Bijlage 1 - Bestemmingsplan 'Emmen, Schoonebeek, oude nederzettingen' (toelichting, regels en bijlagen)
Tekst van het document
Alles overziend zijn er vanuit het watertoetsproces geen zaken die verder uitgewerkt moeten worden. Er treden geen belemmeringen op ten aanzien van het aspect water.
29
bestemmingsplan Emmen, Schoonebeek, oude nederzettingen
30
bestemmingsplan Emmen, Schoonebeek, oude nederzettingen
Hoofdstuk 4 4.1
Ruimtelijke structuur
Ontstaansgeschiedenis
De teksten in deze paragraaf zijn samengevat uit het rapport 'Cultuurhistorische analyse Westerse Bos, Middendorp en Oosterse Bos 2018' dat als bijlage 3 bij de regels is gevoegd. Dit rapport is onder andere gebaseerd op de “Cultuurhistorische waardering bebouwing en omliggend landschap, auteur Drents Plateau” 2008, dat als bijlage 5 bij de regels is gevoegd. 4.1.1
Landschap
Inleiding Het huidige landschap rondom de drie buurtschappen Westerse Bos, Middendorp en Oosterse Bos is het resultaat van een eeuwenlange ontwikkeling. Voor de vorming van het landschap van de buurtschappen en hun omgeving zijn vooral de laatste twee ijstijden, het Saalien en Weichelien, en de warmer wordende periode daarna, het Holoceen, van belang geweest. Daarnaast heeft de mens, afhankelijk van de wensen en beschikbare technische mogelijkheden in een bepaalde tijd, het landschap aangepast en veranderd. Iedere tijdsperiode heeft zo zijn eigen karakteristieken aan het landschap toegevoegd. Hierbij werd het voorgaande soms geheel maar vaak ook slechts gedeeltelijk uitgewist. Het resultaat is dat het huidige landschap een gelaagd landschap is met, naast elkaar, elementen en structuren uit verschillende tijdsperiodes. In cultuurhistorisch opzicht is het dus een rijk landschap. Aard- en bodemkundige ondergrond Het veen rondom de drie buurtschappen is vanaf de Middeleeuwen voor agrarische doeleinden ontgonnen en in een later stadium soms niet, soms gedeeltelijk en soms geheel afgegraven. Dit betekent dat er her en der nog veenlagen aanwezig zijn die in hoogte verschillen door inklinking, vertering door veenbranden, het al dan niet opbrengen van mest en het afsteken van turf(strooisel) voor eigen gebruik.
Dit, in combinatie met bos(stroken) en bomenrijen of singels, zorgt voor een uniek kleinschalig landschap met her en der (micro)reliëf als gevolg van de verschillen in zowel de ondergrond als de ontginningsgeschiedenis. Het landschap van de buurtschappen Westerse Bos, Middendorp en Oosterse Bos Het landschap rondom de buurtschappen is ook een dynamisch landschap. Wanneer de kaart van 2014 naast die van 1900 wordt gelegd, wordt duidelijk welke ingrijpende ontwikkelingen in een relatief korte periode hebben plaatsgevonden. Zo zijn delen van het hoogveen afgegraven en is Schoonebeek rondom het voormalige Kerkeinde sterk uitgebreid. Ook heeft de oliewinning tot op de dag van vandaag invloed op de inrichting van het landschap. Dit betekent dat het gebied naast oude ook jonge landschappen kent en ook op dit moment is er nog steeds sprake van een grote mate van dynamiek. Voordat het veen werd ontgonnen en daarna op bepaalde plaatsen werd afgegraven lagen de drie buurtschappen op de overgang van een groot veengebied, het Bourtanger veen, en het beekdal van het Schoonebekerdiep. Historisch geografisch wordt het gebied rondom Schoonebeek gerekend tot het veenlandschap. Hierbij wordt een onderscheid wordt gemaakt tussen het oudere agrarische veenontginningslandschap en het jongere vervenings- of turfwinningslandschap.
Het oude veenontginningslandschap is ontstaan in de Middeleeuwen en had tot doel de ontginning van het veen ten behoeve van de landbouw. Het jongere verveningslandschap is rondom Schoonebeek vooral in de 20ste eeuw ontstaan en had turfwinning als doel. Hiervoor werd het veen soms gedeeltelijk soms geheel afgegraven. Schoonebeek kent ook een mengvorm van beide ontginningen; het oude agrarische veenlandschap dat later deels is vergraven voor de winning van turf. Dit betekent dat het landschap rondom Schoonebeek ook een grote variatie heeft. De eerste kolonisten Uit archeologische vondsten is gebleken dat met name in het mesolithicum (9000 – 4900 v. Chr.) jagers en vissers in het gebied hebben rondgetrokken. Ook is in 1894 tijdens het turfsteken een opslagplaats met zes
31
bestemmingsplan Emmen, Schoonebeek, oude nederzettingen
bronzen voorwerpen uit de late Bronstijd (ca. 800 v. Chr.) gevonden. Echter, zowel in het Mesolithicum als de Bronstijd was geen sprake van permanente bewoning. Onderzoek heeft uitgewezen dat de eerste permanente bewoning dateert uit de Middeleeuwen. Wanneer de eerste bewoners zich precies in het gebied vestigden en waar zij vandaan kwamen is echter niet bekend. Omdat er weinig schriftelijk materiaal is, wordt in de literatuur meestal de oorsprong van Schoonebeek in termen van “vanaf de 11e eeuw” beschreven. De conclusie is dat aangenomen mag worden vanaf de 11e eeuw het gebied permanent is bewoond, waarbij onduidelijk is waar de eerste bewoners precies vandaan kwamen. De agrarische randveenontginningen in historisch perspectief De eerste kolonisten die zich permanent in het gebied vestigden troffen een nat en vrij onherbergzaam landschap aan. Hoewel een exact beeld van de oorspronkelijke natuurlijke gesteldheid ontbreekt, mag er van worden uitgegaan dat in het beekdal van het Schoonebekerdiep vrij ondoordringbare broekbossen lagen met onder andere wilg en els en zegges (grassen) als ondergroei. Ten noorden van het Schoonebekerdiep lag het grote hoogveenmoeras, het Boertangerveen. In deze voedselarme, natte omgeving groeiden vrijwel geen bomen en was dus sprake van een open boomloos landschap.
Uit onderzoek is gebleken dat de eerste kolonisten van hoogveengebieden zich vestigden op de overgang tussen het beekdal en het hoogveen. Loodrecht op de beek werden sloten gegraven waarbij rekening werd gehouden met het hoogste punt op het veen en de stroomrichting van de beek. Op deze manier maakte men gebruik van de natuurlijke afhelling van het veen. Hoogveen is immers koepelvormig en het water stroomde zo vanzelf van de veenkoepel af richting beek. De ontginningsstructuur van de drie buurtschappen heeft bepaalde karakteristieken die enigszins doen denken aan die van een esdorp en andere die juist passen bij een (rand)veenontginning. Zo leek de oorspronkelijke bebouwingstructuur grofweg op die van een esdorp. De boerderijen lagen als kleine onregelmatige clustertjes met enkele erven bijeen. Deze clusters bestonden uit familiegroepen die waarschijnlijk het resultaat waren van vroegere erfsplitsingen. Een dergelijke structuur leek meer op die van een esdorp dan die van een (rand)veenontginning waarbij de boerderijen naast elkaar langs de ontginningsas (weg of beek) lagen. Het verkavelingspatroon direct rondom de boerderijen was vrij onregelmatig en blokvormig en kwam min of meer overeen met die van een esdorp.
32
bestemmingsplan Emmen, Schoonebeek, oude nederzettingen
Afbeelding 4.1 Chromotopografische kaart 1910 Verveningen Vanaf 1850 kwamen de verveningen ten noorden van Schoonebeek in de toenmalige gemeente Emmen op gang. In 1860 – 1866 kwamen het Dommerskanaal en de Zuidersloot gereed ter ontsluiting van de venen op het grondgebied van de gemeente Emmen. De Zuidersloot vormde gedeeltelijk de grens tussen de gemeente Emmen en het grondgebied van Schoonebeek (toen nog gemeente Dalen). In 1884 kwam het Stieltjeskanaal gereed. Al met al is de conclusie gerechtvaardigd dat de verveningen in Schoonebeek in vergelijking met Emmen een geringe economische rol hebben gespeeld. Echter, de invloed op het landschap is tot op de dag van vandaag nog herkenbaar. Omdat sommige delen niet, andere gedeeltelijk en weer andere wel zijn verveend, kent het gebied namelijk veel verschillen in reliëf. Ook zorgt de combinatie van de oude smalle strookverkaveling met aanpalend gebieden met brede veenkoloniale wijken (brede sloten) voor een afwisselend landschap waarin de verschillende stadia van de veengeschiedenis wordt weerspiegeld. Aardoliewinning Naast de veenontginningen heeft ook de aardoliewinning zijn sporen nagelaten in het landschap. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, in 1943, werd door de toenmalige Bataafse Petroleum Maatschappij een olieveld ontdekt van zestien bij vijf kilometer met een totale hoeveelheid van 170 miljoen kubieke meter olie.
Tijdens de oorlog werd er weinig olie geproduceerd. Nadat in 1947 de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) werd opgericht kwam de oliewinning goed op gang. De oliewinning zorgde enerzijds voor veel werkgelegenheid. In de jaren tachtig van de vorige eeuw verzorgde de olie-industrie plus toeleveranciers samen ruim veertig procent van de Schoonebeker werkgelegenheid. De oliewinning had ook zijn effect op het landschap: ja-knikkers werden opgericht en er werd maar liefst 130 kilometer aan wegen aangelegd om de installaties te bereiken. De wegen volgden vooral de reeds bestaande verkavelingstructuur waardoor de opstrekkende verkavelde percelen wel beter bereikbaar werden omdat de boeren de wegen vrij mochten gebruiken. Omdat de boeren huurinkomsten kregen van de productielocaties op hun land is er altijd weinig belangstelling geweest om over te gaan tot ruilverkaveling. Hierdoor is veel van de oude verkavelingstructuur tot op de dag van vandaag nog herkenbaar. Dit betekent ook dat de agrarische sector
33
bestemmingsplan Emmen, Schoonebeek, oude nederzettingen
langer kleinschalig is gebleven. Conclusie Nadat de eerste kolonisten zich hadden gevestigd op de overgang tussen het beekdal van het Schoonebekerdiep en het grote hoogveengebied, het Bourtangerveen, is gebied rondom de buurtschappen ontgonnen door middel van het recht van opstrek. Dit heeft geleid tot de, voor een agrarische veenontginning zo karakteristieke, strokenverkaveling. Hoewel de bedrijfsvoering door de eeuwen heen regelmatig is veranderd is de strokenverkaveling tot op de dag van vandaag nog steeds herkenbaar. Datzelfde geldt, soms in meer en soms in mindere mate, voor de bebouwing-, paden- en groenstructuur rondom de buurtschappen. Omdat er per buurtschap verschillen zijn, zal in de volgende paragrafen dan ook specifiek de ruimtelijke structuur van de drie buurtschappen worden geanalyseerd.
4.2
Ruimtelijke structuur Westerse Bos
In deze paragraaf wordt de ruimtelijke structuur van Westerse Bos besproken. Er wordt ingegaan op het beschermd dorpsgezicht, bebouwingsstructuur, wegenstructuur, verkavelingsstructuur, groenstructuur en conclusies en ruimtelijke voorwaarden. 4.2.1
Beschermd dorpsgezicht
Zowel Westerse Bos als Oosterse Bos is sinds 1969 een beschermd dorpsgezicht. De toelichting is als volgt geformuleerd: “Oud-Schoonebeek is één van de streekdorpen, die op de drentse veengronden in de zuid-oosthoek van de provincie tot ontwikkeling zijn gekomen. De structuur van dit type nederzetting wijkt sterk af van de aanleg van de plaatsen, welke op de diluviale gronden zijn ontstaan, z.g. brinkdorpen. Het karakter van vele van de langgerekte streekdorpen is door allerlei wijzigingen en vernieuwingen sterk veranderd, het dorpsbeeld heeft daarbij veel aan aantrekkelijheid ingeboet. Een gunstige uitzondering op deze ontwikkeling vormt Oud-Schoonebeek, waarvan een tweetal delen, de buurschappen ‘Oosterse Bos’ en ‘Westerse Bos’ in oorspronkelijke staat bewaard is gebleven. De hier aanwezige boerderijen behoren tot de mooiste die in dit gewest worden aangetroffen. Specifiek voor Westerse Bos staat beschreven: "De buurschap Westerse Bos, gelegen ten noorden van de Nieuw Amsterdamseweg, bestaat uit een aantal aan de Linthorst Homanlaan (opm.: straatnaam anno 2018: Westersebos) liggende boerderijen, waarvan vooral de nrs 5, 8-10, 12-14, 11-13, 17, 21, 23, 26-28 en 30 van bijzonder goede kwaliteit zijn. Vele van de onder deze nummers ressorterende opstallen zijn nog voorzien van met riet beklede topgevels en bestaan nog ten dele uit vakwerkbouw.
De wijze waarop de hoeven aan beide zijden van de weg gesitueerd zijn, op zich ver landinwaarts uitstrekkende paralelle kavels, verleent aan de buurschap een voor het Drentse streekdorp typerend karakter. Voor het behoud van het aspect zijn de mede binnen de omgrenzing getrokken akkers onontbeerlijk”. 4.2.2
Bebouwingstructuur
Westerse Bos is een in de gemeente Emmen gelegen nederzetting met een kleinschalig karakter. Westerse Bos leek in vergelijking met Middendorp en Oosterse Bos in die tijd het meest op de lineaire bebouwingstructuur die zo karakteristiek is voor historische agrarische veenontginningen. Op pagina 22 van het rapport 'Cultuurhistorische analyse Westerse Bos, Middendorp en Oosterse Bos 2018' is schematisch de ontwikkeling van de bebouwingsstructuur in beeld gebracht. In 1832 bestond de bebouwing van Westerse Bos uit twee grote groepen boerderijen met daartussen een alleenstaande boerderij met schuur. Het oostelijke cluster zou ook als een verspringende rij boerderijen kunnen worden omschreven. Echter, hoewel de boerderijen in het oostelijke deel meer op één lijn lijken te liggen, is niet echt sprake van één rooilijn. Bovendien hadden de boerderijen verschillende nokrichtingen. Van een ‘normale’ lineaire structuur was dus geen sprake. De bebouwingstructuur van het westelijke cluster doet denken aan die van een klein esdorp. Er is namelijk sprake van een losse structuur met één of enkele hoofdgebouwen (boerderijen) met meerdere bijgebouwen. Binnen en tussen de clusters zijn grote en kleine open ruimten en doorzichten. Voor geheel Westerse Bos gold dat er sprake was van grote variatie van de positionering van de gebouwen ten opzichte van elkaar en daarmee ook van nokrichtingen.
In 1832 was er
34
bestemmingsplan Emmen, Schoonebeek, oude nederzettingen
nog steeds geen bebouwing langs de Europaweg. Rond 1910 was de bebouwingstructuur in Westerse Bos zelf relatief weinig veranderd. Er was vooral bebouwing buiten het buurtschap, namelijk langs de Europaweg, toegenomen. Ook in de periode 1910 – 1975 veranderde de hoofdstructuur van het buurtschap vrijwel niet. Na 1975 is er een aantal gebouwen, vooral schuren, toegenomen waarbij zowel de korrel als ligging van deze nieuwbouw afwijkt van de historische bebouwingstructuur. De omvang van deze schuren is namelijk niet alleen groter, zij zijn ook recht op de kavel geplaatst. Bovendien is een deel van deze schuren buiten de bestaande bebouwing geplaatst waardoor ze ook vrij prominent in het zicht staan. Vooral de omvangrijke schuren aan de zuidkant van Westerse Bos hebben geleid tot een verdichting van de voormalige open ruimte tussen het buurtschap en de Europaweg. Deze verdichting is verder versterkt door de recente nieuwbouw van oliewinningsinstallaties. Al met al betekent dit dat de historische losse bebouwingstructuur waarbij de boerderijen met bijgebouwen in onregelmatige groepjes met verspringende rooilijnen bij elkaar liggen vrij gaaf en herkenbaar aanwezig is. Deze structuur is echter voornamelijk waarneembaar in het buurtschap zelf. Dit in tegenstelling tot het visuele beeld van buitenaf richting het buurtschap.
De grote nieuwbouwschuren en de NAM-locaties bepalen aan de zuidkant het beeld en belemmeren het zicht op de historische bebouwingstructuur van Westerse Bos. Daarnaast is door de toename van de bebouwing langs de Europaweg het zicht in de loop der tijd ook beperkter geworden. De historische situering waarbij vanaf het noorden (het veen) zicht was op het buurtschap, en andersom vanuit het buurtschap zicht op de omliggende landschap is nog vrij goed aanwezig. Aan de noordzijde van het buurtschap zijn de zichtlijnen op het landschap dan ook behouden gebleven en vanaf de Oldenhuis-Gratemaweg is nog steeds zicht op het buurtschap. 4.2.3
Wegenstructuur
De huidige Europaweg werd al in de Hottingeratlas uit 1773 – 1794 weergegeven. Daarnaast liepen er in die tijd twee paden vanaf Westerse Bos richting deze weg. Beide paden liepen evenwijdig aan de strokenverkaveling, terwijl het oostelijke pad eveneens aan beide zijden was beplant met bomen. Op pagina 26 van het rapport 'Cultuurhistorische analyse Westerse Bos, Middendorp en Oosterse Bos 2018' is een reconstructie van de totale wegenstructuur te zien. De kadastrale kaart van 1832 van Westerse Bos laat slechts aan de oostzijde van het buurtschap een oost – west gericht pad zien. De kaart uit 1910 geeft een uitgebreidere padenstructuur weer. Vanuit de verschillende clustertjes boerderijen liepen onverharde paden richting zowel de Europaweg als het veen. De padenstructuur liep hierbij evenwijdig aan de strookvormige verkavelingstructuur. Al met al was in die tijd de padenstructuur in lijn met de verkavelingstructuur noordwest – zuidoost gericht. Bijzonder detail is dat het aantal paden dat richting Europaweg liep in Westerse Bos hoger is dan in de twee andere buurtschappen. Ook liepen er in Westerse Bos meerdere paden direct naast elkaar. In tegenstelling tot Westerse Bos kende Middendorp slechts één zo’n ‘dubbelpad’ met twee paden direct naast elkaar. Oosterse Bos kende geen dubbelpaden.
In tegenstelling tot de beide andere buurtschappen liepen er rond 1910 ook al veel paden vanuit Westerse Bos richting het noordelijk gelegen veen. In de crisisperiode van de jaren dertig van de vorige eeuw is in het kader van de werkverschaffing een nieuwe, verharde oost – west georiënteerde, weg aangelegd die de verschillende cluster boerderijen met elkaar verbond. Deze fasering in de tijd heeft geleid tot het bochtige tracé waarbij de passant een grote diversiteit aan grotere en kleinere ruimten en doorzichten passeert met gevarieerde clustertjes van ‘verspringende’ bebouwing. Hiermee wijkt het tracé dus af van veel andere randveenontginningen waar de weg vóór of tegelijkertijd met de bebouwing als ontginningsas werd aangelegd. In 1930 was noord - zuid lopende weg, de huidige N853, verhard. De huidige Klaassensweg is na 1935 verhard. In tegenstelling tot de beide andere buurtschappen nam in de periode 1930 – 1935 het aantal paden in Westerse Bos richting het veen vrijwel niet meer toe. In Westerse Bos waren de paden namelijk al in vóór 1910 aangelegd. De vondst van het olieveld tijdens WOII leidde vooral na de oorlog tot grote infrastructurele werken in Schoonebeek en omgeving.
35
bestemmingsplan Emmen, Schoonebeek, oude nederzettingen
In de periode 1955 – 1963 verdween vooral het een aantal onverharde paden richting Europaweg. Ten noorden van Westerse Bos was het aantal jaknikkers toegenomen. De toegang tot deze installaties vond deels plaats via de reeds bestaande paden. In 1973 waren de paden richting de jaknikkers als verhard weergegeven. Vergelijkbaar met de andere buurtschappen volgden deze verharde wegen ook hier de oude paden- en verkavelingstructuur. Met het verdwijnen van de jaknikkers, vooral na de tweede helft van de jaren tachtig zijn ook een aantal paden verdwenen. Echter, tot op de dag van vandaag zijn er vanaf de Oldenhuis Gratemaweg nog steeds (restanten van) paden aanwezig. Ten behoeve van de oliewinning is na 1987 in het gebied tussen Westerse Bos en de Europaweg, loodrecht op de historische verkavelingstructuur, een pad naast de pijpleidingen en de brede afwateringsloot aangelegd. Deze optelsom van pad, buizen en brede sloot dwars op de oude structuur in een gebiedje van nog geen kilometer breed heeft in visueel opzicht tot een rommelig geheel geleid. 4.2.4
Verkavelingsstructuur
De kadastrale kaarten uit 1832 zijn de eerste kaarten waarop de verkavelingsstructuur op schaal zijn weergegeven. De zo karakteristieke strokenverkaveling waarbij het recht van opstrek vanaf het Schoonbekerdiep tot ver in het veen liep is goed herkenbaar op de kaart (zie pagina 28 van het rapport 'Cultuurhistorische analyse Westerse Bos, Middendorp en Oosterse Bos 2018'). Oorspronkelijk liep ten noorden van Westerse Bos de strokenverkaveling voorbij het Stieltjeskanaal. De ruilverkaveling uit de tweede helft van de vorige eeuw heeft relatief weinig invloed op de verkavelingstructuur ten noorden van Westerse Bos gehad. Ten zuiden van Westerse Bos zijn wel nog enkele percelen samengevoegd. In de periode 1965 – 1975 werd tussen de Europaweg en Westerse Bos de karakteristieke noord – zuid gerichte strokenverkavelingsstructuur voor het eerst doorbroken door de aanleg van de al eerder genoemde brede oost – west gerichte afwateringsloot halverwege de Europaweg en het buurtschap. De aanleg van buizen, pad en brede sloot heeft de noord – zuid structuur visueel verzwakt. Bijzonder detail van de huidige verkaveling bij alle drie buurtschappen is het (micro)reliëf dat mede is ontstaan als gevolg van het recht van opstrek. Door dit recht bewerkte iedere individuele boer zijn eigen strook veen.
Dit betekent dat her en der nog veenlagen aanwezig zijn die in hoogte variëren door verschillen in inklinking, oxidatie, veenbranden ten behoeve boekweitteelt, al dan niet voortdurend opbrengen van mest of afsteken van turf voor eigen gebruik. Daarnaast is door het (gedeeltelijk) verdwijnen van het veen de pleistocene ondergrond met zijn dekzandkoppen aan het oppervlak komen te liggen. Deze combinatie van de ondergrond en ontginning zorgt in de gehele omgeving van Schoonebeek en Nieuw-Schoonbeek voor een bijzonder (micro)reliëf op kavelniveau. 4.2.5
Groenstructuur
Oorspronkelijk bestond het groen in alle drie buurtschappen vrijwel geheel uit ‘gebruiks’groen; groen dus dat vooral nuttig was voor het dagelijks gebruik en niet zozeer als tegenwoordig voor de sierwaarde. Het betrof vooral erfbosjes, fruitboomgaarden, perceelsrandbegroeiing en moestuinen. De bosjes en randbegroeiing deden dienst als veekering en/of hak-, gereedschap- of bouwhout. Al in de Hottingeratlas uit 1773 – 1794 leken de boerderijen in een groene oase te liggen. Rondom de bebouwing was veel beplanting van bomen, bosjes en perceelsbegroeiing. In Westerse Bos was bovendien een pad richting de huidige Europaweg beplant met bomen en ook enkele perceelsranden richting het veen waren beplant. Ook de kaart van 1910 laat de karakteristieke erfbosjes en opgaande beplanting rondom de bebouwing goed te zien (zie pag. 30 van het rapport 'Cultuurhistorische analyse Westerse Bos, Middendorp en Oosterse Bos 2018' ). In vergelijking met de twee andere buurtschappen had Westerse Bos relatief veel hagen en bomen als perceelsrandbegroeiing. Deze hagen als perceelsrand lagen vooral tussen het buurtschap en de Europaweg en in mindere mate in noordelijke richting het veen. Aan de noordzijde van het buurtschap lagen zij vooral rondom de weilandjes dicht bij de bebouwing.
Nadat in de jaren dertig van de vorige eeuw de oost – west gerichte weg was verhard, zijn nadien langs deze weg bomen geplant.
36
bestemmingsplan Emmen, Schoonebeek, oude nederzettingen
Vanaf 1955 zijn de zo karakteristieke erfbosjes in het oostelijke deel van Westerse Bos wat afgenomen. De bosjes of bomengroepen rondom de boerderijen in het westelijke deel hebben daarentegen goed stand gehouden. Ook nam de perceelsrandbeplanting (bomenrijen en hagen) na 1955 zodanig af dat zij vrijwel allemaal zijn verdwenen. Tussen het Westerse Bos en de Europaweg staan nog enkele restanten van bomenrijen. Deze restanten staan echter vooral ten zuiden van het plangebied van het bestemmingsplan. Richting het noorden herinneren ook enkele bomenrijen nog aan de oude perceelsrandbegroeiing. De conclusie is dat Westerse Bos nog steeds een aantal cultuurhistorische groenstructuren kent die nauw samenhangen met het agrarische verleden van deze veenontginning en die tot op de dag van vandaag beeldbepalend zijn voor het buurtschap. Het betreft vooral de bosjes en solitaire bomen op en rond de privéterreinen en (restanten van) bomenrijen of houtwallen. Hoewel niet direct gerelateerd aan de veenontginning en pas in de 20ste eeuw aangeplant, is de laanbeplanting langs de weg Westersebos inmiddels beeldbepalend. Ook is de aanwezigheid van grasbermen, of beter; de afwezigheid van sierbeplanting in de berm, in cultuurhistorisch opzicht belangrijk omdat het mede het landelijke en dorpse karakter bepaalt. 4.2.6
Conclusie en ruimtelijke voorwaarden
In Westerse Bos is de losse, gevarieerde, bebouwingstructuur waarbij de boerderijen als ‘strooigoed’ zonder een vaste rooilijn ten opzichte van elkaar staan en waarbij sprake is van open ruimten tussen zowel de boerderijen als de verschillende clusters boerderijen is tot op de dag van vandaag nog goed herkenbaar. De nog aanwezige strookvormige verkavelingstructuur en de daaraan evenwijdige paden en restanten beplanting, in combinatie met her en der microreliëf, geven nog steeds een goed beeld van de historische langwerpige strookverkaveling die samenhing met het recht van opstrek richting Schoonerbekerdiep en het veen. Deze strokenverkaveling is vooral rondom het meest westelijke en het meest oostelijke deel van Westerse Bos nog het meest gaaf aanwezig. In het middelste deel van het buurtschap is deze deels verdwenen door samenvoeging van kavels en de bouw van omvangrijke schuren en oliewinningsinstallaties. De oost – west gerichte brede afwateringssloot met weg en pijpleidingen verstoren bovendien het beeld. Het opgaand groen van de bosjes rondom de losjes gegroepeerde boerderijen is voor het merendeel aanwezig. Dat geldt in veel mindere mate voor de bomenrijen en perceelsrandbegroeiing. Alle hagen als perceelsrand zijn verdwenen en de huidige bomenrijen zijn slechts enkele relicten uit een veel groter bestand aan houtopstanden uit het verleden.
Al met al zorgt in het Westerse Bos de optelsom van de nog aanwezige historische bebouwingstructuur en groenstructuur en in mindere mate verkavelingstructuur en wegenstructuur voor een grote cultuurhistorische en visueel ruimtelijke samenhang. Dit geldt vooral voor het westelijke gedeelte van het buurtschap met het groepje rijksmonumentale boerderijen en bosjes. Bovengenoemde leidt tot de volgende essentiële ruimtelijke voorwaarden: Westerse Bos is een beschermd dorpsgezicht. Een combinatie van structuur- en beeldbepalende bebouwing met een losse bebouwingsstructuur waarbij zowel de nokrichtingen als de positie ten opzichte van elkaar en de weg varieert. Open ruimten tussen de gebouwen onderling en de hoofdweg en groepjes gebouwen. Karakteristieke opstrekkende strokenverkaveling richting Europaweg/Schoonebekerdiep en het voormalige veen in het noorden. Onverharde paden evenwijdig aan de strokenverkaveling. Opgaand geboomte langs stroken percelen en/of onverharde paden. Open ruimtes en zichtlijnen tussen Westerse Bos en de Europaweg en Westerse Bos richting het noorden.
37
bestemmingsplan Emmen, Schoonebeek, oude nederzettingen
Waardevol reliëf in en rond de nederzetting. Besloten kleinschalig karakter door veel opgaand geboomte, bosjes en perceelsrandbegroeiing. Karakteristieke beplanting in het buurtschap en evenwijdig aan de strokenverkaveling. Bestaande breedte en de klinkerverharding van de hoofdweg zijn beide beeldbepalend. Bomen langs de hoofdweg bepalen mede besloten beeld. De waardering van de ruimtelijke structuur is vertaald op de kaart in het rapport 'Weerdinge, het landschap en dorp in historisch perspectief'. Het rapport en de bijbehorende kaart zijn opgenomen als Bijlage 3 en Bijlage 4 bij de regels van het bestemmingsplan. Zowel bij het bepalen van de huidige bestemmingen en bouwvlakken als bij toekomstige initiatieven, afwijkingen en wijzigingen van het bestemmingsplan wordt dit rapport met de waardering van de ruimtelijke structuur in acht genomen. Hierop wordt in Hoofdstuk 5 nader ingegaan.
4.3
Ruimtelijke structuur Middendorp
In deze paragraaf wordt de ruimtelijke structuur van Middendorp besproken. Er wordt ingegaan op de bebouwingsstructuur, wegenstructuur, verkavelingsstructuur, groenstructuur en conclusies en ruimtelijke voorwaarden. 4.3.1
Bebouwingstructuur
Middendorp is een in de gemeente Emmen gelegen nederzetting met een kleinschalig karakter. In tegenstelling tot de meeste oude agrarische veenontginningen in andere delen van Nederland had Middendorp geen lineaire bebouwingstructuur. Het buurtschap bestond uit een paar losse groepjes boerderijen. Op pagina 36 van het rapport 'Cultuurhistorische analyse Westerse Bos, Middendorp en Oosterse Bos 2018' is schematisch de ontwikkeling van de bebouwingsstructuur in beeld gebracht. In 1832 bestond de bebouwing van Middendorp uit een viertal, in omvang variërende, clusters en twee alleenstaande boerderijen. De losse bebouwingstructuur van ieder clustertje doet denken aan die van een mini esdorp. Vergelijkbaar met een esdorp was namelijk sprake van verspringende rooilijnen van de gebouwen met een grote variatie in de positionering van de gebouwen ten opzichte van elkaar en daarmee ook van nokrichtingen. Evenals bij Westerse Bos en Oosterse Bos is bij Middendorp uit alleen de bebouwingstructuur dan ook moeilijk het traject van de weg en de strookvormige verkavelingstructuur af te leiden. In de periode 1832 - 1910 veranderde de bebouwingstructuur van het buurtschap niet. In deze periode werden buiten het buurtschap, namelijk langs de Europaweg, wel enkele woningen opgericht. De topografische kaart van 1910 geeft langs de Europaweg ook een kazerne weer.
Daarnaast is een zwart vlaggetje getekend op deze kaart, een legendaeenheid die staat voor ‘gemeentehuis’ (zie kaart op pag. 38 van het rapport 'Cultuurhistorische analyse Westerse Bos, Middendorp en Oosterse Bos 2018'). De vlag stond getekend op de plaats waar nu het ‘Mannihof’ staat. Deze legenda-eenheid, het vlaggetje, stond tot op de topografische kaart van 1963 vermeld. Vanaf 1955 is vooral de directe omgeving van Middendorp aanzienlijk veranderd door de uitbreiding van het dorp Schoonebeek, voorheen Kerkeind(e) genoemd. Hierbij zijn tussen Middendorp en de Europaweg woonwijkjes en sportvelden aangelegd waardoor er vanaf de Europaweg geen zicht meer is op het buurtschap. In Middendorp zelf zijn in de periode 1987 – 2005 een aantal, grote schuren gebouwd waarvan de korrel duidelijk groter is dan de historische bebouwing. Deze nieuwbouw van schuren heeft deels binnen en deels buiten de bestaande bebouwing plaatsgevonden. De conclusie ten aanzien van de bebouwingstructuur is dat de historische clusters met hun losse structuur
38
bestemmingsplan Emmen, Schoonebeek, oude nederzettingen
van boerderijen met bijgebouwen in verspringende rooilijnen nog redelijk gaaf en herkenbaar aanwezig is. Dit geldt vooral voor de westelijke helft van het buurtschap. Ook is nog steeds sprake van een alleenstaande, inmiddels rijksmonumentale, boerderij tussen de twee clusters. Het beeld in het oostelijke deel van het buurtschap wordt mede bepaald door de grote, relatief nieuwe, schuren en kuilhopen. De historische situering waarbij vanaf de Europaweg zicht was op het buurtschap en andersom vanuit het buurtschap zicht op de omliggende landschap is ten zuiden van de Albstraat verdwenen door de dorpsuitbreidingen van Schoonebeek. Aan de noordzijde van Middendorp zijn deze zichtlijnen op het landschap daarentegen wel behouden gebleven. 4.3.2
Wegenstructuur
De huidige Europaweg werd al in de Hottingeratlas uit 1773 – 1794 weergegeven. De bebouwing van Middendorp lag ten noorden van deze weg. Opmerkelijk was dat, in tegenstelling tot de buurtschappen Westerse Bos en Oosterse Bos, de kaart geen paden vanuit Middendorp richting de Europaweg weergeeft. Op pagina 40 van het rapport 'Cultuurhistorische analyse Westerse Bos, Middendorp en Oosterse Bos 2018' is een reconstructie van de totale wegenstructuur te zien. De kaarten uit 1850 en 1910 geven wel een padenstrucuur weer. Vanuit de verschillende clustertjes boerderijen liepen onverharde paden richting zowel de Europaweg als het veen. De padenstructuur liep hierbij evenwijdig aan de strookvormige verkavelingstructuur. Tussen de verschillende clusters liep in die tijd nog geen pad. Pas in de crisisperiode van de jaren dertig van de vorige eeuw is in het kader van de werkverschaffing een nieuwe, verharde oost – west georiënteerde, weg aangelegd die de verschillende cluster met elkaar verbond. Hierbij werd aan de westzijde een bestaand pad, te weten de huidige Norbruislaan, richting Europaweg verhard, terwijl aan de oostzijde een geheel nieuwe weg, de huidige Prinsenhofweg, werd aangelegd.
Het nieuwe oost – west gerichte tracé van de weg werd bepaald door de reeds bestaande bebouwing en werden niet zoals bij veel andere randveenontginningen de weg en de woningbouw gelijktijdig aangelegd. Dit heeft geleid tot het bochtige tracé waarbij de passant een grote diversiteit aan grotere en kleinere ruimten en doorzichten passeert met gevarieerde clustertjes van ‘verspringende’ bebouwing. In de periode 1930 – 1935 nam ook het aantal paden richting het noordelijk gelegen veen toe. De vondst van het olieveld tijdens WOII leidde vooral na de oorlog tot grote infrastructurele werken. In 1955 was de Valendisweg aangelegd. In de periode 1955 – 1963 verdwenen vooral de onverharde paden tussen Middendorp en de Europaweg en in veel mindere mate richting Valendisweg. Al met al is binnen het plangebied van het bestemmingsplan de historische padenstructuur verdwenen. De twee paden vanaf de Albstraat richting het meest westelijk gelegen clustertje van drie boerderijen zijn nog een klein restant van twee oude onverharde paden. 4.3.3
Verkavelingsstructuur
De zo karakteristieke smalle strokenverkaveling waarbij het recht van opstrek vanaf het Schoonbekerdiep tot ver in het veen liep is goed herkenbaar. De smalle verkavelingsstructuur tussen Middendorp en de Europaweg is vrijwel onveranderd gebleven tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Vanaf de tweede helft van de jaren vijftig is deze strokenverkaveling tussen het buurtschap en de Europaweg doorbroken door de dorpsuitbreidingen en aanleg van de sportvelden. De aanleg van een brede oost – west gerichte afwateringsloot zorgde voor de verdere afbrokkeling van de oude verkavelingstructuur. Ten noorden van het buurtschap is de strookvormige verkavelingsstructuur nog vrij gaaf aanwezig (zie kaarten op pag. 42 van het rapport 'Cultuurhistorische analyse Westerse Bos, Middendorp en Oosterse Bos 2018'). Bijzonder detail van de huidige verkaveling bij alle drie buurtschappen is het (micro)reliëf dat mede is ontstaan als gevolg van het recht van opstrek. Door dit recht bewerkte iedere individuele boer zijn
39
bestemmingsplan Emmen, Schoonebeek, oude nederzettingen
eigen strook veen. Daarnaast is door het (gedeeltelijk) verdwijnen van het veen de pleistocene ondergrond met zijn dekzandkoppen aan het oppervlak komen te liggen. Deze combinatie van de ondergrond en ontginning zorgt in de gehele omgeving van Schoonebeek en Nieuw-Schoonbeek voor een bijzonder (micro)reliëf op kavelniveau. In het gebied ten noorden van Middendorp is door het egaliseren van de gronden het merendeel van dit reliëf verdwenen. Natuurlijk hebben dorpsuitbreidingen van Schoonebeek hetzelfde effect gehad. 4.3.4
Groenstructuur
Oorspronkelijk bestond het groen in alle drie buurtschappen vrijwel geheel uit ‘gebruiks’groen; groen dus dat vooral nuttig was voor het dagelijks gebruik en niet zozeer als tegenwoordig voor de sierwaarde. Het betrof vooral erfbosjes, fruitboomgaarden, perceelsrandbegroeiing en moestuinen. De bosjes en randbegroeiing deed dienst als veekering en hak-, gereedschap- of bouwhout. Al in de Hottingeratlas uit 1773 – 1794 leken de boerderijen in een groene oase te liggen. Rondom de bebouwing was veel beplanting van bomen, bosjes en perceelsbegroeiing. Ook de kaart van 1910 laat de karakteristieke erfbosjes en opgaande beplanting rondom de bebouwing goed te zien (zie tekening op pag. 44 van het rapport 'Cultuurhistorische analyse Westerse Bos, Middendorp en Oosterse Bos 2018'). In vergelijking met de twee andere buurtschappen was vooral in Middendorp rond 1910 de perceelsrandbegroeiing toegenomen. Middendorp kende in vergelijking met de twee andere buurtschappen in die tijd relatief meer houtwallen, ‘strooken hakhout’ genoemd. Deze houtwallen lagen vooral richting het noordelijk gelegen veen. In de periode 1930 – 1935, de periode waarin ook de doorgaande weg was aangelegd, namen vooral de bosjes rondom de boerderijen ten noorden van de weg en het oostelijke gedeelte van het buurtschap sterk af. Vanaf 1955 zijn de zo karakteristieke erfbosjes verder afgenomen.
De drie nog aanwezige bosjes zijn dan ook slechts relicten van veel omvangrijkere houtopstanden uit het verleden. Ook nam het aantal bomenrijen en perceelsrandbeplanting na 1955 zodanig af dat zij vrijwel allemaal zijn verdwenen. Eén bomenrij richting het noorden is na 1987 aangeplant. Hoewel dus jong, volgt deze rij wel een oud verkavelingspatroon en herinnert het aan de oude perceelsrandbegroeiing. Al met al is de historische groenstructuur met de erfbosjes en perceelsrandbegroeiing in Middendorp in vergelijking met de twee andere buurtschappen beperkter aanwezig. Vrijwel alle houtwallen richting het noorden zijn verdwenen en er resteren nog slechts enkele erfbosjes. 4.3.5
Conclusies en ruimtelijke voorwaarden
De losse, gevarieerde, bebouwingstructuur waarbij de boerderijen als ‘strooigoed’ zonder een vaste rooilijn ten opzichte van elkaar staan en waarbij sprake is van open ruimten tussen zowel de boerderijen als de verschillende clusters boerderijen is tot op de dag van vandaag nog vrij goed herkenbaar. Dit geldt vooral voor het westelijke deel van het buurtschap en de bebouwing rond de bocht in de weg. Het oostelijke deel van het buurtschap is daarentegen veel minder karakteristiek. Door de optelsom van dorpsuitbreidingen en de aanleg sportvelden ten zuiden van het buurtschap is de historische paden- en verkavelingstructuur en daarmee ook de visuele relatie met de Europaweg verdwenen. De nog aanwezige verkavelingstructuur ten noorden van het buurtschap geeft daarentegen nog steeds een vrij goed beeld van de historische strookverkaveling met zijn recht van opstrek. Het opgaand groen van de bosjes rondom de losjes gegroepeerde boerderijen is voor het merendeel verdwenen. Datzelfde geldt voor de bomenrijen en perceelsrandbegroeiing. De huidige bosjes en bomenrijen zijn slechts enkele relicten uit een veel groter bestand aan houtopstanden uit het verleden.
40
bestemmingsplan Emmen, Schoonebeek, oude nederzettingen
Doordat veel houtopstanden aan de noordkant van het buurtschap zijn verdwenen is tegenwoordig ruim zicht op de weilanden en verkavelingstructuur aldaar. De in de jaren dertig aangeplante bomen langs de Middendorp/Prinsenhofweg zorgen overigens wel voor een besloten en dorps karakter. Bovengenoemde leidt tot de volgende essentiële ruimtelijke voorwaarden: Een combinatie van structuur- en beeldbepalende bebouwing met een losse bebouwingsstructuur waarbij zowel de nokrichtingen als de positie ten opzichte van elkaar en de weg varieert. Open ruimten tussen de gebouwen onderling en de hoofdweg en groepjes gebouwen. Karakteristieke opstrekkende strokenverkaveling richting Europaweg/Schoonebekerdiep en het voormalige veen in het noorden. Onverharde paden evenwijdig aan de strokenverkaveling. Opgaand geboomte langs stroken percelen en/of onverharde paden. Open ruimtes en zichtlijnen tussen Middendorp en de Europaweg en Middendorp richting het noorden. Waardevol reliëf in en rond de nederzetting. Besloten kleinschalig karakter door veel opgaand geboomte, bosjes en perceelsrandbegroeiing. Karakteristieke beplanting in het buurtschap en evenwijdig aan de strokenverkaveling. Bestaande breedte en de klinkerverharding van de hoofdweg zijn beide beeldbepalend. Bomen langs de hoofdweg bepalen mede besloten beeld.
4.4
Ruimtelijke structuur Oosterse Bos
In deze paragraaf wordt de ruimtelijke structuur van Oosterse Bos besproken. Er wordt ingegaan op het beschermd dorpsgezicht, de bebouwingsstructuur, wegenstructuur, verkaverlingsstructuur, groenstructuur en conclusies en ruimtelijke voorwaarden. 4.4.1
Beschermd dorpsgezicht
Zowel Oosterse Bos als Westerse Bos is sinds 1969 een beschermd dorpsgezicht. Over Oosterse Bos wordt het volgende geschreven: "De buurschap Oosterse Bos, noordelijk van de Hoofdstraat gelegen, komt in kwaliteit overeen met Westerse Bos. Een vijftal hoeven aan de Vos van Steenwijklaan (anno 2018 Oostersebos), nrs. 4, 11, 13, 15 en 17 vormen hier al groepring een prachtig dorpsbeeld. De akkers aan weerzijden, die enerzijds reiken tot aan de Hoofdstraat en anderzijds zich eindweegs landinwaarts uitstrekken, omvatten de in een krans van beplanting gelegen opstallen op een zodanige wijze dat de buurschap zich duidelijk als zelfstandige gegeven in het open veld manifesteert. deze akkers zijn derhalve essentieel te achten voor het beeld”. 4.4.2
Bebouwingstructuur
Oosterse Bos had oorspronkelijk geen lineaire bebouwingstructuur met de bebouwing op min of meer dezelfde rooilijn langs een weg. Deze clustertjes boerderijen lagen op enige afstand van elkaar en niet op één lijn (zie kaart pag. 48 van het rapport 'Cultuurhistorische analyse Westerse Bos, Middendorp en Oosterse Bos 2018'). In 1832 bestond de bebouwing binnen het plangebied van het bestemmingsplan van het huidige Oosterse Bos uit een tweetal clusters. De bebouwing direct buiten de huidige oostelijke grens van het huidige bestemmingsplan lijkt in die tijd onderdeel uit te maken van het meest oostelijk gelegen cluster (zie tekening op pag. 50 van het rapport). Binnen het westelijk gelegen cluster kunnen weer drie kleinere groepjes bebouwing worden onderscheiden. Binnen en tussen de clusters waren grote en kleine open ruimten en doorzichten. De bebouwingstructuur van ieder cluster deed denken aan die van een klein esdorp. Er was namelijk sprake van een losse structuur met één of enkele hoofdgebouwen (boerderij) en meerdere bijgebouwen. Vergelijkbaar met een esdorp was sprake van verspringende rooilijnen van de gebouwen en een grote variatie van de positionering van de gebouwen ten opzichte van elkaar en daarmee ook van nokrichtingen Rond 1910 was de bebouwing toegenomen. Binnen het huidige plangebied was er een cluster ontstaan langs de Europaweg.
Opmerkelijk is het zwarte vlaggetje dat op de kaart van 1910 langs de Europaweg tussen Middendorp en Oosterse Bos is getekend. Dit vlaggetje staat voor de legenda-eenheid
41
bestemmingsplan Emmen, Schoonebeek, oude nederzettingen
‘gemeentehuis’. In de periode 1910 – 1975 veranderde de hoofdstructuur vrijwel niet. Tussen 1975 en 1987 is een aantal, grote schuren gebouwd waarvan de korrel duidelijk groter is dan die van de historische bebouwing. Al met al betekent dit dat de historische losse bebouwingstructuur van clusters boerderijen en bijgebouwen van het Oosterse Bos tot op de dag van vandaag nog gaaf en zeer herkenbaar aanwezig is. 4.4.3
Wegenstructuur
De huidige Europaweg werd al in de Hottingeratlas uit 1773 - 1794 weergegeven. De bebouwing lag ten noorden van deze weg. Vanaf deze bebouwing liepen een drietal paden richting Europaweg , waarbij langs de twee oostelijke (gedeeltelijk) beplanting stond (zie kaart pag. 54 rapport 'Cultuurhistorische analyse Westerse Bos, Middendorp en Oosterse Bos 2018'). Uit de kadastrale kaart uit 1832 kan via het verkavelingpatroon ook de wegenstructuur worden afgeleid. De toen al bestaande paden vanaf de bebouwing richting Europaweg werden ook hierop weergegeven. Daarnaast liep er een pad richting Europaweg maar sloot er niet op aan. Tenslotte liep tussen het oostelijke en westelijke gedeelte van het buurtschap in die tijd ook een pad. Rond 1910 is het aantal paden sterk toegenomen. Niet alleen tussen de Europaweg en de bebouwing, maar vooral ook vanaf Oosterse Bos richting de akkers op het veen. De padenstructuur lag hierbij evenwijdig aan de strookvormige verkavelingstructuur. In de periode 1910 – 1930 veranderde vrijwel niets aan de padenstructuur. Dit in tegenstelling tot de crisisperiode van de jaren dertig waarin ook in Schoonebeek en omgeving sprake was van een hoge werkloosheid. In het kader van de werkverschaffing zijn in de periode 1930 – 1935 in alle buurtschappen verharde wegen in oost – westelijke richting aangelegd.
Voor Oosterse Bos betekende dit dat het al bestaande, oost – west gerichte onverharde pad werd verhard. Ook is in de periode 1910 – 1930 zowel aan de oost als westzijde van het buurtschap de verbindingsweg met de Europaweg verhard. Nieuw was de verharde verbinding tussen Oosterse Bos en Middendorp. De vondst van het olieveld tijdens WOII leidde in de jaren daarna tot relatief grote infrastructurele werken. In 1955 was de Valendisweg aangelegd.Omdat de nieuwe wegen vooral buiten het buurtschap kwamen te liggen bleef al met al de paden- en wegenstructuur in het buurtschap zelf vrijwel onaangetast. In de periode 1955 - 1963 verdwenen veel kleine paadjes en doorgangen in Oosterse Bos. Ook nam het aantal paden zowel richting het (voormalige) veen als de Europaweg wat af. Deze trend heeft zich in de decennia daarna doorgezet zodat uiteindelijk anno 2014 er nog een viertal oude (zand)paden tussen Oosterse Bos en de Europaweg liggen en een drietal richting het voormalige veen. Deze overgebleven paden zijn dus nog historische relicten uit de lange veengeschiedenis van het buurtschap. 4.4.4
Verkavelingsstructuur
De zo karakteristieke strookverkaveling waarbij het recht van opstrek vanaf het Schoonbekerdiep tot ver in het veen liep is goed herkenbaar op de kaart op pagina 48 (zie rapport 'Cultuurhistorische analyse Westerse Bos, Middendorp en Oosterse Bos 2018'). Opvallend zijn de relatief grote erfpercelen rondom de meest westelijk gelegen boerderijen. Vrijwel de helft van deze percelen werd in beslag genomen door (gebruiks)bos. In de honderd jaar daarna veranderde er relatief weinig. In de loop der tijd werden her en der wel sloten gegraven of percelen samengevoegd of juist gesplitst. Echter, de gehele strookvormige verkavelingsstructuur bleef gaaf aanwezig (zie kaart pag. 58 rapport 'Cultuurhistorische analyse Westerse Bos, Middendorp en Oosterse Bos 2018'). Vermeldingwaard is de aanleg van een breed kanaal met haventje, Hekmanskanaal geheten, in de periode 1930 – 1935 ter bevordering van de handel. In de periode 1963 – 1975 is een gedeelte van dit kanaal, te weten het traject van het Oosterse Bos tot de Valendisweg, gedempt. Het traject ten noorden van de Valendisweg is tot op de dag van vandaag nog aanwezig. Hoewel de ruilverkaveling in Schoonebeek en omgeving in vergelijking tot de rest van Drenthe relatief zeer beperkt is geweest, zijn toch in de periode
42
bestemmingsplan Emmen, Schoonebeek, oude nederzettingen
1975 – 1985 kavels samengevoegd en dan vooral ten noorden van het buurtschap (zie pag 58 van rapport). Daarnaast zijn in deze periode enkele oost – west gerichte, brede afwateringssloten aangelegd die door hun breedte de historische noord – zuid gerichte verkavelingsstructuur verstoren. Ook in de periode na 1985 zijn nog enkele percelen, met name ten noorden van het buurtschap, samengevoegd. Desondanks is de historische strookvormige verkavelingsstructuur rondom het buurtschap tegenwoordig nog steeds goed herkenbaar in het veld. Bijzonder detail van de huidige verkaveling bij alle drie buurtschappen is het (micro)reliëf dat mede is ontstaan als gevolg van het recht van opstrek. Door dit recht bewerkte iedere individuele boer zijn eigen strook veen. 4.4.5
Groenstructuur
Oorspronkelijk bestond het groen in alle drie buurtschappen vrijwel geheel uit ‘gebruiks’groen; groen dus dat vooral nuttig was voor het dagelijks gebruik en niet zozeer als tegenwoordig voor de sierwaarde. Het betrof vooral erfbosjes, fruitboomgaarden, perceelsrandbegroeiing en moestuinen. De bosjes en randbegroeiing deed dienst als veekering en hak-, gereedschap- of bouwhout. Al in de Hottingeratlas uit 1773 – 1794 werd rondom de bebouwing al veel bomen, bosjes en perceelsbegroeiing weergegeven. De boerderijen lijken in een groene oase te liggen. Richting het veen is in het buurtschap Oosterse Bos in die tijd geen sprake van perceelsrandbegroeiing. Ruim honderd jaar later, rond 1910 is vooral de perceelsrandbegroeiing toegenomen en dan vooral tussen het buurtschap en de Europaweg en in mindere mate richting het veen. De karakteristieke opgaande beplanting rondom de bebouwing goed te zien op de kaart op pagina 58 (zie rapport 'Cultuurhistorische analyse Westerse Bos, Middendorp en Oosterse Bos 2018'). Nadat in de jaren dertig van de vorige eeuw de oost – west gerichte weg was doorgetrokken en verhard, zijn langs deze weg bomen geplant. Dit heeft het besloten karakter van het buurtschap versterkt en tegelijkertijd ook de oost – west gerichte wegenstructuur.
In de periode 1910 – 1955 namen vooral de bosjes rondom de boerderijen in het oostelijke gedeelte van het buurtschap sterk af, terwijl de perceelsgrens- en laanbeplanting langs de kavels en paden stand hield. In de periode 1955 – 1963 nam de perceel- en laanbeplanting verder af waarbij vooral de beplanting langs de percelen tussen het buurtschap en de Europaweg verdween. Alleen de bomenrijen langs de oude paden bleven hier behouden. Dit is tot op de dag van vandaag nog het geval. Richting het veen werd na WOII een singel tot aan de Valendisweg aangelegd. Ook deze is tegenwoordig nog steeds aanwezig. Al met al zijn de bosjes rondom de boerderijen in het westelijke gedeelte van het buurtschap nog steeds aanwezig. Datzelfde geldt voor de bomenrijen langs de paden richting de huidige Europaweg. In het Oosterse Bos hebben de bosjes en bomenrijen langs de oude paden deels wel en deel geen (dichte) ondergroei. Sommige bosjes zouden dan ook omschreven kunnen worden als een bomengroep. Echter, omdat ze op alle topografische kaarten als ‘bos’ worden weergegeven en ze veelal een gesloten karakter hebben worden ze hier op de tekeningen weergegeven als ‘bos’.
De conclusie is dat Oosterse Bos nog steeds een aantal cultuurhistorische groenstructuren kent die onlosmakend verbonden zijn met het agrarische verleden van de veenontginning en die tot op de dag van vandaag beeldbepalend zijn voor het buurtschap. Het betreft vooral de bosjes en solitaire bomen op de privéterreinen en (restanten van) bomenrijen of houtwallen. Hoewel niet direct gerelateerd aan de veenontginning en pas in de 20ste eeuw aangeplant, is de laanbeplanting langs de weg Oosterse Bos en beeldbepalend. Ook is de aanwezigheid van grasbermen, of beter; de afwezigheid van sierbeplanting in de berm, in cultuurhistorisch opzicht belangrijk omdat het mede het landelijke en dorpse karakter bepaalt. Wel zijn er in de grasberm ronde bloembakken geplaatst.
43
bestemmingsplan Emmen, Schoonebeek, oude nederzettingen
4.4.6
Conclusies en ruimtelijke voorwaarden
De losse, gevarieerde, bebouwingstructuur waarbij de boerderijen als ‘strooigoed’ zonder een vaste rooilijn ten opzichte van elkaar staan en waarbij sprake is van open ruimten tussen zowel de boerderijen als de verschillende clusters boerderijen is tot op de dag van vandaag nog zeer goed herkenbaar. Het opgaand groen van de bosjes rondom deze losjes gegroepeerde boerderijen zorgt nog steeds voor het contrast tussen een beslotenheid rondom de boerderijen en open ruimtes richting het voormalige veen en de Europaweg. Vanaf de Europaweg en de Valendisweg is dan ook nog steeds goed zicht op het buurtschap. De nog aanwezige strookvormige verkavelingstructuur met her en der microreliëf in combinatie met de daaraan evenwijdige historische paden met laanbeplanting geven nog steeds een goed beeld van de historische langwerpige strookverkaveling die samenhing met het recht van opstrek. Al met al zorgt in het Oosterse Bos de optelsom van de nog aanwezige historische bebouwingstructuur én verkavelingstructuur én padenstructuur én groenstructuur voor een grote cultuurhistorische en visueel ruimtelijke samenhang. Dit geldt vooral voor het oudste gedeelte van het buurtschap met het groepje rijksmonumentale boerderijen en bosjes bij de bocht van de weg. Bovengenoemde leidt tot de volgende essentiële ruimtelijke voorwaarden: Oosterse Bos is een beschermd dorpsgezicht.
Een combinatie van structuur- en beeldbepalende bebouwing met een losse bebouwingsstructuur waarbij zowel de nokrichtingen als de positie ten opzichte van elkaar en de weg varieert. Open ruimten tussen de gebouwen onderling en de hoofdweg en groepjes gebouwen. Karakteristieke opstrekkende strokenverkaveling richting Europaweg/Schoonebekerdiep en het voormalige veen in het noorden. Onverharde paden evenwijdig aan de strokenverkaveling. Opgaand geboomte langs stroken percelen en/of onverharde paden. Open ruimtes en zichtlijnen tussen Oosterse Bos en de Europaweg en Oosterse Bos richting het noorden. Waardevol reliëf in en rond de nederzetting Besloten kleinschalig karakter door veel opgaand geboomte, bosjes en perceelsrandbegroeiing. Karakteristieke beplanting in het buurtschap en evenwijdig aan de strokenverkaveling. Bestaande breedte en de klinkerverharding van de hoofdweg zijn beide beeldbepalend. Bomen langs de hoofdweg bepalen mede besloten beeld.
44
bestemmingsplan Emmen, Schoonebeek, oude nederzettingen
Hoofdstuk 5 5.1
Planbeschrijving
Algemene planbeschrijving
Voor Westerse Bos, Middendorp en Oosterse Bos zorgt de optelsom van het nog aanwezige reliëf en vooral historische bebouwing-, wegen en verkavelingstructuur en in mindere mate de groenstructuur voor een grote cultuurhistorische en gevarieerde visueel ruimtelijke samenhang. In bepaalde delen is deze ruimtelijke kwaliteit minder herkenbaar aanwezig door latere ontwikkelingen in de bebouwings- en/of landschappelijke structuren. Het inzicht in de landschappelijke en dorpskarakteristieken biedt de gemeente en initiatiefnemers de mogelijkheid verantwoorde overwegingen te nemen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Dit inzicht in de ruimtelijke kwaliteit dient dan ook als beoordelingskader én inspiratiebron bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het bestemmingsplan beoogt de nog aanwezige ruimtelijke kwaliteit te behouden, zonder hierbij ontwikkelingsmogelijkheden voor de toekomst uit te willen sluiten. Daarnaast probeert het plan een sturende bijdrage te leveren aan de vergroting van de ruimtelijke kwaliteit op locaties waar de kwaliteit minder herkenbaar meer aanwezig is. De landschappelijke, cultuurhistorische en stedenbouwkundige kwaliteiten zijn uitgebreid geïnventariseerd in het rapport 'Westerse Bos, Middendorp en Oosterse Bos, het landschap en dorp in historisch perspectief' (Bijlage 3 bij de regels). In Hoofdstuk 4 is reeds ingegaan op het rapport.
Onderdeel van het rapport is de kaart die is opgenomen als Bijlage 4 bij de regels.
5.2
Waardering landschap
Op de kaart in Bijlage 4 bij de regels is een aantal categorieën aan landschappelijke elementen opgenomen: 1. 2. 3.
Waardevolle groenstructuren; Strookverkaveling en essentiële zichtlijnen tussen bebouwing; En overige waarden zoals beeldbepalende verharding en historische padenstructuur.
5.2.1
Waardevolle groenstructuren
Kenmerken Onder waardevolle groenstructuren vallen: Bos(je), gesloten bomengroep; Bomenrij / laanbeplanting; Houtwal of singel; Solitaire bomen (privé); Bomengroep (privé). Bos(je)/gesloten bomengroep, bomengroep (privé) Bepalende factor voor groene karakter van het dorp. Bomenrij, laanbeplanting, houtwal of singel Restanten van het cultuurhistorische agrarische esdorp en/of latere ontginningen; Benadrukking historische structuren; Bomen en gras; Bepalende factor voor groene karakter van het dorp. Solitaire bomen
45
bestemmingsplan Emmen, Schoonebeek, oude nederzettingen
Restanten van het cultuurhistorische agrarische esdorp; Bepalende factor voor groene karakter van het dorp. Planologische gevolgen Algemeen Kan een rol spelen bij afwijkingen en wijzigingen, waarbij een integrale ruimtelijke afweging wordt gemaakt. Bos(je)/gesloten bomengroep, bomengroep (privé) Afzonderlijke bestemming Bos; Geen bebouwing toegestaan; Aanlegvergunningenstelsel voor o.a. het aanbrengen van verharding en het rooien van beplanting. Bomenrij, laanbeplanting, houtwal of singel Beschermd door middel van de 'algemene' dubbelbestemmingen 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht'en 'Waarde - Ruimtelijke kwaliteit' en de bescherming dat bij afwijkingen getoetst moet worden aan de waarden zoals vastgesteld in de rapportage van Scholtens; Speelt hiermee een rol bij de integrale ruimtelijke afweging omtrent verlening van afwijkingen en wijzigingen van het bestemmingsplan.
Solitaire bomen Alleen voor aangewezen monumentale bomen een functieaanduiding opgenomen, verder geen specifieke bestemming of aanduiding; Ook hiervoor geldt dat deze beschermd zijn door middel van de 'algemene' dubbelbestemmingen 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht'en 'Waarde - Ruimtelijke kwaliteit' en de bescherming dat bij afwijkingen getoetst moet worden aan de waarden zoals vastgesteld in de rapportage van Scholtens; Speelt hiermee een rol bij de integrale ruimtelijke afweging omtrent verlening van afwijkingen en wijzigingen van het bestemmingsplan. 5.2.2
Verkaveling en essentiële zichtlijnen
Kenmerken Leveren een bepalende bijdrage aan de de cultuurhistorisch waardevolle nederzetting en latere ontginningenpatroon; Doorzichten. Planologische gevolgen Beschermd door middel van de 'algemene' dubbelbestemmingen 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht'en 'Waarde - Ruimtelijke kwaliteit' en de bescherming dat bij afwijkingen getoetst moet worden aan de waarden zoals vastgesteld in de rapportage van Scholtens; Speelt een rol spelen bij de integrale ruimtelijke afweging omtrent verlening van afwijkingen en wijzigingen van het bestemmingsplan. Daarnaast door middel van strakke bouwvlakken rondom beeld- en structuurbepalende gebouwen beschermd. 5.2.3
Overige landschappelijke waarden
Kenmerken Onder overige landschappelijke waarden vallen: Beeldbepalende verharding; Historische pandenstructuur. Planologische gevolgen
46
bestemmingsplan Emmen, Schoonebeek, oude nederzettingen
Beschermd door middel van de 'algemene' dubbelbestemmingen 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht'en 'Waarde - Ruimtelijke kwaliteit' en de bescherming dat bij afwijkingen getoetst moet worden aan de waarden zoals vastgesteld in de rapportage van Scholtens; Speelt een rol spelen bij de integrale ruimtelijke afweging omtrent verlening van afwijkingen en wijzigingen van het bestemmingsplan; In de dubbelbestemmingen 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht'en 'Waarde - Ruimtelijke kwaliteit' is het verharden en asfalteren en verbreden van de bestaande onverharde paden en klinkerpaden opgenomen als strijdig gebruik.
5.3
Waardering bebouwing
Op de kaart in Bijlage 2 is een aantal categorieën aan bebouwing en verkaveling opgenomen: 1. 2. 3.
Structuur- (en beeld)bepalende bebouwing inclusief bijgebouwen; Beschermde monumenten; Overige bebouwing.
Per categorie worden de bebouwingstypen, de kenmerken en de planologische vertaling beschreven. 5.3.1
Structuur- (en beeld)bepalende bebouwing
Tot deze categorie behoort de bebouwing die op zichzelf en door de ligging ten opzichte van de structuuren beeldbepalende bebouwing een belangrijke bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit van Westerse Bos, Middeldorp en Oosterse Bos. Bebouwingstype en kenmerken Losse, gevarieerde, bebouwingstructuur waarbij de boerderijen als ‘strooigoed’ zonder een vaste rooilijn ten opzichte van elkaar staan en waarbij sprake is van open ruimten tussen zowel de boerderijen als de verschillende clusters boerderijen is tot op de dag van vandaag nog goed herkenbaar. Het betreft vooral woonbebouwing en bijgebouwen bij de boerderijen. Planologische gevolgen Bestaande situatie in principe vertrekpunt; Strakke bouwvlakken om structuur te behouden; Bij een verzoek om afwijkingen t.a.v. ligging, hoogten en dakhelling en vervangingen wordt een afweging gemaakt aan de effecten op de beschreven ruimtelijke waarden van de omgeving. Daarnaast is in dit bestemmingsplan de aanduiding 'karakteristiek' opgenomen voor een aantal structuuren beeldbepalende bijgebouwen. Deze zijn aangewezen waarmee ze eventueel geschikt te maken zijn voor bewoning. Voor het opnemen van de aanduiding 'karakteristiek' zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Er mag slechts één bijgebouw op een perceel de aanduiding karakteristiek krijgen.
Indien er sprake is van twee structuur- en beeldbepalende bijgebouwen op een perceel, is afgewogen welk bijgebouw het meest geschikt zou zijn voor bewoning; Het bijgebouw moet geschikt zijn voor bewoning. Dit houdt onder andere in dat het bijgebouw een redelijke grootte moet hebben en de bouwkundige staat voldoende is om als basis voor een woning te dienen; De structuur- en beeldbepalende kwaliteit mag bij het wijzigen van gebruik naar wonen, niet worden aangetast. Een kapschuur is bijvoorbeeld niet geschikt voor bewoning. Deze zal na verbouw niet meer als kapschuur herkenbaar zijn (het beeldbepalend karakter van de schuur verdwijnt dan). Bestemmingen Wonen - Vrijstaand - Structuurbepalend; Wonen - Voormalige agrarische bebouwing - Structuur- en beeldbepalend;