CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Jaarrekening en jaarverslag 2022

Commissie Bestuur, Middelen en Economie 8 juni 2023, gemeente EmmenBij agendapunt: Jaarstukken 2022 gemeente Emmen45.975 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Indicatoren De onderstaande tabel geeft de realisatie van de bij de begroting 2022 opgenomen indicatoren weer, met daarbij ook historische informatie. PROGRAMMA 10 Effectindicatoren 1 Goedkeurende accountantsverklaring rechtmatigheid 2 Uiterlijk 2023 voldoet het weerstandsvermogen aan de norm ruim voldoende (dat is nu ca. € 36,9 miljoen)

Real.2018 Real.2019 Real.2020 Real.2021 Real.2022 nee nee nee nee ja

Prestatie-indicatoren 1 De algemene reserve is eind 2024 minimaal 3% van de totale lasten (ca. € 12,6 mln.)

7,8 nee

10,6 nee

20,0 nee

40,0 ja

61,4 ja

-1,4 nee

3,4 nee

6,3 nee

26,0 ja

47,4 ja

Wat heeft het gekost? De onderstaande tabel geeft per taakveld aan in hoeverre de begroting is bijgesteld, wat het resultaat is van de jaarrekening en het verschil tussen begroting en jaarrekening. In bijlage C van de jaarrekening is op hoofdlijnen inzichtelijk gemaakt hoe de begroting zich heeft ontwikkeld en is een verschillenanalyse op detailniveau opgenomen. 10 Bedrijfsvoering en Inkomstenbronnen Taakveld

Primitieve

(Bedragen * €1.000)

begroting

Begroting

Rekening

Verschil

Algemene uitkering

1.703

598

0

598

Belastingen Overig

470

481

268

213

OZB woningen

1.673

1.975

2.097

-122

Overhead

39.375

41.847

40.824

1.024

Overige baten en lasten

5.675

3.072

1.440

1.632

Treasury

-1.234

1.005

1.152

-147

0

0

25

-25

Totaal lasten

47.663

48.979

45.806

3.173

Algemene uitkering

267.456

300.111

299.581

530

Belastingen Overig

325

49

26

23

OZB woningen

16.879

17.129

17.224

-94

OZB- niet woningen

11.393

11.243

11.344

-101

Overhead

4.580

5.536

5.900

-364

-57

625

359

266

2.615

2.896

2.961

-65

303.191

337.589

337.395

194

Vennootschapsbelasting

Overige baten en lasten Treasury Totaal baten Mutatie reserves Saldo Bedrijfsvoering en Inkomstenbronnen (netto)

2.039

5.183

5.747

-564

-253.489

-283.428

-285.843

2.415

81

1. Paragraaf lokale heffingen Deze paragraaf geeft meer inzicht in de lokale heffingen en belastingen van de gemeente. Er wordt inzichtelijk gemaakt wat de verschillen zijn tussen de begrote en de werkelijke opbrengsten en waar nodig wordt hiervoor een verklaring gegeven. Tevens wordt een beeld geschetst van de ontwikkelingen van lokale lasten in Emmen, ten opzichte van de landelijke ontwikkelingen. Beleid Algemeen De woonlasten voor de eigenaren/inwoners bestaan hoofdzakelijk uit de optelsom van OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Elk gezin betaalt afvalstoffenheffing en praktisch iedere woning is aangesloten op het riool. Huurders betalen geen OZB, dus daar is de omvang van afvalstoffen- en rioolheffing bepalend voor de woonlasten. Voor de lagere inkomens is er ook de mogelijkheid van kwijtschelding. Voor een aantal heffingen staan daar rechtstreekse, individuele prestaties tegenover (leges, begraven, parkeren, markten). Geraamde inkomsten In onderstaande tabel is aangegeven welke inkomsten zijn begroot en wat de werkelijke inkomsten waren. B edragen x €1.000

Begroting 2022 Rekening 2022

Verschil

OZB (onroerende zaakbelasting)

28.263

28.418

155

Afvalstoffenheffing

13.667

13.608

-59

Rioolheffing

10.437

10.430

-7

Parkeergelden

2.965

3.687

722

Sporttarieven c.a.

1.944

2.032

88

Grafrechten

762

1.096

334

Bouw leges

3.150

3.202

52

Leges documenten

930

1.018

88

Overige leges en vergunningen

386

473

87

Belastingen (oa toeristen- en reclamebelasting)

607

787

180

63.109

64.750

1.640

Totaal

Nadere toelichting op de verschillen tussen begroot en werkelijk: Onroerende zaakbelasting (OZB) De OZB wordt geheven over woningen en over bedrijven (niet-woningen). De opbrengsten zijn dit jaar iets hoger uitgevallen dan begroot; dit had meerdere oorzaken. Traditioneel blijkt in de loop van het jaar dat een deel van de niet-woningen omgezet moet worden naar een woning. Dit komt aan de ene kant door verandering van waarde (als iets meer dan 70% woning is, dan wordt het als woning geregistreerd). Aan de andere kant telt een bouwperceel voor een woning formeel als niet-woning mee. Zodra de bouwactiviteiten starten, wordt het ook als woning geregistreerd. Omdat het tarief voor woningen lager ligt dan van nietwoningen, zijn de inkomsten ook lager. Daarnaast heeft er een kwaliteitsslag plaatsgevonden op de nietwoningen: in het veld zijn veel van deze objecten nader bekeken en is (beter) geregistreerd wie de gebruiker is. Ook heeft in het begin van 2022 een betaling plaatsgevonden uit een faillissement, die zorgde voor incidentele inkomsten. Door de areaaluitbreiding (bouw van nieuwe objecten) is tenslotte ook een bedrag aan OZB hoger dan begroot ontvangen. Parkeren Bij Berap II 2022 zijn de begrote parkeeropbrengsten met € 1,0 mln. verlaagd.Er is in 2022 goed gebruik gemaakt van de parkeervoorzieningen, waardoor de opbrengsten alsnog boven de begroting gekomen zijn.

Grafrechten Door een oversterfte in 2022 zijn meer inkosten gegenereerd. Naast het hierdoor gestegen aantal begrafenissen speelt de uitgifte van particuliere graven en een grotere vraag naar natuurbegraven mee in de opbrengsten. Overige belastingen In 2022 hebben er meer overnachtingen binnen de gemeente plaatsgevonden dan vooraf was begroot. Dit verklaart de hogere inkomsten op de toeristenbelasting. Kostendekkendheid van heffingen Omdat een belastingplichtige geen keuze heeft om ze te ontgaan, heeft de wetgever bepaald dat de hoogte van de tarieven afvalstoffenheffing en rioolheffing, diverse leges en de lijkbezorgingsrechten (begraven) maximaal kostendekkend mogen zijn. De gemeente mag er niet aan verdienen. Voor andere heffingen geldt niet dat er verplichte afname bestaat, maar men kan ook niet naar een concurrent. Daarom mogen ze ook maximaal kostendekkend zijn. De toetsing van de maximale kostendekkendheid vindt plaats bij de 82

begroting. Bij de jaarrekening wordt inzichtelijk gemaakt wat de werkelijke kostendekkendheid was. Wanneer er sprake is van overdekking, wordt het restant gestort in een voorziening. Overzicht heffingen die maximaal kostendekkend mogen zijn (bedragen x € 1.000) B edragen x €1.000

Kosten taakveld(en) Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten Overhead BTW Totale kosten Opbrengst heffingen Dekkingspercentage

Rioolheffing Afvalstoffen- Begraven heffing 11.778 -1.247 10.531 809 223 2.393 13.956 13.610 98%

6.998 0 6.998 1.122 889 1.431 10.440 10.430 100%

1.388 0 1.388 0 403 0 1.790 1.096 61%

Leges 5.310 0 5.310 0 3.009 0 8.319 4.659 56%

Rioolheffing Bij de begroting was rekening gehouden met een kostendekkendheid van de rioolheffing van 87%. Volgens bovenstaande tabel is dat in 2022 uiteindelijk toch 100% geworden. De reden hiervoor is dat er minder rioleringsprojecten zijn uitgevoerd waardoor de kosten lager zijn uitgevallen. Hierdoor is er ook minder btw toegerekend dan waar bij de begroting vanuit werd gegaan. Afvalstoffenheffing In 2022 is het systeem van Diftar ingevoerd. Voor het invoeren hiervan zijn in 2021 al kosten gemaakt, en in 2022 bracht de uitvoering ook meerkosten met zich mee. Bij de begroting is uitgegaan van een kostendekkendheid van 104%, waardoor er een bedrag in de voorziening gestort is. Gedurende het jaar bleek dat het aantal aanbiedingen door onze inwoners minder was dan waar we vooraf rekening mee hadden gehouden. Dit zorgt ervoor dat er minder inkomsten zijn, maar zorgt ook voor lagere kosten. De kostendekkendheid is daardoor uitgekomen op 98%. Begraven Bij begraven is sprake van een hoger dekkingspercentage ten opzichte van de primitieve begroting, omdat het natuurbegraven een vlucht heeft genomen (inkomsten). Daarnaast was er in 2022 sprake van oversterfte, dus waren er naast meer inkomsten ook meer kosten. Tot slot hebben enkele projecten vertraging opgelopen, waardoor een deel van de kosten nog niet gemaakt zijn.

Leges In onderstaande tabel is gedetailleerder aangegeven wat de baten en lasten zijn van de leges en de kostendekkendheid per titel. Kostendekkendheid per titel

Bedragen x €1.000

Titel 1: Algemene dienstverlening

Lasten

Baten

Kostendekking

Hoof dstuk 1 - Burgerlijke stand

€

556 €

318

57,1%

Hoof dstuk 2 - Reisdocumenten

€

661 €

607

91,8%

Hoof dstuk 3 - Rijbew ijzen

€

637 €

394

61,8%

Hoof dstuk 4 - Verstrekkingen uit de Basisregistratie personen

€

346 €

18

5,1%

Hoof dstuk 9 - Overige Publiekszaken

€

74 €

0

0,1%

Hoof dstuk 16 - Verkeer en vervoer

€

267 €

37

14,0%

Kostendekking Titel 1

€

2.540 €

1.373

54,1%

Titel 2: Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Hoof dstuk 3 - Omgevingsvergunning

Lasten €

5.778 €

Baten 3.223

Kostendekking 55,8%

Kostendekking Titel 2

€

5.778 €

3.223

55,8%

Kostendekking totale tarieventabel

€

8.319 €

4.596

55,3%

Titel 3: Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

lasten

Hoof dstuk 1 - Horeca

€

-

baten €

-

Kostendekking Titel 3

€

-

€

-

Kostendekking totale tarieventabel

€

8.319 €

kostendekking

4.596

0,0%

55,3%

83

De kostendekkendheid van de leges is toegenomen van 45% in de begroting naar ruim 55% in deze jaarrekening. Dit komt met name door de lagere lasten en hogere opbrengsten bij de burgerlijke stand (titel 1) en hogere inkomsten voor omgevingsvergunningen dan begroot (titel 2). Sommige van de in titel 1 genoemde legessoorten kennen een kostendekkendheid van minder dan 50%. Dit komt doordat sommige producten vrijgesteld zijn van leges (bijvoorbeeld aangifte geboorte/overlijden en verhuizingen), de kostendekkendheid kan hier niet omhoog. Andere leges zijn aan maximale tarieven gebonden, deze zijn niet altijd kostendekkend. Lastendruk 2022 Jarenlang zijn de woonlasten bevroren en is de stijging van prijzen van onze diensten beperkt tot maximaal de landelijke prijsindexering. Vanaf 2019 zijn de belastingen, heffingen en tarieven verhoogd. In de begroting is voor 2022 toch weer rekening gehouden met een bevriezing van de OZB (de toename ten opzichte van vorige jaren is vanwege de areaaluitbreiding). Daarnaast zijn de tarieven voor rioolheffing licht verhoogd en is de afvalstoffenheffing afhankelijk geworden van het aantal aanbiedingen (diftar). De uiteindelijke lasten zijn weergegeven in het volgende overzicht, waarbij voor de huurder en de eigenaar uit is gegaan van dezelfde (gemiddelde) WOZ-waarde en voor de afvalstoffenheffing van een gemiddeld aantal aanbiedingen.

Doordat er uiteindelijk gemiddeld minder aanbiedingen van (rest-) afval waren, zijn de totale lasten gedaald voor iemand die gemiddeld minder heeft aangeboden dan vorig jaar (of wat wij vooraf verwachtten). Eigenaar woning

2021

2022

Stijging

WOZ-waarde

€

183.000

€

203.000

10,9%

OZB

€

338,92

€

336,17

-0,8%

Afvalstoffenheffing

€

310,32

€

290,00

-6,5%

Rioolheffing

€

173,12

€

174,38

0,7%

€

822,35

€

800,55

-2,7%

Huurder woning

2021

2022

Afvalstoffenheffing

€

310,32

€

290,00

-6,5%

Rioolheffing

€

70,64

€

71,25

0,9%

€

380,96

€

361,25

-5,2%

Door het beleid van de afgelopen jaren om de stijging van de woonlasten te beperken, is de positie van de gemeente Emmen op de COELO ranglijst van gemeenten met de hoogste woonlasten in de afgelopen jaren verbeterd. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de woonlasten weergegeven, waarbij vermeld moet worden dat een lagere plaats op de ranglijst betekent dat we relatief lagere lasten hebben. De eerste plaats op de ranglijst heeft de hoogste lasten. Daarnaast gaat Coelo uit van een gemiddeld lagere waarde voor een huurwoning, daarom is er verschil tussen de bedragen bij een huurwoning in bovenstaand en onderstaand schema. Tenslotte lijkt er een flinke stijging te zijn van de lokale lasten in 2022, landelijk gezien. Dit is niet het geval, maar het gevolg van een nieuwe wijze van berekenen door Coelo per 2022. Woonlasten bij gemiddelde w oningw aarde Emmen huurw oning (gebruiker) Plaats op ranglijst lasten gebruiker Coelo 37 grote gemeentes

(Bron: Coelo) 2019

2020

2021

2022*

€ 331,25

€ 344,22

€ 352,95

€ 328,75

23

24

28

31

Emmen eigen w oning (eigenaar/gebruiker)

€ 767,25

€ 796,09

€ 825,35

€ 917,78

Gemiddeld Coelo grote gemeentes eigen w oning

€ 700,00

€ 734,00

€ 774,00

€ 876,00

10

14

16

20

Plaats op ranglijst eigenaar/gebruiker Coelo 37 grote gemeentes

*De ozb-aanslag per huishouden is berekend door uit te gaan van de gemiddelde woz-waarde van koopwoningen in de betreffende gemeente. Dit is anders dan in voorgaande jaren, toen werd de berekening uitgevoerd op basis van de gemiddelde woz-waarde van koop- en huurwoningen tezamen. Er waren voorheen geen andere gegevens beschikbaar. Het CBS publiceert vanaf 2022 naast deze totale gemiddelde woz-waarde ook de gemiddelde wozwaarde van alleen koopwoningen en van alleen huurwoningen. We willen inzichtelijk maken welk bedrag huishoudens met een koopwoning gemiddeld betalen voor de ozb. De gemiddelde waarde van koopwoningen per gemeente geeft dan een beter beeld dan de gemiddelde waarde van koop- en huurwoningen samen. Om de mutatie van de ozb te berekenen is de gemiddeld betaalde ozb in 2021 herberekend, ook in 2021 gaan we nu uit van de gemiddelde waarde van koopwoningen (Bron: Coelo-rapportage grote gemeenten 2022)

Kwijtschelding Inwoners met een laag inkomen hebben recht op kwijtschelding van de OZB, riool- en afvalstoffenheffing. Verzoeken om kwijtschelding moeten worden getoetst aan de landelijke normen die zijn vastgesteld in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De raad heeft hierin enige beleidsvrijheid en heeft besloten om een kwijtscheldingsnorm van 100% te hanteren. Dit betekent dat aanvragers met een inkomen op bijstandsniveau voor kwijtschelding in aanmerking kunnen komen indien zij aan de normen voldoen. De 84

gemeente Emmen gaat uit van volledige kwijtschelding en bij de normering wordt gebruik gemaakt van de meest ruime norm. Het bedrag voor kwijtschelding van lokale lasten is al enkele jaren begroot op ongeveer € 1,1 mln. Het overgrote deel van de kwijtschelding betreft de afvalstoffenheffing. Omdat we in 2022 overgestapt zijn op diftar, heeft dit ook gevolgen voor de kwijtschelding. Waar voorheen het volledige bedrag van de aanslag werd kwijtgescholden, is dit nu afhankelijk van het aantal aanbiedingen van zakken of containers. De maximale kwijtschelding is ongeveer gelijk aan vorig jaar, maar als iemand minder dan het maximum heeft aangeboden, dan is het kwijt te schelden bedrag ook lager. Dit heeft een lichte invloed gehad op het totaal kwijt te schelden bedrag.

85

2. Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing 2.1. Inleiding In de begroting en in de jaarstukken wordt inzicht gegeven in de risico’s die de financiële positie van de gemeente kunnen beïnvloeden. Bij het opstellen van de begroting en de jaarstukken wordt met de voorzienbare en kwantificeerbare risico’s rekening gehouden. Deze paragraaf gaat over de meest in het oog springende risico’s. Het beleid is gericht op een proactief risicomanagement, waarbij voortdurend de relatie met de beschikbare weerstandscapaciteit in ogenschouw wordt genomen. In deze paragraaf verstaan wij onder risicomanagement het identificeren en kwantificeren van risico’s en het bepalen van activiteiten die de kans van optreden en/of de gevolgen van risico’s beheersbaar houdt. De beschikbare weerstandscapaciteit dient alleen ter dekking van de incidentele resterende risico’s. Er wordt een zekerheidspercentage gehanteerd van 90%. Als blijkt dat het weerstandsvermogen matig, onvoldoende of slecht is, moet worden aangegeven welke concrete maatregelen zijn/worden getroffen om het weerstandsvermogen op peil te brengen. Het beleid ten aanzien van risicomanagement is vastgelegd in de beleidsnota ‘Risicomanagement en weerstandsvermogen”.

Deze nota is op 25 juni 2020 door de gemeenteraad vastgesteld en bevat de volgende kaders:  Als minimale stand van de algemene reserve wordt 3% van de begroting genoemd;  De vrije ruimte in de bestemmingsreserves telt vanaf 2021 niet meer mee;  De post onvoorzien wordt meegenomen als weerstandscapaciteit;  Onbenutte belastingcapaciteit wordt meegenomen als weerstandscapaciteit (bij onze gemeente is dit nu niet aan de orde);  De stille reserves mogen onder voorwaarden worden meegenomen als weerstandscapaciteit (bijvoorbeeld aandelen Enexis die wij nu voor 50% meenemen);  De norm is dat het aanwezige weerstandsvermogen ruim voldoende moet zijn (de beschikbare weerstandscapaciteit moet minimaal 140% zijn van het benodigde weerstandsvermogen).

2.2. Benodigde weerstandscapaciteit 2.2.1. Algemeen De benodigde weerstandscapaciteit wordt onder andere berekend op basis van inschatting van risico’s met behulp van de module Naris, de reden hiervoor is dat we gebruik willen kunnen maken van risicosimulatie in Naris (de Monte Carlo berekening). Dit omdat niet alle risico’s zich gelijktijdig en in volle omvang voordoen. Uitzonderlijke en grote risico’s zoals bijvoorbeeld Wildlands, corona en de grondexploitatie worden buiten de Monte Carlo simulatie gehouden en afzonderlijk berekend. Dit omdat deze risico’s zich niet verhouden tot de omvang van andere risico’s en daarmee afbreuk zou doen aan de bruikbaarheid van de uitkomsten. 2.2.2. Wildlands Op 28 maart 2019 heeft de raad ingestemd met het Businessplan Wildlands en het hierin voorgestelde scenario, herstructurering. Bij de jaarrekening 2018 is mede om die reden, voor de bepaling van het benodigde gemeentelijk weerstandsvermogen inzake het risico Wildlands, er voor gekozen dit in afwijking van de gangbare gemeentelijke systematiek buiten de Monte Carlo berekening gehouden. Dit omdat dit risico zich niet verhoudt tot de omvang van de andere risico’s en daarmee afbreuk zou doen aan de bruikbaarheid van de uitkomsten. Het bepalen van het risicoprofiel omtrent de belangen in Wildlands vergt maatwerk.

De gemeente heeft hiertoe een berekening gemaakt van de eventuele liquiditeitsbehoefte van Wildlands in een worst-case scenario van 800.000 bezoekers[1] en op basis van 4 jaar overbrugging. Hiervoor is gekozen op basis van een bij het Businessplan Wildlands uitgevoerde gevoeligheidsanalyse. Hierbij is een aantal scenario’s doorgerekend (gelijkblijvende yield, gelijkblijvende horeca en retailbestedingen, een lagere realisatie van voorgenomen bezuinigingen en een gelijkblijvend lager bezoekersaantal van 800.000). Hieruit blijkt dat het lagere bezoekersaantal de belangrijkste variabele is. De berekening die we hanteren voor de bepaling van het risico is als volgt: het gemiddelde liquiditeitstekort per jaar bepalen over een periode van 4 jaren (2023 t/m 2026) in dit geval € 3.417.531; hierin blijven de hogere energiekosten ook in de jaren na 2023 stijgen (geen correctie doorgevoerd zoals wel bij de NCW berekening het geval is); uitgaan van een geleidelijke afbouw in 4 jaar nemen we het 1ste jaar 100% - 2e jaar 75% - 3e jaar 50% - en 4e jaar 25% van het jaarrisico mee; in totaal is dit 250% van het jaarbedrag, oftewel een factor 2,5. [1] De afgelopen jaren is in de praktijk gebleken dat de ideale mix van bezoekersaantal ten opzichte van yield zich voordoet bij een (iets) lager liggend bezoekersaantal waarbij een hogere yield wordt gerealiseerd.

In de herziene businesscase is dit bijgesteld. In lijn daarmee is het oorspronkelijk gehanteerde bezoekersaantal van 850.000 voor het worst case scenario bijgesteld naar 800.000 bezoekers.

86

Hiermee komt het benodigde weerstandsvermogen, specifiek voor het risico Wildlands, bij de jaarrekening 2022 uit op 2,5 x € 3,4 = € 8,5 miljoen (was 8,2 miljoen). Daarnaast werken we sinds de jaarrekening 2021 met een zogeheten ondergrens voor het benodigd weerstandsvermogen. Deze ondergrens is bepaald op 5% van de uitstaande leningenportefeuille per 31/12 van het betreffende boekjaar. Bij de jaarrekening 2022 gaat het dan om een bedrag van € 3,2 miljoen (5% van 64,8 miljoen). Mocht in enig jaar het benodigd weerstandsvermogen op basis van de systematiek onder deze ondergrens komen te liggen, dan hanteren we het bedrag van de ondergrens als aan te houden weerstandsvermogen. Om de toegenomen belangen en de financiële positie van de gemeente Emmen in Wildlands zeker te stellen en gezien het economisch en maatschappelijke belang van Wildlands voor de regio, is de governancestructuur aangepast. Hiertoe zijn nadere voorwaarden verbonden aan de verstrekte geldleningen. De governancestructuur is aangepast op basis van de volgende uitgangspunten:  het vereenvoudigen van de bestuurlijke structuur en toezicht;  het vergroten van de betrokkenheid en de bevoegdheden van de gemeente ;  het werken vanuit een risicomanagementmodel;  de huidige “observer of the board” vervult namens de gemeente een rol in de governancestructuur;  een nader uitgewerkte en aangescherpte monitoring.

De door de raad in 2016 vastgestelde monitoringsystematiek is daarmee in 2019 herzien. De aansturing/ monitoring is daarmee verbeterd. Tot slot merken wij op dat het inschatten van dit risico, ook bij de nu gekozen maatwerkberekening, erg complex, omvangrijk en gevoelig is en blijft. 2.2.3. Corona Het Rijk heeft in 2020 tot en met 2022 de kosten en wegvallende inkomsten vergoed. De compensatie van het Rijk is ruim voldoende om tegenvallers in verband met corona op te vangen en de nodige steun te verlenen aan inwoners/organisaties/ instellingen binnen onze gemeente. De resterende middelen zijn gereserveerd in de reserve calamiteitenfonds en bedragen eind 2022 ruim € 8 miljoen. Dit is ruim voldoende om mogelijke na-ijleffecten van corona te kunnen opvangen. Ook zijn de mogelijke structurele effecten van corona in onze begroting verwerkt. Dit bij elkaar maakt het dat we in ons weerstandsvermogen geen rekening meer houden met een aan te houden bedrag als weerstandsvermogen. 2.2.4. Grondexploitaties Het voornemen is om bij de jaarrekening 2022 de raad voor te stellen een algemene reserve grondexploitaties in te stellen en het resultaat 2022 op grondexploitaties hier in te storten. Deze algemene reserve grondexploitaties wordt meegeteld als weerstandsvermogen. Vanaf het jaar 2023 zullen de resultaten op de grondexploitaties aan de algemene reserve grondexploitatie worden toegevoegd.

Het resultaat grondexploitaties behorende tot het boekjaar 2022 is afgerond € 6,5 miljoen. De ondergrens van de in te stellen reserve wordt gekoppeld aan het jaarlijks te bepalen risico voor grondexploitaties die een langere looptijd hebben dan 10 jaar. De risicoberekening m.b.t. grondexploitatie ten behoeve van de jaarrekening 2022 kent een waarde van € 7,9 miljoen. Dit bedrag nemen wij mee in de berekening van benodigd weerstandsvermogen. 2.2.5. Overige risico’s volgens risicoprofiel (excl. Wildlands, corona en grondexploitaties) Om de overige risico's in kaart te brengen is een risicoprofiel opgesteld. Via inventarisatie zijn alle financiële risico's in kaart gebracht. Daarnaast onderkent de gemeente nog kwaliteits- en imagorisico's die 'niet financieel' van aard zijn, of waarvan de omvang op dit moment niet te bepalen valt. In het onderstaande overzicht worden de risico’s boven de zogenaamde rapportagegrens gepresenteerd (zie figuur hieronder: risicokaart en rapportagegrens).

87

De risico’s die vallen boven de zogenaamde rapportagegrens worden in onderstaande tabel weergegeven. Bedragen x € 1.000

Risico Fluctuaties in overheidsuitgaven die doorwerken in de algemene uitkering

Kans 50%

In € € 2.500

Invloed 20,43%

t.o.v. begroting Algemene uitkering kan lager uit vallen dan opgenomen in de begroting.

Toelichting risico fluctuaties in overheidsuitgaven die doorwerken in de algemene uitkering De hoogte van de algemene uitkering is moeilijk te beïnvloeden en te voorspellen. De fluctuaties in de overheidsuitgaven werken door in de algemene uitkering, waardoor er mogelijk minder wordt uitgekeerd dan verwacht. De algemene uitkering kan daardoor lager uit vallen dan in eerste instantie is opgenomen in de begroting. Uit ervaring van de afgelopen jaren blijkt dat een afwijking van 1% al snel aan de orde is. Derhalve is een risico opgenomen van € 2,5 miljoen. Overige risico’s Naast het in bovenstaande tabel genoemde risico, die boven de rapportagegrens valt, zijn voor de berekening van het risicoprofiel ook de volgende risico’s meegenomen. Deze risico’s vallen onder de rapportagegrens, zoals opgenomen in het bovenstaande figuur, te weten:  REP regionaal bijdrage van het Rijk.  Stadionbedrijf Emmen B.V.  5-Jaarlijkse afrekeningen van het openbaar en bijzonder onderwijs.  Invoering Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging Bouw.  Risico op (grote) financiële afwijkingen op de BUIG.  Negatieve waarde - ontwikkeling grote objecten.  Gebruik WMO voorzieningen wijkt af door effecten vergrijzing, covid-19 en hoge inflatie.  BTW-sportvrijstelling (Specifieke Uitkering Stimulering Sport).  Onvoldoende zekerheids-/ garantiestelling leningen.

 Eigen Risicodragerschap - wettelijke aansprakelijkheid.  Claim voormalig personeel CQ (aansprakelijkheid voor tekort van de boedel).  Marktrente ontwikkelingen (gevoeligheid van rentestanden voor economische ontwikkelingen). Risicosimulatie Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast, omdat het reserveren van het maximale bedrag ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Uit de risicosimulatie volgt dat bij een zekerheidspercentage van 90% zeker is dat alle opgevoerde risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 9.945.000 (benodigde weerstandscapaciteit vanuit het risicoprofiel). 2.2.6. Samenvatting benodigde weerstandscapaciteit In totaal bestaat de benodigde weerstandscapaciteit uit drie delen, te weten: Benodigde weerstandscapaciteit Wildlands Grondexploitaties Risicoprofiel Totaal

Bedragen x € 1.000

8.500 7.900 9.945 26.345

De norm is dat het aanwezige weerstandsvermogen ruim voldoende moet zijn (de beschikbare weerstandscapaciteit moet minimaal 140% zijn van het benodigde weerstandsvermogen). In dit geval is dat een bedrag van € 26.345.000 * 140% = € 36.883.000

2.3. Beschikbare weerstandscapaciteit en ratio weerstandsvermogen Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit (op basis van 90%) en de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt de ratio van het weerstandsvermogen. Berekening beschikbare weerstandscapaciteit

Bedragen x € 1.000

Algemene reserves Jaarrekeningresultaat excl. grondexploitaties Af: resultaatbestemmingen (GRP/overige) Jaarrekeningresultaat grondexploitaties Onvoorzien Stille reserve (aandelen Enexis 50%)

28.604 18.718 -6.480 6.542 318 13.724

Beschikbare weerstandcapaciteit (A)

61.426

88

Benodigde weerstandscapaciteit (B)

26.345

Ratio weerstandsvermogen (A/B)

2,33

Totaal benodigde weerstandscapaciteit volgens norm 140%

36.883

Verschil beschikbare/benodigde weerstandscapaciteit 140%

24.543

Minimale algemene reserves (3% van begroting ad € 421 mln.)

12.625

Verschil algemene reserves / minimum voor resultaatbestemming

15.979

Verschil algemene reserves / minimum na resultaatbestemming

34.759

De bovenstaande berekening gaat uit van de stand van zaken per 31 december 2022. De ratio weerstandsvermogen voor 2022 is 2,33. Op basis van de in de beleidsnota Risicomanagement en weerstandsvermogen opgenomen normen duidt dit op een uitstekend weerstandsvermogen. Stand algemene reserves Na toevoeging van het jaarrekeningresultaat 2022 (en na aftrek resultaatbestemming) komt de stand van de algemene reserves op € 47,4 mln. Dit is € 34,8 miljoen hoger dan de minimale ondergrens zoals opgenomen in de beleidsnota risicomanagement en weerstandsvermogen.

2.4 Financiële kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. Voor de beoordeling van de financiële positie is het belangrijk dat zowel naar de balans als naar de exploitatie wordt gekeken. In de kengetallen structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit komt tot uitdrukking of de gemeente over voldoende structurele baten beschikt, en welke mogelijkheid er is om de structurele baten op korte termijn te vergroten. De kengetallen netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio en grondexploitatie hebben betrekking op de balans. In onderstaande tabel zijn ook de signaleringswaarden van de provincie opgenomen die gebruikt worden om aan te duiden in hoeverre gemeenten risico’s lopen; hierbij is categorie A het minst risicovol en categorie C het meest risicovol. Daarnaast is het kengetal ‘financiële verplichtingen’ opgenomen. Dit kengetal komt tot stand door het solvabiliteitsratio en het ratio weerstandsvermogen tegen elkaar af te wegen. Omdat het solvabiliteitsratio in de meest risicovolle categorie valt, is een ‘ruim voldoende’ weerstandsvermogen nodig om hier tot een voldoende score te komen, hetgeen momenteel het geval is bij de jaarrekening.

Samenvattend: Kengetallen

Signaleringswaarden provincie A B C

Rekening 2021

Begroting 2022

Rekening 2022

Netto schuldquote

< 90%

90 - 130%

> 130%

117,1%

143,9%

106,2%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

< 90%

90 - 130%

> 130%

99,1%

124,5%

89,3%

Solvabiliteitsratio

> 50%

20 - 50%

< 20%

9,3%

6,1%

16,5%

Grondexploitatie

< 20%

20 - 35%

> 35%

5,9%

7,6%

6,5%

Structurele exploitatieruimte

> 0%

0%

< 0%

6,1%

2,9%

11,2%

Belastingcapaciteit

< 95%

95 - 105%

> 105%

101,3%

99,5%

101,6

Voldoende

Onvoldoende

Voldoende

Financiële verplichtingen

Niet van toepassing

Uit bovenstaand overzicht blijkt in hoeverre de gemeente voldoet aan de gemeentelijke normering.  De netto schuldquote daalt ten opzichte van de rekening 2021 wat een positieve ontwikkeling is, omdat het percentage schulden t.o.v. de totale baten daalt.  De solvabiliteitsratio stijgt ten opzichte van de rekening 2021 door een hoger eigen vermogen, dit komt door een hogere stand van de reserves en een positief rekening resultaat.  De structurele exploitatieruimte is gestegen, dit komt door het positieve jaarrekeningresultaat.  De belastingcapaciteit is nagenoeg gelijk ten opzichte van de jaarrekening 2021. 89

Financiële verplichtingen: hoewel in de begroting was voorzien dat dit onvoldoende zou zijn, is de score werkelijk voldoende omdat het weerstandsvermogen uitstekend is als gevolg van het positief rekeningresultaat.

In bijlage D wordt een nadere toelichting op de kengetallen gegeven.

90

3. Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Deze paragraaf geeft een dwarsdoorsnede van het onderhoud van de gemeentelijke kapitaalgoederen (gebouwen, wegen, civieltechnische kunstwerken, riolering, etc.). Een belangrijk deel van het gemeentelijk vermogen is geïnvesteerd in kapitaalgoederen. De kapitaalgoederen zijn daarom van groot belang voor het functioneren van onze gemeente, onder andere op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, verkeer, vervoer en recreatie. Onderhoud en beheer is noodzakelijk om de kapitaalgoederen in goede staat te houden en om de veiligheid te waarborgen.

3.1 Wegen De kwaliteit van de verhardingen wordt elke twee jaar beoordeeld aan de hand van de globale inspectiemethode van het CROW (nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer en vervoer en openbare ruimte). Het CROW hanteert drie kwaliteitsniveaus: voldoende (beeldkwaliteit A/B), matig (beeldkwaliteit C) en onvoldoende (beeldkwaliteit D). De laatste weginspectie in het najaar van 2020 heeft geleid tot de Beheerrapportage Wegenonderhoud 2021-2025. De resultaten van de inspectie zijn weergegeven in onderstaande tabel. Streefniveau (CROW) Inspectie najaar 2020

Voldoende (A/B) 77-87% 66 %

Matig (C) 9-14 % 7%

Onvoldoende (D) 4-9% 27 %

De sterke achteruitgang wordt mede veroorzaakt door de veenoxidatie in de dorpen tijdens de droge zomers van 2019 en 2020. In de rapportage is onder andere voorgesteld hoe het percentage onvoldoende (27%) kan worden verlaagd. Vanaf 2022 zijn middelen beschikbaar gesteld voor een inhaalslag in het onderhoud aan verhardingen, van jaarlijks 9 miljoen voor de komende vier jaar. De doelstelling is om in een relatief korte periode de verhardingen met een D kwaliteit, door gericht onderhoud, te verbeteren naar een minimaal C niveau. De voorbereiding hiervoor zijn in juli 2021 gestart, de uitvoering met betrekking tot het maken van een eerste inhaalslag vanaf het voorjaar 2022. Overleg met bewoners in corona tijd vroeg een andere aanpak en kostte meer tijd. Ook de afstemming met andere werkzaamheden in onze gemeente heeft de planning van enkele werken beïnvloed. Op basis hiervan hebben we uitvoeringsplannen laten maken verdeeld in 14 zogenaamde werkpakketten. Het betreft dan beheer, vervanging en onderhoud inzake zowel het asfalt als de andersoortige verhardingen. De wegenruil tussen de provincie Drenthe en de gemeente Emmen is op 1 juli 2021 afgerond. Deze wegenruil maakt onderdeel uit van het Bereikbaarheidsakkoord van 22 maart 2019. Hierin zijn alle kosten van groot onderhoud aan de verhardingen voor nu en in de nabije toekomst naast elkaar gezet.

De wegenruil leidt tot een toename in het areaal. Exploitatiebudget 2022 Werkelijke uitgaven 2022 € 3.221.000 € 1.840.000 Begrote kapitaallasten € 3.349.000

Werkelijke kapitaallasten € 3.205.000

3.2 Riolering De basis voor het beheer van de riolering is vastgelegd in het Gemeentelijk Riolerings Plan (GRP) 20182023. In dit plan staan de hoofdlijnen van de aanpak voor het bereiken van een gewenste situatie met betrekking tot de staat en werking van het totale rioleringsstelsel. In de loop van 2022 zijn we gestart met het opstellen van een vervolg GRP. Het streven is om dit nieuwe GRP eind 2023 vast te stellen. Voor 2022 was een aantal projecten gepland, daarnaast is altijd sprake van het oplossen van calamiteiten die zich gedurende het jaar voordoen. De doorlooptijd voor rioleringsprojecten is over het algemeen lang. Er wordt afstemming gezocht met andere disciplines. Omdat we bij voorkeur werk-met-werk maken moet de planning van projecten hierdoor vaak aangepast worden. De volgende grotere rioleringsprojecten zijn opgestart in 2022:  Renovatie van rioolgemalen (1 vacuümstation en 9 rioolgemalen );  Nieuw-Dordrecht: Het project vervanging riolering Sportweg – Oranjedorpstraat is afgerond;  Vervanging riolering Oringerbrink in Bargeres is afgerond;  Vervanging riolering Veldlaan in Angelslo is tot uitvoering gekomen;  Vervanging riolering Emmen Centrum; Het project renovatie riolering Kerkhoflaan, Julianastraat, Beatrixstraat is aanbesteed;  Van veel projecten is de voorbereiding gestart; Exploitatiebudget 2022 € 3.650.000

Werkelijke uitgaven 2022 € 3.622.000

Begrote kapitaallasten 2022 € 3.628.000

Werkelijk kapitaallasten 2022 € 3.576.000

Stand egalisatie-voorziening (31-12-2022) € 8.880.921 91

3.3 Water en kunstwerken De onderhoudstoestand van de kunstwerken wordt eenmaal per twee jaar bepaald aan de hand van NENnormeringen. Daarbij wordt een prioritering aangebracht op basis van veiligheid, functionaliteit, duurzaamheid en toonbaarheid (schoon, heel en veilig). Uit de inspectie van 2019 kwam naar voren dat er een onderhoudsbudget van € 0,9 mln. per jaar nodig is. Vanaf 2022 zijn deze extra middelen beschikbaar gesteld om achterstallig onderhoud te voorkomen. Op basis van de beschikbare financiële middelen en risico’s wordt steeds de afweging gemaakt aan welke kunstwerken prioriteit wordt gegeven. Hierbij is de veiligheid het leidende principe. Inmiddels zijn vrijwel alle oude knelpunten qua veiligheid opgelost. In 2022 is er een nieuwe inspectie gedaan, waarin wederom is gekeken naar het aspect veiligheid en om de informatie vanuit 2019 te actualiseren. Hieruit is gebleken dat we de komende jaren opnieuw extra middelen nodig zijn om de problematiek die is ontstaan vanwege ook onder andere de droogte van de afgelopen jaren op te lossen. Hierbij moet gedacht worden aan beschoeiingen die droog zijn komen te vallen en aan schade aan bruggen. Tot slot is er vanuit de recente wegenruil een aantal extra kunstwerken van de Provincie in het beheer van de gemeente gekomen, met bijbehorende beheerlast.

Deze extra kunstwerken zijn meegenomen in de inspectie van 2022 en qua beheer en onderhoud ook op geld gezet. Resultante van de inspectie is dat we vanaf 2024 extra middelen nodig zullen hebben om te voldoen aan de geldende normen waarin het aspect Veiligheid leidend is. Exploitatiebudget 2022 € 441.000

Werkelijke uitgaven 2022 € 493.000

Begrote kapitaallasten € 432.000

Werkelijke kapitaallasten € 413.000

3.4 Openbaar groen Voor het onderhouden van stedelijk groen wordt gebruik gemaakt van de CROW beeldkwaliteit systematiek. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in verschillende kwaliteitsniveaus van onderhoud. Zo wordt het groen in de centrum-gebieden onderhouden op een intensieve kwaliteit en de wijken op basiskwaliteit. Het landschappelijk groenonderhoud bestaat uit het extensief maaien en het onderhouden van recreatievijvers en landschappelijke elementen, sloten, wadi’s en oevers. Het extensief maaien en slootonderhoud is opgenomen in een onderhoudsbestek dat zoveel mogelijk ecologisch wordt uitgevoerd. Het onderhouden van bosschages rondom recreatievijvers en landschappelijke elementen wordt reactief uitgevoerd. De natuurgebieden worden middels een prestatie-opdracht met Landschap Beheer Drenthe in samenwerking met groepen vrijwilligers onderhouden. Daarnaast worden er op diverse locaties ruige grasvelden begraasd. Er wordt jaarlijks een zesde deel van de bomen planmatig gesnoeid. De beheersing van de eikenprocessierups is preventief en curatief, waarmee de excessen van de plaagdruk wordt bestreden. Door de preventieve bespuitingen is de overlast in die gebieden beperkt gebleven. Op dit moment is er aan het groen geen grens gesteld voor de levensduur en geen afschrijving, zoals dit bij andere kapitaalgoederen wel gebruikelijk is.

In veel woonkernen loopt de levensduur van de beplanting op zijn eind en wordt het basisniveau binnen het reguliere onderhoud niet meer gerealiseerd. Dit wordt op dit moment situationeel opgelost. De afgelopen jaren zijn er meer bomen doodgegaan en om veiligheidsredenen gekapt. Ook zijn er veel beplantingvakken doodgegaan en (waar dit kon) omgevormd tot gazons. De klimaatverandering heeft invloed op de staat van het groen. Door de wegendeal tussen de provincie en de gemeente is het areaal van bomen, bermen en sloten toegenomen en daarmee dus ook het benodigde budget voor beheer en onderhoud. In 2022 hebben we de gegevens / data met betrekking tot de uitbreiding van het areaal geactualiseerd. In de openbare ruimte staan 1803 speelelementen incl. de multifunctionele sportelementen verdeeld over +/- 400 locaties. Deze speelelementen worden jaarlijks geïnspecteerd, waarbij gebreken worden hersteld. Er zijn 32 onveilige speeltoestellen verwijderd en er zijn er 50 nieuwe speeltoestellen bijgekomen. Exploitatiebudget 2022 € 8.893.000

Werkelijke uitgaven 2022 € 8.768.000

Begrote kapitaallasten € 551.000

Werkelijke kapitaallasten € 502.000

3.5 Openbare Verlichting De openbare verlichting levert een belangrijke bijdrage aan de verkeers- en sociale veiligheid en speelt een grote rol bij de leefbaarheid en het veiligheidsgevoel onder de bewoners. Op 25 november 2021 is het meerjarig beleids- en beheersplan openbare verlichting vastgesteld. Met dit plan wordt voorzien in het upto-date houden van het gewenste totale areaal aan openbare verlichting. Het huidige systeem van 92

openbare verlichting bestaat thans uit zo’n 22.700 lichtpunten. Uitgangspunt is dat lichtmasten een technische levensduur van 50 jaar hebben en de armaturen een levensduur van 25 jaar. Jaarlijks wordt de veiligheid, het verlichtingsniveau en de duurzaamheid van lichtmasten geïnspecteerd. Aan de hand van deze inspecties zijn/worden lichtmasten vervangen die niet aan veiligheidsnormen voldoen. Op dit moment is er dan ook geen sprake van achterstallig onderhoud aan het totale systeem van openbare verlichting. Het totaal areaal aan openbare verlichting is het laatste decennium duurzamer geworden. De gemeente heeft de afgelopen jaren ruim 30% van de minder efficiënte verlichting vervangen door ledverlichting. Met de vervanging dragen wij bij aan -de bestuurlijke doelstellingen- om te komen tot een duurzamere gemeente. Jaarlijks is er een regulier bedrag van € 210.000 beschikbaar voor vervangingsinvesteringen openbare verlichting. Grote projecten en ontwikkelingen  Vervanging verlichting waarvan de lampen bestaan uit TLS, TLM en SOX, omdat deze lampen niet meer leverbaar zijn. In 2022 was de focus vooral gericht op de industrieterreinen, waaronder Bargermeer III en IV, Waanderveld en Bedrijvenpark A37. Daarbij zijn in totaal 283 masten en 893 armaturen vervangen. Exploitatiebudget 2022 € 483.000

Werkelijke uitgaven 2022 € 609.000

Begrote kapitaallasten € 255.000

Werkelijke kapitaallasten € 247.000

3.6 Verkeersregelinstallaties Jaarlijks worden de verkeerslichten meerdere keren geïnspecteerd op veiligheid en optimale werking. In totaal beschikt de gemeente over 20 verkeersregelinstallaties. Alle verkeersregelinstallaties verkeren in goede staat. In 2023 zijn 4 verkeersregelinstallaties, gezien de leeftijd van 20 jaar, aan vervanging toe. Het merendeel van de verkeersregelinstallaties is 24 uur in bedrijf. Verkeersregelinstallaties leveren een belangrijke bijdrage aan de verkeersveiligheid. Er is geen achterstallig onderhoud aan de verkeersregelinstallaties. Exploitatiebudget 2022 € 257.000

Werkelijke uitgaven 2022 € 264.000

Begrote kapitaallasten € 188.000

Werkelijke kapitaallasten € 148.000

3.7 Gebouwen Ten aanzien van het onderhoud van het gemeentelijk vastgoed wordt voor een groot aantal panden gewerkt met Meerjarenonderhoudsplannen (MJOP’s), conform de NEN 2767. Het beleid van de gemeente is om de kernportefeuille van de gemeentelijke gebouwen te onderhouden op onderhoudsniveau III, tenzij er redenen zijn om hiervan af te wijken. Dit onderhoudsniveau is sober en draagt bij aan een doelmatig en duurzaam beheer van het gemeentelijk vastgoed. Gebouwen die op (korte) termijn worden gesloopt of verkocht beschikken niet altijd over een MJOP. Het is de bedoeling dat één keer per vijf jaar de staat van onderhoud wordt geïnspecteerd In 2021 is door een externe organisatie de staat van onderhoud van al het gemeentelijk vastgoed (kernportefeuille) opnieuw geïnspecteerd op basis van de NEN 2767 (conditiemeting). Hierbij is ook een oppervlaktemeting (NEN 2580) meegenomen. Dit met het doel de informatievoorziening rondom het vastgoed te verbeteren. De uitkomsten van de conditiemeting en de mogelijke uitvoeringsscenario’s en beleidsconsequenties zijn meegenomen in de kadernota en de jaarrekening 2022 Het onderhoudsbudget is hierop aangepast. Grote uitgevoerde projecten en ontwikkelingen in 2022 Naast het reguliere onderhoud aan de gemeentelijke gebouwen zijn (onder regievoering van VGZ) de volgende projecten uitgevoerd: 

  

Er is een meerjarig integraal investeringsplan verduurzaming gemeentelijk vastgoed opgesteld. De verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed wordt uitgevoerd middels projecten en er wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de geplande werkzaamheden in het kader van de reguliere meerjarenonderhoudsplannen. De bouw van een nieuwe sporthal en een nieuw Kindcentrum in de plaats Emmer-Compascuum. Oplevering voor de zomer 2023. Het kantoorgebouw aan de Verlengde Spoorstraat 2 is opgeleverd en is nu een modern multifunctioneel ingericht bedrijfsverzamelgebouw. Renovatie en verduurzaming van Zwembad de Slagen. Naast het oplossen van bouwfysische problemen is substantieel geïnvesteerd in de verduurzaming van het pand. Zo is de bestaande 93

verlichting vervangen door duurzamere ledverlichting. Tevens is het pand voorzien van 180 stuks zonnepanelen en heeft “de schil” van het pand een upgrade gekregen. Exploitatiebudget 2022 € 2.464.000

Werkelijke uitgaven 2022 € 2.334.000

Begrote kapitaallasten € 5.127.000

Werkelijke kapitaallasten € 5.019.000

Naast de jaarlijks beschikbare middelen is er ook een reserve onderhoud gebouwen. Deze heeft eind 2022 een omvang van circa € 1.515.820 Deze reserve wordt ingezet als in een jaarschijf tegen calamiteiten wordt aangelopen, dan wel dat het reguliere jaarbudget voor onderhoud ontoereikend is.

94

4. Paragraaf financiering In deze paragraaf staan het treasurybeleid en het risicobeheer van de financieringsportefeuille centraal. De kaders hiervoor zijn vastgelegd in de wet Financiering Decentrale Overheden (Fido) en de financiële verordening. Het wettelijk kader is verder uitgewerkt in het treasurystatuut van de gemeente Emmen. Schuldpositie en liquiditeiten In het hoofdstuk over de balans is een specificatie van de vaste schulden opgenomen. In 2022 zijn drie langlopende leningen aangetrokken met een totale waarde van € 30 miljoen. Deze zijn grotendeels aangetrokken ter herfinanciering van leningen die in 2022 zijn afgelost met een waarde van € 62,3 miljoen. Het totaal van de opgenomen geldleningen daalt daarmee van € 509,2 miljoen naar € 476,9 miljoen per eind 2022. In de eerste helft van 2022 is veel gebruik gemaakt van korte financiering middels kasgeldleningen; de rente op kasgeldleningen was in het eerste half jaar van 2022 negatief. In de tweede helft van 2022 waren er voldoende liquide middelen beschikbaar en zijn de nog lopende kasgeldleningen afgelost. In de onderstaande grafiek is het verloop van de geldleningen weergegeven over de afgelopen jaren. Hierin is te zien dat de leningenportefeuille van de gemeente vanaf 2020 jaarlijks afneemt als gevolg van o.a. incidentele inkomsten en lagere investeringen.

De toename tot 2020 was het gevolg van grote investeringen zoals centrumvernieuwingen en de verstrekte leningen aan Wildlands.

Leningen per 31/12 (bedragen *€ 1 mln.)

Verstrekte geldleningen In het hoofdstuk over de balans is een specificatie van de financiële vaste activa opgenomen. In 2022 zijn tien leningen verstrekt, in totaal € 3,1 miljoen, en is er € 7,1 miljoen afgelost. Het krediet verstrekt in rekening courant aan Wildlands is door aflossing verlaagd van € 6,0 miljoen naar € 3,2 miljoen. Het totaal van de verstrekte leningen is gedaald van € 85,4 miljoen naar € 81,3 miljoen per eind 2022. Renteverloop Nederlandse publieke sector rentes hebben in 2022 flinke stijgingen laten zien en staan op het hoogste niveau sinds 2011. De lange rente (maatstaf is 10-jaars lineair, bron: BNG) was eind 2021 0,39%. In het eerste half jaar van 2022 is de rente flink gestegen met een piek naar 2,81%. In juni en juli daalde de rente enigszins om vervolgens in september door te stijgen naar de piek eind oktober van 3,46%. Na weer een lichte daling in november is in december de rente weer wat gestegen naar 3,38% eind december. De aanleiding van de hogere rentestanden is toe te schrijven aan de sterk oplopende inflatie en de centrale banken die steeds harder op de rem trappen om de vraagkant van de economie te temperen in de hoop daarmee de torenhoge inflatie omlaag te krijgen. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft in 2022 de rente vier keer verhoogd naar 2%. Inmiddels is de rente in 2023 weer verhoogd naar 2,5%.

De korte rente loopt mee in deze verhoging. De korte rente (maatstaf is 1-maands Euribor, bron: global-rates.com) was eind 2021 -0,58% en is gestegen naar 1,9% eind 2022. In de begroting 2022 was rekening gehouden met een korte rente van 0,25% en een lange rente van 1,50%. Zowel kasgeld als de lange leningen zijn in het eerste halfjaar van 2022 afgesloten, waardoor de leningen tegen lagere rente zijn afgesloten dan begroot. Hierdoor is een rentevoordeel ontstaan van in totaal € 856.000, wat zowel in Berap-I als Berap-II 2022 is meegenomen. Bij Berap-II was verwacht dat in het 2e halfjaar nog kasgeld aangetrokken moest worden, dit bleek echter niet nodig waardoor bij de jaarrekening een voordeel van € 51.000 is ontstaan. Daar tegenover staat een nadeel van € 271.000 doordat er minder rente kon worden doorbelast naar de producten als gevolg van een lager investeringsniveau dan begroot. Daarnaast wordt, door de verhoging van de rente door de ECB, rente vergoed op de rekening-courant tegoeden bij de schatkist. Dit levert € 73.000 op.

95

Het gemiddelde rentepercentage dat in 2022 over de leningenportefeuille van € 493,1 miljoen (gemiddelde stand in 2022) werd betaald, bedroeg 1,53%. Toerekening rente Conform BBV wordt in het onderstaand overzicht inzicht gegeven in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening aan investeringen, grondexploitatie en taakvelden. De rentekosten van de leningenportefeuille worden doorberekend via het rente omslagpercentage; in 2022 is dit 1,1%. Er wordt meer rente aan de taakvelden toegerekend dan de werkelijke rentelasten, echter de interne rente voldoet aan de BBV-normen (een afwijking van maximaal 25% is toegestaan). Bedragen x € 1.000 Externe rentelasten over de korte en lange financiering Externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten Rente aan grondexploitaties Totaal toe te rekenen externe rente Aan taakvelden toe te rekenen rente Toegerekende rente aan taakvelden Renteresultaat op taakveld treasury

2022 7.480 -1.691 5.789 -702 5.087 5.087 -5.823 -736

Risicobeheer Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is opgenomen om een grens te stellen aan de korte financiering (met een rentetypische looptijd tot één jaar). Uit onderstaand overzicht blijkt dat de kasgeldlimiet in 2022 niet is overschreden. Om vang begroting 2022 is € 424 m ln.

Bedragen x € 1.000 per kwartaal Kw 1 Kw 2 Kw 3 Kw 4

1. Toegestane kasgeldlim iet In procenten van de grondslag In bedrag 2. Om vang vlottende schuld Opgenomen gelden < 1 jaar 3. Vlottende m iddelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar Toets kasgeldlim iet Totaal netto vlottende schuld (2-3) Toegestane kasgeldlimiet (1) Ruim te (+) / Overschrijding (-)

8,50% 36.040

8,50% 36.040

8,50% 36.040

8,50% 36.040

6.667

20.000

16.667

0

3 150 15.896

3 150 18.479

3 152 24.711

3 173 20.389

-9.382 36.040 45.422

1.368 36.040 34.672

-8.199 36.040 44.239

-20.565 36.040 56.605

Renterisiconorm De renterisiconorm heeft tot doel het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld (= schuld met een rentetypische looptijd van één jaar of langer) door onder andere het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. Uit onderstaand overzicht blijkt dat de renterisiconorm in 2022 niet is overschreden. Renterisiconorm en renterisico’s vaste schuld 2022 1 Renteherzieningen 2 Aflossingen Toets renterisiconorm 3 4 5 = (4>3)

Renterisico (1+2) Renterisiconorm 20% * € 424 mln Ruim te onder renterisiconorm

Bedragen x € 1.000 0 62.281 62.281 84.800 22.519

Kredietrisicobeheer De kredietrisico’s doen zich voor bij verstrekte geldleningen. In onderstaande tabel laten wij zien aan welke risicogroep leningen zijn verstrekt en welke zekerheden zijn overeengekomen.

96

Risicogroep

Hypothecaire zekerheid

Restschuld x €1.000 per 31-12-2022

% van totaal

Stadionbedrijf met/zonder* 3.300 4% Wildlands met 64.800 80% Woningcorporaties met (WSW) 5.100 6% Overig met/zonder 8.100 10% Totaal 81.300 100% * Betreft 2 leningen, € 1,0 miljoen met hypothecaire zekerheid, € 2,3 miljoen zonder zekerheid.

97

5. Paragraaf bedrijfsvoering In het programma 10 Bedrijfsvoering en Inkomstenbronnen zijn we nader ingegaan op de realisatie van de bestuurlijke doelstellingen voor de bedrijfsvoering voor 2022 op basis van ambitie en ontwikkeling. In deze paragraaf wordt een aantal inhoudelijke en organisatorische ontwikkelingen binnen de bedrijfsvoering nader belicht die in 2022 zijn gerealiseerd en/of opgepakt. Definitie bedrijfsvoering Onder bedrijfsvoering verstaan we: - personele kosten inclusief opbrengst detacheringen, doorbelaste uren projecten/ investeringen en budget voor vorming, training en opleiding (VTO); - kosten inhuur derden; - kosten /opbrengsten mobiliteitsbureau; - kosten/opbrengsten binnen taakveld overhead (naast loonkosten behoort tot de overhead bijvoorbeeld; huisvestingskosten, facilitaire kosten en kosten ICT). Voor- en nadelen op deze budgetten mogen met elkaar worden verrekend (het overschot wordt opgenomen in de reserve bedrijfsvoering met een plafond van € 1,0 miljoen), met uitzondering van voordelen op kapitaallasten binnen de overhead (bijvoorbeeld ICT-investeringen met meerjarig nut). Deze voordelen op kapitaallasten worden verrekend met de centrale stelpost onder uitputting kapitaallasten.

Versterking organisatie en bedrijfsvoering Belangrijke thema’s voor de versterking van de organisatie en bedrijfsvoering zijn het actief sturen op ontwikkeling van mensen in relatie tot de ontwikkeling van een wendbare en flexibele organisatie, het leren werken met opgavegericht werken en een efficiënte bedrijfsvoering. Wendbare en flexibele organisatie We hebben in 2022 verder aan een wendbare en flexibele organisatie gewerkt, de ‘Stip aan de horizon’. Omdat ontwikkelingen in de maatschappij heel snel gaan en de oplossingen complexer worden, moeten we sneller en adequater in kunnen spelen op de maatschappelijke veranderingen om ons heen. Dagelijks worden we geconfronteerd met ontwikkelingen die op ons afkomen. Denk bijvoorbeeld aan de energietransitie, klimaatveranderingen, de omgevingswet en de digitale transformatie waaronder robotisering en de algehele digitalisering. Deze ontwikkelingen hebben betekenis voor de manier waarop we werken. Belangrijk is het optimaal samenwerken, intern en externe met diverse partijen en met onze inwoners. Opgavegericht sturen en werken Opgavegericht werken is een belangrijk hulpmiddel in de ontwikkeling naar een wendbare organisatie met de blik naar buiten. Met interne en externe partijen samenwerken aan een tijdelijke opgave in onze gemeente, zodat we beter kunnen inspelen op de ambities van bestuur en samenleving.

In 2022 is door middel van een programma ingezet op opgavegericht werken. De focus voor het programma opgavegericht werken lag in 2022 op opleiding en training, hulp aan medewerkers bij lopende opgaven en de inventarisatie van de informatiebehoefte voor meer integrale sturing en betere capaciteitsplanning. Daarnaast is geïnvesteerd in de bewustwording van opgavegericht werken bij medewerkers, leidinggevenden en bestuur. Onderdeel van het programma is een betere en meer integrale sturing en betere capaciteitsplanning. Hierdoor zijn we in staat om tijdig te anticiperen op ontwikkelingen, vraagstukken meer integraal te benaderen en beter georganiseerd en gefaciliteerd opgaven op te pakken. In 2022 is hiervoor een project opgestart binnen het programma opgavegericht werken. Lerende wijs willen we een methodiek voor portfoliomanagement ontwikkelen. Middenin de samenleving werken We vinden dat ons organisatie meer naar buiten moeten treden en meer in contact te zijn met onze inwoners en bedrijven. We zullen nog veel meer onze dienstverlening aanpassen aan wat inwoners, partners en bedrijven nodig hebben en onze plekken van werken daaraan koppelen. We willen meer ons werk doen midden in de samenleving. Ook is thuis werken soms handiger, bijv. bij werk waar concentratie vereist is. Daarom is tijd- en plaats onafhankelijk werken onderdeel van de dagelijkse praktijk geworden.

Dit betekent iets voor de medewerkers en hoe zij samenwerken, met elkaar en met partners. En gelijktijdig betekent dit iets voor de functie en inrichting van het kantoor en de (digitale) faciliteiten daarbij. Om dat aan te sturen zijn we in 2022 gestart met een programma dat deze ontwikkeling in 2023 gaat faciliteren. Doelmatige financiële kolom In 2022 heeft de doorontwikkeling van de financiële kolom binnen de organisatie zijn beslag gekregen. De doelstelling van de doorontwikkeling financiële kolom is drieledig; integraal management bevorderen, zodat teamleiders aansluiting vinden bij de leiderschapsfilosofie, versterken van de control functie en een verdere efficiency slag maken binnen de financiële kolom. In 2022 zijn functies (her)ingericht en is meer focus aangebracht op rolduidelijkheid, rolvastheid, eigenaarschap en verantwoordelijkheid. De doorontwikkeling van de financiële kolom versterkt de zogenaamde ‘Three Lines of defence model’, ten eerste bestaande uit de rol van integraal management en 98

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=dc3906df-0c03-4dfd-b948-ae8bbc715532