Bijlage 2 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Windpark N34
Tekst van het document
Bosch & van Rijn
Auteurs
Opdrachtgever
Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht 030 – 677 6466
D. Booij
Pure Energie Ontwikkeling b.v.
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Datum 8 mei 2025
Versie 1.1
Bosch & Van Rijn Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht Tel: Mail: Web:
030-677 6466 info@boschenvanrijn.nl www.boschenvanrijn.nl
© Bosch & Van Rijn 2025 Behoudens hetgeen met de opdrachtgever is overeengekomen, mag in dit rapport vervatte informatie niet aan derden worden bekendgemaakt. Bosch & Van Rijn BV is niet aansprakelijk voor schade door het gebruik van deze informatie
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau
Inhoudsopgave H OOFDSTUK 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7
H OOFDSTUK 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
H OOFDSTUK 3
INLEIDING
3
Introductie Voorgeschiedenis Mer-procedure Doel Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) Commissie voor de milieueffectrapportage Initiatiefnemers en bevoegd gezag Leeswijzer
4 5 5 8 9 9 10
BELEIDSKADER
11
Inleiding Europees en rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie
12 12 14 17 19
VOORGENOMEN ACTIVITEIT
20
3.1 3.2 3.3
Inleiding Randvoorwaarden voor de alternatieven Eigenschappen van de alternatieven
21 21 22
H OOFDSTUK 4
WETTELIJK KADER EN BEOORDELING
24
Inleiding Energieopbrengst en vermeden emissies Geluid Gezondheid Slagschaduw Externe veiligheid Ecologie Bodem en water Landschap Archeologie Overige aspecten Samenvatting beoordelingskader Monitoring en leemten in kennis
25 27 27 30 33 34 37 40 42 43 44 45 46
VERKLARENDE WOORDENLIJST
47 48
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
BIJLAGEN BIJLAGE A
Inleiding 2
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau
Hoofdstuk 1 Inleiding
Inleiding
3
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau
1.1
Introductie De Regionale Energiestrategie 1.0 Drenthe (RES, vastgesteld in 2021) heeft als doel om 3,45TWh(terawattuur) aan duurzame energie op te wekken in 2030 en hiermee een bijdrage te leveren aan de landelijke opgave van 35 TWh. De gemeente Emmen heeft haar beleid en locaties voor wind- en zonne-energie uitgewerkt in de Structuurvisie wind Emmen (vastgesteld op 28 juni 2016). Het windzoekgebied N34 in Emmen is aangewezen als locatie voor een opgesteld vermogen van 21 megawatt (MW) aan windenergie. Binnen dit gebied mogen windturbines worden geplaatst met een maximale ashoogte van 100 meter en een maximale tiphoogte van 149 meter. Initiatiefnemer Pure Energie Ontwikkeling B.V. (hierna: Pure Energie) wil een windturbinepark van 3 tot 5 windturbines realiseren in het zoekgebied aan weerszijden van de N34 in de gemeente Emmen. De locatie is een agrarisch gebied ten westen van de woonkern Emmen. Het voornemen is om op met dit project invulling te geven aan een opgesteld vermogen van 21 MW. Pure Energie heeft niet alle gronden binnen het zoekgebied onder contract.
Figuur 1
Locatie beoogd Windpark N34 Emmen.
Het beoogde project kwalificeert als een aangewezen milieubelastende activiteit (MBA) op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Omgevingsplan van de gemeente Emmen. Het betreft specifiek de milieubelastende activiteit: het opwekken van elektriciteit met een windturbine met een rotordiameter van
Inleiding
4
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau meer dan 2 meter. Op basis van artikel 3.13 van het Bal is voor deze activiteit een omgevingsvergunning vereist.
1.2
Voorgeschiedenis In 2016 zette Pure Energie het project in gang door een quickscan uit te voeren die de ruimtelijke mogelijkheden voor windturbines in het gebied onderzocht. Hierbij werd gekeken naar belemmeringen die de plaatsing van windturbines kunnen beperken, zoals woningen, wegen en leidingen. Uit deze analyse bleek dat de locatie geschikt is voor een windpark. Pure Energie heeft afspraken gemaakt met grondeigenaren in het gebied. In een vroegtijdig stadium is Pure Energie in gesprek gegaan met de omwonenden van het beoogde windpark. Zoals beschreven in de structuurvisie Windenergie Emmen en de Gedragscode Windenergie Emmen is een ‘Bewonersplatform’ ingericht. Dat is in de praktijk het ‘Gebiedsplatform’ komen te heten. In het gebiedsplatform wordt informatie over het plan gedeeld en krijgen omwonenden de mogelijkheid om hun input te leveren. Het Gebiedsplatform komt sinds 2016 met enige regelmaat bij elkaar om overleg tussen initiatiefnemer en omwonenden te voeren. Dit gebeurt met ondersteuning van gemeente Emmen middels een onafhankelijk voorzitter en een ambtelijk secretaris. De onderstaande tabel geeft een overzicht van beleidsmijlpalen en belangrijke ontwikkelingen, samen met de bijbehorende jaartallen.
Tabel 1
1.3
Mijlpalen Windpark N34 Emmen Mijlpaal
Jaar
Besluit provincie Drenthe dat Emmen 95.5MW moet realiseren Gebiedsproces Windkracht deel I en II Start project Oprichting gebiedsplatform Vaststelling zoekgebieden structuurvisie Emmen Concept RES 1.0 Drenthe RES 1.0 Drenthe Raadsbesluit voorrang ontwikkeling N34
2014 Jan 2015-maart 2016 2016 November 2016 Juni 2016 November 2020 April 2021 April 2024
Mer-procedure Het milieueffectrapport (MER) ondersteunt de besluitvorming door het milieubelang een belangrijke rol te geven bij de beoordeling van plannen of projecten. Het MER beschrijft objectief de milieueffecten van het project en vergelijkt verschillende alternatieven, waarbij de milieueffecten worden onderzocht om de grootste effecten te identificeren. De vereisten voor een MER zijn vastgelegd in het Omgevingsbesluit, hoofdstuk 11.
Inleiding
5
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau De wettelijke basis voor het MER komt vanuit Europese richtlijnen1, die de milieueffecten voor zowel plannen als projecten reguleren. Deze schrijven voor dat activiteiten met potentieel aanzienlijke milieueffecten een milieueffectrapportageprocedure (mer) moet worden doorlopen. Het doel van een mer is om de effecten van een initiatief op het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over dergelijke activiteiten. Dus, als het over de procedure gaat spreken we van ‘de mer’. Als het over het rapport gaat waar de procedure in uitmondt spreken we van ‘het MER’.
1.3.1
Mer-plicht De oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark valt onder de merregelgeving, waarbij een mer(-beoordeling) verplicht is voor projecten met aanzienlijke milieueffecten. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een plan-mer en een project-mer, zoals toegelicht in paragraaf 1.3.2. Op grond van artikel 16.43 lid 1 van de Omgevingswet (Ow) worden in bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) projecten aangewezen waarvoor een mer-plicht geldt. De oprichting of uitbreiding van een windturbinepark valt onder onderdeel C2; voor een park met 3 of meer windturbines geldt een mer-beoordelingsplicht, terwijl een park met 20 of meer windturbines onder de mer-plicht valt.
1.3.2
Procedures Afdeling 16.4 Ow en hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit (Ob) bevatten de regelgeving over de milieueffectrapportage. Het doel van milieueffectrapportage (mer) is om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over dergelijke activiteiten. De onderstaande paragrafen omschrijven het PlanMER, de mer-beoordeling en het ProjectMER. Hierin wordt de toepassing van elk van deze instrumenten belicht, met aandacht voor hun rol binnen milieueffectrapportageprocedures.
1.3.2.1
PlanMER
De Omgevingswet kent een algemene omschrijving van plannen waarop de planmer-plicht van toepassing is. Een plan-mer-plicht treedt op voor plannen en programma’s die een kader vormen voor mer-(beoordelings)plichtige activiteiten of op besluitvorming over dergelijke activiteiten vooruitlopen. De plan-mer-plicht is in elk geval van toepassing op omgevingsvisies, (wijziging van) omgevingsplannen en de (vrijwillige) voorkeursbeslissing uit de zogeheten projectprocedure die van toepassing is op de voorbereiding van een projectbesluit. Het is nog niet uitgesloten dat het projectbesluit zelf ook moet worden aangemerkt als plan of programma in de zin van de Omgevingswet omdat de Omgevingswet slechts een algemene omschrijving geeft en er over dit onderwerp nog geen jurisprudentie voorhanden is. Voor
1
Inleiding
Europese richtlijnen MER: Richtlijn 2014/52/EU & Richtlijn 2001/42/EG
6
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau de structuurvisie wind van de Gemeente Emmen is een PlanMER2 opgesteld en daarmee kan invulling worden gegeven aan de plan-mer-plicht. 1.3.2.2
Mer-beoordeling
Bijlage V bij het Omgevingsbesluit bevat een opsomming van projecten en gevallen waarvoor de mer-beoordelingsplicht geldt. Bij de opsomming van projecten is tevens vermeld op welke besluiten deze verplichting van toepassing is. Windparken zijn opgenomen in categorie C2 van bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Voor windparken van 3 tot en met 19 windturbines geldt een mer-beoordelingsplicht. Een mer-beoordeling is een toets om aan de hand van onderzoek te bepalen of sprake is van aanzienlijke milieueffecten die een projectMER en het volgen van een merprocedure noodzakelijk maken. Een initiatiefnemer kan ervoor kiezen om de stap van de mer-beoordeling over te slaan en vrijwillig een projectMER te maken.
1.3.2.3
ProjectMER
Bijlage V bij het Omgevingsbesluit bevat een opsomming van projecten en gevallen waarvoor de mer-plicht geldt. Voor windparken bestaande uit 20 windturbines of meer (categorie C2) geldt de project-mer-plicht. In een projectMER worden alternatieve opstellingen met windturbines (gelegen binnen het projectgebied), aan de hand van de bijbehorende milieueffecten, met elkaar vergeleken. Mede aan de hand van deze milieu-informatie kan een voorkeursalternatief worden bepaald. Dit voorkeursalternatief kan door de initiatiefnemer worden uitgewerkt in een aanvraag voor de omgevingsvergunning.
1.3.3
Gekozen route Hoofdstuk 9.5 van de structuurvisie (Emmen, Windenergie) vermeldt dat de gemeente een projectMER vereist voor de plaatsing van windturbines met een gezamenlijk vermogen van meer dan 15 MW. Deze milieueffectrapportage wordt beoordeeld door de Commissie voor de MER. Daarom heeft Pure Energie besloten om vrijwillig de project-mer-procedure te doorlopen en een projectMER op te stellen. Dit biedt enerzijds een volledig inzicht in de mogelijk te verwachten milieueffecten en anderzijds wordt eventuele vertraging voorkomen in het geval uit een mer-beoordelingsbesluit alsnog volgt dat een projectMER moet worden opgesteld. Ruimtelijke procedure Om de benodigde planologische toestemming te krijgen voor de realisatie van het windpark moet een ruimtelijke procedure worden doorlopen. Er zijn verschillende procedures mogelijk om windturbines te realiseren: ➢ een projectbesluit (met de bijbehorende projectprocedure) kan alleen door de provincie worden genomen. Als de gemeente het bevoegd gezag is kan er worden gekozen voor: 2
Inleiding
planMER structuurvisie Wind Emmen, 2016
7
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau ➢ een wijziging van het omgevingsplan, of ➢ een omgevingsvergunning voor afwijking van het omgevingsplan (buitenplanse omgevingsplanactiviteit, BOPA). De procedure die voor dit windpark wordt doorlopen is een BOPA (buitenplanse omgevingsplanactiviteit). Voor de realisatie van het windpark zijn verschillende vergunningen nodig. Deze vergunningen komen gecoördineerd tot stand en volgen daarmee allen de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4. Awb). Hieronder volgt een voorlopig overzicht van de te verkrijgen vergunningen voor Windpark N34 Emmen met het bevoegde gezag. Het is mogelijk dat in een later stadium aanvullende vergunningen benodigd zijn. A. Omgevingsplan (BG = gemeente Emmen) - BOPA voor windturbines en bijbehorende voorzieningen en bouwwerken - BOPA voor erf- of terreinafscheiding die hoger komt dan 1 meter; en - OPA voor graven in gronden met archeologische verwachtingswaarde B. Omgevingsverordening provincie Drenthe (BG = provincie Overijssel) - Omgevingsvergunning voor de beperkingengebiedactiviteit – provinciale infrastructuur C. Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) (BG = gemeente Emmen) - Omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit - Omgevingsvergunning voor de ruimtelijke bouwactiviteit D.
Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) - Omgevingsvergunning milieubelastende activiteit (windturbines) (BG = gemeente Emmen) - Omgevingsvergunning voor de flora- en fauna activiteit (BG = Provincie Overijssel) - Omgevingsvergunning voor de Natura 2000 activiteit (tenzij kan worden volstaan met een voortoets) (BG = Provincie Overijssel)
1.4
Doel Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) Het doel van de NRD is om de omgeving op de hoogte te brengen van de voorgenomen aanpak en eenieder in staat stellen hierop te reageren. Het document is een middel om betrokkenen en belanghebbenden te informeren over de afbakening en diepgang (reikwijdte en detailniveau) van het op te stellen milieueffectrapport (MER), maar fungeert daarnaast ook als overzichtsdocument van de uit te voeren onderzoeken. Tijdens de conceptfase worden omwonenden geïnformeerd bij de terinzagelegging van de concept NRD. Met de terinzagelegging van de concept NRD worden betrokkenen en belangstellenden geïnformeerd en wordt hen de gelegenheid gegeven om een reactie in te dienen. Deze reacties worden zienswijzen genoemd. De zienswijzen worden beantwoord in een zogenaamde Nota van Beantwoording (NvB). De NvB kan leiden tot aanpassing van de concept NRD. Ook kunnen ambtshalve nog aanpassingen worden gemaakt. De door de gemeente vastgestelde NRD vormt tezamen met de NvB het uitgangspunt voor het projectMER.
Inleiding
8
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau
1.5
Commissie voor de milieueffectrapportage De onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie mer) beoordeelt zowel de NRD als het definitieve ProjectMER op juistheid en volledigheid. Advies over de concept NRD vindt op vrijwillige basis plaats. De Commissie mer brengt advies uit aan het bevoegd gezag. Gemeente Emmen kiest om over de reikwijdte en het detailniveau van het planMER vrijwillig advies te vragen aan de Commissie voor de milieueffectrapportage.
1.6
Initiatiefnemers en bevoegd gezag
1.6.1
Initiatiefnemer Naam: Windpark N34 Emmen Contactpersoon: Matthijs Oppenhuizen Contactgegevens: info@windenergieinemmen.nl
1.6.2
Bevoegd gezag Op grond van artikel 6.2 van het Wetsvoorstel Energiewet zijn Gedeputeerde Staten bevoegd gezag voor het nemen van een projectbesluit voor de aanleg of uitbreiding van een productie-installatie voor opwekking van duurzame elektriciteit met behulp van windenergie met een capaciteit van ten minste 15 MW maar minder dan 100 MW. Ook in dit geval is zij verplicht de voorbereiding en bekendmaking van de benodigde besluiten te coördineren. De Energiewet vormt het juridische kader voor de productie, levering en het transport van elektriciteit in Nederland. De wet bevat bepalingen met betrekking tot marktwerking, de taken en verantwoordelijkheden van netbeheerders, de rechten van afnemers en de bevordering van duurzame energiebronnen. Voorheen stond deze wet bekend als de Elektriciteitswet 1998. Onder de oude wetgeving gold dat de bevoegdheid voor de vergunningverlening van windparken met een opgesteld vermogen van meer dan 5 MW bij de provincies lag. Gedeputeerde Staten kunnen deze bevoegdheid echter overdragen aan de gemeente waarin het windpark gepland is. Naar aanleiding van het vaststellen van de structuurvisie Emmen voor windenergie, hebben Gedeputeerde Staten deze bevoegdheid schriftelijk aan de gemeente overgedragen. De gemeente Emmen is daarom het bevoegd gezag voor de mer-procedure en de omgevingsvergunning.
In deze concept NRD is als uitgangspunt genomen dat de gemeente optreedt als bevoegd gezag en de vergunningen coördineert en/of verleent en dat zij om die reden de concept NRD ter inzage legt en zienswijzen beantwoordt.
Inleiding
9
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau
1.7
Leeswijzer De voorliggende notitie bestaat uit zes hoofdstukken. Hoofdstuk 4 bevat het ruimtelijk beleidskader voor de voorgenomen activiteit. Een projectbeschrijving en kenmerken van MER-alternatieven staan in hoofdstuk 3. Het wettelijk toetsingskader voor de beoordeling van milieugevolgen voor relevante thema’s en aspecten is samengevat in Hoofdstuk 4. Dit hoofdstuk bevat ook het beoordelingscriteria en onderzoeksmethode die per milieuaspect worden gehanteerd in het MER.
Inleiding
10
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau
Hoofdstuk 2 Beleidskader
Beleidskader
11
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau
2.1
Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft het relevante ruimtelijke beleidskader van het Rijk, de RESregio Drenthe, de provincie Drenthe en de gemeente Emmen. Het ruimtelijk beleidskader is relevant, aangezien het een kader biedt waarbinnen onderzoek wordt gedaan naar de milieueffecten van nieuwe ruimtevragende functies.
2.2
Europees en rijksbeleid
2.2.1
Doelstelling opwek hernieuwbare energie In het Klimaatakkoord van Parijs is in 2015 afgesproken dat de opwarming van de aarde wordt beperkt tot minder dan twee graden Celsius ten opzichte van het preindustriële tijdperk, met een streven om de opwarming beperkt te houden tot anderhalve graad. In navolging hiervan heeft Nederland zich het doel gesteld om de broeikasgasemissies in 2030 te verminderen met 55% (vergeleken met 1990) en om in 2050 klimaatneutraal te zijn. In Europees verband is in 2018 de richtlijn hernieuwbare energie (RED II) vastgesteld waarmee voor de EU een streefcijfer van ten minste 32% hernieuwbare energieopwekking in 2030 is afgesproken. Als bijdrage aan deze doelstelling heeft Nederland destijds besloten te streven naar een aandeel hernieuwbare energie van 27% in 2030. Daarnaast is in het Klimaatakkoord afgesproken te streven naar een aandeel hernieuwbare elektriciteit in de totale elektriciteitsproductie van 70% in 2030, en is afgesproken in 2030 ten minste 35 TWh grootschalige hernieuwbare elektriciteitsproductie op land te realiseren. In 2023 is door het Europees Parlement en de Raad een herziening van de richtlijn hernieuwbare energie (RED III) aangenomen. In de herziene richtlijn is de doelstelling voor hernieuwbare energieopwekking in de EU verhoogt van 32% naar 42,5% in 2030.
Naar verwachting leidt deze herziening van de richtlijn voor Nederland tot een verhoogde doelstelling van 38% hernieuwbare energieopwekking in 20303.Het aandeel hernieuwbare energie in Nederland bedroeg in 2022 nog 15%4 en 40% van de totale Nederlandse elektriciteitsproductie kwam in 2022 uit hernieuwbare bronnen5. In Nederland is windenergie één van de goedkoopste manieren om duurzame energie op te wekken. Bij windenergie door middel van windturbines behoren de kosten per opgewekte kWh tot de laagste van alle duurzame opwekkingsvormen. Om aan de ambitieuze doelstelling voor hernieuwbare energie op land te voldoen zal
3
4
5
Beleidskader
https://www.pbl.nl/nieuws/2023/kev-2023-energiebesparing-vraagt-extra-inzet-aandeel-hernieuwbare-energie-stijgt-flink https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2023/22/aandeel-hernieuwbare-energie-in-2022-toegenomennaar-15-procent https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2023/10/aandeel-hernieuwbare-elektriciteit-met-20-procent-gestegen-in-2022
12
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau windenergie komende jaren één van de meest kosteneffectieve wijzen om hernieuwbare energie te produceren zijn.
2.2.2
Ruimtelijk beleid Het omgevingsbeleid van het Rijk wordt in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) vormgegeven. Het Bkl richt zich op een groot schaalniveau en is als gevolg daarvan ook van een zeker (hoog) abstractieniveau, dat hieruit geen concrete beleidskaders voortkomen voor de ontwikkeling van een windpark. In de NOVI schetst het rijk een lange termijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van een duurzame leefomgeving in Nederland. Daarbij wordt een integrale benadering voorgesteld, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties en met meer regie vanuit het rijk. In de NOVI worden de nationale belangen en opgaven in de fysieke leefomgeving vertaald naar prioriteiten, waarbij prioriteit 1 van de NOVI luidt: ‘Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie’. Ten aanzien van de productie van duurzame energie (door windturbines, eventueel in combinatie met zonnevelden) wordt in het NOVI een voorkeur voor grootschalige clustering van duurzame energieproductie meegegeven. Daarbij is het wel van belang dat er een afweging wordt gemaakt tegenover andere relevante waarden zoals landschap, nationale veiligheid, natuur, cultureel erfgoed, water, bodem en draagvlak. Een natuur inclusief ontwerp en beheer van het windpark is hierbij van belang om verstoring of aantasting van natuur en biodiversiteit zoveel mogelijk te voorkomen.
Ook moeten bewoners van een gebied worden betrokken, participeren in het project en waar mogelijk meeprofiteren. Aanvullend is de Nota Ruimte in ontwikkeling als opvolger van de NOVI6. Voor de opwek van wind- en zonne-energie op land ligt de prioriteit tot 2030 bij het realiseren van 35 TWh (terawattuur) en het optimaal benutten van de biedingen uit de Regionale Energiestrategieën (RES) boven deze 35 TWh. Daarbij is het belangrijk dat de opschaling van CO2-vrije energieproductie op land ook na 2030 wordt voortgezet. Het voorontwerp bevestigt de drie breed gedragen principes voor een eerlijke verdeling van de ruimte: ➢ Recht doen aan volgende generaties: niet afwentelen. Keuzes moeten niet zorgen voor het afschuiven naar volgende generaties of andere gebieden. ➢ Recht doen aan schaarste: meervoudig ruimtegebruik. Waar mogelijk moeten functies slim en met kwaliteit worden gecombineerd. ➢ Recht doen aan eigenheid: gebiedskenmerken centraal. Beschermen en benutten wat er is en toevoegen wat past bij de waarde en het karakter van het gebied
6
Beleidskader
Https://open.overheid.nl/documenten/15f91cbd-8b38-47e7-a036-5f8f4310e886/file
13
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau
2.3
Provinciaal beleid
2.3.1
Gebiedsvisie Windenergie Drenthe (2013)7 De overheid wil dat er meer duurzame energie wordt geproduceerd. Windenergie is hiervoor één van de mogelijkheden. In 2013 hebben de provincies afgesproken gezamenlijk 6000 MW op te wekken in 2020. Als onderdeel daarvan heeft Drenthe de taak op zich genomen om 280 MW te realiseren. De provincie streeft hierbij naar een integrale gebiedsontwikkeling waarin windparken bijdragen aan de leefbaarheid, economische groei en ruimtelijke kwaliteit in de regio. In de omgevingsvisie (2.3.3) van de provincie Drenthe zijn enkele zoekgebieden aangewezen waarbinnen windturbines kunnen worden geplaatst. Deze zoekgebieden omvatten de gemeente Emmen en delen van Aa en Hunze, Borger-Odoorn en Coevorden. Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn het lokaliseren van windenergie op logische en landschappelijk passende locaties binnen het zoekgebied en de participatie van omwonenden. Hierbij moeten betrokkenen financieel kunnen deelnemen in projecten en rechtstreeks betrokken zijn bij beslissingen. Hierbij worden vanuit de gebiedsvisie een aantal randvoorwaarden meegegeven: ➢ Ruimtelijke Inpassing ➢ Windparken worden ontwikkeld op plekken die aansluiten bij de bestaande industriële of agrarische functies, zoals grootschalige landbouwgebieden of industrieterreinen. ➢ Bij de plaatsing wordt rekening gehouden met het open karakter van het Drentse landschap.
➢ Overzichtelijke opstellingsvormen. ➢ Solitaire windturbines zijn niet toegestaan. Turbines dienen ten minste in een cluster van 5 te worden gerealiseerd. ➢ Technische Randvoorwaarden ➢ Turbinevermogen: Voorkeur voor turbines van minimaal 3 MW vanwege hun efficiëntie en esthetische voordelen. Dit vermindert het aantal benodigde turbines en minimaliseert visuele impact. ➢ Netwerkinfrastructuur: Emmen en Coevorden bieden voldoende aansluitmogelijkheden voor windparken, terwijl in de noordelijke gebieden hogere aansluitkosten kunnen optreden vanwege beperkte netwerkmogelijkheden. ➢ Veiligheid ➢ Veiligheidszones worden ingesteld rond windparken, in lijn met het Handboek Risicozonering. Specifieke zones beschermen ook het LOFAR-astronomieproject. ➢ Er dient rekening te worden gehouden met laagvliegroutes. ➢ Gebiedsontwikkeling en Lokale Bijdrage ➢ Windprojecten moeten een bijdrage leveren aan de omgevingskwaliteit en economische ontwikkeling van het gebied, met een financiële bijdrage (10-20% van de opbrengst) aan lokale projecten zoals zonnepanelen. 7
Beleidskader
https://www.provincie.drenthe.nl/publish/pages/121588/definitief_gebiedsvisie_windenergie_lr.pdf
14
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Deelname van omwonenden wordt bevorderd om de maatschappelijke voordelen van de windparken te maximaliseren. ➢ Er dient aan de natuur- en milieuwetgeving worden voldaan (o.a. Natura 2000, rode lijstsoorten, geluid, veiligheid). ➢ De kernkwaliteiten dienen zoveel als mogelijk behouden te blijven.
2.3.2
Regionale Energiestrategie 1.0 Drenthe (2021) In het klimaatakkoord is afgesproken om nationaal in 2030 35 TWh elektriciteit op te wekken door wind en grootschalige zonne-energie. Hiervoor hebben alle 30 RESregio’s een RES-bod moeten doen om aan te geven welk deel hiervan men kan realiseren. Ook de RES-regio Drenthe, die onder andere bestaat uit de provincie, 12 gemeenten en 4 waterschappen en partners. RES-regio Drenthe heeft hierbij een RES-bod van 3,45 TWh gedaan. Deze 3,45 TWh dient te worden ingevuld met zon op land, zon op dak en windenergie, waarvan 1,1 TWh door windenergie. Bij invulling hiervan is het van belang om zorgvuldig om te gaan met het ruimtegebruik en wordt er gestreefd naar ten minste 50% lokaal eigendom bij hernieuwbare energieprojecten. Hierdoor kunnen lokale gemeenschappen en bedrijven mede-eigenaar zijn van de energieprojecten, waardoor er wordt bijgedragen aan de lokale betrokkenheid en economische voordelen.
2.3.3
Omgevingsvisie Drenthe (2022) In de Omgevingsvisie Drenthe speelt windenergie een belangrijke rol in de energietransitie en de ambitie om de provincie CO₂-neutraal te maken. Drenthe streeft naar een duurzame energievoorziening, waarin windenergie samen met zonneenergie en andere hernieuwbare bronnen een aanzienlijk deel van de energieproductie moet leveren. In 2050 wil Drenthe volledig energieneutraal zijn8. In 2030 moet hiervoor 40% van het energiegebruik hernieuwbaar zijn9. In ondersteuning van dit doel heeft de provincie samen met gemeenten, waterschappen en andere partners een RES-bod gedaan om 3,45 TWh energie op te wekken in 203010. In combinatie met 2 TWh aan energie uit biomassa staat dit gelijk aan 40% van het verwachtte Drentse energieverbruik in 2030. De locatiekeuze voor wind en zon projecten laat de provincie over aan de gemeenten, met enkel de voorwaarden van meervoudig grondgebruik, ruimtelijke kwaliteit en participatie. In 2013 hebben de Nederlandse provincies afspraken gemaakt met het Rijk om 6.000 MW windenergie op land te realiseren tegen 2020. Voor Drenthe houdt dit in dat de provincie zich heeft gecommitteerd aan de bouw van 285,5 MW aan windenergie, verdeeld over specifieke zoekgebieden binnen de gemeenten Aa en Hunze, Borger-Odoorn, Emmen en Coevorden. Hiervan is 270,75 gerealiseerd in de provincie Drenthe.
Tegelijkertijd zijn er duidelijke randvoorwaarden en 8
9 10
Beleidskader
https://www.provincie.drenthe.nl/publish/pages/121516/w2204260-rew-omgevingsvisie_drenthe_2022-web.pdf Statenstuk https://www.energievoordrenthe.nl/documentenoverzicht/besluitstukken/HandlerDownloadFiles.ashx?idnv=1996928
15
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau aandachtspunten geformuleerd met betrekking tot de ruimtelijke inpassing en impact van windturbines op het landschap en de leefomgeving. Om het open, groene landschap en de historische dorpen waar Drenthe bekend om staat te beschermen wordt er daarom benadrukt dat het behouden van landschapskwaliteit van belang is bij de plaatsing van windturbines. Hiervoor is zorgvuldige ruimtelijke inpassing nodig, zodat de turbines geen onnodige schade toebrengen aan het landschap, de cultuurhistorie en de natuurwaarden. Daarnaast dienen omwonende en gemeentes vroegtijdig te worden betrokken bij de plannen om de participatie te vergroten en mee te kunnen nemen in de besluitvorming. In lijn met het landelijke streven naar financiële participatie en lokaal eigenaarschap is dit voor de provincie Drenthe ook van belang. Om de impact van windturbines op de leefomgeving, bijvoorbeeld door geluid, slagschaduw en visuele verstoring, te beperken stelt de provincie eisen aan de locaties en de technologie van windturbines om overlast zoveel mogelijk te beperken. Er wordt gekeken naar optimale afstandscriteria tot woongebieden en naar technologieën die de nadelige effecten kunnen verminderen. Daarnaast wordt om de impact op het landschap te beperken gekeken naar combinaties van zonne- en windenergie.
Ook wordt er gestreefd naar een goede afstemming met de infrastructuur voor energieopslag en -distributie. Tot slot mogen windenergieprojecten geen grote negatieve impact hebben op de natuur en biodiversiteit in Drenthe. Er worden ecologische onderzoeken uitgevoerd om zeker te stellen dat er geen schadelijke gevolgen zijn voor bijvoorbeeld trekvogels, vleermuizen en beschermde natuurgebieden.
Omgevingsverordening provincie Drenthe (2023)11
2.3.4
In de Omgevingsverordening is opgenomen dat de provincie inzet op duurzame energievoorziening en CO2-reductie. De inpassing in het landschap van ruimtelijke ontwikkelingen behorende bij de energietransitie vraagt om een zorgvuldige benadering. Wij streven ernaar om windturbines in afzonderlijk herkenbare opstellingen te plaatsen, waarmee het horizonbeslag van windturbines wordt gereguleerd. Met een heldere opstelling kan ook een ruimtelijke structuur benadrukt worden. Een opstelling is herkenbaar als zij niet ten opzichte van elkaar interfereren, dus afzonderlijk, als opstelling waarneembaar zijn. Een opstelling kan over één of meer turbines gaan, dus solitair, een cluster, een lijn of een andere herkenbare vorm. De eis dat een windpark uit ten minste 5 turbines moet bestaan is ten opzichte van de voorgaande omgevingsverordeningen komen te vervallen. Wanneer het gaat om kleine installaties met een ashoogte tot 15 meter (vaak is dit tot 20 meter tiphoogte) zijn er minder eisen. De installaties inclusief ondergeschikte bovengrondse en ondergrondse bestanddelen moeten worden verwijderd, nadat ze niet meer worden gebruikt. Hiertoe dient een gebodsbepaling te worden opgenomen in het omgevingsplan. Onder de Wro was dit nog niet mogelijk, maar met de komst van de Omgevingswet is hiertoe ruimte gegeven in het omgevingsplan.
11
Beleidskader
Omgevingsverordening provincie drenthe | Lokale wet- en regelgeving
16
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Landschapselementen die landschappelijke meerwaarde opleveren, dienen te worden gehandhaafd.
2.4
Gemeentelijk beleid
2.4.1
Structuurvisie windenergie Emmen (2016) De provincie Drenthe heeft besloten dat er 95,5 MW opgesteld vermogen aan windenergie in de gemeente Emmen moet worden gerealiseerd. De gemeente Emmen is zich bewust van weerstand tegen windenergie vanuit bewoners, daarom is de Structuurvisie Emmen, windenergie12 erop gericht om hinder en gezondheidsrisico’s voor omwonenden zo veel mogelijk te beperken en de locaties waar wind mogelijk is aan te wijzen. Hierbij dient een zo groot mogelijke afstand aangehouden te worden tot woongebieden. De gemeente Emmen wijst hierbij de volgende gebieden aan voor windenergie, uitgaande van turbines van minimaal 3 MW nominaal vermogen en minimaal 5 turbines en een afstand van ten minste 1100 meter van woongebieden en 4 km onderling: N34; Zwartenbergerweg en Pottendijk. Hierbij is in de structuurvisie de wens uitgesproken tot een beperking van de tiphoogte tot maximaal 149 meter en een maximale ashoogte van 100 meter. Windturbines met een hogere tiphoogte zijn vanuit landschappelijke afwegingen niet gewenst. Hier kan van worden afgeweken indien initiatiefnemer en omwonenden via een bewonersplatform tot afspraken komen voor nadere compensatie voor het oprekken van de as- en tiphoogte en/of het nominaal vermogen per turbine. Dit moet worden vastgelegd in omgevingsovereenkomsten tussen initiatiefnemers en omwonenden.
Voor de exploitatietijd van windparken in Gemeente Emmen wordt uitgegaan van 16 jaar, met een mogelijkheid om uit te wijken tot 20 jaar. Hiervoor dient de initiatiefnemer aan te tonen dat 16 jaar in het aangewezen gebied niet financieel haalbaar is, of met omwonenden tot een overeenkomst te komen. Om op ruimtelijke kwaliteit toe te sturen stelt de gemeente toetsingscriteria op waaraan voldaan dient te worden. Zo dient er een passende opstelling voor de landschappelijke structuur te worden gekozen en dient er samenhang binnen het windpark te zijn. En dient als richtwaarde voor de maximale geluidbelasting op woningen 47dB Lden en 41 dB Lnight aangehouden te worden. Met de nieuwe concept landelijke windturbinebepalingen komt er echter een verscherping op deze regels en zal de standaardwaarde waarschijnlijk verschuiven naar 45 dB Lden. Hoewel het gemeentelijke beleid uit 2016 stamt, heeft de gemeente Emmen in april 2024 een besluit genomen over het uitvoeringsplan van de structuurvisie
12
Beleidskader
https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0114.2015003S701/d_NL.IMRO.0114.2015003-S701.html#_1_samenvatting
17
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau windenergie Emmen13. In dit besluit geeft de gemeente voorrang aan de locatie N34 boven locatie Zwartenberg.
2.4.2
Gedragscode windenergie Emmen (2016) De gedragscode windenergie Emmen14 schetst de aanwezige niet-planologische voorwaarden waar voor windenergie aan voldaan moet worden binnen de Gemeente Emmen. Hierin staan de spelregels voor de maatschappelijke omgeving en inbedding van een windproject. Omwonenden krijgen een centrale rol. Elke bewoner dient de gelegenheid te krijgen deel te nemen aan het gebiedsproces. Dit doen zij in een gebiedsplatform.
2.4.3
Energienota 2023 Emmen wil in 2050 een welvarende en CO2-neutrale gemeente zijn. Om dit doel te bereiken is hernieuwbare energie een van de belangrijke thema’s waar de gemeente mee aan de slag moet. Veel van de beleidspunten van voorgaande energienota’s staan nog steeds overeind, en zal op voort gebouwd worden. De energienota 2023-2026 spitst zich daarbij toe op drie kernpunten: ➢ Robuust energiesysteem: de gemeente investeert in energie infrastructuur om deze betrouwbaarder te maken. ➢ Energiebesparing: verminderen van het energieverbruik bij zowel huishoudens als bedrijven. ➢ Lokaal eigendom: doormiddel van lokaal (mede)eigenaarschap of compensatieregelingen profiteert de omgeving van een energieproject mee. De gemeentelijke opgave voor windenergie is hiervoor gesteld op 95,5 MW. De vastgestelde doelstelling in de Energienota geeft aan dat Emmen in 2050 CO2-neutraal moet zijn. Uit deze Energienota blijkt ook dat het opwekken van energie met windturbines de grootste bijdrage levert aan het verminderen van de uitstoot van CO2. In een motie, die is ingebracht bij de gemeenteraad van Emmen in december 2014, is echter wel aangegeven dat er onzekerheden zijn over de meest rendabele vorm van alternatieve energie over 15 á 20 jaar en dat er onrust is onder de bevolking in de gemeente Emmen over de plaatsing in en rondom de locaties.
Daarom heeft het college uitgesproken dat borging van tijdelijkheid van de windturbines gewenst is. Op deze manier creëert de gemeente Emmen afwegingsruimte in de toekomst, zodat andere, verbeterde of nieuwe bronnen van duurzame energie aan het eind van de economische levensduur van het windpark heroverwogen kunnen worden. De doelstellingen voor CO2-neutraliteit in Emmen in 2050 worden zodoende voor een gedeelte ingevuld met windenergie maar de mogelijkheid blijft openstaan dat andere vormen van duurzame energieopwekking met minder nadelige milieueffecten op vooral woon- en leefomgeving dit gedeelte later zullen invullen ten koste van windenergie. 13
14
Beleidskader
Document Emmen - Raadsvoorstel uitvoeringsplan bij structuurvisie Emmen, Windenergie - iBabs Publieksportaal https://ro.emmen.nl/imro2008/NL.IMRO.0114.2015003-S701/b_NL.IMRO.0114.2015003S701_bd22.pdf
18
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau
2.5
Conclusie Het initiatief om Windpark N34 Emmen te ontwikkelen past binnen het nationale beleid en draagt bij aan de RES-doelstelling om in 2030 ten minste 35 TWh duurzame elektriciteitsopwekking op land te realiseren. De provincie Drenthe heeft hierin het voornemen om 3,45 TWh duurzame energie opwek te realiseren. Voordat deze doelstellingen speelde was de provincie echter al bezig met een windopgave om landelijk 6000MW aan windenergie op te wekken. De provincie Drenthe heeft hiervoor in 2013 zoekgebieden aangewezen, en een gemeentelijke opgave van 95,5 MW voor Emmen gesteld. Gemeente Emmen heeft hiertoe drie gebieden aangewezen: pottendijk (50,5 MW), Zwartenbergerweg (24 MW) en N34 (21 MW). Hierbij is toen ook in lijn met het provinciale beleid regels opgesteld over de plaatsing van een windpark binnen deze gebieden. In de structuurvisie wind is uitgebreid behandeld wat er wel en niet mag binnen de Gemeente Emmen betreft windenergie. Hieruit volgen een aantal eisen: ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢
Elke turbine heeft een minimaal vermogen van 3MW; Een windpark bestaat uit minimaal 5 turbines; Samenhang binnen een windpark; 1100m afstand tot woongebieden; 4km onderlinge afstand tussen windparken; Lokaal eigendom; Kernkwaliteiten omgeving dienen te worden behouden; Er dient voldaan te worden aan de natuur- en milieuwetgeving (o.a. Natura2000 en geluidscontouren); ➢ Indien overeenkomst met bewoners kan afgeweken worden van: o max tip: 149m; o max as: 100m; ➢ max 16 jaar exploitatie (uitwijken tot 20 jaar mogelijk) In de recentere provinciale omgevingsverordening (2023) wordt de eis om ten minste 5 turbines binnen een windpark te realiseren niet meer genoemd. Daardoor is het mogelijk een windpark te realiseren met minder dan 5 windturbines.
Beleidskader
19
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau
Hoofdstuk 3 Voorgenomen activiteit
Voorgenomen activiteit
20
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau
3.1
Inleiding Dit hoofdstuk licht de voorgenomen activiteit toe. De voorgenomen activiteit betreft de bouw en exploitatie van een windturbinepark zoals beschreven in paragraaf 1.1. Binnen het gebied wordt gestreefd naar de opwekking van duurzame energie door middel van een windpark bestaande uit 3 tot 5 moderne windturbines, terwijl de milieueffecten van die energieopwekking tot een aanvaardbaar minimum worden beperkt. De balans wordt gezocht binnen de contouren van een positieve business case.
3.2
Randvoorwaarden voor de alternatieven Het MER beoordeelt en vergelijkt de milieueffecten van verschillende inrichtingsalternatieven. Vervolgens wordt, mede op basis van de effectbeoordeling van de alternatieven, een voorkeursalternatief (VKA) geformuleerd. De alternatieven zijn allen binnen het zoekgebied zoals beschreven in paragraaf 1.1 gelegen. De milieueffecten van het VKA worden in het MER, inclusief enkele uitvoeringsaspecten, in beeld gebracht. Het VKA moet aan een aantal randvoorwaarden voldoen. Zo geldt dat het VKA: ➢ moet voldoen aan wettelijke en/of door het bevoegd gezag gestelde (of te stellen) normen, bijvoorbeeld t.a.v. geluid; ➢ moet voldoen aan de voorwaarden gesteld in de op het moment van vergunningverlening geldende provinciale omgevingsverordening; ➢ de instandhoudingsdoelen van beschermde natuurgebieden niet in gevaar mag brengen en geen invloed mag hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten; ➢ moet zijn voorzien van een goede landschappelijke inpassing; ➢ (economisch) uitvoerbaar moet zijn. Als gevolg van een uitspraak van de Raad van State15 geldt momenteel geen landelijke norm voor toetsing van geluid en slagschaduw (en externe veiligheid) van windturbines.
Daarom wordt in het MER toegelicht welke dosismaat wordt gehanteerd voor de toetsing van geluid en slagschaduw van windturbines, welke inzichten er zijn over het optreden van hinder en wordt nader ingegaan op het karakter van geluid van windturbines. Vervolgens worden voor verschillende geluidniveaus en slagschaduwniveaus de effecten beoordeeld. Op 12 oktober 2023 zijn de nieuwe landelijke milieunormen voor windturbines in concept gepubliceerd. Deze worden daarom meegenomen in de effectbeoordeling van het MER. Het is nog niet bekend wanneer de nieuwe normen worden vastgesteld; de vaststellingsdatum is al meerdere keren uitgesteld.
15
ECLI:NL:RVS:2021:1395
Voorgenomen activiteit
21
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Bij het formuleren van alternatieven worden voorwaarden gesteld vanuit de techniek. Zo moeten de windturbines op voldoende onderlinge afstand staan in verband met garanties van windturbinefabrikanten en vanwege afvang en verstoring van de wind. Andere aspecten die het ontwerp van realistische alternatieven in het projectgebied beïnvloeden zijn: ➢ de nabijheid van woningen; ➢ de aanwezigheid van hoogspanningsinfrastructuur (hoogspanningsleidingen en transformatorstations) en hogedruk aardgasleidingen; ➢ infrastructuur: wegen, waterwegen en spoorwegen; ➢ de afstand tot bedrijven en (beperkt) kwetsbare objecten (vanuit externe veiligheidsoverwegingen); ➢ hoogtebeperkingen vanwege luchtvaart of luchtvaartradar; ➢ helikopterroutes; ➢ effecten op ecologie: Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland.
3.2.1
Exploitatieduur De exploitatietermijn kan worden verlengd tot maximaal 20 jaar, indien de noodzaak of wenselijkheid daartoe en het maatschappelijk draagvlak daarvoor in voldoende mate kunnen worden onderbouwd. Dit is conform de Structuurvisie windenergie Emmen (2016).
3.3
Eigenschappen van de alternatieven Bij de ontwikkeling van het windpark kiest Pure Energie voor een optimale energieproductie. Waarbij ‘optimaal’ staat voor de balans tussen productie van duurzame energie in combinatie met de in paragraaf 3.2 genoemde randvoorwaarden. In overleg met het bevoegd gezag werkt de initiatiefnemer in het ProjectMER de te onderzoeken alternatieven uit. Alternatieven onderscheiden zich van elkaar door het aantal windturbines, positionering en/of afmetingen van de windturbines. Het MER geeft inzicht in de milieueffecten van opstellingen met windturbines uit verschillende windturbineklassen. Een windturbineklasse met een minimale tiphoogte van 149 meter is voor Pure Energie de minimale afmeting om op de korte tot middellange termijn een rendabel windpark te ontwikkelen. De maximale tiphoogte die wordt onderzocht is 280 meter. Zoals beschreven in het voorgaande hoofdstuk stelt het gemeentelijke beleid dat windturbines een maximale tiphoogte van 149 meter mogen hebben. Hier kan echter wel van worden afgeweken in overeenstemming met de omgeving. In dit MER (Milieueffectrapportage) onderzoeken we daarom ook alternatieven met grotere afmetingen van windturbines, zodat de milieueffecten van deze varianten in kaart kunnen worden gebracht en afgewogen kunnen worden.
Het te realiseren windpark zal te allen tijde moeten voldoen aan het vigerende beleid of kan er gemotiveerd van worden afgeweken. De afmetingen en aantallen uit tabel 1 geeft de bandbreedte voor de alternatieven die het MER onderzoekt. Deze bandbreedte wijkt af van de het aantal turbines dat
Voorgenomen activiteit
22
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau staat genoemd in het PlanMER voor de structuurvisie Windenergie Emmen2 (3 – 7 turbines). Uit Figuur 1 blijkt dat er maximaal ruimte is voor vijf moderne windturbines, aangezien bij meer turbines de onderlinge afstand tussen de turbines te kort zou worden, waardoor ze te veel wind van elkaar afvangen. De ondergrens van de bandbreedte is drie turbines in lijn met het PlanMER omdat met minder dan drie windturbines de doelstelling van 21 MW niet kan worden behaald.
Tabel 2
Bandbreedte alternatieven windturbines
Eigenschappen Aantal windturbines Ashoogte (m) Rotordiameter (m) Tiphoogte (m)
Minimaal/maximaal 3 tot 5 85 tot 192,5 130 tot 175 150 tot 280
Er worden 4 opstellingsalternatieven vormgegeven en deze worden onderzocht op de milieuaspecten geluid, slagschaduw, gezondheid, ecologie, externe veiligheid, bodem, water, archeologie, landschap, obstakelverlichting en energieproductie. Onderzoeken worden uitgevoerd aan de hand van specifieke windturbinetypen waarmee milieueffecten van de verschillende opstellingsalternatieven inzichtelijk worden gemaakt. Hoofdstuk 4 beschrijft de wettelijke kaders voor deze aspecten en gaat in op de wijze waarop deze aspecten in het ProjectMER worden beoordeeld. De uitkomsten van de onderzoeken in het ProjectMER bieden input voor de uiteindelijke keuze voor een ‘voorkeursalternatief’. Dit hoeft niet één op één overeen te komen met één van de onderzochte opstellingsalternatieven. De keuze voor het voorkeursalternatief wordt niet alleen ingegeven door milieueffecten, maar ook door economische, politieke en sociaal-maatschappelijke elementen. Er is nog niet gekozen uit hoeveel windturbines het voorkeursalternatief zal bestaan, omdat deze keuze mede zal worden ingegeven uit de milieu-informatie die de beoordeling van de MER-alternatieven moet bieden (afgewogen tegen het belang van een duurzame elektriciteitsproductie).
Voorgenomen activiteit
23
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau
Hoofdstuk 4 Wettelijk kader en beoordeling
Wettelijk kader en beoordeling
24
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau
4.1
Inleiding In dit hoofdstuk wordt het wettelijk kader van de relevante milieuthema’s die in het planMER onderzocht worden beschreven. Dit hoofdstuk bevat per milieuthema eerst het wettelijk kader en vervolgens op welke wijze de beoordeling plaatsvindt.
4.1.1
Referentiesituatie en autonome ontwikkelingen In het MER wordt de referentiesituatie beschreven om inzichtelijk te maken wat de milieueffecten zijn als de voorgenomen activiteit niet wordt uitgevoerd. De beschrijving van de referentiesituatie is relevant voor de beoordeling van de effecten van de alternatieven waarbij wel windturbines worden geplaatst. De referentiesituatie wordt gevormd door de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. Voor een MER geldt dat autonome ontwikkelingen deel uitmaken van de referentiesituatie als deze een zekere mate van concreetheid hebben. Bij een MER gaat het om ontwikkelingen die al zijn vergund of planologisch mogelijk gemaakt. In het MER wordt waar nodig ingegaan op de samenloop van de ontwikkeling van windenergie met de ontwikkeling van overige functies. De toestand van het milieu in de referentiesituatie is gebaseerd op de bestaande situatie van het milieu, samen met de gevolgen van de concrete autonome ontwikkelingen. Concreet houdt dit in dat de referentiesituatie ervan uitgaat dat de bestaande situatie blijft en alle toestemmingen voor overige nieuwe ontwikkelingen worden uitgevoerd, maar voorliggend initiatief niet wordt gerealiseerd. De concrete autonome ontwikkelingen (te ontwikkelen bedrijventerreinen, woningbouwprojecten, etc.) worden in het MER geïnventariseerd.
De milieueffecten dienen inclusief de concrete toekomstige ontwikkelingen te worden onderzocht. Zo is de (toekomstige) impact van het voorgenomen windpark mede te beschouwen in combinatie met nabijgelegen ruimtelijke ontwikkelingen. In het MER wordt ook inzichtelijk gemaakt welke effect inwerkingtreding van de afstandsnorm op de realiseerbaarheid van de MER alternatieven zal hebben.
4.1.2
Wijze van beoordeling De beoordeling van de effecten wordt uitgevoerd op basis van kwalitatieve en/of kwantitatieve gegevens. De milieueffecten van de alternatieven worden ten opzichte van de referentiesituatie en ten opzichte van elkaar beoordeeld en vergeleken. Met referentiesituatie wordt de bestaande situatie inclusief autonome ontwikkelingen bedoeld. Er wordt gekeken naar tijdelijke (bijvoorbeeld in de bouwfase) en permanente effecten (bijvoorbeeld in gedurende exploitatiefase). Hierbij worden zowel positieve (bijvoorbeeld energieopbrengst en vermeden emissies) als negatieve effecten (bijvoorbeeld geluidbelasting) beoordeeld. De milieueffecten die worden onderzocht zijn de directe effecten van de bouw en exploitatie van het windturbinepark. Hierbij wordt voor bepaalde effecten ook cumulatie inzichtelijk gemaakt (bijvoorbeeld geluidbelasting).
Wettelijk kader en beoordeling
25
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Voor de beoordeling van de effecten wordt de vijf-puntenschaal gehanteerd, waarbij de waardering van de effecten varieert van positief (++) tot negatief (- -), zie Tabel 3. In het geval van een kwantitatieve beoordeling worden getalsmatige beoordelingen opgenomen in de beoordelingstabel. Tabel 3
5-puntsschaalbeoordeling voor de verschillende milieueffecten Beoordeling Weergave Positief effect Beperkt positief effect Neutraal effect Beperkt negatief effect Negatief effect
4.1.3
++ + 0 --
Uitspraak Raad van State over de milieunormen Sinds de uitspraak16 op 30 juni 2021 van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) kunnen de algemene landelijke normen voor windturbines op het gebied van geluid, slagschaduw, lichtschittering en externe veiligheid niet langer worden toegepast op windparken van 3 of meer windturbines. De ABRvS heeft namelijk geoordeeld dat voor deze algemene normen ten onrechte geen beoordeling van de gevolgen voor het milieu (een milieueffectrapport) is gemaakt door de wetgever. Totdat alsnog een milieueffectrapport is gemaakt gelden de algemene landelijke normen voor windturbines niet voor opstellingen van 3 of meer windturbines. De normen blijven nog wel van toepassing op solitaire turbines en windturbineprojecten bestaande uit 2 windturbines. Deze normen zijn vastgelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Op 12 oktober 2023 zijn de nieuwe landelijke milieunormen voor windturbines in concept gepubliceerd. Vaststelling van de nieuwe landelijke milieunormen zal op zijn vroegst midden 2025 plaatsvinden. Voor Windpark N34 Emmen wordt aangesloten bij deze nieuwe landelijke normen.
Wanneer de nieuwe landelijke normen ten tijde van de vergunningaanvraag voor Windpark N34 Emmen nog niet zijn vastgesteld, kan het bevoegd gezag ook lokale normen vaststellen waaraan het voornemen wordt getoetst. Die lokale normen dienen dan ter vervanging van de algemene normen het Bkl en het Bal die momenteel niet als toetsingskader kunnen worden gehanteerd. De lokale normen kunnen aansluiten bij de conceptnormen zoals deze in oktober 2023 zijn gepubliceerd. De nieuwe landelijke normen dan wel de vast te stellen lokale normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid zijn op dit moment nog niet vastgesteld. Het beoordelingskader voor de milieueffecten dat is beschreven in hoofdstuk 5 is dusdanig gekozen dat de vast te stellen normen hoogstwaarschijnlijk binnen de te onderzoeken bandbreedte aan te beoordelen effecten zullen vallen. Zo kunnen de effecten getoetst worden aan de normen wanneer deze zijn vastgesteld. Voor de volledigheid wordt in dit hoofdstuk beschreven welke (nu buiten toepassing verklaarde) algemene normen voor geluid, slagschaduw en veiligheid in het Bkl en Bal zijn opgenomen, en welke normen voor geluid, slagschaduw en veiligheid vanuit het 16 (ECLI:NL:RVS:2021:1395)
Wettelijk kader en beoordeling
26
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau ontwerp besluit voor de nieuwe landelijke windturbinebepalingen zijn voorgenomen. Onderdeel van het ontwerpbesluit voor de nieuwe landelijke windturbinebepalingen is ook het voornemen dat hierin een vaste afstandsnorm tussen windturbines en windturbinegevoelige gebouwen (waaronder woningen) van 2x de tiphoogte van de windturbine wordt opgenomen.
4.2
Energieopbrengst en vermeden emissies Wanneer windturbines elektriciteit produceren wordt op dat moment minder ‘grijze’ stroom door kolen- en (vooral) gascentrales geproduceerd, met bijbehorende vermindering van CO2-, fijnstof en emissies van verzurende stoffen. In het MER vindt een analyse plaats van het voorkomen van emissies elders.
4.2.1
Wettelijk kader Er geldt geen wettelijk toetsingskader voor dit milieuthema. Wel is het voor de gemeente Emmen, de (RES-)regio Drenthe en de provincie Drenthe waardevol om inzicht te krijgen in de mate waarin de windturbines kunnen bijdragen aan de eigen doelstellingen.
4.2.2
Methode en beoordelingscriterium Per opstelling wordt een inschatting gemaakt van de energieopbrengst en opbrengstverlies als gevolg van maatregelen. In Nederland wordt per opgewekte GWh gemiddeld 365 ton CO2 uitgestoten17. Deze uitstoot wordt met de opwekking van windenergie gemitigeerd. De vermindering van deze emissies is een direct gevolg van de energieopbrengst. Hieronder is de wijze waarop beoordeeld wordt weergegeven. Voor het criterium energieopbrengst maken we ook het aantal MW inzichtelijk en hoe dit in verhouding staat tot de gemeentelijke doelstelling. Om dubbeltelling te voorkomen met energieproductie verbinden we hier geen apart beoordelingscriterium aan.
Tabel 4
4.3
Beoordelingscriterium energieopbrengst en vermeden emissies Thema Beoordelingscriterium
Methode
Energieopbrengst
Kwantitatief
Energieproductie (incl. mitigatieverliezen)
Geluid Windturbines produceren geluid, dat meestal wordt omschreven als suizend of zoevend. Er is veel onderzoek gedaan naar windturbinegeluid en de effecten van blootstelling aan dit geluid. Op basis van deze onderzoeken zijn relaties bepaald tussen 17
Bruinsma en Nauta, Ketenemissies elektriciteit, Actualisatie elektriciteitsmix 2021, CE Delft, december 2021.
Wettelijk kader en beoordeling
27
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau de hinderbeleving en de blootstelling aan geluidniveaus. Dit zijn dosis-effectrelaties waarbij met de mate van blootstelling een bepaalde mate van effect gepaard gaat. Deze relaties vormen (voor windenergie, maar ook voor andere geluidsbronnen) de basis voor de geluidwetgeving.
4.3.1
Wettelijk kader De geluidbelasting door omgevingslawaai wordt op grond van een Europese richtlijn uitgedrukt in het aantal decibellen (dB) Lden en Lnight. Hierbij staat de maat Lnight voor de geluidbelasting die ’s nachts (tussen 23:00 en 7:00 uur) plaatsvindt. De maat Lden (Engels: Level day-evening-night) geeft de geluidbelasting over de gehele dag weer. De geluidbelasting die optreedt gedurende de nacht en de avond (tussen 19:00 en 23:00 uur) wordt in de Lden-maat zwaarder meegewogen dan geluid overdag. Hiermee wordt recht gedaan aan het feit dat geluid ’s nachts en ’s avonds als storender ervaren kan worden dan overdag. Het geluid wordt berekend als een gemiddelde, waarbij ’s avonds en ’s nachts respectievelijk 5 en 10 dB bij de berekende geluidbelasting moet worden opgeteld. De geldende landelijke normen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) beschrijven een maximaal toegestane geluidbelasting als gevolg van windturbines op de gevel van geluidsgebouwen en locaties18 van 47 dB Lden en 41 dB Lnight. Bij deze geluidbelasting werd de hoeveelheid geluidshinder op basis van dosis-effectrelaties toelaatbaar geacht. Deze normen zijn niet van toepassing op windparken met 3 of meer turbines. Daarvoor moeten de nieuwe landelijke normen nog worden vastgesteld.
Tot die tijd kunnen door het betreffende bevoegde gezag lokale normen worden gehanteerd. In nieuwe ontwerpwindturbinebepalingen is ten aanzien van de geluidbelasting een standaardwaarde van 45 dB Lden en 39 Lnight op geluidgevoelige gebouwen opgenomen. In afwijking van deze standaardwaarde kan worden afgeweken tot de grenswaarde van 47 dB Lden en 41 dB Lnight. Strengere eisen dan de standaardwaarde zijn niet toegestaan, maar soepelere eisen kunnen wel worden gesteld indien daar aanleiding toe is tot de grenswaarde, bijvoorbeeld vanwege cumulatie met geluid van andere windturbines of door de bijzondere eigenschappen. Pure energie gaat bij dit windpark uit van de strengst mogelijke norm van 45 dB Lden op geluidgevoelige gebouwen en locaties. In het kader van het MER en de omgevingsvergunningaanvraag worden geluidniveaus van windturbines berekend. De berekeningen vinden plaats met een gevalideerd rekenmodel aan de hand van een bronvermogen van windturbines dat met behulp van geluidmetingen door een gecertificeerd bureau tot stand is gekomen.
18
Het onderzoek strekt zich tot alle gevoelige gebouwen, waaronder naast gebouwen met een woonfunctie: gebouwen met een onderwijsfunctie; gezondheidszorgfunctie (met bedgebied); bijeenkomstfunctie voor kinderopvang (met bedgebied) en nevengebruiksfuncties daarvan. (Bron: Artikel 3.21 Bkl).
Wettelijk kader en beoordeling
28
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau
Cumulatie Het akoestisch onderzoek gaat ook in op cumulatie met andere geluidsbronnen (wegverkeer, industrie etc.) en besteedt aandacht aan het thema laagfrequent geluid.
4.3.2
Methode en beoordelingscriteria Met behulp van geluidsberekeningen maakt het MER inzichtelijk hoeveel geluid woningen in de omgeving van de windturbines zullen ondervinden. Hiervoor wordt aangesloten bij het “Reken- en meetmethode windturbines”. Om een waardevolle vergelijking en beoordeling mogelijk te maken berekent het MER de geluidcontouren en het aantal woningen waar de jaargemiddelde geluidbelasting hoger is dan: -
-
-
47 dB Lden: de norm waarbij het hinderpercentage ongeveer overeenkomt met dat voor rail- en wegverkeerslawaai en de grenswaarde uit de ontwerp windturbinebepalingen. 45 dB Lden: de standaardwaarde uit de ontwerp windturbinebepalingen en de voorwaardelijke aanbeveling van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor windturbinegeluid. 42 dB Lden: Zeer strenge norm om de haalbaarheid te toetsen. Deze norm sluit aan bij het hinderpercentage dat hoort bij de voorkeurswaarden voor wegverkeer/industrielawaai.
Laagfrequent geluid Een gedeelte van het geluid dat windturbines produceren heeft een frequentie van 20-125 Hz en wordt daarom geclassificeerd als laagfrequent geluid. Uit zienswijzen op eerdere windprojecten is gebleken dat de vrees bestaat dat laagfrequent geluid gezondheidseffecten veroorzaakt en dat de Nederlandse geluidsnorm onvoldoende bescherming biedt, omdat bij de vaststelling van de destijds voor alle windparken geldende norm van 47 dB op basis van Lden met deze informatie geen rekening zou zijn gehouden. Om deze reden heeft de Staatssecretaris van I&M een brief aan de Tweede Kamer gestuurd19 met twee onderzoeken van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en een literatuurstudie naar laagfrequent geluid door Bureau LBP Sight. Op grond van inzichten uit deze onderzoeken concludeerde de Staatssecretaris dat de norm van 47 dB-Lden en 41 dB-Lnight voldoende bescherming bieden tegen hinder als gevolg van laagfrequent geluid. Daarmee is onderbouwd dat, bij een geluidsnorm voor windenergie van 47 dB L den of strenger, er geen belangrijke negatieve effecten optreden als gevolg van laagfrequent geluid van windturbines. Gegeven de verwachting dat een lokale
19
kenmerk brief: IENM/BSK-2014/44564
Wettelijk kader en beoordeling
29
Windpark N34 Emmen Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau geluidsnorm voor windturbines ten minste 47 dB Lden of strenger zal zijn, bevat het MER geen beoordelingscriteria op dit thema. Onderstaande tabel toont de beoordelingscriteria waarop het MER de MER-alternatieven beoordeelt op het milieuthema geluid. Tevens worden in het MER de effecten in relatie tot de hoeveelheid opgewekte energie inzichtelijk gemaakt, namelijk het aantal woningen binnen de geluidscontouren per eenheid opgewekte energie (MWh), daarvoor staat de term 'relatief' in onderstaande tabel. Tabel 5
Beoordelingscriteria geluid Thema Beoordelingscriterium Geluid
4.4
Gezondheid
4.4.1
Wettelijk kader
Aantal geluidsgebouwen en locaties binnen drie geluidscontouren: absoluut. Aantal geluidsgebouwen en locaties binnen drie geluidscontouren: relatief.