Bijlage 1: Bestemmingsplan : toelichting ( RIS.10424)
Tekst van het document
33
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Meridiaan (vastgesteld)
opgenomen. Aan de hand van deze kaarten is het mogelijk om zonder voorgaand onderzoek grond te ontgraven en toe te passen. Partijen grond en baggerspecie die niet voldoen aan de bodemkwaliteitskaart en de Nota Bodembeheer van de gemeente Emmen mogen alleen worden toegepast als er sprake is van een nuttige toepassing. Is het werk niet 'nuttig', dan is er sprake van het zich ontdoen van afvalstoffen. Tijdelijke opslag en grootschalige toepassingen van grond en bagger zijn vormen van 'nuttig' gebruik. Tijdelijke uitname zijn werkzaamheden waarbij de grond na korte tijd weer teruggebracht wordt. Een voorbeeld is het graven van een sleuf voor kabels en leidingen. In dat geval hoeft de kwaliteit van de te ontgraven bodem niet onderzocht te worden, tenzij er sprake is van (een verdenking van) bodemverontreiniging. 4.5.3.1 Bodemonderzoek Voor dit bestemmingsplan is een drietal bodemonderzoeken verricht, welke als Bijlage 12, Bijlage 13 en Bijlage 14 zijn opgenomen.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK (Meridiaan 4-48, december 2019) Op basis van het veld- en laboratoriumonderzoek kan worden geconcludeerd dat het mengmonster van de bovengrond aan de Meridiaan 4-48 in eerste instantie sterk verontreinigd is met PCB. Na uitsplitsing blijkt dat de bovengrond aan de westzijde van de locatie maximaal matig verontreinigd is met PCB. De oppervlakte van dit deel bedraagt circa 180 m 2 en het verontreinigd traject bedraagt 0,5 meter. Op basis van deze gegevens wordt geconcludeerd dat circa 90 m 3 grond matig verontreinigd is met PCB. De oorzaak van de aangetroffen verontreiniging is niet bekend. Omdat er geen sterk verhoogde PCB-gehalten zijn waargenomen, mag worden geconcludeerd dat er in het kader van de Wbb (Wet bodembescherming) géén sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Hoewel er geen sprake is van een ernstige bodemverontreiniging conform de Wbb komt er wel matig verontreinigde grond/ niet toepasbare grond voor welke niet geschikt is voor de toekomstige functie zijnde wonen. In de bovengrond is een lichte hoeveelheid PFAS aangetoond. In de ondergrond komt nauwelijks tot geen PFAS voor. De ondergrond is niet verontreinigd met één van de onderzochte parameters en mag als niet verontreinigd worden gekwalificeerd. Het grondwater is licht verontreinigd met xylenen.
De overige geanalyseerde parameters overschrijden de gestelde streefwaarden niet. De oorzaak van de xylenenverontreiniging in het grondwater is niet bekend. Wanneer de resultaten indicatief worden getoetst aan het besluit bodemkwaliteit, valt de ondergrond in klasse altijd toepasbaar. Dit komt overeen met de resultaten van de bodemkwaliteitskaart die voor dit gebied is opgesteld. De kwaliteit van de bovengrond komt gedeeltelijk overeen met de bodemkwaliteitskaart. Het westelijke deel van de locatie (boringen 1, 2 en 5) is niet toepasbaar op basis van PCB. Het overige deel van het terrein valt wel in klasse altijd toepasbaar. Hoewel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem door middel van dit bodemonderzoek in voldoende mate in beeld is gebracht dient wel de kanttekening te worden gemaakt dat er geen onderzoeksgegevens bekend zijn van onder het pand.Op de locatie is de bovengrond matig verontreinigd waardoor de hypothese ‘onverdachte locatie’ verworpen dient te worden. Bij herontwikkeling dient rekening te worden gehouden met de matige PCB verontreiniging op de locatie. De bovengrond op de westelijke zijde is niet toepasbaar en is daarmee niet geschikt voor hergebruik op locatie.
Omdat er van het inpandige deel geen bodemkwaliteitsgegevens bekend zijn wordt aanbevolen om voorafgaand aan de sloop (als het pand leeg is) of direct na de sloop aanvullende boringen te plaatsen om uit te sluiten of te bevestigen dat alleen het westelijke deel van de locatie matig verontreinigd is met PCB. Om over te kunnen gaan tot nieuwbouw zijn saneringswerkzaamheden noodzakelijk.
34
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Meridiaan (vastgesteld)
Voorafgaand aan de sanering dient een plan van aanpak te worden ingediend bij het bevoegd gezag (gemeente Emmen). Verwacht wordt dat de goedkeuring van het plan van aanpak circa drie weken in beslag neemt. Op basis van de analyseresultaten wordt gesteld dat bij uitvoering van graafwerkzaamheden met uitzondering van de verontreinigingsspot geen aanvullende arbeidshygiënische veiligheidsmaatregelen genomen hoeven worden (CROW 400). Bij eventuele graafwerkzaamheden dient rekening gehouden te worden met de aangetroffen matige verontreinigingen in de bovengrond. Grond (met uitzondering van de matige PCB verontreiniging) die tijdens graafwerkzaamheden binnen de onderzochte locatie vrijkomt, mag zonder verder onderzoek binnen de onderzoekslocatie teruggebracht worden. Het is echter niet de bedoeling dat de verontreinigde grond als aanvulling dient of wordt gemengd met schone(re) grond. Wanneer grond van de locatie of naar buiten de geldende bodemkwaliteitszone moet worden afgevoerd, geeft dit verkennend bodemonderzoek onvoldoende informatie over de hergebruiksmogelijkheden en wordt door de toepasser een partijkeuring (AP04) geëist.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK (Neptunusbaan, februari 2020) Op basis van het veld- en laboratoriumonderzoek kan worden geconcludeerd dat de bodem ter plaatse van de percelen I 9132, 10164, 12785, 14658 (ged.), 15845 en 16483 (ged.) aan de Neptunusbaan in Klazienaveen hooguit licht is verontreinigd. In de bovengrond tot 0,5 m-mv is lokaal een licht verhoogd gehalte aan PAK10 gemeten en in de ondergrond tot maximaal 1,6 m-mv een licht verhoogd gehalte aan PCB. De gemeten concentraties aan PFAS in zowel boven- als ondergrond staan hergebruik niet in de weg. Het grondwater bevat licht verhoogde concentraties aan barium en zink. Wanneer de resultaten indicatief worden getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit, dan voldoet de grond aan klasse Wonen (BG1 en OG1) of Industrie (BG2). In beide gevallen geldt dat de grond onder voorwaarde geschikt is voor gebruik elders. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is door middel van dit bodemonderzoek in voldoende mate in beeld gebracht. De resultaten van dit bodemonderzoek hoeven geen belemmering te vormen bij de voorgenomen eigendomsoverdracht en herontwikkeling.Formeel dient de hypothese ‘onverdachte locatie’ te worden verworpen door het aantreffen van lichte verontreinigingen aan PAK en PCB in de grond.
De gemeten gehalten geven echter geen aanleiding tot vervolgonderzoek.Grond die tijdens graafwerkzaamheden binnen de onderzochte locatie vrijkomt, mag zonder verder onderzoek binnen de onderzoekslocatie teruggebracht worden. Het is echter niet de bedoeling dat de licht verontreinigde grond als aanvulling dient of wordt gemengd met niet verontreinigde ondergrond. Wanneer grond van de locatie of naar buiten de geldende bodemkwaliteitszone moet worden afgevoerd, geeft dit verkennend bodemonderzoek onvoldoende informatie over de hergebruiksmogelijkheden en wordt door de toepasser een partijkeuring (AP04) geëist. Op basis van de analyseresultaten wordt gesteld dat bij uitvoering van graafwerkzaamheden geen aanvullende arbeidshygiënische veiligheidsmaatregelen genomen hoeven te worden (CROW 400).
VERKENNEND BODEMONDERZOEK (Meridiaan 50-52, april 2018) Op basis van het veld- en laboratoriumonderzoek kan worden geconcludeerd dat de bovengrond tot 0,5 m-mv aan de Meridiaan 50-52 in Klazienaveen hooguit licht is verontreinigd met zink en/of PCB. De ondergrond is niet verontreinigd. Het grondwater bevat
35
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Meridiaan (vastgesteld)
een licht verhoogde concentratie aan barium. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is door middel van dit bodemonderzoek in voldoende mate in beeld gebracht. De resultaten van dit bodemonderzoek vormen geen belemmering voor de voorgenomen eigendomsoverdracht en herontwikkeling op locatie. Grond die tijdens graafwerkzaamheden binnen de onderzochte locatie vrijkomt, mag zonder verder onderzoek binnen de onderzoekslocatie teruggebracht worden. Wanneer grond van de locatie naar buiten de geldende bodemkwaliteitszone moet worden afgevoerd, geeft dit verkennend bodemonderzoek onvoldoende informatie over de hergebruiksmogelijkheden en kan door de toepasser een partijkeuring (AP04) worden geëist. Werkzaamheden met grond dienen conform het CROW-publicatieblad 132 ‘Werken in of met verontreinigde grond en verontreinigd (grond)water’ te worden uitgevoerd.
CONCLUSIE Alle rapporten en de daarbij benodigde aanvullende onderzoeken zoals hierboven weergegeven dienen voorafgaand aan de bouwfase voldoende inzicht te bieden of woningbouw mogelijk is. Uit het bodemrapport voor deelgebied 1 en 3 volgt dat geen nader onderzoek nodig is met betrekking tot de herontwikkeling. Uit het bodemrapport voor deelgebied 2 volgt dat sanering noodzakelijk is. Het gebied zal dan ook worden gesaneerd. Indien dit gebeurt, is het initiatief uitvoerbaar wat het betref het bodemaspect. Vooralsnog wordt uit de onderzoeken voldoende duidelijk dat het planvoornemen uitvoerbaar is. Dit dient echter middels nader onderzoek gestaafd en geborgd te worden. Dit onderzoek zal worden overlegd bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen.
Het advies van de RUD sluit hierop aan. De RUD adviseert voor het perceel I 9272 (uit het verkennend bodemonderzoek aan de Meridiaan 4-48, d.d. 10 december 2019) in het kader van de bouwaanvraag een aanvullend/nader bodemonderzoek uit te voeren naar de tussenwaarde overschrijding aan PCB ter plaatse van de appartementen voorafgaand aan de sloop. Afhankelijk van de resultaten van het aanvullend/nader bodemonderzoek zal voorafgaand aan de realisatie van de bouwwerkzaamheden een plan van aanpak ingediend moeten worden bij de gemeente Emmen. Dit onderzoek zal plaatsvinden ten tijde van het bouwvergunningstraject. Verder vormt het aspect bodem geen belemmering voor de bestemmingsplanwijziging van de bovengenoemde percelen. Indien vrijkomende grond afgevoerd zal worden en het betreft meer dan 50 m 3 grond zal een melding moeten worden gedaan bij https://www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. 4.5.4
Geluid
Regels ten aanzien van geluidhinder zijn vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). Het doel van de Wet geluidhinder is tweeledig. Enerzijds de bescherming van het milieu en anderzijds de bescherming van de volksgezondheid. Bepalend is steeds de situering van geluidsbronnen ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen. De Wgh gaat uit van zones langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Binnen dergelijke zones zijn nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen alleen toegestaan indien de geluidsbelasting op de buitengevel onder of hoogstens gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde. Ontheffing van de voorkeursgrenswaarde is toegestaan indien maatregelen om de geluidsbelasting op de buitengevels te beperken niet mogelijk zijn of onvoldoende helpen en indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.
36
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Meridiaan (vastgesteld)
4.5.4.1 Wegverkeerslawaai De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen de van rechtswege aanwezige zone van een weg. Conform de Wet geluidhinder heeft elke weg een zone. Conform art. 74 lid 2 Wgh zijn de onderstaande wegen hiervan uitgezonderd: wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied; wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt. De breedte van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied. De wegen in het plangebied zijn gelegen in stedelijk gebied. Hiervoor gelden de volgende zonebreedtes (conform art. 74 lid 1 Wgh) a. in stedelijk gebied: 1. voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; 2. voor een weg, bestaande uit één of twee rijstroken: 200 meter. De afstanden zoals weergegeven worden aan weerszijden van de weg gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook. Bij de realisatie van woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen moeten de wettelijke grenswaarden in acht worden genomen. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai bedraagt 48 dB. Indien deze voorkeursgrenswaarde wordt overschreden moet er onderzoek worden gedaan naar mogelijke bron- en/of overdrachtsmaatregelen. Zijn maatregelen niet mogelijk dan kunnen Burgemeester en Wethouders ontheffing van de voorkeursgrenswaarde verlenen.
Indien met maatregelen niet kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB kan voor woningen in binnenstedelijk gebied een hogere waarde worden vastgesteld van ten hoogste 63 dB. De gemeente dient het vaststellen van de hogere waarde met eigen argumenten te motiveren en de vastgestelde hogere waardes zo snel mogelijk inschrijven in het kadaster. Gelet op de goede ruimtelijke onderbouwing bij ontwikkelingen moet ook langs de 30 km wegen worden aangeven hoe met uitbreidingsmogelijkheden van met name geluidgevoelige ruimten als bedoeld in de Wet geluidhinder wordt omgegaan (algemene afwijking hogere waarden of alleen uitbreiden met Wro-afwijking en dan voor iedere situatie apart hogere waarde vaststellen)en of daadwerkelijk voldaan wordt aan de wettelijke geluidsnormen ongeacht wat art. 74 lid 2 Wgh hierover aangeeft.
Binnen het bestemmingsplan liggen diverse 30 km/h wegen en een 50 km/h weg. De 30 km/h wegen hebben van rechtswege geen zone. In het kader van goede ruimtelijke ordening zijn in dit onderzoek zowel de 50 km/h weg als de 30 km/h wegen beschouwd.
ONDERZOEK In het onderzoek, opgenomen in Bijlage 15, is door het Noordelijk akoestisch adviesburo (NAA) in januari 2021 berekend dat de voorkeursgrenswaarden van 48 dB ten gevolge van wegverkeer op de Meester Ovingstraat (50 km/h weg) bij de woningen en appartementen niet wordt overschreden. De geluidbelasting op de gevels bedraagt ten hoogste 31 dB waarmee voldaan kan worden aan de voorkeursgrenswaarde. In het kader van goede ruimtelijke ordening wordt ten gevolge van wegverkeer op de Meridiaan, het Van Echtenskanaal NZ en de Zuiderkeerkring op een aantal immissiepunten niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Wel kan worden voldaan aan de maximale ontheffingsgrenswaarde van 63 dB voor stedelijk gebied (bij toetsing aan de Wgh). Aangezien bron- en overdrachtsmaatregelen hier niet reëel en wenselijk zijn zal nader
37
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Meridiaan (vastgesteld)
gekeken dienen te worden naar de karakteristieke geluidwering van de gevels. Indien het bevoegd gezag dit in het kader van een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk acht, zal dit nader moeten worden onderzocht (ten tijde van het bouwplantraject). Bij het onderzoek naar de karakteristieke geluidwering van de gevels dient rekening te worden gehouden met de cumulatieve geluidsniveaus (zie hieronder). Bij de overige onderzochte wegen kan wel worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. 4.5.4.2 Industrielawaai Het bestemmingsplan Klazienaveen, Meridiaan ligt gedeeltelijk binnen de van rechtswege aanwezige zone van het bedrijf Cabot Norit. Om die reden heeft het plangebied een gebiedsaanduiding geluidszone- industrie. In 1989 is een zone als bedoeld in de Wet geluidhinder vastgesteld rondom het industrieterrein. Voor de woningen die in de geluidzone liggen heeft de Minister van Vrom in 1999 de maximaal toelaatbare geluidsbelastingen (MTG) vastgesteld. Het college van burgemeester en wethouders zorgt door geluidbeheer van het industrieterrein dat deze MTG's niet overschreden worden. In het bestemmingsplan zijn hierdoor de uitbreidingsmogelijkheden van de woningen zodanig geformuleerd dat de MTG's worden gerespecteerd. Bij de realisatie van geluidsgevoelige bestemmingen binnen de zone van het industrieterrein geldt een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A).
Indien deze voorkeursgrenswaarde wordt overschreden moet er onderzoek worden gedaan naar mogelijke bron- en/of overdrachtsmaatregelen. Zijn maatregelen niet mogelijk dan kunnen Burgemeester en Wethouders ontheffing van de voorkeursgrenswaarde verlenen. Het plangebied ligt binnen de 50 dB(A) contour van het bedrijf Cabot Norit. Voor de woningen (geluidsgevoelige obejcten) in het plangebied die binnen de geluidszone vallen geldt een hogere waarde van 55 dB(A). Of hieraan voldaan kan worden is in onderstaand onderzoek weergegeven.
ONDERZOEK Uit het onderzoek d.d. januari 2021 (Bijlage 15) volgen de onderstaande conclusies: De hoogste geluidsbelasting op het bouwplan ten gevolge van de gezoneerde inrichting bedraagt 51.5 dB(A). Hiermee kan niet voldaan worden aan de voorkeursgrenswaarde maar wel aan de maximale ontheffingsgrenswaarde van 55 dB(A). In overleg met de zonebeheerder wordt voorgesteld om voor alle bouwblokken een hogere waarde van 52 dB(A) aan te vragen. Dit is inmiddels opgestart in overleg met de RUD. CUMULATIE De berekende gecumuleerde geluidsniveaus op het plangebied zijn eveneens berekend. Het hoogst berekende cumulatieve geluidsniveau bedraagt 63.8 dB. Gezien de omgeving en de activiteiten die reeds plaatsvinden, kan het gebied aangemerkt worden als een gemengd gebied. De cumulatieve waarden zijn daarmee toelaatbaar als het binnenniveau in de woningen en appartementen niet boven de minimaal gestelde eis van 33 dB(A) komt. Gesteld kan worden dat dan sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
38
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Meridiaan (vastgesteld)
4.5.4.3 Gevolgen voor bestemmingsplan In het kader van het wegverkeerslawaai dient nader gekeken te worden naar de karakteristieke geluidwering van de gevels, mede met inachtneming van de cumulatieve geluidsniveaus. Dit aanvullende akoestische onderzoek zal plaatsvinden ten tijde van het bouwplantraject. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat dit geen onevenredige belemmeringen voor uitvoering van de plannen oplevert. Ten aanzien van het industrielawaai is een hogere waarde (52 dB) aangevraagd. Het ontwerpbesluit Hogere grenswaarde is als Bijlage 16 opgenomen. 4.5.5
Lucht
De Wet luchtkwaliteit is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging. Anderzijds heeft de wet tot doel mogelijkheden te creëren voor ruimtelijke ontwikkeling. Volgens de nieuwe regeling vormt luchtkwaliteit in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van een ruimtelijk project als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIMB) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. 4.5.5.1 Algemeen beeld luchtkwaliteit plangebied In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM1 0) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. Het plan houdt de realisatie van 69 appartementen en 5 grondgebonden eengezinswoningen in. De regio Emmen is weinig stedelijk en het plangebied ligt in de schil van het centrum.
Voor de verkeersgeneratie van de huurappartementen (sociale huur) zijn 4,1 verkeersbewegingen per etmaal opgenomen in de CROW-publicatie 381. Voor de sociale grondgebonden huurwoningen zijn 5,4 verkeersbewegingen per etmaal opgenomen. Voor kleinere ruimtelijke en verkeersplannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil de nibm-tool ontwikkeld. Daarmee kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Met behulp van deze rekentool is de toename van de stoffen NO2 en PM1 0 bepaald.
39
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Meridiaan (vastgesteld)
Uit de berekeningen met de nibm-tool blijkt dat het plan de grens van 3% (een toename van 1,2 µg/m3 NO2 of PM1 0) niet overschrijdt. Het project kan derhalve worden beschouwd als een nibm-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit vanwege de toename van het verkeer is niet noodzakelijk. Achtergrondniveau Hoewel geconstateerd is dat het project een zogenaamd nibm-project betreft, dient ook te worden bezien of de luchtkwaliteit in het plangebied niet zodanig is dat de normen voor een goed woonklimaat worden overschreden. Daartoe is gebruik gemaakt van de Grootschalige Concentratiekaarten Nederland 2017, welke in 2018 zijn gepubliceerd. Het RIVM produceert deze kaarten jaarlijks. De kaarten geven een beeld van de luchtkwaliteit in Nederland en betreffen zowel recente als toekomstige jaren. Per kilometervak worden de concentraties voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen weergegeven waarvoor Europese regelgeving bestaat. De kaarten op deze website hebben een juridisch-formele status. Uit onderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied de achtergrondniveaus ruim onder de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2 ) en fijnstof (PM10 en PM2.5) blijven. Conclusie Het project kan worden beschouwd als een nibm-project. Daarnaast is de luchtkwaliteit in en rond het plangebied zodanig dat de normen voor een goed woonklimaat worden gewaarborgd.
Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit kan derhalve achterwege blijven.
40
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Meridiaan (vastgesteld)
4.6
Waterparagraaf
4.6.1
Waterbeleid
De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied zijn kwaliteitsdoelen gesteld die vanaf 2015 van kracht zijn. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nota Ruimte en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend door ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021. De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn waterveiligheid, klimaatbestendigheid omgeving en ruimte voor waterberging. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen.
Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem.
Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst.
41
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Meridiaan (vastgesteld)
4.6.2
Waterhuishouding plangebied en omgeving
4.6.2.1 Riolering In de Sterrenbuurt is het gemeentelijk rioolstelsel uitgevoerd als gemengd stelsel. Het rioolstelsel voldoet aan de eisen. Er zijn geen hydraulische knelpunten bekend. Derhalve zal het riool de komende tien tot twintig jaar niet worden vervangen. Het plangebied kent eveneens een gemengd stelsel. Dit zal bij nieuwbouw ter plaatse worden vervangen door een gescheiden stelsel. Het afvalwater en hemelwater worden dan gescheiden aangeleverd op de perceelsgrens. Bij de toekomstige renovatie van de straat en/of riolering zal het stelsel worden omgebouwd tot een gescheiden systeem, waarbij het hemelwater apart wordt afgevoerd. 4.6.2.2 Waterbeheer In de Sterrenbuurt heeft men bij (piek)buien wateroverlast (zie onderstaande afbeelding). Hiervoor is 34 tot 40 jaar geleden drainage aangelegd. Zie hiervoor bijlage 19 Deze drainage is aangesloten op de gescheiden riolering in Apollo. Deze loopt langs Neptunus 18 t/m 48. Een deel van het traject gaat over particulier terrein (Apollo 55). De verwachting is dat deze buizen niet meer afdoende functioneren. Het is de vraag of deze buizen nog schoon te maken zijn. De drainagebuizen kunnen niet aangesloten worden op de aanwezige riolering. Daarnaast heeft de buurt steeds meer last van verdroging en inklinking. Dit hangt samen met de plaatselijke aanwezigheid van een veenpakket.
Het vasthouden van water ter voorkoming van verdroging en inklinking is een belangrijk aandachtspunt in de buurt. Het kanaal bij het Schip (tegenover het plangebied) is niet gedempt, het loopt er onder door in buizen van 3 a 4 meter doorsnee. Waarschijnlijk zit er in de oevers nog veenpakketten die bij droogte eveneens kunnen zorgen voor inklinking. Ook is hier het vasthouden van water van groot belang.
In het plangebied is geen sprake van verdroging, hier is de grondwaterstand gedurende het jaar juist wat hoger. Zie hiervoor ook het onderzoek dat als bijlage 18 is toegevoegd. Ook hier is sprake van een slecht doorlatende bodemlaag (veen). In de huidige situatie zou er bij een bui van 1 x per 100 jaar sprake zijn van wateroverlast. Het gebruik van de bovengenoemde drainage die naast het plangebied is gelegen wordt niet beschouwd als een toekomstbestendige oplossing. Gezien de hoogte van het grondwater in natte perioden wordt bij nieuwbouw/reconstructie kruipruimteloos bouwen aanbevolen. De betreffende initiatiefnemer zal ten tijde van het opstellen van het bouwplan onderzoek naar de mogelijkheden hiertoe verrichten.
COMPENSATIE De toename van het verharde oppervlak ten opzichte van de oorspronkelijke situatie met bebouwing in het plangebied is circa 1.400 m2. Derhalve is het wenselijk te bezien hoe om te gaan met afvoer en berging van hemelwater. Van belang hierbij is dat het plangebied zich niet bevindt binnen een beschermingszone of herinrichtingszone langs een waterloop, primair watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied. Het bergen van water in het relatief kleine plangebied, mede in relatie tot de opgave van het grotere omliggende gebied is echter in zeer beperkte mate mogelijk. Het gebied is immers al natter dan omliggend gebied, en kan niet of nauwelijks meer (hemel)water bergen, mede in verband met de hoofdfunctie wonen. Voor deze functie is de drooglegging van belang. Minimaal is het nodig dat 1,40 m drooglegging aanwezig is
42
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Meridiaan (vastgesteld)
(de drooglegging is de afstand tussen het oppervlaktewaterpeil en het bouwpeil). Bij deze drooglegging kan een goede grondwaterstand voor de functie in het gebied worden bereikt. In de praktijk komt het er op neer dat het bouwpeil minimaal 30 cm boven straatpeil moet worden.
Afbeelding kortdurende hoosbui
4.6.3
Wateradvies waterschap
De gemeente Emmen heeft het waterschap tijdig ingelicht over de planvorming (Bijlage 17). Hierdoor heeft het waterschap de gemeente goed op de hoogte kunnen stellen van de waterhuishoudkundige aspecten binnen het plan. Er wordt rekening gehouden met bestaande wetten en regels op het gebied van de waterhuishouding. Het concept-ontwerpbestemmingsplan is voor overleg aan het waterschap voorgelegd. Naar aanleiding van dit overleg heeft het waterschap aan gemeente en initiatiefnemer aanvullende adviezen en informatie gegeven. Deze zijn verwerkt in de waterparagraaf. Tot slot zijn gelet op het advies van het waterschap, gebieden die kansrijk kunnen zijn voor infiltratie van hemelwater, zoals parkeerplaatsen en groenvoorzieningen, mede bestemd voor waterhuishoudkundige voorzieningen.
4.7
Ladder voor duurzame verstedelijking
De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Bij besluit van 28 augustus 2012 is de Ladder toegevoegd aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en vervolgens op 1 oktober 2012 in werking getreden. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De Ladder staat als instrument niet op zichzelf, maar geeft mede vorm aan de systeemverantwoordelijkheid van de minister van Infrastructuur en Milieu voor een goede ruimtelijke ordening. Deze verantwoordelijkheid brengt met zich mee, dat de minister er voor zorgt dat decentrale overheden over de juiste instrumenten kunnen beschikken voor een zorgvuldige benutting van de ruimte. Hieronder wordt begrepen het voorkomen van overprogrammering, het faciliteren van groei, het anticiperen op stagnatie en het leefbaar houden van krimpregio's.
43
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Meridiaan (vastgesteld)
De Ladder is onder andere van toepassing op woningbouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: 1. 2. 3. 4. 5.
Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?
Ad 1. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. Het aantal appartementen is ter plaatse 41. Er komen 69 appartementen en 5 grondgebonden woningen voor terug, wat een netto toevoeging van 33 stuks betreft. Gelet op de omvang is het plan aan te merken als een stedelijke ontwikkeling. Ad 2. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Het plangebied is onderdeel van het bestemmingsplan 'Klazienaveen' (vastgesteld 19-12-2013). Ten opzichte van het geldende bestemmingsplan wordt met onderhavig plan meer bebouwing mogelijk gemaakt en neemt het aantal woningen toe. Er is aldus sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Ad 3. Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de behoefte aan die ontwikkeling worden gemotiveerd. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling.
De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Het ruimtelijk verzorgingsgebied is in onderhavig plan beperkt tot de gemeente Emmen. De appartementen zullen voor het grootste gedeelte worden bewoond door senioren uit de gemeente. Daarnaast worden een aantal appartementen voor starters en grondgebonden woningen gebouwd. Ad 4. Zoals hiervoor al staat vermeld, dient de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, te worden beschreven. Daarbij is het niet relevant of het plangebied binnen of buiten bestaand stedelijk gebied ligt. Kort gezegd is de 'behoefte' het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als dit aanbod feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). Zoals aangegeven in het Woningmarktonderzoek Emmen (RIGO, 30 september 2016) en de nieuwe Woonvisie 2018-2023 'Thuis in Emmen: snoeien doet bloeien' groeit de behoefte aan
44
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Meridiaan (vastgesteld)
appartementen en grondgebonden woningen voor ouderen. Hierbij wordt tevens aangegeven dat een kwaliteitsslag in deze woningvoorraad noodzakelijk is. In het Lokaal Akkoord 2019-2024 wordt hier eveneens op ingegaan. Hierin wordt aangegeven dat het aantal levensloopgeschikte woningen in de sociale huur moet toenemen met 110 tot 150 tot 2021 en met 230 tot 270 tot 2026 om in de behoefte te voorzien. Daarnaast hebben 2.000 woningen in de gemeente een beperkte toekomstwaarde. De komende 10 jaar dient deze jaarlijks met gemiddeld 10% te worden vervangen door sloop/nieuwbouw of renovatie (buiten planmatig onderhoud). Gezien de omvang van de (hoofd)kern Klazienaveen voorziet dit in de behoefte ter plaatse.
Dit wordt eveneens onderschreven door de rapportage 'Dorpsvisie Klazienaveen' van Companen (maart 2020, Bijlage 1). Dit rapport is geschreven voor woningcorporatie Lefier (initiatiefnemer). Klazienaveen is een aantrekkelijk dorp om te wonen. Het heeft alle voorzieningen, 5 grote supermarkten en een ruim assortiment winkels van het lage tot het hoge segment. Men kan er, in tegenstelling tot het centrum van Emmen, gratis parkeren, waardoor er in Klazienaveen ook door mensen uit de omgeving veel wordt gewinkeld. Veel jongeren en startende gezinnen trekken uit de (kleine) dorpen naar Klazienaveen. Zij voelen zich minder thuis in het 'stadse' Emmen, terwijl in Klazienaveen nog het 'dorpse gevoel' overheerst en alles 'bij de hand' is. De vele voorzieningen zorgen ervoor dat Klazienaveen een regiofunctie vervult. Daarnaast is er relatief veel werkgelegenheid. Uit de leefbarometer van de overheid komt dan ook naar voren dat de leefbaarheid sinds 2008 goed scoort en sinds 2016 zelfs zeer goed. Dat behoefte is aan sociale woningen, volgt uit het gegeven dat in Klazienaveen sprake is van een lage sociaal economische situatie. De werkloosheid is er (relatief) hoog en er zijn veel mensen met een lager opleidingsniveau. Overerfbare armoede is een bekend sociaal-economisch verschijnsel in het veengebied in Noordoost-Nederland.
De aantrekkelijkheid van Klazienaveen is terug te zien in de woningmarkt. In alle sectoren is er een toenemende vraag. Voor en door particulieren worden er nog steeds nieuwe huizen gebouwd. Verder is een trend te zien dat steeds meer (oudere) huishoudens vanuit omliggende dorpen verhuizen naar het grotere dorp Klazienaveen, waar voorzieningen dichtbij zijn. In tegenstelling tot de andere dorpen rondom Emmen is in Klazienaveen geen sprake van krimp.
Naast bovenbeschreven rapportage heeft Lefier als initiatiefnemer nog nader onderzocht wat de behoefte is aan woningbouw in Klazienaveen. Dit is hieronder beschreven:
Klazienaveen als dorp in een krimpgemeente: Klazienaveen is een sterk dorp vanwege aanwezigheid goede voorzieningen (zowel winkels, zorg, horeca, onderwijs als sport), een gevarieerd woningaanbod, aanwezigheid werkgelegenheid en een goede ligging aan de A37 nabij zowel de stad Emmen als de grens met Duitsland. Klazienaveen heeft hierdoor een regionale functie en trekt daarmee zowel gebruikers (die vanwege voorzieningen of werk naar Klazienaveen gaan) als inwoners. Dit betekent dat de kern Klazienaveen groeipotentie heeft in een verder krimpende omgeving. Groei van Klazienaveen gaat ten koste van krimp in de omliggende dorpen. Men kiest bewust voor het dorp Klazienaveen om er te (blijven) wonen of zich te vestigen. De kern Emmen (inclusief alle woningbouwplannen) is in die zin geen concurrentie op de woningmarkt voor Klazienaveen. Samenvattend betekent dit dat het inwonertal in Klazienaveen en de daarbij behorende woningaantallen voor de komende jaren nog een lichte groei laten zien.
45
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Meridiaan (vastgesteld)
Ontwikkeling bevolking In Klazienaveen wonen op dit moment veel gezinnen, dit is terug te zien in de leeftijdsopbouw en huishoudenssamenstelling. Er is echter een trend van vergrijzing gaande en er komen steeds meer 1-en 2 persoonshuishoudens. Als men kijkt naar migratie dan valt op dat de meeste verhuisbewegingen zich binnen het dorp afspelen. Blijkbaar willen inwoners graag in het dorp blijven wonen en is het nu nog mogelijk om hun wooncarrière te maken. Op dit moment zijn er alleen signalen van tekort aan mogelijkheden om zelf een woningen te bouwen (kavelverkoop). Inwoners die zich de afgelopen jaren gevestigd hebben in Klazienaveen komen voornamelijk uit de omliggende dorpen (Zwartemeer, Erica, Barger-Compascuum en Nieuw-Dordrecht). Inwoners die Klazienaveen de afgelopen jaren hebben verlaten, deden dit hoofdzakelijk om dichterbij werk of opleiding te wonen en zijn vooral vertrokken naar de kern Emmen en naar buiten de gemeente en provincie Drenthe. Vestigers zijn vooral jongeren / starters (leeftijd 20-30 jaar) en deels ook 65-plussers. Vertrekkers zijn vooral de jongeren; 20-24 jaar. Kwaliteit van de woningvoorraad Het woningaanbod is gevarieerd in Klazienaveen; er is voor elk wat wils. Een goede mix aan woningtypen, zowel gestapeld als grondgebonden, verschillende prijsklassen en een goede balans tussen huur en koop.
De kwaliteit van de voorraad laat hier en daar echter te wensen over. Energetische verduurzaming is gewenst maar ook de bouwkundige kwaliteit is niet overal even goed. Woningcorporatie Lefier kijkt daarbij ook naar de match tussen (toekomstige) vraag en aanbod; hoe toekomstbestendig is een woning vanuit technisch maar vooral ook vanuit doelgroep bezien; hoe toekomstbestendig is het product? Huurwoningen zonder toekomstwaarde haalt de woningcorporatie uit de markt en vervangt zij door nieuwe kwalitatief goede woningen die aansluiten bij de (toekomstige) behoefte. Conclusie: Met het nieuwproject aan de Meridiaan wordt een kwaliteitsslag in de huurwoningvoorraad (woningen met een slechte kwaliteit worden gesloopt en maken plaats voor kwalitatief goede woningen) gemaakt en wordt beter aangesloten op de toekomstige vraag van kleinere huishoudens en senioren. De nieuwbouwwoningen zijn ook geschikt voor senioren waarbij de verwachting is dat ze door de nabijheid van voorzieningen aantrekkelijk zijn voor deze doelgroep. In dit project komen meer woningen terug dan er gesloopt worden. Dit past bij een lichte groeipotentie maar maakt onderdeel uit van een kwaliteitsslag van de hele woningvoorraad, waarbij woningcorporatie Lefier in de toekomst nog meer woningen uit de markt zal halen en al dan niet vervangt door nieuwbouw.
Uitgangspunt hierbij is verdichten in het centrum van het dorp en verdunning aan de randen. Dit uit zich ook in meer gestapelde bouw (appartementen) in het centrum en grondgebonden nieuwbouw en/of uitgifte van kavels aan de randen / in de wijken. Tot slot is de Structuurvisie herprogrammering woningbouw 2018-2028 relevant (vastgesteld op 20 december 2018). Deze Structuurvisie is een uitwerking van de Woonvisie 2018-2023 'Thuis in Emmen, snoeien doet bloeien' en gaat over het schrappen van plancapaciteit voor woningbouw. De gemeente heeft teveel woningbouwmogelijkheden vastgelegd in haar bestemmingsplannen. en met deze visie geeft zij aan hoe en waar de gemeente in de toekomst meewerkt aan woningbouw. Dit houdt het schrappen van de voorziene woningcapaciteit uit de bestemmingsplannen en een herprogrammering van een aantal woningbouwlocaties. De omvangrijke plancapaciteit met daarin veel slecht afzetbare plannen blokkeert kansrijke nieuwe initiatieven. Ook leidt die plancapaciteit tot ruimtelijke en 46
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Meridiaan (vastgesteld)
maatschappelijke ongewenste situaties, zoals langdurig braakliggende gronden. Uit de Structuurvisie volgt dat bij woningbouwinitiatieven de beschikbare harde plancapaciteit in relatie tot de verwachte woningbehoefte (aantallen) van groot belang is. Dit is een kwantitatief aspect. Wanneer sprake is van een overschot aan harde plancapaciteit moet de kwalitatieve onderbouwing deugdelijk en valide zijn. Dit betekent een inventarisatie van de effecten van een gewenste nieuwe stedelijke ontwikkeling op locaties elders én een oordeel over de aanvaardbaarheid van die effecten.
In het bovenstaande is onderbouwd middels meerdere rapportages dat er zowel vanuit kwalitatieve als kwantitieve zin behoefte is aan dit type woning in het omschreven verzorgingsgebied. Ad 5. In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het plangebied ligt in een woonwijk te Klazienaveen en is omringd door andere woningen en centrumgebied. Geconcludeerd kan worden dat het plangebied onderdeel is van het bestaand stedelijk gebied. CONCLUSIE Geconcludeerd kan worden dat het project voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het project voorziet in een behoefte. Deze behoefte wordt opgevangen in bestaand stedelijk gebied.
47
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Meridiaan (vastgesteld)
Hoofdstuk 5 5.1
Toelichting op de planregels en verbeelding
Algemeen
Het bestemmingsplan bestaat uit de plantoelichting, regels en verbeelding. De regels en de verbeelding vormen het juridisch bindende gedeelte van een bestemmingsplan. De verbeelding en de regels moeten altijd in samenhang worden gebruikt. De plantoelichting is bedoeld om de verbeelding en de regels te verduidelijken en om gemaakte keuzes te verantwoorden aan de hand van ruimtelijk beleid. Het bestemmingsplan Klazienaveen, Meridiaan is gericht op (her)ontwikkeling, waarbij de centrumbestemming wordt verwijderd en de bestemmingen Wonen, Tuin en Verkeer – verblijfsgebied mogelijk worden gemaakt. Het doel van dit bestemmingsplan is om de huidige bebouwing te slopen, teneinde eigentijdse nieuwbouw voor sociale huurders te realiseren. Hierbij wordt het plangebied opnieuw ingericht. Tevens dient het nieuwe bestemmingsplan rechtszeker, eenvoudig te begrijpen, goed toepasbaar en handhaafbaar te zijn voor de gebruiker. Met de indeling van het bestemmingsplan zoals de naamgeving van de bestemmingen, opbouw van de regels en de weergave van op de verbeelding wordt aangesloten op landelijk geldende standaarden, onder meer Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO2012) en de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012).
5.2
Toelichting op de verbeelding
Voor de verbeelding wordt als ondergrond de basiskaart BGT gehanteerd. De ondergrond zal nooit een volledige weergave van de werkelijkheid zijn. De op de verbeelding aangegeven bebouwing moet dan ook als illustratief worden beschouwd. Alle gronden die binnen het plangebied vallen hebben een bestemming en/of aanduiding gekregen op de verbeelding. Deze bestemmingen en aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien in de regels hieraan een betekenis wordt gegeven. De begrenzingen van de bestemmingen volgen zoveel mogelijk geografische, topografische en/of kadastrale grenzen. Daar waar dat niet mogelijk bleek, is gekozen voor een meer praktische benadering. De schaal van de verbeelding kan met behulp van de computer door de gebruiker naar keuze worden ingesteld.
5.3
Toelichting op de regels
De regels zijn een juridische vertaling van het planologische- en ruimtelijk beleid van de gemeente, provincie en het rijk. De regels zijn een juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bebouwing, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bebouwing. Bij het opstellen van de regels is geprobeerd om de regels zo beperkt mogelijk te houden door alleen te regelen wat nodig is. Gebruiksregels Per bestemming is aangegeven voor welk gebruik de gronden zijn bedoeld. Indien daar aanleiding voor aanleiding voor bestaat, wordt via de specifieke gebruiksregels expliciet aangegeven waarvoor de gronden niet zijn bedoeld en of waarvoor en op welke wijze de gronden wel gebruikt kunnen worden. Bouwregels
48
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Meridiaan (vastgesteld)
In een groot aantal bestemmingen zijn bouwregels opgenomen. Met deze bouwregels worden de bouwmogelijkheden gereguleerd. Uitgangspunt bij het bouwen van hoofdgebouwen is dat hoofdgebouwen altijd binnen een bouwvlak worden gebouwd en voorgevels van deze hoofdgebouwen in de gevellijn. Dit betekent dat indien er vervangende bebouwing wordt geprojecteerd, deze in de gevellijn moet worden teruggebouwd. Verder worden in de bouwregels onder andere regels ten aanzien maximale bebouwing, bouwhoogtes, dakhelling opgenomen. Flexibiliteit Soms is het gewenst om af te wijken van de gestelde regels. Hiervoor zijn in het bestemmingsplan flexibiliteitbepalingen opgenomen om op specifieke situaties in te kunnen spelen. De uitvoering van de flexibiliteitregelingen ligt bij het college van burgemeester en wethouders. Het toepassen van deze regelingen is geen automatisme. Voordat wordt besloten dat van de geldende regels in het bestemmingsplan kan worden afgeweken zal eerst bekeken worden wat de consequenties zijn van de afwijking op de leefomgeving. In het bestemmingsplan diverse flexibiliteitregelingen opgenomen, deze zijn: Afwijken van de bouwregels; Afwijken van de gebruiksregels; Nadere eisen; Algemene afwijkingsregels; Wijzigingsbevoegdheden artikel 3.6 Wro.
De afwijkingen van de bouw- of gebruiksregels maken afwijkingen van geringe aard mogelijk, waarbij de aan de grond toegekende bestemming gehandhaafd dient te blijven. Door het inwerkingtreden van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) worden verschillende vergunningen en besluiten, zoals de milieuvergunning, de omgevingsvergunning, afwijkingen van het bestemmingsplan en de kapvergunning gebundeld in een integrale omgevingsvergunning. Toestemming van burgemeester en wethouders voor een afwijking van de bouw- of gebruiksregels kan zodoende worden verkregen door het aanvragen van een omgevingsvergunning. Met de nadere eisen kunnen ondergeschikte zaken aan gebouwen worden aangepast. Het gaat hierbij om zaken zoals het aanpassen van de vorm of de situering van een bouwwerk of de inrichting van een terrein. Met 'nadere eisen' kunnen geen ingrijpende veranderingen plaatsvinden in de bestemmingen. Bij toepassing van een afwijking en/of nadere eisen wordt het beoordelingskader gehanteerd zoals in de onderstaande tabel is weergegeven. Deze lijst geeft de afwegingscriteria aan die meegewogen moeten worden bij de afweging of een omgevingsvergunning wordt verleend en/of het toepassen van de nadere eisen. Op deze wijze kunnen interpretatieproblemen worden vermeden en wordt aan gebruikers van de in het plangebied gelegen gronden zoveel mogelijk rechtszekerheid geboden.
Het bestemmingsplan biedt mogelijkheden voor het afwijken van de nadere eisen, de uitvoering van deze flexibiliteitsbepalingen zal plaatsvinden via de omgevingsvergunning.
Bij toepassing van een afwijking en/ of nadere eis mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de volgende criteria: 1. Woonsituatie:
49
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Meridiaan (vastgesteld)
Ten aanzien van de woonsituatie dient rekening gehouden te worden met het in stand houden en/ of garanderen van een goede woonsituatie, hierbij dient gelet te worden op: i. de verkeersaantrekkende werking en de parkeerbehoefte; ii. overlast door lawaai, stank en/of trillingen; iii. de lichttoetreding/bezonning ten opzichte van (bebouwing op) aangrenzende gronden; iv. het uitzicht; v. de aanwezigheid van voldoende privacy. 2. Straat- en bebouwingsbeeld: In het belang van een verantwoorde, evenwichtige en samenhangende stedenbouwkundige en architectonische inpassing dient aandacht gegeven te worden aan: i. een goede verhouding tussen bouwmassa's en open ruimte, (landschappelijke inpassing); ii. de verhouding tussen de hoogte breedte van gebouwen; iii. gevelbeelden; iv. de samenhang van de bouwvorm met nabij gelegen bebouwing; v. de hoogtedifferentiatie; vi. de situering van gebouwen op het perceel; vii. de geleding van de gebouwen indien de oppervlakte meer dan 1000 meter² bedraagt. 3. Cultuurhistorie i.
cultuurhistorische waarden en archeologische waarden;
4. Verkeersveiligheid Ten waarborging van verkeersveiligheid dient rekening gehouden te worden met: i. verkeersaantrekkende werking, toename van de verkeersintensiteit en de parkeerbehoefte; ii. overlast door lawaai, stank en/of trillingen; iii. benodigde uitzichthoeken van wegen; iv. de aansluiting van in- en uitritten op de openbare weg; v. de gevolgen voor het zicht op de openbare weg en of fiets- en voetpaden; vi. de aanwezigheid van voldoende laad- en losruimte. 5. Sociale veiligheid Ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die onoverzichtelijk, onherkenbaar en niet-sociaal controleerbaar is dient rekening gehouden te worden: i. de mogelijkheden voor de verbetering van toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een sociaal onveilige plek; ii. de mate waarin de toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een openbare ruimte wordt ingeperkt. 6. Brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding Ten aanzien van de brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding dient rekening gehouden te worden met de volgende aspecten: i. aanwezigheid van kwetsbare objecten; ii. de aanwezigheid en routering van vluchtwegen; iii. de bereikbaarheid van de bouwwerken; de beschikbaarheid en bereikbaarheid van adequate blusmiddelen. 7. Milieusituatie:
50
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Meridiaan (vastgesteld)
Ter waarborging en ter voorkoming van een milieukundig ongewenste situatie als gevolg van een ruimtelijke ingreep dient rekening gehouden te worden met: i. de mate van hinder voor de omliggende functies; ii. de gevolgen voor de externe veiligheid; iii. de gevolgen van de aanwezigheid van gevoelige functies voor de hinderlijke functies; iv. de gevolgen voor flora en fauna in relatie met de omgeving; v. de gevolgen voor de bodemkwaliteit; vi. de gevolgen voor de (grond)waterkwaliteit; vii. de situering van gebouwen ten opzichte van het water. 8. Gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen Ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken is het niet toegestaan op enig terrein zodanig te bouwen, dat daardoor op een aangrenzend terrein, waarvan de toestand op dat moment overeenkomt met het plan, een situatie zou ontstaan die niet meer overeenkomt met het plan of waardoor een reeds bestaande afwijking van het plan zou worden vergroot. Beoordelingscriteria afwijkingen en nader eisen.
De bevoegdheid ex. artikel 3.6 Wro om het bestemmingsplan te wijzigen ligt eveneens bij burgemeester en wethouders. De wijzigingsbevoegdheid maakt een wijziging van een bestemming in een andere bestemming mogelijk. Voor de wijzigingsbevoegdheid geldt dat deze niet kan worden uitgevoerd, voordat onderzoek is uitgevoerd. Dit biedt de mogelijkheid om nader onderzoek zoveel mogelijk op de concrete situatie af te stemmen. Opzet regels De planregels van dit bestemmingsplan zijn opgedeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1. Inleidende regels; Hoofdstuk 2. Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3. Algemene regels; Hoofdstuk 4. Overgangs - en slotregels. De inhoud van de verschillende hoofdstukken wordt als volgt toegelicht: 5.3.1
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
In hoofdstuk 1 worden diverse begrippen welke in de planregels worden gehanteerd nader verklaard. Dit om mogelijke interpretatieproblemen te voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Artikel 1 Begrippen De begripsbepalingen in artikel 1 zijn noodzakelijk bij de interpretatie van de regels. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. De begrippen die hierin zijn opgenomen zijn terug te vinden in de bestemmingsbepalingen. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Met uitzondering van de eerste twee begrippen (plan en bestemmingsplan) zijn de begrippen alfabetisch gerangschikt. De begrippen zijn zoveel mogelijk gebaseerd op vaste jurisprudentie. In de loop der tijd hebben de meeste begrippen zich ontwikkeld tot een standaard, waarvan ook in dit bestemmingsplan gebruik is gemaakt. Artikel 2 Wijze van meten
51
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Meridiaan (vastgesteld)
De bepalingen over de wijze van meten zijn in artikel 2 opgenomen. Dit artikel geeft aan hoe de hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. 5.3.2
Hoofdstuk 2 bestemmingsregels
In hoofdstuk 2 worden artikelsgewijs de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en wordt toegelicht op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Behalve bestemmingen en dubbelbestemmingen zijn binnen het bestemmingsplan aanduidingen te onderscheiden. Deze aanduidingen bevatten specificaties van bestemmingen en dubbelbestemmingen met betrekking tot gebruik of bouwen. 5.3.2.1 Groen Artikel 3 Groen De op de verbeelding voor "Groen" aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen. Daarnaast zijn fiets- en voetpaden en nutsvoorzieningen toegestaan. Binnen de bestemming is geen bouwmogelijkheid opgenomen voor gebouwen, met uitzondering van uitkragende balkons en uitkragende erkers van de flatgebouwen. Voor het bouwen van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn voor de bouwmogelijkheden voorwaarden opgenomen. Het gebruik van gronden voor buitenopslag is verboden. 5.3.2.2 Tuin Artikel 4 Tuin De op de verbeelding voor "Tuin" aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen. Binnen de bestemming tuin is geen bouwmogelijkheid opgenomen voor gebouwen. Balkons en erkers van de flatgebouwen mogen wel uitkragen over de tuinbestemming. Voor het bouwen van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn voor de bouwmogelijkheden voorwaarden opgenomen.
5.3.2.3 Verkeer Artikel 5 Verkeer - Verblijfsgebied De voor "Verkeer - Verblijfsgebied" aangewezen gronden zijn bestemd voor woonstraten en wegen ten behoeve van de ontsluiting van de aanliggende erven en percelen. Binnen deze bestemming is het aanleggen van voet- en fietspaden, erven en pleinen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, sport en speelgelegenheden, nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen eveneens mogelijk. Gebouwen mogen niet worden opgericht binnen deze bestemmingen. Wel zijn andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming mogelijk. Er worden in deze bestemming parkeerplaatsen aangelegd, waarbij wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernorm. 5.3.2.4 Wonen Binnen de bestemming Wonen wordt de mogelijkheid geboden voor de bouw van woningen en de realisatie van daarbij behorende voorzieningen. Dit laatste is tevens bedoeld om ondergeschikte, aan de woonfunctie grenzende voorzieningen (bijvoorbeeld groenvoorzieningen of toegangswegen), waarvan de feitelijke begrenzing niet exact blijkt samen te vallen met de bestemmingsgrens, onder de woonbestemming te brengen. In het bestemmingsplan mag het aantal woningen niet worden vermeerderd, tenzij dit met een aanduiding op de verbeelding anders wordt aangegeven. Voor de verschillende woonvormen in het plangebied zijn verschillende bestemmingen opgenomen.
Artikel 6 Wonen - Aaneengebouwd
52
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Meridiaan (vastgesteld)
Bij "Wonen - Aaneengebouwd" gaat het om regels die gelden voor grondgebonden aaneengesloten woningen. Aaneengesloten woningen zijn woningen waarvan meer dan twee woningen onder één kap zijn geplaatst (rijwoningen). Voor Wonen - Aaneengebouwd geldt dat het hoofdgebouw in het bouwvlak wordt gebouwd. Er rust een aanduiding van maximum aantal wooneenheden op het hoofdgebouw (te weten: 5). Het hoofdgebouw dient in de gevellijn te worden opgericht. Daarnaast gelden maximum goot- en bouwhoogten. De woningen worden voorzien van een kap. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn voorwaarden opgenomen. Er zijn een aantal afwijkingsmogelijkheden opgenomen voor de bouwregels. Tot slot geldt het verbod dat het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning verboden is. Artikel 7 Wonen - Gestapeld Bij "Wonen - Gestapeld" gaat het om regels die gelden voor woongebouwen. Woongebouwen zijn gebouwen die meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen wooneenheden omvat. Voor Wonen - Gestapeld geldt dat het hoofdgebouw in het bouwvlak wordt gebouwd. Er rust een aanduiding van maximum aantal wooneenheden op het hoofdgebouw. Het hoofdgebouw dient in de gevellijn te worden opgericht. Daarnaast gelden maximum (goot-) en bouwhoogten. Het gebouw 1a wordt voorzien van een kap.
De overige appartementsgebouwen worden voorzien van een plat dak. De bovenste bouwlaag van de gebouwen 2a, 2b en 2c worden voorzien van een 'setback'. De bovenste bouwlaag wordt hier, gemeten vanaf de voorgevel, met minimaal 1,5 meter teruggelegd. De bijbehorende bouwwerken worden uitsluitend inpandig opgericht. Voor het bouwen van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn voorwaarden opgenomen. Bij omgevingsvergunning kan onder voorwaarden een (zwevende) galerij worden gebouwd tussen de gebouwen 1a en 1b.
Situering gebouwen.
53
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Meridiaan (vastgesteld)
5.3.3
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Hoofdstuk 3 van de regels bevat bepalingen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen, zodat het uit praktische overwegingen de voorkeur verdient deze in afzonderlijke artikelen onder te brengen. Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Met dit artikel wordt voorkomen dat meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt. Dit is bijvoorbeeld mogelijk als (onderdelen van) bouwpercelen van eigenaars in maatvoering verschillen en wisselen. Door verwerving van een extra (bouw)perceel of een gedeelte daarvan, kunnen de gronden niet meegenomen worden met de berekening van de bouwmogelijkheden van het nieuwe perceel als de nieuw verworven gronden reeds meegenomen zijn bij de berekening van een eerdere bouwplannen. Het is dus niet toegestaan gronden twee keer in te zetten om een omgevingsvergunning te verkrijgen. Artikel 9 Algemene bouwregels In dit artikel zijn regels opgenomen voor het bouwen van ondergeschikte bouwonderdelen. De genoemde onderdelen mogen de in de regels bepaalde maximale bouwhoogte overschrijden met de in artikel genoemde maten. Hiervoor is bewust gekozen omdat dit duidelijkheid en enige vrijheid aan ontwerpers biedt. Artikel 10 Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn regels opgenomen voor het verboden gebruik op onbebouwd terrein en voor het verboden gebruik van gebouwen.