Bijlage 2.16 XIII - Vooronderzoek OO
Tekst van het document
Gebeurtenis Beschieting met 20 mm kanonnen
Bron GC, toeg.nr. 1, inv.nr. 612.7.
RAP_441129B
Bombardement
GC, toeg.nr. 1, inv.nr. 612.7.
Bijzonderheden Op basis van de geraadpleegde bronnen kon niet worden vastgesteld wat de exacte locatie was van de beschoten schepen ten tijde van de beschieting. Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen indicaties gevonden dat het onderzoeksgebied is getroffen door de aanvallen. Op basis van de geraadpleegde bronnen kon niet worden vastgesteld wat de exacte locatie was van de plaats waar de bommen terechtkwamen. Wel is het aannemelijk dat de twee mogelijke kraters die op de luchtfoto werden waargenomen afkomstig zijn van de twee in de bron beschreven geëxplodeerde bommen. Indien dit niet het geval is het zeer onwaarschijnlijk dat deze bommen in het onderzoeksgebied zijn gevallen. Bij de luchtfotoanalyse zijn geen verdere kraters of verstoringen in of nabij het onderzoeksgebied
20P258 definitief rapport VO CE Netversterking Noordoost Nederland Locatie Veenoord-Boerdijk (VOB) versie 1.0 d.d. 24 februari 2021
46
RAP-nummer
Gebeurtenis
Bron
Bijzonderheden waargenomen. Omdat er in de bron gesproken wordt over ‘geëxplodeerde’ bommen is het niet waarschijnlijk dat deze bommen als mogelijke blindgangers in het gebied zijn achtergebleven.
Hierbij dient te worden opgemerkt dat er niet kan worden uitgesloten dat er in onverdachte gebieden toch CE worden aangetroffen. Op basis van de geraadpleegde gegevens zijn voor de onverdachte gebieden echter geen/onvoldoende aanwijzingen aangetroffen in de geraadpleegde bronnen dat er een verhoogde kans is op het aantreffen van CE. In onderstaande afbeelding is de CE-Bodembelastingkaart weergegeven. Er zijn geen verdachte gebieden.
Afbeelding 12: CE-bodembelastingkaart onderzoeksgebied Noordoost Nederland, locatie Veenoord-Boerdijk (VOB).
20P258 definitief rapport VO CE Netversterking Noordoost Nederland Locatie Veenoord-Boerdijk (VOB) versie 1.0 d.d. 24 februari 2021
47
5 CONCLUSIE EN ADVIES 5.1
Conclusie Op basis van de geraadpleegde bronnen, de beoordeling en evaluatie van de indicaties is vastgesteld dat het onderzoeksgebied Noordoost Nederland, locatie Veenoord-Boerdijk (VOB) niet verdacht is op CE. Wel hebben er in de (directe) omgeving diverse oorlogshandelingen plaatsgevonden zoals (geallieerde) luchtaanvallen. Op 29 november 1944 vielen twee bommen in een weiland, langs de Hoogeveense Vaart, tussen Veenoord en Holsloot. Op de geraadpleegde luchtfoto van 26 december 1944 zijn twee verstoringen waargenomen die mogelijk bomkraters zijn. Deze zijn mogelijk veroorzaakt door de twee afgeworpen en ontplofte bommen op 29 november 1944. Vanwege de matige kwaliteit van de luchtfoto van 26 december 1944, kon echter niet met zekerheid worden vastgesteld dat de twee verstoringen daadwerkelijk kraters betreffen. Bovendien zijn er in de geraadpleegde Britse bombardementsverslagen geen gegevens aangetroffen over een bombardement op die plek. Volgens de beschikbare gegevens zijn er twee bommen afgeworpen en zijn er twee bommen ontploft. Er zijn geen aanwijzingen dat er meer bommen zijn afgeworpen die eventueel als blindganger zijn achtergebleven. Het bombardement is derhalve geen aanwijzingen dat er CE zijn achtergebleven in het onderzoeksgebied.
5.2
Leemten in kennis Samenvattend zijn er de volgende leemten in kennis zijn: • • • • •
•
• •
5.3
De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1940-1945 CE zijn onbekend; De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1945-1970 zijn onbekend; Niet van alle gebeurtenissen kon de exacte locatie worden vastgesteld op basis van de geraadpleegde bronnen; Websites veranderen continue door updates en nieuwe informatie. Soms verdwijnen sites ook van het web; of zijn ontoegankelijk geworden. Informatie kan zodoende verdwijnen of veranderen. In de geraadpleegde luchtfoto-archieven hebben de luchtfoto’s uit de eerste jaren van de oorlog een beperkte dekking en zijn ze vaak niet beschikbaar voor het betreffende onderzoeksgebied. Voorts zijn de luchtfoto’s uit deze beginperiode niet altijd van goede kwaliteit. Het is hierdoor niet altijd mogelijk om oorlogshandelingen nauwkeurig te lokaliseren. Voor dit onderzoek geldt dat de luchtfoto van 15 juli 1945 van matige en de foto van 26 december 1944 van matige tot slechte kwaliteit was; Tussen de eerste luchtfoto uit 1935 en de eerst volgende foto van 29 oktober 1944 zit negen jaar tijdsverschil.
Eventuele landschappelijke ontwikkelingen tussen 1935 en oktober 1944 en/of sporen van oorlogshandelingen in de periode tussen mei 1940 en 28 oktober 1944 zijn daardoor onbekend; Van de waargenomen verstoringen op de luchtfoto van 26 december 1944 is door de matige tot slechte kwaliteit niet met zekerheid te zeggen dat het hier bomkraters betreft; Van de mogelijke kraters in het onderzoeksgebied op de luchtfoto van 26 december 1944 is niet met zekerheid te zeggen dat deze afkomstig zijn van de luchtaanval op 29 november 1944.
Advies Op basis van de resultaten van dit vooronderzoek CE en de conclusies is het onderzoeksgebied niet verdacht op CE. De voorgenomen werkzaamheden kunnen plaatsvinden zonder dat vervolgstappen noodzakelijk zijn in de CE-opsporing. De (grond-)werkzaamheden kunnen derhalve regulier worden uitgevoerd. Indien tijdens werkzaamheden toch een CE of verdacht voorwerp wordt aangetroffen, is het zaak de juiste procedure te starten. Het voorwerp niet
20P258 definitief rapport VO CE Netversterking Noordoost Nederland Locatie Veenoord-Boerdijk (VOB) versie 1.0 d.d. 24 februari 2021
48
beroeren en de politie op de hoogte stellen. Deze zal, indien noodzakelijk, de EOD inschakelen om het CE te ruimen.
20P258 definitief rapport VO CE Netversterking Noordoost Nederland Locatie Veenoord-Boerdijk (VOB) versie 1.0 d.d. 24 februari 2021
49
6 BIJLAGEN
20P258 definitief rapport VO CE Netversterking Noordoost Nederland Locatie Veenoord-Boerdijk (VOB) versie 1.0 d.d. 24 februari 2021
50
Bijlage 1
Overzicht beoordelen/evalueren inventarisatie (WSCS-OCE)
In het WSCS-OCE staat vermeld dat de indicaties en contra-indicaties uit de inventarisatie-resultaten dienen te worden beoordeeld en dat op basis hiervan de volgende punten gemotiveerd vastgesteld moeten worden: • Of er sprake is van een CE verdacht gebied, en zo ja: • De (sub)soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoedelijke CE; • De horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied. Bij de beoordeling en evaluatie van de resultaten van de inventarisatie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. Indien sprake is van de vermoedelijke aanwezigheid van CE, wordt de conclusie VERDACHT gerapporteerd. Indien er geen sprake is van de vermoedelijke aanwezigheid van CE, wordt de conclusie ONVERDACHT gerapporteerd; 2. De conclusie wordt vastgesteld op basis van twee of meer onafhankelijke verifieerbare bronnen. Indien een indicatie in slechts in bron is aangetroffen, wordt dit duidelijk aangegeven in de rapportage. Hierin wordt gerapporteerd hoe de betrouwbaarheid van de bronnen is ingeschat; 3. Indicaties en/of contra-indicaties dienen een locatieverwijzing te hebben, aangezien deze essentieel is om te bepalen of de informatie relevant is voor de aanwezigheid van CE op de projectlocatie en/of in het onderzoeksgebied. Voor de locatieverwijzing gelden de volgende uitgangspunten: a.
Indicaties en/of contra-indicaties moeten worden vertaald naar een locatie in de huidige topografie; b. Waar sprake is van onduidelijkheid/onbetrouwbaarheid in de locatieverwijzing, wordt dit gedocumenteerd; c. Bij gebruikmaking van indicaties en/of contra-indicaties uit geschreven bronnen, dient de locatieverwijzing uit het bronbestand in de rapportage ongewijzigd te worden overgenomen. 4. Bij het vaststellen van de conclusie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. Bij de beoordeling of bepaalde oorlogshandelingen een indicatie vormen voor de aanwezigheid van CE in het onderzoeksgebied, wordt bijlage 3 van het WSCS-OCE als leidraad gehanteerd. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken; b. Als er geen indicaties zijn die wijzen op de aanwezigheid van CE in het onderzoeksgebied, is de conclusie ONVERDACHT; c. Als er indicaties zijn dat bij oorlogshandelingen binnen de grenzen van de projectlocatie en/of onderzoeksgebied bepaalde hoofdsoorten CE zijn gebruikt/betrokken geweest, dan is (een deel van) de projectlocatie en/of onderzoeksgebied VERDACHT op de aanwezigheid van deze hoofdsoorten CE, tenzij op basis van contra-indicaties het tegendeel kan worden bewezen. 5. Het verdachte gebied wordt horizontaal en verticaal afgebakend, gespecificeerd per (sub)soort CE, hoeveelheid en verschijningsvorm van vermoedelijke CE.
Daarbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. Bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt bijlage 3 van het WSCSOCE gehanteerd; b. Uitgangspunten voor de verticale afbakening: i. Bij het bepalen van de verticale afbakening dient specifiek rekening te worden gehouden met: bodemweerstand, verwachte indringingsnelheid en –hoek, gewicht, vorm en diameter CE; ii. Voor het berekenen van de penetratiediepte wordt gebruik gemaakt van een rekenmethode waarin ten minste rekening gehouden wordt met de volgende parameters: de afwerphoogte, de afwerpsnelheid, het gewicht van de bom, de diameter van de bom en de weerstand van de bodem; iii. Indien sprake is van grondverzet/grondroering in de periode 1945 tot heden, wordt op basis daarvan bepaald of, en zo ja, tot welke diepte minus maaiveld (gerelateerd aan NAP), de aanwezigheid van CE kan worden uitgesloten; iv. De verticale afbakening wordt zodanig uitgedrukt dat deze is te herleiden tot de diepte ten opzichte van NAP; c. Uitgangspunten horizontale afbakening:
20P258 definitief rapport VO CE Netversterking Noordoost Nederland Locatie Veenoord-Boerdijk (VOB) versie 1.0 d.d. 24 februari 2021
51
i. Bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt de tolerantie gemotiveerd, gebaseerd op het beschikbare bronnenmateriaal; ii. Het verdachte gebied wordt weergegeven in RD-coördinaten; d. Onder de verschijningsvorm wordt verstaan de wijze waarop CE in het verleden in de (water)bodem zijn terechtgekomen, waarbij onderscheid kan worden gemaakt in: afgeworpen, verschoten, gegooid, gelegd, weggeslingerd, opgeslagen, gedumpt, begraven (inclusief redepositie), als restant uit springputten of explosie en als onderdeel van (vliegtuig)wrakken en/of gezonken vaartuigen.
20P258 definitief rapport VO CE Netversterking Noordoost Nederland Locatie Veenoord-Boerdijk (VOB) versie 1.0 d.d. 24 februari 2021
52
Bijlage 2
Vaststellen verdacht gebied en afbakening in vooronderzoek CE
In onderstaand overzicht is de horizontale afbakening van het verdachte gebied weergegeven zoals deze is opgenomen in het WSCS-OCE. Indicatie
Algemene omschrijving
Verdedigingswerk
✗
Geschutopstelling (statisch en mobiel)
Groepering van wapenopstellingen en/of geschutsopstellingen, rondom afgezet met een versperring (bijvoorbeeld weerstandskern of steunpunt) Opstelling van handvuurwapen, machinegeweer of andere (semi)automatisch wapen, niet zijnde onderdeel van een verdedigingswerk Locatie van geschut, niet zijnde onderdeel van een verdedigingswerk.
Munitieopslag in open veld Loopgraaf
Locatie van munitievoorraad in het open veld, niet zijnde binnen een verdedigingswerk Militaire loopgraaf
✗ ✗
Tankgracht of –geul
Een diepe (al dan niet droge) gracht of geul met steile wanden, aangebracht om pantservoertuigen tegen te houden Middels een aanwijzing, niet zijnde een mijnenlegrapport, op landmijnen verdacht verklaard gebied. In het verdachte gebied zijn bij de controle door de MMOD géén landmijnen aangetroffen Middels een aanwijzing, niet zijnde een mijnenlegrapport, op landmijnen verdacht verklaard gebied. In het verdachte gebied zijn bij de controle door de MMOD, of bij naoorlogse activiteiten landmijnen aangetroffen. Geregistreerd mijnenveld, waarvan mijnenlegrapport aanwezig is. Alle volgens het legrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Geregistreerd mijnenveld waarvan mijnenlegrapport aanwezig is. Niet alle volgens het mijnenlegrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Geen feitelijke onderbouwing bekend waarom er landmijnen worden vermist. Mijnenlegrapport aanwezig. Niet alle volgens het legrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Feitelijke onderbouwing bekend waarom er landmijnen worden vermist. Versperringen, zoals strandversperringen en drakentanden Militaire werken zoals woononderkomen of werken met een burgerdoel zoals schuilbunker
Wapenopstelling
Landmijnen verdacht gebied
Landmijnen verdacht gebied
Mijnenveld
Mijnenveld
Mijnenveld
Versperringen Infrastructuur zonder geschutsopstelling of munitievoorraad Schuilloopgraaf Kampementen
Mangat Vernielingslading Artillerie-, mortierof raketbeschieting Raketbeschieting inslagenpatroon bekend
Uitgangspunt conclusie Verdacht Onverdacht
✗
Gat in grond met schuilfunctie, niet in gebruik genomen als schuttersput Locatie van aangebrachte vernielingslading Gebied dat is beschoten door mobiel of vast geschut, mortieren of grondgebonden (meervoudige) raketwerpersysteem Gebied dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers
25 meter rondom het hart van de geschutopstelling, maar niet verder dan een eventuele aangrenzende watergang. Locatie van de veldopslaglocatie
✗
✗ ✗
Het gebied binnen de contouren van de loopgraaf is verdacht, bij voorkeur bepaald aan de hand van gegeorefereerde luchtfoto’s. Niet verdacht, tenzij er aanwijzingen zijn dat er mogelijk munitie in gedumpt is. n.v.t.
De grenzen zoals aangegeven in het ruimrapport
✗
✗
n.v.t.
De grenzen zoals aangegeven in het mijnenlegrapport en/of ruimrapport.
✗
Loopgraaf voor burgerbevolking om in te schuilen Grondgebied met onderkomens zoals tenten
Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied Het grondgebied binnen de grenzen van het verdedigingswerk is verdacht. De grenzen worden bij voorkeur bepaald aan de hand van gegeorefereerde luchtfoto’s. Locatie van de wapenopstelling
✗
n.v.t.
✗ ✗
Tenzij er indicaties zijn dat CE onderdeel uitmaken van de versperring. Tenzij er indicaties zijn op CE vanwege de aanwezigheid van nabij verdediging in de vorm van bijvoorbeeld wapenopstellingen
✗ ✗
n.v.t.
✗
Tenzij er indicaties zijn op CE vanwege de aanwezigheid van munitieopslag of nabij verdediging in de vorm van bijvoorbeeld wapenopstellingen. n.v.t.
✗ ✗
Locatie van vernielingslading
✗
Op basis van een analyse van het inslagenpatroon wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslagpatroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon Te bepalen volgens rekenmethode waarin ten minste rekening wordt gehouden met de volgende parameters: de afwerphoogte, de afwerpsnelheid, het gewicht van de bom, de diameter van de bom en de weerstand van de bodem. Op basis van in ieder geval deze vijf parameters wordt berekend tot welke diepte CE theoretisch kunnen indringen en hoever de maximale horizontale verplaatsing is. Situationeel te bepalen
Inslagpunt blindganger, zijnde een vliegtuigbom
Vliegtuig die niet in werking is getreden
✗
Crashlocatie vliegtuig Krater van gedetoneerde incidentele luchtafweergranaat
Aanwezigheid van CE vanwege de crash
✗
Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een incidentele luchtafweergranaat bevindt.
Situationeel te bepalen
✗
Tenzij er indicaties zijn dat het geen incidentele luchtafweergranaat betreft.
20P258 definitief rapport VO CE Netversterking Noordoost Nederland Locatie Veenoord-Boerdijk (VOB) versie 1.0 d.d. 24 februari 2021
53
Indicatie
Algemene omschrijving
Inslagpunt van een V.1 wapen
Gebied dat is getroffen door de inslag van een V.1 wapen
✗
Krater van een (gedeeltelijk) gedetoneerde V.1 wapen Krater van een (gedeeltelijk) gedetoneerde V.2 wapen Dumplocatie van munitie en/of toebehoren Ongecontroleerde (massa)explosie
Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een V.1 wapen bevindt.
✗
Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een V.2 wapen bevindt.
✗
Situationeel te bepalen
Dumplocatie van CE en/of toebehoren in landbodem of op waterbodem
✗
(Sympathische) detonatie van explosieven voorraad zoals ontploffing munitieopslag of munitietrein Eén of meerdere springputten
✗
Locatie van de dump en afbakening verder situationeel te bepalen, bijvoorbeeld dumping in stilstaand of stromend water Situationeel te bepalen
Locatie van in werking gestelde vernielingslading, waarbij de mogelijkheid bestaat op het aantreffen van niet (geheel) gedetoneerde springlading(en) Gebied dat is getroffen door een bombardement met middelzware en/of zware bommenwerpers, met als doel om schade aan te richten over een groot gebied.
✗
Gebied dat is getroffen door een bombardement met jachtbommenwerpers, met als doel om een vooraf bepaald specifiek object te treffen
✗
Lineair gebied, nabij een spoorlijn, dat is getroffen door bombardement met jachtbommenwerpers, met als doel om de spoorlijn te treffen
✗
Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 91 meter gemeten vanuit het hart van de spoorlijn106.
Gebied dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers, met als doel om een vooraf bepaald specifiek object te treffen.
✗
Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 108 meter gemeten vanuit het hart van het doel107
Lineair gebied, nabij een spoorlijn, dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers, met als doel om de spoorlijn of treinstel op deze spoorlijn te treffen
✗
Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 80 meter gemeten vanuit het hart van de spoorlijn108
Vernietigingslocatie voor CE
Vernielingslading (in werking gesteld)
Tapijtbombardement
Duikbombardement op zgn. ‘Pin Point Target’, inslagenpatroon onbekend Duikbombardement op zgn. ‘Line Target’, inslagenpatroon onbekend Raketbeschieting op zgn. ‘Pin Point Target’, inslagenpatroon onbekend Raketbeschieting op zgn. ‘Line Target’, inslagenpatroon onbekend
Uitgangspunt conclusie Verdacht Onverdacht
✗
✗
Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied 15 meter rondom een inslagpunt vanwege de mogelijke horizontale verplaatsing onder de grond. 50 meter rondom een inslagpunt vanwege de mogelijke aanwezigheid van explosieve componenten.
De contour(en) van de springput(ten) en afbakening verder situationeel te bepalen, bijvoorbeeld gelet op de afstand van eventuele uitgeworpen CE buiten deze contour(en). Locatie waar de vernielingslading in werking is gesteld en afbakening verder situationeel te bepalen. Op basis van een analyse van het inslagenpatroon104 wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslagpatroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon. Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 181 meter gemeten vanuit het hart van het doel105.
104
Verzameling van de locaties van inslagen van één bepaald toestel of één bepaald bombardement. Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322). Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel waarbij opgemerkt moet worden dat 50% van de vliegtuigbommen binnen 119 meter neer is gekomen en de maximaal gemeten afstand t.o.v. het doel 181 meter was. 106 Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322). Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel waarbij opgemerkt moet worden dat 50 % van de vliegtuigbommen binnen 46 meter neer is gekomen en de maximaal afstand t.o.v. het doel 91 meter was. 107 Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322).
Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel (gebouwen) waarbij opgemerkt moet worden dat de gemiddelde spreiding van de raketten t.o.v. het middelpunt van een salvo 69 meter was, en dat de gemiddelde afstand van het middelpunt van een salvo t.o.v. het doel 39 meter was. 108 Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322). Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. De genoemde afstand is de maximale afstand gemeten n.a.v. luchtfoto-interpretatie. 105
20P258 definitief rapport VO CE Netversterking Noordoost Nederland Locatie Veenoord-Boerdijk (VOB) versie 1.0 d.d. 24 februari 2021
54
Bijlage 3
Dekking geraadpleegde luchtfoto’s
20P258 definitief rapport VO CE Netversterking Noordoost Nederland Locatie Veenoord-Boerdijk (VOB) versie 1.0 d.d. 24 februari 2021
55
20P258 definitief rapport VO CE Netversterking Noordoost Nederland Locatie Veenoord-Boerdijk (VOB) versie 1.0 d.d. 24 februari 2021
56
Bijlage 4
A1 Inventarisatiekaart
20P258 definitief rapport VO CE Netversterking Noordoost Nederland Locatie Veenoord-Boerdijk (VOB) versie 1.0 d.d. 24 februari 2021
57
Inventarisatiekaart - VO Netversterking NO-Nederland Locatie Veenoord-Boerdijk (VOB) 251600
252000
252400
252800
253200
253600
254000
254400
528800 528500
528500
528800
529100
251200
529100
250800
528200
528200
Coevorden
527900 527600 527300
527300
527600
527900
Emmen
_441 1
527000
RAP
!
29B
RAP
_441 1
29A
Beschieting met boordwapens
Projectnummer: Onderwerp: Opdrachtgever: Tekenaar:
VO Netversterking NO-Nederland Locatie Veenoord-Boerdijk (VOB) 20p258 definitieve versie 1.0 Inventarisatiekaart Waterschap Drents Overijsselse Delta Jesse Gruijters
Bombardement
Controleur:
Thierry van den Berg
Datum:
24-02-2021
Projectnaam:
Legenda
526700
!
Krater afwerpmunitie (mogelijk)
Gemeente Onderzoeksgebied 0
250800
251200
251600
252000
252400
252800
100
200
253200
400 meter
Bombs Away B.V. Maliebaan 74 3581 CV Utrecht
±
Postbus 1148 3500 BC Utrecht
www.bombsaway.nl info@bombsaway.nl Esri Nederland, Community Map Contributors 253600
254000
254400
526700
527000
!
Bijlage 5
A1 CE-Bodembelastingkaart
20P258 definitief rapport VO CE Netversterking Noordoost Nederland Locatie Veenoord-Boerdijk (VOB) versie 1.0 d.d. 24 februari 2021
58
CE-Bodembelastingkaart - VO Netversterking NO-Nederland Locatie Veenoord-Boerdijk (VOB) 251600
252000
252400
252800
253200
253600
254000
254400
528800 528500
528500
528800
529100
251200
529100
250800
528200
528200
Coevorden
527900 527600 527300 527000
Projectnaam:
Legenda Gemeente
526700
Onderzoeksgebied
0
250800
251200
251600
252000
252400
252800
100
200
253200
400 meter
Projectnummer: Onderwerp: Opdrachtgever: Tekenaar:
VO Netversterking NO-Nederland Locatie Veenoord-Boerdijk VOB 20p258 definitieve versie 1.0 CE-Bodembelastingkaart Waterschap Drents Overijsselse Delta Jesse Gruijters
Controleur:
Thierry van den Berg
Datum:
24-02-2021
Bombs Away B.V. Maliebaan 74 3581 CV Utrecht
±
Postbus 1148 3500 BC Utrecht
www.bombsaway.nl info@bombsaway.nl Esri Nederland, Community Map Contributors 253600
254000
254400
526700
527000
527300
527600
527900
Emmen
Bijlage 6
Certificaat ISO 9001:2015
20P258 definitief rapport VO CE Netversterking Noordoost Nederland Locatie Veenoord-Boerdijk (VOB) versie 1.0 d.d. 24 februari 2021
59