Bijlage 1: Bestemmingsplan Klazienaveen, De Doole (8 woningen) - Toelichting
Tekst van het document
Klazienaveen, De Doole (8 woningen)
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding tot nieuw bestemmingsplan 1.2 Ligging plangebied 1.3 Huidige planologische regelingen 1.4 Opzet bestemmingsplan 1.5 Overzicht verricht onderzoek
5 5 5 6 7 8
Hoofdstuk2 Beleid 2.1 Gemeentelijk beleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Rijksbeleid 2.4 Conclusie
9 9 11 14 14
Hoofdstuk3 Planbeschrijving en Stedenbouwkundige structuur 3.1 Ontstaansgeschiedenis 3.2 Algemene planbeschrijving 3.3 Stedenbouwkundige hoofdstructuur 3.4 Verkeersstructuur 3.5 Groenstructuur
15 15 17 17 19 19
Hoofdstuk4 Onderzoeken 4.1 Cultuurhistorie 4.2 Archeologie en monumenten 4.3 Ecologie 4.4 Fysieke veiligheid 4.5 Milieu 4.6 Waterparagraaf 4.7 Ladder voor duurzame verstedelijking
22 22 25 28 31 33 35 39
Hoofdstuk5 Toelichting op de planregels en verbeelding 5.1 Algemeen 5.2 Toelichting op de verbeelding 5.3 Toelichting op de regels 5.4 Handhaving
41 41 41 41 47
Hoofdstuk6 Maatschappelijke betrokkenheid 6.1 Participatie 6.2 Overleg ex. artikel 3.1.1 Bro en zienswijzen 6.3 Zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan
48 48 48 48
Hoofdstuk7
49
Economische uitvoerbaarheid
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Beeldkwaliteitplan De Doole
Bijlage 2
Archeologisch bureauonderzoek en IVO-O
Bijlage 3
Beoordeling Archeologisch rapport - Gemeente
Bijlage 4
Quickscan Ecologie - deel 1
Bijlage 5
Quickscan Ecologie - deel 2
2 twerp)
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (on
Bijlage 6
Veldonderzoek vleermuizen en vogels
Bijlage 7
Stikstofberekening
Bijlage 8
Aanmeldnotitie Mer
Bijlage 9
Mer - Beoordelingsbesluit
Bijlage 10
Verkennend Bodemonderzoek
Bijlage 11
Digitale watertoets
Bijlage 12
Samenvatting digitale watertoets
Bijlage 13
Ladderonderbouwing
Bijlage 14
Brief omwonenden 2020-03-17
Bijlage 15
Nieuwsbrief 2021-01-26
Bijlage 16
Nieuwsbrief 2021-09-02
Bijlage 17
Vooroverlegreactie Waterschap
Bijlage 18
Vooroverlegreactie Provincie
Bijlage 19
Vooroverlegreactie VRD
Bijlage 20
Publicatie Ontwerp BP
Bijlage 21
Reactie VRD
Bijlage 22
Reactie Provincie Drenthe
Bijlage 23
Zienswijze 1
Bijlage 24
Zienswijze 2
Bijlage 25
Zienswijze 3
Bijlage 26
Zienswijze 4
Bijlage 27
Zienswijze 5
Bijlage 28
Zienswijze 6
Bijlage 29
Zienswijze 7
Bijlage 30
Zienswijze 8
Bijlage 31
Zienswijze 9
Bijlage 32
Zienswijze 10
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (ontwerp) 3
4 twerp)
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (on
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding tot nieuw bestemmingsplan
De reden voor het opstellen van het bestemmingsplan Klazienaveen, De Doole (8 woningen) is de woningvraag bij jonge huishoudens gericht op de koopsector. Er is vooral vraag naar grondgebonden middeldure koopwoningen. In dorpen en buitenwijken zijn dit vrijstaande woningen en tweekappers. De doelgroep voor deze woningen zijn in eerste instantie (jonge) gezinnen die op zoek zijn naar een volgende stap in hun wooncarrière. Zij zullen vaak doorstromen vanuit een bestaande koopwoning. Naar alle verwachting zal deze ontwikkeling vooral inspelen op de lokale behoefte; huishoudens met een binding met Klazienaveen. De nieuwbouwplannen passen niet in het geldende bestemmingsplan voor deze locatie. Middels dit bestemmingsplan Klazienaveen, De Doole (8 woningen) wordt in de eerste plaats de gewenste nieuwe planologische situatie goed vastgelegd. Ten tweede voorziet het bestemmingsplan daarmee in een adequaat en actueel ruimtelijk- en juridisch kader. Een derde doelstelling van het bestemmingsplan is dat het een heldere vertaling is van het stedenbouwkundig plan en daarmee duidelijkheid biedt naar omwonenden en de (nieuwe) eigenaren.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt aan de zuidkant van Klazienaveen en wordt omsloten door de straten De Doole, De Lauden en de Broekweg. Het gaat om grond in eigendom van de gemeente dat in gebruik is als groenstrook. Het voornemen is om 8 woningen te ontwikkelen, waarvan 4 vrijstaande woningen en 4 twee-onder-een-kapwoningen. In de directe nabijheid van de locatie is een basisschool en een buurtgebouw gelegen. Op ongeveer 1 kilometer afstand is het centrum van Klazienaveen gelegen met haar voorzieningen. Hier bevindt zich onder andere een Hema, een bank, supermarkten en verschillende andere winkels. Daarmee is de locatie gunstig gelegen ten opzichte van vele voorzieningen.
Ligging plangebied De Doole in kern Klazienaveen
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (ontwerp) 5
Locatie plangebied De Doole
1.3
Huidige planologische regelingen
Het voorliggende bestemmingsplan Klazienaveen, De Doole (8 woningen) vervangt een klein deel van het bestemmingsplan voor de kern Klazienaveen (vastgesteld 19-12-2013). Het gebied heeft voor een gedeelte een sport- en een groenbestemming. Het gehele plangebied heeft een dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4. Voorts zijn er twee paraplubestemmingsplannen van kracht. Het zijn de volgende: - 'Parapluplan Standplaatsen' (vastgesteld op 31 mei 2018); - 'Parapluplan Parkeernormen gemeente Emmen' (vastgesteld op 26 april 2018).
6 twerp)
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (on
Uitsnede bestemmingsplan Klazienaveen
Daarnaast zijn in het verleden diverse (bouw)initiatieven met een afwijkingsprocedures mogelijk gemaakt. Bij het van kracht worden van het bestemmingsplan Klazienaveen, De Doole (8 woningen) verliezen de genoemde bestemmingsplannen en de afwijkingen van het bestemmingsplan, voor zover zij vallen binnen het plangebied, rechtskracht. Het bestemmingsplan Klazienaveen, De Doole (8 woningen) vervangt de genoemde plannen.
1.4
Opzet bestemmingsplan
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. Op de verbeelding worden de mogleijkheden in het gebied aangegeven met bestemming dan wel een aanduiding. In de regels worden de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het plangebied geregeld. Tot slot wordt in de toelichting een verantwoording gegeven van de in het plan gemaakte keuzes. bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (ontwerp) 7
1.5
Overzicht verricht onderzoek
Ter voorbereiding van het bestemmingsplan Klazienaveen, De Doole (8 woningen) zijn diverse onderzoeken verricht en adviezen gegeven. De conclusies uit de onderzoeken en adviezen zijn verwerkt in Hoofdstuk 4.
8 twerp)
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (on
Hoofdstuk 2
Beleid
2.1
Gemeentelijk beleid
2.1.1
Structuurvisie gemeente Emmen 2020, veelzijdigheid troef
Structuurvisie Emmen 2020, Veelzijdigheid Troef, is 24 september 2009 vastgesteld door de raad. Het document is opgesteld als ruimtelijke vertaling van de ambities gesteld in de Strategienota Emmen 2020, vastgesteld in de raadsvergadering van september 2001. De structuurvisie geeft de hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Emmen weer. In de structuurvisie wordt de ruimtelijke structuur van 2020 geschetst aan de hand van een aantal thema's, te weten landschap, duurzaamheid, verkeer, werken, wonen, voorzieningen en veiligheid. Voor ieder thema is een hoofdkoers bepaald. Voor het bestemmingsplan Klazienaveen, De Doole (8 woningen) is vooral het thema Wonen van belang. Dit thema is nader uitgewerkt in de Woonvisie, die hieronder is beschreven. 2.1.2
Woonbeleid
De Woonvisie 2018-2023 'Thuis in Emmen: snoeien doet bloeien' is in september 2017 vastgesteld door de Raad. Het beleidskader richt zich op goed wonen en leven; er is sprake van een kwalitatieve insteek. In de woonvisie wordt rekening gehouden met vergrijzing en mogelijke bevolkingskrimp. De prioriteiten in het beleid zijn: - zorg voor voldoende en goede woningen voor de behoefte van de doelgroepen; - beter benutten van de bestaande woningvoorraad; - betaalbaar wonen; - duurzaamheidsmaatregelen (in het bijzonder energiebesparende maatregelen); - zorg voor voldoende geschikte woningen voor senioren met of zonder begeleidingsvraag; - leefbare dorpen en wijken. Het accent ligt met deze prioriteiten op behoud en versterking van de bestaande woonkwaliteit. Dit komt ook tot uiting in de algemene woningbouwstrategie, waarin bij het beoordelen van nieuwe initiatieven herstructureringsprojecten prioriteit hebben. Ook van belang is dat nieuwe initiatieven en nieuw te ontwikkelen locaties/gebieden in samenhang worden bekeken en dat de behoefte aan de desbetreffende woningen is aangetoond. Dit komt in hoofdstuk 4 (ladder voor duurzame verstedelijking) nader aan de orde.
2.1.3
Verkeersbeleid
Het Gemeentelijk Verkeer en Vervoer Plan (GVVP) ( december 2013) gaat uit van de inrichting van wegen volgens de Duurzaam veilig-principes. De wegen in de gemeente Emmen zijn gecategoriseerd conform Duurzaam Veilig met als doel een optimale afstemming te bereiken tussen de functie van de weg, de vormgeving en het gebruik ervan door de weggebruiker. Hiermee wordt beoogd onbedoeld gebruik van de weg, conflicten met hoge snelheids- en richtingsverschillen, alsmede onzeker gedrag te voorkomen. De wegen zijn verdeeld in drie categorieën, stroomwegen, gebiedsontsluitingsweg en erftoegangswegen. Verder zet het GVVP in op een multimodale benadering van verkeer. Dit houdt in dat niet enkel naar de bereikbaarheid per auto wordt gekeken maar nadrukkelijk ook naar andere vervoersmodaliteiten, zoals het openbaar vervoer of de fiets. 2.1.4
Integrale parkeervisie
In oktober 2017 heeft de gemeenteraad van Emmen de "Integrale parkeervisie gemeente Emmen" vastgesteld. Deze visie vervangt de parkeernota van 2010. De visie is het kader voor het bepalen van de parkeeropgave bij fysieke ontwikkelingen op alle niveaus. Het is een leidraad voor het beoordelen van de parkeeropgave van stedenbouwkundige visies & plannen bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (ontwerp) 9
voor (her-)ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en is ook het kader dat invulling geeft aan het begrip “voldoende parkeer- of stallingsruimte dan wel voldoende laad- of losruimte" in bestaande en op ontwikkeling gerichte nieuwe bestemmingsplannen. De visie bevat ten aanzien van de hoeveelheid parkvoorzieningen en het aantal los- en laadplaatsen het beoordelingskader voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en- of wijzigen gebruik. Voor toekomstige (nieuwbouw)ontwikkelingen is in de parkeervisie de landelijke richtlijnen van het CROW leidraad. Uitgangspunt blijft in beginsel voldoende parkeerruimte op eigen terrein. Als dit niet kan, kan eventueel teruggevallen worden op parkeren in de openbare ruimte, waarvoor aan de gemeente een afkoopsom wordt betaald. 2.1.5
Welstandsbeleid
De welstandsnota 2016, gemeente Emmen is opgesteld uitgaande van het motto: “Loslaten van kan, regelen wat ertoe doet”. De gemeente hecht waarde aan de omgevingskwaliteit, en ziet daarbij onderscheid tussen de verschillende gebieden die de gemeente rijk is. Niet ieder gebied vraagt om dezelfde benadering. De welstandsnota 2016 kent drie welstandsniveaus: welstandsvrij, welstandsluw en welstandsniveau hoog. Voor een aantal gebieden is de ambitie naar beneden bijgesteld ,waardoor welstandsvrije gebieden zijn toegenomen. Het niveau welstandsluw is geïntroduceerd. In de luwe gebieden wordt op een aantal basale aspecten van welstand gestuurd en wordt afstand genomen van gedetailleerde beoordelingen. Daarnaast moeten gebieden die van meer waarde zijn - niveau hoog – goed beschermd blijven. Deze gebieden leveren een belangrijke bijdrage aan de identiteit van Emmen. Voornamelijk zijn dit de centra van dorpen, wijken en de beschermde dorpsgezichten. Voor deze gebieden geldt een hoog ambitieniveau. Het gemeentebestuur beoogt met deze nota een dynamische welstand in Emmen, waarbinnen ruimte is voor dialoog en “kwalitatief herstel” met de samenleving. Het bestemmingsplan en de welstandsnota zorgen samen voor het behoud van de ruimtelijke kwaliteit. Het bestemmingsplan geeft aan wat, hoeveel, in welke vorm en waar er gebouwd mag worden.
Het welstandsbeleid geeft aan hoe het gebouw er uit mag komen te zien. Dit wil zeggen dat het welstandsbeleid moet voorkomen dat er gebouwen gebouwd worden die afbreuk doen aan de omgeving. Het plangebied is gelegen in een gebied gekenmerkt als welstandsluw.
Welstandsniveau in het plangebied (brond: Welstandsnota Gemeente Emmen, d.d. 30 juni 2016)
10 twerp)
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (on
2.2
Provinciaal beleid
2.2.1
Omgevingsvisie Drenthe 2018
De Omgevingsvisie 2018 is vastgesteld op 3 oktober 2018. Dit is hét strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein. De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe in de periode tot 2030, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode daarna. Als in de tekst wordt gesproken over ‘lange termijn’, betreft het de periode na 2030. De Omgevingsvisie heeft voor de provincie vooral een interne binding. Dit betekent dat de provincie bij de uitoefening van haar taken aan de Omgevingsvisie gebonden is. Missie De missie van de provincie is het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij de kernkwaliteiten. Deze missie is ingegeven door wat inwoners, medeoverheden en maatschappelijke partners belangrijk vinden voor de toekomst van Drenthe. De kernkwaliteiten zijn samen met partners en de inwoners van Drenthe benoemd, te weten landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Kernkwaliteiten De kernkwaliteiten zijn de kwaliteiten die bijdragen aan de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe.
Samen met vertegenwoordigers van overheden, belangengroepen, marktpartijen en inwoners heeft de provincie de volgende kernkwaliteiten van Drenthe benoemd : rust, ruimte, natuur en landschap; oorspronkelijkheid (authenticiteit, Drents eigen); noaberschap; kleinschaligheid (Drentse schaal); menselijke maat; veiligheid. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteiten. In hoofdstuk 4 van de Omgevingsvisie is voor alle kernkwaliteiten een uitwerking naar meer concrete indicatoren gemaakt, namelijk landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Zorgvuldig Ruimtegebruik In Drenthe kunnen mensen nog ruimte beleven. Dat wil de provincie bewaken, ook wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn. Zorgvuldig ruimtegebruik is van provinciaal belang. Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument dat zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik bevordert, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang, gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. De Ladder is opgenomen in art. 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening.
De Ladder-methode helpt een goede afweging te maken bij het inpassen van ruimtebehoefte voor wonen, bedrijvigheid en infrastructuur. De toelichting op de ladder is opgenomen als bijlage 13 . Wonen Omgevingsbeeld De verschillen in bevolkingsontwikkeling tussen de stedelijke gebieden en ook in het landelijk gebied worden groter. Op de woningmarkt worden de verschillen tussen stad en platteland, zand en veen en bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (ontwerp) 11
gebieden met wel of geen krimp groter. Vraag en aanbod passen niet altijd goed meer bij elkaar, wat leidt tot een vraag naar nieuwe woningen. Dit terwijl een deel van de bestaande woningvoorraad leeg blijft staan of in kwaliteit afneemt en huishoudens niet kunnen doorstromen naar passende woningen. De woningbouwopgave in Drenthe krijgt tot 2030 te maken met een daling van circa 1.100 huishoudens. Daarnaast bestaat er onder de huidige huishoudens, ongeveer 2500, een vraag naar nieuwe woningen. Hoewel het aantal huishoudens afneemt, blijven mensen in nieuwe woningen willen wonen (vervangingsvraag). Op lange termijn (2040) verwachten we een geschatte daling van 5.000 huishoudens. De geschatte vervangingsvraag in 2040 bedraagt ook ongeveer 5.000 woningen. Geografisch gezien speelt deze opgave met name in Zuidoost-Drenthe en in gebieden waar bevolkingsdaling speelt. Daarnaast daalt de woningvoorraad naar verwachting licht in kleine kernen, met name in de veenkoloniale lintdorpen, vergrijzende zanddorpen en in de oudere buitenwijken, doordat de vervangingsvraag wordt gerealiseerd in de grotere kernen en rondom de bestaande voorzieningen. Deze gebieden worden daarmee intensiever bebouwd, met herbestemming van bedrijfs- en winkelpanden en/of gestapelde woningbouw.
In de ruimtelijk-economische structuur van Drenthe zijn de functies wonen, werken en voorzieningen geconcentreerd in steden en dorpen, dit noemt de provincie stedelijke gebieden. Ambitie Het anticiperen op een veranderende bevolkingssamenstelling en de effecten hiervan op de leefomgeving en de woningmarkt is van provinciaal belang. De demografische ontwikkelingen maken het nodig dat er geanticipeerd wordt op een ouder wordende bevolking, toenemende vraag naar levensloopbestendig wonen en zorgwonen en een daling van het aantal huishoudens, in met name de buitengebieden. Deze ontwikkeling speelt nu al in Oost-Drenthe. Dit brengt met zich mee dat in kleine kernen en oudere stadswijken de leefbaarheid soms meer onder druk komt te staan, waardoor maatwerk noodzakelijk blijft. Onderscheid wordt gemaakt tussen bestaand stedelijk gebied en buitengebied. Deze noodzaak komt voort uit het provinciaal belang bij een goede ruimtelijke ordening om, mede conform Rijksbeleid, nieuwe initiatieven bij voorkeur te faciliteren binnen de reeds bebouwde omgeving. Onderhavig plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied.
12 twerp)
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (on
Milieu- en leefomgevingskwaliteit De provincie streeft naar een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, plant en dier. Het beschermen van de kwaliteit van milieu en leefomgeving is veelal op Europees en nationaal niveau geregeld. Daarbij zijn diverse taken en verantwoordelijkheden bij de provincies neergelegd. Deze taken, gericht op het beschermen van de kwaliteit van lucht, water en bodem en het verbeteren van de verkeersveiligheid, waterveiligheid en externe veiligheid, zijn daarmee van provinciaal belang. Kaarten en doelstellingen Op kaarten behorende bij de Omgevingsvisie Drenthe zijn de kernkwaliteiten nader weergegeven. Op een aantal kaarten (wanneer relevant) is het plangebied als volgt aangeduid: Landschap Het plangebied is gelegen binnen het landschap van de veenkoloniën. Van provinciaal belang is de orthogonale samenhang tussen het systematische ontginningspatroon van grootschalige openheid met kenmerkende wijkenstructuur en de bebouwingslinten met daaruit opgaande percelen. Cultuurhistorie Het beleid van de provincie Drenthe ten aanzien van cultuurhistorie is beschreven in de beleidsnota Cultuurhistorisch Kompas Drenthe. Het plangebied is gelegen binnen het gebied Emmen en haar venen. Het generieke beleid 'respecteren' is van toepassing. Het is bedoeld om de cultuurhistorische samenhang, zoals die is vastgelegd in de hoofdstructuur, te borgen.
De ambitie voor de Veenkoloniën richt zich specifiek op het zichtbaar houden van de machinale veenwinning en veenverwerking op het Amsterdamscheveld en het Bargerveen, zowel in het landschap als in de bebouwing. Dit wordt nader beschreven in hoofdstuk 4. Archeologie De inhoudelijke kaart Archeologie geeft een overzicht van de archeologische waarden en verwachtingen die de provincie van provinciaal belang achten. In gebieden of terreinen met een archeologische verwachting op de archeologiekaarten, wordt gestuurd op een goede uitvoering van archeologisch onderzoek. Niet voor alle bodemingrepen is archeologisch onderzoek vereist. Dit hangt af van de omvang en aard van de ingreep, de waarde/verwachting van de locatie en het vrijstellingenbeleid zoals dat is uitgewerkt in de gemeentelijke archeologiekaarten. Dit wordt nader beschreven in hoofdstuk 4. Aardkundige waarden Aardkundige waarden die bijdragen aan het specifieke Drentse karakter wil de provincie behouden en, waar mogelijk, herstellen. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteit aardkundige waarden. De provincie wil inhoud geven aan ruimtelijke kwaliteit, om de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe te behouden en te versterken.
Het doel is de archiefwaarde van de bodem te behouden en de landvormen, die karakteristiek zijn voor het Drentse landschap, te behouden en te versterken, als onderdeel van de kernkwaliteit oorspronkelijkheid. Het plangebied is gelegen binnen een gebied met een generiek beschermingsniveau voor aardkundige waarden. In deze gebieden wil de provincie de lokale, aardkundige kenmerken voor de toekomst bewaren.
2.2.2
Provinciale omgevingsverordening
Provinciale Staten van Drenthe hebben de van toepassingzijnde Provinciale omgevingsverordening Drenthe vastgesteld op 3 oktober 2018. In de omgevingsverordening is het perceel gelegen binnen een gebied aangeduid als 'Bestaand Stedelijk Gebied'. Het gebied heeft de kernkwaliteit Landschap. Binnen Bestaand Stedelijk Gebied ligt de verantwoordelijkheid ten aanzien van woningbouw en de kernkwaliteit landschap primair bij de gemeente. De verordening geeft verder geen specifieke bepalingen voor percelen met deze aanduiding.
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (ontwerp) 13
2.3
Rijksbeleid
2.3.1
Ruimtelijk beleid
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 van kracht geworden. Onderdeel van deze structuurvisie is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Met de structuurvisie kiest het rijk voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Voor Emmen zijn in de SVIR geen onderwerpen opgenomen die aangemerkt worden als nationaal belang. In de Barro zijn alleen de zaken betreffende defensie en kernkwaliteiten van toepassing. Echter deze zaken hebben geen directe invloed op de inrichting van het plangebied.
2.4
Conclusie
De conclusie van de in dit bestemmingsplan Klazienaveen, De Doole (8 woningen) beschreven beleidsuitgangspunten is dat het rijksbeleid niet direct door werkt in het plangebied. Hierdoor is het bestemmingsplan niet in strijd met het rijksbeleid. Het rijksbeleid werkt indirect door via het provinciaal beleid. Het provinciaal beleid vormt op zijn beurt weer de input voor het gemeentelijk beleid. Voor het voorliggende bestemmingsplan kan eveneens geconcludeerd worden dat het plan passend is in het provinciale beleid. Wat betreft het gemeentelijk beleid kan gesteld worden dat op basis van de woonvisie inbreiding op deze locatie passend is.
14 twerp)
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (on
Hoofdstuk 3 structuur
Planbeschrijving en Stedenbouwkundige
3.1
Ontstaansgeschiedenis
3.1.1
Kanalen en linten
Klazienaveen is een jong veendorp. Haar naam dankt ze aan Klaziena, de vrouw van W.A. Scholten. De familie Scholten was eigenaar van de venen ten oosten van Emmen.
Toen rond 1900 de Verlengde Hoogeveense Vaart – nu het Van Echtenskanaal- werd doorgetrokken tot aan de Duitse grens kwam de vervening in dit gebied op volle toeren. En kreeg Klazienaveen de karakteristieke veenkoloniale ruimtelijke hoofdstructuur met de hoofdkanalen en de dwarsloten, ook wel wijken genoemd. Een deel van de arbeidersbevolking volgde de vervening door de regio, anderen vestigden zich langs de gegraven kanalen en wijken en probeerden een bestaan op te bouwen in de turfwinning, turftransport, turf verwerkende industrie of in de landbouw. Ter plekke van de dwarsverbindingen op het Van Echtenskanaal, tussen de Dordsebrug en de Trambrug/ Scholtenskanaal verdichtte de lintbebouwing en concentreerde zich de detailhandel en zo ontstond het centrum van Klazienaveen. 3.1.2
Woonbuurten
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (ontwerp) 15
Tot begin jaren 60 van de vorige eeuw kon binnen de veenkoloniale ruimtelijk opzet met de lange lintbebouwing de uitbreiding van het dorp gerealiseerd worden. Door de groei van de bevolking en de bedrijvigheid in de jaren daarna was de behoefte aan nieuwe woningen groot en werden er planmatige woonbuurten achter de historische veenkoloniale linten aangelegd. Grofweg is het huidige Klazienaveen op te delen in vier kwadranten; Sterrenbuurt, Molenbuurt, Noordwest (Kruidenveld) en Zuidwest. De veenkoloniale ontwikkelingsassen het Van Echtenskanaal en de Dordsedijk/ Brugstraat maken de verdeling. 3.1.3
De locatie van het plangebied
Het plangebied is gesitueerd in het kwadrant Zuidwest.
16 twerp)
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (on
3.2
Algemene planbeschrijving
Het plan voorziet in een nieuwbouwlocatie waar het mogelijk is om in totaal 8 woningen, bestaande uit 4 vrijstaande woningen en 4 twee-onder-een-kapwoningen, te realiseren. De nieuwe woningen worden gesitueerd aan doodlopende straten welke worden ontsloten aan de Broekweg. De tuinen van de woningen grenzen aan de achterzijde aan elkaar.
3.3
Stedenbouwkundige hoofdstructuur
Een algemeen Emmens en ook Klazienaveens kenmerk qua verkavelingsrichting is een hoofdzakelijk circa oost-west of noord-zuid situering/oriëntatie van de woningen. Terwijl wegen en groenzones soms een andere richting hebben. De woningen in de omgeving van het plangebied, aan de straten De Doole, De Lauden en de Broekweg, hebben ook deze oost-west oriëntatie. De woningen zijn met de voorzijde (en op een hoek soms zijkant) op deze straten gericht. Op de luchtfoto is deze oost-west oriëntatie en ook de afwijkende richting van bv de straat De Doole en Broekweg zichtbaar. De Lauden volgt wel de verkavelingsrichting van de woningen.
De 8 nieuwe woningen vormen een wooncluster, dat als 1 geheel in de openbare groenzone en tussen de bestaande bomen is ingepast. De woningen grenzen niet direct aan de omliggende straten. Tussen de nieuwe woningen en de bestaande woningen/straten zijn in de groenstroken de bestaande bomenrijen behouden. De woningen grenzen met de voorkanten en voortuinen aan deze groenstroken. De achtertuinen grenzen aan elkaar. Hierdoor ligt het wooncluster als een zelfstandige eenheid in de groenzone. Maar de samenhang met de omringende woningen is ook duidelijk aanwezig; de nieuwe woningen hebben ook dezelfde Klazienaveense oost-west oriëntatie. De 2 doodlopende wegen, voorerfgrenzen en voorkanten woningen liggen ook evenwijdig aan De Lauden. Zie de luchtfoto en het stedenbouwkundig plan. De woningen aan De Lauden bestaan uit 1 bouwlaag met kap. Het wooncluster met de 8 nieuwe woningen ligt ingepast in de groenzone. Mede om deze 'groene' situering en de aansluiting bij de omgeving zijn de woningen ook 1 bouwlaag met een kap. De hoogtes die hierbij horen zijn vergelijkbaar met 'lint woningen'; goothoogte maximaal 3.5 m en nokhoogte maximaal 9 m. De kapvorm en -richting is vrij. De woningen hebben een traditionele en/of landelijke uitstraling. Qua materiaal en kleuren is het uitgangspunt om aan te sluiten bij de woningen in de omgeving.
Dit betekent als hoofdmateriaal gevels van baksteen, in gedekte, natuurlijke basiskleuren: donker roodbruin of aarde tinten. De baksteen wordt eventueel gecombineerd met hout (ondergeschikt). De kap bestaat uit antracietkleurige dakpannen (mede om zonnepanelen goed te kunnen integreren).
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (ontwerp) 17
Situatietekening: stedenbouwkundig plan nieuwe situatie
Het wooncluster bestaat uit 8 woningen. De 4 vrijstaande woningen liggen op de hoeken van het cluster, de 4 twee-onder-een-kapwoningen liggen tussen de vrijstaande woningen. Hierdoor grenzen de zijtuinen van de 4 vrijstaande woningen aan de noord- en de zuidzijde van het cluster aan het openbare gebied. Deze hoekwoningen/tuinen liggen vanuit de omgeving het meest in het zicht. Een stedenbouwkundig uitgangspunt is dat op hoeken, grenzend aan het openbare gebied, geen aanbouwen (carports, overkappingen etc) gebouwd mogen worden en geen inrit (met auto's) ligt. Een hoekwoning met tuin heeft hierdoor aan de openbare zijde altijd een tweezijdige oriëntatie, dus geen 'blinde' gevels, maar gevels met oa ramen etc. Hierdoor heeft de bewoner meer contact/uitzicht op de omgeving en geeft een zichtbare hoek een beter beeld vanuit de omgeving. De garage/carport met inrit/auto's wordt aan de 'binnenzijde', dus grenzend aan de kavel van een andere woning gesitueerd. Mede hierom zijn de hoekkavels de vrijstaande woningen (zie ontwerp). Een extra accent, bv de erker, is wel mogelijk op deze hoeken.
Om het groene karakter van het wooncluster in de groene omgeving te versterken is het uitgangspunt dat de voor- en zij-erfgrenzen, die grenzen aan de openbare ruimte, bestaan uit hagen. Door hagen
18 twerp)
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (on
wordt de eenheid en samenhang versterkt en worden schuttingen voorkomen. Het ontwerp is nader geconcretiseerd in het beeldkwaliteitplan, dat als Bijlage 1 is opgenomen
3.4
Verkeersstructuur
Voor het plan aan De Doole is gekozen voor twee doodlopende straten aan weerzijden van de woningen. Op deze manier zijn de woningen vanaf de voorzijden bereikbaar. De twee straten sluiten aan de zuidkant van het plan aan op de Broekweg door middel van uitritbanden, waardoor het een uitstraling van een oprit heeft. Hierbij wordt het trottoir langs de Broekweg verbreed naar 1,80 m en loopt deze voor de nieuwe straten langs. Dit past goed bij de functie van de straten en geeft duidelijk aan dat zij ondergeschikt zijn aan de Broekweg. Verder maakt het duidelijk dat het verkeer van de nieuwe straten voorrang moet verlenen aan het verkeer op de Broekweg. Voor de woningen geldt dat het parkeren van twee auto's op eigen terrein moet gebeuren. Overige auto's mogen langs de doorlopende straten van De Doole en de Broekweg worden geparkeerd. De doodlopende straten worden niet voorzien van een keervoorziening, omdat voertuigen door middel van de opritten van de woningen kunnen keren. Daarnaast zijn het korte straten, waardoor achteruitrijden ook mogelijk is. Aan het einde van de straten is rekening gehouden met het keren van voertuigen, door de rijbaan iets langer door te laten lopen. Achteruitsteken wordt hierdoor voor de laatste woningen ook mogelijk. Aan het einde van de doodlopende straten komen voetpaden, die aansluiten op het bestaande voetpad tussen De Lauden en De Doole.
3.5
Groenstructuur
3.5.1
Huidige situatie
Het plangebied wordt gekenmerkt door het groene karakter. Grote, volwassen bomen bepalen het beeld. Langs de Lauden staat een rij met lindes en eiken, langs De Doole een dubbele rij elzen met een strook struiken en aan de noordzijde langs het bestaande voetpad groeit een rij bijzonder ogende, meerstammige veldesdoorns. De bomen zijn gezond en overwegend van goede kwaliteit.
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (ontwerp) 19
Bij de beplanting in het midden en zuiden van het gebied gaat het om doorgeschoten bosplantsoen met enkele berken van minder goede kwaliteit. Dit waren oorspronkelijk de afschermende plantstroken rond de hier vroeger aanwezige kleuterschool en het gebouw van de postduivenvereniging.
20 twerp)
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (on
3.5.2
Nieuwe situatie
De uitbreiding wordt zorgvuldig en met afstand tussen de bestaande bomenrijen gesitueerd. Ze fungeren als een soort frame rond de nieuwe woningen en vormen een grens naar het noordelijk gelegen speelveld met skatebaan. Ook de afschermende plantstrook aan de zijde van De Doole kan voor een groot deel behouden blijven. Alleen de beplanting in het midden en het zuiden wordt verwijderd. Hierdoor opent het gebied zich richting de Broekweg waar ook de twee nieuwe korte woonstraten op uit komen. Aan de noord- en zuidzijde van het plan worden twee nieuwe stroken met (bloeiende) struiken toegevoegd. Zodoende worden de zijkanten van de kavels ingepast en een bijdrage aan de biodiversiteit geleverd.
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (ontwerp) 21
Hoofdstuk 4
Onderzoeken
4.1
Cultuurhistorie
4.1.1
Algemeen
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting vastgelegd om bij ruimtelijke plannen rekening te houden met aanwezige cultuurhistorische waarden. Onder de term cultuurhistorie wordt verstaan: Archeologie: alle sporen en vondsten uit het verleden. Dit is in paragraaf 4.2 uitgewerkt. Historische stedenbouw en bouwkunst: gebouwen met een historische of architectonische betekenis, bezien in de context van dorp- en wijkstructuren. Historische geografie: het landschap dat door de eeuwen heen door de mens in cultuur is gebracht en naar zijn hand is gezet. Historische archieven en museale collecties als bron voor het doen van onderzoek naar de geschiedenis van Emmen en haar bewoners. Dit is het materiele erfgoed. Daarnaast vertegenwoordigen "Tradities en plekken met verhalen" het immateriële erfgoed. De Cultuurhistorische Waardenkaart Emmen betreft een inventarisatie en waardering van de cultuurhistorische waarden en bestaat uit een beleidskaart, bronnenkaart en een toelichtende rapportage. Aansluitend is een beleidsnota geschreven: Erfgoednota Emmen 2017-2022. De Cultuurhistorische Waardenkaart en Erfgoednota 2017-2022 zijn op 28 september 2017 door de gemeenteraad vastgesteld. De Cultuurhistorische Waardenkaart en Erfgoednota hebben de volgende systematiek gebaseerd op beleidskeuzes.
Er is op basis van analyse gekozen voor een drietal beleidskeuzen met bijbehorend maatregelenpakket, welke afloopt naar zwaarte: - Beschermen; - Herkenbaar houden; - Respecteren en rekening mee houden. De maatregel 'Beschermen' heeft betrekking op erfgoed met een zeer hoge cultuurhistorische waarde, zoals monumenten (Rijk, provincie, gemeente), monumentale en waardevolle bomen en beschermde dorpsgezichten (Rijk). 'Herkenbaar houden' heeft betrekking op gebieden en structuren van hoge cultuurhistorische waarde, te weten: Landschappelijke gebieden en structuren van hoge cultuurhistorische waarde Stedenbouwkundige gebieden en structuren van hoge cultuurhistorische waarde Groenstructuren van hoge cultuurhistorische waarde Infrastructuur en waterwegen van hoge cultuurhistorische waarde Ten slotte is de maatregel 'Respecteren en rekening mee houden' geformuleerd. Deze maatregel heeft betrekking op beeldbepalende bouwwerken, Canon van Emmen, inventarisatie ErfgoedNetwerk, tradities en de top vijf bewonersavonden. De beleidskeuze voor het onderhavige wordt hieronder nader toegelicht.
22 twerp)
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (on
4.1.2
Cultuurhistorie in Emmen
Hunebedden, die de nationale Canon van de Nederlandse Geschiedenis aanvoeren, grafheuvels, celtic fields, veenwegen en veenlijken behoren tot de oudste getuigen van menselijke aanwezigheid in Emmen. Gehuld in raadselen en vaak omgeven door mythische verhalen, behoort deze vroegste historie van Emmen tot de meest tot de verbeelding sprekende tijdvakken. Maar er zijn meer, veel meer zeer aansprekende getuigen(issen) van de bijzondere geschiedenis waaraan Emmen zijn identiteit, trots en waardigheid ontleent. Het plangebied is gelegen in de plaats Klazienaveen. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart is het plangebied aangeduid als gelegen binnen het Veenkoloniaallandschap – hoogveen in de marke van Noord- en Zuidbarge van het deelgebied het Barger-Oosterveen.
Planmatige ontwikkeling van de veenkoloniën (1851-1940) De grootschalige ontginningen in Zuidoost-Drenthe zijn rond het midden van de 19e eeuw de laatste van hun soort in Nederland. Net als bij het esdorpenlandschap staan bij het veenkoloniale landschap ook afgebakende gebieden aan de basis. Dertien verschillende deelgebieden zijn te onderscheiden, waaronder het Weerdingerveen in de marke van Weerdinge, het Emmer-Compascuum in de marke van Emmen en het Amsterdamseveld en het Barger-Oosterveen in de marke van Noord- en Zuidbarge. Met de ontginningen komen er nieuwe dorpen, waaronder Nieuw-Amsterdam, Nieuw-Dordrecht, Erica, Barger-Compascuum, Zwartemeer, Nieuw-Weerdinge, Emmer-Compascuum en Klazienaveen. Deze koloniën zijn, afhankelijk van de tijdsperiode en de aardkundige ondergrond, volgens verschillende systemen ontgonnen. De volgende ontginningssystemen zijn te onderscheiden: dubbel kanaalsysteem, enkel kanaalsysteem, enkele kanaal met kruisdiepen, bloksysteem met wijken en deels c.q. anders ontgonnen. Ieder ontginningssysteem heeft zijn eigen karakteristieken. De volgende gebieden zijn door middel van het bloksysteem met wijken ontgonnen; Barger-Compascuum, Klazienaveen, Nieuw-Amsterdam, Oranjedorp, Weerdinge en Zwartemeer. Er bestaan twee hoofdtypen van het bloksysteem met wijken.
Het eerste type is te vinden bij de Verlengde Hoogeveensche Vaart van Veenoord tot Klazienaveen, het voormalige Barger-Westerveen, met uitzondering van die gebieden die door hun hogere ligging zonder wijken zijn verveend (bij Erica en Barger-Oosterveen). Het tweede type is te vinden bij Klazienaveen, Oranjedorp, Zwartemeer en in het Amsterdamscheveld. Het gebied tussen Oranjedorp en Erica neemt een bijzondere positie in. Door de hoogteverschillen in de ondergrond liggen hier de hoofdwijken niet loodrecht op het kanaal. De verveningen die vanaf circa 1850 hun intrede in het gebied doen, worden gekenmerkt door een systematische, industriële aanpak, gericht op een hoge productie. Om de afwatering te bevorderen en de gewonnen turf af te voeren, wordt een stelsel van kanalen gegraven. De planmatige, grootschalige hoogveenontginningen kwamen na 1850, maar vooral na 1870 op gang.
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (ontwerp) 23
Naast de aanleg van kanalen en verharde wegen, leidde de vervening ook tot de aanleg van een netwerk van andere infrastructuur. Rond 1900 werden spoorverbindingen van Emmen naar Groningen en Zwolle aangelegd. In dezelfde tijd werden tramverbindingen tussen de verschillende dorpen opgericht. Behalve personenvervoer hadden deze vervoersmiddelen tot taak om producten en grondstoffen uit het veen te vervoeren. Met de opkomst van het vrachtvervoer over de weg nam het trein- en tramverkeer af.
Gebiedswaardering Veenkoloniën De veenkoloniale ontginningen hadden kanalen, wijken en grote ontginningsblokken met een rationele verkaveling. De nog bestaande kanalen en wijken zijn de hoofdstructuur geweest van de veenkoloniale ontginning. Door hun 'zeer hoge' ensemblewaarde, kenmerkendheid en gaafheid hebben ze ook een 'zeer hoge' eindwaardering. Dat geldt in mindere mate voor het slotenpatroon dat tussen de wijken ligt, omdat deze minder kenmerkend zijn en meestal niet meer zo gaaf als de hoofdstructuur. Deze hebben daarom een 'gemiddelde' historisch-geografische waarde. De wegen die vanaf 1850 in het hoogveengebied werden aangelegd hebben door hun rechtlijnigheid een 'zeer hoge' kenmerkendheid. Daarnaast is vaak de ensemblewaarde met het kanaal en de dorpslinten nog goed aanwezig. Ze hebben een 'hoge' historischgeografische waardering.
Klazienaveen Langgerekt kanaaldorp, gesticht in 1889 toen het Van Echtenskanaal werd gegraven, door een zandopduiking naar het Barger-Oosterveen. Langs het kanaal ontstonden bij de zandopduiking twee dorpen (Dordsche Brug en Kanaallinie) die aanvankelijk samen Nieuw-Echten genoemd werden. Historischgeografisch zijn er op een heel logische wijze deelgebieden te onderscheiden, die allemaal een eigen historische begrenzing en gebiedsnaam meekregen. Elk van de 35 deelgebieden had daarbij zijn eigen karakteristieken. In de verstedelijkte driehoek 'Emmen-Klazienaveen-Nieuw-Amsterdam' zijn de meeste lage tot gemiddelde waarderingen terug te vinden. Reden hiervoor is dat de meeste deelgebieden door de verstedelijking een gemiddelde gaafheid en ensemblewaarde hebben. In de driehoek 'Emmen-Klazienaveen-Nieuw-Amsterdam' zijn door de verstedelijking geen nieuwe naoorlogse historisch-geografische deelgebieden terug te vinden.
4.1.3
Toetsing
Op grond van de Erfgoednota Emmen 2017-2022 valt het plangebied binnen de beleidskeuze 'herkenbaar houden'. Als maatregel is in de Erfgoednota genoemd: herkenbaar houden van de historische en ruimtelijke structuur en samenhang. De gemeentelijke opgave in deze categorie luidt ontwikkelingen zodanig vroegtijdig te begeleiden dat deze aansluiten of inspelen op de cultuurhistorische kwaliteiten. In het plangebied is geen sprake van hoge architectuurhistorische of stedenbouwkundige waarden. In het plan wordt met de situering van de nieuwe woningen aangesloten op de rationele verkaveling van het gebied. De voorliggende ontwikkeling benadrukt de rechtlijnige ontginningsstructuur. Veelal liggen woningen noord-zuid of oost-west gesitueerd. Het cluster nieuw te bouwen woningen hebben ook een oost-west oriëntatie. Het cluster heeft wel een eigen karakter met de doodlopende weggetjes. Dit mede omdat het cluster midden in het groen ligt. Echter wel pasend binnen het totale structuur. Juist ook omdat de voorkanten georiënteerd worden op de De Doole en de Lauden. Die woningen hebben eenzelfde oriëntatie. Hiermee sluit de situering van de nieuwe woningen goed aan bij de bestaande bebouwing. In Hoofdstuk 3 “Planbeschrijving” wordt nader ingegaan op de stedenbouwkundige inpassing van het plan.
24 twerp)
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (on
4.2
Archeologie en monumenten
4.2.1
Algemeen
De gemeente Emmen heeft archeologie beleid vastgesteld, d.d. 30 mei 2013. Hiervoor is een archeologische beleidsadvieskaart gemaakt met daarbij een rapport, dit rapport dient als toelichting op de kaart. Het doel van deze documenten is om aan te geven wat de kern vormt van het archeologie beleid en waar de beleidskeuzen zijn gemaakt. De verschillende archeologische waarden en verwachtingen en de maatregelen die daaraan zijn gekoppeld zijn in gemeentelijk archeologische beleidsadvieskaart vertaald naar diverse categorieën "Waarde - Archeologie" in het bestemmingsplan. Met de vertaling is op eenvoudige wijze voor het gehele gebied van de gemeente Emmen in beeld gebracht of archeologische waarden in het geding zijn of kunnen zijn en zo ja, op welke manier daarmee dient te worden omgegaan, tabel 1 geeft de onderverdeling van de vier gemaakte categorieën weer. Categorie
Archeologische waarden
Oppervlakte
Diepte
Drainage
Rijksmonument
Beschermd
-
-
Verbod
Waarde Archeologie 1
Zeer hoge archeologische waarde
0 m2
30 cm + 10 cm
Verbod
Waarde Archeologie 2
(zeer) (hoge) archeologische waarde
100 m2
30 cm + 10 cm
Verbod
Waarde Archeologie 3
Middelhoge of hoge verwachting
1000 m2
30 cm + 10 cm
Verbod
Waarde Archeologie 4
Middelhoge of hoge verwachting
1000 m2
30 cm + 10 cm
Toegestaan
Tabel 1: Onderverdeling van archeologische waarden.
Deze beleidskeuzen zijn vertaald in een dubbelbestemming. Per archeologische kwaliteit zijn planregels opgenomen voor de te bebouwen oppervlakte en een omgevingsvergunningsstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. De maatvoering voor afwijking is afhankelijk van de te verwachten waarden of verwachtingen en de uitkomsten van archeologisch onderzoek. 4.2.2
Archeologische waarden in het plangebied
Het plangebied Klazienaveen, De Doole (8 woningen) is volgens de beleidskaart gelegen in een gebied met archeologische waarde 4, figuur 3.1 is uitsnede uit de beleidskaart.
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (ontwerp) 25
Uitsnede archeologische beleidskaart, plangebied gelegen in waarde - archeologie 4
Gebieden gecategoriseerd als waarde-3 en waarde- 4 zijn gebieden waar op basis van de geologische en bodemkundige opbouw, landschappelijke kenmerken en reeds aangetroffen archeologische resten een (middel)hoge kans op het aantreffen van (intacte) archeologische vindplaatsen bestaat. Deze zones worden gekenmerkt door een - al dan niet verscholen onder het huidige maaiveld - redelijk gaaf landschap met dekzandruggen en dekzandkoppen. Delen van dit landschap kunnen bovendien zijn afgedekt door esdekken. Van concrete vindplaatsen is hier echter vooralsnog geen sprake. In hoofdzaak geldt een grote trefkans op nederzettingen, grafvelden, losse boerderijen, wegen, dijken, linies, kleine jachtkampen en losse vondsten uit alle perioden Voor gebieden aangeduid met Waarde - archeologie 4 is algemeen aanvaard dat een minimumoppervlak voor bodemverstoringen geldt van 1000 m2 en een bouwvoordiepte van 30 cm (30 cm +10 cm principe). De Waarde - Archeologie 4 is apart opgenomen omdat dit terreinen zijn waar naast bovenstaande bepalingen geen drainageverbod geldt. De werkzaamheden die gaan plaatsvinden in het plangebied houden in dat er graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden die een grotere oppervlakte dan 1000 m2 gaan bestrijken. Ook de boordiepte zal dieper zijn dan de toegestane 30 cm, om die reden is er een bureauonderzoek en een verkennend archeologisch veldonderzoek uitgevoerd.
Bureauonderzoek en Verkennend archeologisch veldonderzoek In opdracht van de gemeente Emmen heeft De Steekproef de rapportage "Bongers, J.M.G., 2020, Klazienaveen, De Doole & Kruiwerk (Gemeente Emmen, dr.) Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende en karterende fase, Steekproefrapport 2020-07/03, Zuidhorn." opgesteld. Het onderzoek is in juli-augustus 2020 uitgevoerd in verband met het voornemen om woningen te bouwen op twee locaties in Klazienaveen: De Doole & Kruiwerk. Het betreffende rapport is als Bijlage 2 bijgevoegd. Plangebied De Doole Het onderzochte gebied bij De Doole heeft een omvang van circa 1,3 ha en is momenteel in gebruik als
26 twerp)
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (on
openbaar groen met basketbalveld en skatebaan. In het dat gebied heeft in de 20e eeuw een gebouw gestaan. Het plangebeid De Doole beslaat niet de gehele oppervlakte van het onderzochte gebied. De te ontwikkelingen plangebied betreft een gedeelte hiervan. Aan de hand van het archeologisch bureauonderzoek is de verwachting dat er zich archeologische resten uit de steentijd in het onderzochte gebied kunnen bevinden. Daarna zijn de omstandigheden te nat geweest en is de locatie bedekt geraakt met veen. In eerste instantie zijn verkennende boringen gezet om de archeologische verwachting te toetsen. Daar waar de bodem intact bleek zijn op een later moment karterende boringen gezet. Onderzoeksresultaten & Aanbevelingen Uit de resultaten van het verkennend booronderzoek is gebleken dat in het onderzochte gebied circa de helft van de bodem nog intact was en afgedekt met een laag restveen. Het gebied is vervolgens door middel van karterend booronderzoek verder onderzocht. Tijdens het karterend booronderzoek zijn archeologische indicatoren niet aangetroffen. Op grond van de onderzoeksresultaten en het ontbreken van archeologische indicatoren wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen.
4.2.2.1 Archeologische monumenten Binnen het plangebied liggen geen (beschermde) archeologisch monumenten. Ook ligt binnen een afstand van 50 meter buiten het plangebied geen archeologisch monument.
4.2.3
Monumenten
Beschermde monumenten worden gekenmerkt door een samenhangend en gaaf geheel van architectonische stijlkenmerken. Een monument kan representatief zijn voor een bepaalde bouwstijl, maar kan ook een rijke bouwgeschiedenis hebben met verwijzingen naar verschillende bouwstijlen. Voor zover de bouwgeschiedenis niet duidelijk afleesbaar is, kan zij door bouwhistorisch onderzoek aan het licht komen. Monumenten worden in hoge mate gewaardeerd om hun architectuurhistorische kwaliteit, waardoor zij belangrijk bijdragen aan de kwaliteit en de identiteit van hun omgeving. Een bouwplan voor een monument wordt getoetst aan het monumentenbeleid. Richtinggevend is hiervoor de redengevende omschrijving van het monument. Naast de toetsing aan het monumentenbeleid dat gericht is op het behouden van de historische kenmerken van het monument wordt het bouwplan voor wat betreft de welstandsaspecten getoetst aan de onderstaande criteria: toevoegingen aan, op of bij monumenten worden op herkenbare wijze vormgegeven. Hierbij vormen de historische stijlkenmerken van het monument de inspiratiebron; er is aandacht voor zorgvuldige detaillering en materiaalkeuze. Het plangebied kent geen monumenten.
4.2.4
Conclusie
Het plangebied kent geen monumenten of archeologische monumenten. Op grond van de onderzoeksresultaten en het ontbreken van archeologische indicatoren wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen. In het voorliggende bestemmingsplan zal voor het plangebied de dubbelbestemming Waarde Archeologie 4 niet meer opgenomen worden.
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (ontwerp) 27
4.3
Ecologie
De Wet natuurbescherming (Wnb) is in werking getreden op 1 januari 2017. Deze wet vervangt de volgende drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (houtopstanden). De provincie is bij de Wnb het bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en handelingen bij Natura 2000-gebieden en dier- en plantensoorten. Het Rijk blijft bevoegd gezag bij ruimtelijke ingrepen met grote nationale belangen. Voor gemeenten geldt dat zij het bevoegd gezag zijn voor omgevingsvergunningen. Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) -voorheen Ecologische Hoofdstructuur- is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'.
Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor de provincie Drenthe uitgewerkt in de Provinciale Omgevingsvisie en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening. Soortenbescherming Het uitgangspunt van de Wnb is dat er geen (opzettelijke) schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. De soortenbescherming binnen de Wnb is daarbij opgedeeld in drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Bij beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen dier- en plantensoorten.
Er dient een ontheffing op grond van artikel 3.3, 3.8 en/of 3.10 Wnb te worden aangevraagd voor een (bouw)werkzaamheid of activiteit indien het volgende van toepassing is: uit gegevens of onderzoek blijkt dat er sprake is van verstoring of doden van (een) beschermde soort(en); het bouwwerk en/of de activiteit veroorzaakt beschadiging of vernieling van voortplanting- of rustplaatsen van dieren, dan wel ontworteling of vernieling van plantensoorten; er kan geen gebruik gemaakt worden van een vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming; er kan niet gewerkt worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Houtopstanden In de Wnb is de bescherming van houtopstanden buiten de, door de gemeenteraad vastgestelde, bebouwde kom geregeld. Doel is de instandhouding van het bosareaal. In de Provinciale Omgevingsverordening van de provincie Drenthe is geregeld hoe een kapmelding moet worden ingediend, waaraan herbeplanting moet voldoen en wanneer ontheffing van de herbeplantingsplicht kan worden verleend. Voor houtopstanden binnen de bebouwde kom geldt de Bomenverordening gemeente Emmen 2011. In het bijbehorende bomenregister zijn de monumentale en waardevolle bomen en waardevolle houtopstanden vastgelegd. Zonder ontheffing is het verboden deze te kappen.
Onderzoek naar beschermde planten- en diersoorten Het voorliggende plan maakt realisatie van woonbebouwing aan De Doole te Klazienaveen mogelijk. Deze activiteit zou kunnen samen gaan met effecten op beschermde planten- en diersoorten. Op grond hiervan is, in opdracht van de gemeenten Emmen door Adviesbureau Mertens B.V. uit Wageningen, een verkennend veldonderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en een gericht 28 twerp)
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (on
veldinventarisatie onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen en de huismus uitgevoerd. De rapportages zijn als bijlagen bijgevoegd. Quickscan In het plangebied kunnen algemene broedvogels broeden zoals merel, fitis, roodborst, winterkoning, gaai, houtduif en zanglijster. Gedurende het veldonderzoek op woensdag 18 maart 2020 is gaai en merel vastgesteld. In verband met de aanwezigheid van deze algemene broedvogels is het noodzakelijk om werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren en/of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken).Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Het voorkomen van broedvogels met vaste rust- en verblijfplaatsen wordt uitgesloten. Er zijn daarnaast mogelijk algemene nationaal beschermde zoogdieren en amfibieën aanwezig. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling in Provincie Drenthe. Verder kan de aanwezigheid van vleermuizen (verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied) en de huismus (leefgebied) niet worden uitgesloten, effecten op vleermuizen en de huismus kunnen dan ook niet worden uitgesloten. Op grond hiervan is een gerichte veldinventarisatie van belang naar de verblijfplaatsen om eventuele effecten en maatregelen op een adequate manier in te kunnen schatten.
De quickscan is in twee delen als Bijlage 4 en 5 bijgevoegd. Veldinventarisatie onderzoek Uit de resultaten van het onderzoek komt naar voren dat in en direct rond het plangebied gewone dwergvleermuis, laatvlieger en huismus foerageren en vliegen. Laatvlieger komt beperkt voor. Er zijn geen verblijfplaatsen vastgesteld. Doordat gewone dwergvleermuis, laatvlieger en huismus uitsluitend gebouwbewonend zijn, kan het voorkomen van verblijfplaatsen ook worden uitgesloten omdat in en direct rond het plangebied geen gebouwen zijn gelegen. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen de vleermuizen er blijven foerageren en vliegen. Het plangebied is geen essentieel foerageergebied voor gewone dwergvleermuis, laatvlieger en huismus en door / direct rond het plangebied lopen geen vliegroutes van vleermuizen. In de omgeving zijn ook voldoende alternatieve foerageergebieden en -plaatsen aanwezig. De gewone dwergvleermuis en huismus zijn daarnaast beperkt verstoringsgevoelig. Er zijn geen territoria of nesten van andere vermeldenswaardige vogels vastgesteld gedurende het onderzoek. Negatieve effecten op vleermuizen, huismus, vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen en andere vermeldenswaardige vogels worden derhalve uitgesloten. Het ondrzoeksrapport is als Bijlage 6 bijgevoegd. 4.3.1
Natuurwaarden in het plangebied
Het plangebied ligt nabij het Natura 2000-gebied Bargerveen. In het kader van de quick scan is hier nader naar gekeken, zo ook is een Aeriusberekening uitgevoerd. Wanneer blijkt dat het plan meer dan 0,00 mol/ha/jaar bijdraagt aan de stikstofdepositie op overbelaste stikstofgevoelige natuur in Natura-2000 gebieden, is er sprake van een in potentie significant effect en kan het plan niet zondermeer worden vastgesteld. Onderstaande figuur toont de ligging van het plangebied en de Natura 2000-gebieden in de directe omgeving. De meest nabije stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten zijn gelegen op 3,1 km van het plangebied in Natura 2000-gebied Bargerveen.
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (ontwerp) 29
Planlocatie en omliggende Natura 2000-gebieden (groen) en stikstofgevoelige habitats en leefgebieden (licht en donkerpaars)
AERIUS berekening De verspreiding van emissies en de bijdrage aan de stikstofdepositie ten gevolge van het plan woningbouw De Doole te Klazienaveen, is berekend met het rekenmodel AERIUS Calculator (versie 2020). In de bijlage zijn de AERIUS berekeningen weergegeven. Voor zowel de aanlegfase in 2021 als de gebruiksfase in 2022 is de maximale bijdrage minder dan 0,00 mol/ha/jaar (AERIUS uitvoer: “Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar”). Daarmee kan geconcludeerd worden dat er bij gebruik van STAGE IV klasse werktuigen geen negatieve effecten te verwachten zijn op stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden ten gevolge van de aanlegfase en de gebruiksfase van het plan woningbouw De Doole te Klazienaveen. De berekening is als Bijlage 7 bijgevoegd.
4.3.2
Conclusie
Op grond van de uitgevoerde analyse worden effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten; de plannen zijn niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming. Eveneens wordt geconcludeerd dat de aanlegfase alleen bij gebruik van moderne STAGE IV klasse werktuigen (bouwjaar 2014 of later) niet leidt tot een verslechtering van de natuurlijke habitats en leefgebieden van soorten binnen nabijgelegen Natura 2000-gebieden (bijdrage 0,00 mol/ha/jaar). Het gebruik van STAGE IV klasse werktuigen zal daarmee een eis moeten zijn voor de aannemer die het werk gaat uitvoeren. Een vergunning van de Wnb is in het kader van de stikstofdepositie niet nodig. Algmene Zorgplicht De zorgplicht blijft onverkort van kracht. Deze zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. De zorgplicht is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Voor- en gedurende de uitvoering dient hiermee rekening gehouden te worden.
30 twerp)
bestemmingsplan "Klazienaveen, De Doole (8 woningen)" (on
Concreet betekent dit dat bij (ruimtelijke) ingrepen gezorgd moet worden dat dieren niet verstoord of gedood worden en dat planten niet zomaar verplant worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld broedende vogels, de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. Daarbij geldt voor alle bouwactiviteiten dat er voorzorgsmaatregelen genomen dienen te worden, waardoor: -
de aanvang van de werkzaamheden buiten het broedseizoen (globaal van half maart tot begin augustus) dient plaats te vinden;
-
een week voor de werkzaamheden beginnen, het plangebied kort gemaaid dient te worden, zodat het plangebied ongeschikt wordt voor kleine zoogdieren en ze de kans krijgen om te vluchten;
-
(wortel)schade aan de (oude) bomen wordt voorkomen en geen graafwerkzaamheden binnen de kroonprojectie van deze oude bomen kan plaatsvinden.
4.4
Fysieke veiligheid
Rijksoverheid stelt risiconormen op het gebied van veiligheid aan inrichtingen, ter bescherming van de omgeving. Naast de wet- en regelgeving mogen gemeenten invulling geven aan een eigen veiligheidsvisie. In de Beleidsnota externe veiligheid gemeente Emmen (april 2013) geeft de gemeente Emmen invulling aan deze beleidsruimte. In de gemeentelijke beleidsnota Externe Veiligheid zijn de ruimtelijke uitgangspunten van de structuurvisie verder uitgewerkt. In de Beleidsnota externe veiligheid heeft de gemeente Emmen gekozen voor een gebiedsgerichte benadering voor de vestiging van risicovolle activiteiten. Tevens is in het beleid een afwegingskader bij concrete ruimtelijke beslissingen en voor de inzet van bestuurlijke uitvoeringsinstrumenten om de kwetsbaarheid van een object of activiteit die niet rechtstreeks onder de begripsbepaling van het Bevi valt bepaald te beoordelen. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is rekening gehouden met deze nota externe veiligheid. Vanuit de Veiligheidsregio Drenthe en RUD Drenthe is richting gegeven aan het beoogde veiligheidsniveau van de gebouwen in en rondom het plangebied van het bestemmingsplan Klazienaveen, De Doole (8 woningen). Hierbij is getoetst aan bestaande regelgeving en normen voor (externe) veiligheid, bereikbaarheid, bluswatervoorziening, repressieve dekking en alarmsystemen welke onderdeel zijn van de veiligheidsketen. 4.4.1