CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bestemmingsplan Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw) - Toelichting

Commissie Wonen en Ruimte 8 januari 2024, gemeente EmmenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan ‘Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw)’19.545 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De kaart hierboven toont een aan te leggen weg met daaraan zestien te bouwen woningen. Het totale plangebied is eerder al verkennend en deels karterend onderzocht. Het 36

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw) (ontwerp)

waarderend onderzoek is uitgevoerd binnen het geel omlijnde deel, zie bijlage 4. Onderzoeksresultaten & Aanbevelingen De resultaten van de waarderende boringen bevestigen de eerdere bevindingen van de verkennende en karterende boringen. Aangezien het waarderend booronderzoek geen afwijkingen heeft opgeleverd van de voorgaande onderzoeken blijft het selectie-advies staan om op de delen van het plangebied waar de bodem goed bewaard gebleven is geen bodemingrepen uit te voeren zonder nader archeologisch onderzoek. Een waarderend onderzoek in de vorm van proefsleuven om te bepalen of inderdaad sprake is van een archeologische vindplaats en wat de aard, datering, begrenzing en gaafheid ervan zijn, is noodzakelijk. In onderstaande afbeelding zijn de vier te graven proefsleuven met een rode kader aangegeven.

Een dergelijk onderzoek dient te worden uitgevoerd door een daartoe gecertificeerd bureau volgens een vooraf door de gemeente goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). Tenslotte geldt voor al het graafwerk dat als archeologische waarden worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dat daarvan direct melding dient te worden gemaakt conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10. Om de mogelijk aanwezige archeologische vindplaats te waarborgen is voor dat gebied de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1 opgenomen, zodat graafwerkzaamheden niet zonder meer uitgevoerd mogen worden.

37

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw) (ontwerp)

4.2.3

Monumenten

Beschermde monumenten worden gekenmerkt door een samenhangend en gaaf geheel van architectonische stijlkenmerken. Een monument kan representatief zijn voor een bepaalde bouwstijl, maar kan ook een rijke bouwgeschiedenis hebben met verwijzingen naar verschillende bouwstijlen. Voor zover de bouwgeschiedenis niet duidelijk afleesbaar is, kan zij door bouwhistorisch onderzoek aan het licht komen. Monumenten worden in hoge mate gewaardeerd om hun architectuurhistorische kwaliteit, waardoor zij belangrijk bijdragen aan de kwaliteit en de identiteit van hun omgeving. Een bouwplan voor een monument wordt getoetst aan het monumentenbeleid. Richtinggevend is hiervoor de redengevende omschrijving van het monument. Naast de toetsing aan het monumentenbeleid dat gericht is op het behouden van de historische kenmerken van het monument wordt het bouwplan voor wat betreft de welstandsaspecten getoetst aan de onderstaande criteria: toevoegingen aan, op of bij monumenten worden op herkenbare wijze vormgegeven. Hierbij vormen de historische stijlkenmerken van het monument de inspiratiebron; er is aandacht voor zorgvuldige detaillering en materiaalkeuze. Het plangebied kent geen monumenten. 4.2.4

Conclusie

Het plangebied kent geen monumenten of archeologische monumenten. Op grond van de onderzoeksresultaten met betrekking tot de uitgevoerde archeologische bodemonderzoeken is een waarderend onderzoek in de vorm van proefsleuven voorgeschreven alvorens er graafwerkzaamheden uitgevoerd gaan worden. Hiertoe dient een Programma van Eisen opgesteld te worden. In het voorliggende bestemmingsplan is voor het te onderzoeken deel van het plangebied de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1 opgenomen. Hiermee is het benodigde waarderend onderzoek geborgd in de regels van het bestemmingsplan. Voor het overige deel van het plangebied is de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4 niet meer opgenomen. 4.3

Ecologie

De Wet natuurbescherming (Wnb) is in werking getreden op 1 januari 2017. Deze wet vervangt de volgende drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (houtopstanden). De provincie is bij de Wnb het bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en handelingen bij Natura 2000-gebieden en dier- en plantensoorten. Het Rijk blijft bevoegd gezag bij ruimtelijke ingrepen met grote nationale belangen. Voor gemeenten geldt dat zij het bevoegd gezag zijn voor omgevingsvergunningen. Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) -voorheen Ecologische Hoofdstructuur- is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'.

Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de

38

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw) (ontwerp)

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor de provincie Drenthe uitgewerkt in de Provinciale Omgevingsvisie en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening. Soortenbescherming Het uitgangspunt van de Wnb is dat er geen (opzettelijke) schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. De soortenbescherming binnen de Wnb is daarbij opgedeeld in drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Bij beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen dier- en plantensoorten.

Er dient een ontheffing op grond van artikel 3.3, 3.8 en/of 3.10 Wnb te worden aangevraagd voor een (bouw)werkzaamheid of activiteit indien het volgende van toepassing is: uit gegevens of onderzoek blijkt dat er sprake is van verstoring of doden van (een) beschermde soort(en); het bouwwerk en/of de activiteit veroorzaakt beschadiging of vernieling van voortplantingof rustplaatsen van dieren, dan wel ontworteling of vernieling van plantensoorten; er kan geen gebruik gemaakt worden van een vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming; er kan niet gewerkt worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Houtopstanden In de Wnb is de bescherming van houtopstanden buiten de, door de gemeenteraad vastgestelde, bebouwde kom geregeld. Doel is de instandhouding van het bosareaal. In de Provinciale Omgevingsverordening van de provincie Drenthe is geregeld hoe een kapmelding moet worden ingediend, waaraan herbeplanting moet voldoen en wanneer ontheffing van de herbeplantingsplicht kan worden verleend. Voor houtopstanden binnen de bebouwde kom geldt de Bomenverordening gemeente Emmen 2011. In het bijbehorende bomenregister zijn de monumentale en waardevolle bomen en waardevolle houtopstanden vastgelegd. Zonder ontheffing is het verboden deze te kappen. Quickscan Er is het voornemen voor de realisatie van woonbebouwing aan het Kruiwerk te Klazienaveen.

Deze activiteit zou kunnen samen gaan met effecten op beschermde plantenen diersoorten. Op grond hiervan is een verkennend veldonderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde soorten, bijlage 5. In verband met de aanwezigheid van deze algemene broedvogels is het noodzakelijk om werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren en/of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken). Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Het voorkomen van broedvogels met vaste rust- en verblijfplaatsen wordt uitgesloten. Er zijn daarnaast mogelijk algemene nationaal beschermde zoogdieren en amfibieën aanwezig. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling in Provincie Drenthe. Verder kan de aanwezigheid van vleermuizen (verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied) niet worden uitgesloten, effecten op vleermuizen kunnen dan ook niet worden uitgesloten. Op grond hiervan is een gerichte veldinventarisatie van belang naar de verblijfplaatsen om eventuele effecten en maatregelen op een adequate manier in te kunnen schatten. Pas na afronding van deze inventarisatie kan worden bepaald of verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden en of ontheffing van de Wet natuurbescherming is vereist.

39

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw) (ontwerp)

Veldinventarisatie Eind 2022 is gestart met een veldinventarisatie naar het voorkomen en de eventuele verspreiding en het terreingebruik van vleermuizen ter plaatste van en direct rond het plangebied aan het Kruiwerk te Klazienaveen. De inventarisatie is in juni 2023 afgerond. Het rapport is als bijlage 6 bijgevoegd. Uit de resultaten van het onderzoek komt naar voren dat in en direct rond het plangebied gewone dwergvleermuizen foerageren en vliegen. Er zijn geen verblijfplaatsen vastgesteld en hiertoe zijn ook geen aanwijzingen gevonden. Dit is ook niet aannemelijk omdat gewone dwergvleermuis uitsluitend gebouwbewonend is en er in en direct rond het plangebied geen gebouwen zijn gelegen. In het plangebied van Kruiwerk te Klazienaveen ontbreekt het ook aan bomen waarin vleermuizen kunnen verblijven. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen de aangetroffen vleermuizen er blijven foerageren en vliegen. In de omgeving zijn ook voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig. De gewone dwergvleermuis is ook beperkt verstoringsgevoelig. Op grond van bovenstaande analyse worden effecten op vleermuizen uitgesloten; de plannen zijn niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming.

4.3.1

Natuurwaarden in het plangebied

Het plangebied ligt nabij het Natura 2000-gebied Bargerveen. In het kader van de quick scan is hier nader naar gekeken, zo ook is een Aeriusberekening uitgevoerd. Wanneer blijkt dat het plan meer dan 0,00 mol/ha/jaar bijdraagt aan de stikstofdepositie op overbelaste stikstofgevoelige natuur in Natura-2000 gebieden, is er sprake van een in potentie significant effect en kan het plan niet zondermeer worden vastgesteld. Onderstaande figuur toont de ligging van het plangebied en de Natura 2000-gebieden in de directe omgeving. De meest nabije stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten zijn gelegen op 2,3 km van het plangebied in Natura 2000-gebied Bargerveen.

40

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw) (ontwerp)

Planlocatie en omliggende Natura 2000-gebieden (groen/paars) en stikstofgevoelige habitats en leefgebieden (paars)

De bijdrage aan de stikstofdepositie van woningbouwplan Kruiwerk te Klazienaveen is berekend met de vigerende versie van het rekeninstrument AERIUS Calculator (versie 2022). AERIUS Calculator berekent voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen stikstofdepositiebijdragen op omliggende Natura 2000-gebieden boven de drempelwaarde van 0,00 mol/ha/jaar. Daarmee zijn er voor de gebruiksfase geen negatieve effecten te verwachten op stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden ten gevolge van het plan, en is er voor het aspect stikstofdepositie geen sprake van vergunningplicht voor het plan in het kader van de Wet natuurbescherming. Opgemerkt dient te worden dat is gerekend met 7% AdBlue voor mobiele werktuigen vanwege de lagere NOx emissies. Het is daarom van belang het gebruik van 7% AdBlue als voorwaarde op te nemen bij de aanbesteding. De berekening is als bijlage 7 bijgevoegd. 4.3.2

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat de aanlegfase alleen bij gebruik van moderne STAGE IV klasse werktuigen (bouwjaar 2014 of later) niet leidt tot een verslechtering van de natuurlijke habitats en leefgebieden van soorten binnen nabijgelegen Natura 2000-gebieden (bijdrage 0,00 mol/ha/jaar). Het gebruik van STAGE IV klasse werktuigen zal daarmee een eis moeten zijn voor de aannemer die het werk gaat uitvoeren. Algmene Zorgplicht De zorgplicht blijft onverkort van kracht. Deze zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. De zorgplicht is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Voor- en gedurende de uitvoering dient hiermee rekening gehouden te worden. Concreet betekent dit dat bij (ruimtelijke) ingrepen gezorgd moet worden dat dieren niet

41

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw) (ontwerp)

verstoord of gedood worden en dat planten niet zomaar verplant worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld broedende vogels, de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. Daarbij geldt voor alle bouwactiviteiten dat er voorzorgsmaatregelen genomen dienen te worden, waardoor: de aanvang van de werkzaamheden buiten het broedseizoen (globaal van half maart tot begin augustus) dient plaats te vinden; een week voor de werkzaamheden beginnen, het plangebied kort gemaaid dient te worden, zodat het plangebied ongeschikt wordt voor kleine zoogdieren en ze de kans krijgen om te vluchten; (wortel)schade aan de (oude) bomen wordt voorkomen en geen graafwerkzaamheden binnen de kroonprojectie van deze oude bomen kan plaatsvinden. 4.4

Fysieke veiligheid

Rijksoverheid stelt risiconormen op het gebied van veiligheid aan inrichtingen, ter bescherming van de omgeving. Naast de wet- en regelgeving mogen gemeenten invulling geven aan een eigen veiligheidsvisie. In de Beleidsnota externe veiligheid gemeente Emmen (april 2013) geeft de gemeente Emmen invulling aan deze beleidsruimte. In de gemeentelijke beleidsnota Externe Veiligheid zijn de ruimtelijke uitgangspunten van de structuurvisie verder uitgewerkt. In de Beleidsnota externe veiligheid heeft de gemeente Emmen gekozen voor een gebiedsgerichte benadering voor de vestiging van risicovolle activiteiten. Tevens is in het beleid een afwegingskader bij concrete ruimtelijke beslissingen en voor de inzet van bestuurlijke uitvoeringsinstrumenten om de kwetsbaarheid van een object of activiteit die niet rechtstreeks onder de begripsbepaling van het Bevi valt bepaald te beoordelen. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is rekening gehouden met deze nota externe veiligheid. Vanuit de Veiligheidsregio Drenthe en RUD Drenthe is richting gegeven aan het beoogde veiligheidsniveau van de gebouwen in en rondom het plangebied van het bestemmingsplan Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw). Hierbij is getoetst aan bestaande regelgeving en normen voor (externe) veiligheid, bereikbaarheid, bluswatervoorziening, repressieve dekking en alarmsystemen welke onderdeel zijn van de veiligheidsketen. 4.4.1

Fysieke veiligheidssituatie

In het kader van regelgeving in relatie tot Externe Veiligheid gelden voor dit bestemmingsplan geen belemmeringen. 4.4.1.1 Risicobronnen binnen het plangebied Binnen het plangebied zijn geen risicobronnen aanwezig en buiten het plangebied liggen eventuele risicobronnen op zodanige afstand dat externe veiligheid geen beperkingen oplevert voor het plan.

42

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw) (ontwerp)

4.4.1.2

Risicobronnen buiten het plangebied

4.4.2

Plaatsgebonden risico

4.4.2.1

Inrichtingen

Het bedrijf Cabot Norit heeft een risicoafstand (RP 10-6) van 25 m. Het bedrijf ligt op een afstand van circa 1,1 km van het plangebied. Het bedrijf Rademakers gieterij heeft een milieuzone die niet buiten zijn bedrijfsperceel reikt. Het bedrijf ligt op een afstand van circa 1,5 km van het plangebied. 4.4.2.2

LPG- tankstations

Het LPG-tankstation heeft een risico-afstand (PR 10-6) van 40 m (vulpunt), 25 m (reservoir) en 15 m (afleveringsinstallatie) en een invloedsgebied van 150 m. De afstand tot het plangebied is circa 1,8 km.

4.4.2.3

Route gevaarlijke stoffen

De snelweg A37 heeft een PR-plafond van 0 m een GR-plafond van 48 m en geen plasbrandaandachtsgebied. De snelweg ligt op minimaal 1,9 km afstand van het plangebied. 4.4.2.4

Buisleidingen

De bovengenoemde buisleiding (66,2 bar) ligt op meer dan 3 km afstand van het plangebied en zal daarmee geen onevenredig risico opleveren bij realisatie van dit planvoornemen. 4.4.3

Groepsrisico

De RUD concludeert dat binnen het plangebied geen risicobronnen aanwezig zijn en buiten het plangebied eventuele risicobronnen op zodanige afstand liggen dat externe veiligheid geen beperkingen oplevert voor het plan. Omdat externe veiligheid voor dit plan niet relevant is, hoeft het groepsrisico niet worden verantwoord en ook de aanvaarding ervan is dan niet aan de orde. Externe veiligheid levert voor dit bestemmingsplan geen belemmeringen op. 4.4.4

Inrichting en Ontwikkeling

Bluswatervoorzieningen Vooropgesteld dat er geen rietgedekte woningen worden toegepast, zijn er geen aanvullende bluswatervoorzieningen noodzakelijk.

43

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw) (ontwerp)

Waarschuwings- en alarmeringssysteem De locatie / plangebied valt binnen de dekking van het Waarschuwingsalarmeringsstelsel. Bereikbaarheid Het plangebied is van meerdere kanten bereikbaar en voldoet hiermee aan de bereikbaarheidseisen. Brandveiligheidsmaatregelen Bij het realiseren van de woningen is het advies om bepaalde brandveiligheidsmaatregelen in acht te nemen. Denk hierbij aan de BIObiz factoren: - bouwkundige voorzieningen, bijv. conform bouwregelgeving - installatietechnische voorzieningen, bijv. woningrookmelders – woningsprinklers - organisatorische voorzieningen, bijv. vluchtplan voor de bewoners - brandweeropkomsttijd, vrij houden van wegen / zo min mogelijk verkeersbelemmerende maatregelen - inventaris, toepassen van moeilijk brandbaar materiaal - zelfredzaamheid van de aanwezigen bevorderen en toepassen veilige vluchtroutes 4.5

Milieu

4.5.1

Vormvrije m.e.r.

Uit de Aanmeldnotitie blijkt dat er geen sprake is van een m.e.r.-onderzoeksverplichting. Hieromtrent heeft het College van Burgemeester en Wethouders een afzonderlijk besluit genomen. De aanmeldnotitie en collegebesluit zijn als bijlage 8 en 9 opgenomen. 4.5.2

Bedrijven en milieuzonering

Vanuit milieuhygiënisch oogpunt vergt de bedrijvigheid in het plangebied een goede afstemming met de andere, in de omgeving aanwezige functies. Ten behoeve van dit bestemmingsplan is in het plangebied een inventarisatie geweest van de aanwezige bedrijven en nagedacht over de bedrijfsactiviteiten die toelaatbaar zijn in/nabij het plangebied. Voor het bepalen welke categorieën bedrijfsactiviteiten toelaatbaar zijn is in het kader van dit bestemmingsplan gebruik gemaakt van de VNG-uitgave "Bedrijven en milieuzonering". Op dit moment bestaat er geen bedrijvigheid in - dan wel op korte afstand van het plangebied waarvoor bepaalde minimale richtafstanden gelden. De bedrijfsactiviteiten waar sprake van zou kunnen zijn, betreffen de aan huis gebonden beroepen en bedrijven. Vanuit milieuoogpunt kunnen deze activiteiten in/nabij het plangebied gehandhaafd blijven. 4.5.2.1 Bedrijventerrein In/nabij het plangebied zijn geen bedrijventerreinen gelegen. De dichtstbij gelegen bedrijvigheid ligt op meer dan 1 km afstand van het plangebied. De overige nabijgelegen bedrijvigheid is gelegen op ruim een kilometer. Voor een rustige woonwijk geldt een afstand van 100 m of meer. Voldaan kan worden aan de nodige afstanden.

4.5.2.2 Verspreid liggende bedrijven (niet agrarisch) Er zijn voorts geen verspreid liggende bedrijven op minder dan 100 m afstand gesitueerd, waarvoor een milieuzone van meer dan 100 m geldt.

44

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw) (ontwerp)

4.5.2.3 Agrarische bedrijven Het plangebied is gelegen in een rustige woonwijk, grenzend aan gemengd gebied. Aan alle richtafstanden van omliggende bedrijven wordt voldaan. Hierdoor worden enerzijds de woningen niet belemmerd door de bedrijven, en belemmeren anderzijds de woningen de bedrijven niet in hun bedrijfsvoering. 4.5.3

Bodem

Het college van burgemeester en wethouders heeft op 5 maart 2013 de Beleidsregel Bodemkwaliteit vastgesteld. Om de kwaliteit te waarborgen, moet grondverzet worden gemeld.bij het landelijke meldpunt:. Om het verplaatsen van grond te vereenvoudigen, heeft de gemeente Emmen een aantal kaarten ontwikkeld. Deze bodemkwaliteitskaarten zijn als bijlage in de Nota Bodembeheer opgenomen. Aan de hand van deze kaarten is het mogelijk om zonder voorgaand onderzoek grond te ontgraven en toe te passen. Partijen grond en baggerspecie die niet voldoen aan de bodemkwaliteitskaart en de Nota Bodembeheer van de gemeente Emmen mogen alleen worden toegepast als er sprake is van een nuttige toepassing. Is het werk niet 'nuttig', dan is er sprake van het zich ontdoen van afvalstoffen. Tijdelijke opslag en grootschalige toepassingen van grond en bagger zijn vormen van 'nuttig' gebruik. Tijdelijke uitname zijn werkzaamheden waarbij de grond na korte tijd weer teruggebracht wordt. Een voorbeeld is het graven van een sleuf voor kabels en leidingen. In dat geval hoeft de kwaliteit van de te ontgraven bodem niet onderzocht te worden, tenzij er sprake is van (een verdenking van) bodemverontreiniging. 4.5.3.1 Bodemonderzoek Door middel van een verkennende bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van het plangebied in voldoende mate vastgelegd.

De licht verhoogde gehalten in de grond en licht tot matig verhoogde concentraties in het grondwater vormen geen aanleiding tot de uitvoering van een nader bodemonderzoek. Op basis van dit onderzoek zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen nieuwbouw van de woning. De matig verhoogde gehalten van koper in het grondwater komen van nature voor in het gebied. Tevens is er op de locatie geen bron bekend waar mogelijk deze verontreiniging is ontstaan. De uitgevoerde bodemonderzoeken zijn als bijlagen 10 en 11 bijgevoegd. 4.5.4

Geluid

Regels ten aanzien van geluidhinder zijn vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). Het doel van de Wet geluidhinder is tweeledig. Enerzijds de bescherming van het milieu en anderzijds de bescherming van de volksgezondheid. Bepalend is steeds de situering van geluidsbronnen ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen. De Wgh gaat uit van zones langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Binnen dergelijke zones zijn nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen alleen toegestaan indien de geluidsbelasting op de buitengevel onder of hoogstens gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde. Ontheffing van de voorkeursgrenswaarde is toegestaan indien maatregelen om de geluidsbelasting op de buitengevels te beperken niet mogelijk zijn of onvoldoende helpen en indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. 4.5.4.1 Wegverkeerslawaai De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen de van rechtswege aanwezige zone van een weg. Conform de Wet geluidhinder heeft elke weg een zone. Conform art. 74 lid 2 Wgh zijn de onderstaande wegen hiervan uitgezonderd: Wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied; Wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt.

45

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw) (ontwerp)

De breedte van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied. De wegen in het plangebied Emmen, Centrum- Oost zijn gelegen in stedelijk gebied. Hiervoor gelden de volgende zonebreedtes (conform art. 74 lid 1 Wgh) a. in stedelijk gebied: 1. voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken : 350 meter; 2. voor een weg, bestaande uit één of twee rijstroken : 200 meter. De afstanden zoals weergegeven worden aan weerszijden van de weg gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook. Het plangebied is gelegen binnen de zones van de wegen Dordsedijk en Kruiwerk. Voor beide wegen geldt een maximum snelheid van 50 km per uur. Daarom dient de geluidsbelasting wegverkeerslawaai te worden getoetst aan de grenswaarden van de Wet geluidhinder. Indien de geluidsbelasting meer bedraagt dan 48 dB dient een aanvullend onderzoek te worden ingesteld naar mogelijke bron- en/of overdrachtsmaatregelen. Indien bron- en/of overdrachtsmaatregelen als niet doelmatig worden aangemerkt moeten een hogere waarde worden vastgesteld. Ingenieursbureau Spreen heeft hiertoe een geluidsonderzoek uitgevoerd. Deze is als bijlage 12 bijgevoegd. Het doel van dit onderzoek is de geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai inzichtelijk te maken en te toetsen aan de grenswaarden volgens de Wet geluidhinder.

De geluidsbelasting ten gevolge van het Kruiwerk bedraagt op het maatgevende punt Lden = 42 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh). De geluidsbelasting ten gevolge van het Dordsedijk bedraagt op het maatgevende punt Lden = 39 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh). De geluidsbelasting wegverkeerslawaai op de nieuw te bouwen woningen voldoet daarmee ruimschoots aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh). Geconcludeerd kan worden dat er geen hogere grenswaarde vastgesteld hoeft te worden. Vanuit het aspect wegverkeerslawaai ontmoet de realisatie van het plan geen bezwaren. 4.5.4.2 Gevolgen voor bestemmingsplan Wegeverkeerslawaai geeft geen gevolgen bestemmingsplan. 4.5.5

voor

de

uitvoerbaarehid

van

het

Lucht

De Wet luchtkwaliteit is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging. Anderzijds heeft de wet tot doel mogelijkheden te creëren voor ruimtelijke ontwikkeling. Volgens de nieuwe regeling vormt luchtkwaliteit in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van een ruimtelijk project als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIMB) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. 4.5.5.1 Algemeen beeld luchtkwaliteit plangebied Omdat er geen significante ontwikkelingen in het plangebied of rondom het plangebied gepland zijn, zal de concentratie van de NOX en fijnstof niet veranderen. Hierdoor betekent de luchtkwaliteit geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.

46

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw) (ontwerp)

4.6

Waterparagraaf

Belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets. Sinds 2003 is het verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). In deze waterparagraaf wordt beschreven hoe het huidige waterhuishoudkundig systeem voor het plangebied van het bestemmingsplan is ingericht, welke fysieke omstandigheden voor het gebied gelden en of er rekening moet worden gehouden met speciale functies. 4.6.1

Waterbeleid

De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld. Deze kwaliteitsdoelen zijn vastgelegd en uitgewerkt in beleid op nationaal niveau, zoals het Nationaal Waterplan. Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021. De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn waterveiligheid, klimaatbestendigheid omgeving en ruimte voor waterberging. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen. 4.6.1.1 Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd.

Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. 4.6.1.2 Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen.

47

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw) (ontwerp)

Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. 4.6.1.3 Waterberging Het moet voorkomen worden dat er tijdens perioden van neerslag overlast, schade of gevaar ontstaat. Bij nieuwe ontwikkelingen zal dan ook goed moeten worden nagedacht over hoe er moet worden omgegaan met afvoer en berging van regenwater. Afgewogen moet worden of het mogelijk is het regenwater in het eigen gebied vast te houden of te bergen, of dat het juist beter is het water af te voeren naar een andere locatie. Afhankelijk van de locatie binnen het plangebied of functie van het gebied kan de keuze anders uitvallen. Verder is het van belang om bij de afweging te laten meewegen of het gaat om maatregelen die nodig zijn om water dat vrijkomt tijdens een kortdurende hevige hoosbui te verwerken, of dat het gaat om maatregelen om water dat vrijkomt tijdens een langdurige natte periode te verwerken. 4.6.2

Wateraspecten plangebied

4.6.2.1 Grondgebruik Het plangebied wordt gekenmerkt door veel groen (zie afbeelding). In de huidige situatie bevindt zich aan de Zuidelijke kant van het gebied een bosstructuur met wandelpaden. Aan de Noordzijde is een gemeenschappelijke moestuin, welke grotendeels afgeschermd wordt door bosschage en bomen. De grond waar het bouwplan op gerealiseerd wordt, wordt op dit moment gebruikt als speelveld (lees: trapveld). Rondom dit trapveld staan diverse kleine bomen. Aan de Noordoostelijk kant (boven Plecht 18) bevindt zich nu een speeltuin met diverse speeltoestellen in een zandbak van ca. 15 bij 15 meter. Al met al is het plangebied 21.000 m 2 .

Plattegrond van Kruiwerk en Plecht in Klazienaveen

48

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw) (ontwerp)

4.6.2.2 Hoogteligging en Bodemopbouw Het maaiveld binnen het plangebied loopt af vanuit de Noordwestelijke kant naar de Zuidoostelijke kant. Aan de Noordwestkant (waar het bosje is gesitueerd) is het maaiveld gemiddeld 21,75 meter boven N.A.P. en in de Zuidoostelijke kant is het maaiveld gemiddeld 20,10 meter boven N.A.P. In de Noordoostelijk hoek (waar het bouwplan aansluit op de bestaande weg Kruiwerk) ligt het maaiveld op ca. 19,85 meter boven N.A.P. Naar aanleiding van landmeetkundige werkzaamheden valt te stellen dat het gemiddelde maaiveldniveau op 20,45 meter N.A.P. ligt.

Hoogteligging binnen plangebied

Binnen het plangebied is de bodemopbouw nog onbekend op één boorprofiel vanuit het Dinoloket. In onderstaande afbeelding is dit profiel te zien. Hierin is af te lezen dat vanaf 0,35 tot en met 1,30 meter beneden maaiveld een veenlaag zit. Nader te verrichten bodemonderzoeken moeten uitwijzen of deze veenlaag zich overal bevindt of slechts op enkele laatsen lokaal.

Boorprofiel binnen plangebied

Vanwege de (vermoedelijke) slechte waterdoorlatendheid van de bodem is binnen het plangebied gekozen voor een dichte regenwater rioolbuis in tegenstelling tot een

49

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw) (ontwerp)

infiltratieriool. 4.6.2.3 Grondwater Binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied bevind zich geen peilbuis, welke een actuele grondwaterstand aangeeft. De enige gegevens, welke in de buurt komen, om een indicatie te geven wat de grondwaterstand in het gebied is, zijn veldmetingen uit 2018. Gedurende deze veldmeting zijn grondwaterstanden gemeten tussen de 3,52 en 3,00 meter beneden maaiveld. 4.6.2.4 Oppervlaktewater Binnen het plangebied wordt voor oppervlaktewater de volgende peilen gehanteerd: 1. Zomerpeil: +15,80 meter N.A.P. 2. Winterpeil: +15,80 meter N.A.P. Bovenstaande peilen zijn afgeleid uit de peilenkaart van het Waterschap Vechtstromen. 4.6.3

Waterhuishouding binnen plangebied

4.6.3.1 Indeling plangebied In het onderstaande tabel is een globaal overzicht weergegeven van het plangebied zoals het in de huidige situatie is ingedeeld en hoe het in de toekomstige situatie wordt ingedeeld. Dit betreft een schatting en dus kunnen de hieronder benoemde hoeveelheden afwijken. Omdat dit terrein in de huidige situatie niet bebouwd is, is het toenemend verhard oppervlak makkelijk te herleiden.

50

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw) (ontwerp)

4.6.3.2 Huidige en benodigde berging Het plangebied kent in de huidige situatie geen tot weinig bergingscapaciteit doordat er vrijwel geen laagtes, sloten of dergelijke aanwezig zijn. Er bevindt zich één zaksloot aan de achtertuinen van Plecht nummers 18, 20 en 22. Deze sloot staat voornamelijk droog. Vanuit het waterschap wordt een hemelwaterbergingscapaciteit op het perceel van 91 mm per vierkante meter verhard oppervlak geadviseerd aan gemeentes. Als dit advies wordt aangehouden komt dit neer op een totale hoeveelheid regenwater tijdens de T100 +10% bui van 415 m 3 (4550 m 2 * 0,091 m 1 ) dat verwerkt moet worden. De gemeente Emmen hanteert de beleidsregel dat een initiatiefnemer moet compenseren voor de toename van het verhard oppervlak. Op basis van de toename van het verhard oppervlak is een compensatie van 415 m 3 benodigd. Hiervan mag worden afgeweken als het niet haalbaar is om op het eigen perceel het regenwater te laten infiltreren. De berging binnen het plangebied wordt voornamelijk gerealiseerd door het aanleggen van een sloot. Aan de onderzijde van het bouwplan wordt een sloot gerealiseerd welke ruwweg de volgende dimensies zal krijgen: 390 m 2 (gemiddeld oppervlak gerekend van slootbodem en insteek talud) * 1,5 meter diepte = 585 m 3 . Hiermee kan de sloot voldoende water bergen om het toenemend verhard oppervlak te compenseren.

4.6.3.3 Droogweerafvoer-productie Binnen het plangebied worden 16 woningen gebouwd. Middels kengetallen en onderstaande berekeningen valt te bepalen hoeveel vuilwater dit gebied in één etmaal produceert. 16 woningen * 2,2 personen per woning =

36 personen (naar boven afgerond).

36 personen * 12 Liter/uur * 10 uur =

4320 liter per dag

4320 liter per dag = 4,32 m 3 /dag =

0,18 m 3 /uur

4.6.3.4 Realisatieshoogtes plangebied Voor het bestemmingsplan Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw) is een minimale drooglegging van 1,4 meter vastgesteld. Het zomer streefpeil van het waterschap binnen het plangebied is 15,80 m boven N.A.P. Dit resulteert in een minimaal bouwpeil van 17,20 m NAP of hoger. Uit de voorhanden zijnde gegevens komt naar voren dat het gemiddelde maaiveldniveau op dit moment rond de 20,45 m boven N.A.P. ligt. Het streven is om het straatpeil lager te leggen dan het bouwpeil. In veel gevallen wordt aangehouden dat het bouwpeil 0,30 meter hoger moet zijn dan het straatpeil. Er van uitgaande dat het bouwpeil niet veel zal wijzigen ten opzichte van het huidige gemiddelde maaiveldniveau (20,45 m N.A.P.) komt daarmee het straatpeil te liggen op 20,45 – 0,30 = 20,15 m N.A.P. 4.6.3.5 Afweging riolering plangebied Het bestaande rioolstelsel in het Kruiwerk is een gemengd rioolstelsel. Dat betekent dat het vuilwater (vwa) en het regenwater (rwa) samen via één rioolbuis wordt ingezameld en afgevoerd. Het plangebied wordt voorzien van gescheiden riolering. Gescheiden riolering houdt in dat het regenwater (hemelwater via daken en straten) apart wordt ingezameld en afgevoerd van het vuilwater (douche, toilet, gootsteen). In het plangebied worden dus twee buizen aangelegd.

De riolering komt onder de straat te liggen met een minimale gronddekking van 1,30 meter t.o.v. het toekomstige straatpeil. Deze dekking is noodzakelijk enerzijds om er voor te zorgen dat de rioolleidingen vorstvrij liggen. Anderzijds is de gronddekking noodzakelijk om huis- en 51

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw) (ontwerp)

kolkaansluitingen goed aan te kunnen sluiten op het hoofdriool. Per te realiseren woning worden op de kadastrale grens twee ontstoppingsputten (één voor het vuilwater en één voor het regenwater) geplaatst. Door de ontstoppingsputten op de kadastrale grens te plaatsen, valt bij calamiteiten (lees: verstoppingen) gemakkelijk te bepalen of het probleem zich op gemeentelijk of op particulier terrein bevindt en dus wiens verantwoordelijkheid het is. De onstoppingsputten zijn vanaf de gemeentelijke kant aangesloten middels een Ø125 PVC-leiding (=huisuitlegger) op het vuil- en regenwaterriool onder de toekomstig wegverharding binnen het nieuwbouw plan. Het vuilwater wordt direct afgevoerd via de huisuitleggers en via het verzamelriool onder de wegverharding. Dit nieuwe vuilwaterriool wordt aangesloten op het reeds bestaande gemengde riool onder het Kruiwerk. Vervolgens wordt dit vuilwater afgevoerd naar het gemaal van het Waterschap. Vanaf daar wordt het afvalwater verpompt naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie aan de DikkeWijk in Emmen. Het gezuiverde afvalwater wordt afgevoerd naar de Hoogeveensche Vaart. Het regenwater wordt ook middels huisuitleggers vanuit de woningen verzameld in het verzamelriool onder de wegverharding (dit betreft een ander verzamelriool dan het vuilwater!).

Daarnaast worden ook de straat- en trottoirkolken (welke zorgen voor afvoer van regenwater op straten) via kolkuitleggers (middels Ø160 PVC-leidingen) aangesloten op dit regenwater riool. Om de RWZI niet meer te belasten en om het schone hemelwater niet te vervuilen, wordt het regenwater niet op de bestaande gemengde riolering onder het Kruiwerk aangesloten. Het regenwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden op de plaats waar het valt. Binnen het plangebied wordt de sloot (loopt nu tot het naastgelegen plan “Plecht”) doorgetrokken, waar het regenwater riool op kan lozen. Het regenwater kan hier in de bodem infiltreren. De sloot staat normaalgesproken droog. Indien er neerslaggebeurtenissen plaatsvinden, welke groter en/of heviger zijn dan Bui09 (29,4 mm neerslag binnen 60 minuten) dan is het toegestaan dat er water op straat mag komen, echter mag dit niet de woningen in komen. Wanneer zo'n neerslaggebeurtenis plaatsvindt, dient het regenwater via het maaiveld te worden afgevoerd naar een plek waar het geborgen kan worden. Binnen het plangebied worden trottoirbanden toegepast (om bermen en groen te beschermen en) om het regenwater via de straten af te voeren naar lager gelegen plekken waar het regenwater de bodem in kan zakken.

Zo wordt aan de Zuidkant van het plangebied diverse doorsteken in de trottoirband gemaakt, zodat het regenwater op straat door de bandenlijn naar de berm en sloot kan afstromen (zie onderstaande afbeelding).

52

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw) (ontwerp)

Voorbeeld oplossing waterpasserende trottoirband

Verder bevindt zich aan de Noordoostkant van het plangebied aan weerszijden van de toegangsweg het bouwplan in een verlaging in de berm (wadi's). Ook hier worden waterpasserende oplossingen toegepast, zodat het regenwater via het straatwerk naar de lager gelegen bermen kan afstromen. In deze verlagingen kan het water worden vastgehouden en over tijd kan dit water ook in de bodem infiltreren. Deze locaties, voor het bergen en infiltreren van regenwater, dragen ook bij voor het voeden van de naastgelegen bomen en overige groenstructuren en bodemsoorten zoals hoogveen.

53

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw) (ontwerp)

Uitsnede inrichtingsplan plangebied

4.6.3.6 Conclusie Bij het ontwikkelen van 16 woningen binnen plangebied Kruiwerk neemt het verhard oppervlak toe met circa 4500 m2. De toename van het verhard oppervlak zorgt er voor dat er berging gecreëerd dient te worden binnen het plan, welke dient te voldoen aan de gestelde bergingseis van Waterschap Vechtstromen (91 mm berging per vierkante meter toegenomen verhard oppervlak). Dit resulteert in een benodigde berging van circa 415 m3. Aan de bergingseis kan worden voldaan door het verlengen van de sloot uit het naastgelegen bouwplan "Plecht". Hierdoor kan aan circa 580 m3 aan berging gerealiseerd worden. Om wateroverlast te voorkomen binnen dit plan dienen de genoemde bouw- en straatpeilen gehanteerd te worden. Daarnaast is het uitvoeren van een bodemonderzoek noodzakelijk, omdat daar uit naar voren kan komen of een infiltratieriolering wel of geen optie kan zijn voor dit plan. 4.6.4

Wateradvies waterschap

De gemeente Emmen heeft het waterschap tijdig ingelicht over de planvorming. Dit overleg heeft plaatsgevonden op 11-10-2022. Hierdoor heeft het waterschap de gemeente goed op de hoogte kunnen stellen van de waterhuishoudkundige aspecten binnen het plan. Er wordt rekening gehouden met bestaande wetten en regels op het gebied van de waterhuishouding. De hydrologische effecten van de inrichting van het plangebied zijn voldoende onderzocht en beschreven in dit hoofdstuk. Het waterschap heeft geen bezwaar tegen de wijziging van het bestemmingsplan om de gewenste ontwikkeling op genoemde wijze mogelijk te maken.

54

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw) (ontwerp)

4.7

Ladder voor duurzame verstedelijking

De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Bij besluit van 28 augustus 2012 is de Ladder toegevoegd aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en vervolgens op 1 oktober 2012 in werking getreden. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De Ladder staat als instrument niet op zichzelf, maar geeft mede vorm aan de systeemverantwoordelijkheid van de minister van Infrastructuur en Milieu voor een goede ruimtelijke ordening. Deze verantwoordelijkheid brengt met zich mee, dat de minister er voor zorgt dat decentrale overheden over de juiste instrumenten kunnen beschikken voor een zorgvuldige benutting van de ruimte. Hieronder wordt begrepen het voorkomen van overprogrammering, het faciliteren van groei, het anticiperen op stagnatie en het leefbaar houden van krimpregio's. De Ladder is onder andere van toepassing op woningbouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Gezien de ontwikkeling, dat voorliggende bestemmingsplan mogelijk maakt, is Companen te Arnhem gevraagd een rapport op te stellen. Zie hiertoe bijlage 13. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: 1.

Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? 2. Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? 3. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? 4. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? 5. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Samenvatting plan Het plangebied Kruiwerk ligt aan de zuidkant van Klazienaveen en wordt ontsloten door de gelijknamige straat Kruiwerk. De locatie is gelegen op korte afstand van diverse voorzieningen en in de directe nabijheid van het centrum van Klazienaveen. Het plan betreft de ontwikkeling van een groenstrook. Het voornemen is om 16 koopwoningen te ontwikkelen, bestaande uit 12 woningen van 1 bouwlaag met kap (vrijstaande woningen). En 4 woningen die als 1 laag plat en ook als 1 laag plat met een dakopbouw uitgevoerd mogen worden (bungalows). Plan betreft een nieuwe stedelijk ontwikkeling Het plan Kruiwerk moet worden aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting van een bestemmingsplan een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied Het plangebied maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan Klazienaveen.

De huidige bestemming van het plangebied is “Groen” met dubbel bestemming “Waarde – Archeologie 4”. Deze gronden zijn in gebruik als speelveld voor de buurt, trapveldje, uitlaatplek voor

55

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw) (ontwerp)

honden, etc. Het ten zuiden gelegen grondgebied heeft de bestemming “Bos”. Het ten noorden gelegen grondgebied heeft de bestemming “Recreatie – Volkstuin”. Gelet op het feit dat de locatie aangrenzend is aan woonbebouwing, beschouwen wij het als stedelijk groen. Het plangebied is daarmee gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Ook in de Provinciale verordening wordt het plangebied beschouwd als bestaand stedelijk gebied. Dit betekent dat naast een onderbouwing van de behoefte niet hoeft worden beoordeeld of er binnenstedelijke alternatieve locaties beschikbaar zijn. Toets kwantitatieve behoefte De woningbehoefte in de gemeente Emmen is geraamd op 1.230 in de periode tot 2030. Op basis van de huidige bevolkingsopbouw van inwoners in Klazienaveen is een doorvertaling gemaakt naar kernniveau. In de periode tot 2030 is de behoefte geraamd op +135 woningen. De woningbouwambitie ligt overigens hoger, namelijk het realiseren van 400 tot 550 woningen in Klazienaveen. In Klazienaveen staan momenteel 135 woningen in de planning. Het gaat om 92 woningen harde plancapaciteit en 43 woningen zachte plancapaciteit. De 16 woningen op de locatie Kruiwerk zijn opgenomen in de zachte plancapaciteit van 43 woningen. Op basis van de kwantitatieve behoefte en de huidige planningslijst concluderen we dat er ruimte is voor toevoeging van 16 woningen op de locatie Kruiwerk.

Toets kwalitatieve behoefte Binnen de regio is een groot deel van de woningzoekenden op zoek naar een woning in een centrum-dorps woonmilieu. Circa 45% van de woningzoekenden richt zich op dit woonmilieu. Van alle woningzoekenden geeft ongeveer 20% aan op zoek te zijn naar een vrijstaande koopwoning. Op basis hiervan concluderen we dat het plan past binnen de kwalitatieve woningvraag. Daar komt bij dat het merendeel van de huidige plannen in Klazienaveen bestaat uit appartementen voor ouderen en starters. Vertalen we dit naar aantallen dat gaat om circa 25 tot 30 vrijstaande woningen. Hiervan geeft circa 45% de voorkeur aan een gelijkvloerse woning. Hierbij geldt dat de woonkamer, keuken, sanitair, slaapkamer bereikbaar is zonder traplopen. Dit past bij de kenmerken van een bungalow. Op basis hiervan concluderen we dat het programma aansluit op de behoefte in Klazienaveen. Alternatieven binnen bestaand stedelijk gebied Het plangebied is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied. Binnen Klazienaveen zijn geen alternatieve stedelijke locaties beschikbaar om te kunnen voorzien in de woningbehoefte wat met plan Kruiwerk wel kan worden gerealiseerd. Daarbij geldt dat de ontwikkeling van de locatie Kruiwerk vanuit ruimtelijk perspectief een logische verdere uitbreiding is van de kern. Het is gelegen tussen en sluit aan op de bestaande bebouwing van Klazienaveen.

Conclusie Het plan Kruiwerk speelt in op de huidige kwantitatieve en kwalitatieve vraag in de gemeente Emmen. Het plan voorziet in de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. De locatie is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Het plan voldoet daarmee aan de eisen die artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro aan de plantoelichting stelt.

56

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw) (ontwerp)

Hoofdstuk 5 5.1

Toelichting op de planregels en verbeelding

Toelichting op de regels

De regels zijn een juridische vertaling van het planologische -en ruimtelijk beleid van de gemeente, provincie en het rijk. De regels zijn een juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bebouwing, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bebouwing. Bij het opstellen van de regels is geprobeerd om de regels zo beperkt mogelijk te houden door alleen te regelen wat nodig is. Gebruiksregels Per bestemming is aangegeven voor welk gebruik de gronden zijn bedoeld. Indien daar aanleiding voor aanleiding voor bestaat, wordt via de specifieke gebruiksregels expliciet aangegeven waarvoor de gronden niet zijn bedoeld en of waarvoor en op welke wijze de gronden wel gebruikt kunnen worden. Bouwregels In een groot aantal bestemmingen zijn bouwregels opgenomen. Met deze bouwregels worden de bouwmogelijkheden gereguleerd. Uitgangspunt bij het bouwen van hoofdgebouwen is dat hoofdgebouwen altijd binnen een bouwvlak worden gebouwd en voorgevels van deze hoofdgebouwen in de gevellijn. Dit betekend dat indien er vervangende bebouwing wordt geprojecteerd, deze in de gevellijn moet worden teruggebouwd. Verder worden in de bouwregels onder anderen regels ten aanzien maximale bebouwing , bouwhoogtes, dakhelling opgenomen. Flexibiliteit Soms is het gewenst om af te wijken van de gestelde regels.

Hiervoor zijn in het bestemmingsplan flexibiliteitbepalingen opgenomen om op specifieke situaties in te kunnen spelen. De uitvoering van de flexibiliteitregelingen ligt bij het college van burgemeester en wethouders. Het toepassen van deze regelingen is geen automatisme. Voordat wordt besloten dat van de geldende regels in het bestemmingsplan kan worden afgeweken zal eerst bekeken worden wat de consequenties zijn van de afwijking op de leefomgeving. In het bestemmingsplan diverse flexibiliteitregelingen opgenomen, deze zijn: Afwijken van de bouwregels; Afwijken van de gebruiksregels; Nadere eisen; Algemene afwijkingsregels; De afwijkingen van de bouw- of gebruiksregels maken afwijkingen van geringe aard mogelijk, waarbij de aan de grond toegekende bestemming gehandhaafd dient te blijven. Door het inwerkingtreden van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) worden verschillende vergunningen en besluiten, zoals de milieuvergunning, de omgevingsvergunning, afwijkingen van het bestemmingsplan en de kapvergunning gebundeld in een integrale omgevingsvergunning. Toestemming van burgemeester en wethouders voor een afwijking van de bouw- of gebruiksregels kan zodoende worden verkregen door het aanvragen van een omgevingsvergunning Met de nadere eisen kunnen ondergeschikte zaken aan gebouwen worden aangepast.

Het gaat hierbij om zaken zoals het aanpassen van de vorm of de situering van een bouwwerk of de inrichting van een terrein. Met 'nadere eisen' kunnen geen ingrijpende veranderingen plaatsvinden in de bestemmingen.

57

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw) (ontwerp)

Bij toepassing van een afwijking en / of nadere eisen wordt het beoordelingskader gehanteerd zoals in de onderstaande tabel is weergegeven. Deze lijst geeft de afwegingscriteria aan die meegewogen moeten worden bij de afweging of een omgevingsvergunning wordt verleend en/ of het toepassen van de nadere eisen. Op deze wijze kunnen interpretatieproblemen worden vermeden en wordt aan gebruikers van de in het plangebied gelegen gronden zoveel mogelijk rechtszekerheid geboden. Het bestemmingsplan biedt mogelijkheden voor het afwijken van de nadere eisen, de uitvoering van deze flexibiliteitsbepalingen zal plaatsvinden via de omgevingsvergunning. Bij toepassing van een afwijking en/ of nadere eis mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de volgende criteria: 1. Woonsituatie: Ten aanzien van de woonsituatie dient rekening gehouden te worden met het in stand houden en/ of garanderen van een goede woonsituatie, hierbij dient gelet te worden op: i. de verkeersaantrekkende werking en de parkeerbehoefte; ii. overlast door lawaai, stank en/of trillingen; iii. de lichttoetreding/bezonning ten opzichte van (bebouwing op) aangrenzende gronden; iv. het uitzicht; v. de aanwezigheid van voldoende privacy. 2. Straat- en bebouwingsbeeld: In het belang van een verantwoorde, evenwichtige en samenhangende stedenbouwkundige en architectonische inpassing dient aandacht gegeven te worden aan: i.

een goede verhouding tussen bouwmassa's en open ruimte, (landschappelijke inpassing); ii. de verhouding tussen de hoogte breedte van gebouwen; iii. gevelbeelden; iv. de samenhang van de bouwvorm met nabij gelegen bebouwing; v. de hoogtedifferentiatie; vi. de situering van gebouwen op het perceel; vii. de geleding van de gebouwen indien de oppervlakte meer dan 1000 meter² bedraagt. 3. Cultuurhistorie i.

cultuurhistorische waarden en archeologische waarden;

4. Verkeersveiligheid Ten waarborging van verkeersveiligheid dient rekening gehouden te worden met: i. verkeersaantrekkende werking, toename van de verkeersintensiteit en de parkeerbehoefte; ii. overlast door lawaai, stank en/of trillingen; iii. benodigde uitzichthoeken van wegen; iv. de aansluiting van in- en uitritten op de openbare weg; v. de gevolgen voor het zicht op de openbare weg en of fiets- en voetpaden; vi. de aanwezigheid van voldoende laad- en losruimte. 5. Sociale veiligheid

58

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw) (ontwerp)

Ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die onoverzichtelijk, onherkenbaar en niet-sociaal controleerbaar is dient rekening gehouden te worden: i. de mogelijkheden voor de verbetering van toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een sociaal onveilige plek; ii. de mate waarin de toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een openbare ruimte wordt ingeperkt. 6. Brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding Ten aanzien van de brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding dient rekening gehouden te worden met de volgende aspecten: i. aanwezigheid van kwetsbare objecten; ii. de aanwezigheid en routering van vluchtwegen; iii. de bereikbaarheid van de bouwwerken; de beschikbaarheid en bereikbaarheid van adequate blusmiddelen. 7. Milieusituatie: Ter waarborging en ter voorkoming van een milieukundig ongewenste situatie als gevolg van een ruimtelijke ingreep dient rekening gehouden te worden met: i. de mate van hinder voor de omliggende functies; ii. de gevolgen voor de externe veiligheid; iii. de gevolgen van de aanwezigheid van gevoelige functies voor de hinderlijke functies; iv. de gevolgen voor flora en fauna in relatie met de omgeving; v. de gevolgen voor de bodemkwaliteit; vi. de gevolgen voor de (grond)waterkwaliteit; vii. de situering van gebouwen ten opzichte van het water. 8.

Gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen Ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken is het niet toegestaan op enig terrein zodanig te bouwen, dat daardoor op een aangrenzend terrein, waarvan de toestand op dat moment overeenkomt met het plan, een situatie zou ontstaan die niet meer overeenkomt met het plan of waardoor een reeds bestaande afwijking van het plan zou worden vergroot. Figuur 6.1: Beoordelingscriteria afwijkingen en nader eisen Opzet regels De planregels van dit bestemmingsplan zijn opgedeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1. Inleidende regels; Hoofdstuk 2. Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3. Algemene regels; Hoofdstuk 4. Overgangs - en slotregels. De inhoud van de verschillende hoofdstukken wordt als volgt toegelicht: 5.1.1

Hoofdstuk 2 bestemmingsregels

In hoofdstuk 2 worden artikelsgewijs de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en wordt toegelicht op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Behalve bestemmingen en dubbelbestemmingen zijn binnen het bestemmingsplan aanduidingen te onderscheiden. Deze aanduidingen bevatten specificaties van bestemmingen en dubbelbestemmingen met betrekking tot gebruik of bouwen.

59

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw) (ontwerp)

5.1.1.1 Groen Artikel 3 Groen De op de verbeelding voor "Groen" aangewezen gronden zijn bestemd voor openbare groenvoorziening, bos, (erf)toegangswegen, fietsstroken, voetpaden, voorziening ten behoeve van de waterhuishouding en nutsvoorzieningen. Voorzieningen ten behoeve van sport- en speelgelegenheden en andere bouwwerken mogen binnen deze bestemming opgericht worden. Binnen de bestemming groen is geen bouwmogelijkheid opgenomen. Het is eveneens niet mogelijk om parkeergelegenheden in het groen te realiseren. Hiervoor is altijd een afwijking nodig. 5.1.1.2 Tuin Artikel 4 Tuin De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen. zie bestemmingsomschrijving in de regels. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen worden gebouwd. Voor erfafscheidingen gelden specifieke hoogtematen, overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen maximaal @m hoog zijn op basis van het bestemmingsplan. 5.1.1.3 Verkeer Artikel 5 Verkeer - Verblijfsgebied De voor Verkeer - Verblijfsgebied aangewezen gronden zijn bestemd voor woonstraten en wegen ten behoeve van de ontsluiting van de aanliggende erven en percelen, toegangswegen en inritconstructies zie bestemmingsomschrijving in de regels.

Binnen deze bestemming is het aanleggen van voet- en fietspaden, straten, erven en pleinen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, sport en speelgelegenheden, nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen eveneens mogelijk. Gebouwen mogen niet worden opgericht binnen deze bestemmingen, wel zijn andere bouwwerken ten dienste van de bestemming en het oprichten van een antennemast met installatieruimte ter plaatse van de aanduiding zend-/ontvangstinstallatie mogelijk. De voor Verkeer - Verblijfsgebied autoboxen aangewezen gronden zijn uitsluitend bestemd voor garageboxen, autoboxen of autostalling. De autoboxen mogen uitsluiten binnen de aangegeven bouwvlakken gerealiseerd worden. Binnen deze bestemming mag niet worden gewoond. 5.1.1.4 Water Artikel 6 Water De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor de in het plangebied voorkomende waterlopen, watergangen, waterberging en waterpartijen, met daarbij behorende voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, oevers en groenvoorzieningen, zie bestemmingsomschrijving in de regels. Dit water heeft naast een belevingsfunctie een belangrijke waterhuishoudkundige functie. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden opgericht. Wel is het mogelijk om andere bouwwerken zoals bruggen, dammen en of duikers aan te leggen, echter deze mogen de waterhuishouding niet belemmeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=046440d7-e0a9-4a69-a920-d7948180be1e