Bijlage 1: Bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13
Tekst van het document
4.5
Grondgebonden zoogdieren
Soorten zonder provinciale vrijstelling Verblijfplaatsen van beschermde grondgebonden zoogdieren zonder provinciale vrijstelling, zoals das, waterspitsmuis en eekhoorn worden op basis van de habitateisen, de terreinkenmerken, het ontbreken van geschikte verblijfplaatsen (o.a. bomen, bebouwing en takken- en steenhopen), in combinatie met bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. Ook zijn tijdens het veldbezoek geen sporen (bv. uitwerpselen, prooiresten, wissels, knaagsporen) aangetroffen die duiden op aanwezigheid van dergelijke soorten. Het plangebied kan onderdeel uitmaken van het foerageergebied van steenmarter. Gezien de terreinkenmerken (grasland met weinig dekking), het beperkte oppervlak (0,2 ha) en aanwezigheid van optimaal foerageergebied in de nabijheid (houtsingel) betreft het geen essentieel leefgebied. Daarnaast zal het plangebied na ontwikkeling ook deels geschikt zijn als foerageergebied. Negatieve effecten op grondgebonden zoogdieren zonder provinciale vrijstelling zijn zodoende uitgesloten. Het nemen van vervolgstappen ten aanzien van is zodoende niet aan de orde. Overige zoogdieren De naastgelegen houtsingel vormt geschikt leefgebied voor egel en kleine marterachtigen. Hierin vinden geen werkzaamheden plaats, zodat het leefgebied niet wordt aangetast.
In het plangebied zijn vaste verblijfplaatsen van algemene grondgebonden zoogdiersoorten zoals muizen, haas en ree aangetroffen en/of te verwachten. Zo zijn er in de naastgelegen houtsingel en bosperceel diverse prenten, wissels en ligplekken van ree aangetroffen en is in het naastgelegen grasland een haas waargenomen. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele verblijfplaatsen en/of exemplaren van deze grondgebonden zoogdieren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Drenthe vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming (zie bijlage 1), waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze zoogdieren niet aan de orde is. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht.
4.6
Vissen, amfibieën en reptielen
Binnen het plangebied is oppervlaktewater afwezig (zie ook 4.1), zodat vissen worden uitgesloten. Aan de westzijde van het plangebied ligt een greppel, die niet jaarrond watervoerend is (zie figuur 1.3). In de watergangen ten zuiden van het plangebied worden geen werkzaamheden verricht.
Quickscan Wet natuurbescherming Verlengde Vaart Z.Z. 13 te Erica (kenmerk: 210928 v1.0)
Pagina 18 van 27
Beschermde reptielen en amfibieën zonder provinciale vrijstelling, zoals adder, heikikker en kamsalamander worden op basis van de terreinkenmerken (grasland, zonder dekking), de habitateisen en verspreidingsgegevens (NDFF, 2021; Uchelen, 2010) niet binnen en in de nabijheid van het plangebied verwacht. Tijdens het veldbezoek zijn -in de watergangen buiten het plangebied- diverse bastaardkikkers waargenomen. Ook kunnen andere algemeen voorkomende amfibieën zoals meerkikker, gewone pad en kleine watersalamander worden verwacht. Het plangebied (m.n. oevers) en de nabije omgeving (bosperceel, houtsingel) biedt voor deze soorten geschikt landbiotoop. Bij de geplande ingrepen kunnen verblijfplaatsen en/of exemplaren van deze amfibieën geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Drenthe vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming (zie bijlage 1), waardoor vervolgstappen voor deze amfibieën niet aan de orde is. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht.
4.7
Overige soorten
Binnen het plangebied is oppervlaktewater afwezig (zie ook 4.1), zodat voortplantingsbiotoop van libellen is uitgesloten. Binnen het plangebied zijn ook geen waardplanten voor beschermde vlindersoorten aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn langs de watergangen buiten het plangebied de libellensoorten viervlek, lantaarntje, variabele waterjuffer en gewone oeverlibel waargenomen. In de watergangen worden geen werkzaamheden verricht. Gelet op de terreinkenmerken, de habitateisen en verspreidingsgegevens (NDFF, 2021; verspreidingsatlas) wordt het voorkomen van beschermde vlinders, libellen en overige ongewervelden ter plaatse van het plangebied uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van de soortgroepen ongewervelden zijn niet aan de orde.
Quickscan Wet natuurbescherming Verlengde Vaart Z.Z. 13 te Erica (kenmerk: 210928 v1.0)
Pagina 19 van 27
5. CONCLUSIE EN ADVIES 5.1
Gebiedsbescherming
Natura 2000 Het plangebied ligt buiten Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde gebied (Bargerveen) ligt op circa 6 kilometer afstand. Vanwege deze afstand, bekende dosis-effectrelaties, de aard/omvang van de voorgenomen ontwikkeling en het ontbreken van ecologische relaties, zijn effecten -met uitzondering van stikstofdepositie- op voorhand uitgesloten. De AERIUS-berekeningen voor het beschouwde nieuwbouwplan met één woning tonen aan dat, zowel in de aanleg- als de gebruiksfase, géén sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (<0,00 mol/ha/jr). De toekomstige nieuwbouw heeft zodoende geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Vervolgstappen ten aanzien van Natura 2000 zijn niet aan de orde. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland en ecologische verbindingszones. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op meer dan drie kilometer. Provinciaal bijzondere natuurgebieden en ganzenrustgebieden liggen op respectievelijk 38 en 59 kilometer afstand. Het voorgenomen plan heeft gezien de afstanden, de aard en omvang van het voornemen en tussenliggend afschermend gebied geen effect op deze gebieden. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde.
5.2
Soortenbescherming
Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van soortenbescherming wordt het volgende geconcludeerd: - Vogels met jaarrond beschermde nesten: Het plangebied biedt gezien de terreinkenmerken en afwezigheid van bebouwing en opgaand groen geen geschikte broedgelegenheid voor soorten met jaarrond beschermde nesten. In het bosperceel ten zuiden van het plangebied is een nestplaats van buizerd aanwezig. Gezien de ligging van het plangebied buiten de verstoringsafstand van 75 meter voor buizerd en de aard en omvang van het plan (een woning), is geen sprake van (tijdelijke) verstoring. In de (ruime) omgeving zijn enkele andere soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1-4) bekend en/of kunnen worden verwacht, waaronder roek en huismus. Gezien de afstand tot bekende nestlocaties en tussenliggend afschermend gebied, is geen sprake van aantasting en verstoring van nestlocaties. In de directe omgeving kunnen diverse categorie 5 jaarrond beschermde soorten worden verwacht. Gezien de afstand en tussenliggend afschermende gebied, is geen sprake van aantasting van deze nestplaatsen. Daarnaast bezitten deze soorten voldoende flexibiliteit om elders tot broeden te komen. In de omgeving van het plangebied zijn voldoende alternatieven aanwezig (bospercelen, het agrarisch gebied en in/rond de woningen en erven).
Het plangebied vormt gezien de terreinkenmerken, ligging nabij verstoringsbronnen en het beperkte oppervlak (0,2 ha) in relatie tot voldoende alternatief in de omgeving geen essentieel leefgebied voor soorten met jaarrond beschermde nesten. - Vogels zonder jaarrond beschermde nestplaatsen: In de directe omgeving van het plangebied kunnen diverse algemeen voorkomende vogelsoorten tot broeden komen. De werkzaamheden kunnen leiden tot aantasting en/of verstoring van aanwezige broedgevallen. Het plangebied vormt gezien het oppervlak, terreinkenmerken en beschikbare alternatieven geen essentieel foerageergebied.
Quickscan Wet natuurbescherming Verlengde Vaart Z.Z. 13 te Erica (kenmerk: 210928 v1.0)
Pagina 20 van 27
- Vleermuizen: Binnen het plangebied zijn geen bomen en gebouwen aanwezig, verblijfplaatsen van vleermuizen wordt zodoende uitgesloten. In de naastgelegen houtsingel en bosperceel zijn geen bomen met potentieel geschikte holtes/spleten aanwezig. Tevens worden hier geen werkzaamheden uitgevoerd. Wel kan het opgaand groen en de nabijgelegen Hoogeveensche Vaart onderdeel uitmaken van het foerageergebied en/of vliegroute. De werkzaamheden worden overdag uitgevoerd, zodat geen sprake is van tijdelijke lichtverstoring. Lichtverstrooiing richting de omgeving in de gebruiksfase dient te worden voorkomen/beperkt. - Overige soorten zonder provinciale vrijstelling: groei- en verblijfsplaatsen van beschermde flora, vissen, amfibieën, reptielen en ongewervelden worden gezien de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens niet verwacht. - Vrijgestelde soorten: In het plangebied zijn enkele algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën te verwachten. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van de verbodsartikelen. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht.
5.3
Advies en vervolgstappen
Vleermuizen In de toekomstige gebruiksfase wordt geadviseerd rekening te houden met voorkomen/beperken van lichtverstrooiing richting de omgeving, met name op de nabijgelegen houtsingel, de bomenlaan langs de straat en de Hoogeveensche Vaart. Dit kan door gebruik te maken van laag geplaatste en/of naar beneden gerichte (sfeer)verlichting rond de woning. Buizerd Vanwege de aanwezigheid van een nestplaats van buizerd in het bosperceel ten zuiden van het plangebied, wordt geadviseerd om binnen een afstand van minimaal 75 meter vanaf het bosperceel geen werkzaamheden uit te voeren. Broedvogels zonder jaarrond beschermde nesten Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen diverse (niet jaarrond beschermde) vogels tot broeden komen. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum.
Voor de meeste soorten kan de periode tussen maart en september worden aangehouden als broedseizoen. Dit is echter afhankelijk van de soort en van de klimatologische omstandigheden. Indien de werkzaamheden binnen het broedseizoen plaatsvinden, wordt geadviseerd voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcheck uit te laten voeren om vast stellen of binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden broedvogels aanwezig zijn. Indien deze afwezig zijn, kunnen werkzaamheden doorgang vinden. Indien bij de controle in gebruik zijnde nesten van vogels, of in aanbouw zijnde nesten worden aangetroffen, dient een zorgvuldige werkwijze worden bepaald of dienen de werkzaamheden worden uitgesteld tot het nest niet meer in gebruik is. Ook kan ervoor worden gekozen de werkzaamheden voor het broedseizoen op te starten en continue door te werken, zodat vogels buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden geschikte broedgelegenheid zullen zoeken.
Quickscan Wet natuurbescherming Verlengde Vaart Z.Z. 13 te Erica (kenmerk: 210928 v1.0)
Pagina 21 van 27
Zorgplicht Wij merken op dat te allen tijde de zorgplicht blijft gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend. Gedacht kan worden aan het voorafgaand aan de werkzaamheden kort maaien van het grasland, zodat aanwezige dieren tijdig een alternatief kunnen vinden.
5.4
Verantwoording
De conclusies en adviezen zijn van toepassing op de door de opdrachtgever aangegeven en in hoofdstuk 1.3 beschreven ontwikkelingen. Indien deze wijzigen of er ook andere werkzaamheden worden uitgevoerd, dient er een herbeoordeling plaats te vinden. De initiatiefnemer of opdrachtgever is verantwoordelijk voor het gebruik van de rapportage. Eco Reest BV aanvaardt dan ook geen aansprakelijkheid voor de inhoud, interpretaties of conclusies indien gebruik wordt gemaakt van deelaspecten van deze rapportage, zonder verwijzing naar de volledige rapportage. Bovendien aanvaardt Eco Reest BV geen aansprakelijkheid voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en fauna.
Quickscan Wet natuurbescherming Verlengde Vaart Z.Z. 13 te Erica (kenmerk: 210928 v1.0)
Pagina 22 van 27
GERAADPLEEGDE BRONNEN Literatuur / documenten Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J. & Buys, J.C. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden. Leiden. Broekmeyer, M.E.A. et al. (2014). Update effectenindicator Natura 2000. Wageningen, Alterra, voorjaar 2014. Broekmeyer, M.E.A. (redactie) (2006). Effectenindicator Natura 2000-gebieden; achtergronden en verantwoording ecologische randvoorwaarden en storende factoren. Wageningen, Alterra, Alterrapport 1375, oktober 2006. BIJ12 (2017a). Kennisdocument Buizerd Buteo buteo. Versie 1.0, juli 2017. CROW (2018). Publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren – Van parkeerkencijfers naar parkeernormen’. Ede, 10 december 2018. Dietz, C., O. von Helversen, D. Nill (2011): Vleermuizen; Alle soorten van Europa en noordwest-Afrika, De Fontein / Tirion Uitgevers B.V., Utrecht. Eco Reest BV (2021). Quickscan Wet natuurbescherming Dijkhuizerzandweg (tussen nr. 8-10) te Epe. Projectnummer 201740, 4 januari 2021. Gemeente Utrecht (2003). Handhaafinstructie - Trillingen bij heien. Dienst stadsontwikkeling, afdeling bouwbeheer, januari 2003. Hoekstra, B. L. Verhees, A. Brouwer & R. Dröge (2018). Emissiekentallen NOx en NH3 voor PAS / AERIUS, 2018. TAUW rapport #R001-1265262BWH-V01-aqb-NL, 31 augustus 2018.
Krijgsveld, K.L., R.R. Smits en J. van der Winden (2008). Verstoringsgevoeligheid van vogels - Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie. 23 december 2008. Provincie Drenthe (2020). Wijziging Provinciale Omgevingsverordening Drenthe, kaart D3 Natuurnetwerk Nederland, vastgesteld 16-06-2020. Provincie Drenthe (2018a). Omgevingsverordening 2018. Versie 3 oktober 2018, vastgesteld door Provinciale Staten. Provincie Drenthe (2018b). Omgevingsvisie 2018. Omgevingsvisie Drenthe 2018. Provincie Drenthe structuurvisie, vastgesteld (2018-10-03). RIVM (2020). Emissieberekening mobiele werktuigen, van https://www.aerius.nl/nl/factsheets/emissieberekening-mobiele-werktuigen/15-10-2020, versie 15-10-2020. RIVM (2018). Emissie ruimtelijke plannen, van https://www.aerius.nl/nl/factsheets/ruimtelijke-plannen-emissiefactoren/05- 07-2018.
Quickscan Wet natuurbescherming Verlengde Vaart Z.Z. 13 te Erica (kenmerk: 210928 v1.0)
Pagina 23 van 27
Uchelen, E. van (2010). Amfibieën en reptielen in Drenthe; voorkomen en levenswijze. Uitgeverij Profiel, Bedum. Vegte, F, van der, J. Bosman & D. Logemann (2014). Effectafstanden Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken. Arcadis, 18 februari 2014.
Internet Ecologica (2021). Lijst beschermde soorten Wet natuurbescherming, versie 28 januari 2021 (update van versie 9 januari 2019). Floron (2021). Informatie flora, van https://www.verspreidingsatlas.nl/. Ministerie van LNV - Natura 2000-gebieden, van https://www.natura2000.nl/. Nationale Databank Flora en Fauna. Geraadpleegd op 9-22 juni 2021, van www.NDFF.nl1. Overheid (2020). Wetstekst Wet natuurbescherming, van https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2020-01-01. Provincie Drenthe (z.d.). Soortenbescherming, van https://www.provincie.drenthe.nl/onderwerpen/natuur-milieu/natuur/natuurbeleid-regels/wet/soortenbescherming/. Ravon (2021). Informatie amfibieën, reptielen en vissen, van https://ravon.nl/Soorten/Soortinformatie. Ruimtelijkeplannen (2021). Het landelijke portaal voor ruimtelijke plannen, van https://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/index . RIVM (2021). AERIUS Calculator, versie 2020, van https://calculator.aerius.nl/calculator/ Verspreidingsatlas (2021), van https://www.verspreidingsatlas.nl/. Rijksoverheid (z.d.). Intensiteiten wegverkeer, van https://www.nsl-monitoring.nl/viewer/#. Vogelbescherming (2021). Buizerd, van https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/buizerd.
1
In dit rapport worden gegevens gebruikt welke (deels) afkomstig zijn uit de NDFF. Deze mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
Quickscan Wet natuurbescherming Verlengde Vaart Z.Z. 13 te Erica (kenmerk: 210928 v1.0)
BIJLAGE 1 OVERZICHT VRIJGESTELDE SOORTEN PROVINCIE DRENTHE Vrijgestelde soorten (artikel 3.10 eerste lid) Provincie Drenthe Zoogdieren Aardmuis (Microtus agrestis) Bosmuis (Apodemus sylvaticus) Bunzing (Mustela putorius) Dwergmuis (Micromys minutus) Dwergspitsmuis (Sorex minutus) Egel (Erinaceus europaeus) Gewone bosspitsmuis (Sorex araneus) Haas (Lepus europeus) Hermelijn (Mustela erminea) Huisspitsmuis (Crocidura russula) Konijn (Oryctolagus cuniculus) Ondergrondse woelmuis (Pitymys subterraneus) Ree (Capreolus capreolus) Rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus) Tweekleurige bosspitsmuis (Sorex coronatus) Veldmuis (Microtus arvalis) Vos (Vulpes vulpes) Wezel (Mustela nivalis) Woelrat (Arvicola terrestris) Amfibieën
Bruine kikker (Rana temporaria) Gewone pad (Bufo bufo) Kleine watersalamander (Triturus vulgaris) Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana ridibunda) Middelste groene kikker / Bastaardkikker (Pelophylax klepton esculentus Rana esculenta)
Bron: Provincie Drenthe (2018) Omgevingsverordening 2018 - Bijlage IV: Soortenvrijstellingslijst voor ruimtelijke ingrepen en bestendig beheer.
Quickscan Wet natuurbescherming Verlengde Vaart Z.Z. 13 te Erica (kenmerk: 210928 v1.0)
BIJLAGE 2 LIJST VOGELS MET JAARROND BESCHERMDE NESTEN
Bron: Provincie Drenthe – soortenbescherming, doorverwezen naar Ecologica (2021/2019)
Quickscan Wet natuurbescherming Verlengde Vaart Z.Z. 13 te Erica (kenmerk: 210928 v1.0)
BIJLAGE 3 AERIUS-BEREKENING AANLEGFASE
Quickscan Wet natuurbescherming Verlengde Vaart Z.Z. 13 te Erica (kenmerk: 210928 v1.0)
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Aanlegfase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RatSxMJNpu96 (18 juni 2021) pagina 1/6
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Dhr. G. Koelman
Verlengde Vaart Z.Z. (t.h.v. nr. 13), 7887 EM Erica
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Bouwkavel Verlengde Vaart Z.Z.
RatSxMJNpu96
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
18 juni 2021, 10:06
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
46,95 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Aanlegfase (mobiele werktuigen en verkeer)
Aanlegfase
RatSxMJNpu96 (18 juni 2021) pagina 2/6
Resultaten
Locatie Aanlegfase
Emissie Aanlegfase
Resultaten
Bron Sector
Aanlegfase
Emissie NH3
Emissie NOx
Werktuigen, bouw Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
40,22 kg/j
Werktuigen, landbouw Mobiele werktuigen | Landbouw
< 1 kg/j
3,96 kg/j
Werkverkeer Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
2,77 kg/j
RatSxMJNpu96 (18 juni 2021) pagina 3/6
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Aanlegfase
NOx NH3
Voertuig
Omschrijving
AFW
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
Graafmachine
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
16,56 kg/j < 1 kg/j
AFW
Hijskraan
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
16,56 kg/j < 1 kg/j
AFW
Betonmixer
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
5,52 kg/j < 1 kg/j
AFW
Trekker
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
1,58 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Werktuigen, bouw 257757, 525912 40,22 kg/j < 1 kg/j
Voertuig
Omschrijving
AFW
Trekker
Aanlegfase
Werktuigen, landbouw 257757, 525912 3,96 kg/j < 1 kg/j
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
3,5
3,5
0,0 NOx NH3
3,96 kg/j < 1 kg/j
RatSxMJNpu96 (18 juni 2021) pagina 4/6
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Werkverkeer 257378, 525558 2,77 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
2.600,0 / jaar NOx NH3
1,96 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
75,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Aanlegfase
RatSxMJNpu96 (18 juni 2021) pagina 5/6
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210525_2040287d5b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Aanlegfase
RatSxMJNpu96 (18 juni 2021) pagina 6/6
BIJLAGE 4 AERIUS-BEREKENING GEBRUIKSFASE
Quickscan Wet natuurbescherming Verlengde Vaart Z.Z. 13 te Erica (kenmerk: 210928 v1.0)
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Gebruiksfase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RZamfkB3AaRW (18 juni 2021) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Dhr. G. Koelman
Verlengde Vaart Z.Z. (t.h.v. nr. 13), 7887 EM Erica
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Bouwkavel Verlengde Vaart Z.Z.
RZamfkB3AaRW
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
18 juni 2021, 10:42
2022
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
4,64 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Gebruiksfase (bewoning en verkeer)
Gebruiksfase
RZamfkB3AaRW (18 juni 2021) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Gebruiksfase
Emissie Gebruiksfase
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
-
< 1 kg/j
Licht verkeer Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
2,25 kg/j
Zwaar verkeer Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
1,99 kg/j
Bewoning Wonen en Werken | Woningen
Resultaten
Gebruiksfase
RZamfkB3AaRW (18 juni 2021) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Gebruiksfase
Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Bewoning 257757, 525921 8,0 m 0,000 MW Continue emissie < 1 kg/j Licht verkeer 256316, 526113 2,25 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
8,6 / etmaal NOx NH3
2,25 kg/j < 1 kg/j
Zwaar verkeer 257360, 525557 1,99 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
16,0 / maand NOx NH3
1,99 kg/j < 1 kg/j
Gebruiksfase
RZamfkB3AaRW (18 juni 2021) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210525_2040287d5b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Gebruiksfase
RZamfkB3AaRW (18 juni 2021) pagina 5/5
Bijlage 2 Verkennend milieukundig bodemonderzoek
bestemmingsplan "Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13" (vastgesteld) 75
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 www.sigma-bm.nl E-mail info@sigma-bm.nl
juni ’21
Onderwerp:
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. naast 13 te Erica
Projectnummer:
21-M9895
Opdrachtgever:
fam. G. Koelman
Datum:
11 juni 2021
0
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. naast 13 te Erica
onderwerp
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. naast 13 te Erica
datum
11 juni 2021
projectnummer
21-M9831
in opdracht van
fam. G. Koelman Verlengde Vaart Z.Z. 13 7887 EM Erica
uitgevoerd door
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”
(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.
juni ’21
1
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. naast 13 te Erica
Inhoudsopgave 1
2
INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1
Algemeen................................................................................................................................. 3
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3
1.3
Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3
1.4
Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4
1.5
Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4
VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1
3
4
Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 12
VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 13 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek ......................................................................................... 13
3.2
Resultaten van het veldonderzoek ........................................................................................ 14
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 16 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 16
4.2
Toetsingscriteria .................................................................................................................... 17
4.3
Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 18
4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond ...................................................................................... 18
4.3.2
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ............................................................................. 21
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 23
6
LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 27
7
COLOFON ...................................................................................................................................... 28
Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring
juni ’21
2
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. naast 13 te Erica
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van G. Koelman is in mei-juni 2021 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op een deel van de locatie gelegen aan de Verlengde Vaart ZZ naast nr. 13 te Erica (gemeente Emmen). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.
De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande nieuwbouw van een woning op de onderzoekslocatie.
1.3
Doel van het onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.
juni ’21
3
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. naast 13 te Erica
1.4
Referentiekader van het onderzoek
Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: vooronderzoek, (hoofdstuk 2) veldonderzoek, (hoofdstuk 3) chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
juni ’21
4
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. naast 13 te Erica
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Aanleiding tot vooronderzoek
Eigendomssituatie
A 0
B 0
C
D
Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
F
G
✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie
E
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0 ✓
✓
Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?
✓
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
juni ’21
5
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. naast 13 te Erica
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande nieuwbouw van een woning op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • bij de gemeente Emmen is op 07-05-2021 informatie opgevraagd er is geen reactie hierop verkregen (m.b.t. het vooronderzoek is uitgegaan dat de op Bodemloket.nl vermelde informatie voor de onderzoekslocatie volledig is); • informatie van het Geoportaal van de provincie Drenthe; • Bodemloket.nl; • www.Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt.
locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven. tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (plangebied) Algemene omschrijving
Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -
Verlengde Vaart naast nr. 13 Erica Emmen Zie bijlage 1 X = 257,758 Y= 525,909 Gemeente Emmen, perceel sectie AG nr. 1167 (ged.) Niet nagegaan. Ca. 1.200 m2 De onderzoekslocatie betreft een deel van een weideperceel gelegen aan naast de woning aan de Verlengde Vaart nr. 13 te Erica. De onderzoekslocatie is onbebouwd en onverhard. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van een woning te realiseren. De onderzoekslocatie is onbebouwd. De naastgelegen woning dateert van 1919. De onderzoekslocatie is onverhard en als weiland in gebruik. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "middelhoge trefkans". De nieuwbouw van een woning.
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte deel van de locatie zoals weergegeven in bijlage 2. juni ’21
6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. naast 13 te Erica
bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis)
Op basis van de topografische kaarten tot rond 1092 is op de onderzoekslocatie niet eerder bebouwing te herkennen. Op topografische kaarten vanaf 1904 is op het erf van Verl. Vaart Z.Z. 13 bebouwing te herkennen. Op kaarten vanaf rond 1935 is ook ten westen van de woning, op een deel van het onderzoeksgebied, wat kleinschalige bebouwing te herkennen. Op kaarten tussen 1955 en 1984 is een vermoedelijke schuur te herkennen. Op kaarten vanaf 1988 is de locatie onbebouwd. Volgens informatie van de eigenaar (locatie is altijd in familiebezit geweest) is de onderzoekslocatie in het verleden niet eerder bebouwd geweest. Op het erf van nr. 13 stonden wel enkele schuurtjes en dierenhokken. Huidig De onderzoekslocatie betreft een deel van een weideperceel gelegen aan naast de woning aan de Verlengde Vaart nr. 13 te Erica. De onderzoekslocatie is onbebouwd en onverhard. Toekomstig De opdrachtgever is voornemens om de nieuwbouw van een woning te realiseren. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op topografische kaarten van rond 1905 is in de naaste basis van omgeving hier en daar bebouwing te herkennen. topografische De bebouwing is in de loop der jaren verder kaarten, uitgebreid/gewijzigd. Topotijdreis) Langs de Verl. Vaart Z.Z. liep in het verleden een smalspoor.
Huidig en In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden toekomstig zich enkele woningen, agrarische bedrijven, bospercelen en agrarische percelen. Noordzijde: Verlengde Vaart ZZ. Oostzijde: Naastgelegen woning (nr. 13). Zuidzijde: weideperceel. Westzijde: bosstrook.
juni ’21
Geen.
Geen.
Geen.
Smalspoor.
Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
7
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. naast 13 te Erica
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik
De onderzoekslocatie betreft een deel van een weideperceel gelegen aan naast de woning aan de Verlengde Vaart nr. 13 te Erica. De onderzoekslocatie is onbebouwd en onverhard. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van een woning te realiseren. Voor zover bekend is de locatie geruime tijd onderdeel van een weideperceel. Op topografische kaarten vanaf 1935 tot 1985 is op de onderzoekslocatie bebouwing te herkennen. De aard en functie van deze bebouwing is niet bekend. Volgens informatie van de eigenaar (locatie is altijd in familiebezit geweest) is de onderzoekslocatie in het verleden niet eerder bebouwd geweest. In het verre verleden was de onderzoekslocatie voor zover na te gaan onderdeel van een vervening. In een latere fase was het gebied als agrarische grond in gebruik.
Bouwvergunning
Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. Niet bekend.
Milieuvergunning
Niet bekend.
Handelsregister
De locatie wordt niet vermeld in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op het te bebouwen deel. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. Op de asbestdakenkaart van de gemeente Emmen wordt het dak van het bijgebouw op het erf van Verl. Vaart Z.Z. 13 aangemerkt als verdacht voor asbest. De onderzoekslocatie is onbebouwd.
Aanwezigheid brandstoftanks
Aanwezigheid asbest
figuur 1: asbestdakenkaart gemeente Emmen
juni ’21
8
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. naast 13 te Erica
Ophogingen/dempingen/stortingen
Niet gesprongen explosieven
PFAS-verdachtheid
Calamiteiten
Verdachte activiteiten < 25 m
Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen.
De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Hoewel PFAS diffuus verspreid in de bodem in Nederland voorkomt, en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet wordt aangetroffen, is op basis van het vooronderzoek geen informatie verkregen over de eventuele aanwezigheid van PFAS en GenX op de locatie. Ter plaatse zijn geen bronlocaties bekend. Bij evt. toekomstig grondverzet wordt geadviseerd alsnog onderzoek naar deze parameters uit te voeren. Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. In het verleden, tot 1947/1948, is er t.p.v. de Ver. Vaart Zuidzijde sprake geweest van een stoomtrambaan. In 1947/1948 is de stoomtramlijn opgeheven en zijn de rail verwijderd. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
juni ’21
9
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. naast 13 te Erica
voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
►Niet bekend.
Omgeving <25 m
► Ten behoeve van de Verl. Vaart ZZ is in 2005 en 2009 een historisch bodemonderzoek uitgevoerd (ref. ReGister HO 05004/4701 d.d. 15-03-2005) en (ref. Oranjewoud, 184152 d.d. 12-05-2009. Hieruit is gebleken dat hier in het verleden de stoomtramlijn Nieuw-Amsterdam – Ter Apel liep. In 1947/1948 is de stoomtramlijn opgeheven en zijn de rail verwijderd. ► Verlengde Vaart Z.Z. 10 Historisch onderzoek d.d. 26-07-2005, ref. ReGsiter HO05012/5689. Verkennend- nulsituatie bodemonderzoek d.d. 06-11-1998, ref. Fugro, c8245.111 conclusies: De resultaten van het uitgevoerde (historische) bodemonderzoek geven aan dat de (voormalige) activiteiten en/of de onderzoekslocatie voldoende zijn onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming.
Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
juni ’21
► Ter plaatse van het tuinbouwbedrijf op de locatie Verl. Vaart ZZ 7-9 is in augustus 1998 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Op basis van het voorgaande bodemonderzoek (Fugro, C-8238.110) is het volgende geconcludeerd: ●de grond en het grondwater ter plaatse van de voormalige huisbrandolietank bevat geen verontreiniging. ●het grondwater ter plaatse van de voormalige gewasbeschermingsmiddelenopslag, aanmaakplaats en meststoffeninstallatie bevat een licht verhoogd gehalte chroom (zware metalen). ●de grond en het grondwater ter plaatse van de gedempte sloot is licht verontreinigd met PAK en EOX resp. chroom, zink en naftaleen. ►Niet bekend.
►De locatie bevindt zich in de zone buitengebied
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. naast 13 te Erica
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 12-14 m+NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 6: geohydrologische opbouw diepte m-mv 0-8
8-33
beschrijving
formatie
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden, fijn en grof zand, weinig kleiig zand en een spoor klei en grind
Boxtel
Peelo
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.
(financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen
Gemeente Emmen, perceel sectie AG nr. 1167 (ged.) Niet nagegaan.
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.
juni ’21
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. naast 13 te Erica
2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat zich op de locatie aan de Verlengde Vaart Z.Z. nr. 13 te Erica geruime tijd een woning bevindt. De onderzoekslocatie betreft een deel van een weideperceel gelegen aan naast de woning aan de Verlengde Vaart nr. 13 te Erica waarop de nieuwbouw van een woning is gepland. Voor zover bekend is de locatie geruime tijd onderdeel van een weideperceel. Op topografische kaarten vanaf 1935 tot 1985 is op de onderzoekslocatie bebouwing te herkennen. De aard en functie van deze bebouwing is niet bekend. In het verre verleden was de onderzoekslocatie voor zover na te gaan onderdeel van een vervening. In een latere fase was het gebied als agrarische grond in gebruik. Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt.
Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1). De opdrachtgever is voornemens om ten zuiden van de bestaande bebouwing de nieuwbouw van een woning te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft alleen betrekking op het terreindeel t.p.v. de nieuw te bouwen woning, zoals opgenomen in bijlage 2. In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie
(deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (plangebied) (ca. 1.200 m2)
mogelijke verontreiniging grond
grondwater
onderzoeksstrategie
-
-
ONV-NL
Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.
juni ’21
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. naast 13 te Erica
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. In tabel 9 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 9: uitvoeringsaspecten onderdeel:
uitgevoerd door:
datum:
bijzonderheden:
uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001) nemen van grondwatermonsters (protocol 2002)
dhr. A.D.M. van Wuykhuyse 26-05-2021 (erkend en geregistreerd)
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering
dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)
03-06-2021
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering
locatie-inspectie
dhr. A.D.M. van Wuykhuyse 26-05-2021 (erkend en geregistreerd)
●de locatie is begroeid met hoge en dichte vegetatie
Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 10. tabel 10: veldwerkprogramma Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
10
0.5
4 t/m 13
2
2.0
2+3
1
2.5
1
Onderzoekslocatie (ca. 1.200 m2) Boringen Peilbuis
De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0,5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis zijn geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.
juni ’21
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. naast 13 te Erica
monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2
Resultaten van het veldonderzoek
bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 11 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 11: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.4 0.4-1.0 1.0-1.6 1.6-1.8 1.8-2.5
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
zand veen zand zand leem
zwak siltig, sterk humeus, veenresten
donkerbruin donkerbruin beige-grijs grijs grijs
matig siltig zwak tot matig siltig zwak zandig
veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 12. tabel 12: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis
EGV troebelheid geleidingsvermogen (NTU) µS/cm 1 1.5-2.5 0.63 5 5.8 410 14.9 In het genomen grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen
juni ’21
filtertraject m-mv
grondwaterstand m-mv
voorpompen liter
pH
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. naast 13 te Erica
zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het dak van de bestaande schuur bestaat uit asbestverdachte dakplaten, het dak is niet voorzien van een dakgoot (druppelzone bevindt zich buiten het onderzoeksgebied). Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2.
Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal. Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.
juni ’21
15
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Verlengde Vaart Z.Z. naast 13 te Erica
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1