CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: Rapport MKBA oliewinning Schoonebeek

Commissie Wonen en Ruimte 13 maart 2023, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestuurlijke reflectie gebiedsproces Schoonebeek (gevoelen raad ovv college) (39990-2022)19.700 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Mkba oliewinning Schoonebeek

Mkba oliewinning Schoonebeek

Dit rapport is geschreven door: Martijn Blom, Martha Deen en Daan Juijn (CE Delft) Met medewerking van TNO AGE Delft, CE Delft, oktober 2022 Publicatienummer: 22.220267.149 Opdrachtgever:TNO Utrecht Alle openbare publicaties van CE Delft zijn verkrijgbaar via www.ce.nl Meer informatie over de studie is te verkrijgen bij de projectleider Martijn Blom (CE Delft) © copyright, CE Delft, Delft

CE Delft Committed to the Environment CE Delft draagt met onafhankelijk onderzoek en advies bij aan een duurzame samenleving. Wij zijn toonaangevend op het gebied van energie, transport en grondstoffen. Met onze kennis van techniek, beleid en economie helpen we overheden, NGO’s en bedrijven structurele veranderingen te realiseren. Al meer dan 40 jaar werken betrokken en kundige medewerkers bij CE Delft om dit waar te maken.

1

220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022

Inhoud Samenvatting

4

1

Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doel van deze studie 1.3 Wat is een mkba? 1.4 Afbakening 1.5 Leeswijzer

7 7 8 8 8 9

2

Probleemanalyse en alternatieven 2.1 Inleiding 2.2 Probleemanalyse 2.3 Nulalternatief 2.4 Beleidsalternatieven 2.5 Conclusie

10 10 10 11 12 13

3

Aanpak 3.1 Inleiding 3.2 Aanpak op hoofdlijnen 3.3 Welvaartseffecten op een rij 3.4 Alternatieve aanwending van lege gasvelden en flexibiliteit 3.5 De rol van de WLO-scenario’s 3.6 Algemene uitgangspunten

14 14 14 14 16 17 18

4

Directe financiële effecten 4.1 Inleiding 4.2 Bepaling van het financiële effect in deze mkba 4.3 Directe opbrengsten oliewinning 4.4 Kostencomponenten en winningsduur 4.5 Kosten per alternatief 4.6 Financiële effecten per alternatief 4.7 Conclusie

19 19 19 20 23 24 25 26

5

Indirecte financiële effecten 5.1 Inleiding 5.2 Effecten op werkgelegenheid 5.3 Effecten op woningmarkt 5.4 Conclusie

27 27 27 29 30

6

Externe effecten 6.1 Inleiding 6.2 Effecten op voorzieningszekerheid 6.3 Klimaateffecten 6.4 Geïnternaliseerde klimaatkosten

31 31 31 32 35

2

220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022

6.5 Geluidseffecten 6.6 Effecten op droogte 6.7 Effecten op luchtkwaliteit 6.8 Effecten op waterkwaliteit 6.9 Effecten op seismiciteit en grondstabiliteit 6.10 Conclusie

36 36 38 39 41 44

7

Uitkomsten nationaal en regionaal 7.1 Inleiding 7.2 Totaalsaldo op nationaal niveau 7.3 Totaalsaldo op lokaal niveau 7.4 Gevoeligheidsanalyses 7.5 Conclusie

45 45 45 46 47 48

8

Conclusie

49

A

Bibliografie

52

B

Verkenning van bodemrisico’s B.1 Analyse risico’s grondwaterbereik B.2 Analyse seismische risico en bodemdaling

53 53 54

3

220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022

Samenvatting Inleiding De Tweede Kamer heeft de regering via de motie Bromet gevraagd om een maatschappelijke kosten- en batenanalyse (mkba) uit te voeren naar de oliewinning in Schoonebeek. Via de motie Kröger wordt de regering ook gevraagd om in de mkba rekening te houden met de recente ontwikkelingen rondom gas en de situatie in Oekraïne. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft TNO gevraagd om in samenwerking met een extern adviesbureau de mkba op te stellen. TNO heeft aan CE Delft gevraagd de mkba uit te voeren als onderaannemer. In de motie wordt daarnaast specifiek aandacht gevraagd voor de lokale belangen van Twente en Drenthe en de belangen van toekomstige generaties. Binnen deze mkba staan de langetermijneffecten voor Nederland en de regio Twente en Drenthe centraal. Hierbij is uitgegaan van het begrip ‘brede welvaart’. Dit betekent dat naast de financiële effecten van oliewinning ook effecten op leefomgeving, arbeidsmarkt, klimaat, milieu en bodem meegenomen zijn. Effecten van oliewinning op grondwater en aardbevingen zijn kwalitatief bepaald.

Alternatieven Er zijn vijf verschillende projectalternatieven voor olieproductie en verwerkingsroutes van oliewinning in Schoonebeek. Daarin is gekeken of voortzetting van oliewinning maatschappelijk rendabel is en welke verwerkingsroute voor het productiewater de meeste baten oplevert voor Nederland en de regio. 0. Nulalternatief: dit betreft voortzetting van de olieproductie tot 2040 met beperkte injectiecapaciteit van het productiewater via de bestaande injectieputten in Twente. 1. Verplaatsingsalternatief: hierin wordt de injectie met dezelfde scheidingstechniek voortgezet, maar vindt vanaf 2025 plaats in de nabijheid van Schoonebeek. 2. Vastzoutalternatief: een nieuwe waterzuiveringsinstallatie wordt gebouwd, waarbij het productiewater volledig wordt gezuiverd. Het schone zoetwater kan worden geloosd op oppervlaktewater, terwijl er een grote hoeveelheid vast zout, zonder nuttige inzetmogelijkheden overblijft. 3. Circulair alternatief: het productiewater wordt gezuiverd en gescheiden in een schone zoetwaterstroom die wordt hergebruikt voor stoomgeneratie, en een ingedikte zoutwaterstroom (‘brijn’) die wordt geïnjecteerd. 4. Stopalternatief: hier wordt de oliewinning in Schoonebeek binnen twee jaar definitief beëindigd.

Uitkomsten Tabel 1 laat de resultaten van de mkba zien op nationaal niveau. De verschillende alternatieven worden hierbij afgezet tegen twee economische achtergrondscenario’s: WLO-Hoog (hoge economische groei en relatief ambitieus klimaatbeleid) en WLO-Laag (lage economische groei en weinig ambitieus klimaatbeleid).

4

220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022

Tabel 1 – Eindsaldo van de mkba en verdeling over de verschillende posten Welvaartseffecten Directe financiële

WLO-Laag (€ miljoenen t.o.v. nulalternatief)

WLO-Hoog (€ miljoenen t.o.v. nulalternatief)

Verplaatsing

Vast zout

Circulair

Stoppen

Verplaatsing

Vast zout

Circulair

Stoppen

872

562

799

-603

349

-13

263

-213

effecten Luchtvervuiling

-1

-1

-1

15

-2

0

-2

14

Klimaat

28

25

27

-16

112

98

108

-32

Droogte

0

0

0

0

0

0

0

0

Voorzieningszekerheid

0

0

0

42

-3

3

-3

39

Woningmarkt

0

0

0

2

0

0

0

2

Werkgelegenheid

0

0

0

0

0

0

0

0

Lekkagerisico's (na

-

-/--

-

0

-

-/--

-

0

-

0

-

0

-

0

-

0

maatregelen) Seismische risico's (na maatregelen) Geluid Totaalsaldo

0

0

0

0

0

0

0

0

899 + PM

586 +PM

825 + PM

-560 + PM

456 + PM

88 + PM

366 + PM

-190 + PM

PM betekent dat het betreffende welvaartseffect niet is gekwantificeerd

De volgende conclusies kunnen uit de nationale mkba worden getrokken: — Stoppen met oliewinning in Schoonebeek (Alternatief 4) leidt tot fors welvaartsverlies voor Nederland. Het continueren van oliewinning verdient de voorkeur vanuit een breed welvaartsbegrip, waarbij een adequate oplossing zal moeten worden gevonden voor de beperkte injectiecapaciteit van het productiewater. Beide zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden: de injectiecapaciteit heeft direct invloed op het oliewinningstempo. — Directe financiële effecten spelen een grote rol in het welvaartssaldo. Oliewinning levert de Nederlandse staat via EBN veel geld op. De directe opbrengsten van oliewinning in Schoonebeek zijn groter in scenario’s met hoge olieprijzen. Dit betreft WLOLaag, dat gekenmerkt wordt door een relatief sterke vraag naar fossiele brandstoffen. Daarentegen neemt de vraag naar fossiele brandstoffen af door steviger internationaal klimaatbeleid in WLO-Hoog. Echter, ook in dit scenario is de olieprijs voldoende om de voorzetting van oliewinning economisch en vanuit brede welvaart aantrekkelijk te maken. — De klimaateffecten vormen de belangrijkste gekwantificeerde externe kostenpost. De welvaartseffecten van lekkage en bodemrisico’s hebben we enkel kwalitatief beschreven. We verwachten echter dat deze effecten beperkt zullen zijn.

Op basis van onze onzekerheidsverkenningen concluderen we dat het uiterst onwaarschijnlijk is dat de lekkage- en bevingsrisico’s die samenhangen met de oliewinning in Schoonebeek het mkba-saldo significant doen veranderen. Onze analyses laten zien dat de schade in termen van aardbevingen, bodemdaling en vervuiling in de tientallen miljarden euro’s dienen te lopen om het positieve saldo te doen kantelen. — Zowel in WLO-Hoog als WLO-Laag leidt het verplaatsingsalternatief (Alternatief 1) tot de grootste welvaartstoename, op de voet gevolgd door het circulaire alternatief (Alternatief 3). Het vastzoutalternatief (Alternatief 2) scoort vanwege de hoge operationele kosten voor de zoutlozing en de additionele investeringskosten beduidend minder goed. — Het stopalternatief (Alternatief 4) leidt tot een negatief saldo: vergeleken met het nulalternatief leidt beëindiging van de oliewinning in Schoonebeek tot forse welvaartsverliezen. — Waterinjectie onttrekt water uit de kringloop: ongeveer 0,02% van het nationale watertekort in de huidige zomer. Bij het circulaire alternatief speelt dit niet. Dit leidt tot een beperkte batenpost in de vorm van verminderde droogteschade van minder dan een miljoen euro.

5

220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022

Naast de nationale mkba is in de analyse ook gekeken naar de verdeling hiervan voor de regio’s Schoonebeek en Twente: — In een analyse voor de regio’s Schoonebeek en Twente is gekeken naar de verdeling van kosten en baten over nationale en regionale actoren. Financiële effecten van oliewinning zijn voor rijksoverheid, terwijl milieu- bodem- en grondwaterrisico’s en droogterisico’s toevallen aan regionale actoren. Klimaateffecten treden wereldwijd op en zijn niet specifiek voor rijksoverheid of regio. Leveringszekerheidseffecten van gas vallen toe aan het Rijk en in mindere mate aan regio’s1. Ten slotte zijn er effecten als werkgelegenheid, huurinkomsten van percelen (winning en injectie) en ozb-inkomsten die uitsluitend toevallen aan lokale actoren. — De uitkomsten van de analyse op lokaal niveau zijn minder eenduidig. Het stopalternatief (Alternatief 4) leidt tot het grootste gekwantificeerde welvaartseffect, maar de lekkage- en seismische risico’s zouden deze conclusie kunnen veranderen.

________________________________ 1

6

In het saldo zijn effecten op klimaat en leveringszekerheid uitsluitend bij de nationale analyse meegenomen.

220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022

1 Inleiding 1.1

Aanleiding Sinds 1947 wordt in het Drentse Schoonebeek olie gewonnen. In 2011 is de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) overgegaan op een nieuwe productietechniek waarbij stoom in het reservoir wordt geïnjecteerd om zo de olie minder viskeus te maken. Deze stoom komt bij de winning van de olie als water mee omhoog, naast het water dat van nature aanwezig is in het reservoir. Omdat dit zogenaamde ‘productiewater’ na scheiding van de olie mijnbouwhulpstoffen en andere verontreinigingen bevat, kan het niet worden geloosd op het oppervlaktewater. Om deze reden injecteert de NAM het productiewater in lege gasvelden in Twente. Deze verwerkingsroute is ten tijde van de vergunningsaanvraag in 2006 als meest milieuvriendelijk aangemerkt. In de regio’s waar de waterinjectie plaatsvindt bestaan echter zorgen over de veiligheid. De lokale bevolking vreest dat er verontreinigingen in het grondwater kunnen optreden of dat oplossing van zoutlagen in de diepe bodem (zo’n 1.500 meter diep) kunnen leiden tot bevingen of verzakkingen. Daarnaast geven meerdere actiegroepen aan dat de productie van stoom grote hoeveelheden water uit de waterkringloop onttrekt, hetgeen in droge periodes tot waterschaarste zou kunnen leiden. Deze zorgen zijn versterkt door enkele incidenten bij de verwerking van het productiewater 2.

Als gevolg van deze incidenten heeft de NAM een aantal injectieputten gesloten en is een buis-in-buisconstructie geplaatst in de transportleiding. De ingrepen hebben ertoe geleid dat er minder productiewater kan worden geïnjecteerd in Twente dan voorzien. Vanwege de zorgen in de omgeving en de afgenomen injectiecapaciteit is de NAM op zoek naar alternatieven voor de productiewaterverwerking. Hiertoe onderzoekt het onder meer de mogelijkheid om het productiewater te injecteren in de buurt van Schoonebeek. In het licht van bovenstaande ontwikkelingen heeft het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) TNO verzocht om een maatschappelijke kosten-batenanalyse (mkba) uit te voeren naar de oliewinning in Schoonebeek op basis van verschillende verwerkingsroutes van het productiewater. In de te onderzoeken alternatieven is ook een sluitingsalternatief opgenomen, waarin de oliewinning in Schoonebeek definitief wordt gestaakt. Met deze uitvraag komt het kabinet tegemoet aan de motie Bromet c.s. (Kamerstuk 33529-936), waarin verzocht wordt om een brede welvaartsanalyse uit te voeren naar de langetermijnopties voor de oliewinning in Schoonebeek, rekening houdend met de lokale belangen van Drenthe en Twente en de motie Kröger (Kamerstuk 36072-5).

In de mkba dienen ook de energiebesparingsplannen van het kabinet en de effecten op de voorzieningszekerheid van aardgas meegenomen te worden. TNO heeft aan CE Delft gevraagd de mkba uit te voeren als onderaannemer.

________________________________ 2

Zo is in 2015 in de buurt van Hardenberg een lek in de transportleiding ontdekt als gevolg van bacteriële corrosie en in 2021 is een scheur in de buitenbuis van injectieput ROW-2 geconstateerd op een diepte van ongeveer 1 km. Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) concludeert dat in beide gevallen geen sprake is geweest van significante lekkages of gevaren voor de leefomgeving.

7

220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022

1.2

Doel van deze studie Er zijn verschillende manieren denkbaar om het productiewater dat vrijkomt bij de oliewinning in Schoonebeek te verwerken. Het doel van deze mkba is om op consistente en integrale wijze deze alternatieven met elkaar te vergelijken. Hierbij wordt een breed welvaartsbegrip gehanteerd: naast directe financiële effecten, worden ook indirecte financiële effecten en onbeprijsde, niet-financiële effecten zoals luchtkwaliteit en CO 2uitstoot meegenomen. Het resultaat van de analyse is een overzicht van de maatschappelijke kosten en baten van de verschillende verwerkingsroutes. Het kosten-batensaldo geeft informatie over de wenselijkheid van de verschillende alternatieven, maar is slechts één van de bouwstenen in de besluitvorming. De uiteindelijke inzet van de rijksoverheid, decentrale overheden en de NAM is een politieke keuze, waarbij aspecten zoals lokaal draagvlak en verdeling van effecten ook een rol spelen.

1.3

Wat is een mkba? Een maatschappelijke kosten-batenanalyse (mkba) heeft tot doel de verschillende opties voor de uitvoering van een project op integrale wijze met elkaar te vergelijken. Een mkba meet het totale welvaartseffect van één of meerdere beleidsalternatieven. Met welvaart wordt hier het totale economische nut van alle Nederlandse consumenten bedoeld. Dit nut beslaat niet alleen het nut dat uit producten of diensten behaald wordt, maar bijvoorbeeld ook uit milieu en gezondheid. In een mkba worden effecten zoveel mogelijk in geld uitgedrukt en vervolgens telt men deze op, zodat een integrale afweging mogelijk is. Dat geldt ook voor effecten die meestal niet (of beperkt) in geld worden gewaardeerd, zoals CO2-emissies of luchtverontreinigende emissies. Bij het bepalen van de kosten en baten wordt uitgegaan van het ruime welvaartsbegrip 3 en worden de kosten en baten gekwantificeerd en gerelateerd aan specifieke partijen, om daarmee de eventuele noodzaak van overheidshandelen te kunnen onderbouwen. Een positief saldo duidt op een project dat de welvaart verhoogt. Een negatief saldo duidt op een project dat de welvaart verlaagt. In een mkba wordt een situatie met het project of beleid (beleidsalternatief) vergeleken met de situatie zonder het project (nulalternatief of ‘referentie’).

De Algemene Leidraad Kosten-batenanalyses vormt in Nederland de leidraad voor de uitvoering van kosten-batenanalyses (CPB ; PBL, 2013).

1.4

Afbakening In deze mkba worden vijf alternatieven beschouwd, waarvan vier doorgerekend: een nulalternatief en vier doorgerekende beleidsalternatieven. Het nulalternatief betreft een alternatief waarin de huidige verwerking van het productiewater in Twente wordt doorgezet. De beleidsalternatieven beslaan: — een alternatief waarin het productiewater wordt geïnjecteerd in lege gasvelden in Drenthe; — een alternatief waarin het productiewater wordt gereinigd en een vast zout ontstaat; — een circulair alternatief waarin het productiewater wordt gereinigd en wordt hergebruikt voor de stoominjectie; — een ‘stopalternatief’, waarin de oliewinning in Schoonebeek wordt stopgezet en er dus ook geen productiewater meer hoeft te worden verwerkt; ________________________________ 3

Hier wordt niet alleen gekeken naar de productie van goederen en diensten, maar ruime welvaart houdt ook rekening met de externe effecten, zoals de milieugoederen (zowel positief als negatief).

8

220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022

Deze alternatieven komen grotendeels overeen met de alternatieven die Royal Haskoning DHV recent heeft onderzocht in de ‘Herafweging 2022’ (Royal Haskoning DHV, 2022). Uitzondering hierop vormt het stopalternatief, dat is toegevoegd op verzoek van de opdrachtgever. In overleg met het ministerie van EZK wordt in deze mkba geen onderzoek gedaan naar alternatieven waarin lozing op zee plaatsvindt, of waarin productiewater wordt geëxporteerd naar Duitsland. Hoewel ook naar deze alternatieven onderzoek wordt uitgevoerd door de NAM, kleven er juridische obstakels aan export of lozing van afvalwater. In overleg met het ministerie is daarom besloten deze alternatieven niet te beschouwen. Een mkba is per definitie een nationaal instrument. In de analyse worden alleen effecten in beeld gebracht die een invloed hebben op Nederlandse consumenten. In een regionale analyse kijken we ook naar de (verdeling van) van kosten en baten voor de regio. Effecten over de grens (bijvoorbeeld voor nabijgelegen dorpen) worden dus niet gekwantificeerd. Wel worden dit soort effecten, waar relevant, kwalitatief beschreven.

1.5

Leeswijzer Het vervolg van dit rapport is als volgt opgezet. In Hoofdstuk 2 presenteren we de probleemanalyse en beschrijven we de verschillende alternatieven die worden onderzocht in meer detail. Hoofdstuk 3 gaat in op de aanpak: we laten zien welke effecten we meenemen en wat de uitgangspunten van de mkba zijn. In Hoofdstuk 4 presenteren we de directe kosten en opbrengsten van de oliewinning. Hoofdstuk 5 gaat in op de indirecte, financiële effecten zoals effecten op werkgelegenheid en de woningmarkt. In Hoofdstuk 6 staan we stil bij de externe (onbeprijsde) effecten, zoals effecten op luchtkwaliteit, CO2emissies, voorzieningszekerheid, waterkwaliteit en bodemstabiliteit. In Hoofdstuk 3 maken we de balans op en presenteren we de overkoepelende resultaten van de mkba. Ten slotte biedt Hoofdstuk 8 een conclusie en interpretatie van deze resultaten.

9

220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022

2 Probleemanalyse en alternatieven 2.1

Inleiding In dit hoofdstuk presenteren we de probleemanalyse en beschrijven we het nulalternatief en de vier beleidsalternatieven. We staan eerst stil bij de problemen die samenhangen met de huidige manier waarop het productiewater wordt verwerkt. Vervolgens schetsen we verschillende oplossingsmogelijkheden die we samenvatten in vier beleidsalternatieven.

2.2

Probleemanalyse De NAM produceert sinds 1947 olie uit het Schoonebeek olieveld en sinds 2011 volgens een methode waarbij stoom wordt geïnjecteerd in het olieveld. Op deze manier wordt de olie minder stroperig gemaakt en kan er meer geproduceerd worden. De stoom wordt gemaakt uit ultrapuurwater, dat geproduceerd wordt in de ultrapuurwaterfabriek van NieuWater. Nadat de ruwe olie is gewonnen, wordt deze door de NAM geëxporteerd naar een raffinaderij van BP in het Duitse Lingen, waar het verwerkt wordt tot diverse olieproducten. Het Schoonebeek olieveld loopt door tot over de grens, en ook in het Duitse deel van het veld wordt olie gewonnen. Exploitant is het Duitse Wintershall DEA, dat de olie wint zonder stoominjectie, enkel waterinjectie. Het Schoonebeek olieveld is een groot reservoir en bevat circa 1 miljard vaten. De NAM geeft aan dat er in theorie tot zo’n 2.000 m3 olie per dag gewonnen kan worden aan de Nederlandse kant. De daadwerkelijke productie valt sinds 2016 echter fors lager uit dan deze 2.000 m3 per dag. De voornaamste reden is dat in april 2015 een scheur in een transportleiding is ontdekt nabij Hardenberg, die is veroorzaakt door bacteriële corrosie. De NAM heeft als reparatiemaatregel een buis-in-buisconstructie geplaatst in de transportleiding, waardoor de effectieve diameter van de leiding is afgenomen.

Uit voorzorg zijn daarnaast een aantal leidingen naar injectieputten gesloten, waarbij eenzelfde risico op bacteriële corrosie werd vastgesteld. Door de buis-in-buisconstructie is de aftakking van de transportleiding naar Tubbergen-Mander (TUM) niet meer toegankelijk. Injectieputten TUM-1, TUM-2 en TUM-3 zijn daarom in 2021 definitief geabandonneerd (Royal Haskoning DHV, 2022). Ook injectieput ROW-2 is definitief gesloten, nadat tijdens onderhoudswerkzaamheden werd geconstateerd dat de buitenbuis ter hoogte van het bovenste injectiereservoir was gescheurd. Hoewel deze incidenten niet tot schade voor mens en milieu hebben geleid, hebben ze wel een flinke beperking opgelegd aan de injectiecapaciteit. Door de kleinere diameter van de transportleiding en het uitvallen van verschillende injectieputten, kan nog maar een deel van de oorspronkelijk beoogde waterinjectie worden gerealiseerd. De NAM heeft de olieproductie daarom ook moeten beperken. Omdat de olieproductie op dit moment gelimiteerd is door de waterverwerkingscapaciteit, is de NAM op zoek naar een nieuwe verwerkingsroute voor haar productiewater. Ook vanuit de regio Twente wordt druk uitgeoefend om de huidige waterinjectie te vervangen voor een meer duurzaam alternatief. In de omgeving leven zorgen over de veiligheid van de injectie, die zijn aangewakkerd door de hierboven beschreven incidenten.

Bewonersgroeperingen zoals Stichting Stop Afvalwater Twente waarschuwen voor

10

220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022

verontreinigingen van het grondwater, risico’s op aardbevingen, en uitputting van het oppervlaktewater. Tekstbox 1 - Oliewinning in Schoonebeek ligt op dit moment stil De oliewinning in Schoonebeek ligt op moment van schrijven al een aantal maanden stil. Dit heeft verschillende oorzaken. Staatstoezicht op de Mijnen (SODM) heeft in het voorjaar onregelmatigheden vastgesteld bij waterinjectieput ROW-4. Daarnaast bleek uit metingen dat het productiewater een hoger gehalte tolueen bevatte dan is toegestaan volgens de vergunning. De NAM mocht haar oliewinningsproces pas weer hervatten wanneer het onderzoek naar put ROW-4 was afgerond, SODM de risico’s als beheersbaar kwalificeerde, en een nieuwe tolueenfilter in gebruik was genomen. Aan deze drie voorwaarden is inmiddels voldaan. Toch lijkt het erop dat de oliewinning dit kalenderjaar niet meer hervat zal worden. Het ministerie van EZK heeft de NAM namelijk gevraagd om de oliewinning in Schoonebeek de komende maanden nog niet op te starten, vanwege het grote aardgasgebruik dat gepaard gaat met de oliewinning. De NAM geeft aan te hebben ingestemd met dit verzoek. Het is op dit moment nog niet duidelijk wanneer de oliewinning weer hervat zal worden.

Zowel vanuit bedrijfseconomisch perspectief van de NAM als het lokaal perspectief is er dus behoefte aan een alternatief voor de huidige verwerking van het productiewater. De NAM en het ministerie van EZK onderzoeken hiertoe meerdere alternatieven: — injectie van het productiewater in gasvelden in Drenthe; — reiniging van productiewater en lozing op de Noordzee; — reiniging en scheiding van het productiewater waarbij een vast zout ontstaat; — reiniging en hergebruik van het productiewater voor de stoomproductie; — export van het productiewater naar Duitsland. Daarnaast roepen sommige lokale en politieke partijen om een volledige stop van de oliewinning in Schoonebeek, vanwege de injectieproblematiek en klimaatoverwegingen.

Samengevat In dit onderzoek worden alternatieve verwerkingsroutes vergeleken op hun maatschappelijke impact. De projectalternatieven bieden een oplossing voor de problemen met de beperkte productieverwerkingscapaciteit en kunnen leiden tot een productietempo dat voor de exploitant bedrijfseconomisch rendabeler is. We hebben daar het stopalternatief aan toegevoegd om te kunnen beoordelen of beëindiging van oliewinning volgens het brede welvaartsbegrip wenselijk is. Kortom, of de vermindering van maatschappelijke effecten die verbonden zijn aan de oliewinning opwegen tegen de afname van productiemarges (producentensurplus). We doen dit door de verschillende alternatieven te vergelijken met een nulalternatief, waarin de huidige waterinjectie in Twente wordt voortgezet. In overleg met het ministerie van EZK is ervoor gekozen om de alternatieven waarbij het productiewater wordt geëxporteerd of wordt geloosd op de Noordzee, niet door te rekenen vanwege juridische obstakels en een gebrek aan draagvlak.

2.3

Nulalternatief Het nulalternatief in een mkba is het meest waarschijnlijke alternatief zonder nieuw beleid. In dit geval betreft dit de voortzetting van waterinjectie in Twente. We gaan ervan uit dat de NAM tot uiterlijk 2040 olie blijft winnen, omdat de vergunning dan afloopt. In de berekening nemen we aan dat de oliewinning stopt vanaf het moment dat dit niet langer bedrijfseconomisch rendabel is. Afhankelijk van de energieprijzen in het WLOachtergrondscenario (zie Paragraaf 3.5), kan het dus zo zijn dat de oliewinning al vóór 2040

11

220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022

wordt beëindigd. In het nulalternatief is de injectiecapaciteit gemaximeerd. Er zal in dit alternatief dus ook cumulatief minder olie worden gewonnen.

2.4

Beleidsalternatieven In deze mkba worden vier beleidsalternatieven doorgerekend. Deze alternatieven bestaan uit een beslissing om (al dan niet) oliewinning te continueren en de verwerkingsroute voor het productiewater. In alle gevallen gaan we uit van oliewinning tot maximaal 2040. 1. Het verplaatsingsalternatief. In dit alternatief wordt de waterinjectie in Twente beëindigd na een overgangsperiode van zo’n 2,5 jaar. Vanaf 2025 vindt de injectie volledig plaats in de Drentse gasvelden nabij Schoonebeek. In deze gasvelden wordt op moment van schrijven al productiewater geïnjecteerd dat vrijkomt bij gaswinning van de NAM. Voor de extra injectiecapaciteit worden enkele nieuwe injectieputten geplaatst op reeds gebruikte kavels van de NAM. Omdat er in dit alternatief geen sprake meer is van een beperking op de oliewinning door maximale injectiecapaciteit, kan de oliewinning toenemen. Het verplaatsingsalternatief komt overeen met Alternatief 4.2 uit de recent door Royal Haskoning DHV gepubliceerde Herafweging 2022 (Royal Haskoning DHV, 2022). Dit betekent dat de toevoeging van biocide aan het productiewater wordt geminimaliseerd. 2. Het vastzoutalternatief. In dit alternatief, dat gelijk is aan Alternatief 1 uit de Herafweging 2022, wordt bij het terrein van de Oliebehandelingsinstallatie (OBI) in Schoonebeek een nieuwe waterzuiveringsinstallatie gebouwd.

Hierbij wordt het productiewater volledig gezuiverd, waarbij zowel de hulpstoffen als het zout uit het water worden gehaald (Royal Haskoning DHV, 2022). Het resterende water wordt geloosd op het oppervlaktewater van het Stientjeskanaal. In dit alternatief blijft naast water een grote hoeveelheid vast zout over. Royal Haskoning concludeert dat er geen vraag is naar dit type zoutproduct in de geproduceerde hoeveelheden. We nemen daarom aan dat het zout veilig geloosd moet worden op een nader te bepalen afvallocatie. Net als in het verplaatsingsalternatief kan de oliewinning in dit alternatief toenemen. Er geldt een overgangsperiode van 3,5 jaar. 3. Het circulaire alternatief. In dit alternatief wordt het productiewater gezuiverd en gescheiden in een schone zoetwaterstroom, en een ingedikte zoutwaterstroom, die ook wel ‘brijn’ wordt genoemd. De zoetwaterstroom wordt vervolgens hergebruikt voor de productie van stoom. Op deze manier wordt er voor de oliewinning geen water meer onttrokken aan het oppervlaktewatersysteem. Het brijnwater heeft een volume gelijk aan ongeveer 10-25% van het oorspronkelijke productiewater. Omdat het om zoveel kleinere hoeveelheden gaat, kan het brijnwater in de aquifer (de watervoerende laag) van het Schoonebeek olieveld worden geïnjecteerd. Het is ook mogelijk om het brijnwater, net als in Alternatief 1, te injecteren in de gasvelden nabij Schoonebeek.

Zo zou een hybride vorm van het circulaire alternatief en het verplaatsingsalternatief ontstaan. We rekenen deze tussenvorm niet door, maar beschrijven de voor- en nadelen wel kwalitatief. Voor het circulaire alternatief moeten nieuwe pijpleidingen tussen de OBI en de puurwaterfabriek van NieuWater worden gelegd. Daarnaast moet een Water Treatment Unit (WTU) worden geïnstalleerd. Net als in het verplaatsingsalternatief kan de oliewinning in dit alternatief toenemen. Er geldt een overgangsperiode van 3,5 jaar. Dit alternatief is gelijk aan Alternatief 3 uit de Herafweging 2022. 4. Het stopalternatief. In dit alternatief wordt de oliewinning in Schoonebeek niet meer hervat. De waterinjectie wordt beëindigd en bestaande installaties, putten en pijpleidingen worden geabandonneerd.

12

220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022

Figuur 1 geeft een overzicht van de vier verschillende beleidsalternatieven en het nulalternatief weer, inclusief hun relatie. Figuur 1 – Overzicht van de vier verschillende beleidsalternatieven

Bron: CE Delft op basis van RHDHV.

2.5

Conclusie De verschillende projectalternatieven bieden oplossingsrichtingen voor zowel zorgen vanuit de lokale omgeving als een antwoord op de huidige waterinjectie in Twente. We hebben vier beleidsalternatieven onderscheiden ten opzichte van het nulalternatief: 1. Een verplaatsingsalternatief, waarbij de waterinjectie wordt verplaatst naar de Schoonebeek gasvelden. 2. Een vastzoutalternatief, waarbij het productiewater wordt gescheiden in een schone zoetwaterstroom en een vastzoutstroom die geloosd moet worden. 3. Een circulair alternatief, waarbij het productiewater wordt hergebruikt voor de productie van stoom en waarbij beperkte injectie in het Schoonebeek olieveld plaatsvindt. 4. Een stopalternatief, waarbij de oliewinning in Schoonebeek niet meer wordt hervat en er dus geen waterinjectie meer noodzakelijk is. In het volgende hoofdstuk zetten we uiteen hoe we deze alternatieven zullen vergelijken en doorrekenen in de mkba.

13

220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022

3 Aanpak 3.1

Inleiding In dit hoofdstuk beschrijven we de algemene uitgangspunten van een mkba, de specifieke aanpak voor deze mkba, de geïdentificeerde effecten en de wijze waarop we omgaan met onzekerheden.

3.2

Aanpak op hoofdlijnen Een maatschappelijke kosten-batenanalyse heeft tot doel de verschillende opties (Alternatieven uit Paragraaf 2.4) voor de uitvoering van een project op integrale wijze met elkaar te vergelijken. Alle effecten worden vervolgens zoveel mogelijk in geld uitgedrukt en vervolgens telt men deze op, zodat een integrale afweging mogelijk is. Dat geldt ook voor zaken die meestal niet in geld worden gewaardeerd, zoals de impact op de CO2-footprint van luchtverontreinigende emissies van de opties. Bij het bepalen van de kosten en baten wordt uitgegaan van het brede welvaartsbegrip en worden de kosten en baten gekwantificeerd en gerelateerd aan specifieke partijen, bijvoorbeeld omwonenden en regionale inwoners. Naast inzicht in het nationale saldo geven we ook inzicht in het welvaartssaldo voor de regio. Met de resultaten kunnen we noodzaak van overheidskeuzes ten aanzien de verschillende alternatieven onderbouwen. Een positief saldo duidt op een project dat de welvaart verhoogt. Een negatief saldo duidt op een project dat de welvaart verlaagt. Daarbij geven we aan dat niet alle projecteffecten in geld zijn uit te drukken. Hierbij zullen we de post kwalitatief benoemen en in de eindtabel op Pro Memorie (PM) zetten.

3.3

Welvaartseffecten op een rij Deze mkba brengt alle relevante welvaartseffecten in beeld. De effecten zijn weergegeven in Tabel 2 en worden daarna toegelicht. In de tabel geven we aan in hoeverre deze effecten nationaal van aard zijn en voor welke periode deze zijn ingeschat. Tabel 2 – Overzicht van projecteffecten Type effect

Effect

Toelichting effect

Waardering

Schaalniveau

Direct

Directe kosten oliewinning en verwerking productiewater

CAPEX

€

Nationaal

OPEX

€

Nationaal

Energiekosten

€

Nationaal

Abandonnering en nazorg (ABEX)

€

Nationaal

Directe opbrengsten

Opbrengsten van oliewinning op de markt voor ruwe olie

€

Nationaal

Arbeidsmarkt

Effecten op werkgelegenheid

€ en in fte

Nationaal en Regionaal

Woningmarkt

Effecten op waarde van objecten als indicatie van gepercipieerde risico’s

€

Nationaal en Regionaal

Indirect

14

220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022

Type effect

Effect

Extern

Toelichting effect

Waardering

Schaalniveau

Klimaatbaten

€

Mondiaal

Reductie luchtverontreinigende emissies (luchtkwaliteit)

€

Nationaal en regionaal

Voorzieningszekerheid

Extra gasafname voor olieproductie

€

Nationaal

Bodemrisico’s

Effecten op seismiciteit en grondstabiliteit

Kwalitatief en €

Nationaal en regionaal

€

Nationaal en regionaal

Kwalitatief

Nationaal en regionaal

Effecten op vermindering van droogte Effecten op waterkwaliteit

Effecten van lekkages in oppervlaktewater en grondwater

Indeling effecten In de meest linkse kolom is de indeling van de effecten weergegeven. De welvaartseffecten zijn ingedeeld in directe effecten, indirecte effecten en externe effecten. Directe effecten zijn de directe kosten en opbrengsten voor de exploitant van de oliewinning (NAM) inclusief de verwerking van meegekomen productiewater. Dit zijn de investeringskosten (CAPEX), operationele kosten (OPEX), energiekosten, en abandonneringskosten (ABEX). Daarnaast zijn de financiële opbrengsten van de projectalternatieven meegenomen. Dit betreffen de verkoopopbrengsten van de olie; het verschil tussen opbrengsten en kosten in de vorm van de winstmarge op het geïnvesteerd vermogen. Als gevolg van de projectalternatieven worden effecten ‘doorgegeven’ aan andere markten, bijvoorbeeld de woningmarkt of de arbeidsmarkt. Indien daarbij sprake is van marktimperfecties dan is er sprake van additionele indirecte effecten. Een groot deel van de effecten op andere markten is niet additioneel. Indirecte effecten zijn een afgeleide van de directe effecten en werken door op bijvoorbeeld de regionale arbeidsmarkt (extra werkgelegenheid), de woningmarkt (effect op woningwaarde en verkoopbaarheid van woningen) of de detailhandel (bestedingen).

We geven twee voorbeelden: — Om structurele werkgelegenheidseffecten te kunnen meenemen in een mkba, zal aangetoond moeten worden dat de arbeidsmarkt niet goed werkt, en dat onvrijwillige werkloosheid bestaat. Indien werklozen aan een baan geholpen kunnen worden, kan immers aangetoond worden dat een nieuwe baan geen baan in een andere sector verdringt. Er is dan sprake van toename van de werkgelegenheid als gevolg van extra investeringen in de verwerkingsroutes. — Ook effecten op de woningmarkt kunnen overlappen met directe en externe effecten van aardbevingsrisico’s. Indien kopers van woningen in het gebied goed geïnformeerd zijn, dan kunnen deze effecten niet zomaar opgeteld worden bij de bodemrisico’s. Dan zou men dit effect immers twee keer meenemen in de mkba. Kortom, veel indirecte effecten worden in de praktijk ‘doorgegeven’ in aanpalende markten. We nemen woningwaardes toch mee, omdat ze een beeld geven van de gepercipieerde risico’s bovenop de lokale effecten die je zou verwachten als alles goed gaat.

15

220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022

Externe effecten zijn (door de exploitant) niet-beoogde effecten van de interventie op derden, zoals onvoorziene incidenten en risico’s, klimaateffecten (die niet geïnternaliseerd zijn via een CO2-prijs), milieueffecten, en mogelijke hinder voor omwonenden. Bij keuzes over de alternatieven zijn deze risico’s niet ‘ingeprijsd’ in het exploitatiesaldo.

3.4

Alternatieve aanwending van lege gasvelden en flexibiliteit Alternatieve aanwending van gasvelden Abandonneren van oliewinning in Schoonebeek (stopalternatief, Alternatief 4) kan een ander gebruik van (gas)reservoirs en bijbehorende infrastructuur in Twente en Schoonebeek mogelijk maken voor alternatieve doeleinden. Mogelijke voorbeelden betreffen energieopslag of CO2-opslag (Structuurvisie voor de ondergrond, provincie Drenthe4). Bijvoorbeeld waterstofopslag, al ligt dit niet in de nabijheid van toekomstige waterstofhubs als IJmuiden, Rotterdam en de Eemshaven. Verder zouden de velden interessant kunnen zijn voor CO2-opslag, vanwege hun opslagcapaciteit en hoge injectiviteit. Echter worden op dit moment alleen lege gasvelden op zee als mogelijkheid gezien voor CO 2-opslag. In het algemeen zijn de consequenties van opslag in carbonaat als reservoirgesteente nog onbekend en vereist dit nader onderzoek. Er zijn dus nog een aantal onzekerheden over de technische mogelijkheden en bijbehorende risico’s van de verschillende gasvelden voor eerder genoemde doeleinden. Om die reden hebben we die alternatieven niet beschouwd in deze studie.

Waardering flexibiliteit Ook niet-geproduceerde oliereserves kunnen op een later moment leiden tot meer flexibiliteit, waardoor meer mogelijkheden beschikbaar zijn om in te spelen op onverwachte toekomstige scenario’s. Hierbij kan gedacht worden aan hoge olieprijzen, fysieke olieschaarste, of juist nieuwe inzichten over de potentiële milieuschadelijkheid van oliewinning uit het Schoonebeek olieveld, bijvoorbeeld als zou blijken dat lekkages schadelijker of risicovoller zijn voor het milieu- en grondwaterreserves dan zou zijn gedacht. Deze zogenaamde optiewaarde van uitstel kunnen we niet in geld uitdrukken. We geven echter aan dat oliewinning in Schoonebeek na 2040 niet erg voor de hand ligt in het licht van wereldwijde koolstofbudgetten5. De vraag naar fossiele brandstoffen zoals olie zal tegen die tijd fors gedaald moeten zijn en hierbij zal ook de olieprijs flink dalen. Dit zal een sterk negatieve impact hebben op de businesscase om de stroperige Schoonebeek olie uit de grond te kunnen krijgen. Al met al verwachten wij dat deze optiewaarde zeer beperkt is.

________________________________ 4 5

Bron: www.nlog.nl/ruimtelijke-ordening-strong Het koolstofbudget is een schatting van de maximale uitstoot van CO2 om een bepaald temperatuurdoel te behalen.

16

220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022

3.5

De rol van de WLO-scenario’s De welvaartseffecten worden voor de verschillende projectalternatieven uitgewerkt tegen de achtergrondscenario’s WLO-Hoog en WLO-Laag van het CPB en PBL, zoals voorgeschreven in de Algemene Leidraad mkba (CPB ; PBL, 2013). Daarnaast is een tweegradenvariant toegevoegd. De WLO-scenario’s beschrijven niet alleen de economische en demografische ontwikkelingen van de komende jaren, maar geven ook de CO2-prijzen waartegen klimaatbaten moeten worden gewaardeerd in een mkba. Dit zijn zogenaamde efficiënte prijzen. Het efficiënte prijspad geeft tussen nu en 2050 de CO2-prijzen weer die nodig zijn om de cumulatieve CO2-reductie in een WLO-scenario tegen de laagst mogelijke kosten te realiseren. We nemen een gevoeligheidsanalyse mee waarin de CO2-prijzen aansluiten bij een pad waarbij de klimaatdoelstellingen van Parijs gehaald worden. Tabel 3 geeft een overzicht van de belangrijkste kenmerken van de WLO-scenario’s die relevant zijn voor deze mkba. Tabel 3 – Kenmerken van de WLO-scenario’s (prijzen 2016) WLO-Laag

WLO-Hoog

Tweegradendoel (Akkoord Parijs)

Economische groei

1 % per jaar

2% per jaar

2% per jaar

Demografische ontwikkeling

Na 2030 krimp, voor 2030 beperkte aanwas bevolking

Relatief sterke aanwas door positief migratiesaldo

Relatief sterke aanwas door positief migratiesaldo

Klimaatbeleid

Heel beperkt

Internationaal klimaatbeleid, relatief veel samenwerking

Implementatie Parijsakkoorden

Wereldwijde emissiereductie 2050 ten opzichte van 1990

45%

65%

80-95%

Efficiënte CO2-prijs 2050

40 €/ton

160 €/ton

€ 200 – € 1.000 per ton CO2

Efficiënte CO2-prijs 2030

20 €/ton

80 €/ton

€ 100 – € 500 per ton CO2

Vraag naar fossiele energie

Aanzienlijk, door ontbreken van stevige wereldwijde prikkels om CO2 te reduceren

Vraag neemt sterk af door internationaal beprijzen van fossiele brandstoffen

Vraag neemt verder af door internationaal beprijzen van fossiele brandstoffen. In 2050 zijn er geen fossiele brandstoffen meer nodig, tenzij de CO2 wordt afgevangen (CCS).

Olieprijs

Oplopende olieprijzen vanwege geopolitieke spanningen en beperkt klimaatbeleid (162 dollar/barrel in 2050)

Door klimaatbeleid neemt de vraag naar olie af en nemen olieprijzen op den duur af (80 dollar/barrel in 2050)

Door internationaal klimaatbeleid neemt de vraag naar olie af en nemen olieprijzen op den duur af (80 dollar/barrel in 2050).

Bron: (CPB ; PBL, 2016).

Scenario WLO-Hoog combineert een hoge economische groei van twee procent per jaar met een relatief sterke bevolkingsaanwas. In scenario WLO-Laag gaat een gematigde economische groei van één procent per jaar samen met een beperkte demografische ontwikkeling.

17

220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022

Deze referentiescenario’s zijn beleidsarm ingevuld. Ze bieden daardoor een kader waartegen de beleidsalternatieven (en referentie) kunnen worden afgezet. De olieprijs in WLOLaag loopt op, met name vanwege geopolitieke spanningen en conflicten. In WLO-Hoog zien we dat internationaal klimaatbeleid de vraag naar olie zal beperken, hetgeen de olieprijs ook drukt. Olie uit Schoonebeek zal tegen die buitenlandse velden moeten concurreren om de resterende en gestaag afnemende olievraag in de wereld in te kunnen vullen.

3.6

Algemene uitgangspunten De algemene uitgangspunten van de mkba zijn: — We beperken de effecten tot alle effecten voor Nederland. Aangezien de aandeelhouders van oliewinning maar voor een deel Nederlands zijn, is hiervoor gecorrigeerd. Zie Paragraaf 4.2 voor een verdere toelichting. Grensoverschrijdende effecten worden kwalitatief beschreven, maar zijn niet opgenomen in het saldo van de mkba. — De looptijd van de mkba is 100 jaar. In de praktijk zal oliewinning in Schoonebeek eerder stoppen, maar kunnen mogelijke bodemrisico’s en verstoringen ook na de productiefase optreden. Door deze nazorgfase mee te nemen, kunnen dergelijke langetermijneffecten meegenomen worden. — Het startjaar van de kosten en baten is begin 2022. — De kosten en baten hebben als prijspeil 1 januari 2022. Het welvaartseffect wordt uitgedrukt in reële prijzen, inclusief btw. Dit betekent dat er is gecorrigeerd voor de (verwachte) inflatie. — De discontovoet van de kosten en baten bedraagt 2,25%. — De kosten en baten worden zowel op het geaggregeerd niveau gepresenteerd als op basis van kentallenset per object. — De kosten en baten worden gepresenteerd aan de hand van de effecten die bij de verschillende stakeholders optreden. Er is geen rekening gehouden met financieringskosten.

18

220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022

4 Directe financiële effecten 4.1

Inleiding In dit hoofdstuk beschouwen we de directe financiële effecten van de oliewinning in Schoonebeek. Dit betreft de verandering in (over)winsten die neerslaan bij Nederlandse aandeelhouders als gevolg van de verschillende beleidskeuzes. Dat de diverse alternatieven leiden tot veranderingen van de winstgevendheid van de oliewinning in Schoonebeek is het duidelijkst in het stopalternatief. Maar ook in de andere scenario’s kunnen verschuivingen optreden – bijvoorbeeld omdat er extra kosten gemaakt moeten worden in de zuiveringsstap.

4.2

Bepaling van het financiële effect in deze mkba Een mkba brengt kosten en baten voor de gehele Nederlandse samenleving in beeld. Dit kan gezien worden als de som van alle consumenten en producentensurplussen. Wanneer een bedrijf dat volledig in Nederlandse handen is meer winst maakt, vertaalt dit zich in een hogere dividenduitkering aan de Nederlandse aandeelhouders. Dit geldt alleen voor Nederlandse aandeelhouders. Wanneer een bedrijf uitsluitend buitenlandse aandeelhouders kent, komt extra winst niet ten goede aan Nederland. In het geval van de oliewinning in Schoonebeek geldt een hybride vorm: een deel van de winst (40%) vloeit via EBN naar de Nederlandse staat, en het overige deel vloeit via de NAM (dat in handen is van Shell en Exxon) hoofdzakelijk naar buitenlandse aandeelhouders. Alleen extra winsten die terechtkomen bij de Nederlandse overheid worden daarom in deze mkba meegerekend. In een mkba moeten we daarnaast corrigeren voor het feit dat arbeid en kapitaal ook elders in de economie productief zijn. Wanneer investeringen in de oliewinning in Schoonebeek nooit waren gepleegd, had het uitgespaarde kapitaal en de uitgespaarde arbeid ingezet kunnen worden om elders in de economie waarde toe te voegen. Deze opportuniteitskosten moeten in een mkba worden meegenomen. We doen dit door alleen overwinsten mee te nemen in het saldo.

Overwinsten zijn hoger-dan-reguliere-winsten, oftewel winsten die zo groot zijn dat we aannemen dat ze elders in de economie niet voorkomen vanwege prijsverlagende concurrentie. Omdat de oliemarkt flinke toetredingsdrempels kent en maar een klein aantal spelers, worden in de olieketen wel regelmatig overwinsten gemaakt. We berekenen de hoogte van deze overwinsten door de bedrijfseconomische winst te verlagen met een gemiddelde winst van 6,6% (dit is het gemiddelde winstpercentage in de Nederlandse economie volgens het CBS over de periode 2013-2018 (CBS, 2022). Belastingen, subsidies en heffingen worden in een mkba niet meegenomen, omdat het overdrachten betreffen van de ene Nederlander naar de andere. Op regionale schaal zijn belastingen en subsidies wel relevant. Uit data van de NAM blijkt dat lokale gemeenten, en landeigenaren jaarlijks meer dan € 1 miljoen aan belastingen en pacht ontvangen van de NAM. Gesommeerd over de gehele periode en verdisconteerd met een discontovoet van 2,25% telt dit op tot € 25 miljoen over de periode 2022-2040.

19

220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022

4.3

Directe opbrengsten oliewinning We kunnen de directe opbrengsten van de oliewinning in Schoonebeek berekenen aan de hand van geraamde productiecijfers (aangeleverd door de NAM en Royal Haskoning DHV) en verwachte olieprijzen. De directe opbrengsten verschillen per alternatief, omdat de productiecapaciteit afhankelijk is van de waterverwerkingscapaciteit.

Prijs van ruwe olie Voor de prijs van ruwe olie onderscheiden we twee mogelijke prijspaden. Deze prijspaden zijn grotendeels gelijk aan de WLO-prijspaden uit 2015. Omdat de huidige energieprijzen flink afwijken van de WLO-ramingen vanwege de gascrisis en de oorlog in Oekraïne6, maken we voor de periode tot en met 2026 gebruik van handelsprijzen op de futuresmarkt. De prijzen tussen 2026 en 2030 bepalen we met behulp van lineaire interpolatie. Dit resulteert in de prijspaden die zijn weergegeven in Figuur 2. Figuur 2 – Geraamde olieprijzen in WLO-Hoog en WLO-Laag (€ per US barrel) €160,00

Olieprijs per barrel

€140,00 €120,00 €100,00 €80,00 €60,00 €40,00 €20,00 €2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 Jaartal WLO-Hoog

WLO-Laag

Merk op dat de olieprijzen in WLO-Laag fors hoger zijn dan in WLO-Hoog. Dit komt voornamelijk omdat in WLO-Hoog ambitieuzer klimaatbeleid wordt verondersteld, waardoor de vraag naar fossiele brandstoffen zoals olie sneller afneemt dan in WLO-Laag, ondanks de hogere economische groei die aan WLO-Hoog ten grondslag ligt.

Productie per alternatief De productievolumes per alternatief zijn aangeleverd door de NAM en Royal Haskoning DHV. De jaarlijkse productie is niet alleen afhankelijk van de waterverwerkingscapaciteit, maar ook van de temperatuur en druk van het veld en de resterende oliehoeveelheid. In Figuur 3 worden de productievolumes voor de verschillende alternatieven weergegeven. Deze volumes zijn nog niet gecorrigeerd voor het feit dat in sommige scenario’s de oliewinning eerder dan 2040 kan stoppen, omdat deze onrendabel wordt. Het verplaatsings________________________________ 6

20

Inclusief de nasleep van de coronacrisis.

220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022

alternatief, het vastzoutalternatief en het circulaire alternatief kennen zeer vergelijkbare productiehoeveelheden, omdat de waterverwerkingscapaciteit in deze scenario’s gelijk is. TNO geeft aan dat de productie in het circulaire alternatief mogelijk lager uit kan vallen dan in het verplaatsingsalternatief en het vastzoutalternatief, omdat herinjectie van de ingedikte zoutstroom in de aquifer kan leiden tot een ongewenste additionele drukopbouw in het oliereservoir, en daarmee de efficiëntie van het stoominjectieproces verlaagt. De getoonde volumes voor dit alternatief moeten daarom als een bovengrens worden gezien. De getoonde productievolumes gaan daarnaast uit van volledig operationele waterverwerkingscapaciteit. Hoewel gepland onderhoud hierin is meegenomen, kunnen de getoonde volumes lager uitvallen als gevolg van ongeplande onderbrekingen. Figuur 3 – Productievolumes ruwe olie in de verschillende alternatieven (m3 olie per dag)

Dagelijkse productie in kuub olie

2500 2000 Nulalternatief 1500 Verplaatsingsalternatief 1000 Vastzoutalternatief en circulaire alternatief

500

Stopalternatief

2040

2039

2038

2037

2036

2035

2034

2033

2032

2031

2030

2029

2028

2027

2026

2025

2024

2023

2022

0

Jaartal

Totale opbrengsten per alternatief De totale opbrengsten per alternatief zijn gelijk aan de productiehoeveelheden per alternatief vermenigvuldigd met de ruwe olieprijs conform achtergrondscenario. Figuur 4 en Figuur 5 tonen de jaarlijkse opbrengsten7.

________________________________ 7

Wederom nog niet gecorrigeerd voor de mogelijkheid dat de NAM eerder haar winningsactiviteiten beëindigt omdat ze onrendabel worden.

21

220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022

Figuur 4 – Jaarlijkse opbrengsten door de verkoop van ruwe olie uit het Schoonebeek olieveld – WLO-Hoog €350.000.000

Jaarlijkse opbrengsten

€300.000.000 €250.000.000

Nulalternatief

€200.000.000 Verplaatsingsalternatief €150.000.000 €100.000.000

Vastzoutalternatief en circulaire alternatief

€50.000.000

Stopalternatief

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040

€-

Jaartal

Figuur 5 - Jaarlijkse opbrengsten door de verkoop van ruwe olie uit het Schoonebeek olieveld – WLO-Laag €600.000.000

€500.000.000

€400.000.000

Nulalternatief Verplaatsingsalternatief

€300.000.000

Vastzoutalternatief en circulaire alternatief €200.000.000

Stopalternatief

€100.000.000

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040

€-

Zoals duidelijk blijkt uit Figuur 4 en Figuur 5, zijn de jaarlijkse opbrengsten in WLO-Laag groter dan in WLO-Hoog. Dit volgt direct uit de hogere olieprijs in WLO-Laag.

22

220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022

4.4

Kostencomponenten en winningsduur De directe kosten in de verschillende alternatieven worden gevormd door een aantal verschillende componenten: — Reguliere investeringskosten. Dit betreffen investeringen in installaties die onafhankelijk zijn van de waterverwerkingsroute. — Investeringskosten voor waterverwerking. Dit zijn investeringskosten die samenhangen met de gekozen waterverwerkingsroute, bijvoorbeeld in pijpleidingen of waterreinigingsinstallaties. — Reguliere OPEX. Dit zijn reguliere operationele kosten (personeel, verzekeringen, onderhoud, etc.) die los staan van de waterverwerking. Energiekosten scharen we hier niet onder OPEX. — OPEX voor de waterverwerking. Dit zijn operationele kosten voor de waterverwerking, zoals de stortkosten in het vastzoutalternatief. — Energiekosten. Dit zijn kosten voor gas en elektriciteit, nodig voor de oliewinning en de waterverwerking. De kosten voor gas en elektriciteit verschillen tussen de twee WLOscenario’s. Wederom maken we tot 2027 gebruik van handelsprijzen op de futuresmarkt en vervolgens van de WLO-prijzen. In het referentiealternatief wordt stoom volledig geproduceerd met behulp van gasboilers. In de beleidsalternatieven (met uitzondering van het stopalternatief) wordt extra stoom geproduceerd met behulp van elektrische boilers die draaien op overtollige windenergie. — CO2-kosten.

Dit zijn kosten die gemaakt worden om de benodigde CO2-rechten voor het EU ETS te verkrijgen. — Ontmantelingskosten. Dit zijn kosten die gemaakt worden bij de ontmanteling van de installaties, putten en pijpleidingen. Deze kosten worden in alle alternatieven meegenomen, maar vinden op andere momenten in de tijd plaats, namelijk vanaf het laatste winningsjaar. Op basis van de totale kosten en opbrengsten per jaar kan voor elk alternatief worden ingeschat tot wanneer de oliewinning rendabel is vanuit bedrijfseconomisch perspectief. Tabel 4 geeft een overzicht van de op deze manier bepaalde resterende winningsperiode. In WLO-Laag is de olieprijs dusdanig hoog dat in alle beleidsalternatieven (met uitzondering van het stopalternatief) de gehele periode tot 2040 olie wordt gewonnen. In WLO-Hoog zien we eerdere beëindiging in het nulalternatief en het vastzoutalternatief. Tabel 4 - Berekende duur van de oliewinning in de verschillende alternatieven en WLO-scenario’s Laatste winningsjaar

23

WLO-Hoog

WLO-Laag

Nulalternatief

2038

2040

Verplaatsingsalternatief

2040

2040

Vastzoutalternatief

2036

2040

Circulaire alternatief

2040

2040

Stopalternatief

2021

2021

220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022

4.5

Kosten per alternatief De totale jaarlijkse kosten per alternatief zijn geschat op basis van productiegegevens van de NAM en Royal Haskoning en zijn weergegeven in Figuur 6 en Figuur 7. Figuur 6 – Totale jaarlijkse kosten per alternatief in WLO-Hoog

Totale jaarlijkse kosten

€300.000.000 €250.000.000 €200.000.000 €150.000.000 €100.000.000 €50.000.000

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042 2043 2044 2045 2046 2047 2048 2049 2050

€-

Nulalternatief

Verplaatsingsalternatief

Circulaire alternatief

Stopalternatief

Vastzoutalternatief

Figuur 7 - Totale jaarlijkse kosten per alternatief in WLO-Laag

Totale jaarlijkse kosten

€300.000.000 €250.000.000 €200.000.000 €150.000.000 €100.000.000 €50.000.000

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042 2043 2044 2045 2046 2047 2048 2049 2050

€-

24

Nulalternatief

Verplaatsingsalternatief

Circulaire alternatief

Stopalternatief

220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022

Vastzoutalternatief

In Tabel 5 zijn de totale lopende kosten in WLO-Hoog uitgesplitst naar hun verschillende kostencomponenten. In de data die we verkregen hebben van de NAM en Royal Haskoning DHV wordt maar een beperkte onderverdeling gemaakt tussen enerzijds de investeringskosten en OPEX voor de oliewinning en anderzijds de investeringskosten en OPEX voor de waterverwerking. De operationele kosten van oliewinning en waterinjectie zijn daarom samengenomen. Tabel 5 – Bijdrage van de verschillende kostencomponenten in de verschillende alternatieven – WLO-Hoog Totale lopende kosten (€ miljoen)

Nulalternatief

Verplaatsingsalternatief

Vastzoutalternatief

Circulaire alternatief

Stopalternatief

Investeringskosten

9

95

285

143

0

Ontmantelingskosten

189

187

189

189

189

Operationele kosten oliewinning + injectie

801

936

936

936

0

Operationele kosten zoutstorting + WTU

0

0

620

75

0

Gaskosten

282

282

282

319

0

Reguliere elektriciteitskosten

80

135

132

134

0

Elektriciteitskosten e-boilers

0

908

908

908

0

225

225

225

225

0

1.586

2.769

3.577

2.929

189

CO2-kosten Totaal

Een aantal zaken vallen op: — De investeringskosten zijn in het nulalternatief fors kleiner dan in de drie beleidsalternatieven waarin een andere waterverwerkingsroute wordt gevonden. Dit is niet vreemd in het verplaatsingsalternatief, vastzoutalternatief en het circulaire alternatief moet immers geïnvesteerd worden in nieuwe infrastructuur en waterzuivering. Het vastzoutalternatief is verreweg het duurst. — Het vastzoutalternatief kent daarnaast forse operationele kosten voor de lozing van het zoutproduct. Ook de Water Treatment Unit (WTU), die ook moet worden geïnstalleerd, in het circulaire alternatief kent forse operationele kosten. — De elektriciteitskosten voor de e-boilers vormen een groot deel van de totale jaarlijkse kosten. Ook dit is goed te verklaren: de e-boilers vervangen een flink deel van de gasvraag en de stoomproductie wordt in de drie alternatieven met e-boilers uitgebreid met meer dan een factor 2.

4.6

Financiële effecten per alternatief Op basis van de kosten en opbrengsten per alternatief kunnen we de directe financiële effecten voor Nederland bepalen. Zoals gezegd rekenen we hiertoe alleen de overwinsten mee (winsten hoger dan 6,6% van de kosten) die toevallen aan Nederlandse aandeelhouders (de 40% van de winst die naar EBN vloeit). De totale extra winst wordt uitgedrukt in een netto contante waarde door de individuele kosten en opbrengsten te disconteren met de maatschappelijke discontovoet (2,25%). Tabel 6 presenteert de resultaten.

25

220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022

Tabel 6 – Directe financiële welvaartseffect van de verschillende alternatieven (€ 2021 miljoenen, netto contante waarde) Directe financiële welvaartseffect

WLO-Laag

WLO-Hoog

440

104

Verplaatsingsalternatief

1.312

454

Vastzoutalternatief

1.002

91

Circulair alternatief

1.239

367

-75

-79

Nulalternatief

Stopalternatief

Zoals duidelijk wordt uit Tabel 6 zijn de directe financiële effecten voor Nederland fors: de oliewinning levert een aanzienlijk financieel saldo op voor Nederland. In het verplaatsingsalternatief, het vastzoutalternatief en het circulaire alternatief gaat het om meer dan € 1 miljard cumulatief in WLO-Laag (het scenario met hoge olieprijzen). De verschillen met het nulalternatief zijn bovendien groot. Dit komt doordat in de drie beleidsalternatieven met een andere waterverwerkingsroute meer olie gewonnen kan worden. Het stopalternatief kent een negatief saldo omdat er in dit alternatief geen inkomsten meer worden gegenereerd, maar wel ontmantelingskosten worden gemaakt.

4.7

Conclusie In dit hoofdstuk hebben we de directe, financiële effecten van de oliewinning inclusief verwerking van het productiewater in Schoonebeek bepaald. De oliewinning resulteert in aanzienlijke welvaartsbaten in de meeste alternatieven en scenario’s, ook na correctie voor opportuniteitskosten en winsten die terechtkomen bij buitenlandse aandeelhouders. Het verplaatsingsalternatief, vastzoutalternatief en circulaire alternatief scoren bovendien significant beter dan het nulalternatief. Reden hiervoor is dat de additionele waterverwerkingscapaciteit in deze alternatieven gebruikt kan worden om de olieproductie op te hogen. De extra productieopbrengsten wegen ruimschoots op tegen de extra meerkosten van de verschillende verwerkingsroutes (zowel in investeringskosten als operationele kosten). Het verplaatsingsalternatief kent de meest gunstige financiële effecten.

26

220267 - Mkba oliewinning Schoonebeek – Oktober 2022

5 Indirecte financiële effecten 5.1

Inleiding Hoofdstuk 5 gaat in op de indirecte effecten die ontstaan als gevolg van projectalternatieven met betrekking tot oliewinning in Schoonebeek. De indirecte effecten betreffen de ‘doorwerkende effecten’ op de arbeidsmarkt en woningmarkt. Deze effecten worden doorgegeven op andere markten dan de markt voor ruwe olie. Om additionele effecten te kunnen aantonen, dient er sprake te zijn van marktfalen in de vorm van onvrijwillige werkloosheid op de regionale arbeidsmarkt. In dat geval kunnen extra investeringen in de infrastructuur van olieproductie leiden tot vermindering van deze werkloosheid en kunnen deze voordelen bieden voor de regionale economie. Naast de effecten op de arbeidsmarkt kunnen ook effecten op de woningmarkt ontstaan als het woon- en leefmilieu voor omwonenden aangetast wordt.

5.2

Effecten op werkgelegenheid In een mkba gaan we ervan uit dat werknemers na een transitieperiode (maximaal vijf jaar) een nieuwe baan vinden. Het effect op werkgelegenheid is in de regel van korte duur, en in de mkba kijken we naar het totale effect over een lange periode. Werkgelegenheid bestaat uit directe werkgelegenheid (personeel van NAM en uitbesteed werk) en indirecte werkgelegenheid (afgeleide werkgelegenheid, toeleveranciers). De verhouding tussen de directe en indirecte werkgelegenheid voor de constructiefase van het opnieuw in gebruik nemen van Schoonebeek werd geschat op 400 respectievelijk 1.500 fulltime equivalent (fte) (Van Werven, 2007). Deze getallen gebruiken we voor de verhouding tussen directe en indirecte werkgelegenheid. De absolute getallen zijn niet representatief, omdat het nadrukkelijk gaat over de heropening, en niet over business as usual. Voor de (huidige) operationele fase in Schoonebeek zijn volgens Business As Usual (BAU) tot circa 50 structurele arbeidsplaatsen (Van Werven, 2007). We vergelijken de alternatieven alleen op de kortetermijneffecten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=14662e9d-dc2d-4f72-a715-52939975d417