Bijlage 2: Rapport MKBA oliewinning Schoonebeek
Tekst van het document
Methodiek De alternatieven vereisen verschillende aantallen directe en indirecte mensen. Het kortetermijneffect van de verschillende alternatieven op werkgelegenheid is op basis van een inschatting van benodigd personeel voor de constructiefase, de operationele fase (in Alternatief 1), en indirecte werkgelegenheid. Hiervoor gebruiken we als basis (Van Werven, 2007). De duur van de constructiefase (Alternatieven 1 t/m 3) baseren we eveneens op een eerder uitgevoerde studie (Van Werven, 2007). Alternatief 4; stoppen met de winning in Schoonebeek, betekent tijdelijke werkloosheid voor het werkzame personeel op de productielocatie gedurende een transitiefase. De tijdelijkheid van de werkloosheid schatten we in op basis van beschikbare CBS-data over baanvindduren voor de jaren 2002 t/m 2014 voor mensen die eerder werkzaam waren. Het merendeel (45%) vindt binnen zes maanden een nieuwe baan, terwijl 23% in 24 maanden of langernog geen nieuwe baan gevonden heeft.
27
220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022
De kosten van de directe en indirecte effecten van de werkgelegenheid bepalen we aan de hand van fte, duur, en een gemiddeld salaris in de olie- en gasindustrie8.
Resultaten Tabel 7 geeft een overzicht van een inschatting van de kortetermijneffecten. Deze kortetermijneffecten onderscheiden vooral het effect van het stoppen met de oliewinning, waardoor voor een korte periode een verlies aan banen ontstaat. Tabel 7 - Kortetermijneffecten op werkgelegenheid Alternatief
Fte (direct)
Fte (indirect)
Verplaatsingsalternatief
4
15
Vastzoutalternatief
6
23
Circulair alternatief Stopalternatief
6
23
-52
-195
In Alternatief 1 (verplaatsingsalternatief) - volledige injectie in lege gasvelden in Schoonebeek Drenthe- wordt productiewater geïnjecteerd in Twente (BAU) en in Drenthe. In Schoonebeek is momenteel één injectieput actief in gebruik. Voor de injectie van de totale hoeveelheid productiewater in Schoonebeek moeten een aantal (ordegrootte 5) nieuwe putten aangelegd worden. Voor de herontwikkeling van Schoonebeek is gerekend met 25 personen die twee jaar (50 mensjaren) worden ingezet voor de bouw van 73 putten (een factor 15 meer dan de voorziene injectieputten) (Van Werven, 2007). Voor vijf putten zijn dan omgerekend vier mensjaren nodig voor de constructiefase. Er zijn dan, gegeven de verhouding tussen direct en indirect werk, nog eens 15 mensjaren (fte’s) nodig. In Alternatief 2 (vastzoutalternatief)- zuivering en scheiding, lozing van schoon zoetwaterstroom op oppervlaktewater, bovengrondse opslag van vast gemengd zout - ontstaat werkgelegenheid in de constructiefase van de zuiveringsinstallaties, leidingen voor waterafvoer en opslag van vast gemengd zout. De tijdelijke werkgelegenheid die hier ontstaat is waarschijnlijk van dezelfde ordegrootte als Alternatief 3. In totaal gaat het dan om zes mensjaren. Er zijn dan, gegeven de verhouding tussen direct en indirect werk, nog eens 23 mensjaren (fte’s) nodig.
In Alternatief 3 (circulair alternatief) geldt, net als in Alternatief 1, dat er nieuwe injectieputten aangelegd moeten worden. Daarvoor zijn vier mensjaren nodig over een constructiefase van twee jaar. Daarnaast ontstaat hier mogelijk werkgelegenheid voor de zuivering en scheiding. Een nieuwe waterzuiveringsinstallatie moet gebouwd worden. Op die manier kan het productiewater geschikt worden gemaakt voor de reeds bestaande ultrapuurwaterfabriek (UPWF). Er moeten daarvoor drie nieuwe ondergrondse pijpleidingen, en één nieuwe elektriciteitskabel worden aangelegd. Daarnaast moet nog een waterleiding voor het overtollig zoetwater richting het Stieltjeskanaal gelegd worden. Hiervoor gaan we ervan uit dat er nog twee mensjaren nodig zullen zijn voor een constructiefase van twee jaar. In totaal gaat het dan om zes mensjaren. Er zijn dan, gegeven de verhouding tussen direct en indirect werk, nog eens 23 mensjaren (fte’s) nodig. Alternatief 4 (stopalternatief)- het stoppen met oliewinning in Schoonebeek - kan wel leiden tot kortdurende werkloosheid en dus welvaartsverlies. Deze 50 arbeidsplaatsen per jaar vervallen, maar we gaan ervan uit dat deze mensen binnen afzienbare tijd een nieuwe ________________________________ 8
28
Dit is € 62.649,00 volgens nationaleberoepengids.nl.
220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022
baan vinden. Gemiddeld vinden mensen die eerder werkzaam waren binnen een redelijke tijd (iets meer dan één jaar9) opnieuw een baan. In totaal is er dan een tijdelijk welvaartsverlies van 52 mensjaren aan directe werkgelegenheid.
5.3
Effecten op woningmarkt De effecten op de woningmarkt worden beschreven op basis van verschillende gesprekken met makelaars. Hierin zijn de projectalternatieven voorgelegd en is bepaald of er mogelijke effecten op de woningmarkt kunnen optreden. We kijken eerst naar de regio rondom Schoonebeek en Coevorden, en vervolgens naar de regio Twente, waar injectie tot op heden heeft plaatsgevonden. De effecten op woningwaardes geven tevens een beeld van de gepercipieerde risico’s van productie en injectie door (toekomstige) woningeigenaren.
Regio Schoonebeek en Coevorden Een makelaar in Schoonebeek krijgt veel vragen over de impact van oliewinning in Schoonebeek. Schoonebeek leeft bij de mensen in het dorp. Er zijn zorgen over de winning en verwerking van het productiewater. De oliewinning heeft tot op heden geen impact gehad op de huizenmarkt in Schoonebeek. Zowel voor wat betreft het aantal transacties als in mogelijke waardedaling wordt er geen invloed waargenomen. De keerzijde is ook dat de alternatieven die leiden tot verplaatsing van injectie van het productiewater ook niet in positieve zin bijdragen aan aantrekkelijkheid van het woonmilieu in Schoonebeek. Dit geldt tevens voor Coevorden, dat een meer ‘geïndustrialiseerd’ beeld kent dan Schoonebeek Het stopalternatief leidt uiteindelijk tot ontmanteling van de long-stroke rod pumps (moderne jaknikkers) en kan zo wel een positieve impact hebben op aantrekkelijkheid van het fysieke woonmilieu voor een deel van de woningen met direct uitzicht op de productielocatie (ten noorden van Schoonebeek, NAM-locatie Sch-447). Dit effect is betrekkelijk bescheiden van omvang als gevolg van de huidige groene omzoming van de meeste boor- en injectielocaties. Een relatief beperkt aantal woningen (schatting 100) ondervindt naar verwachting een kleine waardetoename van maximaal 5% in het stopalternatief.
Dat levert een eenmalige daling op ter grootte van € 2 miljoen (niet-structureel in de tijd).
Regio Twente Bij het winnen van olie komt afvalwater vrij en dat wordt geïnjecteerd in oude lege gasvelden in Twente. Bij één van de putten in Twente werden kleine, ongevaarlijke overschrijdingen van het gehalte tolueen in het afvalwater vastgesteld. In de regio Twente geldt een vergelijkbaar beeld als voor de regio Schoonebeek ten aanzien van naar de regio getransporteerd productiewater en injectie ervan. De betreffende makelaar verwacht hiervan geen effecten op de huizenmarkt, aangezien er tot op heden geen serieuze incidenten hebben plaatsgevonden. Verkochte huizen met uitzicht op een injectieput zijn voor dezelfde prijs weggegaan als vergelijkbare woningen zonder dit uitzicht. Hierbij dient aangetekend te worden dat het om een zeer gering aantal transactie ging.
________________________________ 9
Op basis van de verdeling: 45% binnen 6 maanden; 16% binnen 6 tot 12 maanden; 15% binnen 12 tot 24 maanden; en 23% in meer dan 24 maanden.
29
220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022
Het circulaire alternatief heeft in ieder geval geen negatieve impact. Wij schatten in dat het effect op de woningmarkt beperkt is, zeker omdat injectie in de referentie in Twente plaatsvindt.
5.4
Conclusie De indirecte effecten van de verschillende projectalternatieven op de arbeidsmarkt en woningmarkt zijn beperkt. De verwerkingsroutes hebben een bescheiden effect op de regionale werkgelegenheid. Omdat de huidige arbeidsmarkt krap is, is het de vraag in hoeverre een extra vraag naar banen als additioneel gezien kan worden. Door de huidige krapte op de arbeidsmarkt gaan we uit van een welvaartseffect van nul in het stopalternatief. In een gevoeligheidsanalyse laten we zien hoe groot het effect is wanneer er wel tijdelijke werkloosheid optreedt. Het verlies van werkgelegenheid in het stopalternatief blijft beperkt tot 50 fte. Ook de welvaartseffecten van de verschillende alternatieven zijn beperkt, vanwege de krappe arbeidsmarkt. De verwachting is dat de werkloosheid in de krappe arbeidsmarkt van korte duur is. Naast indirecte effecten op de arbeidsmarkt kunnen ook effecten op de woningmarkt spelen. We verwachten, op basis van gesprekken met makelaars, dat deze effecten bescheiden zijn in de regio Schoonebeek en in Twente en, als ze al optreden, vooral gerelateerd zijn aan verbeteren van het uitzicht door ontmanteling van de productielocatie. Risico’s op aardbevingen en lekkages hebben tot op heden nog geen aantoonbare effecten op de woningmarkt gehad.
De verwachting is ook dat bij het uitblijven van grote incidenten met het productiewater, alternatieve verwerking van het afvalwater geen negatieve impact zal hebben op de woningmarkt.
30
220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022
6 Externe effecten 6.1
Inleiding Naast directe en indirecte financiële effecten kent de oliewinning in Schoonebeek en bijbehorende waterverwerking ook externe effecten. Dit zijn effecten op milieu, gezondheid en leefomgeving, die niet opgenomen zijn in de directe kosten. In een mkba worden deze effecten gemonetariseerd, omdat ze wel invloed hebben op het nut van consumenten. Reeds geïnternaliseerde effecten (zoals CO2-kosten binnen het EU ETS) worden niet gemonetariseerd.
6.2
Effecten op voorzieningszekerheid De huidige oorlog in Oekraïne heeft geleid tot een West-Europese gascrisis, waarbij leveringszekerheid van gas niet langer vanzelfsprekend is. Voor de productie van de stoom die door de NAM geïnjecteerd wordt in het Schoonebeek olieveld, worden grote hoeveelheden aardgas ingezet. Alternatieven waarin meer of minder gas wordt gebruikt, kunnen dus een significante invloed uitoefenen op de vraag naar aardgas, en daarmee op de leveringszekerheid. De effecten van de oliewinning in Schoonebeek op de leveringszekerheid van olie zijn verwaarloosbaar, aangezien de olieproductie uit Schoonebeek voor minder dan 1% van de Nederlandse vraag naar olie voorziet en een afname van de Nederlandse productie gemakkelijk opgevangen kan worden door andere olieproducerende landen. De werking van de internationale oliemarkt is daarbij veel meer liquide en kent minder kenmerken van marktfalen. Overigens betekent dit niet dat er geheel geen geopolitieke leveringsrisico’s zijn, wel dat er meer alternatieven voorhanden zijn om over te stappen op alternatieve olieleveranciers bij leveringsstoringen.
Methode voor het bepalen van gasleveringszekerheid Om de invloed van de verschillende beleidsalternatieven op de leveringszekerheid van aardgas te schatten, maken we gebruik van een zogenaamde preventiekostenmethode. We kijken hierbij naar de kosten die gemaakt worden door de Nederlandse overheid om de leveringszekerheid te garanderen, en rekenen die om naar de marginale baten van gasbesparing. Het afgelopen jaar heeft de Nederlandse overheid € 623 miljoen aan subsidies en garanties beschikbaar gesteld om te verzekeren dat de gasopslag bij Bergermeer minimaal voor 68% gevuld is voor de winter (Rijksoverheid, 2022). Met deze subsidies en garanties beoogde het Rijk de vulgraad met 30%-punt te verhogen. Dit komt neer op een toename van 1,23 miljard m3 aardgas, oftewel een maximale overheidsbijdrage van € 0,51 per m3 10 . Omdat de huidige gascrisis een uitzonderlijke situatie is, nemen we aan dat de overheid gemiddeld eens in de tien jaar op deze manier bij moet springen om de leveringszekerheid op pijl te houden. De marginale leveringszekerheidsbaten van gasbesparing ________________________________ 10
Onder normale omstandigheden kan de (private) exploitant van een gasopslag op basis van het verschil tussen zomer- en winterprijzen voldoende gas opslaan om ook in periodes met veel gasvraag (strenge winters) voldoende voorraad aan te houden. Omdat deze opslagkosten verwerkt zijn in de gasinkoopprijzen, kan men beargumenteren dat de marginale preventieprijs voor gasleveringszekerheid 0 is onder normale omstandigheden op de gasmarkt.
31
220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022
komen met deze aanname uit op € 0,05 per m3. De redenering is dat besparing op de gasconsumptie als gevolg van de projectalternatieven in de marge leidt tot een gelijke verlaging van behoefte aan capaciteit voor gasopslagen. Tabel 8 laat het totale gasgebruik over de gehele resterende winningsperiode zien voor de verschillende alternatieven. Het stopalternatief zorgt voor een besparing van bijna 1 miljard m3 aardgas cumulatief, oftewel meer dan 10% van het jaarlijkse aardgasgebruik in de gebouwde omgeving. Het nulalternatief en het vastzoutalternatief kennen in WLO-Hoog een kleiner gasgebruik, omdat de oliewinning in deze alternatieven voor 2040 wordt beëindigd. Tabel 8 – Totaal geraamd gasgebruik in de verschillende alternatieven tot beëindiging van de oliewinning, over de gehele periode 2022-2122 Totaal gasgebruik (miljoen m3 aardgas)
WLO-Hoog
WLO-Laag
Nulalternatief
917
1004
Verplaatsingsalternatief
1004
1004
Vastzoutalternatief
825
1004
Circulaire alternatief
1004
1004
0
0
Stopalternatief
Op basis van marginale leveringszekerheidsbaten van gasbesparing van € 0,05 per m3, leiden deze verschillen in gebruik tot de volgende gedisconteerde welvaartseffecten ten opzichte van het nulalternatief (referentie). Tabel 9 – Welvaartseffecten door verandering in voorzieningszekerheid in de verschillende beleidsalternatieven, over de gehele periode 2022-2122 Welvaartseffecten voorzieningszekerheid ten opzichte van referentie
WLO-Hoog
WLO-Laag
Verplaatsingsalternatief
€
-3.000.000
€
0
Vastzoutalternatief
€
3.000.000
€
0
Circulair alternatief
€
-3.000.000
€
0
Stopalternatief
€
39.000.000
€
42.000.000
Tabel 9 laat zien dat de leveringszekerheidsbaten in het stopalternatief significant zijn, met zo’n € 40 miljoen cumulatief. De andere beleidsalternatieven leiden in WLO-Hoog tot beperkte welvaartseffecten, omdat er langer of minder lang olie wordt gewonnen in Schoonebeek. In WLO-Laag wordt in alle gevallen (met uitzondering van het stopalternatief) doorgewonnen tot 2040. Aangezien additionele stoomproductie in de beleidsalternatieven tot stand komt met behulp van groene stroom, zijn de verschillen met het nulalternatief hier verwaarloosbaar.
6.3
Klimaateffecten Oliewinning leidt op verschillende manieren tot negatieve klimaatimpacts: — Oliewinning gaat gepaard met winningsemissies. Dit zijn de (indirecte) emissies die samenhangen met het energiegebruik dat nodig is om de olie uit te grond te krijgen. Deze winningsemissies zijn in Schoonebeek vrij groot, omdat de stroperige olie
32
220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022
—
—
— — —
verwarmd moet worden met stoom. Voor de stoomproductie wordt op dit moment aardgas verstookt, waarbij CO2 vrijkomt. Bij oliewinning komt veelal aardgas mee omhoog, dat afgefakkeld wordt. Bij de verbranding van dit meegewonnen aardgas komt CO2 vrij. In Schoonebeek wordt meegewonnen aardgas zoveel mogelijk hergebruikt voor de stoomproductie. Fakkelemissies zijn dus beperkt. Oliewinning kan leiden tot directe lekkage van aardgas dat niet afgefakkeld of hergebruikt wordt. Aardgas dat op deze manier in de atmosfeer terechtkomt, is zeer schadelijk voor het klimaat, vanwege de grote Global Warming Potential van methaan. In Nederland zijn methaanlekkages over het algemeen beperkt als gevolg van strenge regelgeving en toezicht. In andere landen waar olie wordt gewonnen kunnen methaanlekkages echter tot significante klimaateffecten leiden. Bij het transport van ruwe olie en olieproducten komt CO2 vrij. De raffinage van olie vraagt veel energie en grondstoffen. Het gebruik van deze energie en de productie van grondstoffen gaat gepaard met CO2-uitstoot. Het uiteindelijke gebruik van het geraffineerde olieproduct leidt bij verbranding tot CO2-uitstoot.
Hoewel oliewinning dus tot veel directe en indirecte emissies leidt, is het op voorhand niet zeker dat beëindiging van de oliewinning in Schoonebeek zich vertaalt in klimaatbaten. Dit komt doordat de vraag naar olie niet afneemt op het moment dat een Nederlandse productielocatie verdwijnt. Het weggevallen aanbod wordt simpelweg overgenomen door andere olieproducenten die meer olie winnen uit bestaande of nieuwe velden. Dit soort carbon leakage moet in een mkba worden meegenomen. Om de daadwerkelijke effecten van de verschillende alternatieven op de mondiale broeikasgasuitstoot te berekenen, hanteren we de volgende aanpak: 1. We gaan ervan uit dat de klimaatimpact van raffinage en het gebruik van olie ongewijzigd blijven bij veranderingen in het productievolume in Schoonebeek. De vraag naar olie, en daarmee de vraag naar raffinage, wordt immers verondersteld gelijk te blijven. We veronderstellen dat alle klimaatimpacts dus te herleiden zijn naar veranderingen in well-to-tank (WTT) emissies. 2. We nemen aan dat transportemissies toenemen wanneer het productievolume in Schoonebeek afneemt. De raffinaderij van BP in Lingen bevindt zich immers dichtbij het Schoonebeek olieveld. Dit zal in de regel niet gelden voor productielocaties die bijspringen wanneer het aanbod van olie afneemt door wegvallen van de productielocatie in Schoonebeek. 3.
We veronderstellen dat methaanlekkages toenemen wanneer de oliewinning in Schoonebeek afneemt. Door verplaatsingseffecten zal in dit geval immers meer olie worden gewonnen op locaties waar methaanlekkages minder goed voorkomen worden. 4. Winningsemissies in Schoonebeek zijn in het nulalternatief groter dan het wereldwijde gemiddelde. Wanneer een groot deel van de stoom wordt geproduceerd met behulp van elektrische boilers, vallen de winningsemissies lager uit dan het wereldwijde gemiddelde. Het stopalternatief leidt daarmee tot een afname van de netto winningsemissies, maar de andere beleidsalternatieven leiden per saldo tot een grotere afname. De winningsemissies van de Schoonebeekse olie kunnen we berekenen op basis van het energiegebruik en de CO2-intensiteit van aardgas en elektriciteit in Nederland. Over de fakkel-, transport-, en methaanemissies van het Schoonebeek olieveld zijn geen publieke data beschikbaar. We hebben daarom zelf grove aannames gemaakt op basis van gesprekken met TNO. Voor de well-to-tank emissies van geïmporteerde olie (als gevolg van carbon leakage) hanteren we emissiekengetallen gebaseerd op data van de EIA (EIA, 2020) en JEC (JEC, 2020). De kwantitatieve aannames zijn samengevat in Tabel 10.
33
220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022
Tabel 10 – Aannames van well-to-tank-emissies van Schoonebeekse olie en geïmporteerde olie WTT-emissies
kg CO2 per barrel
Geïmporteerde olie
59
waarvan winningsemissies
16
waarvan transportemissies
4
waarvan fakkelemissies
9
waarvan methaanlekkage
30
Schoonebeekse olie bij uitsluitend gebruik gasboiler
87
waarvan winningsemissies
72
waarvan transportemissies
0
waarvan fakkelemmisies
0
waarvan methaanlekkage
15
Schoonebeekse olie bij gebruik van gasboiler en elektrische boilers
48
waarvan winningsemissies
33
waarvan transportemissies
0
waarvan fakkelemmisies
0
waarvan methaanlekkage
15
Uit deze gegevens blijkt dat de well-to-tank emissies van Schoonebeekse olie op dit moment groter zijn dan die van geïmporteerde olie. Dit komt hoofdzakelijk door de grote winningsemissies als gevolg van de stoominjectie. Op het moment dat een aanzienlijk deel van de stoom geproduceerd wordt met hernieuwbare elektriciteit, vallen de Schoonebeekse WTT-emissies onder het wereldwijde gemiddelde. NAM heeft aangegeven dat ze voor de ebiolers een apart contract hebben met energieleveranciers van groene stroom. Ze nemen alleen groene stroom af op momenten dat er een ‘overmaat aan groene stroom’ is, tegen een prijs die is geïndexeerd op de aardgasprijs. Op basis van bovenstaande gegevens en de geraamde productievolumes die we verkregen hebben van de NAM, kunnen we het verwachte klimaateffect van de verschillende alternatieven in beeld brengen. Tabel 11 en Tabel 12 laten zien hoe de cumulatieve klimaatemissies verschillen tussen het nulalternatief en de vier beleidsalternatieven. Alle beleidsalternatieven leiden tot een significante afname van de klimaatimpact. Tabel 11 – Verschil in cumulatieve klimaatemissies ten opzichte van het nulalternatief, over de gehele periode 2022-2122, WLO-Laag Verschil met het nulalternatief
Mton CO2-eq.
Verplaatsingsalternatief
-1,44
Vastzoutalternatief
-1,40
Circulaire alternatief
-1,40
Stopalternatief
-0,76
Tabel 12 - Verschil in cumulatieve klimaatemissies ten opzichte van het nulalternatief, over de gehele periode 2022-2122, WLO-Hoog Verschil met het nulalternatief
34
Mton CO2-eq.
Verplaatsingsalternatief
-1,34
Vastzoutalternatief
-1,24
Circulaire alternatief
-1,30
Stopalternatief
-0,71
220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022
Om de verschillen in klimaatemissies te waarderen, gebruiken we de efficiënte CO2-prijzen uit de WLO-scenario’s. Figuur 8 laat de efficiënte CO2-prijzen het hun verloop over de tijd zien. Naast de prijzen voor WLO-Hoog en WLO-Laag laten we ook het tweegradenprijspad zien uit de WLO dat compatibel is met het Akkoord van Parijs. We baseren ons hierbij op de middenwaarde van het tweegradenprijspad uit het Handboek Milieuprijzen (CE Delft, 2017). Figuur 8 – Efficiënte CO2-prijzen uit de WLO-scenario’s (€ per ton CO2) €250,00
Efficiënte CO2-prijs
€200,00
€150,00
€100,00
€50,00
€-
WLO-Hoog
WLO-Laag
tweegradenprijspad
Gebruik van deze efficiënte prijzen leidt tot de volgende welvaartseffecten: Tabel 13 – Cumulatieve, gemonetariseerde klimaateffecten in de verschillende scenario’s en alternatieven, over de periode 2021-2121. Verschil ten opzichte van nulalternatief
6.4
WLO-Hoog
WLO-Laag
WLOtweegradenprijspad
Verplaatsingsalternatief
€
112.000.000
€
28.000.000
€
182.000.000
Vastzoutalternatief
€
98.000.000
€
25.000.000
€
160.000.000
Circulaire alternatief
€
108.000.000
€
27.000.000
€
176.000.000
Stopalternatief
€
56.000.000
€
14.000.000
€
91.000.000
Geïnternaliseerde klimaatkosten De oliebewerkingsinstallatie (OBI) van de NAM valt onder het EU ETS. Dit betekent dat de NAM emissierechten moet kopen voor haar directe CO2-uitstoot. Als de directe CO2-uitstoot afneemt (zoals in het stopalternatief), hoeft de NAM minder emissierechten te kopen. Omdat het EU ETS een zogenaamd cap-and-trade systeem is, staat de jaarlijkse uitstoot onder het EU ETS vast. Wanneer de NAM minder emissierechten koopt, zal een andere ETSdeelnemer dus meer CO2 kunnen uitstoten. Dit wordt het waterbedeffect genoemd. Deze deelnemer zal wel meer emissierechten moeten kopen (voor iedere extra ton CO2 moet immers een emissierecht worden ingeleverd). Het CPB en PBL geven aan dat bij
35
220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022
gebruik van de efficiënte CO2-prijzen geen rekening hoeft te worden gehouden met het waterbedeffect (CPB ; PBL, 2016). Wel moet worden gecorrigeerd voor de extra ETS-kosten die andere ETS-deelnemers maken. Deze kosten zijn gelijk aan de besparing op ETS-kosten voor de NAM maal de ETS-prijs. Tabel 14 geeft de effecten weer op basis van de ETS-prijs in WLO-Hoog en WLO-Laag. Merk op dat de effecten in het verplaatsingsalternatief, het vastzoutalternatief en het circulaire alternatief gelijk zijn aan die in het nulalternatief. Dit komt doordat er in deze alternatieven precies evenveel aardgas wordt verstookt op de OBI. Tabel 14 – Verandering in ETS-kosten voor deelnemers aan het EU ETS (cumulatief over de periode 20212121) Extra ETS-kosten andere ETS-deelnemers
WLO-Hoog
WLO-Laag
Verplaatsingsalternatief
€
0
€
0
Vastzoutalternatief
€
0
€
0
Circulaire alternatief
€
0
€
0
Stopalternatief
€
-88.000.000
€
-30.000.000
In een mkba wordt klimaat als een mondiale post beschouwd. Anders dan bij andere effecten nemen we veranderingen in ETS-kosten dus ook mee als ze toevallen aan buitenlandse partijen.
6.5
Geluidseffecten De installaties en pompen van de NAM kunnen in theorie leiden tot welvaartsverlagend achtergrondlawaai. Uit geluidscontouren aangeleverd door de NAM blijkt echter dat er geen woningen zijn in Schoonebeek of Twente die blootgesteld worden aan geluidsniveaus van meer dan 50 db(A). Geluidsoverlast wordt in mkba’s in de regel gewaardeerd met de milieuprijzen uit het Handboek Milieuprijzen van CE Delft. In de meest recente versie van dit handboek (CE Delft, 2017) wordt een drempelwaarde van 50 dB(A) gehanteerd, waaronder geen geluidskosten worden toegewezen. We concluderen daarom dat de geluidseffecten van de oliewinning in Schoonebeek verwaarloosbaar zijn.
6.6
Effecten op droogte Voor de stoomproductie bij puurwaterproducent NieuWater wordt oppervlaktewater gebruikt. Dit oppervlaktewater wordt eerst in het Schoonebeek olieveld geïnjecteerd als stoom en komt vervolgens als productiewater weer omhoog. Het productiewater wordt ten slotte ondergebracht in lege gasvelden in Twente. Op deze manier onttrekt de oliewinning in Schoonebeek oppervlaktewater uit de waterkringloop. Dit kan lokale droogteproblematiek in de zomer verergeren. Om de effecten van de verschillende alternatieven op droogte te kwantificeren, schatten we eerst de jaarlijkse kosten van droogte in Nederland in. Onderzoeksbureau Ecorys heeft becijferd dat de extreme droogte in de Nederlandse zomer van 2018 de economie zo’n € 400 miljoen tot € 2 miljard heeft gekost, voornamelijk door verliezen in de landbouwketen (Ecorys, 2019). Omdat de zomer van 2018 de droogste zomer van de afgelopen jaren was, maar Nederland door klimaatverandering steeds meer last zal krijgen van droogte, gaan we uit van gemiddelde kosten van € 400 miljoen per jaar over de periode 2022-2040. Op basis van de cijfers van de Droogtemonitor (Rijkswaterstaat, 2022) schatten we in dat bijbehorend watertekort gemiddeld 250 milliliter over de zomermaanden bedraagt.
36
220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022
Uitgesmeerd over het gehele Nederlandse landoppervlak komt dit neer op zo’n 8.500 miljard liter water. Op basis van data van de NAM kunnen we berekenen hoeveel water de oliewinning in Schoonebeek jaarlijks onttrekt aan de waterkringloop. Figuur 9 laat zien dit zien. Figuur 9 – Jaarlijkse hoeveelheid water die door waterinjectie wordt onttrokken uit de waterkringloop in de
Jaarlijks watergebruik in miljarden liters
verschillende alternatieven 1,8 1,6 1,4 1,2 1,0 0,8 0,6 0,4 0,2 0,0
Jaartal Nulalternatief
Verplaatsingsalternatief
Vast zoutalternatief
Circulaire alternatief
Stopalternatief
Duidelijk zichtbaar is dat het verplaatsingsalternatief en het vastzoutalternatief tot fors meer watergebruik leiden dan het nulalternatief. Dit komt doordat er vanwege een grotere waterverwerkingscapaciteit in deze alternatieven meer stoom in het olieveld wordt geïnjecteerd. In het circulaire alternatief daalt het watergebruik tot nul in 2026, omdat het productiewater wordt hergebruikt voor de stoomproductie. Op basis van deze gegevens kunnen we een schatting maken van de bijdrage die de verschillende alternatieven leveren aan de cumulatieve kosten veroorzaakt door droogte. Hiervoor vermenigvuldigen we de gevonden procentuele bijdrage van de verschillende alternatieven aan het totale Nederlandse watertekort met de jaarlijkse kosten van droogte. We gaan er tevens van uit dat besparingen op watergebruik droogtekosten alleen reduceren in droge periodes, oftewel zo’n 40% van de tijd. Dit leidt tot relatief beperkte welvaartseffecten, die zijn weergegeven in Tabel 15. Tabel 15 – Cumulatieve welvaartseffecten van de verschillende alternatieven door bijdrage aan droogte, over de gehele periode 2022-2122 Welvaartseffecten droogte
37
WLO-Laag
WLO-Hoog
Nulalternatief
€
-167.000
€
-156.000
Verplaatsingsalternatief
€
-387.000
€
-387.000
Vastzoutalternatief
€
-378.000
€
-307.000
Circulaire alternatief
€
-54.000
€
-54.000
Stopalternatief
€
0
€
0
220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022
6.7
Effecten op luchtkwaliteit Bij de verbranding van aardgas voor de stoomproductie komen flinke hoeveelheden stikstofoxiden (NOx) en zwaveloxiden (SOx) vrij. Deze luchtvervuilende emissies kunnen leiden tot gezondheidsschade voor mensen en dieren. Mensen kunnen luchtwegklachten ondervinden en astma-aanvallen krijgen als gevolg van inademing van deze schadelijke stoffen. Als er teveel reactieve stikstofverbindingen, zoals ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NO x), in de omgeving terechtkomen, is dat ook slecht voor de natuur. In het Handboek Milieuprijzen (CE Delft, 2017) zijn schadekosten per kg geëmitteerde NOx en SOx opgenomen. Voor NOx zijn deze gelijk aan € 27,88 per kg, en voor SOx bedragen de schadekosten € 27,54 per kg. De luchtvervuilende emissies in de verschillende alternatieven zijn overgenomen uit data van de NAM en zijn weergegeven in Tabel 16 en Tabel 17. De NAM zal in 2023 of 2024 (afhankelijk van het beleidsalternatief) zwavelfilters plaatsen, waardoor de SOx-emissies drastisch afnemen. De totale NOx-emissies zijn daarom fors hoger. Tabel 16 – Cumulatieve NOx-emissies in de verschillende alternatieven en achtergrondscenario’s Cumulatieve NOx-emissies (kg)
WLO-Hoog
WLO-Laag
Nulalternatief
585.000
640.000
Verplaatsingsalternatief
640.000
640.000
Vastzoutalternatief
526.000
640.000
Circulaire alternatief
640.000
640.000
0
0
Stopalternatief
Tabel 17 - Cumulatieve SOx-emissies in de verschillende alternatieven en achtergrondscenario’s Cumulatieve SOx-emissies (kg)
WLO-Hoog
WLO-Laag
Nulalternatief
30.000
30.000
Verplaatsingsalternatief
63.000
63.000
Vastzoutalternatief
63.000
63.000
Circulaire alternatief
63.000
63.000
0
0
Stopalternatief
De hierboven getoonde emissiecijfers kunnen worden vermenigvuldigd en gedisconteerd om het welvaartseffect van de verschillende alternatieven in beeld te brengen. Tabel 18 geeft de resultaten weer. Tabel 18 - Resultaten in euro's Welvaartseffect van luchtvervuilende emissies
38
WLO-Hoog
WLO-Laag
Nulalternatief
€
-14.000.000
€
-15.000.000
Verplaatsingsalternatief
€
-16.000.000
€
-16.000.000
Vastzoutalternatief
€
-14.000.000
€
-16.000.000
Circulaire alternatief
€
-16.000.000
€
-16.000.000
Stopalternatief
€
0
€
0
220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022
6.8
Effecten op waterkwaliteit Effecten op waterkwaliteit gelden voor oppervlaktewater en grondwater, beide aanwezig in de biosfeer (bovengrond en ondergrond tot een diepte van ongeveer 500 m). Wanneer er geen lekkages optreden, zijn de effecten op de waterkwaliteit voor alle alternatieven verwaarloosbaar- er van uitgegaan dat er geen milieuregels worden overtreden. Bij een lekkage is er een kans dat productiewater met daarin onder andere mijnbouwhulpstoffen en formatiewater, waarin onder andere zware metalen aanwezig zijn, in de biosfeer terechtkomt en milieuschade ontstaat.
Effect van lekkages op oppervlakte- en grondwaterkwaliteit Voor de omvang van de effecten volgen we de classificatie van (Royal Haskoning DHV, 2022): — (---) er treedt een duidelijk effect in de biosfeer op; — (--) er treedt een kleinschalig effect op; — (-) de effecten zijn tijdelijk en herstelbaar, mits er juist gemonitord wordt. Bij het verplaatsingsalternatief; volledige injectie in de lege gasvelden rondom Schoonebeek, wordt ten opzichte van de andere alternatieven het meeste productiewater geïnjecteerd. Door waterinjectie neemt de druk in het lege gasveld toe, waar nu een onderdruk is. De geabandonneerde putten in het lege gasveld zijn daar niet op ingericht, waardoor de kans op lekkages in geabandonneerde putten toeneemt, met mogelijke lekkages van gassen als gevolg. Met de juiste monitoring (onder andere van de injectiedruk, de wanddikte van de tubing, kwaliteitscheck van het staal) kan een lek vroeg gedetecteerd worden, waardoor de impact tijdelijk en herstelbaar gehouden kan worden (effect -). Bij het circulair alternatief, zuivering en scheiding en injectie van zout water, wordt een geconcentreerde reststroom geïnjecteerd in het aquifer van het olieveld Schoonebeek. Door waterinjectie kan de reservoirdruk toenemen, met een toegenomen kans op lekkages.
De zoute reststroom zou daarbij gevolgen kunnen hebben voor een risico op lekkages door interactie met de metalen verbuizing. De zoute reststroom kan daarnaast de waterstroom van andere delen in het aquifer beïnvloeden, maar het aquifer wordt niet voor drinkwater gebruikt. Dit alternatief onttrekt netto geen water aan de biosfeer. Het productiewater wordt ingedikt tot circa een kwart van het geproduceerde water, bij de voorziene hoeveelheid productiewater van 3.000 m3/dag, waarvan 10-25% wordt geïnjecteerd en het overige deel geschikt is voor stoomproductie of lozing. Ook hier geldt dat met de juiste monitoring (onder andere van de injectiedruk, de wanddikte van de tubing, kwaliteitscheck van het staal) een lek vroeg gedetecteerd kan worden, waardoor de impact tijdelijk en herstelbaar gehouden kan worden (effect -).
Effect lekkages op oppervlaktewater Het vastzoutalternatief (en lozen van schoon water) en het stopalternatief hebben in principe geen effect op het grondwater. Het vastzoutalternatief heeft mogelijk wel effect op het oppervlaktewater. Het circulair alternatief heeft naast effect op grondwater mogelijk ook effect op het oppervlaktewater. Dit komt door het lozen van water in oppervlaktewater. We nemen aan dat dit risico is afgevangen in de zuiveringsstap in de Riool Water Zuiverings Installatie (RWZI). Productie van het Schoonebeek olieveld is dan afhankelijk van de werking van de zuiveringsinstallatie. De effecten van lekkages in deze stap zijn tijdelijk van aard en herstelbaar, en vallen buiten de mijnbouwlocatie (effect -). Het vastzoutalternatief kent een extra risico op milieubelasting op de lange termijn.
39
220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022
Dit komt doordat het zout mogelijk niet direct gebruikt kan worden, en voor lange tijd opgeslagen moet worden in een speciale stortplaats. Daar ontstaat het risico van degradatie van reststoffen, die vervolgens in de biosfeer terecht kunnen komen. De kans dat dit gebeurt is groot.
Effect lekkages bij transport De risico’s en effecten bij transport zijn vergelijkbaar voor alle alternatieven, met uitzondering van het vastzoutalternatief. Bij een lekkage van schoon zoetwater treden geen milieueffecten op. Bij de andere alternatieven gaan we uit van monitoring, waarbij lekkages snel gedetecteerd worden. Verontreinigde bodem dient dan gesaneerd te worden. We gaan ervan uit dat de leidingen zich op voldoende afstand bevinden van kwetsbare gebieden.
Grensoverschrijdende effecten De effecten zijn alleen bekeken voor Nederland. Het Schoonebeek olieveld loopt door onder Duitsland, onder de naam Emlichheim olieveld. Door de gehele olieaccumulatie loopt van het noordwesten naar het zuidoosten een breuk. Aan de oostkant van de breuk is het olieveld verbonden met het Schoonebeek-Rühle Bramberge aquifer (Schoonebeek Oost). Dit is het aquifer dat het meest geschikt is voor waterinjectie (Royal Haskoning DHV, 2022). De aquifer strekt zich ver uit in Duitsland. De in dit hoofdstuk genoemde effecten voor waterinjectie in de aquifer van Schoonebeek kunnen dan ook gelden voor Duitsland, als waterinjectie dicht bij de grens plaatsvindt. In Duitsland is een overdruk in het aquifer ten opzichte van het Nederlandse deel. Hierdoor ontstaat een waterinflux richting Nederland. Injectie van een zoute ingedikte stroom in Nederland kan dit effect versterken. Als injectie van water plaatsvindt in een gasveld dichtbij de grens met Duitsland, kunnen de in dit hoofdstuk genoemde effecten eveneens gelden voor Duitsland.
Overzicht effecten Tabel 19 geeft een overzicht van alle effecten op waterkwaliteit die kunnen optreden bij de verschillende alternatieven. Hierin staat ook een samenvatting van de risico’s en de manieren om deze risico’s te mitigeren. De effecten zijn inclusief deze mitigatie maatregelen. In de gevoeligheidsanalyse (Paragraaf 7.4) gaan we in op het risico als niet aan de mitigerende maatregelen wordt voldaan. In dat geval nemen de effecten toe. Tabel 19 – Overzicht van alternatieven, de effecten op waterkwaliteit, risico’s en voorwaarden voor de geschatte effecten.
Effect op grondwater bij injectie
40
Nulalternatief
Verplaatsingsalternatief
Vastzoutalternatief
Circulair alternatief
Stopalternatief
(-) Risico op lekkage en zoutoplossing, effecten met grote impact. Risico beperkt door putselectie, monitoring en
(-) Risico op lekkage en zoutoplossing, effecten met grote impact. Risico beperkt door putselectie, monitoring en
(0) n.v.t.
(-) Risico op lekkage, effecten met grote impact. Risico beperkt door nieuwe injectieputten, selectie van geschikte locaties; beperking
N.v.t.
220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022
Nulalternatief
Verplaatsingsalternatief
Vastzoutalternatief
Circulair alternatief
Stopalternatief
actie bij calamiteiten.
actie bij calamiteiten.
Effect oppervlaktewater bij zuivering
(0) Geen waterzuivering
(0) Geen waterzuivering
(-) Lekkage waterstroom in oppervlaktewater; verontreinigingen in oppervlaktewater als zuivering niet goed werkt
(-) Lekkage waterstroom in oppervlaktewater; verontreinigingen in oppervlaktewater als zuivering niet goed werkt
N.v.t.
Effect lekkages bij transport
(-) Lekkage van zout injectiewater kan gesaneerd worden.
(-) Lekkage van zout injectiewater, bodemverontreiniging
(0) Lekkage schoon zoetwater, geen milieuimpact
(-) Lekkage van geconcentreerd zout injectiewater, bodemverontreiniging
N.v.t.
Effect lekkages reststoffen (opslag en transport)
N.v.t.
N.v.t.
(-) Relatief grote kans op ongeluk vanwege de grote transportbewegingen. Te beperken met verkeersplan. (--) Lange termijn groot risico lekkage uit opslag.
(-) Risico uit opslag voor korte termijn nihil. Weinig transport van reststoffen.
N.v.t.
injectie- en reservoirdruk en actie bij calamiteiten.
Bron: (Royal Haskoning DHV, 2022)
6.9
Effecten op seismiciteit en grondstabiliteit Hier beschrijven we de effecten van seismiciteit en grondstabiliteit voor elk alternatief, met een nadruk op alternatieven waarbij waterinjectie plaatsvindt. In deze effecten gaan we uit van een aantal voorwaarden om risico’s op aardbevingen te beperken. Hiermee sluiten we aan op het recente onderzoek van (Royal Haskoning DHV, 2022). In de gevoeligheidsanalyse (Paragraaf 7.4) maken we een inschatting van de kans op seismiciteit en de impact bij het optreden van een aardbeving. Voor de omvang van de effecten volgen we de classificatie van (Royal Haskoning DHV, 2022): — (---) zonder aanpassing is het risico te groot voor uitvoering; — (--) gevolgen zijn serieus en alleen met expliciete monitoring en gerichte acties zijn de risico’s te verantwoorden; — (-) gevolgen zijn niet op de mijnbouwlocatie; gevolgen zijn tijdelijk en herstelbaar.
41
220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022
Effecten van seismiciteit Bij een verandering van de druk in de ondergrond kunnen in de aanwezigheid van breukzones aardbevingen ontstaan. Het is in Nederland niet toegestaan om de druk in de ondergrond te verhogen tot boven het oorspronkelijke niveau. Om het risico op seismiciteit te minimaliseren, moeten de putten op afstand van een breukzone zijn. Daarnaast moeten er in de historische data geen aardbevingen van groter dan 2,5 M L geregistreerd zijn. Als er toch een breukzone dicht bij een put aanwezig blijkt te zijn, bestaat de kans op een aardbeving wanneer productiewater geïnjecteerd wordt. De injectie van productiewater verandert de drukbalans in de ondergrond en kan daarmee aanwezige breukzones activeren. Onder andere de injectiesnelheid en mate van drukverdeling in de ondergrond spelen hierin een rol. Bij lekkages in een put kan in principe een kans op aardbevingen ontstaan wanneer de lekkage in de buurt van een breuk is. De magnitude van een eventuele aardbeving is afhankelijk van de lokale condities in de ondergrond. De impact hangt af van de magnitude, de diepte, de afstand tot het epicentrum van de aardbeving, maar ook de grondsoort, schade aan de woning en ervaring van de bewoners. Gezien de vele factoren die van invloed zijn, maken we geen onderscheid tussen het verplaatsingsalternatief en het circulair alternatief voor de impact van een eventuele aardbeving.
De gevolgen van aardbevingen, met name ondiepe aardbevingen, kunnen groot zijn. Daarbij gaat het om fysieke schade aan bijvoorbeeld woningen, infrastructuur, bomen en andere objecten in de (publieke) ruimte. Daarnaast kan een aardbeving, en een kans daarop, emotionele stress geven. Beide gevolgen hebben een groot effect op het welbevinden van de bewoners in de omgeving van het epicenter. In de gevoeligheidsanalyse in Paragraaf 7.4.1 gaan we in op van de kans op een aardbeving en een ordegrootteschatting voor de omvang van de impact.
Effecten per alternatief We gaan ervan uit dat bij de oliewinning geen nieuwe putten geboord hoeven te worden, en dat de druk constant wordt gehouden in het oliereservoir door stoominjectie. De risico’s op aardbevingen door oliewinning zijn dan dermate klein dat we deze buiten beschouwing laten. Het stopalternatief en het vastzoutalternatief hebben dan geen risico op aardbevingen. Voor het verplaatsingsalternatief- volledige injectie in de lege gasvelden in de regio Schoonebeek - wordt water op een diepte van rond de 3 km geïnjecteerd. De effecten van injectie van productiewater of injectiewater op seismiciteit zijn naar verwachting verwaarloosbaar voor de velden Schoonebeek Gas, Dalen en Coevorden. In het Dalen veld en het Coevorden gasveld zijn tussen 1975 en 2019 in totaal negen aardbevingen geregistreerd, allen met een Magnitude onder de 2.2 (KNMI, 2022). Op alle momenten vond gaswinning plaats. Bij drie van de negen aardbevingen vond ook waterinjectie plaats op het moment van de aardbeving. In alle gevallen vonden de aardbevingen plaats op grote afstand van de waterinjectieputten. De aardbevingen zijn daarom waarschijnlijk gerelateerd aan de gasproductie en niet aan de waterinjectie (Royal Haskoning DHV, 2022). Om de kans verder te verkleinen, dient een seismisch monitoringsnetwerk en een injectieprotocol opgezet te worden.
Het injectieprotocol beschrijft welke maatregelen en acties genomen worden bij een waargenomen trilling. (effect -) In het circulaire alternatief wordt water in het aquifer onder het Schoonebeek olieveld geïnjecteerd. Op dit moment vindt daar al injectie van stoom plaats en tot op heden zijn er geen aardbevingen geregistreerd. Ook voor dit alternatief zijn nieuwe putten nodig, waarbij
42
220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022
geldt dat deze geplaatst moeten worden op afstand van een breukzone. De kans op seismiciteit voor dit alternatief is zeer gering, mits aan de voorwaarden van mitigerende maatregelen (zie onderstaand kader) wordt voldaan (Royal Haskoning DHV, 2022). (effect -) Tekstbox 2 - Effecten inclusief mitigerende maatregelen De effecten zijn inclusief mitigerende maatregelen om de kans op seismiciteit laag te houden. De kans op seismiciteit voor alle alternatieven met waterinjectie (verplaatsingsalternatief, circulair alternatief en referentie) is gering als aan de voorwaarden wordt voldaan. De voorwaarden zijn: — dat uitsluitend putten waarvan is aangetoond dat deze geschikt zijn voor waterinjectie in aanmerking komen; — deze zijn op voldoende afstand tot breuklijn11; — en deze zijn op locaties waar geen bevingen in historische data zijn; — de druk in het reservoir mag niet boven de originele druk komen; — er vindt gerichte monitoring plaats; — er kunnen acties ondernomen worden in geval een calamiteit optreedt. Als aan de voorwaarden wordt voldaan, zijn de risico’s gering: ze zijn tijdelijk van aard en herstelbaar. In het referentiealternatief worden bestaande putten gebruikt, en is daarmee beter bekend wat de seismische risico’s zijn.
Effect grondstabiliteit In het verplaatsingsalternatief en het nulalternatief kan in principe, door waterinjectie, een beperkte hoeveelheid zout van de bovenliggende zoutsteenlaag oplossen. Een mogelijk gevolg is bodemdaling. De mogelijke effecten hiervan zijn groot. Echter, het injectiewater wordt niet continu rondgepompt, waardoor het geïnjecteerde water verzadigd en grootschalige zoutoplossing onwaarschijnlijk is. Monitoring is effectief niet mogelijk. Daarom is de beoordeling (effect -).
Grensoverschrijdende effecten Effecten van seismiciteit nemen af in omvang met de afstand tot het epicenter. In de ondergrond zijn breuken die doorlopen tussen Nederland en Duitsland. Het zou dan kunnen dat seismiciteit door waterinjectie in Nederland effecten heeft in Duitsland. Dit geldt voor de alternatieven met waterinjectie dichtbij de grens met Duitsland (circulair en verplaatsingsalternatief).
Overzicht effecten Tabel 20 geeft een overzicht van de inschattingen van effecten op seismiciteit en grondstabiliteit volgens (Royal Haskoning DHV, 2022).
________________________________ 11
Het kan voorkomen dat er toch breuken aanwezig zijn die niet gesignaleerd zijn op seismische crosssecties. Als (bijvoorbeeld hierdoor) niet aan de voorwaarde van afstand tot een breuklijn wordt voldaan, is de kans op seismiciteit aanwezig en een mogelijke impact groot.
43
220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022
Tabel 20 – Effect op seismiciteit en grondstabiliteit volgens (Royal Haskoning DHV, 2022)
6.10
Nulalternatief
Verplaatsingsalternatief
Vastzoutalternatief
Circulair alternatief
Stopalternatief
Effect op seismiciteit
(-) Waterinjectie kan tot aardbevingen leiden; juiste putkeuze, monitoring en acties bij calamiteiten maken de risico’s tijdelijk van aard en de gevolgen herstelbaar,
(-) Waterinjectie kan tot aardbevingen leiden; juiste putkeuze, monitoring en acties bij calamiteiten maken de risico’s tijdelijk van aard en de gevolgen herstelbaar,
N.v.t. Geen waterinjectie
(-) Juiste putkeuze, monitoring en acties bij calamiteiten maken de risico’s tijdelijk van aard en de gevolgen herstelbaar,
N.v.t. Geen waterinjectie
Effect op grondstabiliteit
(-) Waterinjectie kan mogelijk leiden tot zoutoplossing,
(-) Waterinjectie kan mogelijk leiden tot zoutoplossing,
N.v.t. Geen waterinjectie
N.v.t. Geen zoutlaag
N.v.t. Geen waterinjectie
Conclusie In dit hoofdstuk hebben we de externe effecten van de verschillende verwerkingsalternatieven in kaart gebracht. Duidelijk wordt dat de klimaateffecten de belangrijkste gekwantificeerde externe kostenpost vormen. De welvaartseffecten van lekkage en bodemrisico’s hebben we enkel kwalitatief beschreven. We verwachten echter dat deze effecten beperkt zullen zijn.
44
220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022
7 Uitkomsten nationaal en regionaal 7.1
Inleiding In dit hoofdstuk maken we de balans op en presenteren we het totaalsaldo van de mkba. Ook laten we zien hoe robuust de resultaten zijn met behulp van een aantal gevoeligheidsanalyses en risicoverkenningen.
7.2
Totaalsaldo op nationaal niveau Tabel 21 geeft het eindsaldo van de mkba weer, inclusief een onderverdeling naar de verschillende posten. Tabel 21 – Overzichtstabel: eindsaldo van de mkba en onderverdeling naar de verschillende posten
Welvaartseffecten
Directe financiële effecten
WLO-Laag (€ miljoenen t.o.v. nulalternatief)
WLO-Hoog (€ miljoenen t.o.v. nulalternatief)
Verplaatsing
Vast zout
Circulair
Stoppen
Verplaatsing
Vast zout
Circulair
Stoppen
872
562
799
-603
349
-13
263
-213
Luchtvervuiling
-1
-1
-1
15
-2
0
-2
14
Klimaat
28
25
27
-16
112
98
108
-32
Droogte
0
0
0
0
0
0
0
0
Voorzieningszekerheid
0
0
0
42
-3
3
-3
39
Woningmarkt
0
0
0
2
0
0
0
2
Werkgelegenheid
0
0
0
0
0
0
0
0
Lekkagerisico's (na mitigerende maatregelen)
-
-/--
-
0
-
-/--
-
0
Seismische risico's (na mitigerende maatregelen)
-
0
-
0
-
0
-
0
Geluid Totaalsaldo* — —
0
0
0
0
0
0
0
0
899 + PM
586 + PM
825 + PM
-560 + PM
456 + PM
88 + PM
366 + PM
-190 + PM
PM betekent dat het betreffende welvaartseffect niet is gekwantificeerd PM-posten kunnen verschillen per alternatief
Duidelijk zichtbaar is dat de directe financiële effecten dominant zijn in het eindsaldo 12. Ook de klimaateffecten vormen in WLO-Hoog (vanwege de hogere CO2-prijs) een significante bijdrage aan het saldo. Zowel in WLO-Hoog als WLO-Laag leidt het verplaatsingsalternatief tot de grootste welvaartstoename, op de voet gevolgd door het circulaire alternatief. Het vastzoutalternatief scoort vanwege de hoge operationele kosten ________________________________ 12
Additionele CO2-kosten voor andere deelnemers aan het EU ETS zijn ook opgenomen onder de post ‘financiële effecten’.
45
220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022
voor de zoutlozing en de additionele investeringskosten beduidend minder goed. Het stopalternatief leidt tot een negatief saldo: vergeleken met het nulalternatief leidt beëindiging van de oliewinning in Schoonebeek tot forse welvaartsverliezen. In Tabel 21 zijn de lekkagerisico’s en de seismische risico’s kwalitatief omschreven met nullen en minnen, omdat er op dit moment onvoldoende informatie beschikbaar is om deze posten te kwantificeren. Zoals beschreven in de kwalitatieve analyses in Paragraaf 6.8 en Paragraaf 6.9 verwachten we niet dat deze risico’s groot zijn. Het vastzoutalternatief heeft (-) vanwege lekkages bij de zuivering en (--) vanwege risico’s op lange termijn lekkages in de bovengrondse opslag. De alternatieven met waterinjectie hebben (-), mits alle mitigerende maatregelen worden getroffen zoals omschreven in (Royal Haskoning DHV, 2022). Als dit niet gebeurt, zijn de effecten van lekkages en seismische risico’s groter. In Paragraaf 7.4.1 laten we zien hoe groot de schade van een eenmalige aardbeving of lekkage moet zijn om het negatieve saldo van het stopalternatief te doen omslaan in een positief saldo.
7.3
Totaalsaldo op lokaal niveau In Tabel 22 zijn de uitkomsten van de mkba vertaald naar een indicatief saldo op lokaal niveau (regio Schoonebeek + Twente). Een aantal posten die op nationaal niveau relevant zijn, worden in de regionale tabel niet meegenomen. Dit zijn: de directe financiële effecten, de effecten op voorzieningszekerheid, en de klimaateffecten. Lokale belastingen en huurinkomsten worden op lokaal niveau wel relevant. Deze zijn daarom toegevoegd aan de tabel. Een mkba is eigenlijk een te grof instrument om de precieze bijdrage van de oliewinning in Schoonebeek aan de lokale economie te becijferen; in Tabel 22 moeten de resultaten daarom als onzekere schattingen worden geïnterpreteerd. Tabel 22 – Regionale overzichtstabel: lokaal eindsaldo van de mkba en onderverdeling naar de verschillende posten
Welvaartseffecten
WLO-Laag (€ miljoenen t.o.v. nulalternatief)
WLO-Hoog (€ miljoenen t.o.v. nulalternatief)
Verplaatsing
Vast zout
Circulair
Stoppen
Verplaatsing
Vast zout
Circulair
Stoppen
Luchtvervuiling
-1
-1
-1
15
-2
0
-2
14
Droogte
0
0
0
0
0
0
0
0
Woningmarkt
0
0
0
2
0
0
0
2
Werkgelegenheid
0
0
0
0
0
0
0
0
Lekkagerisico's (na mitigerende maatregelen)
-
0
-
-/--
-
0
-
-/--
Seismische risico's (na mitigerende maatregelen)
-
0
-
0
-
0
-
0
Geluid
0
0
0
0
0
0
0
0
Lokale belastingen en huurinkomsten Totaalsaldo* * *
46
0
0
0
-25
0
0
0
-25
-1 + PM
-1 + PM
-1 +PM
-8 + PM
-2 + PM
0 + PM
-2 + PM
-9 + PM
PM betekent dat het betreffende welvaartseffect niet is gekwantificeerd PM-posten kunnen verschillen per alternatief
220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022
Op lokaal niveau zijn de uitkomsten minder eenduidig. Het stopalternatief leidt tot het grootste gekwantificeerde welvaartseffect, maar de lekkage- en seismische risico’s zouden deze conclusie kunnen veranderen.
7.4
Gevoeligheidsanalyses Om te testen hoe robuust de gepresenteerde uitkomsten zijn, voeren we een viertal gevoeligheidsanalyses uit: 1. Een berekening waarbij we uitgaan van de hogere CO 2-prijzen uit onzekerheidsverkenning van de WLO (consistent met het klimaatakkoord van Parijs). 2. Een berekening waarbij we uitgaan van twee keer zo hoge gas- en elektriciteitsprijzen. 3. Een berekening waarbij we uitgaan van ‘normalere’ arbeidsmarktomstandigheden en de gemiddelde tijdelijke werkloosheid één jaar bedraagt. 4. Een berekening waarbij we aannemen dat de investeringen in het circulaire alternatief 20% duurder uitvallen dan geraamd. Tabel 23 laat zien dat geen van deze gevoeligheidsalternatieven de uitkomsten noemenswaardig verandert. Tabel 23 – Uitkomsten van de verschillende gevoeligheidsanalyses
Gevoeligheidsalternatief
WLO-Laag
WLO-Hoog
Verplaatsing
Vast zout
Circulair
Stoppen
Verplaatsing
Vast zout
Circulair
Stoppen
tweegraden CO2-prijzen
1053
721
974
-541
344
150
434
-155
Hogere gasprijs
736
424
662
-523
415
68
325
-173
20% hogere CAPEX circulair
899
586
813
-560
456
88
355
-190
Tijdelijke werkloosheid
901
587
827
-488
458
89
368
-206
Hoofdsaldo
899
586
825
-576
456
88
366
-190
We concluderen op basis van deze gevoeligheidsanalyses dat de uitkomsten robuust zijn voor onzekerheden achter de kwantitatief doorgerekende posten.
7.4.1 Risicoverkenningen: lekkage en seismiciteit In de gepresenteerde saldo’s staan de lekkagerisico’s en seismische risico’s kwalitatief aangegeven met minnen en nullen. Omdat het hierdoor moeilijk is om tot een duidelijke interpretatie van het saldo te komen, voeren we risicoverkenningen uit op de twee posten. We schatten daarbij in hoe groot de schade van een lekkage of aardbeving zou moeten zijn om het stopalternatief beter te laten scoren dan de andere alternatieven (in het stopalternatief wordt verondersteld dat de kans op lekkage en/of aardbevingen gelijk is aan nul). Wanneer de hiervoor benodigde schade groter is dan realistisch voor mogelijk kan worden gehouden, kunnen we concluderen dat het mkba-saldo robuust is: wanneer we bodem- en lekkagerisico’s wel goed zouden kunnen kwantificeren, zou dit de uitkomsten niet significant doen veranderen. We hanteren hiervoor een kans maal impact-methode: we maken eerst een grove schatting van de kans op een incident, en vermenigvuldigen deze kans met de schadekosten om tot het welvaartseffect te komen. Deze berekeningsmethode sluit aan bij het wiskundeconcept van een verwachtingswaarde: wanneer iemand meedoet aan een loterij en een kans van 1 op 1000 heeft om € 100,00 te verdienen, dan is de verwachtingswaarde gelijk aan 1/1000 maal 100 = € 0,10.
47
220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022
Risico op vervuiling van grondwater Zoals beschreven in Bijlage B, schatten we de kans op een lekkage-incident waarbij het grondwater vervuild raakt, in op ongeveer 1 op 220. Dit is een erg ruwe schatting die geen rekening houdt met de verschillen in de injectieputkwaliteit, levensduur, onderhoud en ondergrond tussen Nederland en Duitsland. Het verschil tussen het welvaartsverlies in het stopalternatief en de welvaartswinst in het verplaatsingsalternatief bedraagt in WLO-Laag € 616 miljoen. Op basis van de een kans maal impact-berekening, zou een lekkage de Nederlandse samenleving € 135 miljard euro schade moeten kosten om het stopalternatief beter te laten scoren dan het verplaatsingsalternatief. Dit lijkt erg onwaarschijnlijk, zelfs wanneer de lekkage zou leiden tot vervuiling van het oppervlaktewater. In theorie is het ook mogelijk dat er meerdere lekkages optreden, elk met een grote maatschappelijke schade als gevolg. Ook dit achten we echter zeer onwaarschijnlijk: na een eerste grote lekkage ligt het immers voor de hand dat de waterinjectie wordt gestaakt.
Risico op aardbevingen en verzakkingen Een vergelijkbaar resultaat geldt voor de bodemrisico’s. In B.2 schatten we de kans op een aardbeving groter dan twee op de Schaal van Richter in op 1/52, wederom op basis van een grove analyse. Zo’n aardbeving zou tot lokale schade moeten leiden van € 34 miljard om het stopalternatief beter te laten scoren dan het verplaatsingsalternatief. Ook dit is een astronomisch groot bedrag. Tussen maart 2018 en 31 december 2021 waren er zeven aardbevingen met een sterkte groter dan twee op de Schaal van Richter in Groningen (KNMI, 2022). De totale uitgekeerde schadevergoeding in Groningen in deze periode bedroeg € 1,25 miljard (Instituut Mijnbouwschade Groningen, 2021), oftewel, ‘slechts’ € 180 miljoen per beving. Op basis van deze onzekerheidsverkenningen concluderen we dat het uiterst onwaarschijnlijk is dat de lekkage- en bevingsrisico’s die samenhangen met de oliewinning in Schoonebeek het mkba-saldo significant doen veranderen.
7.5
Conclusie In dit hoofdstuk hebben we de balans opgemaakt en het mkba-saldo gepresenteerd. Het verplaatsingsalternatief blijkt de meeste welvaart op te leveren, op de voet gevolgd door het circulaire alternatief. Het stopalternatief verlaagt daarentegen de welvaart. Diverse gevoeligheidsanalyses en onzekerheidsverkenningen laten zien dat deze resultaten robuust zijn voor de geïdentificeerde onzekerheden.
48
220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022
8 Conclusie Binnen deze studie is een mkba uitgevoerd van verschillende projectalternatieven voor olieproductie en verwerkingsroutes van oliewinning in Schoonebeek. Daarin is gekeken of voortzetting van oliewinning maatschappelijk rendabel is en welke verwerkingsroute voor het productiewater de meeste baten opleveren voor Nederland en de regio. De projectalternatieven bieden een oplossing voor de problemen met een beperkte productieverwerkingscapaciteit in de huidige velden in Twente en kunnen daarmee leiden tot een versnelling van het winningstempo. Daarnaast bestaan er zorgen over het transport en de injectie in oude gasvelden in Twente. In de projectalternatieven wordt de locatie van injectie verplaatst van Twente naar gas - of olievelden in Schoonebeek. De verplaatsing en vergroting van de productieverwerkingscapaciteit heeft een positieve invloed op de rendabele exploitatie van oliewinning in het Schoonebeek olieveld. We hebben daar het stopalternatief (Alternatief 4) aan toegevoegd om te kunnen beoordelen of beëindiging van oliewinning volgens het brede welvaartsbegrip wenselijk is. Daarbij is de vraag of de vermindering van maatschappelijke effecten die verbonden zijn aan de oliewinning voor de omgeving, opwegen tegen de afname van het financiële voordeel van oliewinning voor Nederland.
We doen dit door de verschillende alternatieven te vergelijken met een nulalternatief, waarin de huidige waterinjectie in Twente wordt voortgezet. De alternatieven worden in Tabel 24 op een rij gezet. Tabel 24 – Overzicht van de projectalternatieven in deze studie Alternatief
Oliewinning Schoonebeek
Verwerking productiewater
Nulalternatief
•
Voortzetting productie tot 2040.
•
Injectie productiewater in Twente met bestaande injectieputten.
Verplaatsingsalternatief (Alternatief 1)
•
Er is geen sprake meer van een beperking op de oliewinning door maximale injectiecapaciteit. Oliewinning kan dus toenemen.
•
Waterinjectie in Twente beëindigd na een overgangsperiode van zo’n 2,5 jaar. Vanaf 2025 vindt de injectie volledig plaats in de Drentse gasvelden nabij Schoonebeek. De toevoeging van biocide aan het productiewater wordt geminimaliseerd.
• • •
• Vastzoutalternatief (Alternatief 2)
•
Net als in Alternatief 1 kan de productiecapaciteit sterk toenemen.
Circulaire alternatief (Alternatief 3)
•
Net als in Alternatief 1 kan de productiecapaciteit sterk toenemen.
• •
• •
• • •
49
Een nieuwe waterzuiveringsinstallatie wordt gebouwd. Productiewater wordt volledig gezuiverd. Het resterende water wordt geloosd op het oppervlaktewater (Stientjeskanaal). Naast water blijft een grote hoeveelheid vast zout over. Het productiewater wordt gezuiverd en gescheiden in een schone zoetwaterstroom en een ingedikte zoutwaterstroom (‘brijn’). De zoetwaterstroom wordt vervolgens hergebruikt voor de productie van stoom. Op deze manier wordt er voor de oliewinning geen water meer onttrokken aan het oppervlaktewatersysteem. Het brijnwater heeft een volume gelijk aan ongeveer 10-25% van het oorspronkelijke productiewater.
220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022
Alternatief
Oliewinning Schoonebeek
Verwerking productiewater
Stopalternatief (Alternatief 4)
•
•
Beëindiging van oliewinning in Schoonebeek.
De waterinjectie wordt beëindigd en bestaande installaties, putten en pijpleidingen worden geabandonneerd.
Brede welvaartsbegrip Bij het bepalen van de kosten en baten wordt uitgegaan van het ruime welvaartsbegrip 13 en worden de kosten en baten gekwantificeerd en gerelateerd aan specifieke partijen om daarmee de eventuele noodzaak van overheidshandelen te kunnen onderbouwen. Een positief saldo duidt op een project dat de welvaart verhoogt. Een negatief saldo duidt op een project dat de welvaart verlaagt.
Uitkomsten Nederland De volgende conclusies kunnen uit de mkba worden getrokken: — Stoppen met oliewinning in Schoonebeek (Alternatief 4) leidt tot fors welvaartsverlies voor Nederland. Het continueren van oliewinning verdient de voorkeur vanuit een breed welvaartsbegrip, waarbij een adequate oplossing zal moeten worden gevonden voor de beperkte injectiecapaciteit van het productiewater. Beide zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden: de injectiecapaciteit heeft direct invloed op het winningstempo. — Directe financiële effecten spelen een grote rol in het welvaartssaldo. Oliewinning levert de Nederlandse staat via EBN veel geld op. De directe opbrengsten van oliewinning in Schoonebeek zijn groter in scenario’s met hoge olieprijzen. Dit betreft WLOLaag, dat gekenmerkt wordt door een relatief sterke vraag naar fossiele brandstoffen. Daarentegen neemt de vraag naar fossiele brandstoffen af door steviger internationaal klimaatbeleid in WLO-Hoog. Echter, ook in dit scenario is de olieprijs voldoende om de voorzetting van oliewinning economisch en vanuit brede welvaart aantrekkelijk te maken. Wel zal in het scenario WLO-Hoog met lagere olieprijzen beëindiging eerder plaatsvinden (in vastzoutalternatief en nulalternatief). — De klimaateffecten vormen de belangrijkste gekwantificeerde externe kostenpost.