Bijlage 2 - Rapport van Berenschot mbt MKBA
Tekst van het document
MKBA Loonkostensubsidie
1/43
RAPPORT
MKBA Loonkostensubsidie Onderzoek uitgevoerd in opdracht van Cedris en Divosa 70505 - Vertrouwelijk - 15 februari 2024 Martin Heekelaar, Bart Vertegaal
GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG
MKBA Loonkostensubsidie
2/43
Inhoudsopgave Publiekssamenvatting ...................................................................................................... 4 Hoofdstuk 1 ...................................................................................................................... 6 Inleiding........................................................................................................................... 6 1.1
Loonkostensubsidie als instrument in de Participatiewet ............................... 6
1.2
Aanleiding en opdracht ................................................................................... 6
1.3
Aanpak ........................................................................................................... 6
1.4
Definitie maatschappelijke kosten en baten ................................................... 7
1.5
Wijze van berekening ..................................................................................... 7
1.6
Relevantie ....................................................................................................... 7
1.7
Leeswijzer ...................................................................................................... 8
Hoofdstuk 2 ...................................................................................................................... 9 Het model ......................................................................................................................... 9 2.1
Opbouw .......................................................................................................... 9
2.2
Input .............................................................................................................. 9
2.3
Structuur ...................................................................................................... 10
2.4
Resultaat ...................................................................................................... 11
2.5
Rekentool ..................................................................................................... 13
Hoofdstuk 3 .................................................................................................................... 16 Handreiking rekentool: Inputblok .................................................................................. 16 3.1
Invoervelden ................................................................................................ 16
3.2
Gemeentenaam ............................................................................................. 16
3.3
Aantal LKS .................................................................................................... 16
3.4
Waarvan nugger ........................................................................................... 17
3.5
Aantal uren werk per week ........................................................................... 17
Hoofdstuk 4 .................................................................................................................... 18 Handreiking rekentool: Structuurblok ............................................................................ 18 4.1
Basisvariabelen............................................................................................. 18
4.2
Kosten- en batensoorten .............................................................................. 19
4.3
Economische effecten ................................................................................... 19
4.4
Publieke middelen W&I ................................................................................ 20
4.5
Externe effecten ........................................................................................... 22
Hoofdstuk 5 .................................................................................................................... 25 Handreiking rekentool: Resultaatblok ............................................................................ 25 5.1
Dashboard .................................................................................................... 25
5.2
Gemeentelijk domein .................................................................................... 25
5.3
Rijksoverheid ................................................................................................ 27
5.4
Privaat domein ............................................................................................. 27
5.5
Totaal ........................................................................................................... 28
5.6
Uitsplitsing effect op BUIG-budget ............................................................... 29
MKBA Loonkostensubsidie
3/43
Hoofdstuk 6 .................................................................................................................... 30 Resultaten MKBA LKS ..................................................................................................... 30 6.1
Eén persoon aan de slag met LKS ................................................................. 30
6.2
40.000 mensen met LKS aan de slag ............................................................ 31
6.3
Financiële effecten voor individuele gemeenten ........................................... 32
Hoofdstuk 7 .................................................................................................................... 36 Conclusie en aandachtspunten ....................................................................................... 36 7.1
Algemene conclusie ...................................................................................... 36
7.2
Aandachtspunten .......................................................................................... 37
Bronnenlijst.................................................................................................................... 40 Bijlage 1: Financieel resultaat sociaal ontwikkelbedrijf .................................................. 41 Bijlage 2: Leden van de klankbordgroep......................................................................... 42
MKBA Loonkostensubsidie
4/43
Publiekssamenvatting Cedris en Divosa hebben Berenschot gevraagd een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) uit te voeren naar het inzetten van loonkostensubsidies (LKS) op grond van de Participatiewet. In deze MKBA wordt de maatschappelijke impact van LKS in kaart gebracht, door de kosten en baten die op verschillende plekken in de maatschappij ontstaan in beeld te brengen. De MKBA heeft de volgende doelstellingen: 1. Gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven ondersteunen bij het maken van beleidsmatige keuzes en de inzet van schaarse financiële middelen. 2. Inzicht bieden in de financiële effecten van de inzet van loonkostensubsidies richting de rijksoverheid. Gedacht kan worden aan: •
De afroming van bespaarde uitkeringen op het BUIG-macrobudget.
•
De interne verwurging, waarbij een bespaarde uitkering bij de ene gemeente leidt tot minder budget bij andere gemeenten: een besparing bij de ene gemeente betekent een korting bij alle andere gemeenten.
•
De potentiële besparingen van het inzetten van loonkostensubsidies in termen van euro’s en publieke waarden.
3. Het ondersteunen van vak-wethouders, wethouders financiën en politici bij het in beeld brengen van de gemeentelijke en totale maatschappelijke lasten en baten van beleid 4. Een bijdrage leveren aan het ontwikkelen van een gemeenschappelijke taal/ordening en denkkader voor het voeren van het gesprek over de inzet van LKS In de MKBA wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende doelgroepen, zoals (nieuw) beschut werk (NBW), werken met LKS bij het sociaal ontwikkelbedrijf en werken met LKS bij een reguliere werkgever. Er wordt onderscheid gemaakt tussen mensen die een uitkering ontvangen en gaan werken of mensen die niet uitkeringsgerechtigd zijn en gaan werken. Verder wordt inzicht gegeven in waar de kosten en baten landen. Aan de kant van de kosten worden onder andere de loonkostensubsidie (en bijbehorende uitvoeringskosten, ontwikkelingskosten en begeleidingsvergoeding) en bruto loonkosten meegenomen. Aan de kant van de baten worden onder andere de besparing op de bijstandsuitkering (en bijbehorende uitvoeringskosten), toename van inkomstenbelasting, mindere vraag naar zorg en verbetering in algemene kwaliteit van leven in kaart gebracht. Waar deze baten en lasten neerslaan wordt inzichtelijk gemaakt in de in het kader van de MKBA ontwikkelde rekentool.
De MKBA LKS bestaat uit dit rapport, een macro rekentool die inzicht geeft in de effecten op hoofdlijnen en een uitgebreide rekentool op gemeentelijk niveau die inzicht geeft in hoe kosten en baten landen bij verschillende partijen en hoe deze doorwerken in de budgetten die gemeenten ontvangen van de rijksoverheid. In de basisopstelling van de rekentool zijn de parameters op basis
MKBA Loonkostensubsidie
5/43
van literatuurstudie ingevuld. De gebruikers van de uitgebreide tool kunnen op gemeentelijk niveau ook de eigen cijfers invullen. De maatschappelijke kosten-batenanalyse laat zien dat het vrijwel altijd lonend is om mensen – zowel zonder (nuggers) als met een bijstandsuitkering - met een loonkostensubsidie aan de slag te helpen, op een beschutte werkplek, op een dienstbetrekking bij het sociaal ontwikkelbedrijf of bij reguliere werkgevers.
MKBA Loonkostensubsidie
6/43
HOOFDSTUK 1
Inleiding Cedris en Divosa hebben Berenschot gevraagd om een maatschappelijke kosten-batenanalyse te maken voor de inzet van loonkostensubsidies in het licht van de Participatiewet. Dit heeft geleid tot dit rapport en bijgaande rekentool.
1.1
Loonkostensubsidie als instrument in de Participatiewet
De Participatiewet is in 2015 ingevoerd met als doel zoveel mogelijk mensen naar werk te begeleiden. Iedereen die kan werken maar het op de arbeidsmarkt zonder ondersteuning niet redt, valt onder de Participatiewet. De Participatiewet is onderdeel van de decentralisatie in het sociaal domein, wat maakt dat gemeenten sindsdien verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de Participatiewet. Een belangrijk instrument in de Participatiewet om zoveel mogelijk mensen naar werk te begeleiden is loonkostensubsidie. Gemeenten kunnen loonkostensubsidie inzetten voor mensen die niet het wettelijk minimumloon (WML) kunnen verdienen. Werkgevers worden via de loonkostensubsidie financieel gecompenseerd voor de verminderde productiviteit van deze werknemers. Hiermee worden werkgevers gestimuleerd om iemand die niet het wettelijk minimumloon kan verdienen toch in dienst te nemen.
1.2
Aanleiding en opdracht
Cedris en Divosa willen de waarde van de inzet van loonkostensubsidie in beeld brengen. Als de kosten en baten van werken met loonkostensubsidie zo volledig mogelijk in beeld zijn kunnen integrale beleidsafwegingen gemaakt worden ten aanzien van de inzet van loonkostensubsidie. De opdracht die is meegegeven door Cedris en Divosa luidde als volgt: •
Stel een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) op voor de inzet van loonkostensubsidies (LKS) op grond van de Participatiewet. Naast de directe kosten en opbrengsten van de inzet van loonkostensubsidies zijn de maatschappelijke kosten en baten in beeld gebracht.
•
De uitkomsten van het onderzoek worden opgenomen in een rapport dat een goed onderbouwd beeld vormt van de maatschappelijke kosten en baten van de inzet van LKS voor zowel interne als externe stakeholders van de leden van Divosa en Cedris.
•
Naast het rapport levert Berenschot een eenvoudig te gebruiken rekentool op waarmee individuele uitvoeringsorganisaties (leden van Divosa en Cedris) en andere geïnteresseerden, kunnen berekenen wat de maatschappelijke kosten en baten zijn van de inzet van LKS, met als doel een globaal inzicht te krijgen in de effecten van de inzet van het instrument.
1.3
Aanpak
We hebben de analyse uitgevoerd in het najaar van 2023. In deze periode stelden we ook de rekentool op. De analyse bestond uit literatuurstudie en deskresearch. We zijn daarbij begeleid
MKBA Loonkostensubsidie
7/43
door een begeleidingsgroep die bestond uit ambtelijk vertegenwoordigers van Cedris en Divosa en een aantal directeuren van sociaal ontwikkelbedrijven. Het ging om zowel sociaal ontwikkelbedrijven met een brede als om sociaal ontwikkelbedrijven met een smallere reintegratietaak. Tevens waren sociaal ontwikkelbedrijven betrokken die verantwoordelijk zijn voor de integrale uitvoering van de Participatiewet.
1.4
Definitie maatschappelijke kosten en baten
Wij definiëren de maatschappelijke kosten en baten van de inzet van LKS als kosten en baten die in de maatschappij worden gerealiseerd bij het inzetten van LKS. Het gaat om kosten en baten bij alle partijen die deelnemen aan de samenleving. Bij de verschillende partijen kan gedacht worden aan gemeenten, werkgevers, medewerkers en zorginstellingen. Het gaat zowel om de directe kosten en baten als om de moeilijker kwantificeerbare effecten van de inzet van loonkostensubsidies. Bij de baten kan gedacht worden aan de bespaarde uitkering als iemand vanuit een bijstandsuitkering aan de slag wordt geholpen met een loonkostensubsidie. Ook de besparingen op zorgkosten, die indirect samenhangen met de inzet van de loonkostensubsidie, zijn in dit geval een maatschappelijke baat. Verder worden baten gerealiseerd doordat de kwaliteit van leven van mensen in het algemeen verbetert als ze participeren door middel van werk. Dat is een baat voor de samenleving die moeilijker te kwantificeren is, maar in een maatschappelijke kosten- en batenanalyse wordt daar op basis van wetenschappelijk onderzoek een inschatting van gemaakt.
1.5
Wijze van berekening
Voor het berekenen van de maatschappelijke kosten en baten is het de vraag wat in termen van euro’s het effect is van het aan de slag helpen van een bepaald aantal personen met een loonkostensubsidie. Voor een aantal kosten- en batenposten is het financieel effect eenvoudig te berekenen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de omvang van de bespaarde uitkering en de kosten van de loonkostensubsidie. Het wordt ingewikkelder als naast de bespaarde uitkering en de kosten van de loonkostensubsidie ook de doorwerking op het bijstandsbudget (dat gemeenten van de rijksoverheid ontvangen voor het betalen van bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies) en de toegevoegde waarde die bij de werkgever wordt gerealiseerd moeten worden meegenomen. Het wordt nog ingewikkelder als voorts rekening moet worden gehouden met een divers aantal personen en eventuele besparingen op de zorgkosten en moeilijk kwantificeerbare baten, zoals de kwaliteit van leven (denk bijvoorbeeld aan zelfontplooiing) van de betrokken medewerkers. Door deze complexiteit moet gewerkt worden met een model. Een model is een “stilering van een aspect van de werkelijkheid” ofwel een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid. We proberen de werkelijkheid met het model zo goed mogelijk te benaderen.
1.6
Relevantie
De rekentool die we hebben opgesteld in het kader van de MKBA LKS biedt inzicht in de kosten en baten van het inzetten van loonkostensubsidies op landelijk en gemeentelijk niveau voor de samenleving als geheel. Daarmee wordt duidelijk wat het de samenleving kost of oplevert als mensen met een LKS aan de slag worden geholpen. De maatschappelijke kosten en baten worden ook uitgesplitst naar afzonderlijke partijen, zoals gemeenten, sociaal ontwikkelbedrijven, rijksoverheid, werkgevers en de kandidaten zelf. Een gemeente krijgt daarmee inzicht in wat het
MKBA Loonkostensubsidie
8/43
de maatschappij kost of oplevert als iemand met een LKS aan de slag wordt geholpen. Ook wordt duidelijk wat de kosten en baten zijn op de eigen, gemeentelijke begroting. Verschillende variabelen kunnen ingevuld worden in de tool, waardoor deze breed inzetbaar is voor gemeenten. Er kan onderscheid gemaakt worden in de drie verschillende doelgroepen: •
LKS voor mensen die werken op een beschutte werkplek op grond van de Participatiewet
•
LKS voor mensen met een dienstbetrekking bij een sociaal ontwikkelbedrijf, anders dan de doelgroep beschut werk.
•
LKS voor mensen die werken bij een reguliere werkgever.
Daarnaast geeft de tool de mogelijkheid om de kosten en baten te berekenen van het aan de slag helpen van mensen vanuit de uitkering en mensen die voorheen geen uitkering hadden (niet uitkeringsgerechtigden of nuggers). Als de tool op gemeentelijk niveau wordt ingevuld, dan laat de tool zien in hoeverre de gemaakte keuzes doorwerken in de beschikbare rijksbudgetten.
1.7
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 werken we het model uit dat we hebben ontwikkeld voor de berekening van de maatschappelijke kosten en baten van het aan de slag helpen van mensen met een LKS. Vervolgens gaan we in op de rekentool, waarmee de maatschappelijke kosten en baten kunnen worden berekend. Hoofdstuk 3 tot en met 5 omvat een handreiking bij de uitgebreide rekentool op gemeentelijk niveau. In hoofdstuk 3 bespreken we het input-blok, waar de gebruiker van de rekentool moet aangeven voor hoeveel en welke loonkostensubsidies de maatschappelijke kosten en baten moeten worden berekend. Vervolgens bespreken we in hoofdstuk 4 het structuur-blok. Daar gaat het om de (kost)prijzen en opbrengsten van de verschillende activiteiten om betrokkenen aan de slag te krijgen en te houden. In hoofdstuk 5 behandelen we het resultaat-blok. Het resultaat-blok laat zien welke uitkomsten van het model in beeld worden gebracht. De macrotool is een vereenvoudigde versie van de uitgebreide tool, waarin de macro-effecten van de inzet van LKS zichtbaar worden. In de macro-tool wordt standaard gewerkt met wetenschappelijk onderbouwde gegevens. Hoofdstuk 6 laat ter illustratie een aantal resultaten van de MKBA LKS zien in verschillende situaties qua type doelgroep, omvang doelgroep en niveau (macro- of gemeentelijk). We sluiten het rapport af met conclusies en laatste aandachtspunten
MKBA Loonkostensubsidie
9/43
HOOFDSTUK 2
Het model Voor het berekenen van de maatschappelijke kosten en baten van de inzet van LKS hebben we een model opgesteld. We houden er rekening mee of mensen aan de slag gaan bij het sociaal ontwikkelbedrijf of bij reguliere werkgevers. We houden er ook rekening mee of het gaat om nuggers (niet-uitkeringsgerechtigden) of om mensen met een bijstandsuitkering. Tevens is het van belang hoeveel uur mensen per week aan de slag gaan.
2.1
Opbouw
De opbouw van het model voor het berekenen van de maatschappelijke kosten en baten van de inzet van loonkostensubsidies ziet er als volgt uit.
Input
Structuur
•Beschutte werkplekken •Dienstbetrekkingen bij het sociaal ontwikkelbedrijf •Dienstbetrekkingen bij reguliere werkgevers •Aantal nuggers •Omvang werkweek
2.2
•Structuurvariabelen •Economische kosten en baten •Publieke middelen W&I •Externe kosten en baten •Kwaliteit van leven
Resultaat •Gemeenten •Sociaal ontwikkelbedrijven •Rijksoverheid •Kandidaten •Werkgevers •Zorgpartijen
Input
Het model berekent wat de maatschappelijke kosten en baten zijn van de inzet van loonkostensubsidies. De inzet van loonkostensubsidies is de input van het model. Gemeenten moeten verschillende keuzes maken bij het inzetten van loonkostensubsidies, zoals voor welke doelgroep(en) zij loonkostensubsidie willen inzetten, voor mensen met een indicatie beschut en/of voor mensen met een verminderde loonwaarde. Voor een gemeente is het ook een afweging of ze zich meer richten op mensen die afhankelijk zijn van een uitkering of op mensen die geen recht op een uitkering hebben (zogenaamde niet uitkeringsgerechtigden – nuggers). Tot slot maakt het uit wat de verwachting is van het aantal uren dat iemand kan werken. •
Nieuw Beschut Werk (NBW): Aantal mensen met een indicatie beschut dat aan de slag wordt geholpen met een loonkostensubsidie. In het model gaan we ervan uit dat deze mensen aan de slag gaan bij het sociaal ontwikkelbedrijf. Het sociaal ontwikkelbedrijf kan deze mensen een werkplek aanbieden binnen de eigen infrastructuur. Het sociaal ontwikkelbedrijf kan deze mensen ook detacheren bij derden. In de tabellen en figuren in deze rapportage en in de rekentool duiden we deze groep aan met LKS-NBW.
MKBA Loonkostensubsidie
•
10/43
Medewerkers met LKS in dienst bij het sociaal ontwikkelbedrijf: Aantal mensen met verminderde loonwaarde, zonder indicatie beschut werk, dat aan de slag gaat bij het sociaal ontwikkelbedrijf. Deze mensen kunnen vanuit het sociaal ontwikkelbedrijf ook gedetacheerd worden bij reguliere werkgevers. In de tabellen en figuren in deze rapportage en in de rekentool duiden we deze groep aan met LKS-BIJ.
•
Medewerkers met LKS in dienst bij een reguliere werkgever: Aantal mensen met verminderde loonwaarde, dat aan de slag gaat bij reguliere werkgevers (via de uitvoeringsorganisatie van de Participatiewet). In de tabellen en figuren in deze rapportage en in de rekentool duiden we deze groep aan met LKS-VIA (medewerkers die met LKS via de uitvoeringsorganisatie van de Participatiewet in dienst zijn bij de reguliere werkgever).
•
Nuggers: Voor het berekenen van de maatschappelijke kosten en baten is het van belang of iemand vanuit een bijstandsuitkering of als niet-uitkeringsgerechtigde (nugger) aan de slag wordt geholpen met een loonkostensubsidie1. Als iemand vanuit een bijstandsuitkering aan de slag gaat met een loonkostensubsidie is sprake van een gehele of gedeeltelijke besparing van de uitkering. Als iemand als nugger aan de slag gaat met LKS, wordt er geen uitkering bespaard.
•
Omvang werkweek: Tot slot is de omvang van de werkweek van de betrokken medewerkers van belang. Als mensen meer uren gaan werken, gaan de loonkosten, de loonkostensubsidie en de toegevoegde waarde omhoog. Als mensen weinig gaan werken, kan sprake zijn van een aanvullende uitkering. Mensen blijven dan naast hun baan, gedeeltelijk in de uitkering. Dat zijn allemaal belangrijke aspecten om rekening mee te houden bij de berekening van de maatschappelijke kosten en baten van de inzet van LKS.
2.3
Structuur
De structuur vormt de kern van het model. De structuur beschrijft de omstandigheden en alle mechanismen die leiden tot de verschillende kosten en baten van de inzet van loonkostensubsidies. Bij de input kunnen gemeenten relatief gemakkelijk de omvang en de aantallen zelf bepalen. Bij de structuur gaat dat een stuk lastiger. Gemeenten bepalen bijvoorbeeld wel zelf welke reintegratietrajecten worden ingezet, maar de mate waarin dat leidt tot uitstroom is vaak niet vooraf precies vast te stellen. We hebben de relevante variabelen in de structuur samengebracht in vier clusters. •
Basisvariabelen: Belangrijke variabelen die van invloed zijn op de maatschappelijke kosten en baten en die voor gemeenten niet altijd gemakkelijk kunnen worden beïnvloed, zijn de uitstroom uit trajecten, de kans op uitval, de loonwaarde en de omvang van een voltijdswerkweek, zoals vastgelegd in CAO’s.
•
Economische kosten en baten: De hoofddoelstelling van de Participatiewet is dat mensen zo regulier mogelijk aan het werk zijn. Mensen realiseren via hun baan toegevoegde waarde. Daar staat een salaris tegenover. Deze bijdrage aan het nationaal inkomen en de kosten die daartegenover staan vormen een belangrijke component van de maatschappelijke kosten en baten.
•
Publieke middelen W&I: De sector van werk en inkomen (W&I) is erop gericht om mensen die daar zelf niet toe in staat zijn, zo snel en zo regulier mogelijk aan de slag te helpen en te houden. Zolang mensen (nog) niet aan de slag kunnen en ze niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien, kan de overheid een uitkering verstrekken. Alle kosten die worden gemaakt om mensen aan de slag te helpen en te houden en de kosten die worden gemaakt zodat
Er kunnen alleen loonkostensubsidies worden verstrekt aan mensen uit de doelgroep van de Participatiewet. Dat zijn mensen met een bijstandsuitkering of mensen zonder uitkering, de zogenoemde nuggers. 1
MKBA Loonkostensubsidie
11/43
mensen in hun levensonderhoud kunnen voorzien maken onderdeel uit van de publieke middelen W&I. •
Externe kosten en baten: Onder de externe kosten en baten verstaan wij de maatschappelijke kosten en baten die ontstaan buiten de sector van W&I en die ontstaan buiten de economische effecten van de inzet van loonkostensubsidies. Het gaat bijvoorbeeld om de kosten van gezondheidszorg, besparingen op de WMO of veiligheid. De kwaliteit van leven behoort ook tot het cluster Externe kosten en baten.
In het hoofdstuk hierna gaan we nader in op de verschillende variabelen die onderdeel zijn van de structuur.
2.4
Resultaat
Zoals we hiervoor aangaven zijn de maatschappelijke kosten en baten de meer en minder kwantificeerbare kosten en baten die in de maatschappij ontstaan door de inzet van loonkostensubsidies. De kosten en baten komen bij verschillende partijen terecht. De totale maatschappelijke kosten en baten zijn de optelsom van de kosten en baten die ontstaan bij de verschillende partijen. Sommige partijen hebben meer voordeel dan andere partijen. Wat zijn de kosten en baten van kandidaten die aan de slag gaan? Wat zijn de kosten en baten van werkgevers? Een belangrijke vraag is ook wat de kosten en baten zijn van gemeenten. Gemeenten voeren de Participatiewet uit. Voor het maken van keuzes en in het bijzonder de keuze voor het aan de slag helpen van mensen met een loonkostensubsidie is het belangrijke om de financiële gevolgen in beeld te hebben. In onze analyse berekenen we de kosten en baten per partij. De optelsom zijn de totale maatschappelijke kosten en baten voor de inzet van LKS. We hebben de verschillende partijen opgedeeld in drie clusters: het gemeentelijk domein, het privaat domein en de rijksoverheid.
In het model brengen we alle geldstromen door de inzet van LKS in beeld. We illustreren dat door het aantal mensen op een beschutte werkplek met één persoon te verhogen.
MKBA Loonkostensubsidie
2.4.1
12/43
Afdeling Werk & Inkomen
In het model verhogen we het aantal mensen op een beschutte werkplek structureel met één om te illustreren wat dat betekent voor de afdeling werk en inkomen van de gemeente Vanuit de wetenschap dat niet iedereen aan de slag kan komen, moeten meerdere mensen benaderd worden en moet rekening worden gehouden met de uitval van kandidaten uit trajecten. Er worden kosten gemaakt voor het traject. Zodra iemand aan de slag is geholpen vanuit de uitkering, is sprake van een besparing op de uitkering en een besparing op de uitvoeringskosten van de bijstand. Daar komen echter wel kosten voor de loonkostensubsidie en uitvoering van de loonkostensubsidie voor in de plaats. Daarnaast hebben betrokkenen vaak begeleidingsbehoefte, waardoor hiervoor ook kosten ontstaan. Het gaat hier allemaal nog om kosten en besparingen (baten) van de gemeente.
2.4.2
Kandidaten
Aan de kant van de kandidaat ontstaan ook veranderingen. De kandidaat krijgt geen uitkering meer. Hij ontvangt wel salaris van de werkgever. We gaan bij beschut werk uit van het sociaal ontwikkelbedrijf. Afhankelijk van het aantal uren dat hij/zij gaat werken en de hoogte van het salaris, gaat hij ook belasting en premies voor de werknemers- en volksverzekeringen betalen. Ook gaat betrokkene waarschijnlijk meer kosten maken om te kunnen werken, zoals kleding voor op het werk en eventuele kosten voor woon/werkverkeer. Tot slot is er voor de kandidaat sprake van niet direct kwantificeerbare voordelen. De kwaliteit van leven is voor werkenden hoger dan voor niet-werkenden. Bij het berekenen van de maatschappelijke kosten en baten, wordt hiermee rekening gehouden. Het sociaal ontwikkelbedrijf ontvangt van de gemeente de loonkostensubsidie en een vergoeding voor de begeleiding van de kandidaat. Daarnaast realiseert de kandidaat toegevoegde waarde. Echter het sociaal ontwikkelbedrijf betaalt ook de loonkosten en andere bedrijfskosten om de toegevoegde waarde te kunnen realiseren.
2.4.3
Rijksoverheid
Bij de rijksoverheid ontstaan ook kosten en baten. De besparingen op de bijstandsuitkeringen worden afgeroomd van het macrobudget bijstand, waardoor dat leidt tot een besparing bij de rijksoverheid. De loonkostensubsidie wordt aan de andere kant gecompenseerd via het bijstandsbudget. Ook gaan de premie- en belastinginkomsten omhoog, doordat de kandidaat meer gaat verdienen.
2.4.4
Andere gemeenten
Verder is sprake van financiële effecten bij andere gemeenten dan de gemeente die één extra persoon met LKS aan de slag helpt. Het gaat vooral om de doorwerking van de kosten en besparingen in de rijksbudgetten. In de eerste plaats leidt de bespaarde bijstandsuitkering tot een lager macrobudget voor de bijstand. Het effect op de andere gemeenten is afhankelijk van de verdeelsystematiek, die weer afhankelijk is van de gemeentegrootte: •
Bij gemeenten met meer dan 40.000 inwoners wordt het bijstandsbudget objectief verdeeld. Het aandeel is afhankelijk van objectieve maatstaven. Dat zijn maatstaven die onafhankelijk zijn van het werkelijk aantal mensen in de bijstand en niet door de gemeenten kunnen worden beïnvloed. Als deze gemeenten de bijstandsuitgaven verlagen, leidt dat ertoe dat het lagere macrobudget grotendeels wordt afgewenteld op de andere gemeenten in Nederland.
•
Bij gemeenten met minder dan 15.000 inwoners geldt dat het bijstandsbudget wordt verdeeld op basis van het historisch aandeel. Dat betekent dat naast het macrobudget ook het budgetaandeel van de betreffende gemeente omlaag gaat. In principe gaat het bijstandsbudget
MKBA Loonkostensubsidie
13/43
voor deze gemeente omlaag met een bedrag gelijk aan de bespaarde uitkering. Met het bijstandsbudget bij de andere gemeenten gebeurt niets. •
Voor gemeenten met een omvang tussen de 15.000 en 40.000 inwoners geldt een combinatie van historisch en objectief aandeel. De verhouding tussen het objectief en historisch aandeel – en daarmee de mate waarin de bespaarde bijstandsuitkering doorwerkt in het budget voor andere gemeenten - is afhankelijk van de gemeentegrootte.
Voorts is er sprake van doorwerking op het gemeentefonds. Gemeenten ontvangen voor de uitvoering, re-integratie en begeleiding middelen via het gemeentefonds. Het bedrag per eenheid dat gemeenten ontvangen is voor bijstandsgerechtigden gelijk aan mensen met een loonkostensubsidie. Dus als iemand vanuit de uitkering aan de slag gaat met een loonkostensubsidie, verandert er (per saldo) niets in het gemeentefonds. Er verandert echter wel iets als een nugger aan de slag geholpen wordt met een LKS. Dan krijgt de betreffende gemeente extra middelen in het gemeentefonds. Dat gaat echter ten koste van de andere gemeenten, omdat het macrobudget in het gemeentefonds gelijk blijft.
2.4.5
Andere partijen en andere gemeentelijke afdelingen
Tot slot zijn er allerlei effecten in de samenleving die niet direct met de kosten en baten op het terrein van werk en inkomen te maken hebben. In het algemeen zijn de zorgkosten van werkenden lager dan van mensen in de uitkering. Ook zal minder gebruik gemaakt worden van schuldhulpverlening en bijzondere bijstand. Verder blijken er ook op andere terreinen effecten te zijn. Zo wordt op veiligheid een besparing gerealiseerd. Ook worden er bij andere gemeentelijke afdelingen zoals de Wmo, de rijksoverheid (denk aan de politie) en andere partijen (met name de gezondheidszorg) baten gerealiseerd.
2.4.6
Mensen met LKS in dienst bij het sociaal ontwikkelbedrijf en in dienst bij reguliere werkgevers
Voor LKS-ers met een dienstbetrekking bij reguliere werkgevers gelden in principe dezelfde mechanismen als voor de groep LKS-ers op een beschutte werkplek, zoals we hiervoor hebben geïllustreerd. Voor deze groepen worden kosten en baten gerealiseerd bij het sociaal ontwikkelbedrijf. Daarnaast is een deel van de medewerkers aan de slag met LKS bij werkgevers in het privaat domein. Voor deze groep worden kosten en baten gerealiseerd in het privaat domein (de reguliere werkgevers).
2.5
Rekentool
Het model dat we hiervoor beschreven hebben we vertaald in een rekentool. Het dashboard van de rekentool ziet er als volgt uit. We illustreren de werking van de tool aan de hand van een voorbeeld voor een willekeurige gemeente X. Gemeente X heeft meer dan 40.000 inwoners2.
2
De resultaten zien er voor alle gemeenten met meer dan 40.000 inwoners hetzelfde uit.
MKBA Loonkostensubsidie
2.5.1
14/43
Input
In het input-blok vult de gebruiker van de tool de gemeentenaam in en de aantallen waarmee het aantal medewerkers op respectievelijk een beschutte werkplek, het aantal medewerkers in dienst bij het sociaal ontwikkelbedrijf en het aantal medewerkers in dienst bij reguliere werkgevers structureel omhoog gebracht moeten worden3. Tevens geeft de gebruiker aan hoeveel mensen daarvan voorheen geen uitkering hadden (nugger) en hoeveel uur ze (gemiddeld) per week aan de slag worden geholpen.
2.5.2
Structuur
In het structuur-blok vult de gebruiker de waarden in van de structuur-variabelen die gelden voor zijn of haar gemeente c.q. de betrokken kandidaten die aan de slag worden geholpen. Het gaat om de groen gearceerde cellen. In de basisversie hebben wij de landelijke gemiddelden ingevuld. Deze zijn gebaseerd op literatuurstudie. In de witte cellen staan de bedragen die automatisch worden berekend. Deze bedragen kan de gebruiker niet aanpassen.
2.5.3
Resultaat
Het resultaat-blok laat de uitkomsten van de rekentool zien. We zien op de verticale as de verschillende kosten- en batensoorten. Op de horizontale as staan de verschillende partijen waar de kosten en baten gerealiseerd worden. Tevens laten we de uitkomsten per cluster kosten- en batensoorten en per cluster van betrokken partijen zien. We zien bijvoorbeeld wat de bruto loonkosten zijn van de sociaal ontwikkelbedrijven en van de reguliere werkgevers. We zien de ontvangsten aan de kant van de werknemers en de betaling van belastingen en premies aan de rijksoverheid. Ook zien we bij de kandidaten werkgerelateerde kosten ontstaan en het verdwijnen van de uitkering. Tevens zien we het effect van minder bijzondere bijstand (aanvullende financiële ondersteuning) en het effect van een grotere kwaliteit van leven. In de rechter kolom zien we per kosten- en batensoort het totaal over alle partijen. In de onderste rij zien we per partij en per cluster de totale kosten en baten. In de cel rechtsonder (geel
3
In de rekentool gebruiken we respectievelijk de afkortingen LKS-NBW, LKS-BIJ en LKS-VIA.
MKBA Loonkostensubsidie
15/43
gearceerd) staan de totale maatschappelijke kosten en baten van het (grotere) aantal personen dat aan de slag is geholpen met LKS, zoals ingevoerd in het input-blok.
2.5.4
Prijzen van 2023
De bedragen die we in de MKBA hebben verwerkt zijn steeds zo actueel mogelijk. We hebben alle bedragen die we vonden in de literatuur vertaald in prijzen van 2023 door gebruik te maken van het prijsindexcijfer van het CBS.
MKBA Loonkostensubsidie
16/43
HOOFDSTUK 3
Handreiking rekentool: Inputblok De gebruiker van de tool vult de input-variabelen in, om te berekenen wat de maatschappelijke kosten en baten zijn van de inzet van LKS. In dit hoofdstuk werken we uit welke variabelen moeten worden ingevuld.
3.1
Invoervelden
De invoervelden van het input-blok zien er als volgt uit. De gebruiker van de tool vult de groen gearceerde cellen zelf in.
We grijpen terug op het voorbeeld van gemeente X. In dit voorbeeld gaan we ervan uit dat het aantal medewerkers op een beschutte werkplek structureel omhoog gaat met 10 waarvan 5 nugger waren. Zij gaan gemiddeld met 28 uur per week aan de slag. Het aantal mensen met LKS in dienst bij het sociaal ontwikkelbedrijf gaat omhoog met 10. Voorheen waren dat allemaal uitkeringsgerechtigden. Zij gaan gemiddeld 29 uur per week aan de slag. Het aantal medewerkers met LKS in dienst bij reguliere werkgevers gaat met 20 omhoog, waarvan 5 nuggers. Zij gaan 30 uur per week aan de slag.
3.2
Gemeentenaam
De gebruiker van de tool kan in een dropdown-menu kiezen voor elke Nederlandse gemeente. Voor het berekenen – of beter de verdeling - van de maatschappelijke kosten en baten is de gemeentenaam relevant. De gemeentenaam heeft met name invloed op de doorwerking van de genomen maatregelen in het bijstandsbudget. De doorwerking is afhankelijk van de gemeentegrootte en voor elke gemeente verschillend. De gemeente is relevant voor de verdeling van de kosten en baten over de verschillende partijen, in het bijzonder tussen de gemeenten en de rijksoverheid. Onder de streep zijn de totale maatschappelijke kosten en baten – uitgaand van dezelfde structuur-variabelen – voor alle gemeenten gelijk.
3.3
Aantal LKS
De gebruiker van de tool vult hier het aantal personen in dat structureel aan de slag wordt geholpen met een loonkostensubsidie (LKS). We maken onderscheid tussen de medewerkers met
MKBA Loonkostensubsidie
17/43
een indicatie nieuw beschut werk, mensen die in dienst treden bij het sociaal ontwikkelbedrijf en mensen die via de uitvoeringsorganisatie van de Participatiewet in dienst treden bij reguliere werkgevers.
3.4
Waarvan nugger
Een deel van de mensen wordt vanuit een bijstands(gerelateerde) uitkering aan de slag geholpen met een LKS. Een ander deel had voor de LKS geen bijstandsuitkering: niet-uitkeringsgerechtigden (nuggers). In deze cellen geeft de gebruiker van de tool aan hoeveel mensen - van het totaal aantal LKS - zonder bijstandsuitkering aan de slag worden geholpen met een LKS.
3.5
Aantal uren werk per week
In deze cellen wordt het aantal uur opgegeven dat de mensen die aan de slag zijn geholpen met LKS per week werken. Standaard vullen wij in 28 uur per week voor medewerkers op een beschutte werkplek, 29 uur per week voor medewerkers in dienst bij het sociaal ontwikkelbedrijf en 30 uur voor medewerkers in dienst bij reguliere werkgevers. We baseren ons op de gemiddelde dienstverbanden die zijn opgenomen in de sectorinformatie 2022 van Cedris.
MKBA Loonkostensubsidie
18/43
HOOFDSTUK 4
Handreiking rekentool: Structuurblok Voor het berekenen van de maatschappelijke kosten en baten zijn ook de structuur-variabelen relevant. In de basisopstelling van de rekentool hebben we landelijk gemiddelde waarden opgenomen. Deze zijn gebaseerd op literatuurstudie. De gebruiker van de tool kan naar eigen inzicht andere waarden invullen, die meer van toepassing zijn op de specifieke situatie.
4.1
Basisvariabelen
In het structuur-blok heeft de gebruiker van de tool de mogelijkheid om de volgende basisvariabelen in te vullen. Standaard zijn de landelijke gemiddelden in gevuld.
Werkweek conform CAO: In deze cellen is de omvang van de werkweek opgenomen conform de CAO. In de CAO Aan de slag is de werkweek 37 uur. Dat aantal uren is opgenomen bij medewerkers op een beschutte werkplek en medewerkers met LKS in dienst bij het sociaal ontwikkelbedrijf. Het landelijk gemiddelde van de werkweek in Nederlandse CAO’s is 38 uur. Dat aantal is opgenomen bij de medewerkers met LKS in dienst bij reguliere werkgevers. Uitstroomkans na re-integratie: Vaak moeten in een ontwikkeltraject belemmeringen worden weggenomen voordat mensen aan de slag kunnen. Niet iedereen slaagt erin om na een ontwikkeltraject aan de slag te komen. Dat heeft invloed op de maatschappelijke kosten en baten van het aan de slag helpen van mensen en moet daarom worden meegenomen in de analyse. Wij gaan gemiddeld uit van een uitstroomkans van 50%. Dat baseren wij op onze ervaringen in de praktijk en op basis van eerder onderzoek door het CBP (CPB, 2012). Risico op terugval: Mensen die aan de slag zijn geholpen met een LKS kunnen te maken krijgen met tegenvallers, waardoor zij terugvallen in de oude situatie. Dat betekent dat er opnieuw moet worden geïnvesteerd om het aantal personen dat aan de slag is met LKS structureel op hetzelfde niveau te houden. Dat heeft gevolgen voor de maatschappelijke kosten en baten. Daarom moet met het risico op terugval rekening worden gehouden.
Het risico op terugval is gedefinieerd als het gemiddeld aantal personen dat jaarlijks vanuit de LKS werkloos wordt gedeeld door het gemiddelde
MKBA Loonkostensubsidie
19/43
aantal personen met LKS per jaar. In de basisopstelling nemen we de uitstroompercentages op, zoals opgenomen in de sectorinformatie 2022 van Cedris. Loonwaarde: De gebruiker vult hier het percentage loonwaarde in. In de basisopstelling staan de percentages uit de sectorinformatie 2022 van Cedris.
4.2
Kosten- en batensoorten
In het structuur-blok heeft de gebruiker van de tool de mogelijkheid om voor medewerkers op een beschutte werkplek, medewerkers in dienst bij het sociaal ontwikkelbedrijf en medewerkers in dienst bij reguliere werkgevers de volgende kosten- en batensoorten in te vullen. Het gaat om de groen gearceerde cellen. De bedragen in de witte cellen worden door de rekentool zelf uitgerekend.
In de basisopstelling staan de bedragen per fte, die wij hebben verzameld door literatuurstudie. Hierna geven we per cluster een onderbouwing van de bedragen in de basisopstelling.
4.3
Economische effecten
Bij het economisch effect van de inzet van LKS staan de kosten en de baten van de werkgever en de werknemer centraal. Als iemand met een LKS aan de slag gaat realiseert hij toegevoegde waarde bij de werkgever. Daar staan echter kosten van de werkgever tegenover. Het gaat om de loonkosten en om de (overige) bedrijfskosten. Betrokkene heeft beperkte loonwaarde. Daarom betaalt de gemeente een LKS aan de werkgever. De volgende kostencategorieën vallen in de private sfeer: Bruto loonkosten: De werkgever betaalt salaris aan de medewerker. De totale loonkosten zijn hoger door de werkgeverslasten. De opslag voor werkgeverslasten is circa 23% van het bruto loon. De gebruiker van de tool kan zelf de hoogte van de loonkosten per fte invullen. Wij gaan in de basisopstelling uit van de bedragen in de sectorinformatie 2022 van Cedris, vermeerderd met de
MKBA Loonkostensubsidie
20/43
minimumloonstijging in 2023. De loonkosten zijn voor de werkgever – zowel voor de reguliere werkgever als voor het sociaal ontwikkelbedrijf - een last. Voor de medewerker vormen zij een baat. Inkomstenbelasting: voor de inkomstenbelasting die werknemers betalen baseren wij ons op de statistiek ‘inkomens van huishoudens’ van het CBS (Statline, 2024). Daaruit blijkt dat netto belasting- en premieheffing (rekening houdend met de kindertoeslag en huurtoeslag) voor iemand met een gemiddelde bijstandsuitkering circa 15% lager is dan de netto belasting- en premieheffing voor iemand met een minimuminkomen op basis van een voltijdsbaan. De inkomstenbelasting (belasting- en premieheffing) is voor de rijksoverheid een baat. Voor de medewerker is het een last. De gebruiker van de tool kan dit percentage niet zelf aanpassen. Werkgerelateerde kosten: Als mensen aan het werk gaan, maken ze kosten die direct gelinkt zijn aan het werk. Gedacht kan worden aan extra kosten voor kleding en reiskosten. In het onderzoeksrapport Fit-4-Work: een ex-ante kosten-batenanalyse (SEO, 2011), wordt gerekend met een kostenpost van 4% van het bruto salaris. Loonkostensubsidie: De loonkostensubsidie wordt berekend aan de hand van de loonwaarde en de bruto loonkosten, waarin de werkgeverslast (van gemiddeld 23% van het wettelijk minimumloon) is meegenomen.
De loonkostensubsidie is gelijk aan 1 minus de loonwaarde maal de bruto loonkosten. De LKS is voor de gemeente een last en voor de werkgever – zowel voor de reguliere werkgever als voor het sociaal ontwikkelbedrijf – een baat. De loonkostensubsidie is een resultante van de loonkosten en de loonwaarde en wordt door de rekentool zelf berekend. De gebruiker hoeft hier dus niets te doen. Operationeel resultaat: het operationeel resultaat is gelijk aan de netto toegevoegde waarde die de werknemer realiseert minus de bedrijfskosten. De bedrijfskosten definiëren we als alle kosten die aan het resultaat van de betrokkenmedewerker kunnen worden toegerekend minus zijn salaris. In de basisopstelling baseren wij ons voor de medewerkers op een beschutte werkplek en in dienst bij het sociaal ontwikkelbedrijf op het operationeel resultaat zoals gepubliceerd in de sectorinformatie Cedris. Voor de berekening verwijzen wij naar de bijlage. Voor medewerkers met LKS in dienst bij reguliere werkgevers gaan we ervan uit dat het saldo van het operationeel resultaat, de salariskosten en de ontvangen loonkostensubsidie gelijk is aan nul. In dat geval maakt de werkgever noch winst, noch verlies op het in dienst hebben van een medewerker met LKS. Het operationeel resultaat is een saldopost van baten en lasten en is voor zowel de reguliere werkgever als voor het sociaal ontwikkelbedrijf een baat.
4.4
Publieke middelen W&I
Bij de publieke middelen W&I gaat het om de baten en lasten die worden gerealiseerd door de publieke instellingen die zich bezig houden met het verstrekken van uitkeringen en loonkostensubsidies en met de re-integratie en begeleiding van mensen die het zonder ondersteuning niet redden op de arbeidsmarkt. Wij onderscheiden de volgende baten- en lastensoorten. Bijstandsuitkering: bij de bijstandsuitkering gaat het om de uitkering die wordt bespaard als mensen vanuit de uitkering aan de slag gaan met een LKS. We hanteren de gemiddelde prijs van de uitkering en baseren ons op de toelichting voorlopig macrobudget 2024 (SZW, 2023). Daarin staat de gemiddelde prijs van de uitkering in 2023. Als mensen minder gaan verdienen dan hun uitkering, blijft de gemeente aanvullen tot het oorspronkelijke niveau van de bijstandsuitkering. Effect op BUIG-budget: Gemeenten ontvangen voor de betaling van de loonkostensubsidies en bijstandsuitkeringen het zogenoemde BUIG-budget. De loonkostensubsidie wordt via het historisch
MKBA Loonkostensubsidie
21/43
aandeel grotendeels gecompenseerd (LKS naar realisatie). Bespaarde uitkeringen worden gekort op het macrobudget. Het budget wordt voor kleinere gemeenten (< 40.000 inwoners) geheel of gedeeltelijk verdeeld op basis van het historisch aandeel. Voor grotere gemeenten wordt het budget verdeeld op basis van objectieve maatstaven, zoals het aantal corporatie-woningen en het aantal alleenstaande ouders. Dat betekent dat de bespaarde uitkering bij een kleinere gemeente geheel of gedeeltelijk gekort wordt op het BUIG-budget. Voor een grotere gemeente geldt dat de korting op het macrobudget grotendeels wordt afgewenteld op de andere Nederlandse gemeenten. De doorwerking op het BUIG-budget staat vast. Daarvoor kan door de gebruiker van de tool niets worden ingevuld. Uitvoeringskosten bijstand: voor de uitvoering van de bijstand worden kosten gemaakt. We gaan uit van de gemiddelde kosten per bijstandsgerechtigde die zijn gehanteerd bij de herijking van het gemeentefonds (AEF, 2020) en de loon- en prijsontwikkelingen in 2023 (meicirculaire gemeentefonds 2023). Deze kosten vervallen zodra iemand uitstroomt uit de bijstand. Als iemand deels uitstroomt, blijven de kosten voor de helft bestaan. Uitvoeringskosten LKS: voor de uitvoering van de LKS worden kosten gemaakt. We baseren ons op de uitgangspunten in het gemeentefonds (Berenschot, 2022).
De kosten worden onder andere gemaakt voor het beheer van de loonkostensubsidie en het uitvoeren van loonwaardebepalingen. Ontwikkelingskosten: Om mensen aan de slag te krijgen moeten ontwikkelingskosten worden gemaakt. Gedacht moet worden aan bijvoorbeeld taaltrainingen en het opdoen van werknemersvaardigheden. Ook worden kosten gemaakt voor de plaatsing van mensen (de match). We hanteren in de basisopstelling de kosten die worden gemaakt om iemand vanuit een situatie van werkloosheid aan de slag te krijgen met een LKS. Deze zijn berekend in het onderzoek reintegratiekosten nieuwe doelgroep Participatiewet (Berenschot, 2020). Als we rekening houden met inflatie bedragen de re-integratiekosten (de kosten om vanuit de uitkering aan de slag geholpen te worden met een LKS) gemiddeld €4.130 per LKS-er in prijzen van 2023. De hoogte van de totale kosten wordt, naast het aantal personen dat met LKS aan de slag wordt geholpen, beïnvloed door de uitstroomkans en door de uitvalkans. Hoe hoger de uitstroomkans, hoe lager de ontwikkelingskosten per LKS-er. Hoe hoger de uitvalkans, hoe meer mensen ontwikkeld en geplaatst moeten worden en hoe hoger de kosten zijn om structureel op hetzelfde aantal LKS-ers te blijven. Begeleidingsvergoeding: Voor begeleiding is bij de invoering van de Participatiewet rekening gehouden met €8.500 per NBW-er en €4.000 per LKS-er (niet NBW).
In de basisopstelling gaan we uit van €10.757 per medewerker op een beschutte werkplek. Dat bedrag is gelijk aan het bedrag waarmee nu in de rijksbudgetten rekening wordt gehouden (€8.600) plus de extra middelen per NBW-er vanaf 2024 (€2.157), naar aanleiding van het onderzoek van Significant APE naar de kosten van beschutte arbeid (Significant APE, 2023). Voor de begeleidingsvergoeding van medewerkers in dienst bij het sociaal ontwikkelbedrijf gaan we uit van €5.600 per persoon (sectorinformatie 2022 Cedris). Voor de begeleidingsvergoeding van medewerkers met LKS bij de reguliere werkgevers gaan we uit van €4.902 per persoon. Dat bedrag is gelijk aan het bedrag waarmee rekening werd gehouden bij de invoering van de Participatiewet (2015) gecorrigeerd voor inflatie. Effect op Cluster Participatie AU/GF: Gemeenten ontvangen via het gemeentefonds middelen voor de uitvoering en begeleiding van LKS-ers. Het budget is deels afhankelijk van het aantal bijstandsgerechtigden en het aantal LKS-ers. Voor één bijstandsgerechtigde dan wel LKS-er meer gaat het budget met €6.776 omhoog en vice versa. Het macrobudget van het gemeentefonds blijft echter gelijk. Dat betekent dat extra budget voor de ene gemeente betekent minder budget voor de andere gemeenten. Als er één bijstandsgerechtigde aan de slag gaat met LKS, verandert er
MKBA Loonkostensubsidie
22/43
niets aan het budget. De verlaging van het budget door de verlaging van het aantal bijstandsgerechtigden wordt gecompenseerd met extra budget voor het extra aantal LKS-ers. Het budget verandert wel als nuggers aan de slag worden geholpen met LKS. Voor elke nugger die aan de slag wordt geholpen met LKS gaat het budget voor de betreffende gemeente met €6.776 omhoog.
4.5
Externe effecten
‘Externe effecten’ is een term uit de economische wetenschap. Het gaat om kosten en baten in de maatschappij die niet zijn meegenomen in de prijs van een eindproduct. Bij de kosten en baten van loonkostensubsidies kijken we vaak in eerste instantie naar de kosten en baten voor de overheidsbegrotingen op het terrein van Werk & Inkomen. Daarnaast kijken we ook naar de directe kosten die in de economie ontstaan, met name de loonkosten, de loonwaarde en de toegevoegde waarde die ontstaan bij reguliere bedrijven en bij sociaal ontwikkelbedrijven. De kosten en baten die elders in de samenleving ontstaan, zoals de besparingen op zorgkosten, de kostenbesparingen door de afname van overlast en de toegenomen kwaliteit van leven als mensen werken in plaats van werkloos zijn, noemen we de externe effecten. In ons onderzoek baseren wij ons op literatuuronderzoek. We onderscheiden de externe kosten en baten in de tabel hierna. We hebben de bedragen die we vonden in de literatuur verhoogd met de consumentenprijsindex van het CBS en uitgedrukt in prijzen van 2023. Gemiddelde externe baten bij één persoon extra aan het werk vanuit de uitkering Zorg Vermindering van zorgkosten voor huisarts p.p. p.j.
€ 207
Vermindering van zorgkosten voor fysiotherapie p.p. p.j.
-€ 11
Vermindering van zorgkosten voor medisch-specialistische zorg p.p. p.j.
€ 71
Vermindering van kosten voor GGZ p.p. p.j.
€ 704
Vermindering van kosten voor verslavingszorg p.p. p.j. Totaal
€ 187
€ 1.158
Maatschappelijke ontwikkeling Vermindering van kosten voor Wmo-maatwerkvoorzieningen p.p. p.j.
€ 422
Vermindering van zorgkosten voor maatschappelijk werk/welzijn p.p. p.j.
€ 415
Vermindering mantelzorg
-€ 187 € 649
Totaal Aanvullende financiële ondersteuning Afname kosten voor schulddienstverlening p.p.
€ 151
Vermindering van het gebruik van bijzondere bijstand en minimabeleid
€ 79
Totaal
€ 230
Veiligheid Kosten veiligheidszorg
€ 34
Maatschappelijke kosten criminaliteit Totaal TOTAAL
€ 69
€ 103 € 2.140
Vermindering van zorgkosten voor huisarts p.p. p.j.: Bespaarde kosten aan huisartsenhulp bedragen gemiddeld 207 euro per persoon per jaar. (Schuring e.a., 2016) Vermindering van zorgkosten voor fysiotherapie p.p. p.j.: Het gebruik van fysiotherapie gaat bij werkenden met verminderde loonwaarde gemiddeld omhoog met 11 euro per persoon per jaar. Vandaar het min-teken in de tabel. (Schuring e.a., 2016) Vermindering van zorgkosten voor medisch-specialistische zorg p.p. p.j.: Bespaarde kosten aan medisch specialistische hulp bedraagt gemiddeld 71 euro per persoon per jaar. (Schuring e.a., 2016) Vermindering van kosten voor GGZ p.p. p.j.: De kosten van geestelijke gezondheidszorg gaan voor mensen met verminderde loonwaarde gemiddeld met 704 euro per persoon omlaag, als ze aan het werk gaan. (Schuring e.a., 2016)
MKBA Loonkostensubsidie
23/43
Vermindering van kosten voor verslavingszorg p.p. p.j.: De kosten van verslavingszorg gaan gemiddeld met 187 per persoon omlaag. ( Winterwerp & Heering, 2018) Vermindering van kosten voor Wmo-maatwerkvoorzieningen p.p. p.j.: Het gebruik van WMO-maatwerkvoorzieningen gaat voor werkenden met 9%-punt omlaag. Een maatwerkvoorziening kost gemiddeld 4689 euro per persoon per jaar. Gemiddeld leidt dat tot een besparing van 422 euro per persoon per jaar als zij vanuit de uitkering aan de slag gaan in een baan. (Winterwerp & Heering, 2018) Vermindering van zorgkosten voor maatschappelijk werk/welzijn p.p. p.j.: De kosten van WMO-begeleiding gaan omlaag met 415 euro per persoon per jaar. (Winterwerp & Heering, 2018) Vermindering mantelzorg: De kosten door het vervallen van mantelzorg als mensen vanuit een uitkering aan de slag gaan, bedragen 187 euro per persoon per jaar. (Winterwerp & Heering, 2018) Afname kosten voor schulddienstverlening p.p.: Het lager gebruik aan schuldhulpverlening levert een besparing op van 151 euro per persoon per jaar. (Winterwerp & Heering, 2018 ) Vermindering van het gebruik van bijzondere bijstand en minimabeleid: Van de bijstandsgerechtigden doet 25,92% beroep op bijzondere bijstand (CBS dashboard stapeling, ultimo 2020), prijs bijzondere bijstand geschat op 2,5% van sociaal minimum (€16.900 p.j.
sinds 1-7-2023 voor alleenstaande van 21+) (UWV, actuele bedragen). Kosten veiligheidszorg: De uitgaven aan veiligheidszorg beslaan alle activiteiten die tot doel hebben criminaliteit, verloedering en overlast te voorkomen of te bestraffen en onveiligheidsgevoelens weg te nemen. De kosten per inwoner bedragen in 2023 circa €971 per persoon. De kans op overlastgevend gedrag en criminaliteit daalt gemiddeld met 3,5% als mensen aan het werk gaan. Gemiddeld gaan de kosten met €34 omlaag als mensen vanuit een situatie van werkloosheid aan de slag gaan. (CPB & SCP, 2020 en Moolenaar e.a., 2018) Maatschappelijke kosten criminaliteit: De kosten als gevolg van misdrijven, overtredingen en overlast geleden door bedrijfsleven, huishoudens en overheid bedragen landelijk gemiddeld €1.971 per inwoner. Als we rekening houden met 3,5% minder kans op overlastgevend gedrag en criminaliteit, gaan de kosten gemiddeld met €69 omlaag als mensen vanuit een situatie van werkloosheid aan het werk gaan. Dit bedrag is een ondergrens, aangezien veel schadeposten niet goed ingeschat kunnen worden. (CPB & SCP, 2020 en Moolenaar e.a., 2018)
4.5.1
Kwaliteit van leven
De kwaliteit van leven neemt in het algemeen toe als mensen vanuit een situatie van werkloosheid aan het werk gaan. Mensen die werken zijn gelukkiger dan mensen die niet werken. Zij voelen zich meer gewaardeerd en leveren een bijdrage aan de economie. Ook gaan ze er vaak financieel op vooruit, waardoor mensen minder financiële stress en meer zekerheid ervaren. In de gezondheidszorg wordt voor het maken van kosten-batenanalyses gebruik gemaakt QALY’s. QALY betekent Quality-adjusted life year. Dat is een Engelstalig begrip dat staat voor een extra levensjaar in goede gezondheid. Voor het berekenen van de toegenomen kwaliteit van leven voor mensen die aan het werk gaan maken we gebruik van QALY’s. Eén QALY staat voor één jaar in volledige gezondheid. Voor de waarde van één gezond levensjaar gaat SEO uit van een bedrag tussen de €50.000 en €100.000 (SEO, 2016). SEO heeft voor de berekeningen van de kwaliteit van leven twee uitkomstmaten berekend:
MKBA Loonkostensubsidie
•
24/43
Het verschil tussen de kwaliteit van leven van iemand die werkt in een reguliere baan, ten opzichte van iemand die niet werkt of dagbesteding heeft. Dit verschil bedraagt 6%. Dat leidt ertoe dat de waarde van het verschil in kwaliteit tussen iemand die werkt en iemand die niet werkt 3000 tot 6000 euro is. We gaan in de basisopstelling van de rekentool uit van 3000 euro, dit bedrag bevindt zich dus aan de conservatieve kant van deze bandbreedte. De gebruiker van de tool kan hier een ander bedrag invullen.
•
Het verschil tussen de kwaliteit van leven van iemand die werkt in een beschutte werkplek vergeleken met iemand die niet werkt of dagbesteding heeft. Dit verschil bedraagt 4%. Dat betekent dat het verschil in kwaliteit tussen iemand die werkt in een beschutte baan en iemand die niet werkt 2000 tot 4000 euro is. In de basisopstelling gaan wij uit van 2000 euro, ook dit bedrag bevindt zich dus aan de conservatieve kant van deze bandbreedte. Hier kan de gebruiker van de tool ook naar eigen inzicht een ander bedrag invullen.
MKBA Loonkostensubsidie
25/43
HOOFDSTUK 5
Handreiking rekentool: Resultaatblok De rekentool berekent de maatschappelijke kosten en baten van de inzet van LKS: het resultaat. We splitsen de maatschappelijke kosten en baten uit naar de verschillende partijen waar de kosten en baten worden gerealiseerd. En we splitsen de kosten en baten uit naar de verschillende kosten- en batensoorten.
5.1
Dashboard
De maatschappelijke kosten en baten worden gepresenteerd in de volgende tabel. Het gaat om de jaarlijkse kosten en baten om de aantallen LKS structureel omhoog te brengen met de aantallen zoals opgegeven in het input-blok.
We bespreken de maatschappelijke kosten en baten kolomsgewijs, dus per partij. De voetnoot waarin een uitsplitsing staat van het BUIG-effect lichten we apart toe in een paragraaf.
5.2
Gemeentelijk domein
De totale kosten en baten in het gemeentelijk domein staan in de kolom onder nummer (1). Dat is de optelsom van de voorgaande kolommen (1.1) tot en met (1.4). Het gaat om het totaal van de kosten en baten in de afdeling W&I, de kosten en baten bij de andere gemeentelijke afdelingen (binnen dezelfde gemeente), het sociaal ontwikkelbedrijf en de overige Nederlandse gemeenten.
5.2.1
Gemeentelijke afdeling W&I
Bij de afdeling W&I ontstaan de volgende kosten en baten door de inzet van LKS:
MKBA Loonkostensubsidie
•
26/43
Loonkostensubsidie: De afdeling W&I betaalt de LKS aan het sociaal ontwikkelbedrijf dan wel de reguliere werkgever.
•
Bijstandsuitkering: Doordat mensen vanuit de uitkering aan de slag gaan met LKS, ontstaat er een batig saldo bij de afdeling W&I. Tegelijkertijd gaan de ontvangen uitkeringen aan de kant van de kandidaten met een gelijk bedrag omlaag.
•
Effect op het BUIG-budget: De lagere bijstandslast en de hogere kosten aan loonkostensubsidies werken door in het BUIG-budget. We zien in dit voorbeeld dat het BUIGbudget voor gemeente X gaat met ruim 263 duizend euro. Tegelijkertijd gaat het BUIG-budget bij de andere Nederlandse gemeenten in totaal met ruim 344 duizend euro omlaag en macro gaat het BUIG-budget met ruim 81 duizend euro omlaag. Met name op dit onderdeel kunnen tussen gemeenten grote verschillen ontstaan. Bij grotere gemeenten leiden de lagere bijstandslasten in beperkte mate tot een lager bijstandsbudget. Bij kleinere gemeenten gaat het bijstandsbudget geheel (gemeenten met minder dan 15.000 inwoners) of gedeeltelijk (gemeente met een inwonertal tussen de 15.000 en 40.000) met een bedrag gelijk aan de bespaarde uitkering omlaag. Zie ook: Beschrijving verdeelsystematiek bijstandsbudget en budget loonkostensubsidies, Bijlage behorende bij artikel 6 van het Besluit Participatiewet, geldend van 1-1-2022 t/m heden (SZW, 2022).
•
Uitvoeringskosten bijstand: Door het lagere aantal bijstandsgerechtigden, gaan de uitvoeringskosten bijstand omlaag.