CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Bestemmingsplan .Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163.

Commissie Wonen en Ruimte 12 september 2022, gemeente EmmenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart ZZ tussen nrs 161 en 163 (228124-2022)26.524 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek

Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande nieuwbouw van een woning op de onderzoekslocatie.

1.3

Doel van het onderzoek

Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.

januari ’22

3

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. perceel sectie I nr.16208 te Erica

1.4

Referentiekader van het onderzoek

Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde:  vooronderzoek, (hoofdstuk 2)  veldonderzoek, (hoofdstuk 3)  chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4)  conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).

januari ’22

4

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. perceel sectie I nr.16208 te Erica

2

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens

Aanleiding tot vooronderzoek

Eigendomssituatie

A 0

B 0

C

D

Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie

3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken

4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

F

G

✓

Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie

E

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0 ✓

✓

Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?

✓

✓

✓

✓

✓

5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

januari ’22

5

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. perceel sectie I nr.16208 te Erica

aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande nieuwbouw van een woning op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente Emmen (via RUD-Drenthe, email d.d. 06-12-2021) • informatie van het Geoportaal Drenthe; • Bodemloket.nl; • Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.

tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (plangebied) Algemene omschrijving

januari ’22

Verlengde Vaart Z.Z. perceel sectie I nr. 16208, tussen nrs. 161 en 163 Erica Emmen Zie bijlage 1 X = 260,593 Y= 525,958 Gemeente Emmen, perceel sectie I nr. 16208 Niet nagegaan. Ca. 1.705 m2 De onderzoekslocatie betreft het perceel sectie I nr. 16208, gelegen aan de Verlengde Vaart ZZ te Erica (plangebied, zie figuur 1). De onderzoekslocatie aan de Verlengde Vaart ZZ te Erica is onbebouwd, onverhard en als grasland in gebruik. De opdrachtgever is voornemens om de nieuwbouw van een woning te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2.

6

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. perceel sectie I nr.16208 te Erica

figuur 1: globale ligging onderzoeksgebied (plangebied) Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur

De onderzoekslocatie is onbebouwd.

Archeologische waarden

De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "lage trefkans". Nieuwbouw van een woning.

Geplande herinrichting bijzonderheden: -

De onderzoekslocatie is onverhard. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden.

afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte deel van de locatie zoals weergegeven in bijlage 2.

januari ’22

7

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. perceel sectie I nr.16208 te Erica

bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving

Gebruik

Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis)

Op topografische kaarten tot 1931 is op de onderzoekslocatie geen bebouwing te herkennen. Op kaarten vanaf 1935 tot 1953 zijn twee kleine bouwwerken (mogelijk schuurtjes) te herkennen. Tussen 1954 en 1984 was volgens de topografische kaarten bebouwing aanwezig op de onderzoekslocatie. Op kaarten vanaf 1988 is deze bebouwing niet meer te herkennen. Huidig De onderzoekslocatie betreft het perceel I nr. 16208, gelegen aan de Verlengde Vaart ZZ te Erica (plangebied, zie figuur 1). De onderzoekslocatie aan de Verlengde Vaart ZZ te Erica is onbebouwd, onverhard en als grasland in gebruik. Toekomstig De opdrachtgever is voornemens om de nieuwbouw van een woning te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op basis van de topografische kaarten vanaf 1850 is nabij basis van de locatie reeds enige bebouwing te herkennen. topografische De bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid/ kaarten, gewijzigd. Topotijdreis) Huidig en In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden toekomstig zich voornamelijk woningen/boerderijen en agrarische grond. Noordzijde: de Verlengde Vaart ZZ; Oostzijde: naastgelegen perceel Verlengde Vaart ZZ nr. 163; Zuidzijde: aangrenzende agrarische percelen. Westzijde: naastgelegen perceel Verlengde Vaart ZZ nr. 161.

januari ’22

Geen.

Geen.

Geen.

Geen.

Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

8

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. perceel sectie I nr.16208 te Erica

bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik

De onderzoekslocatie betreft het perceel sectie I nr. 16208, gelegen aan de Verlengde Vaart ZZ te Erica (plangebied, zie figuur 1). De onderzoekslocatie aan de Verlengde Vaart ZZ te Erica is onbebouwd, onverhard en als grasland in gebruik. De opdrachtgever is voornemens om de nieuwbouw van een woning te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2.

Bouwvergunning

Voor zover bekend is de locatie geruime tijd in gebruik als grasland. Voor zover te beoordelen was op de locatie tussen ca 1935 en ca. 1984 bebouwing aanwezig. Op de onderzoekslocatie zijn op basis van informatie van de RUD Drenthe geen bodemverdachte activiteiten bekend. Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie is onbebouwd.

Milieuvergunning

Niet bekend.

Handelsregister

De locatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel niet vermeld. Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. De onderzoekslocatie is onbebouwd. Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden.

NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente.

Aanwezigheid brandstoftanks

Aanwezigheid asbest

Ophogingen/dempingen/stortingen

Niet gesprongen explosieven

januari ’22

9

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. perceel sectie I nr.16208 te Erica

PFAS-verdachtheid

Calamiteiten

Verdachte activiteiten < 25 m

Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Hoewel PFAS diffuus verspreid in de bodem in Nederland voorkomt, en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet wordt aangetroffen, is op basis van het vooronderzoek geen informatie verkregen over de eventuele aanwezigheid van PFAS en GenX op de locatie. Ter plaatse zijn geen bronlocaties bekend. Bij evt. toekomstig grondverzet wordt geadviseerd alsnog onderzoek naar deze parameters uit te voeren. Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. In de directe omgeving van de locatie bevinden zich enkele woningen, boerderijen en agrarische grond. Ter plaatse van de Verlengde Vaart Z.Z.

liep tussen 1902 en 1947 de Stoomtramlijn Veenoord – Nieuw-Amsterdam Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie

► Niet bekend.

Omgeving <25 m

► Stoomtramlijn Veenoord – Nieuw-Amsterdam: • historisch onderzoek d.d. 12-05-2009, Oranjewoud, ref. nr. 184152; • historisch onderzoek d.d. 15-03-2005, ReGister, ref. nr. HO 05004/4701. Vervolg: De resultaten van het uitgevoerde (historische) bodemonderzoek geven aan dat de (voormalige) activiteiten en/of de onderzoekslocatie voldoende zijn onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming. ►Niet bekend.

Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart

januari ’22

►De locatie bevindt zich in de zone buitengebied.

10

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. perceel sectie I nr.16208 te Erica

bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 15-19 m+NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 6: geohydrologische opbouw diepte m-mv 0-3 3-18 18-20

beschrijving

formatie

zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden, fijn en grof zand, weinig kleiig zand en een spoor klei en grind zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, weinig fijn zand en grind en een spoor klei, zandige klei en veen

Boxtel Peelo Urk

De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.

(financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen

Gemeente Emmen, perceel sectie I nr. 16208 Niet nagegaan.

In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.

januari ’22

11

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. perceel sectie I nr.16208 te Erica

2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie

Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie voor zover bekend geruime tijd in gebruik is als grasland. Voor zover te beoordelen was op de locatie tussen ca 1935 en ca. 1984 bebouwing aanwezig. De onderzoekslocatie is voor zover bekend alleen in gebruik geweest voor agrarische doeleinden. Op de onderzoekslocatie zijn op basis van informatie van de RUD Drenthe geen bodemverdachte activiteiten bekend. De opdrachtgever is voornemens om de nieuwbouw van een woning te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Er is geen informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Er is geen informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied).

De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1). In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie

(deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (plangebied) (ca. 1.705 m2)

mogelijke verontreiniging grond

grondwater

onderzoeksstrategie

-

-

ONV-NL

Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.

januari ’22

12

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. perceel sectie I nr.16208 te Erica

3

VELDONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1

Uitvoering van het veldonderzoek

Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. In tabel 9 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 9: uitvoeringsaspecten onderdeel:

uitgevoerd door:

datum:

bijzonderheden:

uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001) nemen van grondwatermonsters (protocol 2002)

dhr. A.D.M. van Wuykhuyse 20-12-2021 (erkend en geregistreerd)

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

dhr. A.D.M. van Wuykhuyse 06-01-2022 (erkend en geregistreerd)

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

locatie-inspectie

dhr. A.D.M. van Wuykhuyse 20-12-2021 (erkend en geregistreerd)

geen bijzonderheden

Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 10. tabel 10: veldwerkprogramma Onderdeel

Aantal

Diepte (m-mv)

Nummers

10

ca.0.5

4 t/m 13

2

ca.2.0

2+3

1

ca. 3.4

1

Onderzoekslocatie (ca. 1.705 m2) Boringen Peilbuis

De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0.5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich een blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.

januari ’22

13

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. perceel sectie I nr.16208 te Erica

monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2

Resultaten van het veldonderzoek

bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 11 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 11: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.5 0.5-1.0 1.0-3.4

hoofdbestanddeel

toevoeging

kleur

zand veen zand

zwak siltig, matig humeus matig zwak siltig

donkerbruin geel/grijs grijs

veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 12. tabel 12: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis

filtertraject m-mv

grondwaterstand m-mv

voorpompen liter

pH

1

2.4-3.4

1.67

5

6.3

EGV geleidingsvermogen µS/cm 280

troebelheid (NTU) 15

In het genomen grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waardes voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen

januari ’22

14

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. perceel sectie I nr.16208 te Erica

zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke zouden kunnen duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.

Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.

januari ’22

15

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. perceel sectie I nr.16208 te Erica

4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK

In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek

grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 13 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonster, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 13: analyseschema Monstercode grond

boringnummer(s)

diepte (m-mv)

zintuiglijke analysepakket waarnemingen

MM1

1+3+4+5+6+8

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM2

2+9 t/m 13

0.0-0.4

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM3

1 t/m 3

0.5-2.0

-

NEN-grond(*)+AS3000

1

2.4-3.4

-

NEN-grondwater(**)

grondwater 1 (peilbuis)

verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan

januari ’22

16

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. perceel sectie I nr.16208 te Erica

4.2

Toetsingscriteria

Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.

De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0,5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.

Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.

januari ’22

17

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. perceel sectie I nr.16208 te Erica

4.3

Analyseresultaten en interpretatie

In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van Omegam opgenomen. 4.3.1

Milieuhygiënische kwaliteit grond

boven- en ondergrond (0.0-2.0 m-mv) In tabel 14 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 14: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project OPID 92571199#21-M10192-Verlengde Vaart ZZ perceel I nr. 16208 te Erica Certificaten 1291435 Toetsing T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb Toetsversie BoToVa 3-1-2000 Toetsdatum: 18 januari 2022 12:56 Parameters

Toetsing

Analyse Eenheid Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds cadmium (Cd) mg/kg ds kobalt (Co) mg/kg ds koper (Cu) mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds lood (Pb) mg/kg ds molybdeen (Mo) mg/kg ds nikkel (Ni) mg/kg ds zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds

AW

Legenda @ x AW(IND) x AW(WO) N.B.

T

I

Monster 7002795 Monster 7002796 Monster 7002797 MM1, 01: 0-40, 03: 0-40, 04: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-50, 08:MM2, 0-30 02: 0-30, 09: 0-30, 10: 0-30, 11: 0-40, 12: 0-30, 13:MM3, 0-35 01: 60-100, 01: 100-150, 01: 150-200, 02: 50-100, 02: 100-150, 02: 150-200, 03: 110-150 Max. Bodemindex 0,008 Max. Bodemindex 0,002 Max. Bodemindex 0,004 Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Overschrijding Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index 10,3 1

10 25

76,6

76,6

0 0

12,7 1

10 25

@

0

68

68

0 0

0,8 1

10 25

@

0

84

84

@

0

0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 20 < 0.2 <3 <5 < 0.05 < 10 < 1.5 <4 < 20

< 54 < 0.24 < 7.4 < 7.2 < 0.05 < 11 < 1.0 <8 < 33

@ -

0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 35

< 120

-

0

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05

< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035

0

0,35

< 0.35

0 0 0 0 0 0 0

< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001

< 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035

0

0,005

< 0.024

190 0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140

555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430

920 13 190 190 36 530 190 100 720

33 0,29 <3 16 0,08 33 < 1.5 4 49

130 0,36 < 7.4 26 0,11 45 < 1.0 12 96

@ -

0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 20 0,22 <3 11 0,06 17 < 1.5 <4 25

< 54 0,25 < 7.4 17 0,08 22 < 1.0 <8 47

@ -

190

2595

5000

140

140

-

0

250

200

1.0 AW(IND) 0,002

< 0.05 0,18 0,08 0,47 0,21 0,22 0,17 0,18 0,13 0,16

< 0.034 0,17 0,078 0,46 0,2 0,21 0,17 0,17 0,13 0,16

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 0.05 0,13 0,05 0,26 0,11 0,17 0,1 0,12 0,09 0,09

< 0.028 0,1 0,039 0,2 0,087 0,13 0,079 0,094 0,071 0,071

1,8

1,8

1,2

0,91

< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001

< 0.00068 < 0.00068 < 0.00068 < 0.00068 < 0.00068 < 0.00068 < 0.00068

0 0 0 0 0 0 0

< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001

< 0.00055 < 0.00055 < 0.00055 < 0.00055 < 0.00055 < 0.00055 < 0.00055

0,005

< 0.0048

0

0,005

< 0.0039

1,5

0,02

20,75

0,51

40

1

1.2 AW(WO) 0,008

-

-

-

0 0

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -

0 0 0 0 0 0 0 0

-

0,004

Geen toetsoordeel mogelijk x maal Achtergrondwaarde (Industrie) x maal Achtergrondwaarde (Wonen) <= Achtergrondwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

januari ’22

18

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. perceel sectie I nr.16208 te Erica

interpretatie onderzoeksresultaten grond In tabel 15 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. tabel 15: samenvatting toetsresultaten per mengmonster Mengmonster MM1

Boringen 1+3+4+5+6+8

Diepte Zintuiglijk 0.0-0.5 -

>AW PAK’s (som 10)

>T -

>I -

Indicatieve toetsing Bbk* Wonen*

MM2

2+9 t/m 13

0.0-0.4 -

minerale olie

-

-

Industrie*

MM3

1 t/m 3

0.5-2.0 -

-

-

-

Achtergrondwaarde*

>AW

overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)

>T

overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)

>I

overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)

Bbk

besluit bodemkwaliteit

*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond

bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat een verhoogd gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) t.o.v. de achtergrondwaarde. Bovengrondmengmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte minerale olie t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) en minerale olie in de bovengrond zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen niet te relateren aan evt. zintuiglijk waargenomen bodemvreemde afwijkingen. In gebieden welke reeds langere tijd door de mens in gebruik zijn (o.a. langdurige bewoning of menselijk gebruik) worden vaker verhoogde gehalten aan o.a. minerale olie en PAK’s in de grond gemeten. In algemene zin wordt opgemerkt dat antropogene beïnvloeding van een locatie in de meeste gevallen een negatief effect heeft op de kwaliteit van de bodem. De afkorting PAK staat voor Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen. Het gaat hierbij om een verbindingsklasse van meer dan 200 stoffen, die bestaan uit twee of meer aan elkaar verbonden benzeenringen. Ze ontstaan met name bij verbrandingsprocessen, en kunnen dus zowel een synthetische als een natuurlijke oorsprong hebben. PAK’s ontstaan o.a. door onvolledige verbranding van minerale olie zoals die ook in het verkeer plaatsvindt.

Het zijn teerachtige stoffen die ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofhoudende materialen als hout, fossiele brandstoffen, tabak of levensmiddelen. De aanwezigheid van PAK’s in de bodem zijn vaak het gevolg van de aanwezigheid van teerhoudende of koolstofhoudende stoffen, zoals bv. koolas, verbrandingsresten of teerresten. Ze kunnen zowel een synthetische als een natuurlijke oorsprong hebben. PAK’s kunnen ook worden aangetroffen bij de vervaardiging en verwerking van rubber, kunststoffen, verf, lakken, minerale olie en teerproducten. In de chemische grondstoffenindustrie dienen ze als tussenproducten bij verschillende syntheses, bijvoorbeeld van verfstoffen en farmaceutica.

januari ’22

19

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. perceel sectie I nr.16208 te Erica

ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.

Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000). Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.

januari ’22

20

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. perceel sectie I nr.16208 te Erica

4.3.2

Milieuhygiënische kwaliteit grondwater

In tabel 16 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 16: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project Certificaten Toetsing Toetsversie Parameters

OPID 94676761#21-M10192-Verlengde Vaart ZZ perceel I nr. 16208 te Erica 1294984 T.13 - Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb BoToVa 2-1-2000 Toetsdatum: 18 januari 2022 13:01 Toetsing

Analyse Eenheid S Metalen ICP-MS (opgelost) barium (Ba) µg/l 50 cadmium (Cd) µg/l 0,4 kobalt (Co) µg/l 20 koper (Cu) µg/l 15 Kwik (Hg) (niet vluchtig) µg/l 0,05 lood (Pb) µg/l 15 molybdeen (Mo) µg/l 5 nikkel (Ni) µg/l 15 zink (Zn) µg/l 65 Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) µg/l 50 Vluchtige aromaten benzeen µg/l 0,2 ethylbenzeen µg/l 4 naftaleen µg/l 0,01 o-xyleen µg/l styreen µg/l 6 tolueen µg/l 7 xyleen (som m+p) µg/l Sommaties aromaten som xylenen µg/l 0,2 Vluchtige chlooralifaten 1,1,1-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1,2-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1-dichloorethaan µg/l 7 1,1-dichlooretheen µg/l 0,01 1,1-dichloorpropaan µg/l 1,2-dichloorethaan µg/l 7 1,2-dichloorpropaan µg/l 1,3-dichloorpropaan µg/l cis-1,2-dichlooretheen µg/l dichloormethaan µg/l 0,01 monochlooretheen (vinylchloride) µg/l 0,01 tetrachlooretheen µg/l 0,01 tetrachloormethaan µg/l 0,01 trans-1,2-dichlooretheen µg/l trichlooretheen µg/l 24 trichloormethaan µg/l 6 Sommaties som C+T dichlooretheen µg/l 0,01 som dichloorpropanen µg/l 0,8 Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers tribroommethaan (bromoform) µg/l Legenda @ N.B.

januari ’22

T

I

Monster 7012944 Pb1, 01-Pb1: 240-340 Max. Bodemindex Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res.

337,5 3,2 60 45 0,175 45 152,5 45 432,5

625 6 100 75 0,3 75 300 75 800

< 20 < 0.2 <2 3,8 < 0.05 3 <2 3,6 13

-

0 0 0 0 0 0 0 0 0

325

600

< 50

-

0

15,1 77 35,005

30 150 70

-

153 503,5

300 1000

< 0.2 < 0.2 < 0.02 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2

0 0 0 0 0 0 0

35,1

70

0,2

-

0

150,005 65,005 453,5 5,005

300 130 900 10

-

203,5

400

500,005 2,505 20,005 5,005

1000 5 40 10

262 203

500 400

< 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.2

-

0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0

10,005 40,4

20 80

0,1 0,4

-

0,007 0

630

< 0.2

@

0

0,026 Voldoet aan Streefwaarde T.Oordeel B.Index

-

-

-

Geen toetsoordeel mogelijk <= Streefwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

21

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. perceel sectie I nr.16208 te Erica

interpretatie resultaten grondwater In tabel 17 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van het onderzochte grondwatermonster. tabel 17: samenvatting toetsresultaten per grondwatermonster Grondwatermonster

Diepte filter

Zintuiglijk

>S

>T

>I

1 (peilbuis)

2.4-3.4

-

-

-

-

Legenda >S

overschrijding streefwaarde (bodemindex <=0,5)

>T

overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)

>I

overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)

peilbuis 1 (2.4- 3.4 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de streefwaarde.

Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen.

januari ’22

22

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. perceel sectie I nr.16208 te Erica

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde afwijkingen of asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in tabel 18. tabel 18: samenvatting toetsingsresultaten Mengmonster Boringen grond

Diepte

Zintuiglijk

>AW of >S

>T

>I

Indicatieve toetsing Bbk*

MM1

1+3+4+5+6+8

0.0-0.5

-

PAK’s (som 10)

-

-

Wonen*

MM2

2+9 t/m 13

0.0-0.4

-

minerale olie

-

-

Industrie*

1 t/m 3 Grondwater

0.5-2.0

-

-

-

-

Achtergrondwaarde*

Pb1

2.4-3.4

-

-

-

-

n.v.t.

MM3

1

Legenda >AW / >S

overschrijding achtergrondwaarde of streefwaarde (bodemindex =<0,5)

>T

overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)

>I

overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)

Bbk

besluit bodemkwaliteit

*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond

grond bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat een verhoogd gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) worden in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Bovengrondmengmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte minerale olie t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) worden in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. grondwater peilbuis 1 (2.4- 3.4 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de streefwaarde.

januari ’22

23

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. perceel sectie I nr.16208 te Erica

toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch onverdacht aangemerkt. In tabel 19 is de hypothese en de noodzaak tot vervolgonderzoek beoordeeld aan de hand van de onderzoeksresultaten. tabel 19: toetsing hypothese Locatie

Hypothese

Correct?

Verkennend onderzoek met nieuwe hypothese?

Nader onderzoek?

Verlengde Vaart ZZ perceel sectie I nr. 16208

onverdacht

nee, verhoogde gehalten aangetoond

nee, onderzoeksinspanning voldoende

nee, er zijn geen matig tot sterk verhoogde gehalten in de bodem gemeten.

Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging. De grond ter plaatse van de onderzoekslocatie bevat plaatselijk enkele stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten overschrijden de tussenwaarde/bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor naar onze mening geen directe aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C2 resp. NEN 5897+C2 maakt geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740-A1 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin. Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2.

januari ’22

24

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. perceel sectie I nr.16208 te Erica

Aanbevelingen Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Middels het Besluit is het mogelijk om door het lokaal bevoegd gezag lokale maximale bodemgebruikswaarden vast te stellen, of om deze bodemgebruikswaarden te conformeren aan de maximale waarden uit het (landelijke) generieke model. Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. De mogelijkheden hiertoe kunnen worden vastgesteld na overleg met de betrokken overheidsinstanties. Volledige duidelijkheid omtrent de bodemkwaliteitsklasse van vrijkomende grond wordt pas verkregen op basis van een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit. Opgemerkt dient te worden dat de vertaalslag van verkennend bodemonderzoek naar hergebruik van grond volgens het Besluit Bodemkwaliteit, veelal, niet mogelijk is. In de meeste gevallen zijn aanvullende gegevens noodzakelijk, het bevoegd gezag (de gemeente waarin de grond wordt toegepast) kan hier uitsluitsel over geven. Op 8 juli 2019 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een tijdelijk handelingskader vastgesteld voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Vanaf 8 juli 2019 is het verplicht om onderzoek naar de stofgroep PFAS uit te voeren bij o.a.

partijkeuringen in het kader van afvoer van grond. In dit verkennend bodemonderzoek is geen onderzoek uitgevoerd naar PFAS stoffen in de bodem. De in dit onderzoek opgenomen indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit is excl. onderzoek naar PFAS-stoffen, onderzoek naar deze verbindingen is bij definitieve beoordeling van evt. hergebruiksmogelijkheden van evt. af te voeren grond alsnog nodig. Indien het noodzakelijk is dat er grond afgevoerd moet worden van de locatie zal er een melding grondverzet gedaan moeten worden via het landelijk meldpunt: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Opgemerkt wordt dat evt. afvoer van grond met de bodemkwaliteitsklasse “wonen”, “industrie” en “niet toepasbare grond” meer kosten met zich meebrengt dan de afvoer van schone grond “achtergrondwaarde”. Wanneer grond binnen het plangebied wordt ontgraven dient voorkomen te worden dat grond met een verschillende/afwijkende milieuhygiënische kwaliteit met elkaar wordt vermengd. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.

januari ’22

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=1ae5842c-a837-4b0b-8869-00035ab992c7