Bijlage 2: Beleidsregel Participatiewet gemeente Emmen 2024
Tekst van het document
Belanghebbende heeft op de aanvraagdatum minimaal één jaar een inkomen van maximaal 110% van de bijstandsnorm.
2.
De aanvraag moet voor 1 november worden ingediend.
HOOFDSTUK 11: WOONKOSTEN WOONKOSTEN
Woonkosten behoren tot de noodzakelijke kosten van het bestaan. Uitgangspunt is dat de algemene bijstandsuitkering in combinatie met huurtoeslag voldoende zijn om de woonkosten te kunnen betalen. Bij de duurdere subsidiabele woningen blijft een groter deel van de woonkosten ten laste van de huurder.
WET OP DE HUURTOESLAG (WHT)
Kan de Wet op de Huurtoeslag niet aangemerkt worden als passende en toereikende voorziening? Dan kan een bijdrage in de woonkosten worden verstrekt. Dit is in ieder geval aan de orde als er sprake is van hoge woonkosten in verband met een eigen woning of een woonboot. Maar de WHT kan in bepaalde situaties ook niet passend en toereikend zijn in het geval van hoge woonkosten voor een huurwoning.
VASTSTELLEN HOOGTE WOONKOSTEN EIGEN WONING
De hoogte van de woonkosten van een eigen woning wordt vastgesteld door de volgende onderdelen om te rekenen naar een maandbedrag en dit bij elkaar op te tellen. ▪ hypotheekrente* (geen aflossing) ▪ eigenaarsdeel onroerende zaakbelasting (OZB) ▪ premie opstalverzekering ▪ bedrag systeemheffing gebouwd (waterschap) ▪ rioolrechten en voor zover van toepassing; ▪ ▪ ▪
erfpachtcanons liftinstallatie algemeen beheer en administratie (bij flatgebouw en appartementen).
*Alleen de rente die betrekking heeft op de aankoop van de woning of de verbetering van de woning mag worden meegenomen. De hoogte van de rentelasten wordt bepaald door het rentepercentage te vermenigvuldigen met de restant hypotheekschuld. De hoogte van de woonkosten wordt verminderd met de voorlopige teruggave inkomstenbelasting in verband met eigen woningbezit. Er wordt van de belanghebbende verwacht dat hij een verzoek om een voorlopige teruggave indient bij de Belastingdienst. Ook wanneer de belanghebbende geen voorlopige teruggave heeft aangevraagd wordt een schatting gemaakt van de te verwachten voorlopige teruggave en wordt hier meteen rekening mee gehouden.
HOOGTE WOONKOSTENTOESLAG
Voor de hoogte van de woonkostentoeslag wordt aangesloten bij de Wet op de huurtoeslag.
WOONKOSTEN HOGER DAN DE
In bijzondere situaties kan ook woonkostentoeslag worden verstrekt wanneer de woonkosten hoger zijn dan huurgrens genoemd in de Wet op de huurtoeslag. In die gevallen wordt de woonkostentoeslag voor maximaal twaalf maanden verstrekt. Voorwaarde hierbij is dat de belanghebbende om moet zien naar een goedkopere woning. Dit wordt opgenomen in de beschikking. Indien de belanghebbende in redelijkheid geen goedkopere woonruimte kan verkrijgen, is verlenging van de woonkostentoeslag mogelijk. De woonkosten boven het maximale huurbedrag (WHT) worden voor 100% vergoed.
HUURGRENS
DRAAGKRACHT INKOMEN EN VERMOGEN
Er wordt rekening gehouden met het eventuele inkomen boven de bijstandsnorm. Dit geldt voor 100% als draagkracht. Ook het vermogen boven het vrij te laten vermogen moet volledig van de woonkostentoeslag worden afgetrokken. Hier wordt voor 100% rekening mee gehouden.
VRIJLATING INKOMSTEN EN DRAAGKRACHT
WANNEER IEMAND GEEN WOONKOSTEN HEEFT
Vrijgelaten inkomsten en vrijwilligersvergoeding blijven bij de vaststelling van de draagkracht buiten beschouwing. Dat geldt ook wanneer er een woonkostentoeslag wordt verstrekt in geval van een huur die hoger is dan de van toepassing zijnde maximumhuur. Wanneer een belanghebbende door de inkomstenvrijlating minder huurtoeslag ontvangt, kan een aanvullende woonkostentoeslag worden verstrekt. Bij woonkosten boven de maximum huur voor huurtoeslag wordt, ook als de woonkosten door een derde worden betaald, aan de bijstandsverlening de voorwaarde verbonden om om te zien naar goedkopere huisvesting. Zie voor afstemming van de uitkering in verband met het niet hebben van woonkosten het kopje ‘Geen woonlasten in hoofdstuk 5 Leefvormen en hoogte uitkering.
HOOFDSTUK 12: BESCHEIDEN SCHALERS UITGANGSPUNTEN
In het kader van bijstandsverlening kan, onder bepaalde voorwaarden, toestemming worden verleend om met behoud van Participatiewet-uitkering bedrijfs- of beroepsmatige activiteiten van bescheiden omvang te verrichten (de zogenaamde bescheiden schalers). Voorwaarde voor het met behoud van uitkering verrichten van werkzaamheden als bescheiden schaler is dat de werkzaamheden geen belemmering vormen voor het aanvaarden van arbeid in loondienst. De werkzaamheden moeten indien nodig zonder problemen beëindigd of naar de avonduren verschoven kunnen worden. Alleen als er medische, sociale of andere omstandigheden zijn, die een belemmering vormen voor de uitstroom naar arbeid kan er ontheffing worden verleend van één of meer arbeidsvoorwaarden.
BESCHEIDEN OMVANG
Voorwaarden
De werkzaamheden zijn van bescheiden omvang als: ▪ de werkzaamheden maximaal negentien uren per week bedragen; ▪ het inkomen (= netto fiscale winst) niet meer dan € 7.669,00 per jaar bedraagt. Het maximum van negentien uur per week geldt zowel voor de belanghebbende als diens partner te samen. Anders zou het immers zo zijn dat zij gezamenlijk een normale arbeidstijd (38 uur per week) als zelfstandige werkzaam zijn. Dit is in strijd met de bedoeling van de Participatiewet. Indien de werkzaamheden en/of het inkomen uit deze werkzaamheden de hiervoor beschreven grenzen overschrijden wordt de belanghebbende voor de volgende keuze gesteld: ▪ ▪
de werkzaamheden worden teruggebracht tot bescheiden schaal; of de werkzaamheden worden uitgebouwd, waarbij de belanghebbende eventueel een beroep zou kunnen doen op het Bbz 2004.
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
De belanghebbende staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. De belanghebbende voldoet aan de vestigingsplicht; De belanghebbende beschikt over een omzetbelastingnummer; De belanghebbende voert een deugdelijke boekhouding; Er is geen sprake van concurrentievervalsing; De werkzaamheden leveren inkomen op waardoor vermindering van de bijstand mogelijk wordt. Als de belanghebbende structureel verlies lijdt, wordt hier niet aan voldaan en moeten de werkzaamheden beëindigd worden. De kosten bedragen niet meer dan 50% van de omzet.
▪
VERREKENING VAN INKOMSTEN
De inkomsten worden verrekend met de uitkering. Dit kan op twee manieren, te weten: 1. door fictief een inkomstenkorting toe te passen op basis van prognoses. Achteraf wordt aan de hand van de jaarcijfers een herberekening gemaakt; 2. door maandelijks aan de hand van de door de belanghebbende op te stellen verlies- en winstrekening de werkelijke inkomsten te korten. Met de belanghebbende worden afspraken gemaakt op welke wijze de inkomstenkorting plaatsvindt.
VERMOGEN
De bepalingen in de Participatiewet omtrent de vrijlating van vermogen blijven van toepassing.
AANSLAG BELASTINGDIENST
Omdat over de netto winst nog belasting en premies verschuldigd zijn, is het mogelijk dat er een aanslag door de Belastingdienst wordt opgelegd. Hiervoor kan, nadat een verzoek om kwijtschelding door de Belastingdienst is afgewezen, eventueel bijzondere bijstand worden verstrekt. Voorwaarde is wel dat zowel een afschrift van de aanslag als de aangifte wordt overgelegd. De eventuele belastingteruggave die het gevolg is van een geleden verlies wordt buiten beschouwing gelaten. Dit geldt niet wanneer bijzondere bijstand is verstrekt voor posten die op de verlies- en winstrekening voorkomen.
UITVOERINGSREGELS MET BETREKKING TOT KOSTEN Personeelskosten
Voor de volgende kostensoorten zijn regels opgesteld: personeelskosten, vervoerskosten, huisvestingskosten, reclamekosten, algemene kosten, en afschrijvingen en financieringskosten. Aangezien er sprake is van het bedrijfs- of beroepsmatig verrichten van werkzaamheden op bescheiden schaal is het aannemen van personeel in strijd met de bedoeling van de regeling. Zou personeel worden aangenomen dan ontplooit cliënt zich feitelijk als zelfstandige, zodat de Participatiewet-uitkering beëindigd zou moeten worden. Het opvoeren van de post personeelskosten wordt daarom niet geaccepteerd. Vorenstaande geldt ook voor het uitbesteden van werk. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt indien dit in een bepaalde branche gebruikelijk is.
Vervoerskosten
Alleen zakelijke vervoerskosten zijn acceptabel. Gelet op het karakter van de werkzaamheden moet een auto altijd als privé worden aangemerkt. Hij kan nooit als bedrijfsactief worden opgevoerd. De auto/vervoerskosten kunnen opgevoerd worden tot een bedrag welke de Belastingdienst ook accepteert. Voorwaarde voor acceptatie is wel dat cliënt een kilometerstaat bij de verliesen winstrekening voegt. Wanneer de vervoerskosten in de verlies- en winstrekening lager zijn dan de vastgestelde norm, dan wordt dit lagere bedrag aangehouden.
Huisvestingskosten
Gelet op de omvang van de werkzaamheden zijn huisvestingskosten, behoudens bijzondere omstandigheden, niet acceptabel. Slechts wanneer dit in de branche gebruikelijk is, kan hiervan bij uitzondering worden afgeweken. Dit wordt individueel bezien.
Reclamekosten
Met name in het kader van de concurrentievervalsing is het noodzakelijk dat er een maximum gesteld wordt ten aanzien van de op te voeren reclamekosten. Als acceptabel wordt aangemerkt maximaal 5% van de bruto winst. Dit percentage geldt ook voor startende ondernemers in het kader van het Bbz 2004.
Algemene kosten
Onder algemene kosten wordt bijvoorbeeld verstaan, de kosten van abonnementen. Het is niet mogelijk om regels te vervaardigen die op alle algemene kosten van toepassing zijn. Daarom moet individueel beoordeeld worden wat acceptabel is. Voorwaarde is dat de belanghebbende in de jaarrekening een specificatie opneemt waarin deze kostensoort is opgenomen. Dit om inzichtelijk te krijgen of de opgevoerde kosten niet betrekking hebben op privé-uitgaven of investeringen. Deze mogen vanzelfsprekend niet als bedrijfskosten aanvaard worden.
Afschrijvingen en financieringskosten
Wat als afschrijvingskosten wordt aanvaard is afhankelijk van wat als bedrijfsactiva wordt aanvaard. Afschrijvingen van duurzame gebruiksgoederen en financieringskosten (rente, geen aflossing) worden alleen geaccepteerd wanneer de investeringen door het college noodzakelijk worden geacht. Op middelen die niet als bedrijfsmiddelen worden aanvaard, is geen afschrijving mogelijk. Wanneer middelen als privé en gedeeltelijk als bedrijfsmiddel worden gekenmerkt is slechts gedeeltelijke afschrijving mogelijk. Bij de verlies- en winstrekening dient een gespecificeerde afschrijvingsstaat gevoegd te worden.
HOOFDSTUK 13: BESTUURLIJKE BOETE INLEIDING
De gemeente heeft op grond van artikel 18a van de Participatiewet de verplichting om een boete op te leggen wanneer de inlichtingenverplichting van artikel 17 van de Participatiewet wordt geschonden. De berekening van de boete en de hoogte van de boete zijn geregeld in het Boetebesluit Sociale Zekerheidswetten.
WIJZIGINGSFORMULIER
Wijzigingen in de persoonlijke situatie moeten binnen zeven dagen worden doorgegeven door middel van een wijzigingsformulier. Wordt de wijziging niet doorgegeven en is hierdoor te veel bijstand verstrekt, wordt een boete opgelegd.
INKOMSTENFORMULIER
Inkomsten uit arbeid moeten op het inkomstenformulier worden doorgegeven. Belanghebbenden met inkomsten uit arbeid horen tot de verplichte doelgroep en moeten zolang er inkomsten zijn elke maand een inkomstenformulier inleveren. Wanneer een belanghebbende die niet verplicht was een inkomstenformulier in te leveren aan het werk gaat, of op een andere manier inkomsten krijgt, dan moet hij dit uiterlijk de eerste werkdag van de volgende maand doorgeven via een inkomstenformulier. Gebeurt dit niet tijdig en wordt hierdoor te veel bijstand verstrekt dan wordt een boete opgelegd. Wanneer een belanghebbende de verplichting heeft om maandelijks een inkomstenformulier in te leveren, dan moet hij het inkomstenformulier uiterlijk de eerste werkdag van de tweede daaropvolgende maand inleveren. Belanghebbenden die verplicht zijn maandelijks een inkomstenformulier in te leveren en dit op de vijftiende van de maand nog niet hebben gedaan, krijgen een herinnering waarin staat dat het formulier uiterlijk de eerste werkdag van de volgende maand ingeleverd moet worden om te voorkomen dat een boete moet worden opgelegd. Wordt het inkomstenformulier niet tijdig ingeleverd, dan wordt het recht op uitkering opgeschort en een hersteltermijn geboden om het formulier alsnog binnen een week in te leveren.
WAARSCHUWING
In sommige gevallen kan afgezien worden van het opleggen van een boete. In plaats daarvan wordt een waarschuwing gegeven. Er wordt een waarschuwing gegeven als: ▪ er geen benadeling is; ▪ belanghebbende de wijziging alsnog binnen 60 dagen meldt; ▪ het benadelingsbedrag lager is dan € 150,00. Een waarschuwing wordt alleen gegeven als het de eerste keer in een periode van twee jaar betreft.
Recidive
Wanneer binnen twee jaar opnieuw de inlichtingenverplichting wordt geschonden, wordt een boete opgelegd. Bij nulfraude: ▪ De boete bedraagt minimaal € 37,50 en maximaal € 150,00. Bij het vaststellen van de hoogte van de boete wordt rekening gehouden met de mate van verwijtbaarheid. Bij zelfmelders of een benadeling lager dan € 150,00: ▪ 100% van de benadeling. Hierbij wordt wel de mate van verwijtbaarheid bepaalt. De minimale boete bedraagt € 37,50.
MATIGEN VAN DE BOETE
De wet stelt een algemene verplichting tot het opleggen van een boete voorop. Van deze algemene verplichting kan worden afgeweken als daar dringende
redenen voor zijn. Uit het woord "dringend" blijkt dat er wel iets heel bijzonders en uitzonderlijks aan de hand moet zijn, wil een afwijking van het algemene principe gerechtvaardigd zijn. Wat dringende redenen zijn, is afhankelijk van de concrete situatie en kan dus niet op voorhand worden vastgelegd. Er kan worden gedacht aan de financiële of sociale gevolgen voor belanghebbende en/of diens gezin. Daarbij moet worden opgemerkt dat ernstige financiële gevolgen op zichzelf geen reden zijn om van een verlaging af te zien, omdat dit inherent is aan het opleggen van een boete. Bij het opleggen van een boete moet altijd wel worden gekeken naar de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van persoon en gezin. Bij het ontbreken van elke vorm van verwijtbaarheid wordt geen boete opgelegd. De omstandigheden van de belanghebbende kunnen leiden tot het matigen van een boete wanneer er bijvoorbeeld individueel bepaalde financiële omstandigheden aanwezig zijn zoals hoge woonlasten of uitgaven van bijzondere aard waarvoor geen vergoeding mogelijk is. Of wanneer de gevolgen voor de minderjarige kinderen heel groot zijn. In bijzondere gevallen kan de boete individueel worden gematigd. Hierbij wordt wel rekening gehouden met de wettelijke percentages. Wettelijke percentages Mate van verwijtbaarheid Normale verwijtbaarheid Opzet
AFZIEN BOETE BIJ DRINGENDE REDEN
GEEN VERMINDERDE VERWIJTBAARHEID
Percentage boete (minimaal) 26% 76%
Percentage boete (maximaal) 50% 100 %
Wanneer er dringende redenen zijn kan worden afgezien van het opleggen van een boete. Het moet hierbij wel gaan om een bijzondere uitzonderlijke situatie. In situaties waarbij afgezien wordt vanwege dringende redenen wordt wel altijd een waarschuwing gegeven. Er is geen sprake van verminderde verwijtbaarheid wanneer een belanghebbende de Nederlandse taal onvoldoende beheerst en daardoor de brieven/informatie niet begrijpt. Ook wanneer een belanghebbende gedurende langere tijd niet in staat is zijn belangen te behartigen is er geen sprake van verminderde verwijtbaarheid. Hij dient er dan voor te zorgen dat een ander zijn zaken regelt.
FICTIEVE DRAAGKRACHT
De berekening van de fictieve draagkracht: ▪ er wordt uitgegaan van een aflossingscapaciteit van 10% van de geldende bijstandsnorm. (Ook voor kostendelers); ▪ vermogen wordt meegenomen in de berekening; ▪ voor kostendelers geldt dat zij minimaal € 45,00 per maand aflossen op de boete.
RECIDIVE
Bij recidive wordt de maximale aflossingsduur verlengd. Hierdoor wordt de boete bij recidive hoger. Mate van verwijtbaarheid Maximale aflossingsduur Opzet 36 maanden Grove schuld 27 maanden Normaal 18 maanden Verminderde 9 maanden Het bedrag van de maximale boete wordt hierbij gerespecteerd.
HOOFDSTUK 14: TERUGVORDERING EN BESLAG TERUGVORDERING BIJSTAND ALS ER GÉÉN SPRAKE IS VAN HET SCHENDEN VAN DE
Uitgangspunt is dat teveel en ten onrechte betaalde bijstand altijd wordt teruggevorderd. Het college kan in bijzondere omstandigheden afzien van gehele of gedeeltelijke terugvordering van de teveel en ten onrechte betaalde bijstand. Het is aan het college om te bepalen wat bijzondere omstandigheden
INLICHTINGENPLICHT
zijn.
ONDERGRENS VORDERINGEN
Als de vordering minder dan € 50,-- bedraagt wordt afgezien van terugvordering, behalve wanneer nog kan worden overgegaan tot verrekening met de uitkering en wanneer de terugvordering is ontstaan door schending van de inlichtingenplicht.
BRUTO/NETTO
Betreft de terugvordering een uitkering die in het lopende boekjaar teveel/ten onrechte is verstrekt, dan is het mogelijk de premies en loonheffing te verrekenen en kan de uitkering netto teruggevorderd worden. Het teveel/ten onrechte verstrekte bedrag moet dan wel in hetzelfde boekjaar terugbetaald worden. Is het boekjaar verstreken en is er nog een (restant)-schuld, dan wordt de vordering verhoogd met de door de gemeente over de (restant) schuld afgedragen loonheffing.
TERUGVORDERING
Wanneer de terugvordering niet te wijten is aan de belanghebbende (bijvoorbeeld omdat achteraf inkomsten of vermogen is ontvangen) wordt alleen het netto bedrag teruggevorderd.
HOOGTE
AFLOSSING/VERREKENING VORDERINGEN (INKOMEN BIJSTANDSNIVEAU)
HOOGTE
AFLOSSING/VERREKENING
Het aflossingsbedrag wordt vastgesteld op 10% van de bijstandsnorm. Om te voorkomen dat de uitkering maandelijks onder de beslagvrije voet komt, wordt het vakantiegeld maandelijks uitbetaald. Als de uitkering dan nog onder de beslagvrije voet komt, wordt de beslagvrije voet gehanteerd.
Het aflossingsbedrag wordt vastgesteld op 50% van het verschil tussen de bijstandsnorm en het inkomen.
VORDERINGEN (INKOMEN HOGER DAN BIJSTANDSNORM)
TERUG- EN INVORDERING TEVEEL OF TEN ONRECHTE VERSTREKTE BIJSTAND
Het uitgangspunt bij terugvordering van teveel of ten onrechte verleende bijstand is dat de belanghebbende de vordering in een keer terug moet betalen. Wanneer dit niet mogelijk is, kan afhankelijk van de situatie van de belanghebbende: ▪ uitstel van betaling gegeven worden; ▪ afgesproken worden dat de vordering in termijnen wordt betaald. Combinaties van beiden behoren ook tot de mogelijkheden. Zodra belanghebbende, doordat hij bijvoorbeeld een erfenis ontvangt, in staat is om de vordering in een keer te betalen, vervallen de gemaakte afspraken omtrent uitstel van betaling en/of betaling in termijnen. Wanneer de belanghebbende ook op andere schulden aflost, wordt gekeken in hoeverre hier rekening mee gehouden moet worden. Uitgangspunt is dat de belanghebbende door de aflossing op een schuld bij Sociale Zaken niet in een uitzichtloze financiële situatie komt.
INVORDERINGSKOSTEN
Dwanginvordering brengt extra kosten met zich mee. De vordering kan dan worden verhoogd met invorderingskosten. De kosten van een dwangbevel worden niet in rekening gebracht bij de belanghebbende. Pas wanneer wordt overgegaan tot beslaglegging worden wel kosten in rekening gebracht.
Bij het bepalen van de hoogte van de kosten wordt aangesloten bij de Invorderingswet. Als bij de beslaglegging inschakeling van een gerechtsdeurwaarder nodig is, komen die kosten, waaronder begrepen de incassokosten, eveneens voor
rekening van de belanghebbende.
VERREKENING
Ook voor de belanghebbende die een bijstandsuitkering ontvangt geldt dat de vordering in een keer betaald moet worden. Als de belanghebbende de vordering niet in een keer kan betalen en met hem afgesproken is dat de vordering in termijnen kan worden betaald, worden de aflossingsbedragen in principe verrekend met de uitkering.
BESLAGLEGGING
Als de belanghebbende geen bijstandsuitkering ontvangt wordt tot beslaglegging overgegaan: ▪ ▪
HERONDERZOEK
bij niet betalen; wanneer een andere schuldeiser beslag heeft gelegd/gaat leggen op het inkomen van de belanghebbende en hij als gevolg daarvan niet meer aan zijn aflossingsverplichtingen kan voldoen.
Geen aflossingscapaciteit
Als er geen aflossingscapaciteit is vastgesteld wordt er na twaalf maanden een heronderzoek gedaan.
Wel aflossingscapaciteit, maar op termijn zicht op hogere aflossing
Wanneer er wel een aflossingscapaciteit is vastgesteld, maar de inschatting is op basis van carrièreperspectief, leeftijd of anderszins dat er wijzigingen in de financiële situatie te verwachten zijn waardoor er mogelijk meer afgelost kan worden, wordt over twaalf maanden een heronderzoek gedaan.
Wel aflossingscapaciteit, maar op termijn geen zicht op hogere aflossing
Is er wel aflossingscapaciteit, maar op termijn geen zicht op hogere aflossing is dan wordt er geen nieuw heronderzoek gedaan
Heronderzoek bij recht op kwijtschelding
Wanneer recht op kwijtschelding bestaat wordt na 36 (of 60) maanden een heronderzoek gedaan.
Aanpassing aflossingsbedrag
In de volgende situaties wordt het aflossingsbedrag niet aangepast: ▪
wanneer de financiële situatie van de debiteur ten tijde van een heronderzoek ongewijzigd is ten opzichte van het moment waarop het aflossingsbedrag is vastgesteld;
▪
wanneer de vordering binnen 36 maanden (bij leningen voor schulden of duurzame gebruiksgoederen) of 60 maanden (bij overige vorderingen) kan worden afgelost;
▪
wanneer bij het heronderzoek blijkt dat de aflossingscapaciteit van debiteuren met een inkomen hoger dan de bijstandsnorm met minder dan € 10,-- per maand stijgt.
KWIJTSCHELDING VAN VORDERINGEN
Kwijtschelding bij problematische schuldensituatie
Niet fraudevorderingen worden na 60 maanden conform de aflossingsafspraak te hebben afgelost kwijtgescholden. Voor leningen voor duurzame gebruiksgoederen is dit 36 maanden. Voorwaarde is wel dat er daadwerkelijk is afgelost op de vordering. Wanneer gedurende een bepaalde periode uitstel van betaling is verleend wordt deze periode niet meegenomen bij het vaststellen van de aflossingsperiode. Voor niet fraudevorderingen kan in nog in een aantal situaties worden overgegaan tot het gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering van bijstand af te zien. Namelijk, als: ▪ redelijkerwijs is te voorzien dat de belanghebbende niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden; ▪ redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen (behoudens vorderingen als gevolg van verwijtbaar gedrag), van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen, en de vordering van de gemeente tenminste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang. Deze bepalingen bieden de mogelijkheid om in geval van een problematische schuldensituatie mee te werken aan een minnelijke schuldregeling.
Bij de beoordeling of wordt meegedaan aan het verzoek om een regeling te treffen dient rekening te worden gehouden met het feit dat wanneer een schuldregeling niet mogelijk is (omdat de gemeente weigert mee te werken) de debiteur een beroep kan doen op de WSNP. N.B. verwijtbare schulden zoals fraudeschulden zijn buiten deze regeling gehouden. Ook wanneer de vordering door pand of hypotheek is gedekt wordt niet afgezien van terugvordering. Het besluit tot het gedeeltelijk afzien van terugvordering wordt ingetrokken of gewijzigd indien: ▪ niet binnen twaalf maanden nadat het besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling tot stand is gekomen; ▪ de belanghebbende zijn schuld aan de gemeente niet in overeenstemming met de schuldregeling voldoet; of ▪ onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de juiste verstrekking tot een ander besluit zou hebben geleid.
KWIJTSCHELDING BOETE VAN FRAUDEVORDERINGEN
Een bestuurlijke boete wordt kwijtgescholden als aan de voorwaarden genoemd in artikel 18a lid 13 en 14 PW wordt voldaan. Extra voorwaarde: Het besluit tot kwijtschelding wordt ingetrokken indien de schuldenregeling niet met een “schone lei” wordt beëindigd.
GEEN KWIJTSCHELDING
Een vordering wordt niet kwijtgescholden wanneer: ▪ niet wordt afgelost conform de gemaakte aflossingsafspraak. Bij niet nakoming van de aflossingsafspraak wordt overgegaan tot gerechtelijke invordering en wordt het gehele bedrag teruggevorderd, tenzij alsnog de achterstallige termijnen en de invorderingskosten worden betaald. Onder aflossen conform de aflossingsafspraak wordt dus verstaan het betalen van het aflossingsbedrag zonder dat hiervoor moet worden overgegaan tot gerechtelijke invordering/beslaglegging. ▪ er sprake is van recidive. Wanneer een belanghebbende binnen een periode van tien jaar opnieuw bijstand voor schulden nodig heeft wordt de tweede of opeenvolgende vordering volledig teruggevorderd. Of wanneer een belanghebbende binnen een periode van tien jaar opnieuw fraudeert wordt de tweede vordering volledig teruggevorderd. ▪ een belanghebbende in het bezit is/komt van een dusdanig vermogen dat hij de vordering ineens (voor een groot deel) terug kan betalen. In deze situaties wordt het volledige bedrag ineens teruggevorderd. Wanneer vervolgens niet wordt betaald zal beslag gelegd worden op b.v. het banktegoed of de woning/auto/caravan etc.
HERONDERZOEK
Er wordt ambtshalve (door middel van een heronderzoek) of op verzoek bekeken of een belanghebbende recht heeft op kwijtschelding. Het teveel betaalde wordt terugbetaald aan de debiteur.
VORDERINGEN OP GROND VAN ARTIKEL 58 LID 2 PARTICIPATIEWET
Vorderingen die ontstaan nadat een debiteur geld krijgt uit een boedelscheiding of een erfenis moeten ineens terugbetaald worden zodra het vermogen vrijkomt. Wanneer de debiteur niet in staat is het bedrag ineens terug te betalen (omdat het vermogen voordat tot terugvordering wordt overgegaan al is opgemaakt) wordt aangesloten bij de richtlijnen voor kwijtschelding die bij fraudevorderingen gelden. Het hele bedrag aan teruggevorderde bijstand moet worden terugbetaald.
DRINGENDE REDENEN
Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het college besluiten om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.
GEDURENDE VIJF JAAR NIET AFGELOST (GELDT NIET VOOR
Er kan tot buiten invordering stellen worden overgegaan indien een debiteur gedurende vijf jaar niet aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan en ook niet aannemelijk is dat hij deze op enig tijdstip zal verrichten. Deze situatie doet zich bijvoorbeeld voor wanneer een debiteur met onbekende bestemming is vertrokken. Ook geldt dit voor debiteuren die gedurende vijf jaar op een zodanig inkomensniveau hebben gezeten dat ze niet aan de terugbetalingsverplichting hebben kunnen voldoen en als verwacht mag worden dat ze daar in de toekomst ook niet aan zullen kunnen voldoen.
VORDERINGEN INZAKE HET NIET VOLDOEN AAN DE INLICHTINGENPLICHT)
INTEGRALE BENADERING
Wanneer een debiteur meerdere schulden heeft bij Sociale Zaken, worden deze vorderingen samengevoegd tot één incassotermijn en incasso-pakket. De jongste vordering is in beginsel bepalend voor de looptijd en de einddatum van de incasso. Uitzondering hierop is dat wanneer nog maar kort wordt afgelost op een schuld waar langer (b.v. vijf jaar) op moet worden afgelost dan de jongste schuld (b.v. drie jaar) de aflossingstermijn van de oudste schuld aangehouden. Als de debiteur zich aan zijn aflossingsverplichting heeft gehouden, wordt na afloop van de afgesproken aflossingstermijn het restant kwijtgescholden. Voor de hoogte van de aflossing wordt aangesloten bij de regels die ook voor de andere vorderingen gelden. De vordering wordt niet kwijtgescholden wanneer de debiteur zich niet aan de aflossingsverplichtingen houdt of als er vermogen aanwezig is. Dit is hetzelfde als bij de kwijtschelding van vorderingen die niet in een pakket zijn opgenomen. Wanneer eenmaal een pakket is vastgesteld worden nieuwe vorderingen hier niet in opgenomen. Nadat het pakket is afgelost zal worden bekeken wat met de nieuwe vordering wordt gedaan. Dit hangt af van de individuele omstandigheden.
HOOFDSTUK 15: VERHAAL EN ALIMENTATIE VERHAAL
Het college heeft op grond van artikel 61 van de Participatiewet de bevoegdheid om de kosten van bijstandsverlening te verhalen op onderhoudsplichtigen. Zij heeft besloten van deze bevoegdheid gebruik te maken. Voor het vaststellen van de verhaalsbijdrage wordt gebruik gemaakt van de Trema-normen.
AFZIEN VAN VERHAAL
Het college ziet (tijdelijk) geheel af van verhaal van kosten van bijstandsverlening als: ▪ het op te leggen verhaalsbedrag lager is dan € 50,00 per maand; ▪ de periode van bijstandsverlening minder dan twee maanden bedraagt en/of het totaal te verhalen bedrag minder dan € 500,00 bedraagt; ▪ de onderhoudsplichtige minder dan een jaar als zelfstandige in de kosten van levensonderhoud voorziet; ▪ de onderhoudsplichtige via een re-integratietraject van de gemeente minder dan een jaar aan het werk is; ▪ de onderhoudsplichtige een bijstandsuitkering heeft ontvangen en deze bijstand minder dan een jaar geleden is beëindigd; ▪ er sprake is van ernstig huiselijk geweld en/of bedreiging door de onderhoudsplichtige. Het college kan (tijdelijk) afzien van verhaal van kosten van bijstand indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. Het college ziet (tijdelijk) geheel af van verhaal van de kosten van bijstandsverlening voor de periode dat een onderhoudsplichtige is toegelaten tot het gerechtelijk traject van een schuldsanering in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (Wsnp).
Het college kan, op verzoek van degene op wie verhaald wordt, (tijdelijk) gedeeltelijk afzien van verhaal van de kosten van bijstand voor zover het verschuldigde verhaalsbijdragen betreft die op het moment van het besluit opeisbaar zijn, als: ▪ redelijkerwijs te voorzien is dat degene op wie wordt verhaald niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden; ▪ redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; ▪ en de vordering van de gemeente wegens verhaal van bijstand ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van schuldeisers van gelijke rang. Het besluit tot het (tijdelijk) gedeeltelijk afzien van verhaal treedt niet in werking voordat een schuldregeling tot stand is gekomen. Het besluit tot het (tijdelijk) gedeeltelijke afzien van verhaal wordt ingetrokken of ten nadele van de onderhoudsplichtige gewijzigd, indien: ▪ niet binnen twaalf maanden nadat het besluit is bekendgemaakt een schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen; ▪ de onderhoudsplichtige zijn schuld aan de gemeente niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet; of ▪ onjuiste en/of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van de juiste gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.
HERONDERZOEKEN
Door veranderde (financiële) omstandigheden van de onderhoudsplichtige kan het zijn: ▪ dat de opgelegde verhaalsbijdrage aangepast moet worden of ▪ dat er alsnog een verhaalsbijdrage moet worden opgelegd. Het aanpassen van de verhaalsbijdrage kan gebeuren naar aanleiding van een heronderzoek. Heronderzoeken vinden niet standaard plaats, maar alleen als daar een
specifieke reden voor is. Een specifieke redenen is bijvoorbeeld het verzoek van de onderhoudsplichtige om aanpassing van de verhaalsbijdrage.
ALIMENTATIEVERPLICHTING
De burger is verplicht om zoveel mogelijk zelfstandig te voorzien in zijn inkomsten voor levensonderhoud. Alimentatie kan voor een belanghebbende een van deze inkomsten zijn. Daarom wordt aan de belanghebbende de verplichting opgelegd om bij de rechtbank een eis neer te leggen om de maximale alimentatie aan de (ex)partner op te leggen. Het niet nakomen van deze verplichting heeft tot gevolg dat er een maatregel wordt opgelegd. Voor het starten van de procedure bij de rechtbank wordt een termijn van zes weken gegeven. In afwachting van de uitspraak wordt de maximaal haalbare verhaalsbijdrage opgelegd aan de onderhoudsplichtige.
ALIMENTATIE VS VERHAALSBEVOEGDHEID
Een onderlinge overeenkomst tussen (ex) partners waarin is bepaald dat bij ontbinding van het huwelijk/geregistreerd partnerschap de (ex) partners niet of tot een bepaald bedrag in elkaars levensonderhoud zullen voorzien, betekent niet dat het college de kosten van bijstand niet kan verhalen. Het college zal de verhaalsbijdrage vaststellen en op basis daarvan verhalen op de (ex) partner. Als het verschil tussen de alimentatie en de mogelijke verhaalsbijdrage € 50,00 of meer bedraagt, wordt er verhaald naast de alimentatie.
NIET NAKOMEN ALIMENTATIEVERPLICHTING
OPSCHORTEN
Als een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud verschuldigd op grond van Boek 1 BW die uitvoerbaar is, niet wordt nagekomen, wordt verhaald in overeenstemming met deze uitspraak.
ALIMENTATIEVERPLICHTING
Wanneer er sprake is van ernstig huiselijk geweld en/of bedreiging door de onderhoudsplichtige kan tijdelijk ontheffing van deze verplichting worden gegeven.
GEEN KWIJTSCHELDING
Verhaalsvorderingen vallen buiten de kwijtscheldingsrichtlijnen.
Overgangsrecht
Deze beleidsregels gaan een dag na publicatie in. Alle aanvragen die de dag na publicatie zijn ingediend zullen met inachtneming van deze beleidsregels worden behandeld. Belanghebbenden die een besluit toekenning bijzondere bijstand hebben gekregen die voor deze datum ligt en die een toekenning hebben voor een langere periode die de datum van ingang van de nieuwe beleidsregels voorbij gaat, krijgen geen nieuw besluit maar blijven onder de oude regeling vallen. De termijn die in de beschikking staat blijft gelden. Wanneer daarna een nieuwe aanvraag wordt ingediend gelden de nieuwe regels. Alle aanvragen die voor de datum van ingang van de nieuwe beleidsregels zijn ingediend zullen op grond van de oude beleidsregels worden afgehandeld, tenzij de nieuwe beleidsregels gunstiger voor de belanghebbende zijn.
INWERKINGTREDING EN CITEERARTIKEL
1. De beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie. 2. Deze beleidsregels worden aangehaald als “Beleidsregels Participatiewet gemeente Emmen 2024”. Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen, gehouden op 26 maart 2024. De gemeentesecretaris
De burgemeester
M. Plantinga-Leenders
H.F. van Oosterhout
A Aanhouden woning ..................................................................................................................................................................20 Aanslag Belastingdienst ...........................................................................................................................................................37 Aanvulling plaatsingssubsidie inzake uitzendarbeid ................................................................................................................12 Afzien boete bij dringende reden ............................................................................................................................................40 Afzien van verhaal ....................................................................................................................................................................45 Algemeen gebruikelijke bezittingen.........................................................................................................................................23 Alimentatie vs verhaalsbevoegdheid .......................................................................................................................................46
Alimentatieverplichting............................................................................................................................................................46 Alleenstaande ouders ..............................................................................................................................................................18 Auto............................................................................................................................................................................................9
B Babyuitzet ................................................................................................................................................................................26 Begrafenis- en crematiekosten ................................................................................................................................................27 Belastingaanslag.......................................................................................................................................................................26 Bescheiden omvang .................................................................................................................................................................37 Beschermingsbewind, curatele en mentorschap .....................................................................................................................27 Beslaglegging ...........................................................................................................................................................................42 Bewassingskosten/...................................................................................................................................................................27
BOPZ.........................................................................................................................................................................................20 Bruto/netto terugvordering .....................................................................................................................................................41
C Collectieve zorgverzekering gemeente Emmen .......................................................................................................................34 Commerciële relaties ...............................................................................................................................................................17 Computer ...................................................................................................................................................................................9
D Dak- en thuislozen....................................................................................................................................................................16 Detentie ...................................................................................................................................................................................32 Dieetkosten ..............................................................................................................................................................................27 Domicilie ..................................................................................................................................................................................19 Domiciliebeginsel .....................................................................................................................................................................14 Draagkracht in inkomen ...........................................................................................................................................................25 Draagkracht in inkomen en verblijf in een instelling................................................................................................................25 Draagkracht in
vermogen.........................................................................................................................................................26 Draagkracht inkomen en vermogen ........................................................................................................................................35 Dringende redenen ..................................................................................................................................................................44 Duurzame gebruiksgoederen ...................................................................................................................................................28
E Eigen bijdrage ..........................................................................................................................................................................29
Elektrische fiets ..........................................................................................................................................................................9 Energiekosten ..........................................................................................................................................................................30
F Fictieve Draagkracht ................................................................................................................................................................40
G Gedeeltelijk in inrichting en gedeeltelijk verblijf thuis.............................................................................................................21 Gedetineerden .........................................................................................................................................................................16 Gedwongen opname Wet Bijzondere Opneming in Psychiatrische Ziekenhuizen ..................................................................20 Geen kwijtschelding ...........................................................................................................................................................43, 46 Geen sprake van draagkracht ..................................................................................................................................................25 Geen verminderde verwijtbaarheid .........................................................................................................................................40 Geen WLZ-inrichting en voldoet ook niet aan criteria die de PW daar aan stelt ....................................................................19 Geen WLZ-inrichting, maar voldoet wel aan criteria die de PW daar aan stelt ......................................................................19 geen
woonkosten.....................................................................................................................................................................36 Geen woonkosten of woonlasten ............................................................................................................................................17 Gemis huurtoeslag ...................................................................................................................................................................25
H Heronderzoek.....................................................................................................................................................................42, 44 Heronderzoeken ......................................................................................................................................................................45 Hoogte aflossing/verrekening vorderingen (inkomen bijstandsniveau) ..................................................................................41 Hoogte aflossing/verrekening vorderingen (inkomen hoger dan bijstandsnorm) ...................................................................41 Hoogte woonkostentoeslag .....................................................................................................................................................35
I Ingangsdatum ....................................................................................................................................................................14, 26 Ingangsdatum zak- en kleedgeld-uitkering ..............................................................................................................................20 Inkomen minderjarig kind ........................................................................................................................................................26 Inkomsten uit (onder-) verhuur of het hebben van kostgangers .............................................................................................22 Inkomsten uit gastouderopvang ..............................................................................................................................................22 Inkomstenformulier .................................................................................................................................................................39 Inlichtingenbureau ...................................................................................................................................................................15 Integrale benadering
................................................................................................................................................................44 Interen vermogen ....................................................................................................................................................................23 Invorderingskosten ..................................................................................................................................................................42
J Jonger dan 27 jaar ....................................................................................................................................................................14 Jongeren beneden de 21 jaar in een inrichting ........................................................................................................................20
K Kilometervergoeding..................................................................................................................................................................8 Kinderopvang ...........................................................................................................................................................................30 Kosten verhuizing .....................................................................................................................................................................31 Krediethypotheek ....................................................................................................................................................................23 Kwijtschelding boete van fraudevorderingen ..........................................................................................................................43 Kwijtschelding van vorderingen ...............................................................................................................................................43
L Leges voor aanvraag/verlenging verblijfsvergunning ..............................................................................................................31
M Maaltijdvoorziening .................................................................................................................................................................31 Matigen van de boete ..............................................................................................................................................................40
N Niet nakomen alimentatieverplichting ....................................................................................................................................46 Normenlijst woninginrichting ..................................................................................................................................................28
O Omgangsregeling minderjarige kinderen in pleeggezin of gezinsvervangend tehuis ..............................................................32 Ondergrens vorderingen ..........................................................................................................................................................41 Opschorten alimentatieverplichting ........................................................................................................................................46 Opslag inboedel .......................................................................................................................................................................20 Overbruggingsuitkering............................................................................................................................................................31 OVERGANGSRECHT ........................................................................................................................................................................47
P Participatie vergoedingen ..........................................................................................................................................................8 Participatieregeling voor schoolgaande kinderen....................................................................................................................34 Pedicurekosten ........................................................................................................................................................................31 Personenalarmering .................................................................................................................................................................32 Peuterspeelzaal ........................................................................................................................................................................32 Plaatsingssubsidie ....................................................................................................................................................................11 Prothese BH/ -badpak ..............................................................................................................................................................32
R Rechtbankbezoeken .................................................................................................................................................................32 Rechtshulp en griffiekosten .....................................................................................................................................................29 Recidive ....................................................................................................................................................................................40 Regeling ontplooiing en ontwikkeling ......................................................................................................................................10 Re-integratievergoeding ..........................................................................................................................................................10
Reiskosten ................................................................................................................................................................................32 Representatieve kleding ............................................................................................................................................................9 Rijbewijs ...................................................................................................................................................................................10
S Schulden...................................................................................................................................................................................33 Stimuleringsregeling sociaal-culturele activiteiten ..................................................................................................................34
T Tegenprestatie .........................................................................................................................................................................13 Terug- en invordering teveel of ten onrechte verstrekte bijstand...........................................................................................41 Terugvordering bijstand als er geen sprake is van het schenden van de inlichtingenplicht ....................................................41 Tijdelijke opvang in crisissituatie .............................................................................................................................................17 Tijdstip van melden/aanvragen ...............................................................................................................................................14 Tweedehands fiets .....................................................................................................................................................................8
U Uitgangspunten ........................................................................................................................................................................37 Uitvoeringsregels met betrekking tot kosten ..........................................................................................................................38
V Vaststellen hoogte woonkosten eigen woning ........................................................................................................................35 Vergoeding openbaar vervoer ...................................................................................................................................................8 Verhaal .....................................................................................................................................................................................45 Verhuizing ................................................................................................................................................................................10 Verkorte aanvraag....................................................................................................................................................................14 Vermindering inkomsten uit onderhuur ..................................................................................................................................22 Vermogen.................................................................................................................................................................................37 Verrekening
..............................................................................................................................................................................42 Verrekening van inkomsten .....................................................................................................................................................37 Volledig Pakket Thuis (VPT)......................................................................................................................................................19 Voorschoolse educatie .............................................................................................................................................................29 Vorderingen op grond van artikel 58 lid 2 Participatiewet ......................................................................................................44 vrijlating inkomsten en draagkracht ........................................................................................................................................36
W Waarschuwing..........................................................................................................................................................................39 Werkkleding/schoenen ..............................................................................................................................................................9 Wet op de huurtoeslag (WHT) .................................................................................................................................................35 Wijzigingen woon-/ leefsituatie ...............................................................................................................................................15 Wijzigingsformulier ..................................................................................................................................................................39 WLZ ..........................................................................................................................................................................................29 Woonkosten .............................................................................................................................................................................35 Woonkosten hoger dan de huurgrens
.....................................................................................................................................35 Woonwagens en woonschepen ...............................................................................................................................................24
Z Ziekenhuisbezoeken.................................................................................................................................................................32 Ziektekosten .............................................................................................................................................................................30