Bijlage 1 - Bestemmingsplan Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoningen
Tekst van het document
Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoningen
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding tot nieuw bestemmingsplan 1.2 Ligging plangebied 1.3 Huidige planologische regelingen 1.4 Opzet bestemmingsplan
5 5 5 7 11
Hoofdstuk2 Beleid 2.1 Gemeentelijk beleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Rijksbeleid 2.4 Conclusie
12 12 15 18 18
Hoofdstuk3
19
Planbeschrijving
Hoofdstuk4 Onderzoeken 4.1 Archeologie en monumenten 4.2 Ecologie 4.3 Vormvrije m.e.r. en stikstofdepositie 4.4 Fysieke veiligheid 4.5 Milieu 4.6 Waterparagraaf
20 20 22 23 24 26 28
Hoofdstuk5 Toelichting op de planregels en verbeelding 5.1 Algemeen 5.2 Toelichting op de verbeelding 5.3 Toelichting op de regels 5.4 Handhaving
29 29 29 29 34
Hoofdstuk6 Maatschappelijke betrokkenheid 6.1 Overleg ex. artikel 3.1.1 Bro en zienswijzen
35 35
Hoofdstuk7
Economische uitvoerbaarheid
36
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Watertoets Bijlage 2 Advies Provincie Drenthe Bijlage 3 Advies Veiligheidsregio Drenthe Bijlage 4 Reactie provincie Bijlage 5 Reactie VRD
37 38 42 44 49 51
Regels
53
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
54 54 60
Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4
Bestemmingsregels Bedrijf - Autogaragebedrijf Bedrijf - Milieucategorie 2
61 61 64
Hoofdstuk3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene afwijkingsregels
67 67 68 69
2 n" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoninge
Hoofdstuk4 Artikel 8 Artikel 9
Overgangs- en slotregels overgangsrecht slotregel
Bijlage bij regels Bijlage 1 Staat van inrichtingen.
bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoningen" (vastgesteld) 3
71 71 72 73 74
4 n" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoninge
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding tot nieuw bestemmingsplan
Door de eigenaar van de percelen kadastraal bekend onder Gemeente Emmen, Sectie AC, nummer 256 en nummer 258 te Nieuw-Weerdinge is een verzoek ingediend om de functieaanduiding bedrijfswoning toe te voegen aan het Weerdingerkanaal NZ 80 middels een herstel bestemmingsplan. Deze percelen zijn bestemd als 'Bedrijf - Milieucategorie 2' zonder een functieaanduiding 'bedrijfswoning'. Er zijn daarnaast nog andere percelen in het plangebied die bij de actualisering van het bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge" (vastgesteld op 25 September 2014) geen functieaanduiding 'bedrijfswoning' hebben gekregen. Dit betreffen de percelen kadastraal bekend onder Gemeente Emmen, Sectie N 259, Sectie N 230, 231 en 524, en Sectie B 10714, 10715, 10410 en 11330. De corresponderende adressen zijn Weerdingerkanaal NZ 48, Weerdingerkanaal NZ 19-20 en Noordveenkanaal ZZ 12. Perceel Sectie N 259 (behorende bij Weerdingerkanaal 48) is net als Weerdingerkanaal NZ 80 bestemd als 'Bedrijf - Milieucategorie 2'. Percelen Sectie N 230, 231 en 524, en Sectie B 10714, 10715, 10410 en 11330 (behorende bij Weerdingerkanaal NZ 19-20 en Noordveenkanaal ZZ 12) zijn bestemd als 'Bedrijf - Autogaragebedrijf'. Doormiddel van dit voorliggende herstel bestemmingsplan wordt de mogelijkheid geboden om alsnog de functieaanduiding 'bedrijfswoning' toe te voegen aan de genoemde percelen.
Daarmee dient dit bestemmingsplan uitsluitend het doel om de genoemde percelen een actueel en adequaat ruimtelijk en juridisch kader te bieden die correspondeert met de actuele situatie. Deze paragraaf is nader toegelicht in Hoofdstuk 3 Planbeschrijving.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied van het bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoningen" ligt op de percelen kadastraal bekend onder Gemeente Emmen, Sectie AC, nummer 256 en 258, Sectie N 259, Sectie N 230, 231 en 524, en Sectie B 10714, 10715, 10410 en 11330. Deze percelen zijn respectievelijk bekend onder de volgende adressen: Weerdingerkanaal NZ 80, Weerdingerkanaal NZ 48, Weerdingerkanaal NZ 19-20 en Noordveenkanaal ZZ 12 te Nieuw-Weerdinge.
bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoningen" (vastgesteld) 5
6 n" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoninge
Figuur 1.1: De ligging van het plangebied Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoningen.Van boven naar beneden: Percelen Gemeente Emmen, Sectie AC nummer 256 en 258 (Weerdingerkanaal NZ 80), Sectie N nummer 259 (Weerdingerkanaal NZ 48), Sectie N nummer 230, 231 en 524 (Weerdingerkanaal NZ 19-20), en Sectie B 10714, 10715, 10410 en11330 (Noordveenkanaal ZZ 12).
1.3
Huidige planologische regelingen
Het voorliggende bestemmingsplan Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoningen vervangt gedeeltelijk het bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge",vastgesteld op 25 september 2014. De aanduidingen 'bedrijfswoning' zijn op de afbeeldingen hieronder aangegeven middels rode stippellijn en zijn gesitueerd binnen het bouwvlak gesitueerd conform het vigerende bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge".
bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoningen" (vastgesteld) 7
8 n" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoninge
bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoningen" (vastgesteld) 9
10 n" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoninge
Figuur 1.2: Het voorliggende bestemmingsplan Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoningen, Percelen Van boven naar beneden: Gemeente Emmen, Sectie AC nummer 256 en 258 (Weerdingerkanaal NZ 80), Sectie N nummer 259 (Weerdingerkanaal NZ 48), Sectie N nummer 230, 231 en 524 (Weerdingerkanaal NZ 19-20), en Sectie B 10714 (Noordveenkanaal ZZ 12).
1.4
Opzet bestemmingsplan
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. Op de verbeelding worden de percelen in het gebied aangegeven met de bestemming dan wel een aanduiding. In de regels worden de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het plangebied geregeld. Tot slot wordt in de toelichting een verantwoording gegeven van de in het plan gemaakte keuzes. Het bestemmingsplan heeft het planidentificatienummer: NL.IMRO.0114.2023032-B701.
bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoningen" (vastgesteld) 11
Hoofdstuk 2
Beleid
2.1
Gemeentelijk beleid
2.1.1
Structuurvisie gemeente Emmen 2020, veelzijdigheid troef
Structuurvisie Emmen 2020, Veelzijdigheid Troef, is 24 september 2009 vastgesteld door de raad. Het document is opgesteld als ruimtelijke vertaling van de ambities gesteld in de Strategienota Emmen 2020, vastgesteld in de raadsvergadering van september 2001. De structuurvisie geeft de hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Emmen weer. In de structuurvisie wordt de ruimtelijke structuur van 2020 geschetst aan de hand van een aantal thema's, te weten landschap, duurzaamheid, verkeer, werken, wonen, voorzieningen en veiligheid. Voor ieder thema is een hoofdkoers bepaald. Voor het bestemmingsplan Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoningen is vooral het thema wonen en werken van belang. In de structuurvisie wordt voor de hoofdkoers wonen gesproken over meer levensloopbestendige woningen en meer ruimte voor bouwkavels. Er moet rekening worden gehouden met de woonwensen van de huidige en toekomstige bewoners. Het realiseren van een aanduiding 'bedrijfswoning' op de percelen Sectie AC, nummer 256 en 258, Sectie N 259, Sectie N 230, 231 en 524, en Sectie B 10714, 10715, 10410 en 11330 te Nieuw-Weerdinge is in lijn met deze hoofdkoers wonen. 2.1.2
Woonvisie 2022-2030
In oktober 2022 heeft de gemeenteraad van Emmen de woonvisie 2022-2030 'BuitengeWoon Thuis in Emmen' vastgesteld. Met deze nieuwe woonvisie zet de gemeente Emmen in op een gevarieerde woonomgeving en een breed, duurzaam aanbod van woningen in diverse prijsklassen, in alle kernen. Om de bestaande woningvoorraad voldoende uit te breiden en te vernieuwen stelt de Woonvisie 2022 2030 vier ambities uit beschikbaarheid voorop: 1. 2. 3. 4.
Het aanbieden van een grotere diversiteit aan woningen in de wijken en dorpen. Herstructurering van oudere woonbuurten. Ontwikkelen van diverse seniorgeschikte woningen en starterswoningen Een groei van 4.000 woningen tot 2030. (zie pagina 27-29)
In de Woonvisie 2022-2030 is een strategie opgenomen voor woningbouw: 1. 2. 3. 4. 5.
Woningbouwinitiatieven worden niet individueel, maar in samenhang bekeken. Prioriteit wordt gegeven aan plannen voor herstructurering, transformatie en inbreiding. Prioriteit wordt gegeven aan woningbouwplannen voor aandachtsgroepen. Woningbouwplannen dragen bij aan een variërend en aantrekkelijker woonmilieu. Woningbouwplannen dragen bij aan een verbetering van ruimtelijke kwaliteit. (zie pagina 32)
De Woonvisie 2022 - 2030 geeft voor het deelgebied De Monden (waar Nieuw-Weerdinge binnen valt) tot 2030 een toename van 360 woningen op de woningvoorraad. Op basis van de visie mogen er tussen 2022 en 2030 maximaal 54 woningen aan het buitengebied worden toegevoegd, met het oogpunt om middels maatwerk verbetering van ruimtelijke kwaliteit tot stand te kunnen brengen. Het toetsingskader voor deze 54 woningen wordt onder andere gevormd door de (herziene) beleidsnotitie “Bouwen in de linten”. In de beleidsnotitie Bouwen in de linten staat beschreven waar gebouwd mag worden Het voorliggende bestemmingsplan betreft het toevoegen van de aanduiding 'bedrijfswoning' op locaties die passen binnen de beleidsnota Bouwen in de Linten en passen binnen de gestelde maximale groei van de woningvoorraad binnen deelgebied De Monden. Er worden in deze gevallen niet daadwerkelijk woningen toegevoegd. Het gaat om het herstellen van de functieaanduiding bedrijfswoning op locaties waar de woning reeds decennia aanwezig is en onafgebroken bewoond is geweest. Daarmee past het voorliggende plan binnen de woonvisie.
12 n" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoninge
2.1.3
Beleidsnotitie "Bouwen in de linten"
De gemeenteraad heeft op 14 december 2017 de beleidsnotitie Bouwen in de linten vastgesteld. De beleidsnotitie geeft het onderzoek weer naar de ruimtelijke kaders en criteria die bij de beoordeling van verzoeken tot incidentele woningbouw in de linten moeten worden gehanteerd. In de beleidsnotitie is een balans gezocht tussen het incidenteel toevoegen van woningen enerzijds en het behoud van de waarde en karakteristiek van het landschap anderzijds. Het doel van de beleidsnotitie Bouwen in de linten is het verkrijgen van een helder ruimtelijk kader voor het toetsen van nieuwe aanvragen voor het bouwen van woningen binnen lintbebouwingen in de gemeente Emmen. In de beleidsnotitie zijn ruimtelijke criteria verwoord. Bij de ruimtelijke ontwikkeling van de linten dient een afweging te worden gemaakt tussen enerzijds het belang van de kernen, en anderzijds het belang van het landschap. In de eerste plaats is bepaald wat de begrenzingen van de kernen zijn en wat de linten binnen en buiten de kernen zijn. Als vervolgstap is voor de linten buiten de kernen bepaald welke delen onlosmakelijk met het landschap zijn verbonden en welke delen met de kern zijn verbonden. De linten kunnen worden onderverdeeld in 'landschapsgerelateerde linten', 'dorpsgerelateerde linten' en in 'lint binnen kern'.
Op de kaart 'Ontwikkeling Lintbebouwing' behorende bij de beleidsnotititie "Bouwen in de Linten" zijn de percelen Sectie AC, nummer 256 en 258, Sectie N 259, Sectie N 230, 231 en 524, en Sectie B 10714, (waar de aanduiding bedrijfswoning voor Noordveenkanaal ZZ 12 wordt toegevoegd) respectievelijk aangeduid als 'Lint binnen kern' en 'Dorpsgerelateerd lint'. Het voorliggende bestemmingsplan betreft het toevoegen van de aanduiding 'bedrijfswoning' op locaties die passen binnen de beleidsnota Bouwen in de Linten. Er worden in deze gevallen niet daadwerkelijk woningen toegevoegd. Het gaat om het herstellen van de functieaanduiding bedrijfswoning.
bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoningen" (vastgesteld) 13
Figuur. Uitsnede Kaart 2: Benadering Lintbebouwing (Beleidsnotitie Bouwen in de linten, 2017). Percelen in voorliggende herstel bestemmingsplan aangegeven middels rode cirkel. 2.1.4
Welstandsbeleid
De welstandsnota 2016, gemeente Emmen is opgesteld uitgaande van het motto: “Loslaten wat kan, regelen wat ertoe doet”. De gemeente hecht waarde aan de omgevingskwaliteit, en ziet daarbij onderscheid tussen de verschillende gebieden die de gemeente rijk is. Niet ieder gebied vraagt om dezelfde benadering. De welstandsnota 2016 kent drie welstandsniveaus: welstandsvrij, welstandsluw en welstandsniveau hoog. Voor een aantal gebieden is de ambitie naar beneden bijgesteld, waardoor welstandsvrije gebieden zijn toegenomen. Het niveau welstandsluw is geïntroduceerd. In de luwe gebieden wordt op een aantal basale aspecten van welstand gestuurd en wordt afstand genomen van gedetailleerde beoordelingen. Daarnaast moeten gebieden die van meer waarde zijn - niveau hoog – goed beschermd blijven. Deze gebieden leveren een belangrijke bijdrage aan de identiteit van Emmen. Voornamelijk zijn dit de centra van dorpen, wijken en de beschermde dorpsgezichten. Voor deze gebieden geldt een hoog ambitieniveau. Het gemeentebestuur beoogt met deze nota een dynamische welstand in Emmen, waarbinnen ruimte is voor dialoog en “kwalitatief herstel” met de samenleving. Het bestemmingsplan en de welstandsnota zorgen samen voor het behoud van de ruimtelijke kwaliteit. Het bestemmingsplan geeft aan wat, hoeveel, in welke vorm en waar er gebouwd mag worden.
Het welstandsbeleid geeft aan hoe het gebouw er uit mag komen te zien. Dit wil zeggen dat het 14 n" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoninge
welstandsbeleid moet voorkomen dat er gebouwen gebouwd worden die afbreuk doen aan de omgeving. Het plangebied is gelegen in een gebied met welstandsluwe waarde. Het welstandsbeleid richt zich met name op de voorkanten van bouwwerken en bouwblokken en het aanzicht op deze bebouwing vanuit de openbare ruimte. Ingrepen worden beoordeeld in relatie tot de naastgelegen bebouwing en het straatbeeld. Het beleid is alleen op hoofdzaken gericht en niet op details. 2.1.5
Conclusie gemeentelijk beleid
Dit bestemmingsplan maakt geen (fysieke) wijzigingen in het plangebied mogelijk. Het herstellen van de functieaanduiding bedrijfswoning is niet in strijd met het gemeentelijke woonbeleid. Vier bedrijfswoningen worden planologische goed aangeduid conform het huidige gebruik. Het plan is in die zin ook niet tegenstrijdig met de Woonvisie.
2.2
Provinciaal beleid
2.2.1
Actualisatie Omgevingsvisie Drenthe 2022
Met de Omgevingsvisie Drenthe 2022 geven we invulling aan de verplichte strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving op grond van de Omgevingswet. De Omgevingsvisie gaat in op de samenhang tussen landbouw, natuur, water, wonen, werklocaties, verkeer en vervoer, landschap en cultureel-, aardkundig- en archeologisch erfgoed. De visie beschrijft de provinciale belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing, beschrijft het beleid en schetst de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van Drenthe richting 2030. De Omgevingsvisie 2022 is een geactualiseerde versie van de Omgevingsvisie 2018. Onze maatschappij verandert snel, en ons beleid verandert mee. Al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving dat sinds 2018 nieuw of gewijzigd is vastgesteld, is doorgevoerd in de Omgevingsvisie 2022. Daarnaast zijn enkele omissies en foutjes hersteld, is gewijzigd EU- en Rijksbeleid doorgevoerd en is de leesbaarheid van de teksten verbeterd. Alleen het beleid voor bedrijventerreinen en de vestigingsmogelijkheden voor grote ruimtevragers en datacenters is nieuw (paragraaf 5.1.2). De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe in de periode tot 2030, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode daarna. Als in de tekst wordt gesproken over 'lange termijn', betreft het de periode na 2030.
De Omgevingsvisie heeft voor de provincie vooral een interne binding. Dit betekent dat de provincie bij de uitoefening van haar taken aan de Omgevingsvisie gebonden is. Missie De missie van de provincie is het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij de kernkwaliteiten. Deze missie is ingegeven door wat inwoners, medeoverheden en maatschappelijke partners belangrijk vinden voor de toekomst van Drenthe. De kernkwaliteiten zijn samen met partners en de inwoners van Drenthe benoemd, te weten landschap, cultuurhistorie, aardkundig erfgoed, archeologie en natuur. Zorgvuldig Ruimtegebruik De provincie Drenthe gaat zorgvuldig om met de beschikbare ruimte in onze provincie. Grootschalige bouwplannen en uitbreidingen in het landelijk gebied, los van bestaande bebouwingslocaties, zijn niet vanzelfsprekend. Milieukwaliteit van de leefomgeving Het beschermen van de kwaliteit van milieu en leefomgeving is veelal op Europees en nationaal niveau geregeld. Daarbij zijn diverse taken en verantwoordelijkheden bij de provincies neergelegd. Deze taken, gericht op het beschermen van de kwaliteit van lucht, water en bodem en het verbeteren van de verkeersveiligheid, waterveiligheid en externe veiligheid, zijn daarmee van provinciaal belang. De provincie streeft naar een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, plant en dier.
De milieukwaliteit in Drenthe is relatief goed en dat willen we graag zo houden. Wij willen dat in Drenthe minimaal aan de wettelijke milieunormen wordt voldaan.
bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoningen" (vastgesteld) 15
Kernkwaliteiten De kernkwaliteiten zijn de kwaliteiten die bijdragen aan de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe. Samen met vertegenwoordigers van overheden, belangengroepen, marktpartijen en inwoners heeft de provincie de volgende kernkwaliteiten van Drenthe benoemd : rust, ruimte, natuur en landschap; oorspronkelijkheid (authenticiteit, Drents eigen); noaberschap; kleinschaligheid (Drentse schaal); menselijke maat; veiligheid. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteiten. In hoofdstuk 4 van de Omgevingsvisie is voor alle kernkwaliteiten een uitwerking naar meer concrete indicatoren gemaakt, namelijk landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Kaarten en doelstellingen Op kaarten behorende bij de Omgevingsvisie Drenthe zijn de kernkwaliteiten nader weergegeven. Op een aantal kaarten (wanneer relevant) is het plangebied als volgt aangeduid: Landschap Het plangebied is gelegen binnen het landschap van de veenkoloniën. Van provinciaal belang is de orthogonale samenhang tussen het systematische ontginningspatroon van grootschalige openheid met kenmerkende wijkenstructuur en de bebouwingslinten met daaruit opgaande percelen. Cultuurhistorie Het beleid van de provincie Drenthe ten aanzien van cultuurhistorie is beschreven in de beleidsnota Cultuurhistorisch Kompas Drenthe.
Twee doelstellingen staan hierin centraal: Ten eerste willen we de cultuurhistorie herkenbaar houden. Het provinciaal belang Cultuurhistorie is vastgelegd in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur; Ten tweede willen we de ruimtelijke identiteit versterken. We doen dat door ruimtelijke ontwikkelingen te sturen vanuit samenhangende cultuurhistorische kwaliteiten, met respect en durf. Daarin is ruimte voor inspiratie en eigen afwegingen van onze partners. Het veiligstellen van cultuurhistorische waarden en tegelijkertijd het bieden van ruimte voor ontwikkelingen, vraagt om een heldere wijze van sturing. Wij maken in het Cultuurhistorisch Kompas onderscheid tussen drie sturingsniveaus: respecteren, voorwaarden stellen en eisen stellen. Deze drie sturingsniveaus zijn conform de Omgevingswet beleidsneutraal vertaald naar twee sturingsniveau 's: 'Betrekken bij' en 'Rekening houden met'. Het plangebied is gelegen in het deelgebied Weerdingervenen en Roswinkel dat deel uit maakt van het gebied De Drentse Monden Het sturingsniveau 'betrekken bij' is hier van toepassing (zie ook paragraaf 2.2 en 2.3).
Karakteristieken/Omgevingsbeeld: Het beekdal van de veenloop ten noorden van Nieuw-Weerdinge als open en onregelmatig gebied tussen de veenkoloniën, begrensd door de Valtherdijk en het Vledderdiep; Het Weerdingerkanaal (deels gedempt) als hoofdkanaal voor Nieuw-Weerdinge, met een systeem van kruisdiepen en achterdiep; Roswinkel als oudere wegontginning met een verschoven bewoningsas op een zandopduiking. Voor het deelgebied Weerdingervenen en Roswinkel gelden de volgende ambities: Het herkenbaar houden van de ordening en samenhang binnen een lintdorp, zoals boerderijen en woningen die elk aan een zijde van het kanaal staan; Het beleefbaar houden van het verschoven lint van Roswinkel, mede door de open ruimte tussen de oude en de nieuwe weg te handhaven; Het benadrukken van de oude veenloop tussen Valthermond en Nieuw-Weerdinge door de afwijkende onregelmatige verkaveling en de duidelijke begrenzingen. 16 n" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoninge
Archeologie De inhoudelijke kaart Archeologie geeft een overzicht van de archeologische waarden en verwachtingen die de provincie van provinciaal belang achten. In gebieden of terreinen met een archeologische verwachting op de archeologiekaarten, wordt gestuurd op een goede uitvoering van archeologisch onderzoek. Niet voor alle bodemingrepen is archeologisch onderzoek vereist. Dit hangt af van de omvang en aard van de ingreep, de waarde/verwachting van de locatie en het vrijstellingenbeleid zoals dat is uitgewerkt in de gemeentelijke archeologiekaarten. Aardkundige waarden Aardkundige waarden die bijdragen aan het specifieke Drentse karakter wil de provincie behouden en, waar mogelijk, herstellen. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteit aardkundige waarden. De provincie wil inhoud geven aan ruimtelijke kwaliteit, om de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe te behouden en te versterken. Het doel is de archiefwaarde van de bodem te behouden en de landvormen, die karakteristiek zijn voor het Drentse landschap, te behouden en te versterken, als onderdeel van de kernkwaliteit oorspronkelijkheid. Aansluiting voorliggend bestemmingsplan In dit herstel bestemmingsplan is geen sprake van nieuwe woningbouw maar het toevoegen van de aanduiding 'bedrijfswoning' op vier adressen (op de genoemde percelen).
De woningen bestaan al meerdere decennia en zijn onafgebroken bewoond geweest. Daarmee is het voorliggende bestemmingsplan niet in strijd met de provinciale omgevingsvisie Drenthe 2018. 2.2.2
Omgevingsverordening provincie Drenthe
De provinciale belangen die de Omgevingsvisie zijn benoemd, zijn vertaald in de regels van de Provinciale Omgevingsverordening. In de verordening in artikel 2.17 staat het volgende genoemd ten aanzien van woningbouw: 1. Een ruimtelijk plan kan voorzien in nieuwe woningbouw mits de behoefte op basis van de gemeentelijke woonvisie kan worden aangetoond en aansluit bij bestaand stedelijk gebied. De gemeentelijke woonvisie ten aanzien van de woningvoorraad: a. draagt bij aan balans tussen vraag en aanbod in de gehele Drentse woningvoorraad op de lange termijn en is hiertoe afgestemd binnen de woningmarktregio's; b. benoemt tenminste de kwaliteit, kwantiteit, doelgroepen, duurzaamheid, kernenstructuur; c. schetst de opgaven in de bestaande woningvoorraad; d. geeft aan op welk wijze balans op lange termijn wordt gerealiseerd; e. geeft een lange termijn beeld. De provincie Drenthe heeft ingestemd met de woonvisie van de gemeente. In de omgevingsverordening zijn de percelen gelegen binnen het plangebied aangeduid als 'Bestaand Stedelijk Gebied'. In principe ligt binnen het bestaand stedelijk gebied de verantwoordelijkheid voor kernkwaliteiten bij de gemeente. Het provinciaal belang voor archeologie en cultuurhistorie kent hierop echter een uitzondering: in deze gevallen is het provinciaal belang namelijk wel van toepassing binnen bestaand stedelijk gebied.
Cultuurhistorie Het plangebied is gelegen in het deelgebied Weerdingervenen en Roswinkel. Het sturingsniveau 'betrekken bij' is hier van toepassing. Relevante cultuurhistorische karakteristieken (Omgevingsbeeld) in relatie tot het plangebied zijn "het Weerdingerkanaal (deels gedempt) als hoofdkanaal voor Nieuw-Weerdinge, met een systeem van kruisdiepen en achterdiep". De ambitie hier is "[h]et herkenbaar houden van de ordening en samenhang binnen een lintdorp, zoals boerderijen en woningen die elk aan een zijde van het kanaal staan". Aansluiting voorliggend bestemmingsplan In dit herstel bestemmingsplan is geen sprake van nieuwe woningbouw maar het toevoegen van de aanduiding 'bedrijfswoning' op vier adressen (op de genoemde percelen). De woningen bestaan al meerdere decennia en zijn onafgebroken bewoond geweest. Daarmee is het voorliggende bestemmingsplan niet in strijd met de provinciale omgevingsverordening Immers, de cultuurhistorische
bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoningen" (vastgesteld) 17
karakteristieken en het omgevingsbeeld waar het plangebied zich in bevindt - bestaande hoofdzakelijk uit Weerdingerkanaal (deels gedempt) als hoofdkanaal voor Nieuw-Weerdinge, met een systeem van kruisdiepen en achterdiep alsmede de daaraan gerelateerde structuur van lintbebouwing aan weerszijden van dit gedempte deel van het kanaal - blijven onaangetast met dit plan (dan niet, beter gewaarborgd) 2.2.3
CultuurhistorischKompas Drenthe
Met de nota Cultuurhistorisch Kompas Drenthe is vastgelegd hoe de provincie wil omgaan met cultuurhistorische waarden in Drenthe. In de nota is de cultuurhistorische hoofdstructuur vastgelegd en is een beleidsvisie met kaart opgenomen. Onderdeel van de nota is ook een databank. Het plangebied ligt in het deelgebied De Drentse Monden van het Kompas: In de beschrijving van dit deelgebied wordt ingegaan op de (gemeenschappelijke) kenmerken van het gebied (karakteristiek en structuur), achtergrond en de ambitie die de provincie voor dit gebied heeft opgenomen. Van provinciaal cultuurhistorisch belang in dit plangebied is het (gedempte) Weerdingerkanaal met een structuur van lintbebouwing aan weerszijden. Aansluiting voorliggend bestemmingsplan In dit herstel bestemmingsplan is geen sprake van nieuwe woningbouw maar het toevoegen van de aanduiding 'bedrijfswoning' op vier adressen (op de genoemde percelen). Het (deels gedempte) Weerdingerkanaal als hoofdkanaal voor Nieuw-Weerdinge met de daaraan gerelateerde structuur van lintbebouwing aan weerszijden blijven onaangetast met dit plan. Daarmee sluit dit bestemmingsplan bij uitstek aan op wat is opgenomen in het Cultuurhistorisch Kompas. 2.2.4
Conclusie
Het omgevingsbeleid, omgevingsverordening en het cultuurhistorisch kompas van de provincie Drenthe verzet zich niet tegen het plan. Zie ook de reactie van de Provincie op het voorontwerpplan in Bijlage 2 en op het ontwerpbestemmingsplan in Bijlage 4.
2.3
Rijksbeleid
2.3.1
Ruimtelijk beleid
Het ruimtelijke rijksbeleid heeft geen directe invloed op het plangebied. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 van kracht geworden. Onderdeel van deze structuurvisie is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Met de structuurvisie kiest het rijk voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Voor Emmen zijn in de SVIR geen onderwerpen opgenomen die aangemerkt worden als nationaal belang. In de Barro zijn alleen de zaken betreffende defensie en kernkwaliteiten van toepassing. Deze zaken hebben geen directe invloed op de inrichting van het plangebied.
2.4
Conclusie
Het rijksbeleid werkt niet rechtstreeks door in het plangebied. Voor het voorliggende bestemmingsplan kan geconcludeerd worden dat het plan niet in strijd is met het geldende gemeentelijke- en provinciale beleid, wanneer rekening wordt gehouden met bepaalde aspecten zoals de ruimtelijke en milieutechnische inpassing. Hierop wordt nader ingegaan in de volgende hoofdstukken.
18 n" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoninge
Hoofdstuk 3
Planbeschrijving
De gemeenteraad van de gemeente Emmen heeft op 25 september 2014 het bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge" vastgesteld. Het voorliggende bestemmingsplan Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoningen beoogt het actualiseren van het voorgaande bestemmingsplan Nieuw-Weerdinge, vastgesteld op, 25 September 2014, op de percelen kadastraal bekend onder Gemeente Emmen, Sectie AC, nummer 256 en 258, Sectie N 259, Sectie N 230, 231 en 524, en Sectie B 10714, 10715, 10410 en 11330. Deze percelen zijn respectievelijk bekend onder de volgende adressen: Weerdingerkanaal NZ 80, Weerdingerkanaal NZ 48, Weerdingerkanaal NZ 19-20 en Noordveenkanaal ZZ 12 te Nieuw-Weerdinge. Binnen het bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge" hebben de percelen de bestemming 'Bedrijf - Milieucategorie 2' en 'Bedrijf - Autogaragebedrijf'. De bedrijfswoningen op de vier adressen waren ten tijde van vaststelling van het bestemmingsplan Nieuw-Weerdinge reeds aanwezig. In het oudere bestemmingsplan Nieuw-Weerdinge, vastgesteld op 1994, was op al deze percelen ook de aanduiding bedrijfswoning aanwezig. Echter, heeft de gemeente Emmen in het bestemmingsplan Nieuw-Weerdinge (2014) foutief de aanduiding 'bedrijfswoning' achterwege gelaten. Om alle rechten terug te brengen naar hoe de eigenaren de gronden ooit hebben gekocht, is een bedrijf met bedrijfswoning passend.
Het gaat hier niet om het bouwen van een nieuwe bedrijfswoning, maar slechts het toevoegen van de aanduiding 'bedrijfswoning'. Planologisch gezien is er geen reden om deze aanduiding achterwege te laten. Met het voorliggende bestemmingsplan worden de percelen kadastraal bekend als Gemeente Emmen, Sectie AC, nummer 256 en 258, Sectie N 259, Sectie N 230, 231 en 524, en Sectie B 10714, 10715, 10410 en 11330 - te weten de adressen: Weerdingerkanaal NZ 80, Weerdingerkanaal NZ 48, Weerdingerkanaal NZ 19-20 en Noordveenkanaal ZZ 12 - te Nieuw-Weerdinge.weer voorzien van een adequaat en actueel ruimtelijk- en juridisch kader.
bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoningen" (vastgesteld) 19
Hoofdstuk 4
Onderzoeken
4.1
Archeologie en monumenten
4.1.1
Algemeen
De gemeente Emmen heeft archeologisch beleid vastgesteld, d.d. 30 mei 2013. Hiervoor is een archeologische beleidsadvieskaart gemaakt met daarbij een rapport. Dit rapport dient als toelichting op de kaart. Het doel van deze documenten is om aan te geven wat de kern vormt van het archeologiebeleid en waarop de beleidskeuzes zijn gebaseerd. De verschillende archeologische waarden en verwachtingen en de maatregelen die daaraan zijn gekoppeld zijn in de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart vertaald naar diverse categorieën "Waarde - Archeologie" in het bestemmingsplan. Met de vertaling is op eenvoudige wijze voor het gehele gebied van de gemeente Emmen in beeld gebracht of archeologische waarden in het geding zijn of kunnen zijn en zo ja, op welke manier daarmee dient te worden omgegaan. Onderstaande tabel geeft de onderverdeling van de vier gemaakte categorieën weer. Categorie
Archeologische waarden
Oppervlakte
Diepte
Drainage
Rijksmonument
Beschermd
-
-
Verbod
Waarde Archeologie 1
Zeer hoge archeologische waarde
0 m2
30 cm + 10 cm
Verbod
Waarde Archeologie 2
(zeer) (hoge) archeologische waarde
100 m2
30 cm + 10 cm
Verbod
Waarde Archeologie 3
Middelhoge of hoge verwachting
1000 m2
30 cm + 10 cm
Verbod
Waarde Archeologie 4
Middelhoge of hoge verwachting
1000 m2
30 cm + 10 cm
Toegestaan
Deze beleidskeuzes zijn vertaald in een dubbelbestemmingen. Per archeologische kwaliteit zijn planregels opgenomen voor het te bebouwen oppervlakte en een omgevingsvergunningsstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. De maatvoering voor afwijking is afhankelijk van de te verwachten waarden of verwachtingen en de uitkomsten van archeologisch onderzoek. 4.1.2
Archeologische waarden in het plangebied
Het plangebied Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoningen is volgens de beleidskaart gelegen in een gebied met 'Lage verwachting'. Figuur 4.1 is een uitsnede van de beleidskaart.
20 n" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoninge
Figuur 4.1: Uitsnede beleidskaart Archeologie. Het plangebied is gelegen in een gebied met 'Lage verwachting'. De vier adressen zijn aangeduid met een rode cirkel. Gebieden met een lage verwachtings waarde, zijn gebieden waar de kans op het aantreffen van archeologische sporen klein wordt geacht. Dit kan zijn vanwege de bodemkundige opbouw, een lage dichtheid van archeologische resten/sporen of vanwege bodemverstorende activiteiten naderhand (zoals ontginningen). Het betreft met name de ontgonnen veengebieden die in het verleden laag waren gelegen en een hoge grondwaterstand kenden. Er is hier geen sprake van concreet aanwijsbare vindplaatsen. En de kans op het aantreffen van sporen en vondsten is klein. Deze gebieden zijn vrijgesteld van archeologisch onderzoek.
bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoningen" (vastgesteld) 21
4.2
Ecologie
De Wet natuurbescherming (Wnb) is in werking getreden op 1 januari 2017. Deze wet vervangt de volgende drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (houtopstanden). De provincie is bij de Wnb het bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en handelingen bij Natura 2000-gebieden en dier- en plantensoorten. Het Rijk blijft bevoegd gezag bij ruimtelijke ingrepen met grote nationale belangen. Voor gemeenten geldt dat zij het bevoegd gezag zijn voor omgevingsvergunningen. Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) -voorheen Ecologische Hoofdstructuur- is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'.
Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor de provincie Drenthe uitgewerkt in de Provinciale Omgevingsvisie en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening. Soortenbescherming Het uitgangspunt van de Wnb is dat er geen (opzettelijke) schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. De soortenbescherming binnen de Wnb is daarbij opgedeeld in drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Bij beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen dier- en plantensoorten.
Er dient een ontheffing op grond van artikel 3.3, 3.8 en/of 3.10 Wnb te worden aangevraagd voor een (bouw)werkzaamheid of activiteit indien het volgende van toepassing is: uit gegevens of onderzoek blijkt dat er sprake is van verstoring of doden van (een) beschermde soort(en); het bouwwerk en/of de activiteit veroorzaakt beschadiging of vernieling van voortplanting- of rustplaatsen van dieren, danwel ontworteling of vernieling van plantensoorten; er kan geen gebruik gemaakt worden van een vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming; er kan niet gewerkt worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Houtopstanden In de Wnb is de bescherming van houtopstanden buiten de, door de gemeenteraad vastgestelde, bebouwde kom geregeld. Doel is de instandhouding van het bosareaal. In de Provinciale Omgevingsverordening van de provincie Drenthe is geregeld hoe een kapmelding moet worden ingediend, waaraan herbeplanting moet voldoen en wanneer ontheffing van de herbeplantingsplicht kan worden verleend. Voor houtopstanden binnen de bebouwde kom geldt de Bomenverordening gemeente Emmen 2011. In het bijbehorende bomenregister zijn de monumentale en waardevolle bomen en waardevolle houtopstanden vastgelegd. Zonder ontheffing is het verboden deze te kappen.
Conclusie Aangezien dit bestemmingsplan slechts betrekking heeft op de actualisering van bestaande bestemmingen en niet rechtstreeks nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, is er geen ecologisch onderzoek uitgevoerd. Wanneer in de toekomst toch plannen worden ontwikkeld voor ruimtelijke ingrepen, dient vooraf goed te worden beoordeeld of er sprake is van nadelige consequenties voor beschermde soorten en/of gebieden. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor dit onderzoek. 22 n" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoninge
Binnen het onderhavige plangebied mag reeds op basis van het geldende bestemmingsplan Nieuw-Weerdinge bebouwing plaatsvinden op de genoemde percelen. Het voorliggende bestemmingsplan biedt in principe dezelfde mogelijkheden in die zin zal het niet extra belastend voor het Natura 2000-gebied Bargerveen zijn. Zowel in de aanleg- als gebruiksfase van de mogelijke ontwikkelingen zal er geen extra nadeel ontstaan. Daarnaast is het zo dat binnen het betreffende plangebied de bebouwing al gerealiseerd is. Deze bestemmingsplanherziening maakt geen nieuwe bebouwing mogelijk ten opzichte van het plan Nieuw-Weerdinge (2014). Enkel een aanduiding 'bedrijfswoning wordt hersteld. Echter zal het gebruik niet worden geintensiveerd, er zullen geen extra verkeersbewegingen plaatsvinden ten opzichte van de huidige situatie en het type bedrijvigheid blijft gelijk ten opzichte van de huidige planologische situatie.
Voor alle bouwactiviteiten die in de toekomst toch nog plaats zullen vinden dienen er voorzorgsmaatregelen genomen te worden waardoor: Planning aanvang werkzaamheden buiten het broedseizoen (globaal van half maart tot begin augustus) dient plaats te vinden; Een week voor de werkzaamheden beginnen, het plangebied kort gemaaid dient te worden, zodat het plangebied ongeschikt wordt voor kleine zoogdieren en ze de kans krijgen om te vluchten; (wortel)schade aan de (oude) bomen wordt voorkomen en geen graafwerkzaamheden binnen de kroonprojectie van deze oude bomen kan plaatsvinden. Er zijn - mits rekening wordt gehouden met de algemene zorgplicht - geen belemmeringen op het gebied van ecologie.
4.3
Vormvrije m.e.r. en stikstofdepositie
Op 1 april 2011 is het Besluit milieueffectrapportage gewijzigd door het 'Besluit reparatie en modernisering milieueffectrapportage' en is bepaald dat de grenswaarden voor een m.e.r.-beoordelingsplicht indicatief zijn. Het bevoegd gezag moet bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, nagaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling (85/337/EEG). In het kader hiervan is een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden ligt, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gebruikt. Uit deze toets kunnen twee conclusies volgen: belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten.
In het eerste geval is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig, in het andere geval moet een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure te worden gevolgd. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling moet plaatsvinden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In voorliggend bouwplan komen geen activiteiten voor die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r..Vanwege de afwezigheid van die activiteit(en) hoeft geen vormvrije m.e.r. -beoordeling plaats te vinden. Er is geen Aerius-berekening uitgevoerd aangaande stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden omdat dit bestemmingsplan een actualisatie plan betreft waarin de bestaande situatie planologisch wordt vastgelegd. Het gebruik van de genoemde percelen en de intensiteit van dit gebruik wordt niet gewijzigd.
bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoningen" (vastgesteld) 23
4.4
Fysieke veiligheid
Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) verplicht het bevoegd gezag de externe veiligheid mee te wegen in het beleid. Het Bevi stelt grenzen aan het risico dat bedrijven mogen veroorzaken voor hun omgeving (het 'plaatsgebonden risico'). Zo moet er tussen risicovolle bedrijven en risicogevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen, scholen) een bepaalde afstand blijven, om mensen in de omgeving te beschermen. Daarnaast gaat het besluit in op de kans op een ramp waarbij een groep mensen betrokken is (het 'groepsrisico'). Voor het groepsrisico geldt dat onderbouwing van het risico plaats dient te vinden als er besluiten genomen moeten worden die vermeld zijn in de artikelen 4 en 5 van het Bevi. Voor het vaststellen van het besluit dient de Veiligheidsregio Drenthe in de gelegenheid gesteld te worden advies uit te brengen over het groepsrisico en de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval. Het Bevi dient te worden toegepast voorafgaande aan de vaststelling van een bestemmingsplan. Beoordeeld dient te worden of voor burgers het minimum beschermingsniveau gehandhaafd wordt. Een nadere concretisering van het besluit is opgenomen in de (ministeriële) "Regeling externe veiligheid inrichtingen" (Revi) Hierin zijn onder andere de afstanden voor het plaatsgebonden risico voor LPG-tankstations opgenomen.
Ten aanzien van transportrisico's om wegen, vaarwegen en spoor geldt het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev). Het Btev is vergelijkbaar met het Bevi en bevat risiconormen voor transportroutes. Voor het transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn de normen voor externe veiligheid in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vastgelegd. 4.4.1
Externe veiligheid
In en in de nabijheid van het plangebied is geïnventariseerd op zogenoemde Bevi-bedrijven. Hieruit is gebleken dat er in en in de nabijheid van het plangebied geen Bevi-bedrijven zijn gelegen. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen buisleidingen en worden er geen gevaarlijke stoffen vervoerd over de weg of door het water. Er bevinden zich geen hoogspanningsmasten in de nabijheid van het plangebied.
4.4.2
Inrichting en ontwikkeling
Bluswatervoorzieningen In beginsel is er in voldoende mate voorzien in bluswatervoorzieningen. In haar advies geeft de Veligheidsregio Drenthe aan dat aanbevalingswaardig is om dit uit te breiden. Zie bijlage X. Waarschuwings- en alarmeringssysteem Het is conform de handleiding voor het WAS systeem (HAVOS) dat het gebied buiten de dekking valt. Daarnaast is het voornemen van de minister J&V om het WAS systeem uit te gaan faseren. Echter hierover is nog geen definitief besluit genomen. Wel is er tegenwoordig het NL-alert systeem dat landelijk uitgerold is/wordt. Bereikbaarheid De vier locaties zijn allen goed bereikbaar. Opkomsttijd De initiatiefnemers dienen brandveiligheidsmaatregelen te ondernemen. Denk hierbij aan de BIObiz 24 n" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoninge
factoren: bouwkundige voorzieningen, bijv. conform bouwregelgeving; installatietechnische voorzieningen, bijv. woningrookmelders – woningsprinklers; organisatorische voorzieningen, bijv. goede BHV organisatie, vluchtplan voor de bewoners brandweeropkomsttijd, vrij houden van wegen / zo min mogelijk verkeersbelemmerende maatregelen inventaris, toepassen van moeilijk brandbaar materiaal zelfredzaamheid van de aanwezigen, toepassen veilige vluchtroutes of laat het niet toe bijvoorbeeld.
4.4.3
Conclusie
In de nabijheid van het plangebied bevinden zich verder geen risicovolle objecten en/of transportaders (incl. gasleidingen). Er zijn verder geen invloedsgebieden van risicovolle objecten en/of transportaders aanwezig die over het plangebied vallen. Ook worden er binnen de locatie zelf geen risicobronnen geprojecteerd. In het kader van de externe veiligheid regelgeving gelden voor de wijziging van het bestemmingsplan geen belemmeringen. Binnen en nabij het plangebied zijn geen bedrijven, transportroutes en buisleidingen gelegen waarbij rekening moet worden gehouden met het aspect externe veiligheid. In het kader van regelgeving in relatie tot Externe Veiligheid zijn er geen belemmeringen voor het herstellen van de aanduiding bedrijfswoning. Het plan is in kader van het vooroverleg voorgelegd aan de VRD. Het advies is als Bijlage 3 toegevoegd. De VRD heeft middels reactie op het ontwerpbestemmingsplan aangegeven akkoord te zijn met deze aanpassingen (zie Bijlage 5).
bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoningen" (vastgesteld) 25
4.5
Milieu
In deze paragraaf worden de voor dit bestemmingsplan relevante milieuaspecten beschreven. Aangegeven wordt wat de beperkingen en mogelijkheden in het plangebied zijn, bezien vanuit verschillende milieudisciplines.
4.5.1
Bedrijven en milieuzonering
Vanuit milieuhygiënisch oogpunt vergt het inpassen van nieuwe functies in het plangebied een goede afstemming met de andere, in de omgeving, aanwezige functies. Een melding Activiteitenbesluit is voor de wijziging van het bestemmingsplan niet nodig omdat er geen sprake is van een inrichting. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling. Het gaat hier om het herstellen van de functieaanduiding bedrijfswoning op 4 verschillende adressen. De bedrijfswoningen zijn al aanwezig, als zodanig vergund in het verleden en liggen binnen het bouwvlak van het bedrijf. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt zal dit geen belemmeringen opleveren. Het betreffen namelijk bestaande situaties, bestaande en vergunde bedrijfswoningen gelegen in bestaande bouwvlakken die een functieaanduiding krijgen. 4.5.2
Bodem
Het college van burgemeester en wethouders heeft op 5 maart 2013 de Beleidsregel Bodemkwaliteit vastgesteld. Om de kwaliteit te waarborgen, moet grondverzet worden gemeld bij het landelijke meldpunt. Om het verplaatsen van grond te vereenvoudigen, heeft de gemeente Emmen een aantal kaarten ontwikkeld. Deze bodemkwaliteitskaarten zijn als bijlage in de Nota Bodembeheer opgenomen. Aan de hand van deze kaarten is het mogelijk om zonder voorgaand onderzoek grond te ontgraven en toe te passen. Partijen grond en baggerspecie die niet voldoen aan de bodemkwaliteitskaart en de Nota Bodembeheer van de gemeente Emmen mogen alleen worden toegepast als er sprake is van een nuttige toepassing. Is het werk niet 'nuttig', dan is er sprake van het zich ontdoen van afvalstoffen. Tijdelijke opslag en grootschalige toepassingen van grond en bagger zijn vormen van 'nuttig' gebruik. Tijdelijke uitname zijn werkzaamheden waarbij de grond na korte tijd weer teruggebracht wordt. Een voorbeeld is het graven van een sleuf voor kabels en leidingen. In dat geval hoeft de kwaliteit van de te ontgraven bodem niet onderzocht te worden, tenzij er sprake is van (een verdenking van) bodemverontreiniging. Het feit dat dit een aanduiding bedrijfswoning op de plek van een bestaande bedrijfswoning betreft, heeft ertoe geleid dat vooraf geen bodemonderzoek is uitgevoerd.
Het wettelijk kader voor het bodembeleid is in de Wet bodembescherming (Wbb) vastgelegd. Daarnaast zijn nog andere regels, circulaires en beleidsnotities van toepassing. Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Daarmee is het aspect bodemkwaliteit ook van invloed op de uitvoerbaarheid van het plan. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor vrijwel alle nieuwe ontwikkelingen die met ruimtelijke plannen mogelijk worden gemaakt relevant is en daarom onderzocht, beoordeeld en beschreven moet worden. De mate waarin beoordeling van de bodemkwaliteit aan de orde is, is met name afhankelijk van aard en omvang van de functiewijziging. De aanwezigheid van bodemverontreiniging kan gevolgen hebben voor het gebruik van de locatie. Bij het opstellen van een ruimtelijk plan moet rekening worden houden met de bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied (artikel 3.1.6 van Bro). De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie of de financiële haalbaarheid van het bestemmingsplan. In de Bro is echter geen rechtstreekse verplichting opgenomen voor het uitvoeren van bodemonderzoek of bodemsanering. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 5 maart 2013 de Beleidsregel Bodemkwaliteit vastgesteld.
Om de kwaliteit te waarborgen, moet grondverzet worden gemeld.bij het landelijke meldpunt. Om het verplaatsen van grond te vereenvoudigen, heeft de gemeente Emmen een aantal kaarten ontwikkeld. Deze bodemkwaliteitskaarten zijn als bijlage in de Nota Bodembeheer opgenomen. Aan de hand van deze kaarten is het mogelijk om zonder voorgaand onderzoek grond te ontgraven en toe te passen. Partijen 26 n" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoninge
grond en baggerspecie die niet voldoen aan de bodemkwaliteitskaart en de Nota Bodembeheer van de gemeente Emmen mogen alleen worden toegepast als er sprake is van een nuttige toepassing. Is het werk niet 'nuttig', dan is er sprake van het zich ontdoen van afvalstoffen. Tijdelijke opslag en grootschalige toepassingen van grond en bagger zijn vormen van 'nuttig' gebruik. Tijdelijke uitname zijn werkzaamheden waarbij de grond na korte tijd weer teruggebracht wordt. Een voorbeeld is het graven van een sleuf voor kabels en leidingen. In dat geval hoeft de kwaliteit van de te ontgraven bodem niet onderzocht te worden, tenzij er sprake is van (een verdenking van) bodemverontreiniging. Voor dit bestemmingsplan is geen bodemonderzoek uitgevoerd omdat het de planologische vastlegging is van een bestaande situatie. Ten behoeve van de bouw van de bedrijfswoningen is in het verleden al een bodemonderzoek uitgevoerd. 4.5.3
Geluid
Regels ten aanzien van geluidhinder zijn vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). Het doel van de Wet geluidhinder is tweeledig. Enerzijds de bescherming van het milieu en anderzijds de bescherming van de volksgezondheid. Bepalend is steeds de situering van geluidsbronnen ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen. De Wgh gaat uit van zones langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Binnen dergelijke zones zijn nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen alleen toegestaan indien de geluidsbelasting op de buitengevel onder of hoogstens gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde. Ontheffing van de voorkeursgrenswaarde is toegestaan indien maatregelen om de geluidsbelasting op de buitengevels te beperken niet mogelijk zijn of onvoldoende helpen en indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. 4.5.3.1 Wegverkeerslawaai De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen de van rechtswege aanwezige zone van een weg. Conform de Wet geluidhinder heeft elke weg een zone. Conform art. 74 lid 2 Wgh zijn de onderstaande wegen hiervan uitgezonderd: 1. Wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied; 2. Wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt. Bij de realisatie van woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen moeten de wettelijke grenswaarden in acht worden genomen. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai bedraagt 48 dB.
Indien deze voorkeursgrenswaarde wordt overschreden moet er onderzoek worden gedaan naar mogelijke bron- en/of overdrachtsmaatregelen. Zijn maatregelen niet mogelijk dan kunnen Burgemeester en Wethouders ontheffing van de voorkeursgrenswaarde verlenen. De delen van de wegen Noordveenkanaal ZZ en Weerdingerkanaal NZ waar de genoemde percelen aan grenzen betreffen een weg waarvoor een snelheidsregime geldt van 50 km/uur. De bedrijfswoningen dienen te voldoen aan de gesteld eisen voor het binnenniveau volgens het bouwbesluit. Zoals hierboven staat aangegeven betreft de beoogde aanduiding bedrijfswoning op alle adressen een reeds bestaande bedrijfswoning. Voor de Wet geluidhinder maakt het niet uit dat het een bedrijfswoning betreft. Een akoestisch onderzoek is niet noodzakelijk, omdat het bestaande woningen zijn. 4.5.4
Lucht
De Wet luchtkwaliteit is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging. Anderzijds heeft de wet tot doel mogelijkheden te creëren voor ruimtelijke ontwikkeling. Volgens de nieuwe regeling vormt luchtkwaliteit in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van een ruimtelijk project als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIMB) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen.
bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoningen" (vastgesteld) 27
4.5.4.1 Algemeen beeld luchtkwaliteit plangebied Omdat er geen significante ontwikkelingen in het plangebied of rondom het plangebied gepland zijn, zal de concentratie van de NOX en fijnstof niet veranderen. Hierdoor betekent de luchtkwaliteit geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.
4.6
Waterparagraaf
4.6.1
Ligging plangebied
Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Hunze en Aa's. Uitgangspunt is dat bij een bouwplan moet worden voorkomen dat er grond- of oppervlaktewateroverlast ontstaat en de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater niet negatief wordt beïnvloed. 4.6.2
Waterhuishouding
Het beleid van de gemeente Emmen en het waterschap is gericht op afkoppelen van hemelwater van de riolering en te lozen op oppervlaktewater of zo mogelijk te laten infiltreren in de bodem. Bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoningen" ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Hunze en Aa's.De waterhuishouding is afgestemd op de functies wonen en bedrijvigheid Om bodemvervuiling te voorkomen is het wenselijk om geen gebruik te maken van uitlogende materialen. Om wateroverlast in gebouwen te voorkomen wordt voorgeschreven dat een vloerpeil tenminste 30 centimeter boven de weg ligt. 4.6.2.1 Riolering Naast het inzamelen en afvoeren van afvalwater heeft het rioolstelsel een belangrijke functie in de afwatering van de verharde oppervlakken in het plangebied. In een gemengd rioolstelsel worden afvalwater en regenwater 'gemengd' en vervolgens gezamenlijk afgevoerd naar de rioolwaterzuivering. Tijdens perioden met meer neerslag kan het voorkomen dat de rioolberging geheel gevuld raakt en zal rioolwater via de riooloverstorten naar het oppervlaktewater stromen. Een gescheiden rioolstelsel houdt afvalwater en regenwater gescheiden. Afvalwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuivering, regenwater wordt rechtstreeks op het oppervlaktewater geloosd. Het rioolstelsel aansluitend op het plangebied is uitgevoerd als een gescheiden rioolstelsel.
Het rioolstelsel voldoet aan de eisen. Er zijn geen hydrologische knelpunten bekend. De bedrijfswoningen kunnen worden aangesloten op het bestaande rioolstelsel. Gelet op de aard van het plan is gebleken dat sprake is van geen waterschapsbelang. Daarom is verder geen contact gezocht met het waterschap. De Watertoets is bijgevoegd als Bijlage 1 Watertoets.
28 n" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoninge
Hoofdstuk 5 5.1
Toelichting op de planregels en verbeelding
Algemeen
Het bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoningen" is bedoeld om op meerdere plaatsen de aanduiding bedrijfswoning juridisch te regelen binnen het plangebied. De planregels behorend bij dit bestemmingsplan zijn de regels zoals ze zijn opgenomen in het bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge" door de raad van de gemeente Emmen vastgesteld op 25 september 2014.
5.2
Toelichting op de verbeelding
Voor de verbeelding wordt als ondergrond de basiskaart Emmen (BKE) gehanteerd. Deze basiskaart bestaat uit de Grootschalige Basiskaart van Nederland (GBKN) met gemeentelijke aanvullingen in de vorm van extra meetgegevens. Met het oog op de volledigheid en nauwkeurigheid van de aanwezige bebouwing wordt de meest recente versie van de BKE gehanteerd. Hiervoor wordt maandelijks de BKE automatisch herzien. Echter, de ondergrond zal nooit een volledige weergave van de werkelijkheid zijn. De op de verbeelding aangegeven bebouwing moet dan ook als illustratief worden beschouwd. De BKE wordt naast de extra meetgegevens aangevuld met kadastrale gegevens van de Digitale Kadastrale Kaart. Alle gronden die binnen het plangebied vallen hebben een bestemming en / of aanduiding gekregen op de verbeelding. Deze bestemmingen en aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien in de regels hieraan een betekenis wordt gegeven. De begrenzingen van de bestemmingen volgen zoveel mogelijk geografische, topografische en/of kadastrale grenzen. Daar waar dat niet mogelijk bleek, is gekozen voor een meer praktische benadering. De schaal van de verbeelding kan met behulp van de computer door de gebruiker naar keuze worden ingesteld.
5.3
Toelichting op de regels
De regels zijn een juridische vertaling van het planologische -en ruimtelijk beleid van de gemeente, provincie en het rijk. De regels zijn een juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bebouwing, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bebouwing. Bij het opstellen van de regels is geprobeerd om de regels zo beperkt mogelijk te houden door alleen te regelen wat nodig is. Gebruiksregels Per bestemming is aangegeven voor welk gebruik de gronden zijn bedoeld. Indien daar aanleiding voor aanleiding voor bestaat, wordt via de specifieke gebruiksregels expliciet aangegeven waarvoor de gronden niet zijn bedoeld en of waarvoor en op welke wijze de gronden wel gebruikt kunnen worden. Bouwregels In een groot aantal bestemmingen zijn bouwregels opgenomen. Met deze bouwregels worden de bouwmogelijkheden gereguleerd. Uitgangspunt bij het bouwen van hoofdgebouwen is dat hoofdgebouwen altijd binnen een bouwvlak worden gebouwd en voorgevels van deze hoofdgebouwen in de gevellijn. Dit betekend dat indien er vervangende bebouwing wordt geprojecteerd, deze in de gevellijn moet worden teruggebouwd. Verder worden in de bouwregels onder anderen regels ten aanzien maximale bebouwing , bouwhoogtes, opgenomen. Flexibiliteit Soms is het gewenst om af te wijken van de gestelde regels.
Hiervoor zijn in het bestemmingsplan flexibiliteitbepalingen opgenomen om op specifieke situaties in te kunnen spelen. De uitvoering van de flexibiliteitregelingen ligt bij het college van burgemeester en wethouders. Het toepassen van deze regelingen is geen automatisme. Voordat wordt besloten dat van de geldende regels in het bestemmingsplan kan worden afgeweken zal eerst bekeken worden wat de consequenties zijn van de afwijking op de leefomgeving. In het bestemmingsplan diverse flexibiliteitregelingen opgenomen, deze zijn: bestemmingsplan "Nieuw-Weerdinge, herstel bedrijfswoningen" (vastgesteld) 29