Bijlage 1c - Bijlagen Emmer-Compascuum, Koppelwijk OZ 30 en 31
Tekst van het document
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming
23
Vrijgestelde soorten In afwijking van de verboden in artikel 3.10, eerste lid, van de Wet is het toegestaan om van de onderstaande soorten de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het opzettelijk ‘doden’ van onderstaande soorten is in sommige provincies eveneens toegestaan. De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten: -
de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer.
24
Overzicht algemene vrijstellingen soorten per provincie
25
Legenda ‘Overzicht algemene vrijstellingen soorten per provincie’.
26
Bijlage 3. Fotobijlage
27
28
Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen: Internet: https://www.verspreidingsatlas.nl https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/ https://www.regelink.net/kenniscentrum/beschermde-soorten-wet-natuurbescherming/ https://calculator.aerius.nl http://www.ruimtelijkeplannen.nl https://pdokviewer.pdok.nl/ https://www.ndff.nl/
29
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-gm.nl email info@sigma-gm.nl
juli ’23
Onderwerp:
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Koppelwijk O.Z. perceel sectie AB nr. 269 te Emmer-Compascuum
Projectnummer:
23-M10818
Opdrachtgever:
BJZ.nu
Datum:
03 juli 2023
0
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Koppelwijk O.Z. perceel sectie AB nr. 269 te Emmer-Compascuum
onderwerp
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Koppelwijk O.Z. perceel sectie AB nr. 269 te Emmer-Compascuum
datum
03 juli 2023
projectnummer
23-M10818
in opdracht van
BJZ.nu Twentepoort OZ 16A 7609 RG Almelo
uitgevoerd door
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-ENISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000, protocollen 2001, 2002 en 2018”
(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Geo- & Milieutechniek B.V.
juli ’23
1
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Koppelwijk O.Z. perceel sectie AB nr. 269 te Emmer-Compascuum
Inhoudsopgave 1
2
INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1
Algemeen................................................................................................................................. 3
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3
1.3
Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3
1.4
Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4
1.5
Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4
VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 11
3.1 Uitvoering van het veldonderzoek ............................................................................................. 12 3.2 Resultaten van het veldonderzoek ............................................................................................ 13 4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 14 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 14
4.2
Toetsingscriteria .................................................................................................................... 15
4.3
Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 16
4.3.1
Grond en grondwater ......................................................................................................... 16
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 19
6
LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 23
7
COLOFON ...................................................................................................................................... 24
Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring
juli ’23
2
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Koppelwijk O.Z. perceel sectie AB nr. 269 te Emmer-Compascuum
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van BJZ.nu is in mei-juni 2023 door Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op het kadastrale perceel sectie AB nr. 269 gelegen aan de Koppelwijk O.Z. tussen nrs. 29-31 te Emmer-Compascuum (gemeente Emmen). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Geo- & Milieutechniek is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.
De veldwerkzaamheden van Sigma Geo- & Milieutechniek zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Geo- & Milieutechniek is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Geo- & Milieutechniek verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt geplande woningbouw op de onderzoekslocatie.
1.3
Doel van het onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.
juli ’23
3
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Koppelwijk O.Z. perceel sectie AB nr. 269 te Emmer-Compascuum
1.4
Referentiekader van het onderzoek
Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: vooronderzoek, (hoofdstuk 2) veldonderzoek, (hoofdstuk 3) chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
juli ’23
4
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Koppelwijk O.Z. perceel sectie AB nr. 269 te Emmer-Compascuum
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Aanleiding tot vooronderzoek
Eigendomssituatie
B 0
C
D
✓
✓
✓
✓
Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
F
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie
E
G
A 0
✓ ✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0 ✓
✓
Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?
✓
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte deel van de locatie zoals weergegeven in bijlage 2.
juli ’23
5
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Koppelwijk O.Z. perceel sectie AB nr. 269 te Emmer-Compascuum
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande geplande nieuwbouw van een woning op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van Bodemloket.nl; • informatie van de gemeente Emmen (via RUD Drenthe, email d.d. 15-05-2023); • informatie van het kaartenportaal van de provincie Drenthe; • Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.
tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie Algemene omschrijving
Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -
juli ’23
Koppelwijk O.Z. perceel sectie AB nr. 269, tussen nr. 29-32 Emmer-Compascuum Emmen Zie bijlage 1 X = 267,254 Y= 538,385 Gemeente Emmen, perceel sectie AB nr. 269 Niet nagegaan. Ca. 3.300 m2 De onderzoekslocatie betreft het kadastrale perceel sectie AB nr. 269 gelegen aan de Koppelwijk O.Z. tussen 29-32 te Emmer-Compascuum. De onderzoekslocatie betreft een weideperceel. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie woningbouw te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. De locatie is onbebouwd. De onderzoekslocatie is onverhard. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "middelhoge trefkans". Woningbouw.
6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Koppelwijk O.Z. perceel sectie AB nr. 269 te Emmer-Compascuum
bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op Op basis van de topografische kaarten van voor 1850 tot Geen. basis van heden is op de onderzoekslocatie niet eerder bebouwd topografische geweest. kaarten, Topotijdreis) Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op basis van de topografische kaarten vanaf rond 1904 is in Geen. basis van de omgeving van de locatie reeds enige bebouwing te topografische herkennen. kaarten, Deze bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid / Topotijdreis) gewijzigd. Huidig en toekomstig
juli ’23
In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich voornamelijk woningen en agrarische percelen. Noordwestzijde: naastgelegen woning; Noordoostzijde: achtergelegen agrarisch perceel; Zuidoostzijde: naastgelegen woning; Zuidwestzijde: Koppelwijk O.Z. en tegenovergelegen weideperceel.
Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
7
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Koppelwijk O.Z. perceel sectie AB nr. 269 te Emmer-Compascuum
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik
De onderzoekslocatie betreft het kadastrale perceel sectie AB nr. 269 gelegen aan de Koppelwijk O.Z. tussen 29-32 te Emmer-Compascuum. De onderzoekslocatie betreft een weideperceel. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie woningbouw te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Op basis van de topografische kaarten vanaf 1850 tot heden is op de onderzoekslocatie in het verleden, voor zover bekend, niet eerder bebouwing aanwezig geweest. Voor zover bekend is de onderzoeklocatie in het verleden als agrarische grond in gebruik geweest.
Bouwvergunning
Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. Niet bekend.
Milieuvergunning
Niet bekend.
Handelsregister
De onderzoekslocatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel niet vermeld. Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie (binnen het te bebouwen deel). Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. De onderzoekslocatie is onbebouwd. De daken van de omliggende gebouwen zijn niet verdacht voor asbesthoudend materiaal.
Aanwezigheid brandstoftanks
Aanwezigheid asbest
figuur 2: asbestdakenkaart Drenthe Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend.
juli ’23
8
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Koppelwijk O.Z. perceel sectie AB nr. 269 te Emmer-Compascuum
tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Ophogingen/dempingen/ stortingen
Niet gesprongen explosieven
PFAS-verdachtheid
Calamiteiten Verdachte activiteiten < 25 m
juli ’23
Er is geen informatie bekend omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen / sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht.
De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Hoewel PFAS diffuus verspreid in de bodem in Nederland voorkomt, en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet wordt aangetroffen, is op basis van het vooronderzoek geen informatie verkregen over de eventuele aanwezigheid van PFAS en GenX op de locatie. Ter plaatse zijn geen bronlocaties bekend. Bij evt. toekomstig grondverzet wordt geadviseerd alsnog onderzoek naar deze parameters uit te voeren. Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. In de directe omgeving van de locatie bevinden zich enkele woningen en agrarische percelen aan de rand van de bebouwde kom. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
9
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Koppelwijk O.Z. perceel sectie AB nr. 269 te Emmer-Compascuum
voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
► niet bekend
Omgeving <25 m Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
► niet bekend ► Niet bekend.
►Uit de ‘Nota Bodembeheer gemeente Emmen, 2012’ blijkt dat de ontgravingsklasse voor de bovengrond en ondergrond van de onderzoekslocatie is vastgesteld als AW2000 (gehalten die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur-en landbouwgronden in Nederland en niet zijn belast door lokale verontreinigingen).
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 10-13 m+NAP. In figuur 4 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. figuur 4: geohydrologische opbouw
juli ’23
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Koppelwijk O.Z. perceel sectie AB nr. 269 te Emmer-Compascuum
2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de topografische kaarten vanaf rond 1850 tot heden is op de onderzoekslocatie in het verleden, voor zover bekend, niet eerder bebouwing aanwezig geweest. Voor zover bekend is de onderzoekslocatie in het verleden als agrarische grond in gebruik geweest. Er is geen informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie t.p.v. het onderzoeksgebied). Er is geen informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1).
In tabel 6 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 6: gehanteerde onderzoeksstrategie
(deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (plangebied) (ca. 3.300 m2)
mogelijke verontreiniging grond
grondwater
onderzoeksstrategie
-
-
ONV-NL
Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.
juli ’23
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Koppelwijk O.Z. perceel sectie AB nr. 269 te Emmer-Compascuum
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1 Uitvoering van het veldonderzoek Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. In tabel 7 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 7: uitvoeringsaspecten onderdeel:
uitgevoerd door:
datum:
bijzonderheden:
uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001) nemen van grondwatermonsters (protocol 2002) locatie-inspectie
dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) dhr. R.Dob (in opleiding) dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)
23-05-2023
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering
22-06-2023
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering
23-05-2023
Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 9. tabel 8: veldwerkprogramma Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
10
ca.0.5
4 t/m 13
2 1
ca.2.0 ca.2.4
2+3 1
Onderzoekslocatie (ca. 3.300 m2) Boringen Peilbuis
monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om representatieve grondwatermonsters te verkrijgen zijn de peilbuizen, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. De grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald.
juli ’23
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Koppelwijk O.Z. perceel sectie AB nr. 269 te Emmer-Compascuum
3.2 Resultaten van het veldonderzoek bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 9 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 9: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-1.0
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
zand
donkerbruin
1.0-2.5
zand
zwak siltig, matig hummeus, plaatselijk veenlagen zwak siltig, plaatselijk leemlagen
geel/grijs/beige
veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 10. tabel 10: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis
filtertraject m-mv
grondwaterstand m-mv
voorpompen liter
pH
1
1.5-2.5
0.95
5
6.7
EGV geleidingsvermogen µS/cm 320
troebelheid (NTU) 6
zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke zouden kunnen duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.
Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.
juli ’23
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Koppelwijk O.Z. perceel sectie AB nr. 269 te Emmer-Compascuum
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van SGS. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor SGS is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 11 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 11: analyseschema Monstercode grond
boringnummer(s)
diepte (m-mv)
zintuiglijke waarnemingen
analysepakket
MM1
1+2+8+9
0.0-0.5
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM2
3 t/m 6+12+13
0.0-0.5
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM3
1+2+3
0.5-2.0
-
NEN-grond(*)+AS3000
1
1.5-2.5
-
NEN-grondwater(**) +AS3000
grondwater 1 (peilbuis)
verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan
juli ’23
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Koppelwijk O.Z. perceel sectie AB nr. 269 te Emmer-Compascuum
4.2
Toetsingscriteria
Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0.5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.
juli ’23
15
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Koppelwijk O.Z. perceel sectie AB nr. 269 te Emmer-Compascuum
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na de tabellen worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten opgenomen. 4.3.1
Grond en grondwater
boven- en ondergrond In de tabel 12 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarden. tabel 12: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project
23-M1018, Koppelwijk OZ perceel sectie AB nr. 269, Emmer-Compascuum
Certificaat
13874036
Toetsing
12-Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb
Toetsversie Toetsversie 3.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 03-07-2023 - 08:22
Parameters
Analyse
Toetsing
Eenheid
AW
T
I
13874036-001
13874036-002
MM1MM1, 01: 0-50, 02: 0-50, 08: 0-50, 09: 0-50
MM2MM2, 03: 0-40, 04: 0-50, 05: 0-50, 13: 0-50, 12: 0-50, 06:MM3MM3, 0-50 01: 50-100, 01: 100-150, 01: 150-200, 02: 150-200, 03: 150-200, 03: 50-90
Grond (AS3000)
Grond (AS3000)
Voldoet aan Achtergrondwaarde
Voldoet aan Achtergrondwaarde
SR
monster voorbehandeling
Ja
droge stof
BT
BC
BI
SR
13874036-003
BT
Grond (AS3000)
BC
Voldoet aan Achtergrondwaarde BI
Ja 68.9
76.3
SR
BT
BC
BI
Ja
%
68.9
gew icht artefacten g
<1
76.3
81.0
aard van de artefacten -
Geen
organische stof%(gloeiverlies)
22.1
22.1
12.8
12.8
<0.2
0.2
8.8
8.8
4.2
4.2
3.1
3.1
<1
81
<1
Geen
Geen
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
METALEN +
barium
mg/kg
920
27
56.6
--
31
94.2
--
<20
47.7
--
cadmium
mg/kg
0.6
6.8
13
0.29
0.246
<=AW
0
0.30
0.337
<=AW
0
<0.2
0.237
<=AW
0
kobalt
mg/kg
15
102
190
<1.5
2.12
<=AW
0
<1.5
2.98
<=AW
0
<1.5
3.29
<=AW
0
koper
mg/kg
40
115
190
18
19.3
<=AW
0
23
32.9
<=AW
0
<5
6.98
<=AW
0
kw ik°
mg/kg
0.15
18
36
0.06
0.0677
<=AW
0
0.08
0.102
<=AW
0
<0.05
0.0494
<=AW
0
lood
mg/kg
50
290
530
18
18.9
<=AW
0
25
31.7
<=AW
0
<10
10.8
<=AW
0
molybdeen
mg/kg
1.5
96
190
<0.5
0.35
<=AW
0
<0.5
0.35
<=AW
0
<0.5
0.35
<=AW
0
nikkel
mg/kg
35
68
100
<3
3.91
<=AW
0
<3
5.18
<=AW
0
<3
5.61
<=AW
0
zink
mg/kg
140
430
720
37
47.3
<=AW
0
39
66.7
<=AW
0
<20
31.5
<=AW
0
<0.01
0.00317
<0.01
0.00547
<0.01
0.007
1.5
21
40
1.447
0.655
<=AW
0
1.167
0.912
<=AW
0
0.07
0.07
<=AW
0
20
510
1000
4.9
2.22
<=AW
-
4.9
3.83
<=AW
-
4.9
24.5
<=AW
-
190
2595
5000
40
18.1
<=AW
0
20
15.6
<=AW
0
<20
70
<=AW
0
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen
mg/kg
pak-totaal (10 van mg/kg VROM) (0.7 factor)
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 ug/kg factor)
MINERALE OLIE totaal olie C10 -mg/kg C40 Ve rk laring k olom m e n SR
Resultaat op het analyserapport
BT
Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard b odem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing geb ruikte waarden.
BC
Toetsoordeel
AW
Achtergrondwaarde (door SGS b eheerd)
T
Tussenwaarde (door SGS b erekend en b eheerd maar niet meer b eschreven in de wetgeving)
I
Interventie waarde (door SGS b eheerd)
BI
SGS b erekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )
#
Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat
<=AW
Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde
WO
Wonen
IN
Industrie
>I
Groter dan interventiewaarde
>IND
Groter dan industrie
Kle ur inform atie Rood
> Interventiewaarde
Oranje
>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)
Blauw
>= Achtergrond waarde
juli ’23
16
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Koppelwijk O.Z. perceel sectie AB nr. 269 te Emmer-Compascuum
grondwater In tabel 13 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 13: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project
23-M 10818-Koppe lw ijk OZ pe rce e l s e ctie AB nr. 269, Em m e r-Com pas cuum
Certif icaat
13893336
Toetsing
13-Be oorde ling k w alite it van grondw ate r volge ns Wbb
Toetsversie
Toe ts ve rs ie 2.0.0, toe ts k ade r WBB, SIKB ve rs ie 13.3.0, toe ts ings datum : 03-07-2023 - 08:15
Parameters
Toetsing
13893336-001 Pb1Pb1, 01-Pb1: 150-250 Grondw ater (AS3000) Ove rs chrijding Stre e fw aarde
Analys e
Ee nhe id
S
T
I
SR
BT
BC
BI
barium
ug/l
50
338
625
40
40
<=S
-
cadmium
ug/l
0.4
3.2
6
<0.2
0.14
<=S
-
kobalt
ug/l
20
60
100
<2
1.4
<=S
-
koper
ug/l
15
45
75
14
14
<=S
-
kw ik
ug/l
0.05
0.18
0.3
<0.05
0.035
<=S
-
lood
ug/l
15
45
75
<2
1.4
<=S
-
molybdeen
ug/l
5
152
300
<2
1.4
<=S
-
nikkel
ug/l
15
45
75
5.6
5.6
<=S
-
zink
ug/l
65
432
800
<10
7
<=S
-
M ETALEN
VLUCHTIGE AROM ATEN benzeen
ug/l
0.2
15
30
<0.2
0.14
<=S
-
tolueen
ug/l
7
504
1000
<0.2
0.14
<=S
-
ethylbenzeen ug/l
4
77
150
<0.2
0.14
<=S
-
xylenen (0.7 f actor) ug/l
0.2
35
70
0.31
0.31
>S
0.00
styreen
ug/l
6
153
300
<0.2
0.14
<=S
-
naf taleen
ug/l
0.01
35
70
<0.02
0.014
<=S
-
GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan ug/l
7
454
900
<0.2
0.14
<=S
-
1,2-dichloorethaan ug/l
7
204
400
<0.2
0.14
<=S
-
1,1-dichlooretheen ug/l
0.01
5.0
10
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
trans-1,2-dichlooretheen ug/l som (cis,trans)ug/l 1,2- dichloorethenen 0.01 (0.7 f actor) 10
20
0.14
0.14
<=S
-
dichloormethaan ug/l
1000
<0.2
0.14
<=S
-
1,1-dichloorpropaan ug/l
<0.2
0.14
1,2-dichloorpropaan ug/l
<0.2
0.14
1,3-dichloorpropaan ug/l
<0.2
0.14
0.01
500
som dichloorpropanen ug/l (0.7 f actor) 0.8
40
80
0.42
0.42
<=S
-
tetrachlooretheen ug/l
0.01
20
40
<0.1
0.07
<=S
-
tetrachloormethaan ug/l
0.01
5.0
10
<0.1
0.07
<=S
-
1,1,1-trichloorethaan ug/l
0.01
150
300
<0.1
0.07
<=S
-
1,1,2-trichloorethaan ug/l
0.01
65
130
<0.1
0.07
<=S
-
trichlooretheenug/l
24
262
500
<0.2
0.14
<=S
-
chlorof orm
ug/l
6
203
400
<0.2
0.14
<=S
-
vinylchloride
ug/l
0.01
2.5
5
<0.2
0.14
<=S
-
630
<0.2
0.14
---
600
<50
35
<=S
tribroommethaan ug/l
M INERALE OLIE totaal olie C10 -ug/l C40
50
325
-
Verklaring kolom m en SR
Resultaat op het analyserapport
BT
Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard bodem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing gebruikte waarden.
BC
Toetsoordeel
BI
SGS berekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )
<=AW
Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde
<=S
Kleiner dan of gelijk aan de streefwaarde
>S
Groter dan de streefwaarde
>I
Groter dan interventiewaarde
Kleur inform atie Rood
> Interventiewaarde
Oranje
>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)
Blauw
> streefwaarde
juli ’23
17
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Koppelwijk O.Z. perceel sectie AB nr. 269 te Emmer-Compascuum
interpretatie onderzoeksresultaten grond en grondwater In tabel 14 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. tabel 14: samenvatting toetsresultaten Mengmonster grond
Boringen
Diepte
Zintuiglijk
>AW / S
>T
>I
Indicatieve toetsing Bbk*
MM1
1+2+8+9
0.0-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM2
3 t/m 6+12+13
0.0-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM3
1+2+3
0.5-2.0
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
Pb1
1
1.5-2.5
-
xylenen
-
-
n.v.t.
>AW/ >S
overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
grondwater
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonster MM1 en MM2 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. peilbuis 1 (1.5-2.5 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte xylenen (vluchtige aromaten) t.o.v. de streefwaarde. Het verhoogd gemeten gehalte xylenen (vluchtige aromaten in het grondwater zijn op basis van het bekende bodemgebruik niet te relateren.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen. Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.
juli ’23
18
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Koppelwijk O.Z. perceel sectie AB nr. 269 te Emmer-Compascuum
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bijzonderheden waargenomen. Op basis van zintuiglijke waarnemingen is in het opgeboorde bodemmateriaal geen asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in tabel 15. tabel 15: samenvatting toetsresultaten Mengmonster grond
Boringen
Diepte
Zintuiglijk
>AW / S
>T
>I
Indicatieve toetsing Bbk*
MM1
1+2+8+9
0.0-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM2
3 t/m 6+12+13
0.0-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM3 1+2+3 grondwater
0.5-2.0
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
Pb1
1
1.5-2.5
-
xylenen
-
-
n.v.t.
>AW/ >S
overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonster MM1 en MM2 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. peilbuis 1 (1.5-2.5 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte xylenen (vluchtige aromaten) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek.
juli ’23
19
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Koppelwijk O.Z. perceel sectie AB nr. 269 te Emmer-Compascuum
toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch onverdacht aangemerkt. In tabel 16 is de hypothese en de noodzaak tot vervolgonderzoek beoordeeld aan de hand van de onderzoeksresultaten. tabel 16 : toetsing hypothese Locatie
Hypothese
Correct?
Verkennend onderzoek met nieuwe hypothese?
Nader onderzoek?
Koppelwijk OZ perceel AB 269 (ged.), EmmerCompascuum
onverdacht
nee, er zijn verhoogde gehalten aangetoond
nee, onderzoeksinspanning voldoende
nee, er zijn geen matig tot sterk verhoogde gehalten in de bodem gemeten.
Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie bevat een verhoogd gehalte xylenen t.o.v. de streefwaarde. Dit licht verhoogd gemeten gehalte overschrijdt de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5) niet en geeft daardoor geen formele aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C2 resp. NEN 5897+C2 maakt geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740-A1 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin. Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2.
Afwijkingen t.o.v. normen en protocollen Er hebben bij de uitvoering van werkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen 2001, 2002 en/of overige geldende analysemethoden.
juli ’23
20
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Koppelwijk O.Z. perceel sectie AB nr. 269 te Emmer-Compascuum
Aanbevelingen Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. De mogelijkheden hiertoe kunnen worden vastgesteld na overleg met de betrokken overheidsinstanties. Volledige duidelijkheid omtrent de bodemkwaliteitsklasse van vrijkomende grond wordt pas verkregen op basis van een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit. Opgemerkt dient te worden dat de vertaalslag van verkennend bodemonderzoek naar hergebruik van grond volgens het Besluit Bodemkwaliteit, veelal, niet mogelijk is. In de meeste gevallen zijn aanvullende gegevens noodzakelijk, het bevoegd gezag (de gemeente waarin de grond wordt toegepast) kan hier uitsluitsel over geven. Op 8 juli 2019 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een tijdelijk handelingskader vastgesteld voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Vanaf 8 juli 2019 is het verplicht om onderzoek naar de stofgroep PFAS uit te voeren bij o.a. partijkeuringen in het kader van afvoer van grond. In dit verkennend bodemonderzoek is geen onderzoek uitgevoerd naar PFAS stoffen in de bodem. De in dit onderzoek opgenomen indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit is excl.
onderzoek naar PFAS-stoffen, onderzoek naar deze verbindingen is bij definitieve beoordeling van evt. hergebruiksmogelijkheden van evt. af te voeren grond alsnog nodig. Indien het noodzakelijk is dat er grond afgevoerd moet worden van de locatie zal er een melding grondverzet gedaan moeten worden via het landelijk meldpunt: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Opgemerkt wordt dat evt. afvoer van grond met de bodemkwaliteitsklasse “wonen”, “industrie” en “niet toepasbare grond” meer kosten met zich meebrengt dan de afvoer van schone grond “achtergrondwaarde”. Wanneer grond binnen het plangebied wordt ontgraven dient voorkomen te worden dat grond met een verschillende/afwijkende milieuhygiënische kwaliteit met elkaar wordt vermengd. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.
juli ’23
21
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Koppelwijk O.Z. perceel sectie AB nr. 269 te Emmer-Compascuum
Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen Het onderhavige onderzoek heeft betrekking gehad op de locatie gelegen aan Koppelwijk O.Z. perceel sectie AB nr. 269 te Emmer-Compascuum (zie bijlage 2). Op basis van het onderhavige onderzoek kan alleen een uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van het onderzochte terreindeel, zie bijlage 2. Op basis van het onderhavige onderzoek kan geen uitspraak worden gedaan: omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte terreindelen, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet bekende verdachte terreindelen, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet verkende bodemlagen, de milieuhygiënische kwaliteit van het diepere grondwater etc. Daarnaast kan op basis van dit onderzoek geen uitspraak worden gedaan omtrent de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem/puin. Indien echter een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2. Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters de gehalten in de individuele deelmonsters van een mengmonster zowel hoger als lager kunnen zijn dan de aangetoonde gehalten in het betreffende mengmonster.
Er kan in gevallen waarbij sprake is van ruime overschrijdingen van de achtergrondwaarde, gemeten in een mengmonster, niet worden uitgesloten dat individuele deelmonsters gehalten boven de tussen- of interventiewaarde bevatten. T.a.v. historische (bodem) informatie van de locatie wordt opgemerkt dat de geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Sigma Geo- & Milieutechniek afhankelijk van deze bronnen, waardoor Sigma Geo- & Milieutechniek niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving en methoden. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het, conform de geldende richtlijnen, steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem d.m.v. een representatief geacht aantal monsters, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is om garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Een verkennend bodemonderzoek geeft nooit volledige zekerheid omtrent de toestand van de bodem ter plaatse van een locatie.
Het onderzoek dient geïnterpreteerd worden als een inschatting van de verontreinigingssituatie op een bepaald moment. Het is echter op basis van dit onderzoek nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen. Het kan op basis van dit onderzoek niet uitgesloten worden dat zich op de locatie verontreiniging bevindt welke in dit onderzoek niet is aangetroffen/ontdekt. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd. Sigma Geo- & Milieutechniek B.V.
aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor de gevolgen/schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade welke voortvloeien uit beslissingen welke worden genomen op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavige onderzoek als in de praktijk blijkt dat de verontreinigingssituatie anders is dan in dit onderzoek vermeld.
juli ’23
22
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Koppelwijk O.Z. perceel sectie AB nr. 269 te Emmer-Compascuum
6
LITERTUURLIJST 1. Bodemonderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek volgens de Nederlandse norm, NEN 5740+A1 (NNI, april 2016). 2. Boringen zijn geplaatst volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie). 3. Grondmonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie), grondwatermonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2002 (vigerende versie). 4. De conservering van monsters in het veld is uitgevoerd volgens de eisen uit de SIKBprotocollen 2001 en 2002 (vigerende versie). 5. Regeling Bodemkwaliteit” (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of
www.rwsleefomgeving.nl) 6. Circulaire Bodemsanering (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl) 7. Classificatie van onverharde grondmonsters, NEN 5104, september 1989. 8. Geologische overzichtskaarten van Nederland, Rijks Geologische Dienst, 1995. 9. Grondwaterstromingsstelsels in Nederland, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 1989. 10. Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek, NEN 5725, (oktober 2017). 11. Bodem-Monsterneming van grondwater, NEN 5744, (NNI maart 2011). 12. NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017.
juli ’23
23
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Koppelwijk O.Z. perceel sectie AB nr. 269 te Emmer-Compascuum
7
COLOFON
opdrachtgever project omvang rapport datum projectleider
: : : : :
Auteur Ing. A.D.M. van Wuykhuyse
juli ’23
BJZ.nu Koppelwijk O.Z. perceel sectie AB nr. 269 te Emmer-Compascuum 24 blz. 03 juli 2023 ing. A.D.M. van Wuykhuyse
Paraaf
Gecontroleerd door H. Kroon
Paraaf
Datum
Status
03 juli 2023
definitief
24
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT IJij B ax F
Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT (HISTORISCH) IJij B ax F
2000
1980
1965
1940
Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
1920
1900
1850
Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
01
Pb 1
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 50
-50 2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, beige, edelm an
3
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, crem e, edelm an
100
150
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, st erk hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an
-100
150 4 200
250
250 t ype dat um boorm eest er
-250
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 3 -0 5 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
02
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, st erk hum eus, donker bruin, grijs, edelm an
2
veen, zwak zandig, donker roest bruin, edelm an
3
leem , zwak zandig, donker oranje, beige, edelm an
4
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, beige, grijs, edelm an
50
-50
100
-100
150
-150
200 t ype dat um boorm eest er
0
-200
g r on d b or in g 2 3 -0 5 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
03
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, grijs, edelm an -40
50 2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht crem e, beige, edelm an
100
150
-150 3
200 t ype dat um boorm eest er
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, grijs, edelm an -200
g r on d b or in g 2 3 -0 5 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
Kop p e lw ijk OZ se ct ie AB n r . 2 6 9 , Em m e r -Com p a scu u m 2 3 -M 1 0 8 1 8 N EN 5 1 0 4
04
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
-50
g r on d b or in g 2 3 -0 5 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
05
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
-50
g r on d b or in g 2 3 -0 5 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
06
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
-50
g r on d b or in g 2 3 -0 5 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
07
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 2 50 t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 2 3 -0 5 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
-30
-50
08
gras / cm t ov m aaiveld 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, st erk hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an
50
-50
g r on d b or in g 2 3 -0 5 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
09
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, beige, edelm an