Bijlage 1: Bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13
Tekst van het document
Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding tot nieuw bestemmingsplan 1.2 Ligging plangebied 1.3 Huidige planologische regeling 1.4 Opzet bestemmingsplan 1.5 Overzicht verricht onderzoek
5 5 5 6 7 7
Hoofdstuk2 Beleid 2.1 Gemeentelijk beleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Rijksbeleid 2.4 Conclusie
8 8 11 13 13
Hoofdstuk3 Planbeschrijving en Stedenbouwkundige structuur 3.1 Algemene planbeschrijving 3.2 Stedenbouwkundige hoofdstructuur
14 14 14
Hoofdstuk4 Onderzoeken 4.1 Archeologie en monumenten 4.2 Ecologie 4.3 Fysieke veiligheid 4.4 Milieu 4.5 Waterparagraaf
16 16 17 20 21 24
Hoofdstuk5 Toelichting op de planregels en verbeelding 5.1 Algemeen 5.2 Toelichting op de verbeelding 5.3 Toelichting op de regels 5.4 Handhaving
27 27 27 27 31
Hoofdstuk6 Maatschappelijke betrokkenheid 6.1 Overleg ex. artikel 3.1.1 Bro en zienswijzen 6.2 Zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan
33 33 33
Hoofdstuk7
Economische uitvoerbaarheid
34
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Quickscan Wet natuurbescherming Bijlage 2 Verkennend milieukundig bodemonderzoek Bijlage 3 Akoestisch onderzoek Bijlage 4 Besluit hogere grenswaarde wegverkeerslawaai Bijlage 5 Watertoets Bijlage 6 Nota van Beantwoording
35 36 75 130 153 159 162
Regels
169
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
170 170 174
Hoofdstuk2 Artikel 3
Bestemmingsregels Wonen - Vrijstaand
175 175
Hoofdstuk3
Algemene regels
178
2 stgesteld)
bestemmingsplan "Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13" (va
Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
178 179 180 181 183 184
Hoofdstuk4 Artikel 10 Artikel 11
Overgangs- en slotregels overgangsrecht slotregel
185 185 186
bestemmingsplan "Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13" (vastgesteld) 3
4 stgesteld)
bestemmingsplan "Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13" (va
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding tot nieuw bestemmingsplan
Er is een verzoek ingediend voor het opstellen van een bestemmingsplan voor een kavel aan de Verlengde Vaart ZZ in Erica. De kavel is gelegen aan de Verlengde Vaart ZZ ten westen van nummer 13. Er is verzocht om medewerking te verlenen aan het aanpassen van het bestemmingsplan om op deze kavel één vrijstaande woning te realiseren.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied van het bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13 ligt aan de Verlengde Vaart ZZ in Erica. Het plangebied wordt globaal begrensd door de percelen Verlengde Vaart ZZ 13, het kadastrale perceel gemeente Emmen, sectie AG nummer 1251 en de Verlengde Vaart ZZ (zie figuur 1.1 en 1.2).
Figuur 1.1: Ligging plangebied in de omgeving.
bestemmingsplan "Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13" (vastgesteld) 5
Figuur 1.2: Ligging plangebied aan de Verlengde Vaart ZZ.
1.3
Huidige planologische regeling
Het plangebied aan de Verlengde Vaart ZZ heeft in het bestemmingsplan 'Buitengebied Emmen' de bestemming 'Agrarisch met waarden - Grootschalige Veenontginningen'. De op de plankaart als zodanig aangewezen gronden zijn bestemd voor behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden, agrarische doeleinden, extensief recreatief medegebruik en behoud en herstel van watergangen. Op deze gronden mogen geen gebouwen of overkappingen worden opgericht. Het aantal vrijstaande woningen op dit perceel ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan 'Buitengebied Emmen' was nul. Voor de realisatie van één vrijstaande woning is een herziening van het bestemmingsplan nodig. Dit bestemmingsplan voorziet daarin. Het voorliggende bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13 vervangt gedeeltelijk het bestemmingsplan 'Buitengebied Emmen', dat op 30 oktober 2014 door de gemeenteraad is vastgesteld. Bij het van kracht worden van het bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13 verliest het bestemmingsplan 'Buitengebied Emmen' rechtskracht voor zover gelegen binnen het plangebied.
6 stgesteld)
bestemmingsplan "Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13" (va
Figuur 1.3: Uitsnede plankaart vigerend bestemmingsplan 'Buitengebied Emmen' (rood omlijnd de ligging van het plangebied).
1.4
Opzet bestemmingsplan
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. Op de verbeelding worden de percelen in het gebied aangegeven met bestemming dan wel een aanduiding. In de regels worden de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het plangebied geregeld. Tot slot wordt in de toelichting een verantwoording gegeven van de in het plan gemaakte keuzes.
1.5
Overzicht verricht onderzoek
Ter voorbereiding van het bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13 zijn onderzoeken uitgevoerd en adviezen gegeven. Daarnaast is er informatie gebruikt uit onderzoeken en adviezen die in een ander kader zijn uitgevoerd. De conclusies uit de onderzoeken en adviezen zijn verwerkt in de toelichting. Ter voorbereiding van het bestemmingsplan zijn de volgende onderzoeken verricht: Verkennend Bodemonderzoek conform NEN5740; Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai; Quickscan natuurwaardenonderzoek; Watertoets bij Waterschap Vechtstromen.
bestemmingsplan "Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13" (vastgesteld) 7
Hoofdstuk 2
Beleid
2.1
Gemeentelijk beleid
2.1.1
Structuurvisie gemeente Emmen 2020, Veelzijdigheid troef
De Structuurvisie gemeente Emmen 2020, Veelzijdigheid troef, is 24 september 2009 vastgesteld door de raad. Het document is opgesteld als ruimtelijke vertaling van de ambities gesteld in de Strategienota Emmen 2020, vastgesteld in de raadsvergadering van september 2001. De structuurvisie geeft de hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Emmen weer. In deze structuurvisie wordt de ruimtelijke structuur van 2020 geschetst aan de hand van een aantal thema's, te weten landschap, duurzaamheid, verkeer, werken, wonen, voorzieningen en veiligheid. Voor ieder thema is een hoofdkoers bepaald. Voor het bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13 is vooral het thema wonen van belang. De Structuurvisie gemeente Emmen 2020, Veelzijdigheid troef, richt zich op een accentverschuiving van kwantiteit naar kwaliteit en differentiatie van woonmilieus: De opgave ligt er om de woningvoorraad in lijn te brengen en te houden met de woonwensen van huidige én toekomstige inwoners. Naast een kwaliteitsimpuls van de bestaande woningen wordt ingezet op op wervende woonmilieus. Om ervoor te zorgen dat de woningmarkt op orde blijft, is een continue aanpassing aan de veranderende vraag geboden. Dit geldt niet alleen voor de kern van Emmen, maar ook voor de dorpen. Zo ontstaat op termijn een cyclische vernieuwing van de bestaande woongebieden. 2.1.2
Woonbeleid
De Woonvisie 2018-2023 richt zich op een nieuwbouwopgave passend bij de kwalitatieve behoefte en aanvullend op de bestaande voorraad. Daarbij moet de bestaande woningvoorraad beter benut worden. In de Woonvisie is een strategie opgenomen voor woningbouw: 1. Woningbouwinitiatieven worden niet individueel, maar in samenhang bekeken. 2. Prioriteit wordt gegeven aan plannen voor herstructurering en transformatie. 3. Bij het maken van de woon- en leefbaarheidsvisies voor dorpen en wijken komen plekken naar voren waar inbreiding (verdichting) mogelijk en gewenst is. 4. Bestaande uitbreidingslocaties worden afgerond. 5. Woningbouwplannen dragen bij aan een gevarieerd woonmilieu (ruimte bieden aan plannen die een nichemarkt bedienen en aan kleinschalige experimentele, innovatieve en duurzame woonvormen). 6. Woningbouwplannen dragen bij aan ruimtelijke kwaliteit. Met het woningbouwprogramma wordt ruimte geboden voor goede woningbouwinitiatieven van particulieren, ontwikkelaars en corporaties. De Woonvisie geeft voor het deelgebied De Velden (waartoe Erica behoort) tussen 2021 en 2026 een netto groei met 50-60 woningen op de woningvoorraad. In Erica zijn er geen gemeentelijke kavels meer uitgeefbaar voor vrijstaande woningen. Vanuit het woonbeleid wordt het bouwen in de linten begrensd. Tussen 2018 en 2028 is er ruimte voor de bouw van maximaal 50 woningen.
In de beleidsnotitie Bouwen in de linten staat beschreven waar gebouwd mag worden. 2.1.3
Beleidsnotitie "Bouwen in de linten"
De gemeenteraad heeft op 14 december 2017 de beleidsnotitie Bouwen in de linten vastgesteld. De beleidsnotitie geeft het onderzoek weer naar de ruimtelijke kaders en criteria die bij de beoordeling van verzoeken tot incidentele woningbouw in de linten moeten worden gehanteerd. In de beleidsnotitie is een balans gezocht tussen het incidenteel toevoegen van woningen enerzijds en het behoud van de waarde en karakteristiek van het landschap anderzijds. Het doel van de beleidsnotitie Bouwen in de linten is het verkrijgen van een helder ruimtelijk kader voor het toetsen van nieuwe aanvragen voor het bouwen van woningen binnen lintbebouwingen in de gemeente Emmen. In de beleidsnotitie zijn ruimtelijke criteria verwoord. Bij de ruimtelijke ontwikkeling van de linten dient een afweging te worden gemaakt tussen enerzijds het belang van de kernen, en anderzijds het belang 8 stgesteld)
bestemmingsplan "Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13" (va
van het landschap. In de eerste plaats is bepaald wat de begrenzingen van de kernen zijn en wat de linten binnen en buiten de kernen zijn. Als vervolgstap is voor de linten buiten de kernen bepaald welke delen onlosmakelijk met het landschap zijn verbonden en welke delen met de kern zijn verbonden. De linten kunnen worden onderverdeeld in 'landschapsgerelateerde linten', 'dorpsgerelateerde linten' en in 'lint binnen kern'. Op de kaart 'Ontwikkeling lintbebouwing' behorende bij de beleidsnotitie Bouwen in de linten is de betreffende kavel nader aangeduid als 'Zone structuurvisie Vaarverbinding Erica-Ter Apel'. Zie ook onderstaande afbeelding. Dit zijn linten waar op basis van de Structuurvisie “Vaarverbinding Erica Ter Apel” (hierna structuurvisie) reguliere woonbebouwing mogelijk is, waar dat op basis van de beleidsnotitie Bouwen in de Linten niet het geval is. De onbebouwde ruimten in deze linten buiten de kern kunnen volgens de stuctuurvisie voor incidentele nieuwbouw in aanmerking komen. Dergelijke incidentele nieuwbouw dienen als aanvulling te worden beschouwd op de bestaande bebouwingsstructuur en mogen geen afbreuk doen aan het karakter van het specifieke lint of plek in het landschap. Bij toevoegingen van woningen moet daarnaast worden aangesloten bij de stedenbouwkundige structuren van de omgeving.
Onder andere dient afstemming te worden gezocht bij aspecten als de kavelbreedte, de voorgevelrooilijn en bebouwingskenmerken ten aanzien van nokrichting, bebouwingsmassa en hoogten. Bij het betreffende perceel ontbreekt vanaf de weg en het kanaal openheid van het landschap doordat kassen het open uitzicht weggenomen hebben. Wanneer ontwikkelingen in het lint worden toegestaan, wordt het lint versterkt en is sprake van afscherming van de kassen vanaf de Verlengde Vaart en het kanaal.
Figuur 2.1: Uitsnede kaart beleidsnotitie Bouwen in de linten. Rood omlijnd geeft globaal de ligging van het plangebied aan, gelegen in een lint aangeduid als 'zone structuurvisie Vaarverbinding Erica - Ter Apel' .
bestemmingsplan "Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13" (vastgesteld) 9
2.1.4
Cultuurhistorie en ruimtelijke waardenkaart
De Ruimtelijke Waardenkaart (Bosch & Slabbers, 2008) belicht de aardkundige, archeologische, ecologische, hydrologische, cultuurhistorische en de landschappelijke waarden, evenals de monumenten van het buitengebied van de gemeente Emmen. De kaart is opgesteld ten behoeve van het bestemmingsplan buitengebied, hierdoor ligt het accent op de waarden in buitengebied, maar komen de in het onderliggende waarden in de kernen ook aanbod. Om erfgoed nog beter te verankeren in het ruimtelijke beleid voor de woon- en leefomgeving, is de Cultuurhistorische Waardenkaart Emmen opgesteld. Dit is een inventarisatie en waardering van de cultuurhistorische waarden en bestaat uit een beleidskaart, bronnenkaart en een toelichtende rapportage. Ook is er aandacht voor immaterieel erfgoed. Aansluitend is een beleidsnota geschreven: Erfgoednota Emmen 2017-2022. De Cultuurhistorische Waardenkaart en Erfgoednota 2017-2022 zijn op 28 september 2017 door de gemeenteraad vastgesteld. De beleidskaart voor cultuurhistorie geeft de vertaling naar het beschermingsregime voor 3 categorieën erfgoed: - Monumenten (rijk, provincie en gemeente) en bomen van de gemeentelijke bomenlijst, - Cultuurhistorisch waardevolle gebieden, wijken en (groen)structuren, - Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, objecten en plekken.
Afhankelijk van de waarde van het monument, ensemble, of object, wordt er ingezet op bescherming (bijvoorbeeld voor aangewezen monumenten), herkenbaar houden (van de waardevolle historische en ruimtelijke structuur en samenhang van een ensemble, zoals bijvoorbeeld een bebouwingslint), of respecteren en 'rekening houden met' (voor objecten of afzonderlijke plekken met een cultuurhistorische waarde). Situatie voor het plangebied Het plangebied valt niet binnen het beschermingsregime van de Cultuurhistorische Waardenkaart Emmen.
Figuur 2.2: uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart.
2.1.5
Welstandsbeleid
De welstandsnota 2016, gemeente Emmen is opgesteld uitgaande van het motto: “Loslaten van kan, regelen wat ertoe doet”.
10 stgesteld)
bestemmingsplan "Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13" (va
De gemeente hecht waarde aan de omgevingskwaliteit, en ziet daarbij onderscheid tussen de verschillende gebieden die de gemeente rijk is. Niet ieder gebied vraagt om dezelfde benadering. De welstandsnota 2016 kent drie welstandsniveaus: welstandsvrij, welstandsluw en welstandsniveau hoog. Voor een aantal gebieden is de ambitie naar beneden bijgesteld ,waardoor welstandsvrije gebieden zijn toegenomen. Het niveau welstandsluw is geïntroduceerd. In de luwe gebieden wordt op een aantal basale aspecten van welstand gestuurd en wordt afstand genomen van gedetailleerde beoordelingen. Daarnaast moeten gebieden die van meer waarde zijn - niveau hoog – goed beschermd blijven. Deze gebieden leveren een belangrijke bijdrage aan de identiteit van Emmen. Voornamelijk zijn dit de centra van dorpen, wijken en de beschermde dorpsgezichten. Voor deze gebieden geldt een hoog ambitieniveau. Het gemeentebestuur beoogt met deze nota een dynamische welstand in Emmen, waarbinnen ruimte is voor dialoog en “kwalitatief herstel” met de samenleving. Het bestemmingsplan en de welstandsnota zorgen samen voor het behoud van de ruimtelijke kwaliteit. Het bestemmingsplan geeft aan wat, hoeveel, in welke vorm en waar er gebouwd mag worden. Het welstandsbeleid geeft aan hoe het gebouw er uit mag komen te zien.
Dit wil zeggen dat het welstandsbeleid moet voorkomen dat er gebouwen gebouwd worden die afbreuk doen aan de omgeving. Het plangebied is gelegen in een gebied waarvoor het welstandsniveau 'luw' geldt. Het welstandsbeleid in deze gebieden richt zich met name op de voorkanten van bouwwerken en bouwblokken en het aanzicht op deze bebouwing vanuit de openbare ruimte. Het beleid is alleen op hoofdzaken gericht en niet op details. 2.1.6
Integrale parkeervisie
In oktober 2017 heeft de gemeenteraad van Emmen de "Integrale parkeervisie gemeente Emmen" vastgesteld. Deze visie vervangt de parkeernota van 2010. De visie is het kader voor het bepalen van de parkeeropgave bij fysieke ontwikkelingen op alle niveaus. Het is een leidraad voor het beoordelen van de parkeeropgave van stedenbouwkundige visies & plannen voor (her-)ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en is ook het kader dat invulling geeft aan het begrip “voldoende parkeer- of stallingsruimte dan wel voldoende laad- of losruimte in bestaande en op ontwikkeling gerichte nieuwe bestemmingsplannen. De visie bevat ten aanzien van de hoeveelheid parkvoorzieningen en het aantal los- en laadplaatsen het beoordelingskader voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en- of wijzigen gebruik. Voor toekomstige (nieuwbouw)ontwikkelingen is in de parkeervisie de landelijke richtlijnen van het CROW leidraad. Uitgangspunt blijft in beginsel voldoende parkeerruimte op eigen terrein. Als dit niet kan, kan eventueel teruggevallen worden op parkeren in de openbare ruimte, waarvoor aan de gemeente een afkoopsom wordt betaald. In het plangebied wordt een vrijstaande woning toegevoegd en is sprake van voldoende parkeerruimte op eigen terrein.
2.2
Provinciaal beleid
2.2.1
Omgevingsvisie Drenthe 2018
De Omgevingsvisie is hét strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein. De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe in de periode tot 2030, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode daarna. Als in de tekst wordt gesproken over ‘lange termijn’, betreft het de periode na 2030. De Omgevingsvisie heeft voor de provincie vooral een interne binding. Dit betekent dat de provincie bij de uitoefening van haar taken aan de Omgevingsvisie gebonden is. Missie De missie van de provincie is het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij de kernkwaliteiten. Deze missie is ingegeven door wat inwoners, bestemmingsplan "Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13" (vastgesteld) 11
medeoverheden en maatschappelijke partners belangrijk vinden voor de toekomst van Drenthe. De kernkwaliteiten zijn samen met partners en de inwoners van Drenthe benoemd, te weten landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Kernkwaliteiten De kernkwaliteiten zijn de kwaliteiten die bijdragen aan de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe. Samen met vertegenwoordigers van overheden, belangengroepen, marktpartijen en inwoners heeft de provincie de volgende kernkwaliteiten van Drenthe benoemd : rust, ruimte, natuur en landschap; oorspronkelijkheid (authenticiteit, Drents eigen); noaberschap; kleinschaligheid (Drentse schaal); menselijke maat; veiligheid. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteiten. In hoofdstuk 4 van de Omgevingsvisie is voor alle kernkwaliteiten een uitwerking naar meer concrete indicatoren gemaakt, namelijk landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Zorgvuldig Ruimtegebruik In Drenthe kunnen mensen nog ruimte beleven. Dat wil de provincie bewaken, ook wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn. Zorgvuldig ruimtegebruik is van provinciaal belang. Milieu- en leefomgevingskwaliteit De provincie streeft naar een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, plant en dier.
Het beschermen van de kwaliteit van milieu en leefomgeving is veelal op Europees en nationaal niveau geregeld. Daarbij zijn diverse taken en verantwoordelijkheden bij de provincies neergelegd. Deze taken, gericht op het beschermen van de kwaliteit van lucht, water en bodem en het verbeteren van de verkeersveiligheid, waterveiligheid en externe veiligheid, zijn daarmee van provinciaal belang. Kaarten en doelstellingen Op kaarten behorende bij de Omgevingsvisie Drenthe zijn de kernkwaliteiten nader weergegeven. Op een aantal kaarten is het plangebied als volgt aangeduid: Landschap Het plangebied is gelegen binnen het landschap van de veenkoloniën. Van provinciaal belang is de orthogonale samenhang tussen het systematische ontginningspatroon van grootschalige openheid met kenmerkende wijkenstructuur en de bebouwingslinten met daaruit opgaande percelen. Het provinciaal beleid is gericht op het behouden en versterken van de samenhang en de openheid met de wijken en de rechtlijnige landschapsstructuur. Cultuurhistorie Het beleid van de provincie Drenthe ten aanzien van cultuurhistorie is beschreven in de beleidsnota Cultuurhistorisch Kompas Drenthe. Het plangebied is gelegen binnen het gebied Emmen en haar venen. Het generieke beleid 'respecteren' is van toepassing. Het is bedoeld om de cultuurhistorische samenhang, zoals die is vastgelegd in de hoofdstructuur, te borgen.
Archeologie De inhoudelijke kaart Archeologie geeft een overzicht van de archeologische waarden en verwachtingen die de provincie van provinciaal belang achten. In gebieden of terreinen met een archeologische verwachting op de archeologiekaarten, wordt gestuurd op een goede uitvoering van archeologisch onderzoek. Niet voor alle bodemingrepen is archeologisch onderzoek vereist. Dit hangt af van de omvang en aard van de ingreep, de waarde/verwachting van de locatie en het vrijstellingenbeleid zoals dat is uitgewerkt in de gemeentelijke archeologiekaarten. Aardkundige waarden
12 stgesteld)
bestemmingsplan "Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13" (va
Aardkundige waarden die bijdragen aan het specifieke Drentse karakter wil de provincie behouden en, waar mogelijk, herstellen. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteit aardkundige waarden. De provincie wil inhoud geven aan ruimtelijke kwaliteit, om de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe te behouden en te versterken. Het doel is de archiefwaarde van de bodem te behouden en de landvormen, die karakteristiek zijn voor het Drentse landschap, te behouden en te versterken, als onderdeel van de kernkwaliteit oorspronkelijkheid. Het plangebied is gelegen binnen een gebied met een generiek beschermingsniveau voor aardkundige waarden. In deze gebieden wil de provincie de lokale, aardkundige kenmerken voor de toekomst bewaren.
2.2.2
Provinciale omgevingsverordening
Provinciale Staten van Drenthe hebben de Provinciale omgevingsverordening Drenthe (POV) vastgesteld. Het plangebied is volgens de kaart 'Bestaand stedelijk gebied' gelegen buiten het gebied aangeduid als 'Bestaand Stedelijk Gebied'. Onder bepaalde voorwaarden biedt Provincie Drenthe ruimte aan het toevoegen van een incidentele woning buiten bestaand stedelijk gebied (artikel 2.17 lid 2 van de POV). Het plangebied grenst aan het 'Bestaand Stedelijk Gebied' en is gelegen in een bebouwingslint. Bij de betreffende percelen ontbreekt vanaf de weg en het kanaal openheid van het landschap doordat kassen het open uitzicht weggenomen hebben. Wanneer ontwikkelingen in het lint worden toegestaan, wordt het lint versterkt en is sprake van afscherming van de kassen vanaf de Verlengde Vaart en het kanaal.D it plan past binnen de gemeentelijke woonvisie (zie 2.1.2 Woonbeleid) en de Beleidsnotitie "Bouwen in de linten". Het plan is in overeenstemming met artikel artikel 2.17 lid 2 van de POV.
2.3
Rijksbeleid
2.3.1
Ruimtelijk beleid
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 van kracht geworden. Onderdeel van deze structuurvisie is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Met de structuurvisie kiest het rijk voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Voor Emmen zijn in de SVIR geen onderwerpen opgenomen die aangemerkt worden als nationaal belang. In de Barro zijn alleen de zaken betreffende defensie en kernkwaliteiten van toepassing. Echter deze zaken hebben geen directe invloed op de inrichting van het plangebied.
2.4
Conclusie
De conclusie van de in dit bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13 beschreven beleidsuitgangspunten is dat het rijksbeleid niet direct door werkt in het plangebied. Hierdoor is het bestemmingsplan niet in strijd met het rijksbeleid. Het rijksbeleid werkt indirect door via het provinciaal beleid. Het provinciaal beleid vormt op zijn beurt weer de input voor het gemeentelijk beleid. Voor het voorliggende bestemmingsplan kan eveneens geconcludeerd worden dat het plan passend is in het provinciale beleid. Wat betreft het gemeentelijk beleid kan gesteld worden dat de wijziging van de bestemming ruimtelijk inpasbaar is. Op de stedenbouwkundige en milieuhygiënische inpassing van de vrijstaande woningen wordt nader ingegaan in de volgende hoofdstukken.
bestemmingsplan "Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13" (vastgesteld) 13
Hoofdstuk 3 structuur 3.1
Planbeschrijving en Stedenbouwkundige
Algemene planbeschrijving
Er is een verzoek ingediend voor het opstellen van een bestemmingsplan voor een kavel aan de Verlengde Vaart ZZ, ten westen van huisnummer 13. Het voornemen is om op deze kavel één vrijstaande woning te realiseren. Voor de realisatie van deze vrijstaande woning is een herziening van het bestemmingsplan nodig. Dit bestemmingsplan voorziet daarin.
3.2
Stedenbouwkundige hoofdstructuur
Het toevoegen van een vrijstaande woning op dit perceel past binnen de bebouwingsstructuur van het gebied. Het gaat om een bebouwingslint in het buitengebied van Erica langs de vaart, waar landerijen worden afgewisseld met boerderijen of vrijstaande woningen. Ten zuiden van de Verlengde Vaart bevinden zich kassen. Voor dit gebied geldt de beheersverordening Erica, Glastuingebied (zie figuur 3.1) Waardevolle open doorzichten tussen woningen door over het land, zijn hier niet aanwezig. Het uitzicht wordt reeds ontnomen door de kassen (zie figuur 3.2). Bij het realiseren van een nieuwe woning aan dit lint wordt zicht op de kassen ontnomen en het bebouwde lint versterkt.
Figuur 3.1 Uitsnede uit de plankaart beheersverordening Erica, Glastuinbouwgebied. De bouw van kassen is in het achterliggende glastuingebied mogelijk, er geldt een bouwhoogte van 10 meter en een goothoogte van 8 meter.
14 stgesteld)
bestemmingsplan "Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13" (va
Figuur 3.2 Een beeld uit cyclorama van de bowlocatie. Geel omkaderd liggen de kassen welke het uitzicht ver over landerijen wegnemen.
De kavelbreedte en de maatvoering en omvang van de woningen (nokrichting, goot- en bouwhoogte, oppervlakte voor de woning en de bijgebouwen) sluiten aan bij de bebouwingskenmerken van dit lint: de bouwregels voor vrijstaande woningen uit het bestemmingsplan Buitengebied worden overgenomen. De voorgevel van de nieuwe woning komt in lijn te liggen met de gevellijn van Verlengde Vaart ZZ 13, te Erica.
bestemmingsplan "Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13" (vastgesteld) 15
Hoofdstuk 4
Onderzoeken
4.1
Archeologie en monumenten
4.1.1
Algemeen
De gemeente Emmen heeft archeologie beleid vastgesteld, d.d. 30 mei 2013. Hiervoor is een archeologische beleidsadvieskaart gemaakt met daarbij een rapport, dit rapport dient als toelichting op de kaart. Het doel van deze documenten is om aan te geven wat de kern vormt van het archeologie beleid en waar de beleidskeuzen zijn gemaakt. De verschillende archeologische waarden en verwachtingen en de maatregelen die daaraan zijn gekoppeld zijn in gemeentelijk archeologische beleidsadvieskaart vertaald naar diverse categorieën "Waarde - Archeologie" in het bestemmingsplan. Met de vertaling is op eenvoudige wijze voor het gehele gebied van de gemeente Emmen in beeld gebracht of archeologische waarden in het geding zijn of kunnen zijn en zo ja, op welke manier daarmee dient te worden omgegaan, tabel 1 geeft de onderverdeling van de vier gemaakte categorieën weer.
Tabel 1: Onderverdeling van archeologische waarden.
Deze beleidskeuzen zijn vertaald in een dubbelbestemmingen. Per archeologische kwaliteit zijn planregels opgenomen voor de te bebouwen oppervlakte en een omgevingsvergunningsstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. De maatvoering voor afwijking is afhankelijk van de te verwachten waarden of verwachtingen en de uitkomsten van archeologisch onderzoek. 4.1.2
Archeologische waarden in het plangebied
Het plangebied Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13 is volgens de beleidsadvieskaart gelegen in een gebied met een lage verwachting van archeologische waarden.
figuur 3.3: Uitsnede archeologische beleidskaart, plangebied gelegen in een gebied met een lage verwachting van archeologische waarden.
16 stgesteld)
bestemmingsplan "Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13" (va
Gebieden met lage archeologische waarde/verwachting zijn gebieden waar de kans op het aantreffen van archeologische sporen klein wordt geacht. Dit kan zijn vanwege de bodemkundige opbouw, een lage dichtheid van archeologische resten/sporen of vanwege bodemverstorende activiteiten naderhand zoals ontginningen. Het betreft met name de ontgonnen veengebieden die in het verleden laag waren gelegen en een hoge grondwaterstand kenden. Er is hier geen sprake van concreet aanwijsbare vindplaatsen en de kans op het aantreffen van sporen en vondsten is klein. Deze gebieden zijn vrijgesteld voor archeologisch onderzoek. 4.1.3
Conclusie
Het plangebied is gelegen in een gebied met een lage verwachting van archeologische waarden. Deze gebieden zijn vrijgesteld voor archeologisch onderzoek.
4.2
Ecologie
4.2.1
Algemeen
De Wet natuurbescherming (Wnb) is in werking getreden op 1 januari 2017. Deze wet vervangt de volgende drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (houtopstanden). De provincie is bij de Wnb het bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en handelingen bij Natura 2000-gebieden en dier- en plantensoorten. Het Rijk blijft bevoegd gezag bij ruimtelijke ingrepen met grote nationale belangen. Voor gemeenten geldt dat zij het bevoegd gezag zijn voor omgevingsvergunningen. Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) -voorheen Ecologische Hoofdstructuur- is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid.
Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het Rijk. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor de provincie Drenthe uitgewerkt in de Provinciale Omgevingsvisie en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening. Soortenbescherming Het uitgangspunt van de Wnb is dat er geen (opzettelijke) schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. De soortenbescherming binnen de Wnb is daarbij opgedeeld in drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Bij beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen dier- en plantensoorten.
Er dient een ontheffing op grond van artikel 3.3, 3.8 en/of 3.10 Wnb te worden aangevraagd voor een (bouw)werkzaamheid of activiteit indien het volgende van toepassing is: uit gegevens of onderzoek blijkt dat er sprake is van verstoring of doden van (een) beschermde soort(en); het bouwwerk en/of de activiteit veroorzaakt beschadiging of vernieling van voortplanting- of rustplaatsen van dieren, danwel ontworteling of vernieling van plantensoorten; er kan geen gebruik gemaakt worden van een vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming; er kan niet gewerkt worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Houtopstanden In de Wnb is de bescherming van houtopstanden buiten de bebouwde kom geregeld. Doel is de instandhouding van het bosareaal. In de Provinciale Omgevingsverordening van de provincie Drenthe is bestemmingsplan "Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13" (vastgesteld) 17
geregeld hoe een kapmelding moet worden ingediend, waaraan herbeplanting moet voldoen en wanneer ontheffing van de herbeplantingsplicht kan worden verleend. Voor houtopstanden binnen de bebouwde kom geldt de Bomenverordening gemeente Emmen 2011. In het bijbehorende bomenregister zijn de monumentale en waardevolle bomen en waardevolle houtopstanden vastgelegd. Zonder vergunning is het verboden deze te kappen. 4.2.2
Natuurwaarden in het plangebied
Voorafgaand aan de wijziging van het bestemmingsplan is onderzocht of binnen en in de nabijheid van het plangebied beschermde plant- en diersoorten en/of natuurgebieden aanwezig zijn en of deze worden aangetast. Deze eerste stap om de aanwezigheid van beschermde soorten en/of gebieden te bepalen, is het uitvoeren van een quickscan Wet natuurbescherming. De quickscan is als Bijlage 1 opgenomen. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden betreft Bargerveen op circa 6,3 kilometer afstand (zie figuur 3.4). Andere Nederlandse Natura 2000-gebieden liggen op meer dan twintig kilometer. Op circa 12,5 kilometer ligt het Duitse Natura 2000-gebied Dalum-Wietmarscher Moor und Georsdorfer Moor. Vanwege deze afstanden, bekende dosis-effectrelaties, de aard/omvang van de voorgenomen ontwikkeling en het ontbreken van ecologische relaties, zijn effecten op voorhand uitgesloten. De AERIUS-berekeningen voor het beschouwde nieuwbouwplan met één woning tonen aan dat, zowel in de aanleg- als de gebruiksfase, géén sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De toekomstige nieuwbouw heeft zodoende geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Vervolgstappen ten aanzien van Natura 2000 zijn niet aan de orde.
Figuur 3.4: ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied weergegeven.
Het plangebied ligt niet binnen het Natuurnetwerk Nederland en een ecologische verbindingszone. Het Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa 3,3 kilometer afstand. Gezien de ruime afstand, de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling (woningbouw) en het tussenliggende gebied (bebouwing, opgaand groen, wegen) dat een afschermende werking heeft, is geen sprake van aantasting van wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde.
18 stgesteld)
bestemmingsplan "Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13" (va
Figuur 3.5: ligging plangebied (rode marker) ten opzichte van het NNN (groene vlakken) en ecologische verbindingszones (groene lijnen).
Soortenbescherming Ten aanzien van soortenbescherming geeft de Quickscan de volgende conclusies en adviezen: Er vindt geen aantasting en verstoring van nestlocaties van vogels met jaarrond beschermde nesten plaats.Wel bevindt zich in het bosperceel ten zuiden van het plangebied een nestplaats van een buizerd. Gezien de ligging van het plangebied buiten de verstoringsafstand van 75 meter en de aard en omvang van het plan (een woning), is geen sprake van (tijdelijke) verstoring. Wel wordt geadviseerd om binnen een afstand van minimaal 75 meter vanaf het bosperceel geen werkzaamheden uit te voeren. Het plangebied is gezien het oppervlak, terreinkenmerken en beschikbare alternatieven geen essentieel foerageergebied voor vogels zonder jaarrond beschermde nestplaatsen. Wel wordt geadviseerd indien de werkzaamheden binnen het broedseizoen plaatsvinden, voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcheck uit te laten voeren om vast stellen of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden broedvogels aanwezig zijn. Binnen het plangebied zijn verblijfplaatsen van vleermuizen uitgesloten. Wel kan het opgaand groen en de nabijgelegen Hoogeveensche Vaart onderdeel uitmaken van het foerageergebied en/of vliegroute. De werkzaamheden worden overdag uitgevoerd, zodat geen sprake is van tijdelijke licht verstoring.
Geadviseerd wordt om in de toekomstige gebruiksfase rekening te houden met voorkomen/beperken van licht verstrooiing richting de omgeving, met name op de nabijgelegen houtsingel, de bomenlaan langs de straat en de Hoogeveensche Vaart. Dit kan door gebruik te maken van laag geplaatste en/of naar beneden gerichte (sfeer)verlichting rond de woning. Groei- en verblijfplaatsen van beschermde flora, vissen, amfibieën, reptielen en ongewervelden worden gezien de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens niet verwacht. In het plangebied zijn enkele algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën te verwachten. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van de verbodsartikelen. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht, zie hiervoor 4.2.3. 4.2.3
Conclusie
De Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor het plan. Ten slotte is op basis van de Wnb altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving. Concreet betekent dit dat bij (ruimtelijke) ingrepen gezorgd moet worden dat dieren niet verstoord of gedood worden en dat planten niet zomaar verplant worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld broedende vogels, de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. Daarbij bestemmingsplan "Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13" (vastgesteld) 19
geldt voor alle bouwactiviteiten dat er voorzorgsmaatregelen genomen dienen te worden, waardoor: de aanvang van de werkzaamheden buiten het broedseizoen (globaal van half maart tot begin augustus) dient plaats te vinden; een week voor de werkzaamheden beginnen, het plangebied kort gemaaid dient te worden, zodat het plangebied ongeschikt wordt voor kleine zoogdieren en ze de kans krijgen om te vluchten; (wortel)schade aan de (oude) bomen wordt voorkomen en geen graafwerkzaamheden binnen de kroonprojectie van deze oude bomen kan plaatsvinden.
4.3
Fysieke veiligheid
Rijksoverheid stelt risiconormen op het gebied van veiligheid aan inrichtingen, ter bescherming van de omgeving. Naast de wet- en regelgeving mogen gemeenten invulling geven aan een eigen veiligheidsvisie. In de Beleidsnota externe veiligheid gemeente Emmen (april 2013) geeft de gemeente Emmen invulling aan deze beleidsruimte. In de gemeentelijke beleidsnota Externe Veiligheid zijn de ruimtelijke uitgangspunten van de structuurvisie verder uitgewerkt. In de Beleidsnota externe veiligheid heeft de gemeente Emmen gekozen voor een gebiedsgerichte benadering voor de vestiging van risicovolle activiteiten. Tevens is in het beleid een afwegingskader bij concrete ruimtelijke beslissingen en voor de inzet van bestuurlijke uitvoeringsinstrumenten om de kwetsbaarheid van een object of activiteit die niet rechtstreeks onder de begripsbepaling van het Bevi valt bepaald te beoordelen. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is rekening gehouden met deze nota externe veiligheid. Vanuit de Veiligheidsregio Drenthe en RUD Drenthe is richting gegeven aan het beoogde veiligheidsniveau van de gebouwen in en rondom het plangebied van het bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13. Hierbij is getoetst aan bestaande regelgeving en normen voor (externe) veiligheid, bereikbaarheid, bluswatervoorziening, repressieve dekking en alarmsystemen welke onderdeel zijn van de veiligheidsketen.
4.3.1
Fysieke veiligheidssituatie
4.3.1.1 Risicobronnen binnen en buiten het plangebied Het plangebied is geïnventariseerd op de aanwezigheid van zogenoemde Bevi-bedrijven (vergunde situatie en feitelijke situatie). Binnen en in de directe nabijheid van het plangebied Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13 zijn geen risicobronnen of bronnen aanwezig die invloed (kunnen) hebben op het plangebied. 4.3.1.2 Buisleidingen, route gevaarlijke stoffen, hoogspanningsleidingen en laagvliegroute Er bevinden zich in of in de nabijheid van het plangebied geen buisleidingen, transportroutes gevaarlijke stoffen en hoogspanningsleidingen. Er zijn twee laagvliegroutes in Nederland. Eén van het zuiden naar het noorden via Almelo en Sleen en één van het noorden naar het zuiden via Zwolle en Deventer. Deze route raakt het plangebied niet. 4.3.1.3 Conclusie In het kader van regelgeving in relatie tot Externe Veiligheid gelden voor dit bestemmingsplan geen belemmeringen. 4.3.2
Gegevens ten behoeve van nadere inrichting en ontwikkeling in het plangebied
Zodra plannen ontwikkeld worden dient de brandweer in een vroeg stadium bij de plannen betrokken te worden om op basis van het beoogde veiligheidsniveau een advies te kunnen uitbrengen. Hiervoor zijn de volgende zaken van belang: 1. Voor het bestrijden van een brand is de brandweer afhankelijk van een goede bluswatervoorziening. Conform de Wet op de Veiligheidsregio moet een gemeente zorgen voor een openbare bluswatervoorziening. Bij locaties waar geen toereikende openbare bluswatervoorziening kan worden aangelegd, zal de eigenaar moeten zorgen voor een doeltreffende niet-openbare 20 stgesteld)
bestemmingsplan "Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13" (va
2.
3.
4.
5.
bluswatervoorziening in overleg met de brandweer. Vanaf 1 januari 2014 maakt de brandweer gebruik van tankautospuiten en tankwagens, aangevuld met vulpunten voor de tankwagens als primaire bluswatervoorziening. Voor deze 2 woningbouwpercelen is het gezien de nabijheid van een bluswatervoorziening niet vereist om aanvullende voorzieningen aan te brengen. Op grond van de Wet op de veiligheidsregio (okt. 2010) is de Veiligheidsregio Drenthe, in geval van calamiteit, verantwoordelijk voor het waarschuwen en alarmeren van de bevolking door middel van het Waarschuwings- en alarmeringssysteem. Als gevolg van deze taak zijn binnen de gemeente sirenes geplaatst op een zodanige wijze dat een optimale dekking gerealiseerd is binnen de gemeente. Er kan gesteld worden dat het plangebied buiten de dekking van het WAS-stelsel gelegen is. Dit is in dit geval ook conform de HAVOS. Het is belangrijk dat in geval van calamiteiten hulpverleningsdiensten direct ter plaatse kunnen komen en zonder afwegingen hulp kunnen verlenen. Om die reden dienen alle objecten in het plangebied via twee onafhankelijke wegen bereikbaar te zijn voor de hulpverleningsdiensten. Het gebied voldoet wel aan deze vereisten. De brandweer adviseert de initiatiefnemers te informeren over de brandveiligheidsmaatregelen. Denk hierbij aan de BIObiz factoren: a.
Bouwkundige voorzieningen, eventueel toepassen van een brandwerende scheiding tussen garage en woning. b. Installatietechnische voorzieningen, toepassen van woningrookmelders conform bouwregelgeving en afschakelbare ventilatie c. Organisatorische voorzieningen, vluchtplan die de bewoners zelf opstellen en beoefenen d. brandweeropkomsttijd, geen verkeersbelemmerende maatregelen zoals drempels in wegen toe passen. e. Inventaris, toepassen van moeilijk brandbaar materiaal f. zelfredzaamheid van de aanwezigen, geoefend zijn in het vluchten onder niet zichtbare omstandigheden. Er zijn geen maatregelen van toepassing i.h.k.v. groepsrisico, vanwege het niet aanwezig zijn van dat soort risicobronnen.
4.4
Milieu
4.4.1
Vormvrije m.e.r.
In het Besluit m.e.r. zijn drempelwaarden opgenomen voor wanneer er een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Sinds de wijziging van het Besluit op 1 april 2011 is een beoordeling van een activiteit die op de D-lijst van het Besluit m.e.r. voorkomt noodzakelijk, ook al ligt de omvang van de activiteit (ver) onder de drempelwaarde. De toevoeging van een vrijstaande woning is gezien de geringe omvang van de voorziene bebouwing niet aan te merken als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom I, categorie 11.2 van onderdeel D. Dit betekent dan ook dat in voorliggend bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13 er geen sprake is van activiteiten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. Vanwege de afwezigheid van die activiteit(en) hoeft geen vormvrije m.e.r. -beoordeling plaats te vinden. 4.4.2
Bedrijven en milieuzonering
Vanuit milieuhygiënisch oogpunt vergt het inpassen van nieuwe functies in het plangebied een goede afstemming met de andere, in de omgeving aanwezige functies. Binnen het plangebied is sprake van een nieuw te realiseren vrijstaande woning. 4.4.2.1 Bedrijventerrein In of nabij het plangebied zijn geen bedrijventerreinen gelegen.
bestemmingsplan "Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13" (vastgesteld) 21
4.4.2.2 Verspreid liggende bedrijven (niet agrarisch) Naast de bedrijven gelegen op het bedrijventerrein liggen een aantal bedrijven tussen de woonbebouwing verspreid. Aan de Verlengde Vaart ZZ 17 en 18 zijn twee bedrijven in de milieu categorie 1 en 2 gevestigd. Gezien de afstand van het plangebied tot aan deze bedrijven, meer dan 100 meter, valt niet te verwachten dat deze bedrijven in de exploitatiemogelijkheden worden beperkt. 4.4.2.3 Agrarische bedrijven Aan de overzijde van het kanaal, op het adres Verlengde Vaart NZ 13, bevindt zich een akkerbouwbedrijf. Voor dit bedrijfstype geldt geen directe harde afstandseis op grond van het Activiteitenbesluit. Er dient wel rekening gehouden te worden met richtafstanden volgens de VNG-Brochure 'Bedrijven en Milieuzonering' (hierna VNG-Brochure). Volgens de VNG-Brochure geldt er een maximale adviesafstand van 30 meter. Het betreffende bedrijf is gelegen op meer dan 30 meter van het plangebied. Ook bevindt zich in de directe nabijheid van het plangebied op het adres Slingerweg 6 een glastuinbouwbedrijf vallend onder het Activiteitenbesluit. Het betreft een type B bedrijf. Voor dit bedrijfstype geldt eveneens geen directe harde afstandseis op grond van het Activiteitenbesluit. Volgens de VNG-Brochure geldt er wel een maximale adviesafstand van 30 meter.
Aangezien reeds bestaande woningen op een kortere afstand van het dit glastuinbouwbedrijf zijn gelegen, valt niet te verwachten dat de toevoeging van de voorziene woning zal leiden tot verzwarende omstandigheden voor dit bedrijf. Geconcludeerd kan worden dat de aanwezige bedrijven geen belemmering vormen voor dit plan. 4.4.3
Bodem
Het college van burgemeester en wethouders heeft op 5 maart 2013 de Beleidsregel Bodemkwaliteit vastgesteld. Om de kwaliteit te waarborgen, moet grondverzet worden gemeld bij het landelijke meldpunt. Om het verplaatsen van grond te vereenvoudigen heeft de gemeente Emmen een aantal kaarten ontwikkeld. Deze bodemkwaliteitskaarten zijn als bijlage in de Nota Bodembeheer opgenomen. Aan de hand van deze kaarten is het mogelijk om zonder voorgaand onderzoek grond te ontgraven en toe te passen. Partijen grond en baggerspecie die niet voldoen aan de bodemkwaliteitskaart en de Nota Bodembeheer van de gemeente Emmen mogen alleen worden toegepast als er sprake is van een nuttige toepassing. Is het werk niet 'nuttig', dan is er sprake van het zich ontdoen van afvalstoffen. Tijdelijke opslag en grootschalige toepassingen van grond en bagger zijn vormen van 'nuttig' gebruik. Tijdelijke uitname zijn werkzaamheden waarbij de grond na korte tijd weer teruggebracht wordt. Een voorbeeld is het graven van een sleuf voor kabels en leidingen. In dat geval hoeft de kwaliteit van de te ontgraven bodem niet onderzocht te worden, tenzij er sprake is van (een verdenking van) bodemverontreiniging. 4.4.3.1 Bodemonderzoek Voor dit bestemmingsplan is een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd door Sigma Bouw & Milieu te Emmen. Het rapport is bijgevoegd als Bijlage 2.
Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging. De grond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie bevatten plaatselijk enkele stoffen verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde respectievelijk de streefwaarde. Dit geeft echter geen directe aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. Er zijn geen belemmeringen voor de realisatie van de woning.
22 stgesteld)
bestemmingsplan "Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13" (va
4.4.4
Geluid
Regels ten aanzien van geluidhinder zijn vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). Het doel van de Wet geluidhinder is tweeledig. Enerzijds de bescherming van het milieu en anderzijds de bescherming van de volksgezondheid. Bepalend is steeds de situering van geluidsbronnen ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen. De Wgh gaat uit van zones langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Binnen dergelijke zones zijn nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen alleen toegestaan indien de geluidsbelasting op de buitengevel onder of hoogstens gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde. Ontheffing van de voorkeursgrenswaarde is toegestaan indien maatregelen om de geluidsbelasting op de buitengevels te beperken niet mogelijk zijn of onvoldoende helpen en indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. 4.4.4.1 Geluidsbronnen in en nabij het plangebied Voor het plangebied Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13 geldt dat het plangebied gelegen is binnen de van rechtswege aanwezige geluidszones van: 'Verlengde Vaart ZZ' (60km/uur weg) en 'Verlengde Vaart NZ' (80 km/uur weg) Deze geluidsbronnen hebben mogelijk effect op eventuele uitbreidingsplannen bij woningen of nieuwbouwplannen. Het plangebied is niet gelegen binnen geluidszones van spoorwegen of industrieterreinen.
4.4.4.2 Wegverkeerslawaai De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen de van rechtswege aanwezige zone van een weg. Conform de Wet geluidhinder heeft elke weg een zone. Conform art. 74 lid 2 Wgh zijn de onderstaande wegen hiervan uitgezonderd: 1. Wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied; 2. Wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt. De breedte is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied. De afstanden zoals weergegeven worden aan weerszijden van de weg gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook. De Verlengde Vaart ZZ en Verlengde Vaart NZ zijn buitenstedelijke wegen met twee rijstroken. De zonebreedte voor deze wegen bedraagt 250 meter (conform art. 74 Wgh). De nieuw te bouwen woning ligt geheel binnen deze zones. Bij de realisatie van woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen moeten de wettelijke grenswaarden in acht worden genomen. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai bedraagt 48 dB. Indien deze voorkeursgrenswaarde wordt overschreden moet er onderzoek worden gedaan naar mogelijke bron- en/of overdrachtsmaatregelen. Zijn maatregelen niet mogelijk dan kunnen Burgemeester en Wethouders ontheffing van de voorkeursgrenswaarde verlenen.
Indien met maatregelen niet kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB kunnen, mits gemotiveerd, burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen (art. 83 Wgh). De gemeente dient het vaststellen van de hogere waarde met eigen argumenten te motiveren en de vastgestelde hogere waardes zo snel mogelijk inschrijven in het kadaster. Ten aanzien van wegverkeerslawaai is er een akoestisch onderzoek verkeerslawaai uitgevoerd. Het rapport is bijgevoegd als Bijlage 3. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting als gevolg van het verkeer op de 'Verlengde Vaart ZZ' voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden. Voor dit wegvak zijn er vanuit akoestisch oogpunt geen belemmeringen. de geluidbelasting als gevolg van het verkeer op de 'Verlengde Vaart NZ' overschrijdt de voorkeursgrenswaarde. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB Lden wordt niet overschreden. Redelijkerwijs zijn er geen doelmatige en/of effectieve maatregelen in de vorm van bron en overdracht mogelijk om de geluidbelasting te reduceren tot de voorkeursgrenswaarde. Het bevoegd gezag dient dan ook verzocht te worden hogere waarden vast te stellen. De vast te stellen hogere bestemmingsplan "Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13" (vastgesteld) 23
waarde bedraagt 52 dB Lden. 4.4.4.3 Gevolgen voor bestemmingsplan De geluidsbelasting als gevolg van het verkeer op de 'Verlengde Vaart NZ' overschrijdt de voorkeursgrenswaarde. Er dient een hogere waarde van 52 dB Lden vastgesteld te worden. De procedure rond de hogere grenswaarde is gestart. Er dient een hogere waarde van 52 dB Lden vastgesteld te worden. Het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Emmen betreffende vaststelling van een hogere grenswaarde Wet geluidhinder ten gevolge van wegverkeerslawaai als bedoeld in artikel 82 en volgend van de Wet geluidhinder is als Bijlage 4 toegevoegd 4.4.5
Lucht
De Wet luchtkwaliteit is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging. Anderzijds heeft de wet tot doel mogelijkheden te creëren voor ruimtelijke ontwikkeling. Volgens de nieuwe regeling vormt luchtkwaliteit in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van een ruimtelijk project als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIMB) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. 4.4.5.1 Algemeen beeld luchtkwaliteit plangebied De realisatie van één vrijstaande woning is een project dat 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Omdat er geen significante ontwikkelingen in het plangebied of rondom het plangebied gepland zijn, zal de concentratie van de NOX en fijnstof niet veranderen. Hierdoor betekent de luchtkwaliteit geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.
4.5
Waterparagraaf
Belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).
4.5.1
Waterbeleid
De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nota Ruimte en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021. De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn waterveiligheid, klimaatbestendigheid omgeving en ruimte voor waterberging. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. 24 stgesteld)
bestemmingsplan "Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13" (va
Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen. 4.5.1.1 Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. 4.5.1.2 Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater.
Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. 4.5.2
Wateraspecten plangebied
Bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13 ligt in het stroomgebied Rijn- Oost en valt onder het beheersgebied van het waterschap Vechtstromen. Het waterbeleid voor dit gebied is vastgelegd in het Waterbeheerplan van waterschap Vechtstromen en in het waterplan van de gemeente Emmen. 4.5.3
Waterhuishouding
4.5.3.1 Waterbeheer, (grond) waterkwantiteit - en kwaliteit Het plan loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1500m2. Het plangebied bevindt zich niet binnen een beschermingszone of herinrichtingszone langs een waterloop, primair watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied. Het moet voorkomen worden dat er tijdens perioden van neerslag overlast, schade of gevaar ontstaat. 4.5.3.2 Voorkeursbeleid hemelwaterafvoer In het plan wordt het afvalwater en het hemelwater behandeld via een gescheiden stelsel. 4.5.3.3 Aanleghoogte van de bebouwing Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogste grondwaterstand(GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Kelders dienen waterdicht te zijn.
Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast. bestemmingsplan "Erica, Verlengde Vaart ZZ naast nr 13" (vastgesteld) 25
4.5.4
Wateradvies waterschap
De gemeente Emmen heeft het waterschap tijdig ingelicht over de planvorming door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies. De watertoets is bijgevoegd als Bijlage 5 en de resultaten van de watertoets zijn opgenomen in paragraaf 4.5.3 I 4.5.5
Gegevens ten behoeve van nadere inrichting en ontwikkeling in het plangebied
Regenwater heeft van nature een goede kwaliteit. Door allerlei oorzaken kan het verontreinigd worden en hiermee bodem en oppervlaktewater belasten. Het is daarom van belang om er in eerste instantie voor te waken dat regenwater verder wordt verontreinigd. Dat kan worden bereikt door de oppervlaktes waarop regenwater valt schoon te houden (bijv. wegen en parkeerterreinen) door geen bestrijdingsmiddelen te gebruiken en rekening te houden met het gebruik van strooizout of het gebruik van uitlogende materialen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet zoveel mogelijk worden voorkomen dat regenwater wordt gemengd met andere waterstromen. Denk bijvoorbeeld aan het mengen met huishoudelijk afvalwater in het gemengde rioolstelsel. Bij nieuwe ontwikkelingen moet daarom worden onderzocht of het regenwater gescheiden kan worden afgevoerd. Water is belangrijk voor het welzijn van mens en dier. In bebouwd gebied vormt het tevens een belangrijk ordenend en esthetisch element. Om aan dit doel te voldoen is het belangrijk dat het water van goede kwaliteit is en voldoende zuurstof bevat.