CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.1 - Toelichting bestemmingsplan

Commissie Wonen en Ruimte 13 maart 2023, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord’ gewijzigd vaststellen (14999-2023)30.873 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord Toelichting bestemmingsplan

TenneT TSO B.V. en Enexis Netbeheer B.V. 5 januari 2023

Project Opdrachtgever

Document Status Datum Referentie

Projectcode Projectleider Projectdirecteur

Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door

Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord TenneT TSO B.V. en Enexis Netbeheer B.V.

Toelichting bestemmingsplan Definitief 02 5 januari 2023 125549/23-000.103

125549 Ing. I.J.M. de Beer K.A. Haans MSc

R. de Jong MSc, M.E. Graff MSc Mr. E.J. Overbosch - de Graaf, ing. I.J.M. de Beer Ing. I.J.M. de Beer

Paraaf

Adres

V.O.F. ACT TWB Postbus 133 7400 AC Deventer

Het kwaliteitsmanagementsysteem is gecertificeerd op basis van ISO 9001. Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming, noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Geen aansprakelijkheid wordt aanvaardt voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het geleverde document.

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Toelichting locatiekeuze hoogspanningsstation Veenoord-Boerdijk

8

1.2.1 1.2.2 1.2.3

8 9 11

Introductie Samenvatting analyse Keuze voorkeurslocatie

1.3

Voornemen

12

1.4

Ligging plangebied

13

1.5

Huidige planologische regelingen

14

1.6

Andere procedure(s) en gerelateerde projecten

15

1.7

Opzet bestemmingsplan

15

2

BESCHRIJVING PLANGEBIED

16

2.1

Huidige situatie

16

2.2

Toekomstige situatie

17

3

BELEIDSKADER

26

3.1

Gemeentelijk beleid

26

3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4

26 26 27 27

3.2

3.3

3.4

Structuurvisie Emmen 2020, Veelzijdigheid Troef Ruimtelijke Waardenkaart De gemeente Emmen in het perspectief van het landschap Cultuurhistorische waardenkaart Emmen

Regionaal beleid

28

3.2.1

28

RES 1.0 regio Drenthe

Provinciaal beleid

28

3.3.1 3.3.2 3.3.3

28 30 30

Omgevingsvisie provincie Drenthe Omgevingsverordening provincie Drenthe Energietransitie-agenda 2020 - 2023

Rijksbeleid

31

3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4

31 32 32 33

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking Nationale Omgevingsvisie Klimaatakkoord

3.4.5 3.4.6

Elektriciteitswet 1998 Omgevingswet

34 34

4

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

36

4.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

36

4.2

Geluid

38

4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3

4.4

4.5

4.6

4.7

4.8

41

4.3.1 4.3.2 4.3.3

42 42 43 43

4.4.1 4.4.2 4.4.3

43 43 43

Toetsingskader Resultaten Conclusie

Luchtkwaliteit

44

4.5.1 4.5.2 4.5.3

44 44 46

Toetsingskader Resultaten Conclusie

Externe veiligheid

46

4.6.1 4.6.2 4.6.3

47 47 47

Toetsingskader Resultaten Conclusie

Magneetvelden

48

4.7.1 4.7.2 4.7.3

48 49 49

Toetsingskader Resultaten Conclusie

Natuur

49 Toetsingskader Resultaten Conclusie

Water

49 51 56 56

Toetsingskader Resultaten Conclusie

Bodem 4.10.1 4.10.2 4.10.3

4.11

Toetsingskader Resultaten Conclusie

Trillingen

4.9.1 4.9.2 4.9.3 4.10

38 38 41

Bedrijven en milieuzonering

4.8.1 4.8.2 4.8.3 4.9

Toetsingskader Resultaten Conclusie

56 58 60 60

Toetsingskader Resultaten Conclusie

60 60 61

Archeologie

61

4.11.1

62

Toetsingskader

4.11.2 4.11.3 4.12

4.13

4.14

Resultaten Conclusie

62 64

Landschap en cultuurhistorie

65

4.12.1 4.12.2 4.12.3

65 66 67

Toetsingskader Resultaten Conclusie

Kabels en leidingen

67

4.13.1 4.13.2 4.13.3 4.13.4

67 68 68 69

Toetsingskader Wettelijke grondslag Resultaten Conclusie

Ontplofbare oorlogsresten

69

4.14.1 4.14.2 4.14.3

69 69 69

Toetsingskader Resultaten Conclusie

5

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING

70

5.1

Algemeen

70

5.1.1 5.1.2 5.1.3

70 70 71

Wat is een bestemmingsplan? Over bestemmen en aanduiden Hoofdstukopbouw van de regels

5.2

Dit bestemmingsplan

71

5.3

Toelichting op de regels

71

5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.3.4

71 72 74 74

Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overgangs- en slotregels

6

UITVOERBAARHEID

75

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

75

6.1.1 6.1.2 6.1.3

75 75 76

6.2

Belanghebbende overheden Participatie omwonenden en grondeigenaren Communicatie

Economische uitvoerbaarheid

76

6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4

76 76 77 77

Kosten Zakelijk recht Grondexploitatie Planschade

6.3

Handhaafbaarheid

78

7

PROCEDURE

79

7.1

Inleiding

79

7.2

Ontwerpfase

79

7.2.1 7.2.2

79 79

Vooroverleg Zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan

7.3

Vaststellingsfase

79

7.4

Beroepsfase

80

Laatste pagina

80

Bijlage(n)

Aantal pagina’s

I

Landschapsplan

25

II

Geluidsonderzoek

65

III

Natuurtoets

31

IV

Dassenonderzoek

25

V

Nader onderzoek grote bosmuis en veldspitsmuis

14

VI

Stikstofdepositieberekening

30

VII

Watertoets

28

VIII

Historisch vooronderzoek bodem

59

IX

Verkennend bodemonderzoek

1788

X

Archeologisch vooronderzoek

44

XI

Inventariserend archeologisch veldonderzoek

171

XII

Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

35

XIII

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

61

XIV

Inventarisatie nesten en boomholtes

8

XV

Onderzoek draadslachtoffers

7

XVI

Bemalingsadvies

XVII

Bomeninventarisatie

8

XVIII

Beschrijving analyse locatiekeuze

10

XIX

M.e.r.-beoordelingsbesluit

1

XX

Reactienota vooroverleg

9

XXI

Nota van beantwoording zienswijzen

24

XXII

Soortgericht onderzoek

31

XXIII

Verkennend bodemonderzoek - deelgebieden C

544

155

1 INLEIDING 1.1

Aanleiding

TenneT TSO B.V. (hierna: TenneT) en Enexis Netbeheer B.V. (hierna: Enexis) zijn als respectievelijk landelijke netbeheerder van het hoogspanningsnet en regionale netbeheerder van het middenspanningsnet in Noordoost-Nederland verantwoordelijk voor de leveringszekerheid van elektriciteit. Aanpassingen en uitbreidingen van het hoogspanningsnet zijn noodzakelijk. Dit is nodig om de energietransitie mogelijk te maken en het sterk stijgende aanbod van duurzame elektriciteitsproductie, zoals zonne- en windenergie op het netwerk te kunnen aansluiten en te transporteren. Daarnaast is uitbreiding van het hoogspanningsnet noodzakelijk om op termijn te kunnen voldoen aan de verwachte groei van de vraag naar elektriciteit. TenneT werkt daarom samen met regionale netbeheerders zoals Enexis, aan het versterken van het elektriciteitsnet in Drenthe en Groningen. De versterking van het netwerk vindt onder meer plaats door nieuwe hoogspanningsstations te bouwen en bestaande hoogspanningsstations uit te breiden. De verschillende deelprojecten vallen onder de 'Netversterking Noordoost Nederland' (NNON). De geplande uitbreidingen en nieuwbouw zijn in afbeelding 1.1 schematisch weergegeven. Zoals te zien in afbeelding 1.1 is een nieuw hoogspanningsstation voorzien in de regio Emmen.

De realisatie van het nieuwe hoogspanningsstation Veenoord-Boerdijk voorziet in de noodzakelijke netversterking in de regio. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken is dit bestemmingsplan opgesteld.

Afbeelding 1.1 Geplande uitbreidingen in Noordoost-Nederland van TenneT en Enexis

7 | 80

ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02

1.2

Toelichting locatiekeuze hoogspanningsstation Veenoord-Boerdijk

1.2.1

Introductie

Om capaciteitsknelpunten in het huidige elektriciteitsnet op te lossen en in de toekomst te voorkomen, gaan TenneT en Enexis het hoogspanningsnet in onder andere Drenthe verzwaren. De verzwaring vindt onder meer plaats door nieuwe 380/110kV en 220/110kV hoogspanningsstations te bouwen en bestaande hoogspanningsstations uit te breiden. Ten aanzien van de nieuw te bouwen hoogspanningsstations is door TenneT gekeken naar een goede verdeling en dekking over de gehele provincie, wat onder andere resulteert in de nieuwbouw van een hoogspanningsstation in de omgeving Emmen en Coevorden. Daarnaast realiseert Enexis gelijktijdig op de locatie een 20kV-middenspanningsstation. Uit de in 2020 uitgevoerde locatiestudie is een voorkeurslocatie gekomen. De voorkeurslocatie waar het om gaat is Veenoord-Boerdijk, ter hoogte van afrit 4 van de A37. In de uitgevoerde locatiestudie zijn in totaal zes locaties onderzocht. Om tot deze locaties te komen, zijn de volgende stappen doorlopen: vaststellen zoekgebied; opstellen belemmeringenkaarten (onder andere archeologie, bodem, natuur, water, externe veiligheid, infrastructuur en ruimtegebruik); analyse te onderzoeken locaties; keuze van de voorkeurslocatie. Het uitgangspunt is dat het nieuwe hoogspanningsstation wordt aangesloten op de bestaande bovengrondse 380/110kV-lijnverbinding Zwolle-Meeden.

Om de lengte van de benodigde aansluiting te minimaliseren, is gezocht naar een locatie nabij de bestaande bovengrondse 380/110kV-lijnverbinding Zwolle-Meeden. De optimale net-technische locatie voor een nieuw hoogspanningsstation is in de nabijheid van mast 116. De optimale net-technische locatie van mast 116 komt voort uit: de ontwikkelingen uit de RES: ten westen van Emmen zijn de meeste ontwikkelingen bekend. Mast 116 ligt aan de westzijde van Emmen en is geografisch gunstig gelegen gezien de bekende ontwikkelingen uit de RES; mast 116 is reeds voorzien van opstijgpunten. Dit maakt dat het aansluiten van ondergrondse kabelaansluitingen wordt vereenvoudigd; mast 116 is een afspanmast waarop de geleiders van de bestaande hoogspanningsverbinding zijn afgespannen. De masten tussen afspanmasten betreffen zogeheten steunmasten die de geleiders enkel steunen en geen stabiliteit geven in lengterichting; de lengte van extra ondergrondse 110kV-kabelverbindingen die aangelegd moeten worden om een nieuw hoogspanningsstation te kunnen aansluiten op het bestaande netwerk, is bij mast 116 minimaal.

Bij het begrenzen van het zoekgebied zijn de volgende net-technische voorkeuren gehanteerd: een 2 kilometer-zone rondom de bovengrondse 380/110kV-lijnverbinding Zwolle-Meeden tussen mast 99 en mast 126; mast 99: het gebied ten zuidwesten van mast 99 bevindt zich te ver van de optimale locatie (mast 116); mast 126: ten noordoosten van mast 126 bevindt zich de woonkern van Emmen. Uitgangspunt bij nieuwe assets is altijd om interferentie met woonbebouwing zoveel mogelijk te minimaliseren. Om de zoeklocaties te definiëren zijn belemmeringenkaarten opgesteld. In de belemmeringenkaarten zijn van de relevante (milieu)waarden de aanwezige belemmeringen weergegeven. Op basis van de belemmeringenkaarten en de net-technische voorkeuren, zijn zes locaties naar voren gekomen, zie afbeelding 1.2. Het gaat om de volgende locaties: locatie 1 - Wachtum: Ligging in agrarisch gebied in de gemeente Coevorden, ten zuiden van de A37 en ten westen van het dorp Wachtum.

Deze locatie sluit aan bij het geplande ‘zonnepark Wachtum’; locatie 2 - Doemsdiek: Ligging in agrarisch gebied in de gemeente Coevorden, ten noorden van de A37 tussen Knooppunt Holsloot en Wachtum; locatie 3 - Holsloot: Ligging in agrarisch gebied in de gemeente Coevorden, ten zuidoosten van en aansluitend aan Knooppunt Holsloot; locatie 4 - Boerdijk: Ligging in agrarisch gebied in de gemeente Emmen, ten noorden van de A37 en bedrijventerrein De Tweeling; locatie 5 - De Tweeling: Ligging in agrarisch gebied in de gemeente Emmen, met bestemming 8 | 80

ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02

-

bedrijventerrein. Ligt ten zuiden van de A37 en aansluitend aan het reeds bebouwde deel van bedrijventerrein De Tweeling; locatie 6 - Marokko: Ligging in agrarisch gebied in de gemeente Coevorden, nabij mast 116 en ten zuiden van de Verlengde Hoogeveense Vaart.

Om inzichtelijk te maken hoe de stations grootte zich verhoudt tot de grootte van de zoeklocaties, is op afbeelding 1.2 tevens de stations grootte weergegeven ter referentie (in blauw, cirkel Holsloot). De locatie en vorm van het station op deze afbeelding zijn puur om een indicatie te geven van de stations grootte. De precieze inpassing is inmiddels geoptimaliseerd.

Afbeelding 1.2 Overzichtskaart onderzochte locaties in locatiestudie

1.2.2

Samenvatting analyse

In bijlage XVIII is een toelichting op de methode, het beoordelingskader en een beschrijving van de analyse van de locatiestudie opgenomen. Hieronder volgt per thema een samenvatting van de bevindingen uit de analyse. In tabel 1.1 is de analyse van de onderscheidende thema’s samengevat. In bijlage XVIII zijn de volledige tabellen met de beschrijving uit de locatiestudie toegevoegd. Milieu Tabel 1.1 laat de beoordeling van de locaties zien op basis van de analyse van de belangrijkste onderscheidende milieuthema's. Locatie De Tweeling scoort op deze onderscheidende thema's (landschap, natuur, archeologie, externe veiligheid en ruimtegebruik) minder negatief dan de andere locaties. Het hoogspanningsstation wordt aangesloten op het bestaande hoogspanningsnet, om dit mogelijk te maken zijn bovengrondse en ondergrondse verbindingen nodig naar de bestaande stations Bargermeer en Veenoord en het bestaande hoogspannings- en middenspanningsnet. Om de effecten van deze verbindingen inzichtelijk te maken is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd. Aangezien voor de locatie Boerdijk geen aanvullende effecten op het milieu zijn voor de aansluiting op het bestaande net, scoort deze locatie op dit onderdeel het meest positief.

9 | 80

ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02

De overige locaties Wachtum, Doemsdiek, Holsloot en Marokko scoren allen op diverse milieuthema’s negatiever, zowel voor de locaties op zich als voor de aansluiting op het bestaande net. Techniek Vanuit Techniek scoort locatie Boerdijk het beste. Dit komt doordat de locatie nabij de bestaande bovengrondse 380/110kV-lijnverbinding Zwolle-Meeden is gesitueerd. Hierdoor zijn slechts beperkte aanpassingen nodig aan de bovengrondse hoogspanningsverbinding met bijbehorende hoogspanningsmasten. Ten behoeve van benodigde middenspanning en strategische ontsluitbaarheid scoort locatie Boerdijk neutraal. Met betrekking tot de bereikbaarheid zijn er mogelijkheden om een tijdelijke afrit aan te leggen (N376), hiermee is het negatieve effect ten aanzien van bereikbaarheid oplosbaar. De overige vijf locaties scoren over het geheel bekeken negatiever dan locatie Boerdijk.

geluid landschap natuur archeologie cultuurhistorie water

bodem

EM-velden externe veiligheid ruimtegebruik

Milieu aanwezigheid geluidsgevoelige functies binnen richtafstand geluid (500 m) aansluiten bij bestaande en toekomstige (energie-) infrastructuur en bedrijventerreinen percentage bosrijke gebieden binnen zoeklocatie aantasting van landschapstype (zoals vastgelegd in Omgevingsvisie) ligging in leefgebied akker- en weidevogels ligging in archeologische monumenten volgens AMK of gebieden met archeologische verwachtingswaarde hoog volgens IKAW ligging in gebieden met cultuurhistorische gebiedskenmerken ligging in bergingsgebied en/of robuuste beekdalen ligging in gebieden verdacht op bodemverontreiniging/waar bodemverontreiniging bekend is ligging in voormalig afvalstortplaatsen ligging in aardkundige monumenten/waardevolle aardkundige gebieden ligging in zettingsgevoelige gebieden (slappe bodems) aanwezigheid EM-gevoelige objecten binnen 40 m ligging op of nabij transportroutes gevaarlijke stoffen nabije woningen en verblijfsobjecten aanwezige planologische belemmeringen

Techniek ligging ten opzichte van bovengrondse 380/110kV-lijnverbinding Zwolle-Meeden lengte van benodigde bovengrondse hoogspanning lengte van benodigde ondergrondse hoogspanning lengte van benodigde middenspanning strategische ontsluiting middenspanning Enexis percelen bereikbaar via verharde weg Omgeving aansluiting bij bestaande en toekomstige (ruimtelijke)ontwikkelingen Kosten kosten station en assets Legenda Beoordeling positief

1

Toelichting verbetering ten opzichte van de referentiesituatie

De referentiesituatie is de huidige planologische situatie.

10 | 80

Kleuraanduiding 1

ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02

Marokko

De Tweeling

Boerdijk

Holsloot

Subcriterium

Doemsdiek

Criterium

Wachtum

Tabel 1.1 Samenvatting analyse locatiestudie

neutraal

weinig tot geen impact op de referentiesituatie

negatief

verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie

Omgeving In interviews met gemeente Emmen, gemeente Coevorden, Provincie Drenthe en Enexis (als betrokken partij voor het 20kV-middenspanningsstation) is gevraagd naar bestaande, toekomstige en gewenste (ruimtelijke) ontwikkelingen in de omgeving van de locaties. Locatie De Tweeling scoort hierop positief, onder andere vanwege de mogelijkheid tot aansluiting bij het huidige bedrijventerrein. Neutraal scoren de locatie Wachtum (relatief langere lengtes van de benodigde tracés ten opzichte van Bargermeer en Veenoord, maar wel aansluiting met het zonneveld), locatie Boerdijk (ontwikkeling waterstoffabriek biedt zowel kansen als belemmeringen) en locatie Marokko. Locatie Doemsdiek en locatie Holsloot scoren negatief (door de relatief langere lengtes van de benodigde tracés ten opzichte van Bargermeer en Veenoord). Kosten De kosten voor de locatie Boerdijk zijn het laagst van de onderzochte locaties. Geen van de overige alternatieven vallen binnen de categorie positief (<10 % toename), locaties de Tweeling en Marokko scoren neutraal (toename 10 - 25 %) en locaties Wachtum, Doemsdiek en Holsloot scoren negatief (toename > 25 %).

1.2.3

Keuze voorkeurslocatie

Bij het zoeken naar geschikte locaties voor het koppelpunt voor het nieuwe 380/110kVhoogspanningsstation is gestreefd naar een locatie die onder of direct naast de bestaande bovengrondse 380/110kV-lijnverbinding Zwolle-Meeden ligt, zodat er zo min mogelijk nieuwe hoogspanningsverbindingen aangelegd hoeven te worden. Enerzijds om het ruimtebeslag te limiteren, anderzijds om de visuele impact op de omgeving en het landschap te beperken. Na meerdere overleggen met Enexis, de gemeente Emmen, de gemeente Coevorden en de provincie Drenthe zijn in een bestuurlijk overleg met gemeenten Emmen en Coevorden, d.d. 23 juni 2020, de zes locatieopties en de uitkomst van de locatiestudie besproken. Van de zes locatieopties zijn in het bestuurlijk overleg twee locaties als voorkeurslocatie aangewezen, te weten: De Tweeling en Boerdijk. De plussen en minnen van beide locaties zijn destijds afgewogen, waarbij is gekozen voor de locatie Boerdijk. De belangrijkste overwegingen hierbij zijn: - locatie De Tweeling sluit niet aan bij bestaande en toekomstige (energie-)infrastructuur.

Door de gunstige ligging van Boerdijk naast de bestaande verbinding is de aanpassing aan de bovengrondse hoogspanningsverbinding beperkt; - locatie Boerdijk heeft relatief weinig woningen in de directe omgeving die ook nog eens op een ruime afstand liggen: · bij locatie De Tweeling liggen drie woningen op de rand van de door TenneT gehanteerde 40 m strook (om hinder in de aanlegfase te vermijden). Bij locatie Boerdijk bevinden zich binnen dit gebied geen woningen; · binnen een straal van 200 m bevinden zich bij locatie Boerdijk geen woningen of verblijfobjecten. Locatie De Tweeling heeft meerdere woningen (12 verblijfsfuncties, waarvan zes woonfuncties) en bedrijven die zich binnen 100 m en 200 m van de locatie bevinden. De genoemde afstanden zijn slechts gekozen om een beeld te geven van het aantal objecten rond de onderzochte locaties; - de realisatie op de locatie Boerdijk kan uitgevoerd worden tegen de laagste maatschappelijke kosten. Hoewel de realisatie van het hoogspanningsstation een landschappelijk impact heeft, is een goede landschappelijke inpassing mogelijk.

11 | 80

ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02

1.3

Voornemen

Op basis van het locatieonderzoek en de overleggen met de gemeenten en provincie hebben TenneT en Enexis besloten om in de gemeente Emmen het nieuwe 380/110kV-hoogspanningsstation en 20kVmiddenspanningsstation ‘Veenoord-Boerdijk’ (hierna: hoogspanningsstation) te realiseren. Omdat het nieuwe hoogspanningsstation is voorzien nabij de gemeentegrens Emmen/Coevorden vallen de benodigde nieuwe en aangepaste verbindingen om het nieuwe hoogspanningsstation aan te sluiten op de bestaande hoogspanningsverbinding gedeeltelijk ook binnen de gemeente Coevorden. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de ontwikkelingen in de gemeente Emmen. Voor de volledigheid worden ook de ontwikkelingen in de gemeente Coevorden in onderstaande opsommingen benoemd (zie ook afbeelding 1.3).

Ontwikkeling binnen de gemeente Emmen - realisatie van een 380/110kV hoogspanningsstation; - realisatie nieuw middenspanningsstation Enexis (20kV); - realisatie van een toegangsweg naar het nieuwe hoogspannings- en middenspanningsstation vanaf de N376; - aanleggen van de landschappelijke inpassing van het nieuwe hoogspannings- en middenspanningsstation conform landschapsplan; - aanpassing van de 380kV-lijnverbinding tussen mast 119 en 121 ten behoeve van aansluiting op hoogspanningsstation; - reconstructie (verwijderen van 110kV-lijnen tussen de gemeentegrens en mast 121) van de bestaande bovengrondse 110/380kV-lijnverbinding; - realisatie nieuwe masten (119B, 120A, 120B en 120C); - verwijderen van de bestaande masten 119 en 120 (en verwijderen lijnen tussen deze masten); - realisatie van ondergrondse 110kV-kabelverbinding vanaf het nieuwe hoogspanningsstation tot de gemeentegrens (in zuidwestelijke richting, parallel aan de zuidzijde van de A37, richting mast 116); - realisatie van ondergrondse 110kV-kabelverbinding tussen het nieuwe hoogspanningsstation tot aan het opstijgpunt bij mast 121; - realisatie van opstijgpunt bij mast 121; - het gedeeltelijk laten vervallen van de bestaande dubbelbestemming die geldt ter plekke van de huidige 380/110kV-lijnverbinding (maximaal 2 jaar na realisatie hoogspanningsstation); - kabelstroken voor de realisatie van de ontsluiting van het

middenspanningsnet van de regionale netbeheerder Enexis; - laten vervallen van de bestaande dubbelbestemming die een bovengrondse 110kV-lijnverbinding (Veenoord-Hoogeveen) mogelijk maakt. Deze is niet meer in gebruik. Ontwikkeling binnen de gemeente Coevorden - het opstijgpunt bij mast 116 voorzien van een enkelbestemming; - realisatie van ondergrondse 110kV-kabelverbinding vanaf de gemeentegrens, parallel en ten zuiden van de A37 tot aan het opstijgpunt bij mast 116; - kabelstroken voor de realisatie van de ontsluiting van het middenspanningsnet van de regionale netbeheerder Enexis; - reconstructie (verwijderen van 110kV-lijnen tussen mast 116 en gemeentegrens) van de bestaande bovengrondse 380kV-lijnverbinding, inclusief het toepassen van een tijdelijke voorziening (wordt niet opgenomen in bestemmingsplan); - realisatie mast 119A ten zuidwesten ter vervanging van huidige mast 119; - het gedeeltelijk laten vervallen van de bestaande dubbelbestemming die geldt ter plekke van de huidige 380/110kV-lijnverbinding (maximaal 2 jaar na ingebruikname nieuwe 380kV-lijnverbinding en ondergrondse 110kV-kabelverbinding) vanaf mast 119A tot aan gemeentegrens; - aanpassen 380kV-lijnverbinding tussen de nieuwe mast 119A en gemeentegrens; - toevoegen dubbelbestemming voor bestaande 380/110kV-lijnverbinding ten noordoosten van mast 121 nabij grens gemeenten Coevorden en Emmen.

12 | 80

ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02

Afbeelding 1.3 Verschillende projectonderdelen ten opzichte van de omgeving

1.4

Ligging plangebied

Het project waarvoor voorliggend bestemmingsplan is opgesteld ligt in de gemeenten Emmen en Coevorden, in het zuidoosten van de provincie Drenthe. Afbeelding 1.3 laat de ligging zien van het project in het westen van de gemeente Emmen. Het project ligt in de buurt van de dorpen Veenoord en NieuwAmsterdam. De A37 is een belangrijke verkeersas in oost-westrichting langs het plangebied van knooppunt Hoogeveen naar de Duitse grens. Daarnaast loopt de N376 van Rolde naar Nieuw-Amsterdam in noordzuidrichting langs de oostzijde van het plangebied. Het nieuwe hoogspanningsstation wordt gerealiseerd op agrarische percelen ten westen van de N376 en ten noorden van de A37 en bedrijventerrein De Tweeling in Veenoord. De 110kV-kabelverbindingen en de middenspanningsverbinding liggen ten oosten van het nieuwe hoogspanningsstation en ten zuiden van de A37. Het nieuwe hoogspanningsstation is voorzien ten zuiden van de bestaande bovengrondse 380/110kV-lijnverbinding Zwolle-Meeden ter hoogte van mast 120. Deze verbinding loopt in noordoost-zuidwestrichting door het gebied. Het grondgebruik rondom het project is overwegend agrarisch. Uitzondering hierop zijn de bospercelen die gekruist worden door de bestaande bovengrondse 380/110kV-lijnverbinding, de A37 die gekruist wordt door de ondergrondse kabelverbinding en de N376 waarop de toegangsweg uitkomt.

Voor het gedeelte ten zuiden van de A37 geldt dat hier de ontwikkeling van bedrijventerrein De Tweeling planologisch mogelijk is.

13 | 80

ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02

1.5

Huidige planologische regelingen

In tabel 1.2 zijn de vigerende vastgestelde bestemmingsplannen weergegeven die van toepassing zijn of worden in de gemeente Emmen.

Tabel 1.2 Vigerende vastgestelde bestemmingsplannen ter plaatse van het plangebied Naam plan

IMRO-code

Datum vaststelling

Vastgesteld

Bestemmingen/

door

gebiedsaanduidingen

Nieuw-Amsterdam Veenoord, Bedrijventerrein De Tweeling

NL.IMRO.011413002005069-

1 juni 2011

gemeente Emmen

-

water verkeersdoeleinden bedrijfsdoeleinden (4) dubbelbestemmingen leidingen, hoogspanning

NieuwAmsterdam/Veenoord, Bedrijventerrein De Tweeling (exploitatieplan)

NL.IMRO.0114.2005069E704

30 juni 2016

gemeente Emmen

-

water verkeersdoeleinden bedrijfsdoeleinden (4) dubbelbestemmingen leidingen, hoogspanning

Buitengebied 2011

NL.IMRO.0114.20090720710

30 oktober 2014

gemeente Emmen

- agrarisch met waarden kleinschalige veenontginningen - verkeer - Auto(snel)weg - dubbelbestemming: Waarde - Archeologie 4 - dubbelbestemming Leiding hoogspanningsverbinding 2 - dubbelbestemming Leiding hoogspanningsverbinding 1 - gebiedsaanduiding: geluidzone - industrie

Parapluplan Parkeernormen gemeente Emmen

NL.IMRO.0114.2017025-

26 april 2018

gemeente Emmen

niet van toepassing

Parapluplan Standplaatsen

NL.IMRO.0114.2017011-

31 mei 2018

gemeente Emmen

niet van toepassing

Buitengebied Emmen, facetregeling geitenhouderijen

NL.IMRO.0114.2020020B501

16 december 2021

gemeente Emmen

niet van toepassing

Emmen, Archeologie (facetbestemmingsplan)

NL.IMRO.0114.2020032B501

28 april 2022

gemeente Emmen

dubbelbestemming: Waarde - Archeologie 4

P701

P701

Het voornemen past niet binnen de vigerende bestemmingsplannen. Een hoogspanningsstation, met bijbehorende voorzieningen en verbindingen, past niet binnen de overwegend vigerende agrarische bestemming. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld.

14 | 80

ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02

1.6

Andere procedure(s) en gerelateerde projecten

In juni 2022 is het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Emmen 2011, Veegplan Emmen (NL.IMRO.0114.2021075-B501) gepubliceerd. Ter voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet wil de gemeente Emmen het bestemmingsplan Buitengebied 2011 op onderdelen herzien. Het veegplan levert een bijdrage aan het zo goed mogelijk up-to-date zijn van het 'tijdelijke' omgevingsplan 1.0'. Langs de A37 bestaat het voornemen tot het realiseren van de ‘Drentse Zonneroute A37’. Hiervoor is door de provincie Drenthe op 13 april 2022 het inpassingsplan vastgesteld (NL.IMRO.9922.IPDrentseZonneroutVA01). Dit inpassingsplan levert geen belemmeringen op ten opzichte onderhavige ontwikkeling. De gemeenteraad kan bestemmingsplannen vaststellen zolang deze niet strijdig zijn met het inpassingsplan. Ten zuiden van de A37 is de gemeente Emmen voornemens bedrijventerrein ‘De Tweeling’ te ontwikkelen. Het vigerende bestemmingsplan staat reeds de ontwikkeling tot bedrijventerrein toe. De gemeente werkt aan de aanpassing van dit vigerende bestemmingsplan. Er heeft afstemming plaatsgevonden tussen de initiatiefnemers en de gemeente Emmen met betrekking tot de voorgenomen ontwikkelingen en de relatie tussen de bestemmingsplannen.

1.7

Opzet bestemmingsplan

De toelichting bij voorliggend bestemmingsplan bestaat uit 7 hoofdstukken. Na dit eerste inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader beschreven dat van toepassing is op de planlocatie. Hoofdstuk 4 onderbouwt de effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 worden de planregels nader toegelicht. Vervolgens worden in hoofdstuk 6 en 7 de uitvoerbaarheid respectievelijk de bestemmingsplanprocedure beschreven.

15 | 80

ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02

2 BESCHRIJVING PLANGEBIED In dit hoofdstuk wordt het plangebied beschreven. Allereerst wordt ingegaan op de huidige situatie en vervolgens wordt ingegaan op de planbeschrijving.

2.1

Huidige situatie

De gronden ter plekke van het plangebied zijn in de huidige situatie voornamelijk in gebruik ten behoeve van agrarische activiteiten. Door het plangebied loopt in de huidige situatie de bestaande bovengrondse 380/110kV-lijnverbinding Zwolle-Meeden. Aan de westzijde van het plangebied ligt een bosperceel die door de bestaande hoogspanningsverbinding wordt gekruist. Ten oosten van het plangebied loopt de N376 van Rolde naar Nieuw-Amsterdam in noord-zuidrichting. Langs de N376 staan enkele verspreid liggende woningen en bedrijven. De A37 loopt in oost-westrichting door het plangebied van knooppunt Hoogeveen naar de Duitse grens. Afbeelding 2.1 toont de huidige situatie en afbeelding 2.2 laat het beeld vanaf de N376 in westelijke richting zien (mast 121 op voorgrond).

Afbeelding 2.1 Huidige situatie met contour nieuwe hoogspanningsstation

16 | 80

ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02

Afbeelding 2.2 Beeld huidige situatie vanaf N376 in westelijke richting (met mast 121 op voorgrond)

2.2

Toekomstige situatie

Op afbeelding 1.3 is het vlekkenplan van de toekomstige situatie in het plangebied te zien. De verschillende onderdelen van het project in de toekomstige situatie worden hieronder toegelicht: Hoogspanningsstation Een hoogspanningsstation is een locatie waar meerdere bovengrondse elektriciteitslijnen en/of ondergrondse elektriciteitskabels bij elkaar komen. Het is een knooppunt in het elektriciteitsnet. Op een hoogspanningsstation wordt bepaald welke bovengrondse elektriciteitslijnen en/of ondergrondse elektriciteitskabels (beide verbindingen genoemd) en netcomponenten (onderdelen als transformatoren, spoelen, filters, vermogen schakelaars, scheider, aarders, meettransformatoren et cetera) met elkaar verbonden worden en welke niet. Ook worden er allerlei metingen verricht, staat er apparatuur die invloed heeft op/zorgt voor de elektrische stabiliteit van het hoogspanningsnetwerk en wordt de spanning, met de aanwezige transformatoren, naar een ander spanningsniveau getransformeerd voor aansluiting met een ander hoogspanningsnet.

Een hoogspanningsstation bestaat op hoofdlijnen uit de onderstaande onderdelen: - Centraal Diensten Gebouw (CDG); - hoofdrailsysteem; - transformatoren; - (transformator)velden; - transformatorboxen; - bliksempieken; - olieopvang waterafscheiders (OBA’s); - hekwerk (inclusief poort); - (toegangs-)wegen (inclusief parkeerplaatsen); - verharding/bestrating onder installaties; - kabelgoten; - middenspanningsinstallaties (gebouw); - voorzieningen voor de waterhuishouding.

17 | 80

ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02

Afbeelding 2.3 Hoogspanningsstation met toegangsweg

Hieronder worden verschillende onderdelen uit voorgaande opsomming verder toegelicht. Transformator Onderdeel van het hoogspanningsstation zijn de transformatoren. In een transformator wordt de elektrische spanning veranderd zodat netten en verbindingen met verschillende netspanningen (bijvoorbeeld 380kV en 110kV) aan elkaar gekoppeld kunnen worden. Vermogen gaat aan één kant de transformator in en komt er aan de andere kant weer uit waarbij de spanning een vaste, vooraf bepaalde factor hoger of lager is gemaakt. Zonder transformators zou het huidige elektriciteitsnet onmogelijk zijn. De transformatoren, inclusief noodzakelijke koeling en olieopvang, hebben aan de linker- en rechterzijde een scherfwand. Dit is een soort halfopen betonnen omheining, waarmee enerzijds de omgeving wordt beschermd wanneer de transformator het begeeft (explodeert) en anderzijds de transformator wordt beschermd door andere onderdelen en/of verplaatsende voorwerpen die in de buurt komen. Onder de transformatoren ligt een roostervloer. Op de locatie van het hoogspanningsstation dat in dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt, worden in de eindsituatie negen transformatoren geplaatst: - vijf transformatoren van 77/90 MVA op het 110/20kV-gedeelte (Enexis); - vier transformatoren van 370 MVA op het 380/110kV-gedeelte (TenneT).

Velden Een veld wordt gevormd door aan elkaar gekoppelde primaire componenten en is de schakel tussen de rail, een verbinding, of netcomponent. De rail wordt gevormd door aluminiumbuizen die parallel aan elkaar door het hoogspanningsstation lopen en waarover grote vermogens worden getransporteerd. In een veld zitten veel primaire componenten die elk hun eigen functie hebben. Een verbinding komt het veld binnen op een eerste aansluiting, zoals een afspanportaal of kabeleindsluiting. Daarna is er een aarder en een scheider om de verbinding voor het uitvoeren van werkzaamheden veilig en spanningsloos te maken. Een aarder is een schakelbare verbinding naar de aarde. Als deze wordt gesloten maakt hij kortsluiting tussen het deel boven de isolator en de aarde. Hiermee wordt aangetoond dat de installatie daar spanningsloos is en kan eventuele restspanning op de primaire installatie (zoiets als statische elektriciteit)

18 | 80

ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02

wegvloeien naar de aarde. Een scheider is een soort schakelaar waarmee een lijn of andere aansluiting zichtbaar onderbroken kan worden. Naast de aarder en de scheider is er een vermogensschakelaar in een veld. Een vermogensschakelaar is te vergelijken met een lichtschakelaar in een huis, waarmee de stroom op een deel van het veld kan worden inen uitgeschakeld. Als laatste zijn er railscheiders. Een railscheider koppelt een veld los óf koppelt deze aan een rail. Met de railscheider kan een keuze worden gemaakt op welk knooppunt de verbinding geschakeld moet worden. Er zijn ook nog meettransformatoren aangesloten en het is mogelijk (afhankelijk van de installatie en aansluiting) dat er extra aarders, extra scheiders of overspanningsafleiders in een veld zijn. Afhankelijk van waar het veld voor bedoeld is, heeft het een andere naam, zoals lijnveld, kabelveld, transformatorveld, generatorveld of koppelveld. (Toegangs-)wegen Het hoogspanningsstation wordt ontsloten via de N376 (Boerdijk). De toegangsweg ligt nabij de op- en afrit van de A37 en een carpoolplaats. Hier is eveneens een rotonde aanwezig. In overleg met de provincie is de locatie van de ontsluiting bepaald. De locatie voor de ontsluiting heeft de voorkeur gekregen, omdat de snelheid van het wegverkeer ter plaatse lager ligt door de aanwezigheid van de rotonde, de op- en afritten en de carpoolplaats.

Het verkeer remt hier af of accelereert vanaf de rotonde. Dit zorgt voor lagere snelheden. Ondergrondse 110kV-kabelverbindingen Als onderdeel van het bestemmingsplan worden meerdere ondergrondse 110kV-kabelverbindingen gerealiseerd (afbeelding 2.4). Eén van de twee 110kV-kabelverbindingen sluit middels moffen via het opstijgpunt bij mast 121 het hoogspanningsstation aan op het bestaande bovengrondse 110kV-hoogspanningsnet. De andere 110kV-kabelverbinding sluit bij het opstijgpunt bij mast 116 (gemeente Coevorden) het hoogspanningsstation aan op het bestaande bovengrondse 110kV-hoogspanningsnet. Dit bestemmingsplan ziet toe op de volgende onderdelen van de kabelverbindingen: tussen het nieuwe hoogspanningsstation en de gemeentegrens in zuidwestelijke richting, gedeeltelijk parallel aan én ten zuiden van de A37; tussen het nieuwe hoogspanningsstation en het opstijgpunt bij mast 121. Omdat deze verbindingen ondergronds worden gerealiseerd kan hier de huidige functie van de gronden grotendeels behouden blijven. Tijdens de aanlegfase zal de huidige gebruiksfunctie van de agrarische gronden tijdelijk worden beperkt. Juridisch-planologisch gelden ten zuiden van de A37 de regelingen ten aanzien van het bestemmingsplan ‘Nieuw-Amsterdam - Veenoord, Bedrijventerrein De Tweeling’.

Ter plekke van de ondergrondse 110kV-kabelverbinding (en de middenspanningsverbindingen) krijgen de gronden een groenbestemming. Gedurende de gebruiksfase gelden de bepalingen zoals opgenomen in de planregels van dit plan.

19 | 80

ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02

Afbeelding 2.4 Ondergrondse 110kV-kabelverbindingen

Bovengrondse 380kV-lijnverbinding De bestaande bovengrondse 380/110kV-lijnverbinding Meeden-Zwolle loopt door het plangebied. De 380kV-lijnverbinding wordt aangepast (afbeelding 2.5). De 110kV-lijnverbinding wordt uit de 380/110kVlijnverbinding verwijderd. Mast 120 wordt verwijderd en bij mast 121 worden twee opstijgpunten gerealiseerd (zie volgende alinea). In de gemeente Emmen worden vier nieuwe masten (119B, 120A, 120B en 120C) gerealiseerd om het hoogspanningsstation aan te kunnen sluiten op het hoogspanningsnet (middels afspanportalen op het hoogspanningsstation). drie van deze masten staan ten oosten van het nieuwe hoogspanningsstation. Tijdens de aanlegfase zal de functie van de agrarische gronden tijdelijk worden beperkt. Gedurende de gebruiksfase gelden beperkingen ten aanzien van de nieuwe masten die zijn geplaatst en gelden de bepalingen zoals opgenomen in de planregels. De bestaande 380/110kV-lijnverbinding tussen mast 121 en de gemeentegrens komt maximaal 2 jaar na de ingebruikname van het hoogspanningsstation te vervallen en zal worden verwijderd (groene gedeelte op afbeelding 2.5).

20 | 80

ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02

Afbeelding 2.5 Bovengrondse 380kV-lijnverbinding

Opstijgpunt mast 121 Ter hoogte van mast 121 worden twee opstijgpunten (hierna: opstijgpunt) gerealiseerd (met een oppervlakte van circa 30 x 30 m), waar de ondergrondse 110kV-kabelverbinding vanaf het nieuwe hoogspanningsstation middels moffen wordt aangesloten op de bestaande bovengrondse 380/110kV-lijnverbinding MeedenZwolle (afbeelding 2.6). De locatie van het opstijgpunt wordt als zodanig bestemd, waardoor het gebruik in de toekomst wijzigt van agrarisch naar ‘Bedrijf - Opstijgpunt’. Dit heeft een effect op de huidige agrarische functie, welke niet meer als zodanig kan worden gebruikt.

21 | 80

ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02

Afbeelding 2.6 Opstijgpunt mast 121

Ondergrondse 20kV-middenspanningsverbinding Vanaf het hoogspanningsstation worden in oostelijke, noordelijke en zuidelijke richting drie kabelstroken bestemd voor de aanleg van ondergrondse middenspanningsverbindingen (zie afbeelding 2.7). De middenspanningskabels worden niet gelijktijdig, maar gefaseerd aangelegd. Met het vastleggen van dit tracé in het bestemmingsplan kan Enexis een ruimtereservering doen in het plangebied en is voor de omgeving duidelijk waar in de toekomst kabelverbindingen worden aangelegd. Omdat deze verbindingen ondergronds worden gerealiseerd kan hier de huidige agrarische gebruiksfunctie van de gronden in de toekomst onder bepaalde voorwaarden grotendeels behouden blijven. Tijdens de aanlegfase zal de functie van de agrarische gronden tijdelijk worden beperkt. Ten zuiden van de A37 wordt de bestemming ‘Groen’ toegepast. Middels een dubbelbestemming zijn de middenspanningsverbindingen toegestaan.

22 | 80

ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02

Afbeelding 2.7 Ondergrondse middenspanningsverbindingen

Landschappelijke inpassing Voor de landschappelijke inpassing van het hoogspanningsstation is een landschapsplan opgesteld op basis van een aantal landschapsateliers waarin omwonenden en de gemeente zijn betrokken (zie bijlage I). De input uit de ateliers is verwerkt in een landschapsplan. Afbeelding 2.8 laat de beoogde inrichting van het hoogspanningsstation zien. Het landschapsplan maakt onderdeel uit van de regels van dit bestemmingsplan. Om te borgen dat de inpassing in ieder geval aan de onderdelen van het landschapsplan voldoet, is in de regels van de enkelbestemming ‘Bedrijf - Hoogspanningsstation’ een voorwaardelijke verplichting opgenomen die regelt dat binnen twee jaar na ingebruikname van het hoogspanningsstation, moet worden voldaan aan de voorwaarden uit deze voorwaardelijke verplichting. Het hoogspanningsstation ligt in de richting van de bestaande verkaveling, de Boerdijk (N376) en het bestaande aangrenzende bosperceel. Met deze ligging van het hoogspanningsstation blijft er rondom voldoende ruimte over voor landschappelijke inpassing aan de noord- en oostzijde. Het hoogspanningsstation ligt in het landschap van de kleinschalige veenontginningen. Een kleinschalig landschap, maar wel een relatief open landschap. Vooral ter plaatse van het hoogspanningsstation is de smalle en karakteristieke strokenverkaveling nog duidelijk zichtbaar.

Het hoogspanningsstation is zo gelegen dat deze mee gaat in de verkavelingsrichting uit de ontginningstijd. Aan de oostzijde komt op 20 m afstand van het fietspad aan de Boerdijk een grondwal met beplanting. Deze grondwal is 3,6 m hoog in het zuidelijke gedeelte tot aan de bovengrondse verbinding en het noordelijke deel is 2,5 m hoog (onder de bovengrondse verbinding tot aan einde perceel in het noorden). Ter hoogte van de gasleiding wordt de grondwal even onderbroken, hier wordt enkel ondiep-wortelende beplanting toegepast. De grondwal zorgt er voor dat het zicht op het station gedeeltelijk wordt ontnomen en tegelijkertijd refereert deze naar de dijken uit de tijd van de vloeivelden die daar lagen. De grondwal volgt de noord-zuidrichting, net zoals de sloten en kavels op het perceel.

23 | 80

ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02

Het zuiden van het perceel, tussen station en de A37, krijgt een andere invulling. De richting van de verkaveling (noordoost) wordt hier doorgezet door stroken beplanting. Vergelijkbaar met de beplanting van de oksel van de op- en afrit van de A37. De bestaande watergang wordt verbreed en krijgt een natuurlijke oever aan de noordkant. De beplantingsstroken zullen hier soms insteken.

Afbeelding 2.8 Landschapsplan

Ten westen van de Boerdijk hebben tot in de jaren tachtig de vloeivelden van de in 1909 opgerichte aardappelmeelfabriek gelegen. De grondwal is een verwijzing naar de dijkjes die om deze vloeivelden hebben gelegen. Ten westen van het perceel is een bosperceel gelegen, dit gebied wordt ook wel ‘de Kuilen’ genoemd. Hier lagen vroeger de madeveengronden en is later met bos aangeplant. Doordat het hoogspanningsstation tegen de rand van dit bos wordt geplaatst, zal deze visueel meegaan in de massa van het bos. Het noordelijke zandpad van de Boerdijk naar dit bosperceel wordt begeleid door een nieuwe rij bomen, waardoor er meer gelaagdheid ontstaat en ook de vele masten visueel meer wegvallen achter de boomkronen. De rest van het perceel blijft zoveel mogelijk open. De initiatiefnemers zijn verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de landschappelijke inpassing op hun percelen. Doel van het groenbeheer is om de installaties op- en rondom het nieuwe hoogspanningsstation veilig te stellen en goed eigenaarschap te vertonen richting de omgeving. Mochten omwonenden en/of grondgebruikers in de directe omgeving ontevreden zijn over de wijze waarop het beheer wordt uitgevoerd, dan kan men hier melding van maken bij TenneT. Als perceeleigenaar heeft TenneT de verplichting om watergangen op haar percelen vrij te houden.

Indien onverhoopt het toch voorkomt dat omwonenden en/of grondgebruikers in de directe omgeving overlast ervaren van een watergang die te ver is dichtgegroeid, dan kan hiervan melding worden gedaan direct bij TenneT of via het bevoegd gezag. In dit geval is dat Waterschap Vechtstromen.

24 | 80

ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02

Zodra het landschappelijke inpassingsplan definitief is, zal ook een beheerplan worden opgesteld. Daarin zal het beheer nader worden uitgewerkt en vastgelegd. Zo weten de beheerders van het nieuwe hoogspanningsstation hoe, wat en wanneer zij moeten gaan beheren. De beheerwerkzaamheden worden dan meegenomen in de reguliere onderhoudsrondes die TenneT uitvoert op al haar stations-terreinen.

25 | 80

ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02

3 BELEIDSKADER In dit hoofdstuk wordt het voor onderhavig plan relevante ruimtelijk beleid beschreven. Aangegeven wordt wat de relatie is tussen het plan en het beleid en getoetst wordt of het plan in overeenstemming is met het geldende beleid.

3.1

Gemeentelijk beleid

Het plangebied ligt in de gemeente Emmen. In deze paragraaf wordt daarom het relevante gemeentelijke beleid besproken.

3.1.1

Structuurvisie Emmen 2020, Veelzijdigheid Troef

De Structuurvisie Emmen 2020, Veelzijdigheid Troef, is 24 september 2009 vastgesteld door de raad. Het document is opgesteld als ruimtelijke vertaling van de ambities gesteld in de Strategienota Emmen 2020, vastgesteld in de raadsvergadering van september 2001. De structuurvisie geeft de hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Emmen weer. In de structuurvisie wordt de ruimtelijke structuur van 2020 geschetst aan de hand van een aantal thema's, te weten landschap, duurzaamheid, verkeer, werken, wonen, voorzieningen en veiligheid. Voor ieder thema is een hoofdkoers bepaald. In de visie wordt onder meer ingegaan op klimaatverandering en duurzame energie. Hierbij wordt benoemd dat energiewinning/-opwekking ruimtelijk gezien meer zichtbaar worden. Conclusie Het voornemen is niet strijdig met de Structuurvisie Emmen 2020, Veelzijdigheid Troef. Hoewel de voorgenomen ontwikkeling niet specifiek wordt benoemd, gaat de visie wel in op duurzame energiewinning/-opwekking. Het voornemen voorziet in het transport van de duurzaam opgewekte energie.

3.1.2

Ruimtelijke Waardenkaart

De Ruimtelijke Waardenkaart (vastgesteld september 2011) belicht de aardkundige, archeologische, ecologische, hydrologische, cultuurhistorische en de landschappelijke waarden, evenals de monumenten van het buitengebied van de gemeente Emmen. De kaart is opgesteld ten behoeve van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’, hierdoor ligt het accent op de waarden in buitengebied, maar komen de onderliggende waarden in de kernen ook aanbod. Daarnaast reikt de ruimtelijke waardenkaart concrete handvatten voor de ontwikkeling van het landschap aan. De bijbehorende rapportage geeft aan met welke aspecten in de planvorming rekening dient te worden gehouden. De gemeente ziet de ruimtelijke waardenkaart als een aanzet tot een nader te bepalen ontwikkelingskader. De ruimtelijke waardenkaart is een intern beleidskader, welke richting geeft aan de inrichting van een gebied. De ruimtelijke waardenkaart hangt samen met regelingen op gebieden als flora- en faunabescherming, archeologie en monumenten.

26 | 80

ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02

Vastgestelde waarden binnen deze gebieden vinden hun juridische bescherming binnen de specifieke wettelijke kaders. In de ruimtelijke waardenkaart zijn de waarden op deze gebieden dan ook niet ‘opnieuw’ vastgesteld, maar in woord en beeld met elkaar in verband gebracht. Conclusie In het landschapsplan is rekening gehouden met de ruimtelijke waarden van het plangebied. Derhalve is er geen strijdigheid met de Ruimtelijke Waardenkaart van de gemeente Emmen uit 2011.

3.1.3

De gemeente Emmen in het perspectief van het landschap

In het kader van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ is de Ruimtelijke Waardenkaart verder uitgewerkt in het rapport ‘De gemeente Emmen in het perspectief landschap’. In dit rapport worden de algemene ruimtelijke en visuele aspecten zoals beschreven in de Ruimtelijke Waardenkaart verder uitgewerkt naar een lager (meso) schaalniveau. Het plangebied is gelegen binnen ‘Gebied 17 Barger-Erfscheidenveen en omgeving’. Over het deel van het plangebied waar de ontwikkeling van het hoogspanningsstation plaatsvindt is onder andere het volgende opgenomen: ‘Na de aanleg van de hoger gelegen A37 in de periode 1975 – 1985 is het Barger-Erfscheidenveen in visueel opzicht afgeschermd van Nieuw-Amsterdam/Veenoord. Ondanks de aanleg van de A37 heeft het gebied door de aanwezige verkavelingbebouwing- en groenstructuur zijn kleinschalige karakter behouden.’ Conclusie In het landschapsplan is rekening gehouden met de waarden en structuren in en om het plangebied. Het voornemen is niet strijdig met het gemeentelijke beleid ten aanzien van het perspectief van het landschap.

3.1.4

Cultuurhistorische waardenkaart Emmen

In 2016 is de Cultuurhistorische waardenkaart Emmen opgesteld. De cultuurhistorische waardenkaart is een instrument dat in werking en uitstraling in de eerste plaats gericht is op het ruimtelijke beleidsveld. Daarnaast draagt het bij aan de meer strategische doelen van de gemeente. 1 van de strategische doelen voor de regio Emmen voor 2030 (commissie Vollebregt 2016) is: ‘De regio staat bekend als een aansprekende vestigingsregio met woonkwaliteit in een mooi landschap en een aangename leefomgeving. Dit onderdeel is een cruciale randvoorwaarde voor het aantrekken en vasthouden van (kennisintensieve) bedrijven en talent.’ De regio Emmen heeft met rust, natuur, veiligheid en goede voorzieningen veel te bieden als leefomgeving. Het cultuurhistorisch erfgoed maakt hier onderdeel van uit en biedt volop mogelijkheden de gemeente onder de aandacht te brengen. De cultuurhistorische waardenkaart en de erfgoedwaarden vormen input voor nieuw strategisch beleid voor het aspect woon-en leefomgeving. Hiermee krijgt het erfgoed van Emmen een ‘zichtbare’ plek in afstemming met andere beleidsvelden. Het plangebied is gelegen binnen het ‘randveenontginningslandschap’ (Ermerveen). De waardering op historisch-geografisch gebied is laag tot gemiddeld. Dit komt mede door de ruilverkavelde beekdalen en randveenontginningen.

Conclusie Op basis van de Cultuurhistorische waardenkaart Emmen kan worden geconcludeerd dat de cultuurhistorische waarde van het plangebied beperkt is. In het landschapsplan is rekening gehouden met de waarden en structuren in en om het plangebied. Het voornemen is niet strijdig met het gemeentelijke beleid ten aanzien van cultuurhistorie.

27 | 80

ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02

3.2

Regionaal beleid

3.2.1

RES 1.0 regio Drenthe

In de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 van regio Drenthe is de gezamenlijke energiestrategie van alle overheden in de regio Drenthe vastgelegd. In de RES 1.0 is het bod gedaan om in 2030 3,45 TWh elektriciteit op te wekken door windenergie en grootschalige zonne-energie. De impact van de bijdrage van de RES-regio Drenthe op de energie-infrastructuur is doorgerekend door Enexis, RENDO en TenneT. Met de doorrekening hebben de netbeheerders een indicatie van de netimpact gegeven op: de tijd die het kost om uitbreidingen van het netwerk te realiseren; de ruimtelijke inpassing die nodig is voor nieuwe infrastructuur; de maatschappelijke kosten die worden gemaakt om eventuele knelpunten op te lossen. De netbeheerders hebben in de RES 1.0 aangegeven dat er stevig moet worden geïnvesteerd om de ambitie van de RES-regio Drenthe te kunnen realiseren. Om knelpunten op te lossen moeten er vier nieuwe hoogspanning- en middenspanningstations (HS/MS-stations) worden gerealiseerd en dienen 15 bestaande stations te worden uitgebreid. In de RES 1.0 is opgenomen dat onder andere voor het nieuwe hoogspanningsstation Veenoord-Boerdijk de ruimtelijke procedure is gestart om dit hoogspanningsstation te kunnen realiseren. Tevens wordt genoemd dat netuitbreiding door TenneT noodzakelijk om de doelstellingen uit de RES 1.0 te behalen.

Conclusie De RES 1.0 vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. De ontwikkeling voorziet in het uitbreiden van de elektriciteitsnetten van TenneT en Enexis en vervult daarmee een essentiële rol in het behalen van de doelstelling voor duurzame elektriciteitsopwekking in de provincie Drenthe.

3.3

Provinciaal beleid

Het plangebied ligt in de provincie Drenthe. In deze paragraaf wordt daarom het relevante provinciale beleid besproken.

3.3.1

Omgevingsvisie provincie Drenthe

Op 3 oktober 2018 is de Omgevingsvisie Drenthe 2018 van de provincie Drenthe vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat in op 6 kernkwaliteiten van de provincie die behouden en, indien mogelijk, ontwikkeld dienen te worden, alsmede op 5 verschillende thema’s die de ruimtelijke dragers vormen van de provincie Drenthe:

Tabel 3.1 Provinciale belangen per thema Thema’s

Kernkwaliteiten

1 2 3 4 5

1 2 3 4 5 6

sociaaleconomische structuur landbouw natuur klimaatbestendig watersysteem multifunctionele gebieden

28 | 80

ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02

landschap natuur cultuurhistorie archeologie aardkunde rust

Onder het thema sociaaleconomische structuur wordt onder meer de ambitie voor een energieneutraal Drenthe in 2050 uitgesproken. Om deze doelen te bereiken wordt volop ingezet op energiebesparing en de productie van hernieuwbare energie, met behoud van leveringszekerheid. De ambitie is een betrouwbare en betaalbare energievoorziening. Energie-infrastructuur (elektriciteitskabels, gasleidingen en hoogspanningsmasten) wordt hierbij gezien als een belangrijk onderdeel. De provincie stimuleert binnen haar verantwoordelijkheid een grotere toepassing van milieuvriendelijke vervoerswijzen en technologieën en ziet hiertoe mogelijkheden in de infrastructuur. Daarnaast stelt de provincie kaders en voert zo nodig regie over de ruimtelijke inpassing van energie-infrastructuur. Daarnaast is in de Omgevingsvisie het beleid ten aanzien van de provinciale kernkwaliteiten omschreven. Hierbij wordt verwezen naar het Cultuurhistorisch Kompas, waarin het relevante provinciale beleid is weergegeven ten aanzien van cultuurhistorie. In het cultuurhistorisch Kompas Drenthe wordt gewerkt met drie sturingscategorieën: 1 respecteren; 2 voorwaarden verbinden; 3 eisen stellen. Het plangebied valt binnen de sturingscategorie ‘respecteren’. Bij ontwikkelingen ligt de inzet bij het waarborgen van de cultuurhistorische samenhang voor de toekomst.

Initiatiefnemers hebben de verantwoordelijkheid om de cultuurhistorische hoofdstructuur als inspiratiebron te benutten voor ontwikkelingen. Daarbij gelden de kernkwaliteiten die horen bij het specifieke plangebied (met betrekking tot cultuurhistorie), in dit geval deelgebied 10 ‘Emmen en haar venen’ (zie Cultuurhistorisch Kompas). Voor het gebied als totaal gelden de volgende kernkwaliteiten: - de veelzijdigheid van ruimtelijke inrichting in fasen en in tijd, met structuren van esdorpen, veenontginningen, wegdorpen en naoorlogse planning; - de verschillende zones die zich door hun autonome ontwikkeling sterk van elkaar onderscheiden. In relatie tot de kernkwaliteit landschap geldt dat het plangebied is gelegen binnen een beekdal, esdorpenlandschap en het landschap van de veenkoloniën. In paragraaf 4.12 wordt dit aspect nader toegelicht. Ten aanzien van de kernkwaliteiten ‘aardkundige waarden’ en ‘archeologie’ geldt voor het plangebied een generiek beschermingsniveau. Dit beschermingsniveau richt zich op het algemene uitgangspunt om de aardkundige dan wel archeologische kenmerken en waarden te behouden voor de toekomst. In paragraaf 4.11 wordt dit nader toegelicht.

In artikel 2.7 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat, indien het desbetreffende ruimtelijk plan aantoont dat het niet mogelijk is een of meerdere van de bij het plan betrokken kernkwaliteiten in het plan met elkaar te verenigen op een manier die aan behoud en ontwikkeling van ieder van die kernkwaliteiten afzonderlijk ten goede komt, door de gemeente kan worden afgeweken van de kernkwaliteiten. Hierbij maakt de gemeente een planologisch zorgvuldige afweging. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling vormt een onderdeel van een reeks netverzwaringen die benodigd zijn om de leveringszekerheid nu en in de toekomst te kunnen garanderen. Het project sluit hiermee goed aan bij de ambitie van de provincie voor energiebesparing en opwek van hernieuwbare energie met behoud van leveringszekerheid. Daarnaast geldt dat de ontwikkeling aansluit bij de landschappelijke structuren in het gebied, zoals de veenontginningen, maar ook bij de bestaande 380/110kV-lijnverbinding en de A37.

29 | 80

ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02

3.3.2

Omgevingsverordening provincie Drenthe

Op 3 oktober 2018 is de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe 2018 vastgesteld. Op 2 juli 2019 heeft een beperkte wijziging van de omgevingsverordening plaatsgevonden. Op 14 april 2021 is een tweede wijziging op de Omgevingsverordening 2018 als ontwerp ter inzage gelegd. Daarnaast is op 14 april 2021 de ontwerp-Omgevingsverordening voor 2022 ter inzage gelegd. Op 29 september 2021 is de Wijziging Provinciale Omgevingsverordening Drenthe 2018 vastgesteld. Omgevingsverordening 2018 (inclusief wijzigingen) Met de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe 2018 vertaalt de provincie haar Omgevingsvisie Drenthe 2018 (vastgesteld op 3 oktober 2018) door naar een verordening voor zover het planologisch relevante aspecten betreft. De verordening bevat regels voor de fysieke leefomgeving in de provincie Drenthe. De Omgevingsverordening 2018 bevat twee relevante bepalingen met betrekking tot energie-infrastructuur: 1 het is verboden met leidingen voor het transport van elektriciteit die worden gekoeld met olie of chemicaliën een grondwaterbeschermingsgebied te doorkruisen; 2 elektrische en elektronische apparatuur zendt, onbedoeld, radiogolven uit en kan ASTRON systemen storen. Deze soort storing valt in de categorie Elektro-Magnetische Compatibiliteit (EMC). Vanwege genoemd effect is er een veilige minimumafstand nodig tussen radiogolven uitzendende apparatuur en LOFAR.

Een ruimtelijk plan dat een gebied bestrijkt dat valt binnen zone I en II van de radiotelescoop of LOFAR, dient te worden voorzien van een advies van ASTRON. Dit geldt eveneens voor ruimtelijke plannen die voorzien in ontwikkelingen binnen een straal van 2 km rondom een LOFAR-buitenstation. De voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in leidingen die worden gekoeld met olie of chemicaliën, en ligt niet in grondwaterbeschermingsgebied, zone I en II van een radiotelescoop of LOFAR en > 2 km van LOFAR-buitenstations. Het voornemen voldoet derhalve aan de relevante bepalingen met betrekking tot energie-infrastructuur. Omgevingsverordening 2022 In de Omgevingsverordening 2022 gelden dezelfde relevante bepalingen met betrekking tot energieinfrastructuur als in de Omgevingsverordening 2018. Deze Omgevingsverordening zal gelijktijdig met de komst van de Omgevingswet in werking treden. Conclusie De Omgevingsverordening 2018 en 2022 vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied. Er wordt rekening gehouden met de regels uit de verordening.

3.3.3

Energietransitie-agenda 2020 - 2023

In mei 2020 is de energietransitie-agenda 2020 - 2023 vastgesteld door de Provinciale Staten van Drenthe. De agenda laat zien hoe de provincie Drenthe de energietransitie wil versnellen en waar Drenthe wil staan in 2030 en 2050. Drenthe wil in 2030 40 % van het energiegebruik hernieuwbaar produceren en in 2050 energieneutraal zijn. Dit houdt in dat net zoveel hernieuwbare energie wordt geproduceerd als wordt gebruikt om te wonen, leven en werken. In de agenda zijn vijf speerpunten opgenomen: 1 het speerpunt 'Gebouwde omgeving' stelt centraal dat de energietransitie woonlastenneutraal verloopt. De focus ligt op het ondersteunen van dorps- en wijkinitiatieven met energiecoöperaties, het faciliteren en ondersteunen van gemeenten en de regie op een levendige netwerkorganisatie; 2 het speerpunt 'Mkb en industrie' focust op het versnellen van de energietransitie via energieadvies en kennisontwikkeling en door het stimuleren van innovatieve projecten en verdienmodellen. Verder investeren we meer in energietoezicht; 3 het speerpunt 'Hernieuwbare energie' wil met het ontwikkelfonds lokaal eigenaarschap bevorderen en de energiecoöperaties ondersteunen in het voortraject van projecten voor hernieuwbare energie. Dit speerpunt richt zich verder op het faciliteren en ondersteunen van grootschalige hernieuwbare energieproductie;

30 | 80

ACT TWB | 125549/23-000.103 | Definitief 02

4

5

het speerpunt 'Energiesysteem van Drenthe' richt zich op een adequaat elektriciteitsnet dat de groei van hernieuwbare energie aankan. Wij ondersteunen de ontwikkeling van het Drentse energiesysteem van de toekomst. Daarnaast richt het zich op de mogelijkheden van waterstof als nieuwe energiedrager, onder meer door het ondersteunen van innovaties; het speerpunt 'Communicatie' richt zich op het bieden van handelingsperspectief: inzicht geven in de mogelijkheden van burgers en ondernemers om bij te dragen aan de energietransitie, bij te dragen aan de doelstellingen van de Energietransitie-agenda en samen te werken met alle belanghebbende partijen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=e69354c8-7da7-403b-b821-3b504cc475b0