CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Bestemmingsplan toelichting

Commissie Wonen en Ruimte 9 september 2024, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan 'Weiteveen, Zuidersloot achter nrs. 39-51 (woningbouw)'21.328 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hieronder wordt nader ingegaan op de onderzoeksresultaten. Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans klein dat het plangebied archeologische sporen bevat, afgezien van zeer diepe grondsporen. Dergelijke sporen zijn meestal alleen door intensief (gravend) onderzoek op te sporen. Aangezien ondiepe grondsporen en het vondstenniveau hier grotendeels ontbreken, is een groot deel van de archeologische context niet meer aanwezig, waardoor het bovendien lastig is deze restsporen te duiden. In de praktijk wordt in een dergelijk geval afgezien van nader

26

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot achter nrs 39-51 (woningbouw) (vastgesteld)

onderzoek. Gelet op het vorenstaande komt de archeologische dubbelbestemming ter plaatse van het plangebied deels te vervallen. De archeologisch dubbelbestemming vervalt uitsluitend daar waar archeologisch onderzoek is uitgevoerd. Aan de oostzijde van het plangebied wordt wel een archeologische dubbelbestemming opgenomen. Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. 4.1.2.1 Archeologische monumenten Binnen de plandelen zijn geen archeologische monumenten aanwezig. 4.1.2.2 Cultuurhistorie Om erfgoed goed te verankeren in het ruimtelijke beleid voor de woon- en leefomgeving, is in 2017 de Cultuurhistorische Waardenkaart Emmen vastgesteld. Dit is een inventarisatie en waardering van de cultuurhistorische waarden en bestaat uit een beleidskaart, bronnenkaart en een toelichtende rapportage. Ook is er aandacht voor immaterieel erfgoed. De beleidskaart voor cultuurhistorie geeft de vertaling naar het beschermingsregime voor drie categorieën erfgoed: Monumenten (Rijk, provincie en gemeente) en bomen van de gemeentelijke bomenlijst; Cultuurhistorisch waardevolle gebieden, wijken en (groen)structuren; Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, objecten en plekken.

Afhankelijk van de waarde van het monument, ensemble, of object, wordt er ingezet op bescherming (bijvoorbeeld voor aangewezen monumenten), herkenbaar houden (van de waardevolle historische en ruimtelijke structuur en samenhang van een ensemble, zoals bijvoorbeeld een bebouwingslint), of respecteren en 'rekening houden met' (voor objecten of afzonderlijke plekken met een cultuurhistorische waarde). Voor de omgeving van het plangebied wordt ingezet op het herkenbaar houden van de historische en ruimtelijke structuur en samenhang. De elementen waarvoor deze maatregel geldt, zijn ensembles en structuren met een hoge cultuurhistorische waarde, zoals karakteristieke stedenbouwkundige gebieden of waardevolle groenstructuren. Situatie plangebied Vanaf de negentiende eeuw werd het veengebied in Zuidoost-Drenthe ontgonnen. Het veengebied was opgedeeld in eigendommen van verschillende maatschappijen. Veengebieden zijn te herkennen aan de langgerekte stroken waar weinig hoge bomen en struiken staan. Dwars door de veengebieden lopen een hoofdkanalen met wijken die loodrecht op het hoofdkanalen stonden om zo de veengronden snel te kunnen ontwateren en het veen af te graven. Het plangebied is onderdeel van het Amsterdamsche Veld waar de Drentsche Landontginning Maatschappij en later de Griendtsveen Moss Litter Company Ltd. eigenaar waren.

De noordgrens van het Amsterdamsche Veld is de Noordersloot en de zuidgrens is de Zuidersloot. Ten noorden van het Amsterdamsche Veld lag het Barger-Oosterveen. Delen van het Barger-Oosterveen en het Amsterdamsche Veld zijn na de ontginningen hersteld als natuurgebied. Dit is het Bargerveen. Ten zuiden grensde het Amsterdamsche Veld aan het Schoonebeekerveld. Ook een gedeelte van het Schoonebeekerveld is onderdeel van het Bargerveen. Het gebied Amsterdamsche Veld loopt vanaf Nieuw-Amsterdam tot aan de grens met Duitsland. Het meest oostelijke gedeelte dat nu Weiteveen heet, heeft een iets andere geschiedenis dan de rest van het Amsterdamsche Veld. Dit komt doordat families vanuit Duitsland in dit gebied kwamen wonen. Zij namen het katholieke geloof mee waarna hier een

27

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot achter nrs 39-51 (woningbouw) (vastgesteld)

kerk werd gebouwd met in de jaren twintig van de vorige eeuw een zusterhuis en school. Pas in de jaren vijftig van de twintigste eeuw kreeg het dorp de naam 'Weiteveen.' Aan het begin van de twintigste eeuw beleefde het veengebied goede tijden vanwege de bloeiende turfindustrie. Er was een goede verbinding met Duitsland door het smalspoor. Het Dommerskanaal dat door het Amsterdamsche Veld loopt is nooit doorgegraven tot in Duitsland en liep tot voorbij de kerk. Tegenwoordig is het laatste gedeelte gedempt en stopt het Dommerskanaal bij het plangebied. Het plangebied betreft een voetbalveld. Ten oosten van het voetbalveld ligt een wijk die aangewezen is met de maatregel 'herkenbaar houden.' Deze wijk staat loodrecht op het Dommerskanaal waar dezelfde maatregel aan verbonden is. Ook de Zusterweg langs het plangebied is aangewezen als historische infrastructuur met de maatregel 'herkenbaar houden.' De ontwikkelingen tasten de cultuurhistorische waarden niet aan. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling betreft een locatie waar geen cultuurhistorisch waardevolle objecten aanwezig zijn. Middels de voorgenomen ontwikkeling is er daarom geen (negatieve) invloed op de cultuurhistorische hoofdstructuur. 4.1.3

Monumenten

Binnen het plangebied bevinden zich geen rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten of provinciale monumenten. 4.1.4

Conclusie

Op grond van de resultaten van het onderzoek is het uitvoeren van archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Hierdoor wordt in het bestemmingsplan geen dubbelbestemming voor archeologie opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling doet geen afbreuk aan de bestaande cultuurhistorische waarden. 4.2

Ecologie

4.2.1

Algemeen

De Wet natuurbescherming (Wnb) is in werking getreden op 1 januari 2017. Deze wet vervangt de volgende drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (houtopstanden). De provincie is bij de Wnb het bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en handelingen bij Natura 2000-gebieden en dier- en plantensoorten. 4.2.2

Gebiedsbescherming

4.2.2.1 Natura 2000-gebieden In de Wet natuurbescherming heeft Nederland de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in nationale wetgeving verankerd. Nederland zal aan de hand van een vergunningenstelsel de zorgvuldige afweging waarborgen rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Deze vergunningen worden verleend door de provincies of door de Minister van EZ. Het plangebied ligt niet binnen of nabij een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Bargerveen' ligt op circa 112 meter afstand van het plangebied. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor alle beschermde soorten en habitats die daar aanwezig zijn. Per soort of habitat is aangegeven of behoud van de huidige aantallen/arealen voldoende is, dan wel of uitbreiding of een

28

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot achter nrs 39-51 (woningbouw) (vastgesteld)

verbetering nodig is. Niet alleen activiteiten binnen een Natura 2000-gebied maar ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen. Dit wordt externe werking genoemd. Gezien de mogelijke externe werking van de beoogde ontwikkeling op het nabijgelegen Natura 2000-gebied, is het van belang om te toetsen of de realisatie van de beoogde ontwikkeling conflicteert met de waarden waarvoor dit gebied is aangewezen. Hiervoor is in elk geval een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Gelet op de onderlinge afstand is directe hinder (bijv. geluid, verstrooiing van licht etc.) niet aan de orde. Naast directe hinder dient tevens te worden gekeken naar de mogelijke toename van stikstofdepositie op kwetsbare habitattypen binnen Natura 2000-gebieden. In voorliggend geval is voor de voorgenomen ontwikkeling een AERIUS-berekening (Bijlage 4) uitgevoerd voor het plangebied. Op basis van het uitgevoerde onderzoek wordt geconcludeerd dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase, na intern salderen, geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Mogelijk significant negatieve effecten op het Natura 2000-gebied Bargerveen zijn op basis van deze AERIUS-berekening uit te sluiten. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming niet vergunningplichtig.

4.2.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlands natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN is gelegen op circa 50 meter afstand van het plangebied. Gezien de onderlinge afstand, de aard en omvang van de ontwikkeling en lokale invloedssfeer van de voorgenomen activiteit, wordt gesteld dat als gevolg van voorliggend initiatief geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Het NNN kent immers geen externe werking. 4.2.3

Soortenbescherming

4.2.3.1 Algemeen Wat betreft de soortbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet er worden bekeken of hier een vrijstelling voor geldt, anders moet er een ontheffing worden gevraagd. In voorliggend geval is door Milieu Adviesbureau Eco Reest een quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. Hierna zijn de resultaten van het onderzoek opgenomen. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar Bijlage 5 van deze toelichting. Broedvogels Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen diverse (niet jaarrond beschermde) vogels tot broeden komen. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen. Geadviseerd wordt om een (of meerdere, afhankelijk van de uiteindelijke uitvoeringsperiode) aanvullende bomeninspectie(s) uit te voeren in de periode dat het blad van de bomen is om zodoende een volledig overzicht van het plangebied en de directe omgeving te hebben. Dit met als doel nader te onderzoeken of er nesten van jaarrond beschermde vogels aanwezig/gevestigd zijn. Vervolgens dient beoordeeld te worden of de functionaliteit van de

29

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot achter nrs 39-51 (woningbouw) (vastgesteld)

rust-/nestplekken wordt aangetast als gevolg van het plan. Afhankelijk van de resultaten kunnen vervolgstappen zoals een ontheffing aan de orde zijn. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met broedvogels zonder jaarrond beschermde status. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Voor de meeste soorten kan de periode tussen maart en september worden aangehouden als broedseizoen. Dit is echter afhankelijk van de soort en van de klimatologische omstandigheden. Indien de werkzaamheden binnen het broedseizoen plaatsvinden, wordt geadviseerd voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcheck uit te laten voeren om vast stellen of binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden broedvogels zonder jaarrond beschermd nest aanwezig zijn. Indien deze afwezig zijn, kunnen werkzaamheden doorgang vinden.

Indien bij de controle in gebruik zijnde nesten van vogels, of in aanbouw zijnde nesten worden aangetroffen, dient een zorgvuldige werkwijze worden bepaald of dienen de werkzaamheden worden uitgesteld tot het nest niet meer in gebruik is. Ook kan ervoor worden gekozen de werkzaamheden voor het broedseizoen op te starten en continue door te werken, zodat vogels buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden geschikte broedgelegenheid zullen zoeken. Eekhoorn Aangezien de bomen vol in blad stonden en de uitvoeringsperiode nog niet bekend is, wordt geadviseerd een (of meerdere, afhankelijk van de uiteindelijke uitvoeringsperiode) aanvullende bomeninspectie(s) uit te voeren in de periode(n) dat het blad van de bomen is om te beoordelen of er (vaste) rust- en verblijfplaatsen van eekhoorn binnen de invloedsfeer van het plan aanwezig zijn en of sprake is van aantasting van de functionaliteit. Afhankelijk van de resultaten zijn vervolgstappen (zoals een ontheffing) aan de orde. Natuurinclusief bouwen Het te herontwikkelen plangebied met de te realiseren nieuwbouw en in te richten buitenruimte biedt mogelijkheden voor het realiseren van verblijfplaatsen en leefgebied voor onder andere vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Hiervoor zijn vele mogelijkheden.

Geadviseerd wordt in een vroeg stadium van de planvorming een ecoloog te betrekken om mee te denken bij een natuurinclusieve invulling met faunavoorzieningen in de realiseren bebouwing en een ecologische meerwaarde in de buitenruime. Zorgplicht Te allen tijde blijft de zorgplicht gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend. Hier kan invulling aan worden gegeven door de grasvegetatie ter plaatse van het plangebied enkele dagen voorafgaand aan de werkzaamheden kort te maaien en de tuin- en bouwafvalhopen tijdig op te ruimen. Zodoende zullen dieren buiten het plangebied alternatief leefgebied gaan zoeken. Daarnaast wordt geadviseerd bij invulling van het plangebied gebruik te maken van lage naar beneden gerichte led-lichtbronnen om zo min mogelijk verstoring op fauna te veroorzaken.

30

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot achter nrs 39-51 (woningbouw) (vastgesteld)

4.2.4

Conclusie

Er worden geen negatieve effecten op de NNN en Natura 2000-gebieden verwacht. Daarnaast zijn er geen negatieve effecten op beschermde soorten te verwachten binnen het plangebied. Ten slotte is op basis van de Wnb altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving. Concreet betekent dit dat bij (ruimtelijke) ingrepen gezorgd moet worden dat dieren niet verstoord of gedood worden en dat planten niet zomaar verplant worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld broedende vogels, de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. Daarbij geldt voor alle bouwactiviteiten dat er voorzorgsmaatregelen genomen dienen te worden, waardoor: de aanvang van de werkzaamheden buiten het broedseizoen (globaal van half maart tot begin augustus) dient plaats te vinden; een week voor de werkzaamheden beginnen, het plangebied kort gemaaid dient te worden, zodat het plangebied ongeschikt wordt voor kleine zoogdieren en ze de kans krijgen om te vluchten; (wortel)schade aan de (oude) bomen wordt voorkomen en geen graafwerkzaamheden binnen de kroonprojectie van deze oude bomen kan plaatsvinden.

4.3

Fysieke veiligheid

4.3.1

Algemeen

Rijksoverheid stelt risiconormen op het gebied van veiligheid aan inrichtingen, ter bescherming van de omgeving. Naast de wet- en regelgeving mogen gemeenten invulling geven aan een eigen veiligheidsvisie. In de Beleidsnota externe veiligheid gemeente Emmen (april 2013) geeft de gemeente Emmen invulling aan deze beleidsruimte. In de gemeentelijke beleidsnota Externe Veiligheid zijn de ruimtelijke uitgangspunten van de structuurvisie verder uitgewerkt. In de Beleidsnota externe veiligheid heeft de gemeente Emmen gekozen voor een gebiedsgerichte benadering voor de vestiging van risicovolle activiteiten. Tevens is in het beleid een afwegingskader bij concrete ruimtelijke beslissingen en voor de inzet van bestuurlijke uitvoeringsinstrumenten om de kwetsbaarheid van een object of activiteit die niet rechtstreeks onder de begripsbepaling van het Bevi valt bepaald te beoordelen. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is rekening gehouden met deze nota externe veiligheid. Vanuit de Veiligheidsregio Drenthe en RUD Drenthe is richting gegeven aan het beoogde veiligheidsniveau van de gebouwen in en rondom het plangebied. Hierbij is getoetst aan bestaande regelgeving en normen voor (externe) veiligheid, bereikbaarheid, bluswatervoorziening, repressieve dekking en alarmsystemen welke onderdeel zijn van de veiligheidsketen. 4.3.2

Situatie plangebied

Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied (rode ster) en de directe omgeving weergegeven.

31

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot achter nrs 39-51 (woningbouw) (vastgesteld)

Afbeelding 4.2 Uitsnede risicokaart (Bron: Atlas Leefomgeving) 4.3.3

Plaatsgebonden risico en groepsrisico

In de nabije omgeving van het plangebied liggen geen risicobronnen. Er is dus geen sprake van een plaatsgebonden risico of groepsrisico. 4.3.4

Inrichting en ontwikkeling

Bluswatervoorzieningen In beginsel is er in voldoende mate voorzien in de aanwezigheid van bluswatervoorzieningen.

Waarschuwings- en alarmeringssysteem Het plangebied valt binnen de dekking van het Waarschuwings- en alarmeringssysteem.

Bereikbaarheid Het plangebied is in beginsel voldoende goed bereikbaar.

Opkomsttijd De veiligheidsregio adviseert de initiatiefnemer te informeren over de brandveiligheidsmaatregelen. Denk hierbij aan de BIObiz factoren: bouwkundige voorzieningen, bijv. conform bouwregelgeving installatietechnische voorzieningen, bijv. woningrookmelders – woningsprinklers – zonnepanelen een halve meter uit de woningscheidende muur. organisatorische voorzieningen, bijv. vluchtplan door de bewoners zelf op te stellen

32

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot achter nrs 39-51 (woningbouw) (vastgesteld)

brandweeropkomsttijd, vrij houden van wegen / zo min mogelijk verkeersbelemmerende maatregelen inventaris, toepassen van moeilijk brandbaar materiaal zelfredzaamheid van de aanwezigen, toepassen veilige vluchtroutes 4.3.5

Conclusie

Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid. 4.4

Milieu

4.4.1

Vormvrije m.e.r.

4.4.1.1 Algemeen De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.

Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r., is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. 4.4.1.2 Situatie plangebied Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 112 meter afstand van het plangebied. Uit de stikstofberekening is gebleken dat na intern salderen er geen sprake is van negatieve effecten ten aanzien van dit Natura 2000-gebied, aangezien er geen sprake is depositieresultaten boven de 0,00 mol. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming is in het kader van dit bestemmingsplan dan ook niet

33

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot achter nrs 39-51 (woningbouw) (vastgesteld)

noodzakelijk. Vormvrije m.e.r.-beoordeling Voor de ontwikkeling is een aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling opgesteld. Uit deze aanmeldnotitie is gebleken dat ten gevolge van het plan geen significant negatieve effecten op de omgeving zullen optreden. Voor een uitgebreide beschrijving van de milieueffecten wordt verwezen naar de aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling, opgenomen in Bijlage 6 van deze toelichting. Burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen hebben reeds een m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen. Deze is in Bijlage 7 van deze toelichting opgenomen. 4.4.1.3 Conclusie Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat dit bestemmingsplan niet m.e.r.-plichtig is. Er zijn eveneens geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan. 4.4.2

Bedrijven en milieuzonering

4.4.2.1 Algemeen Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan of wijzigingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. 4.4.2.2 Gebiedstypen In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer.

34

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot achter nrs 39-51 (woningbouw) (vastgesteld)

Gebieden waar in enige vorm sprake is van functiemenging, of in gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd (bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen), worden aangemerkt als 'gemend gebied'. Bij 'gemengde gebieden' moet gedacht worden aan: “Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.” De richtafstanden uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van gemengd gebied. Daarbij wordt in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is.

Het plangebied ligt in een dorp waarbij sprake is van lintbebouwing in het buitengebied. Tevens is er sprake van verschillende functies rondom het plangebied, zoals sport en horeca. Gelet op het vorenstaande wordt uitgegaan van het omgevingstype 'gemengd gebied'. In onderstaande tabel zijn de richtafstanden in zowel het omgevingstype rustige woonwijk als in het gemengd gebied weergegeven. Milieucategorie

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied

1

10 m

0m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

4.1

200 m

100 m

4.2

300 m

200 m

5.1

500 m

300 m

5.2

700 m

500 m

5.3

1.000 m

700 m

6

1.500 m

1.000 m

4.4.2.3 Situatie plangebied Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd, wordt bij het realiseren van nieuwe functies gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe functies gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

35

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot achter nrs 39-51 (woningbouw) (vastgesteld)

Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie 'wonen' betreft geen milieubelastende functie voor de omgeving. Er is geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe woningen hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. Omgekeerd gaat het om de vraag of bestaande functies in de omgeving belemmerd worden in de bedrijfsvoering door de nieuwe milieugevoelige functies. In de omgeving van het plangebied bevindt zich een aantal milieubelastende functies. In de onderstaande tabel worden de omliggende functies, de bijbehorende milieucategorie en richtafstand en de afstand tot het plangebied weergegeven. De afstand is gemeten van het bouwvlak van de omliggende functie tot de grens van het plangebied. Adres

Milieucategorie

Grootste Afstand tot richtafstand in plangebied gemengd gebied

Ir. Biewengaweg Voetbalveld 5, 7, 9

3.1

30 m

0m

Ir. Biewengaweg IJsbaan 50

4.2

300 m

50 m

10 m

0m

Zuiderslootweg 53

Functie

Maarschappelijke 2 voorziening

Zuiderslootweg 53, maatschappelijke voorziening Zoals te zien in te hiervoor opgenomen tabel, ligt het plangebied binnen de richtafstand van de maatschappelijke voorziening aan de Zuiderslootweg 53. Indien echter wordt gemeten tussen de maatschappelijke bestemming en de grens van de woonbestemmingen binnen het plangebied, wordt met circa 11 meter wel voldaan aan de richtafstanden. Ten aanzien van deze locatie is nader onderzoek niet noodzakelijk.

Ir. Biewengaweg 50, ijsbaan Doordat het plangebied binnen de richtafstand van de Ijsbaan/evenementenlocatie aan de Ir. Biewengaweg 50 ligt, is nader onderzoek uitgevoerd. De richtafstand dat het plangebied raakt betreft de richtafstand van het milieuaspect geluid. In voorliggend geval is daarom een akoestisch onderzoek door Geluidmeesters uitgevoerd. Het volledige onderzoeksrapport is opgenomen in Bijlage 9. Hierna wordt op de bevindingen ingegaan. Uit de berekeningen blijkt dat de geluidbelasting ter plaatse van de woningen in het plangebied 1 dB hoger is dan ter plaatse van de huidige woonbestemmingen. Dit kan worden gereguleerd met op één van de twee onderstaande opties: geen beperking evenementen door aantonen hogere gevelwering; beperken evenementenlocatie door strengere norm.

36

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot achter nrs 39-51 (woningbouw) (vastgesteld)

De gemeente kiest voor een strengere norm voor de evenementenlocatie. Met inachtneming van het vorenstaande wordt ter plaatse van het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat verwacht. Ir. Biewengaweg 5, 6, 9, voetbalveld/sportvoorziening Het plangebied ligt binnen de richtafstand van de sportvoorziening. Echter, de te realiseren woningen bevinden zich op een afstand van ruim 50 meter van de sportvoorziening. Desondanks is door Alcedo een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoeksrapport is in Bijlage 8 opgenomen. Hierna wordt op de bevindingen ingegaan. Uit het onderzoek blijkt dat bij de nieuw te realiseren woningen aan de geluidsvoorschriften uit het Activiteitenbesluit en de richtwaarden zowel voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en maximale geluidsniveau in een gemengd gebied wordt voldaan. Naast het vorenstaande dient in ogenschouw te worden genomen dat ter plaatse van de sportvereniging sprake is van incidentele feestjes of evenementen. Dergelijke feestjes/evenementen kunnen ter plaatse van het plangebied hoorbaar zijn. Hierbij wordt benadrukt dat op kortere afstand van de sportvelden reeds bestaande woningen aanwezig zijn. Tot op heden zijn er geen klachten van overlast bekend. Deze bestaande woningen zijn maatgevend. Lichthinder Tot slot wordt nog ingegaan op lichthinder.

Doordat de voetbalvelden zijn voorzien van lichtmasten, kan sprake zijn van overlast door licht. In dit kader is door Alcedo een onderzoek naar lichthinder uitgevoerd. Het volledige onderzoeksrapport is in Bijlage 10 opgenomen. Op basis van het uitgevoerde lichthinderonderzoek is geconcludeerd dat niet wordt voldaan aan de Richtlijn Lichthinder. Als maatregel zullen de armaturen van de lichtmasten van het maatgevende veld worden vervangen door LED lampen. Om vast te stellen of de geconstateerde lichthinder zal worden weggenomen is er een lichtplan opgesteld. Uit dit lichtplan blijkt dat er na vervanging door LED lampen geen lichthinder meer zal optreden. Aangezien de LED lampen nog niet zijn aangebracht is er een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Deze voorwaardelijke verplichting verbied het gebruiken en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken, overeenkomstig de in lid 6.1, lid 7,1 en lid 8.1 opgenomen bestemmingsomschrijving, indien de geconstateerde lichthinder niet is weggenomen. Verwacht wordt dat de LED verlichting in de loop van 2025 zal worden aangebracht. Resumé Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarnaast worden omliggende functies niet belemmerd in de bedrijfsvoering.

Dit geldt niet voor de ijsbaan/evenenementlocatie aan de Ir. Biewengaweg 50. Ter plaatse dient een strengere norm te worden opgenomen om de geluidsbelasting op het plangebied tot het aanvaardbare te reduceren. 4.4.2.4 Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

37

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot achter nrs 39-51 (woningbouw) (vastgesteld)

4.4.3

Bodem

4.4.3.1 Algemeen Bij het vaststellen van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 4.4.3.2 Situatie plangebied Door Sigma is ter plaatse van het plangebied een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoeksrapport is opgenomen in Bijlage 11 bij deze toelichting. Hierna wordt ingegaan op de bevindingen. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde afwijkingen of asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). Grond Bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters MM1 t/m MM3 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Ondergrond (0.6-2.0 m-mv) De ondergrondmengmonsters MM4 en MM5 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.

Grondwater Peilbuis 1 (2.0-3.0 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) ten opzichte van de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging geen directe aanleiding bestaat tot het instellen van aanvullend onderzoek. Peilbuis 2 (1.8-2.8 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 2 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) ten opzichte van de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging geen directe aanleiding bestaat tot het instellen van aanvullend onderzoek. 4.4.3.3 Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

38

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot achter nrs 39-51 (woningbouw) (vastgesteld)

4.4.4

Geluid

Regels ten aanzien van geluidhinder zijn vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). Het doel van de Wet geluidhinder is tweeledig. Enerzijds de bescherming van het milieu en anderzijds de bescherming van de volksgezondheid. Bepalend is steeds de situering van geluidsbronnen ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen. De Wgh gaat uit van zones langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Binnen dergelijke zones zijn nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen alleen toegestaan indien de geluidsbelasting op de buitengevel onder of hoogstens gelijk is aan de voorkeurswaarde. Ontheffing van de voorkeurswaarde is toegestaan indien maatregelen om de geluidsbelasting op de buitengevels te beperken niet mogelijk zijn of onvoldoende helpen en indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. 4.4.4.1 Geluidsbronnen in en nabij het plangebied Het plangebied ligt niet binnen een wettelijk geluidszone van spoorwegen of industrie. De aspecten spoorweglawaai en industrielawaai vormen dus geen belemmering voor het initiatief. Hierbij wordt opgemerkt dat de geluidsbelasting van individuele activiteiten reeds in paragraaf 4.4.2 zijn behandeld. Wel ligt het plangebied binnen de wettelijke geluidszone van een weg, namelijk de Zuidersloot. Hierna wordt daarom nader ingegaan op het aspect wegverkeerslawaai.

4.4.4.2 Wegverkeerslawaai De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen de van rechtswege aanwezige zone van een weg. Conform de Wet geluidhinder heeft elke weg een zone. Conform art. 74 lid 2 Wgh zijn de onderstaande wegen hiervan uitgezonderd: Wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied; Wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt. De breedte van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied. De wegen in het plangebied zijn gelegen in stedelijk gebied. Hiervoor gelden de volgende zonebreedtes (conform art. 74 lid 1 Wgh) a. in stedelijk gebied: 1. voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken : 350 meter; 2. voor een weg, bestaande uit één of twee rijstroken : 200 meter. De afstanden zoals weergegeven worden aan weerszijden van de weg gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook. Bij de realisatie van woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen moeten de wettelijke grenswaarden in acht worden genomen. De voorkeurswaarde voor wegverkeerslawaai bedraagt 48 dB. Indien deze voorkeurswaarde wordt overschreden moet er onderzoek worden gedaan naar mogelijke bron- en/of overdrachtsmaatregelen. Zijn maatregelen niet mogelijk dan kunnen Burgemeester en Wethouders ontheffing van de voorkeurswaarde verlenen.

Indien met maatregelen niet kan worden voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan voor woningen in binnenstedelijk gebied een hogere waarde worden vastgesteld van ten hoogste 63 dB. De gemeente dient het vaststellen van de hogere waarde met eigen argumenten te motiveren en de vastgestelde hogere waardes zo snel mogelijk in te schrijven in het kadaster. Gelet op de goede ruimtelijke onderbouwing bij ontwikkelingen moet ook langs de 30 km/uur wegen worden aangeven hoe met uitbreidingsmogelijkheden van met name geluidgevoelige ruimten als bedoeld in de Wet geluidhinder wordt omgegaan (algemene afwijking hogere

39

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot achter nrs 39-51 (woningbouw) (vastgesteld)

waarden of alleen uitbreiden met Wro-afwijking en dan voor iedere situatie apart hogere waarde vaststellen) en of daadwerkelijk voldaan wordt aan de wettelijke geluidsnormen ongeacht wat art. 74 lid 2 Wgh hierover aangeeft. De wegen rondom het plangebied betreffen ook 30 km/uur wegen en zijn niet voorzien van een wettelijke geluidszone. Zoals aangegeven dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook bij deze wegen de aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting te worden onderbouwd. In voorliggend geval is door BJZ.nu een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het volledige onderzoeksrapport is in Bijlage 12 opgenomen. Hierna wordt op de bevindingen ingegaan. Op voorhand wordt opgemerkt dat het akoestisch onderzoek wegverkerslawaai is uitgevoerd in de vorm van een 'open veld benadering'. Dit houdt in dat in het akoestisch model de te realiseren woningen niet zijn gemodelleerd. Op basis van het akoestisch onderzoek wordt geconcludeerd dat ter plaatse van het gehele plangebied sprake is van geluidsbelasting van ten hoogste 26 dB. Met deze resultaten wordt ruimschoots voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB. Gelet op het vorenstaande is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woningen aangaande het aspect wegverkeerslawaai.

4.4.4.3 Gevolgen voor bestemmingsplan De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.4.5

Lucht

4.4.5.1 Beoordelingskader Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekende mate Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 40

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot achter nrs 39-51 (woningbouw) (vastgesteld)

Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 4.4.5.2 Situatie plangebied Niet in betekende mate In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Gelet op de aard en omvang van voorliggende ontwikkeling in vergelijking met categorieën van gevallen, kan worden aangenomen dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Om het vorenstaande aan te tonen kan een NIBM-berekening worden uitgevoerd. Om deze uit te voeren dient de verkeersgeneratie van het voornemen inzichtelijk te worden gemaakt.

Om het aantal verkeersbewegingen te bepalen is gebruik gemaakt van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: •

Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk / gemeente Emmen (Bron: CBS Statline);

•

Stedelijke zone: rest bebouwde kom

Functie

Verkeersgeneratie per woningtype per weekdag (gemiddeld)

Aantal Verkeersgenerat woninge ie per weekdag n

Koop, huis, tussen/hoek 7,4 per woning

14

103,6

Koop, huis, twee-onder-een-kap

7,8 per woning

4

31,2

Koop, huis, vrijstaand

8,2 per woning

3

24,6

De totale verkeersgeneratie voor de voorgenomen ontwikkeling komt afgerond neer op gemiddeld 160 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Hierna volgt een uitsnede van de NIBM-tool. Het aandeel aan vrachtverkeer is worst-case op 10% ingeschaald.

41

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot achter nrs 39-51 (woningbouw) (vastgesteld)

Gezien het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat de verkeersgeneratie als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling van dit plan in niet betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Gevoelige bestemmingen De voorgenomen te realiseren woningen worden in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen, niet aangemerkt als 'gevoelige bestemming'. Het Besluit gevoelige bestemmingen behoeft geen nadere aandacht. Hierna wordt ingegaan op de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied. Luchtkwaliteit Op basis van de “grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland”, welke is gepubliceerd door het Rijksinstituut Volksgezondheid en Milieu, zijn op schaal van km² de gemiddelde achtergrondconcentraties van diverse luchtverontreinigende stoffen aangegeven. De gegevens voor het plangebied worden weergegeven in de onderstaande tabel. Paramete Achtergrond- Achtergrond Grenswaar r waarde [µg/m3 ] -waarde de [µg/m3 ] 3 2021 [µg/m ] 2030

Grenswaar WHO Voldoet de wet advieswaar [ja/nee] Milieubehee de [µg/m3 ] r

Stikstofdi 6,91 oxide No2

5,44

40

40

10

ja

Zwevend 13,50 e deeltjes PM1 0

11,90

40

40

15

ja

Zwevend 7,32 e deeltjes PM2,5

5,60

25

25

5

ja

Uit voorgaande tabel blijkt dat in de plandelen voor de stoffen NO2 (stikstofdioxide) en fijnstof (PM1 0 en PM2,5) ruimschoots wordt voldaan aan de Wettelijke grenswaarden uit bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Ten aanzien van alle genoemde stoffen wordt tevens voldaan aan de advieswaarden van de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie) met uitzondering van zwevende deeltjes PM2,5. 42

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot achter nrs 39-51 (woningbouw) (vastgesteld)

Echter wordt anno 2021 net niet voldaan aan de advieswaarde van de WHO. In de tabel is te zien dat er sprake is van een dalende trend en deze daling ook tot 2030 wordt verwacht. Voor het jaar 2030 wordt voor de achtergrondconcentratie NO2 en PM1 0 voldaan en voor PM 3 2,5 een achtergrondconcentratie van maximaal 5,60 µg/m verwacht, waarmee het aannemelijk is dat in de nabije toekomst eveneens wordt voldaan aan de advieswaarden van de WHO. 4.4.5.3 Conclusie Gezien het vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project. 4.5

Waterparagraaf

Belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). In deze waterparagraaf wordt beschreven hoe het huidige waterhuishoudkundig systeem voor het plangebied is ingericht, welke fysieke omstandigheden voor het gebied gelden en of speciale functies voor het plangebied gelden. Naast een beschrijving van de waterhuishoudkundige consequenties van het plan en de stedelijke wateropgave heeft het wateradvies van het waterschap een duidelijke plaats gekregen. 4.5.1

Waterbeleid

De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nota Ruimte en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerprogramma 2022-2027. De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn waterveiligheid, klimaatbestendigheid omgeving en ruimte voor waterberging. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regel stellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen.

43

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot achter nrs 39-51 (woningbouw) (vastgesteld)

4.5.1.1 Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. 4.5.1.2 Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem.

Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. 4.5.2

Wateraspecten plangebied

Het plangebied ligt in het stroomgebied Rijn- Oost en valt onder het beheersgebied van het waterschap Vechtstromen. Het waterbeleid voor dit gebied is vastgelegd in het Waterbeheerplan van waterschap Vechtstromen en in het waterplan van de gemeente Emmen. 4.5.2.1 Grondgebruik De omgeving van het plangebied is grotendeels ingericht als woonwijk. Rondom het plangebied liggen enkele percelen met de bestemming 'sport'. Het plangebied bestaat uit een voormalig voetbalveld. In de beoogde situatie worden 21 woningen gerealiseerd met parkeerplaatsen en groen. Er is sprake van een toename van verharding ten opzichte van de bestaande situatie. De toename van het verhard oppervlak bedraagt 5250 m² (daken en verharding). Gelet op de toename van het verhard oppervlak in het plangebied, dient aandacht te worden besteed aan het voorkomen van versnelde afvoer van het hemelwater. Het plangebied ligt lager dan zijn omgeving. Binnen het plan zal rekening gehouden moeten worden aan het voorkomen van wateroverlast.

44

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot achter nrs 39-51 (woningbouw) (vastgesteld)

4.5.2.2 Bodemopbouw en hoogteligging Het plangebied ligt in de huidige situatie lager dan de omgeving. De maaiveldhoogte in de omgeving varieert van 16.10+ tot ca. 16,50+ NAP. De maaiveldhoogte van het sportveld varieert tussen de 15,20+ tot 15,90+ NAP en is gemiddeld ca. 15,50+ NAP. De bodem in en om het gebied bestaat overwegend uit matig fijn zand met een veenlaag op ca. 0,50 m diepte.. Deze storende veenlaag zal worden vervangen door zand. Om het risico op wateroverlast (grondwater en over maaiveld) te beperken zal het maaiveld worden opgehoogd met 1,00 m naar ca 16,50+. Hier dient in de bouwplannen rekening mee te worden gehouden. 4.5.2.3 Grondwater In de bestaande situatie varieert de grondwaterstand tussen de 14,20+ en 14,50+ NAP. Het streefpeil van het Dommerskanaal in de zomer is 14,10+ NAP. Door het ophogen van het maaiveld naar ca. 16,50+, wordt er voldoende drooglegging bereikt waardoor er traditioneel gebouwd kan worden. De drooglegging onder wegen is hiermee ook voldoende en de kans op toestroming van water uit de directe omgeving wordt hiermee ook beperkt. 4.5.3

Waterhuishouding

De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van de realisatie van woningbouw aan de Ingenieur Biewengaweg in Weiteveen. Op de geplande bouwlocatie is in de huidige situatie een voetbalveld aanwezig. Op het terrein worden 21 woningen, parkeerplaatsen en groen gerealiseerd. De uitbreiding van het verhard oppervlak is ca. 21 * 250m² = 5.250 m². De bergingsbehoefte om te voorkomen dat er afgewenteld wordt is 5250 * 0,091 = 478 m³. Deze berging zal in het naastgelegen veld worden gecreëerd. Het hemelwater en afvalwater wordt met gescheiden systemen verzameld. Het afvalwater gaat richting het gemeentelijk riool in de Biewengaweg. Het hemelwater gaat via een leiding naar het naastgelegen veld. Dit veld zal worden verlaagd zodat de benodigde berging van 478 m3 hier bereikt wordt. Het water zal afvoeren naar het grondwater. Er zal een overloop naar het bestaande slotenstelsel worden aangelegd waar het water kan afstromen wanneer de berging vol staat. 4.5.3.1 Riolering Binnen het plangebied is geen riolering aanwezig. Door de ophoging van het terrein is het aanleggen van riolering onder vrij verval richting het gemeentelijk riool mogelijk. Het vuilwaterriool wordt in de Biewengaweg aangesloten op bestaande riolering. Het hemelwater wordt afgevoerd naar een berging/wadi.

4.5.3.2 Waterbeheer, (grond) waterkwantiteit - en kwaliteit Het plangebied maakt geen deel uit van een door de provincie aangewezen grondwaterbeschermingsgebied. Er zijn daarom geen beperkende eisen aan het grondgebruik gesteld. Aanleghoogte van de bebouwing Om wateroverlast en schade in woningen te voorkomen, dient het vloerpeil van de bebouwing op ten minste op ten minste 30 centimeter boven het straatpeil te liggen. Daarnaast dient tevens rekening te worden gehouden de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG). Er dient ten minste 80 cm boven de GHG te worden gebouwd. Doordat het terrein met ca. 1.00 m wordt opgehoogd wordt ruimschoots voldaan aan deze voorwaarden.

45

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot achter nrs 39-51 (woningbouw) (vastgesteld)

4.5.4

Wateradvies waterschap

Het waterschap Vechtstromen is tijdig ingelicht over de planvorming door middel van de digitale watertoets. Uit de uitkomst van de digitale watertoets (Bijlage 13 bij de toelichting) volgt dat de "normale procedure" van toepassing is. Het waterschap is tijdig ingelicht over de planvorming. Hierdoor heeft het waterschap de initiatiefnemer goed op de hoogte kunnen stellen van de waterhuishoudkundige aspecten binnen het plan. Er wordt rekening gehouden met bestaande wetten en regels op het gebied van de waterhuishouding. Met inachtneming van de gegeven adviezen heeft het waterschap geen bezwaar tegen de planvorming. 4.5.5 Gegevens ten behoeve van nadere inrichting en ontwikkeling in het plangebied Regenwater heeft van nature een goede kwaliteit. Door allerlei oorzaken kan het verontreinigd worden en hiermee bodem en oppervlaktewater belasten. Het is daarom van belang om er in eerste instantie voor te waken dat regenwater verder wordt verontreinigd. Dat kan worden bereikt door de oppervlaktes waarop regenwater valt schoon te houden (bijv. wegen en parkeerterreinen) door geen bestrijdingsmiddelen te gebruiken en rekening te houden met het gebruik van strooizout of het gebruik van uitlogende materialen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet zoveel mogelijk worden voorkomen dat regenwater wordt gemengd met andere waterstromen.

Denk bijvoorbeeld aan het mengen met huishoudelijk afvalwater in het gemengde rioolstelsel. Bij nieuwe ontwikkelingen moet daarom worden onderzocht of het regenwater gescheiden kan worden afgevoerd. Water is belangrijk voor het welzijn van mens en dier. In bebouwd gebied vormt het tevens een belangrijk ordenend en esthetisch element. Om aan dit doel te voldoen is het belangrijk dat het water van goede kwaliteit is en voldoende zuurstof bevat. Voor het plangebied betekent dit dat bij nieuwe ontwikkelingen er op moet worden gelet dat: alleen water wordt aangelegd op plaatsen waar dit op natuurlijke wijze kan; water verbonden is met de rest van het watersysteem; er voldoende oeverbegroeiing is; afstromend regenwater schoon is en blijft; lozingen vanuit de riolering worden voorkomen.

46

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot achter nrs 39-51 (woningbouw) (vastgesteld)

Hoofdstuk 5 5.1

Toelichting op de planregels en verbeelding

Algemeen

Het bestemmingsplan bestaat uit de plantoelichting, regels en verbeelding. De regels en de verbeelding vormen het juridisch bindende gedeelte van een bestemmingsplan. De verbeelding en de regels moeten altijd in samenhang worden gebruikt. De plantoelichting is bedoeld om de verbeelding en de regels te verduidelijken en om gemaakte keuzes te verantwoorden aan de hand van ruimtelijk beleid. Het bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot achter nrs 39-51 (woningbouw) is een ontwikkelingsplan ten opzichte van de vigerende situatie. Het doel van dit bestemmingsplan is woningbouw mogelijk te maken. Tevens dient het nieuwe bestemmingsplan rechtszeker, eenvoudig te begrijpen, goed toepasbaar en handhaafbaar te zijn voor de gebruiker. Met de indeling van het bestemmingsplan zoals de naamgeving van de bestemmingen, opbouw van de regels en de weergave van op de verbeelding wordt aangesloten op landelijk geldende standaarden, onder meer Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO2012) en de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). 5.2

Toelichting op de verbeelding

Voor de verbeelding wordt als ondergrond de basiskaart BGT gehanteerd. De ondergrond zal nooit een volledige weergave van de werkelijkheid zijn. De op de verbeelding aangegeven bebouwing moet dan ook als illustratief worden beschouwd. Alle gronden die binnen het plangebied vallen hebben een bestemming en/of aanduiding gekregen op de verbeelding. Deze bestemmingen en aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien in de regels hieraan een betekenis wordt gegeven. De begrenzingen van de bestemmingen volgen zoveel mogelijk geografische, topografische en/of kadastrale grenzen. Daar waar dat niet mogelijk bleek, is gekozen voor een meer praktische benadering. De schaal van de verbeelding kan met behulp van de computer door de gebruiker naar keuze worden ingesteld. 5.3

Toelichting op de regels

De regels zijn een juridische vertaling van het planologische -en ruimtelijk beleid van de gemeente, provincie en het rijk. De regels zijn een juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bebouwing, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bebouwing. Bij het opstellen van de regels is geprobeerd om de regels zo beperkt mogelijk te houden door alleen te regelen wat nodig is. Gebruiksregels Per bestemming is aangegeven voor welk gebruik de gronden zijn bedoeld. Indien daar aanleiding voor bestaat, wordt via de specifieke gebruiksregels expliciet aangegeven waarvoor de gronden niet zijn bedoeld en of waarvoor en op welke wijze de gronden wel gebruikt kunnen worden. Bouwregels In een groot aantal bestemmingen zijn bouwregels opgenomen. Met deze bouwregels worden de bouwmogelijkheden gereguleerd. Uitgangspunt bij het bouwen van hoofdgebouwen is dat hoofdgebouwen altijd binnen een bouwvlak worden gebouwd en voorgevels van deze hoofdgebouwen in de gevellijn. Dit betekend dat indien er vervangende bebouwing wordt geprojecteerd, deze in de gevellijn moet worden teruggebouwd. Verder

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=e1799bed-38b4-43e2-8a2b-ce4ee23b63e4