Bijlage 1 - Bestemmingsplan 'Klazienaveen, woning nabij Castor 24' (toelichting, regels en bijlagen)
Tekst van het document
• • • •
f. gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden; g. gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid h. landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang de (gevoeligheid van de) omgeving waarin de activiteit is gesitueerd; wat is de afstand van de activiteit(en) tot gebieden die gevoelig zijn? zijn er met betrekking tot de activiteit indicatieve invloedsafstanden bekend? (bijvoorbeeld uit het 'groene boekje') waarvoor zijn de gebieden gevoelig? Heeft de voorgenomen activiteit daar invloed op? 3. Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen: • • • • • •
het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking), het grensoverschrijdende karakter van het effect 'de waarschijnlijkheid van het effect, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect. de maatschappelijke aandacht voor de activiteit; mate van beschikbaarheid van informatie, bijvoorbeeld over de gevoeligheid van gebieden.
1. Beschrijving activiteit 2. Omgeving Let OP In veel gevallen zal immers al snel helder zijn dat een activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft (grote afstand tot gevoelige gebieden, de locatie en de omgeving hebben geen bijzondere kenmerken waardoor er een verwaarloosbare kans is op belangrijke nadelige effecten, de activiteit leidt niet tot grote emissies, heeft een klein ruimtebeslag e.d.). Dan is ook geen uitgebreide motivering nodig: er kan beknopt worden beschreven dat naar alle Europese criteria is gekeken. Experts kunnen met hun kennis en ervaring op basis van beschikbare informatie in veel gevallen een gemotiveerd oordeel geven. In sommige gevallen zal meer expliciet op bepaalde criteria moeten worden ingegaan. Het is in alle gevallen wel zaak, om bij de besluitvorming, bijvoorbeeld omtrent de omgevingsvergunning, vast te leggen dat voorafgaand aan de procedure is nagegaan of er een kans is op belangrijke gevolgen.
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, woning nabij Castor 24 (vastgesteld)
Bijlage 3 d lijst besluit mer
58
Onderdeel D. Activiteiten, plannen en besluiten, ten aanzien waarvan de procedure als bedoeld in de artikelen 7.16 tot en met 7.20 van de wet van toepassing is Kolom 1
Kolom 2
Kolom 3
Kolom 4
Activiteiten
Gevallen
Plannen
Besluiten
D 1.1
De wijziging of uitbreiding van In gevallen waarin de een autosnelweg of autoweg. activiteit betrekking heeft op een weg met een tracélengte van 5 kilometer of meer.
De vaststelling van het Het plan, bedoeld in de artikelen 5 en 8 j° tracé op grond van de Tracéwet of de Spoedwet 9, tweede lid, van de wegverbreding door de Planwet verkeer en Minister van Infrastructuur vervoer en de structuurvisie, bedoeld en Milieu, dan wel het in de artikelen 2.1, 2.2 plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen en 2.3 van de Wet a en b, van de Wet ruimtelijke ordening, ruimtelijke ordening dan en de plannen, bedoeld in de artikelen wel bij het ontbreken 3.1, eerste lid, 3.6, daarvan van het plan, eerste lid, onderdelen bedoeld in artikel 3.1, a en b, van die wet. eerste lid, van die wet.
D 1.2
De wijziging of uitbreiding van In gevallen waarin de een weg bestaande uit vier of activiteit betrekking heeft meer rijstroken, of verlegging op een weg met een of verbreding van bestaande tracélengte van 5 kilometer wegen van twee rijstroken of of meer. minder tot wegen met vier of meer rijstroken niet zijnde een, autosnelweg of autoweg.
Het plan, bedoeld in De vaststelling van het de artikelen 5 en 8 j° tracé op grond van de 9, tweede lid, van de Tracéwet door de Minister Planwet verkeer en van Infrastructuur en vervoer, de Milieu, dan wel het plan, structuurvisie, bedoeld bedoeld in artikel 3.6, in de artikelen 2.1 en eerste lid, onderdelen a en 2.2 en 2.3 van de Wet b, van de Wet ruimtelijke ruimtelijke ordening ordening dan wel bij het en het plan, bedoeld in ontbreken daarvan van de artikelen 3.1, het plan, bedoeld in artikel eerste lid, 3.6, eerste 3.1, eerste lid, van die lid, onderdelen a en b, wet. van die wet.
D 2.1
De aanleg, wijziging of uitbreiding van overladingsstations of
De structuurvisie, De vaststelling van het bedoeld in de artikelen plan, bedoeld in artikel 2.1, 2.2 en 2.3 van de 3.6, eerste lid, onderdelen
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft
http://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/geldigheidsdatum_01-04-2011/afdrukken
01-4-2011
wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - BWBR0006788
Kolom 1
D 2.2
Kolom 2
Page 16 of 40
Kolom 3
Kolom 4 Besluiten
Activiteiten
Gevallen
Plannen
faciliteiten voor de overlading tussen vervoerswijzen.
op een oppervlakte van 25 hectare of meer.
a en b, van de Wet Wet ruimtelijke ordening en het plan, ruimtelijke ordening dan bedoeld in artikel 3.1, wel bij het ontbreken eerste lid, van die wet. daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
Aanleg, wijziging of uitbreiding van een tramrails, boven- en ondergrondse spoorwegen, zweefspoor en dergelijke bijzondere constructies.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: a. de aanleg van een nieuwe trambaan, bovenof ondergrondse spoorweg, zweefspoor of andere bijzondere constructie die over een lengte van 500 meter of meer op een afstand van 25 meter of meer is gelegen van de grens van de voor tram- of spoorwegdoeleinden aangewezen bestemming, voor zover deze is gelegen in een gevoelig gebied als bedoeld onder a of b van onderdeel A van deze bijlage;
De structuurvisie, De vaststelling van het bedoeld in de artikelen tracé door de Minister van 2.1, 2.2 en 2.3 van de Infrastructuur en Milieu Wet ruimtelijke dan wel van het plan, ordening en het plan, bedoeld in artikel 3.6, bedoeld in de artikelen eerste lid, onderdelen a en 3.1, eerste lid, 3.6, b, van de Wet ruimtelijke eerste lid, onderdelen ordening dan wel bij het a en b, van die wet. ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
b. de wijziging of uitbreiding van een trambaan, boven- of ondergrondse spoorweg, zweefspoor of andere bijzondere constructie indien deze bestaat uit een uitbreiding van de tram- of spoorweg met één of meer sporen met een aaneengesloten tracélengte van 5 kilometer of meer en voor zover deze is gelegen in een gevoelig gebied als bedoeld onder a of b van onderdeel A van deze bijlage. D 3.1
De aanleg, wijziging of uitbreiding van een binnenvaarweg.
D 3.2
De aanleg, wijziging of uitbreiding van werken inzake kanalisering of ter beperking van overstromingen, met
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een binnenvaarweg die: 1° kan worden bevaren door schepen met een laadvermogen van 900 ton of meer of 2° een oppervlakte van 25 hectare of meer heeft.
De structuurvisie, De vaststelling van het bedoeld in de artikelen plan, bedoeld in artikel 2.1, 2.2 en 2.3 van de 3.6, eerste lid, onderdelen Wet ruimtelijke a en b, van de Wet ordening en het plan, ruimtelijke ordening dan bedoeld in artikel 3.1, wel bij het ontbreken eerste lid, van die wet. daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet. De structuurvisie, Het projectplan, bedoeld bedoeld in de artikelen in artikel 5.4, eerste lid, 2.1, 2.2 en 2.3 van de van de Waterwet, of, Wet ruimtelijke indien artikel 5.4, vierde ordening, en de lid, van die wet van
http://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/geldigheidsdatum_01-04-2011/afdrukken
01-4-2011
wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - BWBR0006788
D4
Kolom 1
Kolom 2
Activiteiten
Gevallen
Page 17 of 40
Kolom 3
Kolom 4
Plannen
Besluiten
inbegrip van primaire waterkeringen en rivierdijken.
plannen, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet en het plan, bedoeld in de artikelen 4.1 en 4,4 van de Waterwet.
toepassing is, de vaststelling van het tracé op grond van de Tracéwet of de Spoedwet wegverbreding door de Minister van Infrastructuur en Milieu of het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
De aanleg, wijziging of uitbreiding van: a. een haven voor de binnenscheepvaart, b. een zeehandelshaven, c. een visserijhaven of d. de wijziging of uitbreiding van een met het land verbonden en buiten een haven gelegen pier voor lossen en laden, met uitzondering van pieren voor veerboten.
De vaststelling van het De structuurvisie, In gevallen waarin: bedoeld in de artikelen besluit tot aanleg dan wel, a. de aanleg betrekking 2.1, 2.2 en 2.3 van de bij het ontbreken daarvan heeft op een haven die het plan, bedoeld in artikel bevaarbaar is voor schepen Wet ruimtelijke 3.6, eerste lid, onderdelen met een laadvermogen van ordening, en de plannen, bedoeld in de a en b, van de Wet 900 ton of meer of ruimtelijke ordening dan artikelen 3.1, eerste b. de wijziging of wel bij het ontbreken uitbreiding betrekking heeft lid, 3.6, eerste lid, daarvan van het plan, op een oppervlakte van 100 onderdelen a en b, bedoeld in artikel 3.1, van die wet. hectare of meer. eerste lid, van die wet.
Landwinning in zee of de wijziging of uitbreiding daarvan.
In gevallen waarin de De structuurvisie, activiteit betrekking heeft bedoeld in artikel 2.3 op een oppervlakte van 250 van de Wet ruimtelijke hectare of meer. ordening en het plan, bedoeld in artikel 4.1 van de Waterwet.
D 4.2 D5
Het besluit, bedoeld in artikel 6.5, aanhef en onderdeel c, van de Waterwet, dan wel het projectplan, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van de Waterwet, of, indien artikel 5.4, vierde lid, van die wet van toepassing is, de vaststelling van het tracé op grond van de Tracéwet of de Spoedwet wegverbreding door de Minister van Infrastructuur en Milieu of het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet, dan wel het besluit, bedoeld in een verordening van een waterschap.
http://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/geldigheidsdatum_01-04-2011/afdrukken
01-4-2011
wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - BWBR0006788
Page 18 of 40
Kolom 1
Kolom 2
Kolom 3
Kolom 4
Activiteiten
Gevallen
Plannen
Besluiten
D 5.1 D 5.2 D 5.3 D 5.4 D 6.1
De aanleg, de inrichting of het In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft gebruik van een luchthaven op een luchthaven die: als bedoeld in de Wet 1. de beschikking krijgt luchtvaart. over een start- of landingsbaan met een lengte van 1.000 meter of meer of 2. uitsluitend geschikt is voor het starten of landen van helikopters.
De structuurvisie, Een luchthavenbesluit als bedoeld in de artikelen bedoeld in de Wet 2.2 en 2.3 van de Wet luchtvaart. ruimtelijke ordening.
D 6.2
De wijziging in de ligging van In gevallen waarin de een start- of landingsbaan, de activiteit betrekking heeft op een start- of verlenging, verbreding of landingsbaan met een verharding daarvan, of de intensivering of wijziging van lengte van 1000 meter of het gebruik van de luchthaven meer dan wel een luchthaven die uitsluitend dan wel de wijziging van de geschikt is voor het starten vliegroutes. of landen van helikopters, De wijziging van het gebruik van de luchthaven of van het en een wijziging omvat van: banenstelsel, dan wel de 1°. het beperkingengebied, wijziging van de bedoeld in hoofdstuk 8 of luchtverkeerwegen of de artikel 10.17 van de Wet wijziging van de vliegroutes. luchtvaart, voor zover dit is vastgesteld op grond van het externeveiligheidsrisico of geluidbelasting, of
De structuurvisie, Ten aanzien van de bedoeld in de artikelen luchthaven Schiphol een 2.2 en 2.3 van de Wet besluit tot vaststelling of ruimtelijke ordening. wijziging van een luchthavenindelingbesluit of een luchthavenverkeerbesluit als bedoeld in respectievelijk de artikelen 8.4 en 8.15 van de Wet luchtvaart. Ten aanzien van een andere luchthaven een besluit tot vaststelling of wijziging van een luchthavenbesluit als bedoeld in die wet.
2°. de grenswaarden, bedoeld in artikel 8.17, vijfde lid, onder a tot en met c, artikel 8.44, eerste lid, onder a, of artikel 8.70, tweede lid, juncto artikel 8.44, eerste lid, onder a, of de grenswaarden voor geluidsbelasting, bedoeld in artikel 10.17, tweede lid, van de Wet luchtvaart, tenzij: a. de voorgenomen wijziging leidt tot een beperkingengebied als bedoeld onder 1° dat valt op of binnen het geldende beperkingengebied of tot
http://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/geldigheidsdatum_01-04-2011/afdrukken
01-4-2011
wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - BWBR0006788
Kolom 1 Activiteiten
Page 19 of 40
Kolom 2
Kolom 3
Kolom 4
Gevallen
Plannen
Besluiten
grenswaarden als bedoeld onder 2° die een gelijk of beter beschermingsniveau bieden dan de geldende grenswaarden, of b. het beperkingengebied vervalt. D7 D 8.1
De wijziging of uitbreiding van In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft een buisleiding voor het op een buisleiding die over transport van gas, olie of chemicaliën, met uitzondering een lengte van 1 kilometer van een buisleiding voor het of is gelegen of transport van aardgas. geprojecteerd in een gevoelig gebied als bedoeld onder a, b (tot 3 zeemijl uit de kust) of d, van punt 1 van onderdeel A van deze bijlage.
Het besluit, bedoeld in de De structuurvisie, bedoeld in de artikelen artikelen 94, eerste lid, en 2.1, 2.2 en 2.3 van de 95 van het Wet ruimtelijke Mijnbouwbesluit dan wel, ordening, en het plan, bij het ontbreken daarvan, bedoeld in de artikelen van het plan, bedoeld in 3.1, eerste lid, 3.6, artikel 3.6, eerste lid, eerste lid, onderdelen onderdelen a en b, van de a en b, van die wet. Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
D 8.2
De aanleg, wijziging of uitbreiding van een buisleiding voor het transport van aardgas.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een buisleiding die over een lengte van 5 kilometer of meer is gelegen of geprojecteerd in een gevoelig gebied als bedoeld onder a, b (tot 3 zeemijl uit de kust) of d, van punt 1 van onderdeel A van deze bijlage.
Het besluit, bedoeld in de De structuurvisie, bedoeld in de artikelen artikelen 94, eerste lid, en 2.1, 2.2 en 2.3 van de 95, van het Mijnbouwbesluit dan wel, Wet ruimtelijke bij het ontbreken daarvan, ordening, en de plannen, bedoeld in de van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, artikelen 3.1, eerste onderdelen a en b, van de lid, 3.6, eerste lid, Wet ruimtelijke ordening onderdelen a en b, dan wel bij het ontbreken van die wet. daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
D 8.3
De aanleg, wijziging of uitbreiding van een buisleiding voor het transport van warm water of stoom.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een buisleiding met een diameter van 1 meter of meer, en 2°. een lengte van 10 kilometer of meer.
De structuurvisie, De vaststelling van het bedoeld in de artikelen plan, bedoeld in artikel 2.1, 2.2 en 2.3 van de 3.6, eerste lid, onderdelen Wet ruimtelijke a en b, van de Wet ordening, en het plan, ruimtelijke ordening dan bedoeld in de artikelen wel bij het ontbreken 3.1, eerste lid, van die daarvan van het plan, wet. bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
D9
Een landinrichtingsproject dan In gevallen waarin de wel een wijziging of activiteit betrekking heeft uitbreiding daarvan. op 1°. een functiewijziging met een oppervlakte van 125 hectare of meer van water, natuur, recreatie of landbouw of 2°. vestiging van een glastuinbouwgebied of
De structuurvisie, De vaststelling van het bedoeld in de artikelen inrichtingsplan, bedoeld in 2.1, 2.2 en 2.3 van de artikel 17 van de Wet Wet ruimtelijke inrichting landelijk gebied ordening, en de dan wel een plan bedoeld plannen, bedoeld in de in artikel 18 van de artikelen 3.1, eerste Reconstructiewet lid, 3.6, eerste lid, concentratiegebieden dan onderdelen a en b, wel bij het ontbreken van die wet, de daarvan het plan bedoeld vaststelling van het in artikel 3.6, eerste lid,
http://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/geldigheidsdatum_01-04-2011/afdrukken
01-4-2011
wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - BWBR0006788
Kolom 1 Activiteiten
Page 20 of 40
Kolom 2
Kolom 3
Kolom 4
Gevallen
Plannen
Besluiten
onderdelen a en b, van de bloembollenteeltgebied van inrichtingsplan, Wet ruimtelijke ordening 50 hectare of meer. bedoeld in artikel 17 van de Wet inrichting dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, landelijk gebied, het plan, bedoeld in artikel bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet. 11 van de Reconstructiewet concentratiegebieden en het plan bedoeld in artikel 18 van de Reconstructiewet concentratiegebieden. D 10
De aanleg, wijziging of uitbreiding van: a. skihellingen, skiliften, kabelspoorwegen en bijbehorende voorzieningen; b. jachthavens. c. vakantiedorpen en hotelcomplexen buiten stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen, d. permanente kampeer- en caravanterreinen, of e. themaparken.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. 250.000 bezoekers of meer per jaar, 2°. een oppervlakte van 25 hectare of meer, 3°. 100 ligplaatsen of meer of 4°. een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied.
De vaststelling van het De structuurvisie, bedoeld in de artikelen inrichtingsplan, bedoeld in 2.1, 2.2 en 2.3 van de artikel 17 van de Wet inrichting landelijk gebied Wet ruimtelijke dan wel een plan bedoeld ordening, en de plannen, bedoeld in de in artikel 18 van de Reconstructiewet artikelen 3.1, eerste concentratiegebieden dan lid, 3.6, eerste lid, wel bij het ontbreken onderdelen a en b, daarvan het plan bedoeld van die wet, de in artikel 3.6, eerste lid, vaststelling van het onderdelen a en b, van de inrichtingsplan, Wet ruimtelijke ordening bedoeld in artikel 17 van de Wet inrichting dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, landelijk gebied, het bedoeld in artikel 3.1, reconstructieplan, eerste lid, van die wet. bedoeld in artikel 11 van de Reconstructiewet concentratiegebieden en het plan bedoeld in artikel 18 van de Reconstructiewet concentratiegebieden.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
De structuurvisie, De vaststelling van het bedoeld in de artikelen plan, bedoeld in artikel 2.1, 2.2 en 2.3 van de 3.6, eerste lid, onderdelen Wet ruimtelijke a en b, van de Wet ordening, en het plan, ruimtelijke ordening dan bedoeld in artikel 3.1, wel bij het ontbreken eerste lid, van die wet. daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
D 10.2 D 10.3 D 11.1 D De aanleg, wijziging of 11.2 uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.
http://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/geldigheidsdatum_01-04-2011/afdrukken
01-4-2011
wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - BWBR0006788
Kolom 1 Activiteiten D De aanleg, wijziging of 11.3 uitbreiding van een industrieterrein.
D De aanleg, wijziging of 11.4 uitbreiding van een project voor het gebruik van niet in cultuur gebrachte gronden of semi-natuurlijke gebieden voor intensieve landbouw.
Kolom 2
Page 21 of 40
Kolom 3
Kolom 4
Gevallen
Plannen
Besluiten
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 75 hectare of meer.
De vaststelling van het De structuurvisie, bedoeld in de artikelen plan, bedoeld in artikel 2.1, 2.2 en 2.3 van de 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet Wet ruimtelijke ordening, en het plan, ruimtelijke ordening dan bedoeld in artikel 3.1, wel bij het ontbreken eerste lid, van die wet. daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet. De structuurvisie, De vaststelling van het bedoeld in de artikelen plan, bedoeld in artikel 2.1, 2.2 en 2.3 van de 3.6, eerste lid, onderdelen Wet ruimtelijke a en b, van de Wet ordening, en het plan, ruimtelijke ordening dan bedoeld in artikel 3.1, wel bij het ontbreken eerste lid, van die wet. daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
D 11.5 D 12
De aanleg, wijziging of uitbreiding van kustwerken om erosie te bestrijden, van maritieme werken die de kust kunnen wijzigen door de aanleg van onder meer dijken, pieren, havenhoofden en van andere kustverdedigingswerken, met uitzondering van het onderhoud of herstel van deze werken.
Het besluit van de Minister De structuurvisie, bedoeld in de artikelen van Infrastructuur en 2.1, 2.2 en 2.3 van de Milieu, bedoeld in artikel 2.7 van de Waterwet. Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet en het plan, bedoeld in de artikelen 4.1 en 4.4 van de Waterwet.
De aanleg, wijziging of uitbreiding van een waterbeheersingsproject voor landbouwdoeleinden, met inbegrip van irrigatie- en droogleggingsprojecten.
In gevallen waarin de De structuurvisie, Het besluit tot activiteit betrekking heeft bedoeld in de artikelen vergunningverlening, op een oppervlakte van 100 2.1, 2.2 en 2.3 van de bedoeld in een hectare of meer. Wet ruimtelijke verordening van een ordening, en de waterschap, dan wel, bij plannen, bedoeld in de het ontbreken daarvan, artikelen 3.1, eerste het besluit tot lid, 3.6, eerste lid, vergunningverlening, onderdelen a en b, bedoeld in artikel 6.5, van die wet. aanhef en onderdeel c, van de Waterwet, dan wel het projectplan, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van de Waterwet of, indien artikel 5.4, vierde lid, van die wet van toepassing is, de vaststelling van het tracé op grond van de Tracéwet of de Spoedwet wegverbreding door de Minister van Infrastructuur
D 12.2 D 13
http://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/geldigheidsdatum_01-04-2011/afdrukken
01-4-2011
wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - BWBR0006788
Page 22 of 40
Kolom 1
Kolom 2
Kolom 3
Kolom 4
Activiteiten
Gevallen
Plannen
Besluiten en Milieu of het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
D 14
De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren.
De besluiten waarop De structuurvisie, bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht en een of Wet ruimtelijke meer artikelen van ordening, en de plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet 2°. 2000 stuks van toepassing zijn. artikelen 3.1, eerste mestvarkens (Rav cat. lid, 3.6, eerste lid, D.3), 3°. 750 stuks zeugen (Rav onderdelen a en b, van die wet, de cat. D.1.2, D.1.3 en D.3 voor zover het opfokzeugen vaststelling van het inrichtingsplan, betreft), bedoeld in artikel 17 4°. 2700 stuks gespeende biggen (biggenopfok) (Rav van de Wet inrichting landelijk gebied, het cat. D.1.1), reconstructieplan, 5°. 5000 stuks pelsdieren bedoeld in artikel 11 (fokteven) (Rav cat. H.1 van de t/m H.3), 6°. 1000 stuks voedsters of Reconstructiewet concentratiegebieden 6000 vlees- en en het plan bedoeld in opfokkonijnen tot dekleeftijd (Rav cat. I.1 en artikel 18 van de Reconstructiewet I.2), concentratiegebieden. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op meer dan: 1°. 40.000 stuks pluimvee (Rav1 cat. E, F, G en J),
7°. 200 stuks melk-, kalfof zoogkoeien ouder dan 2 jaar (Rav cat. A.1 en A.2), 8°. 340 stuks vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (Rav cat. A 3), 9°. 340 stuks melk-, kalfen zoogkoeien ouder dan 2 jaar en vrouwlijk jongvee tot 2 jaar (Rav cat. A 1, A 2 en A 3), 10°.1200 stuks vleesrunderen (Rav cat. A.4 t/m A.7), 11°. 2000 stuks schapen of geiten (Rav cat. B.1 en C.1 t/m C.3), 12°. 100 stuks paarden of pony’s (Rav cat. K.1 en K.3), waarbij het aantal bijbehorende dieren in opfok jonger dan 3 jaar niet
http://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/geldigheidsdatum_01-04-2011/afdrukken
01-4-2011
wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - BWBR0006788
Kolom 1 Activiteiten
Page 23 of 40
Kolom 2
Kolom 3
Kolom 4
Gevallen
Plannen
Besluiten
wordt meegeteld. (Rav cat. K.2 en K.4), of 13°. 1000 stuks struisvogels (Rav cat. L.1 t/m L.3). D 15.1 D De aanleg, wijziging of 15.2 uitbreiding van werken voor het onttrekken of kunstmatig aanvullen van grondwater.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een hoeveelheid water van 1,5 miljoen m3 of meer per jaar.
Het besluit, bedoeld in de Het plan, bedoeld in artikelen 6.4 of 6.5, artikel 47 van de onderdeel b, van de Waterleidingwet, de structuurvisie, bedoeld Waterwet, dan wel van in de artikelen 2.1, 2.2 het besluit tot vergunningverlening en 2.3 van de Wet bedoeld in een ruimtelijke ordening, verordening van een en de plannen, bedoeld in de artikelen waterschap. 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet en het plan, bedoeld in de artikelen 4.1 en 4.4 van de Waterwet.
D De aanleg, wijziging of 15.3 uitbreiding van een stuwdam of andere installatie voor het stuwen of voor de lange termijn opslaan van water.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een hoeveelheid water van 5 miljoen m3 of meer.
Het projectplan, bedoeld De structuurvisie, bedoeld in de artikelen in artikel 5.4, eerste lid, 2.1, 2.2 en 2.3 van de van de Waterwet of, indien artikel 5.4, vierde Wet ruimtelijke ordening en het plan, lid, van die wet van bedoeld in de artikelen toepassing is, de 3.1, eerste lid, van die vaststelling van het tracé op grond van de Tracéwet wet, en het plan, bedoeld in de artikelen of de Spoedwet wegverbreding door de 4.1 en 4.4 van de Waterwet. Minister van Infrastructuur en Milieu, dan wel bij het ontbreken daarvan de vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
D De ontginning dan wel 16.1 wijziging of uitbreiding van de ontginning van steengroeven of dagbouwmijnen, met inbegrip van de winning van oppervlaktedelfstoffen uit de landbodem, anders dan bedoeld onder D 16.2.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een terreinoppervlakte van 12,5 hectare of meer.
De structuurvisie, Het besluit, bedoeld in bedoeld in de artikelen artikel 3 van de 2.1, 2.2, en 2.3 van Ontgrondingenwet. de Wet ruimtelijke ordening en de plannen, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
http://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/geldigheidsdatum_01-04-2011/afdrukken
01-4-2011
wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - BWBR0006788
Page 24 of 40
Kolom 1
Kolom 2
Kolom 3
Kolom 4
Activiteiten
Gevallen
Plannen
Besluiten
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een terreinoppervlakte van 75 hectare of meer.
Het besluit, bedoeld in De structuurvisie, bedoeld in de artikelen artikel 3 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Ontgrondingenwet. Wet ruimtelijke ordening en de plannen, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
D De turfwinning dan wel 16.2 wijziging of uitbreiding daarvan.
D De wijziging of uitbreiding van In gevallen waarin de 17.1 de winning van aardolie of activiteit betrekking heeft aardgas. op reeds bestaande installaties, plaatsvindt in een gevoelig gebied als bedoeld onder a, b (tot 3 zeemijl uit de kust) of d, van punt 1 van onderdeel A van deze bijlage en betrekking heeft op: 1°. een uitbreiding van de terreinoppervlakte met 5 hectare of meer, of 2°. het bijplaatsen of wijzigen van een stikstofscheidingsinstallatie of een ontzwavelingsinstallatie.
Het besluit, bedoeld in De structuurvisie, bedoeld in de artikelen artikel 40, tweede lid, van 2.1, 2.2 en 2.3 van de de Mijnbouwwet of een ander besluit waarop Wet ruimtelijke afdeling 3.4 van de ordening, en de plannen, bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht en een of artikelen 3.1, eerste meer artikelen van lid, 3.6, eerste lid, afdeling 13.2 van de wet onderdelen a en b, van toepassing zijn. van die wet.
D Diepboringen dan wel een 17.2 wijziging of uitbreiding daarvan, in het bijzonder: a geothermische boringen, b. boringen in verband met de opslag van kernafval, c. boringen voor watervoorziening, met uitzondering van boringen voor het onderzoek naar de stabiliteit van de grond.
De structuurvisie, Het besluit, bedoeld in bedoeld in de artikelen artikel 40, tweede lid, van 2.1, 2.2 en 2.3 van de de Mijnbouwwet of een Wet ruimtelijke ander besluit waarop ordening, en de afdeling 3.4 van de plannen, bedoeld in de Algemene wet artikelen 3.1, eerste bestuursrecht en een of lid, 3.6, eerste lid, meer artikelen van onderdelen a en b, afdeling 13.2 van de wet van die wet. van toepassing zijn, dan wel, bij het ontbreken daarvan, de vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
D De oprichting, wijziging of 17.3 uitbreiding van oppervlakteinstallaties van bedrijven voor de winning van steenkool, ertsen en bitumineuze schisten alsmede de oprichting van oppervlakteinstallaties van bedrijven voor
De structuurvisie, Het besluit, bedoeld in bedoeld in de artikelen artikel 40, tweede lid, van 2.1, 2.2 en 2.3 van de de Mijnbouwwet of een Wet ruimtelijke ander besluit waarop ordening, en de afdeling 3.4 van de plannen, bedoeld in de Algemene wet artikelen 3.1, eerste bestuursrecht en een of lid, 3.6, eerste lid, meer artikelen van
http://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/geldigheidsdatum_01-04-2011/afdrukken
01-4-2011
wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - BWBR0006788
Kolom 1
Kolom 2
Activiteiten
Gevallen
de winning van aardolie, of aardgas. D De oprichting, wijziging of 18.1 uitbreiding van een installatie voor de verwijdering van afval, anders dan bedoeld onder D 18.3, D 18.6 of D 18.7.
Page 25 of 40
Kolom 3
Kolom 4
Plannen
Besluiten
onderdelen a en b, van die wet.
afdeling 13.2 van de wet van toepassing.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een installatie met een capaciteit van 50 ton per dag of meer.
De besluiten waarop Het plan, bedoeld in afdeling 3.4 van de artikel 10.3 van de wet, de structuurvisie, Algemene wet bedoeld in de artikelen bestuursrecht en een of 2.1, 2.2 en 2.3 van de meer artikelen van afdeling 13.2 van de wet Wet ruimtelijke van toepassing zijn. ordening, en de plannen, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. het storten of in de diepe ondergrond brengen van baggerspecie van klasse B als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit in een hoeveelheid van 250.000 m3 of meer,
De besluiten waarop Het plan, bedoeld in afdeling 3.4 van de artikel 10.3 van de wet, de structuurvisie, Algemene wet bedoeld in de artikelen bestuursrecht en een of 2.1, 2.2 en 2.3 van de meer artikelen van afdeling 13.2 van de wet Wet ruimtelijke ordening, en het plan, van toepassing zijn. bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
D 18.2 D De oprichting, wijziging of 18.3 uitbreiding van een inrichting bestemd voor het storten van slib en baggerspecie, of het in de diepe ondergrond brengen van niet-gevaarlijke afvalstoffen.
2°. het storten of in de diepe ondergrond brengen van zuiveringsslib in een hoeveelheid van 5.000 ton droge stof per jaar of meer, 3°. het storten of in de diepe ondergrond brengen van ander slib dan bedoeld onder 1° of 2°, in een hoeveelheid van 250.000 m3 of meer, of 4°. een inrichting met een capaciteit van 100 ton per dag of meer. D De oprichting, wijziging of 18.4 uitbreiding van een rioolwaterzuiveringsinstallatie die deel uitmaakt van een inrichting als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, van de Waterwet.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een capaciteit van 50.000 inwonerequivalenten of meer.
De structuurvisie, De besluiten waarop bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 en van Algemene wet de Wet ruimtelijke bestuursrecht en een of ordening, en de meer artikelen van plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet artikelen 3.1, eerste van toepassing zijn dan lid, 3.6, eerste lid, wel waarop titel 4.1 van onderdelen a en b, de Algemene wet van die wet. bestuursrecht van toepassing is.
D 18.5 D De wijziging of uitbreiding van 18.6 een een installatie bestemd voor de verbranding of de
Het plan, bedoeld in De besluiten waarop artikel 10.3 van de afdeling 3.4 van de wet, de structuurvisie, Algemene wet
http://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/geldigheidsdatum_01-04-2011/afdrukken
01-4-2011
wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - BWBR0006788
Kolom 1
Kolom 2
Activiteiten
Gevallen
Page 26 of 40
Kolom 3
Kolom 4
Plannen
Besluiten
bedoeld in de artikelen bestuursrecht en een of 2.1, 2.2 en 2.3 en van meer artikelen van afdeling 13.2 van de wet de Wet ruimtelijke van toepassing zijn. ordening, en de plannen, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
chemische behandeling dan wel het in de diepe ondergrond brengen van gevaarlijke afvalstoffen.
D De wijziging of uitbreiding van In gevallen waarin de 18.7 een installatie bestemd voor activiteit betrekking heeft de verbranding of de op een inrichting met een chemische behandeling van capaciteit van 50 ton per niet-gevaarlijke afvalstoffen. dag of meer.
De besluiten waarop Het plan, bedoeld in afdeling 3.4 van de artikel 10.3 van de wet, de structuurvisie, Algemene wet bedoeld in de artikelen bestuursrecht en een of 2.1, 2.2 en 2.3 en van meer artikelen van afdeling 13.2 van de wet de Wet ruimtelijke van toepassing zijn. ordening, en de plannen, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
D De oprichting, wijziging of 18.8 uitbreiding van een inrichting voor de opslag van schroot, met inbegrip van autowrakken.
De besluiten waarop Het plan, bedoeld in afdeling 3.4 van de artikel 10.3 van de wet, de structuurvisie, Algemene wet bedoeld in de artikelen bestuursrecht en een of 2.1, 2.2 en 2.3 en van meer artikelen van afdeling 13.2 van de wet de Wet ruimtelijke van toepassing zijn dan ordening, en de plannen, bedoeld in de wel waarop titel 4.1 van de Algemene wet artikelen 3.1, eerste bestuursrecht van lid, 3.6, eerste lid, toepassing is. onderdelen a en b, van die wet.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een inrichting met een opslagcapaciteit van: 1e. 10.000 ton of meer, of 2e. 10.000 autowrakken of meer.
D 19
De aanleg, wijziging of uitbreiding van werken voor de overbrenging van water tussen stroomgebieden.
Indien doel is om eventuele Het plan, bedoeld in Het besluit, bedoeld in waterschaarste te de artikelen 4.1 en 4.4 artikel 6.5, aanhef en voorkomen: van de Waterwet. onderdeel c, van de In gevallen waarin de Waterwet, dan wel het activiteit betrekking heeft projectplan, bedoeld in op een hoeveelheid artikel 5.4, eerste lid, van overgebracht water van 75 de Waterwet, of, indien miljoen m3 per jaar of artikel 5.4, vierde lid, van die wet van toepassing is, meer. de vaststelling van het Indien doel niet is om tracé op grond van de waterschaarste te Tracéwet of de Spoedwet voorkomen: wegverbreding door de In gevallen waarin: Minister van Infrastructuur 1°. het meerjarig en Milieu, dan wel het gemiddelde jaardebiet van besluit, bedoeld in een het bekken waaraan het verordening van een water wordt onttrokken waterschap. meer dan 2.000 miljoen m3 bedraagt, en 2°. de hoeveelheid overgebracht water 3% van dit debiet overschrijdt.
D 19.2
http://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/geldigheidsdatum_01-04-2011/afdrukken
01-4-2011
wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - BWBR0006788
Page 27 of 40
Kolom 1
Kolom 2
Kolom 3
Kolom 4
Activiteiten
Gevallen
Plannen
Besluiten
D De wijziging of uitbreiding van In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft 20.1 een industriële installatie op een productiecapaciteit bestemd voor het van 100 ton per dag of vervaardigen van papierpulp meer. uit hout of andere vezelstoffen.
De besluiten waarop De structuurvisie, bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht en een of Wet ruimtelijke meer artikelen van ordening, en de plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn. artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
D De oprichting, wijziging of In gevallen waarin de 20.2 uitbreiding van een industriële activiteit betrekking heeft installatie bestemd voor het op een productiecapaciteit vervaardigen van papier of van 100 ton per dag of karton. meer.
De besluiten waarop De structuurvisie, bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht en een of Wet ruimtelijke meer artikelen van ordening, en de plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn. artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
D De oprichting, wijziging of 20.3 uitbreiding van een installatie bestemd voor het vervaardigen en bewerken van celstof.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een productiecapaciteit van 100 ton per dag of meer.
De besluiten waarop De structuurvisie, bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht en een of Wet ruimtelijke meer artikelen van ordening, en de plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn. artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
D De wijziging of uitbreiding van In gevallen waarin de 21.1 een installatie bestemd voor activiteit betrekking heeft de raffinage van ruwe op een andere wijziging of aardolie, met uitzondering uitbreiding dan bedoeld in van inrichtingen die categorie 21.2 van uitsluitend smeermiddelen uit onderdeel C van deze ruwe olie vervaardigen. bijlage en de verwerkingscapaciteit van ruwe olie met 20% of meer dan wel met 2 miljoen ton of meer per jaar toeneemt.
De structuurvisie, De besluiten waarop bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet Wet ruimtelijke bestuursrecht en een of ordening, en de meer artikelen van plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet artikelen 3.1, eerste van toepassing zijn. lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
D De oprichting, wijziging of 21.2 uitbreiding van een installatie bestemd voor het roosten of doen sinteren van ertsen of de productie van cokes uit steenkool.
De structuurvisie, De besluiten waarop bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet Wet ruimtelijke bestuursrecht en een of ordening, en de meer artikelen van plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet artikelen 3.1, eerste van toepassing zijn. lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
D De wijziging of uitbreiding van In gevallen waarin de 21.3 een geïntegreerde activiteit betrekking heeft hoogoveninstallatie bestemd op een smeltcapaciteit van voor de productie van ruw
De structuurvisie, De besluiten waarop bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet Wet ruimtelijke bestuursrecht en een of
http://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/geldigheidsdatum_01-04-2011/afdrukken
01-4-2011
wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - BWBR0006788
Kolom 1
Kolom 2
Activiteiten
Gevallen
Page 28 of 40
Kolom 3
Kolom 4
Plannen
Besluiten
ijzer of staal en de oprichting, 15.000 ton per jaar of meer. wijziging of uitbreiding van een installatie bestemd voor de productie van ruw ijzer of staal, met inbegrip van continugieten.
meer artikelen van ordening, en de plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn. artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
D De wijziging of uitbreiding van In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft 21.4 een installatie bestemd voor op een smeltcapaciteit van de winning van ruwe non15.000 ton per jaar of ferrometalen uit erts, meer. concentraat of secundaire grondstoffen met metallurgische, chemische of elektrolytische procédés.
De besluiten waarop De structuurvisie, bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht en een of Wet ruimtelijke meer artikelen van ordening, en de plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn. artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
In gevallen waarin de D De oprichting, wijziging of 21.5 uitbreiding van een installatie activiteit betrekking heeft bestemd voor de winning van op: 1°. de vervaardiging, asbest of de vervaardiging, bewerking of verwerking van asbesthoudende van asbestcement met een producten alsmede de capaciteit van 10.000 ton wijziging of uitbreiding van eindproduct per jaar of een installatie bestemd voor meer, de bewerking of verwerking van asbest of asbesthoudende 2°. de vervaardiging van remvoeringen met een producten. capaciteit van 25 ton eindproduct per jaar of meer, of
De besluiten waarop De structuurvisie, bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht en een of Wet ruimtelijke meer artikelen van ordening, en de plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn. artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
3°. de vervaardiging, bewerking of verwerking van andere asbesthoudende producten met een verbruik van 100 ton asbest per jaar of meer. D De wijziging of uitbreiding van In gevallen waarin de 21.6 een geïntegreerde chemische verwerkingscapaciteit van installatie, dat wil zeggen een de installatie toeneemt met: installatie voor de fabricage 1°. 100.000 ton per jaar of op industriële schaal van meer door de in onderdeel stoffen door chemische a omschreven activiteit, omzetting, waarin verscheidene eenheden naast 2°. 100.000 ton per jaar of elkaar bestaan en functioneel meer door de in onderdeel b omschreven activiteit, met elkaar verbonden zijn, 3°. 100.000 ton per jaar of bestemd voor de fabricage meer door de in onderdeel van: c omschreven activiteit, a. organische 4°. 20.000 ton per jaar of basischemicaliën, meer door de in onderdeel b. anorganische d omschreven activiteit, of basischemicaliën, 5°. 20.000 ton per jaar of c. fosfaat-, stikstof- of kaliumhoudende meststoffen meer door de in onderdeel e omschreven activiteit. (enkelvoudige of samengestelde meststoffen),
De structuurvisie, De besluiten waarop bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet Wet ruimtelijke bestuursrecht en een of ordening, en de meer artikelen van plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet artikelen 3.1, eerste van toepassing zijn. lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
http://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/geldigheidsdatum_01-04-2011/afdrukken
01-4-2011
wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - BWBR0006788
Page 29 of 40
Kolom 1
Kolom 2
Kolom 3
Kolom 4
Activiteiten
Gevallen
Plannen
Besluiten
d. basisproducten voor gewasbescherming en van biociden, e. farmaceutische basisproducten met een chemisch of biologisch procédé, of f. explosieven. De besluiten waarop De structuurvisie, D De oprichting, wijziging of In gevallen waarin de bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 22.1 uitbreiding van een industriële activiteit betrekking heeft installatie bestemd voor de op een elektriciteitscentrale 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht en een of productie van elektriciteit, met een vermogen van 200 Wet ruimtelijke meer artikelen van ordening, en de stoom en warm water. megawatt (thermisch) of plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet meer en, indien het een van toepassing zijn. artikelen 3.1, eerste wijziging of uitbreiding lid, 3.6, eerste lid, betreft, 1°. het vermogen met 20% onderdelen a en b, van die wet. of meer toeneemt, of 2°. de inzet van een andere brandstof tot doel heeft. D De oprichting, wijziging of 22.2 uitbreiding van een windturbinepark.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een gezamenlijk vermogen van 15 megawatt (elektrisch) of meer, of 2°. 10 windturbines of meer.
Het besluit bedoeld in De structuurvisie, bedoeld in de artikelen artikel 6.5, onderdeel c, 2.1, 2.2 en 2.3 van de van de Waterwet of de besluiten waarop afdeling Wet ruimtelijke 3.4 van de Algemene wet ordening, en de plannen, bedoeld in de bestuursrecht en een of meer artikelen van artikelen 3.1, eerste afdeling 13.2 van de wet lid, 3.6, eerste lid, van toepassing zijn dan onderdelen a en b, wel waarop titel 4.1 van van die wet. de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is.
D De oprichting, wijziging of 22.3 uitbreiding van één of meer met elkaar samenhangende installaties voor de behandeling en de opslag van radioactief afval.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een wijziging van de soort, hoeveelheid of verrijkingsgraad van de splijtstof, 2°. een vergroting van de lozing van radioactieve stoffen, 3°. een vergroting van de opslagcapaciteit van gebruikte splijtstof,
De structuurvisie, De besluiten waarop bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet Wet ruimtelijke bestuursrecht en een of ordening, en de meer artikelen van plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet artikelen 3.1, eerste van toepassing zijn. lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
4°. het aanbrengen van systemen ter voorkoming of beheersing van ernstige ongevallen, of 5°. een wijziging van het tijdstip van de buitengebruikstelling of ontmanteling van meer dan 5 jaar.
http://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/geldigheidsdatum_01-04-2011/afdrukken
01-4-2011
wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - BWBR0006788
Page 30 of 40
Kolom 1
Kolom 2
Kolom 3
Kolom 4
Activiteiten
Gevallen
Plannen
Besluiten
D De wijziging of uitbreiding van 22.4 een installatie bestemd voor de opwerking van bestraalde splijtstoffen.
De besluiten waarop De structuurvisie, bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht en een of Wet ruimtelijke meer artikelen van ordening, en de plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn. artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
D De wijziging of uitbreiding van In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft 22.5 een installatie bestemd voor de productie of verrijking van op een vergroting van de verrijkingscapaciteit op splijtstoffen. jaarbasis van 500 tSW per jaar of meer.
De besluiten waarop De structuurvisie, bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht en een of Wet ruimtelijke meer artikelen van ordening, en de plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn. artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
De structuurvisie, De besluiten waarop D De wijziging of uitbreiding van In gevallen waarin de bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 22.6 thermische centrales en activiteit betrekking heeft andere op een vermogen van 200 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet Wet ruimtelijke bestuursrecht en een of verbrandingsinstallaties. megawatt (thermisch) of ordening, en het plan, meer artikelen van meer, en 1°. het vermogen met 20% bedoeld in de artikelen afdeling 13.2 van de wet 3.1, eerste lid, 3.6, van toepassing zijn. of meer toeneemt, of 2°. de inzet van een andere eerste lid, onderdelen a en b, van die wet. brandstof tot doel heeft. D 23
De structuurvisie, De besluiten waarop De wijziging of uitbreiding van In gevallen waarin de bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de een installatie bestemd voor: activiteit betrekking heeft op: 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet a. de behandeling van 1°. een vergroting van de Wet ruimtelijke bestuursrecht en een of bestraalde splijtstoffen of behandelingscapaciteit van ordening, en de meer artikelen van hoog radioactief afval, b. de definitieve verwijdering bestraalde splijtstoffen of plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet van bestraalde splijtstoffen, hoog radioactief afval met artikelen 3.1, eerste van toepassing zijn. c. uitsluitend de definitieve meer dan 50%, of lid, 3.6, eerste lid, verwijdering van radioactief 2°. een vergroting van de onderdelen a en b, afval, of totale opslagcapaciteit met van die wet. d. uitsluitend de opslag van meer dan 50% of met meer bestraalde splijtstoffen of dan 10.000 m3. radioactief afval van een andere inrichting.
D De aanleg, wijziging of 24.1 uitbreiding van een bovengrondse hoogspanningsleiding.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een leiding met: 1°. een spanning van 150 kilovolt of meer, en 2°. een lengte van 5 kilometer of meer in een gevoelig gebied.
De structuurvisie, Het plan, bedoeld in bedoeld in de artikelen artikel 3.6, eerste lid, 2.1, 2.2 en 2.3 van de onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke Wet ruimtelijke ordening ordening, en het plan, dan wel bij het ontbreken bedoeld in de artikelen daarvan van het plan, 3.1, eerste lid, 3.6, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen eerste lid, van die wet. a en b, van die wet.
D De aanleg, wijziging of 24.2 uitbreiding van een
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een leiding met:
De structuurvisie, Het plan, bedoeld in bedoeld in de artikelen artikel 3.6, eerste lid, 2.1, 2.2 en 2.3 van de onderdelen a en b, van de
http://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/geldigheidsdatum_01-04-2011/afdrukken
01-4-2011
wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - BWBR0006788
Kolom 1
Kolom 2
Page 31 of 40
Kolom 3
Kolom 4
Activiteiten
Gevallen
Plannen
Besluiten
ondergrondse hoogspanningsleiding.
1° een spanning van 150 kilovolt of meer, en 2° een lengte van 5 kilometer of meer in een gevoelig gebied als bedoeld onder a, b (tot 3 zeemijl uit de kust) of d van punt 1 van onderdeel A van deze bijlage.
Wet ruimtelijke ordening, en de plannen, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet of het besluit, bedoeld in artikel 6.5, onderdeel c, van de Waterwet.
D De oprichting, wijziging of 25.1 uitbreiding van een installatie behorend tot de chemische industrie bestemd voor de opslag van aardolie, petrochemische of chemische producten.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een opslagcapaciteit van 100.000 ton of meer.
De besluiten waarop De structuurvisie, bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht en een of Wet ruimtelijke meer artikelen van ordening, en de plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn. artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
D De oprichting, wijziging of 25.2 uitbreiding van een installatie bestemd voor de bovengrondse opslag van aardgas.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een opslagcapaciteit van 100.000 m3 of meer.
De besluiten waarop De structuurvisie, bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht en een of Wet ruimtelijke meer artikelen van ordening, en de plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn. artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
D De oprichting, wijziging of 25.3 uitbreiding van een installatie bestemd voor de ondergrondse opslag van gasvormige brandstoffen.
In gevallen waarin ten De structuurvisie, Het besluit, bedoeld in behoeve van de opslag een bedoeld in de artikelen artikel 40, tweede lid, van ruimte wordt gecreëerd van 2.1, 2.2 en 2.3 van de de Mijnbouwwet of een 1 miljoen m3 of meer. Wet ruimtelijke ander besluit waarop ordening, en de afdeling 3.4 van de plannen, bedoeld in de Algemene wet artikelen 3.1, eerste bestuursrecht en een of lid, 3.6, eerste lid, meer artikelen van onderdelen a en b, afdeling 13.2 van de wet van die wet. van toepassing zijn.
D De oprichting, wijziging of 25.4 uitbreiding van een installatie bestemd voor bovengrondse opslag van fossiele brandstoffen.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 50 hectare of meer.
De structuurvisie, De besluiten waarop bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet Wet ruimtelijke bestuursrecht en een of ordening, en de meer artikelen van plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet artikelen 3.1, eerste van toepassing zijn. lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
De wijziging of uitbreiding van In gevallen waarin de een installatie bestemd voor activiteit betrekking heeft vergassing of vloeibaarmaking op een installatie met een van steenkool of bitumineuze verwerkingscapacteit van schisten. 250 ton steenkolen of
De structuurvisie, De besluiten waarop bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet Wet ruimtelijke bestuursrecht en een of ordening, en de meer artikelen van plannen, bedoeld in de
D 26
http://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/geldigheidsdatum_01-04-2011/afdrukken
01-4-2011
wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - BWBR0006788
Kolom 1 Activiteiten
Kolom 2
Page 32 of 40
Kolom 3
Kolom 4
Gevallen
Plannen
Besluiten
bitumineuze schisten per dag of meer.
artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn.
D 27
De eerste bebossing of de ontbossing dan wel de wijziging of uitbreiding daarvan met het oog op een andere ruimtelijke functie van de grond.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. gronden met een agrarische bestemming en een oppervlakte van 100 hectare of meer, of 2°. gronden met een andere dan een agrarische bestemming en een oppervlakte van 10 hectare of meer.
Het besluit, bedoeld in De structuurvisie, bedoeld in de artikelen artikel 6, tweede lid, van 2.1, 2.2 en 2.3 van de de Boswet, dan wel bij het ontbreken daarvan de Wet ruimtelijke vaststelling van het plan, ordening, en de plannen, bedoeld in de bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en artikelen 3.1, eerste b, van de Wet ruimtelijke lid, 3.6, eerste lid, ordening dan wel bij het onderdelen a en b, ontbreken daarvan van van die wet het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
D 28
Intensieve aquacultuur van vis dan wel de wijziging of uitbreiding daarvan.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een productiecapaciteit van 1.000 ton vis per jaar of meer.
De besluiten waarop De structuurvisie, bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht en een of Wet ruimtelijke meer artikelen van ordening, en de plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn dan artikelen 3.1, eerste wel, bij het ontbreken lid, 3.6, eerste lid, daarvan, van het plan, onderdelen a en b, bedoeld in artikel 3.6, van die wet. eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
D De oprichting, wijziging of 29.1 uitbreiding van een installatie bestemd voor de ondergrondse mijnbouw.
In gevallen waarin de activiteit plaatsvindt in een gevoelig gebied als bedoeld onder a, b of d van punt 1 van onderdeel A van deze bijlage tot 3 zeemijl uit de kust.
De structuurvisie, De besluiten waarop bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet Wet ruimtelijke bestuursrecht en een of ordening, en de meer artikelen van plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet artikelen 3.1, eerste van toepassing zijn. lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
D De winning van mineralen 29.2 door afbaggering van de zee-, meer- of rivierbodem dan wel de wijziging of uitbreiding daarvan.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 50 hectare of meer en plaatsvindt in een gevoelig gebied als bedoeld onder a, b (tot 3 zeemijl uit de kust) of d, van punt 1, onderdeel A, van deze bijlage.
De structuurvisie, De besluiten waarop bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet Wet ruimtelijke bestuursrecht en een of ordening, en de meer artikelen van plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet artikelen 3.1, eerste van toepassing zijn. lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
http://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/geldigheidsdatum_01-04-2011/afdrukken
01-4-2011
wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - BWBR0006788
Kolom 1
Kolom 2
Activiteiten
Gevallen
Page 33 of 40
Kolom 3
Kolom 4
Plannen
Besluiten
De besluiten waarop De structuurvisie, bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de Algemene wet 2.1, 2.2, en 2.3 van bestuursrecht en een of de Wet ruimtelijke meer artikelen van ordening, en de plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn. artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
D De oprichting, wijziging of 29.3 uitbreiding van een installatie bestemd voor het industrieel briketteren van steenkool of bruinkool.
D 29.4 D 30
De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie bestemd voor het vervaardigen van cement.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een productiecapaciteit van 100.000 ton per jaar of meer.
De besluiten waarop De structuurvisie, bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht en een of Wet ruimtelijke meer artikelen van ordening, en de plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn. artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
D 31
De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie bestemd voor de vervaardiging van hydroelektrische energie.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een vermogen van 2,5 megawatt (elektrisch) of meer.
De besluiten waarop De structuurvisie, bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de Algemene wet 2.1, 2.2, en 2.3 van bestuursrecht en een of de Wet ruimtelijke meer artikelen van ordening, en de plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn. artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
D De oprichting, wijziging of 32.1 uitbreiding van een installatie bestemd voor het smelten, met inbegrip van het legeren, van non-ferrometalen, met uitzondering van edele metalen, en met inbegrip van terugwinningsproducten.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een smeltcapaciteit van 15.000 ton per jaar of meer.
De structuurvisie, De besluiten waarop bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet Wet ruimtelijke bestuursrecht en een of ordening, en de meer artikelen van plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet artikelen 3.1, eerste van toepassing zijn dan lid, 3.6, eerste lid, wel waarop titel 4.1 van onderdelen a en b, de Algemene wet van die wet. bestuursrecht van toepassing is.
D De oprichting, wijziging of 32.2 uitbreiding van een installatie bestemd voor verwerking van ferrometalen door warmwalsen, het smeden met hamers, of het aanbrengen van deklagen van gesmolten metaal.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een productiecapaciteit van 15.000 ton per jaar of meer.
De structuurvisie, De besluiten waarop bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2, en 2.3 van Algemene wet de Wet ruimtelijke bestuursrecht en een of ordening, en de meer artikelen van plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet artikelen 3.1, eerste van toepassing zijn dan lid, 3.6, eerste lid, wel waarop titel 4.1 van onderdelen a en b, de Algemene wet van die wet. bestuursrecht van toepassing is.
http://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/geldigheidsdatum_01-04-2011/afdrukken
01-4-2011
wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - BWBR0006788
Page 34 of 40
Kolom 1
Kolom 2
Kolom 3
Kolom 4
Activiteiten
Gevallen
Plannen
Besluiten
D De oprichting, wijziging of 32.3 uitbreiding van een installatie bestemd voor de oppervlaktebehandeling van metalen en plastic materiaal door middel van een elektrolytisch of chemisch procédé.
De besluiten waarop De structuurvisie, bedoeld in de artikelen afdeling 3.4 van de 2.1, 2.2 en 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht en een of Wet ruimtelijke meer artikelen van een industrieterrein dan wel ordening, en de plannen, bedoeld in de afdeling 13.2 van de wet 5.000 m2 of meer op een van toepassing zijn dan artikelen 3.1, eerste ander terrein, met dien wel waarop titel 4.1 van lid, 3.6, eerste lid, verstande dat voor een de Algemene wet onderdelen a en b, inrichting voor het bestuursrecht van van die wet. poedercoaten of verwerken toepassing is. van watergedragen verf In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een productieoppervlak van 10.000 m2 of meer op