CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Toelichting Bestemmingsplan Erica, Havenstraat 56-58 (gezondheidscentrum) (RIS.10556)

Commissie Wonen en Ruimte 14 februari 2022, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestemmingsplan Erica, Havenstraat 56-58 (gezondheidscentrum) + bijlagen RIS.10556 t/m RIS.1055914.542 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De afstand tussen de omliggende woonfuncties en het nieuwe gezondheidscentrum voldoet aan de voornoemde normafstanden. Er zijn met betrekking tot het aspect geluid (en overige milieuaspecten) geen belemmeringen te verwachten. 4.4.3

Bodem

Het college van burgemeester en wethouders heeft op 5 maart 2013 de Beleidsregel Bodemkwaliteit vastgesteld. Om de kwaliteit te waarborgen, moet grondverzet worden gemeld bij het landelijk meldpunt. Om het verplaatsen van grond te vereenvoudigen, heeft de gemeente Emmen een aantal kaarten ontwikkeld. Deze bodemkwaliteitskaarten zijn als bijlage in de Nota Bodembeheer opgenomen. Aan de hand van deze kaarten is het mogelijk om zonder voorgaand onderzoek grond te ontgraven en toe te passen. Partijen grond en baggerspecie die niet voldoen aan de bodemkwaliteitskaart en de Nota Bodembeheer van de gemeente Emmen mogen alleen worden toegepast als er sprake is van een nuttige toepassing. Is het werk niet ‘nuttig’, dan is er sprake van het zich ontdoen van ‘nuttig’ gebruik. Tijdelijke uitname zijn werkzaamheden waarbij de grond na korte tijd weer teruggebracht wordt. Een voorbeeld is het graven van een sleuf voor kabels en leidingen. In dat geval hoeft de kwaliteit van de te ontgraven bodem niet onderzocht te worden, tenzij er sprake is van (een verdenking van) bodemverontreiniging. 4.4.3.1 Verkennend bodemonderzoek EcoReest uit 2019 In het plangebied is er sprake van het bouwen en gebruiken van een gezondheidscentrum. Omdat in het gebouw voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen (kunnen) verblijven is een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk.

Uitkomsten verkennend bodemonderzoek Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd door onderzoeksbureau EcoReest. Voor de volledige onderzoeksrapportage ‘Verkennend bodemonderzoek, Havenstraat 56 en 58 te Erica, projectnummer 182468’ wordt verwezen naar Bijlage 3.

36

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Havenstraat 56-58 (gezondheidscentrum) (vastgesteld)

Vanuit het uitgevoerde onderzoek zijn de volgende adviezen gegeven door het onderzoeksbureau: Het (nadat de werkplaats buiten gebruik is gesteld) nader vaststellen van de milieu hygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de huidige werkplaats; Hierbij dient tevens de westelijke begrenzing van de restverontreiniging ter plaatse van de bebouwing in beeld te worden gebracht. Het saneren van de, bij het rond 1995 uitgevoerde bodemsanering in de bodem aan de westzijde van de werkplaats achtergebleven restverontreiniging. Het verwijderen van de voormalige ondergrondse mengsmering-tank ten noorden van het huidige garagepand. 4.4.3.2 Verkennend bodemonderzoek Sigma Bouw en Milieu d.d. 10 juli 2020 Door onderzoeksbureau Sigma Bouw en Milieu is vervolgens een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd voor het westelijke deel van het plangebied. Het verkennend bodemonderzoek van Sigma Bouw en Milieu is als Bijlage 4 bij het bestemmingsplan gevoegd. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de onderzochte grond- en grondwatermonsters geen van de onderzochte stoffen boven de toetsingswaarden bevatten. De onderzoeksresultaten stemmen overeen met de gestelde hypothese, de vooraf gestelde hypothese "onverdacht" wordt aanvaard. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er geen beïnvloeding van de bodemkwaliteit heeft plaatsgevonden.

4.4.3.3 Beoordeling gemeente / RudD Door de RUD zijn de uitgevoerde onderzoeken van zowel EcoReest als Sigma Bouw en Milieu beoordeeld. Het adviesdocument van de RUD is als Bijlage 5 bij het bestemmingsplan gevoegd. Op basis van het verkennend bodemonderzoek van EcoReest adviseert de RUD een nader bodemonderzoek uit te voeren naar de omvang van de aangetoonde bodemverontreiniging. Voorafgaand aan de realisatie van de bouwwerkzaamheden moet een bodemsanering worden uitgevoerd. Hiervoor is instemming van het bevoegd gezag (gemeente Emmen) nodig. 4.4.3.4 Aanvullend milieukundig bodemonderzoek Dit nader aanvullend milieukundig bodemonderzoek naar de restverontreiniging aan de Havenstraat 56-58 is door onderzoeksbureau Sigma Bouw en Milieu uitgevoerd. Het bij dit onderzoek behorende rapport is als Bijlage 6 bij het bestemmingsplan gevoegd. Hierna volgen de resultaten van het uitgevoerde aanvullende onderzoek. Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch onverdacht aangemerkt. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de onderzochte grond- en grondwatermonsters geen van de onderzochte stoffen boven de toetsingswaarden bevatten. De onderzoeksresultaten stemmen overeen met de gestelde hypothese, de vooraf gestelde hypothese "onverdacht" wordt aanvaard.

Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er geen beïnvloeding van de bodemkwaliteit heeft plaatsgevonden.

37

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Havenstraat 56-58 (gezondheidscentrum) (vastgesteld)

4.4.3.5 Beoordeling RUD op bodem Op 17 september 2021 is vanuit de RUD Drenthe een beoordeling opgesteld over het aanvullende onderzoek. Dit adviesdocument van de RUD is als Bijlage 7 bij het bestemmingsplan gevoegd. De RUD heeft als volgt geadviseerd. De bodemkwaliteit op de locatie Havenstraat 56-58 te Erica is geschikt voor de geplande realisatie van een gezondheidscentrum. Wel is in de ondergrond van de locatie sprake van een lichte rest-verontreiniging. Daarvoor geldt het volgende: Als het gezondheidscentrum en de terreininrichting gerealiseerd kunnen worden zonder te graven in de restverontreiniging en/of zonder de isolerende voorziening aan te tasten, is hier geen bezwaar tegen en zijn er geen procedures die doorlopen moeten worden. Het heien of boren van funderingspalen wordt niet gezien als een sanerende handeling en kan dus ook zonder bezwaar en zonder procedures worden uitgevoerd. Als er wel handelingen in de restverontreiniging en/of aan de isolerende voorziening worden verricht, dan is sprake van sanerende handelingen in de restverontreiniging behorend tot het in 1996 gesaneerde geval van bodemverontreiniging. De sanering vindt dan plaats onder het regime van de Wet bodembescherming (Wbb) en kan worden uitgevoerd onder de BUS-regeling (Besluit Uniforme Saneringen). Bevoegd gezag Wbb is de gemeente Emmen. 4.4.4

Geluid

Regels ten aanzien van geluidhinder zijn vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). Het doel van de Wet geluidhinder is tweeledig. Enerzijds de bescherming van het milieu en anderzijds de bescherming van de volksgezondheid. Bepalend is steeds de situering van geluidsbronnen ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen. De Wgh gaat uit van zones langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Binnen dergelijke zones zijn nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen alleen toegestaan indien de geluidsbelasting op de buitengevel onder of hoogstens gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde. Ontheffing van de voorkeursgrenswaarde is toegestaan indien maatregelen om de geluidsbelasting op de buitengevels te beperken niet mogelijk zijn of onvoldoende helpen en indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. 4.4.4.1 Wegverkeerslawaai Op basis van de Wet geluidhinder zijn de functies in een gezondheidscentrum niet aan te merken als een geluidsgevoelig objecten, zodat een akoestisch onderzoek in principe niet nodig is ten aanzien van bestaande industrie- en wegverkeerslawaai. Door Geluidmeesters BV is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het bij het onderzoek behorende rapport is als Bijlage 8 bij dit bestemmingsplan gevoegd. Hierna volgen de resultaten van het uitgevoerde onderzoek.

Het bevoegd gezag verlangt in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzicht in de geluidbelasting van het omliggend wegennet. Het gezondheidscentrum is op basis van de Wet geluidhinder geen geluidgevoelig object. Er zijn met betrekking tot wegverkeerslawaai dan ook geen eisen uit de Wet geluidhinder van toepassing. De geluidbelasting bedraagt ten hoogste 58 dB Lden (excl. aftrek artikel 110g Wgh) en 53 dB Lden (incl. aftrek artikel 110g Wgh). Indien aansluiting zou worden gezocht bij de grenswaarden uit de Wet geluidhinder dan is de geluidbelasting slechts 5 dB hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening, en om de gebruikers enige mate van bescherming te bieden tegen geluidoverlast van wegverkeer, adviseren wij de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie gelijk te stellen aan het verschil tussen de geluidbelasting op de uitwendige scheidingsconstructie en de binnengrenswaarde van 33 38

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Havenstraat 56-58 (gezondheidscentrum) (vastgesteld)

dB (eis nieuwbouw Bouwbesluit) of minimaal 38 dB (eis sanering). Dit betekent een benodigde geluidwering van (58-38= of 58-33 =) 20 á 25 dB. De verwachting is dat de nieuwbouw, zonder aanvullende maatregelen, hieraan kan voldoen. 4.4.5

Luchtkwaliteit

Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. De wet is enerzijds bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging. Anderzijds heeft de wet tot doel mogelijkheden te creëren voor ruimtelijke ontwikkeling. Volgens de nieuwe regeling vormt luchtkwaliteit in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van een ruimtelijk project als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIMB) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. 4.4.5.1 Luchtkwaliteit plangebied Projecten die ‘niet in betekende mate’ (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In de AMvB-nibm zijn de criteria vastgelegd om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van nibm. Zo is een project waarbij in totaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg worden gebouwd nog aangemerkt als een Nibm-project.

De realisatie van gezondheidscentrum blijft daarmee ruimschoots onder de drempelnorm. Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is niet nodig. Omdat ook verder geen significante ontwikkelingen rondom het plangebied gepland zijn, zal de concentratie van de NOX en fijnstof niet veranderen. Hierdoor betekent de luchtkwaliteit geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan. 4.5

Verkeer en Vervoer

4.5.1

Aanleiding en doel

Nieuwe functies betekenen meestal ook dat er sprake is of zal zijn van een toename van verkeersbewegingen, alsmede ontstaat er een parkeerbehoefte. Uitgangspunt is dat nieuwe functies geen onevenredige extra hinder veroorzaken voor reeds aanwezige functies in de omgeving. De integrale parkeervisie van de gemeente Emmen geeft aan dat ten aanzien van (nieuwbouw)ontwikkelingen de landelijke richtlijnen van het CROW leidraad is, maar dat daarvan gemotiveerd afgeweken kan worden. De hoogte van de parkeernormen is afhankelijk van een aantal uitgangspunten die door het CROW in de publicatie ASVV 2012 zijn vastgelegd. Het gaat hierbij om de stedelijkheidsgraad, gebiedskenmerken en dubbelgebruik van parkeerplaatsen. Daarnaast is het belangrijk om rekening te houden met de loopafstanden die de verschillende doelgroepen acceptabel vinden. Deze uitgangspunten zijn elders in deze nota al aan de orde gekomen. In het onderstaande overzicht zijn de normen per functie opgenomen. Het gaat hierbij niet om een volledige opsomming van alle mogelijke functies. Voor het totaal van functies wordt verwezen naar de ASVV 2012. Hierbij wordt dan gekozen voor de maximale norm, voor een niet-stedelijke omgeving en rest binnen de bebouwde kom of buiten de bebouwde kom.

39

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Havenstraat 56-58 (gezondheidscentrum) (vastgesteld)

4.5.2

Doorwerking naar het plan

Op het bestaande perceel is een autogaragebedrijf gelegen waarbij het volledige terrein is verhard ten behoeve van het parkeren, bedrijvigheid zoals het uitstallen van auto’s op het perceel. Het bestaande perceel krijgt een nieuwe functie. In het nieuwe gezondheidscentrum worden verschillende functies ondergebracht, zoals een fysiotherapeut, een apotheek en een huisartsenpraktijk.

Het project voorziet in de volgende verdeling van functies met aantal behandelkamers: 8 spreek/behandelkamers voor de huisarts : 8x 3,5 = 28 parkeerplaatsen 4 behandelkamers voor de fysiotherapeut: 3x 2,2 = 7 parkeerplaatsen een apotheek: 4 parkeerplaatsen Volgens de CROW zijn voor het nieuwe gezondheidscentrum gemiddeld 39 parkeerplaatsen vereist. Op het perceel worden achter het gebouw 43 parkeerplaatsen aangelegd. Daarnaast is nog voldoende ruimte aanwezig voor eventueel toekomstige uitbreiding (bijv. ten behoeve van fase 2). Bovenstaande gaat uit van een volledige bezetting van (spreek)behandelkamers. In de praktijk is de bezetting lager (80% regel toepassen) want als de huisarts werkt in spreekkamer 1, kan de arts niet spreekkamer 2 werken. Vorenstaande gaat uit van een bezetting en bezoekersaantal die met auto naar het gezondheidscentrum komen. Overigens is het zeer aannemelijk dat vooral vanuit het dorp Erica ook veel bezoekers op de fiets komen. Het plan voorziet in het realiseren van een fietsenstalling. Het aspect verkeer en parkeren geeft geen belemmering ten aanzien van de planontwikkeling. Onderstaand een weergave van de terreininrichting waaruit blijkt het parkeren en de fietsenstalling.

40

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Havenstraat 56-58 (gezondheidscentrum) (vastgesteld)

4.6

Waterparagraaf

4.6.1

Algemeen

Voor de recente sloop van aanwezige bebouwing was voor het gehele plangebied verharding aanwezig (gebouwen + bestrating), exclusief enkele kleine ondergeschikte groenstroken. Bestaande bebouwing op het perceel bedraagt: 90 + 314 + 193 = 597 m2 aan bebouwing. Het perceel is volledig verhard (2956 m2) met bestrating ten behoeve van parkeren, stalling van auto’s etc. In de bestaande situatie is er 3553 m2 verharding aanwezig. In de nieuwe situatie heeft het gebouw een oppervlakte van 760 m2. Aan de achterzijde van het gebouw wordt 1150 m2 aan verharding ten behoeve van parkeerplaatsen, erfverharding en fietsenstalling gerealiseerd. In de nieuwe situatie is de verharding 1910 m2. In de bestaande situatie is het gehele perceel voorzien van verharding (bebouwing en erfverharding). Per saldo voorziet het plan in een afname van ruim 1600 m2 aan verharding op het perceel. 4.6.2

Nationaal bestuursakkoord Water

In 2003 is het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) gesloten tussen het Rijk, de provincies, de Unie van Waterschappen, het interprovinciaal overleg en de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Met dit akkoord hebben de overheden vastgelegd op welke wijze, met welke middelen en langs welk tijdpad zij gezamenlijk de grote wateropgave voor Nederland in de 21e eeuw willen aanpakken. In 2007 is het NBW geactualiseerd. Nieuwe klimaatscenario's, stedelijke wateropgaven, ruimtelijke doorvertaling, financiering en uitvoering vragen nadere afspraken. Bovendien is het accent in de loop van de jaren verschoven van planvorming naar uitvoering. Het vertrekpunt voor het NBW-actueel is dat als Nederland leeft met water, het water ook meer ruimte moet krijgen. Nederland zal dus moeten investeren in de waterhuishouding. Het akkoord benadrukt de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het op orde krijgen en houden

41

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Havenstraat 56-58 (gezondheidscentrum) (vastgesteld)

van het totale watersysteem. Het geeft aan welke instrumenten worden ingezet om de wateropgave te realiseren, welke taken en verantwoordelijkheden iedere partij daarbij heeft en hoe de partijen elkaar in staat willen stellen hun taken uit te voeren. Het NBW heeft tot doel om in 2015 het watersysteem op orde te hebben en daarna op orde te houden, zodat problemen met wateroverlast, watertekort en waterkwaliteit zoveel mogelijk worden voorkomen. Specifiek betekent dat voor regionale watersystemen dat in 2015 de wateroverlast uit oppervlaktewater door de waterschappen is aangepakt met een adequaat maatregelenpakket, uitgaande van het principe vasthouden, bergen en afvoeren. Daarnaast is voor de waterkwaliteit het NBW-doel om het watersysteem ecologisch en chemisch op orde te hebben en daarna op orde te houden. 4.6.3

Lokaal bestuursakkoord Water

De uitgangspunten van het Nationaal bestuursakkoord Water zijn door het Waterschap Vechtstromen en de gemeente Emmen bekrachtigd in het Lokaal bestuursakkoord Water. In dit akkoord is vastgelegd op welke wijze de wateropgave van het Waterschap Vechtstromen zal worden opgelost en worden verdeeld over de gemeenten. De wateropgave voor het Waterschap Vechtstromen is bepaald op 12.000.000 m3 water. Ongeveer 1.000.000 m3 van deze opgave is de stedelijke wateropgave, voor het overige deel moeten bergingsmogelijkheden worden gevonden in het landelijk gebied. Er is gekozen om de waterberging in het landelijk gebied op vier manieren vorm te geven: 1. Vasthouden in sloten en kanalen; door het verbreden en minder diep maken van sloten wordt water minder snel afgevoerd. 2. Vasthouden in lagergelegen gebieden; doordat deze gebieden van nature natter zijn, lenen deze gebieden zich beter voor natuur dan landbouw. Dergelijke gebieden kunnen worden ingezet om water vast te houden. 3. Vasthouden in beekdalen; de tegenwoordig veelvuldig gekanaliseerde beeklopen krijgen hun natuurlijke, meanderende verloop terug in een bredere bedding, zodat meer water kan worden vastgehouden in het beekdal. 4. Noodberging; omdat het verbeterde watersysteem niet op alle noodsituaties in kan spelen, wordt ruimte gereserveerd voor noodberging, die wordt benut om te hoge waterpeilen te laten zakken. 4.6.4

Wateraspecten plangebied

Waterhuishouding Het plan loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1500m2. Het plangebied bevindt zich niet binnen een beschermingszone of herinrichtingszone langs een waterloop, primair watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied. Voorkeursbeleid hemelwaterafvoer Naast het inzamelen en afvoeren van afvalwater heeft het rioolstelsel een belangrijke functie in de afwatering van de verharde oppervlakken in het plangebied. Tijdens perioden met meer neerslag kan het voorkomen dat de rioolberging geheel gevuld raakt en zal rioolwater via de riooloverstorten naar het oppervlaktewater stromen. Een gescheiden rioolstelsel houdt afvalwater en regenwater gescheiden. Afvalwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuivering, regenwater wordt rechtstreeks op het oppervlaktewater geloosd. Er is contact geweest met Team BOR over de riolering en aansluitmogelijkheden ter plaatse.

42

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Havenstraat 56-58 (gezondheidscentrum) (vastgesteld)

Er is een gescheiden aansluiting op het riool gepland in de Duikerstraat. De gemeente heeft bij aanpassingen van bestratingen al reeds 2x dubbele uitleggers nieuw aangelegd aan de duikerstraat voor toekomstige aansluitingen van het Medisch Centrum. We kunnen beide gebruiken. Aan de overkant van de Duikerstraat was vroeger een sloot. Die is gedempt en daar is de Regenwaterriool neergelegd. In de Havenstraat ligt een regenwaterrioolbuis rond 800 mm, die een verbinding maakt met de Hoogeveense Vaart en het kanaal achter de voetbalvelden, de Veenschapswijk. Dit is om water uit de Hoogeveense Vaart te kunnen overhevelen naar de wijken in het achterliggende gebied om de waterpeil daar hoger te krijgen voor de boeren. Deze verbinding is in eigendom van het waterschap. Al het regenwater in de Havenstraat en Duikerstraat ed. wordt op deze verbinding aangesloten. Regen water wordt dus geloosd op de openbare wijken, c.q. openbaar water. (kanalenstelsel). De infiltratiemogelijkheden op de parkeerplaats op eigen perceel, waarover het Waterschap spreekt, lijkt derhalve overbodig daar er een goed alternatief van het waterschap zelf aanwezig is. Aan de Havenstraat liggen nog inspectie aansluitingen. De gemeente weet niet precies wat daarop is aangesloten. Bij de uitvoering van het project wordt de bestaande afgekoppeld.

De nieuwe aansluiting wordt op de uitleggers aan de Duikerstraat aangesloten. Aanleghoogte van de bebouwing Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogste grondwaterstand(GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Kelders dienen waterdicht te zijn. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast. In het plan wordt er naar gestreefd het voorkeursbeleid van het waterschap op te volgen. 4.6.5

Watertoetsproces

De initiatiefnemer heeft 15 mei 2020 het waterschap Vechtstromen geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast (Bijlage 9). Op 16 september 2020 is het bestemmingsplan qua waterparagraaf voorgelegd aan het waterschap Vechtstromen met het verzoek aan te geven of ingestemd kan worden met de waterparagraaf. Per mail van 30 september 2020 heeft het waterschap gereageerd en onderstaand advies afgegeven (zie ook Bijlage 10). Onderstaande weergave komt daarmee 1 op 1 uit de mail van het waterschap. In de Bijlage 4 lees ik dat hemelwater wordt aangesloten op de hemelwaterafvoer van een verbeterd gescheiden stelsel. Heb je daar naar geïnformeerd bij Emmen? Ik vermoed dat daar een gescheiden stelsel ligt en geen verbeterd gescheiden of het moet de aansluiting bij de garage betreffen. Als er een zorgcentrum komt is gescheiden rioleren het beleid. Let ook goed op de aanleghoogte van de begane grond vloer. Minimaal 30 cm boven de as

43

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Havenstraat 56-58 (gezondheidscentrum) (vastgesteld)

van de weg. Volgens mij is dit bij de huidige garage wel het geval. En kijk of je infiltratiemogelijkheden op het parkeerterrein kunt realiseren. Bv door afstromend water van de parkeerplaats naar en groenstrook/border te leiden. De adviezen zijn voorgelegd aan de initiatiefnemers. Vanuit nader overleg met de gemeente is gebleken dat er in de Havenstraat een gemengd-stelsel ligt en in de Duikerstraat een gescheiden-stelsel. Aangezien bij een gezondheidscentrum gescheiden afvoeren het beleid is zal er qua riolering worden aangesloten op het gescheiden stelsel langs de Duikerstraat. Over de waterparagraaf heeft vervolgens nog weer overleg plaatsgevonden met het waterschap. Onderstaand zijn de belangrijkste adviezen daarover opgenomen. Het is in het belang van het bouwplan en de omwonenden om verdroging van de ondergrond te verminderen. Als de toename van het verhard oppervlak onder de 1500m2 blijft is compenserende waterberging niet verplicht. Infiltratie is wenselijk met het oog op klimaatverandering met meer extremen in droogte en neerslag. Overtollig hemelwater kan afgevoerd worden via het regenwaterriool. Nadelig effect daarvan is dat verdroging van de ondergrond kan optreden met kans op klink en zetting in de omgeving. Vooral gebieden waar veenrestanten aanwezig zijn daar gevoelig voor. In de droge zomers van 2018 en 2019 hebben we deze effecten gezien.

Mijn advies is om de mogelijkheden voor infiltratie te benutten vooral uit oogpunt van verdrogingsbestrijding. Aangezien er geen toename is van het verharde oppervlakte (juist eerder een afname) is er geen watercompensatie nodig. In de bestaande situatie is het gehele terrein verhard. In de nieuwe situatie is er aanzienlijk meer groen in het plangebied. In deze groene gebieden zal hemelwater ter plaatse kunnen infitreren in de ondergrond, zodat op deze wijze ten opzichte van de bestaande situatie al meer hemelwater wordt geïnfiltreerd hetgeen een positieve bijdrage levert aan de verdroging. Een weergave van de aanvullende mail van het waterschap is opgenomen als Bijlage 11. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies.

44

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Havenstraat 56-58 (gezondheidscentrum) (vastgesteld)

Hoofdstuk 5 5.1

Toelichting op de planregels en verbeelding

Algemeen

Het bestemmingsplan bestaat uit de plantoelichting, regels en verbeelding. De regels en de verbeelding vormen het juridisch bindende gedeelte van een bestemmingsplan. De verbeelding en de regels moeten altijd in samenhang worden gebruikt. De plantoelichting is bedoeld om de verbeelding en de regels te verduidelijken en om gemaakte keuzes te verantwoorden aan de hand van ruimtelijk beleid. Het bestemmingsplan ‘Erica, Havenstraat 56 – 58 (gezondheidscentrum)’ dient rechtszeker, eenvoudig te begrijpen, goed toepasbaar en handhaafbaar te zijn voor de gebruiker. Met de indeling van het bestemmingsplan zoals de naamgeving van de bestemmingen, opbouw van de regels en de weergave van op de verbeelding wordt aangesloten op de "Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012" van het ministerie van VROM. 5.2

Toelichting op de verbeelding

Voor de verbeelding wordt als ondergrond de Basiskaart Emmen (BKE) gehanteerd. Deze basiskaart bestaat uit de Grootschalige Basiskaart van Nederland (GBKN) met gemeentelijke aanvullingen in de vorm van extra meetgegevens. Met het oog op de volledigheid en nauwkeurigheid van de aanwezige bebouwing wordt de meest recente versie van de BKE gehanteerd. Hiervoor wordt maandelijks de BKE automatisch herzien. Echter, de ondergrond zal nooit een volledige weergave van de werkelijkheid zijn. De op de verbeelding aangegeven bebouwing moet dan ook als illustratief worden beschouwd. De BKE wordt naast de extra meetgegevens aangevuld met kadastrale gegevens van de Digitale Kadastrale Kaart. Alle gronden die binnen het plangebied vallen hebben een bestemming en / of aanduiding gekregen op de verbeelding. Deze bestemmingen en aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien in de regels hieraan een betekenis wordt gegeven. De begrenzingen van de bestemmingen volgen zoveel mogelijk geografische, topografische en/of kadastrale grenzen. Daar waar dat niet mogelijk bleek, is gekozen voor een meer praktische benadering. De schaal van de verbeelding kan met behulp van de computer door de gebruiker naar keuze worden ingesteld. 5.3

Toelichting op de regels

De regels zijn een juridische vertaling van het planologische -en ruimtelijk beleid van de gemeente, provincie en het rijk. De regels zijn een juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bebouwing, bepalingen over de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bebouwing. Bij het opstellen van de regels is geprobeerd om de regels zo beperkt mogelijk te houden door alleen te regelen wat nodig is. Gebruiksregels Per bestemming is aangegeven voor welk gebruik de gronden zijn bedoeld. Indien daar aanleiding voor aanleiding voor bestaat, wordt via de specifieke gebruiksregels expliciet aangegeven waarvoor de gronden niet zijn bedoeld. Bouwregels In een groot aantal bestemmingen zijn bouwregels opgenomen, waarbij de bouwmogelijkheden mee worden gereguleerd. Hoofdgebouwen moeten altijd worden gebouwd binnen een daarvoor aangeduid bouwvlak. Uitgangspunt voor de bebouwing is de bestaande voorgevel. Dit betekent dat indien er vervangende bebouwing wordt geprojecteerd, deze in de gevellijn moet worden teruggebouwd. Waar het wenselijk is om het huidige bebouwingsbeeld in stand te houden zijn tevens aanduidingen opgenomen ten 45

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Havenstraat 56-58 (gezondheidscentrum) (vastgesteld)

aanzien van bijbehorende bouwwerken of de kapvorm van daken. Flexibiliteit Af en toe kan het nodig zijn dat afwijking van de gestelde regels gewenst is. Deze flexibiliteitbepalingen bieden de mogelijkheid om op specifieke situaties in te kunnen spelen. De uitvoering van de flexibiliteitregelingen ligt bij het college van burgemeester en wethouders. In het bestemmingsplan zijn diverse flexibiliteitregelingen opgenomen, deze zijn: Afwijken van de bouwregels; Afwijken van de gebruiksregels; Nadere eisen; Algemene afwijkingsregels; Wijzigingsbevoegdheden artikel 3.6 Wro; De afwijkingen van de bouw- of gebruiksregels maken afwijkingen van geringe aard mogelijk, waarbij de aan de grond toegekende bestemming gehandhaafd dient te blijven. Door het inwerkingtreden van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) worden verschillende vergunningen en besluiten, zoals de milieuvergunning, de bouwvergunning, afwijkingen van het bestemmingsplan en de kapvergunning gebundeld in een integrale omgevingsvergunning. Toestemming van burgemeester en wethouders voor een afwijking van de bouw- of gebruiksregels kan zodoende worden verkregen door het aanvragen van een omgevingsvergunning Met de nadere eisen kunnen ondergeschikte zaken aan gebouwen worden aangepast. Het gaat hierbij om zaken zoals het aanpassen van de vorm of de situering van een bouwwerk of de inrichting van een terrein.

Met 'nadere eisen' kunnen geen ingrijpende veranderingen plaatsvinden in de bestemmingen. Bij toepassing van een afwijking en / of nadere eisen wordt het beoordelingskader gehanteerd zoals in de onderstaande tabel is weergegeven. Deze lijst geeft de afwegingscriteria aan die meegewogen moeten worden bij de afweging of een omgevingsvergunning wordt verleend en/ of het toepassen van de nadere eisen. Op deze wijze kunnen interpretatieproblemen worden vermeden en wordt aan gebruikers van de in het plangebied gelegen gronden zoveel mogelijk rechtszekerheid geboden. Het bestemmingsplan biedt mogelijkheden voor het afwijken van de nadere eisen, de uitvoering van deze flexibiliteitsbepalingen zal plaatsvinden via de omgevingsvergunning. Bij toepassing van een ontheffing en/ of nadere eis mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de volgende criteria:

46

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Havenstraat 56-58 (gezondheidscentrum) (vastgesteld)

De bevoegdheid ex. artikel 3.6 Wro om het bestemmingsplan te wijzigen ligt eveneens bij burgemeester en wethouders. De wijzigingsbevoegdheid maakt een wijziging van een bestemming in een andere bestemming mogelijk. Voor de wijzigingsbevoegdheid geldt dat

47

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Havenstraat 56-58 (gezondheidscentrum) (vastgesteld)

deze niet kan worden uitgevoerd, voordat onderzoek is uitgevoerd. Dit biedt de mogelijkheid om nader onderzoek zoveel mogelijk op de concrete situatie af te stemmen. Opzet regels De planregels van dit bestemmingsplan zijn opgedeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1. Inleidende regels; Hoofdstuk 2. Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3. Algemene regels; Hoofdstuk 4. Overgangs - en slotregels. De inhoud van de verschillende hoofdstukken wordt als volgt toegelicht: 5.3.1

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

In hoofdstuk 1 worden diverse begrippen welke in de planregels worden gehanteerd nader verklaard. Dit om mogelijke interpretatieproblemen te voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Artikel 1 : Begrippen De begripsbepalingen in artikel 1 zijn noodzakelijk bij de interpretatie van de regels. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. De begrippen die hierin zijn opgenomen zijn terug te vinden in de bestemmingsbepalingen. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Met uitzondering van de eerste twee begrippen (plan en bestemmingsplan) zijn de begrippen alfabetisch gerangschikt. De begrippen zijn zoveel mogelijk gebaseerd op vaste jurisprudentie. In de loop der tijd hebben de meeste begrippen zich ontwikkeld tot een standaard, waarvan ook in dit bestemmingsplan gebruik is gemaakt. Artikel 2 : Wijze van meten De bepalingen over de wijze van meten zijn in artikel 2 opgenomen. Dit artikel geeft aan hoe de hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. 5.3.2

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

In hoofdstuk 2 van de regels worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en wordt toegelicht op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Artikel 3 : Maatschappelijk - Gezondheidscentrum De tot ‘Maatschappelijk - Gezondheidscentrum’ bestemde gronden zijn onder andere bedoeld voor een gezondheidscentrum, met de daarbij behorende wegen, paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en speelvoorzieningen. Op de verbeelding is een bouwvlak aangegeven, waarbinnen de gebouwen moeten worden gerealiseerd en tevens is een gevellijn opgenomen die bepaald dat de voorgevel van het hoofdgebouw in de gevellijn dient te worden opgericht. Artikel 4 : Waarde – Archeologie 4 Dit artikel regelt de bescherming van archeologische waarden in het plangebied en geeft weer wanneer en bij welke bodemkundige ingreep onderzoek naar archeologie noodzakelijk is.

48

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Havenstraat 56-58 (gezondheidscentrum) (vastgesteld)

5.3.3

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Hoofdstuk 3 van de regels bevat bepalingen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen, zodat het uit praktische overwegingen de voorkeur verdient deze in afzonderlijke artikelen onder te brengen. Artikel 5 : Anti-dubbeltelregel Met dit artikel wordt voorkomen dat meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd. Dit is bijvoorbeeld mogelijk als (onderdelen van) bouwpercelen van eigenaars in maatvoering verschillen en wisselen. Door verwerving van een extra (bouw)perceel of een gedeelte daarvan, kunnen de gronden niet meegenomen worden met de berekening van de bouwmogelijkheden van het nieuwe perceel als de nieuw verworven gronden reeds meegenomen zijn bij de berekening van een eerder bouwplan. Het is dus niet toegestaan gronden twee keer in te zetten om een omgevingsvergunning te verkrijgen. Artikel 6 : Algemene bouwregels In artikel 6 zijn regels opgenomen voor het bouwen van ondergeschikte bouwonderdelen. De genoemde onderdelen mogen de in de regels bepaalde maximale bouwhoogte overschrijden met de in artikel genoemde maten. Hiervoor is bewust gekozen omdat dit duidelijkheid en enige vrijheid aan ontwerpers biedt. Tevens wordt in dit artikel, artikel 9 lid 2 van de Woningwet buiten toepassing verklaard met uitzondering van een zestal onderwerpen dit o.a. in verband met de bereikbaarheid, beheer en gebruik van het openbaar gebied.

Artikel 7 : Algemene gebruiksregels In dit artikel wordt aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval in strijd met dit bestemmingsplan zijn. Artikel 8 : Algemene afwijkingsregels Afwijkingsregels zijn regels waardoor aan de bestemmingsbepalingen de nodige extra flexibiliteit wordt meegegeven. Toestemming voor afwijking gebeurt door het verlenen van een omgevingsvergunning. Het college van burgemeester en wethouders kan bijvoorbeeld een omgevingsvergunning verlenen voor de in het plan aangegeven maten tot ten hoogste 10 %. De omgevingsvergunningen mogen alleen gebruikt worden indien niet op grond van een andere bepaling in deze regels omgevingsvergunning kan worden verleend. Dit betekent dat niet 2 keer omgevingsvergunning kan worden verleend van eenzelfde bepalingen of dat bepalingen die extra bouwmogelijkheden geven niet cumulatief gebruikt mogen worden. Artikel 9 : Algemene wijzigingsregels Het bestemmingsplan bevat in een aantal gevallen een mogelijkheid tot het wijzigen van het plan op basis van de wijzigingsbevoegdheid op grond van artikel 3.6 Wro. De procedure van de wijzigingsbevoegdheid is geregeld in de Wro. Artikel 10 : Overige regels In dit artikel is verwoord hoe de koppeling is met het Parapluplan Parkeerplaatsen en het Parapluplan Standplaatsen. 5.3.4

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Het laatste hoofdstuk "Overgangs en slotregels" bevat in artikel 10 het overgangsrecht, zoals beschreven in het besluit Ruimtelijke Ordening. Artikel 11 is de slotregel. In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald. In dit geval kunnen de regels van het bestemmingsplan aangehaald worden als regels van het bestemmingsplan ‘Erica, Havenstraat 56 – 58 (gezondheidscentrum)’.

49

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Havenstraat 56-58 (gezondheidscentrum) (vastgesteld)

5.4

Handhaving

In dit bestemmingsplan heeft actueel beleid zijn doorwerking in de regels gekregen. Hierdoor is het juridisch kader van het bestemmingsplan voor gemeente als publiek beter toepasbaar geworden. Van de gemeente mag verwacht worden dat opgetreden wordt als de regels van het bestemmingsplan niet worden nageleefd. Bestemmingsplannen zijn immers bindend voor overheid en publiek ter bescherming van een goede ruimtelijke kwaliteit en een veilige leefomgeving. Het college van de gemeente Emmen heeft het beleidsplan Vergunningverlening Toezicht en Handhaving (VTH) vastgesteld. Dit beleidsplan VTH beschrijft de visie en ambitie op het terrein van de gemeentelijke VTH-taken, waaronder ook valt het toepassen en naleven van de regels in het bestemmingsplan. Daarnaast geeft het beleidsplan VTH invulling aan de wettelijke plicht om vastgesteld VTH-beleid te hebben. Voor wat betreft handhaving kan de gemeente onmogelijk continu alles controleren. De gemeente vertrouwt erop dat inwoners en bedrijven de regels naleven en zij er alles aan doen om risico’s en nadelige effecten voor de maatschappij te voorkomen. Risico's bepalen de inzet van de beschikbare capaciteit. Op basis van kennis en ervaring is vastgesteld welke bedrijfscategorieën en activiteiten het grootste risico vormen voor fysieke veiligheid, leefbaarheid, volksgezondheid, milieu en imago.

Deze uitgangspunten zijn gebruikt bij het opstellen van dit bestemmingsplan en worden ook toegepast bij de naleving van de regels van het bestemmingsplan.

50

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Havenstraat 56-58 (gezondheidscentrum) (vastgesteld)

Hoofdstuk 6 6.1

Maatschappelijke betrokkenheid

Overleg ex. Artikel 3.1.1 Bro

Het college heeft het bestemmingsplan ‘Erica, Havenstraat 56 – 58 (gezondheidscentrum)’ vrijgegeven voor overleg artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Vanuit de Veiligheidsregio Drenthe is per brief van 3 februari 2021 gereageerd op het voorontwerp-bestemmingsplan. Op basis van deze vooroverlegreactie is een paragraaf 4.3.2 ‘Inrichting en ontwikkeling’ toegevoegd. De brief van de Veiligheidsregio is als Bijlage 15 bij het bestemmingsplan gevoegd. De provincie Drenthe heeft per brief van 5 februari 2021 gereageerd op het voorontwerp-bestemmingsplan. Vanuit de provincie is aangegeven dat ingestemd kan worden met de inhoud van het voorontwerp-bestemmingsplan. De brief van de provincie Drenthe is als Bijlage 14 bij het bestemmingsplan gevoegd. 6.2

Ter inzage legging Ontwerp Bestemmingsplan

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 5 november tot en met 16 december 2021 voor een ieder ter inzage gelegen. Er was één zienswijze ingediend. Na afstemming met de indiener is de zienswijze ingetrokken. Daardoor zijn er geen zienswijzen ingediend.

51

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Havenstraat 56-58 (gezondheidscentrum) (vastgesteld)

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente tot het verhalen van kosten bij grondexploitatie van een exploitatieplan, tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd. De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De gemeentelijke kosten, waaronder leges, planschadekosten en andere plan gerelateerde kosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiervoor is een exploitatieovereenkomst afgesloten tussen de initiatiefnemer en de gemeente. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen. De betreffende overeenkomst zal op termijn worden afgesloten.

52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=348c8540-489c-4557-858f-66e6ad321a05