CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Jaarverslag en jaarrekening 2025

Raadsvergadering 25 juni 2026, gemeente EmmenBij agendapunt: Jaarstukken en jaarrekening 202542.796 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Beleid Algemeen De gemeentelijke woonlasten voor de eigenaren/inwoners bestaan uit de optelsom van OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Elk huishouden betaalt afvalstoffenheffing en praktisch iedere woning is aangesloten op het riool. Huurders van woningen betalen geen OZB, dus daar is de omvang van afvalstoffen- en rioolheffing bepalend voor de gemeentelijke woonlasten. Voor de lagere inkomens is er ook de mogelijkheid van kwijtschelding. Daarnaast zijn er een aantal heffingen die niet tot de woonlasten behoren, maar wel opgelegd kunnen worden door de gemeente. Hier staan rechtstreekse, individuele prestaties tegenover (leges, begraven, parkeren, markten). Kwijtscheldingen Inwoners met een laag inkomen kunnen recht hebben op kwijtschelding van de OZB, riool- en afvalstoffenheffing. Verzoeken om kwijtschelding moeten worden getoetst aan de landelijke normen die zijn vastgesteld in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De raad heeft hierin enige beleidsvrijheid en heeft besloten om een kwijtscheldingsnorm van 100% te hanteren. Dit betekent dat aanvragers met een inkomen op bijstandsniveau voor kwijtschelding in aanmerking kunnen komen indien zij ook aan de overige normen voldoen. De gemeente Emmen gaat uit van volledige kwijtschelding en bij de normering wordt gebruik gemaakt van de meest ruime normen.

Kwijtschelding wordt bijvoorbeeld niet zomaar verleend als er meerdere auto's op naam staan, maar aan de overige eisen wel wordt voldaan. Ook is de kwijtschelding van de afvalstoffenheffing aan een maximum gebonden. Biedt men meer (grijs- of rest-)afval aan dan het maximum kwijt te schelden aantal aanbiedingen, dan moeten deze extra aanbiedingen wel betaald worden. Het bedrag voor kwijtschelding van lokale lasten is al enkele jaren begroot op ongeveer € 1,1 miljoen. Het overgrote deel van de kwijtschelding betreft de afvalstoffenheffing. Omdat we het systeem van diftar hanteren, heeft dit ook gevolgen voor de kwijtschelding. De hoogte van de kwijtschelding is afhankelijk van het aantal aanbiedingen van restafval. Als iemand minder dan het maximum heeft aangeboden, dan is het kwijt te schelden bedrag ook lager. Het maximale aantal aanbiedingen is onder te verdelen in de grijze container en restafval zakken en daarnaast is er onderscheid tussen eenpersoons- of meerpersoonshuishoudens. Het maximale voor de grijze container is 8 als eenpersoons- en 12 als meerpersoonshuishouden. Voor restafvalzakken geldt dit met respectievelijk 26 en 44 stortingen. Dit heeft invloed gehad op het totaal kwijtgescholden bedrag. Geraamde inkomsten Begroting 2025

Rekening 2025

OZB (onroerende zaakbelasting)

29.207

29.220

13

Afvalstoffenheffing

15.531

15.292

-239

Rioolheffing

12.080

12.179

99

Parkeergelden

4.148

4.498

350

Grafrechten

940

1.171

230

Bouwleges

1.709

2.348

640

Leges documenten

2.056

2.048

-8

513

444

-69

Belastingen (o.a. toeristen- en reclamebelasting)

1.034

1.074

40

Totaal

67.219

68.275

1.057

(bedragen x € 1.000)

Overige leges en vergunningen

Verschil

84/221

1. Lokale heffingen

Jaarverslag en jaarrekening 2025

Nadere toelichting op de verschillen tussen begroot en werkelijk: Onroerende zaakbelasting (OZB) De OZB wordt geheven over woningen en over bedrijven (niet-woningen). De opbrengsten zijn dit jaar min of meer zoals begroot. Traditioneel blijkt in de loop van het jaar dat een deel van de niet-woningen omgezet moet worden naar een woning. Dit komt aan de ene kant door verandering van waarde (als iets meer dan 70% woning is, dan wordt het als woning geregistreerd). Aan de andere kant telt een bouwperceel voor een woning formeel als niet-woning mee. Zodra de bouwactiviteiten starten, wordt het object pas als woning (in aanbouw) geregistreerd. Omdat het tarief voor woningen anders is dan voor niet-woningen, zijn de inkomsten anders en vindt er een verschuiving plaats. Daarnaast vinden er continue kwaliteitsverbeteringen plaats: voor niet-woningen is er een betere registratie van de gebruikers en door de koppelingen van en samenwerking met verschillende basisregistraties kunnen we de kwaliteit van objectgegevens beter maken. Met name door de areaaluitbreiding (bouw van nieuwe objecten en verbouw van bestaande) is tenslotte ook een bedrag aan OZB licht hoger dan begroot ontvangen. Afvalstoffenheffing In 2022 is in onze gemeente diftar ingevoerd.

Dit houdt praktisch gezien in dat ieder huishouden een vast bedrag betaalt voor de afvalstoffenheffing (€ 244,- in 2025), met daar bovenop een bedrag per aanbieding van container of zak met restafval (€ 7,- respectievelijk € 2,-). In het eerste jaar daalde de aangeboden hoeveelheid (rest)afval flink, waarna door diverse oorzaken deze hoeveelheid weer iets steeg. In het bijbehorende programma zal daar nader op in worden gegaan. De inkomsten op de aanbiedingen (het variabele tarief) zijn dit jaar vrijwel conform de begroting gerealiseerd. Mede vanwege het onvoldoende incalculeren van leegstand bleven de inkomsten van het vaste tarief achter bij de begroting. De kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing wordt verderop in deze paragraaf besproken. Rioolheffing De opbrengsten van de rioolheffing zijn vrijwel conform de begroting gerealiseerd. Verderop in deze paragraaf wordt de kostendekkendheid besproken. Parkeren Er is in 2025 weer intensief gecontroleerd op de naleving van het betaald parkeren. Naast een betere betaalmoraal en daardoor hogere opbrengsten resulteerde dit in een meeropbrengst voor de naheffingen van parkeerbelastingen. Het gratis parkeren rondom de feestdagen in december heeft echter gezorgd voor een kleine minderopbrengst.

Grafrechten Er is een al enkele jaren neergaande trend in het aantal klassieke begrafenissen en een toename in het aantal crematies en natuurbegrafenissen. De baten zijn hoger dan begroot door meer (voor-)uitgiftes van natuurgraven en door een verbeterde administratie. Bouwleges De jaarrekening laat hiervoor een positief resultaat zien. In de afgelopen periode is veel inzet gepleegd op het proces rondom de vergunningverlening en de daarbij behorende legesverwerking. Het inhalen van achterstanden, samen met het feit dat er een aantal grote vergunningen verleend zijn, dragen bij aan dit positieve resultaat. Leges documenten In 2025 waren de totale inkomsten op reisdocumenten en rijbewijzen iets lager dan begroot. Daarnaast hebben er meer huwelijken plaatsgevonden, met de bijbehorende inkomsten. Daar staan ook hogere kosten tegenover, waar op in gegaan wordt bij de kostendekkendheid. Overige belastingen De begroting van de toeristenbelasting wordt gebaseerd op het aantal overnachtingen van het jaar ervoor. In 2025 hebben er uiteindelijk iets meer overnachtingen binnen de gemeente plaatsgevonden dan vooraf was begroot. Dit zorgt voor hogere inkomsten op de toeristenbelasting. De inkomsten van de reclamebelasting bleven iets achter op de begroting, maar per saldo is er een licht overschot op de begroting.

85/221

1. Lokale heffingen

Jaarverslag en jaarrekening 2025

Kostendekkende heffingen Omdat een belastingplichtige geen keuze heeft om ze te ontgaan, heeft de wetgever bepaald dat de hoogte van de tarieven afvalstoffenheffing en rioolheffing, diverse leges en de lijkbezorgingsrechten (begraven) maximaal kostendekkend mogen zijn. De gemeente mag er niet aan verdienen. Voor andere heffingen geldt niet dat er verplichte afname bestaat, maar men kan ook niet naar een concurrent. Daarom mogen ze ook maximaal kostendekkend zijn. De toetsing van de maximale kostendekkendheid vindt plaats bij de begroting. Bij de jaarrekening wordt vervolgens inzichtelijk gemaakt wat de werkelijke kostendekkendheid was. Wanneer er sprake is van overdekking, wordt het restant gestort in een voorziening. Overzicht heffingen die maximaal kostendekkend mogen zijn (bedragen x € 1.000) Bedragen x € 1.000 Rioolheffing Afvalstoffenheffing Lijkbezorgingsrechten Kosten taakveld(en)

Leges

7.944

13.796

1.480

12.005

0

-1.267

0

0

Netto kosten taakveld

7.944

12.529

1.480

12.005

Toe te rekenen kosten

1.105

986

0

0

922

311

525

3.828

BTW

1.972

2.757

0

0

Totale kosten

11.943

16.583

2.005

15.833

Opbrengst heffingen

12.179

15.292

940

4.789

Dekkingspercentage

102%

92%

47%

30%

235

-1.291

0

0

100%

100%

47%

30%

Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen

Overhead

Mutatie op voorziening Dekkingspercentage na mutatie voorziening

Rioolheffing Bij de begroting was rekening gehouden met een kostendekkendheid van de rioolheffing van 88%. Zoals te zien in bovenstaande tabel is dat in 2025 uiteindelijk 100% geworden, na een storting in de voorziening. Vanwege het feit dat een aantal werkzaamheden in 2025 niet zijn afgerond, worden kosten pas in 2026 gemaakt. In hoofdstuk 5 wordt dit nader uitgelegd. Afvalstoffenheffing In 2022 is het systeem van Diftar ingevoerd, waarna we in de jaren erna hebben kunnen analyseren en kunnen groeien in het systeem. Er is gekozen om de variabele tarieven voor de inwoners gelijk te houden en de vaste tarieven te verhogen. Bij de begroting is uitgegaan van een kostendekkendheid van ruim 94%, waarbij de verwachting was dat er een onttrekking de voorziening nodig was. Aan de lastenkant is er een voordeel geweest vanwege een correctie op de kosten van Area uit voorgaande jaren en waren er minder kosten voor de verwerking van lachgascilinders dan begroot. Aan de batenkant is er daarnaast een minderopbrengst geweest op de vaste tarieven, waardoor er een onttrekking uit de voorziening nodig was om tot een volledige kostendekkendheid te komen. Bij controles na het vaststellen van de aanslagen afvalstoffenheffing is gebleken dat de aanbiedingen van november 2025 niet zijn verwerkt.

Hierdoor is er over 2025 een minderopbrengst van € 279.000 op het variabele deel van de afvalstoffenheffing ontstaan. De oorzaak ligt in het herstellen van een communicatiestoring tussen de systemen die worden gebruikt voor het opleggen van de heffingen. Bij dat herstel is een fout gemaakt, waardoor deze ledigingen niet zijn meegenomen. Begraven De exploitatie van de begraafplaatsen sluit 2025 per saldo positief. De baten vallen hoger uit dan begroot, vooral door meer inkomsten uit (voor)uitgiftes van natuurgraven en door het wegwerken van administratieve achterstanden bij overschrijvingen en verlengingen. De lasten liggen hoger door extra inzet en materialen in het begraafproces. Per saldo leidt dit wel tot een positief resultaat. Het begraven is niet kostendekkend, mede vanuit wenselijk oogpunt en vergelijkbaarheid met tarieven van andere gemeenten.

86/221

1. Lokale heffingen

Jaarverslag en jaarrekening 2025

Leges In onderstaande tabel is gedetailleerder aangegeven wat de baten en lasten zijn van de leges en de kostendekkendheid per titel. Kostendekkendheid per titel Titel 1: Algemene dienstverlening

Bedragen x € 1.000

Lasten

Baten

Kostendekking

Hoofdstuk 1 - Burgerlijke stand

546

168

30,8%

Hoofdstuk 2 - Reisdocumenten

1.746

1.558

89,2%

Hoofdstuk 3 - Rijbewijzen

762

475

62,3%

Hoofdstuk 4 - Verstrekkingen uit de Basisregistratie personen

392

54

13,8%

Hoofdstuk 9 - Overige Publiekszaken

239

160

66,9%

Hoofdstuk 16 - Verkeer en vervoer

169

13

7,7%

3.854

2.428

63,0%

Kostendekking Titel 1 Titel 2: Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning

Lasten

Baten

Kostendekking

Hoofdstuk 3 - Omgevingsvergunning

11.980

2.360

19,7%

Kostendekking Titel 2

11.980

2.360

19,7%

Kostendekking totale tarieventabel

15.834

4.788

30,2%

Leges algemeen (titel 1) De kostendekkendheid van de leges voor algemene dienstverlening is uitgekomen op 63%. Aan de ene kant zijn er voor deze leges hogere opbrengsten, maar zijn er ook hogere kosten geweest dan begroot. Dit heeft te maken met meer huwelijken en de toename van aanvragen van reisdocumenten en rijbewijzen. Leges Omgevingswet (titel 2) Landelijk daalt het aantal omgevingsvergunningen voor nieuwbouwwoningen. Dit is ook zichtbaar in de regio. Er is sprake van een verschuiving van nieuwbouw naar verbouw. De primitieve begroting ging uit van ruim de helft meer omgevingsvergunningaanvragen, dit is bij Berap II bijgesteld. In de afgelopen periode is veel inzet gepleegd op het proces rond de vergunningverlening en de daarbij horende legesverwerking. Dit heeft mede bijgedragen aan het resultaat, samen met het feit dat er een aantal grote vergunningen verleend zijn die bij Berap II nog onvoldoende inzichtelijk waren. De kostendekkendheid is berekend op ruim 19%. Naheffing parkeerbelasting Als iemand parkeert en de parkeerbelasting niet voldoet (het betalen via app of parkeermeter), dan kan er een naheffingsaanslag worden opgelegd. Het bedrag dat dan in rekening kan worden gebracht is landelijk aan een maximum gebonden, waarbij de voorwaarde geldt dat deze ook maximaal kostendekkend mag zijn. In 2025 bedroeg dit maximum € 78,80.

Vanaf dit jaar zal ook deze kostendekkendheid in deze paragraaf vermeld worden. De gemiddelde kosten per naheffingsaanslag bedroegen in 2025 € 141,53, waardoor aan de wettelijke eisen over kostendekkendheid is voldaan. In de bijgaande tabel de berekening van deze kosten.

87/221

1. Lokale heffingen

Jaarverslag en jaarrekening 2025

Belastingdruk Al enige jaren worden in Emmen de stijgingen voor belastingen, heffingen en tarieven zoveel mogelijk beperkt. In de begroting is voor 2025 rekening gehouden met een bevriezing van de OZB: de aanslag voor OZB van de gemiddelde woning moest ongeveer gelijk blijven (de toename van de begroting ten opzichte van vorige jaren is vanwege de areaaluitbreiding). Daarnaast zijn de tarieven voor rioolheffing licht verhoogd en is de afvalstoffenheffing sinds 2022 afhankelijk geworden van het aantal aanbiedingen (diftar). De tarieven voor aanbiedingen zijn gelijk gebleven aan 2024, het vastrecht is gestegen van € 220 naar € 244 per huishouden. De uiteindelijke lasten zijn weergegeven in het volgende overzicht, waarbij voor de huurder en de eigenaar uit is gegaan van dezelfde (gemiddelde) WOZ-waarde en voor de afvalstoffenheffing van een gemiddeld aantal aanbiedingen (11 aanbiedingen van de container). Eigenaar woning

2024

2025

OZB

€ 339,51

€ 340,08

Afvalstoffenheffing

€ 297,00

Rioolheffing

Stijging

Huurder woning

2024

2025

0,2%

Afvalstoffenheffing

€ 297,00

€ 321,00

8,1%

€ 321,00

8,1%

Rioolheffing

€ 76,63

€ 78,60

2,6%

€ 193,19

€ 199,12

3,1%

€ 829,70

€ 860,20

2,1%

€ 373,63

€ 399,60

1,1%

Door het beleid van de afgelopen jaren om de stijging van de woonlasten te beperken, is de positie van de gemeente Emmen op de COELO ranglijst van gemeenten met de hoogste woonlasten in de afgelopen jaren verbeterd. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de woonlasten weergegeven. Alle gemeenten hebben een rangnummer die aangeeft hoe hoog de woonlasten zijn in vergelijking met andere gemeenten. Nummer 1 heeft hierbij de laagste woonlasten, nummer 346 de hoogste. Daarnaast gaat Coelo uit van een gemiddeld lagere waarde voor een huurwoning en van een andere (hogere) gemiddelde woningwaarde, daarom is er verschil tussen de bedragen in bovenstaand en onderstaand schema. Zoals Coelo het zelf omschrijft (zie onderstaand) worden de gemiddelde waardes vanuit het CBS betrokken, met een waarde-opslag. Tenslotte lijkt er een flinke stijging te zijn van de lokale lasten in het verleden, landelijk gezien. Dit is wellicht het geval, maar in onderstaand schema vooral het gevolg van een nieuwe wijze van berekenen door Coelo per 2022.

88/221

Stijging

1. Lokale heffingen

Woonlasten bij gemiddelde woningwaarde

Jaarverslag en jaarrekening 2025

2022

2023

2024

2025

€ 329,00

€ 326,00

€ 332,00

€ 359,00

Plaats op ranglijst lasten gebruiker Coelo

82

81

60

63

Emmen eigen woning (eigenaar/gebruiker)

€ 918,00

€ 913,00

€ 934,00

€ 968,00

Landelijk gemiddelde eigen woning

€ 904,00

€ 944,00

€ 994,00

€ 1.053,00

184

137

104

95

(Bron: Coelo) Emmen huurwoning (gebruiker)

Plaats op ranglijst eigenaar/gebruiker Coelo

*Coelo omschrijft de waardeverschillen als volgt op haar website: omdat de definitieve waardecijfers van onroerende zaken nog niet beschikbaar zijn, vermelden wij voorlopige gegevens. Die zijn berekend door de gemiddelde waarde van koopwoningen binnen een gemeente in 2024 (bron: CBS) te verhogen met behulp van voorlopige cijfers met betrekking tot de waardeontwikkeling binnen die gemeente (bron: Waarderingskamer). Daarnaast wordt er verschil gemaakt tussen de waardes van koopwoningen en huurwoningen. Wij doen dat bij de berekeningen niet, mede doordat de tarieven gebaseerd worden op alle woningen waarover OZB berekend wordt. Voor een visueel beeld van de lastendruk voor de inwoners in relatie tot de omliggende gemeenten is onderstaand figuur toegevoegd. De bron hiervan is de rapportage van Coelo over 2025.

89/221

2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Jaarverslag en jaarrekening 2025

2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing In de begroting en in de jaarstukken worden de risico’s vermeld die de financiële positie van de gemeente kunnen beïnvloeden. Bij het opstellen van de begroting en de jaarstukken wordt met de voorzienbare en kwantificeerbare risico’s rekening gehouden. In deze paragraaf worden de meest in het oog springende risico’s toegelicht en de overige risico's benoemd. Het beleid is gericht op een proactief risicomanagement, waarbij voortdurend de relatie met de beschikbare weerstandscapaciteit in ogenschouw wordt gehouden. In deze paragraaf verstaan wij onder risicomanagement het identificeren en kwantificeren van risico’s en het bepalen van activiteiten die de kans van optreden en/of de gevolgen van risico’s beheersbaar houdt. De beschikbare weerstandscapaciteit dient alleen ter dekking van de incidentele resterende risico’s. Er wordt een zekerheidspercentage gehanteerd van 90%. Als blijkt dat het weerstandsvermogen matig, onvoldoende of slecht is, moet worden aangegeven welke concrete maatregelen zijn/ worden getroffen om het weerstandsvermogen op peil te brengen. Het beleid ten aanzien van risicomanagement is uitgebreid beschreven in de beleidsnota ‘Risicomanagement en weerstandsvermogen. Deze geactualiseerde nota is op 26 september 2024 door de gemeenteraad vastgesteld en bevat onder andere de volgende kaders: • • •

Als minimale stand van de algemene reserve wordt een ondergrens van 10% van het begrotingstotaal genoemd; De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat in principe uit de algemene reserve, de algemene reserve grondexploitatie, de post onvoorzien, de stille reserves (50%), de begrotingsruimte en de onbenutte belastingcapaciteit; De norm is dat ons aanwezige weerstandsvermogen ruim voldoende moet zijn (de beschikbare weerstandscapaciteit moet minimaal 140% zijn van het benodigde weerstandsvermogen).

2.1 Benodigde weerstandscapaciteit 2.1.1 Algemeen De benodigde weerstandscapaciteit wordt onder andere berekend op basis van inschatting van risico’s met behulp van de module Naris. De reden hiervoor is dat we gebruik willen kunnen maken van risicosimulatie in Naris (de Monte Carlo berekening). Dit omdat niet alle risico’s zich gelijktijdig en in volle omvang voordoen. Uitzonderlijke en grote risico’s zoals Wildlands worden buiten de Monte Carlo simulatie gehouden en afzonderlijk berekend. Dit omdat deze risico’s zich niet verhouden tot de omvang van andere risico’s en daarmee afbreuk zou doen aan de bruikbaarheid van de uitkomsten. 2.1.2 Risico's volgens risicoprofiel Om de overige risico's in kaart te brengen is een risicoprofiel opgesteld. Via inventarisatie zijn alle financiële risico's in kaart gebracht. Daarnaast onderkent de gemeente nog kwaliteits- en imagorisico's die 'niet financieel' van aard zijn, of waarvan de omvang op dit moment niet te bepalen valt. In het onderstaande overzicht worden de risico’s boven de zogenaamde rapportagegrens gepresenteerd (zie figuur hieronder: risicokaart en rapportagegrens). Financieel

Rapportagegrens

x > € 2.500.000

€ 1.000.000 < x < € 2.500.000

€ 500.000 < x < € 1.000.000

€ 100.000 < x < € 500.000

x < € 100.000 Kans

10%

30%

50%

70%

90%

90/221

2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Jaarverslag en jaarrekening 2025

De risico’s die vallen boven de zogenaamde rapportagegrens worden in onderstaande tabel weergegeven: Risico

Kans

In €

Invloed

t.o.v. begroting

Volume- en prijs risico Jeugd. Het gebruik van Jeugd voorzieningen wijkt (meer gebruik) af door wachtlijsten en afname plaatsen zorgorganisaties.

70%%

9.200.000

36,92%

Mogelijk meer toename in prijs en volume dan verwerkt in begroting.

Niet realiseren besparingen hervormingsagenda jeugd

70%

2.800.000

11,24%

Niet realiseren van besparingen jeugd

De algemene uitkering kan lager uitvallen Algemene uitkering kan lager uitvallen dan in eerste instantie is opgenomen in de 50% 3.000.000 6,42% dan opgenomen in begroting. begroting. Toelichting Prijs/volume risico Jeugd Risico-bedrag (meer uitgaven boven begroting 2026) € 9,2 miljoen. Kans op optreden 70% aangezien beheersmaatregelen (onder andere programmatische aanpak van Jeugd) in opzet aanwezig zijn maar nog niet werkend zijn en als ze werkend zijn er tijd nodig is om een effect te hebben. Geformuleerde maatregelen; 1. Scherpere sturing op aangaan ClientGebondenOvereenkomsten (CGO's) om bovengemiddelde kostenstijgingen te voorkomen/beperken. CGO zijn over algemeen duurder dan regulier gecontracteerde plaatsen. 2. Programmatische aanpak van Hervormingsagenda Jeugd met programmamanager. 3. Periodieke rapportage naar management met daarin ontwikkelingen op prijs, volume, soort zorg, totale kosten en prognose van kosten zodat management daar waar nodig kan (bij)sturen op ontwikkelingen. Toelichting niet realiseren besparingen hervormingsagenda jeugd Ook voor 2026 wordt het moeilijk om de begrote besparingen te realiseren (€ 2,8 miljoen). De mogelijkheid bestaat dat de maatregelen uit de hervormingsagenda niet uitvoerbaar blijken of niet de beoogde besparing opleveren.

Het rendement van de maatregelen zijn hierdoor onvoldoende of nihil, terwijl de rijksbezuinigingen wel volledig worden doorgevoerd. Toelichting risico fluctuaties in overheidsuitgaven die doorwerken in de algemene uitkering De hoogte van de algemene uitkering is moeilijk te beïnvloeden en te voorspellen. Sinds 2024 is het accres (de jaarlijkse groei van het Gemeentefonds) gekoppeld aan een nieuwe systematiek: een combinatie van gemiddelde bbp-groei over acht jaar en prijsontwikkeling. Dit zou op termijn moeten zorgen voor meer stabiliteit in de uitkering. Tegelijkertijd moet nog blijken of deze systematiek in de praktijk ook daadwerkelijk tot minder schommelingen leidt. In de komende jaren worden de financiële zorgen voor gemeenten tijdelijk verlicht, mede door maatregelen uit de Meicirculaire 2025. Tegelijkertijd is duidelijk dat vanaf 2028 een aanzienlijke opgave ligt op het gebied van Jeugdzorg. De maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd blijven niet alleen onverminderd van kracht, maar worden vanaf dat jaar ook aangescherpt. Dit vraagt om extra aandacht in de meerjarenbegroting. Het is al langere tijd een probleem dat gemeenten pas laat in het jaar middelen vanuit het rijk krijgen, waardoor die niet meer kunnen worden uitgegeven. Het resultaat van de jaarrekening lijkt hierdoor positiever, maar de middelen zullen het volgende jaar toch nog moeten worden uitgegeven.

Wat betreft onze eigen maatstaven: we baseren onze inschattingen op de meest actuele gegevens uit de circulaires. In de meerjarige ramingen sluiten we aan bij de ontwikkeling zoals die door het Rijk wordt gehanteerd, tenzij onze lokale cijfers aantoonbaar afwijken van het landelijke beeld. Binnen dit kader hanteren we het uitgangspunt van behoedzaamheid. Zo hanteren we bij de berekening van maatstaven voor huishoudens met een laag inkomen een gemiddeld cijfer in plaats van het meest recente jaar, om onnodige schommelingen te voorkomen. Er bestaat nog steeds een risico op een (neerwaartse) bijstelling van de Algemene Uitkering en we nemen beheersmaatregelen door realistische ramingen, aansluiting op Rijksprognoses en het toepassen van behoedzaam financieel beleid. Overige risico’s Naast het in bovenstaande tabel genoemde risico, die boven de rapportagegrens valt, zijn voor de berekening van het risicoprofiel ook de volgende risico’s meegenomen. Deze risico’s vallen onder de rapportagegrens, te weten: • • • • • •

REP regionaal bijdrage van het Rijk. Stadionbedrijf Emmen B.V. Kostenstijging waardoor exploitatie van gronden duurder wordt. Risico op (grote) financiële afwijkingen op de BUIG. Rentestijgingen waardoor aantrekken van gronden (aankoop) duurder wordt Cyberrisico

91/221

2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Jaarverslag en jaarrekening 2025

Risicosimulatie Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast, omdat het reserveren van het maximale bedrag van € 58,99 miljoen ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Uit de risicosimulatie volgt dat bij een zekerheidspercentage van 90% zeker is dat alle opgevoerde risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 18,18 miljoen (benodigde weerstandscapaciteit vanuit het risicoprofiel). 2.1.3 Wildlands Op 28 maart 2019 heeft de raad ingestemd met het Businessplan Wildlands en het hierin voorgestelde scenario, herstructurering. Bij de jaarrekening 2018 is mede om die reden, voor de bepaling van het benodigde gemeentelijk weerstandsvermogen inzake het risico Wildlands, er voor gekozen dit in afwijking van de gangbare gemeentelijke systematiek buiten de Monte Carlo berekening gehouden. Dit omdat dit risico zich niet verhoudt tot de omvang van de andere risico’s en daarmee afbreuk zou doen aan de bruikbaarheid van de uitkomsten. Het bepalen van het risicoprofiel omtrent de belangen in Wildlands vergt maatwerk. De gemeente heeft hiertoe een berekening gemaakt van de eventuele liquiditeitsbehoefte van Wildlands in een worst-case scenario van 850.000 bezoekers en op basis van 4 jaar overbrugging.

Gezien de toename van de bezoekersaantallen de afgelopen jaren is in overleg met de accountant overeengekomen vanaf de jaarrekening 2025 uit te gaan van 850.000 bezoekers per jaar (vorig jaar 800.000 bezoekers per jaar). Hiervoor is gekozen op basis van een bij het Businessplan Wildlands uitgevoerde gevoeligheidsanalyse. Hierbij is een aantal scenario’s doorgerekend (gelijkblijvende yield, gelijkblijvende horeca en retailbestedingen, een lagere realisatie van voorgenomen bezuinigingen en een gelijkblijvend lager bezoekersaantal van 850.000). Hieruit blijkt dat het lagere bezoekersaantal de belangrijkste variabele is. De berekening die we hanteren voor de bepaling van het risico is als volgt: het gemiddelde liquiditeitstekort per jaar bepalen over een periode van 4 jaren (2026 t/m 2029) in dit geval € 2.845.605; uitgaan van een geleidelijke afbouw in 4 jaar nemen we het 1ste jaar 100% - 2e jaar 75% - 3e jaar 50% en 4e jaar 25% van het jaarrisico mee; in totaal is dit 250% van het jaarbedrag, oftewel een factor 2,5. Hiermee komt het benodigde weerstandsvermogen, specifiek voor het risico Wildlands, bij de jaarrekening 2025 uit op 2,5 x € 2,8 = € 7,1 miljoen (was 10,3 miljoen).

Echter gezien het feit dat Wildlands gedurende 2025 de begrote omzet niet heeft behaald en de ontwikkeling van de bezoekersaantallen en het rekening courant een aandachtspunt is, is het risico van €10,3 miljoen (jaarrekening 2024) onverminderd van kracht. Wij handhaven dan ook het risicobedrag en daarmee het benodigd weerstandsvermogen bij de jaarrekening 2025 op € 10,3 miljoen. Daarnaast werken we sinds de jaarrekening 2021 met een zogeheten ondergrens voor het benodigd weerstandsvermogen. Deze ondergrens is bepaald op 5% van de uitstaande leningenportefeuille per 31/12 van het betreffende boekjaar. Bij de jaarrekening 2025 gaat het dan om een bedrag van € 3,11 miljoen (5% van 62,3 miljoen). Mocht in enig jaar het benodigd weerstandsvermogen op basis van de systematiek onder deze ondergrens komen te liggen, dan hanteren we het bedrag van de ondergrens als aan te houden weerstandsvermogen. Om de toegenomen belangen en de financiële positie van de gemeente Emmen in Wildlands zeker te stellen en gezien het economisch en maatschappelijke belang van Wildlands voor de regio hebben wij hiervoor een governancestructuur ingericht die als voorwaarden zijn verbonden aan de verstrekte geldleningen. Tot slot merken wij op dat het inschatten van dit risico, ook bij de nu gekozen maatwerkberekening, erg complex, omvangrijk en gevoelig is en blijft.

1 De afgelopen jaren is in de praktijk gebleken dat de ideale mix van bezoekersaantal ten opzichte van yield zich

voordoet bij een (iets) lager liggend bezoekersaantal waarbij een hogere yield wordt gerealiseerd. In de herziene businesscase is dit bijgesteld. In lijn met de hogere bezoekersaantallen van de afgelopen jaren is in overleg met de accountant overeengekomen voor de jaarrekening 2025 het oorspronkelijk gehanteerde bezoekersaantal van 850.000 voor het worst case scenario weer te hanteren. Voorgaande jaren werd gerekend met een bezoekersaantal van 800.000. 2.1.4 Samenvatting benodigde weerstand 92/221

2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Jaarverslag en jaarrekening 2025

In totaal bestaat de benodigde weerstandscapaciteit uit twee delen, te weten: Benodigde weerstandscapaciteit Risicoprofiel overige risico's

Bedragen x € 1.000

Wildlands Totaal

18.183 10.300 28.483

De norm is dat het aanwezige weerstandsvermogen ruim voldoende moet zijn (de beschikbare weerstandscapaciteit moet minimaal 140% zijn van het benodigde weerstandsvermogen). In dit geval is dat een bedrag van € 25.180.000 * 140% = € 35.252.000.

2.2 Beschikbare weerstandscapaciteit en ratio weerstandsvermogen Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit (op basis van 90%) en de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt de ratio van het weerstandsvermogen.

Berekening beschikbare weerstandscapaciteit

Bedragen x € 1.000

Algemene reserve 31.12.2025 Algemene reserve grondexploitaties 31.12.2025

76.913 13.121

Jaarrekeningresultaat 2025 Onvoorzien

- 330 318

Stille reserve (aandelen Enexis 50%) Onbenutte belastingcapaciteit

19.662 4.155

Beschikbare weerstandcapaciteit (A)

113.839

Benodigde weerstandcapaciteit (B)

28.483

Ratio weerstandsvermogen (A/B)

4,00

Totaal benodigde weerstandscapaciteit volgens norm 140%

39.876

Verschil beschikbare / benodigde weerstandscapaciteit 140%

73.963

Minimale algemene reserves (10% van gewijzigd begrotingstotaal baten 2025 excl. reservemutaties)

55.354

Verschil algemene reserves / minimum

34.350

De bovenstaande berekening gaat uit van de stand van zaken per 31 december 2025. De ratio weerstandsvermogen voor 2025 is 4,00. Op basis van de in de beleidsnota Risicomanagement en weerstandsvermogen opgenomen normen duidt dit op een uitstekend weerstandsvermogen. Stand algemene reserves Na onttrekking van het jaarrekeningresultaat 2025 komt de stand van de algemene reserves op € 90,0 miljoen. Dit is € 34,7 miljoen hoger dan de minimale ondergrens zoals opgenomen in de beleidsnota risicomanagement en weerstandsvermogen.

2.3 Financiële kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. Voor de beoordeling van de financiële positie is het belangrijk dat zowel naar de balans als naar de exploitatie wordt gekeken. In de kengetallen structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit komt tot uitdrukking of de gemeente over voldoende structurele baten beschikt, en welke mogelijkheid er is om de structurele baten op korte termijn te vergroten. De kengetallen netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio en grondexploitatie hebben betrekking op de balans. In onderstaande tabel zijn ook de signaleringswaarden van de provincie opgenomen die gebruikt worden om aan

93/221

2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Jaarverslag en jaarrekening 2025

te duiden in hoeverre gemeenten risico’s lopen; hierbij is categorie A het minst risicovol en categorie C het meest risicovol. Daarnaast is het kengetal ‘financiële verplichtingen’ opgenomen. Dit kengetal komt tot stand door het solvabiliteitsratio en het ratio weerstandsvermogen tegen elkaar af te wegen. Omdat het solvabiliteitsratio in de meest risicovolle categorie valt, is een ‘ruim voldoende’ weerstandsvermogen nodig om hier tot een voldoende score te komen, hetgeen momenteel het geval is bij de jaarrekening (het weerstandsvermogen is zelfs uitstekend). Kengetallen

Rekening

Begroting

Rekening

A

B

C

2024

2025

2025

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

< 90%

90 - 130%

> 130%

90,0%

114,6%

90,2%

< 90%

90 - 130%

> 130%

76,4%

100,6%

77,1%

Solvabiliteitsratio

> 50%

20 - 50%

< 20%

21,7%

18,2%

21,5%

Grondexploitatie

< 20%

20 - 35%

> 35%

6,5%

7,7%

6,2%

Structurele exploitatieruimte

> 0%

0%

< 0%

4,2%

4,1%

3,8%

Belastingcapaciteit

< 95%

95 - 105%

> 105%

94,0%

85,1%

92,0%

Voldoende

Voldoende

Voldoende

Financiële verplichtingen

Signaleringswaarden provincie

Niet van toepassing

Vanuit de VNG wordt ook de netto investeringsquote gehanteerd. Hiermee wordt beoordeeld of de gemeente voldoende investeert voor het behoud van een aanvaardbaar voorzieningenniveau. De signaalwaarden voor lage investeringen bedragen 1% en 0%. De signaalwaarden voor hoge investeringen bedragen 5% en 7%. De netto investeringsquote bedraagt voor 2025 3,8%. Het gemiddeld investeringsniveau dat nauw samenhangt met een aanvaardbaar voorzieningenniveau is hiermee ten opzichte van 2024 (2,4%) behoorlijk gestegen. Uit bovenstaand overzicht blijkt in hoeverre de gemeente voldoet aan de signaleringswaarde. • De netto schuldquote stijgt licht en opzichte van de rekening 2024 wat betekent dat de gemeente iets afhankelijker wordt van externe financiering en de financiële flexibiliteit wat afneemt.. • De solvabiliteitsratio is licht gedaald ten opzichte van de rekening 2024. Deze daling is op zichzelf niet zorgwekkend, maar wel een signaal dat de financiële buffer afneemt. • De grondexploitatie is licht gedaald. In het algemeen geldt: hoe lager dit percentage hoe beter. Met dit cijfer wordt aangegeven hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten van de gemeente. • De structurele exploitatieruimte is in 2025 gedaald ten opzichte van 2024.

Dit komt enerzijds door een daling van de structurele baten als gevolg van onder meer lagere rijksuitgaven en anderzijds door een toename van de structurele lasten als gevolg van onder meer cao-stijgingen, hogere kosten inkoop, ICT, onderhoud en beheer, stijgende jeugdzorgkosten. • De belastingcapaciteit is gebaseerd op de kerngegevens gemeentelijke belastingen (Coelo). De daling wordt veroorzaakt doordat de Emmense woonlasten lager zijn dan de gemiddelde landelijke woonlasten. • Financiële verplichtingen: ondanks een lichte daling van de solvabiliteit kan, mede door een uitstekend weerstandsvermogen, ook 2025 wederom met een voldoende worden afgesloten.

In bijlage D wordt een nadere toelichting en grafische weergave van de kengetallen gegeven.

94/221

3. Onderhoud kapitaalgoederen

Jaarverslag en jaarrekening 2025

3. Onderhoud kapitaalgoederen De gemeente heeft veel vermogen geïnvesteerd in kapitaalgoederen in de vorm van wegen, riolering, kunstwerken, groen, verlichting, verkeersregelinstallaties en vastgoed. Het onderhoud van deze goederen is van essentieel belang voor het zo goed mogelijk functioneren van deze voorzieningen. Meldingen van inwoners hebben vaak ook een relatie met het onderhoud van kapitaalgoederen: defecte verlichting, gaten in de weg of een onvoldoende functionerend rioolstelsel. De kapitaalgoederen staan niet los van elkaar, maar bepalen gezamenlijk het beeld van de openbare ruimte. Deze verplichte paragraaf heeft tot doel inzicht te geven in de beleidsmatige en financiële keuzes rondom het beheer en onderhoud van belangrijke gemeentelijke kapitaalgoederen.

3.1 Wegen A. Het beleidskader Op basis van de position paper van wegen heeft de raad als kader vastgesteld dat het wegenareaal op minimaal Cniveau moet worden gebracht en gehouden. Elke 2 jaar wordt een visuele inspectie uitgevoerd conform het CROW-inspectieprotocol. De resultaten worden verwerkt in het beheerinformatiesysteem en vormen de basis voor het actualiseren van het onderhoudsplan. Afwijkingen van norm D worden uitsluitend geaccepteerd indien deze zijn onderbouwd met een risicoanalyse en beheersmaatregelen. B. Uit het beleidskader voortvloeiende consequenties A+ A B

C

D

2020

44 %

16%

6%

7%

27%

2024

32,1%

32%

10,5%

2,5%

23%

De inspectie van 2024 toont aan dat 77% van de verhardingen voldoet aan het gestelde minimumniveau C of beter. Het aandeel verhardingen met kwaliteitsniveau D is met 4% afgenomen ten opzichte van 2020. Deze ontwikkeling is het resultaat van gerichte investeringen via het investeringsproject 'Onderhoud werkt' en het Deklagenprogramma. De ingezette lijn wordt in 2026 voortgezet, met prioriteit voor verkeersveiligheid en comfort. In 2026 vindt ook weer een weginspectie plaats. C. De vertaling van de financiële consequenties Vanuit wegbeheer is het exploitatiebudget van 2025 ingezet voor het groot onderhoud van verhardingen van o.a. rijbanen, fietspaden en voetpaden, evenals het onderhoud aan zandpaden en wegmarkeringen. Het exploitatiebudget is benut met uitzondering van € 10.000. Door afstemming in de beheerplanningen te zoeken met o.a. beheer riolering zijn er grotere projecten in de markt gezet waarbij budgetten zijn samengevoegd. Met de gezamenlijk aanpak in de uitvoering levert dit voordelen op in uitvoeringstijd en de benodigde middelen. Ook zijn met de beschikbaar gestelde investeringen voor het Deklagenprogramma werken uitgevoerd in 2025. Daarnaast zijn vanuit het investeringsproject 'Onderhoud werkt' reconstructies uitgevoerd. Per 31 december 2025 zijn ongeveer de helft van deze kredieten besteed.

Enkele kanttekeningen bij onderstaande tabel: - Het jaartal zegt niets over het moment dat het bedrag wordt uitgegeven. Dit betekent bijvoorbeeld dat in 2025 uitgaven worden gedaan uit 'Wegenbeheer 2023'. - De afronding van de werkpakketten 2024-2025 is lastiger gebleken dan voorzien. Er zijn uitdagingen met financiële beperkingen, marktpartijen, uitvoeringskracht, het op orde krijgen van het databeheer, en klimaatverandering als versnellende factor, die de afronding bemoeilijken. We zijn daarom bezig met een herijking om te kijken hoe we de resterende investeringskredieten zo goed mogelijk kunnen benutten. Te denken valt aan zwaardere maatregelen (volledige reconstructie van een weg in plaats van gedeeltelijk) en een andere vorm van aanbesteden.

95/221

3. Onderhoud kapitaalgoederen

Jaarverslag en jaarrekening 2025

Kredieten 'Onderhoud werkt'

Begroot

Realisatie

Verplichtingen

Resterend

Wegenbeheer 2022

€ 8.000.000

€ 8.000.000

€-

€-

Wegenbeheer 2023

€ 8.000.000

€ 4.500.000

€ 1.400.000

€ 2.100.000

Wegenbeheer 2024

€ 8.000.000

€-

€ 1.950.000

€ 6.050.000

Wegenbeheer 2025

€ 8.000.000

€ 100.000

€-

€ 7.900.000

Primitieve Begroting

Begroting 2025

Rekening 2025

Verschil

Beschikbaar exploitatiebudget

4.412

4.451

4.441

10

Kapitaallasten

3.633

3.144

3.146

-1

(bedragen x € 1.000)

D. Voortgang Vanuit de exploitatie en het Deklagenprogramma zijn onder andere de volgende onderhoudsprojecten uitgevoerd en afgerond: •

Emmen: Busstation en kruising Boermarkeweg/Dordsestraat (afgestemd met aansluiting rioolvervanging en herinrichting)

•

Erica: Verlengde Vaart NZ

•

Klazienaveen: Koriander en Stellingstraat NZ

•

Nieuw-Schoonebeek: Europaweg (afgestemd met rioolvervanging en dorpsvernieuwing, afronding vindt plaats in voorjaar 2026)

•

Nieuw-Weerdinge: Siepelveenwijk (veenzettingen onder de rijbaan aangepakt) en fietspad Tramwijk

•

Weerdinge: fietspad Weerdingerstraat

Vanuit ‘Onderhoud werkt’ zijn reconstructies uitgevoerd en afgerond in onder meer: •

Barger-Compascuum (Limietweg)

•

Emmen (Melkweg)

•

Emmer-Compascuum (Foxel)

•

Schoonebeek (Klaassensweg, Kerkhoflaan, Liasweg, Eerste en Tweede Blickweg)

•

Nieuw-Schoonebeek (Aalminksweg)

•

Nieuw-Weerdinge (Woldweg, Herenlandweg, Verbindingskanaal NZ)

Basisgegevens/ uitgangspunten Verhardingen omvatten zoal rijbanen, fietspaden en voetpaden, maar ook parkeerterreinen, -stroken en -vakken. Het gaat daarmee verder dan alleen 'wegen'. Het onderhoud aan verhardingen is belangrijk voor de gebruikers waar het gaat om de verkeersveiligheid en comfort. Het aanzien van de verhardingen verbetert de beleving van de openbare ruimte voor onze bewoners in hun leef- en werkomgeving en dat geldt ook voor de bezoekers van onze gemeente. De gemeente Emmen heeft ca. 9.600.000 m2 aan verhardingen. Dit bestaat uit asfalt, cementbeton, elementen (zoals straatklinkers en betontegels) en half verhard of onverhard.

96/221

3. Onderhoud kapitaalgoederen

Jaarverslag en jaarrekening 2025

Verhardingstypen

Oppervlak in m2

Percentage

Asfalt

3.785.343

39,4

Cementbeton

462.098

4,8

Elementen

4.918.180

51,3

Half verhard/onverhard

422.630

4,4

Gebruiksdoeleinden

Oppervlak in m2

Percentage

Rijbaan

5.937.007

61,9

Voetpad

1.392.851

14,5

Fietspad

863.833

9,0

Parkeervak/strook/terrein

663.886

6,9

Inrit

471.396

4,9

Drempel

97.929

1,0

Overige

161.310

1,7

3.2 Riolering A. Het beleidskader Het Gemeentelijk Riolering Plan (GRP) geeft invulling aan de wettelijke zorgplicht betreffende een doelmatige inzameling en transport van afvalwater, hemelwater en grondwater. Het GRP bevat de hoofdlijnen van de aanpak die nodig is om de gewenste situatie te bereiken. De planperiode van het huidige GRP loopt tot eind 2028. Daarnaast is altijd sprake van het oplossen van calamiteiten die zich gedurende het jaar voordoen. B. Uit het beleidskader voortvloeiende consequenties Veel grote projecten hebben een integraal karakter. Bij het vervangen van riolering wordt ook de inrichting van de bovengrond (het openbaar gebied) vaak aangepast en vervangen. Deze combinatie van werkzaamheden maakt dat de doorlooptijd van veel rioleringsprojecten lang is. De combinatie met andere disciplines vraagt om veel afstemming. Ook op het gebied van financiering liggen hier soms uitdagingen, omdat de scope van het project vaak wordt uitgebreid (werk-met-werk maken). Voor de uitvoering van onze projecten vinden we burgerparticipatie heel belangrijk. Dat maakt dat de doorlooptijd van projecten bijna altijd langer dan 1 jaar is. De investeringskosten worden daarom over meerdere jaren verspreid. C.

De vertaling van de financiële consequenties Via de rioolheffing brengt de gemeente een groot deel van deze kosten in rekening voor het beheer en onderhoud van het rioleringsstelsel bij diegenen die zijn aangesloten op de riolering. De kosten die in de rioolheffing zijn ondergebracht zijn onder andere de kapitaallasten en de exploitatiekosten. Eventuele tekorten of overschotten worden verrekend met de beschikbare voorziening riolering. Vanuit het beschikbare budget is € 2.779.000 beschikbaar voor beheer en onderhoud van het rioleringsstelsel. De mutatie voorziening riool wordt bepaald op basis van een kostendekkendheidsberekening. Zijn de kosten hoger dan de baten dan onttrekken we het verschil aan de voorziening en zijn de kosten lager dan de baten dan storten we het verschil in de voorziening. Op begrotingsbasis wordt uitgegaan van een gemiddeld investeringsbedrag op basis van het GRP 2024-2028. Compensabele BTW over dit investeringsbedrag mogen wij hierbij toerekenen aan onze kosten. Omdat nog een aantal werkzaamheden zijn uitgesteld en nog uitgevoerd worden na 2025, storten we het voordeel in de voorziening riolering.

97/221

3. Onderhoud kapitaalgoederen

Jaarverslag en jaarrekening 2025

Primitieve Begroting

Begroting 2025

Rekening 2025

Verschil

Beschikbaar exploitatiebudget

5.457

5.164

4.272

892

Kapitaallasten

4.571

3.708

3.707

1

Mutatie voorziening

-2.123

-883

235

-1.118

Totaal

7.905

7.989

8.215

-225

(bedragen x € 1.000)

D. Voortgang De volgende grotere projecten zijn in 2025 nog in tot uitvoering of tot uitvoering gekomen, waarbij onderscheid wordt gemaakt in autonome projecten (niet afhankelijk van ontwikkelingen van derden) en integrale projecten. Autonome rioleringsprojecten: - Angelslo: Er wordt in de Angelsloërdijk en in de Jules Verneweg een afvoer gelegd vanaf de vijver Veldlaan naar het Bargermeerkanaal. De bestaande riolering wordt ook vervangen. Start van de werkzaamheden is afhankelijk van capaciteit en voortgang nutsbedrijven. Verwachting is dat in het 4e kwartaal van 2026 gestart kan worden met de riolering. - Emmerhout: De riolering van Laan van het Kinholt is in slechte staat. Hier wordt ca. 1100 meter riolering vervangen. De werkzaamheden zijn in afronding op wat groenaanleg na. Dit wordt in 2026 verder afgerond. Integrale rioleringsprojecten: - Veenoord: De riolering in Veenoord wordt voor een groot deel vervangen. Het plan wordt gefaseerd uitgevoerd. Fase 1 is in 2024 gereedgekomen. Fase 2 zal begin 2026 worden opgeleverd en voor fase 3 is gestart met het voorbereiden van de aanbesteding. - Bargeres: De vervanging van de riolering in de Orvelterbrink is inmiddels in uitvoering. Dit zal tot midden 2026 duren. Vervolgens zal de groenaanleg nog plaatsvinden. - Klazienaveen: De riolering in de Dordsedijk voldoet niet meer.

De riolering is in slechte staat en de afvoercapaciteit is onvoldoende. De aanbesteding is afgerond en de uitvoering zal in verband met levertijden starten in het 3e kwartaal van 2026. - Nieuw-Schoonebeek: De riolering in de Europaweg in Nieuw-Schoonebeek zal vervangen worden door een gescheiden rioolstelsel. De werkzaamheden zijn in uitvoering. Daarnaast zijn er nog grote rioleringsprojecten die gekoppeld zijn aan de projecten vanuit de samenwerking met Emmen Vernieuwt voor het Programma Emmen Centrum en het Programma Bereikbaarheid. Dit zijn onder andere de volgende projecten: -Vervangen riolering en herinrichten Weerdingerstraat (zie programma 7 doelenboom) -Vervangen riolering en herinrichten Dordsestraat/Noordbargerstraat Zie programma 7 voor de prestaties in de doelenboom voor bovengenoemde projecten. Basisgegevens/ uitgangspunten De gemeente gebruikt een beheersysteem voor het beheer van de riolering. Dit systeem bestaat uit een database met alle beheerelementen voor gemeente Emmen. Het areaal is als volgt opgebouwd:

98/221

3. Onderhoud kapitaalgoederen

Jaarverslag en jaarrekening 2025

Omschrijving

Areaal

Gemengde riolering

434 km

Droogweerafvoer riolering (vuilwater)

288 km

Hemelwaterriolering

277 km

Aangesloten afvoerend oppervlak (gemengd & verbeterd)

982 ha

Riooloverstorten

123 stuks

Bergbezinkvoorzieningen

15 stuks

Hoofdgemalen (gemengd & droogweerafvoer)

98 stuks

Hoofdgemalen (hemelwaterafvoer)

18 stuks

Persleidingen

32 km

Drukunits en vacuümputten

1.328 stuks

Drukleiding en vacuümleiding

229 km

Overstortvijvers

10 stuks

Kolken

60.000 stuks

Infiltratie-units

500 m3

Drainage

8.928 m

Infiltratieriool

46 km

Peilbuizen

78 stuks

Regenmeters

15 stuks

Ontwatering

112 km

Onderhoud oevers van vijvers

12 km

Reinigen duikers

1 km

Maaien wadi

105.100 m2

Plaggen bodem wadi

11.800 m2

3.3 Water en Kunstwerken A. Het beleidskader De staat van de kunstwerken wordt periodiek bepaald aan de hand van NEN-normeringen. Hiervoor worden alle kunstwerken geïnspecteerd. Daarbij wordt een prioritering aangebracht op basis van veiligheid, functionaliteit, duurzaamheid en toonbaarheid. De laatste inspectie vond plaats in 2022. B. Uit het beleidskader voortvloeiende consequenties Om de constructieve veiligheid van leuningen en constructies te waarborgen wordt elke 2-4 jaar een visuele inspectie uitgevoerd. Deze inspecties worden vertaald naar een meerjarenonderhoudsprogramma (MJOP). Daarnaast zijn voor een aantal civiele kunstwerken aparte beheerplannen opgesteld (december 2021). Het gaat

99/221

3. Onderhoud kapitaalgoederen

Jaarverslag en jaarrekening 2025

hier om grote en kleine duikers, vaste bruggen en viaducten, vijvers en installaties, hubs en de Hondsrugtunnel. Het jaarlijks geplande onderhoud wordt op basis van het MJOP en deze beheersplannen gepland. In de begroting is voor het onderhoud een structureel budget opgenomen. C. De vertaling van de financiële consequenties Het budget voor kunstwerken is onderverdeeld in beheer en onderhoud. Het budget voor beheer is besteed aan structurele kosten van diensten zoals de bediening van beweegbare bruggen. Aan het budget voor onderhoud is halverwege 2025 een bedrag van € 553.000 toegevoegd afkomstig uit de ‘Resultaatsbestemming onderhoud kunstwerken’ uit 2024. In 2025 heeft er groot onderhoud aan meerdere kunstwerken plaatsgevonden. Bijna het hele exploitatiebudget voor het jaar is benut. De uitzondering hierop vormt het project om de Opaalbrug in Parc Sandur aan te pakken. Aanvullend onderzoek leidde ertoe dat de herstelkosten dusdanig opliepen dat die buiten de geraamde kosten van de opdracht vielen. Besloten is om van het bedrag de engineering en het vergunningentraject te bekostigen. Na aftrek van deze kosten blijft uit de exploitatie € 74.000 over. Het herstel van de brug zal in een nieuwe opdracht aanbesteed worden. (bedragen x € 1.000) Beschikbaar exploitatiebudget Kapitaallasten

Primitieve Begroting

Begroting 2025

Rekening 2025

Verschil

1.874

2.065

1.991

74

479

433

434

-1

D. Voortgang De onderhoudsplanning voor 2025 is gerealiseerd, met uitzondering van het herstel van de Opaalbrug. De voorbereidingen voor het vervangen van de sierverlichting op het Raadhuisplein zijn daarnaast onderdeel geworden van een integrale aanpak voor het plein onder een externe projectleider. Naast reguliere onderhoudswerkzaamheden, is de exploitatie besteed aan de vervanging van een duiker in het Weerdingerkanaal, evenals de kademuur in Roswinkel en beschoeiingen in de Rietlanden. Ook is de stalen brug Berkenrode bij het Veenpark gerenoveerd en heeft de houten brug aan de Huizingsbrinkweg groot onderhoud gehad. Ten slotte is de controller van de Hondsrugtunnel geüpgraded. Basisgegevens/ uitgangspunten De gemeente Emmen heeft 199 bruggen, viaducten en tunnels. Hiervan zijn 17 beweegbare stalen bruggen. Overige (civieltechnische) kunstwerken die we beheren zijn: steigers en vlonders, geleiderails, duikers, kade- en keermuren, leuningen en hekwerken, beschoeiingen en kades, markt- en stroomkasten, walstroomvoorzieningen en aanlegsteigers. Bovendien vallen er nog diverse pleinen, bollards, fonteinen en overige waterpartijen onder het beheer van de gemeente.

3.4 Openbaar Groen A. Het beleidskader Bomen: In de Bomenverordening (2011) is de bescherming van waardevolle (ouder dan 50 jaar) en monumentale bomen (ouder dan 80 jaar) vastgelegd, net als die van waardevolle boomstructuren. Vanuit de verordening zijn nadere regels vastgesteld in de vorm van ‘Uitvoeringsbesluit criteria en register voor monumentale, waardevolle bomen en overzicht van waardevolle structuren’ (2011). Hiermee worden de lijsten van genoemde groenelementen vastgesteld. Ter aanvulling geldt sinds 2014 het Uitvoeringsbeleid bomen. Ons bomenbeleid is gericht op het behoud van alle bomen die bijdragen aan een samenhangend, vitaal en duurzaam bomenbestand. Tot slot is het streven om te voldoen aan de bomennorm (3-30-300): vanuit elke woning zie je 3 bomen, 30 procent van een wijk valt in de schaduw van een boom en op 300 meter van elke woning is een bos of parkje. -

Stedelijk groen: In het centrum van Emmen en Klazienaveen wordt het stedelijk groen onderhouden volgens CROW-beeldkwaliteitsniveau A. In de dorpen en woonwijken geldt CROW-beeldkwaliteit B.

-

Landschappelijk groen: Het landschappelijk groen wordt ecologisch en doelmatig onderhouden, op CROWbeeldkwaliteitsniveau C.

-

Begraafplaatsen: Begraafplaatsen worden onderhouden op CROW-beeldkwaliteitsniveau A. 100/221

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=10436c2a-ecbb-4f2d-b446-04711721fe35