CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Bestemmingsplan Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4 en Stellingstraat ZZ 5 Toelichting

Commissie Wonen en Ruimte 11 april 2024, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestemmingsplan Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4, Stellingstraat ZZ 516.784 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.3.2

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Op grond van de uitgevoerde Ecologisch Quickscan worden effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten.De plannen zijn niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming. Ten aanzien van het aspect soortenbescherming wordt het bestemmingsplan uitvoerbaar geacht. De zorgplicht blijft onverkort van kracht. Deze zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. De zorgplicht is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Voor en gedurende de uitvoering dient hiermee rekening gehouden te worden. 4.4

Fysieke veiligheid

De Rijksoverheid stelt risiconormen op het gebied van veiligheid aan inrichtingen, ter bescherming van de omgeving. Naast de wet- en regelgeving mogen gemeenten invulling geven aan een eigen veiligheidsvisie. In de Beleidsnota externe veiligheid gemeente Emmen (april 2013) geeft de gemeente Emmen invulling aan deze beleidsruimte. In de gemeentelijke beleidsnota Externe Veiligheid zijn de ruimtelijke uitgangspunten van de structuurvisie verder uitgewerkt. In de Beleidsnota externe veiligheid heeft de gemeente Emmen gekozen voor een gebiedsgerichte benadering voor de vestiging van risicovolle activiteiten. Tevens is in het beleid een afwegingskader bij concrete ruimtelijke beslissingen en voor de inzet van bestuurlijke uitvoeringsinstrumenten om de kwetsbaarheid van een object of activiteit die niet rechtstreeks onder de begripsbepaling van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) valt bepaald te beoordelen. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is rekening gehouden met deze nota externe veiligheid. 4.4.1

Fysieke veiligheidssituatie

In het kader van regelgeving in relatie tot Externe Veiligheid gelden voor dit bestemmingsplan geen belemmeringen. Binnen het plangebied zijn geen risicobronnen aanwezig en buiten het plangebied liggen eventuele risicobronnen op zodanige afstand dat externe veiligheid geen beperkingen oplevert voor het plan.

Fig 4.6: Risicobronnen buiten het plangebied

33

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4 en Stellingstraat ZZ 5 (vastgesteld)

4.4.2

Plaatsgebonden risico

4.4.2.1 Inrichtingen Het bedrijf Cabot Norit heeft een risicoafstand (RP 10-6) van 25 m. Het bedrijf ligt op een afstand van circa 500 meter van het plangebied. Het bedrijf Rademakers gieterij heeft een milieuzone die niet buiten zijn bedrijfsperceel reikt. Het bedrijf ligt op een afstand van circa 1,7 km van het plangebied. 4.4.2.2 LPG-tankstations Het LPG-tankstation heeft een risico-afstand (PR 10-6) van 40 m (vulpunt), 25 m (reservoir) en 15 m (afleveringsinstallatie) en een invloedsgebied van 150 m. De afstand tot het plangebied is circa 1,5 km. 4.4.2.3 Route gevaarlijke stoffen De snelweg A37 heeft een PR-plafond van 0 m een GR-plafond van 48 m en geen plasbrandaandachtsgebied. De snelweg ligt op minimaal 1,1 km afstand van het plangebied. 4.4.2.4 Buisleidingen Er liggen buisleidingen op meer dan 3 km afstand van het plangebied en zal daarmee geen onevenredig risico opleveren bij realisatie van dit planvoornemen. 4.4.3

Groepsrisico

Binnen het plangebied zijn geen risicobronnen aanwezig en buiten het plangebied liggen eventuele risicobronnen op zodanige afstand liggen dat externe veiligheid geen beperkingen oplevert voor het plan. Omdat externe veiligheid voor dit plan niet relevant is, hoeft het groepsrisico niet worden verantwoord en ook de aanvaarding ervan is dan niet aan de orde. Externe veiligheid levert voor dit bestemmingsplan geen belemmeringen op. 4.4.4

Inrichting en ontwikkeling

Bluswatervoorzieningen In beginsel is er in voldoende mate voorzien in bluswatervoorzieningen in de nabijheid van deze ontwikkeling. Daardoor is het niet noodzakelijk een aanvullende bluswatervoorziening te realiseren. Waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) Het plangebied valt binnen de dekking van het WAS. Bereikbaarheid en opstelplaatsen Het plangebied is via de Stellingstraat Zuidzijde en Schoorstraat van twee kanten bereikbaar en voldoet hiermee aan de bereikbaarheidseisen. Het openbaar gebied voorziet in adequate opstelplaatsen voor brandweervoertuigen. Brandveiligheidsmaatregelen Bij het realiseren van de woningen is het advies om bepaalde brandveiligheidsmaatregelen in acht te nemen. Denk hierbij aan de BIObiz factoren: bouwkundige voorzieningen, bijv. conform bouwregelgeving. Zoals tussen garage/schuur 34

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4 en Stellingstraat ZZ 5 (vastgesteld)

en woning een brandwerende scheiding (WBDBO) aanbrengen en/of voldoende afstand aan te houden om brandoverslag te voorkomen. installatietechnische voorzieningen, bijv. woningrookmelders en/of het overwegen om woningsprinklers te installeren. organisatorische voorzieningen, bijv. vluchtplan voor de bewoners. brandweeropkomsttijd, vrij houden van wegen / zo min mogelijk verkeersbelemmerende maatregelen. inventaris, toepassen van moeilijk brandbaar materiaal. zelfredzaamheid van de aanwezigen bevorderen en toepassen veilige vluchtroutes. 4.5

Milieu

In deze paragraaf worden de voor dit bestemmingsplan relevante milieuaspecten beschreven. Aangegeven wordt wat de beperkingen en mogelijkheden in het plangebied zijn, bezien vanuit verschillende milieudisciplines. 4.5.1

Vormvrije M.E.R.-beoordeling

In het voorliggend bestemmingsplan komen geen activiteiten voor die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r.. In het Besluit m.e.r., bijlage D, onder artikel 11 (Woningbouw, Stedelijke ontwikkeling, Industrieterreinen) staat onder artikel 11.2 genoemd dat een m.e.r-beoordeling moet plaatsvinden in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de aanleg, wijziging of uitbreiding van woningbouw, stedelijke ontwikkeling of industrieterrein indien het oppervlakte groter is dan 100 hectare of meer dan 2000 woningen omvat. De voorgenomen ontwikkeling van drie woningen blijft onder deze drempelwaarden. Voor gevallen die onder de drempelwaarden blijven, geldt dat middels een vormvrije m.e.r. beoordeling beoordeeld dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen is een aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. In de aanmeldnotitie zijn de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu beschreven, waarbij is ingegaan op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten. Op basis hiervan is in de aanmeldnotitie geconcludeerd dat er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Om die reden wordt volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. 4.5.2

Bedrijven en milieuzonering

Vanuit milieu hygiënisch oogpunt vergt de bedrijvigheid in het plangebied een goede afstemming met de andere, in de omgeving aanwezige functies. Ten behoeve van dit bestemmingsplan is in het plangebied een inventarisatie geweest van de aanwezige bedrijven en nagedacht over de bedrijfsactiviteiten die toelaatbaar zijn in/nabij het plangebied. Voor het bepalen welke categorieën bedrijfsactiviteiten toelaatbaar zijn is in het kader van dit bestemmingsplan gebruik gemaakt van de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering'. Het begrip ‘gemengd gebied’ wordt in de VNG-brochure gebruikt om richtafstanden tussen een bedrijventerrein of bedrijfslocatie en een gebied met een variatie aan functies weer te geven. De VNG-brochure geeft de volgende definitie aan: “Een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. Daarnaast gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen.”

35

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4 en Stellingstraat ZZ 5 (vastgesteld)

Rondom het plangebied zijn naast bestaande woningen, verkeersdoeleinden, een supermarkt, een begraafplaats, een kerkgebouw, een gras/voetbalveld en een (voormalig) schoolgebouw gelegen. Geconcludeerd kan worden dat er sprake is van een ‘gemengd gebied’. Onderstaande tabel geeft de richtafstanden voor de verschillende omgevingstypes weer.

Fig 4.7: Richtafstanden tot omgevingstypes 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'

4.5.2.1 Bedrijventerrein Het bedrijf Cabot Norit ligt op een afstand van circa 500 meter van het plangebied. Het bedrijf Rademakers gieterij ligt op een afstand van circa 1,7 km van het plangebied. Bij een 'gemengd gebied' kunnen de richtafstanden met 1 afstandsstap verkleind worden. Een richtafstand van 100 meter wordt in een dergelijk geval 50 meter. Voor de fysieke veiligheidssituatie wordt verwezen naar paragraaf 4.4.2.1.van voorliggend bestemmingsplan. 4.5.2.2 Verspreid liggende bedrijven (niet agrarisch) Er zijn voorts verspreid liggende bedrijven op minder dan 30 m afstand gesitueerd, waarvoor een milieuzone geldt. Het betreft de H. Hendricuskerk en een Plus supermarkt. Ten westen van het plangebied, direct aangrenzend, is een bestemming 'Maatschappelijk – Religie' gelegen. De gronden zijn bestemd voor religieuze instellingen zoals kerken, moskeeën, gebedshuizen en andere in aard en omvang vergelijkbare instellingen met bijbehorende voorzieningen. Vanuit de VNG bedrijven en milieureeks heeft een kerkgebouw een milieucategorie 2. Dergelijke milieucategorie hebben vanuit de VNG-brochure een (grootste) richtafstand van 30 meter. Bij een 'gemengd gebied' kunnen de richtafstanden met 1 afstandsstap verkleind worden. Een richtafstand van 30 meter wordt in een dergelijk geval 10 meter.

De afstand tussen het bouwvlak van de bestemming 'Maatschappelijk - Religie' en het plangebied bedraagt circa 19 meter. Dit maakt dat voldaan kan worden aan de richtafstand. Hiermee vormt het kerkgebouw geen belemmering voor de woningen die met voorliggend bestemmingsplan planologisch mogelijk gemaakt worden en vormen de woningen die met voorliggend bestemmingsplan planologisch mogelijk gemaakt worden geen belemmering voor het kerkgebouw. Ten noorden van het plangebied is een supermarkt gelegen. Deze centrumbestemming is op circa 24 meter van het plangebied gelegen. In de VNG brochure Bedrijven en milieuzonering heeft een supermarkt een milieucategorie 2. Deze milieucategorie heeft vanuit de VNG-brochure een (grootste) richtafstand van 30 meter. Bij een 'gemengd gebied' kunnen de richtafstanden met 1 afstandsstap verkleind worden. Een richtafstand van 30 meter wordt in een dergelijk geval 10 meter. 36

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4 en Stellingstraat ZZ 5 (vastgesteld)

Dit maakt dat voldaan kan worden aan de richtafstand. Hiermee vormt de supermarkt geen belemmering voor de woningen die met voorliggend bestemmingsplan planologisch mogelijk gemaakt worden en vormen de woningen die met voorliggend bestemmingsplan planologisch mogelijk gemaakt worden geen belemmering voor de supermarkt. 4.5.2.3 Agrarische bedrijven Het plangebied is gelegen in een rustige woonwijk, grenzend aan gemengd gebied. Aan alle richtafstanden van omliggende bedrijven wordt voldaan. Hierdoor worden enerzijds de woningen niet belemmerd door de agrarische bedrijven, en belemmeren anderzijds de woningen de agrarische bedrijven niet in bedrijfsvoering. 4.5.3

Bodem

Het college van burgemeester en wethouders heeft op 5 maart 2013 de Beleidsregel Bodemkwaliteit vastgesteld. Om de kwaliteit te waarborgen, moet grondverzet worden gemeld bij het landelijk meldpunt. Om het verplaatsen van grond te vereenvoudigen, heeft de gemeente Emmen een aantal kaarten ontwikkeld. Deze bodemkwaliteitskaarten zijn als bijlage in de Nota Bodembeheer opgenomen. Aan de hand van deze kaarten is het mogelijk om zonder voorgaand onderzoek grond te ontgraven en toe te passen. Partijen grond en baggerspecie die niet voldoen aan de bodemkwaliteitskaart en de Nota Bodembeheer van de gemeente Emmen mogen alleen worden toegepast als er sprake is van een nuttige toepassing. Is het werk niet 'nuttig', dan is er sprake van het zich ontdoen van afvalstoffen. Tijdelijke opslag en grootschalige toepassingen van grond en bagger zijn vormen van 'nuttig' gebruik. Tijdelijke uitname zijn werkzaamheden waarbij de grond na korte tijd weer teruggebracht wordt. Een voorbeeld is het graven van een sleuf voor kabels en leidingen. In dat geval hoeft de kwaliteit van de te ontgraven bodem niet onderzocht te worden, tenzij er sprake is van (een verdenking van) bodemverontreiniging. 4.5.3.1 Bodemonderzoek Door onderzoeksbureau Sigma Bouw en Milieu is verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond uitgevoerd.

Het verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schoorstraat 4 te Klazienaveen (projectnummer 23-M10849, d.d. 3 augustus 2023) is toegevoegd als bijlage. Hierna volgen de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Verkennend milieukundig bodemonderzoek NEN-5740+A1 Grond Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal plaatselijk puinresten en asfaltgranulaat waargenomen. Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in onderstaande tabel.

37

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4 en Stellingstraat ZZ 5 (vastgesteld)

Fig 4.8: Toetsingsresultaten

Bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters MM1 en MM2 bevatten een verhoogd gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0,5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding istot het instellen van aanvullend onderzoek. Ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Grondwaterpeilbuis 1 (1.6-2.6 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte koper (zware metalen) en naftaleen (vluchtige aromaten) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0,5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch onverdacht aangemerkt. In onderstaande tabel is de hypothese en de noodzaak tot vervolgonderzoek beoordeeld aan de hand van de onderzoeksresultaten.

Fig. 4.9 Hypothese en noodzaak tot vervolgonderzoek

38

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4 en Stellingstraat ZZ 5 (vastgesteld)

De bovengrond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie bevatten plaatselijk enkele gehalten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde resp. de streefwaarde. Deze licht verhoogd aangetoonde gehalten overschrijden de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor geen formele aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. Verkennend onderzoek asbest in grond NEN 5707+C2 Op basis van de visuele locatie-inspectie is op het geïnspecteerde maaiveld geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Bovengrond (0.0 max. 0.5 m-mv) Ter plaatse van de inspectiegaten G1 t/m G3 is in de uitgegraven bovengrond (bodemlaag tussen 0.0-max. 0.5 m-mv) in de fractie >20 mm zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Het totale gemiddeld indicatief gewogen gehalte asbest (fractie <20 mm + fractie >20 mm) in de bovengrond t.p.v. de inspectiegaten G1 t/m G3 bedraagt ter indicatie <2 mg/kg d.s en is daarmee nietverhoogd t.o.v. de bepalingsgrens. De bovengrond uit de inspectiegaten G1 t/m G3 is niet aantoonbaar verontreinigd met asbest.Ter plaatse van de inspectiegaten G4 t/m G7 is in de uitgegraven bovengrond (bodemlaag tussen 0.0-max. 0.5 m-mv) in de fractie >20 mm zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal waargenomen.Het totale gemiddeld indicatief gewogen gehalte asbest (fractie <20 mm + fractie >20 mm) in de bovengrond t.p.v.

de inspectiegaten G4 t/m G7 bedraagt ter indicatie 7.9 mg/kg d.s en is daarmee verhoogd t.o.v. de bepalingsgrens. De waarde voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s) en de interventiewaarde (100 mg/kg d.s) wordt niet overschreden. Ondergrond (0.5-2.0 m-mv)fractie >20 m m Op basis van de uitgevoerde inspectie van het opgeboorde materiaal uit de inspectiegat G2 zijn vanaf ca. 0.5 m-mv visueel geen bodemvreemde materialen waargenomen. Fractie <20 m m Van de ongeroerde ondergrond vanaf 0.5 m-mv zijn in deze fase van het onderzoek geen grondmonsters geanalyseerd op de fractie <20 mm. Omdat geen asbestverdacht materiaal (met fractie > 20 mm) in de ongeroerde ondergrond is aangetroffen is de verwachting dat er geen asbest met fractie < 20 mm in de ongeroerde ondergrond aanwezig is. Toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als verdacht voor asbest aangemerkt.Uit het onderzoek is gebleken dat de bovengrond t.p.v. inspectiegaten G4 t/m G7 asbest bevat in een gehalte onder de waarde voor nader onderzoek.Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de vooraf gestelde onderzoekshypothese “verdacht” aanvaard. Afwijkingen t.o.v. normen en protocollen Er hebben bij de uitvoering van veldwerkzaamheden geen andere afwijkingen plaatsgevonden t.o.v.

de geldende protocollen BRL SIKB 2001, 2002 en 2018.Er hebben bij de uitvoering van analysewerkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen AS3000 en/of overige geldende analysemethoden.

39

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4 en Stellingstraat ZZ 5 (vastgesteld)

4.5.4

Geluid

Regels ten aanzien van geluidhinder zijn vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). Het doel van de Wet geluidhinder is tweeledig. Enerzijds de bescherming van het milieu en anderzijds de bescherming van de volksgezondheid. Bepalend is steeds de situering van geluidsbronnen ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen. De Wgh gaat uit van zones langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Binnen dergelijke zones zijn nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen alleen toegestaan indien de geluidsbelasting op de buitengevel onder of hoogstens gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde. Ontheffing van de voorkeursgrenswaarde is toegestaan indien maatregelen om de geluidsbelasting op de buitengevels te beperken niet mogelijk zijn of onvoldoende helpen en indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. 4.5.4.1 Akoestisch onderzoek Door GeluidMeesters BV is een “Akoestisch onderzoek herontwikkeling hoek Schoorstraat / Stellingstraat Zuidzijde in Klazienaveen” uitgevoerd in het kader van dit bestemmingsplan. De rapportage “0009-R-23-H, d.d. 17 juli 2023’ is als bijlage bij dit bestemmingsplan bijgevoegd.

Fig. 4.10: Een weergave van de situatietekening van de drie woningen (bron: akoestisch rapport GeluidMeesters)

4.5.4.2 Wegverkeerslawaai De aangrenzende Schoorstraat en Stellingstraat Zuidzijde kennen een snelheidsregime van 30 km/uur waarvoor in de Wet geluidhinder geen grenswaarden zijn opgenomen. In jurisprudentie is bepaald dat voor dergelijke wegen bij een ruimtelijke procedure wel een akoestische afweging noodzakelijk is. Uit de resultaten blijkt dat alleen de geluidbelasting op het te herbestemmen pand aan de Stellingstraat Zuidzijde 5, met 50 dB L den , hoger is dan de voorkeurswaarde voor wegen met een wettelijke geluidzone. Wel wordt ruimschoots voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB L den. Omdat de Wet geluidhinder niet van toepassing is op wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur hoeft er geen hogere waarde te worden vastgesteld. Omdat hier sprake is van een verbouw situatie (artikel 3.5 Bouwbesluit) is voor de gevelgeluidwering het rechtens verkregen niveau van toepassing. Dat betekent in de

40

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4 en Stellingstraat ZZ 5 (vastgesteld)

praktijk dat de actuele kwaliteit van een gebouw er door de verbouwing er niet op achteruit mag gaan. 4.5.4.3 Industrielawaai De locatie is gelegen binnen de wettelijk geluidzone van het geluidgezoneerd industrieterrein “Norit”. Aangetoond dient te worden dat de geluidbelasting vanwege dit industrieterrein kan voldoen aan de wettelijke grenswaarden en dat daarbij het gezoneerd industrieterrein niet in de mogelijkheden wordt beperkt. Uit de resultaten blijkt dat uitsluitend op de te herbestemmen panden aan de Stellingstraat Zuidzijde 5 en Schoorstraat 2 de voorkeurswaarde van 50 dB(A) met ten hoogste 1 dB wordt overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 55 dB(A) wordt daarmee niet overschreden. Voor deze woningen dient een hogere waarde procedure te worden doorlopen bij de gemeente. De benodigde hogere waarde bedraagt 51 dB(A). Omdat hier sprake is van een verbouw situatie (artikel 3.5 Bouwbesluit) is voor de gevelgeluidwering het rechtens verkregen niveau van toepassing. Dat betekent in de praktijk dat de actuele kwaliteit van een gebouw er door de verbouwing er niet op achteruit mag gaan. In het Bouwbesluit zijn eisen gesteld aan de geluidwering aan de uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied. Bij de te herbestemmen woningen is sprake van een verbouw situatie (artikel 3.5). Bij verbouw is het rechtens verkregen niveau van toepassing.

Dat betekent in de praktijk dat de actuele kwaliteit van een gebouw er door de verbouwing er niet op achteruit mag gaan. 4.5.4.4 Cumulatie Indien een hogere-waarde procedure wordt gevolgd, dan moet het bevoegd gezag motiveren dat de gecumuleerde geluidbelasting aanvaardbaar is. De Wet geluidhinder noemt hierbij geen grenswaarden. Alleen voor de te herbestemmen panden aan de Stellingstraat Zuidzijde 5 en Schoorstraat 2 dient een hogere waarde te worden vastgesteld. De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt op deze panden respectievelijk 57 en 55 dB op de maatgevende voorgevels. Op de overige gevels is de geluidbelasting lager. Om iets te kunnen zeggen over de toelaatbaarheid kan gebruik worden gemaakt van bijvoorbeeld de 'methode Miedema'. Met een geluidbelasting van ten hoogste 57 dB is sprake van een ‘matig’ akoestisch woonklimaat. Dit is voor een stedelijke omgeving te beschouwen als een acceptabel woonklimaat. Het besluit hogere grenswaarde voor de bestaande woningen aan de Stellingstraat Zuidzijde 5 en Schoorstraat 2 is opgenomen in Bijlage 3. Voor de nieuw te realiseren woningen (b1 t/m b3) is geen hogere waarde nodig. Met een geluidbelasting tussen de 48 en 52 dB is sprake van een ‘goed tot redelijk’ akoestisch woonklimaat.

41

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4 en Stellingstraat ZZ 5 (vastgesteld)

4.5.5

Luchtkwaliteit

Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. De wet is enerzijds bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging. Anderzijds heeft de wet tot doel mogelijkheden te creëren voor ruimtelijke ontwikkeling. Volgens de nieuwe regeling vormt luchtkwaliteit in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van een ruimtelijk project als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. 4.5.5.1 Luchtkwaliteit plangebied Projecten die ‘niet in betekende mate’ (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In de AMvB-nibm zijn de criteria vastgelegd om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van nibm. Zo is een project waarbij in totaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg worden gebouwd nog aangemerkt als een Nibm-project.

Het bestemmingsplan voorziet in het bouwen en gebruiken van drie nieuwe woningen en het juridisch-planologisch wijzigen van twee bedrijfswoningen naar reguliere woningen. Het plan blijft daarmee ruimschoots onder de drempelnorm. Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is niet nodig. Omdat ook geen significante ontwikkelingen rondom het plangebied gepland zijn, zal de concentratie van de NOX en fijnstof niet veranderen. Hierdoor betekent de luchtkwaliteit geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan. 4.6

Waterparagraaf

In deze waterparagraaf wordt beschreven hoe het huidige waterhuishoudkundig systeem voor het plangebied van het bestemmingsplan ‘Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4, Stellingstraat ZZ 5’ is ingericht, welke fysieke omstandigheden voor het gebied gelden en of speciale functies voor het plangebied gelden. Naast een beschrijving van de waterhuishoudkundige consequenties van het plan en de stedelijke wateropgave heeft het wateradvies van het waterschap een duidelijke plaats gekregen. 4.6.1

Waterbeleid

De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nota Ruimte en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021. De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn waterveiligheid, klimaatbestendigheid omgeving en ruimte voor waterberging. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden.

42

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4 en Stellingstraat ZZ 5 (vastgesteld)

Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen. 4.6.1.1 Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. 4.6.1.2 Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater.

Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. 4.6.2

Wateraspecten plangebied

4.6.2.1 Grondgebruik Het plangebied wordt gekenmerkt door een braakliggend terrein aan de Schoorstraat 4. Op deze locatie is de voormalige bebouwing (kinderdagverblijf) gesloopt. Verspreid is bestaande erfverharding deels nog aanwezig. De percelen Schoorstraat 2 en Stelllingstraat ZZ 5 zijn bestaande (woon)percelen met bebouwing en erfinrichting. 4.6.2.2 Bodemopbouw en hoogteligging Het plangebied bestaat uit ca. 7500 m2. Het maaiveld varieert tussen +20,93 meter N.A.P. in het Noordoosten tot +17,31 meter N.A.P. in het zuidoosten van het plangebied. Binnen het plangebied is de bodemopbouw onbekend. 4.6.2.3 Grondwater Binnen het plangebied bevinden zich geen peilbuizen, waarmee het grondwater gemeten kan worden. Het gebied valt binnen een zogeheten peilvak, waarvan het zomerpeil op +15,20 meter N.A.P. ligt en het winterpeil op +15,20 meter N.A.P.

43

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4 en Stellingstraat ZZ 5 (vastgesteld)

4.6.3

Waterhuishouding plangebied

4.6.3.1 Riolering Naast het inzamelen en afvoeren van afvalwater heeft het rioolstelsel een belangrijke functie in de afwatering van de verharde oppervlakken in het plangebied. In een gemengd rioolstelsel worden afvalwater en regenwater 'gemengd' en vervolgens gezamenlijk afgevoerd naar de rioolwaterzuivering. Tijdens perioden met meer neerslag kan het voorkomen dat de rioolberging geheel gevuld raakt en zal rioolwater via de riooloverstorten naar het oppervlaktewater stromen. Een gescheiden rioolstelsel houdt afvalwater en regenwater gescheiden. Afvalwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuivering, regenwater wordt rechtstreeks op het oppervlaktewater geloosd. Binnen het plangebied wordt een doodlopende straat aangelegd vanuit de Schoorstraat. Aan deze straat grenzen de drie nieuwe woningen. Op het gebied van riolering is gekozen voor een gescheiden rioolstelsel. Dit houdt in dat het regenwater en vuilwater apart van elkaar ingezameld en afgevoerd wordt. Hierdoor komt per woonstraat twee rioolbuizen onder de straat te liggen. De diepteligging van deze buizen is ca. 1,40m minus maaiveld (gemeten vanuit de binnen onderkant rioolbuis). De rioolbuizen dienen aangesloten te worden op het gescheiden rioolstelsel in de Schoorstraat.

4.6.4

Waterbeheer, (grond) waterkwantiteit - en kwaliteit

Klazienaveen ligt centraal in de gemeente Emmen, ten zuidoosten van Emmen. Het dorp bestaat overwegend uit woongebieden en enkele bedrijventerreinen. De gebruiksfuncties van het gebied zijn wonen en werken. Het betreft veenkoloniale gebied op uitlopers van de Hondsrug. Water is belangrijk voor het welzijn van mens en dier. In bebouwd gebied vormt het tevens een belangrijk ordenend en esthetisch element. Om aan dit doel te voldoen is het belangrijk dat het water van goede kwaliteit is en voldoende zuurstof bevat. Voor Klazienaveen betekent dit dat bij nieuwe ontwikkelingen er in elk geval op moet worden gelet dat: alleen water wordt aangelegd op plaatsen waar dit op natuurlijke wijze kan; water verbonden is met de rest van het watersysteem; er voldoende oeverbegroeiing is; afstromend regenwater schoon is en blijft; lozingen vanuit de riolering worden voorkomen. Het plangebied wordt overwegend getypeerd als infiltratiegebied. Geadviseerd wordt om het bouwpeil minimaal 0,30 meter boven het te realiseren, aangrenzende straatpeil te maken zodat bij een hevige regenbui het regenwater niet de woningen instroomt. Omdat het toenemend verhard oppervlak (daken, straten) kleiner is dan 1500 m2 stelt het waterschap geen eisen omtrent het realiseren van een waterberging.

Ten aanzien van de voormalige bebouwing en verharding ten behoeve van de kinderdagverblijf is in het plangebied in de nieuwe situatie een afname van ca. 1050 m2 aan verharding. Het regenwater wat op daken valt (en dus in de dakgoten terechtkomt) wordt middels een buis ondergronds afgevoerd. In het plangebied zijn een groenstructuur aanwezig (tuinen en bermen) die voor natuurlijke infiltratie zorgen.

44

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4 en Stellingstraat ZZ 5 (vastgesteld)

4.6.5

Wateradvies waterschap

Op 18 juli 2023 is de digitale watertoets uitgevoerd. Het plangebied bevindt zich in het beheersgebied van het waterschap Vechtstromen. De aanmelding heeft ertoe geleid dat de korte procedure van toepassing is. Dit houdt in dat direct doorgegaan kan worden gaan met de planvorming onder de voorwaarde dat de standaard waterparagraaf zoals bovenstaand is opgenomen wordt toegepast.

45

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4 en Stellingstraat ZZ 5 (vastgesteld)

Hoofdstuk 5 5.1

Toelichting op de planregels en verbeelding

Algemeen

Het bestemmingsplan bestaat uit de plantoelichting, regels en verbeelding. De regels en de verbeelding vormen het juridisch bindende gedeelte van een bestemmingsplan. De verbeelding en de regels moeten altijd in samenhang worden gebruikt. De plantoelichting is bedoeld om de verbeelding en de regels te verduidelijken en om gemaakte keuzes te verantwoorden aan de hand van ruimtelijk beleid. Het bestemmingsplan ‘Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4, Stellingstraat ZZ 5’ dient rechtszeker, eenvoudig te begrijpen, goed toepasbaar en handhaafbaar te zijn voor de gebruiker. Met de indeling van het bestemmingsplan zoals de naamgeving van de bestemmingen, opbouw van de regels en de weergave van op de verbeelding wordt aangesloten op landelijk geldende standaarden, onder meer Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO2012) en de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). 5.2

Toelichting op de verbeelding

Voor de verbeelding wordt als ondergrond de basiskaart BGT gehanteerd. Deze ondergrond zal nooit een volledige weergave van de werkelijkheid zijn. De op de verbeelding aangegeven bebouwing moet dan ook als illustratief worden beschouwd. Alle gronden die binnen het plangebied vallen hebben een bestemming en/of aanduiding gekregen op de verbeelding. Deze bestemmingen en aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien in de regels hieraan een betekenis wordt gegeven. De begrenzingen van de bestemmingen volgen zoveel mogelijk geografische, topografische en/of kadastrale grenzen. Daar waar dat niet mogelijk bleek, is gekozen voor een meer praktische benadering. De schaal van de verbeelding kan met behulp van de computer door de gebruiker naar keuze worden ingesteld. 5.3

Toelichting op de regels

De regels zijn een juridische vertaling van het planologische en ruimtelijk beleid van de gemeente, de provincie en het rijk. De regels zijn een juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bebouwing, bepalingen over de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bebouwing. Bij het opstellen van de regels is geprobeerd om de regels zo beperkt mogelijk te houden door alleen te regelen wat nodig is. Gebruiksregels Per bestemming is aangegeven voor welk gebruik de gronden zijn bedoeld. Indien daar aanleiding voor bestaat, wordt via de specifieke gebruiksregels expliciet aangegeven waarvoor de gronden niet zijn bedoeld en of waarvoor en op welke wijze de gronden wel gebruikt kunnen worden. Bouwregels In een groot aantal bestemmingen zijn bouwregels opgenomen. Met deze bouwregels worden de bouwmogelijkheden gereguleerd. Uitgangspunt bij het bouwen van hoofdgebouwen is dat hoofdgebouwen altijd binnen een bouwvlak worden gebouwd en voorgevels van deze hoofdgebouwen in de gevellijn. Dit betekend dat indien er

46

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4 en Stellingstraat ZZ 5 (vastgesteld)

vervangende bebouwing wordt geprojecteerd, deze in de gevellijn moet worden teruggebouwd. Verder worden in de bouwregels onder anderen regels ten aanzien maximale bebouwing , bouwhoogtes, dakhelling opgenomen. Flexibiliteit Soms is het gewenst om af te wijken van de gestelde regels. Hiervoor zijn in het bestemmingsplan flexibiliteitbepalingen opgenomen om op specifieke situaties in te kunnen spelen. De uitvoering van de flexibiliteitregelingen ligt bij het college van burgemeester en wethouders. Het toepassen van deze regelingen is geen automatisme. Voordat wordt besloten dat van de geldende regels in het bestemmingsplan kan worden afgeweken zal eerst bekeken worden wat de consequenties zijn van de afwijking op de leefomgeving. In het bestemmingsplan diverse flexibiliteitregelingen opgenomen, deze zijn: Afwijken van de bouwregels; Afwijken van de gebruiksregels; Nadere eisen; Algemene afwijkingsregels; Wijzigingsbevoegdheden artikel 3.6 Wro; De afwijkingen van de bouw- of gebruiksregels maken afwijkingen van geringe aard mogelijk, waarbij de aan de grond toegekende bestemming gehandhaafd dient te blijven.

Door het inwerkingtreden van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) worden verschillende vergunningen en besluiten, zoals de milieuvergunning, de omgevingsvergunning, afwijkingen van het bestemmingsplan en de kapvergunning gebundeld in een integrale omgevingsvergunning. Toestemming van burgemeester en wethouders voor een afwijking van de bouw- of gebruiksregels kan zodoende worden verkregen door het aanvragen van een omgevingsvergunning. Met de nadere eisen kunnen ondergeschikte zaken aan gebouwen worden aangepast. Het gaat hierbij om zaken zoals het aanpassen van de vorm of de situering van een bouwwerk of de inrichting van een terrein. Met 'nadere eisen' kunnen geen ingrijpende veranderingen plaatsvinden in de bestemmingen. Bij toepassing van een afwijking en / of nadere eisen wordt het beoordelingskader gehanteerd zoals in de onderstaande tabel is weergegeven. Deze lijst geeft de afwegingscriteria aan die meegewogen moeten worden bij de afweging of een omgevingsvergunning wordt verleend en/ of het toepassen van de nadere eisen. Op deze wijze kunnen interpretatieproblemen worden vermeden en wordt aan gebruikers van de in het plangebied gelegen gronden zoveel mogelijk rechtszekerheid geboden. Het bestemmingsplan biedt mogelijkheden voor het afwijken van de nadere eisen, de uitvoering van deze flexibiliteitsbepalingen zal plaatsvinden via de omgevingsvergunning.

Bij toepassing van een ontheffing en/ of nadere eis mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de volgende criteria: 1. Woonsituatie:

47

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4 en Stellingstraat ZZ 5 (vastgesteld)

Ten aanzien van de woonsituatie dient rekening gehouden te worden met het in stand houden en/ of garanderen van een goede woonsituatie, hierbij dient gelet te worden op: i. de verkeersaantrekkende werking en de parkeerbehoefte; ii. overlast door lawaai, stank en/of trillingen; iii. de lichttoetreding/bezonning ten opzichte van (bebouwing op) aangrenzende gronden; iv. het uitzicht; v. de aanwezigheid van voldoende privacy. 2. Straat- en bebouwingsbeeld: In het belang van een verantwoorde, evenwichtige en samenhangende stedenbouwkundige en architectonische inpassing dient aandacht gegeven te worden aan: i. een goede verhouding tussen bouwmassa's en open ruimte, (landschappelijke inpassing); ii. de verhouding tussen de hoogte breedte van gebouwen; iii. gevelbeelden; iv. de samenhang van de bouwvorm met nabij gelegen bebouwing; v. de hoogtedifferentiatie; vi. de situering van gebouwen op het perceel; vii. de geleding van de gebouwen indien de oppervlakte meer dan 1000 meter² bedraagt. 3. Culthuurhistorie i. cultuurhistorische waarden en archeologische waarden; 4. Verkeersveiligheid Ter waarborging van verkeersveiligheid dient rekening gehouden te worden met: i. verkeersaantrekkende werking, toename van de verkeersintensiteit en de parkeerbehoefte; ii. overlast door lawaai, stank en/of trillingen; iii. benodigde uitzichthoeken van wegen; iv.

de aansluiting van in- en uitritten op de openbare weg; v. de gevolgen voor het zicht op de openbare weg en of fiets- en voetpaden; vi. de aanwezigheid van voldoende laad- en losruimte. 5. Sociale veiligheid Ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die onoverzichtelijk, onherkenbaar en niet-sociaal controleerbaar is dient rekening gehouden te worden: i. de mogelijkheden voor de verbetering van toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een sociaal onveilige plek; ii. de mate waarin de toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een openbare ruimte wordt ingeperkt. 6. Brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding Ten aanzien van de brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding dient rekening gehouden te worden met de volgende aspecten: i. aanwezigheid van kwetsbare objecten; ii. de aanwezigheid en routering van vluchtwegen; iii. de bereikbaarheid van de bouwwerken; de beschikbaarheid en bereikbaarheid van adequate blusmiddelen. 7. Milieusituatie:

48

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4 en Stellingstraat ZZ 5 (vastgesteld)

Ter waarborging en ter voorkoming van een milieukundig ongewenste situatie als gevolg van een ruimtelijke ingreep dient rekening gehouden te worden met: i. de mate van hinder voor de omliggende functies; ii. de gevolgen voor de externe veiligheid; iii. de gevolgen van de aanwezigheid van gevoelige functies voor de hinderlijke functies; iv. de gevolgen voor flora en fauna in relatie met de omgeving; v. de gevolgen voor de bodemkwaliteit; vi. de gevolgen voor de (grond)waterkwaliteit; vii. de situering van gebouwen ten opzichte van het water. 8. Gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen Ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken is het niet toegestaan op enig terrein zodanig te bouwen, dat daardoor op een aangrenzend terrein, waarvan de toestand op dat moment overeenkomt met het plan, een situatie zou ontstaan die niet meer overeenkomt met het plan of waardoor een reeds bestaande afwijking van het plan zou worden vergroot. Fig 5.1: Beoordelingscriteria afwijkingen en nadere eisen

De bevoegdheid ex. artikel 3.6 Wro om het bestemmingsplan te wijzigen ligt eveneens bij burgemeester en wethouders. De wijzigingsbevoegdheid maakt een wijziging van een bestemming in een andere bestemming mogelijk. Voor de wijzigingsbevoegdheid geldt dat deze niet kan worden uitgevoerd, voordat onderzoek is uitgevoerd. Dit biedt de mogelijkheid om nader onderzoek zoveel mogelijk op de concrete situatie af te stemmen. Opzet regels De planregels van dit bestemmingsplan zijn opgedeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1. Inleidende regels; Hoofdstuk 2. Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3. Algemene regels; Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotregels. De inhoud van de verschillende hoofdstukken wordt als volgt toegelicht: 5.3.1

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

In hoofdstuk 1 worden diverse begrippen welke in de planregels worden gehanteerd nader verklaard. Dit om mogelijke interpretatieproblemen te voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Artikel 1 Begrippen De begripsbepalingen in artikel 1 zijn noodzakelijk bij de interpretatie van de regels. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. De begrippen die hierin zijn opgenomen zijn terug te vinden in de bestemmingsbepalingen. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Met uitzondering van de eerste twee begrippen (plan en bestemmingsplan) zijn de begrippen alfabetisch gerangschikt. De begrippen zijn zoveel mogelijk gebaseerd op vaste jurisprudentie. In de loop der tijd hebben de meeste begrippen zich ontwikkeld tot een standaard, waarvan ook in dit bestemmingsplan gebruik is gemaakt.

49

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4 en Stellingstraat ZZ 5 (vastgesteld)

Artikel 2 Wijze van meten De bepalingen over de wijze van meten zijn in artikel 2 opgenomen. Dit artikel geeft aan hoe de hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. 5.3.2

Hoofdstuk 2 bestemmingsregels

In hoofdstuk 2 van de regels worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en wordt toegelicht op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Behalve bestemmingen en dubbelbestemmingen zijn binnen het bestemmingsplan aanduidingen te onderscheiden. Deze aanduidingen bevatten specificaties van bestemmingen en dubbelbestemmingen met betrekking tot gebruik of bouwen. 5.3.2.1 Groen Artikel 3 Groen De op de verbeelding voor "Groen" aangewezen gronden zijn bestemd voor openbare groenvoorziening, bos, (erf)toegangswegen, fietsstroken, voetpaden, voorziening ten behoeve van de waterhuishouding en nutsvoorzieningen. Voorzieningen ten behoeve van sport- en speelgelegenheden en andere bouwwerken mogen binnen deze bestemming opgericht worden. Binnen de bestemming groen is geen bouwmogelijkheid opgenomen. Het is niet mogelijk om parkeergelegenheden in het groen te realiseren. 5.3.2.2 Tuin Artikel 4 Tuin De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen worden gebouwd. De bestemming wordt vooral toegepast om voortuinen bij woningen te bestemmen inclusief in- en uitritten. Hiermee hangen ook enkele afwijkingsbepalingen samen die bepaalde bouwactiviteiten mogelijk kunnen maken bij aangrenzende (hoofd)gebouwen.

5.3.2.3 Verkeer Artikel 5 Verkeer - Verblijfsgebied De voor Verkeer - Verblijfsgebied aangewezen gronden zijn bestemd voor woonstraten en wegen ten behoeve van de ontsluiting van de aanliggende erven en percelen, toegangswegen en inritconstructies zie bestemmingsomschrijving in de regels. Binnen deze bestemming is het aanleggen van voet- en fietspaden, straten, erven en pleinen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, sport en speelgelegenheden, nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen eveneens mogelijk. Gebouwen mogen niet worden opgericht binnen deze bestemmingen, wel zijn andere bouwwerken ten dienste van de bestemming mogelijk.

50

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4 en Stellingstraat ZZ 5 (vastgesteld)

5.3.2.4 Wonen Binnen de bestemming Wonen wordt de mogelijkheid geboden voor de bouw van woningen en de realisatie van daarbij behorende voorzieningen. Dit laatste is tevens bedoeld om ondergeschikte, aan de woonfunctie grenzende voorzieningen (bijvoorbeeld groenvoorzieningen of toegangswegen), waarvan de feitelijke begrenzing niet exact blijkt samen te vallen met de bestemmingsgrens, onder de woonbestemming te brengen. In het bestemmingsplan mag het aantal woningen niet worden vermeerderd, tenzij dit met een aanduiding op de verbeelding anders word aangegeven. Artikel 6 Wonen - Vrijstaand Bij Wonen - Vrijstaand gaat het om regels die gelden voor reguliere grondgebonden vrijstaande woningen. Het hoofdgebouw dient uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd te worden. De bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan de bestaande bouwhoogte, tenzij anders op de verbeelding aangeduid. De gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken mag maximaal 75 m2 bedragen, onder voorwaarde dat niet meer dan 50% van het bouwperceel wordt bebouwd.

5.3.3

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Hoofdstuk 3 van de regels bevat bepalingen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen, zodat het uit praktische overwegingen de voorkeur verdient deze in afzonderlijke artikelen onder te brengen.

Artikel 7 : Anti-dubbeltelregel Met dit artikel wordt voorkomen dat meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt. Dit is bijvoorbeeld mogelijk als (onderdelen van) bouwpercelen van eigenaars in maatvoering verschillen en wisselen. Door verwerving van een extra (bouw)perceel of een gedeelte daarvan, kunnen de gronden niet meegenomen worden met de berekening van de bouwmogelijkheden van het nieuwe perceel als de nieuw verworven gronden reeds meegenomen zijn bij de berekening van een eerder bouwplan. Het is dus niet toegestaan gronden twee keer in te zetten om een omgevingsvergunning te verkrijgen. Artikel 8 : Algemene bouwregels In artikel 8 zijn regels opgenomen voor het bouwen van ondergeschikte bouwonderdelen. De genoemde onderdelen mogen de in de regels bepaalde maximale bouwhoogte overschrijden met de in artikel genoemde maten. Hiervoor is bewust gekozen omdat dit duidelijkheid en enige vrijheid aan ontwerpers biedt.

Artikel 9 : Algemene aanduidingsregels Aan de hiervoor genoemde basisbestemmingen is de aanduidingen: 'Geluidzone - industrie' toegevoegd. Deze aanduidingen werken naast de onderliggende enkelbestemmingen door op de gronden die zijn aangeduid. De aanduidingen zijn opgenomen ter bescherming van functies die niet direct zichtbaar zijn in het gebied, maar wel van invloed zijn op de inrichting van de omgeving. Met de aanduiding Geluidzone - industrie zijn de geluidzones weergegeven afkomstig van de

51

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4 en Stellingstraat ZZ 5 (vastgesteld)

bedrijven Norit en Rademakers Gieterij BV. De aanduiding is bedoeld om te voorkomen dat binnen de geluidszone van het terrein nieuwe geluidgevoelige bebouwing wordt gerealiseerd of dat bestaande geluidgevoelige bebouwing wordt uitgebreid en daardoor een te hoge geluidbelasting optreedt. Voor eventuele realisatie van nieuwe geluidgevoelige bebouwing en of uitbreidingen van bestaande geluidgevoelige bebouwing zal vooraf eerst bekeken moeten worden of realisatie of uitbreiding mogelijk is binnen de gestelde geluidswaarden dan wel of het mogelijk is om een hogere grenswaarde geluid vast te stellen. Indien om een of andere reden het industrieterrein niet meer zoneplichtig is, kan deze aanduiding van de plankaart worden verwijderd middels een hiertoe opgenomen wijzigingsbevoegdheid. Artikel 10 : Algemene gebruiksregels In dit artikel wordt aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval in strijd met dit bestemmingsplan zijn. Artikel 11 : Algemene afwijkingsregels Afwijkingsregels zijn regels waardoor aan de bestemmingsbepalingen de nodige extra flexibiliteit wordt meegegeven. Toestemming voor afwijking gebeurt door het verlenen van een omgevingsvergunning.

Het college van burgemeester en wethouders kan bijvoorbeeld een omgevingsvergunning verlenen voor het 10 % vergroten van de bouwmogelijkheden voor goot- en nokhoogte, het bouwen van bijgebouwen in de voorgevel van het hoofdgebouw, het bouwen van het hoofdgebouw maximaal 5 meter achter de gevellijn en het bouwen met een minder steile dakhelling. Daarnaast zijn ten aanzien van het gebruik afwijkingsmogelijkheden opgenomen voor de uitoefening van een aan huis gebonden kleinschalige beroeps- of bedrijfsactiviteiten voor alle woningen of het uitoefenen van bed en breakfast. De omgevingsvergunningen mogen alleen gebruikt worden indien niet op grond van een andere bepaling in deze regels omgevingsvergunning kan worden verleend. Dit betekent dat niet 2 keer omgevingsvergunning kan worden verleend van eenzelfde bepalingen of dat bepalingen die extra bouwmogelijkheden geven niet cumulatief gebruikt mogen worden. Artikel 12 : Algemene wijzigingsregels Het bestemmingsplan bevat in een aantal gevallen een mogelijkheid tot het wijzigen van het plan op basis van de wijzigingsbevoegdheid op grond van artikel 3.6 Wro. De procedure van de wijzigingsbevoegdheid is geregeld in de Wro.

Artikel 13 : Overige regels In dit artikel wordt de bestemmingsplannen 'Parapluplan Parkeernormen gemeente Emmen (vastgesteld op 26 april 2018), 'Parapluplan Standplaatsen (vastgesteld op 31-05-2018) en facetbestemmingsplan 'Emmen, Archeologie' (vastgesteld op 28-04-2022) van toepassing verklaard op dit bestemmingsplan. 5.3.4

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 van de regels zijn twee artikelen opgenomen, het overgangsrecht ten aanzien van gebruik en bebouwing en de slotregel waarin de citeertitel van het bestemmingsplan wordt aangehaald.

52

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4 en Stellingstraat ZZ 5 (vastgesteld)

Het laatste hoofdstuk 'Overgangs en slotregels' bevat in artikel 14 het overgangsrecht, zoals beschreven in het besluit Ruimtelijke Ordening. Artikel 15 is de slotregel. In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald. In dit geval kunnen de regels van het bestemmingsplan aangehaald worden als regels van het bestemmingsplan 'Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4, Stellingstraat ZZ 5’. 5.4

Handhaving

In dit bestemmingsplan heeft actueel beleid zijn doorwerking in de regels gekregen. Hierdoor is het juridisch kader van het bestemmingsplan voor zowel gemeente als publiek beter toepasbaar geworden. Van de gemeente mag verwacht worden dat opgetreden wordt als de regels van het bestemmingsplan niet worden nageleefd. Bestemmingsplannen zijn immers bindend voor overheid en publiek ter bescherming van een goede ruimtelijke kwaliteit en een veilige leefomgeving. Het college van de gemeente Emmen heeft het beleidsplan Vergunningverlening Toezicht en Handhaving (VTH) vastgesteld. Dit beleidsplan VTH beschrijft de visie en ambitie op het terrein van de gemeentelijke VTH-taken, waaronder ook valt het toepassen en naleven van de regels in het bestemmingsplan. Daarnaast geeft het beleidsplan VTH invulling aan de wettelijke plicht om vastgesteld VTH-beleid te hebben. Voor wat betreft handhaving kan de gemeente onmogelijk continu alles controleren. De gemeente vertrouwt erop dat inwoners en bedrijven de regels naleven en zij er alles aan doen om risico’s en nadelige effecten voor de maatschappij te voorkomen. Risico's bepalen de inzet van de beschikbare capaciteit. Op basis van kennis en ervaring is vastgesteld welke bedrijfscategorieën en activiteiten het grootste risico vormen voor fysieke veiligheid, leefbaarheid, volksgezondheid, milieu en imago.

Deze uitgangspunten zijn gebruikt bij het opstellen van dit bestemmingsplan en worden ook toegepast bij de naleving van de regels van het bestemmingsplan.

53

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4 en Stellingstraat ZZ 5 (vastgesteld)

Hoofdstuk 6

Maatschappelijke betrokkenheid

6.1

Overleg ex. Artikel 3.1.1 Bro en zienswijzen

6.1.1

Overleg

Het college heeft het bestemmingsplan 'Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4, Stellingstraat ZZ 5' vrijgegeven voor overleg artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het concept ontwerpbestemmingsplan is voor overleg verzonden naar verschillende overlegpartners, te weten Provincie Drenthe, waterschap Vechtstromen, Veiligheidsregio Drenthe en Vereniging van Belangenorganisaties Klazienaveen. De provincie Drenthe heeft in haar reactie aangegeven dat op basis van de Omgevingsvisie Drenthe (vastgesteld door Provinciale Staten op 3 oktober 2018) is gebleken dat geen provinciaal belang in het plan is opgenomen. De Veiligheidsregio Drenthe heeft in haar reactie aangegeven dat de VRD geen aanvullingen heeft op de toeliching van dit bestemmingsplan. De overige overlegpartners hebben geen reactie gegeven op het concept ontwerpbestemmingsplan.

6.1.2

Zienswijzen op het bestemmingsplan

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 28 december 2023 tot en met 7 februari 2024 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tegen het ontwerpbestemmingsplan 'Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4, Stellingstraat ZZ 5' zijn geen zienswijzen ingediend.

54

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4 en Stellingstraat ZZ 5 (vastgesteld)

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

Per 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente tot het verhalen van kosten bij grondexploitatie via een exploitatieplan, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan, is opgenomen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Uit dit artikel blijkt dat onder een bouwplan o.a. wordt verstaan de bouw van een woning of de uitbreiding van een gebouw van 1000 m2 of meer. Met initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten. Hiermee is het kostenverhaal van plankosten, aanlegkosten (o.a. voor groen, nuts en infrastructuur) en planschadeverhaal vastgelegd. De vaststelling van een exploitatieplan is zodoende niet nodig, aangezien kostenverhaal nu anderszins verzekerd is.

55

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=6955f392-f79e-4809-a117-33fa4a0a5cd2