Bijlage 1 Bestemmingsplan .Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163.
Tekst van het document
Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163 (vastgesteld)
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding
4
Hoofdstuk 2 Beleid
7
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving
15
Hoofdstuk 4 Onderzoeken
17
Hoofdstuk 5 Toelichting op de planregels en verbeelding
30
Hoofdstuk 6 Maatschappelijke betrokkenheid
36
Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid
37
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Akoestisch onderzoek Bijlage 2 Vergunningcheck Watertoets Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4 Besluit hogere grenswaarde geluid wegverkeerslawaai Regels
39 40 66 74 128 133
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten
134 134 139
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Wonen - Vrijstaand
140 140
Hoofdstuk 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
143 143 144 145 146 148 149
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 10 Overgangsrecht Artikel 11 Slotregel
150 150 151
2
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163 (vastgesteld)
Toelichting
3
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163 (vastgesteld)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding tot nieuw bestemmingsplan
Verzocht is medewerking te verlenen aan de realisatie van een woningbouwkavel op het perceel gelegen tussen de adressen Verlengde Vaart ZZ 161 en 163 te Erica. De locatie is momenteel onbebouwd. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011' is de kavel bestemd als 'Agrarisch met waarden – Grootschalige Veenontginningen’. Deze voorziet niet in de bouw van een vrijstaande woning. Met het wijzigen van deze bestemming naar 'Wonen - Vrijstaand' wordt de realisatie van een vrijstaande woning mogelijk gemaakt binnen het plangebied, hetgeen mogelijk is op basis van de gemeentelijke beleidsnotitie ‘Bouwen in de Linten’. 1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Verlengde Vaart ZZ tussen de nummers 161 en 163 te Erica. Aan weerszijden van het perceel bevinden zich woningen. Voor het overige worden de gronden omringd door agrarische gronden. Het perceel van het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Emmen, sectie I, nummer 16208. Op onderstaande luchtfoto is het plangebied bij benadering weergegeven.
1.3
Huidige planologische regelingen
Het perceel aan de Verlengde Vaart ZZ tussen 161 en 163 te Erica heeft in het bestemmingsplan 'Buitengebied 2011' de bestemming 'Agrarische doeleinden – Grootschalige Veenontginningen'. De op de plankaart als zodanig aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden; b. agrarische doeleinden; c. extensief recreatief medegebruik; d. behoud en herstel van watergangen; e. en een ijsbaan ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van recreatie - ijsbaan"; f. en het gebruik ten behoeve van schermvliegtuigen ter plaatse van de aanduiding
4
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163 (vastgesteld)
"specifieke vorm van recreatie - luchthavenregeling schermvliegtuigen"; g. en het gebruik ten behoeve van Micro Light Airplanes (MLA) ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van recreatie - luchthavenregeling micro light airplanes"; h. en een kwekerij met bestaande teeltondersteunende voorzieningen ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - kwekerij"; i. en een volkstuinencomplex ter plaatse van de aanduiding "volkstuin"; j. en een antennemast ten behoeve van telecommunicatie ter plaatse van de aanduiding "zend-/ontvangstinstallatie ": met bijbehorende: a. andere bouwwerken; b. fiets- en voetpaden; c. toegangswegen in- en uitritten; d. groenvoorzieningen; e. nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen; Aangezien het de bedoeling is ter plaatse een woning te bouwen en het plangebied te gebruiken voor woondoeleinden is er sprake van strijd met het geldende bestemmingsplan, immers de geldende bestemming staat de bouw van een woning ter plaatse niet toe. Medewerking is mogelijk via een bestemmingsplanprocedure ex artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening. Het voorliggende bestemmingsplan 'Erica, Verlengde Vaart ZZ tussen 161 en 163' vervangt gedeeltelijk het bestemmingsplan 'Buitengebied 2011’, vastgesteld op 18 juni 2014 met identificatienummer NL.IMRO.0114.2009072-R801.
Voor de realisatie van één vrijstaande woning is een herziening van het bestemmingsplan nodig. Dit bestemmingsplan voorziet daarin. Bij het van kracht worden van het bestemmingsplan 'Erica, Verlengde Vaart ZZ tussen 161 en 163' verliest het genoemde bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’, voor zover zij vallen binnen het plangebied, zijn rechtskracht en wordt vervangen door het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart ZZ tussen 161 en 163'. 1.4
Opzet bestemmingsplan
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. Op de verbeelding worden de percelen in het gebied aangegeven met een bestemming dan wel een aanduiding. In de regels worden de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het plangebied geregeld. Tot slot wordt in de toelichting een verantwoording gegeven van de in het plan gemaakte keuzes.
5
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163 (vastgesteld)
1.5
Overzicht verricht onderzoek
Ten behoeve van het opstellen van voorliggend bestemmingsplan zijn diverse onderzoeken verricht en adviezen gegeven. Daarnaast is er informatie gebruikt uit onderzoeken en adviezen die in een ander kader zijn uitgevoerd. De conclusies uit de verschillende onderzoeken en adviezen zijn verwerkt in de toelichting. Ter voorbereiding van het bestemmingsplan zijn de volgende onderzoeken verricht: 1. Verkennend bodemonderzoek; 2. Akoestisch onderzoek; 3. Watertoets.
6
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163 (vastgesteld)
Hoofdstuk 2
Beleid
2.1
Gemeentelijk beleid
2.1.1
Structuurvisie gemeente Emmen 2020, Veelzijdigheid troef
Structuurvisie Emmen 2020, Veelzijdigheid troef, is 24 september 2009 vastgesteld door de raad. Het document is opgesteld als ruimtelijke vertaling van de ambities gesteld in de Strategienota Emmen 2020, vastgesteld in de raadsvergadering van september 2001. De structuurvisie geeft de hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Emmen weer. In de structuurvisie wordt de ruimtelijke structuur van 2020 geschetst aan de hand van een aantal thema's, te weten landschap, duurzaamheid, verkeer, werken, wonen, voorzieningen en veiligheid. Voor ieder thema is een hoofdkoers bepaald. Voor het bestemmingsplan ‘Erica, Verlengde Vaart ZZ tussen 161 en 163’ is vooral het thema Wonen van belang. De Structuurvisie Emmen 2020, Veelzijdigheid troef richt zich op een accentverschuiving van kwantiteit naar kwaliteit en differentiatie van woonmilieus: De opgave ligt er om de woningvoorraad in lijn te brengen en te houden met de woonwensen van huidige én toekomstige inwoners. Naast een kwaliteitsimpuls van de bestaande woningen wordt ingezet op wervende woonmilieus. Om ervoor te zorgen dat de woningmarkt op orde blijft, is een continue aanpassing aan de veranderende vraag geboden. Dit geldt niet alleen voor de kern van Emmen, maar ook voor de dorpen. Zo ontstaat op termijn een cyclische vernieuwing van de bestaande woongebieden. 2.1.2
Woonvisie 2018 - 2023
De Woonvisie 2018-2023 richt zich op een nieuwbouwopgave passend bij de kwalitatieve behoefte en aanvullend op de bestaande voorraad. Daarbij moet de bestaande woningvoorraad beter benut worden. In de Woonvisie is een strategie opgenomen voor woningbouw: 1. Woningbouwinitiatieven worden niet individueel, maar in samenhang bekeken. 2. Prioriteit wordt gegeven aan plannen voor herstructurering en transformatie. 3. Bij het maken van de woon- en leefbaarheidsvisies voor dorpen en wijken komen plekken naar voren waar inbreiding (verdichting) mogelijk en gewenst is. 4. Bestaande uitbreidingslocaties worden afgerond. 5. Woningbouwplannen dragen bij aan een gevarieerd woonmilieu (ruimte bieden aan plannen die een nichemarkt bedienen en aan kleinschalige experimentele, innovatieve en duurzame woonvormen). 6. Woningbouwplannen dragen bij aan ruimtelijke kwaliteit. Met het woningbouwprogramma wordt ruimte geboden voor goede woningbouwinitiatieven van particulieren, ontwikkelaars en corporaties. De Woonvisie geeft voor het deelgebied Emmen (waar Erica toe behoort) tussen 2016 en 2021 een netto groei met 365-495 woningen op de woningvoorraad.
Het voorliggende plan betreft een particulier initiatief voor het wijzigen van een bestemming ‘Agrarische waarden – Grootschalige Veenontginningen’ naar een woonbestemming aan de Verlengde Vaart ZZ tussen 161 en 163 te Erica op een locatie die past binnen de beleidsnota Bouwen in de Linten en past daarmee binnen de woonvisie. Ter plaatse wordt een vrijstaande woning gebouwd op een wijze die past bij het aanwezige bebouwingslint en vormt daarmee een woningbouwplan dat bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. De woning wordt zo duurzaam mogelijk gebouwd en draagt daarmee bij aan een gevarieerd woonmilieu.
7
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163 (vastgesteld)
2.1.3
Bouwen in de Linten
De gemeenteraad heeft op 14 december 2017 de beleidsnotitie "Bouwen in de Linten" vastgesteld. De beleidsnotitie geeft het onderzoek weer naar de ruimtelijke kaders en criteria die bij de beoordeling van verzoeken tot incidentele woningbouw in de linten moeten worden gehanteerd. In de beleidsnotitie is een balans gezocht tussen het incidenteel toevoegen van woningen enerzijds en het behoud van de waarde en karakteristiek van het landschap anderzijds. Het doel van de beleidsnotitie "Bouwen in de Linten" is het verkrijgen van een helder ruimtelijk kader voor het toetsen van nieuwe aanvragen voor het bouwen van woningen binnen lintbebouwingen in de gemeente Emmen. In de beleidsnotitie zijn ruimtelijke criteria verwoord. Bij de ruimtelijke ontwikkeling van de linten dient een afweging te worden gemaakt tussen enerzijds het belang van de kernen, en anderzijds het belang van het landschap. In de eerste plaats is bepaald wat de begrenzingen van de kernen zijn en wat de linten binnen en buiten de kernen zijn. Als vervolgstap is voor de linten buiten de kernen bepaald welke delen onlosmakelijk met het landschap zijn verbonden en welke delen met de kern zijn verbonden. De linten kunnen worden onderverdeeld in "landschapsgerelateerde linten", "dorpsgerelateerde linten" en in "lint binnen kern".
De locatie gelegen tussen de Verlengde Vaart ZZ 161 en 163 te Erica is gelegen in een lint aangeduid als ‘dorpsgerelateerd lint’.
8
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163 (vastgesteld)
Deze categorie linten (geel aangeduid op kaart "Ontwikkeling Lintbebouwing") betreft de (vrijwel) aaneengesloten uitlopers van de kernen met (woon)bebouwing. De visie in de "dorpsgerelateerde linten" is gericht op: Het incidenteel (max. 2 woningen) opvullen van open plekken. Hierdoor worden uitsluitend kleinschalige ontwikkelingen met een beperkt ruimtelijk effect mogelijk gemaakt. Het uitsluiten van woonbebouwing binnen grotere open ruimten (40 – 100 m). Deze ruimten zijn bepalend voor de uitstraling in de overgangszone tussen kern – buitengebied. In bepaalde situaties geven ze waardevol doorzicht op achterliggend landschap. Opvulling van deze ruimten zou daarnaast leiden tot veel meer bouwmogelijkheden, wat qua woonbeleid niet meer als kleinschalig en incidenteel kan worden aangemerkt. Verlenging van dorpsgerelateerde linten is niet mogelijk Bij toevoegingen dient te worden aangesloten bij de stedenbouwkundige structuren van de omgeving. Onder andere dient afstemming te worden gezocht bij aspecten als de kavelbreedte, de voorgevelrooilijn en bebouwingskenmerken ten aanzien van nokrichting, bebouwingsmassa en hoogten. Ten aanzien van de situering van de nieuwe woning geldt dat deze in dezelfde rooilijn met de aangrenzende woningen wordt gebouwd.
9
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163 (vastgesteld)
2.1.4
Welstandsbeleid
Bouwwerken moeten voldoen aan 'redelijke eisen van welstand'. Een welstandscommissie beoordeelt bouwplannen aan de vooraf vastgestelde welstandscriteria opgenomen in de Welstandsnota. Op 30 juni 2016 heeft de gemeenteraad de Welstandsnota vastgesteld. In deze nota wordt vooraf bepaald wat de redelijke eisen van welstand zijn. Dit betekent dat gekeken wordt of een bouwplan qua uitstraling wel past bij de omgeving. Het bestemmingsplan en de Welstandsnota zorgen samen voor het behoud van de ruimtelijke kwaliteit. Het welstandsbeleid heeft zo min mogelijk regels. Voor de meeste gebieden, ook voor dit gedeelte van Erica waar het plangebied gelegen is, geldt het welstandsniveau 'welstandsluw'. Een bouwplan voor de woning zal door de welstandscommissie beoordeeld worden op redelijke eisen van welstand. 2.1.5
Cultuurhistorische waardenkaart
Op de Cultuurhistorische waardenkaart is het gebied aangeduid als een gebied met qua groenstructuur een hoge cultuurhistorische waarde. De bestaande groenstructuur langs de Verlengde Vaart ZZ gaat ter plaatse niet worden aangetast door de bouw van de woning, deze blijft behouden. 2.1.6
Erfgoedbeleidskaart Emmen
Op de gemeentelijke erfgoedbeleidskaart is het gebied vanuit de historische stedenbouwkunde aangeduid als een gebied met een herkenbaar te houden lintstructuur uit de bouwperiode 1850 – 1940.
Als gevolg van het bouwplan blijft de bestaande lintstructuur intact, de woning wordt binnen het bestaande lint gebouwd en volgt daarmee de ontstaansgeschiedenis van dit bebouwingslint langs de Verlengde Vaart ZZ te Erica.
10
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163 (vastgesteld)
2.1.7
Integrale parkeervisie Gemeente Emmen
In oktober 2017 heeft de gemeenteraad van Emmen de "Integrale parkeervisie gemeente Emmen" vastgesteld. Deze visie vervangt de parkeernota van 2010. De visie is het kader voor het bepalen van de parkeeropgave bij fysieke ontwikkelingen op alle niveaus. Het is een leidraad voor het beoordelen van de parkeeropgave van stedenbouwkundige visies & plannen voor (her-)ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en is ook het kader dat invulling geeft aan het begrip "voldoende parkeer- of stallingsruimte dan wel voldoende laad- of losruimte in bestaande en op ontwikkeling gerichte nieuwe bestemmingsplannen. De visie bevat ten aanzien van de hoeveelheid parkvoorzieningen en het aantal los- en laadplaatsen het beoordelingskader voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen enof wijzigen gebruik. In het nieuwe parkeerbeleid zijn, bij het invullen van de parkeerbehoefte bij ontwikkelingen, de kengetallen zoals deze zijn vervat in de landelijke kencijfers parkeren van het CROW leidraad, waarbij in principe wordt uitgegaan van parkeren op eigen terrein. Deze parkeerkencijfers hebben een bandbreedte: in overleg met de initiatiefnemer wordt de parkeernorm bepaald. Ook biedt het beleid ruimte om in bepaalde gevallen gemotiveerd af te wijken van de CROW-normen, om zo maatwerk te kunnen leveren, bijvoorbeeld in gevallen waarbij het autobezit lager ligt dan de norm.
Voor woningbouw is daarbij aangegeven dat de parkeercapaciteit gebaseerd moet zijn op autobezit. Met deze aanpak wil de gemeente voorkomen dat een te strak gehanteerde parkeernorm een belemmerende factor vormt bij nieuwbouw of de transformatieopgave van leegstaande winkelpanden. De gemeente doet hierbij een beroep op de initiatiefnemers van verbouw en nieuwbouwprojecten om het invullen van de parkeerbehoefte te zien als een gezamenlijke opgave. In het nieuwe parkeerbeleid gelden bij het invullen van de parkeerbehoefte de kengetallen zoals deze zijn vervat in de landelijke kencijfers parkeren van het CROW. In de parkeerberekening is uitgegaan van de bouw van 1 vrijstaande woning in de gemeente Emmen in niet stedelijk gebied, rest bebouwde kom. Op basis van de berekening middels de CROW is dan een parkeerbehoefte aanwezig van 2,3 parkeerplaatsen = 3 parkeerplaatsen. Het terrein is voldoende groot voor het kunnen bieden van plaats aan 3 parkeerplaatsen en zal daarmee voldoen aan de gemeentelijke parkeernota. 2.2
Provinciaal beleid
2.2.1
Omgevingsvisie Drenthe 2018
De Omgevingsvisie is hét strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein. De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe in de periode tot 2030, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode daarna. Als in de tekst wordt gesproken over ‘lange termijn’, betreft het de periode na 2030. De Omgevingsvisie heeft voor de provincie vooral een interne binding. Dit betekent dat de provincie bij de uitoefening van haar taken aan de Omgevingsvisie gebonden is.
De missie van de provincie is het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij de kernkwaliteiten. Deze missie is ingegeven door wat inwoners, medeoverheden en maatschappelijke partners belangrijk
11
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163 (vastgesteld)
vinden voor de toekomst van Drenthe. De kernkwaliteiten zijn samen met partners en de inwoners van Drenthe benoemd, te weten landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur.
De kernkwaliteiten zijn de kwaliteiten die bijdragen aan de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe. Samen met vertegenwoordigers van overheden, belangengroepen, marktpartijen en inwoners heeft de provincie de volgende kernkwaliteiten van Drenthe benoemd. De kernkwaliteiten zijn: rust, ruimte, natuur en landschap; oorspronkelijkheid; naoberschap; menselijke maat; veiligheid; kleinschaligheid (Drentse schaal). De provincie wil ontwikkelingen stimuleren die een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. Deze kwaliteit zit voor de provincie in het zorgvuldig gebruikmaken van de ruimte, het behouden en waar mogelijk versterken van de kernkwaliteiten en het waarborgen van de kwaliteit van het milieu en de leefomgeving. Hieronder volgen de delen uit de Omgevingsvisie die relevant zijn voor het voorliggende ruimtelijk initiatief. De provincie wil zorgvuldig omgaan met de beschikbare ruimte in Drenthe. Grootschalige bouwplannen en uitbreidingen in het landelijk gebied, los van bestaande bebouwingslocaties, zijn niet vanzelfsprekend. De provincie vindt dat gemeenten bij nieuwbouwplannen een werkwijze moeten hanteren die leidt tot zorgvuldig ruimtegebruik en verwijst naar de Ladder voor Duurzame verstedelijking zoals opgenomen in art. 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening. Voorliggend plan betreft de bouw van een woning in bestaand stedelijk gebied.
Het verzoek voldoet aan het provinciaal beleid. Het plan is ook niet ladderplichtig omdat er geen sprake is van een situatie waarbij 12 woningen of meer gerealiseerd worden. 2.2.2
Kernkwaliteiten
Op kaarten behorende bij de Omgevingsvisie Drenthe zijn de kernkwaliteiten nader weergegeven. Op een aantal kaarten (wanneer relevant) is het plangebied als volgt aangeduid: Landschap Het plangebied is gelegen binnen het landschap ‘Veenkoloniën’. Van provinciaal belang is de orthogonale samenhang tussen het systematische ontginningspatroon van grootschalige openheid met kenmerkende wijkenstructuur en de bebouwingslinten met daaruit opgaande percelen. Met de bouw van één vrijstaande woning binnen het bestaande bebouwingslint wordt geen afbreuk gedaan aan de kenmerkende wijkenstructuur. Er wordt gebouwd op een wijze qua verkaveling die soortgelijk is als andere woningen in dit bestaande lint. De kernkwaliteit is dan ook niet in het geding. Cultuurhistorie Het beleid van de provincie Drenthe ten aanzien van cultuurhistorie is beschreven in de beleidsnota Cultuurhistorisch Kompas Drenthe. Het plangebied is gelegen binnen het gebied Emmen en haar venen. Het generieke beleid 'respecteren' is van toepassing. Het is bedoeld om de bestaande cultuurhistorische samenhang, zoals die is vastgelegd in de hoofdstructuur, te borgen. Archeologie 12
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163 (vastgesteld)
De inhoudelijke kaart Archeologie geeft een overzicht van de archeologische waarden en verwachtingen die de provincie van provinciaal belang achten. In gebieden of terreinen met een archeologische verwachting op de archeologiekaarten, wordt gestuurd op een goede uitvoering van archeologisch onderzoek. Niet voor alle bodemingrepen is archeologisch onderzoek vereist. Dit hangt af van de omvang en aard van de ingreep, de waarde/verwachting van de locatie en het vrijstellingenbeleid zoals dat is uitgewerkt in de gemeentelijke archeologiekaarten. Aardkundige waarden Aardkundige waarden die bijdragen aan het specifieke Drentse karakter wil de provincie behouden en, waar mogelijk, herstellen. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteit aardkundige waarden. De provincie wil inhoud geven aan ruimtelijke kwaliteit, om de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe te behouden en te versterken. Het doel is de archiefwaarde van de bodem te behouden en de landvormen, die karakteristiek zijn voor het Drentse landschap, te behouden en te versterken, als onderdeel van de kernkwaliteit oorspronkelijkheid. Het plangebied is gelegen binnen een gebied met een generiek beschermingsniveau voor aardkundige waarden. In deze gebieden wil de provincie de lokale, aardkundige kenmerken voor de toekomst bewaren. 2.2.3
Provinciale omgevingsverordening
Provinciale Staten van Drenthe hebben de Provinciale omgevingsverordening Drenthe vastgesteld. In de omgevingsverordening is het perceel niet gelegen binnen een gebied aangeduid als 'Bestaand Stedelijk Gebied', echter wordt wel voldaan aan de uitgangspunten van de beleidsnotitie ‘Bouwen in de Linten’ en is de bouw van een woning ruimtelijk gezien aanvaardbaar geacht. 2.3
Rijksbeleid
2.3.1
Ruimtelijk - Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 van kracht geworden. Onderdeel van deze structuurvisie is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Met de structuurvisie kiest het rijk voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Voor Erica zijn in de SVIR geen onderwerpen opgenomen die aangemerkt worden als nationaal belang. In de Barro zijn alleen de zaken betreffende defensie en kernkwaliteiten van toepassing. Echter deze zaken hebben geen directe invloed op de inrichting van het plangebied. 2.3.2
Ladder duurzame verstedelijking
De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Bij besluit van 28 augustus 2012 is de Ladder toegevoegd aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en vervolgens op 1 oktober 2012 in werking getreden. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De Ladder staat als instrument niet op zichzelf, maar geeft mede vorm aan de systeemverantwoordelijkheid van de minister van Infrastructuur en Milieu voor een goede ruimtelijke ordening. Deze verantwoordelijkheid brengt met zich mee, dat de minister er voor zorgt dat decentrale overheden over de juiste instrumenten kunnen beschikken voor een zorgvuldige benutting van de ruimte. Hieronder wordt begrepen het voorkomen van 13
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163 (vastgesteld)
overprogrammering, het faciliteren van groei, het anticiperen op stagnatie en het leefbaar houden van krimpregio’s. De Ladder is onder andere van toepassing op woningbouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Momenteel is in jurisprudentie bepaald dat een woningbouwproject vanaf 12 woningen wordt aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Voorliggend bestemmingsplan gaat uit van de bouw van maximaal 1 woning en is daarmee niet Ladderplichtig. 2.4
Conclusie
De conclusie van de in dit bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart ZZ tussen 161 en 163’ beschreven beleidsuitgangspunten is dat het rijksbeleid niet direct doorwerkt in het plangebied. Hierdoor is het bestemmingsplan niet in strijd met het rijksbeleid. Het rijksbeleid werkt indirect door via het provinciaal beleid. Het provinciaal beleid vormt weer de input voor het gemeentelijk beleid. Voor het voorliggende bestemmingsplan kan eveneens geconcludeerd worden dat het plan passend is in het provinciale beleid. Wat betreft het gemeentelijk beleid kan geconcludeerd worden dat hieraan wordt voldaan.
14
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163 (vastgesteld)
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Locatiebeschrijving
Het plangebied is gelegen aan de Verlengde Vaart ZZ tussen de woningen 161 en 163 in te Erica. Ter plaatse is sprake van een woningbouwlint waarbij zich langs de Verlengde Vaart ZZ meerdere vrijstaande woningen bevinden. De locatie is als grasland/weidegrond in gebruik. Het perceel is verder onbebouwd en ook staan er op het perceel zelf geen bomen of struiken die ten behoeve van het plan verwijderd hoeven te worden.
3.2
Algemene planbeschrijving
Er is een verzoek ingediend voor het opstellen van een bestemmingsplan voor een kavel aan de Verlengde Vaart ZZ tussen 161 en 163 te Erica. Het verzoek omvat de bouw van een vrijstaande woning op deze kavel. Voor de realisatie van een vrijstaande woning op de locatie aan de Verlengde Vaart ZZ tussen 161 en 163 te Erica is een herziening van het bestemmingsplan nodig. Dit bestemmingsplan voorziet daarin. Er is nog geen sprake van een concreet bouwplan. Tevens zijn vooraf door de gemeente nog de volgende stedenbouwkundige randvoorwaarden opgesteld waarmee met de planuitwerking rekening gehouden dient te worden: Op het perceel mag uitsluitend één vrijstaande woning worden gerealiseerd; De voorgevel dient in de gevelrooilijn te staan en ligt in het verlengde als bij Verlengde Vaart ZZ 163; Het hoofdgebouw, bij- en aangebouwen staan als een samenhangend ensemble gecentreerd op de kavel; De gebouwen dienen in het bouwvlak gebouwd te worden. Dit bouwvlak wordt begrenst aan de voorzijde door de gevelrooilijn en heeft daaruit een diepte van 40 meter. Aan weerzijden loopt de begrenzing 3 meter evenwijdig binnen de zijdelingse perceelgrenzen. Het bouwvlak mag maximaal 250 m² bebouwd worden. Maximale goot- en bouwhoogte zijn respectievelijk 3,50 en 9,50 meter. Het hoofdgebouw heeft een schuine kap met een minimale dakhelling van 35°. De noklijn staat haaks op de Verlengde Vaart.
Voor overige bepalingen dient het zich te conformeren aan de enkelbestemming ‘Wonen – Vrijstaand’ (art. 23) van het vigerend bestemmingsplan ‘Erica’. Erfafscheidingen dient te worden afgestemd met de naastliggende percelen, waarbij de 15
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163 (vastgesteld)
hoogte aan de straatzijde t.o.v. de gevelrooilijn is maximaal 1 meter. 1 meter achter de gevelrooilijn mag de erfafscheiding maximaal 2 meter hoog zijn. Aan de achterzijde van het perceel geen erfafscheidingen plaatsen. Tussen de bebouwing ensembles is er vanaf de straat vrij doorzicht naar de achterliggende agrarische percelen. Materiaal- en kleurgebruik is afgestemd met wat in de omgeving gebruikelijk is. De toegepaste architectuur en detaillering is geprononceerd en weloverwogen. Er is uitsluitend één oprit toegestaan met een maximale breedte van 4 meter. Deze moet ingepast worden tussen de bestaande bomen in de aangrenzende brem. De bomen dienen gehandhaafd te blijven en mogen geen schade oplopen door de oprit en/of op andere wijze. Parkeerbehoefte dient op het eigen perceel gesitueerd te zijn. Met deze randvoorwaarden wordt met voorliggend bestemmingsplan rekening gehouden. Ook de verbeelding van het bestemmingsplan is daarop afgestemd.
16
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163 (vastgesteld)
Hoofdstuk 4
Onderzoeken
4.1
Archeologie en monumenten
4.1.1
Algemeen
De gemeente Emmen heeft archeologiebeleid vastgesteld, d.d. 30 mei 2013. Hiervoor is een archeologische beleidsadvieskaart gemaakt met daarbij een rapport, dit rapport dient als toelichting op de kaart. Het doel van deze documenten is om aan te geven wat de kern vormt van het archeologiebeleid en waar de beleidskeuzes zijn gemaakt. De verschillende archeologische waarden en verwachtingen en de maatregelen die daaraan zijn gekoppeld zijn in de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart vertaald naar diverse categorieën "Waarde - Archeologie" in het bestemmingsplan. Met de vertaling is op eenvoudige wijze voor het gehele gebied van de gemeente Emmen in beeld gebracht of archeologische waarden in het geding zijn of kunnen zijn en zo ja, op welke manier daarmee dient te worden omgegaan. Onderstaande tabel geeft de onderverdeling van de vier gemaakte categorieën weer.
Deze beleidskeuzes zijn vertaald in dubbelbestemmingen. Per archeologische kwaliteit zijn planregels opgenomen voor de te bebouwen oppervlakte en een omgevingsvergunningsstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. De maatvoering voor afwijking is afhankelijk van de te verwachten waarden of verwachtingen en de uitkomsten van archeologisch onderzoek. 4.1.2
Archeologische waarden in het plangebied
Het plangebied ‘Bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart ZZ tussen 161 en 163’ is volgens de beleidskaart (zie daartoe de volgende bladzijde) gelegen in een gebied zonder een archeologische verwachtingswaarde. Onderzoek naar archeologie is hier niet nodig.
17
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163 (vastgesteld)
4.1.3
Archeologische monumenten
Binnen het plangebied liggen geen (beschermde) archeologische monumenten. 4.1.4
Cultuurhistorie
4.1.4.1 Monumenten Beschermde monumenten worden gekenmerkt door een samenhangend en gaaf geheel van architectonische stijlkenmerken. Een monument kan representatief zijn voor een bepaalde bouwstijl, maar kan ook een rijke bouwgeschiedenis hebben met verwijzingen naar verschillende bouwstijlen. Voor zover de bouwgeschiedenis niet duidelijk afleesbaar is, kan zij door bouwhistorisch onderzoek aan het licht komen. Monumenten worden in hoge mate gewaardeerd om hun architectuurhistorische kwaliteit, waardoor zij belangrijk bijdragen aan de kwaliteit en de identiteit van hun omgeving. Een bouwplan voor een monument wordt getoetst aan het monumentenbeleid. Richtinggevend is hiervoor de redengevende omschrijving van het monument. Naast de toetsing aan het monumentenbeleid dat gericht is op het behouden van de historische kenmerken van het monument wordt het bouwplan voor wat betreft de welstandsaspecten getoetst aan de onderstaande criteria: toevoegingen aan, op of bij monumenten worden op herkenbare wijze vormgegeven. Hierbij vormen de historische stijlkenmerken van het monument de inspiratiebron; er is aandacht voor zorgvuldige detaillering en materiaalkeuze. Het plangebied kent geen monumenten. Wel is het gebied aangeduid als een gebied met een ‘hoge cultuurhistorische waarde’.
18
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163 (vastgesteld)
Er zal een woning worden gebouwd die past in het aanwezige landschap en stedenbouwkundig aangezicht van het gebied. Ook blijven de bomen langs de straat staan. Er zal geen sprake zijn van aantasting van cultuurhistorische waarden. 4.1.5
Conclusie
Vanuit archeologie en cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor uitvoering van het gewenste woningbouwplan. Wel blijft de meldingsplicht conform artikel 53 van de Monumentenwet van kracht. Dit houdt in dat mochten er tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden gevonden, de initiatiefnemer dit onmiddellijk dient te melden bij de gemeentelijke archeoloog. 4.2
Ecologie
De Wet natuurbescherming (Wnb) is in werking getreden op 1 januari 2017. Deze wet vervangt de volgende drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (houtopstanden). De provincie is bij de Wnb het bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en handelingen bij Natura 2000-gebieden en dier- en plantensoorten. Het Rijk blijft bevoegd gezag bij ruimtelijke ingrepen met grote nationale belangen. Voor gemeenten geldt dat zij het bevoegd gezag zijn voor omgevingsvergunningen.
19
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163 (vastgesteld)
4.2.1
Gebiedsbescherming
In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) -voorheen Ecologische Hoofdstructuur- is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor de provincie Drenthe uitgewerkt in de Provinciale Omgevingsvisie en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening. 4.2.2
Soortenbescherming
Het uitgangspunt van de Wnb is dat er geen (opzettelijke) schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. De soortenbescherming binnen de Wnb is daarbij opgedeeld in drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Bij beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen dier- en plantensoorten. Er dient een ontheffing op grond van artikel 3.3, 3.8 en/of 3.10 Wnb te worden aangevraagd voor een (bouw)werkzaamheid of activiteit indien het volgende van toepassing is: uit gegevens of onderzoek blijkt dat er sprake is van verstoring of doden van (een) beschermde soort(en); het bouwwerk en/of de activiteit veroorzaakt beschadiging of vernieling van voortplantingof rustplaatsen van dieren, danwel ontworteling of vernieling van plantensoorten; er kan geen gebruik gemaakt worden van een vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming; er kan niet gewerkt worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Houtopstanden In de Wnb is de bescherming van houtopstanden buiten de, door de gemeenteraad vastgestelde, bebouwde kom geregeld. Doel is de instandhouding van het bosareaal.
In de Provinciale Omgevingsverordening van de provincie Drenthe is geregeld hoe een kapmelding moet worden ingediend, waaraan herbeplanting moet voldoen en wanneer ontheffing van de herbeplantingsplicht kan worden verleend. Voor houtopstanden binnen de bebouwde kom geldt de Bomenverordening gemeente Emmen 2011. In het bijbehorende bomenregister zijn de monumentale en waardevolle bomen en waardevolle houtopstanden vastgelegd. Zonder ontheffing is het verboden deze te kappen. 4.2.3
Natuurwaarden inhet terrein
4.2.3.1 Gebiedsbescherming Natuur Netwerk Nederland (NNN) en Natura 2000 (N2000) De onderzochte locatie ligt niet binnen het NNN of Natura 2000. De dichtstbijzijnde grens van NNN ligt op circa 2,5 kilometer afstand van de onderzocht locatie. De dichtstbijzijnde grens
20
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163 (vastgesteld)
van Natura 2000 gebied ligt op circa 4,2 kilometer afstand van de onderzochte locatie. De voorgenomen werkzaamheden zijn echter van dien aard dat het uitgesloten is de kernwaarden van het NNN en N2000 zullen worden aangetast. 4.2.3.2 Soortenbescherming Het deel van het plangebied waar de woning gaat worden gebouwd is in gebruik als grasland/weidegrond en wordt onderhouden door periodiek onderhoud (maaien). Eventuele waardevolle soorten zullen zich hier daarom niet duurzaam kunnen huisvesten. Tevens hoeven er geen verouderde gebouwen te worden gesloopt, geen sloten te worden gedempt en zoals gezegd geen bomen te worden gekapt. Er is geen ecologisch onderzoek nodig.
4.2.4
Stikstofdepositie
Vanwege de geringe omvang van het project, de eenmalige uitvoering van het project en de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied Bargerveen (ca. 4,2 kilometer) zal de ontwikkeling niet leiden tot een toename van de stikstofbelasting op dit Natura 2000-gebied. 4.3
Fysieke veiligheid
De Rijksoverheid stelt risiconormen op het gebied van veiligheid aan inrichtingen, ter bescherming van de omgeving. Naast de wet- en regelgeving mogen gemeenten invulling geven aan een eigen veiligheidsvisie. In de Beleidsnota externe veiligheid gemeente Emmen (april 2013) geeft de gemeente Emmen invulling aan deze beleidsruimte. In de gemeentelijke beleidsnota Externe Veiligheid zijn de ruimtelijke uitgangspunten van de structuurvisie verder uitgewerkt. In de Beleidsnota externe veiligheid heeft de gemeente Emmen gekozen voor een gebiedsgerichte benadering voor de vestiging van risicovolle activiteiten. Tevens is in het beleid een afwegingskader bij concrete ruimtelijke beslissingen en voor de inzet van bestuurlijke uitvoeringsinstrumenten om de kwetsbaarheid van een object of activiteit die niet rechtstreeks onder de begripsbepaling van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) valt bepaald te beoordelen. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is rekening gehouden met deze nota externe veiligheid.
21
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163 (vastgesteld)
4.3.1
Externe veiligheid
4.3.1.1 Bevi-inrichtingen binnen het plangebied Het plangebied is geïnventariseerd op de zogenoemde Bevi-bedrijven (vergunde situatie en feitelijke situatie). Hieruit blijkt dat in het plangebied geen Bevi-bedrijven gelegen zijn. Ook is het realiseren van nieuwe bevi-inrichtingen binnen het plangebied niet toegestaan. Op de kaart hierna is dit visueel verduidelijkt. Het plangebied bevindt zich bij de oranje ster.
4.3.1.2 Bevi-inrichtingen buiten het plangebied Nabij het plangebied bevinden zich geen Bevi-bedrijven die invloed hebben op de planlocatie. 4.3.1.3 Buisleidingen, route gevaarlijke stoffen en hoogspanningsleidingen Met behulp van de EV-signaleringskaart is een risico-inventarisatie uitgevoerd. Uit de inventarisatie is gebleken dat op circa 95 meter vanaf het plangebied een hoge druk aardgastransportleiding ligt. Deze aardgastransportleiding heeft een invloedsgebied ter grootte van 95 meter. Zie onderstaande figuur.
In bovenstaande figuur is de ligging van het plangebied ten opzichte van het invloedsgebied van de hoge druk aardgastransportleiding getoond. Hieruit is op te maken dat het plangebied buiten het invloedsgebied van de aardgastransportleiding ligt en externe veiligheid hier niet relevant is.
22
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163 (vastgesteld)
4.3.2
Conclusie
Ter plaatse van het plangebied bevinden zich geen inrichtingen met een risicocontour waartoe een nadere verantwoording van het plaatsgebonden dan wel groepsrisico dient plaats te vinden. Een nader onderzoek of berekening naar het groepsrisico is dan ook niet nodig. 4.3.3 Gegevens ten behoeve van nadere inrichting en ontwikkeling in het plangebied Zodra plannen ontwikkeld worden dient de brandweer in een vroeg stadium bij de plannen betrokken te worden om op basis van het beoogde veiligheidsniveau een advies te kunnen uitbrengen op de inrichting en ontwikkeling van het gebied. Hiervoor zijn de volgende zaken van belang: 1. Voor het bestrijden van een brand is de brandweer afhankelijk van een goede bluswatervoorziening. Conform de Wet op de Veiligheidsregio's moet een gemeente zorgen voor een openbare bluswatervoorziening. Bij locaties waar geen toereikende openbare bluswatervoorziening kan worden aangelegd, zal de eigenaar moeten zorgen voor een doeltreffende niet-openbare bluswatervoorziening in overleg met de brandweer. Vanaf 1 januari 2014 maakt de brandweer gebruik van tankautospuiten en tankwagens, aangevuld met vulpunten voor de tankwagens als primaire bluswatervoorziening. Er hoeven ten behoeve van deze ontwikkeling geen vulpunten bijgeplaatst te worden. 2. Op grond van de Wet op de veiligheidsregio's (okt.
2010) is de Veiligheidsregio Drenthe, in geval van calamiteit, verantwoordelijk voor het waarschuwen en alarmeren van de bevolking door middel van het Waarschuwings- en alarmeringssysteem. Als gevolg van deze taak zijn binnen de gemeente sirenes geplaatst op een zodanige wijze dat een optimale dekking gerealiseerd is binnen de gemeente. De sirenes die elke eerste maandag van de maand precies om 12:00 uur overal in het land loeien als test, is de verwachting dat deze op den duur verdwijnen. Dit vanwege het gegeven dat de minister van Justitie en Veiligheid voornemens is tot uitfasering van dit systeem. In de toekomst wordt bij grote rampen alarm geslagen via onder meer calamiteitenzenders, geluidswagens, NL-Alert en sociale media. Het voordeel van deze communicatiemiddelen is dat ze veel gerichter kunnen worden ingezet. 3. Het is belangrijk dat in geval van calamiteiten hulpverleningsdiensten direct ter plaatse kunnen komen en zonder beperkingen hulp kunnen verlenen. Om die reden dienen alle objecten in het plangebied via twee onafhankelijke wegen bereikbaar te zijn voor de hulpverleningsdiensten. Het gebied voldoet aan deze vereisten. 4.
Het dekkingsplan van de Veiligheidsregio Drenthe, vastgesteld in december 2013, geeft in het kort het volgende weer: Het brandverloop verloopt tegenwoordig zo snel dat 3 zaken zeer belangrijk zijn om slachtoffers te voorkomen: het voorkomen van brand, het ontdekken van brand en het vluchten bij brand. Bij het vluchten bij brand heeft men een eigen verantwoordelijkheid of is men aangewezen op de BHV - organisatie. De brandweer heeft in beginsel als taak het houden van een brandscheiding ter voorkoming van branduitbreiding en het beschermen van (niet-zelfredzame) personen achter die scheiding. Geadviseerd wordt de initiatiefnemer te informeren over mogelijk te treffen aanvullende brandveiligheidsmaatregelen. Denk hierbij aan de BIObiz factoren: a. bouwkundige voorzieningen, bijv. voldoende afstand t.o.v. de erfgrens i.v.m. brandoverslag naar ander perceel. b. installatietechnische voorzieningen, bijv. woningsprinklers of watermistsysteem. c. organisatorische voorzieningen, bijv. vluchtplan voor en door de bewoners. d. brandweeropkomsttijd, vrij houden van wegen / zo min mogelijk verkeersbelemmerende maatregelen. e. inventaris, toepassen van moeilijk brandbaar materiaal.
23
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163 (vastgesteld)
f. 4.4
zelfredzaamheid van de aanwezigen, toepassen veilige vluchtroutes. Milieu
In deze paragraaf worden de voor dit bestemmingsplan relevante milieuaspecten beschreven. Aangegeven wordt wat de beperkingen en mogelijkheden in het plangebied zijn, bezien vanuit verschillende milieudisciplines. 4.4.1
Vormvrije M.E.R.-beoordeling
In voorliggend bestemmingsplan "Bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart ZZ tussen 161 en 163" komen geen activiteiten voor die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r., bijlage D, onder artikel 11 (Woningbouw, Stedelijke ontwikkeling, Industrieterreinen) staat onder artikel 11.3 genoemd dat een m.e.r-beoordeling moet plaatsvinden in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de aanleg, wijziging of uitbreiding van woningbouw, stedelijke ontwikkeling of industrieterrein indien het oppervlakte groter is dan 100 hectare of meer als 2000 woningen omvat. Qua aard, omvang en ligging is voorliggend ruimtelijk plan niet gelijk te stellen aan de betreffende en omschreven activiteit zoals bedoeld in het Besluit m.e.r., immers hier is sprake van de bouw van maximaal 1 woning. Op basis van de uitkomsten in dit hoofdstuk 4 – Omgevingsfactoren – is ook voldoende inzichtelijk gemaakt dat er geen belangrijk nadelige gevolgen zijn voor de omgeving en het milieu. Verder hebben de locatie en de omgeving geen bijzondere kenmerken die geschaad worden door het initiatief. Gezien de aard van de ingrepen zijn verder geen negatieve effecten te verwachten, zodat op basis hiervan kan worden afgezien van het verrichten van een verdergaande (vorm)vrije m.e.r.-beoordeling. 4.4.2
Bedrijven en milieuzonering
Vanuit milieuhygiënisch oogpunt vergt het inpassen van nieuwe functies in het plangebied een goede afstemming met de andere, in de omgeving aanwezige functies. Binnen het plangebied is sprake van een nieuw te realiseren woning. Van belang is na te gaan welke functies/bedrijven zich in de nabijheid van het plangebied bevinden en welk omgevingstype er is. Er bevinden zich alleen maar woonbestemmingen in de nabijheid van het plangebied. Van de woningen naar de beoogde nieuwe woning is er geen milieuhinder te verwachten. 4.4.3
Bodem
Het college van burgemeester en wethouders heeft op 5 maart 2013 de Beleidsregel Bodemkwaliteit vastgesteld. Om de kwaliteit te waarborgen, moet grondverzet worden gemeld bij het landelijk meldpunt. Om het verplaatsen van grond te vereenvoudigen, heeft de gemeente Emmen een aantal kaarten ontwikkeld. Deze bodemkwaliteitskaarten zijn als bijlage in de Nota Bodembeheer opgenomen. Aan de hand van deze kaarten is het mogelijk om zonder voorgaand onderzoek grond te ontgraven en toe te passen. Partijen grond en baggerspecie die niet voldoen aan de bodemkwaliteitskaart en de Nota Bodembeheer van de gemeente Emmen mogen alleen worden toegepast als er sprake is van een nuttige toepassing. Is het werk niet ‘nuttig’, dan is er sprake van het zich ontdoen van ‘nuttig’ gebruik. Tijdelijke uitname zijn werkzaamheden waarbij de grond na korte tijd weer teruggebracht wordt. Een voorbeeld is het graven van een sleuf voor kabels en leidingen. In dat geval hoeft de kwaliteit van de te ontgraven bodem niet onderzocht te worden, tenzij er sprake is van (een verdenking van) bodemverontreiniging.
24
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163 (vastgesteld)
4.4.3.1 Bodemonderzoek Aangezien op de locatie tussen de Verlengde Vaart ZZ 161 en 163 te Erica sprake is van de bouw van een nieuwe woning, waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen (kunnen) verblijven is onderzoek naar bodem noodzakelijk. Op basis van het bodemloket zijn er geen recentere gegevens beschikbaar voor het plangebied. Een actueel verkennend bodemonderzoek is daarom noodzakelijk. Door onderzoeksbureau Sigma Bouw en Milieu is verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het verkennend bodemonderzoek is toegevoegd als bijlage. Hierna volgen de resultaten van het uitgevoerde onderzoek zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde afwijkingen of asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in onderstaande tabel.
grond Bovengrondmengmonster MM1 bevat een verhoogd gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) worden in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Bovengrondmengmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte minerale olie t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) worden in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Ondergrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. grondwater Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de streefwaarde. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging. De grond ter plaatse van de onderzoekslocatie bevat plaatselijk enkele stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten overschrijden de tussenwaarde/bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor
25
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163 (vastgesteld)
geen directe aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. 4.4.3.2 Beoordeling verkennend bodemonderzoek door RUD Het verkennend bodemonderzoek is beoordeeld door de RUD. De RUD heeft hierover het volgende advies gegeven. 4.4.4
Geluid
Regels ten aanzien van geluidhinder zijn vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). Het doel van de Wet geluidhinder is tweeledig. Enerzijds de bescherming van het milieu en anderzijds de bescherming van de volksgezondheid. Bepalend is steeds de situering van geluidsbronnen ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen. De Wgh gaat uit van zones langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Binnen dergelijke zones zijn nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen alleen toegestaan indien de geluidsbelasting op de buitengevel onder of hoogstens gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde. Ontheffing van de voorkeursgrenswaarde is toegestaan indien maatregelen om de geluidsbelasting op de buitengevels te beperken niet mogelijk zijn of onvoldoende helpen en indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. 4.4.4.1 Wegverkeerslawaai In het kader van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen zones. Uitzondering hierop zijn wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt en wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied. Ter plaatse mag harder dan 50 km/uur worden gereden, zodat er sprake is van de bouw van een nieuw geluidsgevoelig object (de nieuwe woning) binnen de geluidszone van een weg, zodat er een akoestisch onderzoek nodig is.
Ook laat onderstaande kaart vanuit de Atlas van de Leefomgeving zien dat een akoestisch onderzoek wel nodig is omdat de verwachte geluidsbelasting op de gevel va de woning hoger is dan de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Om de exacte geluidsbelasting op de gevel te berekenen en zonodig een ontheffingsprocedure hogere grenswaarde in te gaan is een akoestisch onderzoek noodzakelijk.
Door onderzoeksbureau Geluidmeesters BV is vervolgens akoestisch onderzoek uitgevoerd naar wegverkeerslawaai en industrielawaai. Het akoestisch onderzoek is als bijlage bijgevoegd. De beoogde locatie is gelegen binnen de wettelijke geluidzone van de "Verlengde Vaart NZ" en van de "Verlengde Vaart ZZ" buiten de bebouwde kom van Erica. Onderzoek is gedaan naar de geluidbelasting als gevolg van het verkeer op voornoemde wegen.
26
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163 (vastgesteld)
Een concreet bouwplan voor de nieuwe woning is nog niet uitgewerkt. De gemeente Emmen heeft vanuit stedenbouwkundigoogpunt een aantal voorwaarden gesteld, zo dient de voorgevel in de gevelrooilijn te staan die ligt in het verlengde van de woning aan de Verlengde Vaart ZZ 163. In het rekenmodel is op deze gevelrooilijn een fictief object (woning) ingevoerd waarop de geluidbelasting is bepaald. Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting, op uitsluitend de voorgevel, als gevolg van het verkeer op zowel de Verlengde Vaart NZ als Verlengde Vaart ZZ hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB Lden wordt niet overschreden. Wel dient er een besluit hogere grenswaarde vastgesteld te worden. Het besluit is bijgevoegd in Bijlage 4. Redelijkerwijs zijn er geen doelmatige en/of effectieve maatregelen in de vorm van bron en overdracht mogelijk om de geluidbelasting te reduceren tot de voorkeursgrenswaarde. Het bevoegd gezag dient dan ook verzocht te worden hogere waarden vast te stellen. De vast te stellen hogere waarde bedraagt als gevolg van het verkeer op de Verlengde Vaart NZ ten hoogste 49 dB Lden en als gevolg van het verkeer op de Verlengde Vaart ZZ ten hoogste 52 dB Lden. 4.4.4.2 Industrielawaai Er is geen sprake van industrielawaai in de nabijheid, zodat hier geen akoestisch onderzoek voor hoeft te worden uitgevoerd.
4.4.4.3 Railverkeerlawaai Er is geen sprake van een spoorlijn in de nabijheid, zodat hier geen akoestisch onderzoek voor hoeft te worden uitgevoerd. 4.4.5
Luchtkwaliteit
Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. De wet is enerzijds bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging. Anderzijds heeft de wet tot doel mogelijkheden te creëren voor ruimtelijke ontwikkeling. Volgens de nieuwe regeling vormt luchtkwaliteit in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van een ruimtelijk project als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIMB) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. 4.4.5.1 Luchtkwaliteit plangebied Projecten die ‘niet in betekende mate’ (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In de AMvB-nibm zijn de criteria vastgelegd om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van nibm. Zo is een project waarbij in totaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg worden gebouwd nog aangemerkt als een Nibm-project.
De realisatie van maximaal 1 vrijstaande woning blijft daarmee ruimschoots onder de drempelnorm. Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is niet nodig. Omdat ook verder geen significante ontwikkelingen rondom het plangebied gepland zijn, zal de concentratie van de NOX en fijnstof niet veranderen. Hierdoor betekent de luchtkwaliteit geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.
27
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163 (vastgesteld)
4.5
Waterparagraaf
4.5.1
Ligging plangebied
Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Vechtstromen. In het kader van de ontwikkelingen van dit plan dient overleg gevoerd te worden met waterschap Vechtstromen. De wijze waarop de aanvrager het waterschap informeert over ruimtelijke plannen en om advies vraagt, hangt sterk af van de aard van het plan. In de waterparagraaf dienen de keuzes in ruimtelijke plannen ten aanzien van de waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd worden beschreven. Het wateradvies van het waterschap moet daarin zijn meegenomen. 4.5.2
Waterhuishouding
Uitgangspunt is dat bij een bouwplan moet worden voorkomen dat er grond- of oppervlaktewateroverlast ontstaat en de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater niet negatief wordt beïnvloed. Het beleid van de gemeente Emmen en het waterschap is gericht op afkoppelen van hemelwater van de riolering en te lozen op oppervlaktewater of zo mogelijk te laten infiltreren in de bodem. Om bodemvervuiling te voorkomen is het wenselijk om geen gebruik te maken van uitlogende materialen. Om wateroverlast in gebouwen te voorkomen wordt voorgeschreven dat een vloerpeil tenminste 30 centimeter boven de weg ligt. 4.5.2.1 Riolering Naast het inzamelen en afvoeren van afvalwater heeft het rioolstelsel een belangrijke functie in de afwatering van de verharde oppervlakken in het plangebied. In een gemengd rioolstelsel worden afvalwater en regenwater 'gemengd' en vervolgens gezamenlijk afgevoerd naar de rioolwaterzuivering. Tijdens perioden met meer neerslag kan het voorkomen dat de rioolberging geheel gevuld raakt en zal rioolwater via de riooloverstorten naar het oppervlaktewater stromen. Een gescheiden rioolstelsel houdt afvalwater en regenwater gescheiden. Afvalwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuivering, regenwater wordt rechtstreeks op het oppervlaktewater geloosd. 4.5.3
Watertoets
Op 11 januari 2022 is de watertoets uitgevoerd. Het plangebied bevindt zich in het beheersgebied van het waterschap Vechtstromen. De aanmelding heeft ertoe geleid dat de korte procedure van toepassing is. Dit houdt in dat direct doorgegaan kan worden gaan met de planvorming onder de voorwaarde dat de standaard waterparagraaf zoals onderstaand is opgenomen wordt toegepast. In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe ‘eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren’ is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de
28
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart zz tussen nrs 161 en 163 (vastgesteld)
rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe ‘eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren’ een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. Ten aanzien van dit aspect kan worden aangegeven dat hemelwater zal worden afgevoerd naar de zich aan de achterkant bevindende sloot. Waterhuishouding Het plan loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1500m2.
Het plangebied bevindt zich niet binnen een beschermingszone of herinrichtingszone langs een waterloop, primair watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied. Voorkeursbeleid hemelwaterafvoer In het plan wordt het afvalwater en het hemelwater behandeld via een gescheiden stelsel: hemelwater wordt afgevoerd naar een sloot. Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogste grondwaterstand(GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Kelders dienen waterdicht te zijn. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast. In het plan wordt er naar gestreefd het voorkeursbeleid van het waterschap op te volgen. De initiatiefnemer heeft het waterschap Vechtstromen geinformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast.