Bijlage 1: Bestemmingsplan Klazienaveen, De Doole (8 woningen) - Toelichting
Tekst van het document
Fysieke veiligheidssituatie
In het kader van regelgeving in relatie tot Externe Veiligheid gelden voor dit bestemmingsplan geen belemmeringen. Binnen het plangebied zijn geen risicobronnen aanwezig en buiten het plangebied liggen eventuele risicobronnen op zodanige afstand dat externe veiligheid geen beperkingen oplevert voor het plan. Risicobronnen buiten het plangebied
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (ontwerp) 31
4.4.2
Plaatsgebonden risico
4.4.2.1 Inrichtingen Het bedrijf Cabot Norit heeft een risicoafstand (RP 10-6) van 25 m. Het bedrijf ligt op een afstand van circa 1,4 km van het plangebied. Het bedrijf Rademakers gieterij heeft een milieuzone die niet buiten zijn bedrijfsperceel reikt. Het bedrijf ligt op een afstand van circa 600 m van het plangebied. 4.4.2.2 LPG- tankstations Het LPG-tankstation heeft een risico-afstand (PR 10-6) van 40 m (vulpunt), 25 m (reservoir) en 15 m (afleveringsinstallatie) en een invloedsgebied van 150 m. De afstand tot het plangebied is circa 1,4 km.
4.4.2.3 Route gevaarlijke stoffen De snelweg A37 heeft een PR-plafond van 0 m een GR-plafond van 48 m en geen plasbrandaandachtsgebied. De snelweg ligt op minimaal 1,9 km afstand van het plangebied. 4.4.2.4 Buisleidingen De bovengenoemde buisleiding (66,2 bar) ligt op meer dan 1,6 km afstand van het plangebied en zal daarmee geen onevenredig risico opleveren bij realisatie van dit planvoornemen. 4.4.3
Groepsrisico
De RUD concludeert dat binnen het plangebied geen risicobronnen aanwezig zijn en buiten het plangebied eventuele risicobronnen op zodanige afstand liggen dat externe veiligheid geen beperkingen oplevert voor het plan. Omdat externe veiligheid voor dit plan niet relevant is, hoeft het groepsrisico niet worden verantwoord en ook de aanvaarding ervan is dan niet aan de orde. Externe veiligheid levert voor dit bestemmingsplan geen belemmeringen op.
4.4.4
Inrichting en Ontwikkeling
Bluswatervoorzieningen Vooropgesteld dat er geen rietgedekte woningen worden toegepast, zijn er geen aanvullende bluswatervoorzieningen noodzakelijk. Waarschuwings- en alarmeringssysteem De locatie / plangebied valt binnen de dekking van het Waarschuwingsalarmeringsstelsel. Bereikbaarheid Het plangebied is van meerdere kanten bereikbaar en voldoet hiermee aan de bereikbaarheidseisen. Brandveiligheidsmaatregelen Bij het realiseren van de woningen is het advies om bepaalde brandveiligheidsmaatregelen in acht te nemen. Denk hierbij aan de BIObiz factoren: - bouwkundige voorzieningen, bijv. conform bouwregelgeving - installatietechnische voorzieningen, bijv. woningrookmelders – woningsprinklers - organisatorische voorzieningen, bijv. vluchtplan voor de bewoners 32 twerp)
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (on
- brandweeropkomsttijd, vrij houden van wegen / zo min mogelijk verkeersbelemmerende maatregelen - inventaris, toepassen van moeilijk brandbaar materiaal - zelfredzaamheid van de aanwezigen bevorderen en toepassen veilige vluchtroutes
4.5
Milieu
4.5.1
M.e.r.
Uit de Aanmeldnotitie (Bijlage 8) blijkt dat er geen sprake is van een m.e.r.-onderzoeksverplichting. Hieromtrent heeft het College van Burgemeester en Wethouders een afzonderlijk besluit genomen. (Bijlage 9)
4.5.2
Bedrijven en milieuzonering
Vanuit milieuhygiënisch oogpunt vergt de bedrijvigheid in het plangebied een goede afstemming met de andere, in de omgeving aanwezige functies. Ten behoeve van dit bestemmingsplan is in het plangebied een inventarisatie geweest van de aanwezige bedrijven en nagedacht over de bedrijfsactiviteiten die toelaatbaar zijn in/nabij het plangebied. Voor het bepalen welke categorieën bedrijfsactiviteiten toelaatbaar zijn is in het kader van dit bestemmingsplan gebruik gemaakt van de VNG-uitgave "Bedrijven en milieuzonering". Op dit moment bestaat er geen bedrijvigheid in - dan wel op korte afstand van het plangebied waarvoor bepaalde minimale richtafstanden gelden. De bedrijfsactiviteiten waar sprake van zou kunnen zijn, betreffen de aan huis gebonden beroepen en bedrijven. Vanuit milieuoogpunt kunnen deze activiteiten in/nabij het plangebied gehandhaafd blijven. 4.5.2.1 Bedrijventerrein In/nabij het plangebied zijn geen bedrijventerreinen gelegen. De dichtstbij gelegen bedrijvigheid ligt op meer dan 600 m afstand van het plangebied. De overige nabijgelegen bedrijvigheid is gelegen op ruim een kilometer. Voor een rustige woonwijk geldt een afstand van 100 m of meer. Voldaan kan worden aan de nodige afstanden.
4.5.2.2 Verspreid liggende bedrijven (niet agrarisch) Er zijn voorts geen verspreid liggende bedrijven op minder dan 100 m afstand gesitueerd, waarvoor een milieuzone van meer dan 100 m geldt. 4.5.2.3 Agrarische bedrijven Het plangebied is gelegen in een rustige woonwijk, grenzend aan gemengd gebied. Aan alle richtafstanden van omliggende bedrijven wordt voldaan. Hierdoor worden enerzijds de woningen niet belemmerd door de bedrijven, en belemmeren anderzijds de woningen de bedrijven niet in hun bedrijfsvoering.
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (ontwerp) 33
4.5.3
Bodem
Het college van burgemeester en wethouders heeft op 5 maart 2013 de Beleidsregel Bodemkwaliteit vastgesteld. Om de kwaliteit te waarborgen, moet grondverzet worden gemeld bij het landelijke meldpunt. Om het verplaatsen van grond te vereenvoudigen, heeft de gemeente Emmen een aantal kaarten ontwikkeld. Deze bodemkwaliteitskaarten zijn als bijlage in de Nota Bodembeheer opgenomen. Aan de hand van deze kaarten is het mogelijk om zonder voorgaand onderzoek grond te ontgraven en toe te passen. Partijen grond en baggerspecie die niet voldoen aan de bodemkwaliteitskaart en de Nota Bodembeheer van de gemeente Emmen mogen alleen worden toegepast als er sprake is van een nuttige toepassing. Is het werk niet 'nuttig', dan is er sprake van het zich ontdoen van afvalstoffen. Tijdelijke opslag en grootschalige toepassingen van grond en bagger zijn vormen van 'nuttig' gebruik. Tijdelijke uitname zijn werkzaamheden waarbij de grond na korte tijd weer teruggebracht wordt. Een voorbeeld is het graven van een sleuf voor kabels en leidingen. In dat geval hoeft de kwaliteit van de te ontgraven bodem niet onderzocht te worden, tenzij er sprake is van (een verdenking van) bodemverontreiniging. 4.5.3.1 Bodemonderzoek Voor dit bestemmingsplan is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Tauw bv te Assen. Het onderzoeksrapport is als Bijlage 10 bijgevoegd.
Door middel van dit verkennende bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van het plangebied in voldoende mate vastgelegd. De lichte verontreinigingen in de grond en het grondwater vormen geen aanleiding tot de uitvoering van een nader bodemonderzoek en vormen geen belemmering voor de voorgenomen nieuwbouw en de aanvraag van de hiervoor benodigde Omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Opgemerkt moet wel worden dat ter plaatse van de bovengrond licht verhoogde gehalten zijn aangetoond, waardoor de vrijkomende grond niet op basis van de bodemkwaliteitskaart kan worden toegepast. Om de afzetmogelijkheden van de grond te bepalen dient een AP04 keuring uitgevoerd te worden. 4.5.4
Geluid
Regels ten aanzien van geluidhinder zijn vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). Het doel van de Wet geluidhinder is tweeledig. Enerzijds de bescherming van het milieu en anderzijds de bescherming van de volksgezondheid. Bepalend is steeds de situering van geluidsbronnen ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen. De Wgh gaat uit van zones langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Binnen dergelijke zones zijn nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen alleen toegestaan indien de geluidsbelasting op de buitengevel onder of hoogstens gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde. Ontheffing van de voorkeursgrenswaarde is toegestaan indien maatregelen om de geluidsbelasting op de buitengevels te beperken niet mogelijk zijn of onvoldoende helpen en indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. 4.5.4.1 Wegverkeerslawaai De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen de van rechtswege aanwezige zone van een weg. Conform de Wet geluidhinder heeft elke weg een zone. Conform art. 74 lid 2 Wgh zijn de onderstaande wegen hiervan uitgezonderd: Wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied; Wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt. Het plangebied van voorliggende bestemmingsplan Klazienaveen, De Doole (8 woningen) maakt deel uit van een woonwijk waar sprake is van 30km wegen.
34 twerp)
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (on
4.5.4.2 Gevolgen voor bestemmingsplan Omdat er sprake is van 30km wegen waarvoor op grond van de Wet geluidhinder geen zone geldt, bestaat er geen verplichting vanuit de Wet geluidhinder om dit te onderzoeken. Hogere waarden zijn dan ook niet mogelijk. Gelet op de goede ruimtelijke ordening moet bij ontwikkelingen ook langs de 30km wegen worden aangeven hoe met uitbreidingsmogelijkheden van met name geluidgevoelige ruimten als bedoeld in de Wet geluidhinder wordt omgegaan. Gelet op de lage verkeersintensiteiten en ligging van het plangebied en de daarbinnen geprojecteerde bouwkavels is het aannemelijk dat een acceptabele situatie ontstaat. Er zijn derhalve geen gevolgen voor dit bestemmingsplan. 4.5.5
Lucht
De Wet luchtkwaliteit is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging. Anderzijds heeft de wet tot doel mogelijkheden te creëren voor ruimtelijke ontwikkeling. Volgens de nieuwe regeling vormt luchtkwaliteit in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van een ruimtelijk project als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIMB) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. 4.5.5.1 Algemeen beeld luchtkwaliteit plangebied Omdat er geen significante ontwikkelingen in het plangebied of rondom het plangebied gepland zijn, zal de concentratie van de NOX en fijnstof niet veranderen. De luchtkwaliteit is geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.
4.6
Waterparagraaf
In deze waterparagraaf wordt beschreven hoe het huidige waterhuishoudkundig systeem voor het plangebied van het bestemmingsplan Klazienaveen, De Doole (8 woningen) is ingericht, welke fysieke omstandigheden voor het gebied gelden en of speciale functies voor het plangebied gelden. Naast een beschrijving van de waterhuishoudkundige consequenties van het plan en de stedelijke wateropgave heeft het wateradvies van het waterschap een duidelijke plaats gekregen.
4.6.1
Waterbeleid
De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nota Ruimte en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021. De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn waterveiligheid, klimaatbestendigheid omgeving en ruimte voor waterberging. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (ontwerp) 35
Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen.
4.6.1.1 Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem.
4.6.1.2 Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst.
4.6.2
Wateraspecten plangebied
4.6.2.1 Grondgebruik Het plangebied wordt gekenmerkt door het groene karakter. Grote, volwassen bomen bepalen het beeld. De bomen zijn gezond en overwegend van goede kwaliteit. In het verleden heeft hier een kleuterschool gestaan. Daarna het gebouw van de plaatselijke postduivenvereniging. Sinds 2020 is het terrein vrij van bebouwing. Ten noorden van het plangebied is een speelveld met skatebaan gelegen.
4.6.2.2 Bodemopbouw en hoogteligging Het plangebied bestaat uit ca. 7500 m2. Het maaiveld varieert tussen +21,00m N.A.P. in het Zuidoosten tot +20,40 N.A.P. in het Noordoosten van het plangebied. Binnen het plangebied is de bodemopbouw onbekend. Wel is vanuit een eerder gerealiseerd project (rioolvervanging Derksweg, 2020) data bekend over de bodemopbouw in de omgeving. Hieruit blijkt dat de eerste anderhalve meter voornamelijk bestaat uit zand. Vervolgens zijn diverse leemlagen aangetroffen met een dikte variërend van 0,1 meter tot en met 1,0 meter dik. Dankzij de aanwezigheid van leem in de grond is het niet aan te raden om regenwater te laten infiltreren in de bodem.
4.6.2.3 Grondwater Binnen het plangebied bevinden zich geen peilbuizen, waarmee het grondwater gemeten kan worden. Het gebied valt binnen een zogeheten peilvak, waarvan het zomerpeil op +18,20m N.A.P. ligt en het winterpeil op +17,80m N.A.P.
36 twerp)
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (on
4.6.3
Waterhuishouding plangebied
4.6.3.1 Riolering Naast het inzamelen en afvoeren van afvalwater heeft het rioolstelsel een belangrijke functie in de afwatering van de verharde oppervlakken in het plangebied. In een gemengd rioolstelsel worden afvalwater en regenwater 'gemengd' en vervolgens gezamenlijk afgevoerd naar de rioolwaterzuivering. Tijdens perioden met meer neerslag kan het voorkomen dat de rioolberging geheel gevuld raakt en zal rioolwater via de riooloverstorten naar het oppervlaktewater stromen. Een gescheiden rioolstelsel houdt afvalwater en regenwater gescheiden. Afvalwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuivering, regenwater wordt rechtstreeks op het oppervlaktewater geloosd. Type rioolstelsel plangebied Binnen het plangebied worden twee doodlopende straten aangelegd vanuit de Broekweg. Aan elk van deze (woon)straat grenzen vier woningen. Op het gebied van riolering is gekozen voor een gescheiden rioolstelsel. Dit houdt in dat het regenwater en vuilwater apart van elkaar ingezameld en afgevoerd wordt. Ditzelfde type riolering is reeds aangelegd in de Broekweg ten tijde van de rioolreconstructie in de Derksweg en omgeving (uitgevoerd in 2020). Zoals benoemd, is gekozen voor een gescheiden rioolstelsel. Hierdoor komt per woonstraat twee rioolbuizen onder de straat te liggen. De diepteligging van deze buizen is ca. 1,40m minus maaiveld (gemeten vanuit de binnen onderkant rioolbuis).
De rioolbuizen dienen aangesloten te worden op het gescheiden rioolstelsel in de Broekweg. Op de kadastrale grens tussen openbaar en particulier terrein worden per bouwkavel twee ontstoppingsputten geplaatst. Eén ontstoppingsput voor het regenwater (dakgoten) en één voor het vuilwater (toilet, douché, etc.). Hiermee kan geconstateerd worden op welk terrein (particuliere kant of gemeentezijde) verstoppingen plaatsvinden. De rioolbuizen worden, voor het hoofdriool, uitgevoerd in PVC en hebben een handelsmaat van Ø250 mm in diameter. De huisaansluitingen worden ook in PVC uitgevoerd met een handelsmaat van Ø125 mm in diameter. Gezien de hoeveelheid woningen, welke aangesloten dienen te worden op het nieuwe rioolstelsel. Daarnaast is er a.d.h.v. een maatgevende regenbui getoetst of het regenwaterriool voldoende afvoerende capaciteit bezit.
4.6.3.2 Waterbeheer, (grond) waterkwantiteit - en kwaliteit Klazienaveen ligt centraal in de gemeente Emmen, ten zuidoosten van Emmen. Het dorp bestaat overwegend uit woongebieden en enkele bedrijventerreinen. De gebruiksfuncties van het gebied zijn wonen en werken. Het betreft veenkoloniale gebied op uitlopers van de Hondsrug. Voor de wateropgave is Klazienaveen verdeeld in 7 deelgebieden. Het onderhavige plangebied valt onder deelgebied 'Klazienaveen Zuidwest'. Water is belangrijk voor het welzijn van mens en dier. In bebouwd gebied vormt het tevens een belangrijk ordenend en esthetisch element. Om aan dit doel te voldoen is het belangrijk dat het water van goede kwaliteit is en voldoende zuurstof bevat. Voor Klazienaveen betekent dit dat bij nieuwe ontwikkelingen er in elk geval op moet worden gelet dat: - alleen water wordt aangelegd op plaatsen waar dit op natuurlijke wijze kan; - water verbonden is met de rest van het watersysteem; - er voldoende oeverbegroeiing is; - afstromend regenwater schoon is en blijft; - lozingen vanuit de riolering worden voorkomen.
Het plangebied wordt overwegend getypeerd als infiltratiegebied. bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (ontwerp) 37
Aanbeveling bouwpeil Geadviseerd wordt om het bouwpeil minimaal 0,30 meter boven het te realiseren, aangrenzende straatpeil te maken zodat bij een hevige regenbui het regenwater niet de woningen instroomt.
Berging regenwater binnen het plangebied Omdat het toenemend verhard oppervlak (daken, straten) kleiner is dan 1500 m2 stelt het waterschap geen eisen omtrent het realiseren van een waterberging. Daarnaast is, binnen het aangewezen plangebied, geen ruimte voor het realiseren van een berging voor regenwater. Het regenwater wat op daken valt (en dus in de dakgoten terechtkomt) wordt middels een buis ondergronds afgevoerd. Gekozen is om geen kolken toe te passen, omdat aan weerszijden van het plangebied een groenstructuur aanwezig is (bermen en bomen). Gekozen is om de wegen op één oor aan te leggen richting de berm. Langs de bermzijde worden verlaagde trottoirbanden toegepast, waar regenwater richting de berm kan afwateren.
4.6.4
Wateradvies waterschap
De gemeente Emmen heeft de watertoets uitgevoerd (Bijlage 11). Tevens heeft er op 18 februari 2021 online overleg plaatsgevonden met het waterschap. Tijdens dit overleg heeft het waterschap onder andere gevraagd om de relevante wateraspecten minder beleidsmatig en meer planspecifiek te beschrijven. Het waterschap is daarmee tijdig ingelicht over en meegenomen in de planvorming. Door het vroegtijdig betrekken heeft het waterschap de gemeente goed op de hoogte kunnen stellen van de waterhuishoudkundige aspecten binnen het plan. Er wordt rekening gehouden met bestaande wetten en regels op het gebied van de waterhuishouding. Het voorontwerpbestemmingsplan is voor overleg aan het waterschap voorgelegd. Het waterschap heeft geconcludeerd dat de gemaake opmerkingen en gedane aanbevelingen goed zijn verwerkt in het voorontwerp bestemmingsplan Klazienaveen, De Doole (8 woningen). Het waterschap heeft aangegeven in te kunnen stemmen met het bestemmingsplan.
38 twerp)
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (on
4.7
Ladder voor duurzame verstedelijking
De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Bij besluit van 28 augustus 2012 is de Ladder toegevoegd aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en vervolgens op 1 oktober 2012 in werking getreden. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De Ladder staat als instrument niet op zichzelf, maar geeft mede vorm aan de systeemverantwoordelijkheid van de minister van Infrastructuur en Milieu voor een goede ruimtelijke ordening. Deze verantwoordelijkheid brengt met zich mee, dat de minister er voor zorgt dat decentrale overheden over de juiste instrumenten kunnen beschikken voor een zorgvuldige benutting van de ruimte. Hieronder wordt begrepen het voorkomen van overprogrammering, het faciliteren van groei, het anticiperen op stagnatie en het leefbaar houden van krimpregio's. De Ladder is onder andere van toepassing op woningbouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Gezien de ontwikkeling, dat voorliggende bestemmingsplan mogelijk maakt, is Companen te Arnhem gevraagd een rapport op te stellen. Zie hiertoe Bijlage 13 . Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: 1.
Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? 2. Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? 3. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? 4. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? 5. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Samenvatting plan Het plan bestaat uit de realisatie van 8 koopwoningen. Het gaat om 4 vrijstaande woningen en 4 twee-onder-een-kapwoningen. Het betreft de ontwikkeling van een groenstrook en ligt aan de zuidkant van Klazienaveen. De locatie is gelegen op korte afstand van diverse voorzieningen en in de directe nabijheid en het centrum van Klazienaveen.
Plan betreft geen nieuwe stedelijk ontwikkeling In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting bij een bestemmingsplan een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Er is pas sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling bij een ontwikkeling van twaalf woningen of meer. Het plan De Doole omvat 8 woningen en is daarmee dus niet ladderplichtig. Hoewel de Laddertoets dus niet van toepassing is op het plan De Doole, blijft een goede motivering noodzakelijk waaruit blijkt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Toets kwantitatieve behoefte De woningbehoefte in de periode tot 2030 is in de gemeente Emmen geraamd op 1.260 huishoudens. Daarmee is de meest recente prognose naar boven bijgesteld ten opzichte van de prognose die als onderlegger voor de woonvisie is gehanteerd. De behoefte in de Klazienaveen is in dezelfde periode geraamd op circa 135 woningen. Op dit moment is in Klazienaveen een plancapaciteit van circa 40 woningen. Dit betekent dat er nog een resterende behoefte is van circa 95 woningen. Op basis hiervan concluderen we dat er in kwantitatieve zin ruimte is voor realisatie van 8 woningen op de locatie De Doole.
Toets kwalitatieve behoefte bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (ontwerp) 39
Binnen de regio is een groot deel van de woningzoekenden op zoek naar een woning in een centrumdorps woonmilieu. Circa 45% van de woningzoekenden richt zich op een van deze locaties. Van alle woningzoekende geeft ongeveer een kwart aan op zoek te zijn naar een vrijstaande koopwoning en circa 10% is op zoek naar een twee-onder-een-kapwoning. Op basis hiervan concluderen we dat het plan past binnen de kwalitatieve woningvraag.
Conclusie Het voorliggende plan voorziet in de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte in de kern Klazienaveen. De ontwikkeling voldoet daarmee aan de eisen die artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro aan de plantoelichting stelt.
40 twerp)
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (on
Hoofdstuk 5 5.1
Toelichting op de planregels en verbeelding
Algemeen
Het bestemmingsplan bestaat uit de plantoelichting, regels en verbeelding. De regels en de verbeelding vormen het juridisch bindende gedeelte van een bestemmingsplan. De verbeelding en de regels moeten altijd in samenhang worden gebruikt. De plantoelichting is bedoeld om de verbeelding en de regels te verduidelijken en om gemaakte keuzes te verantwoorden aan de hand van ruimtelijk beleid. Het bestemmingsplan Klazienaveen, De Doole (8 woningen) is gericht op ontwikkeling, waarbij de sportbestemming en een gedeelte van de groenbestemming wordt verwijderd en de bestemming Tuin, Wonen - Vrijstaand, Wonen - Tweeaaneen en Verkeer - verblijfsgebied mogelijk worden gemaakt. Het doel van dit bestemmingsplan is om een 'groenlocatie' geschikt te maken voor woningbouw passend in het straatbeeld om in een bepaalde behoefte te kunnen voorzien. Tevens dient het nieuwe bestemmingsplan rechtszeker, eenvoudig te begrijpen, goed toepasbaar en handhaafbaar te zijn voor de gebruiker. Met de indeling van het bestemmingsplan zoals de naamgeving van de bestemmingen, opbouw van de regels en de weergave op de verbeelding wordt aangesloten op landelijk geldende standaarden, onder meer Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO2012) en de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012).
5.2
Toelichting op de verbeelding
Voor de verbeelding wordt als ondergrond de basiskaart BGT gehanteerd. De ondergrond zal nooit een volledige weergave van de werkelijkheid zijn. De op de verbeelding aangegeven bebouwing moet dan ook als illustratief worden beschouwd. Alle gronden die binnen het plangebied vallen hebben een bestemming en/of aanduiding gekregen op de verbeelding. Deze bestemmingen en aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien in de regels hieraan een betekenis wordt gegeven. De begrenzingen van de bestemmingen volgen zoveel mogelijk geografische, topografische en/of kadastrale grenzen. Daar waar dat niet mogelijk bleek, is gekozen voor een meer praktische benadering. De schaal van de verbeelding kan met behulp van de computer door de gebruiker naar keuze worden ingesteld.
5.3
Toelichting op de regels
De regels zijn een juridische vertaling van het planologische -en ruimtelijk beleid van de gemeente, provincie en het rijk. De regels zijn een juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bebouwing, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bebouwing. Bij het opstellen van de regels is geprobeerd om de regels zo beperkt mogelijk te houden door alleen te regelen wat nodig is. Gebruiksregels Per bestemming is aangegeven voor welk gebruik de gronden zijn bedoeld. Indien daar aanleiding voor aanleiding voor bestaat, wordt via de specifieke gebruiksregels expliciet aangegeven waarvoor de gronden niet zijn bedoeld en of waarvoor en op welke wijze de gronden wel gebruikt kunnen worden. Bouwregels In een groot aantal bestemmingen zijn bouwregels opgenomen. Met deze bouwregels worden de bouwmogelijkheden gereguleerd. Uitgangspunt bij het bouwen van hoofdgebouwen is dat hoofdgebouwen altijd binnen een bouwvlak worden gebouwd en voorgevels van deze hoofdgebouwen in de gevellijn. Dit betekend dat indien er vervangende bebouwing wordt geprojecteerd, deze in de gevellijn moet worden teruggebouwd. Verder worden in de bouwregels onder anderen regels ten aanzien bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (ontwerp) 41
maximale bebouwing , bouwhoogtes, dakhelling opgenomen. Flexibiliteit Soms is het gewenst om af te wijken van de gestelde regels. Hiervoor zijn in het bestemmingsplan flexibiliteitbepalingen opgenomen om op specifieke situaties in te kunnen spelen. De uitvoering van de flexibiliteitregelingen ligt bij het college van burgemeester en wethouders. Het toepassen van deze regelingen is geen automatisme. Voordat wordt besloten dat van de geldende regels in het bestemmingsplan kan worden afgeweken zal eerst bekeken worden wat de consequenties zijn van de afwijking op de leefomgeving. In het bestemmingsplan diverse flexibiliteitregelingen opgenomen, deze zijn: Afwijken van de bouwregels; Afwijken van de gebruiksregels; Nadere eisen; Algemene afwijkingsregels; Wijzigingsbevoegdheden artikel 3.6 Wro; De afwijkingen van de bouw- of gebruiksregels maken afwijkingen van geringe aard mogelijk, waarbij de aan de grond toegekende bestemming gehandhaafd dient te blijven. Door het inwerkingtreden van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) worden verschillende vergunningen en besluiten, zoals de milieuvergunning, de omgevingsvergunning, afwijkingen van het bestemmingsplan en de kapvergunning gebundeld in een integrale omgevingsvergunning.
Toestemming van burgemeester en wethouders voor een afwijking van de bouw- of gebruiksregels kan zodoende worden verkregen door het aanvragen van een omgevingsvergunning Met de nadere eisen kunnen ondergeschikte zaken aan gebouwen worden aangepast. Het gaat hierbij om zaken zoals het aanpassen van de vorm of de situering van een bouwwerk of de inrichting van een terrein. Met 'nadere eisen' kunnen geen ingrijpende veranderingen plaatsvinden in de bestemmingen. Bij toepassing van een afwijking en / of nadere eisen wordt het beoordelingskader gehanteerd zoals in de onderstaande tabel is weergegeven. Deze lijst geeft de afwegingscriteria aan die meegewogen moeten worden bij de afweging of een omgevingsvergunning wordt verleend en/ of het toepassen van de nadere eisen. Op deze wijze kunnen interpretatieproblemen worden vermeden en wordt aan gebruikers van de in het plangebied gelegen gronden zoveel mogelijk rechtszekerheid geboden. Het bestemmingsplan biedt mogelijkheden voor het afwijken van de nadere eisen, de uitvoering van deze flexibiliteitsbepalingen zal plaatsvinden via de omgevingsvergunning. Bij toepassing van een afwijking en/ of nadere eis mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de volgende criteria: 1.
Woonsituatie: Ten aanzien van de woonsituatie dient rekening gehouden te worden met het in stand houden en/ of garanderen van een goede woonsituatie, hierbij dient gelet te worden op: i. de verkeersaantrekkende werking en de parkeerbehoefte; ii. overlast door lawaai, stank en/of trillingen; iii. de lichttoetreding/bezonning ten opzichte van (bebouwing op) aangrenzende gronden; iv. het uitzicht; v. de aanwezigheid van voldoende privacy. 2. Straat- en bebouwingsbeeld:
42 twerp)
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (on
In het belang van een verantwoorde, evenwichtige en samenhangende stedenbouwkundige en architectonische inpassing dient aandacht gegeven te worden aan: i. een goede verhouding tussen bouwmassa's en open ruimte, (landschappelijke inpassing); ii. de verhouding tussen de hoogte breedte van gebouwen; iii. gevelbeelden; iv. de samenhang van de bouwvorm met nabij gelegen bebouwing; v. de hoogtedifferentiatie; vi. de situering van gebouwen op het perceel; vii. de geleding van de gebouwen indien de oppervlakte meer dan 1000 meter² bedraagt. 3. Cultuurhistorie i.
cultuurhistorische waarden en archeologische waarden;
4. Verkeersveiligheid Ten waarborging van verkeersveiligheid dient rekening gehouden te worden met: i. verkeersaantrekkende werking, toename van de verkeersintensiteit en de parkeerbehoefte; ii. overlast door lawaai, stank en/of trillingen; iii. benodigde uitzichthoeken van wegen; iv. de aansluiting van in- en uitritten op de openbare weg; v. de gevolgen voor het zicht op de openbare weg en of fiets- en voetpaden; vi. de aanwezigheid van voldoende laad- en losruimte. 5. Sociale veiligheid Ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die onoverzichtelijk, onherkenbaar en niet-sociaal controleerbaar is dient rekening gehouden te worden: i. de mogelijkheden voor de verbetering van toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een sociaal onveilige plek; ii. de mate waarin de toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een openbare ruimte wordt ingeperkt. 6. Brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding Ten aanzien van de brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding dient rekening gehouden te worden met de volgende aspecten: i. aanwezigheid van kwetsbare objecten; ii. de aanwezigheid en routering van vluchtwegen; iii. de bereikbaarheid van de bouwwerken; de beschikbaarheid en bereikbaarheid van adequate blusmiddelen. 7.
Milieusituatie: Ter waarborging en ter voorkoming van een milieukundig ongewenste situatie als gevolg van een ruimtelijke ingreep dient rekening gehouden te worden met: i. de mate van hinder voor de omliggende functies; ii. de gevolgen voor de externe veiligheid; iii. de gevolgen van de aanwezigheid van gevoelige functies voor de hinderlijke functies; iv. de gevolgen voor flora en fauna in relatie met de omgeving; v. de gevolgen voor de bodemkwaliteit; vi. de gevolgen voor de (grond)waterkwaliteit; vii. de situering van gebouwen ten opzichte van het water. 8. Gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen Ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken is het niet toegestaan op enig terrein zodanig te bouwen, dat daardoor op een aangrenzend terrein, waarvan de toestand op dat moment overeenkomt met het plan, een situatie zou ontstaan die niet meer overeenkomt met het plan of waardoor een reeds bestaande afwijking van het plan zou worden vergroot. Overzicht: Beoordelingscriteria afwijkingen en nader eisen bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (ontwerp) 43
De bevoegdheid ex. artikel 3.6 Wro om het bestemmingsplan te wijzigen ligt eveneens bij burgemeester en wethouders. De wijzigingsbevoegdheid maakt een wijziging van een bestemming in een andere bestemming mogelijk. Voor de wijzigingsbevoegdheid geldt dat deze niet kan worden uitgevoerd, voordat onderzoek is uitgevoerd. Dit biedt de mogelijkheid om nader onderzoek zoveel mogelijk op de concrete situatie af te stemmen. Opzet regels De planregels van dit bestemmingsplan zijn opgedeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1. Inleidende regels; Hoofdstuk 2. Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3. Algemene regels; Hoofdstuk 4. Overgangs - en slotregels. De inhoud van de verschillende hoofdstukken wordt als volgt toegelicht: 5.3.1
Hoofdstuk1 Inleidende regels
In hoofdstuk 1 worden diverse begrippen welke in de planregels worden gehanteerd nader verklaard. Dit om mogelijke interpretatieproblemen te voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Artikel 1 Begrippen De begripsbepalingen in artikel 1 zijn noodzakelijk bij de interpretatie van de regels. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. De begrippen die hierin zijn opgenomen zijn terug te vinden in de bestemmingsbepalingen. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Met uitzondering van de eerste twee begrippen (plan en bestemmingsplan) zijn de begrippen alfabetisch gerangschikt. De begrippen zijn zoveel mogelijk gebaseerd op vaste jurisprudentie. In de loop der tijd hebben de meeste begrippen zich ontwikkeld tot een standaard, waarvan ook in dit bestemmingsplan gebruik is gemaakt. Artikel 2 Wijze van meten De bepalingen over de wijze van meten zijn in artikel 2 opgenomen. Dit artikel geeft aan hoe de hoogteen andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. 5.3.2
Hoofdstuk2 bestemmingsregels
In hoofdstuk 2 worden artikelsgewijs de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en wordt toegelicht op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Behalve bestemmingen en dubbelbestemmingen zijn binnen het bestemmingsplan aanduidingen te onderscheiden. Deze aanduidingen bevatten specificaties van bestemmingen en dubbelbestemmingen met betrekking tot gebruik of bouwen.
5.3.2.1 Groen Artikel 3 Groen De op de verbeelding voor "Groen" aangewezen gronden zijn bestemd voor openbare groenvoorziening, bos, (erf)toegangswegen, fietsstroken, voetpaden, voorziening ten behoeve van de waterhuishouding en nutsvoorzieningen. Voorzieningen ten behoeve van sport- en speelgelegenheden en andere bouwwerken mogen binnen deze bestemming opgericht worden. Binnen de bestemming groen is geen bouwmogelijkheid opgenomen. Het is niet mogelijk om parkeergelegenheden in het groen te realiseren. De reeds bestaande parkeervoorzieningen binnen de bestemming "Groen" mogen voortgezet worden maar kunnen direct omgezet worden in groen. Het vergroten van de bestaande parkeervoorzieningen binnen deze bestemming is niet mogelijk, hiervoor is altijd een afwijking nodig. 44 twerp)
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (on
5.3.2.2 Tuin Artikel 4 Tuin De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen worden gebouwd. De bestemming wordt vooral toegepast om voortuinen bij woningen te bestemmen inclusief in- en uitritten. Hiermee hangen ook enkele afwijkingsbepalingen samen die bepaalde bouwactiviteiten mogelijk kunnen maken bij aangrenzende (hoofd)gebouwen. 5.3.2.3 Verkeer Artikel 5 Verkeer - Verblijfsgebied De voor Verkeer - Verblijfsgebied aangewezen gronden zijn bestemd voor woonstraten en wegen ten behoeve van de ontsluiting van de aanliggende erven en percelen, toegangswegen en inritconstructies zie bestemmingsomschrijving in de regels. Binnen deze bestemming is het aanleggen van voet- en fietspaden, straten, erven en pleinen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, sport en speelgelegenheden, nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen eveneens mogelijk. Gebouwen mogen niet worden opgericht binnen deze bestemmingen, wel zijn andere bouwwerken ten dienste van de bestemming mogelijk.
5.3.2.4 Wonen Binnen de bestemming Wonen wordt de mogelijkheid geboden voor de bouw van woningen en de realisatie van daarbij behorende voorzieningen. Dit laatste is tevens bedoeld om ondergeschikte, aan de woonfunctie grenzende voorzieningen (bijvoorbeeld groenvoorzieningen of toegangswegen), waarvan de feitelijke begrenzing niet exact blijkt samen te vallen met de bestemmingsgrens, onder de woonbestemming te brengen. Het 'eigen' terrein behorende bij de woning met de woonbestemming dient geschikt gemaakt te worden voor de stalling van tenminste twee auto's. Voor de verschillende woonvormen in het plangebied zijn verschillende bestemmingen opgenomen. Artikel 6 Wonen - Twee - aaneen Bij Wonen - Twee aaneen gaat het om grondgebonden twee- onder- één kap woningen. Voor Wonen Twee aaneen geldt dat maximaal 150 m² aan gebouwen gerealiseerd mogen worden mits niet meer dan 50% van het bouwperceel wordt bebouwd (inclusief de ruimte die gebruikt wordt voor de woning). Van de genoemde 150 m2 mag maximaal 50 m2 aan bijbehorende bouwwerken gebouwd worden mits niet meer dan 50% van de oppervlakte van het achtererfgebied bebouwd wordt. Artikel 7 Wonen - Vrijstaand Alle vrijstaande woningen in het plangebied hebben de bestemming Wonen-Vrijstaand gekregen.
Bij vrijstaande woningen geldt dat maximaal 200 m² aan gebouwen gerealiseerd mogen worden mits niet meer dan 50% van het bouwperceel wordt bebouwd (inclusief de ruimte die gebruikt wordt voor de woning). Van de genoemde 200 m2 mag maximaal 75 m2 aan bijbehorende bouwwerken gebouwd worden mits niet meer dan 50% van de oppervlakte van het achtererfgebied bebouwd wordt.
5.3.3
Hoofdstuk3 Algemene regels
Hoofdstuk 3 van de regels bevat bepalingen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen, zodat het uit praktische overwegingen de voorkeur verdient deze in afzonderlijke artikelen onder te brengen. Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Met dit artikel wordt voorkomen dat meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt. Dit is bijvoorbeeld mogelijk als (onderdelen van) bouwpercelen van eigenaars in maatvoering verschillen en wisselen. Door verwerving van een extra (bouw)perceel of een gedeelte daarvan, kunnen de gronden niet bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (ontwerp) 45
meegenomen worden met de berekening van de bouwmogelijkheden van het nieuwe perceel als de nieuw verworven gronden reeds meegenomen zijn bij de berekening van een eerdere bouwplannen. Het is dus niet toegestaan gronden twee keer in te zetten om een omgevingsvergunning te verkrijgen. Artikel 9 Algemene bouwregels In dit artikel zijn regels opgenomen voor het bouwen van ondergeschikte bouwonderdelen. De genoemde onderdelen mogen de in de regels bepaalde maximale bouwhoogte overschrijden met de in artikel genoemde maten. Hiervoor is bewust gekozen omdat dit duidelijkheid en enige vrijheid aan ontwerpers biedt. Tevens wordt in dit artikel, artikel 9 lid 2 van de Woningwet buiten toepassing verklaard met uitzondering van een zestal onderwerpen dit o.a in verband met de bereikbaarheid, beheer en gebruik van het openbaar gebied. Artikel 10 Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn regels opgenomen voor het verboden gebruik op onbebouwd terrein en voor het verboden gebruik van gebouwen. Artikel 11 Algemene afwijkingsregels Afwijkingsregels zijn regels waardoor aan de bestemmingsbepalingen de nodige extra flexibiliteit wordt meegegeven. Toestemming voor afwijking gebeurt door het verlenen van een omgevingsvergunning.
Het college van burgemeester en wethouders kan bijvoorbeeld een omgevingsvergunning verlenen voor het 10 % vergroten van de bouwmogelijkheden voor goot- en nokhoogte, het bouwen van het hoofdgebouw maximaal 5 meter achter de gevellijn en het bouwen met een minder steile dakhelling. Daarnaast zijn ten aanzien van het gebruik afwijkingsmogelijkheden opgenomen voor de uitoefening van een aan huis gebonden kleinschalige beroeps- of bedrijfsactiviteiten voor alle woningen of het uitoefenen van bed en breakfast. De omgevingsvergunningen mogen alleen gebruikt worden indien niet op grond van een andere bepaling in deze regels omgevingsvergunning kan worden verleend. Dit betekent dat niet 2 keer omgevingsvergunning kan worden verleend van eenzelfde bepalingen of dat bepalingen die extra bouwmogelijkheden geven niet cumulatief gebruikt mogen worden. Artikel 12 Algemene wijzigingsregels Het bestemmingsplan bevat in een aantal gevallen een mogelijkheid tot het wijzigen van het plan op basis van de wijzigingsbevoegdheid op grond van artikel 3.6 Wro. De procedure van de wijzigingsbevoegdheid is geregeld in de Wro. Artikel 13 Overige regels In dit artikel wordt het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeernormen gemeente Emmen' (vastgesteld op 26 april 2018) van toepassing verklaard op dit bestemmingsplan. 5.3.4
Hoofdstuk4 overgangs- en slotregels
Het laatste hoofdstuk Overgangs- en slotregels bevat ten eerste het overgangsrecht, zoals beschreven in het besluit Ruimtelijke Ordening. In de slotregel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald. In dit geval kunnen de regels van het bestemmingsplan aangehaald worden als regels van het bestemmingsplan 'Klazienaveen, De Doole (8 woningen)'.
46 twerp)
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (on
5.4
Handhaving
In dit bestemmingsplan heeft actueel beleid zijn doorwerking in de regels gekregen. Hierdoor is het juridisch kader van het bestemmingsplan voor gemeente als publiek beter toepasbaar geworden. Van de gemeente mag verwacht worden dat opgetreden wordt als de regels van het bestemmingsplan niet worden nageleefd. Bestemmingsplannen zijn immers bindend voor overheid en publiek ter bescherming van een goede ruimtelijke kwaliteit en een veilige leefomgeving. Het college van de gemeente Emmen heeft het beleidsplan Vergunningverlening Toezicht en Handhaving (VTH) vastgesteld. Dit beleidsplan VTH beschrijft de visie en ambitie op het terrein van de gemeentelijke VTH-taken, waaronder ook valt het toepassen en naleven van de regels in het bestemmingsplan. Daarnaast geeft het beleidsplan VTH invulling aan de wettelijke plicht om vastgesteld VTH-beleid te hebben. Voor wat betreft handhaving kan de gemeente onmogelijk continu alles controleren. De gemeente vertrouwt erop dat inwoners en bedrijven de regels naleven en zij er alles aan doen om risico's en nadelige effecten voor de maatschappij te voorkomen. Risico's bepalen de inzet van de beschikbare capaciteit. Op basis van kennis en ervaring is vastgesteld welke bedrijfscategorieën en activiteiten het grootste risico vormen voor fysieke veiligheid, leefbaarheid, volksgezondheid, milieu en imago.
Deze uitgangspunten zijn gebruikt bij het opstellen van dit bestemmingsplan en worden ook toegepast bij de naleving van de regels van het bestemmingsplan.
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (ontwerp) 47
Hoofdstuk 6 6.1
Maatschappelijke betrokkenheid
Participatie
Aankondiging voorjaar 2020 In het voorjaar van 2020 zijn omwonenden van het plangebied per brief geïnformeerd over de verkenning van de mogelijkheid om kavels aan De Doole uit te kunnen gaan geven. Nieuwsbrieven Als vervolg hierop zou, bij het concreter worden van de mogelijkheden, normaliter een inloopbijeenkomst georganiseerd worden. Vanwege de toen geldende coronamaatregelen was dit niet mogelijk. Om deze reden is er voor gekozen in januari 2021 de omwonenden een nieuwsbrief met een reactiekaart te sturen. In de nieuwsbrief is uitgelegd dat er de afgelopen maanden verschillende onderzoeken zijn verricht en dat hieruit is gebleken dat hier geen belemmeringen zijn voor woningbouw . Ook is in de nieuwsbrief het eerste schetsplan opgenomen met een beknopte opsomming van een aantal uitgangspunten en is een overzicht opgenomen van het traject van de bestemmingsplanprocedure. De omwonenden konden op verschillende manieren op de informatie reageren: telefonisch (tijdens een van de twee telefonische spreekuren of tijdens reguliere werkdagen), via de mail of via het reactiekaartje met antwoordnummer dat bij de nieuwsbrief was toegevoegd. Een aantal omwonenden heeft een schriftelijke reactie gegeven. De reacties hadden met name betrekking op de keuze van de locatie en niet op het inhoudelijke ontwerp.
In september 2021 is een tweede nieuwsbrief verstuurd waar inhoudelijk is ingegaan op de ontvangen reacties. Ook is een toelichting gegeven op de procedure van het bestemmingsplan en uitgelegd wanneer de formele procedure begint. De aankondigingsbrief en de twee nieuwsbrieven zijn als bijlagen 14, 15 en 16 bijgevoegd.
6.2
Overleg ex. artikel 3.1.1 Bro en zienswijzen
6.2.1
Overleg
Het college heeft het bestemmingsplan Klazienaveen, De Doole (8 woningen) vrijgegeven voor overleg artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro), Het voorontwerpbestemmingsplan is voor overleg verzonden naar verschillende overlegpartners. Zowel het Waterschap Vechtstromen, de Provincie Drenthe als de Veiligheidsregio Drenthe hebben schirftelijk aangegeven in te kunnen stemmen met de inhoud van het voorontwerp bestemmingsplan Klazienaveen, De Doole (8 woningen). De reacties zijn als bijlage 17, 18 en 19 bijgevoegd.
6.3
Zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan
Het bestemmingsplan Klazienaveen, De Doole (8 woningen) heeft voor een termijn van 6 weken als ontwerp ter inzage gelegen van 24 december 2021 tot en met 3 februari 2022.Tegen het ontwerpbestemmingsplan Klazienaveen, De Doole (8 woningen) zijn tien zienswijzen door omwonenden ingediend. Zowel Provincie Drenthe als Veligheidsregio Drenthe hebben te kennen gegeven in te kunnen stemmen met het plan. Als bijlage zijn de reacties van de provincie en de VRD bijgevoegd alsmede de tien zienswijzen. In de reactie van de provincie is aangegeven dat gewenst is dat het provinciale beleid m.b.t. het onderwep 'Wonen' nog nader wordt beschreven in de toelichting. Dit is verwerkt. Een en ander heeft verder niet geleid tot andere inzichten dan wel tot een ander standpunt van de provincie. Zowel de provincie als de VRD hebben aangegeven in te kunnen stemmen met het plan. De zienswijzen hebben eveneens geen aanleiding gegeven tot het aanpassen van het ontwerpbestemmingsplan. De Nota van Beantwoording Zienswijzen - BP Klazienaveen, De Doole is als bijlage bijgevoegd.
48 twerp)
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (on
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
Per 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente tot het verhalen van kosten bij grondexploitatie via een exploitatieplan, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan, is opgenomen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Uit dit artikel blijkt dat onder een bouwplan o.a. wordt verstaan de bouw van een woning of de uitbreiding van een gebouw van 1000 m2 of meer. De gemeente Emmen is initiatiefnemer voor onderhavige ontwikkeling en is eigenaar van de gronden. De kosten van het maken van het voorliggend bestemmingsplan Klazienaveen, De Doole (8 woningen) worden in dit geval gedekt op grond van de bijbehorende grondexploitatie. De vaststelling van een exploitatieplan is zodoende niet nodig, aangezien het kostenverhaal nu anderszins verzekerd is.
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (ontwerp) 49