Bijlage 14: Jaarstukken 2021 RUD Drenthe
Tekst van het document
Bodemboek In plaats van de Noord-Nederlandse Bodemdag een boek! Samen met de ODG, de FUMO, de 3 noordelijke provincies en de gemeenten Leeuwarden, Groningen en Emmen en Bodem+ organiseren we jaarlijks de Noord-Nederlandse Bodemdag. Doel van deze dag is, met het regionale bodemnetwerk, kennis en ontwikkelingen op het gebied van onze waardevolle bodem en ondergrond met elkaar te delen en elkaar te inspireren tot nieuwe innovaties. Door Covid-19 kon de dag in 2020 geen doorgang vinden. Voor 2021 dreigde dit ook te gebeuren en daarom is er een alternatief bedacht in de vorm van een bodemboek. Een boek waar ook de RUD-medewerkers nadrukkelijk een inhoudelijke bijdrage in hebben geleverd. Het Bodemboek laat een rijke verzameling van uiteenlopende (vooral regionaal getinte) artikelen, beschouwingen, interviews en cases zien. Eigenlijk is de vertrouwde fysieke Bodemdag ook op deze manier opgebouwd. En met alle links naar websites, video’s, kijktips en podcast is deze uitgave bijna ‘interactief’ te noemen. Echter de directe interactie met het netwerk wordt wel gemist. Daarom wordt voor 2022 ingezet op de organisatie van een échte fysieke Noord-Nederlandse Bodemdag! De voorbereidingen hiervoor zijn inmiddels gestart.
22
Jaarrapportage 2021
Ondertussen wordt ook nagedacht over de mogelijkheden om kennis, ontwikkelingen en projectinitiatieven binnen het regionale bodemnetwerk nog beter met elkaar te kunnen delen. Hierbij wordt gedacht aan regionaal bodem platform. Een platform waarop we inhoud met elkaar kunnen delen, elkaar kunnen informeren en inspireren en waar we elkaar kunnen ontmoeten. De focus ligt hierbij op een verantwoord gebruik en zorg voor de bodem in onze eigen regio. En voor het boek! Klik daarvoor hier! https://www.ruddrenthe.nl/lees-het-boekbodem-voeding-voor-inspiratie/ Foto .. Bodem, voeding voor inspiratie, bron: RUD Drenthe
23
Jaarrapportage 2021
ONTWIKKELINGEN • • •
De uitvoering van het Uitvoeringsprogramma Ontwikkelopgave RUD Drenthe 2021 is binnen de kaders gebleven. Er zijn mooie resultaten gehaald door de uitvoering van diverse projecten. De voorbereiding op de komst van de Omgevingswet gaat voorspoedig.
• •
Intern opleiden, begeleiden en ontwikkelen legt druk op de productieve capaciteit. Milieudata van het locatiebestand moet nog aangevuld worden in kader van de Omgevingswet.
Resultaat Programma Organisatieontwikkeling; In 2021 is uitvoering gegeven aan het Uitvoeringsprogramma Ontwikkelopgave RUD Drenthe 2021. Dat hebben we gedaan langs drie ontwikkellijnen, Voorbereiding op de Omgevingswet, Informatiegestuurd werken en Risicogericht werken. We hebben goede stappen gezet en mooie resultaten behaald. Toch lopen een aantal ingezette ontwikkelingen (projecten) zoals Omgevingswet, Risicogericht toezicht en Risicogericht werken ook door in 2022. We zijn binnen de gestelde kaders gebleven. De urenrealisatie is ver achtergebleven op de planning. Dit heeft een aantal redenen: uitgestelde interne scholing voor de Omgevingswet, efficiënte en effectieve uitrol van de een nieuwe release van het zaaksysteem (PowerBrowser 2020) en temporisering van de gidsenopleiding Zelforganisatie Er is gekozen om een deel van de uren als opleidingsuren te registreren omdat vanwege Corona hier minder gebruik van is gemaakt. Daarnaast zijn niet alle budgetten geheel besteed. Grotendeels als gevolg van geen kosten voor SPP, we hebben een deel van de kosten voor de uitrol van PB2020 teruggekregen van de ODG en de projectkosten voor Digitale uitwisseling van milieu-informatie vielen mee. Project
Omgevingswet SPP Zelforganisatie PMW
I&A Locatiebestand RUDi Website Digi p-dossiers Digitale uitwisseling milieu-informatie
RGT RGW
Totaal
Uren Begroot
Gerealiseerd
Budget Begroot
Gerealiseerd
Voorbereiding Omgevingswet 5552 1271 € 8.000 500 43 € 22.500 2400 798 € 51.000 700 620 € 25.000
€ 17.748 € € 50.870 € 30.465
Informatiegestuurd werken 5890 1022 € 103.000 120 48 € 775 412 € 7.500 0 € 15.000 0 258 € 40.000
€ 68.700 € € 18.622 € 2.185 € 16.512
Risicogericht werken 300 156 € 600 524 € -
16837
5152
€ 272.000
€ 99 € -
€ 205.201
24
Jaarrapportage 2021
Voorbereiding op de Omgevingswet In het kader van de voorbereiding op de komst van de Omgevingswet zijn een aantal projecten in uitvoering geweest in 2021. Ten eerste om technisch-inhoudelijk gereed te zijn voor de invoering van de wet. Daarnaast om ervoor te zorgen dat ook na de invoering de benodigde organisatorische aspecten op orde zijn. Project Voorbereiding op de Omgevingswet Een groot deel van de voorbereidingen: de ontwikkeling van processen, participatie tools, beleidsbouwstenen en de technische afstemming op ICT-gebied, wordt in OPD (OmgevingsPlatform Drenthe) uitgevoerd. Alle ketenpartners: gemeenten, provincie, waterschappen, GGD/GHOR, VRD, RUD en Rijkswaterstaat werken hierin samen. Het OPD wordt door het ministerie van BZK ondersteund met een regionale implementatie manager (RIO). Samen oefenen. In april is een succesvolle pre-ketentest uitgevoerd door gemeente Meppel, waterschap Hunze en Aa’s en de RUD Drenthe. In mei hebben we online voor alle geïnteresseerden gedemonstreerd hoe het proces van aanvragen, ontvangen en doorgeleiden van een vergunningaanvraag in de digitale keten werkt. Toeschouwers konden meekijken in de systemen van de drie ketenpartners. Daarbij is ook de zogenaamde Samenwerkingsfunctionaliteit (SWF) getoond. Deze demo wierp praktische vragen op, met name op het terrein van uitvoeringsafspraken.
In vervolg daarop is een werkgroep samengesteld die deze vragen in een eerste verdiepingssessie heeft geïnventariseerd en verder zal brengen. Als vervolg is eind augustus de technische acceptatietest van april doorgezet naar een functionele acceptatietest door de gemeente Meppel en de RUD. Tijdens deze test is gewerkt met de DSO en Samenwerkingsfunctionaliteit (SWF) en is ook de Standaard Documentcreatie en Uitwisseling RUD Drenthe (StanDUR) getest waarbij daadwerkelijk een "happy flow” is doorlopen van een vergunningaanvraag. Ook deze test was, afgezien van een aantal aandachtspunten, succesvol. De test is de eerste van vele want zodra partners zijn aangesloten op het DSO kan deze test worden gebruikt om de eerste processen live te testen. Ook voor de Omgevingstafel staat vanuit de OPD het een en ander klaar. Eind 2021 is de eerste test voor de hybride Omgevingstafel uitgevoerd in Hoogeveen. Alle ketenpartners waren hierbij aangehaakt (waaronder de RUD Drenthe). De resultaten worden gebruikt om het proces te verbeteren en om nieuwe testen te plannen. De RUD komt begin 2022 aan de beurt voor deze test. De interne voorbereiding verloopt volgens plan • Het zaaksysteem, LOS, is sinds zomer 2020 technisch aangesloten op de landelijke voorziening van het DSO.
• De in OPD verband uitgewerkte processen (Verkennen mogelijkheden initiatief, Vergunningverlening regulier en complex, Adviseren en Behandelen melding activiteit) zijn in ons zaaksysteem ingericht. Deze moeten nu intern nog getest worden. • In september zijn we gestart met een intensieve training Omgevingswet voor alle medewerkers. Twee medewerkers zijn daarvoor opgeleid bij de Omgevingsdienst NL Academie, het opleidingsinstituut van de omgevingsdiensten, en zullen deze training in-company geven. Vanwege de gelimiteerde tijd van de trainers en medewerkers is ervoor gekozen om deze training na de zomer te starten en te laten doorlopen tot in het voorjaar van 2022. Door het volgen van de meerdaagse opleiding Omgevingswet heeft een groot deel van de mensen voldoende basiskennis om met deze nieuwe wet aan de gang te gaan. Op onderdelen zullen verdiepingscursussen moeten worden aangeboden. • Onder de werking van de Omgevingswet krijgt de ‘casemanager’ een belangrijke rol. Om ons hierop voor te bereiden is in het najaar van 2020 gestart met de opleiding Casemanager van de Toekomst, waaraan RUD Drenthe medewerkers maar ook medewerkers vanuit de ketenorganisaties hebben deelgenomen. In maart 2021 is deze opleiding afgrond. 25
Jaarrapportage 2021
Overdracht bodemtaken in het kader van de Omgevingswet Onder het Omgevingsplatform Drenthe (OPD), het platform waarin de Drentse overheden en uitvoeringsorganisaties zich voorbereiden op de omgevingswet is een werkgroep Bodem samengesteld. Veel bodemtaken gaan straks over van de provincie over naar de gemeenten. Taken die worden uitgevoerd door de RUD. De werkgroep moet deze overdracht in goede banen leiden. Er is een plan van aanpak en begin 2021 is er van de voortgang een tussenevaluatie verschenen, die periodiek geactualiseerd wordt. Op grond hiervan is het plan van aanpak nu aangepast. Er wordt naar gewerkt om ervoor te zorgen voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet operationeel klaar te zijn. Strategische personeelsplanning (SPP) De ontwikkelagenda’s van de teams, de ontwikkelopgave van individuele medewerkers en de huidige en toekomstige ontwikkeling in de organisatie en het werkveld, zijn ge-update. Met dit inzicht kunnen we in 2022 een plan van aanpak opstellen om eenieder aan te laten sluiten op onze opgave en inzicht te krijgen in wat daarvoor nodig is. Zelforganisatie Om het zelforganiserend vermogen en daarmee de wendbaarheid van de organisatie te vergroten, is besloten gebruik te maken van gidsen, waardoor wij niet afhankelijk blijven van externe adviseurs.
De gidsen hebben voor de zomer een opleidingstraject afgerond en trekken samen met het MT en de seniors op om de ontwikkeling stevig in onze organisatie in te bedden. De ontwikkeling van zelforganisatie wordt projectmatig uitgevoerd. Bij de verdere inbedding zal naast het MT en de gidsen ook onder andere de ondernemingsraad en een klankbordgroep nadrukkelijk betrokken worden. De in 2020 gestarte gidsenopleiding in het kader van het traject zelforganisatie is medio 2021 afgerond. In 2022 zal deze opleiding wederom worden aangeboden binnen de organisatie. Projectmatig werken Begin 2021 zijn de instrumenten, werkafspraken en hulpstructuren vastgesteld om projecten op een eenduidige wijze vorm te geven, te monitoren en op de uitvoering daarvan te kunnen sturen vanuit het management. In 2022 wordt hier uitvoering aan gegeven. Informatiegestuurd werken In 2021 hebben we belangrijke stappen gezet om onze data op orde te krijgen zodat we op basis van de juiste informatie te doen wat nodig is voor een schoon en veilig Drenthe. Informatisering We hebben de afgelopen periode een data-analyse ontwikkeld waarmee we sturingsinformatie kunnen genereren voor de monitoring van het risicogericht toezicht. Daarnaast hebben we aansluiting bij Inspectieview. Bodeminformatie Voor het verbeteren van de kwaliteit van de bodeminformatie is een plan van aanpak gemaakt.
In het vierde kwartaal zijn we gestart om de actiepunten die voortkwamen uit het visie document en met de acties voor het opzetten van de beheerorganisatie voor het BIS. Om de kwaliteit van de ingebrachte bodemdata op een hoger niveau te brengen zijn we ook gestart met data te uniformeren en aan te vullen tot het gewenste kwaliteitsniveau. Beide inspanningen gaan in 2022 verder. Wij zijn ons ook aan het oriënteren over de op de markt beschikbare Bodem Informatie Systemen, zodat wij over het systeem kunnen beschikken wat het beste aan onze functionele wensen voldoet en de (uitwisselings)eisen die de rijksoverheid daaraan stelt. De financiering van dit project loopt vooralsnog tot eind 2022 via de gemeente Emmen en de Provincie.
26
Jaarrapportage 2021
Locatiebestand Het locatiebestand met alle milieulocaties van Drenthe is in 2020 op orde gebracht. In 2021 zijn de werkafspraken om het op orde te houden geïmplementeerd. Er ligt nog een behoorlijk opgave om het locatiebestand om te zetten naar een bestand met ‘milieubelastende activiteiten’ zoals dat onder de Omgevingswet hoort te zijn. Niet alleen voor de uitvoering van ons werken en de risicogerichte aanpak is dit noodzakelijk, ook voor het heffen van leges moet deze indeling gehanteerd worden. In 2022 zal de aanpak van de opgave in samenspraak met de gemeenten en provincie bepaald moeten worden. Automatisering. De implementatie en het testen van Powerbrowser 2020 (nieuwe versie van het zaaksysteem LOS) is zeer voorspoedig gelopen. Hier is de nieuwe rol van procesadviseur die verschillende medewerkers hebben gekregen een doorslaggevende factor geweest. RUDi en Website We zijn begonnen met de inrichting en implementatie van de platformen voor een nieuw intranet en website. De website is gelanceerd, de inhoud is ook meer gericht op vragen van inwoners en ondernemers waardoor wellicht klachten minder snel ontstaan. Het intranet wordt in 2022 opgeleverd en in gebruik genomen. Digitalisering personeelsdossiers Het digitaliseren van het p-dossier is in gang gezet en zal dit jaar worden afgerond. Digitale uitwisseling milieu-informatie.
Het project tot het verbeteren van de digitale aanlevering en uitwisseling van milieudossiers kent al een lange doorlooptijd en wordt uitgevoerd onder regie van de ambtskring gemeentesecretarissen. Het projectteam heeft een standaard opgesteld voor de documentcreatie en -uitwisseling RUD Drenthe (StanDUR). Nu wordt gezamenlijk gezocht naar de meest optimale procesafspraken voor het uitwisselen van deze gestandaardiseerde documenten. Aansluiting gemeente Borger-Odoorn en gemeente Coevorden op het LOS. November 2021 is de gemeente Borger-Odoorn en per 1 januari 2022 is de gemeente Coevorden aangesloten op het LOS. Met deze aansluitingen zijn deze gemeenten ook aangesloten op het DSO en de samenwerkingsfunctionaliteit en zijn ze daarmee technisch gereed voor de omgevingswet. We hebben afspraken gemaakt om zaken en dossiers binnen hetzelfde systeem te verwerken, waardoor barrières voor informatie-uitwisseling zijn geminimaliseerd. Door de (gemeente specifieke) VTHprocessen samen te standaardiseren en te harmoniseren geven we concrete invulling aan datgene dat nodig is om goede uitvoering te geven aan de nieuwe omgevingswet. Risicogericht werken Er is gestart met het inventariseren van bestaande risico inschattingen binnen de processen van vergunningverlening en meldingen. Daarbij is ook gekeken bij andere omgevingsdiensten, er zijn goede voorbeelden beschikbaar.
Komende periode vertalen we deze naar een RUD-eigen aanpak. Naar verwachting kunnen we de eerste stappen zetten in de programmering van 2022. De werkgroep Uniform Uitvoerings- en Handhavingsstrategie is gestart en wij nemen deel om milieukundige expertise te leveren bij het opstellen van deze regionale strategie.
27
Jaarrapportage 2021
Risicogericht Toezicht In 2021 hebben we de risicomatrix gemonitord en verbreding van het RGT naar alle activiteiten op gebied van toezicht is gestart. Daarmee werken we toe naar een integrale risicomatrix voor toezicht op ‘groen’ en ‘grijs’. Evaluatie GR RUD Drenthe Bij de oprichting van de RUD Drenthe in 2013 is afgesproken dat de doeltreffendheid en doelmatigheid van de gemeenschappelijke regeling na vijf jaar wordt geëvalueerd. Het evaluatieonderzoek startte medio 2020. De centrale vraag van de evaluatie was in hoeverre de RUD Drenthe voldoende solide en toekomstbestendig is op het gebied van organisatie, uitvoering, te leveren kwaliteit en financiering. Alle bevindingen zijn verwerkt in een rapportage die eind mei is besproken in het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur heeft de conclusies van de evaluatie onderschreven en de aanbevelingen overgenomen. De evaluatie laat een realistisch beeld zien van waar de RUD Drenthe (en de deelnemers) nu staat. Afgelopen jaren heeft de RUD Drenthe stappen vooruit gezet, maar tegelijkertijd zijn er ook duidelijk verbeterpunten zichtbaar. Daarbij is het vooral nodig om te investeren in de samenwerkingscultuur (zowel tussen de deelnemers onderling als tussen de deelnemers en de RUD Drenthe) en blijkt dat ook de deelnemers in eigen huis nog een aantal slagen te maken hebben.
De evaluatie heeft 10 aanbevelingen opgeleverd waar een ambtelijke kerngroep en een (bestuurlijke) klankbordgroep voortvarend mee aan de slag zijn gegaan. In het derde en vierde kwartaal lag de nadruk op het herijken van de kentallen van de Drentse Maat. Het jaarprogramma 2022 is hierdoor gebaseerd op nieuwe (landelijke) kentallen. Daarnaast is veel tijd besteed aan het opstellen van de uniforme uitvoerings- en handhavingstrategie (U & H strategie). Ook met de overige aanbevelingen is een start gemaakt. De belangrijke oproep om van tegenspraak tot samenspraak te komen vormt de rode draad in het proces. Het gaat om de aanbevelingen over rolneming en slagkracht van het bestuur en ambtelijke overleggen, maatregelen bij de deelnemers, het transparant rapporteren, focus aanbrengen in de ontwikkelopgave, persoonlijk contact en samenspraak. Alle aanbevelingen hebben aandacht en worden verder verdiept. Op zichtbare quick wins wordt direct actie gepleegd. We merken ook dat het doormaken van groei tijd kost. De inzet blijft om verbeteringen door te voeren in de samenwerking en de effectiviteit van de organisatie verder te vergroten. Afgelopen periode zijn belangrijke stappen gezet door de versterkte samenwerking. Klachten RUD Drenthe (Awb) Overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dienen wij jaarlijks de in hoofdstuk 9 bedoelde klachten te publiceren.
Het gaat niet over klachten die worden bedoeld als meldingen van milieuhinder maar over het optreden en de bejegening van mensen door de RUD Drenthe. Voor deze klachten bestaat een Klachtenreglement, dat onder meer voorschrijft dat het dagelijks bestuur jaarlijks rapporteert over klachten aan het algemeen bestuur en aan onze deelnemers. Doorgaans worden de klachten afgehandeld op het niveau van teamleider. Er zijn dit jaar 8 zaken door ons in behandeling genomen, waarvan 1 nog loopt. Deze zaak is aangehouden vanwege gevraagd advies aan de directe toezichthouder. Van de 7 afgeronde zaken hebben 2 zaken tot een formeel besluit geleid. Deze klachten zijn als ongegrond beoordeeld. De andere klachten zijn op een informele wijze afgerond. Wel zijn de leerpunten die hieruit voort zijn gekomen opgepakt en met betrokken werknemers besproken. Die leerpunten zijn: 1. voorkomen van een te lange tijd tussen constatering overtreding en uitdoen brief. 2. Betrokkenen informeren over langere doorlooptijden. 3. Niet doorverwijzen naar andere collega als specifiek om teamleider wordt gevraagd. 4. Aandacht voor onderlinge afstemming strafrecht en bestuursrecht.
Daarnaast willen we intern bezig met het maken van een werkproces klachtenafhandeling, standaardbrieven, een standaardopzet maken voor (tussentijdse) jaarverslag, de huidige wijze van registratie en archivering verbeteren en onderzoeken of het huidige Reglement nog voldoet en waar nodig aanpassen. 28
Jaarrapportage 2021
BIJLAGE 1. Realisatie Jaarprogramma 2021 Uren
Product Realisatie
% t.o.v. JP2021
JP2021
101 Omgevingsvergunning Milieu - Oprichtingsvergunning 102 Omgevingsvergunning Milieu - Revisievergunning 103 Omgevingsvergunning Milieu - Milieuneutrale wijziging 104 Omgevingsvergunning Milieu - Veranderen 105 Omgevingsvergunning Milieu - OBM 106 Omgevingsvergunning Milieu - Actualiseren
1.741 4.143 2.530 2.072 816 2.479
1.635 6.609 832 3.756 454 524
107% 63% 304% 55% 180% 473%
107 Maatwerkvoorschrift Milieu 108 Vooroverleg milieu
746 2.470
2.464 3.074
30% 80%
109 Besluit Gelijkwaardigheid Activiteitenbesluit 110 Intrekken van een vergunning 111 Meldingen milieu 112 Melding niet inrichting gebonden 113 Ontheffing verboden 114 Informatieverstrekking bedrijfsactiviteit en milieu
6 157 7.020 78 106 1.591
4 366 10.486 47 62 654
158% 43% 67% 166% 169% 243%
9
41
22%
Totaal Vergunningen en meldingen
25.963
31.009
84%
116 Toezicht (RGT+Extra) 120 Klachten 128 Ketentoezicht 27 Beoordelen eMVJ’s
31.483 7.223 797 438
33.872 3.973 2.576 260
93% 182% 31% 168%
400 Asbest
4.605
3.398
136%
Totaal Toezicht en Handhaving
44.545
44.080
101%
121 Meldingen Besluit bodemkwaliteit 122 Melding calamiteit bodem 123 Toezicht bodemaspecten Wm-inrichtingen - tanksaneringen 124 Toezicht Besluit bodemkwaliteit 125 Toezicht niet ernstige gevallen bodemsanering
2.280 30 56 2.378 65
2.058 865 144 1.245 1.035
111% 3% 39% 191% 6%
126 Toezicht gebiedsgericht milieu
1.248
1.687
74%
Totaal Bodem
6.055
7.033
86%
Totaal Drentse Maat
76.563
82.122
93%
115 Advisering Rijksprocedures
29
Jaarrapportage 2021
Adm. Ondersteuning
Realisatie
Adm. Ondersteuning VG
5.026
Adm. Ondersteuning T&H
1.911
Adm. Ondersteuning Bdm.
1.056
Adm. Ondersteuning alg.
5.712
Totaal Adm. Ondersteuning
13.705
Producten Niet-Drentse Maat
% t.o.v. JP2021
JP2021
Realisatie
12.000
114%
% t.o.v. JP2020
JP2021
200-Bodem
26.350
27.698
95%
300-Geluid, lucht en externe veiligheid
5.970
8.031
74%
500-Juridische ondersteuning
1.138
1.872
61%
600-Milieuspecialistische taken
7.482
6.938
108%
700-Projecten
1.297
2.235
58%
801-Vergunning ontbranden/melden vuurwerk
519
1.059
49%
901-Ontheffing TUG
139
300
46%
1001-Toezicht ontbranding vuurwerk
0
550
0%
1101-Toezicht TUG
0
83
0%
1300-Extra werk BG
771
1.020
76%
43.666
49.787
88%
Totaal NDM
30
Jaarrapportage 2021
BIJLAGE 2. PROTOCOL LFG Het protocol LFG schept duidelijkheid voor zowel adviseur als ook voor gemeente en niet onbelangrijk de gehinderde. Verwachtingsmanagement is hier een belangrijk onderdeel van. Het uitgangspunt van het protocol is het op milieutechnisch gebied ondersteunen van LFG- klachten en niet zozeer meer het willen oplossen van een klacht.
31
Jaarrapportage 2021
BIJLAGE 3. BODEMENERGIESYSTEMEN Gemeente
Aa en Hunze Assen Borger-Odoorn Coevorden De Wolden Emmen Hoogeveen Meppel Midden-Drenthe Noordenveld Tynaarlo Westerveld Totaal
Aantal Aantal Aantal Aantal Meldingen systemen Meldingen systemen 2021 2021 2020 2020 9 30 5 5 3 3 4 78 8 29 5 13 4 4 5 5 7 7 10 10 15 25 17 30 4 4 4 4 4 19 8 15 7 7 15 15 13 24 17 79 17 17 25 25 17 28 23 23 108 197 138 302
Het aantal meldingen en aanleg bodemenergiesystemen in 2021 ten opzichte van 2020
32
Jaarrekening 2021 Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe Voor een schoon en veilig Drenthe
SAMENVATTING In deze samenvatting van de jaarrekening wordt in het kort een overzicht gegeven van de financiën over 2021. Voor meer informatie verwijzen wij u graag naar de inhoud van de jaarstukken. De inhoudsopgave biedt houvast waar u welke onderdelen kan terugvinden.
Onze financiën REALISATIE RUD DRENTHE 2021 IN ÉÉN OOGOPSLAG X € 1000 begroting 2021 na wijziging
vóór mutaties reserves
Realisatie 2020
begroting 2021 voor wijziging
13.578
13.958
14.058
14.058
Project Ontwikkelprogramma
592
0
92
93
Projecten
746
500
500
1.287
Leges
156
223
223
190
Overige baten
0
0
0
56
TOTAAL BATEN
15.072
14.681
14.873
15.684
Loonsom en inhuur
10.676
10.706
10.806
10.866
Frictiekosten
117
0
55
28
Reis-, opleidings- en algemene personeelskosten
466
742
772
478
2.319
2.276
2.276
2.374
Projectkosten LOS
90
150
150
150
Projectkosten Ontwikkelprogramma
592
0
290
205
Projecten
746
500
500
1.287
Leges
109
173
173
134
Incidentele lasten
38
0
0
0
Onvoorzien
0
125
0
0
15.154 -82
14.672 8
-82
8
15.022 -150 158 8
15.523 161 112 273
Deelnemersbijdragen
Bedrijfsvoeringskosten
TOTAAL LASTEN RESULTAAT vóór mutatie reserves Ontrekking uit reserve RESULTAAT
Realisatie 2021
Het begrotingsjaar 2021 hebben we afgesloten met een positief resultaat van € 273.213. Dit positieve resultaat is met name ontstaan door minder projectkosten voor ons zaaksysteem LOS door het beheer hiervan anders te organiseren. Bovendien door meer inkomsten uit o.a. meerwerk. En ook minder reiskosten, minder frictiekosten, en minder opleidingskosten dan geraamd. En door het ontwikkelprogramma deels te financieren uit de bestemmingsreserve. We sluiten het jaar € 264.728 hoger af dan het begrote resultaat na begrotingswijziging. Het algemeen bestuur heeft besloten om het resultaat toe te voegen aan de algemene reserve. Als zich gedurende het jaar (productie) knelpunten voordoen kan hiervoor de reserve worden aangesproken.
2
De reguliere deelnemersbijdragen zijn conform de in december 2021 vastgestelde administratieve begrotingswijziging en gebaseerd op het jaarprogramma 2021. De in november 2020 vastgestelde nieuwe verrekensystematiek leidt tot een herverdeling van de deelnemersbijdrage tussen de deelnemers. Uitgangspunt voor verrekening en herverdeling van de deelnemersbijdrage is de productie ten opzichte van het jaarprogramma 2021. In die herverdeling van deelnemersbijdragen wordt daarmee de onderproductie verwerkt in de verrekening. De onderproductie is met name ontstaan door een hoger ziekteverzuim (+3,49%) en het niet kunnen invullen van specialistische functies. Hierdoor zijn meer kosten gemaakt voor inhuur, verzuimbegeleiding en het werven en inwerken van nieuwe (soms nog bij te scholen) medewerkers. Het Ontwikkelprogramma is op budgettair neutrale wijze opgenomen in deze exploitatie. Er is voor een bedrag van € 112.020 een beroep gedaan op de aanwezige bestemmingsreserve van € 157.906. De post ‘overige baten’ van € 55.670 betreft de doorberekende kosten voor de werkzaamheden van de beheerfase van het LOS en licentiekosten voor de gemeenten Borger-Odoorn en Coevorden. Aan de lastenkant wijken meerdere posten af van de begroting. Zo zijn de gerealiseerde personeelslasten € 261.063 lager dan begroot.
De extra kosten voor de thuiswerkfaciliteit van € 67.197 worden ruimschoots gecompenseerd door lagere reiskosten, opleidingskosten en algemene kosten. De bedrijfsvoeringskosten zijn hoger dan begroot. De voornaamste oorzaken hiervan zijn de hogere incidentele kosten voor de Packagedeal en hogere licentiekosten voor het zaaksysteem/LOS door een verschuiving van het verhoudingspercentage in de verdeling van deze kosten met de ODG. Daar staan hogere ‘overige baten’ aan de opbrengstenkant tegenover.
3
1 Inhoud 1
Inhoud .................................................................................................................................. 4 1.1
WAT HEEFT HET GEKOST? ....................................................................................................... 6 1.1.1 HET OVERZICHT VAN ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN EN HEFFING VENNOOTSCHAPSBELASTING ..................................................................................................... 6 1.1.2
2
DE VERPLICHTE PARAGRAFEN................................................................................................ 8 2.1
LEGES / LOKALE HEFFINGEN .................................................................................................... 8
2.2
WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ................................................................. 8
2.3
2.4
3
HET GEBRUIK VAN HET GERAAMDE BEDRAG VOOR ONVOORZIEN ............................ 7
2.2.1
WEERSTANDSCAPACITEIT............................................................................................ 8
2.2.2
RISICO’S ....................................................................................................................... 9
DE FINANCIËLE KENGETALLEN............................................................................................... 13 2.3.1
NETTO SCHULDQUOTE .............................................................................................. 13
2.3.2
SOLVABILITEITSRATIO................................................................................................ 13
2.3.3
STRUCTURELE EXPLOITATIERUIMTE.......................................................................... 13
2.3.4
ALGEHEEL OORDEEL .................................................................................................. 14
FINANCIERING / TREASURY ................................................................................................... 14 2.4.1
UITGANGSPUNTEN RISICOBEHEER ............................................................................ 14
2.4.2
RENTEVISIE ................................................................................................................ 14
2.4.3
GELDLENINGEN.......................................................................................................... 14
2.4.4
KASGELDLIMIET ......................................................................................................... 14
2.4.5
RENTERISICONORM ................................................................................................... 15
DE FINANCIËLE JAARREKENING............................................................................................ 16 3.1
3.2
GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING .......................................... 16 3.1.1
ALGEMENE GRONDSLAGEN VOOR HET OPSTELLEN VAN DE JAARREKENING .......... 16
3.1.2
VASTE ACTIVA ............................................................................................................ 16
3.1.3
VLOTTENDE ACTIVA ................................................................................................... 17
3.1.4
VLOTTENDE PASSIVA ................................................................................................. 17
3.1.5
GRONDSLAGEN VOOR BEPALING VAN HET RESULTAAT ........................................... 18
OVERZICHT BATEN EN LASTEN IN DE JAARREKENING........................................................... 19 3.2.1 ANALYSE OP HOOFDLIJNEN: MAXIMALE REALISATIE VAN HET UITVOERINGSPROGRAMMA, MAXIMALE FOCUS OP PRODUCTIE. .......................................... 19
3.3
4
TOELICHTING BATEN ............................................................................................................. 20
3.4
4
5
3.3.1
DEELNEMERSBIJDRAGEN ........................................................................................... 20
3.3.2
LEGES ......................................................................................................................... 20
3.3.3
PROJECTEN EN MEERWERK ....................................................................................... 21
TOELICHTING LASTEN ............................................................................................................ 22 3.4.1
PERSONEELSLASTEN .................................................................................................. 22
3.4.2
BEDRIJFSVOERINGSKOSTEN ...................................................................................... 23
3.4.3
LEGESKOSTEN ............................................................................................................ 25
3.4.4
PROJECTKOSTEN LOS ................................................................................................. 25
3.4.5
PROJECTKOSTEN ........................................................................................................ 25
3.4.6
PROJECTKOSTEN ONTWIKKELPROGRAMMA ............................................................ 26
3.4.7
ONVOORZIEN............................................................................................................. 26
3.4.8
ANALYSE BEGROTINGSRECHTMATIGHEID ................................................................ 26
3.5
ONZE BALANS ........................................................................................................................ 27
3.6
TOELICHTING OP DE BALANS ................................................................................................ 28 3.6.1
VASTE ACTIVA ............................................................................................................ 28
3.6.2
VLOTTENDE ACTIVA ................................................................................................... 28
3.6.3
VASTE PASSIVA .......................................................................................................... 30
3.6.4
VLOTTENDE PASSIVA ................................................................................................. 31
3.6.5
NIET UIT BALANS BLIJKENDE BELANGRIJKE FINANCIËLE VERPLICHTINGEN .............. 33
BIJLAGEN ............................................................................................................................ 35 4.1
BIJLAGE A: BIJDRAGE PER DEELNEMER IN 2021.................................................................... 36
4.2
BIJLAGE B: WNT-VERANTWOORDING 2021 RUD DRENTHE ................................................. 37
4.3
BIJLAGE C: DETAILLERING BODEMSANERINGSPROJECTEN ................................................... 39
4.4
BIJLAGE D: CONTROLEVERKLARING ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT ................................. 40
1.1 WAT HEEFT HET GEKOST? Het BBV vereist dat de verantwoording in verschillende programma’s wordt weergegeven. Wij kennen als belangrijkste programma het programma Milieu. Sinds de begrotingswijziging 2018 is ervoor gekozen om een apart programma voor Milieu – projecten op te nemen. Zo kan beter onderscheid gemaakt worden tussen de reguliere taken (Drentse Maat en Niet-Drentse Maat) die wij voor de deelnemers uitvoeren en de apart gefinancierde projecten. Volgens het BBV dienen de algemene dekkingsmiddelen, de heffing VPB en het bedrag voor onvoorzien apart in het programmaplan uiteengezet te worden. Daarnaast worden de kosten van de overhead in een apart programma getoond en dienen de kosten van de andere programma’s exclusief overheadkosten getoond te worden. Onderstaande tabel geeft de begrote en gerealiseerde baten en lasten over 2021. Tabel 1: De begrote en gerealiseerde baten en lasten over 2021
13.957.735 723.000 n.v.t. 14.680.735 9.810.000 673.000 n.v.t. 4.064.250 n.v.t. n.v.t. 125.000 14.672.250
Raming begrotingsjaar (na wijziging) 14.057.863 723.000 92.000 14.872.863 9.898.128 673.000 290.000 4.161.250 n.v.t. n.v.t. 0 15.022.378
Saldo van baten en lasten vóór mutatie reserves
8.485
-149.516
161.193
310.709
Toevoeging en ontrekking reserves
0 0 0 8.485
158.000 0 158.000 8.484
112.020 0 112.020 273.213
45.980 0 45.980 264.729
Raming begrotingsjaar Programma Milieu regulier Programma Milieu projecten & leges Programma Organisatieontwikkeling Baten Totaal Programma Milieu regulier Programma Milieu projecten & leges Programma Organisatieontwikkeling Overhead Algemene dekkingsmiddelen Heffing VPB Bedrag onvoorzien Lasten Totaal
Toevoeging reserves Ontrekkingen vanuit reserves
Saldo van baten en lasten na mutatie reserves
Realisatie 2021
Afwijking
14.113.533 1.477.493 93.181 15.684.207 9.646.452 1.421.767 205.201 4.249.594 n.v.t. n.v.t. 0 15.523.013
55.670 754.493 1.181 811.344 251.676 -748.767 84.799 -88.344 n.v.t. n.v.t. 0 -500.635
Het totaal van de programma’s is in 2021 afgesloten met € 15.684.207 aan baten en € 15.523.013 aan lasten. Op de begrote dekking uit de reserves van het Ontwikkelprogramma van € 157.906 is door de lagere besteding in het programma € 45.980 minder beroep gedaan. We komen voor 2021 uiteindelijk uit op een positief resultaat van € 273.213.
1.1.1 HET OVERZICHT VAN ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN EN HEFFING VENNOOTSCHAPSBELASTING De algemene dekkingsmiddelen zijn inkomsten waarvoor geen bestedingsdoel is bepaald. Omdat onze organisatie enkel specifieke dekkingsmiddelen kent, is deze post niet van toepassing op ons. Het BBV schrijft ook voor dat de heffing vennootschapsbelasting wordt uiteengezet in een separate post. Deze post is niet van toepassing op onze organisatie. Vennootschapsbelasting dient namelijk te worden afgedragen door een overheidsonderneming bij activiteiten die voor de Vpb gelden als
6
onderneming en waarop geen objectvrijstellingen van toepassingen zijn. Ons uitgangspunt is dat, omdat de activiteiten van ons kwalificeren als onderneming, wij in principe enkel die activiteiten ondernemen waarvoor sprake is van objectvrijstelling.
1.1.2 HET GEBRUIK VAN HET GERAAMDE BEDRAG VOOR ONVOORZIEN In de begroting is een post voor onvoorziene uitgaven opgenomen met een hoogte van € 125.000-. In 2021 zijn deze kosten ingezet ter dekking van de gemaakte frictiekosten, de thuiswerkfaciliteit en het ontwikkelprogramma. Tabel 2: het gebruik van de post onvoorziene uitgaven
Onvoorzien
7
Raming Raming begrotingsjaar begrotingsjaar na voor wijziging wijziging 125.000 -
Realisatie begrotingsjaar
Afwijking -
-
2 DE VERPLICHTE PARAGRAFEN Het BBV vereist verschillende paragrafen. Drie daarvan zijn niet van toepassing op onze organisatie en worden daarom niet uitgewerkt: • Grondbeleid is niet van toepassing omdat we geen eigen grond bezitten • Verbonden partijen is niet van toepassing op ons omdat wij geen verbonden partijen hebben. • Onderhoud kapitaalgoederen is niet van toepassing omdat wij geen kapitaalgoederen hebben die onderhoud vragen.
2.1 LEGES / LOKALE HEFFINGEN In ons beleid hebben wij geen lokale heffingen. Voor de provincie Drenthe zijn wij wel gemandateerd om de heffingen van de leges uit te voeren. Dit betreft leges voor de luchtvaart en de Wabo. De inning van de leges is gebaseerd op de Legesverordening van de provincie. In 2021 resteerde hiervan € 55.727 als vergoeding voor de (administratieve, in de loonkosten verantwoorde) ondersteuning die wij hiervoor inzetten. De realisatie van de legesopbrengsten en -kosten is aanzienlijk lager dan de begroting. Dit is het gevolg van minder en lagere bouwaanvragen dan verwacht. Tabel 3: Raming en realisatie van de legeskosten en -opbrengsten
Legesopbrengsten Legeskosten Saldo van baten en lasten
Raming begrotingsjaar na wijziging 223.000 173.000
Realisatie begrotingsjaar 190.037 134.310
50.000
55.727
Afwijking -32.963 38.690 5.727
2.2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING 2.2.1 WEERSTANDSCAPACITEIT Bij het weerstandsvermogen gaat het om de mate waarin wij in staat zijn middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid veranderd moet worden. Een buffer is daarom wenselijk. Bij het weerstandsvermogen gaat het dus om de robuustheid van de begroting enerzijds en de omvang van het eigen vermogen dat als buffer beschikbaar is anderzijds. De kosten die niet uit andere inkomsten kunnen worden gedekt, komen ten laste van de deelnemende organisaties. Dat impliceert dat de financiële gevolgen van risico’s, die niet binnen onze begroting kunnen worden opgevangen, uiteindelijk ten laste van de deelnemende organisaties zullen worden gebracht. Deze bepaling zou tot de opvatting kunnen leiden, dat het voor ons niet nodig is om over weerstandscapaciteit te beschikken. Daartegenover staan de volgende argumenten: ▪
8
De RUD Drenthe is een zelfstandige rechtspersoon met eigen bevoegdheden en verantwoordelijkheden.
▪
Het is onwerkbaar voor ons (en voor de deelnemende provincie en gemeenten) als wij ons voor iedere tegenvaller tot de deelnemers moeten wenden, met het verzoek om een (incidentele of structurele) verhoging van de bijdrage. Door de deelnemers is expliciet uitgesproken dat het niet wenselijk is als iedere gemeenschappelijke regeling een groot eigen vermogen opbouwt. Derhalve is de relatie tussen risico’s en weerstandsvermogen een onderwerp wat steeds de aandacht houdt van zowel de RUD Drenthe als van de deelnemers. Ultimo 2021 bedraagt het totaal eigen vermogen van € 334.546 met een Algemene reserve van € 288.660. Hierbij is ervan uitgegaan dat het positieve exploitatieresultaat over 2021 van € 273.213 bij de resultaatbestemming wordt toegevoegd aan de Algemene Reserve. Tezamen met de post onvoorzien in de begroting 2022 (€ 125.000) komt de weerstandscapaciteit uit op € 413.660. Op basis van het hieronder uiteengezette actueel benodigde weerstandsvermogen van € 459.200 is de ratio tussen aanwezige en benodigde weerstandsvermogen 0,9 en wordt daarmee beoordeeld als ‘matig’. De conclusie wordt in het hier onderstaande overzicht weergegeven. Tabel 4:De conclusie van het weerstandsvermogen
2.2.2 RISICO’S De omvang van ons weerstandsvermogen is gerelateerd aan de risico’s die de organisatie loopt. Deze risico’s zijn in kaart gebracht en ook financieel vertaald. Hierbij is rekening gehouden met reeds getroffen maatregelen, zoals verzekeringen. Een aantal van onze (financiële) risico's worden in onderstaande tabel vermeld. In het model zijn risicobeoordeling en -kwantificering gehanteerd, zoals aanbevolen door het Ministerie van BZK. Deze risico's geven inzicht in het benodigde weerstandsvermogen (zie onderstaande tabel). Hierbij worden kleinere risico's geacht onderdeel te zijn van de reguliere bedrijfsvoering. De vermenigvuldiging met de wegingsfactoren impact en frequentie geeft het bedrag aan dat beschikbaar moet zijn als
9
weerstandsvermogen om de risico’s te kunnen opvangen. In de begroting 2021 waren de volgende financiële risico’s benoemd.
2.2.2.1
Risicoprofiel 2021
no categorie 1 personeel 2 3 Totaal
omschrijving ziekte verzuim
effect productieverlies
benodigde impact frequentie weerstands-capaciteit € 175.000 3 5 € 175.000 € € € € € 175.000 financieel
Tabel 5: Het risicoprofiel 2021
De uiteindelijke effecten behorend bij de benoemde risico’s worden hier puntsgewijs behandeld. De werkelijke kosten van het risicoprofiel zijn in het rekeningresultaat 2021 verwerkt. • Ziekteverzuim In 2021 is het ziekteverzuim inderdaad hoger geweest dan begroot (9,49 % gemiddelde realisatie t.o.v. 6% begroot). In het risicoprofiel voor 2021 was rekening gehouden met risico van 2% extra verzuim. Dit is in werkelijkheid 3,49% geworden. Hierdoor is er extra ingehuurd om de zieke medewerkers te vervangen.
10
2.2.2.2
Actuele risico’s
In 2022 zijn de volgende risico’s uit het risicoprofiel van toepassing. Tabel 6: Het risicoprofiel over 2022
• Ziekteverzuim In 2021 was het gemiddelde ziekteverzuim 9,49%. Bij de berekening van de productieve uren voor het jaarprogramma 2022 zijn we uitgegaan van een ziekteverzuimpercentage van 6%. Indien het ziekteverzuim in 2022 op hetzelfde niveau uitkomt als in 2021 is het in deze tabel op te nemen risico nog 3,49 procent. • Digitaal werken De deelnemers dienen alle informatie behorende bij de afhandeling van een zaak digitaal ons aan te leveren en in het juiste format. Helaas blijkt dat de medewerkers nog steeds de fysieke dossiers moeten raadplegen (of niet op de juiste manier aangeleverd krijgen) en dit kost meer tijd dan het uitgangspunt bij het uitvoeringsprogramma. Het is reëel dat de medewerkers dit de komende periode ook moeten blijven doen, in ieder geval tot 1 juli 2022. Vanaf deze datum wordt namelijk door alle deelnemers via een nieuwe aanleverstandaard gewerkt. Tot die tijd hebben we een extra medewerker die dit intern coördineert. Hiervoor wordt is een loonsom van 0,5 FTE opgenomen.
11
• Bodeminformatiesysteem Wat betreft de bodeminformatievoorziening blijft in 2022 sprake van een duidelijk productieverlies ten opzichte van een situatie met een volledig en betrouwbaar bodeminformatiesysteem, ingebed in een verbeterd, effectief werkende bodeminformatievoorziening. Tevens is er door de gebrekkigheid en onvolledigheid van het bodeminformatiesysteem kans op het geven van foutieve informatie aan derden en het foutief baseren op beschikbare bodeminformatie bij advisering of bijvoorbeeld vergunningverlening of toezicht. Inmiddels tekent zich het beeld af dat alle deelnemers gaan voor 1 BIS, wat een grote efficiencywinst oplevert. We gaan ervan uit dat de jaarlijkse beheerskosten gedragen worden door de deelnemers. De inzet van onze eigen medewerkers is ingeschat op 1 fte. • Werven nieuw personeel In 2021 was sprake van een relatief groot verloop. Met name bij specialistische functies is er sprake van krapte op de arbeidsmarkt en voorzien wij productieverlies of extra kosten in verband met duurdere inhuur. Daarnaast is er extra capaciteit op de afdeling HRM nodig om deze vacatures weer in te vullen. Wij gaan ervan uit dat deze situatie in ieder geval ook nog voor een deel zal doorwerken in 2022. Voor het productieverlies en de extra HRM-adviseur is 1,5 fte opgenomen.
• Invoering Omgevingswet per 1 oktober 2022 of later Uitgevoerde onderzoeken door andere omgevingsdiensten laten zien dat de Omgevingswet een verzwarende impact heeft. Onduidelijk is in welke mate extra inspanningen, gewijzigde werkprocessen en/of beleidsmatige keuzes leiden tot extra kosten. Om die effecten in beeld te krijgen is eind 2021 een onderzoek ingesteld, door Omgevingsdienst NL (vereniging van omgevingsdiensten). De resultaten hiervan worden in het 2e kwartaal 2022 verwacht. Vanwege deze reden is een PM post opgenomen.
12
2.3 DE FINANCIËLE KENGETALLEN In onderstaand overzicht staan kengetallen uiteengezet die op onze organisatie van toepassing zijn. Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele ex[ploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Jaarrekening 2020 -1,7%
Begroting 2021 -0,2%
Jaarrekening 2021 -2,1%
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
1,9% 0,1% n.v.t. n.v.t.
0,8% 1,9% n.v.t. n.v.t.
6,0% 2,3% n.v.t. n.v.t.
Tabel 7: Overzicht van de financiële kengetallen
Hieronder volgt een korte toelichting per kengetal.
2.3.1 NETTO SCHULDQUOTE Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. We hebben geen leningen waardoor de schuldpositie alleen bestaat uit kortlopende verplichtingen. Daarom hanteren wij een norm van 0% of lager. Om aan de norm te voldoen moeten de eigen middelen hoger zijn dan de schuldpositie. In afwijkende gevallen, bijvoorbeeld een grote investering waar geld voor aangetrokken wordt, stijgt het kengetal boven de 0%. Voor 2021 is het kengetal -2,1% en voldoet daarmee aan de gestelde norm.
2.3.2 SOLVABILITEITSRATIO Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. Het betreft het aandeel van het eigen vermogen in het totale vermogen. De VNG geeft aan dat bij een ratio lager dan 20% de organisatie zich op glad ijs bevindt, de norm voor de RUD Drenthe is daarom minimaal 20%. Onze solvabiliteitsratio bedraagt 6,0%. Het kengetal valt lager uit omdat met voorschotten van de deelnemers wordt gewerkt. De voorschotten leiden tot een hoger kortlopend vreemd vermogen en hebben daarmee een negatief effect op de ratio maar zorgen niet voor een slechte financiële weerbaarheid. Immers, die voorschotten worden in het nieuwe boekjaar besteed aan de taken waarvoor wij dit geld hebben ontvangen.
2.3.3 STRUCTURELE EXPLOITATIERUIMTE Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte wij hebben om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. De norm voor onze organisatie is 0% of hoger. Ultimo 2021 is de structurele exploitatieruimte 2,3%. Dit is boven nul en de dekking is toereikend.
13
2.3.4 ALGEHEEL OORDEEL Het BBV schrijft voor een beoordeling te geven van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. De drie geldende kengetallen voor onze organisatie geven een redelijk beeld. Het gerealiseerde positieve exploitatieresultaat over 2021 heeft duidelijk zijn positieve weerslag op de kengetallen. Daarmee kan gezegd worden dat er ultimo 2021 sprake is van een zodanige financiële positie dat wij bij het voordoen één van de benoemde risico’s en bij ongewijzigd beleid weer in staat zijn om aan onze financiële verplichtingen (weerbaarheid) te voldoen.
2.4 FINANCIERING / TREASURY De randvoorwaarden waarbinnen de treasury zich kan en mag bewegen worden geformuleerd in het Treasurystatuut. Uiteraard valt dit binnen het wettelijke kader zoals gesteld door de Wet Fido. In deze paragraaf worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de renterisiconorm, de verwachte toe- of afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van de treasury.
2.4.1 UITGANGSPUNTEN RISICOBEHEER Het beheersen en vermijden van risico's staat in het treasurybeleid voorop. In dit verband is het risicomanagement gericht op het inzichtelijk maken van toekomstige risico's en deze te beheersen, te verminderen en te spreiden. De treasuryfunctie zal nadrukkelijk geen bankachtige activiteiten ontplooien, met het oogpunt om geld te verdienen. Onze treasuryfunctie dient tot: 1. het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; 2. het beschermen van vermogens- en (rente)resultaten tegen ongewenste financiële risico's zoals renterisico's, koersrisico's, liquiditeitsrisico's en kredietrisico's; 3. het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; 4. het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van dit statuut.
2.4.2 RENTEVISIE Gezien de geringe invloed van de renteontwikkeling op onze begroting is geen lange termijn rentevisie opgenomen.
2.4.3 GELDLENINGEN Wij betalen het overgrote deel van onze werkzaamheden uit de voorschotbetalingen van de bevoegde gezagen. De verwachting is dat deze voldoende zijn om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. We hebben in 2021 geen geldleningen hoeven aangaan.
2.4.4 KASGELDLIMIET De kasgeldlimiet stelt dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van een decentrale overheid (ofwel openbaar lichaam) in een bepaald kwartaal niet hoger mag zijn dan een wettelijk bepaald percentage van het begrotingstotaal. Volgens artikel 3, lid 2, van de Wet Fido bedraagt de kasgeldlimiet van gemeenschappelijke regelingen minimaal € 300.000. Bij de BNG houden wij een kasgeldlimiet van € 250.000 aan. We hebben het bedrag van de kasgeldlimiet niet overschreden.
14
2.4.5 RENTERISICONORM Ter beperking van het renterisico op vaste schuld is er een renterisiconorm vastgesteld. De renterisiconorm schrijft voor welk deel van de lange termijn leningen (> 1 jaar) maximaal vernieuwd mag worden in een begrotingsjaar. Voor gemeenschappelijke regelingen zoals de RUD Drenthe is dit vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Het renterisico op de vaste schuld in een jaar wordt als volgt berekend: de som van het bedrag aan herfinanciering en het bedrag aan renteherziening op de vaste schuld. In 2021 is geen sprake van herfinanciering omdat er geen leningen zijn aangegaan.
15
3 DE FINANCIËLE JAARREKENING 3.1 GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING 3.1.1 ALGEMENE GRONDSLAGEN VOOR HET OPSTELLEN VAN DE JAARREKENING De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken.
Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten 4 jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden. Om de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat de leiding van onze organisatie over verschillende zaken zich een oordeel vormt, en dat de leiding schattingen maakt die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Inherent aan het maken van schattingen is dat de werkelijke uitkomst kan afwijken. De jaarrekening is opgesteld vanuit de continuïteitsveronderstelling en ingericht conform het Besluit Begroting & Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), inclusief de wijzigingen die daarin met ingang van 2018 voor gemeenschappelijke regelingen van kracht zijn geworden (presentatie overhead). Er zijn in de grondslagen verder geen wijzigingen ten opzichte van voorgaande jaren.
3.1.2 VASTE ACTIVA Materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. Dergelijke afwaarderingen worden teruggenomen als ze niet langer noodzakelijk blijken.
16
De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn in tabel 29 weergegeven. Gronden en terreinen Woonruimten Bedrijfsgebouwen Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 3 jaar
Tabel 8: Overzicht van de gehanteerde afschrijvingstermijnen
Het materieel ten behoeve van het uitvoeren van metingen hebben wij bij de start om niet verkregen van de bevoegde gezagen. Deze bestaan uit meetinstrumenten en diverse kleinere gereedschappen. De waarde en levensduur op dat moment was niet bekend en ook waren deze materialen niet geactiveerd door de bevoegde gezagen, omdat de waarde afzonderlijk onder de activeringsgrens bleef. De vervanging van deze meetinstrumenten en gereedschappen is in onze begroting 2020 en meerjarenbegrotingen onder de onderhoudskosten opgenomen. De ICT/communicatieapparatuur en de inventaris worden door ons gehuurd/geleased van de provincie Drenthe en de gemeente Emmen. De afspraken hieromtrent zijn in een dienstverleningsovereenkomst vastgelegd. Deze apparatuur en inventaris worden niet geactiveerd op de balans. In verband met de COVID-19 pandemie zijn er voor de thuiswerkfaciliteiten van de medewerkers bureaustoelen aangeschaft. Deze bureaustoelen zijn eigendom van de RUD Drenthe en worden in bruikleen gegeven aan de medewerkers. Bij uitdiensttreding worden de stoelen weer ingeleverd. De bureaustoelen zijn door ons geactiveerd op de balans en worden in 3 jaar afgeschreven. De operationele leasing van 2 piketauto’s en 2 algemene bedrijfsauto’s wordt niet als actief in de balans verwerkt.
Wel wordt de omvang van de langjarige verplichtingen die uit hoofde van leasing, huur en anderszins zijn aangegaan vermeld in het onderdeel “Niet in de balans opgenomen verplichtingen” aan het einde van de toelichting op de balansposten.
3.1.3 VLOTTENDE ACTIVA 3.1.3.1
Vorderingen en overlopende activa
De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. 3.1.3.2
Liquide middelen en overlopende posten
Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.
3.1.4 VLOTTENDE PASSIVA De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
17
3.1.5 GRONDSLAGEN VOOR BEPALING VAN HET RESULTAAT 3.1.5.1
Algemeen
De baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn verwezenlijkt. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen, indien zij voor het vaststellen van de jaarrekening bekend zijn geworden. 3.1.5.2
Personeelsbeloningen
Onder personeelslasten zijn begrepen de in het in boekjaar verschuldigde salarissen, sociale lasten, pensioenpremies, inleenkrachten en overige personeelskosten, verminderd met de ontvangen uitkeringen van sociale fondsen. • Periodiek betaalbare beloningen Lonen, salarissen pensioen- en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers. • Nederlandse pensioenregelingen We hebben een pensioenregeling bij Stichting Bedrijfspensioenfonds ABP. Op deze pensioenregeling zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing en worden op verplichte of contractuele basispremies betaald door de instelling. ABP hanteert het middelloon als pensioengevende salarisgrondslag. ABP probeert ieder jaar de pensioenen te verhogen met de gemiddelde stijging van de lonen in de sectoren overheid en onderwijs. Wanneer de beleidsdekkingsgraad (de gemiddelde dekkingsgraad van de laatste 12 maanden) lager is dan 110% vindt er geen indexatie plaats. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.
De beleidsdekkingsgraad van Stichting Bedrijfspensioenfonds ABP bedroeg per 31 december 2021: 102,8% (31 december 2020 87,6%). Verder wordt op balansdatum een voorziening opgenomen voor bestaande additionele verplichtingen ten opzichte van het fonds en de werknemers, indien het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van die verplichtingen een uitstroom van middelen zal plaatsvinden en de omvang van de verplichtingen betrouwbaar kan worden geschat. Het al dan niet bestaan van verplichtingen wordt beoordeeld aan de hand van de uitvoeringsovereenkomst met het fonds, de pensioenovereenkomst met de werknemers en andere (expliciete of impliciete) toezeggingen aan de werknemers. De voorziening wordt gewaardeerd tegen de beste schatting van de contante waarde van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen op balansdatum af te wikkelen.
18
3.2 OVERZICHT BATEN EN LASTEN IN DE JAARREKENING Het overzicht van baten en lasten over het begrotingsjaar 2021 is gebaseerd op ons totale programma. Het BBV vereist dat vanaf 2018 de kosten van de overhead in een apart programma verantwoord moeten worden. Het overzicht van de baten en lasten van de diverse programma’s conform de vereisten van het BBV is opgenomen in paragraaf 1.1. Tabel 9: Het overzicht van onze baten en lasten over 2021
Totale baten Deelnemersbijdragen Inkomsten Ontwikkelprogramma
Raming begrotingsjaar Raming begrotingsjaar voor wijziging na wijziging 14.680.734 14.872.862 13.957.734
14.057.862
Realisatie begrotingsjaar 15.684.206
Afwijking
14.057.862
0
-
92.000
93.181
1.181
Inkomsten leges
223.000
223.000
190.037
-32.963
Inkomsten projecten
500.000
500.000
1.287.456
787.456
Inkomsten overige baten
55.670
55.670
Totale lasten Personeelslasten
14.672.250 11.448.000
15.022.377 11.633.127
15.523.013 11.372.064
-500.636 261.063
Loonsom primair proces
8.721.000
8.427.127
8.107.713
319.414
Loonsom overhead
1.860.500
2.042.000
2.054.458
-12.458
Doorbelastingen en frictiekosten
-500.000
-445.000
-1.417.873
972.873
Inhuur primair proces
410.000
737.000
2.054.119
-1.317.119
Inhuur overhead
214.500
100.000
95.257
4.743
-
30.000
97.197
-67.197
Reiskosten
318.500
318.500
130.006
188.494
Opleidingen
211.750
211.750
87.013
124.737
Algemene kosten
211.750
211.750
164.173
47.577
2.276.250
2.276.250
2.373.990
-97.740
Thuiswerkfaciliteit
Bedrijfsvoeringskosten Materieel (Toolbox)
30.000
30.000
13.933
16.067
1.550.000
1.550.000
1.624.781
-74.781
Huur zaaksysteem/licentie LOS
161.000
161.000
194.080
-33.080
Overige licentie- en ICT kosten
267.000
267.000
256.594
10.406
Overige bedrijfskosten
268.250
268.250
284.603
-16.353
Legeskosten
173.000
173.000
134.310
38.690
Projectkosten LOS
150.000
150.000
149.992
8
Projectkosten
500.000
500.000
1.287.456
-787.456 84.799
Packagedeal gemeente Emmen en provincie Drenthe
Projectkosten Ontwikkelprogramma Onvoorzien Saldo van baten en lasten voor mutatie reserves Toevoeging en ontrekking reserves Toevoeging reserves Ontrekkingen vanuit reserves Saldo van baten en lasten na mutatie reserves
-
290.000
205.201
125.000
-
-
-
8.484
-149.515
161.193
310.708
-
158.000 158.000 8.485