berekend en betaald worden aan de werkgevers.

•

Ontwikkelingskosten: Om het aantal LKS structureel op 40.000 te houden worden er jaarlijks ontwikkelingskosten gemaakt om de mensen die uitvallen te vervangen door nieuwe plaatsingen. Het gaat hier om de kosten van ontwikkeling, re-integratie, matching en plaatsing.

•

Begeleidingsvergoeding: Om betrokkenen aan de slag te houden moeten kosten worden gemaakt voor met name jobcoaching.

Tot slot kan de vraag worden gesteld waarom de besparing op de uitkering niet in het overzicht is opgenomen. Dat komt doordat het bij uitkeringen (en loonkostensubsidies) gaat om herverdeling van inkomen. Als de uitkeringen omlaag gaan, gaan de overheidsuitgaven omlaag en daardoor gaan de belastingen omlaag. Daardoor houdt de belastingbetaler meer geld over. Bij de berekening van de maatschappelijke baten en lasten gaat in eerste instantie de uitkering van de betreffende uitkeringsgerechtigden omlaag. Aan de andere kant gaat het besteedbaar inkomen van de belastingbetalers omhoog. De baten en de lasten vallen tegen elkaar weg. We houden in de berekening van de maatschappelijke baten en lasten geen rekening met de waardering van herverdeling van middelen. We houden ook geen rekening met de nutsbeleving van geld (een euro wordt door iemand met weinig inkomen vaak hoger gewaardeerd dan een euro door iemand met veel inkomen).

6.3

Financiële effecten voor individuele gemeenten

Ter illustratie van het totale financiële effect voor individuele gemeenten, berekenen we de totale kosten en baten voor de afdeling W&I, de andere gemeentelijke afdelingen en het sociaal ontwikkeling bedrijf van het aan de slag helpen van één persoon met LKS vanuit de uitkering bij het sociaal ontwikkelbedrijf. We kijken naar het effect voor kleine gemeenten (<15.000 inwoners), middelgrote gemeenten (15.000 – 40.000 inwoners) en grote gemeenten (> 40.000 inwoners). Voor de illustratie van het effect voor middelgrote gemeenten, nemen we een gemeente met 27.500 inwoners. Het effect voor kleine en voor grote gemeenten is – zolang de omvang onder de 15.000 respectievelijk boven de 40.000 inwoners blijft - onafhankelijk van de gemeentegrootte.

MKBA Loonkostensubsidie

Bruto loonkosten Operationeel resultaat Bijstandsuitkering Effect op BUIG-budget Uitvoeringskosten bijstand Uitvoeringskosten LKS Ontwikkelingskosten Maatschapelijke ondersteuning Aanvullende financiële ondersteuning Saldo gemeentelijke baten en lasten

Klein -€ 23.419 € 2.179 € 17.434 -€ 6.661 € 4.034 -€ 1.874 -€ 2.065 € 649 € 189 -€ 9.534

Middelgroot -€ 23.419 € 2.179 € 17.434 -€ 859 € 4.034 -€ 1.874 -€ 2.065 € 649 € 189 -€ 3.732

33/43

Groot -€ 23.419 € 2.179 € 17.434 € 4.854 € 4.034 -€ 1.874 -€ 2.065 € 649 € 189 € 1.981

We zien forse verschillen tussen de verschillende gemeenten. Als we naar de afzonderlijke kosten en baten kijken, zien we dat het verschil in het totale saldo van kosten en baten volledig verklaard wordt door het verschil van het effect op het BUIG-budget. De wijze waarop het BUIG-budget wordt verdeeld is afhankelijk van de gemeentegrootte. Zoals we hiervoor al aangaven wordt het budget voor de bijstandsuitkeringen voor kleine gemeenten verdeeld op basis van het historisch aandeel, voor middelgrote gemeenten op basis van een mix van het historisch aandeel en objectieve maatstaven en voor grote gemeenten volledig op basis van objectieve maatstaven. Voor alle gemeenten geldt dat het macrobudget omlaag wordt gebracht met de bespaarde uitkering. Voor de afzonderlijke gemeenten in bovenstaande tabel geldt: •

Voor de kleinere gemeenten geldt dat het budget verdeeld wordt op basis van het historisch aandeel. Door de besparing op de uitkering, gaat het gemeentelijk aandeel in de landelijke bijstandsuitgaven omlaag. Daardoor wordt de verlaging op het macrobudget volledig afgewenteld op de individuele kleinere gemeente.

•

Voor de middelgrote gemeenten geldt dat de verlaging van het macrobudget alleen wordt afgewenteld op de individuele gemeente voor het deel dat de betreffende gemeente budget ontvangt op basis van het historisch aandeel. Voor het deel dat de gemeente budget ontvangt op basis van de objectieve maatstaven gaat het budget van alle gemeenten naar rato van het gemeentelijk aandeel omlaag.

•

Voor de grote gemeenten geldt dat de verlaging van het macrobudget slechts ter grootte van het objectief aandeel wordt afgewenteld op de betreffende gemeente. Het gaat dan om een relatief beperkte verlaging. De rest wordt afgewenteld op alle andere gemeenten in Nederland. Het effect op het BUIG-budget in de bovenstaande tabel is echter positief. Dat komt doordat naast de verlaging van het budget voor de uitkeringen, sprake is van een verhoging van het BUIG-budget doordat de betaalde LKS gecompenseerd wordt via het BUIG-budget, doordat er sprake is van LKS naar realisatie. Deze compensatie vindt ook plaats bij de kleinere en middelgrote gemeenten, maar is niet zo groot dat het leidt tot een positief effect op het BUIGbudget.

We zien dat het aan het werk helpen van mensen in een bijstandsuitkering met LKS bij het sociaal ontwikkelbedrijf per saldo financieel voordeel oplevert voor de grote gemeente. De kleine en middelgrote gemeente moeten extra uitgaven doen. De saldi zijn de uitkomst van de herverdeling van het BUIG-budget. De financiële effecten voor de rijksoverheid en voor de gehele maatschappij zijn in alle gevallen gelijk. Kortom, gemeenten ervaren een verschillende financiële prikkel om mensen aan het werk te helpen, afhankelijk van de gemeentegrootte. De grens ligt rond de 35.000 inwoners. Gemeenten met meer dan 35.000 inwoners ervaren een financiële stimulans.

MKBA Loonkostensubsidie

34/43

Gemeenten met minder dan 35.000 inwoners worden in financiële termen ontmoedigd om in deze groep te investeren4.

6.3.1

Relevante beleidsoverwegingen voor gemeenten

Op basis van de directe financiële effecten op de afdeling werk en inkomen die zichtbaar worden in dit voorbeeld zou een kleine of middelgrote gemeente geneigd kunnen zijn beperkt in te zetten op loonkostensubsidie. Er is echter een aantal aanvullende beleidsoverwegingen op inhoudelijk en financieel gebied die van belang zijn voor een gefundeerd beleid: 1. Gemeenten hebben in de eerste plaats – los van de intrinsieke motivatie om inwoners te ondersteunen om zo zelfstandig mogelijk aan de slag te komen – de wettelijke opdracht om mensen te helpen die het zelf niet redden op de arbeidsmarkt. 2. Daarnaast laat de maatschappelijke kosten- en batenanalyse zien dat de effecten van de inzet van loonkostensubsidie en zo mensen aan de slag te helpen positief zijn voor mens, economie en maatschappij. Uit paragraaf 6.1 blijkt dat de maatschappelijke baten bijna 6.000 euro zijn wanneer 1 persoon vanuit de uitkering met LKS aan de slag wordt geholpen bij het sociaal ontwikkelbedrijf. Het is daarmee een investering van de gemeente die maatschappelijk veel oplevert. 3. Naast de kosten en baten voor de gemeentelijke afdeling werk en inkomen, zijn er baten voor de gemeente op het gebied van minder kosten voor WMO-maatwerkvoorzieningen en minder schuldhulpdienstverlening die niet zichtbaar worden als alleen de afdeling werk en inkomen in ogenschouw wordt genomen. 4.

Als andere gemeenten meer inzetten op loonkostensubsidie en meer mensen vanuit de bijstand aan de slag krijgen dan de betreffende gemeente, leidt dat via een verlaging van het macrobudget tot een lager BUIG-budget voor de betreffende gemeente. Om financiële tekorten te voorkomen is het daarom van belang minstens even goed te presteren als het gemiddelde van alle andere gemeenten. Kortom: een belangrijk advies voor gemeenten – vanuit sociaal, maar zeker ook vanuit financieel opzicht - is om tenminste net zo goed te presteren met het aan het werk helpen van mensen als alle andere gemeenten. 5. In de praktijk besluiten gemeenten met een tekort op het BUIG-budget regelmatig om te bezuinigen op re-integratie en de inzet van LKS om het tekort te compenseren. Dat leidt tot minder activiteit om mensen aan de slag te helpen en te houden. Die kosten gaan inderdaad omlaag. Maar, het risico is dat daardoor meer in plaats van minder mensen in de bijstand blijven. Dat leidt tot een nog hoger tekort op het BUIG-budget. Daardoor bestaat het risico van een neerwaartse spiraal. Gemeenten hebben er financieel belang bij om mensen te blijven reintegreren.

Dat vertaalt zich (helaas) niet altijd in een positief saldo op het BUIG-budget, maar het financieel resultaat is beter (of bij sommige gemeenten misschien ‘minder slecht’) dan als de betreffende gemeente minder aan re-integratie gedaan zou hebben. 6. Tot slot ontvangen gemeenten naast de budgetten die meebewegen met het aantal bijstandsgerechtigden en LKS-ers, budget dat niet meebeweegt met deze aantallen. Het gaat in het bijzonder om het begeleidingsbudget voor nieuw beschut werk. Dat budget is jaarlijks vast en wordt volgens een vaste sleutel verdeeld. Hoewel gemeenten deze middelen beschikbaar hebben, worden deze door de vaste5 verdeelsleutel niet zichtbaar bij de berekening van de maatschappelijke kosten en baten. Met andere woorden, als het saldo van baten en lasten voor de gemeente negatief is, betekent dat niet dat de gemeente geen geld heeft om toch de Daarbij merken we op dat de kleinere gemeenten vanuit financieel opzicht wel de landelijk gemiddelde ontwikkeling moeten proberen te volgen. Als de bijstandsuitgaven niet mee-ontwikkelen met het landelijk gemiddelde, worden kleinere gemeenten met tekorten geconfronteerd. Het aandeel in het budget past zich namelijk met een vertraging van twee jaar aan op het aandeel in de gerealiseerde uitgaven. 5 Verdeling verandert niet met het veranderen van de aantallen of uitgaven aan bijstandsgerechtigden of LKSers. 4

MKBA Loonkostensubsidie

35/43

gewenste maatregelen (in dit geval het aan de slag helpen van mensen met relatief veel beperkingen) te nemen en verantwoordelijkheid te nemen voor het uitvoeren van de wet en de eigen inwoners goed te ondersteunen.

MKBA Loonkostensubsidie

36/43

HOOFDSTUK 7

Conclusie en aandachtspunten Op basis van onze analyse trekken we een algemene conclusie. Ook formuleren we een aantal aandachtspunten die bij toepassing van het rekenmodel in acht moeten worden genomen. 7.1

Algemene conclusie

De maatschappelijke kosten- en batenanalyse loonkostensubsidie laat zien dat investeren in werk voor mensen met loonkostensubsidie loont; zowel voor de mens zelf als de economie en maatschappij is het effect positief. De inzet van het instrument loonkostensubsidie leidt vaak tot een positief saldo van baten en lasten. Natuurlijk hangt de mate van het effect af van welke doelgroep begeleid wordt naar werk. Hoe meer begeleiding iemand nodig heeft bij het werk, hoe hoger de kosten die de samenleving moet maken en des te lager het saldo van maatschappelijke baten en lasten. Desalniettemin is het voordeel over het algemeen positief. Als mensen vanuit de uitkering naar werk worden begeleid is het in algemene zin zo dat de rijksoverheid en de maatschappij in brede zin daar profijt van hebben. Voor de maatschappij betekent het dat er wordt bijgedragen aan de economie, dat er minder zorgkosten zijn, minder overlast is en de kwaliteit van leven van mensen gaat omhoog. Om dit te bereiken moet de gemeente over het algemeen investeren om iemand naar werk te begeleiden. De besparing op de uitkeringen wordt afgeroomd6. Dat is de belangrijkste reden waarom de rijksoverheid hier profijt van heeft. Als mensen geen uitkering ontvangen en naar werk worden begeleid hebben maatschappij en economie daar ook in brede zin profijt van. Rijk en gemeente investeren in de begeleiding naar werk.

Dat draagt bij aan extra economische groei, minder zorgkosten, minder overlast en een hogere kwaliteit van leven. De maatschappelijke kosten- en batenanalyse LKS maakt duidelijk bij welke partijen kosten en baten vallen. Als uitkeringsgerechtigden aan het werk worden geholpen met loonkostensubsidie worden de besparingen op met name het BUIG-budget (budget voor de loonkostensubsidies en de bijstandsuitkeringen) door de rijksoverheid afgeroomd. Het collectief van de gemeenten gaat er op achteruit. Met name de kleinere gemeenten de hebben geïnvesteerd in extra ondersteuning ondervinden hier nadeel van, doordat het BUIG-budget voor hen wordt verdeeld op basis van

De bespaarde uitkering wordt afgeroomd van het macrobudget. Met name grotere gemeenten hebben vaak toch financieel voordeel omdat het budget verdeeld wordt op basis van objectieve maatstaven. De verdeling verandert niet als het aantal mensen met een uitkering minder wordt. 6

MKBA Loonkostensubsidie

37/43

historische uitgaven. Dat laat zien dat het vooral voor kleinere gemeenten aantrekkelijker gemaakt moet worden om te investeren in loonkostensubsidies. Als mensen met loonkostensubsidie bij een reguliere werkgever gaan werken springen de baten van de toegevoegde waarde voor de maatschappij in het oog. De MKBA LKS maakt de toegevoegde waarde van het werk zichtbaar voor bedrijven en daarmee de economie. Dit kan werkgevers motiveren om (meer) te investeren in medewerkers die weliswaar werkaanpassingen nodig hebben, maar wel positief bijdragen aan de omzet en daarmee de economische groei.

7.2

Aandachtspunten

Bij het gebruik van de maatschappelijke kosten-batenanalyse LKS is er een aantal aandachtspunten waarmee rekening moet worden gehouden. In deze paragraaf vatten we deze samen.

7.2.1

Algemeen

Model van de werkelijkheid De maatschappelijke kosten-batenanalyse is een model en daarmee een stilering van de werkelijkheid. De gebruikte cijfers zijn onderbouwd met onderzoeksresultaten en laten het algemene beeld zien. Voor de genoemde maatschappelijke kosten en baten die in de analye gebaseerd zijn op literatuuronderzoek geldt dat dit schattingen betreffen die eerder op basis van een specifieke onderzoekspopulatie berekend zijn. De achtergrondkenmerken van deze groep komen niet steeds volledig overeen met de doelgroep LKS. De externe kosten en baten betreffen daarom indicaties; sommige baten zullen voor de ene persoon hoger uitvallen dan voor een ander persoon, afhankelijk van de situatie waarin een persoon zich bevindt. Als het gaat om moeilijker te kwantificeren baten, zoals bijvoorbeeld kwaliteit van leven, die een bandbreedte kennen hebben we gekozen voor een conservatieve inschatting om te voorkomen dat we een te positief beeld schetsen. Afhankelijkheid structuurvariabelen Bij de berekening van de maatschappelijke kosten en baten moet er rekening mee worden gehouden dat de hoogte van de structuur-variabelen mogelijk afhankelijk is van het aantal mensen dat met LKS aan de slag geholpen moet worden. Naarmate de afstand tot de arbeidsmarkt groter is en de (potentiële) loonwaarde lager is, gaan de kosten om mensen aan de slag te helpen en te houden omhoog.

De gehanteerde structuur-variabelen gaan daardoor veranderen. De kans dat dat gebeurt is groter naarmate er meer mensen met LKS aan de slag geholpen moeten worden. In het uitgebreide model op gemeenteniveau kunnen deze variabelen worden aangepast. Niet alle baten in beeld •

Tweede orde effecten: Het model houdt geen rekening met zogenoemde tweede orde effecten. De rekentool berekent de directe maatschappelijke kosten en baten. De ervaring leert dat als gemeenten meer investeren in het aan de slag helpen en houden van mensen die het zelf niet redden op de arbeidsmarkt, er ook meer mensen doorstromen en uitstromen uit de uitkering en uit de loonkostensubsidie. Er is sprake van een vliegwieleffect. Deze besparingen, die nog hoger zijn dan de directe, eerste orde-besparingen, brengen we niet in beeld.

•

Brede baten van werk: De maatschappelijke baten van het aan de slag helpen van mensen met verminderde loonwaarde zijn in onze analyse van dezelfde orde van grootte als in de analyse Brede baten van werk van SCP en CPB. SCP en CPB berekenden dat de (externe)

MKBA Loonkostensubsidie

38/43

maatschappelijke baten circa 5.000 euro per persoon bedragen als zij aan het werk gaan. Wij berekenen een vergelijkbaar bedrag: circa 2.000 euro voor de besparingen op met name zorgkosten en kosten voor veiligheid plus circa 3.000 euro voor de verbeterde kwaliteit van leven. Dat staat los van de eventuele financiële resultaten die in het economisch cluster worden gerealiseerd door de extra toegevoegde waarde. Het berekende bedrag lijkt volgens SCP en CPB “een ondergrens te zijn voor de totale materiële baten, bijvoorbeeld omdat eventuele besparingen op algemene Wmo-voorzieningen en sommige schadeposten van criminaliteit niet zijn meegenomen”. Daarnaast kan ook gedacht worden aan lastig kwantificeerbare baten zoals de leefbaarheid in steden en wijken, die toeneemt naarmate meer mensen aan het werk zijn. Deze zijn ook niet in onze berekeningen meegenomen.

7.2.2

Financiële aandachtspunten

Tenminste zo goed als het gemiddelde presteren De rekentool berekent de kosten en baten van het aan de slag helpen van mensen met een LKS. Belangrijk is dat zoveel mogelijk betrokkenen op de maximaal haalbare plek aan de slag komen. Als dat niet gebeurt, wordt niet het maximaal te behalen resultaat gerealiseerd en blijven potentiële besparingen liggen. Sterker, er kan voor de betreffende gemeente zelfs sprake zijn van een negatief resultaat. Als andere gemeenten er in slagen om mensen wel maximaal te reintegreren en meer mensen vanuit de bijstand aan de slag te krijgen, leidt dat via een verlaging van het macrobudget tot een lager BUIG-budget voor de betreffende gemeente. Daardoor kunnen tekorten ontstaan. Met andere woorden, gemeenten hebben vanuit financieel opzicht – en vanuit de filosofie van de financiering van de bijstand - er belang bij om mensen maximaal aan de slag te krijgen en om financiële tekorten te voorkomen, tenminste even goed te presteren als het gemiddelde van de andere gemeenten. Neerwaartse spiraal voorkomen We zien in de praktijk dat gemeenten met een tekort op het BUIG-budget besluiten om te bezuinigen op re-integratie en de inzet van LKS om het tekort te compenseren. Dat leidt tot minder activiteit om mensen aan de slag te helpen en te houden. Het risico is dat daardoor meer in plaats van minder mensen in de bijstand komen.

Dat leidt tot een nog hoger tekort op het BUIG-budget. Daardoor bestaat het risico van een neerwaartse spiraal. Gemeenten hebben er – los van hun wettelijke verplichting om mensen aan de slag te helpen – financieel belang bij om mensen te blijven re-integreren. Dat vertaalt zich (helaas) niet altijd in een positief saldo op het BUIG-budget. Maar het financieel resultaat is beter dan als de betreffende gemeente minder aan re-integratie gedaan zou hebben. Niet alle budgetten in beeld De rekentool laat de financiële effecten zien van een grotere inzet van loonkostensubsidies. Vaak leidt dat per saldo tot een financieel voordeel. In sommige gevallen hebben individuele gemeenten een negatief saldo. De vraag is of de betreffende gemeenten het in dat geval moeten nalaten om de betrokken kandidaten met LKS aan de slag te helpen. Het antwoord is nee. Gemeenten hebben in de eerste plaats – los van de intrinsieke motivatie om inwoners te ondersteunen om zo zelfstandig mogelijk aan de slag te komen – de wettelijke opdracht om mensen te helpen die het zelf niet redden op de arbeidsmarkt. In de tweede plaats ontvangen gemeenten naast de budgetten die meebewegen met het aantal bijstandsgerechtigden en LKS-ers, budget dat niet meebeweegt met deze aantallen. Het gaat in het bijzonder om het begeleidingsbudget voor nieuw beschut werk.

Dat budget is jaarlijks vast en wordt volgens een vaste sleutel verdeeld. Hoewel gemeenten deze middelen beschikbaar hebben, worden deze door de vaste verdeelsleutel (de

MKBA Loonkostensubsidie

39/43

verdeling verandert niet met het veranderen van (de uitgaven aan) aantal LKS en (de uitgaven aan) aantal bijstand) niet zichtbaar bij de berekening van de maatschappelijke kosten en baten.

MKBA Loonkostensubsidie

40/43

Bronnenlijst •

AEF (2020). Herijking gemeentefonds sociaal domein

•

Berenschot (2020). Onderzoek re-integratiekosten nieuwe doelgroep Participatiewet

•

Berenschot (2022). Herijking Gemeentefonds Participatie

•

CBS (2024). Statline

•

CBS (2024). Consumentenprijzen; prijsindex 2015=100

•

Cedris (2023). Sectorinformatie 2022

•

CPB & SCP (2020). De brede baten van werk

•

CPB (2012). Aan het werk met re-integratie-ondersteuning

•

Moolenaar, D.E.G., Vlemmings, M., Van Tulder, F.P. & De Winter, J. (2018). Kosten van criminaliteit. Criminaliteit en rechtshandhaving 2017. 95-102.

•

Pigou, A. (1920). The Economics of Welfare

•

Rijksoverheid (2023). Meicirculaire gemeentefonds 2023

•

Schuring, M., Reeuwijk, K. & Burdorf, A. (2016). Het monitoren van arbeidstoeleiding van mensen met grote afstand tot de arbeidsmarkt en gezondheidsproblemen

•

SEO (2011). Fit-4-Work: een ex-ante kosten-batenanalyse

•

SEO (2016). Werkwijzer voor kosten-batenanalyse in het sociale domein

•

Significant APE (2023). De kosten en uitvoering van beschut werkplekken in Nederland

•

SZW (2023). Voorlopige bijstandsbudgetten 2024 en definitieve budgetten 2023 bekend

•

SZW (2022). Beschrijving verdeelsystematiek bijstandsbudget en budget loonkostensubsidies, Bijlage behorende bij artikel 6 van het Besluit Participatiewet, geldend van 1-1-2022 t/m heden.

•

Winterwerp, F. & Heering, E. (2018). Maatschappelijk rendement participatieplekken

MKBA Loonkostensubsidie

41/43

Bijlage 1: Financieel resultaat sociaal ontwikkelbedrijf

Bruto salariskosten Loonkostensubsidie Subsidieresultaat Opbrengsten uit werk Kosten bedrijfsvoering Operationeel resultaat Financieel resultaat

Lonen en prijzen 2022 LKS-NBW LKS-BIJ -€ 24.000 -€ 26.300 € 13.300 € 11.700 -€ 10.700 -€ 14.600 € 12.100 € 18.600 -€ 14.800 -€ 15.900 -€ 2.700 € 2.700 -€ 13.400 -€ 11.900

Lonen en prijzen 2023 LKS-NBW LKS-BIJ -€ 27.267 -€ 29.880 € 15.110 € 13.292 -€ 12.156 -€ 16.587 € 12.457 € 19.148 -€ 15.236 -€ 16.369 -€ 2.780 € 2.780 -€ 14.936 -€ 13.808

Toelichting op de tabel: •

De tabel toont de lonen en prijzen per fte.

•

In de tabel staat het financieel resultaat van een beschutte werkplek en dienstbetrekkingen met LKS bij het sociaal ontwikkelbedrijf in 2022. We drukken het resultaat uit in prijzen van 2022 en in prijzen van 2023. Wij baseren ons op de sectorinformatie 2022. Voor 2023 gaan we ervan uit dat in reële termen dezelfde opbrengsten uit werk en kosten bedrijfsvoering worden gerealiseerd. We gaan uit van een kosten- en opbrengstenstijging van 2,9% (gelijk aan de stijging van de consumentenprijzen in 2023 volgens het CBS).

•

De loonkosten stellen we voor 2022 gelijk aan de loonkosten per fte in de sectorinformatie 2022. In 2023 gaan we uit van de stijging van het wettelijk minimumloon. Het wettelijk minimumloon ging in 2023 omhoog van €1756,- per maand naar €1995,-. Dat komt neer op een stijging van 14%.

•

Het financieel resultaat (optelsom van het subsidieresultaat en het operationeel resultaat) is in 2022 gelijk aan het financieel resultaat in de sectorinformatie. Voor 2023 berekenen we het verwachte operationeel resultaat, uitgaand van de hiervoor gehanteerde stijging van de lonen en prijzen.

MKBA Loonkostensubsidie

Bijlage 2: Leden van de klankbordgroep •

Margreet Mook – Cedris

•

Julia Kleinrensink – Cedris

•

Chris Wallis – Divosa

•

Bastiaan Ouwehand – Divosa

•

Yvonne Pot – Kansis

•

Jantien Kuperus – Vidar

•

Risco Balkenende – Inclusief Groep

•

Henk Guise – Orionis Walcheren

42/43

MKBA Loonkostensubsidie

43/43

WIJ ZIJN BERENSCHOT, GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG Nederland is continu in ontwikkeling. Maatschappelijk, economisch en organisatorisch verandert er veel. Al 85 jaar volgen wij als adviesbureau deze ontwikkelingen op de voet en werken we aan een vooruitstrevende samenleving. De behoefte om iets fundamenteels te betekenen voor mens en maatschappij zit in onze genen. Met onze adviezen en oplossingen hebben we dan ook actief meegebouwd aan het Nederland van vandaag. Altijd op zoek naar duurzame vooruitgang. Alles wat we doen, is onderzocht, onderbouwd en vanuit meerdere invalshoeken bekeken. Zo komen we tot gefundeerde adviezen en slimme oplossingen. Die zijn op het eerste gezicht misschien niet altijd de meest voor de hand liggende. Juist deze eigenzinnigheid maakt ons uniek. Daarbij zijn we niet van symptoombestrijding. En gaan pas naar huis als het is opgelost.

Berenschot B.V. Van Deventerlaan 31-51, 3528 AG UTRECHT Postbus 8039, 3503 RA UTRECHT 030 2 916 916 www.berenschot.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=2224a9d3-77c6-4c0a-b0b8-e8ea92aa6cb9