CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bestemmingsplan 'Klazienaveen, woning nabij Castor 24' (toelichting, regels en bijlagen)

Commissie Wonen en Ruimte 9 september 2024, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Klazienaveen, woning nabij Castor 24'36.318 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

een productieoppervlak geldt van 20.000 m2 of meer op een bedrijfsterrein dan wel 10.000 m2 of meer op een ander terrein. D De oprichting, wijziging of 32.4 uitbreiding van een smelterij van ferrometalen.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een productieoppervlak van 50.000 m2 of meer in een gesloten gebouw dan wel 10.000 m2 of meer buiten een gesloten gebouw.

De besluiten waarop De structuurvisie, bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de Algemene wet 2.1, 2.2, en 2.3 van bestuursrecht en een of de Wet ruimtelijke meer artikelen van ordening, en de plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn. artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

D De oprichting, wijziging of 32.5 uitbreiding van een installatie bestemd voor het vervaardigen van automobielen of automobielmotoren of het assembleren van automobielen.

De besluiten waarop In gevallen waarin de De structuurvisie, activiteit betrekking heeft bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de op een productiecapaciteit 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht en een of van 1.000 automobielen of Wet ruimtelijke meer artikelen van automobielmotoren per jaar ordening, en de of meer. plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn. artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

D De oprichting, wijziging of 32.6 uitbreiding van een installatie bestemd voor het bouwen, onderhouden, repareren of behandelen van de oppervlakte van metalen schepen.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een productieoppervlak van 50.000 m2 of meer.

De structuurvisie, De besluiten waarop bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet Wet ruimtelijke bestuursrecht en een of ordening, en de meer artikelen van plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet artikelen 3.1, eerste van toepassing zijn. lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

D De oprichting, wijziging of 32.7 uitbreiding van testbanken voor motoren, turbines of reactoren of van installaties voor de bouw en reparatie van luchtvaartuigen.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. het beproeven buiten een gesloten gebouw van motoren, reactoren of turbines met een stuwkracht van 500 kilonewton of meer dan wel met een vermogen van 10 megawatt of meer, of

De structuurvisie, De besluiten waarop bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet Wet ruimtelijke bestuursrecht en een of ordening, en de meer artikelen van plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet artikelen 3.1, eerste van toepassing zijn dan lid, 3.6, eerste lid, wel waarop titel 4.1 van onderdelen a en b, de Algemene wet van die wet. bestuursrecht van toepassing is.

http://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/geldigheidsdatum_01-04-2011/afdrukken

01-4-2011

wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - BWBR0006788

Kolom 1 Activiteiten

Page 35 of 40

Kolom 2

Kolom 3

Kolom 4

Gevallen

Plannen

Besluiten

2°. een productieoppervlak van 250.000 m2 of meer van een inrichting bestemd voor de bouw of reparatie van vliegtuigen. D De oprichting, wijziging of 32.8 uitbreiding van een spoorwegmaterieelfabriek.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een productieoppervlak van 50.000 m2 of meer in een gesloten gebouw dan wel 10.000 m2 of meer buiten een gesloten gebouw.

De besluiten waarop De structuurvisie, bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de Algemene wet 2.1, 2.2, en 2.3 van bestuursrecht en een of de Wet ruimtelijke meer artikelen van ordening, en de plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn. artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet. De besluiten waarop De structuurvisie, bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht en een of Wet ruimtelijke meer artikelen van ordening, en de plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn. artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

D De oprichting, wijziging of 32.9 uitbreiding van een installatie bestemd voor het uitstampen van metalen door middel van springstoffen.

De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie bestemd voor het vervaardigen van glas met inbegrip van glasvezels.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een productiecapaciteit van 10.000 ton per jaar of meer.

De besluiten waarop De structuurvisie, bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht en een of Wet ruimtelijke meer artikelen van ordening, en de plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn. artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

D De oprichting, wijziging of 34.1 uitbreiding van een installatie bestemd voor het vervaardigen van bestrijdingsmiddelen als bedoeld in artikel 1 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, voor zover niet omschreven in onderdeel d van categorie 21.6 van onderdeel D van deze bijlage.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een productiecapaciteit van 20.000 ton per jaar of meer.

De structuurvisie, De besluiten waarop bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet Wet ruimtelijke bestuursrecht en een of ordening, en de meer artikelen van plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet artikelen 3.1, eerste van toepassing zijn. lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

D De oprichting, wijziging of In gevallen waarin de 34.2 uitbreiding van een installatie activiteit betrekking heeft bestemd voor het op een productiecapaciteit vervaardigen van van 20.000 ton per jaar of farmaceutische producten, meer. voor zover niet omschreven in onderdeel e van categorie

De structuurvisie, De besluiten waarop bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet Wet ruimtelijke bestuursrecht en een of ordening, en de meer artikelen van plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet artikelen 3.1, eerste van toepassing zijn. lid, 3.6, eerste lid,

D 33

http://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/geldigheidsdatum_01-04-2011/afdrukken

01-4-2011

wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - BWBR0006788

Kolom 1

Kolom 2

Activiteiten

Gevallen

21.6 van onderdeel D van deze bijlage.

Page 36 of 40

Kolom 3

Kolom 4

Plannen

Besluiten

onderdelen a en b, van die wet. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een productiecapaciteit van 100.000 ton per jaar of meer.

De besluiten waarop De structuurvisie, bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht en een of Wet ruimtelijke meer artikelen van ordening, en de plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn. artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

In gevallen waarin de D De oprichting, wijziging of 34.4 uitbreiding van een installatie, activiteit betrekking heeft behorend tot de chemische op een productiecapaciteit industrie, bestemd voor de van 100.000 ton per jaar of behandeling van meer. tussenproducten en vervaardiging van chemicaliën.

De besluiten waarop De structuurvisie, bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de Algemene wet 2.1, 2.2, en 2.3 van bestuursrecht en een of de Wet ruimtelijke meer artikelen van ordening, en de plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn. artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

In gevallen waarin de D De oprichting, wijziging of 34.5 uitbreiding van een chemische activiteit betrekking heeft op een productiecapaciteit installatie bestemd voor het van 50.000 ton per jaar of vervaardigen van meer. farmaceutische producten, met inbegrip van elastomeren, en peroxiden dan wel bij een rubberverwerkende inrichting de vervaardiging en behandeling van producten op basis van elastomeren, voor zover niet omschreven in de categorieën 21.6 of 34.1 tot en met 34.3 van onderdeel D van deze bijlage.

De besluiten waarop De structuurvisie, bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht en een of Wet ruimtelijke meer artikelen van ordening, en de plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn. artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

D 35

De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie bestemd voor: a. het vervaardigen van dierlijke of plantaardige oliën of vetten, b. het vervaardigen van vismeel of visolie, of c. het vervaardigen van conserven van dierlijke en plantaardige producten.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een productiecapaciteit van 40.000 ton per jaar of meer in een inrichting als bedoeld onder a, of 2°. een productiecapaciteit van 10.000 ton per jaar of meer in een inrichting als bedoeld onder b of c.

De structuurvisie, De besluiten waarop bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet Wet ruimtelijke bestuursrecht en een of ordening, en de meer artikelen van plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet artikelen 3.1, eerste van toepassing zijn. lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

D 36

De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie van een zuivelfabriek.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een productiecapaciteit van 30.000 ton per jaar of meer.

De structuurvisie, De besluiten waarop bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet Wet ruimtelijke bestuursrecht en een of ordening, en de meer artikelen van plannen, bedoeld in de

D De oprichting, wijziging of 34.3 uitbreiding van een installatie bestemd voor het vervaardigen van verven en vernissen, voor zover niet omschreven in categorie 21.6 van onderdeel D van deze bijlage.

http://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/geldigheidsdatum_01-04-2011/afdrukken

01-4-2011

wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - BWBR0006788

Kolom 1

Kolom 2

Activiteiten

Gevallen

Page 37 of 40

Kolom 3

Kolom 4

Plannen

Besluiten

artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn.

D De oprichting, wijziging of 37.1 uitbreiding van een installatie van een bierbrouwerij.

De besluiten waarop De structuurvisie, In gevallen waarin de bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de activiteit betrekking heeft Algemene wet op een productiecapaciteit 2.1, 2.2, en 2.3 van bestuursrecht en een of van 75 miljoen liter per jaar de Wet ruimtelijke meer artikelen van ordening, en de of meer. plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn. artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

D De oprichting, wijziging of 37.2 uitbreiding van een installatie van een mouterij.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een productiecapaciteit van 40.000 ton per jaar of meer.

De besluiten waarop De structuurvisie, bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht en een of Wet ruimtelijke meer artikelen van ordening, en de plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn. artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

D De oprichting, wijziging of 38.1 uitbreiding van een installatie van een suikerfabriek.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een productiecapaciteit van 12.500 ton per dag of meer.

De structuurvisie, De besluiten waarop bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet Wet ruimtelijke bestuursrecht en een of ordening, en de meer artikelen van plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet artikelen 3.1, eerste van toepassing zijn. lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

D De oprichting, wijziging of 38.2 uitbreiding van een installatie van een siroopfabriek.

In gevallen waarin de De structuurvisie, De besluiten waarop activiteit betrekking heeft bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de op een productiecapaciteit 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet van 20 miljoen liter per jaar Wet ruimtelijke bestuursrecht en een of of meer. ordening, en de meer artikelen van plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet artikelen 3.1, eerste van toepassing zijn. lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

D De oprichting, wijziging of 38.3 uitbreiding van een installatie van een suikerwarenfabriek.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een productiecapaciteit van 15.000 ton per jaar of meer.

De structuurvisie, De besluiten waarop bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet Wet ruimtelijke bestuursrecht en een of ordening, en de meer artikelen van plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet artikelen 3.1, eerste van toepassing zijn. lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

http://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/geldigheidsdatum_01-04-2011/afdrukken

01-4-2011

wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - BWBR0006788

Page 38 of 40

Kolom 1

Kolom 2

Kolom 3

Kolom 4

Activiteiten

Gevallen

Plannen

Besluiten

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een productiecapaciteit van 25.000 ton vlees per jaar of meer.

De besluiten waarop De structuurvisie, bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht en een of Wet ruimtelijke meer artikelen van ordening, en de plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn. artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

D De oprichting, wijziging of 39.1 uitbreiding van een installatie bestemd voor het slachten van dieren.

De besluiten waarop De structuurvisie, bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht en een of Wet ruimtelijke meer artikelen van ordening, en de plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn. artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

D Oprichting, wijziging of 39.2 uitbreiding van een installatie bestemd voor het verwerken van kadavers van landbouwhuisdieren en delen daarvan, die niet door slachting voor menselijke consumptie zijn gedood, met het doel deze te verwijderen.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een productiecapaciteit van 25.000 kilogram per uur of meer.

De besluiten waarop De structuurvisie, bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht en een of Wet ruimtelijke meer artikelen van ordening, en de plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn. artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

D De oprichting, wijziging of In gevallen waarin de 41.1 uitbreiding van een installatie activiteit betrekking heeft bestemd voor de op een afvalwaterstroom voorbehandeling of het verven van 2.500 van vezels of textiel. inwonerequivalenten per jaar of meer.

De besluiten waarop De structuurvisie, bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet Wet ruimtelijke bestuursrecht en een of ordening, en de meer artikelen van plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet artikelen 3.1, eerste van toepassing zijn. lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

D De oprichting, wijziging of 41.2 uitbreiding van een installatie voor het looien van huiden.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een afvalwaterstroom van 1.000 inwonerequivalenten per jaar of meer.

De structuurvisie, De besluiten waarop bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet Wet ruimtelijke bestuursrecht en een of ordening, en de meer artikelen van plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet artikelen 3.1, eerste van toepassing zijn. lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

D 43

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op:

De structuurvisie, De besluiten waarop bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet Wet ruimtelijke bestuursrecht en een of

D 40

De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie van een zetmeelfabriek.

De aanleg, wijziging of uitbreiding van permanente race- en testbanen voor gemotoriseerde voertuigen.

http://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/geldigheidsdatum_01-04-2011/afdrukken

01-4-2011

wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - BWBR0006788

Kolom 1 Activiteiten

Kolom 2

Page 39 of 40

Kolom 3

Kolom 4

Gevallen

Plannen

Besluiten

1. een openstelling van acht uren of meer per week of 2. een oppervlakte van 5 hectare of meer.

ordening, en de plannen, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

meer artikelen van afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn, dan wel bij het ontbreken daarvan het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

D 44 D 45

De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie bestemd voor de terugwinning of vernietiging van explosieve stoffen.

De besluiten waarop De structuurvisie, bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht en een of Wet ruimtelijke meer artikelen van ordening, en de plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn. artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

D 46

De oprichting, wijziging of In gevallen waarin de uitbreiding van een installatie activiteit betrekking heeft bestemd voor het smelten van op een productiecapaciteit minerale stoffen, met inbegrip van 100 ton per dag of van installaties voor de meer. fabricage van mineraalvezels.

De structuurvisie, De besluiten waarop bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet Wet ruimtelijke bestuursrecht en een of ordening, en de meer artikelen van plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet artikelen 3.1, eerste van toepassing zijn. lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

D 47

De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie bestemd voor het vervaardigen van keramische producten door middel van bakken, in het bijzonder dakpannen, bakstenen, vuurvaste stenen, tegels, aardewerk of porselein.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een productiecapaciteit van 100 ton per dag of meer.

De structuurvisie, De besluiten waarop bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet Wet ruimtelijke bestuursrecht en een of ordening, en de meer artikelen van plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet artikelen 3.1, eerste van toepassing zijn. lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

D 48

De aanleg, wijziging of uitbreiding van een aquaduct over lange afstand.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een lengte van 1 kilometer of meer.

De structuurvisie, De vaststelling van het bedoeld in de artikelen plan, bedoeld in artikel 2.1, 2.2 en 2.3 van de 3.6, eerste lid, onderdelen Wet ruimtelijke a en b, van de Wet ordening, en het plan, ruimtelijke ordening dan bedoeld in de artikelen wel bij het ontbreken daarvan van het plan,

http://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/geldigheidsdatum_01-04-2011/afdrukken

01-4-2011

wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - BWBR0006788

Kolom 1

Kolom 2

Activiteiten

Gevallen

Page 40 of 40

Kolom 3

Kolom 4

Plannen

Besluiten

3.1, eerste lid, van die bedoeld in artikel 3.1, wet. eerste lid, van die wet. D De wijziging in de In gevallen waarin de 49.1 Maatgevende Peil Verwachting activiteit betrekking heeft voor de sluiting van de op een wijziging van 16 Oosterscheldekering. centimeter of meer.

Het plan, bedoeld in Het peilbesluit op grond de artikelen 4.1 en 4.6 van artikel 5.2 van de van de Waterwet. Waterwet.

D De wijziging van het (streef-) 49.2 peil in: a. het Veerse Meer, b. de Grevelingen, c. het Haringvliet, of d. het IJsselmeer, het Markermeer en de randmeren.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een wijziging van 16 centimeter of meer.

Het plan, bedoeld in Het peilbesluit op grond de artikelen 4.1 en 4.6 van artikel 5.2 van de van de Waterwet. Waterwet.

D De structurele verlaging van 49.3 het (streef-)peil van een oppervlaktewater.

In gevallen waarin de activiteit: 1°. betrekking heeft op een verlaging van 16 centimeter of meer, 2°. plaatsvindt in een gevoelig gebied of een weidevogelgebied, en 3°. betrekking heeft op een oppervlakte van 200 hectare of meer.

Het plan, bedoeld in de artikelen 4.1, 4.4 en 4.6 van de Waterwet.

Het peilbesluit op grond van artikel 5.2 van de Waterwet.

1 Rav= Regeling ammoniak en veehouderij. Dit is de Regeling op grond van artikel 1 van de Wet ammoniak en

veehouderij.

http://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/geldigheidsdatum_01-04-2011/afdrukken

01-4-2011

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, woning nabij Castor 24 (vastgesteld)

Regels

85

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, woning nabij Castor 24 (vastgesteld)

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan Klazienaveen, woning nabij Castor 24 met identificatienummer NL.IMRO.0114.2023033-B701 van de gemeente Emmen; 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

aan huisgebonden kleinschalige beroep- of bedrijfsactiviteiten:

een beroep,of het beroepsmatig verlenen van diensten of bedrijfvoering dat op administratief, lichaamsverzorgend , juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of een daarmee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6

achtererfgebied:

erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant op meer dan 1 meter van de voorkant van het hoofdgebouw; 1.7

achtererfscheiding:

een van de weg afgekeerde zijde van een bouwperceel, met dien verstande, dat wanneer daarvoor volgens het plan meerdere zijden in aanmerking kunnen komen, burgemeester en wethouders bepalen welke zijde als achtererfscheiding dient te worden aangemerkt; 1.8

achtergevel:

gevel aan de achterzijde van een (hoofd)gebouw; 1.9

ander(e) bouwwerk(en):

een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.10

andere geluidsgevoelige gebouwen:

andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder; 1.11

andere werk(en):

een werk, geen bouwwerk zijnde; 1.12

archeologische verwachting:

verwachting van middelhoge of hoge archeologische waarden, welke nader onderzocht dienen te worden;

86

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, woning nabij Castor 24 (vastgesteld)

1.13

archeologische waarde:

vastgestelde archeologische waarde zoals weergegeven op de Archeologisch Monumenten Kaart (AMK); 1.14

archeologisch waardevol gebied:

een door het rijk aangewezen gebied en of element (AMK) waarvan geconstateerd is dat zich in en of op de bodem, met het oog op de bewoningsgeschiedenis, beschermingswaardige en door mensen gemaakte voorwerpen en of sporen van de vroegere samenlevingen bevinden; 1.15

bebouwing:

één of meer gebouwen en/ of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.16

bebouwingsgrens:

een op de verbeelding aangegeven grens die, door gebouwen niet mag worden overschreden, behoudens overschrijdingen die krachtens deze regels zijn toegestaan; 1.17

bed and breakfast

het gebruik van een ruime met als doel het verstrekken van logies en ontbijt aan steeds wisselend publiek, dat voor een korte periode, een tot enkele nachten, ter plaatse verblijft; onder bed and breakfast wordt niet begrepen overnachtingen, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. De ruimte die gebruikt wordt voor bed and breakfast mag niet worden gebruikt als zelfstandige woning; 1.18

bedrijf:

een onderneming of gedeelte van een onderneming, die een organisatorisch zelfstandige eenheid vormt en is gericht op de productie of de afzet van goederen of de verlening van diensten, hieronder begrepen ondernemingen of gedeelten van ondernemingen, die door of vanwege de overheid worden geleid; 1.19

begane grond:

de bouwlaag of verdiepingsvloer van een gebouw ter hoogte van het peil; 1.20

beschermd wonen:

een aan een zorginstellingen gelieerde vorm van zelfstandig wonen; 1.21

bestaand:

bestaand ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; 1.22

bestaande bebouwing:

bebouwing aanwezig op de eerste dag van de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan; 1.23

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.24

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.25

bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;

87

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, woning nabij Castor 24 (vastgesteld)

1.26

bodemingreep:

werken of werkzaamheden die een bodemverstorende werking kunnen hebben op het aanwezige (archeologische) bodemarchief; 1.27

bijgebouw:

een gebouw dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan het op het zelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, zoals een bijbehorend bouwwerk, aan- of uitbouw en aangebouwd en/of vrijstaand bijgebouw; 1.28

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.29

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak; 1.30

bouwlaag:

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren en of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van de onderbouw en zolder: voor de onderscheidenlijke bouwlagen geldt de volgende maximale bouwhoogte: 1 bouwlaag, 5 meter; 2 bouwlagen, 8 meter; 3 bouwlagen, 12 meter; 4 bouwlagen 15 meter; 5 bouwlagen 18 meter; 6 bouwlagen 21 meter; 1.31

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.32

bouwperceelgrens:

de grens van een bouwperceel; 1.33

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.34

bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde verbonden is; 1.35

bovenverdieping

verdieping hoger dan gelijkvloers; 1.36

dienstverlenend beroep:

beroep waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's, en naar omvang en de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf;

88

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, woning nabij Castor 24 (vastgesteld)

1.37

dienstverlening:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder belwinkel en internetcafe; 1.38

ecologische waarde:

de aan een gebied toegekende waarde , gekenmerkt door een samenhangend geheel van onderling elkaar beïnvloedende mensen, planten, dieren en omgeving; 1.39

erf:

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.40

erker:

een (hoek- of rondvormig) uitgebouwd deel van een hoofdgebouw, waaronder ook een entreeportaal, bouwkundig bestaand uit een "lichte" constructie met een overwegend transparante uitstraling, waarbij het entreeportaal een meer besloten karakter mag hebben; 1.41

garage:

overdekte stalling voor een of meer auto's; 1.42

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.43

geluidswerende voorzieningen:

geluidsreducerende constructie/ bouwwerk in de vorm van voorzieningen zoals geluidsschermen, geluidswallen of aan deze constructies gelijk te stellen bouwwerk/ constructie; 1.44

geurgevoelige objecten:

onder geurgevoelige objecten wordt o.a verstaan (bedrijfs)woningen, ziekenhuizen, bejaarden- en verpleeghuizen, asielzoekerscentra, dagverblijven, scholen, kantoren, winkels, recreatiegebieden voor dagrecreatie, hierbij is de verblijfsduur, omvang van de groep, functie van de omgeving, aanwezigheid van gevoelige groepen en bijzondere bestemmingen van belang; 1.45

gevel:

een bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak; 1.46

gevellijn:

de fysieke, danwel doorgetrokken denkbeeldige lijn die, behoudens toegelaten afwijkingen, bij het bouwen aan de wegzijde met het vooraanzicht vanaf de weg, niet mag worden overschreden; 1.47

groenvoorziening:

een (openbaar)gebied, dat is ingericht als berm, park, groenstrook, beplantingsstrook, grasveld, plantsoen, sport- en speelveldjes en dergelijke, welke voor het gehele jaar of een groot deel van het jaar voor het publiek algemeen toegankelijk moet zijn;

89

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, woning nabij Castor 24 (vastgesteld)

1.48

hoofdgebouw:

gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst; 1.49

kantoor:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschiktemate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder congresen vergaderaccommodatie 1.50

luifel:

een andere bouwwerk, bevestigd aan een wand zonder in contact te komen met de grond, vaak boven een raam of deur; 1.51

landschappelijke waarden:

de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak (geomorfologisch, hydrologisch, ecologisch, cultuurhistorisch en landschappelijk-esthetische); 1.52

natuurlijke waarde:

de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang; 1.53

nutsvoorzieningen/ of nutsbedrijven en semi-openbare nutsvoorzieningen:

voorzieningen ten dienste van openbare en semi-openbare nut, zoals transformatorgebouwen, telefooncentrales, telecommunicatie, alarmeringsystemen, riolering, rioolgemalen, waterzuivering, de levering van elektriciteit, gas, water en warmte, voorzieningen voor de waterhuishouding en naar aard van nutsvoorzieningen of daarmee gelijk te stellen overige voorzieningen; 1.54

onderkomen(s):

voor verblijf geschikte al dan niet aan de bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, caravans en tenten; 1.55

overkapping:

een ander bouwwerk, dat een overdekte ruimte vormt met ten hoogste één wand (dak op pootjes); 1.56

overig bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.57

overstek:

bouwdeel dat vooruitsteekt ten opzichte van het eronder gelegen deel; 1.58

perceelsgrens:

de lijn, welke de scheiding vormt tussen twee bouwpercelen of tussen een bouwperceel en een aangrenzend terrein; 1.59

serre:

een (hoek- of rondvormig) uitgebouwd deel van een hoofdgebouw, bouwkundig bestaand uit een lichte constructie met een overwegend transparante uitstraling;

90

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, woning nabij Castor 24 (vastgesteld)

1.60

straat- en bebouwingsbeeld:

de waarde van een gebied in stedenbouwkundige zin, die wordt bepaald door de mate van samenhang in aanwezige bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte, een goede hoogte- en breedteverhouding tussen de bebouwing onderling en de samenhang in bouwvorm en ligging tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is; 1.61

voorerf:

gedeelte van het erf dat aan de voorkant van het gebouw gelegen is; 1.62

voorerfgebied

erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied 1.63

waterhuishoudkundige voorzieningen:

voorzieningen ten dienste van de waterhuishouding waaronder wadi's, waterlopen, waterpartijen, watergangen, dammen, sluizen, duikers, retentiebekkens, vijvers; 1.64

waterlopen:

een sloot, goot of greppel t.b.v. opvang en afvoer van gebiedseigen water en mede bedoeld als verbinding tussen de voor water bestemde gronden; 1.65

wonen aaneengebouwd (rijwoning):

wonen in een grondgebonden woning, de woning staat met andere gelijkvormige huizen onder een kap of in een rij. De woning is uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.66

wonen geschakeld:

wonen in een grondgebonden woning welke geschakeld is doordat (niet vrijstaande) bijbehorende bouwwerken aan elkaar zijn gebouwd. De woning is uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.67

wonen gestapeld

wonen in een woongebouw, met meerdere zelfstandige wooneenheden/ woningen; 1.68

wonen twee-aaneen:

wonen in een grondgebonden woning, de woning is aan één kant tegen een andere woning aangebouwd en slechts op 1 zijde gesitueerd op de zijdelingse perceelsgrens, waaronder ook begrepen geschakelde woningen. De woning is uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.69

wonen vrijstaand:

wonen in een grondgebonden woning waarbij het hoofdgebouw vrij staat van naast gelegen hoofdgebouw en uitsluitend bedoeld is voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.70

woning:

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.71

wooneenheid:

zelfstandige bewoonbaar gedeelte ( woning) van een voor wonen bestemd gebouw, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;

91

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, woning nabij Castor 24 (vastgesteld)

1.72

woongebouw:

een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen wooneenheden/ woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; 1.73

wro- zone- wijzigingsgebied:

de op de verbeelding blijkens de daarop voorkomende verklaring aangegeven gebieden, waarvoor aanvullende bepalingen gelden; 1.74

zijerf:

gedeelte van het erf dat aan de zijkant van het (hoofd)gebouw gelegen is; 1.75

zijerfscheiding:

een scheiding tussen twee bouwpercelen of tussen een bouwperceel en een daarop aansluitende bestemming, met dien verstande dat wanneer daarvoor volgens het plan meerdere zijden in aanmerking kunnen komen, burgemeester en wethouders bepalen welke zijde als zijerfscheiding dient te worden aangehouden;

92

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, woning nabij Castor 24 (vastgesteld)

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de afstand tot de zij- c.q. achtererfscheiding:

de kortste afstand gemeten tussen een bouwwerk en de zij- c.q. achtererfscheiding; 2.2

de bebouwing op de verbeelding:

de op de verbeelding aangegeven (kadastrale) bebouwing wordt als illustratief beschouwd; 2.3

bebouwingspercentage:

een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van het bouwvlak, dat ten hoogste mag worden bebouwd; 2.4

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5

de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.6

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.7

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.8

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.9

het peil:

het peil overeenkomstig de bouwverordening, danwel indien geen peil overeenkomstig de bouwverordening is vast te stellen, de hoogte van het afgewerkte bouwterrein, indien in of op het water wordt gebouwd, dan het Normaal Amsterdams Peil of een ander plaatselijk waterpeil aan te houden;

93

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, woning nabij Castor 24 (vastgesteld)

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Wonen - nader uit te werken

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - Uit te werken bestemming' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. vrijstaande woningen b. bijbehorende bouwwerken; c. tuin en erven met bijbehorende: d. andere bouwwerken; e. sport- en speelgelegenheden; f. toegangswegen in- en uitritten; g. parkeervoorzieningen; h. groenvoorzieningen; i. nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen; 3.2

Uitwerkingsregels

Het bevoegd gezag werkt het plan uit overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening en met in achtneming van de volgende regels: a. Binnen deze bestemming mag maximaal één vrijstaande woning worden gebouwd; b. De nabijgelegen bestaande vrijstaande woningen aan de Castor 22 en 24 vormen het uitgangspunt wat betreft nadere uitwerking van maatvoering en situering; c. Als hoofdgebouw mag uitsluitend een vrijstaande woning worden gebouwd van ten hoogste 1 bouwlaag met kap; d. Het bouwperceel is circa 20 meter breed en 39 tot 45 meter diep; e. De afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrens dient minimaal 3 meter te bedragen; f. De bebouwing strekt zich maximaal uit over een bouwvlak zoals dat is aangegeven op de verbeelding; g. Bij de uitwerking dient te worden aangetoond dat de beoogde planontwikkeling geen knelpunten oplevert voor de relevante milieuaspecten (archeologie, bodem, water, flora en fauna, akoestiek e.d.) in de directe omgeving en vice versa, in het bijzonder ten aanzien van het functioneren van het nabijgelegen bedrijven aan de Rigel; h. De parkeerbehoefte dient op eigen terrein te worden ingevuld, waarbij de ontsluiting naar de Castor (inrit) aan de zuidzijde geschiedt met het oog op de kortste afstand tot de weg en de instandhouding van de openbare groenvoorziening voor de beoogde woning; 3.3

Nadere eisen

3.3.1 Bevoegdheid Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de gebouwen, wat betreft: a. de woonsituatie; b. het straat- en bebouwingsbeeld; c. cultuurhistorie; d. verkeersveiligheid; e. sociale veiligheid; f. brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding; g. milieusituatie; h. de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen. 94

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, woning nabij Castor 24 (vastgesteld)

Artikel 4 4.1

Waarde - Archeologie 4

Bestemmingsomschrijving

De voor Waarde - Archeologie 4 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. terreinen van middelhoge of hoge archeologische verwachtingen; b. bescherming en veiligstelling van de vastgestelde archeologische waarden, met dien verstande dat de bestemming niet geldt voor het gebied dat is gelegen binnen de dubbelbestemming Leiding – Gas en of de Leiding – Nam leiding. 4.2 Bouwregels a. De aanvrager van een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, die betrekking heeft op gronden, die op de verbeelding zijn aangewezen als Waarde - Archeologie 4, legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld. b. Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld in het eerste lid genoegzaam blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; 2. schade door de bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden regels. c. In de situatie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, kunnen burgemeester en wethouders de volgende regels aan de omgevingsvergunning verbinden: 1.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. d. Het eerste lid is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een of meer bouwwerken waarvan de totale te bebouwen oppervlakte kleiner is dan 1000 m², waarbij het gaat om een totaal aan te verstoren bodemoppervlak binnen een plangebied of bouwvlak van een samenhangend project dat niet opgedeeld kan worden in deeluitwerkingen; 3. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m. e. Indien lid c., onderdeel 3 van toepassing is, wordt in de regels geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. f.

Op een aanvraag die betrekking heeft op een terrein waarvoor reeds eerder een omgevingsvergunning is afgegeven, bedoeld in het eerste lid, waaraan regels zijn verbonden als bedoeld in lid c., is lid d, aanhef en de onderdelen 2 en 3, niet van toepassing. Burgemeester en wethouders kunnen in een zodanig geval bepalen dat de aanvrager een nieuw rapport moet overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld. Lid b., c. en e. zijn van overeenkomstige toepassing.

95

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, woning nabij Castor 24 (vastgesteld)

4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Ongeacht het bepaalde in de regels bij andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen, is het verboden om op of in de gronden, die op de verbeelding zijn aangewezen als Waarde - Archeologie 4 , zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, de volgende werkzaamheden of werken, niet zijnde bouwwerken uit te voeren: 1. bodemingrepen meer dan 1000m2 op een grotere diepte dan dan 30 centimeter, ter plaatse van de bestemming Waarde -Archeologie 4; b. Het verbod als bedoeld in artikel 4.3 onder 1 is niet van toepassing op werken en / of werkzaamheden die: 1. drainage betreffen; 2. normaal onderhoud en beheer betreffen; 3. bodemingrepen tot ten hoogste 30 cm; 4. niet-bodemkerende werkzaamheden ten behoeve van het verbeteren van de verdichte bodemstructuur (niet-kerend woelen) tot ten hoogste 10 cm onder de bouwvoor betreffen, de zogenaamde woellaag ( tezamen met sub b het 30 cm +10 cm principe); 5. al in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 6. mogen worden uitgevoerd krachtens een al verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingvergunning, 7. oppervlakte beslaan van ten hoogste 1000m2; 8. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. c.

Voor zover voor meerdere werken en / of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken. d. De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid, die betrekking heeft op gronden, die op de verbeelding zijn aangewezen als Waarde - Archeologie 4, legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord is vastgesteld.Alvorens tot onderzoek over te gaan kan een archeoloog in dienst van de gemeente, een provinciaal archeoloog of hiermee gelijk te stellen archeologische deskundige advies worden gevraagd omtrent de noodzaak tot onderzoek, indien deze schriftelijk heeft verklaard dat een onderzoek niet noodzakelijk is vervalt de verplichting tot onderzoek zoals gesteld in artikel 4.3 onder 4 e. Burgemeester en wethouders verlenen de omgevingsvergunning indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld in lid d genoegzaam blijkt dat: 1. de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders in voldoende mate is vastgesteld 2. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; 3.

schade door de werkzaamheden of werken kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de aanlegvergunning verbonden regels; 4. de archeologische deskundige Burgemeester en Wethouders positief heeft geadviseerd omtrent het uitvoeren van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; f. In de situatie als bedoeld in lid e, onderdeel 3, kunnen burgemeester en wethouders de volgende regels aan de aanlegvergunning verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; of 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een

96

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, woning nabij Castor 24 (vastgesteld)

deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. g. Indien lid f, onderdeel 3 van toepassing is, wordt in de regels geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden of werken. 4.4

Wijzigingsbevoegdheid

4.4.1 Bevoegdheid Burgemeester en Wethouders kunnen overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening: a. de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4 te wijzigen of geheel of gedeeltelijk doen vervallen, indien op basis van een archeologisch onderzoek is aangetoond dat in de desbetreffende gronden geen archeologische waarden meer aanwezig zijn; b. aan gronden met de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4 alsnog de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1, Waarde - Archeologie 2 of Waarde Archeologie 3 toe te kennen, indien een archeologisch onderzoek dit, gelet op de ter plaatse aanwezige waarden, rechtvaardigt; c. de oppervlaktes en/ en of dieptes als genoemd in artikel 4.3 en 4.2 te veranderen en / of desgewenst een extra aanduiding voor op te nemen indien dat op basis van nader verkregen archeologische kennis noodzakelijk en/ of mogelijk is.

97

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, woning nabij Castor 24 (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 Artikel 5

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

98

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, woning nabij Castor 24 (vastgesteld)

Artikel 6

Algemene bouwregels

6.1 Ondergeschikte bouwonderdelen a. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen, gevelversieringen, meeontworpen sierende elementen, ventilatiekanalen, installaties voor duurzame energie-en watervoorzienngen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouwgrens dan wel de maximale bouwhoogte niet meer dan maximaal 1 meter wordt overschreden; b. Vlaggenmasten en antennemasten, voorzover deze direct ten dienste staan van -en onderdeel uitmaken van een gebouw, mogen de toegestane maximale bouwhoogte met maximaal 1,5 meter overschrijden; c. Dakopbouwen, noodtrappen, luchtbehandeling- en liftinstallaties mogen niet hoger zijn dan 1,5 meter ten opzichte van de bouwhoogte van een gebouw, en mogen geen groter oppervlakte beslaan dan 15% van de vloeroppervlakte van de bovenste laag van het gebouw, waarop zij worden geplaatst;

99

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, woning nabij Castor 24 (vastgesteld)

Artikel 7 7.1

Algemene gebruiksregels

Vormen van verboden gebruik ( onbebouwd)

Als een verboden gebruik wordt in ieder geval beschouwd een gebruik van gronden en/of water: a. als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voor zover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. als terrein voor het al dan niet voor de verkoop opslaan of opstellen van ongebruikte en/of gebruikte, dan wel geheel of gedeeltelijk uit gebruikte onderdelen samengestelde machines, voer-, vaar- of vliegtuigen c.q. onderdelen daarvan, die bruikbaar en niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken zijn, behoudens voor zover het betreft parkeren en overigens voor zover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. als opslagplaats van materialen en voertuigen, behoudens voor zover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond, of ten behoeve van bouw of andere tijdelijke werkzaamheden; d. het gebruik van gronden en bouwwerken voor een prostitutiebedrijf, seksinrichting en of tippelzone; voor het (doen) uitoefenen van straatprostitutie en of tippelzone.

7.2

Vormen van verboden gebruik ( gebouwen)

Als een verboden gebruik wordt in ieder geval beschouwd het gebruik: a. van gebouwen voor het verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen als detailhandel, met uitzondering van het verkopen of ten verkoop aanbieden van: 1. goederen, waarvan de verkoop ondergeschikt deel uitmaakt van de normale dienstverlening behorende bij het op hetzelfde perceel uitgeoefende bedrijf; 2. agrarische producten afkomstig van en geteeld op het ter plaatse aanwezige agrarisch bedrijf; b. van niet voor bewoning bestemde gebouwen of ruimten, daaronder begrepen kampeermiddelen, voor permanente bewoning; c. het plaatsen van of geplaatst houden van onderkomens; d. van gebouwen ten behoeve van het (doen) exploiteren van een seksinrichting, een escortbedrijf of (het laten uitoefenen van) (raam)prostitutie

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=983bda14-14c6-4e5a-811a-622a008c7b3f