Bijlage 2.1 - Toelichting bestemmingsplan
Tekst van het document
Andere ruimtelijke wetten en regels zoals de Woningwet, de Erfgoedwet, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet milieubeheer en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn ook erg belangrijk voor het uitoefenen van ruimtelijk beleid.
5.1.2
Over bestemmen en aanduiden
Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de regels zijn opgenomen. De toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen met behulp van een aanduiding nader worden ingevuld. Een aanduiding is een teken op de verbeelding. Dat teken kan bestaan uit een lijn, een figuur of een lettercode et cetera. Via een aanduiding wordt in de regels ‘iets’ geregeld. Dat ‘iets’ kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben.
70 | 80
ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02
5.1.3
Hoofdstukopbouw van de regels
De regels zijn verdeeld in 4 hoofdstukken: 1 inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2); 2 bestemmingsregels. In dit 2e hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en gebruiksregels opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn, dan worden deze ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsbepalingen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels en gebruiksregels opgenomen die specifieker ingaan op bijvoorbeeld de bouwhoogte, situering van gebouwen en de toegestane functies. Aansluitend worden afwijkingsbevoegdheden met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels opgenomen. In een enkel geval worden ruimere mogelijkheden geboden door het toepassen van een wijzigingsbevoegdheid. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsplanbepalingen ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden.
Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld; 3 algemene regels. In de laatste tweehoofdstukken zijn bepalingen opgenomen met een algemeen karakter. Deze bepalingen hebben betrekking op het gehele plan. Het betreffen achtereenvolgens algemene regels, zoals een anti-dubbeltelregel, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels en algemene wijzigingsregels; 4 overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.
5.2
Dit bestemmingsplan
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. Een toelichting op de bestemmingen is hierna opgenomen. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. De regels in dit bestemmingsplan zijn opgezet aan de hand van hetgeen hierboven is beschreven. Tevens is aangesloten bij de meest actuele landelijke standaarden voor de regels en de verbeelding, te weten de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012) en IMRO2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening 2012). Qua inhoud en opzet is aangesloten bij recente en vergelijkbare bestemmingsplannen van de gemeente.
5.3
Toelichting op de regels
5.3.1
Inleidende regels
Begrippen die in de regels worden gebruikt en die uitleg behoeven, worden in het eerste artikel van het bestemmingsplan uitgelegd. Vervolgens bevat het tweede artikel technische regelingen om onder andere oppervlaktes, hoogtes, dieptes en breedtes te kunnen bepalen.
71 | 80
ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02
5.3.2
Bestemmingsregels
De regels hebben voor elke bestemming dezelfde opbouw met achtereenvolgens, voor zover aanwezig, de volgende leden: - bestemmingsomschrijving; - bouwregels; - nadere eisen (indien aanwezig); - afwijken van de bouwregels (indien aanwezig); - specifieke gebruiksregels (indien aanwezig); - afwijken van de gebruiksregels (indien aanwezig); - omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (indien aanwezig); - wijzigingsbevoegdheid (indien aanwezig). Centraal staat de bestemmingsomschrijving. Daarin worden limitatief de functies en waarden genoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan respectievelijk worden beschermd. In een aantal gevallen geeft de bestemmingsomschrijving daarbij nog een nadere beperking in de vorm van een bestemmingscategorie of bijvoorbeeld een gebiedsbegrenzing, een maximale oppervlakte- of inhoudsmaat dan wel een beperking tot de bestaande bebouwing. De bouwregels zijn direct aan de bestemmingsomschrijving gerelateerd. Ook de gebruiksregels zijn gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving, zij het dat deze regels zijn opgenomen in de algemene gebruiksregels in hoofdstuk 3. Hierin is bepaald dat het verboden is de onbebouwde grond en/of de daarop aanwezige bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel in strijd met het in het plan bepaalde.
Bedoeld wordt een gebruik in strijd met de bestemmingsomschrijving. De afwijkings- en wijzigingsregels geven het bevoegd gezag bevoegdheden om onder voorwaarden af te wijken van een regel of onder voorwaarden het plan te wijzigen. Enkelbestemmingen Bedrijf - Hoogspanningsstation Binnen de bestemming 'Bedrijf - Hoogspanningsstation’ wordt een hoogspanningsstation en toegangsweg mogelijk gemaakt. Voor gebouwen op deze gronden geldt dat ze een maximale bouwhoogte mogen hebben van 10 m. De hoogte van erf- en terreinafscheidingen is maximaal 3 m, voor hoogspanningsmasten 55 m (alleen ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Leiding - Hoogspanningsverbinding 1’), voor bliksempieken 30 m en voor overige bouwwerken bedraagt de maximale bouwhoogte 20 m. Alle gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd. Een uitzondering daarop vormen erf- en terreinafscheidingen. Er is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die regelt dat binnen twee jaar na ingebruikname van het hoogspanningsstation het landschapsplan dient te worden uitgevoerd. Bedrijf - Opstijgpunt Ter plaatse van de bestemming ‘Bedrijf - Opstijgpunt’ wordt de enkelbestemming toegevoegd. Deze bestemming is gelegd op de gronden die de overgang markeren van de bovengrondse 110 kVlijnverbinding naar de ondergrondse 110 kV-kabelverbinding.
Tevens is hier en bovengrondse 380/110 kVhoogspanningsverbinding toegestaan. Binnen deze bestemming zijn gebouwen toegestaan met een hoogte van maximaal 3 m en een oppervlakte van maximaal 15 m2. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan tot een hoogte van maximaal 62 m. Groen Gronden binnen de bestemming ‘Groen’ mogen worden gebruikt voor groenvoorzieningen, bermen en beplanting, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, fiets- en voetpaden en nutsvoorzieningen. Daarnaast is de aanleg van ondergrondse hoog- en middenspanningsverbindingen mogelijk, ter plaatse van de specifieke dubbelbestemming.
72 | 80
ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02
Dubbelbestemmingen Naast de bestemmingen kent het bestemmingsplan ook dubbelbestemmingen. Een dubbelbestemming omvat een eigen stelsel van regels voor bouwen en gebruik voor het behoud en de bescherming van de in de dubbelbestemming aangegeven waarden. Leiding - Hoogspanning Deze dubbelbestemming maakt de realisatie van ondergrondse 110kV-kabelverbindingen mogelijk. Daarnaast zorgt deze dubbelbestemming ervoor dat deze, na aanleg, wordt beschermd. Om dit laatste doel te bewerkstelligen zijn bouw- en aanlegregels opgenomen. De bijbehorende belemmeringsstrook is vastgesteld op basis van het benodigde ruimtebeslag voor aanleg en instandhouding van de ondergrondse 110kV-hoogspanningsverbinding. Dat ruimtebeslag wordt bij ondergrondse kabelverbindingen gevormd door de buitenste kabel plus een beschermingszone. Daarbij is rekening gehouden met veiligheidseisen, onder andere om veilig (onderhouds)werkzaamheden uit te kunnen voeren en ongestoord functioneren van de kabel te kunnen garanderen. Leiding - Hoogspanningsverbinding 1 Deze dubbelbestemming maakt de realisatie van een bovengrondse 380kV-lijnverbinding mogelijk. Daarnaast zorgt deze dubbelbestemming ervoor dat deze, na aanleg, wordt beschermd. Om dit laatste doel te bewerkstelligen zijn bouw- en aanlegregels opgenomen.
Ook binnen deze dubbelbestemming is een belemmeringsstrook opgenomen, die is vastgesteld op basis van het benodigde ruimtebeslag voor aanleg en instandhouding van de hoogspanningsverbinding. Voor de bouw van masten geldt een maximale bouwhoogte van 62 m. Voor overige bouwwerken geldt een maximale bouwhoogte van 3 m. Leiding - Hoogspanningsverbinding te vervallen 1 De dubbelbestemming 'Leiding – Hoogspanningsverbinding te vervallen 1' is gelegd op de gronden waar de bestaande hoogspanningsverbinding voorlopig behouden blijft, maar op termijn verwijderd wordt na het realiseren van de ondergrondse 110kV-kabelverbindingen en de nieuwe 380kV-lijnverbinding. De onderliggende dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 1' ten behoeve van een bovengrondse 380/110kV-hoogspanningsverbinding met bijbehorende voorzieningen, zoals opgenomen in het bestemming ‘Buitengebied 2011’ met IMRO-code NL.IMRO.0114.2009072-0710, komt te vervallen vanaf 2 jaar nadat het nieuwe hoogspanningsstation in gebruik is genomen. Binnen 2 jaar na het volledig in bedrijf nemen van het hoogspanningsstation dient de te vervallen hoogspanningsverbinding uit bedrijf genomen te zijn en dient te zijn begonnen met de verwijdering van deze verbinding. Dit om de beperkingen die gelden op deze gronden niet langer in stand te laten dan noodzakelijk is voor de realisatie van het project.
Tot het moment van het vervallen van de bestemming blijft de dubbelbestemming 'Leiding Hoogspanningsverbinding 1' ten behoeve van een bovengrondse 380kV-hoogspanningsverbinding met bijbehorende voorzieningen, zoals opgenomen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ met IMROcode NL.IMRO.0114.2009072-0710 in werking. Leiding - Hoogspanningsverbinding te vervallen 2 De dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding te vervallen 2' is gelegd op de gronden waar de dubbelbestemming ‘Leiding - Hoogspanningsverbinding 2' ten behoeve van een bovengrondse 110kVlijnverbinding met bijbehorende voorzieningen, zoals opgenomen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ met IMRO-code NL.IMRO.0114.2009072-0710 geldt. De dubbelbestemming zorgt er voor dat de gronden na vaststelling van dit bestemmingsplan niet meer gebruikt kunnen worden ten behoeve van een bovengrondse 110kV-lijnverbinding. Tot het moment van het vervallen van de bestemming blijft de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 2' ten behoeve van een bovengrondse 110kVhoogspanningsverbinding met bijbehorende voorzieningen, zoals opgenomen in het bestemming ‘Buitengebied 2011’ met IMRO-code NL.IMRO.0114.2009072-0710 in werking. Leiding - Middenspanning Deze dubbelbestemming maakt de realisatie van een ondergrondse middenspanningsnet mogelijk.
Daarnaast zorgt deze dubbelbestemming ervoor dat deze, na aanleg, wordt beschermd. Om dit laatste doel te bewerkstelligen zijn bouw- en aanlegregels opgenomen.
73 | 80
ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02
Waarde - Archeologie Deze dubbelbestemming waarborgt dat er extensieve begeleiding plaatsvindt bij de graafwerkzaamheden voor de gebieden waar deze bestemming aan is toegekend. De exacte invulling van de werkzaamheden dient voorafgaand aan het veldwerk te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE).
5.3.3
Algemene regels
Hoofdstuk 3 van het bestemmingsplan bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied van het bestemmingsplan. Hieronder worden de algemene regels van dit bestemmingsplan toegelicht. Anti-dubbeltelregel Deze regel bepaalt dat er niet twee keer voor eenzelfde locatie een bouwplan kan worden ingediend. Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn de algemene gebruiksregels opgenomen. Hierin is aangegeven welke functies in ieder geval in strijd zijn met het bestemmingsplan. Algemene aanduidingsregels In dit artikel worden de regels gesteld over gebiedsaanduidingen. Dit is een aanduiding die verwijst naar een gebied waarvoor naast de bestemmingen specifieke regels gelden of waar nadere afwegingen moeten worden gemaakt. In dit bestemmingsplan komt één gebiedsaanduiding voor: - de gebiedsaanduiding ‘geluidzone - industrie’. Middels deze gebiedsaanduiding wordt aan het hoogspanningsstation een maximum geluidruimte toegekend die niet mag worden overschreden. Overige regels In de overige regels is de verhouding geregeld tussen dit bestemmingsplan en de onderliggende vigerende bestemmingsplannen en beheersverordeningen. Ter plaatse van de enkelbestemmingen in dit bestemmingsplan komen de enkelbestemmingen uit de vigerende bestemmingsplannen dan wel beheersverordeningen te vervallen.
Ter plaatse van de dubbelbestemmingen in dit bestemmingsplan prevaleren de dubbelbestemmingen en blijven de onderliggende bestemmingen op basis van de vigerende bestemmingsplannen dan wel beheersverordeningen van kracht voor zover zij niet strijdig zijn met de in dit plan opgenomen dubbelbestemmingen. Dit geldt niet in relatie tot de bestaande dubbelbestemming ‘Leiding - Gas’. Deze prevaleert ten aanzien van de in dit plan opgenomen dubbelbestemmingen, met dien verstande dat de aanleg, het beheer en het onderhoud van de hoog- of middenspanningsverbindingen zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt mogelijk gemaakt. Wel dient vooraf schriftelijk toestemming te worden verkregen bij de leidingbeheerder van de gasleiding.
5.3.4
Overgangs- en slotregels
Conform het Bro (artikel 3.2.1 en 3.2.2) zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. Hierin is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
74 | 80
ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02
6 UITVOERBAARHEID In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de maatschappelijke uitvoerbaarheid en economische uitvoerbaarheid van het plan.
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Een bestemmingsplan dient maatschappelijk uitvoerbaar te zijn. Dat wil zeggen dat de voorgenomen ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt in het bestemmingsplan zijn besproken met belanghebbenden.
6.1.1
Belanghebbende overheden
De belanghebbende overheden zijn in ieder geval de bevoegde gezagen gemeente Emmen en gemeente Coevorden. Zij zijn bestuurlijk akkoord en participeren in dit project. Ook zijn de provincie Drenthe en het Waterschap Vechtstromen in het kader van vergunningverlening bij de ontwikkeling betrokken. Op het project dat door het voorliggende bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, is de RCR niet van toepassing omdat het Ministerie van EZK op 15 april 2021 1 heeft besloten om de Rijkscoördinatieregeling niet toe te passen. De Rijksoverheid is dus geen bevoegd gezag voor deze ontwikkeling.
6.1.2
Participatie omwonenden en grondeigenaren
Tot slot zijn de omwonenden en grondeigenaren in en rondom het plangebied belanghebbend. Deze zijn tijdens het proces betrokken door middel van een werkgroep landschappelijke inpassing. Werkgroep landschappelijke inpassing Het op te richten hoogspanningsstation wordt landschappelijk ingepast. Via de werkgroep landschappelijke inpassing hebben omwonenden inspraak in deze landschappelijke inpassing en wordt gezamenlijk een selectie gemaakt van passende, duurzame en gedragen maatregelen die het hoogspanningsstation de gewenste inpassing geven in het landschap. De werkgroep is samengesteld uit omwonenden, vertegenwoordigers van TenneT en Enexis, vertegenwoordigers van de gemeente Emmen en specialisten van het advies- en ingenieursbureau Movares. De werkgroepoverleggen hebben in verband met COVID-19 online plaatsgevonden. Er zijn meerdere werkgroepoverleggen geweest, waarin zorgen, wensen en ideeën zijn opgehaald, inpassingsvarianten zijn ontwikkeld en de concept-inpassing zijn besproken.
1
Staatscourant 15 april 2021, Buiten toepassing laten rijkscoördinatieregeling hoogspanningsstation Veenoord-Boerdijk, Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Nummer: DGKE-WO/21089814.
75 | 80
ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02
De (tussentijdse) resultaten van de werkgroep zijn onder andere gepresenteerd en besproken bij: - interne TenneT projectteam; - overleg tussen TenneT en Enexis netbeheer; - omgevings- en communicatieoverleg (TenneT, Enexis, gemeente Emmen, gemeente Coevorden, provincie Drenthe); - in overleg tussen TenneT en waterschap Vechtstromen.
6.1.3
Communicatie
Bij het project worden omwonenden en belanghebbenden via diverse kanalen geïnformeerd en betrokken, waaronder via informatieavonden en de projectwebsite. Op de projectwebsite wordt ingegaan op het project, de beoogde planning en het laatste nieuws. Ook zijn er antwoorden op veelgestelde vragen te vinden. Daarnaast vinden 1-op-1 gesprekken plaats met eigenaren en bewoners met wie specifieke zaken af te stemmen zijn. Ten tijde van de bekendmaking van het ontwerpbestemmingsplan is dit breed aangekondigd.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
6.2.1
Kosten
De kosten van het gehele project, inclusief procedure, zijn volledig voor rekening van de initiatiefnemers, TenneT en Enexis. TenneT en Enexis zijn zowel financieel als organisatorisch verantwoordelijk voor de aanleg en het beheer van het hoogspanningsstation, de ondergrondse 110kV-kabelverbinding, de bovengrondse 380kV-lijnverbinding en de kabelstroken voor middenspanningsverbindingen. De leveringszekerheid is een wettelijke taak van TenneT op grond van de Elektriciteitswet 1998, waarin TenneT is aangewezen als netbeheerder van het hoogspanningsnet van Nederland. Dit betekent dat TenneT verantwoordelijk is voor de aanleg en het beheer van het transportnet, het transporteren van elektriciteit en het borgen van de energiebalans (het evenwicht tussen vraag en aanbod). Een van de diensten waarvoor TenneT verantwoordelijk is omvat het onderhouden, beheren en investeren in het hoogspanningsnetwerk (110kV, 150kV, 220kV en 380kV) in Nederland. In dat kader stelt TenneT financiële middelen beschikbaar voor uitvoering van dit bestemmingsplan. TenneT voert vrijwel uitsluitend gereguleerde taken uit. De kaders waarbinnen deze activiteiten uitgevoerd worden, zijn vastgelegd in de van toepassing zijnde wet- en regelgeving.
Omdat TenneT zowel in Nederland als in een aantal regio's in Duitsland een monopolie heeft als netbeheerder, worden de kerntaken gereguleerd door onafhankelijke toezichthouders, namelijk de Nederlandse Autoriteit Consument en Markt (ACM) en de Duitse Bundesnetzagentur (BNetzA). Het is hun taak om de belangen van consumenten, bedrijven en netbeheerders af te wegen tegen de doelstellingen van betaalbaarheid, leveringszekerheid en duurzaamheid.
6.2.2
Zakelijk recht
TenneT Voor de aanleg, de instandhouding en het beheer en onderhoud van de 380kV-lijnverbinding en ondergrondse 110kV-kabelverbindingen moet TenneT gebruik kunnen (blijven) maken van een strook grond ter plaatse van de hoogspanningsverbinding. Deze strook (de zakelijk recht strook) is vastgesteld op basis van het benodigde ruimtebeslag voor aanleg, instandhouding, beheer, onderhoud en goed functioneren. Daarbij is tevens rekening gehouden met veiligheidseisen. Om gebruik te kunnen (blijven) maken van de grond in deze strook is TenneT voornemens een zakelijk recht overeenkomst (ZRO) (inclusief gebruiksovereenkomst) af te sluiten met de eigenaar, de eventuele overige zakelijk gerechtigden (erfpachters, opstalhouders, et cetera) en de eventuele persoonlijk gerechtigden (huurder, pachters, et cetera). In deze overeenkomsten worden de afspraken vastgelegd over het gebruik van de grond en welke vergoeding en welke rechten op toekomstige vergoedingen de rechthebbende van TenneT zal ontvangen.
76 | 80
ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02
Het zakelijk recht betreft een opstalrecht en is een zelfstandig recht dat een inbreuk vormt op het exclusieve gebruiksrecht van de eigenaar en de overige zakelijk gerechtigden. TenneT hanteert bij de vestiging van een zakelijk recht het principe van schadeloosstelling (volledige schadevergoeding) zoals de Belemmeringenwet Privaatrecht die kent. Schadeloosstelling betekent dat de rechthebbenden vóór en ná de vestiging van het zakelijk recht in een gelijkwaardige vermogens- en inkomenspositie dienen te verkeren. Schadeloosstelling geschiedt in beginsel ongeacht het moment waarop schade zich voordoet. De schade dient wel een rechtstreeks en noodzakelijk gevolg te zijn van de vestiging van het zakelijk recht. De schade wordt onderscheiden in vier hoofdcomponenten: vermogensschade op het moment van afsluiten van de ZRO; inkomensschade; bijkomende schade op het moment van afsluiten van de ZRO en schade die op het moment van afsluiten van de ZRO onvoorzienbaar en/of onbepaalbaar is (toekomstschade). De grondeigenaren zijn geïnformeerd door TenneT over het voornemen het kabeltracé planologisch te verankeren in het voorliggende plan. Met de grondeigenaren wordt een ZRO gesloten. Voor de te amoveren 380kV-lijnverbinding wordt de bestaande ZRO beëindigd.
Enexis Voor het leggen, hebben, aanbrengen, gebruiken, vervangen, instandhouden, inspecteren, verwijderen en het ter vervanging verleggen of verplaatsen van één of meer elektriciteitskabels ten behoeve van de ondergrondse 10/20kV-kabelverbinding is het voor Enexis noodzakelijk te allen tijde over een strook grond te kunnen beschikken en werkzaamheden te mogen uitvoeren ter plaatse van de middenspanningsverbindingen nabij en rondom haar middenspanningsstation. Enexis is voornemens om met de betrokken grondeigenaren/erfpachters een zakelijk recht overeenkomst te sluiten om ten behoeve van Enexis een opstalrecht te vestigen als bedoeld in artikel 5:101 e.v. van het Burgerlijk Wetboek, alsmede het vestigen van een erfdienstbaarheid van overpad als bedoeld in artikel 5:70 e.v. van het Burgerlijk Wetboek ten behoeve van het werk van Enexis (als heersend erf en ten laste van het erf van de eigenaar als dienend erf). In deze overeenkomst met bijbehorende Algemene Voorwaarden worden de rechten en plichten (onder andere het verlenen van rechten aan derden, beperkingen ten aanzien van de belaste strook, schade et cetera) vastgelegd. Na ondertekening van de zakelijk recht overeenkomst door alle partijen wordt deze vastgelegd in een notariële akte die ingeschreven wordt in de openbare registers van het Kadaster.
Met pachters, gebruikers en huurders van de percelen grond waarop Enexis werkzaamheden wil gaan verrichten wordt een kennisnemingsovereenkomst gesloten waarin staat dat de grondgebruiker de afspraken die zijn vastgelegd in de zakelijk recht overeenkomst en de Algemene Voorwaarden respecteert.
6.2.3
Grondexploitatie
Op grond van artikel 6.12 Wro, lid 1 (afdeling 6.4 grondexploitatie) stelt de gemeenteraad bij de vaststelling van (onder meer) een bestemmingsplan een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen, indien het kostenverhaal niet op een andere wijze is verzekerd. Aangezien de kosten voor realisatie van het nieuwe hoogspanningsstation, het opstijgpunt, de ondergrondse 110kV-kabelverbinding, de bovengrondse 380kV-lijnverbinding en de kabelstroken voor middenspanningsverbindingen volledig bij TenneT en Enexis liggen hoeft er geen grondexploitatieplan te worden opgesteld.
6.2.4
Planschade
Door wijzigingen van de planologische bestemming en de bijbehorende regels, kan er voor belanghebbenden (eigenaren, overige zakelijke gerechtigden en persoonlijk gerechtigden) in de nabijheid van de hoogspanningsverbinding of het koppelpunt schade ontstaan. Deze schade wordt planschade genoemd. De grondslag voor de tegemoetkoming in planschade wordt gevormd door afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening.
77 | 80
ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02
Tegemoetkoming is aan de orde indien schade ontstaat in de vorm van inkomensderving of vermindering van de waarde van een onroerende zaak door een wijziging van het planologisch regime, die leidt tot een planologisch nadeel voor een belanghebbende. Overigens leidt niet ieder planologisch nadeel tot (voor vergoeding in aanmerking komende) schade. Een tegemoetkoming wordt toegekend voor zover de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en voor zover de tegemoetkoming niet voldoende anderszins verzekerd is. Dit laatste is bijvoorbeeld aan de orde bij de vestiging van zakelijke rechten en de verwerving van objecten. In deze gevallen is sprake van een volledige schadeloosstelling (zie paragraaf 7.2.2), dus inclusief een tegemoetkoming in planschade. De planschade is op die manier anderszins verzekerd. De kosten voor de planschades worden door TenneT en Enexis vergoed. Met de gemeenten wordt door TenneT en Enexis een planschadeovereenkomst gesloten. Met de gemeente Emmen is een samenwerkingsovereenkomst gesloten en zijn er afspraken gemaakt ten aanzien van de plankosten.
6.3
Handhaafbaarheid
Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving van de regels in het bestemmingsplan ligt bij de gemeente. Het handhavingsbeleid van de gemeente Emmen vormt de basis van de handhaving binnen de gemeentelijke grenzen. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de bescherming van mens en omgeving te waarborgen tegen ongewenste activiteiten en overlast. In het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Bij overtreding van deze regels kan gedacht worden aan bouwen zonder vergunning, bouwen in afwijking van een verleende vergunning en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een omgevingsvergunning. Uitvoering van bestemmingsplannen dient strikt te worden toegepast en gehandhaafd, omdat met het bestemmingsplan het waarborgen en verbeteren van het leefmilieu kan worden aangestuurd. Een recent bestemmingsplan met duidelijke en hanteerbare regels maakt handhaving eenvoudiger. Wat hierbij wel noodzakelijk is zijn eenduidige en eenvoudige bestemmingsplanbepalingen die goed werkbaar zijn.
De doeleindenomschrijving is daarbij belangrijk. Een duidelijke uitleg in de toelichting van het bestemmingsplan van de voorkomende bestemmingen kan verwarring en interpretatieverschillen voorkomen.
78 | 80
ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02
7 PROCEDURE 7.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt de procedure van het plan beschreven. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de ontwerpfase, de vaststellingsfase en de beroepsfase van het plan.
7.2
Ontwerpfase
7.2.1
Vooroverleg
Artikel 3.1.1, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat het gemeentebestuur bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk (waaronder Rijkswaterstaat), die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Voor dit (bestuurlijk) vooroverleg heeft de gemeente Emmen het voorontwerpbestemmingsplan digitaal beschikbaar gesteld aan de provincie Drenthe, de gemeente Coevorden, de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V., Enexis, Milieufederatie Drenthe, Land- en tuinbouworganisatieNoord, Kamer van Koophandel Noord Nederland, Staatsbosbeheer, EOP Plaatselijk Belang NieuwAmsterdam/Veenoord, de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD), Veiligheidsdienst Regio Drenthe (VRD), Gasunie, Buurtvereniging EOP Loeksham/Ermerveen, Waterschap Vechtstromen en TenneT. De reacties zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan (de reactienota vooroverleg is opgenomen in bijlage XX). Met de ter inzage van het ontwerpbestemmingsplan is de formele procedure gestart.
7.2.2
Zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan
Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 5 oktober 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode kon eenieder zienswijzen indienen op het ontwerpbestemmingsplan. Er zijn negen zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan ontvangen. In bijlage XXI is de Nota van beantwoording zienswijzen opgenomen. Hierin zijn de zienswijzen opgenomen en is aangegeven hoe hiermee in het bestemmingsplan is omgegaan.
7.3
Vaststellingsfase
Ambtshalve aanpassingen ontwerpbestemmingsplan Er is geen aanleiding tot grote wijzigingen vanwege de binnengekomen zienswijzen, zoals ook blijkt uit de Nota van beantwoording zienswijzen. Op enkele punten is de toelichting van het bestemmingsplan verduidelijkt en zijn onderzoeken aangevuld. Daarnaast zijn ambtshalve enkele aanpassingen in de plantoelichting doorgevoerd. Hieronder zijn de aanpassingen in de toelichting beschreven.
79 | 80
ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02
Voor het ontwerpbestemmingsplan waren nog niet alle onderzoeken voor het gehele plangebied gereed. Voor het definitieve bestemmingsplan is het volgende onderzoek toegevoegd: soortgericht onderzoek als bijlage XXII. Daarnaast zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd in de toelichting, regels en het bestemmingsplan: de verwachte datum inwerkingtreding Omgevingswet is aangepast naar 1 juli 2023; ter verduidelijking is in paragraaf 2.2 (toekomstige situatie) de keuze voor de locatie van de toegangsweg gemotiveerd; in paragraaf 4.7 (magneetvelden) is verduidelijkt dat de ontwikkeling niet zorgt voor extra gevoelige functies binnen de (reeds) aanwezige magneetvelden, zijn de afstanden tot woningen aangescherpt en is opgenomen om welke woningen het gaat; in paragraaf 4.8 (natuur) zijn de conclusies ten aanzien van het aanvullend soortgericht onderzoek toegevoegd en is in de conclusie verduidelijkt dat de RVO het bevoegd gezag is om te beoordelen of de voorgestelde mitigerende maatregelen voldoende zijn; in paragraaf 4.9 (water) zijn enkele tekstuele wijzigingen aangebracht om de leesbaarheid te vergroten; de resultaten van het bodemonderzoek voor de deelgebieden C zijn toegevoegd in paragraaf 4.10 (bodem). Daarnaast is het onderzoek als bijlage XXIII opgenomen; ter plekke van de nieuwe mast 119B is de dubbelbestemming met betrekking tot archeologie toegevoegd aan de plankaart.
De locatie is in het archeologische onderzoek niet onderzocht. Middels de dubbelbestemming is geborgd dat extensieve begeleiding plaats zal vinden, mits eventueel uit te voeren onderzoek uitwijst dat extensieve begeleiding niet benodigd is. Dit is tekstueel gewijzigd in paragraaf 4.11 (archeologie); in hoofdstuk 7 is de procedure aangepast naar aanleiding van het afronden van de ontwerpfase. In de beroepsfase is opgenomen dat het bestemmingsplan onherroepelijk is na vaststelling, mits geen beroep wordt aangetekend bij de Raad van State. Als bijlage XXI is de Nota van beantwoording zienswijzen opgenomen; in de regels is onder artikel 4.1 (Bedrijf - Opstijgpunt) onder lid b opgenomen dat de gronden eveneens bestemd zijn voor een bovengrondse 380/110kV-hoogspanningsverbinding; bijlage XVI - Bemalingsadvies tekstueel aangepast naar aanleiding van een aanpassing van het berekende debiet en waterbezwaar. bijlage XVIII (beschrijving analyse locatiekeuze) is tekstueel aangepast naar aanleiding van ontwikkelingen ten aanzien van de netcapaciteit. In hoofdstuk 1 van de toelichting heeft dit eveneens geleid tot enkele tekstuele aanpassingen. De bovengenoemde gewijzigde en aanvullende onderzoeken zijn bijgevoegd bij dit bestemmingsplan en de resultaten hiervan zijn waar relevant beschreven in de toelichting.
7.4
Beroepsfase
Het vaststellingsbesluit wordt samen met het vastgestelde bestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegd. In deze periode kan beroep worden ingediend bij de Raad van State tegen het definitieve bestemmingsplan. Wanneer geen beroep wordt ingesteld, is het bestemmingsplan na afloop van de beroepstermijn (zes weken) onherroepelijk. Het bestemmingsplan treedt in werking op de dag dat de beroepstermijn is afgelopen en er geen schorsingsverzoek (voorlopige voorziening) is ingediend. Bij een eventueel ingesteld beroep is het bestemmingsplan onherroepelijk als er door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak is gedaan over het ingestelde beroep.
80 | 80
ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02
81 | 80
ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02
Bijlage(n)
I BIJLAGE: LANDSCHAPSPLAN
ACT TWB | 125549/23-000.103 | Bijlage I | Definitief 02
II BIJLAGE: GELUIDSONDERZOEK
ACT TWB | 125549/23-000.103 | Bijlage II | Definitief 02
III BIJLAGE: NATUURTOETS (QUICKSCAN)
ACT TWB | 125549/23-000.103 | Bijlage III | Definitief 02
IV BIJLAGE: DASSENONDERZOEK
ACT TWB | 125549/23-000.103 | Bijlage IV | Definitief 02
V BIJLAGE: NADER ONDERZOEK GROTE BOSMUIS EN VELDSPITSMUIS
ACT TWB | 125549/23-000.103 | Bijlage V | Definitief 02
VI BIJLAGE: STIKSTOFDEPOSITIEBEREKENING
ACT TWB | 125549/23-000.103 | Bijlage VI | Definitief 02
VII BIJLAGE: WATERTOETS
ACT TWB | 125549/23-000.103 | Bijlage VII | Definitief 02
VIII BIJLAGE: HISTORISCH VOORONDERZOEK BODEM
ACT TWB | 125549/23-000.103 | Bijlage VIII | Definitief 02
IX BIJLAGE: VERKENNEND BODEMONDERZOEK
ACT TWB | 125549/23-000.103 | Bijlage IX | Definitief 02
X BIJLAGE: ARCHEOLOGISCH VOORONDERZOEK
ACT TWB | 125549/23-000.103 | Bijlage X | Definitief 02
XI BIJLAGE: INVENTARISEREND ARCHEOLOGISCH VELDONDERZOEK
ACT TWB | 125549/23-000.103 | Bijlage XI | Definitief 02
XII BIJLAGE: AANMELDINGSNOTITIE VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING
ACT TWB | 125549/23-000.103 | Bijlage XII | Definitief 02
XIII BIJLAGE: VOORONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN
ACT TWB | 125549/23-000.103 | Bijlage XIII | Definitief 02
XIV BIJLAGE: INVENTARISATIE NESTEN EN BOOMHOLTES
ACT TWB | 125549/23-000.103 | Bijlage XIV | Definitief 02
XV BIJLAGE: ONDERZOEK DRAADSLACHTOFFERS
ACT TWB | 125549/23-000.103 | Bijlage XV | Definitief 02
XVI BIJLAGE: BEMALINGSADVIES
ACT TWB | 125549/23-000.103 | Bijlage XVI | Definitief 02